12. Mutaties belastingverordeningen 2026 t.o.v. 2025.pdf
Tekst van het document
Geabonneerde vaartuigen waarmede geen gebruik meer wordt gemaakt van gemeentewerken Er bestaat geen aanspraak op restitutie indien het havengeld bij abonnement is geheven en het gebruik of genot van de in artikel 1 genoemde gemeentewerken wordt beëindigd voordat de geldigheidsduur van het abonnement is verstreken. Artikel 11 Vervanging van het vaartuig Indien een vaartuig, waarvoor het havengeld bij abonnement is voldaan, in de loop van het belastingjaar wordt vervangen door een ander vaartuig, wordt op schriftelijke aanvraag van de houder het abonnement geldig verklaard voor het nieuwe vaartuig. Zou voor het nieuwe vaartuig het havengeld hoger zijn dan voor het vaartuig waarvoor het abonnement is afgegeven, dan moet het verschil in havengeld, berekend over een vol jaar of een vol kwartaal, worden bijbetaald. Artikel 12 Tijdelijke vervanging van vaartuigen 1. Indien een vaartuig, waarvoor het havengeld bij abonnement is voldaan, wegens herstelling of onderhoud tijdelijk wordt vervangen door een ander vaartuig is het abonnement tijdens de duur van de werkzaamheden geldig voor het vervangende vaartuig met dien verstande, dat indien het vervangende vaartuig een grotere tonnage resp. oppervlakte heeft dan het vervangen vaartuig, voor het verschil havengeld geheven wordt naar het tarief berekend per reis. 2.
Het bepaalde in het eerste lid is alleen van toepassing, indien de houder van het geabonneerde vaartuig de voorgenomen vervanging, onder opgaaf van de oorzaak van de vervanging, de tijdstippen van aanvang en de vermoedelijke beëindiging daarvan en de plaats waar de herstelling of het onderhoud geschiedt, tenminste een week tevoren schriftelijk meldt aan de havenmeester en zolang niet aan de havenmeester schriftelijk is gemeld, dat de vervanging heeft opgehouden.
30
Artikel 13 Vrijstelling Geen havengeld wordt geheven van: a. Vaartuigen in directe dienst van het rijk, voor zover vrijstellingen krachtens wettelijke voorschriften moet worden verleend; b. Hospitaalvaartuigen, indien daarop de in artikel 1 van het Traktaat van 21 december 1904 (goedgekeurd bij de Wet van 30 december 1905, Staatsblad 383), bedoelde vrijstelling van ten behoeve van de staat geheven havenrechten van toepassing is; c. Roeiboten, behorende, bij vaartuigen, geen pleziervaartuigen of woonschepen zijnde, waarvoor havengeld geheven wordt; d. Vaartuigen, die ten gevolge van ijsgang of andere weersomstandigheden gedwongen zijn langer dan veertien dagen in de haven te verblijven. e. Vaartuigen welke niet langer dan drie achtereenvolgende uren gebruik maken van een speciaal daartoe door de havenmeester aan te wijzen ligplaats, mits deze tijd uitsluitend wordt benut om in de gemeente inkopen te doen of zaken te behandelen, niet laden of lossen en geen passagiers in- of ontschepen; f. Vaartuigen in beheer van de gemeenschappelijke regeling Veiligheidsregio Zuid-Holland, welke zijn ingericht voor de brandbestrijding te water. Artikel 14 Wijze van heffing De rechten worden geheven bij wege van een gedagtekende kennisgeving, nota of ander schriftuur waarop het gevorderde bedrag is vermeld. Artikel 15 Termijn van betaling 1.
De rechten moeten worden betaald op het moment van de uitreiking van de in artikel 14 bedoelde kennisgeving. 2. Ingeval de kennisgeving wordt toegezonden, moeten de rechten worden betaald binnen een maand na dagtekening van de schriftelijke kennisgeving. Artikel 16 Meldingsplicht Elke schipper of gezagvoerder van een vaartuig en elke bewoner van een woonschip is verplicht terstond, nadat het gebruik of genot van de in artikel 1 bedoelde gemeentewerken een aanvang heeft genomen, daarvan melding te maken ten kantore van de havenmeester. Artikel 17 Aanduiding op woonschip Woonschepen moeten aan de buitenzijde voorzien zijn van de naam van het schip, welke duidelijk zichtbaar ter weerszijden van de voorkant van het schip is aangebracht of bij gebreke van een naam van een door de havenmeester op te geven nummer, dat met cijfers van 10 cm hoogte op dezelfde wijze en plaats is aangebracht. Artikel 18 Kwijtschelding Bij de invordering van havengeld wordt geen kwijtschelding verleend. Artikel 19 Inwerkingtreding 1. De "Verordening havengeld 2025” van 10 december 2024 wordt ingetrokken met ingang van de in het derde lid genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor deze datum hebben voorgedaan. 2. Deze verordening treedt in werking met ingang van 1 januari 2026. 3.
De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2026. 4. Deze verordening kan worden aangehaald als de “Verordening havengeld 2026 gemeente Sliedrecht”. Vastgesteld in de openbare vergadering van de raad der gemeente Sliedrecht op 16 december 2025.
31
De griffier,
mr. R.P.A. van Aalst
De voorzitter,
mr. drs. J.M. de Vries
32
Versie geldig vanaf 1 januari 2026
Verordening hondenbelasting 2026 gemeente Sliedrecht
Verantwoordelijke afdeling
Bedrijfsvoering De getoonde verordeningen zijn een weergave van de actuele situatie. Voor historische informatie hiervan kunt u contact opnemen met de Servicegemeente Dordrecht, onderdeel Documentaire Informatievoorziening, e-mail: gemeente@sliedrecht.nl.
De raad van de gemeente Sliedrecht; gezien het voorstel van het college van burgemeester en wethouders d.d. 25 november 2025; gelet op de artikel 226 van de Gemeentewet; besluit: vast te stellen de Verordening op de heffing en invordering van hondenbelasting 2026. Artikel 1 Belastbaar feit Onder de naam "hondenbelasting" wordt een directe belasting geheven ter zake van het houden van een hond binnen de gemeente. Artikel 2 Belastingplicht 1. Belastingplichtig is de houder van een hond; 2. Als houder wordt aangemerkt degene die onder welke titel dan ook een hond onder zich heeft, tenzij blijkt dat een ander de houder is; 3. Het houden van een hond door een lid van het huishouden wordt aangemerkt als het houden van een hond door de in artikel 232, vierde lid, onderdeel a, van de Gemeentewet bedoelde ambtenaar aan te wijzen lid van dat huishouden. Artikel 3 Vrijstellingen 1. In dit artikel wordt verstaan onder hondenasiel: aan één locatie gebonden ruimte of ruimtes bestemd of gebruikt voor het in bewaring houden van honden die zwervend zijn aangetroffen, dan wel waarvan door de eigenaar permanent afstand is gedaan, welke locatie als inrichting is aangemeld overeenkomstig artikel 3.7, eerste lid, van het Besluit houders van dieren. 2. De belasting wordt niet geheven ter zake van honden: a.
die zijn opgeleid tot en dienen als blindengeleidehond en in hoofdzaak als zodanig door een blind persoon worden gehouden; b. die jonger zijn dan drie maanden, voor zover zij tezamen met de moederhond worden gehouden; c. waarvan de houder in het bezit is van een geldend diploma van de Koninklijke Nederlandse Politiehondenvereniging, mits de houder zich verbindt zijn hond met begeleider, aan wiens bevelen de hond gehoorzaamt, op aanvraag aan de politie ter beschikking te stellen; d. die zijn opgeleid tot en dienen als assistentiehond en in hoofdzaak als zodanig door een gehandicapt persoon worden gehouden; e. die verblijven in een hondenasiel. Artikel 4 Maatstaf van heffing De belasting wordt geheven naar het aantal honden dat wordt gehouden.
33
Artikel 5 Belastingtarief 1. De belasting bedraagt per belastingjaar a. voor de eerste hond € 82,20; (was €80,28) b. voor de tweede hond € 138,60; (was €135,00) c. voor iedere hond boven het aantal van twee € 221,40; (was €216,00) 2. In afwijking van het eerste lid bedraagt de belasting voor honden, gehouden in een kennel, per belastingjaar, per kennel € 1.126,80 (was €1.098,00). Voor de toepassing van de vorige volzin wordt onder kennel verstaan een inrichting als bedoeld in artikel 3.7, eerste lid, van het Besluit houders van dieren, bestemd en gebruikt voor het fokken van honden voor de verkoop of aflevering van nakomelingen. Artikel 6 Belastingjaar Het belastingjaar is gelijk aan het kalenderjaar. Artikel 7 Wijze van heffing De belasting wordt bij wege van aanslag geheven. Artikel 8 Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang 1. De belasting is verschuldigd bij het begin van het belastingjaar of, zo dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht. 2.
Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar aanvangt, dan wel het aantal honden in de loop van het belastingjaar toeneemt, is de belasting , respectievelijk de hogere belasting ter zake van het toegenomen aantal honden, verschuldigd voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na de aanvang van de belastingplicht, respectievelijk de toename van het aantal honden, nog volle kalendermaanden overblijven. 3. In afwijking van het bepaalde in het tweede lid van dit artikel wordt van de belastingplichtige, die zich in de loop van het belastingjaar in onze gemeente vestigt en die ten genoegen van het college van burgemeester en wethouders aantoont dat hij in de gemeente van herkomst voor dezelfde hond(en) over een bepaald tijdvak van het belastingjaar is of wordt aangeslagen en geen dan wel slechts gedeeltelijk aanspraak op vermindering of ontheffing kan doen gelden, slechts voor het nog resterende gedeelte van het belastingjaar geheven. 4. Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar eindigt, dan wel het aantal honden in de loop van het belastingjaar vermindert, zonder dat in hetzelfde belastingjaar opnieuw belastingplicht intreedt, bestaat aanspraak op ontheffing c.q.
terugbetaling van reeds betaalde belasting voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat belastingjaar verschuldigde belasting als er in dat belastingjaar, na het einde van de belastingplicht respectievelijk de vermindering van het aantal honden, nog volle kalendermaanden overblijven. De aanvraag ter bekoming van deze ontheffing c.q. teruggaaf behoort duidelijk aan te geven de reden van het ophouden van de belastingplicht, alsmede de naam en woonplaats van degene, aan wie de hond eventueel werd overgedaan. 5. Belastingbedragen van minder dan € 10,- worden niet geheven; 6. Voor de toepassing van het vijfde lid wordt het totaal van op één aanslagbiljet verenigde belastingaanslagen aangemerkt als één belastingaanslag.
34
Artikel 9 Termijnen van betaling 7. In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moeten de aanslagen worden betaald uiterlijk op de laatste dag van de tweede maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld. 8. In afwijking van het eerste lid geldt, in geval het totaalbedrag van de op één aanslagbiljet verenigde aanslagen, of als het aanslagbiljet maar één aanslag bevat het bedrag daarvan minder is dan € 100.000,- en zolang de verschuldigde bedragen door middel van automatische betalingsincasso kunnen worden afgeschreven, dat de aanslagen moeten worden betaald in maximaal tien gelijke termijnen waarvan de eerste termijn vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en elk van de volgende termijnen telkens een maand later. 9. De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in de voorgaande leden gestelde termijnen. Artikel 10 Inwerkingtreding en citeertitel 5. De "Verordening hondenbelasting 2025" van 10 december 2024 wordt ingetrokken met ingang van de in het derde lid genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan. 6. Deze verordening treedt in werking met ingang van 1 januari 2026. 7. De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2026. 8.
Deze verordening kan worden aangehaald als "Verordening hondenbelasting 2026 gemeente Sliedrecht". Vastgesteld in de openbare vergadering van de raad van de gemeente Sliedrecht op 16 december 2025. De griffier,
mr. R.P.A van Aalst
De voorzitter,
mr. drs. J.M. de Vries
35
Versie geldig vanaf 1 januari 2026
Verordening leges 2026 gemeente Sliedrecht
Verantwoordelijke afdelingen
Dienstverlening, Samenleving en Beheer Openbare Ruimte De getoonde verordeningen zijn een weergave van de actuele situatie. Voor historische informatie hiervan kunt u contact opnemen met de Servicegemeente Dordrecht, onderdeel Documentaire Informatievoorziening, e-mail: gemeente@sliedrecht.nl.
De raad van de gemeente Sliedrecht; gezien het voorstel van het college van burgemeester en wethouders d.d. 25 november 2025; gelet op de artikelen 156, eerste en tweede lid, aanhef en onderdeel h, 229, eerste lid, aanhef en onderdeel b, van de Gemeentewet en artikelen 2, tweede lid, en 7 van de Paspoortwet en artikel 13.1a van de Omgevingswet besluit: vast te stellen de Verordening op de heffing en de invordering van leges 2026. Artikel 1 Definities Deze verordening verstaat onder: a. ’dag’: de periode van 00.00 uur tot 24.00 uur, waarbij een gedeelte van een dag als een hele dag wordt aangemerkt; b. ’week’: een aaneengesloten periode van zeven dagen; c. ’maand’: het tijdvak dat loopt van ne dag in een kalendermaand tot en met de (n-1)e dag in de volgende kalendermaand, met dien verstande dat als de ne dag in een kalendermaand 30 of 31 januari is, de (n-1)e dag in de volgende kalendermaand altijd de laatste dag van de maand februari is; d. ’jaar’: het tijdvak dat loopt van de ne dag in een kalenderjaar tot en met de (n-1)e dag in het volgende kalenderjaar; e. 'kalenderjaar': de periode van 1 januari tot en met 31 december. Artikel 2 Belastbaar feit Onder de naam ‘leges’ worden rechten geheven voor: a. het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verlenen van een dienst of het nemen van een besluit; b. het verlenen van een dienst op aanvraag; of c.
het verrichten van handelingen ten behoeve van een aanvraag van een document; een en ander zoals genoemd in deze verordening en de daarbij behorende tarieventabel. Artikel 3 Belastingplicht Belastingplichtig is de aanvrager of degene voor wie de aanvraag is gedaan. Artikel 4 Vrijstellingen Leges worden niet geheven: a. voor diensten waarvan de kosten krachtens afdeling 13.6 van de Omgevingswet zijn of worden verhaald; b. diensten die ingevolge een wettelijk voorschrift zijn vrijgesteld van rechtenheffing of kosteloos moeten worden verleend;
36
c.
van Non-profit organisaties die bijdragen aan de Sociale Visie van de gemeente voor zover deze leges betrekking hebben op het laden en lossen in het voetgangersgebied Kerkbuurt en waarbij het voor de organisatie ook noodzakelijk is om voor hun doelstellingen gebruik te maken van de Kerkbuurt; d. voor het afgeven van bewijzen van onvermogen. e. voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot verlening van een vergunning als bedoeld in artikel 5:13 van de geldende Algemene plaatselijke verordening Sliedrecht voor het houden van een openbare inzameling van geld of goederen of daartoe een intekenlijst aan te bieden. Artikel 5 Maatstaven van heffing en tarieven 1. De leges worden geheven naar de maatstaven en tarieven opgenomen in de bij deze verordening behorende tarieventabel; 2. Voor de berekening van de leges wordt een gedeelte van de in de tarieventabel genoemde eenheid als een volle eenheid aangemerkt. Artikel 6 Wijze van heffing De leges worden geheven door middel van een mondelinge kennisgeving, een gedagtekende schriftelijke kennisgeving, waaronder mede wordt begrepen een stempelafdruk, zegel, een nota of andere schriftuur, of een kennisgeving langs elektronische weg. Het gevorderde bedrag wordt mondeling, door toezending of uitreiking van de schriftelijke kennisgeving of langs elektronische weg aan de belastingschuldige bekendgemaakt.
Artikel 7 Termijnen van betaling 1. In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moeten de leges worden betaald ingeval de kennisgeving als bedoeld in artikel 6: a. mondeling wordt gedaan, op het moment van het doen van de kennisgeving; b. schriftelijk wordt gedaan, op het moment van uitreiken van de kennisgeving, dan wel in geval van toezending daarvan, binnen 14 dagen na de dagtekening van de kennisgeving. c. langs elektronische weg in het aanvraagproces wordt gedaan onverwijld, dan wel als die mogelijkheid wordt geboden binnen 14 dagen na het indienen van de aanvraag langs elektronische weg. d. langs elektronische weg na indiening van de aanvraag wordt gedaan, binnen 14 dagen na dagtekening van de kennisgeving. 2. De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in het eerste lid gestelde termijnen. Artikel 8 Kwijtschelding Bij de invordering van de leges wordt geen kwijtschelding verleend. Artikel 9 Teruggaaf Gehele of gedeeltelijke vermindering of teruggaaf van leges voor een in de bij deze verordening behorende tarieventabel omschreven dienst, besluit of handeling wordt verleend overeenkomstig een met betrekking tot die dienst in die tarieventabel opgenomen bepaling. Artikel 10 Overdracht van bevoegdheden Het college is bevoegd tot het wijzigen van deze verordening, indien de wijzigingen: a. van zuiver redactionele aard zijn; b.
een gevolg zijn van nieuwe of gewijzigde rijksregelgeving die in werking treedt binnen drie maanden na de officiële bekendmaking van de inwerkingtreding ervan in het Staatsblad of de Staatscourant en het de volgende paragrafen of artikelen van hoofdstuk 1 van de tarieventabel betreft: 1. paragraaf 1.2 (reisdocumenten en Nederlandse identiteitskaart); 2. paragraaf 1.3 (rijbewijzen); 3. artikel 1.17, lid 2 (papieren verstrekking uit de basisregistratie personen); 4. artikel 1.25, onder a (verklaring omtrent het gedrag); 5. artikel 1.31, leden 1 en 2 (Wet op de kansspelen);
37
een en ander voor zover met deze wijzigingen niet reeds bij het vaststellen of latere wijziging van deze verordening bij raadsbesluit rekening is gehouden. Artikel 11 Overgangsrecht en inwerkingtreding 1. De ‘Verordening leges 2025” van 17 december 2024, wordt ingetrokken met ingang van de in het derde lid genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan. 2. Deze verordening treedt in werking met ingang van 1 januari 2026. 3. De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2026. 4. Deze verordening wordt aangehaald als “Verordening leges 2026 gemeente Sliedrecht”. Vastgesteld in de openbare vergadering van de raad van de gemeente Sliedrecht op 16 december2025. De griffier,
De voorzitter,
Mr. R.P.A. van Aalst
mr. drs. J.M. de Vries
38
Tarieventabel, behorende bij de Legesverordening gemeente Sliedrecht 2026 Indeling tarieventabel Hoofdstuk 1 Paragraaf 1.1 Paragraaf 1.2 Paragraaf 1.3 Paragraaf 1.4 Paragraaf 1.5 Paragraaf 1.6 Paragraaf 1.7 Paragraaf 1.8 Paragraaf 1.9 Paragraaf 1.10
Algemene dienstverlening Burgerlijke stand Reisdocumenten en Nederlandse identiteitskaart Rijbewijzen Verstrekkingen in het kader van de basisregistratie persoonsgegevens Bestuursstukken Vastgoedinformatie Overige publiekszaken Gemeentearchief Bijzondere wetten Diversen
Hoofdstuk 2 Paragraaf 2.1 Paragraaf 2.2 Paragraaf 2.3 Paragraaf 2.4 Paragraaf 2.5 Paragraaf 2.6 Paragraaf 2.7 Paragraaf 2.8 Paragraaf 2.9 Paragraaf 2.10 Paragraaf 2.11 Paragraaf 2.12 Paragraaf 2.13 Paragraaf 2.14
Dienstverlening en besluiten in het kader van de Omgevingswet Algemene bepalingen Voorfase Activiteiten met betrekking tot bouwwerken Activiteiten met betrekking tot cultureel erfgoed en werelderfgoed Milieubelastende activiteiten Lozingsactiviteiten Aanlegactiviteiten Overige activiteiten Maatwerkvoorschriften Gelijkwaardigheid Overige tarieven Modaliteiten Vermindering Teruggaaf
Hoofdstuk 3 Paragraaf 3.1 Paragraaf 3.2 Paragraaf 3.3 Paragraaf 3.4 Paragraaf 3.5 Paragraaf 3.6 Paragraaf 3.7
Dienstverlening waarop de dienstenrichtlijn van toepassing is Horeca Seksbedrijven Winkeltijdenwet Organiseren evenement of markt Standplaatsen [gereserveerd] Huisvestingswet 2014 (en Wet goed verhuurderschap) In dit hoofdstuk niet benoemd besluit
39
Hoofdstuk 1
Algemene dienstverlening
Paragraaf 1.1
Burgerlijke stand
Artikel 1.1
Huwelijksvoltrekking of registratie partnerschap
1.
Het tarief bedraagt voor de voltrekking van een huwelijk of registratie van een partnerschap in het Raadshuis en gemeentekantoor op: maandag tot en met vrijdag: Indien het voltrekken van een huwelijk of registratie van een partnerschap op een vrije/incidentele locatie plaatsvind wordt dit bedrag verhoogd met 50% (de kosten van het gebruik van een andere locatie dan het Raadhuis en gemeentekantoor, is een zaak tussen beheerder/eigenaar en het bruidspaar): zaterdag en zondag: Door het gemeentebestuur aangewezen verplichte ADV dagen of algemeen erkende feestdagen, waaronder worden verstaan de in artikel 3 van de Algemene termijnenwet als zodanig genoemde en bij of krachtens dat artikel daarmee gelijkgestelde dagen: Het tarief bedraagt voor de voltrekking van een huwelijk of registratie van een partnerschap op dinsdag op 09.00 of 09.30 uur in het gemeentekantoor: Omzetten geregistreerd partnerschap in huwelijk
a.
b.
2. Artikel 1.2
a. b.
Artikel 1.3
Artikel 1.4
Het tarief bedraagt voor het omzetten van een geregistreerd partnerschap in een huwelijk indien daarbij gebruik gemaakt wordt van de trouwzaal of een andere door de gemeente hiertoe aangewezen ruimte op: maandag tot en met vrijdag: zaterdag en zondag, door het gemeentebestuur aangewezen verplichte ADV dagen of algemeen erkende feestdagen, waaronder worden verstaan de in artikel 3 van de Algemene termijnenwet als zodanig genoemde en bij of krachtens dat artikel daarmee gelijkgestelde dagen: Huwelijksvoltrekking of registratie partnerschap in bijzonder huis Het tarief bedraagt voor de voltrekking van een huwelijk of registratie van een partnerschap in een bijzonder huis op grond van artikel 64, Boek 1, van het Burgerlijk Wetboek: Omzetten geregistreerd partnerschap in huwelijk in bijzonder huis
Artikel 1.5
Het tarief bedraagt voor het omzetten van een geregistreerd partnerschap in een huwelijk in een bijzonder huis op grond van artikel 64, Boek 1, van het Burgerlijk Wetboek: Gereserveerd
Artikel 1.6
Beschikbaar stellen getuige door gemeente
€ 447,60
€ 436,25
€ 1.106,25
€ 1.078,20
€ 0,00
€ 0,00
€ 447,60
€ 436,25
€ 1.106,25
€ 1.078,20
€ 0,00
€ 0,00
€ 0,00
€ 0,00
40
Artikel 1.7
Voor het gebruik maken van de diensten van gemeenteambtenaren voor het fungeren als getuige bij een huwelijksvoltrekking of partnerregistratie, per ingestelde ambtenaar: Gereserveerd
Artikel 1.8
Trouwboekje of partnerschapsboekje
Paragraaf 1.2
Het tarief bedraagt voor het verstrekken van een trouwboekje of partnerschap boekje: Reisdocumenten en Nederlandse identiteitskaart
€ 19,60
€ 19,10
€ 34,45
€ 33,60
Artikel 1.9
Paspoorten of andere reisdocumenten
a.
Het tarief bedraagt voor het verrichten van handelingen ten behoeve van een aanvraag: van een nationaal paspoort: voor een persoon die op het moment van de aanvraag 18 jaar of ouder is:
€ 83,87
€ 83,87
voor een persoon die op het moment van de aanvraag de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft bereikt:
€ 63,42
€ 63,42
van een nationaal paspoort, een groter aantal bladzijden bevattende dan een nationaal paspoort als bedoeld in artikel 1.9.1.a (zakenpaspoort): voor een persoon die op het moment van de aanvraag 18 jaar of ouder is:
€ 83,87
€ 83,87
voor een persoon die op het moment van de aanvraag de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft bereikt:
€ 63,42
€ 63,42
€ 83,87
€ 83,87
€ 63,42
€ 63,42
€ 63,42
€ 63,42
Het tarief bedraagt voor het verrichten van handelingen ten behoeve van een aanvraag: van een Nederlandse identiteitskaart: voor een persoon die op het moment van de aanvraag 18 jaar of ouder is:
€ 75,80
€ 75,80
voor een persoon die op het moment van de aanvraag de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft bereikt:
€ 40,92
€ 40,92
van een vervangende Nederlandse identiteitskaart voor een persoon met een uitreisverbod, ongeacht de leeftijd van de betrokken persoon:
€ 36,93
€ 36,93
b.
c.
d. Artikel 1.10
a.
b.
van een reisdocument ten behoeve van een persoon die op grond van de Wet betreffende de positie van Molukkers als Nederlander wordt behandeld (faciliteitenpaspoort): voor een persoon die op het moment van de aanvraag 18 jaar of ouder is: voor een persoon die op het moment van de aanvraag de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft bereikt: van een reisdocument voor vluchtelingen of een reisdocument voor vreemdelingen: Nederlandse identiteitskaart
41
Artikel 1.11
a.
b.
Modaliteiten Het tarief bedraagt voor het verrichten van handelingen ten behoeve van een aanvraag: voor een spoedlevering van de in de artikelen 1.9 en 1.10 genoemde documenten, de in die onderdelen genoemde leges vermeerderd het een bedrag van:
€ 57,09
€ 57,09
De tarieven genoemd in de artikelen 1.9.1 t/m 1.10.1.a, worden voor het op verzoek van de aanvrager thuisbezorgen van het document, per bezorgd document, verhoogd met:
€ 5,00
€ 5,00
€ 53,65
€ 51,11
Paragraaf 1.3
Rijbewijzen
Artikel 1.12
Rijbewijzen
1.
Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het afgeven, vernieuwen of omwisselen van een rijbewijs: Het tarief voor de afgifte van een rijbewijs zoals bedoeld in het eerste lid, wordt, bij een aanvraag in verband met beschadiging of vermissing van een eerder afgegeven rijbewijs vermeerderd met: Modaliteiten
2.
Artikel 1.13 1. 2. Paragraaf 1.4
Het tarief genoemd in artikel 1.12.1 wordt bij een spoedlevering vermeerderd met:
Definities
1.
Voor de toepassing van artikel 1.15 wordt onder één verstrekking verstaan verstrekking van een of meer gegevens over één persoon waarvoor de basisregistratie personen moet worden geraadpleegd. Voor de toepassing van artikel 1.16 wordt onder één verstrekking verstaan verstrekking van een of meer gegevens over één persoon die niet zijn opgenomen in de basisregistratie personen. Verstrekking van gegevens uit de basisregistratie personen
Artikel 1.15 1. a. b.
€ 28,90
€ 39,65
€ 35,05
Het tarief genoemd in artikel 1.12.1 wordt voor het op verzoek van de aanvrager thuisbezorgen van het document, per bezorg document, verhoogd met: Verstrekkingen in het kader van de basisregistratie persoonsgegevens
Artikel 1.14
2.
€ 29,65
Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag: tot het verstrekken van gegevens, per verstrekking: tot het afsluiten van een abonnement op het verstrekken van gegevens gedurende de periode van één jaar: voor 100 verstrekkingen: voor 500 verstrekkingen:
€ 5,00
€ 12,85
€ 12,50
€ 314,45 € 802,80
€ 306,50 € 782,45
42
2.
Artikel 1.16 1. a. b.
Artikel 1.17 1.
2.
Artikel 1.18 1. 2.
Paragraaf 1.5
voor 1.000 verstrekkingen: voor 5.000 verstrekkingen: voor 10.000 verstrekkingen: tot het afsluiten van een abonnement op het wekelijks verstrekken van een opgave van verhuizingen binnen de gemeente, vertrekken uit de gemeente en vestigingen in de gemeente: Verstrekking van aangehaakte gegevens Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag: tot het verstrekken van gegevens, per verstrekking: tot het afsluiten van een abonnement op het verstrekken van gegevens gedurende de periode van één jaar: voor 100 verstrekkingen: voor 500 verstrekkingen: voor 1.000 verstrekkingen: voor 5.000 verstrekkingen: voor 10.000 verstrekkingen: Schriftelijke verstrekking In afwijking van de voorgaande onderdelen bedraagt het tarief voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verstrekken van gegevens met behulp van alternatieve media bedoeld in artikel 16, tweede lid, van het Besluit basisregistratie personen: In afwijking van de voorgaande onderdelen bedraagt het tarief voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het schriftelijk verstrekken van gegevens bedoeld in artikel 17, tweede lid, van het Besluit basisregistratie personen: Op aanvraag doornemen basisregistratie personen Het tarief bedraagt voor het op verzoek doornemen van de gemeentelijke basisadministratie, per 30 minuten of gedeelte daarvan: Het op grond van het eerste lid verschuldigde bedrag wordt
voorafgaand aan het in behandeling nemen van de aanvraag aan de aanvrager meegedeeld. De aanvraag wordt dan in behandeling genomen op de vijfde werkdag na de dag waarop het verschuldigde bedrag aan de aanvrager ter kennis is gebracht, tenzij de aanvraag voor deze vijfde werkdag schriftelijk is ingetrokken. Bestuursstukken
Artikel 1.19
Afschriften van bestuursstukken
1.
Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verstrekken van: een exemplaar van de gemeentebegroting: een exemplaar van de gemeenterekening:
a. b.
€ 1.086,90 € 3.285,55 € 4.388,35
€ 1.059,35 € 3.202,30 € 4.277,15
€ 314,45
€ 306,50
€ 12,85
€ 12,50
€ 314,45 € 306,50 € 802,80 € 782,45 € 1.086,90 € 1.059,35 € 3.285,55 € 3.202,30 € 4.388,35 € 4.277,15
€ 26,90
€ 26,20
€ 7,50
€ 7,50
€ 61,40
€ 59,85
€ 43,65 € 43,65
€ 42,55 € 42,55 43
2. a. b. c. d. e. f. Artikel 1.20
a. b. Paragraaf 1.6
Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verstrekken van: een afschrift van het verslag van een raadsvergadering: een afschrift van de voorstellen behorende bij een raadsvergadering: een afschrift van de Bouwverordening: een afschrift van de toelichting op de Bouwverordening: een afschrift van de Algemene Plaatselijke verordening: een afschrift voor een andere verordening: Abonnement op bestuursstukken Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het afsluiten van een abonnement voor een kalenderjaar: op de verslagen van de raadsvergaderingen: op de voorstellen behorende bij de raadsvergaderingen: Vastgoedinformatie
Artikel 1.21
Plan- of kaartinformatie
1.
Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verstrekken van een kopie van een ruimtelijk plan of deel daarvan, zoals omgevingsvisie, omgevingsplan, wegenkaart behorende bij de legger bedoeld in artikel 1.22, onderdeel b: tot en met 15 pagina’s, per pagina: van 16 tot en met 30 pagina’s: van 31 tot en met 70 pagina’s: vanaf pagina 71, per pagina: Wanneer sprake is van een plankaart: formaat tot A2, per plankaart: Informatie uit registers
a. b. c. d. 2. a. Artikel 1.22
a.
b. Artikel 1.23 1. a.
Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verstrekken van een afschrift van of uittreksel uit: de gemeentelijke basisregistratie adressen of de gemeentelijke basisregistratie gebouwen, bedoeld in artikel 2 van de Wet basisregistraties adressen en gebouwen, per adres of object: de legger bedoeld in artikel 27 van de Wegenwet: Informatie uit adressenbestanden Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verstrekken van een afschrift van of uittreksel uit: De gemeentelijke basisregistratie adressen of de gemeentelijke basisregistratie gebouwen, bedoeld in artikel 2
€ 4,35
€ 4,25
€ 8,50 € 43,65 € 35,80 € 21,55 € 15,80
€ 8,30 € 42,55 € 34,90 € 21,00 € 15,40
€ 43,65 € 85,05
€ 42,55 € 82,90
€ 0,85 € 10,75 € 14,00 € 0,15
€ 0,85 € 10,50 € 13,65
€ 9,80
€ 9,55
€ 18,90
€ 18,40
€ 18,90
€ 18,40
€ 18,90
€ 18,40
€ 0,15
44
van de Wet basisregistraties adressen en gebouwen, per adres of object: 2.
Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verstrekken van kopieën van: het gemeentelijke adressenbestand of delen daarvan, per adres: het gemeentelijke relatiebestand adres-kadastraal perceel of delen daarvan, per gelegde relatie:
€ 18,90
€ 18,40
€ 18,90
€ 18,40
€ 18,90
€ 18,40
Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag: tot het verstrekken van een gemeentegarantie:
€ 21,70
€ 21,15
b.
tot het instemmen met het wijzigen of omzetten van een door de gemeente gegarandeerde hypothecaire geldlening:
€ 10,60
€ 10,35
Artikel 1.25
Overige publiekszaken
€ 41,35 € 12,65 € 12,65
€ 41,35 € 12,35 € 12,35
€ 19,20
€ 18,70
€ 19,20
€ 18,70
a. b. c.
het gemeentelijke adrescoördinatenbestand of delen daarvan, per adrescoördinaat:
Paragraaf 1.7
Overige publiekszaken
Artikel 1.24
Gemeentegarantie
a.
a. b. c. Paragraaf 1.8
Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag: tot het verstrekken van een verklaring omtrent het gedrag: tot het verstrekken van een bewijs van in leven zijn: tot het legaliseren van een handtekening: Gemeentearchief
Artikel 1.26
Naspeuringen in gemeentearchief
1.
Het tarief bedraagt voor het op verzoek:
a.
doen van naspeuringen in de in het gemeentearchief berustende stukken, voor ieder daaraan besteed kwartier: verlenen van inzage in bescheiden uit het archief betreffende een bestaand bouwwerk, voor elk hieraan besteed kwartier of gedeelte daarvan:
b.
2.
Artikel 1.27
Het op grond van het eerste lid verschuldigde bedrag wordt voorafgaand aan het in behandeling nemen van de aanvraag aan de aanvrager meegedeeld. De aanvraag wordt dan in behandeling genomen op de vijfde werkdag na de dag waarop het verschuldigde bedrag aan de aanvrager ter kennis is gebracht, tenzij de aanvraag voor deze vijfde werkdag schriftelijk is ingetrokken. Afschrift of uittreksel uit gemeentearchief Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verstrekken van:
45
a. b. Artikel 1.28
een afschrift of fotokopie van een in het gemeentearchief berustend stuk, per pagina: een uittreksel uit een in het gemeentearchief berustend stuk: Gereserveerd
€ 0,85 € 5,90
€ 0,80 € 5,75
Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag: tot het verlenen van een vergunning tot tijdelijke verhuur van leegstaande woonruimte als bedoeld in artikel 15, eerste lid, van de Leegstandwet:
€ 74,40
€ 72,50
tot het verlengen van een vergunning tot tijdelijke verhuur van woonruimte als bedoeld in artikel 15, negende lid, van de Leegstandwet:
€ 37,20
€ 36,25
€ 56,50
€ 56,50
€ 56,50
€ 56,50
€ 34,00
€ 34,00
€ 41,70
€ 40,65
€ 500,85
€ 488,15
€ 118,95
€ 115,95
Paragraaf 1.9
Bijzondere wetten
Artikel 1.29
Gereserveerd
Artikel 1.30
Leegstandwet
a.
b.
Artikel 1.31
Wet op de kansspelen
1.
Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verlenen van een aanwezigheidsvergunning als bedoeld in artikel 30b van de Wet op de kansspelen: voor een periode van twaalf maanden voor één kansspelautomaat: voor een periode van twaalf maanden voor twee of meer kansspelautomaten, voor de eerste kansspelautomaat: en voor iedere volgende kansspelautomaat: Indien de aanwezigheidsvergunning geldt voor een tijdvak, korter dan 12 maanden of langer dan 12 maanden doch ten hoogste 4 jaar dan worden genoemde bedragen naar evenredigheid van het verschil in looptijd van de vergunning verlaagd onderscheidenlijk verhoogd. Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verlenen van een vergunning als bedoeld in artikel 3 van de Wet op de kansspelen (loterijvergunning):
a. b. c. 2.
3.
4.
Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verlenen van een vergunning als bedoeld in artikel 2:39 van de Algemene plaatselijke verordening:
Artikel 1.32
Telecommunicatiewet
1.
Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een melding in verband met het verkrijgen van instemming omtrent plaats, tijdstip en wijze van uitvoering van werkzaamheden, als bedoeld in artikel 5.4, eerste lid, van de Telecommunicatiewet: bij een lengte korter dan 10 strekkende meters en/of het plaatsen van apparatuur:
a.
46
€ 416,30
€ 405,75
€ 4,75
€ 4,65
vermeerderd voor de strekkende meters van 200 tot 10.000 meter, per strekkende meter:
€ 2,85
€ 2,80
vermeerderd voor de strekkende meters van 10.000 meter en meer, per strekkende meter:
€ 2,35
€ 2,30
€ 475,80
€ 463,75
€ 118,95 € 416,30
€ 115,95 € 405,75
vermeerderd voor de strekkende meters van 10 tot 200 meter, per strekkende meter:
€ 4,75
€ 4,65
vermeerderd voor de strekkende meters van 200 tot 10.000 meter, per strekkende meter:
€ 2,85
vermeerderd voor de strekkende meters van 10.000 meter en meer, per strekkende meter:
€ 2,35
€ 2,30
€ 475,80
€ 463,75
Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag: tot het verlenen van een ontheffing als bedoeld in artikel 87 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990:
€ 41,95
€ 40,90
b.
tot het verlenen van een ontheffing als bedoeld in artikel 9.1 van de Regeling voertuigen:
€ 41,95
€ 40,90
c.
tot het verstrekken van een gehandicaptenparkeerkaart als bedoeld in artikel 49 van het Besluit administratieve bepalingen inzake het wegverkeer (BABW):
€ 7,60
€ 7,40
tot het plaatsen van een verkeersbord waarmee een gereserveerde gehandicaptenparkeerplaats wordt aangegeven, als bedoeld in artikel 67 RVV en 29 BABW:
€ 189,10
€ 184,30
tot het plaatsen van een verkeersbord waarmee een gereserveerde parkeerplaats voor huisartsen of verloskundigen wordt aangegeven:
€ 189,10
€ 184,30
tot het wijzigen of verplaatsen van een kentekenbord bij een gereserveerde gehandicaptenparkeerplaats, als bedoeld in artikel 67 RVV en 29 BABW:
€ 63,45
€ 61,85
b.
c.
2. a. b.
c.
Artikel 1.33
a.
d.
e.
f.
bij een lengte van 10 strekkende meters of meer: vermeerderd voor de strekkende meters van 10 tot 200 meter, per strekkende meter:
indien met betrekking tot een melding overleg moet plaatsvinden tussen gemeente, andere beheerders van openbare grond en de aanbieder van het netwerk, verhoogd met: Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag in verband met het verkrijgen van een vergunning als bedoeld in artikel 4 van de Leidingenverordening: bij een lengte korter dan 10 strekkende meters en/of het plaatsen van apparatuur: bij een lengte van 10 strekkende meters of meer:
indien met betrekking tot een vergunning overleg moet plaatsvinden tussen gemeente, andere beheerders van openbare grond en de aanbieder van het netwerk, verhoogd met: Wegenverkeerswetgeving
€ 2,80
47
g. h.
i.
tot het wijzigen of verplaatsen van een kentekenbord bij een gereserveerde parkeerplaats voor huisartsen of verloskundigen: tot het verkrijgen van een langdurige ontheffing voor gevaarlijke stoffen over maximaal 12 maanden op basis van de Wet vervoer gevaarlijke stoffen:
€ 63,45
€ 61,85
€ 615,40
€ 599,80
voor het verlengen van een bestaande langdurige ontheffing met maximaal 12 maanden op basis van de Wet vervoer gevaarlijke stoffen:
€ 205,15
€ 199,95
€ 12,85
€ 12,50
Paragraaf 1.10
Diversen
Artikel 1.34
Gewaarmerkte afschriften, kopieën, stukken of uittreksels
1.
Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verstrekken van een inlichting betreffende de registratie van de aanvrager als kiezer bedoeld in artikel D4 van de Kieswet: Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verstrekken van informatie betreffende een bestaand bouwwerk op bestandsgrootte: A4: tot en met 15 pagina’s, per pagina:
2.
€ 0,85
€ 0,85
van 16 tot en met 30 pagina’s: van 31 tot en met 70 pagina’s: van 71 tot en met 110 pagina’s: vanaf pagina 111: A4: Tekening per kopie: A3: per pagina: A3: Tekening per kopie: A2: prijs tot en met 3 kopieën, per kopie: A2: prijs kopie 4: A2: prijs kopie 5: A2: prijs kopie 6: A2: prijs kopie 7: A2: prijs kopie 8 en verder: A1: prijs tot en met 3 kopieën, per kopie: A1: prijs kopie 4: A1: prijs kopie 5: A1: prijs kopie 6: A1: prijs kopie 7: A1: prijs kopie 8 en verder: A0: prijs tot en met 3 kopieën, per kopie: A0: prijs kopie 4:
€ 14,60 € 18,35 € 22,25 € 0,30 € 9,55 € 1,40 € 12,85 € 15,95 € 9,65 € 7,85 € 6,70 € 5,45 € 4,20 € 17,55 € 11,00 € 9,60 € 7,85 € 6,70 € 5,50 € 20,15 € 13,40
€ 14,25 € 17,90 € 21,70 € 0,25 € 9,30 € 1,35 € 12,50 € 15,55 € 9,40 € 7,65 € 6,55 € 5,30 € 4,10 € 17,10 € 10,70 € 9,35 € 7,65 € 6,55 € 5,35 € 19,65 € 13,05
A0: prijs kopie 5:
€ 12,15
€ 11,85
A0: prijs kopie 6: A0: prijs kopie 7:
€ 10,95 € 9,65
€ 10,65 € 9,40
A0: prijs kopie 8 en verder:
€ 7,85
€ 7,65
48
Artikel 1.35 1. a. b. 2. a. b.
stukken of uittreksels, welke op aanvraag van de aanvrager moeten worden opgemaakt, voor zover daarvoor niet elders in deze tabel of in een andere wettelijke regeling een tarief is opgenomen, per pagina: Diverse vergunningen of beschikkingen Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag: tot het verkrijgen van een tijdelijke standplaatsvergunning als bedoeld in artikel 5:18 van de Algemene plaatselijke verordening: tot het verkrijgen van een vaste standplaatsvergunning als bedoeld in artikel 5:18 van de Algemene plaatselijke verordening: Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag: tot een vergunning voor de verkoop van vuurwerk als bedoeld in artikel 2:72 van de Algemene plaatselijke verordening: een beschikking op aanvraag, voor zover daarvoor niet elders in deze tabel of in een andere wettelijke regeling een tarief is opgenomen:
€ 5,75
€ 5,60
€ 41,65
€ 40,60
€ 178,40
€ 173,90
€ 119,20
€ 116,20
€ 41,65
€ 40,60
49
Hoofdstuk 2
Dienstverlening en besluiten in het kader van de Omgevingswet
Paragraaf 2.1
Algemene bepalingen
Artikel 2.1
Definities
1.
Begripsbepalingen die zijn opgenomen in de bijlage bij de Omgevingswet, in bijlage I bij het Besluit activiteiten leefomgeving, bijlage I bij het Besluit bouwwerken leefomgeving, bijlage I bij het Besluit kwaliteit leefomgeving, bijlage I bij het Omgevingsbesluit en bijlage I bij de Omgevingsregeling en in de bijlagen bij het gemeentelijke omgevingsplan, zijn van toepassing op dit hoofdstuk, tenzij in de legesverordening of deze tarieventabel anders is bepaald. In dit hoofdstuk voorkomende begrippen die betrekking hebben op activiteiten waarvoor het toetsingskader in een ander dan een in het eerste lid bedoeld wettelijk voorschrift is uitgewerkt, hebben dezelfde betekenis als in dat wettelijk voorschrift bedoeld, tenzij in de legesverordening of deze tarieventabel anders is bepaald.
In dit hoofdstuk wordt verstaan onder: binnenplanse omgevingsplanactiviteit: een activiteit waarvoor in het omgevingsplan is bepaald dat het verboden is deze zonder omgevingsvergunning te verrichten en die niet in strijd is met het omgevingsplan; binnenplanse omgevingsplanactiviteit bij wijzigingsbevoegdheid of uitwerkingsplicht: een activiteit waarvoor in het omgevingsplan is bepaald dat het verboden is deze zonder omgevingsvergunning te verrichten en die in strijd is met het omgevingsplan, maar die niet in strijd is met regels voor de toepassing van een wijzigingsbevoegdheid of het voldoen aan een uitwerkingsplicht in het tijdelijke deel van het omgevingsplan, bedoeld in artikel 22.1, aanhef en onder a, van de Omgevingswet; kleine buitenplanse omgevingsplanactiviteit:
2.
3.
een activiteit waarvoor in het omgevingsplan is bepaald dat het verboden is deze zonder omgevingsvergunning te verrichten en die op 31 december 2023 werd gerekend tot de 'kruimelgevallen' op grond van artikel 2.12 lid 1 onder a onderdeel 2° van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo), in samenhang gelezen met artikel 4 van Bijlage II Besluit omgevingsrecht (Bor)”;
50
grote buitenplanse omgevingsplanactiviteit: een
activiteit waarvoor in het omgevingsplan is bepaald dat het verboden is deze zonder omgevingsvergunning te verrichten en die op 31 december 2023 niet werd gerekend tot de 'kruimelgevallen' op grond van artikel 2.12 lid 1 onder a onderdeel 2° van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo), in samenhang gelezen met artikel 4 van Bijlage II Besluit omgevingsrecht (Bor)”; 4.
Artikel 2.2
a. b.
c. d. e. f. g.
bouwkosten: de aannemingssom, bedoeld in paragraaf 1, eerste lid, van de Uniforme administratieve voorwaarden voor de uitvoering van werken en van technische installatiewerken 2012 (UAV 2012; Stcrt. 2012, 1567), voor het bedrag waarvoor de aannemer zich heeft verbonden het werk tot stand te brengen (de aannemingssom), de omzetbelasting daarin niet begrepen, of voor zover deze ontbreekt een raming van de kosten die voortvloeien uit aangegane verplichtingen voor de fysieke realisatie (het bouwen) van de bouwwerken, de omzetbelasting daarin niet begrepen, en indien het bouwen geheel of gedeeltelijk door zelfwerkzaamheid geschiedt de prijs die aan een derde in het economisch verkeer zou moeten worden betaald voor het tot stand brengen van het bouwwerk waarop de aanvraag betrekking heeft, de omzetbelasting daarin niet begrepen.
Dienstverlening en besluiten waarvoor leges worden geheven Leges worden geheven voor het in behandeling nemen van een aanvraag om: conceptverzoek; een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 5.1 of artikel 22.8 van de Omgevingswet in samenhang met artikel 2.1a van het Omgevingsbesluit; een of meer maatwerkvoorschriften als bedoeld in artikel 4.5 van de Omgevingswet; toestemming voor het treffen van een gelijkwaardige maatregel als bedoeld in artikel 4.7 van de Omgevingswet; een wijziging van voorschriften van een omgevingsvergunning; intrekking van een omgevingsvergunning; wijziging van een besluit als bedoeld in de onderdelen b, c en d;
51
h. Artikel 2.3 1. 2.
3.
4.
5.
6.
Paragraaf 2.2 Artikel 2.4 1.
a. b. c. 2.
een besluit in het kader van de Omgevingswet, anders dan bedoeld in de onderdelen b tot en met g. Bepalen tarief De in artikel 2.2 bedoelde leges worden geheven naar de tarieven zoals opgenomen in de volgende paragrafen van dit hoofdstuk. Als een aanvraag betrekking heeft op meerdere activiteiten, is het tarief opgebouwd uit de som van de verschuldigde leges behorend bij die activiteiten. Het tarief voor het in behandeling nemen van een aanvraag wordt in voorkomend geval verhoogd met het tarief voor een of meer modaliteiten bedoeld in paragraaf 2.12. Het tarief voor het in behandeling nemen van een aanvraag wordt in voorkomend geval verminderd overeenkomstig het bepaalde in paragraaf 2.13. Het tarief behorend bij een aanvraag om een maatwerkvoorschrift of bij een aanvraag om toestemming om een gelijkwaardige maatregel te treffen is niet van toepassing als het onderwerp waarop het maatwerkvoorschrift betrekking heeft of de gelijkwaardige maatregel onderdeel is van een aanvraag om een omgevingsvergunning. In afwijking van het tweede en derde lid kan ook per activiteit of andere grondslag een legesbedrag worden gevorderd. Voorfase
Conceptverzoek Als de aanvraag betrekking heeft op een conceptverzoek over een of meer activiteiten die gevolgen kunnen hebben voor de fysieke leefomgeving, bedraagt het tarief per behandeling: voor een informatie-overleg: voor een intaketafel: voor een omgevingstafel: In het geval dat voor een informatie-overleg , een intaketafel of omgevingstafel een advies van de Gemeentelijke Adviescommissie Omgevingskwaliteit noodzakelijk is, worden per behandeling de onderdelen a, b en c verhoogd met:
€ 0,00 € 0,00 € 513,00
€ 0,00 € 0,00 € 500,00
€ 100,00
€ 100,00
52
Paragraaf 2.3
Activiteiten met betrekking tot bouwwerken
Artikel 2.5
Bouwactiviteit (bouwtechnische deel)
a. b.
c.
d.
e.
Artikel 2.6
a.
b.
c.
d.
Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een bouwactiviteit als bedoeld in paragraaf 2.3.2 van het Besluit bouwwerken leefomgeving, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten: indien de bouwkosten niet meer dan € 9.700,-bedragen: indien de bouwkosten € 9.700,-- tot € 37.800,-bedragen: van de bouwkosten, met een minimum van: indien de bouwkosten € 37.800,-- tot € 190.800,-- bedragen: van de bouwkosten, met een minimum van: indien de bouwkosten van € 190.800,-- tot € 381.500,-- bedragen: van de bouwkosten, met een minimum van: indien de bouwkosten € 381.500,-- of meer bedragen: van de bouwkosten, met een minimum van: en tot een maximum van € 25.000.000,-- aan bouwkosten.
Omgevingsplanactiviteit: bouwactiviteit (ruimtelijke deel) Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een omgevingsplanactiviteit, als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Omgevingswet, bestaande uit een bouwactiviteit, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten: indien de bouwkosten niet meer dan € 9.700,-bedragen: van de bouwkosten, met een minimum van: indien de bouwkosten € 9.700,-- tot € 37.800,-bedragen: van de bouwkosten, met een minimum van: indien de bouwkosten € 37.800,-- tot € 190.800,-- bedragen: van de bouwkosten, met een minimum van: indien de bouwkosten van € 190.800,-- tot € 381.500,-- bedragen: van de bouwkosten, met een minimum van:
€ 82,45
€ 82,45
0,85%
0,85%
€ 82,45 0,80%
€ 82,45 0,80%
€ 321,30 0,75%
€ 321,30 0,75%
€ 1.526,40 0,65%
€ 1.526,40 0,65%
€ 2.861,25
€ 2.861,25
2,24%
2,24%
€ 130,55 2,20%
€ 130,55 2,20%
€ 217,30 2,06%
€ 217,30 2,06%
€ 831,60 € 1,94%
€ 831,60 € 1,94%
€ 3.930,50
€ 3.930,50 53
e.
Artikel 2.6a
a. b.
c.
d. e. Artikel 2.7
Paragraaf 2.4 Artikel 2.8
indien de bouwkosten € 381.500,-- of meer bedragen: van de bouwkosten, met een minimum van: en tot een maximum van € 25.000.000,-- aan bouwkosten. Commissie Ruimtelijke Kwaliteit Indien in verband met een toetsing aan de welstandscriteria hierover een advies van de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit behoeft te worden ingewonnen wordt het verschuldigde bedrag per aanvraag (maximaal 3 behandelingen) op grond van artikel 2.6 verhoogd voor: bouwkosten van € 0,-- tot € 50.000,-- met: bouwkosten van € 50.000,-- tot € 2.000.000,-met: van de bouwkosten bouwkosten van € 2.000.000,-- tot en met € 6.000.000,-- met: van de bouwkosten boven 2.000.000,-bouwkosten boven € 6.000.000,--: Een aanvraag omgevingsvergunning vanaf de 4e behandeling, per behandeling, vanaf de 4e behandeling en verder; Omgevingsplanactiviteit: slopen van een bouwwerk Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een omgevingsplanactiviteit, als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Omgevingswet, bestaande uit een sloopactiviteit, niet zijnde een sloopactiviteit met betrekking tot een monument of beschermd stads- en dorpsgezicht, als bedoeld in paragraaf 2.4, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten: Activiteiten met betrekking tot cultureel erfgoed en werelderfgoed
1,67%
1,67%
€ 7.401,10
€ 7.401,10
€ 100,00
€ 100,00
0,20%
0,20%
€ 4.000 + 0,05%
€ 4.000 + 0,05%
€ 6.000,00 25% van het geldende legestarief
€ 6.000,00
€ 194,00
€ 189,10
Omgevingsplanactiviteit: monumenten Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een omgevingsplanactiviteit, als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Omgevingswet, in samenhang met de Erfgoedverordening Sliedrecht 2010 en
54
a. b.
Artikel 2.9 Artikel 2.10
betrekking heeft op een gemeentelijk monument, provinciaal monument, rijksmonument, voorbeschermd gemeentelijk monument, voorbeschermd provinciaal monument of voorbeschermd rijksmonument, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten: voor het slopen, verstoren, verplaatsen of wijzigen van een monument of voorbeschermd monument: voor het herstellen of gebruiken van een monument of voorbeschermd monument op een wijze waardoor het wordt ontsierd of in gevaar gebracht: Gereserveerd
€ 222,45
€ 216,80
€ 222,45
€ 216,80
Omgevingsplanactiviteit: sloopactiviteit in beschermd stads- of dorpsgezicht Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een omgevingsplanactiviteit, als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Omgevingswet, in samenhang met de Erfgoedverordening Sliedrecht 2010 en betrekking heeft op een sloopactiviteit in een rijksbeschermd, provinciaal beschermd of gemeentelijk beschermd stads- of dorpsgezicht, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten:
Artikel 2.11
Gereserveerd
Paragraaf 2.5
Milieubelastende activiteiten
Artikel 2.12
Omgevingsplanactiviteit: milieubelastende activiteiten
€ 222,45 € 216,80
Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een omgevingsplanactiviteit, als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Omgevingswet, bestaande uit een milieubelastende activiteit als bedoeld in paragraaf 22.3.26 van het tijdelijke deel van het omgevingsplan zoals opgenomen in artikel 7.1 van het Invoeringsbesluit Omgevingswet, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het
55
ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten: a. Artikel 2.12.1
Artikel 2.12.2
Artikel 2.13
a.
per milieubelastende activiteit: Omgevingsplanactiviteit: Aanwijzing vergunningplichtige gevallen AVIbodemassen, immobilisaten, grondstabilisatie en metaalslakken (activiteit: Toepassen van bouwstoffen op of in de landbodem) Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een omgevingsplanactiviteit, als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Omgevingswet, voor het toepassen van AVIbodemassen, immobilisaten, grondstabilisatie , metaalslakken of bouwstoffen die voor meer dan 20 gewichtsprocenten uit AVI-bodemassen, immobilisaten, grondstabilisatie of metaalslakken bestaan, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten: Omgevingsplanactiviteit: Aanwijzing vergunningplichtige gevallen thermisch gereinigde grond (activiteit: Toepassen van grond of baggerspecie op of in de landbodem) Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een omgevingsplanactiviteit, als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Omgevingswet, voor het toepassen van thermisch gereinigde grond, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten: Activiteiten die bedrijfstakken overstijgen (afdeling 3.2 Besluit activiteiten leefomgeving)
Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een of meer milieubelastende activiteiten, als bedoeld in artikel 5.1, tweede lid, aanhef en onder b, van de Omgevingswet, bestaande uit een of meer activiteiten die bedrijfstakken overstijgen als bedoeld in de paragrafen 3.2.1, 3.2.3 tot en met 3.2.15, 3.2.17 tot en met 3.2.19 en 3.2.24 van afdeling 3.2 van hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten: voor één milieubelastende activiteit:
€ 989,61
€ 986,37
€ 2.256,60
€ 2.256,60
€ 3.223,71
€ 3.213,14 56
b. c. Artikel 2.14
a. b. c. Artikel 2.15
a. b.
voor twee tot vijf milieubelastende activiteiten, per milieubelastende activiteit: voor vijf of meer milieubelastende activiteiten, per milieubelastende activiteit:
€ 2.256,60
€ 2.249,20
€ 1.934,23
€ 1.927,89
€ 4.701,25
€ 4.685,83
€ 3.290,88
€ 3.280,08
€ 2.820,75
€ 2.811,50
€ 4.466,19
€ 4.451,54
€ 3.126,33
€ 3.116,08
€ 2.679,71
€ 2.670,93
Nutssector en industrie (afdeling 3.4 Besluit activiteiten leefomgeving) Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een of meer milieubelastende activiteiten, als bedoeld in artikel 5.1, tweede lid, aanhef en onder b, van de Omgevingswet, bestaande uit een of meer activiteiten in de categorie nutssector en industrie als bedoeld in de paragrafen 3.4.2, 3.4.4 tot en met 3.4.9 en 3.4.11 van afdeling 3.4 van hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten: voor één milieubelastende activiteit: voor twee tot vijf milieubelastende activiteiten, per milieubelastende activiteit: voor vijf of meer milieubelastende activiteiten, per milieubelastende activiteit: Afvalbeheer (afdeling 3.5 Besluit activiteiten leefomgeving) Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een of meer milieubelastende activiteiten, als bedoeld in artikel 5.1, tweede lid, aanhef en onder b, van de Omgevingswet, bestaande uit een of meer activiteiten in de sector afvalbeheer als bedoeld in de paragrafen 3.5.1, 3.5.4, 3.5.7, 3.5.8 en 3.5.11 van afdeling 3.5 van hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om
de in die artikelen bedoelde activiteiten: voor één milieubelastende activiteit: voor twee tot vijf milieubelastende activiteiten, per milieubelastende activiteit:
c.
voor vijf of meer milieubelastende activiteiten, per milieubelastende activiteit:
Artikel 2.16
Agrarische sector (afdeling 3.6 Besluit activiteiten leefomgeving) Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een of meer milieubelastende activiteiten, als bedoeld in artikel 5.1, tweede lid, aanhef en onder b, van de Omgevingswet, bestaande uit een of meer
57
a. b. c. Artikel 2.17
a. Artikel 2.18
a. b. c.
activiteiten in de agrarische sector als bedoeld in de paragrafen 3.6.1, 3.6.7 en 3.6.8 van afdeling 3.6 van hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten: voor één milieubelastende activiteit: voor twee tot vijf milieubelastende activiteiten, per milieubelastende activiteit: voor vijf of meer milieubelastende activiteiten, per milieubelastende activiteit: Dienstverlening, onderwijs en zorg (afdeling 3.7 Besluit activiteiten leefomgeving) Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een milieubelastende activiteit, als bedoeld in artikel 5.1, tweede lid, aanhef en onder b, van de Omgevingswet, bestaande uit een activiteit in de sector dienstverlening, onderwijs en zorg als bedoeld in de paragrafen 3.7.6 en 3.7.10 van afdeling 3.7 van hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving, bedraagt het tarief per milieubelastende activiteit, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten: voor één milieubelastende activiteit: Transport, logistiek en ondersteuning daarvan (afdeling 3.8 Besluit activiteiten leefomgeving) Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een of meer milieubelastende activiteiten,
als bedoeld in artikel 5.1, tweede lid, aanhef en onder b, van de Omgevingswet, bestaande uit een of meer activiteiten in de sector transport, logistiek en ondersteuning daarvan als bedoeld in de paragrafen 3.8.2, 3.8.3, 3.8.5, 3.8.6, 3.8.8 tot en met 3.8.11 van afdeling 3.8 van hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten: voor één milieubelastende activiteit: voor twee tot vijf milieubelastende activiteiten, per milieubelastende activiteit: voor vijf of meer milieubelastende activiteiten, per milieubelastende activiteit:
€ 3.525,94 € 2.468,16
€ 3.514,38 € 2.460,06
€ 2.115,56
€ 2.108,63
€ 4.231,13
€ 4.217,25
€ 5.238,54
€ 5.221,36
€ 3.666,98
€ 3.654,95
€ 3.143,12
€ 3.132,81
58
Artikel 2.19
a. Artikel 2.20 1.
2.
Artikel 2.20a
Artikel 2.20b
Sport en recreatie (afdeling 3.9 Besluit activiteiten leefomgeving) Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een milieubelastende activiteit, als bedoeld in artikel 5.1, tweede lid, aanhef en onder b, van de Omgevingswet, bestaande uit een activiteit in de sector sport en recreatie als bedoeld in paragraaf 3.9.1 van afdeling 3.9 van hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving, bedraagt het tarief per milieubelastende activiteit, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten: voor één milieubelastende activiteit: Samenloop van milieubelastende activiteiten Als bij de toepassing van de artikelen 2.13 tot en met 2.19 dezelfde milieubelastende activiteit onder meer dan een artikel valt, wordt die milieubelastende activiteit slechts eenmaal in de heffing betrokken, waarbij het voor de belastingplichtige meest gunstige van toepassing zijnde tarief wordt toegepast. Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een kernactiviteit in een bedrijfstak gecombineerd met functioneel ondersteunende activiteiten uit andere bedrijfstakken, dan is, in afwijking van het bepaalde in deze paragraaf, op al deze activiteiten het artikel van toepassing waaronder de bedrijfstak die bepalend is voor de kernactiviteit valt.
Wijziging van de milieubelastende activiteit die geen significante nadelige gevolgen heeft voor de gezondheid of het milieu Als bij de toepassing van de artikelen 2.13 tot en met 2.19 er sprake is van een wijziging in de exploitatie van een ippc-installatie die geen significante nadelige gevolgen heeft voor de gezondheid of het milieu bedraagt het tarief: