240220_Raadsvoorstel_Noord-Zuidverbinding_-_De_Groene_Verbinding.pdf
Tekst van het document
Recreatieve waarde
Veroorzaakt een herindeling van het gehele gebied vanaf de Thorbeckelaan tot aan de Sportlaan waardoor alle functies (ook het zwembad) geraakt worden.
Woonklimaat
Raakt vooral de bewoners van de Schaepmanstraat en Februariplantsoen.
Betaalbaarheid
Vergelijkbaar met smalle viaduct.
Planning
Kan voldoen
Faseerbaar
Matig, want nieuw zwembad kan alleen worden gebouwd als oude eerst wordt gesloopt.
Rapportagedocument Sliedrecht Bouwt
57
Model 2 Verbinding wordt smaller en loopt over de korfbal en buigt uit bij het trapveld tot op een afstand van 50m van het Februariplantsoen, steekt dan over de A15 en buigt af naar rotonde bij N482. De groenstrook langs de A15 (Tiendweg) wordt royaal over de volkstuinen, moestuin, trapveld en korfbal verbonden met het Feitsmapark. Het clubhuis van de trimclub wordt verplaatst naar de oostzijde van het plangebied. De korfbal wordt verplaatst naar de ijsbaan direct achter het gezondheidscluster. De volkstuinen krimpen 50% in. De moestuin gaat naar de huidige zwembadlocatie. De ijsbaan en skeelerbaan worden in verbeterde vorm verplaatst naar Noord aan de westzijde van de N482. In de groene verbinding wordt een goed trapveld annex evenemententerrein gerealiseerd. De handboogclub verhuist naar elders. Het zwembad kan nieuwbouw krijgen op de oosthelling bij de Sportlaan. De duikclub blijft daar.
Rapportagedocument Sliedrecht Bouwt
58
Model 2
Beoordeling model 2
Oppervlaktes
huidige situatie
Model 2
Vereniging
veld
gebouw
openbare ruimte
totaal huidige situatie
in plangebied zuid
korfbal
6225
400
1800
8425
8425
Park/trimclub/handboog
6785
250
7035
25300
sociale moestuin
3790
180
volkstuinen
12540
Ijsbaan/skeeler
10720
220
150
4120
290
12830
825
11765
in plangebied noord
buiten plangebied
handboog 3790
4100 11765
zwembad
6500
3500
duikclub
150
150
Variant
Model 2
Verkeerskundige kwaliteit
Goed, want een rechtstreekse verbinding voor auto’s en fietsers.
Kwaliteit openbare ruimte
Goede waardetoevoeging voor de groene verbinding polder – Merwede (mits minder smalle viaduct). Heeft als meerwaarde de rechtstreekse verbinding tussen groengebied Tiendweg tot en met het Feitsmapark.
Recreatieve waarde
Veroorzaakt een herindeling van het gehele gebied vanaf de Thorbeckelaan tot aan de Sportlaan waardoor alle functies (ook het zwembad) geraakt worden.
Woonklimaat
Raakt vooral de bewoners van de Schaepmanstraat en Februariplantsoen.
Betaalbaarheid
Vergelijkbaar met smalle viaduct.
Planning
Kan voldoen
Faseerbaar
Redelijk, m.u.v. sociale moestuin kan niet doorfunctioneren
Rapportagedocument Sliedrecht Bouwt
59
Model 3 De verbinding loopt naast de Havik midden over het hele gebied over korfbal, over het trapveld, over de moestuin en over de volkstuinen en zwembad heen naar de N482. Alle functies worden opnieuw geschikt. Aan de westkant komen de volkstuinen en de moestuin terug. Aan de oostzijde komen de korfbal en de trimclub met trapveld terug. De ijsbaan/skeelerbaan wordt in verbeterde vorm verplaatst naar Noord aan de westzijde van de N482. Het handboogschieten moet worden verplaatst naar elders. Het zwembad kan nieuwbouw krijgen op de oosthelling bij de Sportlaan. De duikclub blijft daar.
Rapportagedocument Sliedrecht Bouwt
60
Model 3
Beoordeling model 3
Oppervlaktes
huidige situatie
Model 3
Vereniging
veld
gebouw
openbare ruimte
totaal huidige situatie
in plangebied zuid
korfbal
6225
400
1800
8425
8425
Park/trimclub/handboog
6785
250
7035
25300
sociale moestuin
3790
180
volkstuinen
12540
Ijsbaan/skeeler
10720
220
150
4120
290
12830
825
11765
in plangebied noord
buiten plangebied
handboog 3790
4100 11765
zwembad
6500
3500
duikclub
150
150
Variant
Model 3
Verkeerskundige kwaliteit
Goed, want een rechtstreekse verbinding voor auto’s en fietsers.
Kwaliteit openbare ruimte
Redelijke waardetoevoeging voor de groene verbinding polder – Merwede. Wel een beperkt publiek park.
Recreatieve waarde
Veroorzaakt een herindeling van het gehele gebied vanaf de Thorbeckelaan tot aan de Sportlaan waardoor alle functies (ook het zwembad) geraakt worden.
Woonklimaat
Raakt bewoners Schaepmanstraat - Februariplantsoen en Lijsterweg in gelijke mate.
Betaalbaarheid
Vergelijkbaar met smalle viaduct.
Planning
Kan voldoen
Faseerbaar
Matig, volkstuinen kunnen niet doorfunctioneren.
Rapportagedocument Sliedrecht Bouwt
61
Model 4 De verbinding loopt naast de Havik over het hele gebied over korfbal, over het trapveld, over de moestuin en over de volkstuinen en zwembad heen naar de N482. Alle functies worden opnieuw ingedeeld. Aan de westkant blijft het korfbal met een herschikking van de velden en op cq naast het talud een deel van de volkstuinen. Aan de oostzijde blijft een kleiner deel van de volkstuinen en komt de trimclub met trapveld terug. De ijsbaan/skeelerbaan wordt in verbeterde vorm verplaatst naar de westzijde van de N482 of in aangepaste vorm ongeveer op de huidige locatie (met als nadeel niet te gebruiken als trapveld in de maanden november t/m maart). Het handboogschieten moet worden verplaatst naar elders. Het zwembad kan nieuwbouw krijgen op de westhelling bij de Sportlaan. De duikclub blijft op huidige locatie.
Rapportagedocument Sliedrecht Bouwt
62
Beoordeling model 4
Variant
Model 4
Verkeerskundige kwaliteit
Goed, want een rechtstreekse verbinding voor auto’s en fietsers.
Kwaliteit openbare ruimte
Redelijke waardetoevoeging voor de groene verbinding polder – Merwede. Wel een redelijk publiek park.
Recreatieve waarde
Veroorzaakt een herindeling van het gehele gebied vanaf de Thorbeckelaan tot aan de Sportlaan waardoor alle functies (ook het zwembad) geraakt worden.
Woonklimaat
Raakt bewoners Schaepmanstraat - Februariplantsoen en Lijsterweg in gelijke mate.
Betaalbaarheid
Vergelijkbaar met smalle viaduct.
Planning
Kan voldoen
Faseerbaar
Slecht, korfbal kan niet door functioneren. .
Rapportagedocument Sliedrecht Bouwt
63
Als reactie op de vier modellen zijn door bewoners en vereniging twee alternatieven voorgesteld: een tunnel over het midden van het plangebied voorgesteld door de bewoners van het Februariplantsoen en een kruising van model 3 en 4.
Februariplantsoen
Kruising van model 3 en 4.
De variant van het Februariplantsoen loopt over het midden van het plangebied, gaat met een tunnel onder de A15 door en buigt dan af naar de Sportlaan om vandaar weer te stijgen naar het viaduct.
Rapportagedocument Sliedrecht Bouwt
64
Februariplantsoen De variant van het Februariplantsoen loopt over het midden van het plangebied, gaat met een tunnel onder de A15 door en buigt dan af naar de Sportlaan om vandaar weer te stijgen naar het viaduct.
Kruising 3- 4 De variant gebaseerd op het idee om in model 4 de korfbal en het park om te keren (model kruising 3-4) scoort als volgt:
Variant
Februariplantsoen
Verkeerskundige kwaliteit
Slecht, want geen rechtstreekse verbinding, auto’s moeten een slinger maken en fietsers gaan eerst in de tunnel 5 meter naar beneden, weer 5 meter omhoog om op maaiveld te komen en daarna 7 meter naar boven om over het viaduct heen te komen.
Kwaliteit openbare ruimte
Geen waardetoevoeging voor de groene verbinding polder – Merwede.
Recreatieve waarde
Veroorzaakt een herindeling van een groot deel van het gebied. Het zwembad wordt niet geraakt.
Woonklimaat
Raakt bewoners Schaepmanstraat - Februariplantsoen en Lijsterweg in gelijke mate.
Betaalbaarheid
Vergelijkbaar met Schaepmantunnel.
Planning
Twijfel vanwege relatie met A15 en zware kabel- en leidingenpakket.
Faseerbaar
?
Variant
Kruising 3 en 4
Verkeerskundige kwaliteit
Goed, want een rechtstreekse verbinding voor auto’s en fietsers.
Kwaliteit openbare ruimte
Goede waardetoevoeging voor de groene verbinding polder – Merwede. Maakt een groene verbinding vanaf Tiendweg tot en met Feitsmapark mogelijk. Levert een publiek park op.
Recreatieve waarde
Veroorzaakt een herindeling van het gehele gebied vanaf de Thorbeckelaan tot aan de Sportlaan waardoor alle functies (ook het zwembad) geraakt worden.
Woonklimaat
Raakt bewoners Schaepmanstraat - Februariplantsoen en Lijsterweg in gelijke mate.
Betaalbaarheid
Vergelijkbaar met smalle viaduct.
Planning
Kan voldoen
Faseerbaar
Matig, volkstuinen kunnen niet door functioneren.
Rapportagedocument Sliedrecht Bouwt
65
Als de laatste 6 varianten in één tabel worden samengevat dan ontstaat het volgende beeld: Variant
Voldoet het verkeerskundig?
Kwaliteit openbare ruimte/ groene verbinding
Recreatieve waarde
Woonklimaat
Kosten/ dekking
Te faseren?
Score
Model 1
+
++
+
--
-
+
2
Model 2
++
+++
+
-
--
+
4
Model 3
+
+
+
0
-
-
1
Model 4
+
++
++
0
-
--
2
Model kruising 3-4
+
++
+
0
-
+
4
--
+
++
0
0
+
2
Februariplantsoen
Rapportagedocument Sliedrecht Bouwt
66
15 en 16) Verbeterde model 2 en kruising 3-4 Model 2 en kruising 3-4 scoren het best. Deze zijn vervolgens verbeterd waarbij gebruik is gemaakt van de verbetervoorstellen uit de 2e consultatieronde. Deze voorstellen hebben betrekking op het inpassen van de sociale moestuin, het al of niet inpassen van de ijsbaan/ skeelerbaan (onder voorwaarden), het zo mogelijk meer/ voldoende oppervlak beschikbaar stellen voor de volkstuinen, het verbreden van het viaduct tot 30 m1 of 40 m1, het inpassen van voldoende parkeergelegenheid en het omkeren van het clubhuis van de korfbal in model 2. Door bureau Palmbout zijn deze voorstellen verwerkt.
Rapportagedocument Sliedrecht Bouwt
67
Beide modellen hebben een heldere verkeersstructuur en beide bieden een directe doorlopende groene verbinding van de Tiendweg tot aan het Feitsmapark (model 1 iets ruimer dan model 2).
In beide modellen is een schaatsbaan annex skeelerbaan in aangepaste vorm in te passen (geen wedstrijdformaat, niet teveel asfalt). Beter is het een moderne baan in Noord te realiseren.
In beide modellen is het gebied Lockhorst hetzelfde: een nieuw zwembad met parkeerterrein (70 pp) kan er goed in. Voor het bedrijvenpark ontstaat aan de westzijde een parkje. Of de duikclub op haar huidige plek kan blijven, moet in de verdere uitwerking blijken.
Het woonklimaat wordt in model 1 voor het Februariplantsoen/ Schaepmanstraat meer geraakt dan in model 2, waarin de effecten gelijkelijk worden verdeeld. Als de beide modellen tegen elkaar worden afgezet, dan ontstaat het volgende beeld:
De korfbalclub en trimclub krijgen een nieuwe plek met nieuwbouw. De volkstuinen en sociale moestuin kunnen in model 2 redelijk en in model 1 slechts beperkt een plek krijgen. De handboogschietvereniging krijgt in beide modellen geen plek.
Variant
Voldoet het verkeerskundig?
Kwaliteit openbare ruimte/ groene verbinding
Recreatieve waarde
Woonklimaat
Kosten/ dekking
Te faseren?
Score
Model 1
+
+++
+
-
-
+
4
Model 2
+
++
++
0
-
+
5
Rapportagedocument Sliedrecht Bouwt
68
Het voorkeursmodel
Rapportagedocument Sliedrecht Bouwt
69
Bijlage 2: Effecten verkeersafwikkeling Inleiding
Verkeersmodel
De komst van nieuwe woonwijk leidt tot een verandering en toename van de verkeersstromen in Sliedrecht. Met behulp van het verkeersmodel van de gemeente Dordrecht is een drietal situaties doorgerekend: 4. Wat is de huidige verkeersintensiteit in Sliedrecht? 5. Wat is de verkeersintensiteit in 2033 als er een nieuwe wijk zonder verbinding wordt gerealiseerd? 6. Wat is de verkeersintensiteit in 2033 als er een nieuwe wijk met verbinding wordt gerealiseerd?
Het gebruikte verkeersmodel is beperkt, omdat het zich beperkt tot motorvoertuigen. Een nieuw model is net geïnstalleerd, waarin ook fiets en openbaar vervoer meetellen. Dit model zal de komende maanden ook op de bovenstaande drie vragen losgelaten kunnen worden. Dit is van belang omdat de effecten van beleid (STOMP) verwerkt kunnen worden.
Huidige situatie Het verkeer naar Noord wikkelt zich nu af via de Stationsweg, de Rivierdijk en Parallelweg met de Thorbeckelaan, Deltalaan/ Parallelweg en Sportlaan/Stationsplein als verbindingen. Omdat de cijfers moeilijk leesbaar zijn, is hieronder in een tabel de cijfers van de belangrijkste routes nog opgenomen.
Figuur 1: situatie 2023
Rapportagedocument Sliedrecht Bouwt
70
Situatie 2033 zonder nieuwe verbinding Als al het verkeer van de nieuwe wijk op het bestaande wegennet moet worden afgewikkeld, dan wordt deze uiteraard zwaarder belast. Dit raakt met name de Stationsweg (+28%) en Rivierendijk (+24%), de Thorbeckelaan bij Simon Stevinstraat (+32%), het Stationsplein (+44%) en Sportlaan (+37%). Heel veel verkeer, waarschijnlijk teveel voor de capaciteit, wordt afgewikkeld via de Parallelweg. Opvallend is ook de toename op de A15 (+13%), waaruit het belang van RWS blijkt bij een NZ-verbinding. In de afbeeldingen is de situatie in 2033 en het verschil met 2023 in beeld gebracht.
Figuur 2: situatie in 2033 met een nieuwe wijk zonder nieuwe verbinding
Figuur 3: verschil tussen 2023 en 2033 zonder nieuwe verbinding
Rapportagedocument Sliedrecht Bouwt
71
Situatie in 2033 met een nieuwe verbinding De nieuwe verbinding zorgt ervoor dat het verkeer evenwichtiger verdeeld wordt over Sliedrecht. De nieuwe verbinding verwerkt per etmaal op een werkdag bijna 10.000 motorvoertuigen. Dit is begrijpelijk omdat het een kortere verbinding is dan de bestaande. Het gebruik van de verbinding wordt ook beïnvloed door het nu nog onzekere voorzieningenniveau in de nieuwe wijk en uiteraard ook van het autobezit in die wijk. De nieuwe verbinding heeft ook tot gevolg dat ondanks de toevoeging van de nieuwe wijk, een verlaging van de intensiteiten op de Stationsweg (-18%) en Rivierdijk (-16%), terwijl het gedeelte van de Thorbeckelaan bij de Simon Stevinstraat rustiger (-26%) wordt en het gedeelte van de Schaepmanstraat tot aan de Lijsterweg behoorlijk drukker (+33%). Een deel van het verkeer stroomt ook weg via de dwarsverbindingen tussen de Thorbeckelaan en de Rivierdijk. De Parallelweg ten noorden van de A15 wordt ook behoorlijk drukker. De weg wordt overigens over paar jaar aangepakt waardoor de capaciteit zal toenemen. Onderstaande twee afbeeldingen geven de toestand in 2033 weer en het verschil met 2023.
Figuur 4: situatie 2033 met een nieuwe wijk en een nieuwe verbinding
Figuur 5: verschil tussen 2023 en 2033 met een nieuwe verbinding
Rapportagedocument Sliedrecht Bouwt
72
In een tabel gevat zijn de cijfers als volgt: 1800 woningen zonder NZverbinding
verschil
percen tage verschil
1800 woningen in Noord + NZverbinding
verschil
percentage verschil
Conclusies
2023
2033
2033
Stationsweg
14.000
18.000
4.000
29%
11.500
-2.500
-18%
Rivierdijk
12.500
15.400
2.900
23%
10.500
-2.000
-16%
Thorbeckelaan bij Simon Stevinstraat
11.000
14.500
3.500
32%
8.100
-2.900
-26%
Thorbeckelaan tussen Schaepmanstraat en Lijsterweg
8.000
10.500
2.500
31%
10.600
2.600
33%
Deltalaan
13.800
16.200
2.400
17%
14.900
1.100
8%
Parallelweg bij viaduct
16.000
20.500
4.500
28%
18.300
2.300
14%
Stationsplein
10.600
18.800
8.200
77%
15.900
5.300
50%
Sportlaan
7.900
10.000
2.100
27%
12.200
4.300
54%
Viaduct N482
6.900
12.700
5.800
84%
14.300
7.400
107%
kruispunt N882 Oosteinde (Wijngaarde)
7.700
9.600
1.900
25%
9.900
2.200
29%
9.700
9.700
91.000
2.000
NZ-verbinding A15
89.000
101.000
12.000
13%
De groei is niet volledig toe te schrijven aan de komst van een nieuwe wijk. Er is ook nog enige autonome groei, enkel procenten, van het autoverkeer in verwerkt.
A. De komst van een nieuwe wijk ten noorden van de Betuwelijn zonder een NZ-verbinding kan het wegennet in Sliedrecht niet verwerken. Dit geldt met name voor de Stationsweg. B. Een nieuwe Noord-zuidverbinding is als de nieuwe wijk zich ontwikkelt een noodzaak.
2%
Rapportagedocument Sliedrecht Bouwt
73
Geluidsbelasting Door Antea is akoestisch onderzoek verricht. In onderstaande paragraaf worden de resultaten besproken. Als eerste worden de resultaten weergegeven van de situatie zonder maatregelen. Daarna wordt ingegaan op wat maatregelen voor invloed hebben op het reduceren van de geluidbelasting op de woningen. Voorkeurmodel Uit de berekeningsresultaten volgt dat de geluidbelasting bij in totaal bij 26 woningen een overschrijding plaatsvindt van de voorkeursgrenswaarde van 48 dB. Op geen enkele woning is de geluidbelasting hoger dan de maximaal toegestane geluidbelasting. In afbeelding 3.1 is weergegeven bij welke woningen de overschrijding optreedt. Maatregelen Om de geluidbelasting te beperken, kunnen de volgende maatregelen worden getroffen: • Maatregelen aan de bron door middel van het toepassen van een geluidarm wegdektype. In totaal vindt er na het toepassen van een geluidsreducerend wegdek bij vijf woningen nog een overschrijding plaats van de voorkeursgrenswaarde van 48 dB (afbeelding 3.2). • Verlagen maximumsnelheid. Dit heeft veel effect zoals uit de prent (afbeelding hiernaast) blijkt. Alleen de twee woningen op de hoek van de Thorbeckelaan hebben dan nog te maken met een overschrijding.
Rapportagedocument Sliedrecht Bouwt
74
Bijlage 3: Reacties verenigingen en omwonenden
Rapportagedocument Sliedrecht Bouwt
75
BIJLAGE 2: FINANCIËN NOORD-ZUIDVERBINDING
1.
Inleiding
In het raadsvoorstel wordt de gemeenteraad gevraagd: a. in te
stemmen met de voorkeursvariant en de oplossingen voor de huidige
voorzieningen;
b. een voorbereidingskrediet beschikbaar te stellen voor het uitwerken van de voorkeursvariant en de oplossingen voor de voorzieningen: c. in te stemmen met de begrotingswijziging.
Voor het besluit onder ‘b’ wordt een percentage van ca. 9% van de geraamde investeringen aangehouden oftewel € 3,8 miljoen. De
ontwikkelaars zullen hiervan, mits er een haalbaar plan ligt, 50% gaan
bijdragen. In deze bijlage wordt het eerst de geraamde investering in de Noord-
zuidverbinding beargumenteerd en vervolgens als afgeleide daarvan, het voorbereidingskrediet. Vervolgens worden de risico’s in beeld gebracht. Tot slot toont de businesscase de gevolgen voor de gemeentelijke financiën.
2.
Financiën verbinding
De financiën van de beoogde Noord-zuid-verbinding, zoals in de afbeelding in beeld gebracht, en de erdoor veroorzaakte herontwikkelingen, hebben betrekking op kosten, dekking, boekwaardes, exploitatielasten, planschade, e.d. Voor het berekenen van de financiën van de gehele ontwikkeling zijn
de volgende posten concreet van belang: 1.
Kosten verbinding
2.
Kosten verplaatsen verenigingen
3.
Kosten inrichting plangebied
4.
Divers (planschades, exploitatiecompensatie, e.d.)
5.
Boekwaardes vooral van de Lockhorst
Tegenover de kosten staan de volgende (mogelijke) inkomsten: 1.
Rijkssubsidie verbinding
2.
Bijdrage ontwikkelaars Noord
3.
Reservering Koers 2030
4.
Subsidies (sport, groen, duurzame mobiliteit, e.d.)
Hieronder worden deze posten nader toegelicht. De kosten en dekking zijn allemaal excl. btw en prijspeil 2023 gedacht. Daarbij moet worden bedacht dat de kosten veelal gebaseerd zijn op referenties, indexeringen en soms gewoon inschatting. Waar mogelijk is de argumentatie onder de
bedragen direct of in een voetnoot opgenomen.
Een aparte paragraaf wordt besteed aan de Lockhorst. Weliswaar heeft het complex een duidelijk verband met de NZ-verbinding, maar de ontwikkeling ervan is een apart onderwerp van onderzoek en
besluitvorming. In deze bijlage worden sec de financiën van de verbinding en de oplossingen voor de
voorzieningen in beeld gebracht. 3.
Kosten 1
3 .a. Kosten verbindin Antea heeft de kosten van de verbinding in november 2021 geraamd. Door Antea is een grove actualisatie van die raming voor de nu voorliggende variant gemaakt. Daar zijn meerdere correcties op
toegepast nl. twee jaar bouwkostenstijging, een versmalling van het viaduct van 65m1 naar 40m1 en een forse extra voorziening om s hade aan de omgeving te voorkomen. Antea raamt de kosten van de verbinding nu op ? 29 miljoen (excl. BTW, prijspeil 2023). De eerste correctie betreft het aanpassen van de breedte van het viaduct. Het model met het smalle viaduct (30 m1 breed) kostte in 2021 ? 14,2 miljoen excl. BTW. Het model met het brede viaduct (65 m1 breed) kostte in 2021 ? 26,6 miljoen excl. BTW. Door in het voorkeursmodel uit te gaan van een viaduct van 40m1 breed kan een besparing worden bereikt van ca. ? 8 miljoen excl. BTW. De tweede correctie betreft een bouwkostenstijging in 2022 van ca. 7% en een verwachte stijging in
2023 van ca. 3% waardoor de kosten op ca. ? 2,5 miljoen excl. BTW hoger uitkomen. Daarnaast is als derde correctie een stevige voorziening (ca. ? 5 miljoen) opgenomen om de woningen aan het Februa iplantsoen, de waterlopen, de A15 en het kabel- en leidingentracé te ontzien. Dit in de
vorm van een langzame opbouw van het talud (na iedere meter een maand wachten) waardoor de opbouwtijd 1,5 jaar vraagt, damwanden e.d. Tot slot is de vierde correctie dat de voorkeursvariant wat langer is en dus vraagt om meer
ophoogzand. Aan de verbinding zijn de sloopkosten van de Lockhorst (? 1 miljoen) evenals de resterende
boekwaarde van het complex (? 4,4 miljoen in 2028) vanwege de noodzaak ervan voor de realisatie van de verbinding aan de verbinding toegerekend. Een kostenpost is nog niet in beeld, nl. de geluidsvoorzieningen. Vooralsnog is hiervoor een bedrag van
? 1 miljoen aangehouden. 3 .b. Kosten verplaatsen vereniginge
Voorgesteld wordt dat de verenigingen zelf het voortouw nemen bij het realiseren van hun nieuwe onderkomen en dat ze eigenaar worden van de opstallen. De kosten van de nieuwe opstal worden,
omdat de verenigingen daar nu eigenaar van zijn en de gemeente de veroorzaker van de verhuizingen is, door de gemeente gedragen. De gemeente blijft/wordt eigenaar van de grond en de velden en draagt daarvoor dan ook de kosten van het onderhoud. De verenigingen betalen daarvoor een huursom. Van de gelegenheid wordt gebruik gemaakt om de huurniveaus gelijk te trekken voor alle betrokken verenigingen. Waar dat huurniveau niet gedragen kan worden kan spe ifiek per vereniging een subsidie moeten worden verleend.
Bij een 30km-regime en of een stil asfaltdek zijn geen extra voorzieningen nodig.
2
De boekwaardes op met name het ko fbalcomplex zijn in beeld gebracht en bedragen ca. ? 100.000.
Het totaal voor de verenigingen telt op tot ? 4,55 miljoen. De kosten gemoeid met centrum Lockhorst worden in het separate raadsvoorstel in beeld gebracht.
Hier moet wel genoemd worden dat op de Lockhorst in 2028 nog een boekwaarde rust van ? 4,4
miljoen. Deze worden op het moment van sloop ten laste gebracht van de Reserve Koers 2030. 3.c. Inrichten gebied:
Voor de inrichting van het plangebied in zuidelijke deel en het geschikt maken van de gronden voor de volkstuinen en sociale moestuin, bij elkaar zo’ n 3 ha, is ongeveer ? 1,5 miljoen geraamd oftewel ? 50/m2. Dit bedrag kan stijgen tot ? 80/m2 als er extra voorzieningen in worden gedacht
(voetbalkooi, speelvoorzieningen, o.i.d.), oftewel ? 2,4 miljoen. Ook het gebied tussen A15 en Be uwelijn moet worden ingericht. Dit betreft circa 2 ha oftewel
? 1 miljoen bij ? 50/m2 of ? 1,6 miljoen bij ? 80/m2. 3.d. Divers
Er is een post waarover nu nog geen duidelijkheid is te bieden. Dit betreft eventuele planschades
3.e. Onvoorzien
Mogelijk ontstaan er bij de verdere ontwikkeling nu niet voorziene andere kostenposten. Hie voor is een post onvoorzien in de raming opgenomen van 10%. In onderstaande tabel is het totaal aan te verwachten kosten van de noord-zuid verbinding weergeven. In een minimum (? 44 miljoen) en een maximum variant (? 48 miljoen). Voor de verdere berekeningen
4
Het prachtige Spoorpark in Tilburg met tal van voorzieningen heeft ? 80/m2 gekost. 3
wordt op dit moment uitgegaan van de maximum variant. Dit vanwege de vele onzekerheden die op dit moment nog bestaan.
4
4. Dekking 4.a. Rijkssubsidie voor de verbinding:
De toegezegde rijksbijdrage voor de verbinding bedraagt ? 21 miljoen (prijspeil 2022, incl. btw)/ ? 17,5
miljoen (prijspeil 2022, excl. btw). De bedragen worden jaarlijks geïndexeerd met de IBOI (Index Bruto Overheidsinvesteringen), tot het moment van uitkeren, ervan uitgaande dat het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat deze indexering zelf ook ontvangt. Er zal afdracht plaatsvinden aan het BTW-compensatiefonds. In 2022 bedroeg de IBOi 5%. Als in 2023 eenzelfde percentage wordt aangehouden, dan zal de rijkssubsidie ca. ? 19 miljoen excl. BTW bedragen. Er is aangegeven dat de gemeente begin 2024 de eerste tranche van krijgt uitgekeerd. Later volgt in twee termijnen de rest. 4.b. Bijdrage ontwikkelaars Noord
Voor de gebiedsontwikkeling in Noord moeten door de gemeente kosten worden gemaakt. Deze kunnen onder voorwaarden in rekening worden gebracht bij de ontw kkelaars van de nieuwe wijk. De voorwaarden zijn vastgelegd in de WRO en de Omgevingswe (zie bijlage 1). Voor het plangebied waarin de Ve binding moet worden gerealiseerd kan dat betrekking hebben op: 1. De plankosten 2.
De waarde van de te slopen clubhuizen en de Lockhorst
3.
De vrijmaken van het tracé bijv. kabels en leidingen langs A15
4.
De kosten van bodemsanering
5.
Natuurcompensatie
6.
De kosten van de nieuwe verbinding, de twee nieuwe rotondes, parkeerterreinen van de sport
en het zwembad; De kosten van de groenvoorzieningen, natuurvoorzieningen en sportvoorzieningen als de trimclub, korfbal, volkstuinen, sociale moestuinen en het zwembad; 7. De kosten van geluidsvoorzieningen 8. De kosten van voorbereiding en toezicht op de uitvoering
9.
P anschade
10. Niet-terugvorderbare BTW
Het zal duidelijk zijn dat deze lijst tot een substantieel te verhalen bedrag zal leiden.
Raming verhaalbare kosten
?
Het zal eveneens duidelijk zijn dat de opbrengst het resultaat zal zijn van onderhandelingen met de
ontwikkelaars de exacte hoogte van de bijdrage is daarmee onbekend.
Handreiking kostenverhaal en financiële bijdragen Omgevingswet, BZK, 2022. 5
De wens is dat de bijdrage in 3 jaar, gelijk aan de realisatie van
de verbinding, wordt uitbetaald.
4 .c. Reserve Koe s 203 De toezegging van de rijksoverheid voor een subsidie van ? 21 miljoen vorig jaar voor de verbinding was 65% van de geraamde kosten. Voor de res erende ? 11 miljoen incl. BTW = 35% = ? 9,16 miljoen excl. BTW moest de gemeente zich garant stellen. In het inmiddels in deze bijlage opgestelde overzicht kan de reserve Koers 2030 als risicoreservering en
als dekking worden aangewend. De risicodekking heeft betrekking op de voorbereidingskosten (zie
hieronder 6.a.) gedurende de jaren 2024 en 2025. In 2026 zou deze weer vrijvallen als de voorbereidingskosten bij een positief raadsbesluit onderdeel worden van de gehele investering van de NZ-verbinding, mits er op dat moment sprake is van een sluitende businesscase. De dekking heeft betrekking op de verwerking van de boekwaarden van de Lo khorst (? 4,4 miljoen in
het jaar 2028) en die van een korfbalveld (? 100.000 in 2026).
Opgeme kt moet worden dat de reserve Koers 2030 in 2028 bijna volledig verdeeld is en eerst in 2029 met de inkomsten uit Sta ionspark III weer vulling krijgt. In bijlage 2 is een overzicht gegeven van de geraamde ontwikkelingen in de reserve Koers 2030. 4
.d. Subsidi
Sport (via de verenigingen) De rijksoverheid geeft subsidies voor sportvoorzieningen (BOSA). Deze loopt via de verenigingen. En kunnen maximaal ? 2,5 miljoen per project bedragen. De korfbalclub, trimclub en ijsclub/skeelerclub zouden hier gebruik van kunnen maken. De inkomsten hie uit zijn geraamd op ? 1,5 miljoen. NB. De subsidieregeling liep in 2023 af, maar de regeling wordt iets gewijzigd ook dit en komende jaren doorgezet. Mogelijk kan ook de SPUK Stimulering Spo tvoorzieningen nog financieel soelaas bieden, waardoor de BTW op sportvoorzieningen door de gemeente teruggevorderd kunnen worden. Ook de Provincie Zuid-Holland kent subsidieregelingen ter bevordering van spo t en bewegen. Subsidies f etsvoorzieningen De Provincie Zuid-Holland heeft een subsidieregeling voor fietsvoorzieningen. Ook het rijk stimuleert
het fietsen financieel (doorfietsroutes). De gemeente moet uit deze subsidies tenminste ? 2 miljoen als dekking kunnen halen. Groen De Provincie Zuid-Holland heeft diverse subsidieregelingen voor groen in de stad, klimaatadaptatie e.d.
Ook voor klimaatadaptatie kunnen subsidies worden veroverd.
Regiodeal De toegekende Regiodeal richt zich o.a. brede welvaa t/leefklimaat. De inrichting van het openbare
gebied rond de Noord-zuid-verbinding is een onderliggend project (groene verbinding) in de Regiodeal. De Regiodeal is voor ? 25 miljoen toegekend (waar ruim ? 36 miljoen was aangevraagd).
Het is daarmee nog niet zeker of er vanuit de Regiodeal budget beschikbaar is voor dit project. De uit subsidies te verkrijgen dekking wordt grof geraamd tussen de ? 0 en ? 8 miljoen.
Niet terugvorderbare BTW
6
In diverse regelingen speelt BTW, al of niet terugvorderbaar, al of niet compensabel, al of niet subsidiabel, een rol. Zo zal het viaduct waarschijnlijk gemeentelijk eigendom worden. Hierover zal
deskundig advies moeten worden ingewonnen.
Grof geraamd komen de kosten van het voorkeursmodel uit op een bedrag tussen de € 44 miljoen en € 48 miljoen. Hier kan een voldoende dekking tegenover staan, maar deze is afhankelijk van de
onderhandelingen met de ontwikkelaars in Noord en het resultaat van subsidieaanvragen. De reserve
Koers 2030 zal zo nodig voor de alsdan nog ontbrekende middelen kunnen zorgen en voor de afboeking van de boekwaarde op de Lockhorst. De precieze verhouding tussen deze vier bronnen zal
moeten blijken, maar berekend is dat de rijkssubsidie en de bijdrage van de ontwikkelaars voor ongeveer driekwart van de benodigde dekking kunnen zorgen. In het slechtste geval bestaat de dekking alleen uit de rijksbijdrage (€ 19 miljoen) en in het 'beste' geval telt de dekking op tot € 43,5 miljoen.
7
5 .
Voorbereidingskrediet
Om de komende twee jaar de plannen voor de verbinding en de voorzieningen uit te kunnen werken is
een bedrag nodig van € 3,8 miljoen. Dit bedrag is nodig om de onderzoeken (geotechnisch, milieutechnisch, hydrotechnisch, e.d.) te kunnen doen, programma's van eisen op te kunnen stellen, schetsontwerpen te maken, voorlopige ontwerpen te maken en definitieve ontwerpen, de kosten te
kunnen uitrekenen, en over de plannen te kunnen communiceren met verenigingen, omwonenden,
waterschap, RWS e.a. De kosten die hiermee zijn gemoeid, worden geraamd op tussen de 9% en 12% van de geraamde investeringen. Gezien de mix van uit te werken onderwerpen is iets meer dan 9%
aangehouden, oftewel € 3,8 miljoen. Het grootste deel van de investeringen betreft de verbinding zelf. Door Antea is aangegeven dat
hiervan aan voorbereidingskosten een percentage van 9% zou moeten worden gehanteerd, oftewel € 2,6 miljoen. Voor de overige ca. € 12 miljoen aan investeringen ten behoeve van het verplaatsen van
de voorzieningen en de inrichting van het gebied is 10% aangehouden oftewel € 1,2 miljoen. De 10% is aangehouden omdat het weliswaar relatief overzichtelijke maar bewerkelijke planontwikkelingen
betreft. Uit overleg met de in Noord ontwikkelende partijen is de bereidheid gebleken om, als in de eerste helft van 2024 blijkt dat er een in alle opzichten haalbaar plan voor Noord is te realiseren, men bereid is
50% van de voorbereidingskosten te vergoeden. Voor de gemeente resteert dus de andere 50%, een
bedrag van € 1,9 miljoen.
6 .
Risico's
Om de risico's ten aanzien van het voorbereidingskrediet en die in de totale investeringskosten goed in
beeld te krijgen is het tijdschema van belang. Die ziet er als volgt uit:
1e kwartaal 2024 raadsvoorstel voorbereidin gs-krediet
6
2e kwartaal besluit over Noord
positief:2024 2025 doorgaan met voorbereiding
2025: raadsbesluit over verbinding
positief: aanbesteden en gunnen
2027 - 2030 bouwen
negatief: stoppen met ontwikkelen
negatief: stoppen met voorbereiding
.a. Risico's Voorbereidingskrediet
De risico's ten aanzien van de voorbereidingskosten spelen in de komende twee jaar. Deze zijn
omvangrijk, maar overzichtelijker (€ 3,8 miljoen) dan de totale investering en goed te beheersen. Het
belangrijkste risico heeft betrekking op het al of niet doorgaan van de verbinding. Dit is ten principale
gekoppeld aan de bijdrage van de ontwikkelaars. Als in de 1e helft van 2024 duidelijk wordt dat de bijdrage niet of slechts gedeeltelijk beschikbaar zal komen, dan zal met de voorbereiding moeten worden gestopt. Alsdan zijn de gemaakte kosten 'weggegooid' geld en dragen de ontwikkelaars ook niet bij. Het bedrag waar de gemeente dan voor opdraaft heeft betrekking op grofweg 5% van de € 3,8 miljoen oftewel € 190.000. Het gemeentelijk aandeel in het voorbereidingskrediet wordt gereserveerd in de Reserve Koers 2030, zodat de kosten zijn voorzien bij een 'no-go besluit' 8
Als de overeenstemming met de ontwikkelaars is bereikt, dan wordt er doorgewerkt aan de uitwerking
die uiteindelijk leidt tot een raadsvoorstel eind 2025 voor een investeringsbesluit. De bereikte overeenstemming bevat dan het onderdeel dat de ontwikkelaars zich garant stellen voor 50% van het
totale voorbereidingsbudget. Mocht eind 2025 toch nog blijken dat er geen positief besluit kan worden genomen, dan is € 3,8
miljoen, waarvan de gemeente € 1,9 miljoen draagt, uitgegeven. Een negatief besluit kan zowel door
de gemeente (prijsstijgingen), als door de ontwikkelaars (marktontwikkelingen), of anderszins worden veroorzaakt. Het gemeentelijk aandeel van € 1,9 miljoen wordt in die situatie onttrokken uit de Reserve Koers 2030. 6
.b. Risico's totale investering
De risico's in de totale raming zitten zowel aan de kosten- als aan de dekkingskant. Aan de kostenkant
hebben deze vooral betrekking op prijsstijgingen in de bouw. Deze laten zich slecht voorspellen. Ook
de nu nog niet te voorziene eisen vanuit Rijkswaterstaat, Waterschap e.d. kunnen kostenverhogend werken.
Aan de dekkingskant hebben de risico’s vooral betrekking op de bijdrage van de ontwikkelaars. Komt deze bijdrage , komt deze bijdrage op het beoogde niveau en zo ja, in het juiste jaar? Dit moet in de
onderhandelingen het komende half jaar ten principale duidelijk worden. Maar kan ook tot eind 2025 onzeker blijken omdat marktomstandigheden bij de ontwikkelaars tot stoppen van de ontwikkelingen
kunnen leiden. Het tweede risico aan de dekkingskant heeft betrekking op het verkrijgen van de subsidies. Er is nu niet
te voorspellen welke accenten de nieuwe regering zal gaan leggen en welke financiële middelen ze daarbij voegt. Hier wordt een bandbreedte aangehouden: geen subsidies tot € 8 miljoen aan subsidies.
De genoemde risico’s worden de komende twee jaar tijdens de uitwerking duidelijk en kunnen alsdan
leiden tot stoppen als de bijdrage van de ontwikkelaars niet op het noodzakelijke niveau uitkomt of putten uit de Reserve Koers 20-30 als de subsidies achterblijven bij de verwachtingen.
9
Businesscase
7 .
Zoals eerder aangegeven, hangt het succes van de businesscase o.a. af van de beschikbaarheid en
hoogte van de financieringsbronnen. De vier belangrijkste bronnen zijn: de rijksbijdrage, een bijdrage vanuit ontwikkelaars, subsidies en tenslotte de Reserve Koers 2030. Dit leidt tot een minimale dekking van € 19 miljoen (de rijkssubsidie) en in het gunstigste geval tot een dekking van € 43,5 miljoen.
In afgeronde bedragen samengevat geeft dat het volgende beeld ten aanzien van de jaarlijkse
exploitatielasten en de kosten die de gemeente ‘out of pocket’ in een keer moet nemen: -
Minimale dekking:
exploitatielast € 1,7 miljoen, out of pocket € 8,4 miljoen.
-
‘Beste’ dekking:
exploitatielast € 0,3 miljoen, out of pocket € 1,4 miljoen.
In de businesscase is een rentepercentage van 4% gehanteerd bij berekening van de kapitaallasten. Bij
de afschrijvingstermijnen is de Financiële verordening gevolgd. Te overwegen valt of voor sommige componenten geen langere afschrijvingsduur gepast is. De kosten zijn conform het maximum
meegenomen en de dekking vanuit de subsidies op € 5 miljoen. Tenslotte zijn er aannamen gedaan of
dat kosten moeten worden geactiveerd (en tot kapitaallasten leiden), of 'out-of- pocket' genomen moeten worden. Hoe dit precies uitvalt is afhankelijk van de keuzen die gemaakt gaan worden in het
vervolg. Ditzelfde geldt voor de manier waarop bijdragen van derden zijn toegerekend aan de verschillende onderdelen van de investering. Oftewel er is een voorzichtige inschatting gemaakt, die
ruimte bevat voor optimalisatie. Uit de analyse blijkt dat een businesscase zonder financiering van ontwikkelaars niet levensvatbaar is.
Ook als financiering van ontwikkelaars wel aanwezig is maar subsidies ontbreken, blijft er een aanzienlijke financiële uitdaging voor de gemeente bestaan. Het is dus cruciaal om een combinatie van alle drie financieringsbronnen, naast de mogelijke inbreng uit de Reserve Koers 2030, te realiseren om
de haalbaarheid te waarborgen en te komen tot een sluitende businesscase.
10
8 .
Conclusies
Voorbereidingskrediet Het voorbereidingskrediet kan bij een 'go besluit' in dit half jaar worden gedekt uit de Reserve Koers 2030 en naar verwachting een bijdrage van de ontwikkelaars. Als de voorbereiding leidt tot een besluit
van de gemeenteraad in 2025 om de NZ-verbinding aan te leggen, dan wordt het voorbereidingskrediet ten laste gebracht van het uitvoeringsbesluit en vervalt de reservering in de
Koers 2030. Totale investering
Grof geraamd komen de kosten, met een bandbreedte, op een bedrag tussen de € 44 en € 48 miljoen
neer. Hier kan een bedrag aan dekking tegenover staan met een bandbreedte tussen de € 19 en € 43,5 miljoen afhankelijk van de resultaten van de onderhandelingen met de ontwikkelaars, het verkrijgen
van subsidies en de inzet van de Reserve Koers 2030.
11
Bijlage 1: Handreiking Kostenverhaal en financiële bijdragen Omgevingswet A1 De kosten van het vaststellen van een omgevingsplan of een projectbesluit of het verlenen van een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit, inclusief het daarvoor benodigde onderzoek A2 De waarde van de gronden die worden gebruikt voor de uitvoering van de onder A8 en A9 bedoelde werken, werkzaamheden en maatregelen, inclusief de waarde van de te slopen opstallen, geraamd overeenkomstig artikel 8.17, eerste lid A3 De kosten van het vrijmaken van de gronden, bedoeld onder A2, van persoonlijke rechten en lasten, eigendom en bezit en beperkte rechten of zakelijke lasten
A4 Het tijdelijk beheer van de door of vanwege de gemeente, de provincie of de Staat verworven percelen, verminderd met de uit het tijdelijk beheer te verwachten opbrengsten A5 De kosten van het slopen, verwijderen en verplaatsen van opstallen, obstakels, funderingen, kabels en leidingen op de gronden, bedoeld onder A2
A6 De kosten van bodemsanering, het dempen van oppervlaktewateren en het verrichten van grondwerken op de gronden, bedoeld onder A2 A7 De kosten van de noodzakelijke compensatie van in het kostenverhaalsgebied verloren gegane natuurwaarden, groenvoorzieningen en watervoorzieningen A8 De kosten van de aanleg of wijziging van: 1. Wegen, gebouwde en ongebouwde openbare parkeergelegenheden, pleinen, voet- en rijwielpaden, gebouwde openbare fietsenstallingen, faciliteiten voor ondergrondse afvalinzameling, waterpartijen, watergangen, voorzieningen voor de waterhuishouding, bruggen, tunnels, duikers, kades, steigers, en andere rechtstreeks met de aanleg daarvan verband houdende werken en bouwwerken; 2. Infrastructuur voor openbaar-vervoervoorzieningen met bijbehorende werken en bouwwerken; 3. Groenvoorzieningen, natuurvoorzieningen en openbare niet-commerciële sportvoorzieningen; 4. Openbare verlichting en brandkranen met aansluitingen; 5. Straatmeubilair, speeltoestellen, sierende elementen, kunstobjecten en afrasteringen in de openbare ruimte; 6. Distributienetwerken voor elektriciteit, warmte, gas en water, inclusief bijbehorende werken en bouwwerken; en 7.
Riolering, inclusief bijbehorende werken en bouwwerken A9 De kosten van werken, werkzaamheden en maatregelen die noodzakelijk zijn voor het bereiken en in stand houden van een veilige en gezonde fysieke leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit A10 De kosten van voorbereiding en toezicht op de uitvoering van de onder A3, A5, A6, A8 en A9 bedoelde werken, werkzaamheden en maatregelen, inclusief het daarvoor benodigde onderzoek A11 Nadeelcompensahe aan derden als bedoeld in hoofdstuk 15 van de wet
A12 Niet-terugvorderbare BTW, niet-gecompenseerde compensabele BTW of andere niet-terugvorderbare belastingen, over de kostenelementen, genoemd onder A1 en A3 tot en met A10 A13 De rente van geïnvesteerde kapitalen en overige lasten, verminderd met renteopbrengsten
A14 De kosten van andere door of in opdracht van het bestuursorgaan te verrichten werkzaamheden, voor zover die werkzaamheden rechtstreeks verband houden met de in deze bijlage bedoelde werken, werkzaamheden en maatregelen.
12