Notulen Ronde Raadzaal 1 december 2022
Tekst van het document
Dat heeft onvermijdelijk wel als gevolg dat het laatste agendapunt niet meer besproken kan worden tijdens deze vergadering. Hij stelt voor dat te verplaatsen naar volgende week donderdag (8 december). Er is unanieme steun voor het voorstel van de voorzitter. Tweede termijn De heer Schipper (GroenLinks/PvdA) roept op klare wijn te schenken. Hij heeft het gevoel dat hij voor de gek gehouden wordt. Hij heeft een duidelijk ‘ja’ gehoord van GOB en het CDA op de 52 miljoen die voorligt. De heer Breidenbach zei echter ook het vijftigmeterbad graag te willen realiseren. En het CDA zei: het moet ook aan de verduurzaming voldoen. Maar dat kost gewoon 20 miljoen euro. Waarom zeggen die partijen nu dan niet: ja, dat gaan we doen volgend jaar? De heer Henssen (CDA) antwoordt dat de heer Schipper hem nu iets wil laten zeggen wat de heer Schipper denkt. De heer Henssen wijst erop dat hij duidelijk heeft gezegd dat het CDA akkoord is met het voorstel dat er nu ligt. De heer Schipper (GroenLinks/PvdA) wil weten: wat gaat het CDA bepleiten bij de Kadernota? De heer Henssen (CDA) antwoordt dat hij nu niet kan weten wat hij volgend jaar gaat besluiten. De heer Breidenbach (GOB) geeft aan dat de 2,9 miljoen die nu wordt ingezet volgens het GOB verantwoord is. Hij kan nu nog geen ja zeggen op de schaatsbaan en het zwembad, omdat hij nu nog niet weet wat er in de rest van de Kadernota komt te staan.
De heer Schipper (GroenLinks/PvdA) meent dat beide partijen vorig jaar voorstander waren van cofinanciering. De wethouder zei zojuist dat die er nog steeds niet is. Wat vinden beide partijen daarvan? De heer Breidenbach (GOB) geeft aan dat belachelijk te vinden. Hij wijst erop dat een plan als dit een enorme bijdrage levert aan het bevorderen van de gezondheid voor heel veel mensen. GOB vindt de investering de moeite waard.
16
De heer Henssen (CDA) sluit zich voor negentig procent aan bij de heer Breidenbach. Hij denkt dat hij in zijn bijdrage de antwoorden op de vragen van de heer Schipper al heeft gegeven. De heer Henssen wil graag van de heer Schipper weten wat hem nu tegenhoudt om niet in te stemmen met het voorstel dat het college nu heeft voorgelegd. De heer Schipper (GroenLinks/PvdA) antwoordt dat de raad nu gevraagd wordt om akkoord te gaan met een niet-volledig project voor meer dan het bedrag dat de raad vorig jaar gevoteerd had. Daarom moet de discussie opnieuw worden gevoerd. De heer Henssen (CDA) neemt aan dat de heer Schipper thuis ook weleens een verbouwing uitvoert. Hij leest vervolgens voor: ‘Op het moment dat we de uitvoeringsafspraken hebben vastgesteld, wisten wij nog niet van de enorme prijsstijging als gevolg van de diverse crisissen, zoals de energiecrisis en de oorlog in Oekraïne.’ Hij neemt aan dat de heer Schipper die twee zaken niet heeft meegemaakt bij verbouwingen bij hem thuis. Hij vraagt de heer Schipper daar eens goed over na te denken. De heer Klein (Lokaal SGB) voelt zich eveneens voor de gek gehouden. Hij heeft het idee dat het college behoorlijk aan het sturen is. Hij is van mening dat eveneens sprake is van een verziekte bestuurscultuur.
Hij wil, als hij een raadsvoorstel krijgt van het college, dat dat klopt of dat van tevoren wordt gezegd: er zitten nog wat onzekerheden in. Daarvan was hier volgens de heer Klein geen sprake. Er was zelfs een go/no go-moment. De varianten zijn volgens de heer Klein nu zodanig berekend dat ze kansloos zijn, omdat het college er niets in ziet. Bij de varianten van het college worden alle niet-noodzakelijke onderdelen als eerste gebouwd, want dan volgen de essentiële onderdelen vanzelf. Dit project is wat de heer Klein betreft dan ook rijp voor een motie van afkeuring. Aan het CDA en GOB vraagt de heer Klein of zij zich ook zo voor de gek gehouden voelen door de manier waarop dit nu gaat. De heer Klein voelt zich gedwongen om op 15 december een besluit te moeten nemen. Zijn tweede vraag is: realiseren beide partijen zich dat alle bezuinigingen die de afgelopen tijd rond het accommodatiebeleid zijn gedaan puur zijn gedaan om het Huis aan de Markt en Glanerbrook te kunnen realiseren? De heer Henssen (CDA) neemt aan dat de heer Klein de stukken gelezen heeft. De heer Henssen heeft dat wel gedaan. Het is voor hem duidelijk wat er zal worden gedaan. Hij wenst de discussie met de heer Klein niet verder aan te gaan. De heer Breidenbach (GOB) wijst erop dat hij in zijn bijdrage meldde dat bepaalde kosten buiten de eerste raming vielen. Naar het verdere proces loopt nu een onderzoek.
Mocht uit het Rekenkameronderzoek blijken dat in dit dossier geen fouten zijn gemaakt, is de heer Klein dan bereid om te zeggen: oké, dit is goed verlopen, klaar? Andersom durft de heer Breidenbach dat wel. De heer Klein (Lokaal SGB) waardeert dat laatste zeer. Het zou voor de heer Klein ook geen probleem zijn. Gedane zaken nemen echter geen keer. De heer Klein is van mening dat straks een weg is ingeslagen en dat het niet meer mogelijk is terug te keren. De heer Renet (SPA) vindt het een interessante discussie. Er spelen volgens hem interessante bestuurskundige zaken. Het lijkt hem daarom verstandig als een bestuurskundige gaat kijken hoe hier met informatie wordt omgegaan. Hij wil graag weten of de heer Breidenbach daarna ook bereid is daaruit consequenties te trekken, indien blijkt dat er wel verkeerd gehandeld is. • De heer Renet wil ook nog reageren op de opmerking van de heer Henssen over de onvoorziene kostentoename. Als hijzelf een grote investering zou doen en die wordt anderhalf keer zo duur, dan zou hij zich achter de oren krabben. Dat mist hij in dit verhaal. Graag hoort hij daar de reactie van de heer Henssen op. • De wethouder hoorde van Synarchis dat er structureel te veel begroot was voor de 48,3 miljoen. Er bleek 10 miljoen meer nodig. De heer Renet vindt dat de wethouder daarmee naar de raad terug had moeten komen, al was het maar om het enkel te melden.
De heer Renet vindt het jammer dat dit niet gebeurd is. • GOB en CDA maken duidelijk een keuze voor ijshockey boven zwemmen. Dat vindt de heer Renet heel erg jammer.
17
De heer Breidenbach (GOB) wil hier graag op reageren. De suggestie van de heer Renet over de ijsbaan is absoluut niet waar, geeft hij aan. De vraag om gebruik te maken van de ijshal is veel groter dan veel mensen denken. De heer Renet (SPA) merkt op dat dat in tegenstelling is met wat onderzoeken aangeven. Richting de heer Henssen wil hij nog aangeven dat hij ervan uitgaat dat iedereen de stukken heeft gelezen. Hijzelf heeft op iBabs zelfs alle stukken die over Glanerbrook gingen nog eens gelezen. De heer Henssen (CDA) vindt dat hartstikke fijn. Hij is er ook hartstikke van overtuigd dat hij dag en nacht leest, want de heer Renet heeft altijd heel veel vragen en heel veel opmerkingen. Vaak ook terechte. Maar ook heel vaak niet terecht. In antwoord op de verbouwingsvraag van de heer Renet antwoordt de heer Henssen: het zou hem diep pijn doen vanbinnen. De heer Henssen gaat er echter van uit dat het college zich heel goed heeft voorbereid. Echter, alles is veranderd. Als de heer Henssen zou weten wat er de komende tien jaar allemaal zou gebeuren dan zou hij veel geld kunnen verdienen, stelt hij. Hij sluit zich aan bij de opmerking van de heer Breidenbach over het Rekenkameronderzoek. De heer Renet (SPA) wijst erop dat er tal van projecten zijn en dat de gemeente slechts beperkte middelen heeft. Hij voorziet problemen als de gemeente te werk gaat zoals nu gebeurt bij Glanerbrook.
Daarom moet de raad kritisch kijken. De heer Klaassen (PVV) zag de heer Henssen met zijn vinger wijzen naar een ander raadslid en hoorde hem zeggen niet meer in gesprek te willen gaan met dit raadslid. Hij spreekt ook rechtstreeks tegen raadsleden en niet via de voorzitter. Ook zag hij zojuist een wethouder opstaan en iets bespreken met een partijgenoot. Hij geeft aan dit soort dingen graag aan elkaar te verbinden. Hij wijst erop dat het een rondevergadering is en geen raadsvergadering, bedoeld voor beeldvorming en oordeelsvorming en nog niet voor besluitvorming. Hij vindt het bijzonder dat het CDA in de eerste termijn al aangaf in te kunnen stemmen met het voorstel, zonder dat het CDA kon weten wat de sprekers na de heer Henssen zouden bijdragen en wat de antwoorden van de wethouder zouden zijn en wat de tweede ronde zou opleveren. Hij wil het CDA vragen: heeft het CDA geen boodschap aan de antwoorden van de wethouder en de mening van de andere fracties? Het viel de heer Klaassen op dat de heer Breidenbach zei: het zou mooi zijn als de landelijke partijen een goed woordje zouden doen om alsnog een subsidie mogelijk te maken. Klopt het dat de heer Breidenbach daarmee eigenlijk zegt dat lokale partijen minder slagkracht hebben om dit soort cruciale subsidies in de wacht te slepen? De heer Breidenbach (GOB) geeft aan dat hij dat niet direct zei.
Wel kan hij zich voorstellen dat landelijke partijen wel meer invloed hebben dan lokale partijen, omdat zij de weggetjes beter kennen. De heer Klaassen (PVV) vindt dit een interessante uitspraak. Dan zou je namelijk bijna kunnen zeggen dat het een zwak punt is dat in het college een lokale partij vertegenwoordigd is. Vindt de heer Breidenbach het dan niet belangrijk dat de landelijk georganiseerde partij in het college extra zijn best doet om voor die lobby zorg te dragen en daarin tot nu toe in gebreke is gebleven? De heer Breidenbach (GOB) vindt het ontzettend knap wat de collegeleden in het verleden hebben geprobeerd om subsidie los te weken. Ze zijn door blijven gaan, ook als ze het antwoord al wisten, omdat de raad erom vroeg. De landelijke partijen hebben veel meer inkijk in de programma’s. Misschien dat zij iets meer kunnen sturen dan de lokale partijen. De heer Henssen (CDA) merkt op dat hij, als hij een opmerking heeft gemaakt en de betreffende persoon niet aankeek, daar zijn excuses voor wil aanbieden. De heer Henssen geeft nogmaals aan dat hij de stukken heel goed gelezen heeft. Hij heeft die ook besproken met zijn fractie. Het CDA vindt dat er heel heldere keuzes worden gemaakt in het voorstel. Dat heeft hij nu meermaals benoemd.
18
De heer Klaassen (PVV) concludeert dat het stuk voor het CDA kennelijk zo duidelijk was dat het debat voor hen niet meer nodig was. Daar wil de heer Henssen (CDA) nog graag op reageren. Hij wijst erop dat dit onderwerp nu al zo vaak is besproken dat het CDA het belangrijk vindt dat er nu eindelijk eens keuzes worden gemaakt. De heer Raven (Stadspartij) heeft een vraag voor zijn collega’s van GOB en CDA. Hijzelf was in juni zeer verrast door de grote overschrijding. Nu kon voor de eerste keer in de stukken worden gelezen dat het al een jaar bekend is dat er sprake is van een overschrijding van 19,8 procent. Wanneer zijn de heer Henssen en de heer Breidenbach erover geïnformeerd dat bij de vernieuwbouw van Glanerbrook zo’n gigantische overschrijding zat? De heer Henssen (CDA) herinnert zich dat de heer Raven en hij op 16 juni naast elkaar zaten. Hij was heel erg geschrokken en wist het van tevoren ook niet. De heer Breidenbach (GOB) heeft het ook op hetzelfde moment gehoord. De heer Raven (Stadspartij) wil weten of de heer Breidenbach en de heer Henssen nu achteraf vinden of ze volledig geïnformeerd waren. De heer Breidenbach (GOB) geeft aan dat het budget dat beschikbaar was gesteld een raming was. Daarvan was bekend dat er een verschil zou kunnen zijn met de raming die zou volgen bij het voorlopig ontwerp. Om een cijfer te kunnen geven was stabiliteit nodig.
Hij snapt de weg die bewandeld is. De heer Raven (Stadspartij) herinnert de heer Breidenbach eraan dat er bij dit project een raadswerkgroep is geïnstalleerd. Aan hen is dit nooit teruggekoppeld. De heer Raven oppert de suggestie dat mogelijk de verkiezingen hierbij een rol gespeeld kunnen hebben. Hij vermoedt dat de informatie strategisch achtergehouden is. De voorzitter maakt hier bezwaar tegen. Het is belangrijk dat de discussie wordt gevoerd op basis van feiten. De heer Raven projecteert nu bepaalde aannames en doet insinuaties. Dat is niet bevorderlijk voor een debat op inhoud. De heer Raven (Stadspartij) wijst erop dat hij een voorstel had gedaan over een mogelijke bezuiniging. De wethouder heeft aangegeven dat hij niet van zins is om dat verder te onderzoeken. De heer Raven schat in dat met zijn suggestie zo’n 10 miljoen kan worden bezuinigd. Hij roept zijn collega’s op zich hierin te verdiepen. De heer Pi Van de Venne (D66) vindt het belangrijk vanuit vertrouwen te werken en constructief te blijven. Hij vroeg het college de 300.000 euro die jaarlijks naar Het Anker gaat te heroverwegen. SittardGeleen krijgt geen subsidies van de Provincie omdat deze gemeente geen keuzes maakt. Hij wil aan het CDA en GOB vragen hoe zij aankijken tegen het heroverwegen van de 300.000 euro die jaarlijks naar Het Anker gaat.
De heer Henssen (CDA) antwoordt dat hij niet is voorbereid op deze vraag. Hij kan daar nu daarom geen antwoord op geven. De heer Breidenbach (GOB) geeft aan dat voor hem hetzelfde geldt. Mevrouw Schenk-Hermans (PIT) heeft vanavond gemerkt dat een aantal partijen kleur heeft bekend. PIT heeft aangegeven: niks doen is geen optie. GroenLinks/PvdA heeft echter nog geen kleur bekend en dat geldt ook voor Lokaal Sittard-Geleen-Born en SPA. Is het voor deze partijen een optie Glanerbrook helemaal van tafel te vegen?
19
De heer Renet (SPA) wijst erop dat hij heeft gezegd dat alle partijen willen dat Glanerbrook bloeit. Volgens hem hebben alle andere partijen dat ook al gezegd. Uiteraard wil SPA dat er iets gebeurt met Glanerbrook. Alleen is de vraag: wat en hoe hou je het betaalbaar? De heer Klein (Lokaal SGB) heeft ook geen enkele partij horen zeggen dat er niet geïnvesteerd moet worden. Hij wijst erop dat hij de vorige keer zelfs een variant heeft voorgesteld. Alleen de ijshockeyhal zou hij niet bouwen, want dat is wat hem betreft pure luxe. De heer Schipper (GroenLinks/PvdA) heeft moeite met de salamitactiek die volgens hem wordt toegepast: steeds een klein beetje erbij. Daar gaat hij niet in mee. GroenLinks/PvdA wil graag een integrale discussie voeren. Zijn fractie wil Geleen niet het zwemwater ontnemen. Mevrouw Schenk-Hermans (PIT) had de indruk dat GroenLinks/PvdA aangaf dat als het niet voor 48 miljoen gedaan zou kunnen worden het een no go zou worden, maar ze voegt eraan toe dat verkeerd begrepen te hebben. De heer Schipper (GroenLinks/PvdA) antwoordt dat dat inderdaad het geval is. De heer Henssen (CDA) wijst erop dat er een voorstel voorligt met drie beslispunten. Hij heeft de indruk dat zijn collega Breidenbach en hijzelf vandaag op de proef zijn gesteld om na te gaan of zij ergens van af konden zien. Hij roept iedereen op nog eens naar deze beslispunten te kijken.
Daarnaast wil de heer Henssen nog een antwoord geven op een vraag van mevrouw Lotfy uit de eerste termijn, of we dit, gelet op de nog komende projecten, nu goed hebben gedaan. De heer Henssen hoopt van ganser harte dat er lering wordt getrokken en dat de raad goede en tijdige uitwerkingen aangeboden krijgt, want daarmee kunnen discussies zoals die nu plaatsvonden, worden voorkomen. De heer Breidenbach (GOB) zal in de raad terugkomen op wat mevrouw Lotfy heeft gezegd. De heer Renet (SPA) is verbaasd over de opmerking van de heer Henssen. Hij zei dat de raad in de toekomst tijdig geïnformeerd moet worden. Dat impliceert dat dat nu dus niet het geval was. De heer Henssen (CDA) constateert ook dat de raad niet alle stukken vanaf het begin misschien begrepen heeft. En dat trekt hij zich aan. De heer Renet (SPA) vraagt of de heer Henssen concreter kan zijn. De heer Henssen (CDA) antwoordt dat hij aanneemt dat om 23.00 uur het gebouw gesloten wordt. De voorzitter sluit de tweede termijn. Wethouder Geilen heeft toegezegd dat een e-mail die is verstuurd aan de verenigingen waarin was aangegeven dat niet wordt voldaan aan hun wensen aan de raad wordt verstrekt. De voorzitter concludeert dat het stuk als bespreekstuk moet worden doorgeleid naar de raadsvergadering van 15 december. De voorzitter sluit de vergadering en wenst allen een heel fijne avond.
20