Notulen Ronde Raadzaal 19 juni 2025
Tekst van het document
Hij vindt dat het niet kan dat voor de een iets geregeld wordt en voor de ander niet, vooral niet bij zo’n belangrijk onderwerp als de BKR-registratie, die mensen individueel zwaar kan raken en gevolgen kan hebben die oplopen tot vijf jaar, met veel nadelige effecten. De heer Dormans (GOB) geeft aan dat het bij de BKR-registratie niet alleen om de financier gaat, maar vooral ook om de bescherming van de mens die geleend heeft. Hij legt uit dat hoewel de Kredietbank Limburg een registratie zou kunnen verwijderen, de oorspronkelijke bank of financier die de schuld heeft verstrekt dit in de praktijk niet zal doen, omdat de schuld niet volledig is terugbetaald. De openstaande schuld blijft dus in het BKR staan. Hij vindt dat terecht. Als een schuldeiser zijn geld niet volledig terugkrijgt, is het logisch dat die registratie blijft bestaan. De heer Raven (Stadspartij) benadrukt dat de overheid zich aan regels moet houden die voor iedereen gelijk zijn. Hij stelt dat het niet acceptabel is dat de ene persoon wel en de andere niet volgens dezelfde regels behandeld wordt, vooral niet bij zulke principiële zaken. De heer Schlössels (CDA) ondersteunt de toelichting van wethouder Bühler. Hij benadrukt dat hij zelf ervaring heeft in deze branche en het begrip willekeur niet herkent. Volgens hem is elk dossier anders en vraagt om maatwerk.
Ook binnen schuldhulpverlening komen situaties voor waarin mensen ondanks hulp toch weer in financiële problemen raken. Daarom vindt hij dat er geen sprake is van willekeur, maar van zorgvuldig afgestemd maatwerk. De heer Renet (SPA) benadrukt dat het belangrijk is mensen zo lang mogelijk in begeleiding te houden, zoals de KBL dat doet. Hij kent mensen die blij zijn met bewindvoering nadat hun schulden zijn afbetaald, omdat ze niet zonder kunnen.
16
Hij illustreert zijn punt met een voorbeeld van een man en vrouw die samen wilden wonen, maar vanwege een BKR-registratie bij een van hen geen gezamenlijke hypotheek konden krijgen. Hoewel de KBL de schuld in de regeling had meegenomen en mogelijk de BKR-notering kon verwijderen, bleef de negatieve registratie bij de bank staan. Dit belemmerde de hypotheekaanvraag Hij vraagt of de KBL in zulke situaties maatwerk levert en actief met banken praat om de negatieve registratie te laten verwijderen, omdat die situatie het leven van mensen erg kan belemmeren. Volgens hem gebeurt maatwerk wel, maar het blijft complex door de verschillende belangen. De heer Raven (Stadspartij) sluit aan bij het idee dat maatwerk mogelijk moet zijn, maar benadrukt dat duidelijkheid nodig is over de grenzen daarvan. Hij vindt dat een notitie daarvoor essentieel is, zodat helder wordt waar de maatwerktoepassing stopt en de regels beginnen. Volgens hem moet de overheid in gelijke situaties gelijk handelen, zoals de wet voorschrijft. Hij waarschuwt dat zonder die duidelijkheid maatwerk kan uitmonden in een glijdende schaal, wat problematisch is. De voorzitter concludeert dat het agendapunt als hamerstuk naar de raadsvergadering gaat, waarbij fracties een stemverklaring kunnen afleggen.
17
1.4 Jaarrekening 2024, bijgestelde begroting 2025, en ontwerpbegroting 2026 meerjarenraming GR Het Gegevenshuis (Bühler ) 22:18-22:33 Aanwezig de voorzitter: de griffier:
P. Henssen A. Cortlever
de leden GOB: CDA: Stadspartij: GroenLinks/PvdA: D66: VVD: PVV: SPA: Lokaal Sittard-Geleen-Born: Burger Centraal PIT:
M.W.C. Claessens J.E.E.A. Schlössels L.J.A. Weermann-Schepers A.E.H. Wielders L. Hoogenberg J.J. Renet E.V.P. Talpe
het college:
Wethouder Bühler
ambtelijke ondersteuning:
De heer Van Rijswijk, de heer van Kessel
notulen:
I. van Mourik (Notuleerservice Nederland)
De voorzitter geeft aan dat de raad kennisneemt van de jaarrekening 2024 en wordt gevraagd in te stemmen met de bijgestelde begroting 2025 en de ontwerpbegroting 2026, inclusief de meerjarenraming. Er zijn geen zienswijzen ingediend. In iBabs zijn de technische vragen van de fracties GOB en GroenLinks/PvdA en de bijbehorende antwoorden opgenomen. Eerste termijn De heer Claessens (GOB) brengt een punt onder de aandacht over Het Gegevenshuis. Tijdens een lezing in Museum D’r Bickel, waar een medewerker van Het Gegevenshuis aanwezig was, werden kaarten getoond van mijngangen onder de gemeente en ook onder Heerlen. Enkele aanwezigen hadden scheuren in hun huizen en vroegen of ze deze kaarten konden inzien of kopiëren. De medewerker gaf aan dat deze kaarten niet toegankelijk zijn voor particulieren. Dit leidt tot een probleem: schadefondsen accepteren alleen aanvragen als de particulier kan aantonen dat er een mijn onder zijn of haar huis ligt. Hij vraagt daarom of een particulier bij de gemeente wel recht heeft op toegang tot deze kaartgegevens, omdat het rechtstreeks via Het Gegevenshuis niet mogelijk is. De heer Schlössels (CDA) geeft aan dat de CDA-fractie positief is over het gevoerde beleid van Het Gegevenshuis in 2024, met een positief resultaat van bijna 128.000 euro. Dit bedrag wordt ingezet voor de ICT-migratie naar Solido, die in het najaar wordt afgerond.
Hij geeft aan dat Parkstad en de Parkstadgemeenten samen met het Veiligheidshuis en Solido onderzoeken of er mogelijkheden zijn voor kostenbesparing binnen de gemeenschappelijke regelingen. Hij vraagt zich af welk mogelijk financieel risico hieruit voortvloeit voor de niet-Parkstadgemeenten. Mevrouw Weermann-Schepers (Stadspartij) spreekt haar waardering uit over het positieve financiële resultaat, maar plaatst wel een kanttekening bij de besteding daarvan. Ze vindt het vreemd dat een deel
18
van het overschot direct wordt aangewend voor de ICT-migratie, terwijl zo’n investering naar haar mening eerder had kunnen worden voorzien. Hierdoor vloeit een deel van het positieve resultaat niet terug naar de deelnemende gemeenten, wat volgens haar wel de normale gang van zaken zou moeten zijn. Ze benadrukt tot slot dat ze begrijpt dat er iets met het overschot moet gebeuren, maar hoopt dat het uiteindelijk ten goede komt aan de gemeenten. De heer Talpe (PIT) geeft aan dat zijn fractie positief staat tegenover het voorliggende voorstel, mede dankzij de beantwoording van de technische vragen. Hij sluit zich echter aan bij de opmerking van de Stadspartij over de ICT-kosten. Ook hij vraagt zich af in hoeverre deze kosten niet eerder voorzien hadden kunnen worden, in plaats van ze nu ineens te moeten dekken uit het positieve resultaat. Wethouder Bühler geeft aan dat de presentatie over mijnschachten waardevol was en dat het goed is dat er beeldmateriaal is getoond. Ze benadrukt dat het hierbij enkel om locatiegegevens gaat, zonder geofysische analyses. Wat men met die kaarten precies kan aantonen, is volgens haar onduidelijk en niet haar verantwoordelijkheid. De kernvraag is volgens haar hoe inwoners mijnschade kunnen claimen. Dat is een kwestie waar veel mensen mee worstelen en waar nog geen duidelijke regeling voor bestaat.
Ze verwacht dat dit nog verder uitgewerkt wordt en geeft aan dat de gemeente, eventueel via Het Gegevenshuis, bereid is om te ondersteunen wanneer daar informatie voor nodig is. Ten aanzien van de opmerking van het CDA over mogelijke risico’s voor niet-Parkstadgemeenten bij gezamenlijke bezuinigingsonderzoeken binnen Parkstad-regelingen, zegt de wethouder scherp te zijn op dit punt. Ze heeft gevraagd om transparante terugkoppeling van deze onderzoeken, zodat ook gemeenten buiten Parkstad, zoals Sittard-Geleen en Vaals, goed geïnformeerd blijven. Tot slot reageert ze op de vragen over het inzetten van het positieve resultaat voor ICT-kosten. Ze legt uit dat Het Gegevenshuis een lichte gemeenschappelijke regeling is en bewust geen reserves opbouwt. Dat betekent dat voorziene kosten, zoals voor de ICT-migratie, niet worden opgespaard. Zodra er geld over is, wordt dat meteen geïnvesteerd in lopende projecten, in plaats van eerst terug te keren naar de gemeenten en vervolgens opnieuw om een bijdrage te vragen.
De heer Claessens (GOB) vraagt ter bevestiging of hij het juist heeft begrepen dat de wethouder enerzijds twijfelt of de mijnkaarten voldoende gedetailleerd zijn om precies te kunnen zien of er onder een specifieke woning een mijngang heeft gelegen, anderzijds is het bij het schadefonds nog niet duidelijk aan welke voorwaarden inwoners precies moeten voldoen om schade vergoed te krijgen. Wethouder Bühler geeft aan dat de heer Claessens het grotendeels goed samenvat. Ze benadrukt dat zij zelf geen techneut is en dat er nog veel onzekerheid bestaat over de manier waarop mijnschade precies vastgesteld kan worden. Alleen een kaart of foto toont nog geen causaal verband met schade aan een woning. Juist daarom is er nog geen uitgewerkte en eenduidige regeling voor mijnschade. Er wordt wel al lange tijd aan gewerkt. Ze waarschuwt dat het niet verstandig is om nu meteen naar oplossingen te zoeken. Volgens haar moeten specialisten zich hierover buigen. Ze erkent dat het een belangrijk aandachtspunt is, maar vraagt om het voorlopig als een reminder in gedachten te houden en er op een later moment op terug te komen. De voorzitter concludeert dat dit agendapunt als hamerstuk kan worden doorgeleid naar de raadsvergadering van 2 en 3 juli.
19
1.5 P&C stukken GR Vidar WSW (Bühler ) 22:33-22:36 Aanwezig de voorzitter: de griffier:
P. Henssen A. Cortlever
de leden GOB: CDA: Stadspartij: GroenLinks/PvdA: D66: VVD: PVV: SPA: Lokaal Sittard-Geleen-Born: Burger Centraal PIT:
M.P.A. Dormans T.A. Salvino L.J.A. Weermann-Schepers A.E.H. Wielders L. Hoogenberg J.J. Renet E.V.P. Talpe
het college:
Wethouder Bühler
ambtelijke ondersteuning:
Mevrouw Van de Gazelle, mevrouw Stassen
notulen:
I. van Mourik (Notuleerservice Nederland)
De voorzitter geeft aan dat het college de jaarstukken van 2024 ter kennisname aanbiedt en vraagt om in te stemmen met de bijgestelde begroting van 2025 en de ontwerpbegroting voor 2026. Daarnaast wordt gevraagd om op beide stukken geen zienswijze in te dienen. Eerste termijn De heer Hoogenberg (VVD) geeft aan dat zijn fractie kan instemmen met het raadsvoorstel. Hij geeft aan dat in mei 2025 bekend werd dat werkgevers in Sittard-Geleen subsidie kunnen aanvragen voor het in dienst hebben van statushouders. Zijn fractie wil graag weten of Vidar ook voor deze subsidie in aanmerking komt en hoe dat precies werkt. Wethouder Bühler legt uit dat de subsidie losstaat van deze gemeenschappelijke regeling. De gemeenschappelijke regeling betreft alleen het werkgeversdeel van de SW-medewerkers. Mevrouw Van de Gazelle (ambtelijke ondersteuning) legt uit dat ze de SOWIS-subsidie kent en werkgevers adviseert om die te gebruiken als hulpmiddel om statushouders aan te nemen, omdat dat aantrekkelijk is voor werkgevers. Of Vidar zelf zo’n subsidie kan aanvragen als ze mensen in dienst neemt, betwijfelt ze. Ze gaat dit nakijken. De voorzitter concludeert dat het stuk als hamerstuk naar de raad gaat en sluit de vergadering om 22:36 uur.
20