CConstaterende datSittard-Geleen
Koppel je AI →
Document · PDF

Notulen Ronde Raadzaal 8 januari 2026

Raad 29 januari 2026, gemeente Sittard-GeleenBij agendapunt: Vaststellen van de notulen16.758 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Dat betekent dat inwoners die zich geraakt voelen door grote ruimtelijke keuzes pas formele rechtsbescherming krijgen bij de uitvoeringsbesluiten.

16

Hij vraagt daarom om een bestuurlijke reflectie: hoe kan de raad ervoor zorgen dat democratische besluitvorming niet alleen rechtmatig is, maar ook navolgbaar, uitlegbaar en eerlijk is voor inwoners vanaf het begin van het proces? Hoe kan participatie en het recht op bezwaar relevant worden gemaakt voordat richtinggevende keuzes feitelijk worden vastgelegd? Mevrouw Reiner-Pibiri (D66) geeft aan dat de commissie bezwaarschriften adviseert het bezwaar nietontvankelijk te verklaren, omdat het raadsbesluit geen rechtsgevolg heeft volgens artikel 1.3 lid 1 van de AWB, wat ook door de gemachtigde van de bezwaarmaker schriftelijk is bevestigd. Juridisch volgt het voorstel hiermee terecht het advies. Tegelijkertijd benadrukt ze dat juridische niet-ontvankelijkheid niet betekent dat het onderwerp maatschappelijk onbelangrijk is. Het gaat immers om een plein dat de binnenstad, de mobiliteit en de leefbaarheid beïnvloedt en waarbij inwoners zich gehoord willen voelen. Ze onderstreept dat de fractie scherp blijft op het vervolgproces, met aandacht voor participatie, transparantie en zorgvuldige belangenafweging bij de verdere reconstructie van het Tempelplein. De heer Habets (PIT) geeft aan dat voor zijn fractie zorgvuldigheid richting inwoners en ondernemers centraal staat. Hij benadrukt dat het bezwaar lijkt te duiden op een tekortkoming in die zorgvuldigheid.

Het raadsbesluit gaat over het afwijken van het masterplan, maar dat is geen juridisch bindend document. Het omgevingsplan is dat wel. Omdat parkeren daarin is toegestaan, is er juridisch geen verboden situatie en dus ook geen afwijking nodig. Hij wijst erop dat door de formulering van het besluit het risico bestaat dat een structurele parkeerreductie als een uitvoeringskwestie wordt behandeld, terwijl dit een bevoegdheid van de raad zou zijn. Hij vindt dat, met deze kennis nu voorhanden, minimaal een omgevingsplanprocedure met bijbehorende participatie en rechtsbescherming overwogen had moeten worden. Hij vraagt het college terug te kijken en aan te geven of zij van mening zijn dat dit proces had moeten plaatsvinden en of er zaken zijn die ze nu anders zouden besluiten of uitvoeren. De heer Paauwe (Stadspartij) uit stevige kritiek op de werkwijze van het college in deze kwestie. Hij benadrukt dat besluiten rondom het Tempelplein te vaak vanuit een tekentafel worden genomen, zonder voldoende rekening te houden met de belangen van ondernemers en inwoners. Volgens hem voelt het aan als doordrammen door het college, waarbij hardwerkende ondernemers en hun bedrijven worden benadeeld, met het risico op leegstand van panden.

Hij geeft een concreet voorbeeld van een ondernemer die, vanwege veiligheidsredenen voor het personeel, zijn openingstijden vanaf 1 januari moest aanpassen, waardoor extra omzetavonden verloren gaan. Terwijl de Stadspartij het aanleggen van groen kan ondersteunen, vindt hij dat dit niet ten koste mag gaan van de veiligheid en belangen van degenen die dagelijks met het plein en de veranderingen te maken hebben. Volgens hem ontbreekt in dit dossier het benodigde draagvlak en overleg met alle betrokken partijen. Mevrouw Lotfy (Burger Centraal) erkent dat juridisch gezien het besluit van de raad geen zelfstandig extern rechtsgevolg heeft en er daarom formeel niet geappelleerd kan worden. Ze wijst er echter op dat formele juistheid niet automatisch betekent dat er maatschappelijk of bestuurlijk verantwoord is gehandeld. Het besluit heeft betrekking op het toestaan van bovengronds parkeren op het Tempelplein, een afwijking van het masterplan. Volgens haar blijkt achteraf dat het masterplan dit helemaal niet expliciet verbiedt, maar dat het college zich baseert op een kleine afbeelding. Ze stelt de vraag of de raad zich bij het aannemen van het masterplan wel bewust was van de gevolgen voor het Tempelplein en bekritiseert de gebrekkige transparantie en openheid in dit dossier.

Daarnaast wijst ze erop dat de wethouder tijdens de bespreking op 2 juli het raadsbesluit van 5 juni presenteerde alsof het juridische gevolgen had, waardoor de bezwaarmaker bezwaar maakte tegen een besluit dat formeel geen rechtsgevolgen heeft. Dit leidde tot onnodige kosten voor de bezwaarmaker, terwijl formeel geen proceskostenvergoeding mogelijk zou zijn. Ze vraagt daarom of het college, gezien de onzorgvuldige handelswijze, alsnog mogelijkheden ziet om de proceskosten te vergoeden. Verder signaleert ze dat het onduidelijk is tegen welke toekomstige besluiten belanghebbenden bezwaar kunnen instellen, aangezien de verdere keuzes over de reconstructie en het aantal parkeerplaatsen buiten de raad om genomen kunnen worden. Ze stelt voor om in de definitieve beslissing expliciet te

17

vermelden tegen welke toekomstige formele besluiten bezwaar en beroep openstaat, en eventueel deze besluiten aan de bezwaarmaker te communiceren om rechtszekerheid en transparantie te waarborgen. Ze concludeert dat de eerdere besluitvorming onvoldoende zorgvuldig was, dat de raad onjuist geïnformeerd is en dat de bezwaarmaker op een verkeerd spoor is gezet. Daarom kondigt ze aan bij de raadsvergadering in januari een motie in te dienen waarin wordt voorgesteld het huidige aantal parkeerplaatsen op het Tempelplein te behouden en de besluitvorming uit te stellen totdat het parkeerbeleid volledig is vastgesteld, inclusief de effecten van nieuwe ontwikkelingen zoals het Huis aan de Markt. Mevrouw Frenken (VVD) benadrukt dat de VVD altijd voorstander is geweest van het behoud van ten minste hetzelfde aantal parkeerplaatsen bij de herinrichting van het Tempelplein, of liever meer. Ze erkent dat de raad destijds heeft gekozen voor minder parkeerplaatsen en daarmee is afgeweken van het masterplan, een besluit waar de VVD het niet mee eens is. Het huidige onderwerp gaat echter over het bezwaar tegen dat raadsbesluit. Het college volgt het advies van de commissie bezwaarschriften en stelt dat het raadsbesluit van 5 juni 2025 geen formeel besluit is waartegen bezwaar mogelijk is. Ze erkent dat dit juridisch klopt, maar stelt dat het voor de VVD moeilijk uit te leggen is aan inwoners.

Het raadsbesluit heeft immers grote praktische gevolgen voor de inrichting van het Tempelplein, terwijl inwoners formeel geen bezwaar kunnen maken. Volgens haar verschuilt de procedure zich nu achter de formele regels, terwijl bestuurlijk en maatschappelijk gezien onvoldoende zorgvuldig is gehandeld. Daarnaast wijst ze op de problematiek rondom de gemaakte kosten door de bezwaarmaker. Er zijn daadwerkelijk kosten gemaakt om bezwaar aan te tekenen, maar die worden niet inhoudelijk beoordeeld of vergoed, wat volgens de VVD niet eerlijk is. Ze sluit af door te benadrukken dat de VVD het belangrijk vindt dat inwoners van Sittard-Geleen duidelijke besluitvorming krijgen en een eerlijke kans hebben om hun bezwaar kenbaar te maken, ook als formeel bezwaar niet mogelijk is. De heer Renet (SPA) geeft aan dat het fundamentele probleem bij bezwaarprocedures vaak ligt in de focus op juridische correctheid in plaats van inhoudelijke beoordeling. Hij stelt dat bezwaarcommissies vrijwel altijd naar de letter van de wet kijken en niet naar de daadwerkelijke inhoud of rechtvaardigheid van een situatie voor de burger. Hierdoor ervaren inwoners dat ze formeel gehoord worden, maar feitelijk geen echte kans krijgen om hun zaak inhoudelijk te laten wegen. Hij sluit zich aan bij de opmerkingen van mevrouw Lotfy en de VVD.

Het gaat hier om een belangrijk inhoudelijk dossier, waarbij bijvoorbeeld het masterplan als juridische basis wordt gebruikt, terwijl de praktische gevolgen voor inwoners en ondernemers onvoldoende worden meegenomen. Daarnaast brengt hij het punt van geluidsopnames naar voren. Hij wijst erop dat vragen van burgers tijdens bezwaarprocedures soms onbeantwoord blijven en dat geluidsopnames niet zomaar openbaar mogen worden gemaakt zonder toestemming van alle betrokken partijen. Hij benadrukt dat dit een zwaarwegend punt is, omdat het de transparantie en het controleerbare karakter van de besluitvorming beperkt. Voor burgers die bezwaar maken, is het cruciaal dat ze kunnen laten zien wat er besproken is, bijvoorbeeld aan raadsleden die niet aanwezig waren. Hij pleit er daarom voor dat de gemeente duidelijk op schrift stelt welke criteria gelden om een geluidsopname al dan niet openbaar te maken, zodat dit transparant en controleerbaar wordt voor alle betrokkenen. De heer Klein (Lokaal SGB) benadrukt dat het college volgens hem op een weinig transparante manier beslissingen neemt, zowel richting ondernemers als burgers, en vaak met vage kaders of in geheimhouding opereert. Hij verwijst daarbij expliciet naar de kwestie van geluidsopnames, als er niets te verbergen valt, zou zo’n opname gewoon openbaar kunnen worden getoond.

Hij concludeert dat hij blij is met de toenemende steun van de oppositie voor deze kritiekpunten. De heer Janssen (GroenLinks/PvdA) geeft aan dat zijn fractie het advies van de commissie bezwaarschriften en het college volgt, juridisch is het ingediende bezwaar niet ontvankelijk. Hij benadrukt dat zijn fractie bij de reconstructie van het Tempelplein liever kiest voor 8 in plaats van 51 parkeerplaatsen, gecombineerd met een duurzame vergroening van het plein, wat volgens hem een aanzienlijke verbetering van dit deel van de binnenstad oplevert.

18

Toch benadrukt hij dat dit bezwaar niet over die inhoudelijke keuzes gaat. Voor zijn fractie is het raadsvoorstel hiermee afdoende en is verdere discussie over nut en noodzaak van de reconstructie niet nodig. Indien er toch over wordt gesproken, pleit hij opnieuw voor een groenere reconstructie. Tot slot wijst hij op een klein formeel punt. In onderdeel 3 van het raadsbesluit staat mogelijk een verkeerde datum vermeld, omdat het om een conceptbeslissing op bezwaar gaat. Dit verandert echter niets aan de kern: het ingediende bezwaar kan niet leiden tot herroeping van het raadsbesluit van 5 juni 2025. De heer Boonen (GOB) merkt op dat veel collega’s zich richten op hoe het college met inwoners en ondernemers omgaat, of op het juridische versus maatschappelijke aspect van dit bezwaar. Hij benadrukt dat het hier gaat om een individueel geval en dat dat niet direct aanleiding is om bestaande besluiten over te doen. Hij waarschuwt dat als de raad nu zou besluiten om de regels of procedures aan te passen voor dit ene geval, dit precedentwerking kan hebben voor toekomstige bezwaren, waardoor de raad elke keer de besluiten van de bezwarencommissie moet toetsen op maatschappelijk gevoel. Volgens hem gaat dit te ver en komt het neer op een verkapt hoger beroep op een besluit dat juridisch juist en zorgvuldig tot stand is gekomen.

Hij wijst erop dat eerdere plannen van het Tempelplein, zoals een volledig groene inrichting zonder parkeerplaatsen, ook zorgvuldig zijn afgewogen. Hij benadrukt dat het feit dat sommige raadsleden zich op het verkeerde been gezet voelen door de communicatie over het aantal parkeerplaatsen geen reden is om de bestaande regels of besluiten aan te passen. Het blijft volgens hem belangrijk om de procedures en wetgeving te respecteren, ook als het om een individueel geval gaat dat schurend voelt voor de betrokkenen. Mevrouw Lotfy (Burger Centraal) maakt een punt van orde. Ze benadrukt dat zij nooit heeft gezegd dat raadsleden niet wisten dat het ging over het verminderen van het aantal parkeerplaatsen. Haar bezwaar richt zich op het feit dat de raad onjuist is geïnformeerd over wat daadwerkelijk in het masterplan staat. Ze geeft aan dat ze haar bijdragen zorgvuldig voorbereidt en de stukken leest, en vindt de insinuatie van de heer Boonen ongepast. Ze verzoekt hem zijn uitspraak terug te nemen. De heer Boonen (GOB) legt uit dat zijn eerdere opmerking niet op mevrouw Lotfy persoonlijk sloeg. Zijn punt was algemener: als een raadslid bij de besluitvorming over het Tempelplein niet had geweten dat het aantal parkeerplaatsen van 75 naar 51 zou gaan, dan is er iets mis met de voorbereiding.

Hij erkent dat het onderwerp schuurt, maar wijst erop dat de besluitvorming formeel correct is verlopen, inclusief de uitvoering van de motie over participatie. Hij benadrukt dat het aanpassen van regels of proceskosten voor een individueel geval een precedent schept, omdat de raad dan bij elk vergelijkbaar bezwaar een subjectieve afweging moet maken over wat passend is. Hij ziet dat als een risico dat hij niet wil nemen, ook al begrijpt hij dat de situatie voor sommigen ongemakkelijk voelt. De heer Smeets (CDA) geeft aan dat zijn fractie de juridische overwegingen van de commissie bezwaarschriften respecteert en daar niet op wil ingaan. Hij benadrukt dat de commissie begrip toont voor de behoefte aan duidelijkheid over het vervolgproject van het Tempelplein en de parkeerplannen. Het CDA wijst erop dat er op 5 juni 2025 een motie is aangenomen, mede ingediend door het CDA, waarin het college wordt gevraagd bewoners en ondernemers actief te betrekken bij de verdere uitwerking van het ontwerp en het bereikbaarheidsplan. De CDA-fractie gaat ervan uit dat het college deze uitvoering serieus neemt en volgt het advies van de commissie om het ingediende bezwaarschrift niet-ontvankelijk te verklaren.

Wethouder Geilen benadrukt dat het raadsbesluit van 5 juni 2025 niet gaat over het daadwerkelijk verminderen van parkeerplaatsen, maar over de kaderstellende rol van de raad richting het college. Op 5 juni besluit de raad dat het college afwijkt van het eerdere masterplan: in plaats van 0 parkeerplaatsen op het Tempelplein wordt er toestemming gegeven voor 51 parkeerplaatsen. Dit besluit is politiek zwaar en betekenisvol, maar heeft geen zelfstandig juridisch rechtsgevolg en is daarom niet appellabel. Hij wijst erop dat tijdens de besluitvorming op 5 juni de bezwaarmaker al de kans heeft gehad zijn mening kenbaar te maken. Deze inspraak is meegenomen in de afwegingen van de raad, waardoor het besluit

19

inhoudelijk en politiek weloverwogen is genomen, ondanks dat er geen juridische procedure openstaat. Volgens hem is er dus geen sprake van dat de raad of het college iemand op een verkeerd spoor zet, het besluit is transparant binnen de kaderstellende rol die de raad hanteert. Hij legt verder uit dat het om een kaderstellende beslissing gaat en dat de uitvoering grotendeels binnen het bestaande omgevingsplan kan plaatsvinden. Het omgevingsplan staat parkeren op het Tempelplein toe, zonder een specifiek aantal parkeerplaatsen vast te leggen. Alleen bij bepaalde onderdelen, zoals het verplaatsen van het wachtershuisje voor de fietsenstalling, is een aparte buitenplanse vrijstellingsprocedure nodig. Er is dus geen noodzaak om het omgevingsplan voor de uitvoering van het besluit op 5 juni aan te passen. Hij reageert ook op de opmerkingen van raadsleden over participatie en het proces. Hij benadrukt dat het college juist een zorgvuldig traject doorloopt om richting te vragen aan de raad en de koers bij te stellen op basis van participatie en eerdere kaders. Dit betekent dat het college en de raad gezamenlijk keuzes maken die politiek zwaar wegen, maar juridisch geen directe rechtsgevolgen hebben. Volgens hem is er geen sprake van doordrammen door het college, maar van een proces waarin participatie en politieke afwegingen centraal staan.

Over de vragen over openbaarmaking van geluidsopnames geeft hij aan dat dit een zaak is voor de onafhankelijke bezwaarschriftencommissie en dat de ombudsman hierin ook een rol heeft. Het is volgens hem niet aan het college om op individuele verzoeken hierin een afwijking te maken, omdat dit de landelijke spelregels zou ondermijnen. Daarnaast corrigeert hij een kleine fout in de conceptbeslissing: de datum bovenaan de brief moet 2026 zijn in plaats van 2025. Dit betreft een administratieve correctie en verandert niets aan de inhoud van de beslissing. Hij sluit af door te benadrukken dat het besluit dat nu voorligt uitsluitend gaat over de beslissing op het bezwaar en niet over de inhoudelijke keuzes die de raad op 5 juni heeft gemaakt. De bezwaarmaker en andere betrokkenen hebben hun mening kunnen geven, het college en de raad hebben zorgvuldig gehandeld, en de onafhankelijke commissie heeft het bezwaar juridisch beoordeeld. Het besluit respecteert de formele procedure van de bezwaarcommissie, terwijl tegelijkertijd de politieke en inhoudelijke afwegingen van de raad zijn meegenomen. Mevrouw Lotfy (Burger Centraal) geeft aan dat ze de handelswijze van het college in deze zaak niet goed begrijpt.

Ze verwijst naar het antwoord van wethouder Geilen waarin wordt uitgelegd dat parkeren op het Tempelplein volgens het huidige omgevingsplan is toegestaan en dat het plan geen concrete aantallen parkeerplaatsen voorschrijft. Daardoor zou het omgevingsplan niet aangepast hoeven te worden. Ze stelt vervolgens de vraag waarom het college dit besluit aan de raad voorlegt als er geen noodzaak is om het omgevingsplan aan te passen. Wethouder Geilen licht toe dat het besluit niet te maken heeft met de bestemmingsplanmatige aspecten, maar met het kader dat de raad via het masterplan heeft meegegeven. Volgens het college staat daarin richtinggevend aangegeven dat bij een herontwikkeling of herinrichting van het Tempelplein het parkeren niet meer zou worden toegestaan. Tijdens de participatie en de eerdere bespreekrondes merkt het college dat er veel spanning is rond deze kwestie. De raad geeft aan dat zij in positie wil zijn om dit kader waar nodig aan te passen. Daarom gaat het besluit van 5 juni niet over een juridische aanpassing van het bestemmingsplan, maar over het kader dat het college volgt bij het herontwerpen van het Tempelplein. In deze kaderstellende rol stelt de raad het college in staat om af te wijken van het oorspronkelijke masterplan en bijvoorbeeld alsnog bovengronds parkeren toe te staan, zoals uiteindelijk op 5 juni gebeurt.

Mevrouw Lotfy (Burger Centraal) vraagt of de gemeenteraad, of het stemgedrag van de raad, relevant is voor het bepalen van het aantal parkeerplaatsen op het Tempelplein. Ze wil weten of het college toestemming van de raad heeft om het aantal parkeerplaatsen te verminderen, of dat de raad alleen instemt met het toestaan van bovengronds parkeren zonder zich over het aantal uit te spreken. Wethouder Geilen legt uit dat de raad kennisneemt van het schetsontwerp met 51 parkeerplaatsen, maar dat dit aantal niet expliciet wordt vastgesteld. De raad staat alleen bovengronds parkeren toe, wat afwijkt van het masterplan. Het precieze aantal parkeerplaatsen wordt gezien als onderdeel van de

20

uitvoeringsbevoegdheid van het college, waarbij het ontwerp als compromis tot stand komt na overleg en participatie, omdat het moeilijk was om een exact aantal te bepalen dat alle partijen tevredenstelt. Mevrouw Lotfy (Burger Centraal) vraagt aan de wethouder om een duidelijk ja of nee: heeft de gemeenteraad zich wel of niet uitgesproken over het aantal parkeerplaatsen? Wethouder Geilen antwoordt dat hij de vraag niet simpel met ja of nee kan beantwoorden. Formeel neemt de gemeenteraad geen besluit over het exacte aantal parkeerplaatsen, maar bij de besluitvorming heeft de raad wel kennisgenomen van een ontwerp met 51 plaatsen. Er waren daarbij verschillende opvattingen binnen de raad. Mevrouw Lotfy (Burger Centraal) vraagt of het volgens wethouder Geilen zorgvuldig is dat het college een belangrijke intentie, het aanvankelijk niet toestaan van bovengronds parkeren, slechts verwerkt in een kleine afbeelding in het masterplan, zonder expliciete toelichting, en dit vervolgens aan de raad presenteert als een vastgestelde ambitie, terwijl het formeel geen besluit is. Wethouder Geilen legt uit dat het masterplan uit 2011 door de toenmalige raad en college is besproken en dat het gebruikelijk is dat plannen richting geven zonder elk detail expliciet te besluiten.

Op pagina 38 van het masterplan staat beschreven hoe omgegaan wordt met auto’s en parkeren in het nieuwe centrum, en op pagina 39 staat een kaart waarop duidelijk wordt aangegeven waar bovengronds en ondergronds parkeren plaatsvindt. Voor het Tempelplein is zo duidelijk richting gegeven voor de inrichting van de openbare ruimte. Volgens hem was dit voor degenen die er een mening over wilden vormen voldoende inzichtelijk, ook al is het formeel geen besluit. Mevrouw Lotfy (Burger Centraal) vraagt om duidelijkheid en zorgvuldigheid. Ze vindt het onzorgvuldig dat het college in 2024 de conclusie trekt dat het masterplan bovengronds parkeren niet toestaat, terwijl dat alleen in een afbeelding van 2011 stond. Ze verwacht niet dat ze in bijlagen en plaatjes moet zoeken naar impliciete plannen van het college. Ze vraagt daarom een toezegging van wethouder Geilen dat het college in de toekomst geen besluiten meer afleidt uit afbeeldingen, maar dat belangrijke besluiten altijd expliciet en woordelijk in het besluit worden opgenomen. Wethouder Geilen legt uit dat hij geen toezegging kan doen. Hij weet niet precies hoe de discussie rond het masterplan in 2011 is verlopen en welke voorbereidende sessies of toelichtingen er toen hebben plaatsgevonden.

Het college baseert zich op het vastgestelde kader uit het masterplan Openbare Ruimte Binnenstad, en het komt vaker voor dat besluiten worden ondersteund door zowel tekst als kaartmateriaal. Als tekeningen onduidelijk zijn, moet daarover in gesprek worden gegaan, maar hij kan niet instemmen met de brede toezegging om in de toekomst alleen woordelijke besluiten te hanteren. De heer Boonen (GOB) vraagt om een punt van orde. Hij benadrukt dat de raad zich moet concentreren op het agendapunt dat voorligt. Volgens hem wordt er nu onnodig uitgebreid gediscussieerd over oude tekeningen en het masterplan van 2011, terwijl dat losstaat van het huidige besluit. Hij pleit ervoor om terug te keren naar de kern van de discussie en de procedurele beslissing die genomen moet worden. De voorzitter benadrukt dat de raad zich moet richten op het actuele agendapunt. Hij geeft aan dat het begrijpelijk is dat fracties reflecteren op het proces van 5 juni 2025 en dat mevrouw Lotfy mocht inzoomen op het masterplan, omdat dit relevant is voor het huidige dossier. Tegelijkertijd verzoekt hij om de eerdere discussie en alle voorgaande stappen uit 2025 niet opnieuw te herhalen, zodat de focus weer ligt op het besluit dat nu voorligt.

Mevrouw Lotfy (Burger Centraal) legt uit dat zij het belangrijk vindt om vragen over het masterplan en de communicatie met belanghebbenden te bespreken, omdat dit direct verband houdt met de beoordeling van het bezwaarschrift. Ze benadrukt dat deze overwegingen relevant zijn om te bepalen of de beslissing op bezwaar kan worden goedgekeurd of dat aanvullende acties nodig zijn om belanghebbenden te compenseren. Ze vraagt de voorzitter om deze vragen toe te staan en stelt, als dat niet gebeurt, voor om dit punt in stemming te brengen bij de raad.

21

De voorzitter geeft aan dat mevrouw Lotfy haar standpunt mag hebben, maar benadrukt dat de discussie zich moet richten op het bezwaarschrift zelf. Hij erkent dat het masterplan relevant kan zijn en dat daar vragen over gesteld konden worden, waarop de wethouder heeft geantwoord. Mevrouw Lotfy (Burger Centraal) vraagt de wethouder om te verduidelijken hoe hij kijkt naar de indruk die bij de bezwaarmaker is ontstaan dat hij bezwaar moest maken tegen het raadsbesluit van 5 juni, omdat hem kennelijk werd gezegd dat het vrij stond om te procederen. Ze wil weten of de wethouder vindt dat dit voor de bezwaarmaker de indruk heeft kunnen wekken dat het een besluit met rechtsgevolgen was. Daarnaast vraagt ze of het college, ondanks de niet-ontvankelijkheidsverklaring van het bezwaar, enige mogelijkheid ziet om de gemaakte kosten van de bezwaarmaker te compenseren. Wethouder Geilen geeft aan dat de bezwaarmaker bij het gesprek juridisch werd bijgestaan en dat zijn jurist voldoende kennis heeft om te begrijpen wat wel of niet appellabel is. Het college ziet daarom geen reden om zich hierover te mengen of te concluderen dat er sprake is van een onjuiste voorstelling van zaken. Daarnaast stelt hij dat het college geen sprake van onzorgvuldig handelen ziet en daarom ook geen aanleiding ziet om de proceskosten van de bezwaarmaker te vergoeden.

De heer Renet (SPA) uit zijn zorgen over de manier waarop besluiten in eerdere plannen en tekeningen, zoals het masterplan, impliciet zijn genomen en welke gevolgen dat heeft voor de huidige bezwaarprocedure. Hij merkt op dat veel besluiten niet expliciet in tekst zijn vastgelegd, maar impliciet blijken uit schetsen of afbeeldingen. Hierdoor is voor raadsleden vaak niet duidelijk welke afwijkingen daadwerkelijk door de raad zijn goedgekeurd en hoe zij die kunnen achterhalen of beoordelen. Hij vraagt zich af hoe met zulke impliciete besluiten moet worden omgegaan en hoe transparant dit proces eigenlijk is voor zowel de raad als voor betrokken burgers. Daarnaast richt hij zich op de praktische gevolgen voor de bezwaarprocedure. Als iemand nu bezwaar wil maken omdat het daadwerkelijke aantal parkeerplaatsen bijvoorbeeld 51 blijkt te zijn, terwijl een eerdere tekening 0 parkeerplaatsen aangeeft, rijst de vraag of dat bezwaar überhaupt inhoudelijk kan worden behandeld. Volgens hem is dit cruciaal, omdat het laat zien hoe burgers kunnen inspreken op situaties waarin de werkelijkheid afwijkt van de impliciete afspraken die uit tekeningen of eerdere plannen blijken. Wethouder Geilen geeft aan dat hij de eerste vraag begrijpt en daarop kan reageren, maar dat hij de tweede vraag niet goed kan plaatsen of niet helemaal begrijpt.

De heer Renet (SPA) vraagt naar de praktische werking van de bezwaarprocedure. Hij legt uit dat het oorspronkelijke masterplan of ontwerp een tekening bevat met groen, terwijl het college uiteindelijk besluit om 51 parkeerplaatsen te realiseren. De bezwaarmaker kan daar volgens de commissie geen bezwaar tegen maken omdat het tekeningetje slechts een indicatie zou zijn. Hij vraagt zich af of iemand anders die komt en bezwaar wil maken tegen die 51 parkeerplaatsen die op het tekeningetje groen zouden zijn, wel een inhoudelijk bezwaar kan indienen? Wethouder Geilen legt uit dat het tekeningetje in het masterplan uit 2010–2011 geen groen toont, maar alleen aangeeft waar bovengronds of ondergronds parkeren mogelijk is. Op het Tempelplein staat op dat tekeningetje aangegeven dat er geen parkeerplaatsen meer komen; dat was waar mevrouw Lotfy eerder naar verwees. De wethouder benadrukt dat het bezwaar tegen dat oorspronkelijke tekeningetje niet kan worden ingediend, omdat het geen besluitvormend karakter heeft. Op 5 juni heeft de raad dat tekeningetje echter aangepast door aan te geven dat er wel parkeren mag komen in dat gebied, zij het zonder exact aantal parkeerplaatsen vast te leggen. Daarmee is het masterplan in dat specifieke punt geamendeerd en is het toegestaan dat het college in de verdere uitwerking de 51 parkeerplaatsen realiseert zoals nu gepland.

Dit vormt volgens hem het antwoord op de vraag of toekomstige belanghebbenden daar inhoudelijk bezwaar tegen zouden kunnen maken. De heer Renet (SPA) vraagt of iemand inhoudelijk bezwaar kan maken tegen het besluit van het college om toch parkeren toe te staan op een plek die in het masterplan als geen parkeren is aangegeven, aangezien dat groene vlakje in het plan oorspronkelijk suggereert dat parkeren daar niet mag.

22

Wethouder Geilen legt uit dat het besluit om toch parkeren toe te staan is gebaseerd op de behoefte die tijdens de participatie naar voren kwam en past binnen het bestaande bestemmingsplan. Hij zegt dat, letterlijk genomen, hiertegen geen inhoudelijk bezwaar mogelijk is, omdat het kaderbesluit geen rechtsgevolg heeft, alleen toekomstige afwijkingen via een BOPA zouden rechtsgevolg hebben en daartegen kan wel bezwaar worden gemaakt. De heer Renet (SPA) stelt vast dat wethouder Geilen aangeeft dat er geen mogelijkheid tot bezwaar bestaat tegen het toestaan van parkeren en niet tegen het niet-toestaan ervan. Met andere woorden, er is in dit stadium geen mogelijkheid tot bezwaar. Wethouder Geilen geeft aan dat het feit dat er tegen het kaderbesluit zelf geen bezwaar mogelijk is, weinig relevant is voor de huidige beslissing op bezwaar. Hij wijst erop dat er nog aparte omgevingsvergunningen en verkeersbesluiten volgen, waartegen wel bezwaar kan worden gemaakt. De heer Renet (SPA) benadrukt dat zijn vraag wel degelijk relevant is, omdat in het masterplan en andere plannen impliciet beslissingen zijn weergegeven, bijvoorbeeld door bepaalde elementen in te tekenen, waartegen feitelijk geen bezwaar mogelijk is. Hij maakt zich zorgen over hoe met zulke impliciete besluiten wordt omgegaan en dat inwoners daardoor geen formeel protest kunnen aantekenen.

Wethouder Geilen legt uit dat er wel degelijk stukken zijn met tekeningen waarop het college acties baseert. Hij noemt de omgevingsvisies van 2016 en 2025, waarin kaartmateriaal zit dat, hoewel in woorden abstract omschreven, concreet op de kaart zichtbaar is. Op basis van die kaarten werkt het college verder aan de uitwerking van plannen. Ook bij bestemmingsplanwijzigingen speelt verbeelding via kaarten een rol, en die besluiten staan open voor bezwaar. Tegelijkertijd geven de kaarten in de omgevingsvisie richting aan het college, ook al hebben ze niet per se directe rechtsgevolgen. De heer Klein (Lokaal SGB) wijst erop dat het niet gaat om een illustratiekaart die slechts een tekst verduidelijkt, maar om losstaande kaarten die zelfstandig beleid bepalen. Volgens hem staan op die kaarten zaken die nergens letterlijk in de tekst zijn beschreven, maar die wel impliciet een besluit of beleidsrichting vastleggen. Het gaat dus om kaarten die op zichzelf al beleidsbepalend zijn, en niet slechts ondersteunend materiaal. Wethouder Geilen legt uit dat het hier niet gaat om een illustratiekaart, maar om een beleidskaart die onderdeel is van de besluitvorming. Op deze kaarten staat duidelijk aangegeven waar bovengronds of ondergronds parkeren is toegestaan en hoe de hoofdverkeersstructuur wordt ingericht.

Hoewel deze informatie niet altijd expliciet in de tekst staat, zijn de kaarten zelf bindend en beleidsmatig leidend. De heer Renet (SPA) vraagt of hetzelfde geldt voor de andere beleidskaarten: kun je daar ook niet tegen in bezwaar gaan, net zoals bij de parkeerplaatsen, ongeacht of iets wel of niet wordt uitgevoerd? Wethouder Geilen legt uit dat er twee soorten kaarten zijn: beleidskaarten in de omgevingsvisie en kaarten in bestemmingsplannen. De kaarten in de omgevingsvisie geven richting aan het college, maar vormen zelf geen juridisch besluit waartegen bezwaar kan worden gemaakt. Pas wanneer concrete besluiten volgen, zoals een verkeersbesluit om een weg naar 30 kilometer per uur aan te passen, ontstaat een formeel besluit waartegen wel bezwaar mogelijk is. De heer Klein (Lokaal SGB) geeft aan dat illustratiekaartjes prima zijn om informatie te verduidelijken voor burgers en raadsleden. Hij maakt echter bezwaar tegen het gebruik van kaarten, afbeeldingen of grafieken als basis voor beleid, omdat dit moeilijk terug te vinden is en niet eenvoudig te doorzoeken of te verifiëren. Mevrouw Lotfy (Burger Centraal) geeft aan dat het onwenselijk is dat de discussie alleen over de beslissing op bezwaar gaat, terwijl daaronder een reële klacht van een bezwaarmaker ligt.

Ze benadrukt dat de gemeenteraad zich niet expliciet heeft uitgelaten over het aantal parkeerplaatsen, alleen dat er parkeerplaatsen moeten komen, maar niet of dat er meer, minder of hetzelfde moeten zijn. Daarom wil ze

23

een motie indienen waarin raadsleden duidelijk hun standpunt kunnen aangeven over de richting die ze het college meegeven. Wethouder Geilen legt uit dat een motie over het aantal parkeerplaatsen op 5 juni had moeten worden ingediend. Toen heeft de raad zich al wel over de richting uitgesproken, zij het niet met een expliciet besluit. In het voorbereidende proces is uitgebreid besproken wat de verschillende partijen wilden, waarbij sommige fracties bijvoorbeeld liever volledig groen hadden gezien, maar uiteindelijk werd een compromis bereikt waar iedereen mee kon leven. Na 5 juni is het college verder gegaan met de participatie, is het definitieve ontwerp vastgesteld en zijn de voorbereidingen voor aanbesteding en vergunningsprocedures gestart. Volgens hem is het nu dus te laat om nog een motie hierover in te dienen. Mevrouw Lotfy (Burger Centraal) wijst erop dat de gemeenteraadsleden bij hun eerdere overwegingen uitgingen van een situatie waarin er geen bovengrondse parkeerplaatsen zouden zijn, terwijl er in werkelijkheid al parkeerplaatsen waren toegestaan. Ze vraagt of dit verschil tussen veronderstelde en werkelijke situatie het oordeel van wethouder Geilen over de wenselijkheid van het uitspreken van de gemeenteraad verandert.

Wethouder Geilen legt uit dat de raad bij de motie van mevrouw Lotfy niet uitging van een situatie met 0 parkeerplaatsen, maar van het terugbrengen van 75 naar 51 parkeerplaatsen. Hij benadrukt dat dit expliciet in de motie stond en dat de raad daarmee precies wist waar het om ging. Uiteindelijk is de motie, met die kennis, bewust verworpen door de raad. Tweede termijn De heer Klein (Lokaal SGB) uit zijn frustratie over de besluitvorming rond parkeren. Hij geeft aan dat hij in het afgelopen jaar bij meerdere parkeerdossiers vaak te horen kreeg: Dat komt een volgende keer of de tarieven volgen later. Hierdoor vindt hij het hele parkeergebeuren onduidelijk. Hij betwijfelt daarom de stelligheid van het college dat alles duidelijk en nauwkeurig is verlopen, omdat volgens hem belangrijke informatie steeds uitgesteld wordt en niet meteen inzichtelijk is voor raadsleden. De heer Boonen (GOB) probeert de vraag van de heer Klein te begrijpen en interpreteert het als een opmerking over het uitblijven van het nieuwe parkeerbeleid. Hij ziet het als een situatie waarin de raad nu een besluit moet nemen dat verband houdt met parkeren, terwijl het overkoepelende beleid nog niet volledig is uitgewerkt. De heer Klein (Lokaal SGB) geeft aan dat er herhaaldelijk overleg is geweest over parkeren binnen de omgevingsvisie, maar dat er telkens werd aangegeven dat concrete besluiten nog komen.

Hierdoor ontstaat volgens hem onzekerheid over timing en uitvoering. Nu er echter wel besluiten zijn genomen, zijn deze ineens bindend en kunnen ze niet meer worden teruggedraaid, wat voor hem de situatie onduidelijk en lastig maakt. De heer Boonen (GOB) legt uit dat het nieuwe parkeerbeleid nog niet klaar is, waardoor er onduidelijkheid bestaat over de timing. Voor zijn fractie was het echter belangrijk om het besluit over het Tempelplein nu te nemen, omdat werk met werk gecombineerd kon worden. Hierdoor kon de overlast in de binnenstad en voor ondernemers zoveel mogelijk beperkt blijven en konden tijdens de werkzaamheden ongeveer twintig parkeerplaatsen beschikbaar blijven. Daarom kozen zij ervoor dit specifieke besluit alvast te nemen en het bredere parkeerbeleid later te behandelen, met de hoop dat dat zo snel mogelijk volgt. De heer Klein (Lokaal SGB) geeft aan dat hij ontevreden is over de aanpak van het parkeerbeleid. Hij merkt op dat er het afgelopen jaar al meerdere keren over parkeren is gesproken, maar dat een integraal parkeerbeleid nog niet klaar is. Ondertussen worden wel afzonderlijke onderdelen, zoals het Tempelplein, al beslist, zonder dat deze in de bredere, integrale afweging worden meegenomen. Hij vindt dit vreemd en onvoldoende nauwkeurig, zeker omdat het Tempelplein een van de belangrijkste en duurste locaties van de gemeente betreft.

24

De heer Boonen (GOB) erkent dat velen wachten op een integraal parkeerbeleid, maar geeft aan dat voor het specifieke geval van het Tempelplein al duidelijkheid nodig was. Hij verwijst naar andere ontwikkelingen in de binnenstad en bezwaren die daarbij speelden. Volgens hem was het daarom verstandig om op dat moment een deelbeslissing te nemen, ook al had men wellicht liever gewacht op het volledige beleid. De heer Renet (SPA) vraagt opheldering aan de heer Boonen over een eerder punt. Tijdens diens betoog leek het alsof de heer Renet de nationale regels wilde veranderen. Hij stelt dat dit een misverstand is. Hij wilde alleen weten welke criteria de gemeente hanteert om iets al dan niet openbaar te maken. Volgens hem betekent dat niet dat hij de regels wil aanpassen. De heer Boonen (GOB) legt uit dat hij nooit de intentie had iemand aan te vallen en benadrukt dat zijn opmerkingen als tegenargumenten in een debat gezien moeten worden, niet als persoonlijke aanvallen. Hij geeft aan dat hij de heer Renet waarschijnlijk verkeerd begrepen heeft. Mevrouw Lotfy (Burger Centraal) vraagt of bij een beslissing op bezwaar, die namens de gemeenteraad wordt genomen, de argumenten van de bezwaarmaker meegenomen en besproken moeten worden, of dat er helemaal geen aandacht aan besteed hoeft te worden. De heer Boonen (GOB) geeft aan dat hij het eens is dat er nog vragen besproken moeten worden.

Hij licht toe dat zijn punt van orde bedoeld is om te voorkomen dat het gesprek afdrijft naar details over kaarten uit het masterplan van 2011, waarvan volgens hem onduidelijk is welke kennis destijds aanwezig is en die niet meer relevant zijn voor de huidige besluitvorming. Volgens hem gaat het in deze ronde om de vraag of het besluit van 5 juni wel of geen rechtsgevolg heeft, en niet om historische details op detailniveau. Mevrouw Lotfy (Burger Centraal) geeft aan dat het masterplan onderdeel is van het bezwaar van de bezwaarmaker. Ze licht toe dat zij daarom bewust doorvraagt op dit punt en op de vraag hoe de raad hier in de toekomst mee omgaat, aangezien de bezwaarmaker de situatie als onwenselijk beschouwt. Ze vindt het niet passend dat raadsleden bepalen wat andere raadsleden wel of niet mogen zeggen en vraagt waarom zij, gezien de argumenten van de bezwaarmaker, hier niet verder op zou mogen doorvragen. De heer Boonen (GOB) geeft aan dat hij niet wil bepalen wat een ander wel of niet mag zeggen. Hij benadrukt dat hij het belangrijk vindt dat de discussie zich richt op het voorliggende raadsvoorstel. Volgens hem is het masterplan terecht aan de orde, omdat het deel uitmaakt van de argumentatie van de bezwaarmaker, maar gaat de discussie op een gegeven moment te ver door in te zoomen op de totstandkoming van het masterplan in 2011 en de kennispositie van de raad destijds.

Dat detailniveau vindt hij niet meer relevant. Mevrouw Lotfy (Burger Centraal) richt zich tot de heer Smeets en geeft aan dat de coalitiepartijen uiteindelijk hebben besloten tot het verminderen van parkeerplaatsen. Ze vraagt hoe hij het bezwaarschrift leest en of hij, gezien de aangevoerde argumenten zoals het ontbreken van parkeerbeleid en -onderzoek, het niet meenemen van extra bezoekers bij detailhandel en de renovatie van de ABCgarage, achteraf factoren ziet die destijds onvoldoende zijn meegenomen in zijn besluitvorming. De heer Smeets (CDA) geeft aan dat hij uitgaat van de informatie die door collega’s en het college wordt aangeleverd en daarnaast zelf onderzoek doet. Hij stelt tevreden te zijn over de gevolgde aanpak en het besluit waar zijn fractie voor heeft gestemd. Hij licht toe dat de betreffende parkeerplaatsen bedoeld zijn voor kort parkeren en quick shopping, en niet voor langdurig bezoek aan grotere winkels. Volgens hem maken vaste klanten daar weinig gebruik van. Hij merkt op dat de parkeerplaatsen vaak leeg staan, wat hij zelf meerdere keren heeft gecontroleerd. Tot slot geeft hij aan dat zijn fractie op basis van de aangeleverde informatie en deze observaties tot haar beslissing komt. De heer Boonen (GOB) reageert op de opmerking over coalitiepartijen en geeft aan dat dit volgens hem genuanceerder ligt.

Hij herinnert eraan dat het oorspronkelijke voorstel uitging van het volledig schrappen

25

van parkeerplaatsen en dat zijn fractie zich daar juist fel tegen heeft verzet, ook tegenover het eigen college. Hij benadrukt dat GOB heeft gepleit voor het behouden van parkeerplaatsen en dat het uiteindelijke besluit een compromis is, mede tot stand gekomen na gesprekken met de bezwaarmaker en omwonenden. Volgens hem is het daarom onjuist om te stellen dat de coalitie de parkeerplaatsen bewust naar nul wilde brengen. Mevrouw Lotfy (Burger Centraal) stelt dat er in de raad geen sprake hoeft te zijn van een compromis, omdat raadsleden zelfstandig kunnen stemmen voor behoud van parkeerplaatsen. Ze geeft aan dat zij het verminderen van het aantal parkeerplaatsen ziet als een bewuste keuze en vraagt de heer Boonen dat ook zo te benoemen. Vervolgens gaat ze in op de bijdrage van de heer Smeets en benadrukt ze dat de parkeerplaatsen op het Tempelplein volgens de bezwaarmaker in een andere parkeerbehoefte voorzien dan andere locaties. Ze geeft aan dat deze plekken juist bedoeld zijn voor kort parkeren en op drukke momenten vaak vol staan. Ze stoort zich eraan dat wordt gesteld dat dit niet de klanten van de bezwaarmaker zouden zijn en vraagt hoe een raadslid kan bepalen wat wel of niet de klantenkring van een ondernemer is, terwijl die ondernemer zelf aangeeft nadeel te ondervinden van het besluit. De heer Smeets (CDA) geeft aan dat hij zijn eerdere opmerking niet zo heeft bedoeld.

Hij licht toe dat het volgens hem gaat om klanten die gericht naar de betreffende zaak gaan en daarvoor doorgaans gebruikmaken van andere parkeerplaatsen, omdat dit geen snelle in- en uitstap is. Mevrouw Lotfy (Burger Centraal) meldt dat zij vaste klant is van de bezwaarmaker en juist wel gebruikmaakt van de parkeerplaatsen op het Tempelplein. Ze benadrukt dat zij daar consequent parkeert wanneer ze de zaak bezoekt. De heer Boonen (GOB) geeft aan dat hij wil voorkomen dat de besluitvorming van 5 juni opnieuw wordt overgedaan. Hij stelt dat het sluiten van compromissen voor zijn fractie een bewuste politieke keuze is en erkent dat daar verschillend over wordt gedacht. Hij benadrukt dat bij de afweging meer belangen spelen dan alleen die van de bezwaarmaker. Volgens hem werd het oorspronkelijke plan om het gebied volledig te vergroenen door veel omwonenden positief ontvangen. Hij geeft aan dat het aantal van 51 parkeerplaatsen het resultaat is van een compromis, waarbij zijn fractie zelfs ruimte zag voor een hoger aantal. Hij benadrukt dat het doel is om alle belangen zorgvuldig af te wegen en niet uitsluitend het belang van een bezwaarmaker, hoe belangrijk dat ook kan zijn.

Mevrouw Lotfy (Burger Centraal) merkt op dat er meerdere belangen spelen en dat de uitkomst van de vraag of men in de binnenstad liever groen of parkeerplaatsen ziet, sterk afhangt van wie die vraag wordt gesteld. De heer Janssen (GroenLinks/PvdA) geeft aan dat de discussie volgens hem te ver afdrijft. Hij benadrukt dat het in deze behandeling gaat om het bezwaarschrift en de vraag of de besluitvorming van 5 juni zorgvuldig is geweest. Volgens hem is dat het geval, omdat het besluit in meerdere stappen is genomen en er uitgebreid informatie is verstrekt. Hij stelt dat een bredere discussie over parkeren, groen of parkeerbeleid hier niet aan de orde is en het debat over het bezwaar niet ten goede komt. Mevrouw Lotfy (Burger Centraal) benadrukt dat de gemeenteraad het orgaan is dat beslist op het bezwaar en dat het volgens haar ook in politieke zin relevant is om de bezwaarmaker te horen en hierover met collega’s van gedachten te wisselen, ook als het bezwaar juridisch niet-ontvankelijk is. Ze licht toe dat bij het peilen van wensen voor het Tempelplein van belang is wie wordt bevraagd en hoe de vraag wordt gesteld. Volgens haar kan het schrappen van parkeerplaatsen gevolgen hebben voor ondernemers en is het daarom niet vanzelfsprekend om alleen de wens voor meer groen leidend te laten zijn.

Ze stelt dat wonen in een binnenstad betekent dat men rekening houdt met stedelijke functies. Ze vraagt de heer Boonen hoe hij de belangen weegt en of de belangen van ondernemers in de binnenstad volgens hem niet zwaarder zouden moeten wegen dan die van bewoners die rust en groen wensen, maar ervoor kiezen om in het centrum te wonen. De heer Boonen (GOB) geeft aan dat hij de tegenstelling die wordt geschetst te zwart-wit vindt. Hij stelt dat het niet uitsluitend gaat om de belangen van een ondernemer tegenover bewoners die groen willen,

26

maar dat er meerdere belangen zijn meegewogen. Hij noemt onder meer hittebestendigheid en waterafvoer als factoren die onderdeel zijn van het plan. Hij geeft aan dat in verschillende varianten meerdere belangen zijn afgewogen en dat zijn fractie uiteindelijk van mening is dat het gekozen plan de beste afspiegeling vormt van al deze belangen. De heer Paauwe (Stadspartij) stelt dat de hoogste parkeeropbrengsten in Sittard-Geleen afkomstig zijn van locaties met hoge tarieven en veel parkeerders en dat het Tempelplein daarin relatief op nummer één staat. Volgens hem wordt ten onrechte de indruk gewekt dat er weinig gebruik wordt gemaakt van deze parkeerplaats, terwijl het juist de grootste opbrengst genereert. De heer Smeets (CDA) reageert dat hij niet heeft gezegd dat het Tempelplein niets oplevert. Hij benadrukt dat hij heeft willen aangeven dat parkeren daar relatief duur is en dat de locatie daarom vooral bedoeld is voor kort parkeren en quick shopping. De voorzitter wijst erop dat de portefeuillehouder heeft toegezegd dat de vraag van de heer Renet over het al dan niet openbaar maken van geluidsopnamen van een zitting van de bezwaarschriftencommissie wordt doorgeleid naar deze commissie. De heer Renet (SPA) verduidelijkt dat het hem specifiek gaat om de criteria wanneer geluidsopnamen niet openbaar gemaakt mogen worden.

Hij legt uit dat er een openbare zitting is en dat het besluit openbaar is, maar dat zowel de burger als de bezwaarcommissie toestemming moeten geven voor opnamen. Hij wil weten op basis van welke criteria de bezwaarcommissie kan besluiten opnamen niet openbaar te maken. De voorzitter vraagt vervolgens of het voorstel als hamerstuk kan worden doorgevoerd. Mevrouw Lotfy (Burger Centraal) is het eens met de kern van het juridische besluit, maar geeft aan dat de aanloop ernaartoe haar ertoe brengt om nog niet volledig in te stemmen. Ze wil nadenken over een mogelijkheid om de bezwaarmaker enigszins tegemoet te komen en verzoekt dat het voorstel voorlopig als bespreekstuk blijft. Dit wordt ondersteund door de Stadspartij, VVD, Lokaal SGB en SPA. De voorzitter sluit de vergadering om 22.55 uur.

27

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=SittardGeleen&id=89e69537-1bef-4fb7-984b-47642a3d1be4