CConstaterende datSittard-Geleen
Koppel je AI →
Document · PDF

Notulen Ronde Raadzaal 4 december 2025

Raad 18 december 2025, gemeente Sittard-GeleenBij agendapunt: Vaststellen van de notulen13.132 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Het uitgangspunt blijft eerst de basis op orde brengen en van daaruit realistisch plannen en begroten voor de komende jaren. De heer Renet (SPA) is het eens met de opmerking van de heer Pfoster over de rol van het college bij het signaleren van een mogelijk te hoog ambitieniveau. Hij stelt dat tijdens de behandeling van de omgevingsvisie door het college niet is aangegeven dat de ambities van de raad hoog of mogelijk te ambitieus waren. Hij vraagt het college daarom om bij toekomstige stukken aan te geven of het ambitieniveau past bij de beschikbare capaciteit en financiën. Wethouder Geilen geeft hierop aan dat een dergelijke toezegging niet realistisch is. Hij benadrukt dat het college steeds in gesprek is met de raad over de ambities en dat voorstellen niet alleen mogen worden ingediend als er al middelen voor gereserveerd zijn, omdat dat innovatie en nieuw beleid zou beperken. Hij stelt dat er wel discussies zijn gevoerd over moties en amendementen, bijvoorbeeld over een jaarlijkse toename van 1 procent groen, en dat er steeds is geprobeerd realistisch te kijken naar wat mogelijk is. Volgens hem biedt het huidige voorstel inzicht in het door de raad vastgestelde ambitieniveau en de bijbehorende benodigde uitvoeringskracht en middelen, en vormt het een vertaling van de omgevingsvisie zoals vastgesteld op 27 maart.

Mevrouw Frenken (VVD) geeft aan dat zij graag een nadere toelichting wil over het tekort van 4,5 ton in 2027 en de consequenties als dit bedrag niet beschikbaar komt.

17

Wethouder Geilen reageert dat als het geld voor 2027 niet beschikbaar wordt gesteld, de uitvoering van de plannen zoals opgenomen in de jaarschijf 2027 niet kan plaatsvinden. De heer Pi Van de Venne (D66) vraagt of bij de uitvoeringskracht ook rekening wordt gehouden met een mogelijke aanpassing van de APV om de bescherming van bomen beter te waarborgen. Wethouder Geilen antwoordt dat hier zeker aan wordt gedacht. In de agenda is voor 2026 en 2027 eerst het nieuwe bomenbeleid opgenomen, waarna op basis daarvan eventueel aanpassingen van de APV kunnen volgen. De heer Klee (GOB) geeft aan dat er een ontbrekend aandachtspunt is in het beleid: het overleg met stakeholders over grote stukken grond en natuur die niet in eigendom zijn van de gemeente, maar wel in de gemeente liggen. Hij vraagt om een reactie op dit punt. Wethouder Geilen antwoordt dat dit in de factsheet expliciet wordt benoemd: de agenda wordt niet alleen uitgevoerd, maar samen met andere partijen zoals natuur- en landschapsverenigingen, vrijwilligers, scholen, inwoners en mede-eigenaren zoals Natuurmonumenten. Ook Rijkswaterstaat wordt betrokken waar relevant, bijvoorbeeld bij de aanleg van groenstructuren langs de A2. Het college sluit hierbij aan en probeert samen te werken om de groenstructuren te versterken.

Ten aanzien van pacht legt hij uit dat veel pachtcontracten op jaarbasis worden verlengd, om te voorkomen dat er langdurige pachtrechten ontstaan die een transitie van gronden belemmeren. Langjarige verpachting kan ongewenste rechten opleveren, vergelijkbaar met huurrecht, terwijl het doel is om landbouwactiviteiten te laten plaatsvinden en inkomsten te regelen totdat gronden een andere bestemming krijgen. Over de inhoudelijke details van specifieke dossiers kan op een ander moment worden gesproken. De heer Klee (GOB) vraagt om verduidelijking over de status van het Yard-E terrein van VDL, waarbij hij refereert aan een eerder aangenomen motie. Wethouder Geilen legt uit dat in de Omgevingsvisie is vastgelegd dat, als VDL iets anders wil doen dan de bestaande bestemming, de raad als kader heeft meegegeven dat het enige alternatief groen mag zijn. Dit betekent niet dat er actief naar groen wordt ontwikkeld. Zolang de eigenaar geen wijziging van de functie aanvraagt, blijft de huidige bestemming gehandhaafd en kan de automotief gerelateerde bedrijvigheid doorgaan zoals gepland. De voorzitter concludeert dat het onderwerp voldoende besproken is. Hij bevestigt de toezegging van de wethouder dat de ontwikkeling van de Agenda Groen via de P&C-cyclus te volgen zal zijn. Hij schorst de vergadering voor enkele minuten.

18

Notulen van de Ronde in Raadszaal op donderdag 4 december 2025 Tijdstip:

19.00-23.07 uur

1.4 Rondevoorstel (PIT) inzake Burgerinitiatief Samen Sterk tegen Eenzaamheid Kemperkoul (Tillie) 22:00-23.07 Aanwezig de voorzitter: de griffier:

M.J.M. De Loo A. Cortlever

de leden GOB: CDA: Stadspartij: GroenLinks/PvdA: D66: VVD: PVV: SPA: Lokaal Sittard-Geleen-Born: Burger Centraal PIT:

P.G.J.M. Boonen J.H. Smeets C.H.H. Klingestijn A.E.H. Wielders P.R. Pi Van de Venne F.M.J. Frenken D.D.W. Pfoster J.J. Renet M.M.J.T. Schenk-Hermans

het college:

Wethouder Tillie

ambtelijke ondersteuning:

De heer Stienen, mevrouw Koopmans

notulen:

I. van Mourik (Notuleerservice Nederland)

De voorzitter opent het laatste agendapunt. Hij licht toe dat de fractie PIT wil bespreken hoe het proces en ieders rol is geweest bij het niet doorgaan van dit initiatief. Ook zijn er technische vragen aan het college gesteld, die met de beantwoording in iBabs zijn opgenomen. Eerst krijgt de initiatiefnemer het woord, daarna kan de portefeuillehouder hierop reageren, gevolgd door de overige deelnemers aan de ronde, waarna wederom de initiatiefnemer en/of portefeuillehouder kunnen reageren. Mevrouw Schenk-Hermans (PIT) benadrukt dat de fractie PIT had gehoopt tijdens deze ronde nader tot elkaar te kunnen komen met de gemeente over het burgerinitiatief Samen Sterk Tegen Eenzaamheid Kemperkoul (SSTE). Helaas hebben bepaalde ontwikkelingen ertoe geleid dat dit niet mogelijk was. Ze geeft aan dat het initiatief na ruim 2,5 jaar vrijwillige inzet is gestaakt, wat niet alleen jammer en pijnlijk is voor betrokkenen en de buurt, maar ook het beeld van burgerparticipatie door het college schaadt. Volgens haar blijkt uit de stukken dat er weinig samenwerking heeft plaatsgevonden, dat scenario’s van tevoren dichtgetimmerd waren en dat bouwkundige aanpassingen werden doorgezet terwijl gesprekken nog liepen.

Daarnaast zijn toezeggingen gedaan die niet werden nagekomen, zoals de toegankelijkheid van de lift en toiletten, waardoor de bovenverdieping uiteindelijk alleen via een wenteltrap bereikbaar is, onveilig en ontoegankelijk voor de doelgroep van het initiatief. Ze verwijst naar wettelijke kaders voor toegankelijkheid en veiligheid, zoals het Bouwbesluit, de Wet gelijke behandeling op grond van handicap of chronische ziekte, en de lokale inclusieagenda 2025-2029. Ze vraagt expliciet aan de wethouder of de huidige situatie in de voormalige Dug Out voldoet aan deze

19

wettelijke eisen, welke adviezen zijn ingewonnen en waarom er doorgebouwd is ondanks de zorgen over toegankelijkheid en veiligheid. Ze benoemt daarnaast zorgen over de beantwoording van eerdere vragen door het college, met name over het Woo-verzoek van 3 oktober. Volgens haar is de wettelijke termijn niet gevolgd en is de gemeente hiermee mogelijk in gebreke. Ook het tijdspad rondom nieuwe initiatieven baart haar zorgen: de gemeente lijkt enerzijds te wachten op het SSTE, maar anderzijds worden plannen voor een opening met nieuwe gebruikers al doorgezet, waardoor het proces niet transparant en controleerbaar is. Tot slot benadrukt ze dat PIT geen harde beschuldigingen uit, maar wel vraagtekens plaatst bij de gang van zaken. Ze wil duidelijke, feitelijke, concrete en toetsbare antwoorden van het college, geen impliciete of mondelinge verklaringen. Het niet serieus nemen van het initiatief, ondanks uitgebreide voorbereidingen en inzet, is volgens haar een verlies voor zowel SSTE als de legitimiteit van burgerparticipatie in de gemeente. Wethouder Tillie ziet de bewering van mevrouw Schenk-Hermans dat het college onbetrouwbaar heeft gehandeld en niet volgens de normen van goed bestuur zou hebben geopereerd, als een harde beschuldiging. Hij benadrukt dat het college gedurende het gehele traject integer en zorgvuldig is opgetreden.

Hij schetst de tijdlijn: tweeënhalf jaar geleden heeft een groep betrokkenen zich gemeld voor een ontmoetingsruimte in de Dug Out. Destijds was de Dug Out niet beschikbaar, maar het college heeft samen met het initiatief andere opties onderzocht. De verantwoordelijkheid om een geschikte ruimte te vinden lag uiteindelijk bij het burgerinitiatief zelf, zoals bij andere burgerinitiatieven ook het geval is. Hij benadrukt dat het college het thema eenzaamheid in Kemperkoul steeds heeft ondersteund en bereid was medewerking te verlenen, ook door hulp aan te bieden bij activiteiten. Het burgerinitiatief heeft echter bepaalde aanbiedingen afgewezen, waardoor samenwerking moeilijker werd. Later is de Dug Out toch in beeld gekomen als mogelijke ontmoetingsruimte, waarbij vanaf het begin duidelijk was dat overleg met de sportstichting nodig was, omdat deze eigenaar was van de toiletten en lift. De sportstichting gaf aan dat gezamenlijk gebruik niet mogelijk was, wat gerespecteerd moest worden. Het ontwerp van de ruimte is gemaakt binnen de gestelde grenzen en door een extern bureau beoordeeld op veiligheid, brandveiligheid en toegankelijkheid. De begane grond is rolstoeltoegankelijk, de bovenverdieping niet, maar dit is van tevoren duidelijk gecommuniceerd. Het gaat om een opstartfase, geen volledig buurthuis, met de mogelijkheid tot uitbreiding als het initiatief succesvol blijkt.

Het doorbouwen van de ruimte gebeurde omdat er binnen de gestelde kaders een duidelijk ontwerp was, en omdat het burgerinitiatief de stekker definitief uit het project trok. Het college wilde niet dat de ruimte ongebruikt zou blijven en staat nog steeds open voor samenwerking met andere initiatieven of partners om de ontmoetingsfunctie te realiseren. De wethouder sluit af door te benadrukken dat het college integer, zorgvuldig en met respect voor alle betrokken partijen heeft gehandeld, en dat het onterecht is om dit als onbetrouwbaar te bestempelen. Mevrouw Wielders (GroenLinks/PvdA) heeft waardering voor de inzet van wethouder Tillie. Ze stelt dat zij geen concrete aanwijzingen heeft dat het burgerinitiatief tekort is gedaan. Ze luistert voornamelijk nieuwsgierig naar de feiten rondom eventuele fouten in het proces, maar vooralsnog ondersteunt ze het verhaal en de uitleg van de wethouder. De heer Boonen (GOB) geeft aan met een dubbel gevoel naar het dossier te kijken. Hij benadrukt dat iedereen initiatieven zoals dit ondersteunt, maar dat er ook kritiek is geuit door mevrouw SchenkHermans.

Hij schetst vervolgens het proces vanuit zijn perspectief: hij, wethouder Tillie en wethouder Geilen hebben actief geprobeerd het initiatief te ondersteunen en meerdere opties voor de ontmoetingsruimte onderzocht, inclusief een bezoek ter plekke en overleg over praktische aanpassingen zoals toiletten en deuren. Hij geeft aan dat het verschil in inzicht tussen het initiatief en de gemeente een belangrijke oorzaak is geweest voor het mislukken. Het initiatief wilde alles in één keer perfect geregeld zien, terwijl de gemeente een startfase met uitbreidingsmogelijkheden voor ogen had. Hij benadrukt dat er hard is gewerkt om het initiatief te laten slagen en dat de kritiek grotendeels een weergave is van wat het initiatief zelf meldde. Tot slot roept hij op om het doel, het realiseren van een ontmoetingsruimte tegen eenzaamheid, voorop te stellen en gezamenlijk te zorgen dat het pand gebruikt wordt, ongeacht of dit door het oorspronkelijke

20

burgerinitiatief of andere partijen gebeurt. Het middel mag wat hem betreft minder centraal staan dan het uiteindelijke resultaat. De heer Smeets (CDA) vindt het positief dat burgers met initiatieven komen, maar de realisatie daarvan is niet altijd mogelijk. Hij merkt op dat er voor het voormalige Dug Out-gebouw alternatieve oplossingen zijn, zoals het realiseren van een koffiehuis, en ziet dat als een haalbare optie. Daarnaast wijst hij op de nabijgelegen Oase, een goed georganiseerd gemeenschapshuis met diverse zalen, waar mensen elkaar kunnen ontmoeten. Hij geeft aan dat het CDA zich kan vinden in het standpunt van het college met betrekking tot deze locaties en de financiële en organisatorische haalbaarheid. De heer Pi Van de Venne (D66) geeft aan dat het een goed burgerinitiatief betreft waar iedere gemeente aan mee wil werken. Hij merkt op dat hij vanuit het college altijd een open houding heeft gezien, ook wanneer het proces stroever verliep. Hij benadrukt dat in Sittard-Geleen burgerinitiatieven welkom zijn en dat het gesprek met initiatieven altijd wordt voortgezet, ondanks verschillen van inzicht. Hij geeft aan dat hij deze insteek ondersteunt en dat zijn fractie zich daarin kan vinden.

Mevrouw Frenken (VVD) benadrukt dat de VVD burgerinitiatieven van groot belang vindt, omdat betrokken inwoners vaak goed weten wat er speelt in hun wijk en met realistische en verrassende oplossingen kunnen komen. Ze geeft aan dat inwoners de ruimte moeten krijgen om initiatief te nemen en verantwoordelijkheid te pakken, wat past bij een samenleving waarin overheid en inwoners naast elkaar staan. Tegelijk erkent ze dat burgerinitiatieven in de praktijk niet altijd het gewenste resultaat bereiken, vaak door procedures, onduidelijke verwachtingen of het gevoel dat met hun inbreng te weinig wordt gedaan, wat jammer is omdat hierdoor betrokkenheid verloren gaat. De heer Klingestijn (Stadspartij) geeft aan dat de Stadspartij veel waarde hecht aan burgerinitiatieven en aan inwoners die zich inzetten voor hun buurt. Hij benadrukt dat deze initiatieven recht hebben op een duidelijk en zorgvuldig proces, ongeacht de uitkomst, en noemt het jammer dat het initiatief Samen Sterk Tegen Eenzaamheid spaak liep. Hij richt zich vooral op de toekomst en stelt dat het belangrijk is dat burgerinitiatieven goed begeleid worden met heldere verwachtingen en open communicatie.

Hij merkt op dat de beantwoording van de technische vragen van PIT en het verhaal van de wethouder voor meer inzicht hebben gezorgd, maar vraagt naar de vervolgstappen om het initiatief mogelijk alsnog tot een positief resultaat te leiden. De heer Pfoster (PVV) vindt dat het dossier Samen Sterk Tegen Eenzaamheid complex is doordat er verschillende, parallelle visies bestaan: die van het college en die van de fractie PIT. Hij merkt op dat er van beide kanten wel iets valt te zeggen, maar dat er belangrijke verschillen zijn. Volgens hem ontbreken verslagen van het proces, waardoor de raad geen objectief beeld heeft van wat er werkelijk is gebeurd. Hij constateert dat een initiatief dat jarenlang steun kreeg opeens strandt zonder dat duidelijk is wanneer en waarom, en op basis van welke afwegingen. Hij stelt dat dit in strijd is met het participatiebeleid van de gemeente, waarin de rol van de gemeente facilitair en kaderstellend moet zijn. Hij benadrukt dat de rol van de gemeente in dit dossier onduidelijk is geweest, afspraken niet zijn vastgelegd en verwachtingen onvoldoende zijn gemanaged. Hij stelt dat dit een kwestie van vertrouwen is en dat het PVV de fractie PIT steunt om helderheid te krijgen, met als doel in de toekomst burgerinitiatieven beter te kunnen begeleiden en transparantie te waarborgen.

De heer Renet (SPA) merkt op dat het CDA-argument om uit te wijken naar de Oase niet realistisch is voor bewoners van Kemperkoul. Hij constateert dat meerdere partijen, waaronder hijzelf, vanaf het begin hebben geprobeerd het initiatief te ondersteunen en dat gesprekken en overleggen met het initiatief en het college hebben plaatsgevonden om mogelijkheden te onderzoeken. Volgens hem is het jammer dat het initiatief uiteindelijk is gestopt, ondanks de inspanningen van alle betrokkenen. Hij benadrukt dat het mislukken van het initiatief aan beide kanten gezocht moet worden en dat het belangrijk is te leren van dit proces. Hij pleit ervoor om de discussie over wie precies verantwoordelijk is los te laten en te focussen op wat nog haalbaar is, met als doel dat het gebouw alsnog gebruikt kan worden voor de beoogde activiteiten en dat gemotiveerde initiatiefnemers eventueel betrokken kunnen blijven.

21

Wethouder Tillie geeft aan dat hij de steun van de raad en de complimenten waardeert. Hij benadrukt dat het goed was om iets in de Dug Out te ontwikkelen, omdat het pand al lange tijd leegstond en een doorn in het oog was van omwonenden. Volgens hem zal de komst van een ontmoetingsruimte door veel mensen positief worden ontvangen. Hij wijst erop dat de afstand naar de Oase voor veel bewoners van Kemperkoul een probleem is, vooral voor mensen die minder mobiel zijn. Daarom was het belangrijk dat er een locatie in de directe omgeving beschikbaar kwam. Het college heeft vanaf het begin een open houding aangenomen richting het burgerinitiatief en diverse mogelijkheden onderzocht, met inbegrip van financiële ondersteuning via het transformatieplan sociale wifi. Ook werd er ruimte geboden om eventueel een lift te realiseren als het initiatief daarvoor middelen beschikbaar had. Hij erkent dat de verwachtingen gedurende het traject scheef zijn gelopen. Het burgerinitiatief ontwikkelde een veel groter plan dan oorspronkelijk mogelijk was binnen de geboden ruimte, het beschikbare budget en de grenzen van de locatie. Hij geeft aan dat de communicatie en het vastleggen van afspraken beter hadden gekund en neemt hiervoor zijn verantwoordelijkheid.

Hij benadrukt dat de investeringen van 125.000 euro niet verloren gaan en dat er een ontmoetingsruimte komt waar de directe bewoners zich prettig kunnen voelen. De wethouder wijst erop dat er ook andere burgerinitiatieven zijn die zelfstandig functioneren en dat niet elk initiatief dezelfde ondersteuning nodig heeft. Tot slot geeft hij aan dat het traject in goed vertrouwen is verlopen, dat het jammer is dat het burgerinitiatief niet volledig tot uitvoering is gekomen zoals gepland, maar dat het college altijd heeft geprobeerd om de mogelijkheden binnen de kaders zo goed mogelijk te benutten. Het uiteindelijke doel blijft om een ontmoetingsruimte te realiseren waar bewoners elkaar kunnen ontmoeten en activiteiten kunnen organiseren. Mevrouw Schenk-Hermans (PIT) geeft aan dat zij het burgerinitiatief in Kemperkoul volledig ondersteunt, ongeacht de vorm die het uiteindelijk aanneemt. Ze benadrukt dat haar zorgen niet primair over SSTE gaan, maar over de manier waarop het initiatief is behandeld door de gemeente. Ze merkt op dat sommige signalen vanaf de zomervakantie niet kloppen en dat er een andere koers is ingeslagen, waardoor onduidelijk is geworden wie uiteindelijk verantwoordelijk was voor de uitvoering. Ze geeft aan dat brieven en communicatie over het initiatief verwarrend waren en dat andere initiatieven plotseling opduiken, wat zij vreemd vindt.

Ze benadrukt dat zij geen adequate beantwoording heeft gekregen van haar vragen, waaronder een Woo-verzoek, en noemt de huidige uitleg onvolledig en onacceptabel. Ze kondigt aan dat zij als raadslid een officieel Woo-verzoek zal indienen om volledig inzicht te krijgen in het proces en om duidelijkheid te krijgen over de besluitvorming en de gang van zaken rondom het afscheid van SSTE. Ze benadrukt dat het haar niet gaat om het specifieke initiatief SSTE, maar om de correcte en transparante behandeling van burgerinitiatieven in het algemeen. Ze sluit af met de bereidheid om excuses aan te bieden indien uit het onderzoek blijkt dat haar onderbuikgevoel onjuist was, maar stelt dat er op dit moment sterke aanwijzingen zijn dat er iets niet correct is verlopen. Wethouder Tillie voelt zich aangevallen door de suggestie dat hij informatie zou achterhouden en benadrukt dat dit absoluut niet het geval is. Hij stelt dat hij meer eist dan alleen een verontschuldiging van mevrouw Schenk-Hermans als aangetoond is dat het burgerinitiatief niet bewust buitengesloten is. Mevrouw Schenk-Hermans (PIT) reageert dat het ontbreken van verslagen volgens haar onverstandig en knullig is geweest, zeker bij een gevoelig dossier. Ze stelt dat vertrouwen goed is, maar dat bij politieke dossiers duidelijke verslaglegging noodzakelijk is om misverstanden te voorkomen.

Ze licht toe dat een correcte methode zou zijn geweest dat iemand een verslag maakt, de ander daar aanvullingen op geeft, en dat dit samen wordt gebundeld. Ze benadrukt dat zij niet begrijpt waarom dit proces niet is gevolgd en wijst op eerdere situaties waarin dit volgens haar een probleem is geweest. De voorzitter onderbreekt het debat en geeft aan dat wat er niet is, ook niet kan worden geleverd of geconstrueerd. Hij wijst erop dat het weinig zin heeft om te speculeren over wat er eventueel anders had gekund.

22

De heer Boonen (GOB) geeft aan dat op 18 augustus, op een maandagavond, een gesprek heeft plaatsgevonden met de initiatiefnemers in het pand, waarbij werd afgesproken dat uiterlijk twee weken later de drie uitgewerkte opties besproken zouden worden. Dat gesprek heeft volgens hem daadwerkelijk plaatsgevonden met twee van de bestuursleden, en daarna heeft de stichting aangegeven te stoppen met het initiatief. Hij benadrukt dat hij daarna heeft geprobeerd te onderzoeken of er nog iets mogelijk was, en dat hij ook heeft gekeken naar andere initiatieven als alternatief. Hij betwist de suggestie dat er iets verkeerds of achterbaks is gebeurd richting het initiatief en stelt dat de tijdlijn van de gebeurtenissen klopt zoals hij die schetst. Wel geeft hij aan dat hij het eens is met mevrouw Schenk-Hermans dat Wooverzoeken tijdig en netjes afgehandeld moeten worden. Mevrouw Schenk-Hermans (PIT) meldt dat zij ook een tijdslijn heeft geschetst en verwijst daarnaar terug. Ze noemt dat op 26 september een bezoek is gebracht en op 29 september een gesprek heeft plaatsgevonden met de wethouder, SPA en Lokaal-SGB. Ze wijst erop dat de brief of memo van eind oktober nog aangeeft dat de deur openstaat voor SSTE, terwijl volgens haar de beslissing al op 18 augustus was genomen. Ze benadrukt dat er daardoor volgens haar meerdere losse eindjes in het dossier zijn waar zij geen antwoord op krijgt.

Ze geeft aan dat ze deze zaken bespreekbaar wil maken en dat er meer informatie aanwezig zou moeten zijn in een dossier van deze aard. De heer Boonen (GOB) vindt dat het lijkt alsof mevrouw Schenk-Hermans suggereert dat de gemeente de deur voor het burgerinitiatief heeft gesloten en daarna een andere initiatiefnemer heeft gezocht. Hij stelt dat het initiatief zelf begin september, naar aanleiding van het gesprek over de drie opties, heeft aangegeven dat voor hen de deur dicht is en dat daarna pogingen zijn gedaan om alsnog iets mogelijk te maken. Volgens hem is het dus het initiatief dat de deur heeft gesloten, niet de gemeente, en hij begrijpt daarom niet waar het verwijt van mevrouw Schenk-Hermans vandaan komt. De voorzitter geeft aan dat er veel verschillende percepties spelen en dat het moeilijk is om de discussie verder te voeren op basis van aannames, inschattingen en persoonlijke interpretaties. Hij benadrukt dat hij hiermee de bijdragen van mevrouw Schenk-Hermans of anderen niet afwijst, maar dat de raad momenteel in een soort patstelling zit. Feitelijke informatie moet nog boven tafel komen, en daarvoor is er volgens hem een juiste weg, bijvoorbeeld via formele verzoeken of documentatie.

De heer Pfoster (PVV) vraagt de wethouder om een toezegging dat bij toekomstige bijeenkomsten met burgerinitiatieven altijd verslaglegging wordt gemaakt, zodat onduidelijkheden worden voorkomen. Wethouder Tillie bevestigt dit en geeft aan dat hij dit graag doet. Hij erkent dat mondelinge afspraken goed bedoeld zijn, maar dat het uiteindelijk beter is om alles op papier te hebben om problemen zoals in dit dossier te voorkomen. Hij geeft aan dat hij het Woo-verzoek van mevrouw Schenk-Hermans tegemoet ziet en dat zij altijd langs kan komen om stukken in te zien. De voorzitter concludeert dat het voorstel voldoende besproken is en sluit de vergadering om 23:07 uur.

23

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=SittardGeleen&id=b9effad6-1b5c-4c16-9284-c542a5a3ca80