Notulen Ronde Raadzaal 30 oktober 2025
Tekst van het document
Notulen van de Ronde in Raadszaal op donderdag 30 oktober 2025 Tijdstip:
19.00-23.28 uur
1.1 2de rapportage 2025, Begroting 2026 en Belastingmaatregelen 2026 (Tillie) 19:00-23.28 1.1.1 1.1.2 1.1.3
2e rapportage 2025 Belastingmaatregelen 2026 Programmabegroting 2026
Aanwezig de voorzitter: de griffier:
B. Bonten A. Lamers
de leden GOB: CDA: Stadspartij: GroenLinks/PvdA: D66: VVD: PVV: SPA: Lokaal Sittard-Geleen-Born: Burger Centraal PIT:
M.W.C. Claessens, N.F.J. Wetzels P.J. Brouwers, G.J.M.C. Essing-Demandt A.C.M. Raven, W.P.H. Paauwe P.H.J. Kubben, M.J.M. de Loo P.R. Pi Van de Venne J.M.H. Joosten, F.M.J. Frenken D.D.W. Pfoster, M.H.J. Klaassen J.J. Renet, P.W.M. Winteraeken-Bruls M.C.M.H. Schumans, S.A.J. Klein M.G.H. Habets, E.V.P. Talpe
het college:
Wethouders Geilen, Salvino-Meijer, Houtakkers, Tillie en burgemeester Verheijen
ambtelijke ondersteuning:
-
notulen:
I. van Mourik (Notuleerservice Nederland)
De voorzitter opent de vergadering en heet alle aanwezigen welkom. Hij meldt dat de vergadering drie onderwerpen tegelijk behandelt: de tweede rapportage, de begroting en de belastingmaatregelen. Deze worden gezamenlijk besproken, met per fractie waar gewenst twee vertegenwoordigers. Hij wijst op een wijzigingsvoorstel over beslispunt 8 en 2 moties van PIT, die inmiddels in iBabs staan. Ook zijn de technische vragen en antwoorden van 24 oktober toegevoegd. De bespreking is opiniërend, dus er worden geen technische vragen meer gesteld, behalve eventueel aanvullende. Eerste termijn De heer Claessens (GOB) bespreekt enkele thema’s uit de beantwoorde vragen. Zo verwacht GOB veel van het nieuwe vergunningensysteem voor evenementen, dat eenvoudiger en gebruiksvriendelijker moet zijn. De beperkte capaciteit van de boa’s baart zorgen, er moeten dagelijks prioriteiten worden gesteld en werving blijft lastig. GOB wil onderzoeken of uitbreiding mogelijk is en hoe dat financieel kan worden gedekt. De partij ziet positieve effecten van de wijkspreekuren van boa’s en pleit voor uitbreiding daarvan. Hij benadrukt zorgen over de beperkte uitvoeringskracht van de organisatie. Volgens hem zijn gerichte investeringen in personeel, samenwerking met externe partners en efficiëntere processen nodig.
1
GOB kijkt uit naar het gesprek over de agenda Groen op 27 november. De fractie vraagt ook aandacht voor de financiering van verduurzaming van gemeenschapsaccommodaties, waarvan de kosten waarschijnlijk hoog zullen zijn. Goede huisvesting voor verenigingen vindt GOB cruciaal. De heer Claessens vraagt naar de voortgang van gesprekken met verenigingen die gebruikmaken van onder meer ‘t Plenkhoes, het Reuniegebouw en de Hanenhof, en verwacht dat het college hierover actief informeert. Ook vraagt hij naar de toekomstplannen voor het ING-pand aan de markt in Geleen, waar de Stadswinkel tijdelijk wordt gevestigd. Verder wil GOB betrokken blijven bij de herstructurering van bedrijventerreinen, bijvoorbeeld via een themasessie of raadsinformatiebrief. Over VDL Nedcar merkt hij op dat nog onduidelijk is hoeveel banen behouden blijven. Hij vraagt of het college anticipeert op mogelijke nieuwe vacatures, bij voorkeur voor inwoners van Sittard-Geleen. Tot slot verzoekt hij het college om de haalbaarheid van een eerder ingediende motie over verhoging van het beheerniveau te blijven monitoren. Zodra dat financieel en qua capaciteit mogelijk is, wil de fractie daar tijdig over worden geïnformeerd. Ook vraagt hij een toelichting op de daling van het aantal verwachte hotelovernachtingen in 2026 ten opzichte van 2025.
Mevrouw Essing-Demandt (CDA) benadrukt dat de bespreking van vanavond belangrijk is, omdat het gaat om financiële stukken die bepalend zijn voor een toekomstbestendige gemeente. Ze geeft aan dat het begrotingssaldo in de tweede programmarapportage positief is, wat goed nieuws is na het eerdere tekort. Dat komt vooral door lagere kapitaallasten, maar de CDA-fractie maakt zich zorgen dat investeringen blijven liggen en dat die lasten later alsnog stijgen. Dat kan de investeringsruimte beperken. Ook wijst ze erop dat de schuldquote tijdelijk stijgt, de solvabiliteit laag blijft en de structurele exploitatieruimte afneemt. Het is volgens haar belangrijk om de solvabiliteit te verbeteren en investeringen zorgvuldig te kiezen, zodat de schulden beheersbaar blijven. Ze merkt op dat de gemeente financieel op orde is, maar dat de structurele ruimte versterkt moet worden. Daarbij wijst zij op de beperkte uitvoeringskracht en de stijgende kosten in het sociaal domein. Over wonen zegt ze dat betaalbare en juiste woningen essentieel zijn. Ze vraagt de wethouder of er in SittardGeleen initiatieven bestaan voor zogenoemde knarrenhofjes, of dat vooral wordt gekozen voor gemengd wonen. Ook vraagt ze aandacht voor de koppeling tussen woningbouw, uitvoeringskracht en netcapaciteit, omdat bouwen zonder stroomvoorziening weinig zin heeft.
Ze benadrukt het belang van gemeenschapshuizen in wijken en dorpen. Naast investeringen in ’t Plenkhoes pleit ze voor aandacht voor andere ontmoetingsplekken, zoals de Hanenhof en het dorpscafé in Einighausen. Ze vindt dat deze plekken moeten worden gezien als investeringen in sociale samenhang en leefbaarheid, niet als kostenposten. Ze wijst verder op de noodzaak van een nieuwe kijk op stadsontwikkeling, waarin groen een volwaardige plaats krijgt. Ze roept het college op om met woningbouwverenigingen en projectontwikkelaars afspraken te maken over kwalitatieve buitenruimte, omdat groen bijdraagt aan gezondheid en leefbaarheid. Over Vidar zegt ze dat haar fractie blij is met de maatschappelijke impact. Ze waardeert de samenwerking tussen onderwijs, werkgevers en jongeren, waardoor jongeren duurzaam kunnen deelnemen aan de arbeidsmarkt. Ze vindt dat het college, samen met Beek en Stein, zich maximaal moet inspannen om Vidar financieel te blijven ondersteunen en succesvolle projecten structureel te verankeren. Wat betreft de belastingmaatregelen geeft ze aan dat de OZB voor woningen niet stijgt, maar dat de afvalstoffenheffing toeneemt door hogere kosten. Ze benadrukt dat inwoners invloed hebben via hun eigen afvalscheiding. Wel merkt ze op dat 50 procent van de kosten voor openbare reiniging via deze heffing wordt doorberekend, wat in 2026 circa 14 euro extra betekent.
Ze vraagt om toelichting, omdat dit volgens haar tegenstrijdig is met de mededeling dat een hoger beheerniveau niet haalbaar is. Tot slot geeft ze aan dat het sociaal domein de grootste uitgavenpost blijft, met name de jeugdzorg. Ze ziet uit naar de lokale vertaling van de hervormingsagenda die in het vierde kwartaal wordt verwacht. De heer Kubben (GroenLinks/PvdA) stelt dat het financiële beeld over het algemeen positief is, maar merkt op dat de zogenaamde robuuste begroting wordt losgelaten. Hij vraagt om een feitelijk overzicht van de kosten voor de gemeentekas als de inkomensgrens voor armoederegelingen wordt verhoogd van 110 procent naar 120 procent of 130 procent van de bijstandsnorm. Hij vindt dat de ambtenaar een technisch antwoord moet geven op deze gestelde vraag in
2
plaats van een politiek antwoord. Zijn fractie bereidt een motie voor om de grens te verhogen en wil daarvoor de financiële onderbouwing kunnen gebruiken. Hij vraagt vervolgens hoeveel maatregelen in de begroting zijn opgenomen die gericht zijn op het MKB. Hij benadrukt dat zijn fractie wil weten hoe doelmatig deze uitgaven zijn, zeker gezien de leegstand in de centra. Ook vraagt hij om inzicht in de totale omvang van de middelen die naar het MKB gaan. Verder vraagt hij naar de stand van zaken van de pilot Doneerring, die medio oktober zou starten volgens de tweede programmarapportage, maar waarvan sindsdien niets meer is vernomen. Daarnaast wil hij weten waarom beantwoording van zijn artikel 43-vragen over het afkoppelen van hemelwater zo lang duurt, terwijl het volgens hem om technische informatie gaat. Over sport vraagt hij om toelichting op het incidentele bedrag van 100.000 euro voor topsportverenigingen. Zijn fractie wil weten voor welke verenigingen dit bedrag bedoeld is, binnen welke criteria zij aanspraak kunnen maken en waarvoor het precies wordt gebruikt. Met betrekking tot Glanerbrook herinnert hij aan de motie over 100 procent duurzame energie. Het college beschouwt die motie als afgehandeld, maar volgens hem is onduidelijk wat er gebeurt na 2028, wanneer het huidige contract met Europese windenergie afloopt.
Zijn fractie overweegt daarom een nieuwe motie om te borgen dat ook na 2028 duurzame energie wordt ingekocht. Daarnaast stelt hij dat, nu het financiële beeld positief is, het logisch zou zijn inwoners korting te geven op de entree van Glanerbrook. Daarover wil hij bij de begrotingsbehandeling een motie indienen. Bij de begroting richt hij zich op twee onderwerpen. Ten eerste het doelgroepzwemmen. Hij verwijst naar een taakstelling waarbij 0,6 miljoen euro resteert en dat het college voorstelt dat bedrag te verdelen, de helft voor doelgroepzwemmen en de helft naar de algemene reserve. Zijn fractie wil via een amendement voorstellen om het hele bedrag voorlopig te bestemmen voor doelgroepzwemmen, zodat later kan worden besloten hoeveel nodig is voor De Hateboer en Het Anker. Wat overblijft kan daarna alsnog naar de reserve. Tot slot zegt hij dat zijn fractie het herstelplan voor De Domijnen en het onderzoek naar de mogelijke verhuizing van de schouwburg steunt. Wel wil hij meer duidelijkheid over de mogelijke locaties, zeker omdat de raad wordt gevraagd in te stemmen met een voorbereidingskrediet van vier miljoen euro. De heer Paauwe (Stadspartij) begint met de tweede rapportage van 2025. Hij constateert dat er een incidenteel nadeel is door een lagere afrekening van het B2-compensatiefonds en benadrukt dat dit goed gemonitord moet worden om tegenvallers te voorkomen.
Hij spreekt over het 25-jarig jubileum van de fusiegemeente en hoopt dat alle inwoners, verenigingen en ondernemers hierbij worden betrokken. Ook wil hij dat de gemeenteraad vroegtijdig bij de voorbereidingen wordt betrokken. Met betrekking tot topsport wijst hij erop dat Fortuna Sittard, ondanks haar grote maatschappelijke waarde, niet wordt genoemd in het topsportbeleid. Hij pleit ervoor om ook deze betaald voetbalorganisatie op te nemen in de gemeentelijke topsportvisie en geeft aan dat 100.000 euro extra budget hiervoor onvoldoende is. Verder benadrukt hij het belang van veiligheid in de stad en pleit hij voor extra verlichting, camerabeveiliging en een vrouwvriendelijke inrichting van de openbare ruimte. Hij vraagt aandacht voor overlast door hoeken in wijken en wil dat hier middelen voor worden vrijgemaakt. In het sociaal domein verzoekt hij het college om ondersteunende zorginstellingen goed te blijven monitoren, zodat er geen verrassingen ontstaan. Over armoedebestrijding vraagt hij of het aantal aanvragen is gedaald en zo ja, of dit te maken heeft met schaamte onder inwoners. Ook vraagt hij om toelichting bij de realisatie van de nieuwe IKC-locatie aan de Petrusstraat in Limbrichterveld en benadrukt hij het belang van blijvende investeringen in onderwijs.
Hij spreekt zorgen uit over het vertrek van bedrijven, zoals de Rabobank en ondernemingen bij Chemelot, en vraagt welke stappen het college neemt om werkgelegenheid te behouden. Hij roept op tot gezamenlijke actie van de omliggende gemeenten richting de landelijke politiek, vergelijkbaar met de steun die Tata Steel ontvangt. Daarnaast uit hij kritiek op de rol van de gemeente als makelaar, onder andere bij het voormalige INGpand in Geleen, en vraagt hij waar deze aankopen in de begroting terug te vinden zijn. Hij pleit voor meer betaalbare woningen en een verhoging van het budget voor startersleningen, zodat deze pot niet te snel leeg raakt. Over belastingen geeft hij aan te streven naar lastenverlichting voor inwoners en ondernemers. Hij pleit voor uniformere parkeerbelastingen, minder bureaucratie en lagere parkeertarieven om leegstand tegen te gaan. Ook vraagt hij om maatwerk bij vergunning parkeren voor kleine ondernemers.
3
Tot slot stelt hij dat de hondenbelasting niet meer past bij een moderne stad en pleit hij voor afschaffing. Verder vraagt hij om de inning van grafbelastingen eerlijker te spreiden over het jaar, zodat inwoners in dure maanden financieel worden ontzien. De heer Raven (Stadspartij) verwijst eerst naar de voortgangsrapportage van de grote projecten en meldt dat hij tijdens de vergadering van de werkgroep Glanerbrook een fout heeft ontdekt in de tabel op bladzijde 16. Hij vraagt om een ambtelijke aanpassing, omdat er volgens hem een rekenfout van bijna 20 miljoen euro in zit. Vervolgens gaat hij in op de begroting, specifiek de tabel over het structureel begrotingsevenwicht op bladzijde 25. Hij kondigt aan dat de Stadspartij overweegt een amendement in te dienen om het geraamde saldo voor 2026, dat nu op 3,192 miljoen euro staat, terug te brengen naar nul. Hij vraagt de wethouder hier alvast op te reageren. Tot slot bespreekt hij de opbouw van de algemene reserve op bladzijde 28. Hij zegt te zijn geschrokken van de forse afname die daarin zichtbaar is. Volgens hem daalt de algemene reserve van 34 miljoen euro eind 2025 naar 27 miljoen in een jaar, een vermindering van 20 procent. Doortrekkend naar 2029 resteert nog 20 miljoen euro, wat neerkomt op een daling van 42 procent in vier jaar tijd.
Hij benadrukt dat dit een belangrijk signaal is over het financiële beleid dat nu wordt voorgesteld. De heer Klaassen (PVV) geeft aan dat de PVV kritisch kijkt naar de programmabegroting van bijna een half miljard euro, die volgens hem zorgvuldig moet worden besteed aan de inwoners van Sittard-Geleen. Hij benoemt vier speerpunten van zijn fractie: woningbouw, migratie, veiligheid en lastendruk. Hij stelt dat het woningtekort in de gemeente nog steeds groot is. Starters, jonge gezinnen en ouderen vinden moeilijk een betaalbare woning, terwijl de huizenprijzen blijven stijgen. Hij wijst op lopende gebiedsontwikkelingen, maar stelt dat deze onvoldoende beleidsmatig zijn verankerd. De PVV wil dat het college onder de Omgevingswet programma’s of gebiedsprofielen opstelt, samen met bewoners, ondernemers en bezoekers. Volgens hem ontbreekt nu een duidelijk beleidsfundament voor projecten in onder meer Sittard-Geleen en Geleen-Zuid. Over migratie en integratie zegt hij dat de gemeente veel geld besteedt aan inburgering, begeleiding van statushouders en inclusieprojecten. Hij vraagt hoeveel geld hier in totaal naartoe gaat, hoeveel daarvan door het Rijk wordt vergoed en wat de actuele taakstelling is voor het aantal statushouders in dit en volgend jaar.
Met betrekking tot de lokale lasten merkt hij op dat huurders in Sittard-Geleen relatief weinig betalen voor riool- en afvalstoffenheffing, maar dat woningeigenaren juist zwaar worden belast, met gemiddeld meer dan duizend euro per jaar aan OZB en milieulasten. Hij vraagt het college om te onderzoeken hoe de rioolrechten structureel kunnen worden verlaagd. Op het gebied van veiligheid stelt hij dat de druk in de gemeente toeneemt door drugshandel, ondermijning en overlast. Hij verwijst naar het actieplan integrale veiligheid en vraagt wanneer het aangekondigde beleid tegen radicalisering en extremisme wordt gepresenteerd. Tot slot benadrukt hij dat de PVV wil bouwen voor de eigen inwoners, meer flexibiliteit wil bij woningbouw, zoals splitsing en woningdeling, lagere lokale lasten nastreeft en pleit voor dorps- en gebiedsvisies. Hij wil bovendien een stevige aanpak van onveiligheid en ondermijning en sluit af met de stelling dat er in Sittard-Geleen geen asielzoekerscentrum of noodopvang mag komen. De heer Pi Van de Venne (D66) geeft aan dat D66 met vertrouwen naar de begroting kijkt, omdat de gemeente financieel gezond is. Hij benadrukt echter dat financiële gezondheid geen eindpunt is, maar een vertrekpunt. Volgens hem mist de begroting ambitie en is deze beleidsarm, de raad heeft een mandaat om te handelen, ook in de laatste maanden van de bestuursperiode.
Hij legt de nadruk op de energietransitie, waarbij de huidige stappen via de routekaart volgens D66 te beperkt zijn. De fractie wil dat Sittard-Geleen meer ruimte biedt voor lokale duurzame initiatieven, projecten sneller uitvoert en lef toont in beleid. D66 zal een motie indienen om de energietransitie te versnellen en beter te verankeren in gemeentelijk beleid. Verder vraagt hij aandacht voor luchtkwaliteit. Hoewel het Schone Luchtakkoord is opgenomen in het omgevingsprogramma, wil D66 van het college weten of aanvullende maatregelen nodig zijn om de doelen te behalen en of er evaluatie plaatsvindt.
4
Hij wijst op de cultuursector en vraagt hoe de regionale afstemming van de programmering verloopt. D66 wil dat kunst en cultuur meer ruimte krijgen, zowel als voorziening en als motor van identiteit en economie. D66 is positief over het gebruik van Europese fondsen door de gemeente, wat kansen biedt voor innovatie, duurzaamheid en mobiliteit. Ten slotte vraagt hij aandacht voor veiligheid, met name in parkeergarages. D66 stelt voor te experimenteren met de aanwezigheid van vrijwilligers in de avonduren of wintermaanden om het veiligheidsgevoel te verbeteren. Ook overweegt de fractie een motie over grens openbaar vervoer, als sleutel tot duurzame mobiliteit. De heer Renet (SPA) geeft aan dat SPA de huidige wijze van rioolheffing oneerlijk vindt, omdat huurders hiervan worden uitgesloten terwijl zij ook gebruikmaken van het riool. Hij wijst erop dat in andere Limburgse gemeenten huurders wel rioolheffing betalen en dat het huidige systeem mogelijk leidt tot hogere huurprijzen en financiële nadelen voor huurders. SPA wil weten hoeveel rioolheffing de gemeente van verhuurders ontvangt en wat huurders zouden betalen indien zij afzonderlijk worden aangeslagen. Daarnaast vraagt hij aandacht voor de kosten van parkeerkaarten voor elektrische auto’s en gehandicapten.
Hij stelt dat er momenteel meer parkeerplaatsen voor elektrische auto’s zijn dan voor gehandicapten, terwijl er wettelijke verplichtingen voor gehandicaptenplaatsen zijn. SPA wil onderzoeken waar de verschillen in kosten voor gehandicaptenkaarten vandaan komen en pleit voor uitbreiding van faciliteiten voor mindervaliden. Ten aanzien van de begroting merkt hij op dat de term productiestad gewijzigd moet worden in stad en dat de kleur in financiële tabellen verwarrend is. Hij vraagt of het college de begroting als beleidsarm beschouwt. SPA uit zorgen over onzekerheden rond het warmtenet Zuid-Limburg en de nieuwbouw van de sporthal Het Anker, waarbij een centrale locatie de voorkeur heeft. Hij wijst op verontrustende financiële kengetallen, de netto-schuldgraad stijgt en de algemene reserve daalt fors. SPA vindt dit een reden om het investeringsbudget voor de komende vier jaar nog niet volledig vast te leggen. Verder benadrukt hij de noodzaak van capaciteitsuitbreiding in het onderwijs en preventiewerk om ondermijning van jeugd tegen te gaan, met name voor kinderen van zeven tot vijftien jaar. SPA wil hiervoor een amendement indienen en de kosten dekken uit algemene middelen. Tot slot vraagt hij naar de voortgang van de afhandeling van de motie over subsidiëring van denksportverenigingen en sluit aan bij een aangekondigde motie van GroenLinks.
De heer Klein (Lokaal Sittard-Geleen-Born) geeft aan dat het voor zijn fractie belangrijk is dat alle inwoners gebruik kunnen maken van gemeentelijke faciliteiten, ook bij digitalisering. Hij merkt op dat stimulering van deelname nog onvoldoende is en vraagt of het college bereid is om deze stimulering om te zetten in een verplichting voor voorzieningen zoals bibliotheken en gesubsidieerde instellingen. Daarnaast uit hij zorgen over de herhuisvesting van voetbalclubs binnen Sittard. Hij vindt dat voorzieningen in de wijken moeten blijven, om verkeersbewegingen te beperken en fietsveiligheid van kinderen te verbeteren. Hij wil weten of de leden van de betrokken verenigingen zijn geïnformeerd en of er al ledenvergaderingen of stemmingen hebben plaatsgevonden. Hij pleit verder voor kleine buitenbaden of spetterbaden op vrijwilligersbasis en wijst op het ontbreken van bomen en schaduw bij bestaande speelvoorzieningen. Hij vraagt de burgemeester naar de inzet van mobiele flitspalen om gedrag te controleren op onverwachte momenten. Ook uit hij kritiek op de BENG-eisen bij de uitbreiding van woonwagenkampen en wil dat het college uitzonderingen maakt om de betaalbaarheid te waarborgen, waarvoor zijn partij een motie zal indienen.
Daarnaast vraagt hij om meer informatie over de Nedcarontwikkeling en de beschikbaarheid van de Patriot-afweer, zodat inwoners adequaat geïnformeerd kunnen worden. Tot slot uit hij zijn zorgen over de behandeling van vrijwilligers bij schade, waarbij een vrijwilliger een rekening van 350 euro ontving na een incident, en vraagt hij hoe de gemeente voorbereid is op calamiteiten zoals stroomuitval of uitval van internet, inclusief eventuele rampenoefeningen en preventieve maatregelen. Mevrouw Frenken (VVD) merkt bij de tweede rapportage 2025 op dat het 25-jarig bestaan van de gemeente positief wordt ingevuld door aansluiting bij evenementen, festivals, verenigingen en
5
ondernemers. Zij vraagt wanneer de regeling concreet wordt en hoe inwoners buiten bestaande organisaties kunnen meedoen. Over het ravijnjaar uit zij zorgen over de financiële risico’s en vraagt zij wanneer het college concreet werk maakt van een structurele aanpak. Ook vraagt zij aandacht voor de leesbaarheid van de rapportage en het borgen van contractmanagement bij renovaties van het Graaf Huyn College en de Trevianum scholengroep, om overschrijdingen te voorkomen. Bij de belastingmaatregelen 2026 stelt ze vragen over de afwijkingen bij de indexering van 2,22 procent, het verschil met andere gemeenten, en de indexering van leges, horeca- en terrasvergunningen. Ze kondigt een motie aan voor het afschaffen van de hondenbelasting en een motie om vrijvallende middelen door het niet invullen van de ontstane wethouder vacature te gebruiken voor inclusieve speeltoestellen. In de programmabegroting 2026 vraagt ze naar de rol van kunstmatige intelligentie en hoe de gemeente zich voorbereidt op kansen en risico’s. Daarnaast uit ze ernstige zorgen over de mogelijke verdubbeling van de OZB in 2027, de capaciteit en het behoud van boa’s, de veiligheid bij geplande verhuizingen, en de lange doorlooptijden bij vergunningaanvragen.
Tot slot waarschuwt ze dat het college in punt 13 van het raadsvoorstel gebruik maakt van toekomstige circulaires en stelposten om het nadelige saldo op te lossen, wat volgens haar een risico vormt voor structurele tekorten en toekomstige lasten voor inwoners en ondernemers. Ze vraagt om heldere garanties van de portefeuillehouder en benadrukt dat cryptische beantwoording de transparantie schaadt. De heer Talpe (PIT) merkt op dat de ondergrens van de algemene reserve op 9 miljoen is vastgesteld, terwijl 2 procent van het begrotingstotaal 9,6 miljoen bedraagt, en vraagt hoeveel afwijkingen van dergelijke omvang nog in de stukken zitten en of de huidige afrondingswijze bijdraagt aan de leesbaarheid en controleerbaarheid van de begroting. Hij bespreekt het investeringskrediet van 40 miljoen, waarvan nog 34,2 miljoen resteert voor specifieke onderwerpen. Hij uit zorgen over de veronderstelde integrale afweging, aangezien een groot deel van het resterende bedrag, bijvoorbeeld bijna 17 miljoen voor Het Anker, in één vergadering wordt toegewezen. Hij vraagt hoe het college een integrale afweging kan bieden als voorbereiding en uitwerking van de projecten niet gelijktijdig plaatsvinden, en vraagt naar een prioritering van projecten bij onvoldoende financiële middelen.
Daarnaast vraagt hij of er in de begroting en het meerjarenperspectief ruimte is voor nieuwe plannen op basis van de nieuwe raads- en collegesamenstelling vanaf maart 2026, en in hoeverre het college zich verplicht voelt deze ruimte te bieden. Ten slotte vraagt hij meer duidelijkheid over middelen voor topsportverenigingen en betaalbare woningbouw, aangezien de huidige omschrijvingen volgens hem te veel onzekerheid bevatten. Hij merkt op dat het ravijnjaar van 2026 is doorgeschoven naar 2028 en waardeert de aanpassing van beslispunt 8, waarmee volgens hem een onduidelijkheid wordt weggenomen. De heer Habets (PIT) wijst op de snelle ontwikkelingen binnen de gemeente die niet altijd aansluiten bij gemeentelijke processen. Hij noemt specifiek de sluiting van fabrieken op Chemelot, die gevolgen kan hebben voor de onroerendezaakbelasting, werkloosheid en mogelijke bedrijfsbeëindigingen bij toeleveranciers of afnemers. Hij vraagt het college om een kort inzicht te geven in de verwachte impact van deze ontwikkelingen. Daarnaast benoemt hij het warmtenetproject waarin gebruik wordt gemaakt van restwarmte van Chemelot, en merkt op dat ook hier herberekening nodig kan zijn. Hij verzoekt het college om aan te geven wanneer er een antwoord kan worden verwacht over de effecten van deze ontwikkelingen en hoe de gemeente hier breder over geïnformeerd zal worden.
Wethouder Tillie benadrukt dat de meerjarenbegroting positief is, maar dat behoedzaamheid geboden blijft door turbulente omstandigheden, zowel mondiaal als nationaal. De provincie heeft de begroting positief beoordeeld, waardoor repressief toezicht wordt gehouden. Hij gaat in op enkele specifieke vragen: de kapitaallasten bij versnelde projecten zijn volledig gedekt in de begroting. Voor het verhogen van de armoedegrens naar 120 procent wordt bekeken wat maximaal in beeld kan worden gebracht. De algemene reserve blijft na 2025 stabiel op 20 miljoen, waardoor hierover geen reden tot zorg is. De OZB wordt in 2026 alleen geïndexeerd met 2,22 procent en er is geen sprake
6
van verhoging, de mogelijkheid van een dubbele indexering in 2027 komt voort uit indexering op indexering. Wat betreft luchtkwaliteit wordt gekeken naar maatregelen binnen het Schone Luchtakkoord, waaronder overlast door houtstook, en worden enquêteresultaten meegenomen voor vervolgstappen. De gehandicaptenparkeerkaart is niet kostendekkend, en lagere tarieven in andere gemeenten kunnen niet zonder financiële verantwoording worden overgenomen. De digitale kleuren van financiële kengetallen worden correct weergegeven in LIAS. Over WZL en het warmtenet geeft hij aan dat wordt gewerkt aan een bredere bronnenstrategie om afhankelijkheid van één bron te voorkomen. De financiële risico’s van het ravijnjaar zijn afgedekt, doorgeschoven naar 2028 en ondersteund met een hogere post onvoorzien, waardoor de meerjarenbegroting stabiel blijft. Bij belastingtarieven verwijst hij naar de was/wordt-tabel voor afwijkingen van de 2,22 procent indexering. De stelpost inflatie is gedekt door het overschot van 2025 en de septembercirculaire. Tot slot bevestigt hij dat er voor een volgend college ruimte blijft binnen de investeringen en PM-posts, waardoor integrale afwegingen mogelijk zijn bij de kadernota 2027.
Mevrouw Joosten (VVD) vraagt of bij de OZB de verdubbeling die genoemd wordt, betrekking heeft op de indexering of op het oorspronkelijke bedrag, en geeft aan dat de uitleg van de wethouder voorlopig niet geruststellend is voor inwoners. Wethouder Tillie licht toe dat het gaat om de huidige tarieven waarover de 2,22 procent indexering wordt toegepast, gedekt met 1,5 miljoen uit de jaarrekening. Voor 2027 betekent dit dat een nieuwe indexering bovenop de 2,22 procent kan komen, wat de mogelijke verdubbeling verklaart. De heer Talpe (PIT) vraagt om verduidelijking over een aantal financiële en beleidsmatige zaken. Hij merkt op dat de afronding van 600.000 euro bij de 2 procent ondergrens van de algemene reserve vragen oproept over de controleerbaarheid en leesbaarheid van de begroting, en wil weten of er meer van dergelijke afrondingen voorkomen. Daarnaast vraagt hij hoe het college de integrale afwegingen kan waarborgen als de voorstellen niet gelijktijdig worden gepresenteerd, en hoe prioritering van de verschillende projecten wordt aangepakt bij mogelijke financiële beperkingen.
Ten slotte vraagt hij om duidelijkheid over de ruimte in het meerjarenperspectief voor nieuwe plannen bij een nieuwe raads- en collegesamenstelling, en wanneer er concrete informatie beschikbaar is over de invulling van de PMposten, omdat de huidige uitleg dat er misschien ruimte overblijft onvoldoende vertrouwen geeft. Wethouder Tillie legt uit dat het bij de zogenaamde PM-posten lastig is om nu concrete bedragen te koppelen, omdat de looptijden van projecten uiteenlopen en niet altijd direct duidelijk is wat er volgend jaar of in 2027 nodig zal zijn. Hij noemt als voorbeeld het warmtenet Zuid-Limburg, waarvan de planning enigszins is opgeschoven. Daardoor is het lastig om een integrale afweging te maken. De projecten die nu genoemd worden, zijn wel vastgesteld en lopen door, maar voor deze PM-posten is een bedrag van 40 miljoen gereserveerd om flexibiliteit te behouden. Hij benadrukt dat de uiteindelijke kosten van deze posten zowel hoger als lager uit kunnen vallen en dat er in de loop der jaren mogelijk ruimte kan ontstaan voor nieuwe of aanvullende projecten. De heer Talpe (PIT) vraagt nogmaals om duidelijkheid over twee punten: de afronding van 600.000 euro bij de algemene reserve en de wijze waarop het college de integrale afweging maakt.
Hij wil daarnaast weten of het college een prioritering heeft vastgesteld voor het geval de beschikbare 40 miljoen euro niet toereikend blijkt voor alle projecten. Wethouder Tillie reageert dat voor de projecten zoals opgenomen in de begroting wordt uitgegaan van de beschikbare 40 miljoen euro. Daarnaast zijn er duidelijke speerpunten benoemd, die eveneens in de begroting terug te vinden zijn. Voor die speerpunten waar momenteel geen middelen voor zijn, kan in de begroting worden ingezien welke prioriteit zij hebben. De heer (…) geeft toelichting op de berekening van het weerstandsvermogen. Hij legt uit dat hierbij twee percentages worden gehanteerd: een restrisico van 1 procent van het begrotingstotaal en een buffer van 2 procent in de algemene reserve. Voorheen werd dit berekend op basis van een begroting van 400
7
miljoen euro, resulterend in een restrisico van 4 miljoen en een buffer van 8 miljoen. Begin dit jaar is het uitgangspunt aangepast naar een begroting van 450 miljoen, waardoor de bedragen nu 4,5 miljoen respectievelijk 9 miljoen zijn. Hij benadrukt dat niet elk P&C-product continu wordt aangepast aan de actuele begrotingsomvang, omdat deze voortdurend fluctueert. Wel zal bij het volgende moment worden gekeken naar de actuele stand en wordt dit zo nodig aangepast, om te voorkomen dat de bedragen uit de pas lopen. De heer Talpe (PIT) merkt op dat hij het belangrijk vindt dat het college een prioritering aangeeft voor de projecten, omdat de 40 miljoen euro die hiervoor is gereserveerd mogelijk onvoldoende kan blijken. Hij verwijst daarbij naar eerdere projecten, zoals Glanerbrook, waar extra geld nodig was, en benadrukt dat het aannemelijk is dat dit ook bij andere projecten kan gebeuren. Wethouder Tillie geeft hierop aan dat hij op dit moment geen concrete prioritering kan toezeggen, omdat alle projecten belangrijk zijn en doorgaan. Wel belooft hij dat het college terugkomt zodra blijkt dat projecten niet volgens planning verlopen, en dat dit wordt gemonitord via de reguliere rapportages over de grote projecten.
De heer Raven (Stadspartij) geeft aan dat zijn fractie overweegt een amendement in te dienen om het structurele begrotingssaldo voor 2026, dat nu op 3.192.000 euro staat, op nul te stellen. Hij vraagt de wethouder hierop te reageren, zodat hij kan meewegen of het amendement wordt ingediend. Wethouder Tillie geeft aan dat hij daar op dit moment geen reactie op kan geven, omdat hij eerst het amendement moet zien en wil begrijpen wat de Stadspartij precies wil bereiken. De heer Paauwe (Stadspartij) vraagt om een verduidelijking over de houtstook en verwijst naar een enquête op Facebook. Hij merkt op dat niet iedereen op dat platform actief is en wil weten wanneer besluitvorming te verwachten is. Wethouder Tillie antwoordt dat het college dit op korte termijn zal bespreken en verwacht voor het einde van het jaar meer duidelijkheid te kunnen geven over de te nemen maatregelen. Hij benadrukt dat er geen verbod zal komen, de insteek is vooral om bewustwording te creëren en inwoners te vragen rekening met elkaar te houden om overlast door houtstook te beperken. Mevrouw Frenken (VVD) vraagt om nadere toelichting over de stelpost inflatie en mogelijke gelden uit toekomstige circulaires, omdat zij wil weten of het college de begroting kunstmatig sluitend maakt. Daarnaast vraagt zij hoe het college anticipeert op het ravijnjaar in 2028, wanneer het gemeentefonds wordt gekort.
Wethouder Tillie geeft aan dat de begroting niet kunstmatig in evenwicht wordt gebracht. Het bedrag dat overblijft van de stelpost inflatie in 2025 wordt gebruikt om de stelpost voor 2026 te dekken, zoals ingeschat. Daarnaast wordt, zoals vermeld in de raadsinformatiebrief over de septembercirculaire, een extra bedrag toegevoegd aan de stelpost inflatie, zodat de tekorten in 2026 en 2027 worden afgedekt. Ten aanzien van het ravijnjaar 2028 geeft hij aan dat het college rekening houdt met de tekorten in het gemeentefonds, maar dat deze nog opgevangen kunnen worden zonder te hoeven snijden in bijvoorbeeld het sociaal domein. Mevrouw Frenken (VVD) vraagt of het college van plan is deel te nemen aan de sessies over het ravijnjaar die door de VNG en Binnenlandse Zaken worden georganiseerd. Wethouder Tillie antwoordt dat hij inderdaad van plan is deze sessies bij te wonen, hoewel hij de exacte planning niet kent. Daarnaast gaat hij in op de vraag over de hondenbelasting. Hij licht toe dat de hondenbelasting enkele jaren geleden is gehalveerd tot kostendekkendheid, wat betekent dat alleen de kosten die de gemeente maakt voor hondenbezitters hiermee worden gedekt. Het volledig afschaffen van de hondenbelasting is mogelijk, maar dan zouden de kosten worden verlegd naar de algemene belastingen, waardoor iedere inwoner mee zou betalen. Dit is een principiële afweging die de raad kan
8
maken, maar er moet wel een passende dekking voor gevonden worden, wat gevolgen kan hebben voor andere uitgaven. Mevrouw Joosten (VVD) uit haar kritiek op de gang van zaken rond de hondenbelasting. Ze merkt op dat het college telkens nieuwe argumenten aandraagt om afschaffing te voorkomen, terwijl veel andere gemeenten deze belasting al hebben afgeschaft. Ze vraagt waarom het college daar geen duidelijk antwoord op geeft. Wethouder Tillie reageert dat het aan de raad is om hierover te beslissen. Hij benadrukt dat als de raad principieel vindt dat de belasting moet worden afgeschaft, daar een motie voor kan worden ingediend. Wel wijst hij erop dat het wegvallen van deze inkomsten van minstens 350.000 euro per jaar ergens anders gecompenseerd moet worden. De heer Renet (SPA) vraagt of het college deze begroting als beleidsarm kwalificeert, aangezien hij daar geen duidelijk antwoord op heeft ontvangen. Daarnaast uit hij zorgen over het gebruik van kleuren in de tabellen en kengetallen. Hij benadrukt dat de gekozen kleuren, met name rood, voor mensen met slechte ogen of kleurenblindheid slecht te onderscheiden zijn en bovendien niet consistent zijn met voorgaande stukken en landelijke standaarden van de VNG. Hij dringt erop aan dat het college de kleuren aanpast, zodat deze zowel digitaal als bij afdrukken correct en consistent worden weergegeven.
Wethouder Tillie geeft aan dat het college ervoor zal zorgen dat in toekomstige begrotingsstukken de kleuren van de kengetallen consistent worden gebruikt, zodat rood altijd duidelijk een negatief resultaat aangeeft. Daarnaast reageert hij op de vraag of de begroting beleidsarm is en stelt dat dit volgens hem niet het geval is. Hij licht toe dat er met de investering van 40 miljoen euro in diverse projecten al concrete stappen worden gezet en dat er een duidelijke koers wordt uitgezet, mede ondersteund door eerder vastgestelde stukken zoals de omgevingsvisie en de bijbehorende programma’s. Volgens de wethouder is er dus sprake van duidelijk beleid en niet van een beleidsarme begroting. De voorzitter schorst de vergadering voor enkele minuten. Burgemeester Verheijen begint met de vraag over de spreekuren van wijkboa’s in de wijken en geeft aan dat hij de wens begrijpt, omdat dit de zichtbaarheid van boa’s vergroot en misverstanden over hun taken wegneemt. Hij benadrukt echter dat de beschikbaarheid van goed opgeleid en ervaren personeel een belangrijk knelpunt is, en dat geld niet het enige probleem is. Hoewel het werven van personeel geen probleem vormt, ontbreekt vaak de benodigde ervaring om in de huidige samenleving effectief te kunnen optreden, iets wat ook speelt binnen de politieorganisatie.
Over het beleid radicalisering en extremisme merkt de burgemeester op dat het plan medio 2026 naar de raad komt, maar dat er inmiddels wel al actief beleid wordt uitgevoerd conform eerdere afspraken. Met betrekking tot ondermijning onder schoolgaande jeugd verwijst hij naar het programma Preventie met Gezag, waarin al beleid en maatregelen zijn uitgevoerd, zoals het project Veilig In en Om School, gericht op jongeren van zeven tot vijftien jaar. Ten aanzien van verkeersveiligheid en mobiele flitspalen geeft hij aan dat de gemeente deze niet bezit en dat de inzet ervan onder de bevoegdheid van het Openbaar Ministerie valt. Over VDL Nedcar en het chemische complex Chemelot benadrukt hij dat veel berichtgeving in de media niet altijd de volledige waarheid weerspiegelt, en dat het college het geheel wil bekijken in het kader van crisis- en rampenbeheersing. Hij licht toe dat er voorbereidende plannen zijn voor diverse scenario’s en dat inwoners worden aangemoedigd om zelfredzaam te zijn voor de eerste 72 uur, ondersteund door landelijke en lokale campagnes zoals Denk Vooruit en Zuid-Limburg Veilig. Tot slot herhaalt hij dat het werven van boa’s geen probleem is, maar dat jonge, startende medewerkers nog praktijkervaring nodig hebben.
Hierdoor kan de prioritering van inzet in complexe situaties soms beperkt zijn, bijvoorbeeld bij conflicten in wijken of andere spanningsvolle situaties. De heer Klein (Lokaal Sittard-Geleen-Born) vraagt verduidelijking over mobiele flitsapparatuur en of die ook in voertuigen kan worden ingezet. Hij wil weten of de burgemeester het correct heeft begrepen dat de gemeente knelpunten kan aangeven bij het Openbaar Ministerie en of daar mogelijkheden liggen.
9
Burgemeester Verheijen legt uit dat het, ongeacht de vorm van de mobiele flitsapparatuur, volledig onder de bevoegdheid van het Openbaar Ministerie valt. De gemeente beslist dus niet over het gebruik van deze opsporingsmiddelen. Wel kan de gemeente locaties signaleren waar extra aandacht nodig is, bijvoorbeeld op basis van meldingen over snelheidsovertredingen of gevaarlijk rijgedrag. Deze signaleringen worden doorgaans opgevolgd door het Openbaar Ministerie, mits de benodigde apparatuur beschikbaar is, die binnen de eenheid wordt gedeeld en dus niet exclusief door de gemeente kan worden ingezet. De heer Klein (Lokaal Sittard-Geleen-Born) geeft aan dat hij zich nog niet gerustgesteld voelt over de mate van voorbereiding van de gemeente op calamiteiten. Hij noemt voorbeelden zoals vastzittende mensen in liften of uitgevallen verkeerslichten waardoor hulpdiensten worden belemmerd. Hij vraagt of er al grote oefeningen zijn geweest en stelt voor om te onderzoeken of vrijwilligers zich kunnen melden om in noodsituaties mensen te helpen. Volgens hem is het belangrijk om niet alleen inwoners voor te bereiden op 72 uur zelfredzaamheid, maar ook zelf als gemeente goed voorbereid te zijn. Hij vraagt of de burgemeester bereid is om na te denken over een grote oefening in de veiligheidsregio om de mogelijkheden en effectiviteit te toetsen.
Burgemeester Verheijen geeft aan dat er onlangs een grote GRIP 4-oefening in Zuid-Limburg heeft plaatsgevonden en dat dergelijke oefeningen zowel regionaal, lokaal als intern binnen de gemeentelijke organisatie regelmatig plaatsvinden. Deze oefeningen hebben tot doel de weerbaarheid van de organisatie te testen, bijvoorbeeld om te zien of primaire processen bij een langdurige stroomuitval kunnen doorgaan. Maatregelen zoals stroomaggregaten en communicatiesystemen zijn getroffen om de dienstverlening aan inwoners te waarborgen. De burgemeester benadrukt dat inwoners zelf ook verantwoordelijkheid moeten nemen voor hun eerste 72 uur zelfredzaamheid, omdat de gemeente niet op elk specifiek huishouden kan inspelen, bijvoorbeeld bij mensen die afhankelijk zijn van beademingsapparatuur. Het is daarom cruciaal dat inwoners anticiperen en kijken wie hen in hun omgeving kan ondersteunen. De heer Klein (Lokaal Sittard-Geleen-Born) geeft aan dat hij ondanks de recente GRIP 4-oefening niet volledig gerustgesteld is. Hij merkt op dat tijdens een echte ramp situaties kunnen ontstaan, zoals overvolle wegen en paniek, die tijdens oefeningen niet volledig worden gesimuleerd. Daarnaast uit hij zijn zorgen over berichtgeving in de media rondom het VDL Nedcar-terrein, omdat het ontbreken van officiële reacties van de gemeente tot geruchten leidt.
Burgemeester Verheijen reageert dat het lastig is om zinvolle uitspraken te doen over onjuiste berichten in de media. Over de huidige situatie op het VDL Nedcar-terrein geeft hij aan dat op basis van de uitgevoerde verkenningen en de verwachte productiestart in 2026 geen gevaar voor de gemeente wordt gezien. De heer Klein (Lokaal Sittard-Geleen-Born) geeft aan dat hij het belangrijk vindt dat de informatie over het VDL Nedcar-terrein en de veiligheidsrisico’s beter wordt gecommuniceerd. Volgens hem is het huidige beeld nog niet bij alle inwoners bekend, en hij doet een oproep aan de gemeente om daar actief op in te zetten. De heer Paauwe (Stadspartij) geeft aan dat hij geïnteresseerd is in de veiligheid op scholen, naar aanleiding van eerdere vragen over ondermijning. Hij merkt op dat op scholen, zoals de DaCapo, meer politie aanwezig lijkt, maar dat deze in de wijken zelf nauwelijks zichtbaar zijn. Burgemeester Verheijen geeft aan dat het basisteam Westelijke Mijnstreek inmiddels volledig is gevuld, waardoor de politie de slagkracht heeft om wijkagenten structureel in te zetten en ook aandacht te besteden aan scholen. Hierdoor is er nu capaciteit om naast geüniformeerde politie ook jeugdwerkers en jongerenwerkers actief op scholen te laten opereren, met name in het kader van het programma Preventie met Gezag.
10
De heer Renet (SPA) geeft aan dat hij graag de onderliggende stukken wil ontvangen over het beleid tegen ondermijning, zodat hij een volledig beeld krijgt van de maatregelen en kan beoordelen of een amendement nodig is. Burgemeester Verheijen geeft aan dat hij dit verzoek kan honoreren en verwijst daarbij naar de gemeentelijke website, waar het uitvoeringsplan openbaar beschikbaar is en de concrete stappen van het beleid te vinden zijn. Wethouder Geilen geeft aan dat hij niet op alle vragen afzonderlijk kan ingaan, maar kiest ervoor om de belangrijkste thema’s te belichten die tijdens de vergadering zijn besproken. Hij erkent de zorgen over de uitvoeringskracht van de gemeente en legt uit dat prioriteren noodzakelijk is. Uitgebreide beantwoording van alle raadsvragen kost namelijk veel ambtelijke capaciteit, waardoor minder tijd overblijft voor de uitvoering van de inhoud van de begroting. Wat betreft vastgoedverduurzaming en onderhoud benadrukt hij dat er inventarisaties plaatsvinden en dat keuzes over onderhoud of nieuwbouw zorgvuldig worden afgewogen, binnen de beschikbare middelen in de begroting. Ook over het verwerven van panden, zoals Markt 116 in Geleen, licht hij toe dat dit past binnen de centrumaanpak en de toekomstige transformatieplannen.
Extra verhogingen van het beheerniveau in de wijken zijn op dit moment financieel en uitvoerbaar lastig, mede door schaarste op de arbeidsmarkt en beperkte ambtelijke capaciteit. Hij gaat vervolgens in op het groenbeleid en verwijst naar de omgevingsvisie en het volkshuisvestingsprogramma, waarin het belang van groen en leefbaarheid in woonwijken nadrukkelijk is vastgelegd. Ook bespreekt hij moties en vragen over groene energie, en benadrukt dat de inzet van groene stroom en maatschappelijke belangen al in de uitvoering is meegenomen. Voor de aanpak van roeken en andere beschermde vogels wordt het roekenbeschermingsplan gevolgd, met goedkeuring en middelen van de provincie. Over de starterslening geeft hij aan dat deze momenteel volledig benut is en dat een voorstel voor verhoging van het budget volgt zodra de provinciale verordening is vastgesteld. Vragen over parkeertarieven, grafrechten en parkeerplaatsen voor elektrische voertuigen worden meegenomen, maar sommige details moeten nog verder worden uitgewerkt. Inclusie bij speeltoestellen krijgt nadrukkelijke aandacht, met voorbeelden van rolstoeltoegankelijke speelvoorzieningen. Tot slot verwijst hij naar Het Anker en de investeringen van 17 miljoen euro, waarvan de specificaties in het raadsvoorstel van volgende week zijn opgenomen. De heer Paauwe (Stadspartij) wil een waarschuwing meegeven over vastgoedverwerving.
Hij erkent het doel van de aankoop van het pand in het kader van Geleen Revisited en waardeert de strategische insteek, maar hij waarschuwt dat de gemeente niet moet terugvallen in oude patronen waarbij dure panden worden aangekocht zonder dat daar uiteindelijk een nuttige bestemming voor is. Hij verwijst daarbij naar eerdere voorbeelden, zoals het horecastraatje, waar miljoenen zijn uitgegeven zonder dat het uiteindelijk de beoogde functie heeft gekregen. Wethouder Geilen geeft aan dat bij elke aankoop een concreet doel wordt gehanteerd. Hij legt uit dat het horecastraatje in het verleden inderdaad werd aangekocht voor uitbreiding van het stadhuis en de ambtelijke huisvesting, maar dat dit bij latere huisvestingsplannen in 2021 en de aanvullende budgetbesluiten van 2023 al niet meer het uitgangspunt was. Door veranderde kantoorconcepten en minder benodigde ruimte na corona werd besloten om bestaande gebouwen te gebruiken voor ambtelijke huisvesting. Het feit dat het horecastraatje niet meer voor gemeentelijke huisvesting wordt ingezet, was al bekend bij de raad. Wel wordt het pand herbestemd in het kader van de impulsaanpak voor Centrum Geleen, waarbij wordt gewerkt aan een marktconforme transformatie naar woningbouw. Hij benadrukt dat dit proces volop in uitvoering is.
De heer Klaassen (PVV) geeft aan dat hij het belangrijk vindt dat het college in haar antwoorden niet de suggestie wekt dat de raad minder vragen zou moeten stellen vanwege de werkdruk bij ambtenaren. Hij benadrukt dat het stellen van vragen een essentieel onderdeel is van de controlerende taak van de raad en dat dit niet ter discussie mag staan. Inhoudelijk reageert hij op de beantwoording van wethouder Geilen over lopende projecten zoals Centrum Sittard, Centrum Geleen en Geleen Zuid. Hoewel hij tevreden is met het antwoord, merkt hij op dat de genoemde toekomstvisie en omgevingsvisie te abstract
11
zijn. Hij geeft aan dat hij doelt op concrete, gebiedsgerichte beleidsdocumenten, zoals een gebiedsprofiel of gebiedsvisie, en vraagt waarom het college er niet voor kiest om deze aanpak te volgen, zoals veel andere gemeenten doen. Wethouder Geilen geeft aan dat het college wel degelijk kiest voor gebiedsgerichte aanpakken en dat er voor specifieke gebieden, zoals Geleen Zuid, ambitiedocumenten zijn opgesteld. Deze documenten vormen het startpunt om samen met betrokken partijen de ontwikkelingsdoelen voor het gebied vast te stellen en invulling te geven aan projecten. Hij legt uit dat de relatie met de toekomstvisie en omgevingsvisie belangrijk blijft, omdat daarin de ontwikkelpaden zijn benoemd. Voor zowel Sittard Centrum als Geleen Centrum bestaan daarnaast detailbeleid en aanvullende visiedocumenten die ingaan op specifieke ingrepen, zoals de transformatie van aanloopstraten. Hij benadrukt dat het college waar nodig aanvullende programma’s opstelt om kleinschalige interventies effectief programmatisch te organiseren, zodat er meer slagkracht ontstaat. De heer Renet (SPA) benadrukt dat hij het eens is met de opmerking van de heer Klaassen dat de raad zich niet mag beperken in het stellen van vragen. Vervolgens licht hij twee punten toe waarvoor hij graag nog een antwoord van het college wil ontvangen.
Ten eerste wil hij weten hoeveel rekeningen de gemeente ontvangt van verhuurders en wat huurders in totaal betalen wanneer dit afzonderlijk wordt aangevraagd. Ten tweede vraagt hij dat wordt onderzocht hoe andere gemeenten de uitgifte van gehandicaptenparkeerkaarten organiseren, bijvoorbeeld of dit efficiënter kan of dat andere gemeenten hier extra budget voor reserveren. Volgens hem is dit belangrijk om de eigen efficiëntie te verhogen en te leren van andere gemeenten. Wethouder Geilen geeft aan dat de kwestie van gehandicaptenparkeerkaarten onderdeel is van de Wmo en dat het tarief niet kostendekkend is, zoals ook in het rapport Belastingmaatregelen is uitgelegd. Hij licht toe dat de kosten onder andere bestaan uit keuringen, die vroeger door de GGD werden uitgevoerd en nu door een andere partij, en dat de kaart vijf jaar geldig is, waardoor de kosten per jaar moeten worden berekend. Hij benadrukt dat de raad hierover kan amenderen als men het oneens is, maar dat de huidige systematiek is vastgesteld door de raad zelf. Ten aanzien van de vraag over de verhuurders legt hij uit dat eigenaren van gebouwen al de rioolheffing betalen. In deze gemeente wordt geen aparte gebruikersheffing gehanteerd, wat sommige andere gemeenten wel doen, om het systeem eenvoudig te houden en huurders niet extra te belasten.
De kosten zijn verdisconteerd in de aanvangshuurprijs, maar verhuurders mogen deze niet volledig doorberekenen boven de maximale huurprijsstijging. Hij maakt duidelijk dat de splitsing van kosten gaat tussen eigenaren en gebruikers, niet tussen huurders en verhuurders. Mevrouw Joosten (VVD) merkt op dat het startersfonds een revolverend karakter heeft, omdat het geld als lening aan derden wordt uitgegeven en dus weer terugkomt, en dat dit zich niet beperkt tot één boekjaar. Ze begrijpt daarom niet hoe het fonds op kan zijn en vraagt aan de wethouder om toe te lichten hoe dit mogelijk is. Wethouder Geilen geeft aan dat het startersfonds inderdaad revolverend is, maar dat terugbetaling van de leningen pas na enkele jaren begint, doorgaans na twee à drie jaar. Pas vanaf dat moment komen maandelijkse bedragen terug in het fonds, zodat het opnieuw kan worden uitgeleend. Omdat deze terugbetalingen nog niet volledig zijn begonnen, is het beschikbare bedrag momenteel tijdelijk op. Eventuele kleine terugbetalingen dragen nog nauwelijks bij, waardoor er eerst moet worden opgespaard voordat het fonds weer volledig kan worden ingezet. Mevrouw Frenken (VVD) geeft aan dat zij het positieve antwoord van de wethouder op de vraag over inclusieve speeltoestellen waardeert. Ze licht vervolgens toe wat onder vrouwvriendelijke parkeerplekken wordt verstaan.
Deze parkeerplaatsen zijn niet groter, maar bevinden zich op goed verlichte plekken, dicht bij ingangen en in de buurt van camera’s en betaalautomaten, zodat vrouwen zich veiliger voelen, vooral in de donkere maanden. Ze wijst erop dat dit concept al sinds de beginjaren 2000 in Duitsland, Oostenrijk en Zwitserland wordt toegepast en dat het daar heeft bijgedragen aan het veiligheidsgevoel.
12
Wethouder Geilen benadrukt dat ook andere groepen zich soms onveilig voelen op slecht verlichte plekken, en dat basisveiligheid overal gewaarborgd moet zijn. In de parkeergarages zijn analyses uitgevoerd om verbeteringen door te voeren, en bij maaiveld parkeren worden deze verbeteringen eveneens meegenomen. Recent is bijvoorbeeld bij de parkeerplaats achter de Jumbo de verlichting aanzienlijk verbeterd om de veiligheidsbeleving voor alle gebruikers te vergroten. De heer Klein (Lokaal Sittard-Geleen-Born) zegt dat er al meerdere keren is vastgesteld dat er grote personeelstekorten zijn in verschillende sectoren. Hij merkt op dat eerder is gesuggereerd dat dit mogelijk ook te maken heeft met een imagoprobleem, maar dat het college hier nooit inhoudelijk op heeft gereageerd. Hij vraagt de wethouder daarom om zijn visie hierop. Wethouder Geilen antwoordt dat hij de vraag begrijpt als betrekking hebbend op het imago van SittardGeleen als werkgever. Hij geeft aan dit onderwerp graag door te spelen naar de portefeuillehouder van P&O, die hierop zal terugkomen. De heer Klein (Lokaal Sittard-Geleen-Born) geeft aan dat hij eerder een motie heeft ingediend over contante betalingen bij bepaalde voorzieningen en vraagt zich af waarom dit bij een recent project van een commerciële partij niet is meegenomen, terwijl de raad eerder heeft aangegeven dat dit wenselijk is.
Wethouder Geilen geeft aan dat de motie inderdaad is aangenomen en dat deze betrekking had op evenementen, gemeentelijke loketten en parkeerplaatsen, waar zowel contant als digitaal betaald moest kunnen worden. Bij de afhandeling van de motie is een informatiebrief aan de raad gestuurd waarin is toegelicht hoe hiermee rekening is gehouden. Hij geeft aan dat de motie niet is opgevat als een specifieke eis in het programma van eisen voor de exploitatie van Glanerbrook, waardoor dit daar niet expliciet is meegenomen. De heer Klein (Lokaal Sittard-Geleen-Born) geeft aan dat de motie verder ging dan alleen evenementen en ook betrekking had op instellingen die gemeentelijke subsidies ontvangen, zoals de bibliotheek en het zwembad. Hij betreurt dat de in de motie opgenomen eisen bij de aanbesteding van commerciële exploitatie niet zijn meegenomen en dat daar nu geen aanpassing meer mogelijk lijkt. Wethouder Geilen antwoordt dat hij de motie voor zich heeft en bevestigt dat deze ook eisen betreft bij het verstrekken van gemeentelijke subsidies. Bij een commerciële aanbesteding gaat het echter niet om gemeentelijke subsidies, waardoor die specifieke eisen daar niet automatisch van toepassing zijn. Hij begrijpt echter de insteek van de heer Klein en geeft aan dat hij zal bekijken of er nog mogelijkheden zijn om dit bij andere programma’s mee te nemen.
Wethouder Houtakkers geeft een toelichting op verschillende onderwerpen. Ten aanzien van sport benadrukt hij dat de reservering van 100.000 euro bedoeld is als overbrugging voor topsportverenigingen zoals Hellas-Glana en Lions, en niet om één partij volledig te financieren. Hij licht toe dat er beleidsplannen worden gevraagd om in de toekomst topsport beter te ondersteunen en dat er gesprekken lopen met verenigingen over bundeling van krachten in wijken, begeleid door procesbegeleiders. Ook verwijst hij naar eerdere communicatie over de Sportcentrumlaan en de stapsgewijze ontwikkeling daarvan, evenals naar de ondersteuning van gemeenschapshuizen waar de gemeente financiële middelen beschikbaar stelt om ontmoetingsfuncties te behouden. Met betrekking tot cultuur en theater legt hij uit dat het voorbereidingskrediet van 250.000 euro bedoeld is voor locaties zoals Ligne en het voormalig museum, om theaterinitiatieven in 2028 mogelijk te maken. Hij benadrukt de noodzaak van deskundigheid bij theaterbouw en de kosten die daarmee gepaard gaan. Voor armoedebestrijding geeft hij aan dat het aantal inwoners dat gebruikmaakt van de individuele inkomenstoeslag achterblijft, mede door onbekendheid, en dat wetswijzigingen in de Participatiewet straks proactieve toekenning mogelijk maken.
Over het imago van de gemeente als werkgever stelt hij dat er geen sprake is van een imagoprobleem, de instroom van nieuwe medewerkers is groot, er is begeleiding binnen de organisatie en vertrekkende medewerkers worden geïnventariseerd om eventuele verbeterpunten te identificeren.
13
Tot slot gaat hij in op gasloze woonwagens bij kleine kampjes waarbij hij zegt dat de corporatie die de woonwagens koopt aangeeft dat ze gasvrij moeten zijn. Over samenwerking met Duitse en Belgische theaters geeft hij aan dat er wel aandacht is, maar praktische belemmeringen bestaan. De heer Klein (Lokaal Sittard-Geleen-Born) geeft aan dat het eerdere antwoord van de wethouder over gasloos bouwen op woonwagenlocaties niet volledig overeenkomt met de praktijk. Hij verwijst naar voorbeelden uit andere gemeenten, zoals Alphen aan de Rijn, waar uitzonderingen mogelijk zijn. Hij benadrukt dat het hem vooral gaat om volledige informatie en benutting van alle mogelijkheden, en vraagt de wethouder of er een uitzondering kan worden gemaakt op de BENG-eisen bij bestaande kampjes. Wethouder Houtakkers antwoordt dat er weliswaar ruimte is om een uitzondering te maken op de BENGeisen voor bestaande woonwagenkampjes, maar dat hij op dit moment geen toezegging kan doen over het daadwerkelijk benutten van die ruimte. Hij verwijst naar het voorbeeld van Alphen aan de Rijn, waar gasloos bouwen als uitgangspunt geldt, maar ook nuances mogelijk zijn. Hij stelt voor hier op een ander moment verder over door te praten. De heer Kubben (GroenLinks/PvdA) geeft aan dat er nog onduidelijkheid bestaat over de besteding van de 100.000 euro voor topsport.
Hij vindt dat het oncontroleerbaar is voor de raad waar het geld concreet voor wordt gebruikt, in tegenstelling tot bijvoorbeeld een exploitatie van doelgroepzwemmen, waar een toetsbare businesscase wordt ingediend. Wethouder Houtakkers legt uit dat het bedrag bedoeld is als overbruggingsfonds voor topsportverenigingen die onverwachte tekorten ervaren, bijvoorbeeld door een gebrek aan sponsoring of onvoorziene kosten zoals salarissen of reiskosten. Hij benadrukt dat het geld flexibel moet zijn om in te kunnen grijpen wanneer nodig, zodat verenigingen niet in de problemen komen en de continuïteit van de topsport gewaarborgd blijft. Het bedrag is dus bedoeld om snel te kunnen handelen in situaties waarin beleidsplannen en inkomsten niet toereikend blijken. De heer Kubben (GroenLinks/PvdA) merkt op dat de 100.000 euro voor topsport slechts een beperkte bijdrage lijkt en dat bij de invoering van een volledig beleidsplan waarschijnlijk nog grotere financiële uitdagingen zullen volgen. Wethouder Houtakkers verduidelijkt dat de 100.000 euro vooral bedoeld is als tijdelijke overbrugging om acute tekorten of problemen bij topsportverenigingen op te vangen. Hij legt uit dat het bedrag flexibel kan worden ingezet en dat, zodra het structurele topsportbeleid volgend jaar in de raad wordt behandeld, een uitgebreider debat mogelijk is over eventuele aanvullende middelen.
Het huidige bedrag is dus geen volledige oplossing, maar een instrument om direct in te kunnen grijpen waar nodig. De heer Talpe (PIT) vraagt naar de herkomst en onderbouwing van het bedrag van 100.000 euro voor topsport. Wethouder Houtakkers licht toe dat het bedrag tot stand is gekomen door eerdere bijdragen of kwijtscheldingen van ongeveer 20.000 euro per topsportvereniging. Omdat er vijf verenigingen in aanmerking komen, komt het totaalbedrag op 100.000 euro. Mevrouw Frenken (VVD) vraagt naar de doorlooptijden van personeel en of gegevens over hoe lang medewerkers gemiddeld bij Sittard-Geleen werken worden geanalyseerd om het behoud van werknemers te verbeteren. Wethouder Houtakkers geeft aan dat bij vertrek van personeel altijd wordt gekeken naar het overstap- of vertrekmotief. Deze analyses worden gebruikt om te leren en verbeteringen door te voeren, zodat het verloop beter kan worden beheerd. De heer Paauwe (Stadspartij) geeft aan het oneens te zijn met de persoonlijke opmerking van de wethouder over BVO Fortuna Sittard. Hij benadrukt dat Fortuna Sittard geen verzoek indient omdat de
14
huidige subsidieregels expliciet een BVO uitsluiten. Hij vraagt waarom deze regel in de toekomst niet kan worden aangepast, aangezien Fortuna Sittard onderdeel is van de topsport in de gemeente. De voorzitter geeft aan dat dit een nieuwe vraag is die nu niet behandeld wordt. Wethouder Salvino-Meijer geeft aan dat het programma Bedrijventerreinen onder de omgevingsvisie valt en dat hierover zeker teruggekoppeld zal worden naar de raad. Ze licht de prognoses voor hotelovernachtingen toe: na 175.000 in 2024 en 200.000 in 2025 wordt in 2026 195.000 verwacht, omdat men zo actueel mogelijk wil begroten. Over VDL meldt ze dat het exacte aantal banen nog onbekend is, maar dat men streeft naar zoveel mogelijk lokale werkgelegenheid, binnen de kaders van de werkgever. Er komt een raadsinformatiebrief over VDL. Ze geeft aan dat de begroting voor economie 2 procent van het totaal omvat en dat een overzicht van de middelen beschikbaar gesteld kan worden. Het Integraal Kindcentrum bevindt zich nog in de ontwerpfase, met streefdatum voor realisatie aan het begin van schooljaar 2027-2028. Wat Chemelot betreft, geeft ze aan dat er veel druk en lobby plaatsvindt vanuit provincie en bedrijven. Er is een themasessie gepland op 20 november. Ze benadrukt het belang van samenwerking met externe partijen en het volgen van de ontwikkelingen.