CConstaterende datSliedrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

211119_Bijlage 4_Programmaruimte actualisering 2016_ANTW_TECH.VR_Pauw_PRO Sliedrecht_Sliedrecht Buiten.pdf

Oordeelsvormend - Gemeenteraad Sliedrecht 23 november 2021, gemeente SliedrechtBij agendapunt: 11: FYS – Ruimtelijk en financieel kader Sliedrecht Buiten37.001 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 5

VISIE RUIMTE EN MOBILITEIT

Programma ruimte

Geconsolideerde versie Bijgewerkt tot en met Actualisering 2016 Provinciale Staten, 14 december 2016

Geconsolideerde versie

Met daarin verwerkt de volgende besluiten: • Vaststellingsbesluit Provinciale Staten 9 juli 2014 •

•

•

In werking getreden op 1 augustus 2014 Wijzigingsbesluit Provinciale Staten 16 december 2015 (partiële wijziging Verordening ruimte 2014 en Programma ruimte inzake stedelijke ontwikkelingen groter dan 3 ha buiten bestaand stads- en dorpsgebied en andere ontwikkelingen) In werking getreden op 4 februari 2016 Wijzigingsbesluit Provinciale Staten 29 juni 2016 (partiële wijziging Programma ruimte inzake Ambachtsezoom) In werking getreden op 15 juli 2016 Wijzigingsbesluit Provinciale Staten 14 december 2016 (actualisering 2016: partiële wijziging Visie ruimte en mobiliteit, Programma ruimte, Verordening ruimte 2014 en Cultuurhistorische Hoofdstructuur) In werking getreden op 12 januari 2017

2

Programma ruimte Voor u ligt het Programma ruimte, behorend bij de Visie ruimte en mobiliteit. In dit Programma ruimte is het strategische beleid uit de visie doorvertaald naar operationeel beleid en is aangegeven welke mix aan instrumenten de provincie voornemens is om in te zetten en aan wil bieden om deze doelen te realiseren. Daarbij is de inzet om stapsgewijs een nieuwe balans tussen flexibiliteit voor maatschappelijke initiatieven en duidelijkheid over provinciale kaders en spelregels te bereiken. In het verlengde van de nieuwe sturingsfilosofie wil de provincie meer ruimte geven aan initiatieven vanuit de markt en de samenleving. Naast de geboden ruimte, kan directe betrokkenheid van de provincie in concrete coalities wenselijk en noodzakelijk zijn om ruimtelijke ontwikkelingen mogelijk te maken (zodat de provinciale doelen worden gerealiseerd). Dit programma biedt daarom ook zoveel mogelijk de ruimte om kansen, vernieuwende ideeën en plannen uit de samenleving, gezamenlijk door te vertalen naar concrete handelingsperspectieven. Door bijvoorbeeld het proces van gebiedsgerichte verkenningen, kennisontwikkeling, strategisch onderzoek en beleidsinformatie op onderdelen meer in samenwerking met partners in de regio te organiseren, schept de provincie belangrijke voorwaarden voor het (laten) ontstaan van nieuwe vitale coalities van partijen en initiatieven uit de samenleving.

3

1 Inleiding Het Programma ruimte is parallel aan de Visie ruimte en mobiliteit, het Programma mobiliteit en de Verordening ruimte opgesteld. De Visie ruimte en mobiliteit bevat het strategische beleid. Het ruimtelijk-relevante, operationele beleid is opgenomen in het Programma ruimte. Dit programma kent, net als de Visie ruimte en Mmobiliteit, de status van structuurvisie. Beiden worden vastgesteld door Provinciale Staten. Gezamenlijk beschrijven ze het integrale ruimtelijk beleid. De vier rode draden die beschreven zijn in de Visie ruimte en mobiliteit en die richting geven aan de gewenste ontwikkeling en het handelen van de provincie, komen ook terug in dit Programma ruimte. Het gaat om: 1. beter benutten en opwaarderen van wat er is 2. vergroten van de agglomeratiekracht 3. verbeteren van de ruimtelijke kwaliteit 4. bevorderen van de transitie naar een water- en energie-efficiënte samenleving. Programma ruimte. De realisatiemix uit het Programma ruimte bestaat uit juridische, financiële en bestuurlijke instrumenten en nader uit te werken beleid. In de praktijk worden deze vrijwel altijd gecombineerd ingezet. Realisatiestrategie: Operationeel doel

Wat willen we bereiken?

Realisatiemix

Hoe gaan we dit bereiken?

Het juridisch instrumentarium vloeit voort uit de Wet ruimtelijke ordening. Het gaat daarbij onder meer om de Verordening ruimte, het provinciaal inpassingsplan en de (proactieve en reactieve) aanwijzing. De provincie kan deze instrumenten inzetten als er sprake is van een provinciaal belang. De provincie beschouwt in ieder geval van provinciaal belang de in de visie opgenomen doelen en de uitwerking daarvan in het Programma ruimte. Bij de inzet van financiële instrumenten gaat het om subsidieverlening, om (een bijdrage aan) procesgeld of in geval van mobiliteit om de Brede Doeluitkering (BDU) en het Meerjaren Programma Infrastructuur (MPI). Bij het bestuurlijk instrumentarium gaat het om bestuurlijke afspraken. Een bijzondere categorie is nader uit te werken beleid. De regio's In het Programma ruimte wordt het begrip 'regio' frequent gebruikt. Dit begrip kan in twee opzichten worden gebruikt: in functioneel en in bestuurlijk opzicht. In functioneel opzicht wordt het begrip bijvoorbeeld gebruikt waar sprake is van afstemming van programma’s op de regionale behoefte. Voor verschillende thema’s zal de schaal waarop de regionale behoefte moet worden afgestemd verschillen. Bepalend daarvoor is de mate waarin er sprake is van een regionale markt. De woningmarkt heeft een andere regionale schaal dan de kantorenmarkt, of die voor bedrijventerreinen.

Het is zaak dat bij programmering, maar ook bij afstemming van concrete plannen steeds in het oog te houden. In dit programma wordt dat bij de verschillende thema’s ook gedaan. Functionele regio’s verschillen dus van schaal en komen alleen daarom al niet per definitie overeen met bestuurlijke regio’s. Voor de provincie is het noodzakelijk om afspraken te kunnen maken op bovenlokaal en bovenregionaal niveau over de provinciale ambities. De bovenlokale vraagstukken op het gebied van wonen, werken en ruimtelijke ordening worden door de samenwerkende gemeenten op verschillende schaalniveaus opgepakt. Er is daarbij een onderscheid te maken tussen strategisch niveau en operationeel niveau: Op strategisch niveau geldt dat de indeling in Zuidvleugel, Groene Hart en Zuidwestelijke Delta de meest logische indeling is. In voorkomende gevallen zal de provincie op dat niveau overleg entameren. Op operationeel niveau zullen wij ons voor het overleg verstaan met de regio’s zoals gemeenten die verkiezen in stand te houden. Aanknopingspunt voor de inhoudelijke gesprekken vormen per thema de functionele regio’s. In sommige bestuurlijke regio’s zullen meerdere 4

woningmarktgebieden zijn en dus meerdere functionele regio’s voor het thema wonen. Het is aan de regio om in dergelijke gevallen te bepalen of er overlegd wordt op het niveau van de bestuurlijke of de functionele regio. Dit kan per onderwerp verschillend zijn. Relatie met andere beleidsprogramma’s Zowel de Visie ruimte en mobiliteit als het Programma ruimte bevat integraal ruimtelijk beleid. Voor de herkenbaarheid en aansluiting tussen deze beleidsdocumenten is een uniforme hoofdstukindeling gehanteerd. De operationele beleidsuitspraken op het gebied van mobiliteit, wonen, economie, groen, water en energie landen in het Programma ruimte voor zover ze ruimtelijk van aard zijn. Het niet-ruimtelijke beleid staat in zelfstandige sectorale programma’s. Deze programma’s zijn nevengeschikt, er is geen sprake van een hiërarchie.

2 Mobiliteit en bebouwde ruimte 2.1 Inleiding

Een intensiever gebruik van steden en dorpen vergroot het draagvlak voor openbaar vervoer en draagt daardoor bij aan de keuzemogelijkheid voor reizigers en vervoerders. Andersom kan de capaciteit op het infrastructuurnetwerk helpen om keuzes te maken waar en wanneer er verdicht en geconcentreerd kan worden. De provincie streeft er naar de agglomeratiekracht te vergroten. De provincie Zuid-Holland heeft de volgende strategische doelen voor de ontwikkeling van mobiliteit en de bebouwde ruimte: •

Kansen creëren voor een gevarieerde en innovatieve economie, zodat een hoog welvaartsniveau behouden blijft en de beroepsbevolking passend werk kan worden geboden.

•

Verder ontwikkelen van een compact, samenhangend en kwalitatief hoogwaardig bebouwd gebied zodat voorzien kan worden in de veranderde maatschappelijke en economische vraag naar woon- en werkmilieus.

•

Beter aansluiten van het aanbod van woningen, bedrijventerreinen, kantoren en winkelruimte bij de maatschappelijke vraag.

In het Programma ruimte worden deze strategische doelen verder geoperationaliseerd. 2.2 Bebouwde ruimte 2.2.1 Beter benutten bestaand stads- en dorpsgebied

In lijn met de maatschappelijke behoefte zet de provincie in op het beter benutten van het bestaand stads- en dorpsgebied. Indien een gemeente een ruimtelijke ontwikkeling wil realiseren, wordt de Ladder voor duurzame verstedelijking doorlopen. De provincie wil bevorderen dat de ladder op (sub)regionaal niveau wordt toegepast en dat samenwerkende gemeenten een gezamenlijk beeld ontwikkelen van de ontwikkelmogelijkheden binnen en buiten bestaand stads- en dorpsgebied. De gemeenten stemmen de geplande opgave met behulp van actuele regionale visies voor in ieder geval wonen en kantoren af met andere gemeenten in de regio. Het is aan gemeenten zelf om te bepalen of zij ook behoefte hebben aan regionale visies ter afstemming van het beleid met betrekking tot bedrijventerreinen en detailhandel, of aan regionale ruimtelijke visies. De provincie laat die keus aan hen. De onderbouwing van de eerste trede van de Ladder gebeurt met regionale visies, op basis van behoefteonderzoek. Voor wonen is voor de provincie de Woningmarktverkenning Zuid-Holland uitgangspunt voor gesprek over de kwalitatieve en kwantitatieve behoefte. Dit woningbehoefte onderzoek wordt iedere drie jaar geactualiseerd. Voor kantoren gelden in het Programma ruimte vastgestelde totalen als behoefteraming per gebied.

Net als voor wonen, zal de provincie een driejaarstermijn hanteren voor de actualisatie van de behoefteramingen voor kantoren. De regio’s worden in het voortraject nauw betrokken bij het opstellen van de uitvraag voor het opstellen van de behoefteramingen voor kantoren. De provincie acht het wenselijk dat regionale visies voor kantoren afgestemd worden op door de provincie vastgestelde behoefteramingen. Bij het bepalen van de regionale behoefte voor kantoren gelden de 5

kwantitatieve gegevens van de actuele behoefteramingtotalen per gebied die worden beschreven in paragraaf 2.3.3 van het Programma ruimte. Deze geven de nieuwbouwvraagramingen kantoren aan voor 2013-2020 en 2020-2030 volgens het EIB. Aanvullend kan het Programma ruimte ook kwalitatieve- en locatiecriteria formuleren als uitgangspunten voor de regionale visies. De provincie heeft de Ladder voor duurzame verstedelijking ook opgenomen in de Verordening ruimte. De Ladder voor duurzame verstedelijking vormt een belangrijk handvat in de fase van regionale visievorming. Als de visies voor wonen en kantoren voldoen aan de behoefteramingen, de locatiekeuzes en kwalitatieve uitgangspunten, zullen GS de visies formeel aanvaarden en beoordeelt de provincie niet langer individuele bestemmingsplannen die overeenkomen met deze regionale visies. Als het plan qua regionale behoefteraming past in een actuele regionale visie die de instemming heeft van GS, is daarmee voldaan aan de eerste trede van de ladder. Gedeputeerde Staten kunnen bij de aanvaarding van een regionale visie aangeven in hoeverre de Ladder voor duurzame verstedelijking op regionaal niveau geheel of gedeeltelijk is doorlopen. Nieuwe verstedelijking past in regionale visies en de kwaliteitskaart van de Visie ruimte en mobiliteit en andere in de visie en verordening aangegeven ruimtelijke kaders.

Tevens moet nieuwe verstedelijking passen binnen wettelijke voorschriften. Naast het toepassen van de Ladder voor duurzame verstedelijking wil de provincie de ruimte beter benutten door in te zetten op transformeren, herstructureren en verdichten bij voorkeur binnen de invloedsgebieden van de stations en haltes van Stedenbaan. Met de partners van Stedenbaan zijn bestuurlijke afspraken gemaakt over ruimtelijke ontwikkelingen rond de stations en haltes van Stedenbaan. Operationeel doel

In overleg met de regio’s opstellen van regionale visies voor wonen en kantoren, waarbij herprogrammering op basis van behoefteramingen als onderdeel van de visies wordt uitgewerkt.

Realisatiemix

Afspraken met de regio’s over regionale visies en herprogrammering. Verordening ruimte: artikel, Ladder voor duurzame verstedelijking

Regionale visies Met regionale visies voor wonen en kantoren stemmen gemeenten in regionaal verband het planaanbod af op de vraag. De schaal van deze regionale visies is afgestemd op de markt voor de desbetreffende functie. De regionale visies zijn afgestemd op behoefteonderzoek dat door de provincie is vastgesteld. De provincie is betrokken bij de totstandkoming van deze visies en committeert zich aan de afspraken in de door haar aanvaarde regionale visies. Het is gewenst de regionale visies actueel te houden. De provincie vraagt daarom aan de regio’s om de regionale woonvisies eens per jaar te monitoren en eens per drie jaar te actualiseren op basis van actueel behoefteonderzoek. De eerstvolgende actualisering wordt gevraagd voor 1 juli 2017. De provincie verwacht van de regio’s dat ze ook de regionale kantorenvisies eens per drie jaar actualiseren. Op de huidige kantorenvisies is door Gedeputeerde Staten gereageerd met aanvaardingsbrieven die tot 1 juli 2018 gelden. Regionale visies kunnen leiden tot het faseren van bestemmingsplannen. Heroverweging van een plan is aan de orde als het structureel niet meer nodig is, dat wil zeggen dat regionaal is vastgesteld dat het niet voor 2030 (planhorizon van de VRM) tot ontwikkeling zal komen. Het vastleggen van de verwerking van de regionale visies in bestemmingsplannen is een verantwoordelijkheid voor de gemeente.

Stedelijke ontwikkelingen buiten BSD groter dan 3 hectare Volgens de Verordening ruimte moeten nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen buiten BSD van meer dan 3 ha in het door Provinciale Staten (PS) vastgestelde Programma ruimte staan. Daarmee ligt het eindoordeel over omvangrijke verstedelijking buiten BSD bij PS. Indien in regionale visies of bestemmingsplannen locaties worden opgenomen buiten bestaand stads- en dorpsgebied die groter zijn dan 3 hectare, dienen die dus door PS in het Programma ruimte te worden opgenomen, voorzover zij 6

daar al niet in opgenomen zijn. Bij een verschil tussen het Programma ruimte en de regionale visie, is het programma leidend. Kaart woningbouwlocaties, bedrijventerreinen en andere stedelijke ontwikkelingen In dit Programma ruimte staan kaarten en tabellen met woningbouwlocaties en plannen/reserveringen voor bedrijventerreinen buiten BSD groter dan 3 ha. Het betreft zowel “harde” als “zachte” capaciteit. De kaart is voorzien van een overzicht met de namen van de plaatsen en plannen en met de oppervlaktes van de locaties. Woningbouwlocaties Op de kaart zijn, indicatief, woningbouwlocaties weergegeven die gelegen zijn buiten het bestaand stads- en dorpsgebied en meer dan 3 hectare groot zijn. Op de kaart staat zowel harde als zachte capaciteit buiten BSD. Met deze toevoeging wordt invulling gegeven aan bestuurlijke continuïteit. De mogelijke locaties voor Greenportwoningen in de Duin- en Bollenstreek zijn niet bij voorbaat aangewezen. Het is mogelijk dat er ook clusterlocaties worden ontwikkeld groter dan 3 ha. Dit soort clusterlocaties zijn niet opgenomen op onderstaande kaart maar zijn wel toegestaan. Ook de mogelijke locaties voor compensatiewoningen volgens het principe ‘ruimte voor ruimte’ zijn niet bij voorbaat aangewezen.

Het is mogelijk dat er clusterlocaties worden ontwikkeld groter dan 3 hectare, als dit vanuit een oogpunt van ruimtelijke kwaliteit de voorkeur verdient boven meerdere kleinere locaties. Dit soort clusterlocaties zijn niet opgenomen op onderstaande kaart, maar zijn wel toegestaan. Bedrijventerreinen De provincie vindt het belangrijk dat er voldoende ruimte wordt geboden voor bedrijventerreinen met de hoogst mogelijke milieucategorie en watergebonden bedrijventerreinen. In de Verordening ruimte is dit nader uitgewerkt. Onderstaande kaart geeft ruimtelijke reserveringen aan voor zowel het harde als het zachte aanbod. De zachte locaties wil de provincie garanderen voor een volgende planperiode (2021-2030). Dat zijn locaties voor HMC- en watergebonden bedrijventerreinen, maar ook voor kennisintensieve bedrijventerreinen. Om deze terreinen te garanderen geldt er voor de zachte plannen vrijwaring. De regio Hoeksche Waard heeft zijn programmering in 2015 naar beneden bijgesteld. In Goeree-Overflakkee is herprogrammering momenteel aan de orde. In 2016 worden de provinciale behoefteramingen kwantitatief geactualiseerd, daarnaast krijgen deze behoefteramingen ook de benodigde kwaliteit in zich.

Voor de regio Rotterdam zal dan blijken of het tekort aan bedrijventerreinen nog zo aanzienlijk is als bij de huidige behoefteramingen en wat de noodzaak ervan is om deze in de naburige regio’s op te vangen. Andere stedelijke ontwikkelingen Ook andere stedelijke ontwikkelingen groter dan 3 ha zijn in dit Programma ruimte opgenomen. Het kan daarbij bijvoorbeeld gaan over sportvelden, begraafplaatsen en accommodaties voor onderwijs, zorg, cultuur, bestuur en indoor sport en leisure. Als dergelijke voorzieningen onderdeel zijn van een op de kaarten en in de tabellen aangegeven woningbouwlocatie of bedrijventerrein is geen afzonderlijke vermelding opgenomen. Zelfstandige voorzieningen zijn wel als zodanig op de kaarten en in de tabellen opgenomen.

7

Woningbouwlocaties, bedrijventerreinen en andere stedelijke ontwikkelingen

Tabel 1 Woningbouwlocaties plaats

naam locatie

bruto opp in ha

Alphen aan den Rijn

Benthuizen

Bentlanden II

7

Alphen aan den Rijn

Hazerswoude

De Weidelanden

8

Alphen aan den Rijn

HazerswoudeRijndijk

Oostvaartpark

9

Alphen aan den Rijn

HazerswoudeRijndijk

Westvaartpark

15

Alphen aan den Rijn

Rijnwoude

Groenendijk oost

36

Alphen aan den Rijn

Zwammerdam

Limes

5

Kaag en Braassem

Leimuiden

Leimuiden-West

7

Kaag en Braassem

Roelofarendsveen

Braassemerland (Westend, Veilingvaart, Centrum, GEM en Waterrijck

Kaag en Braassem

Roelofarendsveen

Nieuwe Wetering

17

Katwijk

Katwijk

Locatie Valkenburg

318

gemeente Holland Rijnland

8

119

Lisse

Lisse

Geestwater of Poelpolder

11

Nieuwkoop

Langeraar

Langeraar noordwest

10

Nieuwkoop

Nieuwkoop

Buytewech noord

17

Nieuwkoop

Nieuwkoop

Vrouwenakker

3

Nieuwkoop

Nieuwveen

De Verwondering of Hazeweg

21

Nieuwkoop

Noorden

Land van Koppen

6

Nieuwkoop

Ter Aar

Ter Aar west

4

Nieuwkoop

Ter Aar

Ter Aar zuidoost

6

Noordwijk

Noordwijk

Bronsgeest

27

Noordwijk

Noordwijk

De Nes

6

Noordwijk

Noordwijk

Offem-Zuid

27

Noordwijk / Noordwijkerhout

Noordwijk

Sancta Maria

19

Noordwijkerhout

Noordwijkerhout

Molenweg

3

Noordwijkerhout

Noordwijkerhout

St. Bavo

14

Teylingen

Voorhout

Hooghkamer

35

Teylingen

Voorhout

Nieuw Boekhorst of Voorhout

56

Voorschoten (en LeidschendamVoorburg)

Voorschoten

Duivenvoordecorridor

33 (bebouwing 5)

Voorschoten

Voorschoten

Starrenburg III

5

Den Haag

Den Haag

Haagse Tuinen II

15

Den Haag

Den Haag

Haagse Tuinen (Madestein)

15

Den Haag

Den Haag

Vroonlaan

26

Leidschendam-Voorburg Voorburg (en Voorschoten)

Duivenvoordecorridor

33 (bebouwing 5)

Midden-Delfland

Den Hoorn

Kreekzone

4

Pijnacker-Nootdorp

Pijnacker

Ackerswoude / De Wig

31

Pijnacker-Nootdorp

Pijnacker

Tuindershof / Keijzershof

34

Westland

De Lier

Molensloot

27

Westland

Kwintsheul

Holle Watering

16

Westland

Monster

De Duinen

15

Westland

Monster

Monster noord

5

Westland

Monster

Westmade

66

Westland

Naaldwijk

Hoogeland

7

Haaglanden

9

Westland

Poeldijk

Poeldijk Westhof

21

Westland

's-Gravenzande

Gantel De Baak

5

Westland

's-Gravenzande

Poelkade / Het Nieuwe Water

29

Westland

's-Gravenzande

Poelpolder / Het Nieuwe Water

30

Westland

Wateringen

Erasmuszone / Wippolder

23

Barendrecht

Barendrecht

Lagewei - Vrouwepolder

24

Brielle

Brielle

Oude Goote

19

Brielle

Vierpolders

Vierpolders

3

Hellevoetsluis

Hellevoetsluis

Boomgaard / Noordwest

56

Lansingerland

Bergschenhoek

Driehoek OosteindsewegEmmastraat

24

Lansingerland

Bergschenhoek

Hoeksekade noord

4

Lansingerland

Bergschenhoek

Hoeksekade noord

9

Lansingerland

Berkel

Driehoek Berkel noord

5

Lansingerland

Berkel

Westpolder / Bolwerk

53

Lansingerland

Bleiswijk

De Hoefslag / Korenmolenweg

10

Lansingerland

Bleiswijk

Schil om Bleiswijk / Merenweg

28

Maassluis

Maassluis

Dijkpolder / Wilgenrijk

91

Nissewaard

Zuidland

Kreken van Nibbeland

16

Nissewaard

Heenvliet

Heerlijk Heenvliet

4

Nissewaard

Oudenhoorn

De Akkerranden

6

Rotterdam

Hoek van Holland

Buitengebied noord en oost II

47

Rotterdam

Hoek van Holland

Dick van den Burgweg

19

Rotterdam

Hoek van Holland

Zuidelijk strand

32

Rotterdam

Rotterdam

Terbregge oost

11

Schiedam

Schiedam

Spaanse Polder – ‘s-Gravenland

3

Westvoorne

Rockanje

De Drenkeling

22

Westvoorne

Rockanje

Nieuwe Achterweg

7

Dordrecht

Dordrecht

Belthurepark

113

Dordrecht

Dordrecht

Smitsweg

33

Bodegraven-Reeuwijk

Bodegraven

Weideveld 2

6

Bodegraven-Reeuwijk

Driebruggen

Groendijck-Oost

3

Bodegraven-Reeuwijk

Nieuwerbrug

De Wijde Wiericke

3

Regio Rotterdam

Drechtsteden

Midden-Holland

10

Bodegraven-Reeuwijk

Reeuwijk

De Steupel

4

Bodegraven-Reeuwijk

Reeuwijk-Brug

Breevaart, Oude Tol fase III

3

Bodegraven-Reeuwijk

Reeuwijk-Dorp

Reesvelt II

4

Gouda

Gouda

Westergouwe

144

Krimpenerwaard

Bergambacht

Bergambacht

4

Krimpenerwaard

Haastrecht

Bos en Water

3

Krimpenerwaard

Schoonhoven

Schoonhoven noord

9

Krimpenerwaard

Schoonhoven

Thiendenland II

29

Waddinxveen

Waddinxveen

De Triangel

100

Waddinxveen

Waddinxveen

Glasparel+

7

Waddinxveen

Waddinxveen

't Suyt / Plan Nooitgedacht

11

Zuidplas

Moerkapelle

Moerkapelle noord

28

Zuidplas

Moerkapelle

Moerkapelle zuid

14

Zuidplas

Moordrecht

De Brinckhorst / Moordrecht west

14

Zuidplas

Nieuwerkerk

Esse Zoom / Groene Zoom

30

Zuidplas

Nieuwerkerk

Nieuwerkerk noord

183

Zuidplas

Zevenhuizen

Zevenhuizen zuid

56

Zuidplas

Zuidplas

Rode Waterparel

140

Zuidplas

Zuidplas

Rode Waterparel Westlob

53

Alblasserwaard-Vijfheerenlanden Giessenlanden

Hoornaar

Hoornaar west

5

Gorinchem

Gorinchem

Hoog Dalem

29

HardinxveldGiessendam

Giessendam

De Blauwe Zoom

10

Leerdam

Leerdam

Broekgraaf

37

Molenwaard

Groot-Ammers

Onbekend

4

Molenwaard

Langerak

Woonleefhart

12

Molenwaard

Streefkerk

Kooikerspad

4

Zederik

Meerkerk

Weide II

16

Binnenmaas

Heinenoord

Oosteinde fase 2b/3

6

Binnenmaas

Mijnsheerenland

Hofwijk fase 1 en 2

3

Binnenmaas

Puttershoek

Rustenburg

6

Binnenmaas

's-Gravendeel

's-Gravendeel west

18

Binnenmaas

's-Gravendeel

Tuinzigt v/h Evides

11

Cromstrijen

Numansdorp

Torensteepolder fase 1

15

Hoeksche Waard

11

Cromstrijen

Numansdorp

Torensteepolder fase 2

10

Korendijk

Goudswaard

Goudswaard oost

3

Korendijk

Nieuw-Beijerland

Nieuw-Beijerland oost

10

Korendijk

Piershil

Piershil zuidoost

3

Korendijk

Zuid-Beijerland

Zuid-Beijerland oost

5

Oud-Beijerland

Oud-Beijerland

Stougjesdijk oost

38

Strijen

Strijen

Kleine Loo / Land van Essche III

6

Strijen

Strijen

Strijen Oost

22

Goeree-Overflakkee

-

De Nieuwe Marke

-

Goeree-Overflakkee

Dirksland

Kleine Boezem

8

Goeree-Overflakkee

Goedereede

Onbekend

9

Goeree-Overflakkee

Nieuwe Tonge

Nieuwe Tonge

9

Goeree-Overflakkee

Ooltgensplaat

Onbekend

6

Goeree-Overflakkee

Ouddorp

Grond van Breen

9

Goerree-Overflakkee

Ouddorp

Ouddorp Bad

6

Goeree-Overflakkee

Oude-Tonge

Oude Tonge

11

Goeree-Overflakkee

Sommelsdijk

Everdinapolder

5

Goeree-Overflakkee

Middelharnis

uitbreiding Westplaat/ 2e haven

35

Goeree-Overflakkee

Stad aan 't Haringvliet

Onbekend

6

Goeree-Overflakkee

Stellendam

Dorpsgebied Stellendam

13

Goeree-Overflakkee

Bruto opp in ha: Oppervlakte van gehele bestemmingsplan waarin de woningbouwlocatie is gelegen c.q. oppervlakte van het als woningbouwlocatie aangeduide gebied in een andersoortig gemeentelijk document. De vermelde oppervlakte kan deels ook groene ruimte en/of bestaand stads- en dorpsgebied betreffen.

Tabel 2 Bedrijventerreinen zachte capaciteit plaats

naam terrein

uitgeefbaar opp in ha

Alphen aan den Rijn

Alphen aan den Rijn

Steekterpoort II

15

Alphen aan den Rijn

Groenendijk

Groenendijk oost

9

gemeente Holland Rijnland

12

Alphen aan den Rijn

Hazerswoude-Rijndijk

Prinsenschouw

10

Kaag en Braassem

Leimuiden

Drechthoek II

8

Kaag en Braassem

Roelofarendsveen

Veenderveld 2

29

Katwijk

Valkenburg

Werkpark 1 (zuid van Tjalmaweg)

11

Noordwijkerhout

Noordwijkerhout

‘s-Gravendam oost

15

Zoeterwoude

Zoeterwoude

Groenendijk west

7

Teylingen

Warmond

Greenib

4

Maasdijk

Honderdland fase 2

35

Brielle

Brielle Vierpolders

Seggelant III 3

20

Hellevoetsluis

Hellevoetsluis

Kickersbloem 3 (4e kwadrant)

17

Nissewaard

Geervliet

Geervliet oost (Bernissester)

40

Rotterdam

Hoek van Holland

Haak-Kulkweg (waterweg noord)

30

Rotterdam

Rotterdam

Science en Business Park

80

Dordrecht

Dordtse Kil IV

65

Ambachtsezoom

15

Bodegraven-Reeuwijk Reeuwijk-Brug

Zoutman west

9

Krimpenerwaard

Stolwijk

Zuidelijke Entree

3

Waddinxveen

Waddinxveen

Logistiek Park A12 (2e fase)

9

Waddinxveen

Waddinxveen

Milieupark A12 noord

30

Zuidplas

Nieuwerkerk aan den IJssel

A20 noord en zuid

41

Zuidplas

Zevenhuizen

Knibbelweg oost

23

Haaglanden Westland Regio Rotterdam

Drechtsteden Dordrecht

Hendrik-Ido-Ambacht Hendrik-Ido-Ambacht Midden-Holland

Alblasserwaard-Vijfheerenlanden Gorinchem

Gorinchem

Groote Haar (Gorinchem noord)

37

HardinxveldGiessendam

Hardinxveld

Het Oog

10

Leerdam

Leerdam

Nieuw Schaijk, uitbreiding

5

Zederik

Meerkerk

Meerkerk IV, uitbreiding

5

Hoeksche Waard

13

Korendijk

Zuid-Beijerland

Zuid-Beijerland uitbreiding

3

Strijen

Strijen

Verlengde Edisonlaan

4

Goeree-Overflakkee

Nieuwe Tonge

De Tram uitbreiding

5

Goeree-Overflakkee

Stellendam

Noordereiland

6

Goeree-Overflakkee

Tabel 3 Bedrijventerreinen harde capaciteit plaats

naam terrein

uitgeefbaar opp in ha

Nieuwkoop

Nieuwveen

Schoterhoek II

7

Noordwijk

Noordwijk

’s-Gravendijck

3-5

Noordwijkerhout

Noordwijkerhout

Delfweg uitbreiding Bulb Trade Park 7

Katwijk

Rijnsburg

Klei-Oost-Zuid

15

Katwijk

Rijnsburg

Vinkenwegzone

4-6

Katwijk

Valkenburg

Werkpark 2 (noord van Tjalmaweg)

8

Teylingen

Sassenheim

Oosthoutlaan

6

Harnaschpolder

39

gemeente Holland Rijnland

Haaglanden Midden-Delfland

Den Hoorn

Westland

Naaldwijk

Trade Park Westland Mars

11

Hellevoetsluis

Hellevoetsluis

Kickersbloem 3

54

Lansingerland

Bergschenhoek

Leeuwenhoekweg

5

Lansingerland

Berkel

Oudeland

53

Lansingerland

Bleiswijk

Bedrijventerrein Bleizo / Hoefweg zuid

35

Ridderkerk

Ridderkerk

Nieuw Reijerwaard

95

Brielle

Brielle

Seggelant 2

5

Vlaardingen

Vlaardingen

De Vergulde Hand west

15

Sliedrecht

De Driehoek

7

BodegravenReeuwijk

Bodegraven

Groote Wetering II

5

Krimpenerwaard

Bergambacht

Nieuwe Wetering

4

Regio Rotterdam

Drechtsteden Sliedrecht Midden-Holland

14

Krimpenerwaard

Bergambacht

Nieuwe Wetering Kruiswijk

3-5

Krimpenerwaard

Lekkerkerk

Lekkerkerk Oost

3-5

Krimpenerwaard

Schoonhoven

Zevender

7

Waddinxveen

Waddinxveen

Businesspark Vredenburg

7

Waddinxveen

Waddinxveen

Logistiek Park A12 (1e fase)

16

Zuidplas

Nieuwerkerk aan den IJssel

Hooge Veenen III, fase 2

3

Zuidplas

Zevenhuizen

Plantagekwadrant (Het Nieuwe Midden)

20

Alblasserwaard-Vijfheerenlanden Giessenlanden

Schelluinen

Schelluinen west

12

Leerdam

Schoonrewoerd

Schoonrewoerd

6-10

Binnenmaas

Binnenmaas

Reedijk uitbreiding

4

Binnenmaas

Blaaksedijk

Regionaal bedrijventerrein Hoeksche 20 Waard 2e fase

Binnenmaas

Blaaksedijk

Regionaal bedrijventerrein Hoeksche 20 Waard 3e fase

Binnenmaas

Puttershoek

Suikeruinie (voormalige)

14

Cromstrijen

Numansdorp

Proeftuin

11

Oud-Beijerland

Oud-Beijerland

De Hoogerwerf Oost

8

Bedrijvenpark Oostflakkee

20

Hoeksche Waard

Goeree-Overflakkee GoereeOverflakkee

Oude-Tonge

Tabel 4 Andere stedelijke ontwikkelingen gemeente

plaats

naam terrein

uitgeefbaar opp in ha

Sliedrecht

Recreatief Knooppunt Sliedrecht

20

Honselersdijk

Horti Campus

20

Volkstuinen Oostvlietpolder

3

Bleizo ontwikkeling stationsgebied

10

Drechtsteden Sliedrecht Haaglanden Westland

Holland Rijnland Leiden

Leiden

Regio Rotterdam Lansingerlan Bleiswijk d

15

Nissewaard

Heenvliet / Geervliet

Sportvelden Bernisse Noord

7

2.2.2 Transformeren, herstructureren en verdichten

Verdichting, herstructurering en transformatie zijn een financieel zware opgave. Rijkssubsidies voor verstedelijking en stedelijke vernieuwing zijn c.q. worden afgebouwd en het investeringsvermogen van woningcorporaties is verminderd. Transformeren

Operationeel doel

Transformeren van gebieden naar een andere functie, daar waar die functie meer passend is zowel vanuit kwaliteit als vanuit behoefte

Realisatiemix

Afspraken met gemeenten over transformatiegebieden Verordening ruimte

Diverse locaties in en nabij het stedelijk gebied zullen een andere functie krijgen die op die plek passender is, zowel vanuit behoefte als vanuit kwaliteit. Hierbij kan bijvoorbeeld worden gedacht aan de Vlietzone, de Binckhorst in Den Haag of Stadshavens in Rotterdam. Dit past bij de provinciale ambitie voor een aantrekkelijk vestigingsklimaat. Op een beperkt aantal plekken richt de transformatie zich vooral op de herontwikkeling naar gemengd stedelijk gebied. Dit gaat gepaard met een meer intensieve benutting van de ruimte rekening houdend met de ligging ten opzichte van het openbaar vervoernetwerk. Aan de rand van de steden gaat het vooral om het combineren van stedelijke functies met recreatieve en groene functies. De provincie wil ook ruimte bieden aan organische ontwikkeling en functiemenging vanuit een oogpunt van betere benutting en kwaliteitsverbetering van het bestaand stads- en dorpsgebied. Met name bedrijventerreinen met milieucategorie 1 en 2 lenen zich voor functiemenging. In de monitor van de Visie ruimte en mobiliteit zal worden bijgehouden in hoeverre er op deze terreinen verdringing plaatsvindt. In mindere mate is functiemenging ook mogelijk op bedrijventerreinen met milieucategorie 3, mits de belangen van bedrijven niet geschaad worden.

Bedrijventerreinen met milieucategorie 4 en hoger verdragen zich niet met functiemenging, zeker niet met gevoelige functies zoals wonen. Bij transformatie van terreinen met categorie 3 en hoger alsmede watergebonden bedrijventerreinen dient de gemeente in het bestemmingsplan aan te geven of het, gelet op de kwalitatieve en kwantitatieve behoefte, noodzakelijk is binnen de regio te voorzien in compensatie van het bedrijventerrein, en zo ja, waar die compensatie zal plaatsvinden. Belangrijke transformatiegebieden: Bedrijventerrein Binckhorst, gemeente Den Haag Bedrijventerrein Binckhorst is een gemengd bedrijventerrein, waar enkele watergebonden bedrijven gevestigd zijn. Het gaat om het afvaloverslagstation van de AVR en om twee betonmetselzandcentrales. De Binckhorst wordt getransformeerd naar gemengd stedelijk gebied, waar een verbetering van de ruimtelijke kwaliteit voorop staat. Het voormalige Stadsgewest Haaglanden heeft een onderzoek verricht naar alternatieven voor de uit te plaatsen milieuhinderlijke en watergebonden bedrijvigheid. Dit onderzoek heeft vooralsnog geen haalbare alternatieven opgeleverd. Daarom ligt het accent nu op optimale inpassing. Hierbij geldt het provinciale doel om voldoende ruimte voor watergebonden bedrijven en in milieucategorie 4 en hoger te houden.

Woningbouw binnen de milieucontour van de betoncentrale is niet uitgesloten, mits de betoncentrale niet wordt beperkt in haar functioneren. Vlietzone, gemeente Den Haag Voor de Vlietzone heeft de gemeente in overleg met Rijswijk en Leidschendam-Voorburg een 16

gebiedsperspectief vastgesteld. In dit perspectief wordt ingegaan op de verbetering van de groene kwaliteiten van de Vlietzone en op de reservering voor een mogelijk toekomstige verstedelijking, passend bij de uitgangspunten van de verschillende deelgebieden. De provincie hecht aan de groene kwaliteiten. In het perspectief wordt ook ingegaan op de wijze waarop initiatieven en ontwikkelingen door de betrokken gemeentebesturen in procedure worden genomen. Stadshavens – gemeente Rotterdam Als de kavels op de Tweede Maasvlakte worden uitgegeven, ontstaat ruimte voor een herverkaveling van het havenindustrieelcomplex. Er vinden verschuivingen van functies plaats, onder andere binnen Stadshavens. Deze gebieden worden getransformeerd naar de beoogde gemengde, stedelijke woonwerkmilieus in delen van het havengebied. Voor de provincie is het belangrijk dat de transformatie bijdraagt aan de bundeling van verstedelijking, infrastructuur, voorzieningen en economische activiteiten gericht op concentratie, waarbij rekening wordt gehouden met kwalitatieve vraagontwikkelingen op de regionale woningmarkt en het versterken van de mainportfunctie. BleiZo Nu duidelijk is dat er geen factory outlet center wordt gerealiseerd, is het van belang Bleizo op een andere manier te ontwikkelen. In 2018 zal station Bleizo gerealiseerd worden.

De kantorencapaciteit van Bleizo is in programmatische zin overgeheveld naar de regio Haaglanden en is daarbij in de regionale visie opgenomen als kantorenlocatie. De provincie beschouwt Prisma als een deel van Bleizo en uitplaatsing van het Woonhart Zoetermeer naar een deel van Prisma wordt niet op voorhand uitgesloten. Leisure ziet de provincie als een positieve ontwikkeling. Recreatief knooppunt Sliedrecht De Merwedezone biedt een ontwikkelingskader voor het regiopark met recreatieve knooppunten. Ten behoeve van het recreatief knooppunt Sliedrecht moeten sportvelden worden uitgeplaatst van een bedrijventerrein naar een locatie buiten bestaand stads- en dorpsgebied. De uitplaatsing van de sportvelden moet plaatsvinden in combinatie met de knooppuntontwikkeling Sliedrecht. Uitgangspunt bij de ontwikkeling van het regiopark moet zijn dat de verrommeling wordt tegengegaan, dat de agrarische bedrijfsvoering wordt gerespecteerd en dat de landschappelijke en cultuurhistorische kwaliteiten van het gebied worden behouden en versterkt. Plaspoelpolder Een deel van het bedrijventerrein Plaspoelpolder wordt getransformeerd naar een meer gemengd gebied. Het gebied aan de haven en de vliet bieden volgens de toekomstvisie Plaspoelpolder van de gemeente Rijswijk grote kansen om een prettig verblijfsgebied (o.a. wonen, horeca, werken) te realiseren.

De provincie houdt voor de percelen die een directe ligging hebben aan het water vast aan de aanduiding watergebonden bedrijventerrein. Dit betekent dat een bestemmingsplan dat betrekking heeft op een watergebonden bedrijventerrein in hoofdzaak watergebonden bedrijven toelaat. Het enige perceel met, op dit moment, een hoge milieucategorie op het watergebonden bedrijventerreindeel is het perceel van de voormalige betoncentrale. Inmiddels is de centrale ontmanteld. Feitelijk is de locatie te klein (3.000 m²) voor een betoncentrale. Dit perceel blijft vanwege de ligging aan het water wel gehandhaafd als watergebonden bedrijventerrein. Bij het bepalen van de hoogst mogelijke milieucategorie in het bestemmingsplan kan rekening worden gehouden met de toekomstige ontwikkeling van andere delen van de Plaspoelpolder tot een gemengder gebied. Transformatie van glastuinbouwgebieden Naast bovengenoemde transformatiegebieden is er nog een aantal niet duurzame (of verouderde) glastuinbouwgebieden waar transformatie zal gaan plaatsvinden. Deze transformatiegebieden met niet duurzaam glas hebben de aanduiding transformatie op kaart 1 “Transformeren, herstructureren en verdichten” van het Programma ruimte: •

Erasmuszone Wateringen: van glastuinbouwgebied naar gemengd stedelijk milieu wonen plus werken

•

Glastuinbouwgebieden in Aar- en Amstelzone van glastuinbouw naar gemengde functies (wonen, recreatie, agrarisch en natuur)

•

Glastuinbouwgebied Lansingerland, Hoekeindsche weg: van glas naar stedelijk gebied

•

Gemeente Katwijk, de Woerd: van glastuinbouw naar stedelijk milieu.

17

Deze gebieden kunnen transformeren naar een andere functie. De nog aanwezige glastuinbouwbedrijven vallen op grond van de Verordening ruimte 2014 onder de regeling voor verspreid glas, dit houdt in dat per bedrijf een oppervlakte van maximaal 2 ha glas mogelijk is. 2.2.3 Uitwerking van de verstedelijkingsstrategie voor woonlocaties Wonen en woonmilieus

Operationeel doel

Voorzien in de kwalitatieve en kwantitatieve behoefte aan woningen en woonmilieus

Realisatiemix

Afspraken met regio’s over regionale woonvisies

Dit doel wordt hierna uitgewerkt op zes punten: 1. ontwikkelingen woningbehoefte; 2. regionale woonvisies: aanduiding van punten waarmee regio’s rekening moeten houden bij het maken/actualiseren van regionale woonvisies; 3. terugvalopties: beschrijving van handelingskader voor het geval er geen actuele regionale woonvisie door Gedeputeerde Staten is aanvaard; 4. planreductie: beschrijving van handelingskader indien een plan structureel niet meer nodig is; 5. bestuurlijke afspraken: beschrijving van bestuurlijke afspraken die de provincie met gemeenten en regio’s heeft gemaakt over locatie, kwantiteit, kwaliteit en tempo van woningbouw; 6. samenwerking aan realisatie stedelijke woonmilieus. 1. Ontwikkelingen woningbehoefte De Woningmarktverkenning Zuid-Holland is voor de provincie uitgangspunt voor gesprek over de kwalitatieve en kwantitatieve behoefte met de regio’s. Dit woningbehoefte onderzoek wordt iedere drie jaar geactualiseerd. De Woningmarktverkenning is gebaseerd op het landelijke woningbehoefteonderzoek (het WoON) en de provinciale Bevolkingsprognose (BP). De Bevolkingsprognose geeft inzicht in de verwachte huishoudensgroei op (sub)regionaal niveau. In de Woningmarktverkenning wordt vanuit de BP een doorvertaling gemaakt naar kwalitatieve behoefte, onder andere woonmilieus en prijsklassen.

Naast de Bevolkingsprognose voert de provincie iedere drie jaar een onderzoek uit naar de woningbehoefte op basis van binnenlands migratiesaldo nul. Dit is de Woningbehoefteraming (WBR). De WBR kan als aanvulling worden gebruikt op de BP, om inzicht te geven in het aantal woningen dat gebouwd zou moeten worden voor de eigen bevolking van een gemeente (lokale behoefte). 2. Regionale woonvisies Gemeenten stellen in regionaal verband woonvisies vast. Hierin bepalen gemeenten de gewenste gezamenlijke ontwikkelrichting voor woningbouw en de woonkwaliteiten. De provincie vraagt aan de regio’s om de regionale woonvisies eens per jaar te monitoren en eens per drie jaar te actualiseren op basis van nieuw woningbehoefteonderzoek. Regionale woonvisies worden gemaakt voor één of meerdere woningmarktgebieden. Hierbij vraagt de provincie te voldoen aan onderstaande punten: 1. een realistisch kwalitatief en kwantitatief onderbouwd woningbouwprogramma; 2. een passend aanbod voor de doelgroepen van het huurbeleid; 3. een kader voor de toepassing van de Ladder voor duurzame verstedelijking in bestemmingsplannen. Een realistisch kwalitatief en kwantitatief onderbouwd woningbouwprogramma Een regionale woonvisie dient een onderbouwing te geven van een regionaal woningbouwprogramma, op basis van kwaliteit en kwantiteit.

Voor de provincie is de Woningmarktverkenning Zuid-Holland hierbij het uitgangspunt voor gesprek. Voor een kwalitatieve onderbouwing wordt in ieder geval een onderbouwing gegeven voor woonmilieus en prijsklassen. 18

De provincie stelt de Woningmarktverkenning Zuid-Holland vast als uitgangspunt voor de woningbehoefte in de regionale woonvisies. Dit betekent dat de provincie in de eerste plaats een regionale woonvisie zal beoordelen op basis van de Woningmarktverkenning. De Woningmarktverkenning is daarmee in principe leidend voor het oordeel van de provincie. Ander onderzoek kan worden gebruikt als aanvulling en/of nuancering. Wanneer de provincie het aannemelijk acht dat lokaal of regionaal onderzoek beter inzicht geeft in (onderdelen) van de vraag dan de Woningmarktverkenning zal de provincie bij een tegenstrijdigheid met de Woningmarktverkenning kiezen om lokaal of regionaal onderzoek te volgen bij beoordeling van een regionale woonvisie. De provincie past de Woningmarktverkenning toe op (sub)regionaal niveau, waarmee wordt aangesloten op de schaal van de woningmarkt. Voor woonmilieus gaat de provincie uit van de indeling in woonmilieus uit de Woningmarktverkenning Zuid-Holland. Regio’s kunnen daarnaast een eigen woonmilieu-indeling hanteren. Daarbij kunnen ze gebruik maken van bijvoorbeeld de Rosettamethode. De regio onderbouwt de woonmilieus door een vergelijking tussen vraag en aanbod aan woonmilieus op (sub) regionaal niveau. Dit kan met een woonmilieubalans, waarin per woonmilieu vraag en aanbod tegen elkaar worden afgewogen.

Deze geeft inzicht in welke aanpassingen of toevoegingen in woonmilieus gewenst zijn. Voor een volledig beeld van de vraag is het wenselijk om deze in de context van de bestaande voorraad te zien. Ook aanpassingen in de bestaande voorraad kunnen eraan bijdragen dat vraag en aanbod meer in balans komen. Vooral de realisatie van stedelijke woonmilieus is een opgave in Zuid-Holland; er is veel vraag naar ten opzichte van het aanbod. De provincie vraagt om deze reden aan stedelijke regio’s om in de regionale woonvisie toe te lichten hoe wordt voorzien in stedelijke woonbehoefte. De uitwerking op gebiedsniveau speelt hierbij een bepalende rol. Dit is verder toegelicht onder punt 6 van deze paragraaf 'samenwerken aan realisatie stedelijke woonmilieus’. Voor prijsklassen wordt in ieder geval voor de doelgroepen van het huurbeleid een onderbouwing gevraagd, zoals in de volgende paragraaf is beschreven. Een passend aanbod voor de doelgroepen van het huurbeleid Een regionale woonvisie beschrijft gemeentelijk en (indien van toepassing) regionaal beleid met betrekking tot de woningvoorraad onder de liberalisatiegrens. Hierbij wordt door middel van een concreet programma van maatregelen onderbouwd hoe deze voorraad wordt afgestemd op de omvang van de doelgroepen van het huurbeleid van het Rijk.

Indien in een of meer gemeenten in de regio het instrument van de Huisvestingsverordening heeft ingezet, en dus heeft aangetoond dat er sprake is van schaarste in de goedkope huurwoningvoorraad, dan dient in de regionale woonvisie te worden beschreven hoe het concrete programma van maatregelen bijdraagt aan het beperken van de schaarste van de woningvoorraad onder de liberalisatiegrens en op welke termijn deze schaarste geheel zal zijn weggewerkt. De prestatieafspraken die gemeenten maken met woningcorporaties zijn bepalend voor een passend aanbod voor de doelgroepen. Gemeenten maken met corporaties afspraken over voorraadontwikkeling door huurprijsbeleid, sloop, nieuwbouw, verkoop en aankoop. Ook worden veelal afspraken gemaakt over renovatie, onderhoud, duurzaamheid en de huisvesting van bijzondere doelgroepen. In regionale woonvisies geven regio’s aan hoe, mede op basis van de prestatieafspraken, wordt gezorgd voor een passend aanbod voor de doelgroepen van het huurbeleid van het Rijk. In de regionale woonvisie dient in ieder geval aandacht besteed te worden aan het voorzien in de huisvesting van vergunninghouders en arbeidsmigranten.

Een kader voor de toepassing van de Ladder voor duurzame verstedelijking in bestemmingsplannen Op grond van het Besluit ruimtelijke ordening van het Rijk en de provinciale Verordening ruimte moet voor een stedelijke ontwikkeling de Ladder voor duurzame verstedelijking worden doorlopen. Dit moet worden onderbouwd in de toelichting bij het bestemmingsplan. De eerste trede van de Ladder houdt in dat wordt aangetoond dat er regionale behoefte is. De regionale woonvisie kan voor meerdere plannen tegelijk in deze onderbouwing voorzien. Conform de Ladder voor duurzame verstedelijking krijgen plannen voor gebiedstransformatie of transformatie van leegstaand vastgoed, indien deze uitvoerbaar zijn, voorrang ten opzichte van plannen buiten bestaand stads- en dorpsgebied. Voor locaties buiten bestaand stads- en dorpsgebied geldt dat deze voorrang krijgen wanneer een multimodale ontsluiting aanwezig is, t.o.v. locaties waar dat niet het geval is. 19

Als een regionale woonvisie is aanvaard op basis van een regionaal woningbouwprogramma waarin bovengenoemde niet opgaat, dan dient het woningbouwprogramma alsnog hierop te worden aangepast. Aangezien kansen voor gebieds- en gebouwtransformatie niet altijd op voorhand helder zijn, kan een plan voor transformatie tussentijds aanvullend aan het bestaande woningbouwprogramma worden opgenomen. De eventuele gevolgen voor de rest van het woningbouwprogramma kunnen in de jaarlijkse monitoring worden bezien. Aanbevolen wordt om in de regionale woonvisie rekening te houden met het overige beleid uit de Visie ruimte en mobiliteit, het Programma ruimte en de Verordening ruimte, in het bijzonder met de kwaliteitskaart, de kaart van de ruimtelijke hoofdstructuur en de concentratie bij Stedenbaan of (met name in het landelijk gebied) locaties waar sprake is van onderbenutte OV-capaciteit. Als dat conform die richtlijnen is gebeurd, dan voldoen de bestemmingsplannen die binnen de woonvisie vallen op deze onderdelen al aan het provinciaal beleid. Dat maakt de beoordeling van bestemmingsplannen eenvoudiger en vergroot bovendien de kwaliteit van de planvorming. 3.

Terugvalopties In dien nodig hanteert de provincie de volgende terugvaloptie: Bij het ontbreken van een door GS aanvaarde regionale woonvisie beoordeelt de provincie per (bestemmings)plan of de eerste trede van de Ladder voor duurzame verstedelijking is doorlopen. Dit oordeel komt tot stand op basis van de Woningmarktverkenning. Wanneer kwalitatief (in een bepaald woonmilieu of prijsklasse) of kwantitatief (in het geheel) al meer dan voldoende plancapaciteit aanwezig is in de gemeente of regio, is er geen aantoonbare behoefte voor het plan. 4. Planreductie Uit een regionale woonvisie of bij gebreke daarvan de toepassing van de terugvaloptie kan blijken dat een plan structureel niet meer nodig is. Dan is planreductie aan de orde. De provincie zal dan in overleg gaan met de betreffende gemeente op welke wijze en termijn het betreffende plan een andere bestemming kan krijgen. Uiteraard is daarbij ook relevant of er al een woonbestemming is gevestigd of nog niet. Voorts ligt het voor de hand dat de aanduiding op de kaart met uitleglocaties van meer dan 3 ha in het Programma ruimte (indien van toepassing) dan wordt verwijderd. Aanvaarding van de regionale woonvisie waarin een bestemde locatie niet meer is opgenomen leidt op zichzelf niet tot een uit de verordening voortvloeiende verplichting om het bestemmingsplan te herzien.

Dat gegeven biedt ruimte voor maatwerkafspraken tussen provincie en gemeente. 5. Bestuurlijke afspraken De provincie heeft met een aantal gemeenten en regio’s bestuurlijke afspraken gemaakt over locatie, kwantiteit, kwaliteit en tempo van woningbouw. Dit neemt niet weg dat bestemmingsplannen voor locaties waarvoor bestuurlijke afspraken met de provincie zijn gemaakt op het gebied van wonen moeten voldoen aan de Verordening ruimte (waaronder de Ladder voor duurzame verstedelijking) en het Programma ruimte (waaronder de stappen die in deze paragraaf beschreven staan onder 1 en 2). De afspraken met de gemeente Nieuwkoop in het kader van de Noordse Buurt vormen hier ten aanzien van de verstedelijkingsafspraken een uitzondering op voor wat betreft het hanteren van de bestaande bovenregionale verstedelijkingsafspraken. Afspraken van lokale of regionale aard betreffen bijvoorbeeld W4 en de Oude Rijnzone. Deze afspraken blijven uitgangspunt voor de provincie, maar gewijzigde omstandigheden kunnen voor alle partijen aanleiding geven voor heroverweging. Dit gebeurt bij voorkeur in het kader van (actualisering van) regionale woonvisies. In de gemeente Nieuwkoop wordt de verouderde glastuinbouwlocatie Noordse Buurt gesaneerd.

Dit vindt plaats om de kwaliteit van het landschap, de waterhuishouding, de waterkwaliteit en de ecologische structuur rondom het Natura2000-gebied de Nieuwkoopse Plassen te verbeteren. Om de glassanering in de Noordse Buurt te financieren, is met de gemeente Nieuwkoop overeengekomen 430 woningen boven de behoefteraming te realiseren, aansluitend aan een vijftal kernen. In de gemeente Maassluis biedt de locatie Dijkpolder de mogelijkheid om invulling te geven aan een woningvraag die in deze subregio slechts in uitleglocaties gerealiseerd kan worden. In de Dijkpolder kan woningbouw ontwikkeld worden die aansluit bij de verhoudingen 80% binnenstedelijk bouwen en 20% in uitleglocaties, zoals in de Verstedelijkingsstrategie Zuidvleugel is opgenomen.

20

Met de gemeente Zoeterwoude is in het kader van de bestuursovereenkomst inzake het HOV-Net Zuid Holland Noord van 17 mei 2013 de afspraak gemaakt dat zij minimaal 300 woningen zal realiseren. De provincie gaat akkoord met een woningbouwprogramma van 325 woningen in Meerburg. Met de gemeente Voorschoten en Leidschendam Voorburg zijn bestuurlijke afspraken gemaakt voor de ruimtelijke invulling van de Duivenvoordecorridor. De afspraken zijn gericht op het realiseren van een duurzame landschappelijke structuur en het waarborgen van een duurzame recreatiefunctie in een overwegend groen landschap. Dit betekent dat, ondanks dat de Duivenvoordecorridor gelegen is in een gebied met beschermingscategorie 1, waar aanpassing en transformatie niet is toegestaan, deze afspraken wel uitgevoerd kunnen worden. Voorwaarden hiervoor zijn: •

De ruimtelijke kwaliteit van dit gebied dient verbeterd te worden door het vervangen van de kassen en bedrijfsgebouwen die een oppervlak van 33 hectare innemen. Maximaal 15% van het oppervlak van de gesloopte opstallen mag voor woongebouwen worden bestemd. De rest van de gronden wordt benut voor het realiseren van groendoelstellingen.

•

Woningbouw is toegestaan mits de realisatie van de groenopgave en de recreatieve functie zich gelijktijdig zullen voltrekken.

•

De glastuinbouw wordt gesaneerd, buitenplaatsen en bosschages worden hersteld en ontwikkeld en er wordt voorzien in recreatieve faciliteiten.

•

Verrommeling van het landschap moet voorkomen worden. Stimuleren van ruimtelijke functies die bijdragen aan de openheid en het groene landelijk gebied, waarbij als doelstelling het saneren van ongewenste bebouwing geldt.

•

Het beleid is erop gericht om dit gebied te transformeren tot relatief grootschalig, groen gebied met diverse recreatiemogelijkheden.

6. Samenwerken aan realisatie stedelijke woonmilieus De vraag naar stedelijk wonen neemt toe. Verdichting, herstructurering en transformatie van bestaand stedelijk gebied is essentieel om in die vraag te kunnen voorzien. Hiermee wordt de stedelijke economie verder versterkt en wordt beter gebruik gemaakt van de investeringen die zijn gedaan in voorzieningen en infrastructuur. Op deze wijze kan het stedelijk gebied aan kwaliteit winnen. Dit is een opgave die ruimtelijk en financieel niet eenvoudig is en die geen van de spelers alleen kan klaren. Samen met andere partijen wil de provincie de vraag naar stedelijk wonen faciliteren en de realisatie van stedelijke woonmilieus stimuleren. De provincie doet dit door enerzijds de onderlinge samenwerking en kennisontwikkeling te stimuleren. Anderzijds door meer opgavegericht te werken (thematisch en/of gebiedsgericht) met de inzet van het eigen beleidsinstrumentarium waardoor de juiste condities worden gecreëerd en eventuele belemmeringen worden weggenomen. Voorbeelden van deze samenwerking (tussen overheden en partijen uit het veld) zijn het MIRT-onderzoek Stimuleren Stedelijk Wonen, het vervolg daarop en het sluiten van de City Deal Binnenstedelijk Bouwen en Transformatie.

21

Een voorbeeld van thematisch beleidsinstrumentarium is de handreiking Transit Oriented Development, die tot stand is gekomen in het kader van het MIRT-onderzoek Stimuleren Stedelijk Wonen. Deze handreiking is gericht op het realiseren van stedelijk woonmilieus in de nabijheid van stedelijke voorzieningen, op locaties die multimodaal zijn ontsloten. Daarbij is de inrichting van het gebied van belang om daadwerkelijk een stedelijk woonmilieu te realiseren. De provincie past deze handreiking toe bij het gesprek over het gewenste woonmilieu voor dit type locaties als uitwerking van de regionale woonvisies. Om de vraag naar stedelijk wonen te realiseren is naast kennisontwikkeling en thematisch instrumentarium een gebiedsgerichte benadering gewenst. In samenwerking met andere (lokale) partijen kan kennis en instrumentarium worden ingezet om de gewenste stedelijke kwaliteit te realiseren. Dit wil de provincie samen met partners uitwerken aan de hand van een gezamenlijke agenda of strategie voor verstedelijking.

Huisvesting voor arbeidsmigranten

Operationeel doel

Voorzien in huisvesting voor kort- en lang verblijvende arbeidsmigranten

Realisatiemix

Regionale woonvisies

Arbeidsmigranten zijn belangrijk voor de Nederlandse economie. Niet alleen in de greenports en de Rotterdamse haven werken veel arbeidsmigranten, maar ook in diverse andere sectoren, zoals bouw, zorg en schoonmaak. Hun huisvesting vraagt om specifieke oplossingen. Arbeidsmigranten die zich slechts voor kortere tijd in Nederland vestigen, kunnen tijdelijke woonruimte vinden in de vorm van short stay of logies. Deze accommodaties kunnen gerealiseerd worden in tijdelijke en permanente bouwwerken. Uitgangspunt is dat het hier gaat om normale stedelijke functies waarop de Ladder voor duurzame verstedelijking van toepassing is. Een uitzondering kan worden gemaakt voor tijdelijke huisvesting van arbeidsmigranten bij agrarische bedrijven voor een korte piekperiode in het teeltseizoen. De provincie nodigt (samenwerkende) gemeenten met veel arbeidsmigranten uit om inzicht te geven in de manier waarop zij de huisvesting van arbeidsmigranten ruimtelijk willen faciliteren. Op deze manier kunnen gemeenten en provincie in een vroeg stadium overeenstemming bereiken over de manier waarop de huisvesting van arbeidsmigranten in een gebied vorm zal krijgen in het licht van de Ladder voor duurzame verstedelijking. De provincie faciliteert bij knelpunten, binnen de uitgangspunten van de VRM. 600 greenportwoningen Duin en Bollenstreek.

Operationeel doel

Realiseren van de 600 greenportwoningen zoals afgesproken in de Gebiedsuitwerking Haarlemmermeer-Bollenstreek. Deze 600 woningen maken onderdeel uit van de verstedelijkingsafspraken voor de Duin- en Bollenstreek. De opbrengsten van deze woningen komen ten goede aan de GOM.

Realisatiemix

Afspraken met de Duin- en Bollenstreek

In het kader van de Gebiedsuitwerking Haarlemmermeer-Bollenstreek heeft de provincie afspraken gemaakt over de realisering van 600 greenportwoningen in de Duin- en Bollenstreek. Aan deze afspraak zijn onderstaande voorwaarden verbonden: •

de woningen mogen niet gerealiseerd worden binnen het Kroonjuweel Landgoed Keukenhof;

22

•

de opbrengst van de bouw van de woningen wordt afgedragen aan de Greenport Ontwikkelingsmaatschappij (GOM) ten behoeve van de projecten uit het meerjarenprogramma.

Bovenregionale woningbouwopgave

Operationeel doel

Realiseren van de bovenregionale woningbouwopgave conform bestuurlijke afspraken

Realisatiemix

Bestuurlijke afspraken: onder meer over de woningbouw op het voormalige vliegveld Valkenburg

De provincie heeft voor vier locaties bestuurlijke afspraken gemaakt om een bovenregionale woningbouwopgave te realiseren. Het gaat om: 1. de afspraak in het kader van de Gebiedsuitwerking Haarlemmermeer-Bollenstreek om tot 2030 het aantal van 4900 woningen voor de provincie Noord-Holland te realiseren in de Duinen Bollenstreek (met inbegrip van de helft van de 600 greenportwoningen), 2. de afspraak om maximaal 5000 woningen te accommoderen op het voormalig vliegveld Valkenburg, 3. de afspraak om 7000 woningen te realiseren in de Zuidplaspolder 4. Afspraken in het kader van de Overeenkomst Knoop Leiden West Ook voor de plannen die op basis van bestuurlijke afspraken voorzien in een bovenregionale woningbehoefte, dient conform de Ladder voor duurzame verstedelijking de behoefte te worden onderbouwd op basis van actueel onderzoek. Duin- en Bollenstreek De Duin- en Bollenstreek heeft tot 2030 een eigen woningbouwbehoefte van 11.000 woningen en een bovenregionale behoefte van 4600 woningen plus 600 greenportwoningen. Verdere fasering en dosering van dit woningbouwprogramma volgt in het kader van de regionale woonvisie Holland Rijnland. De Verstedelijkingsafspraak dat de 4.900 woningen tot 2030 uit de Gebiedsuitwerking Haarlemmermeer-Bollenstreek voor bovenregionale opvang zijn, wordt als uitgangspunt beschouwd.

Valkenburg Ten behoeve van de ontwikkeling van locatie Valkenburg, heeft de Stuurgroep Valkenburg een Masterplan vastgesteld. Op het voormalig vliegveld wordt een woningbouwprogramma tot maximaal 5000 woningen geaccommodeerd, met bovenregionale betekenis. Onze ambitie is een integrale gebiedsontwikkeling van het vliegveld naar duurzame woon-, werk- en recreatiemilieus. Er wordt daarbij uitgegaan van een vraaggerichte bronpunten benadering die start ten noorden van de korte landingsbaan. Een groenblauw raamwerk dient als drager voor de ontwikkeling. Inzet is om aan te sluiten bij de bestaande (landschappelijke) karakteristiek. Het topmilieu zal gerealiseerd worden in het zuidelijk deel van de locatie, waarbij gestreefd wordt om het bestaande open groene karakter van de zuidzijde van de locatie zo lang mogelijk te respecteren. Conform de wens van PS streeft de provincie naar een zo breed mogelijke groene buffer om zo een passende tegenhanger te ontwikkelen van de stedelijke dynamiek rondom. Indien uit de behoefteraming naar voren komt dat er minder woningen in het topmilieu nodig zijn dan de geplande 500, dan wordt de grond die hierdoor niet bebouwd wordt toegevoegd aan de Groene Bufferzone. In elke fase van de ontwikkeling is er bijzondere aandacht voor de vormgeving van de stadsranden en de mogelijkheid van doorgaande routes.

Tijdelijk gebruik van de locatie tijdens de gefaseerde ontwikkeling wordt mogelijk gemaakt. Gezien de nieuwe situatie op de woningmarkt is een vraaggestuurde aanpak waarbij het programma gedoseerd en gefaseerd wordt ontwikkeld noodzakelijk. Hierbij is afstemming over de woningbehoefte binnen de regio en met regio-overstijgende woningmarkten een voorwaarde. Wij gaan er vanuit dat eventuele ongewenste concurrentie tussen locaties in het kader van de woningbouwprogrammering van Holland Rijnland c.q. de Leidse regio inzichtelijk wordt. De provincie wil graag met de Stuurgroep Valkenburg en andere stakeholders in overleg treden om tot een gedeelde uitvoeringsstrategie te komen. 23

De ontwikkeling van Valkenburg zal nader worden beoordeeld in het kader van het bestemmingsplan, inclusief een bij het bestemmingsplan te voegen ruimtelijk kwaliteitsbeeld, dat is aangesloten op het ruimtelijke kwaliteitskader zoals geformuleerd in de Verordening ruimte. Daarnaast is een met Holland Rijnland c.q. de Leidse regio afgestemd woningbouwprogramma voor Valkenburg van belang. Zuidplaspolder De Zuidplaspolder is een strategisch duurzame reservering voor woningbouw. Het accommoderen van de marktvraag en ontwikkelen op het juiste moment staan centraal. De Ladder voor duurzame verstedelijking wordt toegepast, wanneer het locaties betreft die buiten het bestaande stads- en dorpsgebied liggen. Voor zover deze locaties in bestemmingsplannen zijn vastgelegd behoeft de Ladder voor duurzame verstedelijking niet meer doorlopen te worden. Er wordt vanuit gegaan dat de meeste woonmilieus in voldoende mate binnen het bestaande stads- en dorpsgebied kunnen worden opgevangen. Volgens de huidige inzichten is er onvoldoende ruimte elders in de Zuidvleugel om de vraag naar dorpse en landelijke woonmilieus te kunnen accommoderen. Nieuwe dorpse woonmilieus worden in eerste instantie ontwikkeld in aansluiting op de bestaande kernen van Moerkapelle en Zevenhuizen. Landelijke woonmilieus kunnen ontwikkeld worden in de Rode Waterparel/ Nieuwerkerk-Noord en het Nieuwe Midden.

De planning zoals opgenomen in de Herijkingsstudie (7.000 woningen tot 2030 in dorpse en landelijke woonmilieus) wordt als basis gehanteerd. Het gaat daarbij om een indicatie, niet om een streefaantal of ambitie. Knoop Leiden West In de Overeenkomst Knoop Leiden West is een stelsel van bestuurlijke afspraken gemaakt voor een integrale ontwikkeling van de “Knoop” in samenhang met andere projecten in de As Leiden-Katwijk. De afspraken voor de ontwikkeling van woningen op de locaties Rijnfront-Noord, Rijnoevers, Frederiksoord Zuid (Oegstgeestse deel), de locatie Rijnoevers (meest zuidelijke eiland) en Rijnfront Zuid. De provincie gaat er vanuit dat deze ontwikkeling ook wordt verwerkt in de regionale woonvisie voor Holland Rijnland en zal zonodig in overleg treden over de fasering en dosering van de ruimtelijke ontwikkelingen. Topmilieus Voor het leveren van een bijdrage aan een (internationaal) vestigingsklimaat zijn ruimtelijke reserveringen essentieel voor wonen in het zogeheten ‘topmilieu’. Het gaat om woningbouw met een lage dichtheid van 5 tot 10 woningen per hectare, gekoppeld aan investeringen in het landschap. De woningen hebben een verkoopprijs (vrij op naam) van meer dan 600.000 euro (prijspeil 2013). In het portefeuillehoudersoverleg Wonen en Verstedelijking is afgesproken dat vier locaties voor deze categorie hun ruimtelijke reservering behouden.

Dit zijn: Dordrecht Belthurepark, Zuidplas Rode Waterparel, een deel van Valkenburg en een deel van de Westlandse Zoom. Woningen vergunninghouders

Operationeel doel

Vergunninghouders krijgen tijdig een passende woning aangeboden

Realisatiemix

Huisvestingswet Gemeentelijke huisvestingsverordening Regionale woonvisies

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.sliedrecht.nl/api/v1/meetings/161/documents/2843