3.2 Besluitdocument_Renvooi Ontwerp-Definitief OP Bodem en basisstructuur.pdf
Tekst van het document
Omgevingsplan gemeente Sliedrecht Besluit tot wijziging van het omgevingsplan, thema Bodem en basisstructuur Drechtsteden De GEMEENTERAAD van Sliedrecht; gezien het voorstel van burgemeester en wethouders van 13 mei 2025; gelet op de artikelen 2.4, 4.1 en 4.2 van de Omgevingswet; overwegende dat: overeenkomstig artikel 16.30 Omgevingswet en afdeling 3.4 Awb, het ontwerpbesluit tot wijziging van het omgevingsplan gedurende zes weken ter inzage heeft gelegen en er in die periode [aantal] zienswijzen zijn ontvangen; gelezen het raadsvoorstel d.d. 13 mei 2025 waarin wordt voorgesteld aan die zienswijzen gedeeltelijk tegemoet te komen BESLUIT:
Artikel I Het omgevingsplan Sliedrecht te wijzigen zoals is weergegeven in Bijlage A.
Artikel II Dit wijzigingsbesluit treedt in werking op de dag waarop vier weken zijn verstreken sinds de dag waarop het besluit bekend is gemaakt. Aldus besloten in de vergadering van d.d. 1 juli 2025 De secretaris, N.H. Kuiper mca mcm De burgemeester, mr. drs. J.M. de Vries
Dit document bevat verschilmarkering t.o.v. eerdere regelingtekst. Tekst en afbeeldingen die worden toegevoegd zijn onderstreept en groen gemarkeerd, of van een groen kader voorzien. Tekst en afbeeldingen die worden verwijderd zijn doorgestreept en rood gemarkeerd, of van een rood kader voorzien.
1
Bijlage A artikel I A Afdeling 5.3 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Afdeling 5.3 Bedrijfsactiviteiten [Gereserveerd]
Artikel 5.1 Toepassingsbereik Deze afdeling gaat over de activiteit 'Bedrijf'.
Artikel 5.2 Algemene regels 1.
Het uitvoeren van de activiteit 'Bedrijf' is alleen toegestaan als de activiteit binnen de locatie 'bedrijf' wordt uitgevoerd.
2.
Het eerste lid geldt niet voor bestaande bedrijfsactiviteiten.
Artikel 5.3 Aanwijzing vergunningplichtige gevallen Het is verboden zonder omgevingsvergunning de activiteit 'Bedrijf' uit te voeren buiten de locatie 'bedrijf'. B Afdeling 5.5 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Afdeling 5.5 Detailhandelsactiviteiten [Gereserveerd]
Paragraaf 5.5.1 Detailhandelsactiviteiten uitvoeren Artikel 5.4 Toepassingsbereik 1.
Deze paragraaf gaat over de activiteit 'Detailhandel'.
2.
Deze paragraaf gaat niet over de activiteit 'Detailhandelsactiviteiten uitvoeren in de vorm van een supermarkt', 'Detailhandelsactiviteiten uitvoeren in de vorm van voluminieuze goederen', 'Ondergeschikte detailhandelsactiviteiten' of 'Detailhandelsactiviteiten uitvoeren in de vorm van ambulante handel'.
Artikel 5.5 Algemene regels 1.
De activiteit 'Detailhandel' is alleen toegestaan binnen de locatie 'detailhandel'.
2.
Het eerste lid geldt niet voor bestaande detailhandelsactiviteiten.
3.
In aanvulling op het eerste lid is de activiteit 'Detailhandel' binnen de locatie 'detailhandel begane grond' alleen toegestaan op de begane grond.
Artikel 5.6 Aanwijzing vergunningplichtige gevallen
2
1.
Het is verboden zonder omgevingsvergunning de activiteit 'Detailhandel' uit te voeren.
2.
Het eerste lid geldt niet voor de activiteit 'Detailhandel' binnen de locaties 'detailhandel' en 'detailhandel - begane grond'.
Artikel 5.7 Beoordelingsregel omgevingsvergunning De omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 5.6 wordt verleend als: a. de activiteit 'Detailhandel' wordt uitgevoerd binnen de locatie 'schil kernwinkelgebied'; en b. wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid als bedoeld in afdeling 7.6.
Paragraaf 5.5.2 Detailhandelsactiviteiten in de vorm van een supermarkt uitvoeren Artikel 5.8 Toepassingsbereik Deze paragraaf gaat over de activiteit 'Supermarkt'.
Artikel 5.9 Algemene regels De activiteit 'Supermarkt' is alleen toegestaan binnen de locatie 'supermarkt'.
Paragraaf 5.5.3 Detailhandelsactiviteiten in de vorm van volumineuze goederen uitvoeren Artikel 5.10 Toepassingsbereik Deze paragraaf gaat over de activiteit 'Handel in volumineuze goederen'.
Artikel 5.11 Algemene regels De activiteit 'Handel in volumineuze goederen' is alleen toegestaan binnen de locatie 'volumineuze detailhandel'.
Paragraaf 5.5.4 Ondergeschikte detailhandelsactiviteiten uitvoeren Artikel 5.12 Toepassingsbereik Deze paragraaf gaat over de activiteit 'Ondergeschikte detailhandel' als ondergeschikte activiteit binnen een andere gebruiksactiviteit.
Artikel 5.13 Algemene regels 1.
Het uitvoeren van de activiteit 'Ondergeschikte detailhandel' is alleen toegestaan bij het uitvoeren van: a. de activiteit 'Bedrijf', als bedoeld in afdeling 5.3; b. de activiteit 'Dienstverlening', als bedoeld in afdeling 5.6; c. de activiteit 'Horeca', als bedoeld in afdeling 5.7; d. de activiteit 'Kantoor', als bedoeld in afdeling 5.8; e. de activiteit 'Maatschappelijk' als bedoeld in afdeling 5.9.
2.
De ondergeschikte detailhandel is naar aard en omvang ondergeschikt aan het hoofdgebruik.
Paragraaf 5.5.5 Detailhandelsactiviteiten in de vorm van ambulante handel uitvoeren Artikel 5.14 Toepassingsbereik 1.
Deze paragraaf gaat over de activiteit 'Ambulante handel'.
2.
Deze paragraaf gaat niet over: a. een vaste plaats op een jaarmarkt of markt als bedoeld in artikel 160, eerste lid, aanhef en onder h, van de Gemeentewet; b. een vaste plaats op een evenement; en c. een standplaats op een weg in beheer bij het Rijk, de provincie of het waterschap.
Artikel 5.15 Aanwijzing vergunningplichtige gevallen Het is verboden zonder omgevingsvergunning: a. de activiteit 'Ambulante handel' uit te voeren; of b. een standplaats ten behoeve van de activiteit 'Ambulante handel' in te nemen of te hebben.
3
Artikel 5.16 Beoordelingsregels omgevingsvergunning 1.
De omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 5.15 wordt, voor zover het gaat om een vaste standplaats, verleend als: a. de locatie binnen de locatie 'vaste standplaats' is gelegen; b. wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid als bedoeld in afdeling 7.6; c. de standplaats ten behoeve van de activiteit 'Ambulante handel' niet in strijd is met andere regels van dit omgevingsplan; d. de standplaats ten behoeve van de activiteit 'Ambulante handel' hetzij op zichzelf, hetzij in verband met de omgeving voldoet aan de redelijke eisen van welstand; en e. er geen kwantitatieve of territoriale beperking als gevolg van bijzondere omstandigheden in de gemeente of een deel van de gemeente noodzakelijk is in verband met een dwingende reden van algemeen belang.
2.
De omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 5.15wordt, voor zover het gaat om een seizoengebonden standplaats, verleend als: a. de locatie niet bezet is door vaste standplaatsen, als bedoeld onder het eerste lid, of de locatie niet bezet is door een evenement waarvoor een melding is gedaan of een omgevingsvergunning is verleend; b. uit advies van een verkeersdeskundige blijkt dat voldoende parkeergelegenheid in de omgeving van de locatie, waar de aanvraag betrekking op heeft, beschikbaar is en de activiteit niet leidt tot belemmeringen voor de verkeersveiligheid.
3.
De omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 5.15 kan in ieder geval worden geweigerd in het belang van: a. de openbare orde; b. de openbare veiligheid; c. de volksgezondheid; of d. de bescherming van het milieu.
4.
De omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 5.15 kan ook worden geweigerd als de aanvraag daarvoor minder dan drie weken voor de beoogde datum van de beoogde activiteit is ingediend en daardoor een behoorlijke behandeling van de aanvraag niet mogelijk is.
Artikel 5.17 Indieningsvereisten omgevingsvergunning Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor de activiteit, als bedoeld in het toepassingsbereik in artikel 5.14, worden, voor zover het gaat om standplaatsen, als bedoeld in artikel 1.1, in ieder geval de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. het daarvoor vastgestelde aanvraagformulier; b. de naam, adres en woonplaats van de aanvrager; c. het telefoonnummer en e-mailadres van de aanvrager; d. de gewenste locatie inclusief locatiekaart; e. de voorkeurs dag(en) en tijdsperiode dat de standplaats ingenomen wordt; f. het doel van de inname van de standplaats (ook de branche/productgroep); g. de afmetingen van de verkoopinrichting; h. een uittreksel van de handelsregistratie Kamer van Koophandel van het bedrijf, waarvan de natuurlijke persoon de eigenaar is en waarvoor hij/zij een standplaats wil innemen; en i. een handtekening aanvrager.
Artikel 5.18 Algemene regels Het uitvoeren van de activiteit, als bedoeld in artikel 5.14 is, voor zover het gaat om een vaste standplaats, alleen toegestaan als het aantal maximum vergunningen per gebied, maximum standplaatsen per dag per locatie en maximum standplaatsen per branche, zoals opgenomen in tabel 5.18.1 niet wordt overschreden. Table 5.18.1
4
Gebied
Locatie
Maximum omgevingsvergunningen per gebied
Maximum standplaatsen per dag en locatie
Maximum standplaatsen per branche per week
Maximum standplaatsen per branche per dag
Kerkbuurt: winkelstraat
Merwedeplein
3
2
1
1
Gebied
Locatie
Maximum omgevingsvergunningen per gebied
Maximum standplaatsen per dag en locatie
Maximum standplaatsen per branche per week
Maximum standplaatsen per branche per dag
Kerkbuurt": entree noordzijde
Frans Halsstraat / Jacob Catsstraat / Joost van den Vondelstraat
3
1
1
-
Bonkelaarplein
Bonkelaarplein
3
3
1
-
Artikel 5.19 Uitzondering incidentele of seizoensstandplaats Het bepaalde in artikel 5.15, sub b geldt niet voor incidentele of seizoensstandplaatsen.
Artikel 5.20 Uitzondering provinciaal wegenreglement Het bepaalde in artikel 5.15, sub b geldt niet voor situaties waarin wordt voorzien door het provinciaal wegenreglement. C Afdeling 5.6 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Afdeling 5.6 Dienstverleningsactiviteiten [Gereserveerd]
Paragraaf 5.6.1 Dienstverleningsactiviteiten uitvoeren Artikel 5.21 Toepassingsbereik Deze paragraaf gaat over de activiteit 'Dienstverlening'.
Artikel 5.22 Algemene regels 1.
Het uitvoeren van de activiteit 'Dienstverlening' dienstverleningsactiviteiten is alleen toegestaan binnen de locatie 'dienstverlening'.
2.
In aanvulling op het eerste lid is het uitvoeren van de activiteit 'Dienstverlening' binnen de locatie 'dienstverlening - begane grond' alleen toegestaan op de begane grond.
D Afdeling 5.7 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Afdeling 5.7 Horeca-activiteiten [Gereserveerd]
Paragraaf 5.7.1 Horeca-activiteiten uitvoeren - categorie 2 Artikel 5.23 Toepassingsbereik Deze paragraaf gaat over de activiteit 'Horeca in horeca-categorie 2'.
Artikel 5.24 Algemene regels
5
1.
Het uitvoeren van de activiteit 'Horeca in horeca-categorie 2' is alleen toegestaan binnen de locatie 'horeca-categorie 2'.
2.
Het eerste lid geldt niet voor bestaande horeca-activiteiten.
Artikel 5.25 Aanwijzing vergunningplichtige gevallen Het is verboden zonder omgevingsvergunning de activiteit 'Horeca in horeca-categorie 2' uit te voeren.
Artikel 5.26 Beoordelingsregels omgevingsvergunning De omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 5.25 wordt verleend als: a. de activiteit 'Horeca in horeca-categorie 2' wordt uitgevoerd binnen de locatie 'schil kernwinkelgebied'; b. wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid als bedoeld in afdeling 7.6.
Paragraaf 5.7.2 Horeca-activiteiten uitvoeren - categorie 3 Artikel 5.27 Toepassingsbereik Deze paragraaf gaat over de activiteit 'Horeca in horeca-categorie 3'.
Artikel 5.28 Algemene regels 1.
Het uitvoeren van de activiteit 'Horeca in horeca-categorie 3' is alleen toegestaan binnen de locatie 'horeca-categorie 3'.
2.
Het eerste lid geldt niet voor bestaande horeca-activiteiten.
Artikel 5.29 Aanwijzing vergunningplichtige gevallen Het is verboden zonder omgevingsvergunning de activiteit 'Horeca in horeca-categorie uit te voeren.
Artikel 5.30 Beoordelingsregels omgevingsvergunning De omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 5.29 wordt verleend als de activiteit 'Horeca in categorie 3' wordt uitgevoerd binnen de locatie 'schil kernwinkelgebied'.
Paragraaf 5.7.3 Horeca-activiteiten uitvoeren - categorie 4 Artikel 5.31 Toepassingsbereik Deze paragraaf gaat over de activiteit 'Horeca in horeca-categorie 4'.
Artikel 5.32 Algemene regels 1.
Het uitvoeren van de activiteit 'Horeca in horeca-categorie 4' is alleen toegestaan binnen de locatie 'horeca-categorie 4'.
2.
Het eerste lid geldt niet voor bestaande horeca-activiteiten.
Artikel 5.33 Aanwijzing vergunningplichtige gevallen Het is verboden zonder omgevingsvergunning de activiteit 'Horeca in horeca-categorie 4' uit te voeren.
Artikel 5.34 Beoordelingsregel omgevingsvergunning De omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 5.33 wordt verleend als: a. de activiteit 'Horeca in categorie 4' wordt uitgevoerd binnen de locatie 'schil kernwinkelgebied'; b. wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid als bedoeld in afdeling 7.6.
Paragraaf 5.7.4 Horeca-activiteiten uitvoeren - categorie 5 Artikel 5.35 Toepassingsbereik Deze paragraaf gaat over de activiteit 'Horeca in horeca-categorie 5'.
6
Artikel 5.36 Algemene regels 1.
Het uitvoeren van de activiteit 'Horeca in horeca-categorie 5' is alleen toegestaan binnen de locatie 'horeca-categorie 5'.
2.
Het eerste lid geldt niet voor bestaande horeca-activiteiten.
3.
In aanvulling op het eerste lidgeldt dat de activiteit 'Horeca in horeca-categorie 5' binnen de locatie 'horeca-categorie 5 - bovenste verdieping' alleen is toegestaan op de bovenste verdieping.
Artikel 5.37 Aanwijzing vergunningplichtige gevallen Het is verboden zonder omgevingsvergunning de activiteit 'Horeca in horeca-categorie 5' uit te voeren.
Artikel 5.38 Beoordelingsregels omgevingsvergunning De omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 5.37 wordt verleend als: a. de activiteit 'Horeca in categorie 5' wordt uitgevoerd binnen de locatie 'schil kernwinkelgebied'; b. wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid als bedoeld in afdeling 7.6.
Paragraaf 5.7.5 Ondergeschikte horeca-activiteiten uitvoeren Artikel 5.39 Toepassingsbereik Deze paragraaf gaat over de activiteit 'Ondergeschikte horeca'.
Artikel 5.40 Algemene regels 1.
Het uitvoeren van de activiteit 'Ondergeschikte horeca' is toegestaan bij het uitvoeren van: a. de activiteit 'Bedrijf', als bedoeld in afdeling 5.3; b. de activiteit 'Dienstverlening', als bedoeld in afdeling 5.6; c. de activiteit 'Horeca', als bedoeld in afdeling 5.7; d. de activiteit 'Kantoor', als bedoeld in afdeling 5.8; e. de activiteit 'Maatschappelijk' als bedoeld in afdeling 5.9.
2.
De ondergeschikte horeca is naar aard en omvang ondergeschikt aan het hoofdgebruik.
Paragraaf 5.7.6 Ondergeschikte zaalhuur uitvoeren Artikel 5.41 Toepassingsbereik Deze paragraaf gaat over de activiteit 'Ondergeschikte zaalhuur'.
Artikel 5.42 Algemene regels Het uitvoeren van de activiteit 'Ondergeschikte zaalhuur' is alleen toegestaan als: a. de ondergeschikte zaalhuur ondersteunend is aan maatschappelijke activiteiten, als bedoeld in artikel 5.53; b. de ondergeschikte zaalhuur niet zelfstandig wordt uitgevoerd; en c. de ondergeschikte zaalhuur plaatsvindt binnen de locatie 'ondergeschikte zaalhuur'.
Paragraaf 5.7.7 Terrasactiviteiten uitvoeren Artikel 5.43 Toepassingsbereik Deze paragraaf gaat over de activiteit 'Terras'.
Artikel 5.44 Algemene regels Het uitvoeren van de activiteit 'Terras' is alleen toegestaan binnen de locatie 'terrassen'.
Artikel 5.45 Aanwijzing vergunningplichtige gevallen Het is verboden zonder omgevingsvergunning de activiteit 'Terras' uit te voeren.
7
Artikel 5.46 Beoordelingsregels omgevingsvergunning De omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 5.45 wordt verleend als: a. de activiteit 'Terras' binnen de locatie 'kernwinkelgebied' plaatsvinden; b. wordt voldaan aan de Beleidsregel 'Terrasvergunningen Sliedrecht' of een rechtsopvolger daarvan, zoals die geldt ten tijde van de ontvankelijke omgevingsvergunningaanvraag; en c. wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid als bedoeld in afdeling 7.6. E Afdeling 5.8 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Afdeling 5.8 Kantooractiviteiten [Gereserveerd]
Paragraaf 5.8.1 Kantooractiviteiten uitvoeren Artikel 5.47 Toepassingsbereik Deze paragraaf gaat over de activiteit 'Kantoor'.
Artikel 5.48 Algemene regels 1.
Het uitvoeren van de activiteit 'Kantoor' is alleen toegestaan als de activiteit binnen de locatie 'kantoren' wordt uitgevoerd.
2.
In aanvulling op het eerste lid is het uitvoeren van de activiteit 'Kantoor' binnen de locatie 'kantoren - begane grond' alleen toegestaan op de begane grond.
Artikel 5.49 Aanwijzing vergunningplichtige gevallen Het is verboden zonder omgevingsvergunning de activiteit 'Kantoor' uit te voeren buiten de locatie 'kantoren'.
Artikel 5.50 Beoordelingsregels omgevingsvergunning De omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 5.49 wordt verleend als: a. de brutovloeroppervlakte van het kantoor ten hoogste 1.000 m2 bedraagt; b. het kantoor een lokaal verzorgingsgebied heeft; en c. wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid als bedoeld in afdeling 7.6.
Paragraaf 5.8.2 Ondergeschikte kantooractiviteiten uitvoeren Artikel 5.51 Toepassingsbereik Deze paragraaf gaat over de activiteit 'Ondergeschikt kantoor'.
Artikel 5.52 Algemene regels
F
8
1.
Het uitvoeren de activiteit 'Ondergeschikte kantoor' is toegestaan bij het uitvoeren van: a. de activiteit 'Bedrijf', als bedoeld in afdeling 5.3; b. de activiteit 'Dienstverlening', als bedoeld in afdeling 5.6; c. de activiteit 'Horeca', als bedoeld in afdeling 5.7; d. de activiteit 'Kantoor', als bedoeld in afdeling 5.8; e. de activiteit 'Maatschappelijk' als bedoeld in afdeling 5.9.
2.
De ondergeschikte kantoren zijn naar aard en omvang ondergeschikt aan het hoofdgebruik.
3.
De brutovloeroppervlakte van ondergeschikte kantoren is: a. ten hoogste 50% van de totale bedrijfsvloeroppervlakte van het hoofdgebruik; en b. ten hoogste 1.000 m2.
Afdeling 5.9 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Afdeling 5.9 Maatschappelijke activiteiten [Gereserveerd]
Paragraaf 5.9.1 Maatschappelijke activiteiten uitvoeren Artikel 5.53 Toepassingsbereik 1.
Deze afdeling gaat over de activiteit 'Maatschappelijk'.
2.
Onder maatschappelijke activiteiten wordt in deze paragraaf verstaan activiteiten op het gebied van onderwijs, religie, cultuur, gezondheidszorg, maatschappelijke dienstverlening en publieke dienstverlening, of een daarmee vergelijkbare voorziening, alsmede bibliotheken, kinderdagverblijven en kinderopvang.
Artikel 5.54 Algemene regels 1.
Het uitvoeren van de activiteit 'Maatschappelijk' is alleen toegestaan binnen de locatie 'maatschappelijk'.
2.
Het eerste lid geldt niet voor bestaande maatschappelijke activiteiten.
3.
Binnen de locatie 'maatschappelijk - onderwijs' is de activiteit 'Maatschappelijk' alleen in de vorm van onderwijs toegestaan.
4.
Binnen de locatie 'maatschappelijk - brandweerkazerne' is de activiteit 'Maatschappelijk' alleen in de vorm van een brandweerkazerne toegestaan. [gereserveerd]
5.
Binnen de locatie 'maatschappelijk - sportzaal' is de activiteit 'Maatschappelijk' alleen in de vorm van een sportzaal toegestaan.
6.
Binnen de locatie 'maatschappelijk - dansschool' is de activiteit 'Maatschappelijk' alleen in de vorm van een dansschool toegestaan. [gereserveerd]
7.
Binnen de locatie 'maatschappelijk - zorg' is de activiteit 'Maatschappelijk' alleen in de vorm van zorg toegestaan.
8.
Binnen de locatie 'maatschappelijk - zorg op begane grond' is de activiteit 'Maatschappelijk' alleen in de vorm van zorg op de begane grond toegestaan.
Artikel 5.55 Aanwijzing vergunningplichtige gevallen Het is verboden zonder omgevingsvergunning de activiteit 'Maatschappelijk' uit te voeren buiten de locatie 'maatschappelijk'. G Afdeling 5.10 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Afdeling 5.10 Nutsvoorzieningen [Gereserveerd]
Paragraaf 5.10.1 Nutsvoorzieningen oprichten Artikel 5.56 Toepassingsbereik Deze afdeling gaat over de activiteit 'Oprichten nutsvoorziening'.
Artikel 5.57 Algemene regels De activiteit 'Oprichten nutsvoorziening' is toegestaan.
9
H Afdeling 5.13 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Afdeling 5.13 Verkeer [Gereserveerd]
Paragraaf 5.13.1 Gebruik van gronden voor verkeer Artikel 5.58 Toepassingsbereik Deze paragraaf gaat over de activiteit 'Verkeer en verblijf in openbare ruimte'.
Artikel 5.59 Algemene regels 1.
De activiteit 'Verkeer en verblijf in openbare ruimte' is toegestaan binnen de locatie 'verkeer'.
2.
Onder het gebruik van gronden zoals bedoeld in het eerste lid valt in ieder geval het gebruik voor: a. wegen, woonstraten, paden voor langzaam verkeer en pleinen; b. parkeervoorzieningen; c. groenvoorzieningen; d. speelvoorzieningen; e. nutsvoorzieningen; en f. water en waterhuishoudkundige voorzieningen.
I Afdeling 5.14 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Afdeling 5.14 Wonen [Gereserveerd]
Paragraaf 5.14.1 Woonruimte gebruiken Artikel 5.60 Toepassingsbereik Deze paragraaf gaat over de activiteit 'Woonruimte gebruiken'.
Artikel 5.61 Algemene regels 1.
De activiteit 'Woonruimte gebruiken' vindt plaats binnen de locatie 'wonen'.
2.
Binnen de locatie 'wonen op verdieping' vindt de activiteit 'Woonruimte gebruiken' alleen plaats op de verdieping.
3.
In een zelfstandige woning is maximaal één huishouden toegestaan.
4.
Vrijstaande bijbehorende bouwwerken worden niet gebruikt als zelfstandige woningen.
Paragraaf 5.14.2 Woonruimte toevoegen Artikel 5.62 Toepassingsbereik Deze paragraaf gaat over de activiteit 'Woningen toevoegen'.
Artikel 5.63 Aanwijzing vergunningplichtige gevallen 1.
10
Het is verboden zonder een omgevingsvergunning woonruimte toe te voegen door nieuwbouw, verbouw of woningsplitsing.
2.
Het verbod, als bedoeld in het eerste lid, geldt niet voor: a. het toevoegen van een woning door vervangende nieuwbouw, waarbij het aantal woningen niet meer is dan het aantal woningen dat wordt vervangen; en b. het toevoegen van een woning waarvoor een omgevingsvergunning in procedure is of verleend op het moment dat deze regels voor de betreffende locatie zijn gaan gelden.
Artikel 5.64 Beoordelingsregels Een omgevingsvergunning, als bedoeld in artikel 5.63, eerste lid, wordt verleend als: a. de toevoeging van woningen naar het oordeel van burgemeester en wethouders aanvaardbaar is uit onder andere stedenbouwkundig, landschappelijk, verkeerskundig en milieukundig oogpunt; en b. wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid als bedoeld in afdeling 7.6.
Paragraaf 5.14.3 Beroep of bedrijf aan huis Artikel 5.65 Toepassingsbereik Deze paragraaf gaat over de activiteit 'Beroep of bedrijf aan huis' als activiteit bij het wonen.
Artikel 5.66 Algemene regels 1.
Het uitvoeren van de activiteit 'Beroep of bedrijf aan huis' is alleen toegestaan op locaties met de functie wonen.
2.
Bij de uitvoering van de activiteit 'Beroep of bedrijf aan huis' moet voldaan worden aan: a. het uitvoeren van de activiteit 'Beroep of bedrijf aan huis' vindt plaats in de woning of een daarbij bijbehorend bouwwerk; b. de oppervlakte bedraagt maximaal 30% van de woning of een daarbij bijbehorend bouwwerk; c. de oppervlakte bedraagt maximaal 40 m2; d. het uitvoeren van de activiteit is alleen toegestaan als dit geen onevenredige milieuhygienische hinder voor omwonenden veroorzaakt; e. het uitoefenen van de activiteit 'Beroep of bedrijf aan huis' heeft geen nadelige invloed op de normale verkeersafwikkeling; en f. bij het uitvoeren van de activiteit 'Beroep of bedrijf aan huis' in voldoende mate ruimte is aangebracht voor het parkeren of stallen van motorvoertuigen, als bedoeld in de gemeentelijke parkeernormennota, zoals die geldt op het moment van starten van de activiteit.
Paragraaf 5.14.4 Uitvoeren van mantelzorg Artikel 5.67 Toepassingsbereik Deze paragraaf gaat over de activiteit 'Mantelzorg' bij het wonen.
Artikel 5.68 Aanwijzing vergunningplichtige gevallen Het is verboden zonder omgevingsvergunning een bestaand bouwwerk te gebruiken voor huisvesting in verband met mantelzorg.
Artikel 5.69 Beoordelingsregels omgevingsvergunning De in artikel 5.68 bedoelde omgevingsvergunning wordt alleen verleend als: a. het gebouw rechtmatig is gebouwd; b. het geluid op het gebouw, met het oog op de bescherming van de gezondheid, aanvaardbaar is; en c. het gebruik van het bestaande bouwwerk voor huisvesting in verband met mantelzorg niet leidt tot beperkingen bij de bestaande uitoefening van milieubelastende activiteiten, bedoeld in paragraaf 11.2.2 J Afdeling 5.15 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
11
Afdeling 5.15 Water Paragraaf 5.15.1 Gebruik van gronden voor water Artikel 5.70 Toepassingsbereik Deze paragraaf gaat over de activiteit 'Water in openbare ruimte'.
Artikel 5.71 Algemene regels 1.
De activiteit 'Water in openbare ruimte' is toegestaan binnen de locatie 'water'.
2.
Onder het gebruik van gronden zoals bedoeld in het eerste lid valt in ieder geval het gebruik voor: a. waterlopen en waterpartijen; b. voorzieningen voor waterberging, wateraanvoer en waterafvoer, waaronder duikers; c. groenvoorzieningen en oevers; d. voorzieningen voor verkeer en verblijf, waaronder bruggen en steigers; en e. nutsvoorzieningen. [Vervallen] K Afdeling 5.16 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Afdeling 5.16 Groen Paragraaf 5.16.1 Gebruik van gronden voor groenvoorziening Artikel 5.72 Toepassingsbereik Deze paragraaf gaat over de activiteit 'Groenvoorzieningen in openbare ruimte'.
Artikel 5.73 Algemene regels 1.
De activiteit 'Groenvoorzieningen in openbare ruimte' is toegestaan binnen de locatie 'groen'.
2.
Onder het gebruik van gronden zoals bedoeld in het eerste lid valt in ieder geval het gebruik voor: a. plantsoenen, parken, bermen, groenstroken en beplanting; b. paden voor langzaam verkeer; c. parkeervoorzieningen; d. speelvoorzieningen; e. nutsvoorzieningen; en f. water en waterhuishoudkundige voorzieningen. [Vervallen] L Afdeling 6.1 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Afdeling 6.1 Bouwwerken algemeen Algemene bepalingen [Gereserveerd]
Artikel 6.1 Normadressaat 1.
12
De persoon die de activiteit 'Bouwen van een bouwwerk' en de activiteit 'In stand houden van een bouwwerk' uitvoert, moet zich houden aan de regels die dit hoofdstuk aan deze activiteiten stelt, behalve waar dit hoofdstuk bepaalt dat die regels niet gelden.
2.
Degene die de activiteit(en) uitvoert, zorgt dat hij of zij zich tijdens uitvoering van de activiteit(en) aan de regels houdt.
Artikel 6.2 Toepassingsbereik Dit hoofdstuk gaat over de activiteit: a. Bouwen van een bouwwerk, waaronder wordt verstaan: 1°. bouwen van een hoofdgebouw; 2°. bouwen van een bijbehorend bouwwerk; 3°. bouwen van een ander bouwwerk. b. In stand houden van een bouwwerk, waaronder wordt verstaan: 1°. In stand houden van een hoofdgebouw; 2°. In stand houden van een bijbehorend bouwwerk; 3°. In stand houden van een ander bouwwerk.
Artikel 6.3 Verboden bouwactiviteiten 1.
Het is verboden om de activiteit 'Bouwen van een bouwwerk' en de activiteit 'In stand houden van een bouwwerk' uit te voeren, als dat niet toegestaan wordt in dit hoofdstuk.
2.
In aanvulling op het eerste lid zijn de volgende bouwactiviteiten verboden: a. Het bouwen van nieuwe gebouwen binnen de locatie 'beperkingengebied - dijk - 1'.
3.
Het verbod als bedoeld in het eerste lid en het tweede lid geldt niet voor bestaande bouwwerken.
Artikel 6.4 Uitzondering verbod Het college van burgemeester en wethouders kan afwijken van het verbod als bedoeld in artikel 6.3 tweede lid, op voorwaarde dat: a. de waterkerende functie van de waterkering niet wordt aangetast; en b. vooraf schriftelijk advies ingewonnen is bij de verantwoordelijk waterbeheerder.
Artikel 6.5 Anti-dubbeltelbepaling Bij het beoordelen van een nieuw bouwplan wordt grond waarop eerder een bouwplan is goedgekeurd waar wel of nog geen uitvoering aan is gegeven niet meegenomen in de overweging.
Artikel 6.6 Geldende vergunning Als er voor dezelfde activiteit meerdere vergunningen verleend zijn, geldt de recentste vergunning.
Artikel 6.7 Specifieke zorgplicht 1.
Mogelijke beschadigingen of belemmeringen van de in sub a tot en met sub c genoemde objecten moeten worden voorkomen of beëindigd: a. wegen, en/of b. in wegen gelegen werken, en/of c. andere roerende of onroerende zaken op een aangrenzend perceel of openbare ruimte die grenst aan het bouw- of sloopterrein.
2.
Degene die bouw- en sloopactiviteit verricht en weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat mogelijke beschadigingen of belemmeringen als bedoeld in het eerste lid op kunnen treden is verplicht alle maatregelen te treffen die redelijkerwijs van diegene kunnen worden gevraagd om die beschadiging of belemmering te voorkomen of te beëindigen.
Artikel 6.8 Overschrijding bouwgrenzen
13
1.
Het is toegestaan om ondergeschikte onderdelen van bouwwerken buiten de grenzen van de locatie 'bouwvlak' te bouwen.
2.
Het gaat om de volgende ondergeschikte onderdelen van bouwwerken: a. stoepen, stoeptreden, trappen(huizen), galerijen, hellingbanen, funderingen, balkons, entreeportalen, veranda's en afdaken die tot gebouwen behoren, op voorwaarde dat deze onderdelen maximaal 2,50 meter buiten het bouwvlak vallen; of
b.
andere ondergeschikte onderdelen van gebouwen, op voorwaarde dat deze onderdelen maximaal 1,50 meter buiten het bouwvlak vallen.
Artikel 6.9 Toegelaten bouwwerken met afwijkende maten Voor bestaande bouwwerken waarvan de bestaande afstands-, hoogte-, inhouds-, en oppervlaktematen afwijken van de recentste regels voor die bouwwerken gelden de volgende regels: a. Bestaande maten die groter zijn dan wat in dit omgevingsplan maximaal is voorgeschreven, mogen behouden blijven, maar niet verder toenemen. b. Bestaande maten die kleiner zijn dan wat in dit omgevingsplan minimaal is voorgeschreven, mogen behouden blijven, maar mogen niet verder afnemen.
Artikel 6.10 Uitzetten rooilijnen en bebouwingsgrenzen 1.
Het is verboden om te beginnen met de bouw van een bouwwerk waarvoor een omgevingsvergunning voor de activiteit 'Bouwen van een bouwwerk' of een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit is verleend, voordat, voor zover nodig: a. de rooilijnen of bebouwingsgrenzen op het bouwterrein zijn uitgezet; en b. het straatpeil is uitgezet.
2.
In aanvulling op het eerste lid moet voldaan worden aan de overige regels die aan de omgevingsvergunning worden gesteld.
Artikel 6.11 Aansluiting distributienet voor elektriciteit 1.
De elektriciteitsvoorziening van een bouwwerk is aangesloten op het distributienet voor elektriciteit als: a. de aansluitafstand niet groter is dan 100 meter; of b. groter is dan 100 meter en de aansluitkosten niet hoger zijn dan bij een aansluitafstand van 100 meter.
2.
Het eerste lid geldt niet voor de activiteit 'Bouwen van een bouwwerk' voor wonen dat gebouwd is in particulier opdrachtgeverschap of op drijvende bouwwerken.
Artikel 6.12 Aansluiting distributienet voor gas De gasvoorziening van een bouwwerk is aangesloten op het distributienet voor gas als: a. het volgende artikel van de Gaswet op de aansluiting van toepassing is: artikel 10, lid 6, onder a of b; en b. voldaan wordt aan één van de volgende bepalingen: 1°. de aansluitafstand niet groter is dan 40 meter; of 2°. groter is dan 40 meter en de aansluitkosten niet hoger zijn dan bij een aansluitafstand van 40 meter. c. sub a geldt niet voor de activiteit 'Bouwen van een bouwwerk' voor wonen dat gebouwd is in particulier opdrachtgeverschap of op drijvende bouwwerken.
Artikel 6.13 Aansluiting distributienet voor drinkwater Een drinkwatervoorziening in een bouwwerk is aangesloten op het distributienet voor drinkwater als de aansluitafstand: a. niet groter is dan 40 meter; of b. groter is dan 40 meter en de aansluitkosten niet hoger zijn dan bij een aansluitafstand van 40 meter.
Artikel 6.14 Aansluiting voor afvoer van huishoudelijk afvalwater en hemelwater
14
1.
Een ondergrondse gebouwriolering voor de afvoer van huishoudelijk afvalwater en hemelwater dat door een uitwendige scheidingsconstructie van een bouwwerk loopt, ligt zoveel mogelijk haaks op de scheidingsconstructies.
2.
De gebouwaansluiting van een gebouwriolering voor de afvoer van huishoudelijk afvalwater en hemelwater op de buitenriolering, gelegen op het eigen erf of terrein, is zodanig dat bij zetting de dichtheid van de aansluiting en de afvoer niet aangetast wordt.
3.
Een terreinleiding waar huishoudelijk afvalwater door wordt geleid:
a. b. c. d. e. 4.
heeft geen vernauwing in de stroomrichting; heeft een vloeiend beloop; is waterdicht; heeft een voldoende inwendige middellijn; en bevat geen beer- of rottingput.
Bij een maatwerkvoorschrift kan in ieder geval worden bepaald: a. als een openbaar vuilwaterriool of een ander passend systeem, als bedoeld in artikel 2.16, lid 3, Omgevingswet, aanwezig is, waarop de afvoer van huishoudelijk afvalwater kan worden aangesloten: op welke plaats, op welke hoogte en met welke inwendige middellijn de perceelaansluitleiding bij de gevel van dat bouwwerk of de grens van het erf of de grens van het terrein wordt aangelegd. b. Als een openbaar hemelwaterstelsel of een openbaar vuilwaterriool aanwezig is, waarop de afvoer van hemelwater kan worden aangesloten, en hemelwater op dat stelsel of riool mag worden gebracht: op welke plaats, op welke hoogte, en met welke inwendige middellijn de perceelaansluitleiding bij de gevel van het bouwwerk of de grens van het erf of de grens van het terrein wordt aangelegd; en c. of en zo ja, hoe de afvoervoorziening of de op het erf of terrein gelegen riolering aangepast moet worden om het functioneren van de afvoervoorzieningen, naburige aansluitingen en de openbare voorzieningen voor de inzameling en het transport van afvalwater te kunnen garanderen.
Artikel 6.15 Bluswatervoorziening 1.
Een bouwwerk heeft een toereikende bluswatervoorziening, behalve als de aard, de ligging of het gebruik van het bouwwerk dat niet verlangt.
2.
De afstand tussen de bluswatervoorziening en een brandweeringang als bedoeld in artikel 3.129 of 4.226 van het Besluit bouwwerken leefomgeving, of als een brandweeringang niet aanwezig is, tot de toegang van het bouwwerk is maximaal 40 meter.
3.
De bluswatervoorziening is onbeperkt toegankelijk voor bluswerkzaamheden.
Artikel 6.16 Bereikbaarheid voor hulpverleningsvoertuigen
15
1.
Tussen de openbare weg en minimaal 1 toegang van een gebouw of ander bouwwerk voor het verblijven van personen, ligt een verbindingsweg die geschikt is voor voertuigen van de brandweer en andere hulpverleningsdiensten.
2.
Het eerste lid geldt niet: a. voor gebruiksfuncties met een gebruiksoppervlakte van maximaal 1.000 vierkante meter en met een vuurbelasting van maximaal 500 MJ/vierkante meter, bepaald volgens NEN 6090; b. voor een bouwwerk met een gebruiksoppervlakte van maximaal 50 vierkante meter; c. voor lichte industriefuncties alleen voor het bedrijfsmatig telen, kweken of opslaan van gewassen of daarmee vergelijkbare producten, met een permanente vuurbelasting van maximaal 150 MJ/vierkante meter, bepaald volgens NEN 6090. d. als de toegang van het bouwwerk op maximaal 10 meter van een openbare weg ligt; of e. als de aard, de ligging of het gebruik van het bouwwerk geen verbindingsweg verlangt.
3.
Een verbindingsweg heeft, behalve als er andere regels in dit omgevingsplan of in een gemeentelijke verordening zijn gesteld: a. een breedte van minimaal 4,05 meter; b. een verharding over een breedte van minimaal 3,25 meter die geschikt is voor motorvoertuigen met een massa van minimaal 14.500 kilogram; c. een vrijgehouden hoogte boven de kruin van de weg van minimaal 4,20 meter; en d. een doeltreffende afwatering.
4.
Een verbindingsweg is over de hoogte en breedte als bedoeld in het derde lid, vrijgehouden voor voertuigen van de brandweer en andere hulpverleningsdiensten.
5.
Hekwerken die een verbindingsweg afsluiten, kunnen door hulpdiensten snel en gemakkelijk worden geopend of worden ontsloten met een systeem dat in overleg met het bevoegd gezag is bepaald.
Artikel 6.17 Opstelplaatsen voor brandweervoertuigen 1.
Bij een bouwwerk voor het verblijven van personen zijn zodanige opstelplaatsen voor brandweervoertuigen aanwezig dat een doeltreffende verbinding tussen die voertuigen en de bluswatervoorziening kan worden gelegd.
2.
Het eerste lid geldt niet: a. voor een gebruiksfunctie met een gebruiksoppervlakte van maximaal 1.000 vierkante meter en een vuurbelasting van maximaal 500 MJ/vierkante meter, bepaald volgens NEN 6090; b. voor een bouwwerk met een gebruiksoppervlakte van maximaal 50 vierkante meter; c. voor een lichte industriefunctie alleen voor het bedrijfsmatig telen, kweken of opslaan van gewassen of daarmee vergelijkbare producten, met een permanente vuurbelasting van maximaal 150 MJ/vierkante meter, bepaald volgens NEN 6090; of d. als de aard, de ligging of het gebruik van het bouwwerk geen opstelplaatsen verlangt.
3.
De afstand tussen een opstelplaats en een brandweeringang als bedoeld in artikel 3.129 of artikel 4.226 van het Besluit bouwwerken leefomgeving of, als een brandweeringang niet aanwezig is, de afstand tot een toegang van het bouwwerk is maximaal 40 meter.
4.
Een opstelplaats voor brandweervoertuigen is over de hoogte en breedte als bedoeld in artikel 6.16, derde lid vrijgehouden voor brandweervoertuigen.
5.
Hekwerken die een opstelplaats afsluiten, kunnen door hulpdiensten snel en gemakkelijk worden geopend of worden ontsloten met een systeem dat in overleg met het bevoegd gezag is bepaald.
Artikel 6.18 Meetbepalingen 1.
De waarden die in dit hoofdstuk in meters of vierkante meters zijn uitgedrukt, worden als volgt gemeten: a. afstanden loodrecht; b. hoogten vanaf het aansluitend afgewerkt terrein, waarbij het volgende niet meegerekend wordt: plaatselijke, niet bij het verdere verloop van het terrein passende ophogingen of verdiepingen aan de voet van het bouwwerk, die niet noodzakelijk zijn voor de bouw daarvan; en c. maten buitenwerks, waarbij uitstekende delen van ondergeschikte aard volgens de bepaling in artikel 6.8 niet worden meegerekend.
2.
Voor het toepassen van eerste lid, aanhef en onder b, wordt een bouwwerk als dit ligt op een erf- of perceelsgrens, gemeten aan de kant waar het aansluitend afgewerkt terrein het hoogst is.
Artikel 6.19 Vergunningsvrij veranderen bouwwerken Het is toegestaan om zonder omgevingsvergunning de activiteit 'Veranderen van een bouwwerk' uit te voeren, op voorwaarde dat het niet gaat om een: a. uitbreiding van de bebouwde oppervlakte; b. uitbreiding van het bouwvolume; of c. bouwwerk als bedoeld in artikel 2.29, onder b tot en met r van het Besluit bouwwerken leefomgeving dat niet voldoet aan de voor dat bouwwerk in die onderdelen gestelde eisen.
Artikel 6.20 Specifieke aanvraagvereisten Bij de aanvraag van een omgevingsvergunning voor de activiteit 'Bouwen van een hoofdgebouw' als bedoeld in artikel 6.27, en de activiteit 'Bouwen van een bijbehorend bouwwerk' als bedoeld in artikel 6.53, artikel 6.60 en artikel 6.64, worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. een opgave van de bouwkosten; b. het beoogde en het huidige gebruik van het bouwwerk en de bijbehorende gronden waar de aanvraag over gaat; c. een opgave van de bruto-inhoud in kubieke meters en de brutovloeroppervlakte in vierkante meters van het deel van het bouwwerk waar de aanvraag over gaat; d. een situatietekening van de bestaande toestand en een situatie van de nieuwe toestand met daarop: 1°. de afmetingen van het perceel en het bebouwd oppervlak;
16
e. f. g.
h.
2°. de ligging van het bouwwerk ten opzichte van de perceelsgrenzen en de wegzijde; 3°. de manier waarop de locatie wordt ontsloten; 4°. de aangrenzende locaties en de daarop aanwezige bebouwing; 5°. het beoogd gebruik van de gronden behorende bij het voorgenomen bouwwerk; de hoogte van het bouwwerk ten opzichte van het straatpeil en het aantal bouwlagen; de inrichting van parkeervoorzieningen op het eigen terrein; de volgende gegevens voor de toetsing van de regels over het uiterlijk van bouwwerken, beoordeeld volgens paragraaf [welstand]: 1°. tekeningen van alle gevels van het bouwwerk, inclusief de gevels van aangrenzende bebouwing, waaruit blijkt hoe het geplande bouwwerk in de omgeving past; 2°. principedetails van gezichtsbepalende delen van het bouwwerk; 3°. kleurenfoto's van de bestaande situatie en de omliggende bebouwing; 4°. een opgave van de toe te passen bouwmaterialen in de uitwendige scheidingsconstructie en de kleur daarvan, waaronder in ieder geval het materiaal en de kleur van de gevels, het voegwerk, kozijnen, ramen en deuren, balkonhekken, dakgoten, boeidelen en de dakbedekking; 5°. het bepaalde onder iv geldt alleen voor hoofdgebouwen; en overige gegevens en bescheiden die samenhangen met een eventueel benodigde toetsing aan dit omgevingsplan.
Artikel 6.21 Redelijke eisen van welstand - [gereserveerd] 1.
Dit artikel geldt binnen de locatie 'welstandsgebied' voor: a. de activiteit 'Bouwen van een bouwwerk'; en b. de activiteit 'In stand houden van een bouwwerk'.
2.
Dit artikel geldt niet voor een tijdelijk bouwwerk dat geen seizoensgebonden bouwwerk is.
3.
Het uiterlijk van een bouwwerk mag niet in ernstige mate in strijd zijn met de redelijke eisen van welstand.
4.
De redelijke eisen van welstand, bedoeld in het derde lid worden beoordeeld aan de beeldkwaliteitscriteria, als beschreven in het welstandsbeleid zoals dat geldt op het moment van een ontvankelijke aanvraag van een omgevingsvergunning.
5.
Een maatwerkvoorschrift kan worden gesteld voor de uitwerking van de toepassing van het derde lid.
Artikel 6.22 Vergunningplicht binnen locatie welstand Het is verboden zonder omgevingsvergunning een bouwwerk te bouwen dat niet voldoet aan het bepaalde in artikel 6.21.
Artikel 6.23 Beoordelingsregels omgevingsvergunning binnen de locatie welstand De omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 6.22wordt verleend als: a. het uiterlijk en de plaatsing van het bouwwerk, zowel op zichzelf als in verband met de omgeving of de te verwachten ontwikkeling daarvan, niet in strijd is met redelijke eisen van welstand; of b. naar het oordeel van hetcollegede omgevingsvergunning in afwijking van sub a toch moet worden verleend.
Artikel 6.24 Aanvraagvereisten binnen locatie welstand In aanvulling op artikel 6.20 worden bij de aanvraag in ieder geval de volgende documenten en gegevens verstrekt: a. tekeningen van alle gevels van het bouwwerk en van de gevels van aangrenzende bebouwing, waaruit blijkt hoe het geplande bouwwerk in de directe omgeving past; b. principedetails van gezichtsbepalende delen van het bouwwerk; c. kleurenfoto's van de bestaande situatie en de omliggende bebouwing; en d. een opgave van de toe te passen bouwmaterialen in de uitwendige scheidingsconstructie en de kleur daarvan, waaronder in ieder geval het materiaal en de kleur van de gevels, het voegwerk, kozijnen, ramen en deuren, balkonhekken, dakgoten en boeidelen en de dakbedekking.
17
Artikel 6.25 Hemelwaterafvoer bij bouwwerken 1.
Dit artikel gaat over de activiteit 'Bouwen van een bouwwerk' als bedoeld in afdeling 6.2 en afdeling 6.3 voorzover het gaat om: a. bouw van nieuwe gebouwen; b. verbouw van bestaande gebouwen na 1 januari 2024 als de verbouw leidt tot uitbreiding van het bebouwd oppervlak.
2.
Het bepaalde in eerste lid geldt niet als: a. de omgevingsvergunning voor de omgevingsplanactiviteit bouwen voor 1 januari 2024 is aangevraagd; b. voor 1 januari 2024 afspraken over (mogelijke) herontwikkeling gemaakt zijn; of c. op grond van artikel 2.29 van het Besluit bouwwerken leefomgeving geen omgevingsvergunning voor de omgevingsplanactiviteit bouwen nodig is.
3.
Hemelwater dat op een gebouw als bedoeld in eerste lid en het perceel waarop dat gebouw staat, valt wordt vastgehouden en verwerkt op dat perceel.
4.
Als niet voldaan kan worden aan het bepaalde in derde lid vindt de activiteit 'Lozen van afvloeiend hemelwater' vanaf een gebouw als bedoeld in eerste lid en het perceel waarop dat gebouw staat plaats als volgt: a. bovengronds afvoeren naar lokaal oppervlaktewater of een lokale groenvoorziening; b. ondergronds afvoeren naar lokaal oppervlaktewater of een lokale groenvoorziening via een hemelwaterstelsel; of c. afvoeren naar een rioolwaterzuiveringsinstallatie, samen met het huishoudelijk afvalwater en/of bedrijfsafvalwater.
5.
Bij maatwerkvoorschrift kan in ieder geval worden bepaald: a. wanneer afgeweken kan worden van de regels als bedoeld in het derde lid en vierde lid; b. of en hoe wateroverlast in de openbare ruimte of schade aan naburige percelen en gebouwen door de activiteit 'Lozen van afvloeiend hemelwater' voorkomen kan worden.
M Afdeling 6.2 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Afdeling 6.2 Hoofdgebouw bouwen Bouwwerk slopen [Gereserveerd]
Paragraaf 6.2.1 Algemeen Artikel 6.26 Toepassingsbereik Deze paragraaf gaat over de activiteit 'Bouwen van een hoofdgebouw' en de activiteit 'In stand houden van een hoofdgebouw'.
Artikel 6.27 Vergunningplicht bouwen en in stand houden Het is verboden zonder omgevingsvergunning de activiteit 'Bouwen van een hoofdgebouw' en de activiteit 'In stand houden van een hoofdgebouw' te verrichten.
Artikel 6.28 Aanvraagvereisten Bij een aanvraag van een omgevingsvergunning als bedoeld in deze afdeling worden de gegevens en bescheiden als bedoeld in artikel 6.20 verstrekt.
Paragraaf 6.2.2 Hoofdgebouw anders dan wonen Artikel 6.29 Toepassingsbereik Deze paragraaf gaat over de activiteit 'Bouwen van een hoofdgebouw' en de activiteit 'In stand houden van een hoofdgebouw' voor: a. de activiteit 'Bedrijf';
18
b. c. d. e. f. g. h. i. j. k. l. m. n. o.
de activiteit 'Detailhandel'; de activiteit 'Dienstverlening'; de activiteit 'Groen'; de activiteit 'Handel in volumineuze goederen'; de activiteit 'Horeca in horeca-categorie 1' [gereserveerd]; de activiteit 'Horeca in horeca-categorie 2'; de activiteit 'Horeca in horeca-categorie 3'; de activiteit 'Horeca in horeca-categorie 4'; de activiteit 'Horeca in horeca-categorie 5'; de activiteit 'Kantoor'; de activiteit 'Maatschappelijk'; de activiteit 'Supermarkt'; de activiteit 'Sport' [gereserveerd]. de activiteit 'Wonen' in combinatie met een activiteit zoals bedoeld onder a tot en met n, alleen waar deze combinatie toegestaan is in .
Artikel 6.30 Beoordelingsregels - algemeen Een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 6.27 wordt verleend als: a. het hoofdgebouw in de locatie 'bouwvlak' wordt gebouwd; b. het bebouwingspercentage van het bouwvlak niet meer bedraagt dan binnen de locatie 'maximum bebouwingspercentage' met de omgevingsnorm 'maximum bebouwingspercentage' is aangegeven; c. de goothoogte niet meer is dan: 1°. 4 meter als het bestaande hoofdgebouw uit 1 bouwlaag bestaat; 2°. 7 meter als het bestaande hoofdgebouw uit 2 bouwlagen bestaat; 3°. 7 meter vermeerderd met 3 meter voor elke bouwlaag boven de tweede bouwlaag in het geval dat het bestaande hoofdgebouw uit 3 of meer bouwlagen bestaat; 4°. de goothoogte binnen de locatie 'maximum goothoogte' die met de omgevingsnorm 'maximum goothoogte' is aangegeven, als geen sprake is van gevallen onder 1tot en met 3. - [gereserveerd] d. de bouwhoogte niet meer is dan: 1°. 4 meter als het bestaande hoofdgebouw uit 1 bouwlaag bestaat; 2°. 7 meter als het bestaande hoofdgebouw uit 1 bouwlaag met kap, of 2 bouwlagen zonder kap bestaat; 3°. 10 meter als het bestaande hoofdgebouw uit 2 bouwlagen met kap bestaat; 4°. 7 meter vermeerderd met 3 meter voor elke bouwlaag boven de tweede bouwlaag in het geval dat het bestaande hoofdgebouw bestaat uit 3 of meer bouwlagen zonder kap; 5°.
10 meter vermeerderd met 3 meter voor elke bouwlaag boven de tweede bouwlaag in het geval dat het bestaande hoofdgebouw bestaat uit 3 of meer bouwlagen met kap; 6°. de bouwhoogte die binnen de locatie 'maximum bouwhoogte' met de omgevingsnorm 'maximum bouwhoogte' is aangegeven, als geen sprake is van gevallen onder 1 tot en met 5; 7°. 3 meter voor garageboxen. e. bij de combinatie van wonen met een andere functie als bedoeld in artikel 6.29, sub o wordt voldaan aan het bepaalde in artikel 6.30, sub a tot en met sub e.
Artikel 6.31 Specifieke beoordelingsregels
19
1.
Binnen de locatie 'plat dak' wordt een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 6.27 verleend als de bovenkant van een hoofdgebouw plat afgedekt is. - [gereserveerd]
2.
Binnen de locatie 'groen' wordt een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 6.27verleend als de diepte van een hoofdgebouw niet meer bedraagt dan de bestaande diepte.
3.
Een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 6.27 wordt verleend als het hoofdgebouw voor de activiteit 'Detailhandel', de activiteit 'Dienstverlening', de activiteit 'Horeca in horecacategorie 2', de activiteit 'Horeca in horeca-categorie 3', de activiteit 'Horeca in horeca-categorie 4', de activiteit 'Horeca in horeca-categorie 5', de activiteit 'Kantoor' en de activiteit 'Maatschappelijk': a. met de voorgevel in of maximaal 5 meter achter de naar de weg gekeerde grens van het bouwvlak wordt gebouwd; b. op niet minder afstand van de zijdelingse perceelsgrens staat dan de bestaande afstand; c. niet dieper is dan de bestaande diepte.
4.
Een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 6.27 wordt verleend als binnen de locatie:
a. b.
'onderdoorgang - 1' een ruimte vrij wordt gehouden van bebouwing met een hoogte van ten minste de bestaande verdiepingshoogte minus de constructiehoogte vanaf peil; en 'onderdoorgang - 2' een ruimte vrij wordt gehouden van bebouwing met een hoogte van ten minste 2,5 meter.
Artikel 6.32 Uitzondering nutsvoorziening Het verbod als bedoeld in artikel 6.27 geldt niet als het hoofdgebouw voor een nutsvoorziening wordt gebouwd en deze: a. een bouwhoogte heeft die maximaal 4 meter is; b. een oppervlakte heeft die maximaal 25 m2 is; en c. binnen of buiten de locatie 'bouwvlak' wordt gebouwd.
Artikel 6.33 Uitzondering bouwen binnen bouwvlak 1.
Een hoofdgebouw voor de activiteit 'Bedrijf', de activiteit 'Detailhandel' of de activiteit 'Wonen' in combinatie met een andere activiteit als bedoeld in artikel 6.29, sub o mag, in afwijking van het bepaalde in artikel 6.30, sub a, buiten het bouwvlak worden gebouwd als: a. de oppervlakte van het deel van het hoofdgebouw dat buiten het bouwvlak ligt, maximaal 10 m2 bedraagt; en b. de bouwhoogte van het deel van het hoofdgebouw dat buiten het bouwvlak ligt, maximaal de eerste bouwlaag van het hoofdgebouw bedragen;
2.
Als de bestaande maten van het deel van het bouwwerk dat buiten het bouwvlak ligt, meer bedragen dan bedoeld in het eerste lid, sub a of b, dan gelden de bestaande maten als maximum.
Artikel 6.34 Uitzondering bebouwingspercentage Bij het bouwen van een hoofdgebouw voor de activiteit 'Bedrijf'', de activiteit 'Detailhandel', de activiteit 'Maatschappelijk' of de activiteit 'Wonen' in combinatie met een andere activiteit als bedoeld in artikel 6.29, sub o mag het bouwvlak, in afwijking van het bepaalde in artikel 6.30, sub b, volledig worden bebouwd.
Artikel 6.35 Uitzondering goothoogte De goothoogte van een hoofdgebouw mag, in afwijking van het bepaalde in artikel 6.30, sub c: a. voor de activiteit 'Detailhandel', de activiteit 'Dienstverlening', de activiteit 'Horeca in horecacategorie 2', de activiteit 'Horeca in horeca-categorie 3', de activiteit 'Horeca in horeca-categorie 4', de activiteit 'Horeca in horeca-categorie 5', de activiteit 'Kantoor', de activiteit 'Maatschappelijk' of de activiteit 'Wonen' in combinatie met een andere activiteit als bedoeld in artikel 6.29, sub o maximaal 7 meter bedragen, in het geval dat artikel 6.30, sub c niet van toepassing is; of b. maximaal de bestaande goothoogte bedragen in het geval dat deze goothoogte bij het bestaand aantal bouwlagen meer bedraagt dan toegelaten door artikel 6.30, sub c.
Artikel 6.36 Uitzondering bouwhoogte De bouwhoogte van een hoofdgebouw mag, in afwijking van het bepaalde in artikel 6.30 sub d: a. voor de activiteit 'Detailhandel', de activiteit 'Dienstverlening', de activiteit 'Horeca in horecacategorie 2', de activiteit 'Horeca in horeca-categorie 3', de activiteit 'Horeca in horeca-categorie 4', de activiteit 'Horeca in horeca-categorie 5', de activiteit 'Kantoor', de activiteit 'Maatschappelijk' of de activiteit 'Wonen' in combinatie met een andere activiteit als bedoeld in artikel 6.29, sub o maximaal 10 meter bedragen; b. binnen de locatie 'specifieke bouwaanduiding - 1' maximaal 4 meter bedragen, gemeten vanaf de bovenkant van de straat Kerkbuurt; of c. maximaal de bestaande bouwhoogte bedragen in het geval dat deze bouwhoogte bij het bestaand aantal bouwlagen meer bedraagt dan toegelaten door artikel 6.30, sub d.
Artikel 6.37 Uitzondering diepte gebouw De diepte van een hoofdgebouw mag voor de activiteit 'Detailhandel', de activiteit 'Dienstverlening', de activiteit 'Horeca in horeca-categorie 2', de activiteit 'Horeca in horeca-categorie 3', de activiteit 'Horeca in horeca-categorie 4', de activiteit 'Horeca in horeca-categorie 5', de activiteit 'Kantoor', de activiteit 'Maatschappelijk' of de activiteit 'Wonen' in combinatie met een andere activiteit als
20
bedoeld in artikel 6.29, sub o in afwijking van het bepaalde in artikel 6.31, derde lid, meer bedragen dan de bestaande diepte in het geval dat: a. het hoofdgebouw binnen de locatie 'specifieke bouwaanduiding - 2' ligt; b. er geen afbreuk wordt gedaan aan de toegestane gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden en bouwwerken; c. de uitbreiding van het hoofdgebouw noodzakelijk is voor een doelmatige bedrijfsvoering; en d. er wordt voorzien in voldoende parkeerruimte.
Paragraaf 6.2.3 Hoofdgebouw wonen Artikel 6.38 Toepassingsbereik 1.
Deze paragraaf is bedoeld voor de activiteit 'Wonen' en gaat over de activiteit 'Bouwen van een hoofdgebouw' en de activiteit 'In stand houden van een hoofdgebouw'.
2.
Deze paragraaf is niet bedoeld voor de activiteit 'Wonen' in combinatie met een andere functie als bedoeld in artikel 6.30, sub o, en gaat daarom niet over de activiteit 'Bouwen van een hoofdgebouw' en de activiteit 'In stand houden van een hoofdgebouw' als er sprake is van een combinatie van de activiteit 'Wonen' met een andere functie.
Artikel 6.39 Beoordelingsregels Een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 6.27 wordt verleend als: a. het hoofdgebouw in de locatie 'bouwvlak' wordt gebouwd; b. de bestaande inhoudsmaat van het hoofdgebouw niet wordt vergroot; c. het hoofdgebouw met de voorgevel in of maximaal 5 meter achter de naar de weg gekeerde grens van het bouwvlak wordt gebouwd; d. de afstand van het hoofdgebouw tot de zijdelingse perceelsgrens niet meer bedraagt dan de bestaande afstand; e. de diepte van het hoofdgebouw niet meer bedraagt dan de bestaande diepte; f. de goothoogte niet meer is dan: 1°. 4 meter als het bestaande hoofdgebouw uit 1 bouwlaag bestaat; 2°. 7 meter als het bestaande hoofdgebouw uit 2 bouwlagen bestaat; 3°. 7 meter vermeerderd met 3 meter voor elke bouwlaag boven de tweede bouwlaag in het geval dat het bestaande hoofdgebouw uit 3 of meer bouwlagen bestaat; g. de bouwhoogte niet meer is dan: 1°. 4 meter als het bestaande hoofdgebouw uit 1 bouwlaag bestaat; 2°. 7 meter als het bestaande hoofdgebouw uit 1 bouwlaag met kap, of 2 bouwlagen zonder kap bestaat; 3°. 10 meter als het bestaande hoofdgebouw uit 2 bouwlagen met kap bestaat; 4°. 7 meter vermeerderd met 3 meter voor elke bouwlaag boven de tweede bouwlaag in het geval dat het bestaande hoofdgebouw bestaat uit 3 of meer bouwlagen zonder kap; 5°.
10 meter vermeerderd met 3 meter voor elke bouwlaag boven de tweede bouwlaag in het geval dat het bestaande hoofdgebouw bestaat uit 3 of meer bouwlagen met kap; en h. de bouwhoogte van parkeergarages, met uitzondering van in- en uitritten, maximaal 2 meter bedraagt; i. de bovenkant van een hoofdgebouw plat afgedekt is binnen de locatie waarvoor de omgevingsnorm 'plat dak' geldt - [gereserveerd]; j. binnen de locatie 'onderdoorgang - 2' minimaal een ruimte met een hoogte van 2,5 meter vrij wordt gehouden van bebouwing; k. binnen de locatie 'dove gevel' de geveldelen van gebouwen vanaf een bouwhoogte van 3,5 meter als dove gevel worden uitgevoerd - [gereserveerd]; l. binnen de locatie 'specifieke bouwaanduiding - 1' uitspringende geveldelen niet voorkomen boven een goothoogte van 12 meter; m. binnen de locatie 'specifieke bouwaanduiding - 2' de begane grondvloer van hoofdgebouwen minimaal 0,5 meter boven de hoogte van de direct naastgelegen weg ligt; n. binnen de locatie [geluidaandachtsgebied Molendijk - Industrieweg] als de geluidbelasting op de woning als gevolg van milieubelastende activiteiten op het industrieterrein Molendijk/Industrieweg niet hoger is dan [PM] - [gereserveerd].
Artikel 6.40 Uitzondering nutsvoorziening Het verbod als bedoeld in artikel 6.27 geldt niet als het hoofdgebouw voor een nutsvoorziening wordt gebouwd en: a. een bouwhoogte heeft die maximaal 4 meter is; b. een oppervlakte heeft die maximaal 25 m2 is; en
21
c.
binnen of buiten de locatie 'bouwvlak' wordt gebouwd.
Artikel 6.41 Uitzondering vergroting hoofdgebouw De bestaande inhoudsmaat van het hoofdgebouw mag, in afwijking van het bepaalde in artikel 6.39, sub j, worden vergroot als: a. er sprake is van een vergroting door: 1°. dakkapellen; 2°. aanbouwen die toegestaan zijn op grond van paragraaf 6.3.1; of 3°. vervangende nieuwbouw; en b. de inhoudsmaat binnen de locatie 'inhoud' over twee bouwlagen wordt vergroot door het hoofdgebouw met maximaal 1,10 meter aan de achterzijde uit te breiden. - [gereserveerd]
Artikel 6.42 Uitzondering diepte hoofdgebouw - [gereserveerd] De diepte van hoofdgebouwen voor wonen in het dijklint binnen de locatie 'wonen in dijklint' mag, in afwijking van het bepaalde in artikel 6.39, sub f, worden vergroot tot een diepte van 10 meter als de bestaande diepte minder dan 10 meter bedraagt.
Artikel 6.43 Uitzondering goothoogte De goothoogte van een hoofdgebouw mag, in afwijking van het bepaalde in artikel 6.39, sub g: a. maximaal de bestaande goothoogte bedragen in het geval dat deze goothoogte bij het bestaand aantal bouwlagen meer bedraagt dan toegelaten door artikel 6.39, sub g; b. maximaal de bestaande goothoogte bedragen, vermeerderd met maximaal 3 meter, binnen de locatie 'gevelopbouw' of de locatie 'dakopbouw'; of - [gereserveerd] c. alleen waar dit is aangeduid met de omgevingsnorm 'plat dak' maximaal de bouwhoogte bedragen. - [gereserveerd]
Artikel 6.44 Uitzondering bouwhoogte De bouwhoogte van een hoofdgebouw mag, in afwijking van het bepaalde in artikel 6.39, sub h: a. maximaal de bestaande bouwhoogte bedragen in het geval dat deze bouwhoogte bij het bestaand aantal bouwlagen meer bedraagt dan toegelaten door artikel 6.39, sub h; b. alleen binnen de locatie 'dakopbouw' maximaal de bestaande bouwhoogte bedragen, vermeerderd met maximaal 3 meter; of - [gereserveerd] c. alleen waar dit is aangeduid met de omgevingsnorm 'plat dak' maximaal de bestaande bouwhoogte bedragen. - [gereserveerd]
Paragraaf 6.2.4 Hoofdgebouw voor een nutsvoorziening in de openbare ruimte Artikel 6.45 Toepassingsbereik Deze paragraaf gaat over een nutsvoorziening in de openbare ruimte waarbij sprake is van de activiteit 'Bouwen van een hoofdgebouw' en de activiteit 'In stand houden van een hoofdgebouw'.
Artikel 6.46 Uitzondering Het verbod als bedoeld in artikel 6.27 geldt niet als: a. het hoofdgebouw voor een nutsvoorziening: 1°. wordt gebouwd binnen de locatie 'nutsvoorziening'; 2°. een bouwhoogte heeft die maximaal 4 meter is; 3°. een oppervlakte heeft die maximaal 25 m2 is; en b. overstekende delen van een hoofdgebouw voor een nutsvoorziening in de openbare ruimte gebouwd worden, waarbij in de openbare ruimte een hoogte van drie meter, gemeten vanaf peil, vrij blijft van bebouwing. N Afdeling 6.3 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Afdeling 6.3 Bijbehorend bouwwerk of een uitbreiding daarvan bouwen, Bouwwerk in stand houden of gebruiken [Gereserveerd]
22
Paragraaf 6.3.1 Bouwen van een bijbehorend bouwwerk voor wonen Artikel 6.47 Toepassingsbereik 1.
Deze paragraaf is bedoeld voor de activiteit 'Wonen' als bedoeld in artikel 6.38 en gaat over de activiteit 'Bouwen van een bijbehorend bouwwerk' en de activiteit 'In stand houden van een bijbehorend bouwwerk'.
2.
Deze paragraaf is niet bedoeld voor de activiteiten als bedoeld in artikel 6.29, sub a tot en met sub o en gaat daarom niet over de activiteit 'Bouwen van een bijbehorend bouwwerk' en de activiteit 'In stand houden van een bijbehorend bouwwerk' als er sprake is van een bijbehorend bouwwerk anders dan een bijbehorend bouwwerk bij alleen de activiteit 'Wonen'.
Artikel 6.48 Algemene regels bouwen van een op de grond staand bijbehorend bouwwerk Het bouwen van een op de grond staand bijbehorend bouwwerk mag zonder omgevingsvergunning worden uitgevoerd als wordt voldaan aan onderstaande voorwaarden: a. op de grond staande bijbehorende bouwwerken staan binnen de locatie 'bouwvlak'; b. op de grond staande bijbehorende bouwwerken staan minimaal 1 meter achter de voorgevellijn; c. op de grond staande bijbehorende bouwwerken staan minimaal 1 meter achter de zijerfgrens als deze aan de openbare weg ligt; d. de goothoogte van op de grond staande bijbehorende bouwwerken is niet meer dan 3 meter; e. de bouwhoogte van op de grond staande bijbehorende bouwwerken is niet meer dan 5 meter; f. de diepte van op de grond staande aangebouwde bijbehorende bouwwerken aan de achterzijde van het hoofdgebouw is niet meer dan 4 meter; g. de gezamenlijke oppervlakte van bijbehorend bouwwerken in het bebouwingsgebied bedraagt: 1°. bij een bebouwingsgebied van 100 m2 of meer: niet meer dan 50% van dat bebouwingsgebied; 2°. bij een bebouwingsgebied tussen de 100 m2 en 300 m2: niet meer dan 50 m2 plus 20% van het deel van het bebouwingsgebied dat groter is dan 100 m2; of 3°. bij een bouwvlak van meer dan 300 m2: 90 m2 plus 10% van het deel van het bebouwingsgebied dat groter is dan 300 m2 tot niet meer dan 150 m2; en h.