CConstaterende datSittard-Geleen
Koppel je AI →
Document · PDF

Notulen Ronde Raadzaal 19 juni 2025

Raad 3 juli 2025, gemeente Sittard-GeleenBij agendapunt: Vaststellen van de notulen11.408 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Notulen van de Ronde in Raadszaal op donderdag 19 juni 2025 Tijdstip:

19.00-22.36 uur

1.1 Jaarstukken 2024 (Bühler ) 19:00-21.20 Aanwezig de voorzitter: de griffier:

P. Henssen A. Cortlever

de leden GOB: CDA: Stadspartij: GroenLinks/PvdA: D66: VVD: PVV: SPA: Lokaal Sittard-Geleen-Born: Burger Centraal PIT:

N.F.J. Wetzels G.J.M.C. Essing-Demandt W.P.H. Paauwe A. Boukhrissi P.R. Pi Van de Venne L. Hoogenberg D.D.W. Pfoster J.J. Renet E.V.P. Talpe

het college:

Burgemeester Verheijen, wethouder Geilen, wethouder Bühler, wethouder Salvino-Meijer, wethouder Houtakkers

ambtelijke ondersteuning:

De heer De Bruijn, de heer Van de Walle

notulen:

I. van Mourik (Notuleerservice Nederland)

De voorzitter opent de vergadering en heet iedereen welkom. Bij het eerste agendapunt wordt de raad gevraagd de jaarrekening 2024 en de jaarrekening grondexploitatie 2024 vast te stellen en het resultaat te bestemmen zoals voorgesteld. Technische vragen zijn vooraf gesteld en beantwoord via iBabs. Eerste termijn De heer Wetzels (GOB) vraagt om toelichting op beslispunt 5.c en 5.d over de verlenging van de looptijd van grondexploitaties en wijst op een mogelijk fout bedrag in beslispunt 7.a. Volgens hem moet dit 51.914 euro zijn in plaats van 55.914 euro en hij verzoekt het college dit te corrigeren om misverstanden te voorkomen. Verder vraagt hij aandacht voor drie onderwerpen: de ontsluiting van Absbroek, de nieuwe accommodatie voor gymvereniging Swentibold en de ontwikkellocatie van de Petrusschool. Hij is tevreden met het antwoord op vraag 8 over verkeersveiligheid bij Absbroek, maar wil bevestigd zien dat ook de effecten op de omgeving worden meegenomen. Tot slot roept hij het college op om in de dossiers van Swentibold en de Petrusschool meer vaart te maken, omdat de langdurige onzekerheid de betrokken verenigingen belemmert. Mevrouw Essing-Demandt (CDA) verwijst naar de toelichting van Deloitte op 12 juni 2025 waaruit blijkt dat de financiële positie van de gemeente is verbeterd, met positieve cijfers voor solvabiliteit en weerstandsvermogen.

Deloitte is dan ook voornemens een goedkeurende verklaring af te geven. Wel zijn

1

er aandachtspunten, zoals het ontbreken van contracten bij opgenomen verhuuropbrengsten. Ze vraagt de wethouder waarom dit, ondanks eerdere signalen, opnieuw voorkomt. De uitvoering van het sociaal domein blijft volgens haar financieel uitdagend, onder andere door onvoorspelbare kosten in de jeugdzorg en Wmo. Ze wijst op een overschrijding van 44 procent ten opzichte van de begroting en vraagt aandacht voor structurele oplossingen. Ook benoemt ze dat het aantal bijstandsuitkeringen daalt. Tegelijkertijd neemt het aantal signalen van financiële problemen toe, mede dankzij vroegsignalering. De uitbreiding van de armoede- en schuldenaanpak met pilots als Samen kundig en Op de rit juicht ze toe, net als het toegenomen gebruik van Stichting Leergeld door gezinnen met een laag inkomen. Daarnaast vraagt ze aandacht voor het langdurige probleem van oneigenlijk gebruik van parkeerplaatsen aan de Kampstraat. Ze wil op de hoogte blijven van de resultaten van de maatregelen die dit jaar worden ingezet. Ook roept ze op tot verdere inzet op afvalscheiding om de stijgende woonlasten te beperken, hoewel ze erkent dat de lasten voor huurders in deze gemeente relatief laag zijn. Tot slot concludeert ze dat de jaarrekening 2024 het beeld bevestigt van een financieel veerkrachtige gemeente.

Toch waarschuwt ze voor risico’s als de afname van structurele exploitatieruimte, de oplopende schuldquote door investeringen en de moeilijkheden bij het financieel rond krijgen van nieuwe ontwikkelingen. Ze pleit daarom voor blijvende alertheid. Mevrouw Boukhrissi (GroenLinks/PvdA) benadrukt dat de jaarstukken niet alleen over cijfers gaan, maar vooral over keuzes en mensen. Ze spreekt haar waardering uit voor de inzet van het college op het gebied van dakloosheid via het actieplan, maar vraagt extra aandacht voor mensen die hulp mijden door verlies van vertrouwen in instanties. Voor deze groep pleit ze voor de invoering van doneerringen bij afvalbakken, waarmee statiegeldflessen op waardige wijze kunnen worden ingeleverd. Nu Statiegeld Nederland de kosten volledig vergoedt, ligt de drempel laag en roept ze het college op om een kleinschalige pilot te starten, bijvoorbeeld bij stations. Verder staat ze stil bij het contactpunt eenzaamheid, waar al 181 meldingen zijn binnengekomen terwijl het meldpunt nog niet breed bekend is. Ze vraagt of er ruimte is om kleinschalige initiatieven zoals Sociaal Maatje te ondersteunen, waarbij vrijwilligers persoonlijk contact onderhouden met mensen die zich eenzaam voelen. Tot slot spreekt ze over de kosten die verbonden zijn aan het wijzigen van geslachtsregistratie.

Ze pleit voor vergoeding hiervan, in navolging van andere gemeenten, zodat Sittard-Geleen als regenbooggemeente ook hier haar inclusieve ambities in daden omzet. Ze roept het college op om met een open blik te onderzoeken of dit mogelijk is. In haar afronding onderstreept ze dat de jaarstukken vooral laten zien wie ze als gemeente willen zijn en wat ze voor mensen willen betekenen. De heer Paauwe (Stadspartij) complimenteert de wethouder Financiën met het positieve resultaat van 13 miljoen euro, maar plaatst daarbij direct een kritische kanttekening: het volledige bedrag is al bestemd zonder dat inwoners of ondernemers daar concreet iets van terugzien. Volgens de Stadspartij is lastenverlichting op zijn plaats, omdat ook zij hebben bijgedragen aan dit resultaat. Hij uit daarnaast zorgen over de toewijzing van 2,6 miljoen euro voor de herhuisvesting van Oekraïense ontheemden. Hij geeft aan dat er ook geld moet worden vrijgemaakt voor eigen inwoners, vooral jongeren, die wachten op een eigen woning. Hij roept op tot actief beleid om deze groep perspectief te bieden. Daarbij wijst hij op het verschil in ambitie tussen Sittard-Geleen en bijvoorbeeld Heerlen, dat inzet op groei naar 100.000 inwoners. Verder geeft hij namens zijn partij aan dat er doorgepakt moet worden om een goede accommodatie te realiseren voor GV Swentibold.

Ook spreekt hij zijn zorgen uit over jeugdzorg, de stijging van meldingen van verward gedrag en de aanstaande opening van instelling BieZefke aan de Odasingel, een locatie die de Stadspartij als ongeschikt beschouwt. Hij verzoekt het college om hier vanaf dag een te monitoren en de raad actief te informeren. Verder vraagt hij om structurele aandacht voor thuiszitters en eenzaamheid. Hij wil weten of de meldingen toenemen en wanneer de eerste resultaten van de programma-aanpak verwacht mogen worden. Tot slot gaat hij in op het parkeren van vrachtwagens aan de Kampstraat. Hij noemt het onbegrijpelijk dat lokale chauffeurs straks mogelijk moeten betalen, terwijl buitenlandse chauffeurs gratis parkeren. Ook maakt hij zich zorgen over het ontbreken van voorzieningen en de jarenlange besluiteloosheid in dit

2

dossier. Ten aanzien van de winkelleegstand pleit hij voor een kritischere blik op parkeertarieven, die volgens hem bezoekers wegjagen. Hij sluit af met een oproep aan het college om daadwerkelijk in te zetten op lokale lastenverlichting. De heer Pfoster (PVV) begint met zijn dank aan het college en de ambtelijke organisatie voor de heldere en overzichtelijke jaarrekening. Hoewel het overschot van ruim 13 miljoen euro op het eerste gezicht positief oogt, stelt hij dat dit vooral het resultaat is van uitstel en onderuitputting. Volgens hem wijst dit op een gebrek aan uitvoeringskracht binnen de organisatie. De gemeente moet niet alleen plannen maken, maar die ook daadwerkelijk uitvoeren. Hij roept het college dan ook op om meer te investeren in daadkracht in plaats van alleen beleid. Vervolgens gaat hij in op drie thema’s. Ten eerste veiligheid. Dit is volgens hem een kerntaak van de overheid, maar in de jaarrekening ontbreken concrete resultaten en meetbare effecten. Hoewel er dertig panden zijn gesloten, blijft het vooral bij monitoring. De PVV vraagt om meer transparantie en zichtbare veiligheidsverbeteringen voor de inwoners. Ten tweede de economie. Hoewel investeringen in campus- en regiofondsen worden gedaan, is onduidelijk wat deze concreet opleveren voor werkgelegenheid.

PR-verhalen over innovatie zijn volgens hem onvoldoende relevant zolang ze niet leiden tot echte banen. Daarnaast blijft leegstand een probleem waar het college volgens de PVV meer daadkracht voor moet tonen. Ten derde het sociaal domein, de grootste uitgavenpost. De PVV maakt zich zorgen over oplopende wachtlijsten binnen de Wmo en vindt dat het college zich maximaal moet inspannen om deze terug te dringen. Ook ziet hij onvoldoende resultaat van armoede- en preventiebeleid, terwijl er juist nu een impuls nodig is voor schuldenaanpak, mentale zorg en jeugdpreventie. Hij sluit af met een waarschuwing dat het overschot incidenteel is en vanaf 2026 verdwijnt. Het is volgens hem cruciaal dat er nu structureel houdbare keuzes worden gemaakt en dat de financiële ruimte ook daadwerkelijk ten goede komt aan de inwoners, in veiligheid, werkgelegenheid en bestaanszekerheid. Tot slot spreekt hij de wens uit dat het college het goede beleid met meer doorzettingskracht voortzet. De heer Pi Van de Venne (D66) merkt allereerst op dat op pagina 20 van de jaarrekening, onder bestuurlijke samenwerking, een formulering staat die volgens hem ongelukkig is gekozen. Er wordt vermeld dat het gemeentebestuur zich binnen de regio heeft ingezet voor allerlei zaken, waaronder grenscontroles.

Hij vindt deze formulering niet passend, omdat het de indruk wekt alsof de gemeente voor grenscontroles werkt, terwijl dat volgens hem juist tegengegaan moet worden. Hij vraagt daarom of het college het met zijn fractie eens is en bereid is deze tekst aan te passen. Desondanks spreekt hij ook zijn compliment uit aan de portefeuillehouder voor het behalen van een mooi financieel resultaat, zeker gezien de onzekerheden waarmee gemeenten te maken hebben. Hij waardeert dat de financiële situatie al jaren structureel goed geregeld is. Daarnaast stelt hij een vraag over de voortgang van de gesprekken rondom het Limburgs bod voor Chemelot, dat inmiddels is aangeboden in Den Haag. Hij wil graag weten hoe het daar verder mee staat en wat de verwachtingen zijn. Verder complimenteert hij de gemeente met positieve initiatieven zoals de Talent Coalition, die internationaal onderwijs en arbeidsmarkt beter op elkaar probeert af te stemmen. De heer Renet (SPA) begint met een compliment omdat er voor het eerst sinds 2009 geen rode financiële cijfers meer zijn, maar waarschuwt dat het positieve resultaat van 13 miljoen euro vooral komt door extra Rijksmiddelen en uitgestelde projecten, waardoor de situatie kwetsbaar blijft. Hij benadrukt dat er al maatregelen zijn genomen om toekomstige tegenvallers op te vangen, maar dat nu de vraag is hoe het overschot wordt besteed.

SPA pleit voor terughoudendheid bij uitgaven en wil ruimte geven aan het volgende college om eigen keuzes te maken, bijvoorbeeld door maximaal 10 miljoen euro uit reserves vrij te geven. Belangrijk voor SPA is het verlagen van lokale lasten, zoals de OZB en duidelijkheid over leges, bijvoorbeeld voor gehandicaptenparkeerkaarten. Hij waarschuwt tegen snelle verkiezingscadeautjes en pleit voor het afmaken van lopende zaken en het sparen voor de toekomst. Hij uit ook zorgen over de dienstverlening van het Klant Contact Centrum en hoopt dat recente themasessies tot verbetering leiden. Verder vraagt hij om betere communicatie over migratie en een structurele oplossing voor het parkeerprobleem, zonder de eigen chauffeurs te belasten. Tot slot vraagt hij aan wethouder Salvino om een reactie over een motie rond reclamebelasting.

3

De heer Hoogenberg (VVD) geeft aan dat de VVD tevreden is met het financiële resultaat van 2024. Het overschot van 30 miljoen euro biedt volgens hem ruimte en mogelijkheden. De meeste voorgestelde bestedingen kan de VVD steunen, maar er worden ook enkele kritische opmerkingen gemaakt. De VVD is vooral geïnteresseerd in de OZB-meevaller en wil dat dit voordeel ook echt leidt tot lastenverlichting, omdat Sittard-Geleen nog steeds de hoogste OZB-tarieven voor niet-woningen heeft. Daarnaast vraagt zij zich af of een verdere verlaging of zelfs afschaffing van de hondenbelasting bespreekbaar is en wil zij weten hoe het college de meevaller concreet wil inzetten, inclusief scenario’s voor 2026. Verder maakt de VVD zich zorgen over de financiële situatie van de domeinen. Hoewel zij cultuur belangrijk vindt, vraagt zij zich af hoe herhaling van de huidige problemen in de toekomst kan worden voorkomen, gezien het forse bedrag dat er nu mee gemoeid is en de structurele tekorten van voorgaande jaren. Tot slot herhaalt de heer Hoogenberg het verzoek van zijn partij om meer inzicht in de stadsdeelbudgetten, met name het bedrag dat gemiddeld per wethouder beschikbaar is. Hij vraagt het college hier schriftelijk op terug te komen.

Ook kondigt hij aan dat de VVD van plan is om later op de avond een amendement in te dienen om de kosten van het nieuwe dierenbeleid te dekken uit het positieve financiële resultaat van 2024. De heer Talpe (PIT) merkt op dat de jaarrekening een positief saldo van 13 miljoen euro laat zien, maar dat hierbinnen 8 miljoen euro aan niet ingezette middelen zit die voor een specifiek doel zijn bestemden bijna 2 miljoen euro aan incidentele middelen die doorgeschoven zijn naar 2025. Dit betekent dat er ongeveer 10 miljoen euro niet is besteed aan het doel waarvoor die bedoeld was. De PIT-fractie vraagt zich daarom af waarom deze middelen niet zijn ingezet. Was er onvoldoende ambtelijke capaciteit, speelden externe factoren een rol of zijn posten te ruim begroot? Ook wil de fractie weten welke stappen het college heeft gezet of gaat zetten om dit te verbeteren. Verder gaat hij in op het onderwerp betaalbare huisvesting. Hij wijst erop dat zijn fractie vorig jaar een amendement heeft ingediend om 1 miljoen euro te reserveren voor dit doel, toen de middelen nog beschikbaar waren. Destijds werd op advies van het college en andere fracties besloten dat reserveren niet nodig was. Nu deze middelen niet meer beschikbaar zijn, ziet de PIT-fractie dit als een gemiste kans, waardoor inwoners die een woning zoeken de dupe worden.

Daarom overweegt de fractie opnieuw een motie over betaalbare huisvesting. Tot slot wijst hij op een passage in de jaarstukken waarin staat dat streefwaarden in samenwerking met de commissie B&V tot stand zijn gekomen. Hij vindt deze formulering onjuist, omdat streefwaarden een politieke keuze zijn en de commissie B&V een technische rol heeft. De fractie dient daarom een amendement in om deze passage te schrappen. Daarnaast heeft PIT nog een aanvullende technische vraag over het financiële beleid, die schriftelijk zal worden ingediend. Wethouder Bühler benadrukt dat de jaarrekening een terugblik is op 2024 en vooral technische afronding betreft, dus sommige besproken onderwerpen passen beter bij de begrotingsronde. Ze noemt dat de schuldquote gedaald is door minder schuld en meer inkomsten dan begroot. Ze waardeert de bijdrage van GroenLinks/PvdA en wijst op aankomende gesprekken over sociale thema’s, zoals armoedebeleid en Vidar, die nog volgen in het najaar. Over OZB en lastenverlichting geeft ze aan dat er middelen gereserveerd zijn om concrete plannen voor inwoners uit te werken richting de begroting. De aanpak van eenzaamheid wordt na de zomervakantie afgerond en besproken. Op de zorgen over financiële monitoring geeft ze aan dat er een project loopt om de stuurbaarheid en monitorbaarheid van de begroting en jaarrekening te verbeteren, waarbij de raad wordt betrokken.

Ze benadrukt dat er wat betreft armoede en preventiebeleid juist al flinke investeringen en pilots lopen, zoals pilot Op de rit en Start Schuldvrij en dat hierover in het najaar verder wordt gesproken. Op de vraag over het ravijnjaar 2026 wijst ze erop dat dit onderwerp eerder is besproken bij de kadernota en inmiddels is opgeschoven naar 2028 en dat het niet past bij deze jaarrekeningbespreking. Tot slot reageert ze op de vraag over niet ingezette middelen. Het grootste deel daarvan, bijna 6 miljoen euro, hangt samen met inflatiecorrecties die later verwerkt worden en het overige betreft lopende werkzaamheden die in 2025 worden afgerond. Dit is een relatief klein deel van de totale begroting en betekent niet dat er onvoldoende inzet is voor de stad.

4

Mevrouw Essing-Demandt (CDA) licht toe dat ze in haar eerdere bijdrage de toename van de schuldquote benoemde. Ze erkent dat beide gezichtspunten kloppen. Ten opzichte van de begroting 2024 is de schuldquote verbeterd: 2,24% Vergeleken met de jaarrekening 2023 is de schuldquote echter juist verslechterd. Ze wil dat ter aanvulling benadrukken. De heer Paauwe (Stadspartij) herhaalt zijn eerdere opmerking over de miljoenen aan rijksgeld die nog in de gemeente Sittard geparkeerd staan, onder andere voor woningbouw. Hij vraagt of de afgesproken lijst hierover nog voor de raadsvergadering verstrekt wordt. Wethouder Bühler legt uit dat de door de accountant benoemde SPUK-gelden, waaronder niet alleen middelen voor woningbouw vallen, een totaal van ongeveer 80 miljoen euro is, verdeeld over diverse regelingen. Ze verwijst naar de SiSa-verklaringen die grotendeels nog geheim zijn, waardoor details lastig zijn. Ze noemt het goede idee van de raad om dit onderwerp als speerpunt te laten onderzoeken bij de nieuwe accountantscontrole, zodat er beter inzicht komt. De heer Paauwe (Stadspartij) benadrukt dat het woningbouwvraagstuk voor hem het belangrijkste is, gezien de grote woningnood. Hij juicht toe dat vandaag de voormalige LTS een nieuwe bestemming krijgt en hoopt dat er de komende weken meer van zulke projecten volgen. Hij geeft aan dat hij vooral wil dat er voortgang wordt geboekt.

De heer Renet (SPA) onderschrijft dat de jaarrekening vooral een terugblik moet zijn, maar wijst erop dat het college ook middelen bestemt die anders terug zouden vloeien naar de algemene middelen. Volgens hem moet de raad daarom ook de mogelijkheid hebben om over die bestedingen te spreken. Wethouder Bühler legt uit dat de bestemmingen in de jaarrekening vooral betrekking hebben op het afmaken van lopende zaken uit 2024, oftewel autonome ontwikkelingen die zich in dat jaar al hebben voorgedaan. Het gaat dus om het afronden van processen en niet om het invoeren van nieuw beleid. De heer Renet (SPA) benadrukt dat het, hoewel het om het afmaken van bestaande zaken gaat, toch besluiten zijn waarover de raad het recht heeft om te discussiëren. Hij vindt het te makkelijk om te zeggen dat dergelijke bestedingen alleen bij de begroting aan bod komen, terwijl er nu ook geld wordt besteed via de jaarrekening. Daarom vindt hij dat er hier wel degelijk over de besteding van de middelen gesproken moet worden. Daarnaast stelt hij voor om burgers erbij te betrekken, bijvoorbeeld via verkiezingen of kieskompassen, zodat partijen beter inzicht krijgen in wat ze willen met dat geld. Hij suggereert dat fracties hun programma’s meer doorgerekend en vergelijkbaar moeten maken, zodat er een duidelijker beeld ontstaat van de financiële impact.

Wethouder Bühler geeft aan dat over de bestemmingen die betrekking hebben op de jaarrekening wel degelijk wordt gesproken. Als het echter gaat om toekomstige bestedingen en plannen, dan hoort dat thuis bij de begrotingsbesprekingen. De heer Talpe (PIT) vraagt om opheldering over het overschot van 13 miljoen euro, waarvan 10 miljoen euro niet is besteed maar doorgeschoven is naar volgend jaar. Hij wil weten waarom dit gebeurt, of het geld teruggaat naar de algemene reserve of concreet wordt besteed en hoe de beeldvorming rondom de financiële situatie is. Daarnaast vraagt hij wat er gedaan wordt om deze middelen beter binnen het geplande jaar te besteden in plaats van ze steeds door te schuiven. Wethouder Bühler legt uit dat het college streeft naar een begroting die op nul uitkomt, maar dat er gedurende het jaar vaak onverwachte inkomsten en uitgaven zijn. Daardoor blijft er aan het eind van het jaar meestal geld over of is er een tekort. Dit keer is er een overschot, deels doordat sommige middelen laat in het jaar via de decembercirculaire binnenkomen en niet meer kunnen worden besteed, waardoor ze moeten worden doorgeschoven. Daarnaast zijn er lopende projecten die nog afgerond moeten worden.

De wethouder verwijst naar de gegeven toelichtingen in het jaarrekeningrapport en technische vragen en geeft aan dat dit de belangrijkste redenen zijn voor het niet besteden van het volledige bedrag.

5

De heer Talpe (PIT) vindt het belangrijk voor de beeldvorming naar buiten toe dat niet alleen het totale overschot van 13 miljoen euro wordt gepresenteerd. Hij benadrukt dat er 10 miljoen euro van dat bedrag niet is besteed en is doorgeschoven naar volgend jaar, waardoor het werkelijke positieve resultaat slechts 3 miljoen euro is. Volgens hem hoort die nuance ook duidelijk gecommuniceerd te worden, zodat het volledige verhaal naar buiten toe klopt. Wethouder Bühler geeft aan dat ze bij het college altijd proberen om die nuance ook in de communicatie naar buiten toe mee te nemen. Hoewel het niet in detail gebeurt, wordt wel op hoofdlijnen duidelijk gemaakt hoe de cijfers tot stand komen. Burgemeester Verheijen gaat in op twee vragen binnen zijn portefeuille. De eerste, van D66, betreft grenscontroles tussen Nederland en Duitsland, waarover hij bevestigt dat er aandacht aan is besteed en dat men bezig is met het terugdringen daarvan. De tweede vraag, van de PVV, gaat over het effect van extra middelen op veiligheid. Hij legt uit dat dit niet goed kwantitatief in de jaarrekening te vatten is, maar dat hierover regelmatig wordt gerapporteerd in andere documenten, zoals het tweejaarlijkse actieplan Integrale veiligheid en de kadernota Integrale veiligheid die elke vier jaar worden besproken. Deze documenten bieden een uitgebreider en dieper inzicht dan de jaarrekening kan geven.

De heer Pi Van de Venne (D66) vindt de huidige formulering over grenscontroles ongelukkig, vooral nu België ook grenscontroles invoert, wat problemen kan veroorzaken voor inwoners van Sittard-Geleen. Hij noemt het misschien een kleinigheid, maar vindt dat de tekst niet goed weergeeft hoe de gemeente hierop moet reageren. Hij neemt dit mee terug naar zijn fractie en sluit niet uit dat deze met een amendement komt om de tekst aan te scherpen. Wethouder Geilen antwoordt namens zichzelf en wethouder Tillie op vragen van meerdere fracties. Hij geeft aan dat de vermelding van de periode ‘tot’ 2025, ‘tot en met’ hoort te zijn. Deze fout wordt gecorrigeerd, evenals een verkeerd bedrag bij beslispunt 7.a. Dit wordt via een rectificatie in het gemeenteblad aangepast. Over de aansluiting Absbroek geeft hij aan dat ook de verkeerssituatie rond Zuyderland wordt meegenomen en dat hierover na de zomer meer duidelijkheid komt, omdat Zuyderland nog in de visievormingsfase zit. Wat betreft de huuropbrengsten zonder inkomsten is er een voorziening getroffen voor incidentele afboekingen. Structurele maatregelen komen pas aan bod als panden definitief worden verkocht, omdat de opbrengst dan terugkeert. Bij het parkeren op de Kampstraat benadrukt hij dat alleen vrachtwagens die bij bedrijven in SittardGeleen moeten zijn, een plek krijgen.

Het college werkt aan een vergunningstelsel om oneigenlijk gebruik te voorkomen en eigen chauffeurs ’s avonds en in het weekend een parkeerplek te bieden. Over dakloosheid bevestigt hij dat ook daklozen die geen zorg zoeken aandacht krijgen, zoals beschreven in het actieplan. Hij verwijst naar recente initiatieven die deze groep actief benaderen. Doneerringen zijn geen onderwerp voor de jaarrekening. Het college houdt vast aan zijn eerder gegeven opvattingen. Op vragen over bouwen voor eigen inwoners verwijst de wethouder naar de Omgevingsvisie en het volkshuisvestingsprogramma, met een focus op sociale woningbouw voor kleine huishoudens en jongeren. De financiële discussie hierover volgt bij de begroting 2026. Hij geeft aan dat leegstand in de centra wordt aangepakt, onder andere in de Salmstraat, zoals beschreven in de eerste rapportage. Ook hier volgt nog nadere uitwerking. Voor jeugdzorg en verward gedrag geldt dat eventuele extra middelen bij de begroting worden besproken. De raad kan daarbij amendementen indienen. Bij BieZefke wordt gemonitord hoeveel mensen gebruik maken van de voorzieningen en hoe toezicht verloopt. Het is een plek waar daklozen en eenzame mensen tijdelijk steun vinden. Hij geeft aan dat de raad de leges voor de gehandicaptenparkeerkaart zelf heeft vastgesteld.

Later dit jaar wordt er weer over gesproken en kunnen technische vragen worden gesteld en kan de discussie over tarieven plaatsvinden. Het stadsdeelbudget bedraagt 28.500 euro per stadsdeel voor maatschappelijke initiatieven. Voor dierenbeleid verwijst hij naar een later debat.

6

De heer Hoogenberg (VVD) licht toe dat het heel eenvoudig is om alvast een deel van het jaarresultaat te reserveren voor de uitwerking van het dierenbeleid. Wethouder Geilen vindt het verstandig om de discussie over het reserveren van geld voor beleid op een later moment te voeren. Het college heeft al een brief gestuurd met opmerkingen over het dierenbeleid, waarin ook wordt aangegeven dat er op dit moment geen noodzaak is om extra geld te reserveren. De heer Paauwe (Stadspartij) komt terug op de ambitie van Heerlen om te groeien naar meer dan 100.000 inwoners. Hij vraagt hoe Sittard-Geleen hierin staat. Wethouder Geilen verwijst naar de Omgevingsvisie die de perspectieven voor de ontwikkeling van Sittard-Geleen richting 2040 schetst en door de raad is vastgesteld. Hierin staat dat groei niet alleen door meer woningen komt, maar dat daar veel meer voor nodig is. Groei kan ontstaan afhankelijk van verschillende scenario’s en de ontwikkeling van werkgelegenheid, vooral in de grensregio, omdat dit een positieve impuls kan geven om meer inwoners aan te trekken. Mevrouw Boukhrissi (GroenLinks/PvdA) maakt een opmerking over de jaarstukken en de beleidsmatige verantwoording daarvan. Ze benadrukt dat het niet alleen gaat over gemaakte keuzes, maar ook over keuzes die niet zijn gemaakt.

Ze merkt op dat er wel degelijk veranderde omstandigheden zijn rond doneerringen, ook al is gezegd dat die er niet zijn. Ze vindt dat hierover een politiek debat gevoerd moet worden, omdat het belangrijk is voor kwetsbare groepen, die volgens haar soms meer baat hebben bij doneerringen dan de veldwerkers, die ook goed werk doen. Als dit moment niet geschikt is voor dat debat, vraagt ze wanneer het dan wel kan plaatsvinden, omdat ze vindt dat het te lang duurt als het wordt doorgeschoven naar de begroting. Wethouder Geilen geeft aan dat het een interessante gedachte is om ook verantwoording af te leggen over wat je niet hebt gedaan, maar dat dat zou leiden tot een heel uitgebreid boek, omdat er altijd veel dingen zijn die je niet doet. Volgens hem past dat niet binnen de afgesproken verantwoordingsmethodiek, waarbij vooral verantwoording wordt afgelegd over het gevoerde beleid. Hij geeft aan dat de vragen die zijn gesteld zijn beantwoord en als die antwoorden aanleiding geven tot verdere debatten, zijn er genoeg instrumenten om die te voeren, zoals moties of initiatiefvoorstellen. Het college is niet van plan zelf met een voorstel te komen. Ook kan er gewacht worden tot de begroting, wat een geschikt moment kan zijn om beleid te wijzigen, bijvoorbeeld in combinatie met afvalstoffenheffing of het aanstaande grondstoffenbeleid na de zomer.

Hij noemt september of oktober 2025 als mogelijke momenten voor de raad om daarover te spreken. De heer Renet (SPA) geeft aan dat het handig is om direct na het vaststellen van de leges voor de parkeerplaatsen ook al wat meer tijd te nemen om die situatie intensiever te bekijken. Hij vindt het niet ideaal om pas vlak voor de begroting vragen te stellen, omdat men dan eigenlijk te weinig tijd heeft om alles goed te onderzoeken. Daarom vraagt hij of het mogelijk is om nu al schriftelijk en gedetailleerd een uitleg te krijgen over hoe alles precies in elkaar zit. Zo kan hij dat beter vergelijken met andere gemeenten en er serieus aandacht aan besteden. Het is niet zijn bedoeling om nu tussentijds veranderingen door te voeren, maar wel om alvast goed geïnformeerd te worden. Wethouder Geilen geeft aan dat hij de vraag zo heeft beantwoord om bij het onderwerp van de jaarrekening te blijven. De leges voor 2024 kunnen namelijk niet meer aangepast worden, omdat het debat daarover vanavond plaatsvindt. Hij zal nagaan waar de uitleg eerder is gegeven, zodat de heer Renet dat nog eens rustig kan nalezen. De heer Talpe (PIT) vraagt of hij het goed begrijpt dat de wethouder bij de begroting van 2026 met een voorstel komt over middelen voor woningbouw en betaalbare woningbouw.

Wethouder Geilen antwoordt dat, als er op basis van het volkshuisvestingsprogramma een noodzaak is, de begroting het eerste moment is om daar samen over te praten. Hij geeft aan dat hij verwacht dat die noodzaak er inderdaad is.

7

De heer Talpe (PIT) vraagt of het mogelijk is om de middelen voor woningbouw niet pas op het laatste moment bij de begroting aan te bieden, maar dit zoveel mogelijk naar voren te halen. Zo wil hij eerder inzicht krijgen, zodat er voldoende tijd is om te bekijken wat ermee gedaan kan worden. Wethouder Geilen antwoordt dat het college het volkshuisvestingsprogramma vaststelt onder de Omgevingswet en dat dit na de zomer gebeurt, dus eerder dan de begroting in november. Hij blijft bewust vaag omdat er nog veel aan vastzit, maar benadrukt dat het programma ruim voor de begroting beschikbaar is, zodat de raad zich er goed in kan verdiepen. Wethouder Salvino-Meijer beantwoordt de vraag over ID-kaarten en de vergoeding daarvan bij een geslachtswijziging. Ze legt uit dat deze kwestie ook onder de portefeuille van wethouder Tillie valt en dat er op 20 december 2023 al schriftelijke antwoorden zijn gegeven naar aanleiding van artikel 43. Ze geeft aan dat ze dit nog eens bij de wethouder onder de aandacht brengt, zodat hij er binnenkort op kan terugkomen. De heer Pfoster (PVV) geeft aan dat hij het economisch beleid van de gemeente Sittard-Geleen volledig ondersteunt. Hij vindt het goed dat er veel geïnvesteerd wordt in campussen en innovatie, wat volgens hem ook belangrijk is.

Tegelijkertijd merkt hij op dat er in de rapportages weinig concrete en meetbare resultaten terug te vinden zijn over wat deze investeringen precies opleveren, bijvoorbeeld op het gebied van werkgelegenheid en het creëren van banen. Hij hoopt dat daar in het komende jaar een duidelijke economische rapportage over verschijnt, omdat het belangrijk is om te zien wat het beleid daadwerkelijk oplevert. Wethouder Salvino-Meijer geeft aan dat de gemeente Geleen zelf niet investeert in de campus, dat doet de provincie. De heer Pfoster (PVV) reageert daarop en zegt dat Sittard-Geleen met de Chemelot Campus wel degelijk betrokken is als stakeholder. Hij kan zich niet voorstellen dat de gemeente helemaal niets bijdraagt, aangezien dit ook in hun rapportage terugkomt. Omdat de campus in hun directe omgeving ligt, zou het volgens hem prettig zijn om beter inzicht te krijgen in wat er precies binnen de gemeente gebeurt. Wethouder Salvino-Meijer erkent dat de leegstand in de centra een terecht en zorgelijk punt is. Ze benadrukt dat de gemeente hier hard aan werkt en dat er in 2023 een nieuw detailhandelsbeleid is vastgesteld, waarbij het kernwinkelgebied kleiner is gemaakt, iets waar ook vastgoedondernemers om vroegen voor meer duidelijkheid. De markt moet nu zijn werk doen, maar de gemeente ondersteunt dit met stimuleringsregelingen, waar al veel gebruik van wordt gemaakt.

Ze geeft aan dat er binnenkort weer een update hierover naar de raad wordt gestuurd. Verder vertelt ze dat er volop gebouwd en opgeknapt wordt en dat nieuwe bewoners ook bijdragen aan meer bezoekers in de stad. Ze legt uit dat grote winkelketens vaak veel ruimte nodig hebben en dat het kosten met zich meebrengt om winkels klaar te maken, maar dat er ook wordt gekeken naar kleinere concepten en franchiseformules om toch ondernemers aan te trekken. Over het Limburgse bod voor Chemelot meldt ze dat hier maatwerkafspraken voor zijn gemaakt en dat ministers op bezoek zijn geweest. Er wordt momenteel gewerkt aan een actualisatie, waarover binnenkort communicatie naar de raad volgt. Tot slot bevestigt ze aan de heer Renet dat hij nog geen schriftelijke reactie heeft ontvangen op de motie reclamebelasting, maar dat dit formeel wordt afgerond en dat hij binnen twee à drie weken het antwoord kan verwachten. De heer Pfoster (PVV) geeft aan dat de leegstandsproblematiek geen nieuw probleem is, het speelt al langere tijd. Daarom vraagt hij zich af waar de wethouder nu precies tegenaan loopt binnen dit dossier. Hij wil graag weten of het vooral de huurprijzen zijn die een obstakel vormen of het aantrekkelijkheidsklimaat van Sittard-Geleen of misschien de beschikbare vierkante meters. Hij zoekt meer inzicht in wat de wethouder hoort van ondernemers en waar het volgens haar precies knelt.

Daarnaast wil hij weten hoe het beleid eventueel aangepast of aangescherpt kan worden. Zijn doel is om op een constructieve manier mee te denken. Hij vraagt of bepaalde obstakels moeten worden weggenomen of dat ondernemers tegen teveel bureaucratie aanlopen.

8

Wethouder Salvino-Meijer antwoordt dat volgens haar de leegstandsproblematiek een samenloop van omstandigheden is. In 2023 is het detailhandelsbeleid vastgesteld, waarbij het kernwinkelgebied kleiner is gemaakt, wat destijds al voor de nodige discussie zorgde. Nu klinkt er vanuit de markt dat het nog kleiner moet, maar zij weet niet of die stap nu al gezet moet worden. De problematiek is niet van vandaag op morgen opgelost, er is tijd voor nodig. De wethouder merkt op dat vastgoedondernemers zelf ook hard werken en investeren, bijvoorbeeld in marketing en dat het niet alleen aan de huurprijzen ligt. Er is volgens haar wel een goede vibe in de markt, maar het duurt nog even voordat dat zichtbaar wordt. Ze benadrukt dat het college blijft werken aan het aantrekkelijk maken van beide stadscentra en ook actief partijen blijft benaderen die nog niet eerder naar Sittard hebben gekeken. Ze noemt de historische binnenstad van Sittard als een sterk punt en herhaalt dat Sittard het hoofdkoopcentrum is volgens het detailhandelsbeleid. Uiteindelijk ziet zij het als een kwestie van doorzetten en op dit moment nog niet het juiste moment om het beleid te veranderen, maar er wel een tandje extra bij te zetten.

De heer Renet (SPA) merkt op dat, hoewel de wethouder zei dat de gemeente niet financieel investeert in de campus, de gemeente volgens hem wel geld bijdraagt om deel te kunnen nemen aan bepaalde gespreksgroepen. Hij denkt dat dat bedrag behoorlijk is en benadrukt dat ook de campus hierbij betrokken is. Wethouder Salvino-Meijer licht toe dat het gaat om de Chemelot Circular Hub, waar inderdaad een bedrag naartoe gaat. Het exacte bedrag weet ze niet uit het hoofd. Ze benadrukt dat het bedrag niet heel aanzienlijk is. Ze legt uit dat de investering in de campus echt door de provincie komt. De Chemelot Circular Hub is een breed overleg waar meerdere partijen bij betrokken zijn, zoals Chemelot zelf, de campus en Hogeschool Zuyd. Wethouder Houtakkers geeft dat er al lang gesproken wordt over de accommodatie Swentibold. Er was een budget van ongeveer 2 miljoen euro, maar door kostenstijgingen zijn de kosten inmiddels opgelopen tot circa 4 miljoen euro, wat onrealistisch is om te besteden. De huidige locatie wordt goed onderhouden en de gebruikers zijn tevreden. Op 7 juli 2025 is er een gesprek gepland om te bespreken of een turnhal nodig is. Omdat dit een duur onderdeel is, wordt ook gekeken naar mogelijke oplossingen bij andere locaties, zoals rond de atletiekbaan van Unitas. Bij een oplossing kan de locatie Swentibold mogelijk kleiner en betaalbaarder worden ingericht.

Over de locatie Petrusschool vertelt hij dat het ambitiedocument ongeveer een jaar geleden is afgerond. Door doorrekeningen blijken de kosten en de exploitatie behoorlijk hoog te zijn, wat een financiële last voor de gemeente betekent. Omdat de gemeente eigenaar is van het hele gebied, is het belangrijk om de eigendommen goed in de markt te zetten. Er lopen gesprekken met marktpartijen en er wordt gekeken naar een open publiek-private samenwerking om het culturele kwartier op een goede manier in te richten. Dit proces vraagt tijd, maar de huidige gebruikers van de Petrusschool maken zich nog geen zorgen over de toekomst. Wat betreft maatschappelijk vastgoed geeft hij aan dat er zeker aandacht is voor de problematiek. Er zijn onderzoeken en voortgangsrapportages voor verschillende voorzieningen, zoals het Hubertushuis, ‘t Plenkhoes en Limbricht. Ook wordt gekeken naar een mogelijke herinrichting van het beheer, onder andere in lijn met de heroriëntatie van de sportstichting. Dit proces kost eveneens tijd en er wordt later op teruggekomen. Tot slot benoemt hij dat er afspraken zijn gemaakt om regelmatig terug te komen op de financiële situatie van De Domijnen en transparant te zijn over de cijfers. De nieuwe directeur zet zich hiervoor in.

Tijdens een themasessie op 8 mei 2025 is gesproken over de financiële middelen die in 2026 en mogelijk ook in 2027 nodig zijn, waarbij aanzienlijke bedragen zijn genoemd. Het college zal hierop weer terugkomen met voorstellen en perspectieven. De heer Talpe (PIT) heeft nog een vraag voor wethouder Bühler over een amendement rondom de passage over de commissie Begroting & Verantwoording en de formulering daarvan. Het amendement is pas laat binnengekomen, maar hij is toch benieuwd of de portefeuillehouder daar al iets over kan zeggen.

9

Wethouder Bühler verwijst naar 2019, toen ze als raadslid een motie indiende over kengetallen, die unaniem werd aangenomen. Daarna is er intensief gewerkt in de commissie Begroting & Verantwoording aan de leesbaarheid van de begroting en het gebruik van kengetallen. Volgens haar is deze commissie geen politieke commissie, maar een inhoudelijke, waar goed over onderwerpen als kengetallen en de regeling grote projecten wordt gesproken zonder politieke druk. De commissie adviseert de raad, maar de uiteindelijke besluiten worden door de raad genomen. Ze vindt dat de commissie Begroting & Verantwoording een duidelijk adviesrecht heeft en dat de raad daar respect voor moet hebben. Daarom raadt ze de raad af het amendement aan te nemen, omdat ze het niet passend vindt om afspraken over de commissie via een amendement te regelen. Tweede termijn De heer Renet (SPA) benadrukt dat het belangrijk is om afspraken te maken over het terughoudend doen van voorstellen in de komende verkiezingsperiode. Zo wil hij dat er voldoende ruimte blijft om bijvoorbeeld een bedrag van 10 miljoen euro uit de reserves te investeren. Het doel is om zoveel mogelijk financiële ruimte te behouden, zodat burgers bij de verkiezingen echt kunnen kiezen welke richting ze op willen met die middelen. De heer Wetzels (GOB) wijst erop dat er al voorstellen van het college liggen ter waarde van 12,8 miljoen euro.

Daarom verwacht hij dat duidelijk wordt aangegeven welke onderdelen van die 12,8 miljoen euro niet meer doorgevoerd worden als er 10 miljoen euro vrijgemaakt moet worden. De heer Renet (SPA) benadrukt dat men in de nabije toekomst voorzichtig moet zijn met investeringen. Hij wijst erop dat er gelden zijn die soms op een bepaalde manier worden weggeboekt, waardoor het geld in de algemene middelen terechtkomt. Het is belangrijk om hiervoor een goede financiële buffer aan te houden. Uiteraard kan er niet altijd worden vastgehouden als er onvoorziene zaken spelen, maar de kern is om nu terughoudend te zijn met nieuwe uitgaven en geld te reserveren voor later. Als men hier nu niet mee begint, is het straks te laat. De heer Pfoster (PVV) benadrukt dat de PVV staat voor verantwoord rentmeesterschap en goed omgaan met middelen, vooral met het oog op de toekomst. Maar dat betekent niet dat investeringen op de lange baan moeten worden geschoven. De PVV wil vooruitgang boeken en investeringen doen zodat SittardGeleen juist nu in beweging komt. Hij vindt het niet acceptabel dat scholen die al lang wachten op goede huisvesting door de gemeente wordt gevraagd te wachten tot na de verkiezingen voordat er geld beschikbaar komt. Volgens hem is dat geen goed bestuur.

De PVV wil dat er doorgepakt wordt, ongeacht of er verkiezingen zijn, omdat inwoners waarderen dat er duidelijke keuzes worden gemaakt en goede middelen worden ingezet. Daarom steunt de PVV het voorstel om terughoudend te zijn met het uitstellen van investeringen niet. Mevrouw Essing-Demandt (CDA) vindt de discussie tegenstrijdig. Aan de ene kant hoort ze dat het geld teruggegeven moet worden aan de burgers en dat er actie ondernomen moet worden, maar aan de andere kant wordt gezegd dat men terughoudend moet zijn met uitgaven. Haar tweede punt is dat, als er middelen worden besteed of investeringen worden gedaan, deze altijd aan de raad worden voorgelegd, waarna ieder raadslid kan besluiten om er wel of niet mee in te stemmen. De heer Renet (SPA) legt uit dat je bij het vaststellen van de begroting voor 2026 keuzes kunt maken, je kunt alles meteen besteden aan vaste plannen, maar hij pleit ervoor om een deel van het geld beschikbaar te houden. Dit om, na de verkiezingen, ruimte te geven aan de nieuwe politieke koers die gekozen wordt. Vaak is er na verkiezingen weinig speelruimte omdat het vorige college alles al heeft vastgelegd. Hij wil voorkomen dat het college dan alleen maar kleine aanpassingen kan doen en wil juist de burgers de mogelijkheid geven echt te kiezen welke richting ze op willen.

Noodzakelijke zaken moeten gedaan worden, maar sommige dingen kunnen soms iets later gebeuren. Door geld achter de hand te houden, kan de raad straks beter inspelen op wat de burgers echt willen en zo meer inhoudelijke keuzes maken.

10

De heer Pfoster (PVV) antwoordt dat wat de heer Renet voorstelt niet kan. Volgens hem kiezen de burgers niet direct hoe het geld wordt besteed. Burgers geven de politiek een mandaat om namens hen keuzes te maken. Het is aan de raad, als budgetrechters, om na de verkiezingen te bepalen hoe het geld wordt ingezet. De burgers kunnen wel stemmen op verkiezingsprogramma’s, maar de daadwerkelijke invulling na de collegevorming ligt buiten hun directe invloed. De heer Talpe (PIT) geeft aan dat de heer Renet volgens hem de mogelijkheid heeft om bij beslispunt 3, die 13 miljoen euro, te amenderen. Hij vindt dat er dus echt keuzes gemaakt kunnen worden. Daarnaast zegt hij dat het niet alleen na de verkiezingen gaat om de keuzes van burgers, maar dat inwoners ook nu al goed kunnen zien hoe er de afgelopen jaren met besluiten is omgegaan. De heer Paauwe (Stadspartij) benadrukt dat de Stadspartij altijd streeft naar verlaging van de lokale lasten. Hij vraagt vervolgens welke boodschap het CDA bedoelde toen zij stelde dat de gemeentelijke lasten in Sittard-Geleen de laagste zijn. Mevrouw Essing-Demandt (CDA) geeft aan dat zij heeft aangegeven dat de gemiddelde lasten voor een huurder de laagste zijn van de vier grote gemeenten in Limburg.

De voorzitter vraagt of de partijen duidelijk kunnen maken welke moties of amendementen ze willen indienen bij dit onderwerp, zodat dit meegenomen kan worden bij het doorgeleiden naar de raad. De heer Talpe (PIT) geeft aan dat zijn fractie een motie indient in over betaalbare huisvesting en een amendement over de commissie B&V. De voorzitter vraagt of de aanwezigen het ermee eens zijn dat dan alleen deze onderwerpen in de raad besproken worden, zodat de hele procedure niet opnieuw hoeft te worden doorlopen. De heer Renet (SPA) benadrukt dat de raad vrij moet kunnen spreken over belangrijke stukken zoals de jaarrekening. Hij vindt het terecht dat raadsleden bepaalde zaken herhalen, zodat ook burgers goed geïnformeerd worden. Hoewel hij niet van plan is alles te herhalen wat hij eerder heeft gezegd, vindt hij het onjuist om beperkingen op te leggen aan waar de raad het over mag hebben. Volgens hem moet de raad de vrijheid behouden om te spreken over wat hij belangrijk acht. De heer Talpe (PIT) geeft aan dat hij al twee zaken heeft aangekondigd, maar houdt de mogelijkheid open om aanvullende moties of amendementen in te dienen, mocht er nog iets te binnen schieten. De heer Hoogenberg (VVD) geeft aan dat zijn fractie mogelijk een amendement wil indienen. Of dat daadwerkelijk gebeurt, hangt af van hoe de bespreking later op de avond verloopt.

De voorzitter concludeert dat het voorstel als bespreekstuk doorgaat naar de raadsvergadering van 2 en 3 juli 2025, vanwege aangekondigde moties, amendementen en bespreekpunten. Er komt nog een wijzigingsvoorstel om bedragen en jaartallen te corrigeren op basis van de inbreng van de GOB-fractie. Enkele vragen worden schriftelijk beantwoord. Er zijn toezeggingen gedaan over schriftelijke onderbouwing van de hoogte van leges voor een gehandicaptenparkeerkaart, kosten voor wijziging van een ID-kaart bij geslachtsverandering en meer informatie over het geactualiseerde Limburgse bod. Wethouder Salvino-Meijer geeft aan dat zij al benoemd heeft dat er momenteel een actualisatie van het Limburgs bod plaatsvindt. Zij verwacht hier op korte termijn op terug te komen. Volgens haar hoeft dit nu niet als een formele toezegging te worden meegenomen in de afronding van deze vergadering. De voorzitter sluit het agendapunt en schorst de vergadering voor vijf minuten.

11

1.2 Definitieve gunning accountantsdiensten 2025 – 2028 met een optie voor een verlenging met 2 jaar (Bühler ) 21:25-21.30 Aanwezig de voorzitter: de griffier:

P. Henssen A. Cortlever

de leden GOB: CDA: Stadspartij: GroenLinks/PvdA: D66: VVD: PVV: SPA: Lokaal Sittard-Geleen-Born: Burger Centraal PIT:

M.W.C. Claessens G.J.M.C. Essing-Demandt A.C.M. Raven M.J.M. De Loo L. Hoogenberg J.J. Renet E.V.P. Talpe

het college:

Wethouder Bühler

ambtelijke ondersteuning:

De heer Roberts

notulen:

I. van Mourik (Notuleerservice Nederland)

De voorzitter heropent de vergadering en licht toe dat in iBabs de technische vragen van de fractie GOB en de bijbehorende beantwoording zijn opgenomen. Eerste termijn De heer Claessens (GOB) verwijst naar de eerder gestelde technische vragen en geeft aan dat zijn fractie meer duidelijkheid wilde over het proces. Die verduidelijking is naar tevredenheid gegeven, waardoor er geen verdere vragen meer zijn over dit dossier. Wat GOB betreft, kan het voorstel als hamerstuk worden afgehandeld. Mevrouw Essing-Demandt (CDA) geeft aan dat het stuk wat haar fractie betreft een hamerstuk is. De heer Raven (Stadspartij) geeft aan dat zijn fractie zich kan vinden in het advies. De heer Hoogenberg (VVD) geeft namens zijn fractie aan dat het voorstel als hamerstuk kan worden behandeld. De heer Renet (SPA) vindt het stuk ook een hamerstuk. De voorzitter concludeert dat het voorstel als hamerstuk naar de raadsvergadering gaat.

12

1.3 Jaarstukken 2024, 1e begrotingswijziging 2025 en ontwerpbegroting 2026 e.v. GR Kredietbank Limburg (Bühler ) 21:30-22:18 Aanwezig de voorzitter: de griffier:

P. Henssen A. Cortlever

de leden GOB: CDA: Stadspartij: GroenLinks/PvdA: D66: VVD: PVV: SPA: Lokaal Sittard-Geleen-Born: Burger Centraal PIT:

M.P.A. Dormans J.E.E.A. Schlössels A.C.M. Raven J.G.H. Slippens L. Hoogenberg J.J. Renet E.V.P. Talpe

het college:

Wethouder Bühler

ambtelijke ondersteuning:

Mevrouw Moonen, mevrouw Bruins, de heer Vranken

notulen:

I. van Mourik (Notuleerservice Nederland)

De voorzitter gaat over naar agendapunt 3, de raad wordt voorgesteld kennis te nemen van de jaarstukken 2024, in te stemmen met de eerste begrotingswijziging 2025 en met de ontwerpbegroting 2026. Er wordt voorgesteld geen zienswijze in te dienen op deze stukken. In iBabs zijn ook de technische vragen en de beantwoording daarvan opgenomen. Eerste termijn De heer Dormans (GOB) geeft aan dat de begrotingswijziging van de gemeenschappelijke regeling Kredietbank Limburg een solide beeld laat zien, met een positief resultaat in 2024. De kostenstructuur voor de gemeente ziet er gunstig uit en vanaf 2026 zorgt dit structureel voor lagere lasten. Wel waarschuwt hij voor het risico van toenemende hulpvragen zonder extra rijksmiddelen, wat op termijn financiële druk op de gemeentelijke begroting kan geven. Hij benadrukt dat de Kredietbank belangrijk werk levert op het gebied van bestaanszekerheid en armoedebestrijding en dat de gemeente hier nauwkeurig op moet blijven sturen. De fractie kan instemmen met het voorstel en ziet het als een hamerstuk. De heer Schlössels (CDA) merkt op dat de Kredietbank Limburg op vrijwel alle fronten positieve cijfers laat zien, wat waardevol is. Tegelijkertijd zijn er interne zorgen, zoals personeelstekort in relatie tot de oplopende schuldenproblematiek, wat leidt tot een disbalans tussen het aantal fte en het werkaanbod.

De Kredietbank staat hierin niet alleen, meerdere partijen en instanties kampen met deze uitdaging. Het is daarom belangrijk om aan de voorkant de samenwerking tussen betrokken partijen te zoeken en te behouden, zoals bij Trendbreuk gebeurt.

13

Mevrouw Slippens (GroenLinks/PvdA) bedankt voor het snelle en uitgebreide antwoord op haar technische vraag, dat beter was dan de simpele bevestiging waarop ze had gehoopt. Ze vraagt vervolgens naar de status van verschillende pilots, waaronder Start Schuldvrij. Ze begrijpt uit een eerdere Ronde dat er in het najaar een update over deze pilots wordt gegeven en vraagt of dat klopt. De heer Raven (Stadspartij) sluit zich aan bij de vragen van GroenLinks/PvdA over de BKR-registratie. Hij begrijpt het gegeven antwoord, maar merkt op dat er twijfel klinkt over het vertrouwen in de betrokkenen. Hij vraagt de wethouder hier verder op in te zoomen en stelt voor om de BKR-registratie te beëindigen zodra de schulden niet meer gelden, zodat er een duidelijke streep door komt te staan. De heer Renet (SPA) legt uit dat een BKR-registratie, wanneer die verband houdt met niet-terugbetaalde schulden bij bepaalde banken, jarenlang kan blijven staan. Hij vraagt in hoeverre de Kredietbank Limburg iets kan doen om die registratie te laten verdwijnen, omdat het een groot nadeel is voor mensen als zo’n registratie lang blijft staan. Hoe lang hij blijft staan, hangt af van het type registratie dat iemand heeft. De heer Hoogenberg (VVD) merkt op dat 18 procent van de trajecten vroegtijdig wordt beëindigd, wat hij een fors percentage vindt. Hij vraagt wat er gedaan wordt om dit terug te dringen.

De tweede vraag gaat over het doelgroepenbeleid. Hij geeft aan dat er signalen zijn dat bepaalde groepen moeite hebben om de weg naar de Kredietbank te vinden, vooral mensen met een gat in hun AOW of pensioen of een bijstandsuitkering. Hij vraagt of de wethouder hiervan op de hoogte is en hoe deze groepen beter bereikt kunnen worden, zowel nu als in de toekomst. De heer Vranken (Kredietbank) legt uit hoe het zit met de BKR-registratie. Hij vertelt dat de Kredietbank een melding maakt bij het CKI, dat deze registratie nog vijf jaar na afloop handhaaft. Hij vindt dat, net als velen, te lang omdat mensen vooruit moeten kunnen. De Kredietbank hanteert zelf een termijn van zes maanden. Dat is niet altijd zinvol, omdat er ook registraties zijn van andere schuldeisers die zij niet kan verwijderen. Ze kan alleen haar eigen registratie verwijderen, waarbij wordt gekeken naar de reden van de klant en de eerdere situatie. Soms zijn er klanten die hun bijdragen niet hebben voldaan en daardoor A2- of A3-coderingen krijgen. Men voert gesprekken met deze mensen om hen duurzaam te helpen en waar mogelijk verwijdert men de melding binnen zes maanden, zodat mensen weer vooruit kunnen. Spreker erkent dat een BKR-registratie een belemmering is en doet er alles aan om die waar mogelijk weg te halen.

De heer Dormans (GOB) benadrukt dat de BKR-registratie juist bedoeld is om mensen en financiers te beschermen. Als iemand niet in het BKR staat, krijgt die persoon vaak geen financiering omdat financiers dan geen vertrouwen hebben. De BKR bevat ook gegevens van mensen zonder schuld, want iedereen met een krediet of lening staat erin. Dit is belangrijk voor zowel de financier als de klant. Het is dus essentieel dat deze registratie zorgvuldig wordt gehanteerd om beide partijen te beschermen. De heer Renet (SPA) verwijst naar een uitzending van Radar of Kassa waarin werd besproken dat mensen soms geen hypotheek kunnen krijgen, ondanks dat hun schuld is afgelost, omdat een BKRregistratie nog vijf jaar blijft staan. Daarbij werd genoemd dat de ING-bank niet bereid is om A2- of A3registraties voor hypotheken te verwijderen, terwijl andere banken dat wel doen. Hij vraagt of er actie wordt ondernomen om te bekijken of mensen met een hypotheek bij ING alsnog hun registratie kunnen laten verlagen, omdat dit bij andere banken geen probleem is. De heer Vranken (Kredietbank) legt uit dat men alleen verantwoordelijk is voor de registraties die men zelf aanmaakt voor schuldhulpverlening, zoals het schuldhulpverleningstraject en het saneringskrediet.

Registraties die andere organisaties, zoals de ING of anderen, bij het CKI laten registreren, vallen niet onder haar bevoegdheid en kan zij niet verwijderen. Zij kan alleen haar eigen registraties beoordelen en eventueel verwijderen. De heer Raven (Stadspartij) verwijst naar de oproep van de VNG om bij succesvol afgeronde schuldenregelingen een registratietermijn van zes maanden te hanteren. Hij merkt op dat de Kredietbank deze termijn inderdaad hanteert, behalve bij indicaties waarover de Kredietbank geen zeggenschap heeft, zoals registraties bij andere instanties. Hij benadrukt dat de Kredietbank geen zicht heeft op hoe de

14

aflossing van die problematieken verloopt, maar wijkt toch af van de zesmaandentermijn. Hij vindt dit onrechtvaardig voor het individu dat het schuldprobleem netjes heeft opgelost. Volgens hem kan niet zomaar een uitzondering worden gemaakt op basis van onbekende openstaande zaken elders. Wethouder Bühler bevestigt dat de standaardregel is dat de registratie na zes maanden wordt verwijderd, omdat een schone lei belangrijk is voor inwoners om opnieuw te beginnen. Toch kan het soms nodig zijn om in bijzondere gevallen de registratie te laten staan, om mensen beter te helpen. KBL onderscheidt zich juist door goede begeleiding na het schuldhulptraject, wat een bewuste beleidskeuze is, mede door de gemeenteraad gedragen. Die begeleiding helpt terugval te voorkomen en kan soms streng zijn om het beste voor de klant te bereiken. De wethouder benadrukt dat KBL een hoge klanttevredenheid heeft. De heer Raven (Stadspartij) vindt dat de wethouder met een omweg willekeur lijkt te verdedigen. Volgens hem kan het niet zo zijn dat mensen die succesvol een schuldhulptraject hebben doorlopen, ongelijk worden behandeld door de Kredietbank Limburg. Hij dringt er bij de wethouder op aan om dit serieus te heroverwegen en de raad hierover een notitie te verstrekken. Zeker omdat de VNG oproept om een uniforme termijn van zes maanden te hanteren, vindt hij dat hiervan niet mag worden afgeweken.

Volgens hem verdient dit fundamentele onderwerp de volle aandacht, omdat mensen met een individueel succesvol afgerond schuldenprobleem niet jarenlang geconfronteerd moeten worden met een BKRregistratie. Hij vindt dit onacceptabel. Wethouder Bühler geeft aan dat zij het frame van willekeur, zoals door de heer Raven geschetst, niet accepteert. Ze benadrukt dat binnen Sittard-Geleen en bij uitvoeringsorganisaties zoals de Kredietbank Limburg wordt gewerkt vanuit vertrouwen en maatwerk. Dat betekent dat mensen in ongelijke situaties ongelijk worden behandeld, wat volgens haar geen willekeur is maar juist passend bij de individuele situatie. Ze ontkent dat mensen die succesvol een schuldhulptraject afronden nog worden gestraft. Tegelijk zijn er situaties waarin mensen niet succesvol afronden en daar wordt maatwerk toegepast. Ze kondigt aan geen notitie hierover te zullen maken, omdat er een duidelijk beleid is. Ze nodigt de raad uit om bij de bespreking van het sociaal beleid aan te sluiten voor verdere dialoog. De heer Raven (Stadspartij) geeft aan het jammer te vinden dat de wethouder geen notitie wil voorleggen over het onderwerp. Hij ziet geen reden waarom die niet zou worden gemaakt. Omdat uit de gestelde vragen blijkt dat er op bepaalde onderdelen wordt afgeweken van het beleid, vindt hij dat een beleidsnotitie op zijn plaats is, ook voor deze commissie.

De heer Vranken (Kredietbank) legt uit dat de Kredietbank steeds vroeger bij mensen betrokken is en hen eerder bereikt om hulp te accepteren. Toch is er een groep die twijfelt om de stap te zetten. Daarom worden trajecten langer gemaakt en probeert men mensen niet los te laten. Soms zeggen mensen alsnog dat ze niet verder willen omdat ze er nog niet klaar voor zijn. Vaak komen deze mensen later terug omdat het probleem niet is opgelost, maar op dat moment de timing voor hen te vroeg is. Men houdt mensen zo lang mogelijk betrokken en laat termijnen zoveel mogelijk los om verbinding te behouden en hen te stimuleren de juiste stappen te zetten. Tegelijkertijd erkent men dat mensen hun eigen keuze maken om het traject te stoppen, wat gerespecteerd moet worden. Mevrouw Bruins (Kredietbank) licht toe dat het vinden van de juiste weg naar hulp niet alleen voor de genoemde doelgroepen geldt, maar breder voorkomt. Daarom is het belangrijk om laagdrempelig en inventief te zijn, door mensen niet altijd naar een locatie te laten komen, maar juist naar hen toe te gaan. Dit kan op plekken waar mensen al komen, zoals buurtgebouwen of bij de huisarts. Samenwerking met ketenpartners in het maatschappelijk middenveld is daarbij essentieel. Soms meldt iemand zich bij een organisatie met een bepaalde vraag, maar blijkt er ook behoefte te zijn aan financiële ondersteuning.

Dan werkt men nauw samen om te bepalen wat nodig is en wat de burger zelf belangrijk vindt. De ondersteuning kan variëren van een simpel adviesgesprek tot het daadwerkelijk saneren van schulden. Dit vraagt om creativiteit om inwoners te bereiken en vast te houden, zonder de regie over hun leven over te nemen.

15

Tweede termijn De heer Raven (Stadspartij) benadrukt dat het gebrek aan een beleidsnotitie over de BKR-registraties problematisch is. Hij vindt dat de Kredietbank Limburg willekeurig handelt, sommige mensen die hun traject succesvol hebben afgerond, zien hun BKR-registratie verwijderd, anderen niet. Dit betekent volgens hem een ongerechtvaardigde ongelijkheid. Hij noemt voorbeelden van mensen die jarenlang vastzitten aan een BKR-registratie voor relatief kleine schulden, wat hen op veel terreinen belemmert. Hij stelt dat bij een succesvol afgesloten schuldhulptraject de registratie na zes maanden voor iedereen verwijderd zou moeten worden. Hij roept de wethouder dringend op om het besluit om geen notitie te schrijven te heroverwegen, omdat dit een zwaarwegend beleidsvraagstuk is. Mocht zij daartoe niet bereid zijn, dan zal hij met zijn fractie overleggen of ze nog wel akkoord kunnen gaan met het voorstel. De heer Dormans (GOB) benadrukt dat het BKR een belangrijk instrument is, niet alleen om financiers te beschermen, maar ook om mensen zelf te helpen. Hij legt uit dat een schuldhulptraject niet betekent dat alle schulden volledig zijn afbetaald, maar dat er afspraken zijn gemaakt met schuldeisers om iemand zo snel mogelijk uit de schulden te krijgen.

Daarom is het volgens hem verstandig dat de Kredietbank Limburg de registratie vasthoudt en goed monitort, zodat kan worden beoordeeld of iemand stabiel blijft en eventueel begeleiding nodig heeft. Hij benadrukt dat, als er een goed verhaal is over iemands situatie, financiers daar rekening mee houden en mogelijkheden bieden, bijvoorbeeld bij het aanvragen van een hypotheek. Hij vindt het beter om op deze manier maatwerk te leveren en mensen te beschermen, in plaats van zomaar een beleidsnotitie te vragen die volgens hem geen toegevoegde waarde heeft. Mevrouw Slippens (GroenLinks/PvdA) waardeert de aanvulling op haar vraag dat er maatwerk mogelijk is, omdat ze zich kan voorstellen dat iemand na een succesvol traject nog niet volledig schuldenvrij is en het soms beter is de BKR-registratie te behouden. Ze vertrouwt erop dat de medewerkers van de Kredietbank deze inschatting goed kunnen maken. Ze benadrukt dat de gemeente en de Kredietbank ook een verantwoordelijkheid hebben om mensen tegen zichzelf te beschermen, zelfs nadat ze het traject hebben afgerond. De heer Raven (Stadspartij) benadrukt dat het om een belangrijke discussie gaat, waarbij voorzichtigheid geboden is om willekeur te voorkomen. Volgens hem heeft iedereen recht op gelijke behandeling, zoals vastgelegd in artikel 1 van de Grondwet en daar moet de overheid zich strikt aan houden.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=SittardGeleen&id=b9cc3ba0-275f-4f8c-bc71-c361be9eaf45