CConstaterende datSittard-Geleen
Koppel je AI →
Document · PDF

Notulen Ronde Raadzaal 22 mei 2025

Raad 5 juni 2025, gemeente Sittard-GeleenBij agendapunt: Vaststellen van de notulen13.127 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Notulen van de Ronde in Raadszaal op donderdag 22 mei 2025 Tijdstip:

19.00-23.34 uur

1.1 1e rapportage 2025 en kaderbrief 2025 (Buhler) 19:00-22.33 1.1.1 1ste rapportage 2025 (Buhler) 1.1.2 Kaderbrief 2025 (Buhler) Aanwezig de voorzitter: de griffier:

B. Bonten A. Lamers

de leden GOB: CDA: Stadspartij: GroenLinks/PvdA: D66: VVD: PVV: SPA: Lokaal Sittard-Geleen-Born: Burger Centraal PIT:

M.W.C. Claessens, N.F.J. Wetzels G.J.M.C. Essing-Demandt W.P.H. Paauwe M.J.M. De Loo, P.H.J. Kubben P.R. Pi Van de Venne J.M.H. Joosten, H. Harzi P.W.M. Winteraeken-Bruls, J.J. Renet E.V.P. Talpe, M.G.H. Habets

het college:

Burgemeester Verheijen, wethouder Geilen, wethouder Bühler, wethouder Salvino-Meijer, wethouder Houtakkers, wethouder Tillie

ambtelijke ondersteuning:

De heer De Bruijn

notulen:

I. van Mourik (Notuleerservice Nederland)

De voorzitter opent de vergadering en heet iedereen welkom. Hij geeft aan dat de behandeling volgens het principe van schuivende panelen plaats zal vinden. Er zijn geen afmeldingen ontvangen. Hij geeft aan dat technische vragen vooraf zijn gesteld en beantwoord, zodat het debat vanavond kan gaan over de politieke inhoud. De bespreking start met de eerste rapportage en de kaderbrief 2025, die gezamenlijk worden behandeld. Per fractie mogen, indien mogelijk, twee personen deelnemen aan het debat. De raad wordt voorgesteld in te stemmen met de bijgestelde begroting en meerjarenraming, zoals opgenomen in de eerste rapportage. Daarnaast vraagt het college instemming met de kaderbrief, gericht op een sluitende begroting en structureel evenwicht en verdere ontwikkeling van een opgavegerichte begroting. Eerste termijn De heer Wetzels (GOB) zal zich richten op de eerste rapportage. Hij complimenteert het college met de verbeterde leesbaarheid van de rapportage, mede dankzij de onderverdeling per subprogramma. Wel

1

wijst hij op het negatieve begrotingssaldo van 1,5 miljoen euro en vraagt om opheldering over het verschil tussen het inzetten van de resultaatbestemming uit 2024 en het doorschuiven naar de tweede rapportage. Wat betreft het herstelplan van de Domijnen spreekt hij zijn zorg uit over de voortgang en vraagt hij het college om de raad actief te blijven informeren over de financiële ontwikkeling. In het sociaal domein uit hij zorgen over het groeiend aantal thuiszitters en vraagt hij wat er lokaal gedaan wordt om alternatieve onderwijsvormen te stimuleren. Ook benoemt hij de aanhoudende druk op het jeugdzorgbudget, de verzilvering en maatwerk. Hij complimenteert het college met de aankoop van sportcomplex Het Anker maar dringt aan op voortgang, zodat er na de zomer een voorstel ligt. Positief is hij over de snelle uitvoering van de motie over de Schwienswei. Met betrekking tot de natuurcompensatie voor VDL Nedcar vraagt hij naar de jaarlijkse onderhoudskosten, die volgens hem niet benoemd worden. Verder uit hij zorgen over het ontbreken van btw-kosten in eerdere kredieten, onder andere bij de sporthal en vraagt of alle investeringsprojecten nu volledig zijn doorgelicht. Tot slot vraagt hij aandacht voor de toekomstplannen van de recent aangekochte Loonhal.

Hij wijst op het belang van regie en invulling om langdurige leegstand te voorkomen, zoals eerder gebeurde bij andere gemeentelijke vastgoedprojecten. De heer Claessens (GOB) benadrukt het belang van een structureel en reëel sluitende begroting met als doel een langdurig gezonde financiële positie voor de gemeente. Hij wijst op enkele positieve signalen uit de voorjaarsnota van het Rijk, zoals extra middelen voor jeugdzorg en het gemeentefonds maar plaatst daarbij de kanttekening dat de structurele financiering vanaf 2028 achterblijft. Duidelijkheid wordt pas bij de meicirculaire verwacht. Hij onderstreept, in lijn met de VNG, het belang van financiële stabiliteit om te kunnen blijven investeren in maatschappelijke opgaven. Hij wijst op spanningen door autonome ontwikkelingen en organisatorische veranderingen. Hoewel er incidentele middelen beschikbaar zijn, is structurele dekking een aandachtspunt. De kaderbrief bevat volgens hem geen nieuw beleid maar wel zorgwekkende signalen, zoals het uitblijven van extra rijksmiddelen voor onder andere jeugdzorg en de aangekondigde kortingen bij overheveling van SPUK’s. Ook wijst hij op het lagere aandeel in de BUIG-middelen en stijgende kosten in het sociaal domein, die volgens het CBS al met 11,2 procent zijn gestegen. De kaderbrief noemt opties om financiële ruimte te creëren, waarbij keuzes waarschijnlijk onvermijdelijk zijn.

De GOB-fractie ondersteunt de inzet op een opgavegerichte begroting maar is benieuwd naar de praktische uitwerking daarvan. Hij sluit af met de oproep om, ondanks de zorgen, vast te houden aan het streven naar een gezonde begroting zonder de samenleving uit het oog te verliezen. Mevrouw Essing-Demandt (CDA) begint met haar waardering voor de ambtelijke organisatie, die veel werk verzet bij het beantwoorden van technische vragen. Hoewel het begrotingssaldo van de gemeente momenteel 1,5 miljoen euro negatief is, benadrukt ze dat het structurele begrotingsevenwicht behouden blijft. Het positieve resultaat van bijna 13 miljoen euro stemt haar fractie hoopvol dat de gemeente onder repressief toezicht blijft. Ze ziet dat belangrijke projecten zoals Glanerbrook en onderwijshuisvesting goed vorderen. Deze dragen zichtbaar bij aan beter onderwijs, fijne leer- en werkplekken en sportparticipatie. Toch maakt zij zich zorgen over financiële onzekerheden, zoals de risico’s bij Glanerbrook en vraagt zij het college om duidelijkheid over mogelijke bezuinigingen. Ook de kosten in het sociaal domein blijven stijgen, met name op het gebied van Wmo en jeugdzorg. Ze vraagt of het college maandelijks dashboards inzet om deze uitgaven beter te monitoren. Daarnaast komt het thema zorgfraude aan bod.

Naar aanleiding van landelijke berichten vraagt zij hoe groot het probleem in de eigen gemeente is en welke maatregelen het college neemt om dit aan te pakken. Wonen blijft voor haar fractie een belangrijk thema. Demografische verschuivingen, stijgende bouw- en grondkosten en een verouderde woningvoorraad zorgen voor een mismatch tussen vraag en aanbod. Positief vindt ze dat de gemeente 10 miljoen euro ontvangt voor woningisolatie en dat het Volkshuisvestingsfonds investeringen in kwetsbare wijken mogelijk maakt. Toch is nog niet alle cofinanciering geregeld en ze vraagt het college of de ontbrekende middelen inmiddels zijn gevonden. Ze

2

benadrukt ook de noodzaak van een samenhangend volkshuisvestingsprogramma, inclusief dorpenvisies voor Guttecoven en Einighausen. Veiligheid komt kort aan bod in verband met mogelijke toekomstige kosten door geopolitieke spanningen. Daarnaast wijst ze op fouten met BTW-berekeningen bij projecten als de Stadssporthal en het Tom Dumoulin Bikepark. Ze prijst de gemeente voor de maatregelen die zijn genomen om herhaling te voorkomen. Samenvattend ziet ze dat er hard wordt gewerkt en inhoudelijke vooruitgang wordt geboekt maar ook dat de financiële ruimte broos blijft. Ze roept het college op om zich optimaal voor te bereiden op een onzekere financiële toekomst, zodat de gemeente niet in een ravijn belandt. In haar bijdrage over de kaderbrief wijst ze op zowel positieve als zorgelijke punten. Hoewel het Rijk tot en met 2027 extra middelen beschikbaar stelt, blijven de kosten in het sociaal domein stijgen en wordt bezuinigen op jeugdzorg onvermijdelijk. Ze benadrukt dat het ravijnjaar slechts is uitgesteld en vraagt het college of het al scenario’s voorbereidt voor na 2027. Ze refereert aan zorgwekkende cijfers van de VNG, 70.000 kinderen zitten thuis zonder onderwijs en 1 op de 7 jongeren ontvangt jeugdhulp. De versnippering van hulp en het gebrek aan structureel geld maken het moeilijk jongeren echt centraal te stellen.

Ze vraagt het college om financiële winstkansen in het sociaal domein alvast in beeld te brengen. Verder uit ze zorgen over de veiligheid op de markt in Sittard en de economische effecten van het verdwijnen van duizenden banen bij VDL Nedcar. Ze vraagt of het college vooruitlopend op toekomstige tekorten al structureel geld reserveert. Tot slot benoemt ze dat lastenverlichting, zoals de halvering van de hondenbelasting en gedeeltelijke terugdraaiing van ozb-verhogingen, ergens van betaald moet worden. Ze stelt voor om de steun aan ondernemers te evalueren als alternatief voor algemene verlagingen van de ozb-tarieven. Wat betreft de post robuuste begroting roept ze het college op om daar voorzichtig mee om te gaan en deze post jaarlijks te heroverwegen. Samengevat noemt ze de kaderbrief degelijk maar benadrukt ze dat de echte financiële test pas na 2027 komt. Ze pleit ervoor om nu al keuzes voor te bereiden om de gemeentelijke financiën gezond te houden en onverwachte lasten voor inwoners te voorkomen. De heer Kubben (GroenLinks/PvdA) benadrukt dat het terugblikken op eerdere rapportages essentieel is om grip te krijgen op het grotere geheel. Dit jaar past het college de begroting aan met 3,2 miljoen euro en stelt het 17 miljoen euro aan kredieten beschikbaar, wat betekent dat er extra geleend moet worden en later rente en aflossing betaald moeten worden.

Vergeleken met voorgaande jaren is dit een flinke stijging en de grootste bijstelling van deze bestuursperiode. Hij complimenteert het college ermee dat de begroting ondanks deze grote aanpassingen structureel sluitend blijft, mede dankzij een goede lobby richting het Rijk. Ook stelt hij dat de rapportages transparanter en duidelijker zijn geworden ten opzichte van 2022, wat een positieve ontwikkeling is. Inhoudelijk steunt zijn fractie diverse posten, zoals extra geld voor onderhoud, de vierde fase van het warmtenet en middelen voor het herstelplan voor De Domijnen. Hij vraagt echter waarom extra middelen voor het herstelplan in 2026 en 2027 nog niet zijn opgenomen, terwijl die al bekend zijn. Hierover overweegt hij een amendement in te dienen. Verder uit hij zorgen over de financiële druk in de Wmo en jeugdzorg. Hij wijst op het ingewikkelde samenspel tussen gemeente en Rijk, waarbij soms geprobeerd wordt zorgkosten naar elkaar toe te schuiven. GroenLinks/PvdA waakt ervoor dat inwoners niet de dupe worden van deze systeemdiscussies. Over jeugdzorg benadrukt hij dat het een complexe en dure taak is die volgens hem niet goed bij de gemeente past en pleit hij voor structurele oplossingen via het Rijk.

Over het festival Groove Garden is hij kritisch, hij waardeert het plezier van bezoekers maar vindt de locatie te dicht bij de natuur en mist actuele verkenningen van alternatieve locaties. Hij wil daarom op tijd in gesprek over mogelijke verplaatsing voor de editie van 2026. Tot slot gaat hij in op het dossier Glanerbrook, waar de kosten van 48 miljoen euro in 2020 zijn gestegen naar 80 miljoen euro in 2022. Hoewel het sportcomplex prachtig wordt, vindt hij dat de gemeente als hoofdfinancier zich moet afvragen hoeveel een regionale voorziening de inwoners mag kosten. Hij wil meer duidelijkheid over de extra kosten en vraagt of deze echt volledig door inflatie worden veroorzaakt of dat er ook andere redenen zijn.

3

Samenvattend zegt hij dat GroenLinks/PvdA de begrotingsaanpassingen grotendeels kan volgen maar vraagt om duidelijkheid over het herstelplan, de locatie van Groove Garden en de financiën rondom Glanerbrook. Ook bereidt zijn fractie mogelijk een amendement en moties voor. Over de kaderbrief merkt hij op dat deze lichter is dan voorgaande jaren, wat logisch is in deze fase van de bestuursperiode. Hij juicht de stappen in presentatie en transparantie toe en vraagt het college waarom het nodig is om nieuwe opties voor financiële structurele ruimte te onderzoeken. Hij waarschuwt dat dit de macht naar het college schuift en dat de raad minder grip kan houden op de begroting. Hij wil hierover graag een nadere toelichting en debat in een volgende termijn. De heer Paauwe (Stadspartij) maakt zich zorgen over de oplopende kosten van onder andere Glanerbrook. Hij vraagt zich af hoe lang deze steeds hogere bedragen nog uitgelegd kunnen worden aan de inwoners. De partij ziet ook de voorfinanciering van bijna 4 miljoen euro in de exploitatie als een punt van zorg en sluit zich daarom aan bij de motie van PIT hierover. Hij vraagt daarnaast naar de status van een mogelijke nieuwe exploitant, omdat daar weinig informatie over komt. Verder is de partij blij met de aankoop van de Loonhal bij het Mauritspark en ziet ze werkzaamheden rondom dat park.

Wel stelt hij kritische vragen over het extra budget voor de bestrijding van de Aziatische duizendknoop zoals of dat niet goedkoper kon. Ook vraagt de Stadspartij om toelichting bij een post van 86.000 euro in de Wmo en pleit zij voor het gebruik van digitale post via MijnOverheid, met begeleiding voor wie dat nodig heeft. Het herstelplan in verschillende Domijnen is een langlopend dossier waar de Stadspartij zich zorgen over maakt, vooral financieel. Er wordt gevreesd voor tekorten in de komende jaren en de heer Paauwe vraagt om een toelichting van de portefeuillehouder hierover. De nieuwbouw van de Anker Buchten volgt hij met belangstelling vanwege de nog onduidelijke financiële impact. Ook is er aandacht voor de verbouwing van de Stadssporthal in Sittard. De partij vraagt of de recente stopzetting van tophandbal door Lions invloed heeft op de bouwwerkzaamheden. Hij benadrukt dat er voortaan beter van tevoren gekeken moet worden naar fiscale aspecten zoals btw, zodat dit geen onaangename verrassingen oplevert voor inwoners en ondernemers. De Stadspartij prijst de vele evenementen in de gemeente, zoals Carnaval, Mama's Pride en het Oktoberfeest en ziet daarin een positieve bijdrage aan de bekendheid van de stad.

Wel vraagt hij opnieuw aandacht voor Groove Garden, met de oproep om snel duidelijkheid te geven over de organisatie en mogelijke verplaatsing van dit evenement in 2026, omdat het behoud ervan belangrijk wordt geacht. De heer Paauwe maakt zich ook zorgen over de druk op onderwijs en gemeente, vooral in verband met jonge asielzoekers in de regio. De beantwoording van recente artikel-43-vragen hierover wordt met spanning afgewacht. Op het gebied van woningbouw benadrukt de Stadspartij de noodzaak voor meer betaalbare woningen, ook in dorpen en wijken. Het college wordt opgeroepen hier snel werk van te maken. Daarnaast vraagt de partij aandacht voor de sociale impact van het stoppen van VDL. Er wordt gevraagd welke acties het college onderneemt om de nog 315 werklozen aan een baan te helpen, met de nadruk dat vooral jongeren kansen moeten krijgen, niet mensen die bijna met pensioen gaan. Tot slot wijst hij op een verkeersveiligheidsprobleem rond de markt in Sittard, waar fietsers en voetgangers elkaar in gevaar brengen. De Stadspartij wil dat het gebied fietsvrij wordt gemaakt om ongelukken te voorkomen. Hij vindt het voorstel van het college om fietsers te laten omrijden onrealistisch en niet in balans met de veiligheid. De heer Pi Van de Venne (D66) zegt dat zijn fractie positief is over de kaderbrief en de eerste programmarapportage.

Hij maakt een kritische kanttekening bij de keuzes rondom het gemeentelijk zwemwater op drie locaties, een onderwerp dat al eerder door andere fracties is besproken. D66 blijft bij haar eerdere kritiek maar herhaalt die niet. Verder waardeert D66 de financiële stukken en ziet ze mooie tussentijdse ontwikkelingen, zoals de aankoop van de Loonhal bij de voormalige Staatsmijn Maurits, de verstrekking van middelen voor de lokale Green Deal en de voortgang bij het verbeteren van het Fort Sanderbout. De fractie complimenteert de portefeuillehouder en het college met het behouden van een robuuste financiële positie, ondanks de vele onzekerheden waar de gemeente mee te maken heeft. Hij stelt nog enkele vragen over de uitvoering van aangenomen moties. Hij vraagt of de memo over het vuurwerkverbod, die naar de Veiligheidsregio Zuid-Limburg is gestuurd, ook met de raad gedeeld kan

4

worden. Daarnaast wil D66 weten waarom de motie Urban Greening, oorspronkelijk gepland voor 2024, is uitgesteld naar 2025. Tot slot benoemt hij een actualiteit, in Maastricht wordt het station Randwyck hernoemd naar Maastricht Brightlands om de internationale positie van de campus te versterken. Omdat Sittard-Geleen ook een Brightlands-campus op Chemelot heeft, stelt D66 voor om station GeleenLutterade te hernoemen naar station Chemelot-Campus. Dit zou de verbinding tussen de campus en het centrum versterken. D66 vraagt het college of het bekend is met een eerder onderzoek uit 2011 naar deze naamswijziging en hoe het tegenover zo’n verandering staat. De heer Renet (SPA) steunt de opmerkingen van de heer Kubben over het oprekken van gemeentelijke bevoegdheden en richt zich als eerste op het carnaval. Volgens hem leidt de nieuwe organisatievorm, waarbij carnavalsvereniging De Marotte sinds 2024 zelfstandig afspraken maakt met de horeca, tot een scheve verdeling van middelen. De horecabijdrage gaat volledig naar het Kanon en niet langer naar het scholierencarnaval, dat hierdoor financieel wordt benadeeld. Hij waarschuwt dat de gemeente alsnog opdraait voor de kosten bij tekorten. Hij vindt het bovendien onacceptabel dat De Marotte meer subsidie ontvangt dan andere verenigingen en wil dat de gemaakte afspraken vanaf 2026 niet worden voortgezet.

Verder stelt hij kritische vragen over de exploitatie van Glanerbrook, waar onverwacht hoge extra kosten zijn ontstaan ondanks eerdere risico-inschattingen. Hij vraagt zich af of die risico’s niet structureel worden onderschat en welke gevolgen de gewijzigde inzichten over zwembaden Het Anker en Hateboer hebben op de exploitatieprognoses van Glanerbrook. De heer Renet kaart ook de hoge lokale lasten aan. Het college laat volgens hem het eerder vastgestelde beleid los, waarin de woonlasten in lijn moesten zijn met het gemiddelde van de vier grote Limburgse gemeenten. Door jaarlijkse indexatie blijven de lasten stijgen, wat nadelig uitpakt voor inwoners. Hij benadrukt dat het college verantwoordelijk is voor het aandragen van alternatieven en hekelt het feit dat hoge inkomens profiteren terwijl lage inkomens nauwelijks worden gecompenseerd. Daarnaast uit hij teleurstelling over het gebrek aan voortgang in verduurzaming. Hij verwijst naar een rijksbijdrage van 10 miljoen euro voor woningisolatie en vraagt zich af waarom de gemeente al niet veel eerder met lokale middelen aan de slag is gegaan. SPA had daarvoor al eerder voorstellen gedaan, onder andere met terugbetaalbare leningen. Tot slot wijst hij op tegenstrijdigheden in de kadernota.

Op pagina 3 staat dat er geen nieuw beleid is, terwijl op latere pagina’s wel degelijk beleidswijzigingen worden voorgesteld, zoals het loslaten van het woonlastenkader. Hij vraagt zich af hoeveel van dit soort wijzigingen nog verstopt zitten in de stukken. Ook pleit hij opnieuw voor meer transparantie in de begroting per stadsdeel of wijk, wat volgens hem technisch prima mogelijk is en zou bijdragen aan de eenwording binnen de gemeente. Hij sluit af met de oproep deze punten mee te nemen in de komende begrotingsbehandeling. Mevrouw Joosten (VVD) spreekt haar zorgen uit over de financiële koers van de gemeente naar aanleiding van de eerste programmarapportage 2025 en de kaderbrief. Waar bij het opstellen van de begroting nog werd gerekend op een positief resultaat, is inmiddels sprake van een fors tekort, zelfs een verdubbeling ten opzichte van eerdere verwachtingen. De VVD vraagt zich af hoe dit heeft kunnen gebeuren en wil vooral weten hoe herhaling in de toekomst wordt voorkomen. Vooral bij projecten zoals Glanerbrook, waar kosten uit de hand lopen, heeft de VVD al eerder gewaarschuwd. De partij maakt zich ook zorgen over het sociaal domein. De kosten stijgen al jaren, terwijl hervormingen nauwelijks zichtbaar resultaat opleveren. Met het ravijnjaar 2026 in aantocht dringt de VVD aan op concrete maatregelen, duidelijke keuzes en een realistische planning.

Ze wil niet langer alleen intenties horen maar daadwerkelijke aanpak. Daarnaast vraagt ze hoe het college de structurele tekorten denkt terug te dringen en of het inmiddels voldoende grip heeft op grote projecten. Ze benadrukt dat het Rijk zich steeds verder terugtrekt uit de gemeentelijke financiering en dat de gemeente hierop onvoldoende lijkt te anticiperen. De VVD wil dat het college nu echt met scenario’s komt, zoals eerder verzocht. De partij maakt ook duidelijke keuzes voor de toekomst. Ze pleit voor het afschaffen van de hondenbelasting. Dat is volgens mevrouw Joosten niet alleen een belofte uit meerdere verkiezingsprogramma’s maar ook een kwestie van geloofwaardigheid. De kosten moeten volgens haar binnen de begroting op te vangen zijn. Ten tweede wil de VVD vaart maken met het dierenwelzijnsbeleid, een coalitiedoelstelling die tot nu toe niet is uitgevoerd. De VVD werkt daarom zelf aan een voorstel en vraagt hiervoor een beperkt bedrag van 17.000 euro.

5

Ten derde pleit de VVD voor een gerichte verlaging van de ozb, vooral voor ondernemers. Zij worden nu geconfronteerd met torenhoge lokale lasten, terwijl ze de motor vormen van de lokale economie. Ze benadrukt dat de ozb-tarieven in de gemeente tot de hoogste van Nederland behoren, wat volgens haar niet langer houdbaar is. Ze roept het college op om snel duidelijk te maken hoe en wanneer deze lasten omlaag kunnen. Tot slot benadrukt ze dat het tijd is voor politieke moed. Nu het financieel moeilijk is, moeten eerlijke en toekomstgerichte keuzes worden gemaakt. De VVD kiest voor lastenverlichting, steun aan ondernemers en een realistische aanpak van investeringen. De heer Talpe (PIT) uit namens zijn fractie zorgen over meerdere financiële en beleidsmatige aspecten in de kaderbrief en programmarapportage. Een belangrijk punt van zorg is de omgang met btw bij sportprojecten. PIT vraagt zich af of er daadwerkelijk duidelijkheid is over de btw-behandeling of dat men uit voorzorg alle kosten inclusief btw begroot. Dit roept vragen op over mogelijke risico's richting de Belastingdienst en PIT heeft hier ook nog artikel 43-vragen over openstaan. Verder betreurt de fractie dat het tekort van 1,5 miljoen pas bekend werd na de aankoop van Mijnweg 2. Als dat eerder bekend was geweest, had men deze investering mogelijk willen heroverwegen.

PIT roept het college op om bij toekomstige grote uitgaven vooraf de financiële situatie breder te beschouwen zodat de raad tijdig kan bijsturen. De PIT-fractie stoort zich ook aan het feit dat bij financiële tegenvallers zelden serieus wordt gezocht naar besparingen of optimalisaties. Extra middelen worden te snel gevraagd zonder dat bezuinigingsmogelijkheden worden afgewogen. PIT wil hiervoor een algemene beleidslijn en kondigt daarvoor een motie aan, evenals een motie specifiek gericht op project Glanerbrook. Daarnaast bekritiseert PIT het gebruik van de post robuuste begroting. Volgens de fractie wordt deze niet ingezet zoals bedoeld. Structurele uitgaven worden hieruit gefinancierd, terwijl dit via de reguliere begroting zou moeten. De fractie stelt dat deze post gebruikt wordt voor projecten zoals het Maastricht Convention Center en grondaankopen, wat afwijkt van de oorspronkelijke doelstelling. Over Glanerbrook merkt de heer Talpe op dat een groot deel van de beschikbare middelen, ruim 4 miljoen van 5,2 miljoen, naar dit project gaat, terwijl deze post eigenlijk ook bedoeld was voor andere huisvestingsdossiers. Volgens PIT is hun eerdere waarschuwing dat Glanerbrook een onevenredig beslag op de middelen zou leggen, hiermee bewaarheid.

Tot slot bekritiseert de fractie het voorstel om de kaderbrief nu al vast te stellen, terwijl de financiële gevolgen van de meicirculaire nog niet bekend zijn. Volgens PIT moet de raad eerst over voldoende informatie beschikken alvorens richting te geven. De fractie deelt dan ook niet het standpunt van het college dat voor kennisgeving aannemen geen richting geeft. PIT wil om deze reden een amendement indienen om de vaststelling van de kaderbrief uit te stellen tot meer duidelijkheid is verkregen. Wethouder Bühler opent haar bijdrage met de mededeling dat de jaarrekening is afgesloten met een positief resultaat van 13 miljoen euro. De accountant werkt momenteel aan het accountantsverslag, waarvan wordt verwacht dat het binnen twee weken klaar is. Naar verwachting volgt een goedkeurende verklaring. Deze informatie wordt ook gedeeld via een intern bericht, inclusief een toelichtende video. Ze wijst erop dat de VNG een nieuw begrotingsadvies heeft uitgebracht dat aansluit bij de gemeentelijke kaderbrief. Voor de jaren 2026 en 2027 is de begroting sluitend, mede doordat de gemeente sinds 2023 al anticipeert op mogelijke financiële tekorten. Maatregelen zoals het storten van overschotten in de reserve, het inzetten van impulsmiddelen en het opvangen van prijsstijgingen dragen hieraan bij.

Bezuinigen is volgens haar niet nodig en zelfs onverstandig, omdat het jaar dynamisch verloopt en latere meevallers, zoals de meicirculaire, nog ruimte kunnen bieden. Ze gaat vervolgens in op vragen over de opgavegerichte begroting. Ze benadrukt dat deze bedoeld is om de stuurbaarheid te vergroten. Niet alle afdelingen zijn hier even ver mee maar dit wordt momenteel in kaart gebracht en besproken met de commissie Begroting en Verantwoording. Op vragen van het CDA over dashboards in het sociaal domein antwoordt ze dat de gemeente over interne dashboards beschikt en dat de kwartaalmonitor sociaal domein via de gemeentelijke website beschikbaar is. Met betrekking tot de BUIG-middelen is al een risicoreservering getroffen, ook al is de exacte impact nog onbekend. De wethouder maakt een nuancering ten aanzien van de financiële analyse van GroenLinks/PvdA, van de genoemde 20 miljoen euro extra gaat het om 17 miljoen aan kredieten en 3,2 miljoen in exploitatie. Ze

6

wijst erop dat binnen de begroting flexibiliteit wordt gezocht zonder het budgetrecht van de raad aan te tasten. Die kaders blijven bij de raad liggen. Over het voormalig VDL-personeel meldt ze dat er nog ongeveer driehonderd mensen zonder werk zijn, verspreid over de regio, ook in België. Er wordt volop ingezet op herplaatsing via het werkcentrum, met extra aandacht voor jongeren. Ten aanzien van belastingen verwijst ze naar de structurele verlaging van beleidsmatige verhogingen die al eerder is doorgevoerd. Het gesprek hierover blijft volgens haar continu gevoerd worden. De woordkeuze in de kaderbrief leidt tot misverstanden maar ze benadrukt dat beleid en inhoud wel degelijk besproken mogen worden. De druk op het sociaal domein blijft een aandachtspunt. Om hier meer grip op te krijgen is samenwerking met het Rijk nodig. Ze geeft aan dat ze zich daar ook in Den Haag voor inzet, samen met de VNG. Wat betreft ozb-verlaging voor ondernemers wijst ze erop dat het merendeel van de opbrengst afkomstig is van grote bedrijven, vooral op Chemelot. Een generieke verlaging zou dus weinig betekenen voor het MKB. Daarom kiest de gemeente voor gerichte acties richting het MKB. Op vragen over tegenvallers bij investeringen antwoordt ze dat hiervoor een duidelijke beleidslijn bestaat: eerst zoeken binnen het taakveld, dan het programma en vervolgens elders.

De organisatie wordt gestimuleerd om met voorstellen te komen voor interne dekking. Daarnaast wijst ze op de bestaande rapportagestructuur en instrumenten zoals de regeling grote projecten en eventuele projectcommissies. Tot slot benadrukt ze dat er duidelijke spelregels zijn voor het gebruik van de post robuuste begroting enerzijds voor het opvangen van tegenvallers, anderzijds voor het investeren in structurele kansen. Deze regels zijn eerder gezamenlijk vastgesteld. De heer Wetzels (GOB) vraagt de wethouder waarom er onderscheid wordt gemaakt tussen het dekken van inflatie en tekorten in de Domijnen via de resultaatbestemming van 2024 en het negatieve begrotingsresultaat van 1,5 miljoen euro, dat pas in de tweede rapportage wordt behandeld. Hij wil weten of dat betekent dat er in die rapportage mogelijk nog extra inkomsten worden verwacht. De heer De Bruijn (ambtelijke ondersteuning) legt uit dat middelen die bedoeld zijn voor specifieke doelen, zoals inflatiecorrectie, ook voor die doelen beschikbaar moeten blijven. In de eerste rapportage blijkt dat er na bijstellingen nog slechts 1,6 miljoen euro over is voor 2024, wat onvoldoende is, zeker nu het nieuwe cao-akkoord extra kosten met zich meebrengt. Daarom wordt voorgesteld om niet-benutte middelen uit 2024 door te schuiven naar 2025, zodat de inflatiebudgetten ook dan toereikend zijn.

Daarnaast gaat hij in op het herstelplan voor de Domijnen. De financiële effecten daarvan zijn al zichtbaar in 2024 en werken door in 2025 en mogelijk daarna. Dit is terug te zien in de eerste rapportage en beïnvloedt het begrotingssaldo van 2025. Wethouder Bühler vult aan dat alles dat betrekking heeft op 2025 daarom ook in de rapportage duidelijk verantwoord moet worden. De heer Kubben (GroenLinks/PvdA) geeft aan dat zijn fractie het herstelplan voor de Domijnen inhoudelijk steunt maar dat er onduidelijkheid is over de financiële doorwerking ervan in de begroting. Uit de themasessie heeft hij begrepen dat het herstelplan meerdere miljoenen kost. Nu wordt er zeven ton uit de jaarrekening 2024 gehaald en zes ton in 2025 opgenomen in het exploitatietekort maar er zal ook in 2026 en 2027 geld nodig zijn. Hij vraagt zich af waarom dat niet al in de huidige begrotingsbijstelling is opgenomen en overweegt zelfs een amendement om dit alsnog toe te voegen. Wethouder Bühler reageert op de vragen over het herstelplan voor de Domijnen door uit te leggen dat er nog geen volledige kwantitatieve onderbouwing is van de financiële behoefte. Daarom is het nu nog niet mogelijk om die bedragen op te nemen in de begroting. Ze benadrukt dat eerst duidelijk moet zijn wat precies nodig is, voordat het verantwoord is om dat in de begrotingsstukken te verwerken.

De heer Kubben (GroenLinks/PvdA) stelt vragen over de noodzaak en onderbouwing van de denkrichtingen die de wethouder aandraagt. Hij benadrukt dat het budgetrecht van de raad niet wordt aangetast maar vraagt zich af welk probleem precies wordt opgelost met voorstellen zoals het automatisch verhogen van de ozb. Hij wijst erop dat er al systemen zijn om de begroting tussentijds bij te stellen, zoals de rapportages en het gebruik van diverse posten en vraagt wat daarbuiten nog nodig is.

7

Wethouder Bühler legt uit dat haar voorstellen voortkomen uit eerdere gesprekken met de raad, waarin werd gevraagd om te onderzoeken welke financiële ruimte nog gecreëerd kan worden om de stad bestuurbaar te houden. Ze benadrukt dat het indexeren van de ozb een standaardpraktijk is maar dat ze nu expliciet voorstelt om dit ook structureel mee te nemen richting de toekomst, ook na 2027. Dit past volgens haar in een bredere zoektocht naar structurele dekking en financiële flexibiliteit, geïnspireerd door adviezen van provincies en voorbeelden uit andere gemeenten zoals Utrecht. Ze stelt dat het belangrijk is deze denkrichtingen nu bespreekbaar te maken in aanloop naar de begroting, zodat er tijdig en transparant keuzes gemaakt kunnen worden. De heer Kubben (GroenLinks/PvdA) geeft aan dat de raad in de tweede termijn goed moet bespreken welke van de voorgestelde punten het college daadwerkelijk moet onderzoeken. Er liggen nu zo'n acht à negen denkrichtingen op tafel maar het is de vraag of die allemaal onderzocht moeten worden of slechts een deel ervan. Daarnaast uit hij kritiek op het gebruik van de pot robuuste begroting. Die zou bedoeld zijn om financiële tegenvallers op te vangen en kansen te benutten maar tot nu toe wordt hij vooral gebruikt om nieuwe plannen te financieren.

Als de raad enerzijds steeds uit die pot blijft putten voor kansen maar anderzijds meer flexibiliteit in de begroting eist, dan moet de raad volgens hem ook bereid zijn om de eigen kaders te heroverwegen. De heer Paauwe (Stadspartij) heeft een vraag over de herkomst van voormalig VDL-medewerkers. Hij vraagt om in de toekomst specifieker te zijn en aan te geven hoeveel van die werknemers precies uit Sittard-Geleen komen. Wethouder Bühler geeft aan dat ze graag specifiekere informatie deelt maar dat dit soms niet mogelijk is vanwege beperkte gegevensuitwisseling. Het is bijvoorbeeld niet bekend wie bij het UWV staat geregistreerd en in de gemeente woont, omdat daar nog schotten tussen zitten. Er wordt echter aan gewerkt, samen met het ministerie, UWV, gemeenten, sociale partners en onderwijsinstellingen, om die samenwerking te verbeteren en een vollediger beeld te krijgen. De heer Renet (SPA) herinnert eraan dat de raad eerder een bezoek bracht aan de Hanenhof, waar medewerkers van VDL presentaties gaven. Hij stelt dat wethouder Bühler destijds voorzitter was van die samenwerking en merkt op dat mensen toen snel weer aan het werk werden geholpen. Daarom suggereert hij dat de wethouder op basis van haar functie eigenlijk zou moeten weten waar die medewerkers vandaan komen.

Wethouder Bühler legt uit dat ze in algemene zin op de hoogte is maar geen specifieke gegevens heeft over individuele personen, zoals naam of woonplaats. Die informatie ligt bij het UWV, dat mensen individueel begeleidt en de benodigde hulp inschakelt. Deze gegevens worden niet één-op-één gedeeld met de gemeente, wat enerzijds begrijpelijk is vanuit privacy-oogpunt maar het anderzijds moeilijk maakt om precieze statistieken bij te houden. De heer Renet (SPA) geeft aan dat hij het privacy aspect begrijpt maar vindt dat gemeenten toch geanonimiseerde basisinformatie zouden moeten kunnen krijgen, zoals totale aantallen of leeftijdscategorieën. Hij vraagt aan de wethouder of zij kan onderzoeken of het mogelijk is om die informatie beschikbaar te stellen aan de gemeente. Wethouder Bühler geeft aan dat de werkcentrumaanpak steeds belangrijker wordt en goed werkt maar dat de AVG-wetgeving een belemmering vormt voor het delen van bepaalde gegevens. Ze vertelt dat minister Van Hijum en de directeur-generaal dit punt eerder hebben besproken tijdens een bezoek en dat zij erkennen dat dit een actiepunt is om aan te pakken. Ze is het ermee eens dat data beschikbaar moet zijn maar wijst erop dat het om een relatief kleine en regionaal verspreide groep gaat, wat het delen van gegevens ingewikkeld maakt.

De heer Renet (SPA) uit zijn zorgen over de huidige aanpak van de ozb, waarbij de jaarlijkse indexatie steeds hoger wordt en daardoor de lasten voor inwoners steeds meer toenemen.

8

Hij stelt voor om tijdelijk slechts een deel van de indexatie toe te passen, totdat de ozb op een niveau is dat redelijkerwijs vergelijkbaar is met andere gemeenten. Zo kunnen de lasten voor bewoners meer in balans worden gebracht met het gemiddelde, vooral omdat de woningwaarden in deze gemeente lager zijn dan elders. Hij vraagt het college om deze mogelijkheid serieus te onderzoeken. Wethouder Bühler reageert dat er zeker mogelijkheden zijn om de ozb-verhoging te matigen maar niet om het nu te verlagen. Ze benadrukt dat sommige gemeenten hun ozb juist sterker verhogen dan SittardGeleen. Daardoor daalt hun gemeente juist op de ranglijst van belastingdruk, omdat ze minder snel verhogen dan omliggende gemeenten. Mevrouw Joosten (VVD) wijst erop dat de ozb voor niet-woningen in hun gemeente het hoogste van heel Nederland is en vindt dat geen reden om trots op te zijn. Ze pleit daarom voor verlaging van de ozb. Ze vraagt aan de wethouder om op te helderen waarom volgens haar de ozb niet verlaagd kan worden vanwege Chemelot. Ze begrijpt die uitleg niet en wil weten hoe ze dat moet interpreteren. Wethouder Bühler legt uit dat bij de begrotingsbehandeling is besproken dat het grootste deel van de ozb-inkomsten van niet-woningen afkomstig is van grote bedrijven, niet van het MKB.

Daardoor zou een verlaging van de ozb vooral de grote bedrijven financieel ontlasten, terwijl het effect voor MKBondernemers klein blijft. Differentiëren is niet mogelijk, daarom is gekozen om aparte stimuleringsmaatregelen voor het MKB te onderzoeken in plaats van de ozb te verlagen. Mevrouw Joosten (VVD) benadrukt dat hoewel grote gemeenten met veel industrie ook veel ozbinkomsten hebben, Sittard-Geleen toch de hoogste ozb-tarieven van Nederland heeft. Ze maakt zich zorgen over de ondernemers die hierover klagen, omdat zij de hoge druk niet meer aankunnen. Ze vindt het niet uit te leggen dat juist hun gemeente zulke hoge ozb-tarieven hanteert en dringt er daarom op aan om hier iets aan te doen. Wethouder Bühler geeft aan dat bezuinigen en belastingverlaging niet zomaar samen kunnen gaan, als je de ozb verlaagt, moet je ergens anders de kosten dekken. Ze vraagt de VVD daarom ook concreet aan te geven waar zij de ozb-verlaging van zouden willen betalen. De heer Talpe (PIT) gaat in op de aanpak van tegenvallers, hij wil graag weten of er niet alleen gekeken wordt naar het aanvragen van extra middelen maar ook actief wordt gezocht naar besparingen of optimalisaties per project.

Hij benadrukt dat het belangrijk is dat in toekomstige stukken duidelijker wordt aangegeven welke denkrichtingen en mogelijke besparingen overwogen worden, zodat de raad beter inzicht krijgt in hoe meerkosten worden gedempt in plaats van alleen nieuwe middelen te zoeken. Wethouder Bühler geeft aan dat zij het algemene antwoord over de begrotingslijnen al heeft gegeven. Voor meer details of verfijning per project verwijst zij naar de projectwethouder, die dat met de heer Talpe verder zal bespreken. De heer Talpe (PIT) benadrukt het verschil tussen incidentele en structurele uitgaven uit de post robuuste begroting. Incidentele kosten, zoals onverwachte kansen in een jaar, kunnen uit deze post worden betaald. Structurele uitgaven horen echter niet thuis in deze post, omdat ze de beschikbare ruimte op de lange termijn verminderen. Volgens hem moeten structurele kosten in de reguliere begroting worden opgenomen, eventueel via een motie. Wethouder Bühler benadrukt dat ze dit afraadt. Deze post is juist ontstaan vanwege het dreigende financiële ravijn in 2026 en is bedoeld om structurele tekorten op te vangen. Structurele investeringen moeten ook structureel gefinancierd worden. De post robuuste begroting biedt wendbaarheid en weerbaarheid om toekomstige tekorten op te vangen en incidentele kosten te dekken.

Het is een bewuste maatregel om financiële problemen op de lange termijn goed te beheersen. Burgemeester Verheijen reageert op de vraag van het CDA over maatschappelijke weerbaarheid en geopolitieke ontwikkelingen, waaronder ook extreem weer. Hij benadrukt dat deze thema’s in het rampbestrijdingsplan van Zuid-Limburg zijn opgenomen. Daarbij wijst hij erop dat de plannen voorheen

9

vooral gericht waren op incidenten van maximaal drie dagen maar nu ook zijn uitgebreid voor langere periodes en verschillende scenario’s. Recent is de Zuid-Limburg Veilig App gelanceerd om inwoners beter voor te bereiden op mogelijke incidenten. De burgemeester reageert ook op de vraag over overheden die al financiële middelen reserveren voor deze thema’s. Hij geeft aan dat hem dat niet bekend is en dat het voor gemeenten nog onduidelijk is welke rol en middelen zij krijgen, ondanks eerdere toezeggingen van het kabinet. Het is voor gemeenten lastig om nu al budget te reserveren, omdat het merendeel van de taken een rijksverantwoordelijkheid is, zoals nationale verdediging. Ten slotte gaat hij in op de vraag van D66 over het vuurwerkbeleid. Hij licht toe dat er een nota is uitgebracht en besproken binnen de Veiligheidsregio, waarop verschillende stappen zijn gezet, waaronder agendering op landelijk niveau. Een meerderheid in de Tweede Kamer heeft zich inmiddels uitgesproken voor een vuurwerkverbod vanaf de jaarwisseling 2026/2027. De burgemeester benadrukt dat hij extra aandacht vraagt voor de grensligging van de regio, omdat België en Duitsland dit besluit nog niet delen. Wethouder Geilen geeft aan dat de 2 miljoen euro voor cofinanciering van het Volkshuisvestingsfonds nog niet is gevonden en daarom nog niet in de rapportage staat.

De beslissing hierover wordt waarschijnlijk bij de begroting 2026 genomen. Het Volkshuisvestingsfonds is een collegebevoegdheid en hoeft niet naar de raad maar de raad wordt wel betrokken bij de verdere uitwerking. De dorpenvisie is bijna klaar maar komt pas naar de raad als dat nodig is. Na de zomer worden ook stappen gezet voor nieuwe woningbouwlocaties. Over de Loonhal geeft hij aan dat het pand is gekocht om het veilig te stellen. Er is een reserve nodig om vier jaar leegstandskosten te dekken. Het pand wordt opgeknapt en er wordt gekeken naar mogelijke gebruikers maar dat is beperkt door de locatie. Wat betreft de fietsen op de markt in Sittard laat hij weten dat een omfietsroute te ver is voor fietsers. De markt is een gemengde ruimte waar fietsers en voetgangers rekening met elkaar moeten houden. Grote aanpassingen zijn alleen mogelijk bij een reconstructie. Tot slot komt er na de vakantie een voorstel aan de raad over de zwembaden. De exploitatie van zwembad Glanerbrook houdt rekening met het openblijven van Het Anker. Of dit problemen geeft, is nog onduidelijk, vooral vanwege doelgroepzwemmers die mogelijk niet verhuizen. De heer Renet (SPA) benadrukt dat bij de begroting van zwembad Glanerbrook is uitgegaan van een bepaald aantal bezoekers, inclusief doelgroepzwemmers.

Als een andere locatie openblijft, waar hij zelf voor is, dan zullen deze zwemmers waarschijnlijk niet meer naar Glanerbrook komen. Daardoor zal het aantal bezoekers lager zijn dan verwacht, wat logisch is volgens hem. Wethouder Geilen legt uit dat bij de begroting van zwembad Glanerbrook al rekening is gehouden met het feit dat een deel van het doelgroepzwemmen bij Het Anker blijft, zoals gepland sinds februari 2022. Verenigingszwemmen verhuist naar Glanerbrook en leegstaande uren worden ingevuld met zwemlessen en mogelijk doelgroepzwemmen. De precieze effecten van mogelijke veranderingen zijn lastig te voorspellen omdat er andere kleinere baden zijn en onzekerheid over de exploitatie van die locaties. Hij benadrukt dat mensen vaak kiezen waar ze zwemles volgen, ook buiten het gemeentelijke zwembad. Vernieuwde faciliteiten bij Glanerbrook maken het aantrekkelijker. De aanbesteding voor de exploitatie loopt nog en marktpartijen zullen hun risico’s en opbrengsten inschatten, rekening houdend met andere zwembaden in de buurt. Over de oplopende kosten van Glanerbrook laat de wethouder weten dat deze typisch zijn bij een renovatie en dat er een post onvoorzien is, aanvankelijk 2,5 miljoen euro, aangevuld met extra middelen. De totale post onvoorzien van 7,5 miljoen euro is realistisch voor een project van deze omvang.

Kostenstijgingen zoals voor het tegelwerk zijn technisch noodzakelijk en kunnen niet uitgesteld worden zonder risico’s voor het gebruik van het zwembad. Hij waarschuwt dat het stopzetten van werk enorme kosten en vertragingen veroorzaakt. Minder werken betekent soms ook lagere kosten maar over het algemeen wegen de extra kosten zwaarder. Het belangrijkste risico is nu nog de permafrost onder de voormalige ijsbaan, wat moeilijk te kwantificeren is maar in de post onvoorzien is opgenomen. De wethouder sluit af dat het college scherp op de kosten blijft sturen en hoopt dat dit de laatste keer is dat extra geld gevraagd moet worden. Het project moet worden afgerond met het beloofde

10

kwaliteitsniveau, zodat het zwembad goed functioneert voor verenigingen en inwoners en ook commercieel aantrekkelijk is. De heer Paauwe (Stadspartij) geeft aan dat het beter was geweest om vooraf een offerte of prijsindicatie te hebben, zodat er nu geen discussie over de kosten nodig was. Wethouder Geilen legt uit dat een prijsindicatie pas mogelijk is na onderzoek, omdat het niet simpelweg om een tegel vervangen gaat. Er is ook een waterdichte coating nodig en dit kon pas onderzocht worden toen het zwembad leeg was en er geen zwemmers waren. De heer Talpe (PIT) verduidelijkt dat de post voor grote projecten oorspronkelijk voor meerdere projecten bedoeld was maar nu vooral voor Glanerbrook wordt gebruikt. Hij wijst erop dat bij meer werken keuzes gemaakt kunnen worden in materialen, bijvoorbeeld goedkoper of duurder, wat invloed heeft op de kosten. Ook vraagt hij of de besteding van de ontvangen DUMAVA-middelen wel voldoet aan de gestelde criteria. Wethouder Geilen geeft aan dat bij het materiaalgebruik wordt gekozen voor realistische, sobere en doelmatige materialen, passend bij het afgesproken uiterlijk. Er is dagelijks toezicht om te zorgen dat de aannemer niet onnodig dure methodes toepast en om te zoeken naar kostenbesparingen. Ze voeren die keuzes vooral op de bouwplaats uit, niet elke kleine aanpassing wordt in detail aan de raad teruggekoppeld.

Verder maakt hij een duidelijk onderscheid tussen het investeringsproject, waar nu 2,7 miljoen uit de regeling grote projecten voor gevraagd wordt en de exploitatie, die apart gefinancierd wordt. Over de DUMAVA-maatregelen geeft hij aan dat het project aan de criteria voldoet, dat de toegekende 2,5 miljoen euro het maximale bedrag was en dat de genomen maatregelen zelfs groter zijn dan dat bedrag. De heer Talpe (PIT) vraagt of er later, bijvoorbeeld schriftelijk, een update kan komen over hoe wordt gecontroleerd dat de besteding van de middelen volgens de voorschriften verloopt, zodat er geen onverwachte verrassingen ontstaan. Wethouder Geilen geeft aan dat de subsidie voor verduurzamingsmaatregelen al specifiek is aangevraagd en dat deze maatregelen worden uitgevoerd. Bij de eindafrekening wordt definitief vastgesteld of de subsidie terecht is toegekend. Daarom wil hij geen extra schriftelijke toezegging doen, omdat dit hetzelfde is als wat hij nu al zegt. Wethouder Salvino-Meijer reageert op de zorgen over de hoge ozb voor niet-woningen. Ze benadrukt dat het college ook impact wil maken voor het MKB maar dit verantwoord wil doen. Ze wijst erop dat incidentele middelen beschikbaar zijn gesteld voor speerpunten en detailhandelsbeleid. Ze twijfelt of de gemeente nog de hoogste ozb heeft, omdat andere gemeenten ook sterk verhogen.

Ze geeft aan dat structureel verlagen van de ozb niet mogelijk is en dat de impact daarvan klein zou zijn maar dat de huidige aanpak met incidentele middelen voldoende is. Mevrouw Joosten (VVD) reageert dat veel ondernemers het niet eens zijn met het antwoord, omdat het beleid niet voor iedereen werkt. Zij voelen vooral de hoge ozb. Ze vraagt hoe het college dit gaat communiceren om ondernemers gerust te stellen. Wethouder Salvino-Meijer geeft aan dat de raadsleden hier ook voor nodig zijn. Ze verwijst naar updates die regelmatig worden verstuurd, onder andere via social media en raadsinformatiebrieven, waarin verslag wordt gedaan van de voortgang en inzet van middelen voor toekomstbestendig ondernemen. Ze noemt als voorbeeld het programma Ambitieus MKB, dat ondernemers concreet helpt met financiële ondersteuning. De wethouder stelt dat dit soort initiatieven veel meer impact hebben dan bijvoorbeeld een beperkte verlaging van de ozb niet-woningen en dat de inzet hierop dus belangrijker is voor het versterken van het MKB.

11

Wethouder Houtakkers geeft aan dat het herstelplan gesteund wordt. Hij legt uit dat het lastig is om nu al exacte financiële verwachtingen voor 2026-2027 te geven vanwege onvoldoende duidelijke cijfers. Wel is het college verantwoordelijk om de raad regelmatig te blijven informeren over ontwikkelingen richting die jaren. Voor 2024 en 2025 zijn de cijfers wel duidelijk. Hij vraagt de heer Kubben goed na te denken over het vastleggen van bedragen in een eventueel amendement, omdat dat het college klem kan zetten. De heer Renet (SPA) vindt het te snel gesteld dat het herstelplan wordt gesteund. Hij erkent dat iedereen cultuur wil behouden maar noemt het gepresenteerde geen echt herstelplan maar slechts een reeks cijfers zonder goede onderbouwing. Volgens hem zijn er ook twijfelachtige keuzes in het plan. Wethouder Houtakkers legt uit dat de grootschalige gebiedsontwikkeling rond het station onderdeel is van een groter plan met zes intercitysteden, gericht op het bouwen van 30.000 woningen. Dit plan is gekoppeld aan een verstedelijkingsstrategie waarin wonen en mobiliteit samenkomen. Hoewel het Rijk oorspronkelijk financiële steun zou bieden, is die steun nog niet snel beschikbaar, waardoor er vertraging ontstaat. De gemeente werkt aan een plan voor de middellange termijn om de verbinding tussen de binnenstad en beide zijden van het station te verbeteren.

Ook wordt het idee om het station GeleenLutterade te hernoemen naar Chemelot Campus omarmd als een goede kans. De heer Renet (SPA) vindt dat hierover advies gevraagd moet worden aan de historische verenigingen. Wethouder Houtakkers licht toe dat er gesproken is met de organisatie van Groove Garden over een mogelijke verplaatsing, bijvoorbeeld naar het Bikepark. Dit is een optie maar nog niet definitief, omdat er belangrijke veiligheidsvragen spelen, vooral rondom externe veiligheid door de nabijheid van het spoor en de grote bezoekersaantallen. Er is een overlegtraject gestart met alle betrokken partijen om te bekijken hoe dit veilig kan. Hij verwacht dat een mogelijke verhuizing naar 2026 pas gerealiseerd kan worden na een zorgvuldige en langdurige afstemming en benadrukt dat dit niet snel geregeld is. De heer Paauwe (Stadspartij) vraagt of er naast het Bikepark ook naar andere locaties in Sittard-Geleen wordt gekeken, omdat de Stadspartij en mogelijk anderen willen dat het evenement niet zomaar uit de stad verdwijnt. Wethouder Houtakkers geeft aan dat de organisatie van Groove Garden het Bikepark als de beste locatie ziet vanwege de grootte en inrichting van het evenement en dat ze graag in Sittard willen blijven. Er wordt binnenkort ambtelijk verder over gesproken, onder andere in het kader van het ESCS-plan.

Over de Stadssporthal laat hij weten dat de sportdossiers goed zijn bekeken en het vervelend te vinden dat de btw-kosten voor problemen zorgen. Wel proeft hij bereidheid om de benodigde bedragen beschikbaar te stellen. Het stoppen van Lions heeft geen significante invloed op de verbouwing, omdat zij slechts 5 procent van de ruimte gebruikten. Daarnaast blijft de gemeente verantwoordelijk voor het scholierencarnaval, alleen ‘t Kanon van ‘t Balkon is overgedragen aan De Marotte, om zo de rollen van organisator en vergunningverlener gescheiden te houden. Er is echter in de afspraken tussen De Marotte en Horeca Markt verzuimd om vast te leggen dat een deel van het bedrag voor programmering terugvloeit naar de gemeente. Dit wordt nu betrokken bij de evaluatie en moet volgend jaar beter geregeld worden. Tot slot worden er geen problemen met de Belastingdienst verwacht, de btw wordt netjes afgedragen. De heer Kubben (GroenLinks/PvdA) ziet wel de noodzaak van een herstelplan maar wil niet zomaar akkoord geven op alle onderdelen, vooral omdat er zorgen over zijn dat het cultuurhuis steeds verder uitgekleed wordt. Hij vraagt daarom of het mogelijk is om in de begroting voor 2026 en verder al duidelijkere en zichtbare financiële middelen op te nemen voor het herstelplan of dat dat misschien nog te vroeg is gezien het productieproces van de begroting.

Wethouder Houtakkers geeft aan dat de begroting voor 2026 richting november besproken zal worden, wanneer de cijfers voor 2025 grotendeels bekend zijn. Op dat moment moet er een scherp beeld zijn van de financiële situatie binnen de Domijnen. Hij benadrukt dat er bereidheid is om tijdig en transparant te rapporteren, zodat de zorgen en vrees die de heer Kubben uitspreekt, goed kunnen worden ondervangen. Zo ontstaat er duidelijkheid en kan iedereen achter de genomen besluiten staan.

12

Wethouder Tillie gaat ten eerste in op de jeugdzorg, waar hij nauw op de aanbestedingen toeziet en zoveel mogelijk probeert te sturen op de organisaties. De raad ontvangt bijna elke vier weken een informatiebrief en wordt tussentijds extra geïnformeerd als dat nodig is. Jeugdzorg blijft een complex en duur thema, omdat er steeds meer kinderen zorg nodig hebben en de zorg zelf ingewikkelder wordt. Hoewel het Rijk een hervormingsagenda voor jeugd opstelt en deze aan de VNG overdraagt, ontbreken concrete handvatten om bijvoorbeeld normalisering in de praktijk te brengen. De marktwerking helpt ook niet, zeker in Zuid-Limburg, waar weinig aanbieders zijn. Kleine partijen vallen om en de grotere krijgen zo meer monopolistische macht, waardoor onderhandelingen stevig verlopen. Om kosten te drukken, worden sommige aanbestedingen zelfs regionaal, op Limburgse schaal, gedaan. Voor meer inzicht is er onder andere een Power BI-tool beschikbaar en er komt binnenkort een themasessie over het sociaal domein. Thuiszitters blijft een ingewikkeld probleem. Er zijn kinderen die door hun problematiek niet meer in een gewone klas kunnen functioneren en sommige scholen kunnen hen niet opvangen. Daarnaast kiezen ouders er soms voor hun kinderen thuis te houden omdat zij denken dat de zorg op school onvoldoende is.

Er zijn gesprekken met scholen en andere partijen om alternatieve vormen van onderwijs aan te bieden, zoals praktijkonderwijs via een wijkleerbedrijf en vernieuwende trajecten bij VISTA, met onder meer een arbeidsroute en zorgroute. Ook start een regionaal programma van school naar duurzaam werk, gericht op het behalen van certificaten via praktijkleren, zodat deze jongeren een betere kans krijgen op de arbeidsmarkt. Wat betreft de Wmo stijgen de kosten door vergrijzing en het feit dat steeds meer mensen langer zelfstandig thuis wonen en daarbij hulpmiddelen nodig hebben. Het wordt bovendien moeilijker om voor de zwaardere Wlz-zorg in aanmerking te komen, waardoor mensen die niet aan die criteria voldoen, binnen de Wmo moeten worden opgevangen. Nieuwe wetgeving zorgt er bijvoorbeeld voor dat er eisen komen aan het opladen van scootmobielen, wat invloed heeft op appartementencomplexen en mogelijk leidt tot extra ondersteuning vanuit de Wmo. Daarnaast speelt personeelskrapte, wat het leveren van de juiste zorg bemoeilijkt. Er is budget voor innovatieve projecten om zowel personeelstekorten te verminderen als kosten te beheersen. Over de boomgaard in Holtum vertelt de wethouder dat die is aangekocht met geld van Stichting Groenfonds. Er is nu nog niet genoeg budget om het gebied open te stellen voor publiek. Daarom wordt een extra ton gevraagd om een eerste aanzet te maken.

Het gaat om natuurcompensatie, waarbij een meer natuurlijke begroeiing wordt gepland om onderhoud te verminderen. De inrichting gebeurt samen met inwoners maar het onderhoud moet niet volledig bij hen komen te liggen. Er is provinciaal geld voor dit project dat voortkomt uit compensatie voor uitbreiding van VDL Nedcar. Zorgfraude wordt aangepakt door streng te letten op contracten en jaarrekeningen en door toezichthouders die kwaliteit en rechtmatigheid proactief en reactief controleren. De wethouder geeft over de thuiszorg aan dat het grootste probleem personeelstekort is. Prioriteiten worden gesteld, bijvoorbeeld mensen met een gebroken been krijgen voorrang. De eigen bijdrage die het Rijk mogelijk in 2027 invoert, zal niet veel helpen omdat het maximaal 400 euro per jaar is. Verder is er extra subsidie vanuit het Rijk voor isolatie, mede door inspanningen die al sinds 2017 worden gedaan. De uitvoering werd echter vertraagd door natuurwetgeving, waardoor eerst een soortenmanagementplan moest worden opgesteld. Inmiddels is er een bureau gevonden om dit voor de westelijke mijnstreek te regelen en kunnen aanvragen nu wel worden behandeld. Tot slot gaat de wethouder in op dierenwelzijn, waarover mevrouw Joosten een initiatiefvoorstel wil bespreken. Dat kan in de raad uitgebreid worden besproken. Mevrouw Essing-Demandt (CDA) vraagt om verduidelijking van de aanpak van zorgfraude.

Ze wil weten of de jaarcijfers van zorgaanbieders alleen worden bekeken op het moment dat er een contract wordt afgesloten of dat deze cijfers ook periodiek worden geëvalueerd. Daarbij vraagt ze of er wordt gelet op zaken als dividenduitkeringen aan directeuren van zorgorganisaties. Daarnaast is zij benieuwd of de gemeente een concreet beeld heeft van de omvang van zorgfraude. Wethouder Tillie legt uit dat bij het afsluiten van contracten met zorgaanbieders ook de jaarrekeningen worden bekeken. Hierin wordt onder andere gecontroleerd of er sprake is van buitensporige beloningen aan directeuren, wat in strijd zou zijn met de contractuele afspraken.

13

Wat betreft de omvang van zorgfraude geeft de wethouder aan dat het moeilijk is om hier harde uitspraken over te doen. Hij benadrukt dat fraude pas aangepakt kan worden als deze wordt ontdekt. Op de vraag of er in de afgelopen jaren een beeld is ontstaan van hoeveel geld er via fraude is weggevloeid, kan hij geen antwoord geven. Hij zegt toe dit na te zullen vragen en de raad hierover later te informeren, indien er gegevens beschikbaar zijn. De heer Renet (SPA) gaat in op de opmerking van de wethouder over de nadelen van de geografische ligging van de regio. Volgens de wethouder is er sprake van een beperkt aantal grote zorgaanbieders in de regio, wat leidt tot een gebrek aan concurrentie en daardoor een monopolypositie voor sommige partijen. Hij vraagt aan wethouder Bühler of deze nadelige ligging ook financieel gecompenseerd wordt via de algemene uitkering vanuit het Rijk. In het verleden speelde afstand tot centrumfuncties daarin een rol, bijvoorbeeld in kilometers gemeten. Zijn vraag is of dergelijke effecten nu nog steeds worden meegewogen en of de regio daarvoor gecompenseerd wordt. Wethouder Bühler geeft aan dat het gaat over een van de vele maatstaven binnen het gemeentefonds, in totaal zijn dat er meer dan 47. Wel geeft ze aan dat de geografische ligging van een gemeente inderdaad meegewogen wordt bij de verdeling van de algemene uitkering.

Tweede termijn De heer Kubben (GroenLinks/PvdA) gaat in op zijn eerder gestelde vraag over wat de gemeenteraad precies wil meegeven met pagina 14 van de kaderbrief. Hij geeft aan de fracties gericht te benaderen om na te gaan of er specifieke elementen zijn, zoals de derde bullet op pagina 14, die verder onderzocht moeten worden. Daarnaast reageert hij op het idee over station Lutterade. Hoewel het plan aantrekkelijk klinkt, plaatst hij een kritische kanttekening. Hij geeft aan dat er in Maastricht bij de Randwyck-halte ruim 22.000 mensen werken of studeren. Voor Lutterade vraagt hij zich af hoeveel mensen er daadwerkelijk uitstappen om naar de Brightlands Campus in Sittard-Geleen te gaan. Volgens hem zou dat het uitgangspunt moeten zijn bij het beoordelen van de relevantie van dit station, in plaats van het idee simpelweg te omarmen omdat een vergelijkbaar initiatief elders ook speelt. Hij benadrukt dat het station vooral waarde moet hebben voor de omringende wijken en de inwoners die gebruik maken van het openbaar vervoer. De heer Pi Van de Venne (D66) benadrukt dat het idee voor een station bij Lutterade al in 2011 door de gemeente zelf is geopperd, lang voor Maastricht met een vergelijkbaar voorstel kwam. Volgens hem sluit het plan goed aan bij de ambities om de Brightlands Campus beter te verbinden met het centrum.

Een station op die locatie zou een logisch en duurzaam knooppunt zijn voor reizigers richting de campus. Mevrouw Joosten (VVD) reageert op het station bij Lutterade. Zo wijst ze op de hoge kosten en het belang van het historische karakter van de omgeving. Ze vindt dat het initiatief slechts een puzzelstukje is. Als je echt meer studenten en werknemers naar de campus wilt trekken, moet je volgens haar naar het grotere geheel kijken en dit station slechts als onderdeel daarvan beschouwen. Alleen inzetten op dit project vindt ze te beperkt. De heer Pi Van de Venne (D66) benadrukt dat het idee voor een station bij Lutterade onderdeel moet zijn van een groter geheel. Tegelijkertijd wijst hij op het belang van financiële haalbaarheid en stelt hij voor om ook medeoverheden, zoals de provincie, bij een mogelijk onderzoek te betrekken. Het is volgens hem niet de bedoeling dat alleen de gemeente Sittard-Geleen de kosten draagt. De heer Renet (SPA) sluit zich aan bij mevrouw Joosten in haar oproep tot een bredere benadering. Hij wijst erop dat eerdere pogingen om een goede busverbinding tussen het station en de campus te realiseren weinig succesvol waren. Bovendien vindt hij dat bij de discussie ook de bredere ambities, zoals stadsmarketing en het versterken van het centrum, moeten worden meegenomen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=SittardGeleen&id=c75a6c13-c687-468b-abc5-6f1067631f05