Programmabegroting 2024
Tekst van het document
PROGRAMMABEGROTING 2024-2027
Versie: 28-09-2023 Colofon programmabegroting 2024 Samenstelling: Gemeente Sittard-Geleen Team Financiën Postbus 18 6130 AA Sittard Inlichtingen: Tel. 14-046
1
PROGRAMMABEGROTING 2024-2027 .............................................................................................................1 1. INLEIDING EN SAMENVATTING....................................................................................................................4 2. FINANCIEEL PERSPECTIEF.............................................................................................................................6 2.1 FINANCIEEL KADER.........................................................................................................................................6 2.2 ACTUALISATIE FINANCIEEL PERSPECTIEF .....................................................................................................10 3. UITVOERINGSAGENDA BESTUURSPERIODE 2024-2026 ..............................................................................25 4.
PROGRAMMAPLAN 2024-2027..................................................................................................................30 4.1 INLEIDING ....................................................................................................................................................30 4.2 PROGRAMMA - 0 - BESTUUR EN ONDERSTEUNING ....................................................................................33 4.3 PROGRAMMA - 1 - VEILIGHEID ....................................................................................................................46 4.4 PROGRAMMA - 2 - VERKEER, VERVOER EN WATERSTAAT ..........................................................................55 4.5 PROGRAMMA - 3 - ECONOMIE ....................................................................................................................62 4.6 PROGRAMMA - 4 - ONDERWIJS ...................................................................................................................74 4.7 PROGRAMMA - 5 - SPORT, CULTUUR EN RECREATIE...................................................................................75 4.8 PROGRAMMA - 6 - SOCIAAL DOMEIN (INCLUSIEF VOLKSGEZONDHEID, ONDERWIJS EN VEILIGHEID)........89 4.9 PROGRAMMA - 7 - VOLKSGEZONDHEID EN MILIEU ..................................................................................113 4.10 PROGRAMMA - 8 -
VOLKSHUISVESTING, RUIMTELIJKE ORDENING EN STEDELIJKE VERNIEUWING........123 4.11 OVERZICHT ALGEMENE DEKKINGSMIDDELEN .........................................................................................138 4.12 OVERZICHT OVERHEAD............................................................................................................................140 4.13 BEDRAG HEFFING VENNOOTSCHAPSBELASTING .....................................................................................141 4.14 ONVOORZIEN ...........................................................................................................................................141 5.
PARAGRAFEN ..........................................................................................................................................142 5.1 PARAGRAAF LOKALE HEFFINGEN...............................................................................................................142 5.2 PARAGRAAF WEERSTANDSVERMOGEN EN RISICOBEHEERSING ...............................................................156 5.3 PARAGRAAF ONDERHOUD KAPITAALGOEDEREN ......................................................................................170 5.4 PARAGRAAF FINANCIERING .......................................................................................................................180 5.5 PARAGRAAF BEDRIJFSVOERING.................................................................................................................186 5.6 PARAGRAAF WET OPEN OVERHEID (WOO) ...............................................................................................192 5.7 PARAGRAAF VERBONDEN PARTIJEN..........................................................................................................193 5.8 PARAGRAAF GRONDBELEID .......................................................................................................................213 6.
FINANCIËLE BEGROTING ..........................................................................................................................218 6.1 INLEIDING ..................................................................................................................................................218 6.2 MEERJARIG OVERZICHT VAN BATEN EN LASTEN PER PROGRAMMA ........................................................220 6.3 OVERZICHT BATEN EN LASTEN PER TAAKVELD..........................................................................................221 6.4 OVERZICHT INCIDENTELE BATEN EN LASTEN.............................................................................................223
2
6.5 OVERZICHT STRUCTURELE MUTATIES RESERVES.......................................................................................229 6.6 STRUCTUREEL EVENWICHT........................................................................................................................231 6.7 GEPROGNOSTICEERDE BALANS .................................................................................................................233 BIJLAGEN.....................................................................................................................................................234 BIJLAGE 1: RESERVES EN VOORZIENINGEN......................................................................................................235 BIJLAGE 2: EMU SALDO....................................................................................................................................236 BIJLAGE 3: VASTE ACTIVA EN KAPITAALLASTEN ..............................................................................................237
3
1. INLEIDING EN SAMENVATTING Beste lezer, In 2023 is een ‘beleidsarme’ begroting gepresenteerd. Dit was mede ingegeven door veel onzekerheid. De oorlog in Oekraïne, hoge energieprijzen, hoge inflatie en stijgende bouw- en grondstofprijzen vroegen veel van inwoners, ondernemers, verenigingen en maatschappelijke organisaties. Maar ook veel van de gemeente. Het rijk confronteert ons daarnaast met weinig toekomstperspectief; vanaf 2026 krijgen gemeenten flink minder rijksmiddelen, waardoor het aangaan van structurele verplichtingen niet mogelijk is. In 2023 is veel steun geboden aan die groepen voor wie de bestaanszekerheid in gevaar kwam. Tegelijkertijd heeft het college samen met de raads- en burgerleden van de gemeente Sittard-Geleen samengewerkt aan de kadernota 2023 - 2026. Een kadernota waarin, ondanks de aanhoudende onzekerheid, samen keuzes zijn gemaakt voor de toekomst. Gezamenlijk zijn uitvoeringsprincipes vastgesteld en speerpunten benoemd. Naast inhoudelijke input zijn uit de sessies met de raad drie thema’s naar voren gekomen die bepalen hoe het college de strategische lijn uit de kadernota vorm moet geven: -
Een betrouwbare overheid. Trots op onze gemeente. De aandacht dichtbij.
In deze begroting wordt uitvoering gegeven aan de afspraken die in de kadernota zijn vastgelegd. De uitvoeringsprincipes worden toegepast en er wordt invulling gegeven aan de speerpunten binnen de ruimte die daarvoor beschikbaar is. Ook is toegezegd in de begroting 2024 zoveel mogelijk financiële ruimte te creëren. Zo kan invulling worden gegeven aan het coalitieakkoord ‘Samen zorgvuldig, verbindend doorpakken!’ en de daarbij horende uitvoeringsafspraken. Het college is trots dat in deze begroting ruimte is gecreëerd om een tijdelijke impuls te geven aan het volledige coalitieakkoord en de uitvoeringsafspraken. Op die manier wordt invulling gegeven aan onze gezamenlijke ambities en wordt een grote stap vooruit gezet in lijn van de Toekomstvisie 2030; een visie die samen met de samenleving is vormgegeven. Een impuls, omdat door het onzekere rijksbeleid nog steeds beperkingen zijn in het aangaan van structurele verplichtingen. Uitgangspunt van de gemeente is en blijft een structureel en langdurige gezonde financiële situatie. Het actuele begrotingsbeeld voor de begrotingsjaren 2024 en 2025 ziet er goed uit. Dit is alleen maar mogelijk doordat de financiën duurzaam op orde zijn. Mede door het zorgvuldig naleven van de afgesproken begrotingskaders.
In het jaar 2026 worden alle Nederlandse gemeenten door de huidige kabinetsplannen geconfronteerd met een, vooralsnog, veel lagere rijksbijdrage. Dat resulteert in een negatief structureel begrotingsevenwicht in 2026 en 2027. Op advies van de Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG), en in afstemming met de provinciaal toezichthouder, is ervoor gekozen om de gevolgen van de kabinetskeuzes voor de gemeentelijke begroting transparant te maken. Zonder extra structurele financiële middelen van het rijk krijgen wij onze begroting vanaf 2026 niet meer vanzelfsprekend sluitend. Wel kiest het college ervoor om structureel middelen te reserveren om de wendbaarheid en weerbaarheid in onze begroting te garanderen. Zo blijft Sittard-Geleen voorbereid op onverwachte situaties, kunnen we reageren op kansen en zorgen we ervoor dat we niet met acute problemen worden geconfronteerd. De onzekerheid blijft. In dit licht presenteert het college een begroting die in 2024 en 2025 structureel sluitend is en daarna het advies van de VNG volgt. Een begroting waarin, door inzet van tijdelijke middelen, een flinke
4
impuls gegeven wordt aan onze stad. Met deze impuls zetten we een volgende stap in het realiseren van de Toekomstvisie 2030 en onze gezamenlijke ambities. Sittard-Geleen, 28 september 2023
Burgemeester en wethouders van Sittard-Geleen,
mr. J.Th.C.M. Verheijen burgemeester
J.A.M. Heesen secretaris
5
2. FINANCIEEL PERSPECTIEF 2.1 FINANCIEEL KADER Vertreksituatie In relatie tot de P&C-cyclus in het algemeen en onze financiën in het bijzonder streven wij naar een duurzaam en solide financieel beleid met voldoende veerkracht. Deze financiële veerkracht heeft betrekking op wendbaarheid en weerbaarheid. Met andere woorden: hebben wij voldoende middelen om uitvoering te geven aan ambities en beschikken wij over middelen om tegenvallers op te kunnen vangen? In onze P&C-cyclus hebben wij regelmatig melding gemaakt van de veranderende omgeving en de onzekere tijd waarin we leven. Denk bijvoorbeeld aan recente crises op het gebied van corona, de oorlog in Oekraïne, energie, hoge inflatie en de dynamiek in de ontwikkeling van de gemeentefinanciën door Rijksbeleid. Deze ontwikkelingen hebben impact op onze financiële positie en maakt het voeren van een stabiele financiële strategie tot een lastige opgave. We volgen de actuele ontwikkelingen aan de hand van onze P&C-cyclus en vertalen de financiële gevolgen in onze begroting. Op basis van de besluiten over de 1ste rapportage 2023/ kadernota 2023-2026 hebben wij onze begroting voor het laatst bijgesteld. Dit resulteerde in een begrotingsbeeld met incidentele begrotingsruimte in de jaarschijven 2023-2025 van ruim € 37 mln., waarna er vanaf 2026 sprake is van een tekort van jaarlijks € 0,4 mln.
Voor de financiële uitwerking van de kadernota 2023-2026 richting deze begroting betekent dit dat we: - Streven naar borging van het structureel begrotingsevenwicht, inclusief de afdekking van het geactualiseerde risicoprofiel; - De incidenteel beschikbare begrotingsruime koppelen aan het tijdelijk aanjagen, geven van impulsen en intensiveren van activiteiten in de vorm van speerpunten. In pararaaf 2.2 lichten wij deze vertreksituatie nader toe. Uitgangspunten Wij hebben de begroting 2024 opgesteld rekening houdend met onderstaande kaderstellende en technische uitgangspunten. Kaderstellend - Het raadsbesluit van 28 maart 2019 ‘Vervanging begrotingskaders’; - De richtlijnen van de provincie, zoals opgenomen in de brief van 14 april jl. ‘Begrotingsbrief 2024’; - De verordening ex artikel 212 Gemeentewet; - De kadernota’s reserves en voorzieningen, waardering en afschrijving vaste activa, weerstandsvermogen en risicobeheersing; - Het raadsbesluit Kadernota 2023-2026 van 15 juni 2023. Technisch Naast de kaderstellende uitgangspunten hebben wij bij de uitwerking van de begroting de volgende technische uitgangspunten gehanteerd: - De begroting is tot en met 2025 reëel en structureel in evenwicht. Zie hiervoor tevens de toelichting onder ‘provinciaal toezicht’ en landelijke ontwikkelingen. - De meicirculaire 2023 is meegenomen in de actualisatie van het financieel perspectief.
Overeenkomstig de besluitvorming over de P&C-cyclus 2023 verwerken wij de financiële gevolgen van de septembercirculaire in de 3de programmarapportage 2023. - Voor de aan te trekken financieringsmiddelen worden de volgende rentepercentages gehanteerd: o Voor langlopende financieringsmiddelen wordt voor 2024 een rentepercentage van 3,5% gehanteerd. Ook voor de jaren 2025 t/m 2027 is dit 3,5%. o Voor het financieringstekort dat onder de kasgeldlimiet valt, gaan wij, indien aan de orde, voor 2024 uit van 3,0%.
6
-
-
Voor nieuwe investeringen wordt de omslagrente van 2024 gehanteerd, zijnde 3,5%. De volledige kapitaallasten worden geraamd in het jaar na het gereedkomen van het project. In het eerste jaar wordt rekening gehouden met de helft van de rentelasten. Dit conform de provinciale richtlijnen. Voor de begroting / meerjarenbegroting worden de kapitaallasten als stelpost geraamd conform de besluitvorming bij de kadernota vaste activa 2020-2023 en rekening houdend met de fasering van de uitgaven. De gevolgen van de prijsstijgingen/ inflatie op onze begrotingsposten dekken wij uit de middelen die we voor dit doel op de stelpost inflatie hebben gereserveerd.
Provinciaal toezicht Financieel verdiepingsonderzoek Jaarlijks beoordeelt de provincie in het kader van haar toezichthoudende rol onze begroting. Daarnaast heeft zij eind 2020 het financieel verdiepingsonderzoek uitgevoerd. In dit 4-jaarlijkse onderzoek is onze financiële functie en financiële positie onderzocht. Op basis van dit onderzoek heeft onze provinciale toezichthouder besloten om ons meerjarig repressief toezicht te verlenen. Wij voldoen aan de voorwaarden voor repressief toezicht, met name door het borgen van structureel begrotingsevenwicht. Én blijkt uit het onderzoek dat onze financiële positie en functie momenteel voldoende basis biedt voor meerjarig repressief toezicht. Meerjarig repressief toezicht betekent dat wij onze begroting en begrotingswijzigingen niet vooraf ter goedkeuring hoeven voor te leggen. Het provinciebestuur maakt hierbij een voorbehoud dat op de meerjarige uitspraak kan worden teruggekomen indien onze financiële situatie door in- of externe ontwikkelingen ontspoord raakt. Beoordeling begroting 2023 Op basis van de beoordeling van de begroting 2023 heeft het provinciebestuur een aantal aanbevelingen gedaan. Naast algemene aandachtspunten betreft het een aantal aandachtspunten die specifiek op onze gemeente van toepassing zijn.
De belangrijkste aandachtspunten hebben wij onderstaand op een rij gezet, inclusief de opvolging op de specifieke aandachtspunten. SPECIFIEKE AANDACHTSPUNTEN Onderwerp
Opvolging
Borging van het structureel en reëel begrotingsevenwicht.
Via de P&C-cyclus sturen wij tijdig op voordelige structurele begrotingssaldi. Passend binnen de richtlijnen en adviezen (VNG).
Aandacht voor het monitoren van ombuigingen en het tijdig treffen van aanvullende maatregelen als blijkt dat deze niet realiseerbaar zijn. Aandacht voor de actualiteit van (beheer)plannen onderhoud kapitaalgoederen.
In de kadernota 2023-2026 hebben wij de niet-realiseerbare ombuigingen gesaneerd ten laste van het begrotingssaldo
Monitoren van de ontwikkelingen op het gebied van middelen jeugdzorg, omgevingswet en duurzaamheid en de mogelijke financiële gevolgen meenemen in de begrotingsvoorbereiding. Aandacht voor de correcte samenstelling en onderlinge aansluiting van de overzichten voor de bepaling van het structureel begrotingsevenwicht, incidentele baten en lasten en structurele mutaties reserves.
Op basis van het raadsbesluit integraal beheerplan openbare ruimte 2029 zijn in 2022 per beheergroep beheerplannen opgesteld. De actualisatie van de nota vastgoedbeheer is in voorbereiding. Voor de havens gaan wij op basis van metingen en inspecties een beheer- en onderhoudsplan voor de lange termijn opstellen. Via de P&C-cyclus monitoren wij de ontwikkelingen op het gebied van middelen jeugdzorg, omgevingswet en duurzaamheid en de mogelijke financiële gevolgen vertalen we in de tussentijdse rapportage en/ of begroting. In hoofdstuk 6 ‘Financiële begroting’ hebben wij het structureel en reëel begrotingsevenwicht’ becijferd en gepresenteerd inclusief aansluitende overzichten incidentele baten en lasten en structurele mutaties reserves
Begrotingsbrief 2024 In de brief ‘Begrotingsbrief 2024’ van 14 april jl. gaat het provinciebestuur onder andere in op onze verantwoordelijkheid voor borging van structureel begrotingsevenwicht, de verwerking van inflatie/
7
prijsstijgingen in de begroting en de verwerking van de ramingen met betrekking tot Jeugdzorg. Voor dit onderwerp hebben de gezamenlijke provincies onderstaande richtlijn uitgebracht: - Gemeenten mogen in de jaarschijven 2026 en 2027 de middelen zoals die in de Hervormingsagenda zijn afgesproken als structurele en reële raming meenemen in hun meerjarenraming. Concreet gaat het om respectievelijk € 284 mln. en € 211 mln. - Daarnaast mogen gemeenten in hun begroting rekening houden met een besparing op de uitgaven van € 500 mln. in 2025, € 500 mln. in 2026 en vanaf 2027 € 511 mln. (structureel) als gevolg van maatregelen die het Rijk zal uitwerken. Tot slot wordt in de brief ingegaan op een aantal onderwerpen met betrekking tot Rijksbeleid/ Rijkscompensatie die nog nader uitgewerkt moeten worden. De onzekerheid hieromtrent maakt dat in aansluiting op het begrotingsadvies van de VNG, zie ‘landelijke ontwikkelingen’, voor de beoordeling van de toezichtsvorm in de begroting 2024 minimaal structureel evenwicht in de jaarschijf 2024 moet zijn geborgd. Ontwikkelingen Landelijk In de informatieve tussentijdse raadssessie van 14 september jl. is de gemeenteraad meegenomen in de landelijke ontwikkelingen met betrekking tot de gemeentefinanciën. De onzekerheid over Rijksbeleid/ Rijkscompensatie blijft onverminderd groot.
Door de val van het kabinet en de aanstaande verkiezingen is het onzeker wanneer er duidelijkheid wordt gegeven over de ontwikkeling van de gemeentefinanciën. Bovendien blijkt uit de media dat het Rijk fors moet gaan bezuinigen. Zonder uitputtend te zijn, vatten we onderstaand de landelijke ontwikkelingen samen: - Voor de bekostiging van taken zijn gemeenten voor een belangrijk deel afhankelijk van het Rijk. In het gemeentefonds is de beweging met de omvang van de Rijksbegroting losgelaten (‘Trap op, trap af’). Vanaf 2026 groeit het gemeentefonds niet meer mee met de Rijksbegroting en vindt er alleen een bijstelling voor loon- en prijsontwikkeling plaats; - Gemeenten beschikken op basis van het huidige Rijksbeleid over veel incidentele middelen (tot en met 2025). Door systeemaanpassingen in het gemeentefonds en een daling in de Rijksmiddelen voor jeugdzorg is er vanaf 2026 veelal sprake van tekorten; - Door de onzekerheid over Rijkscompensatie dreigen er vanaf 2026 structurele tekorten. Van belang is te kiezen voor een heldere koers en op basis van een eigen risico-inschatting naar alternatieven te kijken; - De financiële rek is er bij gemeenten uit. Dit maakt dat gemeenten voor de langere termijn op zoek moeten naar een nieuwe balans tussen beleid, middelen en organisatie (uitvoeringskracht).
Begrotingsadvies VNG Op basis van bovenstaande landelijke ontwikkelingen heeft de VNG voor de begrotingsvoorbereiding een advies uitgebracht. Passend binnen de voorschriften uit de gemeentewet luidt dit advies als volgt: - Presenteer voor de jaarschijven 2024 en 2025 een (structureel) sluitende begroting; - Presenteer reële lasten voor 2026 en 2027, rekening houdend met: • Het huidige takenpakket; • Noodzakelijke investeringen; • Effecten inflatie/ prijsstijgingen; • Ambities uit het coalitieakkoord; • Overige mee- en tegenvallers. Begroting Sittard-Geleen Begrotingsadvies VNG Wij hebben de begroting voorbereid rekening houdend met het begrotingsadvies van de VNG. In de actualisatie van het begrotingsbeeld zijn alle bekende autonome ontwikkelingen verwerkt en zijn de ambities uit het coalitieakkoord ‘Samen zorgvuldig, verbindend doorpakken!’ en de Uitvoeringsafspraken 2022-2026 (financieel)
8
vertaald. In de uitwerking van de begroting hebben wij ook rekening gehouden met onzekerheid over Rijksbeleid/ Rijkscompensatie, structurele tekorten vanaf 2026, het werken met risico-inschattingen en het zorgen voor alternatieven om tegenvallers op te vangen. Kaderbrief De kadernota vormt de uitvoeringsagenda voor deze bestuursperiode. Deze agenda bestaat uit de inhoudelijke speerpunten en de bijbehorende financiële kaders. Inhoudelijk borduurt de kadernota voort op de Toekomstvisie 2030, het coalitieakkoord ‘Samen zorgvuldig, verbindend doorpakken!’ en de Uitvoeringsafspraken. De inhoudelijke en financiële vertaling van de kadernota keert elk jaar terug in onze begrotingscyclus, te beginnen met de begroting 2024. Een en ander voor zover passend binnen de beschikbare financiële ruimte. Wij bereiden de begroting, inclusief de vertaling uit de kadernota voor op basis van onderstaande uitvoeringsprincipes uit de kadernota: 1.
2.
Vaststaande ontwikkelingen waar we geen invloed op hebben verwerken we in de begroting: - Autonome ontwikkelingen - Onomkeerbare ontwikkelingen Daar waar we keuzes kunnen maken, doen we dat: - Omkeerbare ontwikkelingen - Raadsmoties ‘gefaseerd afschaffen van de hondenbelasting’ en ‘Heroverwegen verhoging lokale lasten’ - Doelen uit het coalitieakkoord en de uitvoeringsafspraken
In de paragraaf 2.2. Actualisatie financieel perspectief gaan we in op de uitwerking van uitvoeringsprincipe 1. In hoofdstuk 3 staat de uitwerking van uitvoeringsprincipe 2 centraal. Rekening houdend met het begrotingsadvies van de VNG en toepassing van de uitvoeringsprincipes uit de kadernota 2023-2026 kunnen wij een begroting voorleggen die in de jaarschijven 2024 en 2025 (structureel) sluitend is. Ontwikkeling meetbaarheid en stuurbaarheid van de begroting In het raadsbesluit P&C-cyclus 2023 van 26 januari jl. hebben wij aangegeven verder te werken aan de ontwikkeling van onze P&C-producten. Om een eerste stap te zetten in de ontwikkeling van de meetbaarheid en stuurbaarheid van onze begroting hebben wij in hoofdstuk 4 “Programmaplan’ de volgende stappen gezet: - Naast de verplicht voorgeschreven BBV1-indicatoren werken we op de programma’s Bestuur en ondersteuning, Veiligheid en Sociaal domein met eigen indicatoren om de stuurbaarheid en meetbaarheid te vergroten. In de begroting 2025 breiden we dit uit naar de andere programma’s; - Bij de uitwerking van de vraag ‘Wat gaan we daarvoor doen?’ hebben we daar waar mogelijk bedragen aan resultaten gekoppeld. Hiermee zetten we een eerste stap om ‘inhoud en middelen’ aan elkaar te koppelen. - Het programmaplan in hoofdstuk 4 is op basis van eerdere besluitvorming ingericht op basis van de BBVindeling.
In de Begroting 2024 op hoofdlijnen koppelen we in de bestuurssamenvatting de belangrijkste resultaten uit de het programmaplan aan de veerkrachten. Daarnaast staat uit het rapport van de rekenkamercommissie naar de leesbaarheid en toegankelijkheid van de begroting (2020) de aanbeveling over de digitalisering van de P&C-cyclus nog open. Wij hebben P&C-software (Lias) aangeschaft, waarmee we onze P&C-producten digitaal kunnen publiceren én digitaal kunnen gaan samenstellen. Momenteel bereiden wij de inrichting en implementatie van deze applicatie voor. Wij verwachten deze applicatie in de P&C-cyclus 2024 in gebruik te nemen. .
1
Besluit begroting en verantwoording
9
2.2 ACTUALISATIE FINANCIEEL PERSPECTIEF Inleiding In deze paragraaf geven wij een overzicht van de actuele ontwikkelingen in ons financieel perspectief. Dit met het doel inzicht te geven in de ontwikkeling van onze financiële positie en beschikbare financiële ruimte in onze begroting 2024 en meerjarenraming 2025-2027. Wij gaan in dit hoofdstuk achtereenvolgens in op de actualisatie van de begrotingssaldi, de ontwikkeling van het structureel begrotingsevenwicht, de bestemming van de begrotingssaldi, de ontwikkeling van de algemene reserve (weerstandsvermogen), de ontwikkeling van het investeringsvolume en stand van zaken met de betrekking tot ombuigingen. Omvang begroting 2024 In onderstaand overzicht hebben wij de omvang van onze begroting gepresenteerd. In een oogopslag is inzichtelijk waar ons geld vandaan komt en waaraan wij het geld besteden. In hoofdstuk 4 Programmaplan maken wij per programma inzichtelijk waar ons geld vandaan komt en hoe wij deze middelen inzetten om onze doelen en resultaten te realiseren. BEGROTING 2024 OP HOOFDLIJNEN ( x € 1 mln.) INKOMSTEN WAAR KOMT HET GELD VANDAAN?
€ 423,0
Bestuur en ondersteuning Veiligheid Verkeer, vervoer en waterstaat Economie Onderwijs Sport, cultuur en recreatie Sociaal domein Volksgezondheid en milieu Volkshuisvesting, ruimtelijke ordening en stedelijke vernieuwing
€ 300,8 € 1,4 € 4,4 € 4,2 € 4,0 € 8,8 € 65,6 € 31,5 € 2,3
RESULTAAT
€
UITGAVEN WAAR GAAT HET GELD NAAR TOE? Bestuur en ondersteuning Veiligheid Verkeer, vervoer en waterstaat Economie Onderwijs Sport, cultuur en recreatie Sociaal domein Volksgezondheid en milieu Volkshuisvesting, ruimtelijke ordening en stedelijke vernieuwing
€ 420,2 € 76,4 € 16,0 € 30,6 € 10,4 € 13,0 € 40,8 € 189,4 € 29,5 € 14,2
2,8
Uit bovenstaande tabel blijkt dat in 2024 ons begrotingstotaal ruim € 420 mln. De inkomsten hebben voornamelijk betrekking op programma Bestuur en ondersteuning (71%), bestaande uit de inkomsten uit het gemeentefonds en de gemeentelijke belastingen. Daarnaast worden binnen het programma Sociaal domein de BUIG-middelen verantwoord (16%). Deze middelen zetten we in, in de 9 programma’s. Waarbij het aandeel van het programma Sociaal domein in de totale uitgaven (45%), bestaande uit Wmo, Jeugdzorg en Participatie, het hoogst is. Een andere grote uitgavenpost zijn de uitgaven voor de gemeentelijke bestuursorganen en de bedrijfsvoering die binnen programma Bestuur en ondersteuning worden verantwoord (18%). In het vervolg van deze paragraaf gaan wij in op de bijstellingen van het begrotingsbeeld. We geven inzicht in de financiële bijstellingen die van invloed zijn op het begrotingssaldo en lichten deze bijstellingen inhoudelijk toe. Uit bovenstaande tabel blijkt dat het totaal van de financiële bijstellingen in de begroting 2024 per saldo € 2,8 mln. voordelig is.
10
Actualisatie begrotingsbeeld Vertreksituatie In onderstaande tabel is de vertreksituatie geschetst, waarmee we de begrotingsvoorbereiding zin gestart. Tabel vertreksituatie bedragen x € 1.000 Ontwikkeling begrotingsbeeld
2023
Begrotingssaldo na 1ste rapportage 2023 / kadernota
4.800
Resultaat 2de rapportage 2023
4.662
Inzet jaarrekening resultaat na bestemming
10.000
Inzet reservering coronamiddelen Vertreksituatie voor actualisatie begrotingsbeeld
2024
2025
2026
2027
2.100
10.500
-400
-400
2.100
10.500
-400
-400
5.100 24.562
Incidentele begrotingsruimte € 37,1 mln
De begrotingssaldi tot en met de 1ste rapportage 2023/ kadernota 2023-2026 zijn het vertrekpunt voor de actualisatie van het financieel perspectief in de begroting 2024 en de meerjarenraming 2025-2027. Na verwerking van de bijstellingen uit de 1ste rapportage 2023 respectievelijk de autonome en onomkeerbare ontwikkelingen uit de kadernota 2023-2026 zijn de begrotingssaldi tot en met 2025 voordelig. Vanaf 2026 is er sprake van een tekort van jaarlijks € 0,4 mln. Daarnaast hebben we in de 2de rapportage 2023 de begroting bijgesteld voor de het jaar 2023. Deze rapportage levert een voordelige bijstelling op van € 4,7 mln. Aanvullend op de voordelige begrotingssaldi beschikken we over incidentele middelen die we aan de begrotingsruimte kunnen toevoegen. Het betreft: - het jaarrekeningresultaat na bestemming ad € 10 mln. - het restant aan coronamiddelen ad € 5,1 mln.. Samenvattend blijkt uit bovenstaande tabel dat wij de actualisatie van het begrotingsbeeld starten met voordelige saldi tot en met 2025. De incidentele begrotingsruimte bedraagt over deze jaren ruim € 37 mln. Vanaf 2026 is sprake van een structureel tekort van jaarlijks € 0,4 mln. Actualisatie begrotingssaldi In de programmabladen uit hoofdstuk 4 ‘Programmaplan’ zijn per programma de voorstellen tot begrotingsaanpassing opgenomen. Deze aanpassingen hebben voornamelijk betrekking op de autonome ontwikkelingen.
Op de verwerking van beleidskeuzes ten laste van de incidentele begrotingsruimte komen we in hoofdstuk 3 ‘Uitvoeringsagenda bestuursperiode 2024-2026’ terug.
11
Tabel - actualisatie begrotingssaldi bedragen x € 1.000 Ontwikkeling begrotingsbeeld
2023
Begrotingssaldo na 1ste rapportage / kadernota
4.800
Inzet jaarrekening resultaat na bestemming
10.000
Inzet reservering coronamiddelen
5.100
Beschikbaar kader na 1ste rapportage / kadernota
19.885
Actualisatie autonome ontwikkelingen
Saldi begrotingsruimte
4.662
24.562
2024
2025
2026
2027
2.100
10.500
-400
-400
2.100
10.500
-400
-400
-558
-1.488
-2.414
9.942
-1.888
-2.814
723
2.823
Incidentele begrotingsruimte € 37,3 mln
Uitgaand van de vertreksituatie hebben we in bovenstaande tabel het effect van de bijstellingen door autonome ontwikkelingen verwerkt. Na verwerking van deze bijstellingen blijven de saldi tot en met 2025 voordelig. De incidentele begrotingsruimte over de periode 2023-2025 is toegenomen tot en bedrag van € 37,3 mln. Na actualisatie bedragen de tekorten in de jaarschijven 2026 en 2027 € 1,9 mln. respectievelijk € 2,8 mln. Dit begrotingsbeeld past in de lijn van de ontwikkelingen rondom de gemeentelijke financiën zoals in paragraaf 1 van dit hoofdstuk is geschetst. En komt overeen met het begrotingsadvies van de VNG. Autonome ontwikkelingen In onderstaande tabel zijn de autonome ontwikkelingen op een rij gezet. Aansluitend lichten wij deze posten toe. Het betreffen bijstellingen die van invloed zijn op onze begrotingssaldi. In hoofdstuk 4 ‘Programmaplan’ zijn ook diverse bijstellingen opgenomen die geen invloed hebben op de begrotingssaldi (budgettair neutraal). Voor een volledig beeld van alle voorgestelde financiële bijstellingen verwijzen wij u naar hoofdstuk 4 in deze begroting. Tabel - Autonome ontwikkelingen bedragen x € 1.000 Autonome ontwikkelingen
2024
2025
2026
2027
Meicirculaire 2023
-481
-637
-724
-1.507
Taakmutaties/ taakreducties meicirculaire 2023
-102
662
151
-312
Gemeenschappelijke regelingen
-296
-937
-1.027
-898
Kapitaallasten (rente en afschrijving)
1.799
455
240
540
WMO
3.558
3.558
3.558
3.558
Jeugdzorg
-630
-630
-630
-630
Budgetten bestuur
172
142
67
67
Dividend Enexis en BNG
-262
-75
-75
-75
Bestrijding Aziatische Duizendknoop
-88
-18
-20
-20
OZB kadernota
158
Ibor
-80
90
100
Basiscomponenten common ground
-157
-131
-131
-131
Inrichtingskosten huisvesting statushouders
-188
-188
-188
-188
Verhuizing Walram
112
Informatiebeveiliging
-104
-104
-104
-104
12
bedragen x € 1.000 2024
Autonome ontwikkelingen Ontwikkelplan RO-projecten - beleidscapaciteit
2025
-176
Ondersteuning bestuurlijke rol in diverse netwerken Robuuste begroting: weerbaar en wendbaar
2026
-176
2027
-176
-450
-350
-350
-2.000
-2.000
-2.000
-176
-2.000
Correcties jaarschijf 2027 o.b.v. besluitvorming
-473
Kleine posten (< € 50.000)
-62
-129
-169
-165
Saldo autonome ontwikkelingen totaal
723
-558
-1.488
-2.414
Meicirculaire 2023 Het nadelig effect uit de meicirculaire komt door een nieuwe systematiek voor het verdeelmodel. Het verdeelmodel is de basis voor de berekening van de algemene uitkering en bestaat uit ca. 40 eenheden, zoals aantal inwoners en totale WOZ-waarde. Iedere eenheid heeft zijn eigen prijs. Voorwaarde is dat het landelijk budget van de algemene uitkering niet stijgt of daalt door volume-aantallen, dit leidt tot een algemene mutatie. De landelijke en lokale volumes zijn geactualiseerd en dat heeft geleid tot een structureel nadelige effect voor onze begroting. Taakmutaties/ taakreducties meicirculaire 2023 Daarnaast zijn in de meicirculaire 2023 compensaties voor nieuwe taken en taakreducties opgenomen. In het laatste geval gaat het dan om een korting op het gemeentefonds die betrekking heeft op maatregelen die leiden tot lagere kosten of extra opbrengsten in de gemeentelijke begroting. De hoogste korting heeft betrekking op de eigen bijdrage Wmo. Het rijk heeft de intentie om de kosten van de Wmo te verminderen door een inkomensafhankelijke bijdrage in te voeren. Voor taakmutaties onder € 50.000 is het uitgangspunt dat deze taakmutaties opgevangen kunnen worden binnen de begroting. Deze middelen vallen vrij ten gunste van het begrotingssaldo.
Gemeenschappelijke regelingen De bijstelling van de bijdragen in de gemeenschappelijke regelingen is voornamelijk gebaseerd op de raadsbesluiten die hierover in de vergadering van 15 juni jl. zijn genomen. Daarnaast is bij de KBL sprake van een structurele voordelige bijstelling van jaarlijks € 0,17 mln. Op 14 april 2023 heeft de Hoge Raad in een aantal samenhangende arresten bepaalt dat organisaties zonder winstoogmerk en publiekrechtelijke lichamen in het bijzonder geen btw mogen heffen over diensten die voortvloeien uit het aanbieden van schuldhulpverlening. Dit betekent dat de KBL voor deze diensten vrijgesteld is van btw, waardoor deze diensten met ingang van 1 juli 2023 goedkoper worden aangeboden. In de onderstaande tabel zijn de financiële gevolgen opgenomen, voor zover het geen indexeringseffecten betreft. Deze bijstellingen dekken we uit de stelpost inflatie. Onderstaande mutaties komen ten laste van het begrotingssaldo. GR’ en – autonome ontwikkelingen
2024
2025
2026
2027
bedragen x € 1.000
Kredietbank Limburg (KBL)
-280
-380
-380
-380
GGD
-132
-273
-329
-420
-8
-8
-8
BsGW Het Gegevenshuis
-33
-33
-33
-33
Wsw Vidar
182
-211
-244
-24
RUD
-33
-33
-33
-33
Totaal autonome ontwikkelingen GR 'en
-296
-938
-1.027
-898
13
Kapitaallasten (rente en afschrijving) Wij hebben de kapitaallasten (rente en afschrijving) geactualiseerd. De afschrijvingen zijn bijgesteld op basis van actuele prognoses over de voortgang van onze projecten, de actuele rente en de vrijval van afgeschreven activa. Dit leidt tot voordelige bijstellingen. WMO De structurele voordelige bijstelling op de WMO ad € 3,56 mln. kent de volgende oorzaken: - Nadelige bijstelling collectief vervoer vanuit GR Omnibuzz naar aanleiding van jaarrekening en prognose ad € 0,16 mln. - Voordelige bijstelling van de budgetten PGB huishoudelijke ondersteuning ad € 0,22 mln. naar aanleiding van de recentelijk ontvangen prognose SVB en de doorwerking van de resultaten in de jaarrekening 2022 door een efficiënte aanpak. - Structurele vrijval middelen Beschermd Wonen ten bedrage van € 3,5 mln. Onze ambitie is “Passende ondersteuning zo thuis mogelijk” te bieden aan de cliënten waar het kan. Hierdoor stromen veel cliënten door vanuit het oude Beschermd Wonen naar regulier wonen met begeleiding, beschikbaarheid en bereikbaarheid. Bij het berekenen van de structurele vrijval is ook rekening gehouden met het risicoprofiel ten aanzien van de (nog uit te voeren) aanbestedingstrajecten (denk onder andere aan: aanbestedingstrajecten Safehouses, hulpmiddelen en medische advisering) en de invoering van het nieuwe verdeelmodel per 1 januari 2025.
Jeugdzorg De structurele nadelige bijstelling van € 0,63 mln. is als volgt opgebouwd: - Nadelige bijstelling van het budget SMI Kinderopvang met € 0,13 mln. naar aanleiding van de structurele resultaten vanuit de jaarrekening 2022. De trend is dat het gebruik van deze voorziening toeneemt. - Nadelige bijstelling Jeugdbescherming en jeugdreclassering met € 0,5 mln. is het gevolg van de tariefstijging (± 21%) ingaande 2023 Budgetten bestuur De budgetten (pensioenen, wachtgelden, salarissen) met betrekking tot bestuur zijn geactualiseerd. Dit levert een structurele besparing op. Dividend Enexis en BNG Betreft de bijstelling van het dividend van BNG en Enexis op basis van de begrotingsbrief 2024 van de Provincie Limburg. Bestrijding Aziatische Duizendknoop Zoals aangekondigd in de programmabegroting 2023 is er een gemeentebreed plan van aanpak voor de bestrijding van de Aziatische Duizendknoop opgesteld. Dit op basis van de resultaten van een aantal pilots die begin dit jaar zijn afgerond. Alle haarden van Aziatische DuizendKnoop zijn geïnventariseerd en worden gemonitord. Sommige haarden zijn perceeloverschrijdend en vereisen een grondige en snelle aanpak om schadeclaims te voorkomen. Enkele locaties hebben daarom absolute spoed en dienen nog in de periode winter 2023/2024 te worden bestreden.
We bestrijden ook haarden op particuliere terreinen; wanneer we deze namelijk niet meenemen, kan de Aziatische Duizendknoop blijven woekeren en schade aanrichten. Hiermee nemen we als gemeente onze maatschappelijke verantwoordelijkheid. In de 2de rapportage 2023 is voorgesteld voor de bestrijdingsactie eens eenmalig budget beschikbaar te stellen van € 0,19 mln. Dit wordt als volgt ingezet: - 2023: € 79.000 - 2024: € 88.000 - 2025: € 18.000
14
Om vervolgens de bestaande haarden te kunnen beheersen en jaarlijks bijkomende haarden vroegtijdig te kunnen indammen is vanaf 2026 een structureel budget van € 20.000 benodigd. OZB Kadernota Incidenteel voordeel 2024 OZB woningen en niet-woningen als gevolg van de compensatie voor indexering Ibor Bijstelling van het begrotingsbeeld Ibor beheerplannen ten opzichte van 2023. Enerzijds kijkend naar uitvoerbaarheid van de plannen door eigen capaciteit en beschikbaarheid van adviesbureaus en aannemers. Anderzijds ter voorkoming van achterstallig onderhoud. Dit leidt tot een bijstelling van het onderhoudsbudget met € 0,1 mln. en verlaging van de vervangingsinvesteringen met € 1,1 mln. Basiscomponenten Common Ground Voor de aansluiting bij de autonome landelijke ontwikkeling Common Ground zijn in 2024 de volgende voorzieningen nodig: - Generiek Zaak Afhandel Component (GZAC); - Aanpassen huidige scansoftware zodat deze informatie kan wegschrijven naar nieuwe bronnen (in eerste instantie Openzaak & Objectenregister); - Open policy agent voor het vastleggen van datarechten van gebruikers; - Logging & protocollering voor het vastleggen van dataverwerkingen (onder andere verwerking van persoonsgegevens). Deze verwerkingen kunnen in de toekomst dan worden ontsloten naar de inwoner en andere geautoriseerde partijen. Zie ook de verplichte paragraaf Bedrijfsvoering.
Inrichtingskosten huisvesting statushouders De bestuurlijke afspraken van 26 augustus 2022 over de doorstroom van migranten naar gemeenten en de landelijke verwachting dat zich de aankomende jaren 70.000 asielzoekers gaan melden in Nederland, leidt tot een hogere taakstelling huisvesting statushouders. Het huisvesten van statushouders is een wettelijke taak op basis van de huisvestingswet. Door deze hogere taakstelling nemen de inrichtingskosten in de vorm van bijzondere bijstandsverlening toe. De inrichtingskosten hebben betrekking op het gereedmaken van de woningen die voor huisvesting statushouders beschikbaar worden gesteld. Voor deze inrichtingskosten ontvangen we overigens geen compensatie van het Rijk. Verhuizing Walram De medewerkers die werkzaam zijn in het kantoor aan de Walram maken de verhuisbeweging naar het kantoor Geleenbeeklaan te Geleen en het Stadhuis te Sittard. Het kantoor aan de Walramstraat wordt niet meer ingezet als gemeentekantoor. De betekent incidentele vrijval van de exploitatiebudgetten 2024. Vanaf 2025 zijn deze exploitatiebudgetten ingezet ter dekking van de nieuwe ambtelijke en bestuurlijke huisvesting. Informatiebeveiliging Naar aanleiding van het rapport van de Functionaris Gegevensbescherming en de verhoogde eisen rondom de ENSIA-audit is in de huidige manier van werken een gebrek aan capaciteit op het gebied van privacy ervaren.
Bovendien nemen we de wettelijke eisen en complexiteit op het gebied privacy toe. Wij stellen voor om de formatie voor privacy uit te breiden met 1 fte privacy officer. Ontwikkelplan RO-projecten/ beleidscapaciteit De afgelopen jaren heeft het fysieke domein een verandering ondergaan als gevolg van de ambities en opgaven die zowel sociaal-maatschappelijk als op economisch vlak. Denk hierbij ook aan de KLC-agenda, GL1 en impulsaanpak. Om de projecten die hieruit voortvloeien te kunnen oppakken is uitvoeringskracht nodig. De besluiten rondom projectmatig werken, de aanpak ontwikkellocaties en het ontwikkelplan RO-projecten dragen
15
hieraan bij. Via een ingroeimodel tot en met 2027 zal op termijn de projectformatie in combinatie met de resultanten uit projecten zorgen voor een continuerend goed lopend proces ontwikkelprojecten en projectportfolio. Daarbij wordt hiermee de inzet van incidenteel personeel teruggebracht wat een verbeterslag betekent voor kwaliteit en lerend vermogen van onze projectorganisatie. Ondersteuning rol bestuur in diverse netwerken Om onze rol in diverse landelijke netwerken, zoals G40 en VNG en in (EU)regionaal verband inclusief de ambtelijke ondersteuning hiervoor verder op te kunnen pakken, zijn extra middelen nodig. Door deze deelname vergroten we onze zichtbaarheid in Den Haag en de (EU)regio met het doel extra aandacht te geven aan lobby en fondsenwerving. Robuuste begroting – weerbaar en wendbaar In paragraaf 2.1 is bij de landelijke ontwikkelingen over gemeentefinanciën onder andere ingegaan op onzekerheid over rijksbeleid/ rijkscompensatie, structurele tekorten vanaf 2026, het werken met risicoinschattingen en het zorgen voor alternatieven om tegenvallers op te vangen. Mede tegen deze achtergrond stellen wij voor vanaf 2024 jaarlijks een post ‘onvoorzien’ in onze begroting op te nemen voor een bedrag van jaarlijks € 2 mln.
Hiermee beogen wij de flexibiliteit in onze begroting te vergroten gericht op versterking van weerbaarheid, wendbaarheid en bestendigheid van onze begroting. - Weerbaarheid: • Opvangen van onvoorziene tegenvallers door externe omstandigheden. • Betreft autonome, onverwachte, onvermijdbare en onuitstelbare zaken. • Past in de context van de onzekerheid over de ontwikkelingen met betrekking tot Rijksbeleid/ Rijkscompensatie. - Wendbaarheid: • Invulling geven aan nieuwe (landelijke) ontwikkelingen en opgaven. • Beschikbaarheid over cofinanciering indien ontwikkelingen met andere partijen worden opgepakt. - Bestendigheid • Passend binnen bestaand beleid (Toekomstvisie 2023/ Coalitieakkoord/ Uitvoeringsafspraken). • Invulling geven aan reële doelen, plannen en begroting. Wij stellen voor de begrotingskaders met dit onderdeel aan te vullen: - Aanwending van deze begrotingspost transparant maken via de P&C-cyclus - Onderdeel laten zijn van de integrale afweging op de momenten van de P&C-cyclus - Deze flexibiliteit voorkomt het werken met ombuigingen/ taakstellingen om onverwachte ontwikkelingen op te vangen. Correctie jaarschijf 2027 o.b.v. besluitvorming In de meerjarenraming wordt de nieuwe jaarschijf 2027 toegevoegd.
Op basis van eerdere besluitvorming voeren we een aantal correcties in deze jaarschijf door: - Volledige doorwerking van de kapitaallasten IBOR-investeringen 2026 in 2027 levert een nadelige correctie op van ruim € 0,9 mln. - Correctie van een storting in de algemene reserve levert een voordeel op van € 0,1 mln. - Correctie van de onomkeerbare ontwikkeling ‘ontwikkellocaties’ uit de kadernota 2023 levert een voordeel op van € 0,3 mln. Kleine posten (< € 50.000) Dit betreft een aantal kleinere bijstellingen (bedragen < € 50.000). Deze bijstellingen kunt u in de programmabegroting op de programmabladen teruglezen.
16
Structureel begrotingsevenwicht Naast het realiseren van sluitende jaarschijven moeten we op basis van onze eigen uitgangspunten en de eisen vanuit het provinciaal toezicht onze begroting en meerjarenraming ook structureel in evenwicht hebben. Dit betekent dat de structurele baten voldoende moeten zijn om onze structurele lasten te dekken. Onderstaand brengen we op basis van de actuele begrotingssaldi de ontwikkeling van de structurele begrotingssaldi in beeld. Om het structureel saldo te berekenen worden de incidentele posten uit het begrotingssaldo geëlimineerd. Dit betekent dat we de incidentele baten negatief respectievelijk de incidentele lasten positief op het begrotingssaldo corrigeren. Tabel - structureel begrotingsevenwicht na autonome ontwikkelingen bedragen x € 1.000 2024
2025
2026
2027
2.522
11.400
-268
-1.471
301
-1.458
-1.620
-1.343
2.823
9.942
-1.888
-2.814
- incidentele baten
-8.489
-4.765
-3.408
-3.635
- incidentele lasten
6.189
4.177
2.721
2.671
523
9.354
-2.575
-3.778
Structureel begrotingsevenwicht Saldo baten en lasten exclusief mutaties in reserves Mutaties in reserves Begrotingssaldo voor bestemming Correctie incidentele posten autonome ontwikkelingen:
Structurele begrotingssaldi
In bovenstaande tabel is de ontwikkeling van de begrotingssaldi (voor bestemming) én de structurele begrotingssaldi in beeld gebracht. Zoals eerder in deze paragraaf is uitgewerkt, betreft het de saldi na aanpassing met de autonome ontwikkelingen. Uit de tabel blijkt dat onze begrotingssaldi in 2024 en 2025 positief zijn; vanaf 2026 is er sprake van een begrotingstekort. Hetzelfde geldt voor de structurele begrotingssaldi. Positief in 2024 en 2025; nadelig in 2026 en 2026. Zoals in paragraaf 2.1 is toegelicht licht dit in lijn met het begrotingsadvies van de VNG. Uit voorafstemming met onze provinciale toezichthouder is gebleken dat structureel begrotingsevenwicht (alleen) in 2024 voldoende is om voor repressief begrotingstoezicht in aanmerking te komen. Ondanks dat nadelige (structurele) begrotingssaldi in 2026 en 2027 geen invloed hebben op de toezichtsvorm is dit uit het oogpunt van een solide financieel beleid wel een aandachtspunt. Zoals bij de bestemming van de begrotingssaldi blijkt kunnen we met de inzet van de incidentele begrotingsruimte wel sluitende jaarschijven realiseren. Het realiseren van structureel voordelige saldi zal afhangen van de mate waarin het Rijk met extra middelen over de brug komt. Voor zover dat niet aan de orde is, moeten we zelf maatregelen treffen om structureel sluitende maatregelen te treffen.
De inzet van de incidentele middelen heeft geen effect op het structureel begrotingsevenwicht. Voor een gedetailleerde specificatie van de incidentele baten en lasten verwijzen wij naar paragraaf 6.4 Overzicht incidentele baten en lasten. In paragraaf 6.5 Structureel evenwicht is de opbouw van de begrotingssaldi per programma weergegeven. Bestemming begrotingssaldi Onderstaand zijn de saldi samengevat die wij eerder deze paragraaf presenteerden in de tabel actualisatie begrotingssaldi. bedragen x € 1.000 Ontwikkeling begrotingsbeeld Saldo begrotingsruimte
2023
2024
2025
2026
2027
24.562
2.823
9.942
-1.888
-2.814
17
Zoals aangegeven bedraagt de incidenteel in te zetten begrotingsruimte over de jaarschijven 2023 tot en met 2025 in totaal € 37,3 mln. In de kadernota 2023-2026 is aangegeven dat inhoudelijke en financiële vertaling van de speerpunten plaatsvindt in de begroting 2024. Een en ander voor zover passend binnen de beschikbare ruimte. In hoofdstuk 3 ‘Uitvoeringsagenda bestuursperiode 2024-2026’ werken wij deze inhoudelijke en financiële vertaling in detail uit. In onderstaande tabel vatten we de financiële gevolgen van de inpassing van de speerpunten in de begroting alvast samen. Tabel - structureel begrotingsevenwicht na verwerking speerpunten
bedragen x € 1.000 Ontwikkeling begrotingsbeeld Saldo baten en lasten exclusief mutaties in reserves
2024
2025
2.522
11.400
2026
2027
-268
-1.471
Uitvoeringsagenda (kapitaallasten speerpunten investeringen)
-26
-273
-926
-1.439
Mutaties in reserves
301
-1.458
-1.620
-1.343
2.797
9.669
-2.814
-4.253
- incidentele baten
-8.489
-4.765
-3.408
-3.635
- incidentele lasten
6.189
4.177
2.721
2.671
10.013
8.640
7.215
1.202
-10.013
-8.640
-7.215
-1.202
497
9.081
-3.501
-5.217
Begrotingssaldo voor bestemming Correctie incidentele posten autonome ontwikkelingen:
Correctie incidentele posten uitvoeringsagenda: - incidentele lasten speerpunten - incidentele baten (voordelige begrotingsruimte) Structurele begrotingssaldi
Ingezette incidentele ruimte € 27,1 mln
Na verwerking van de speerpunten is het beeld hetzelfde. Voordelige (structurele) begrotingssaldi in 2024 en 2025; nadelige (structurele) begrotingssaldi vanaf 2026. De saldi zijn verslechterd door de structurele doorwerking van de kapitaallasten gekoppeld aan de speerpunten – investeringen. De speerpunten uit de uitvoeringsagenda die betrekking hebben op de exploitatie hebben geen invloed op de ontwikkeling van de begrotingssaldi. De incidentele lasten dekken we immers af uit de voordelige incidentele begrotingsruimte. Van de beschikbare incidentele ruimte ad € 37,3 mln. wordt € 27,1 mln. ingezet om de incidentele lasten van de speerpunten uit de uitvoeringsagenda (exploitatie) te dekken. Dit betekent dat er nog € 10,2 mln. incidentele ruimte resteert. Uit deze ruimte kunnen voor de periode 2024-2027 de kapitaallasten van de investeringen van € 2,6 mln. uit de uitvoeringsagenda worden gedekt. Daarnaast kan in afwachting van Rijksbeleid/ Rijkscompensatie een bedrag als achtervang worden aangehouden om de nadelige begrotingssaldi in 2026 en 2027 van € 1,9 mln. respectievelijk € 2,8 mln. af te dekken. Wij stellen voor ook het resterend bedrag van € 2,9 mln. aan te houden als achtervang voor autonome ontwikkelingen, risico’s etc. Schematisch kan dit als volgt worden samengevat: Beschikbare incidentele ruimte 2023-2025 Bedragen x € 1 mln.
37,3
- Dekking lasten speerpunten uitvoeringsagenda exploitatie 2024-2027
-27,1
- Dekking lasten speerpunten uitvoeringsagenda investeringen 2024-2027
-2,6
- Achtervang tekort begrotingssaldo 2026
-1,9
- Achtervang tekort begrotingssaldo 2027
-2,8
Restant beschikbare incidentele ruimte
2,9
18
Weerstandsvermogen Voor een goed inzicht in onze financiële positie kijken we naast de ontwikkeling van het begrotingsbeeld naar onze financiële weerbaarheid. Hierbij gaat het over de mate waarin wij in staat zijn financiële risico’s op te vangen. Dit komt tot uitdrukking in ons weerstandsvermogen. Dit weerstandsvermogen geeft aan over hoeveel incidentele middelen we beschikken om risico’s en/of onvoorziene tegenvallers op te kunnen vangen, zonder dat de uitvoering van de begroting in het gedrang komt. In de kadernota weerstandsvermogen en risicobeheersing hebben wij de kaders voor de minimale omvang van ons weerstandsvermogen vastgelegd. Het gaat dan over de algemene reserve en de algemene reserve risicobeheersing. In onderstaande tabel hebben we de toepassing van deze kaders voor beide reserves inzichtelijk gemaakt. Algemene reserve risicobeheersing In de algemene reserve risicobeheersing dekken wij ons risicoprofiel af. Dit doen we op basis van onderstaande spelregels uit de kadernota weerstandsvermogen en risicobeheersing. - De dekkingsgraad weerstandsvermogen bedraagt 100% (1,0); - In deze reserve vindt 100% risicoafdekking plaats. Het risicoprofiel is gebaseerd op het totaal van de gekwantificeerde risico’s en het restrisico. Het restrisico wordt gebaseerd op 1% van het begrotingstotaal; - Overschotten/ tekorten in deze reserve verrekenen we met de algemene reserve.
Tabel opbouw algemene reserve risicobeheersing Bedragen x € 1.000
2023
2024
2025
2026
2027
Opbouw algemene reserve risicobeheersing Kwantificeerbare risico's
6.820
8.080
9.280
9.280
9.280
4.000
4.000
4.000
4.000
4.000
-100
-100
-100
-100
-100
Benodigd in algemene reserve risicobeheersing
10.720
11.980
13.180
13.180
13.180
Algemene reserve risicobeheersing (begroting 2024)
12.870
10.710
11.910
11.910
11.910
Verrekening met de algemene reserve (surplus)
-2.150
1.270
1.270
1.270
1.270
Weerstandscapaciteit na verrekening
100%
100%
100%
100%
100%
Genormeerd risicoprofiel begrotingstotaal
-
restrisico
1%
van
Dekking post onvoorzien
het
In bovenstaande tabel zijn de financiële gevolgen van de actualisatie van ons risicoprofiel voor de algemene reserve risicobeheersing in beeld gebracht. Op basis van dit profiel en een 100% dekkingsgraad blijkt dat we in 2023 een overschot hebben in de algemene reserve risicobeheersing van € 2,15 mln. Vanaf 2024 is er jaarlijks sprake van een tekort van € 1,27 mln. Via de besluitvorming over deze begroting stellen wij voor deze mutaties te verrekenen met het surplus in de algemene reserve, zodat er uiteindelijk sprake is van 100% dekking van ons risicoprofiel. Voor een gedetailleerde toelichting op bovenstaande tabel verwijzen wij naar paragraaf 5.2.2 Weerstandsvermogen en risicobeheersing. Algemene reserve In de kadernota weerstandsvermogen en risicobeheersing is de ondergrens van de algemene reserve bepaald op 2% van het begrotingstotaal. In onderstaande tabel geven wij inzicht in het verloop van de algemene reserve. Hierbij is nog geen rekening gehouden met de effecten van de besluitvorming over de begroting 2024.
19
Tabel Opbouw algemene reserve Bedragen x € 1.000
2023
2024
2025
2026
2027
Opbouw algemene reserve Omvang algemene reserve
28.428
24.588
22.172
20.959
19.696
Bestemmingen
7.858
6.458
6.458
6.458
6.458
Ondergrens (2% van het begrotingstotaal)
8.000
8.000
8.000
8.000
8.000
Surplus in algemene reserve
12.570
10.130
7.714
6.501
5.238
Uit bovenstaande tabel blijkt dat het saldo van de algemene reserve in 2023 € 28,4 mln. bedraagt en met ingang van 2024 daalt naar € 19,7 mln. in 2027. Aanvullend worden middelen gereserveerd voor een aantal specifieke bestemmingen. Onder andere voor het opvangen van nadelige coronagevolgen. Van de ontvangen steunpakketten is nog een bedrag van € 4,8 mln. beschikbaar. Na inzet voor een de specifieke bestemmingen en rekening houdend met de ondergrens van 2% resulteert het surplus in de algemene reserve. Dit surplus bedraagt € 12,6 mln. in 2023 en daalt dan naar € 5,2 mln. in 2027. Wij benadrukken dat het surplus een incidenteel karakter heeft. De toename van de algemene reserve en het surplus in het bijzonder draagt bij aan het versterken van onze financiële positie respectievelijk aan de ontwikkeling van onze financiële kengetallen. In de opbouw van de algemene reserve is de storting van het jaarrekeningresultaat na bestemming van € 10 mln. meegenomen. Daarnaast maakt het restant van de gereserveerde coronamiddelen van € 5,1 mln. onderdeel uit van de specifieke bestemmingen. In de 2de rapportage 2023 wordt voorgesteld het ‘label’ corona los te laten. Beide posten betrekken we bij de incidenteel beschikbare begrotingsruimte ter dekking van de uitvoeringsagenda bestuursperiode 2024-2026. Zie hiervoor tevens hoofdstuk 3.
IBOR- budgetten In februari 2022 hebben wij voor de diverse beheergroepen openbare ruimte beheerplannen vastgesteld. Deze beheerplannen beschrijven wat er nodig is om het areaal op het door de Raad vastgestelde niveau te onderhouden; zowel wat werkzaamheden betreft als financieel gezien. Het benodigde budget, zoals opgenomen in deze beheerplannen, is in aanloop naar de begroting 2022, geconfronteerd met de budgetten zoals opgenomen in de begroting 2021, met als conclusie een tekort op zowel de exploitatie als de investeringen. Daarnaast zijn er herstelmaatregelen nodig om het areaal op niveau te brengen. Een bijstelling van de budgetten bleek dus noodzakelijk. Deze budgetten zijn niet in 1 keer verhoogd. Reëel begroten is noodzakelijk omdat: we nog in ontwikkeling zijn naar een professionele beheerorganisatie (deskundigheid bestaande formatie); vacatures lastig in te vullen zijn door een krappe arbeidsmarkt; we afhankelijk zijn van de beschikbaarheid van adviesbureaus en aannemers en doorlooptijden van aanbestedingen; én rekening moeten houden met de belastbaarheid van de gemeente en onze inwoners qua gelijktijdige uitvoering van werkzaamheden. De budgetten voor beheer voor de openbare ruimte zijn dus gefaseerd verhoogd in zowel 2022 als in 2023. Het in eerste instantie benodigde budget voor 2024 is in onderstaande tabel weergegeven: Beheerplannen totaal benodigd
Tekort begroting 2024
Exploitatie (s)
€ 14,9 mln.
€ 0,5 mln.
Investeringen (s)
€ 12,6 mln.
€ 3,3 mln.
Herstelmaatregelen (i)
€ 5,7 mln.
€ 4,1 mln.
In 2023 is er echter nog verdere financiële verdiepingsslag uitgevoerd:
20
- Exploitatie (s): Het benodigd budget voor de beheergroep Verhardingen kan niet gecompenseerd worden met het resterende budget van de beheergroep Reiniging, aangezien het budget Reiniging gerelateerd is aan tarieven. Uit de financiële verdiepingsslag is gebleken dat het benodigd extra budget voor de beheergroep Verhardingen € 0,6 mln., in plaats van € 0,5 mln. bedraagt. - Investeringen (s): Uitgangspunt bij vaststelling van de begroting in 2023 was dat voor de jaarschijf 2024 (en verder) € 3,3 mln extra budget benodigd was voor de beheergroepen Verharding (€ 1,9 mln), Verkeersregelinstallaties (€ 0,3 mln) en Civieltechnische Kunstwerken ((€ 1,5 mln), Voor de beheergroep Groen is sprake van een overschot van € 0,4 mln, zodat het totaal benodigd extra budget voor 2024 uit kwam op € 3,3 mln. - We stellen echter voor, consistent met de in het verleden gekozen lijn, om alleen structureel budget te reserveren voor kleinere maatregelen (investeringen) aan Civieltechnische Kunstwerken, hiervoor is reeds sinds 2023 structureel budget in de begroting beschikbaar. En voor grotere maatregelen (investeringen) een separaat voorstel voor te leggen aan College en hierover via de P&C-cyclus te rapporteren. Hierdoor hoeft er nu vanaf 2024 niet structureel € 1,5 mln ter beschikking gesteld te worden.
Daarnaast stellen we voor om het overschot voor de beheergroep Groep ad € 0,4 mln in te zetten voor de herstelmaatregelen Groen. Hierdoor kan het benodigd budget voor 2024 met € 1,1 mln naar beneden worden bijgesteld. - Herstelmaatregelen (i): In het kader van reëel begroten, stellen wij voor de benodigde budgetten voor herstelmaatregelen niet in 1 keer in 2024 ter beschikking te stellen, maar te verdelen over de komende 3 jaren. Ook voor de begroting 2024 hebben we zo reëel mogelijk begroot. Hierbij enerzijds kijkend naar de uitvoerbaarheid van de beheerplannen door eigen capaciteit en beschikbaarheid van adviesbureaus en aannemers. Met anderzijds aandacht voor het voorkomen van achterstallig onderhoud. Dit heeft geresulteerd in een positieve bijstelling van het begrotingsbeeld jaarschijf 2024. In onderstaande tabel is het actuele begrotingsbeeld voor jaarschijf 2024 en verder weergegeven: 2024 Exploitatie (s) Investeringen (s) Herstelmaatregelen (i)
2025 € 0,6 mln € 2,2 mln € 1,4 mln
2026 PM PM € 1,4 mln
2027 PM PM € 1,3 mln
PM PM PM
Omdat we bij vaststelling van de begroting 2023 voor 2024 uit zijn gegaan van een hoger benodigd investeringsbudget, kunnen de hiervoor gereserveerde kapitaallasten deels vrijvallen. In de bijstellingen door autonome ontwikkelingen is hiermee rekening gehouden. Indexering IBOR-beheerbudgetten (exploitatie en investeringen) 2024 Bij het confronteren van de feitelijk benodigde bedragen uit de beheerplannen en de beschikbare budgetten uit de begroting, is géén rekening gehouden met indexering, en is uitgegaan van de budgetten beschikbaar voor 2021. Middels de begroting 2023 heeft een indexeringscorrectie vanaf januari 2021 plaatsgevonden. Ook voor de begroting 2024 dient wederom een indexering plaats te vinden. Zoals opgenomen in de meicirculaire 2023 gemeentefonds 2023 wordt conform de cijfers van het CPB uitgegaan van een indexering van het loon- en prijspeil van 4,22 %. Afhankelijk van de feitelijke indexering, volgend uit de aanbestedingen van contracten etc., is nadere bijstelling van de budgetten mogelijk noodzakelijk.
21
Samenvatting vervangingsinvesteringen bedragen x € 1.000
2024
2025
2026
2027
totaal
IBOR - VERVANGINGSINVESTERINGEN Eerdere besluitvorming Vervangingsinvesteringen IBOR regulier
9.300
9.300
9.300
9.300
37.200
Structurele verhoging vervangingsinvesteringen IBOR o.b.v. beheerplannen
3.300
3.300
3.300
3.300
13.200
Begroting 2024
-
Aanpassing verhoging vervangingsinvesteringen IBOR o.b.v. beheerplannen
-1.100
-1.100
-1.100
-1.100
- 4.400
Inflatie/ prijsstijgingen
3.100
3.100
3.100
3.100
12.400
1.400
1.400
1.300