Notulen Ronde Maaszaal d.d. 8 en 12 april 2021
Tekst van het document
Notulen van de ronde Maaszaal op donderdag 8 april en maandag 12 april 2021 Tijdstip:
19.00-20.35 uur
Aanwezig de voorzitter de griffier
D. Pfoster J. Vis
de leden
Gob: B. van Rijswijk CDA: G. Essing GroenLinks: G. Dumernit PVV: P. Vola Stadspartij: N. Kaufmann, DNA: D66: C. Laugs PvdA: P. Kubben VVD: G. Noteborn 50PLUS: H. Kamps SPA: Fractie Fredrix: P. de Coninck Fractie Klein: S. Klein
wethouders
K. Schmitz
ambtelijke ondersteuning:
M. Moonen, A. Harle, L. van de Gazelle
overige aanwezigen:
E. Maussen (rekenkamercommissie), B. van de Putten (onderzoeker)
notulen
H. Neggers (Notuleerservice Nederland)
Agendapunt: Raadsvoorstel Rekenkamerrapport Armoedebeleid De voorzitter zegt dat het voorstel in twee termijnen kan worden besproken. De heer Van Rijswijk (Gob) bedankt de rekenkamercommissie voor de uitgebreide rapportage. Het is goed dat veel mensen de armoedehulp weten te vinden en daar ook waardering voor hebben. Voorkomen dient te worden dat burgers afhankelijk worden van armoedegelden. Het hebben van een baan is daarvoor het belangrijkste instrument. De gemeente kan burgers helpen aan een vaste baan, bijvoorbeeld via een banenplan. Het is soms een kleine stap om van de armoede- in de schuldenproblematiek terecht te komen. Het is goed dat er organisaties zijn met betrokken vrijwilligers die de nood van mensen zien en hen hulp willen bieden. Het college zou hier meer regie op kunnen zetten en hulp te bieden aan deze organisaties. Het college moet meer inzicht verschaffen over welke organisaties er zijn en wat zij doen. De verborgen doelgroepen worden nog onvoldoende bereikt. Er moet voor worden gezorgd dat de bestaande middelen zoveel mogelijk bij de mensen terechtkomen. De fractie wil graag in de P&C-cyclus lezen hoeveel mensen zijn uitgestroomd als gevolg van het gemeentelijk beleid. Het integrale beleidsplan armoede- en schuldhulpverlening wordt niet gesteund.
De raad moet daar iedere vier jaar, in het tweede jaar van de raadcyclus, nieuwe beslissingen over kunnen nemen. De fractie vindt dat er een tandje bij gezet moet worden in het helpen van mensen richting zelfstandigheid.
1
Het is goed om een positieve stimulans te geven. Hoe staat het college tegenover het hanteren van kortere termijnen voor schuldhulpverlening? Het college wordt opgeroepen om met een corona-actieplan te komen om burgers die het nodig hebben tot steun te zijn. Mevrouw Essing (CDA) zegt dat de uitkomsten van het rapport een dubbel gevoel geven. Het aantal huishoudens dat rond moet komen van een inkomen rond de bijstandsnorm blijft redelijk stabiel, maar het aantal kinderen dat in armoede opgroeit is groter dan elders. Het is goed dat het programma Kansen voor alle Kinderen zoveel bereik heeft. De fractie CDA steunt maatschappelijke initiatieven voor armoedebestrijding. Armoede is niet alleen een financieel probleem, het is ook een zaak van niet mee kunnen doen in de maatschappij. Heldere en gemakkelijk toegankelijke informatie over de gemeentelijke regelingen voor minima is een basisvoorwaarde om de gevolgen van armoede het hoofd te bieden. Het is goed dat de gemeente in 2020 van start is gegaan met een programma om het taalniveau te vereenvoudigen. Het is bemoedigend dat het college veel aanbevelingen van de rekenkamercommissie overneemt, waaronder het in kaart brengen van verborgen doelgroepen die nu tussen wal en schip vallen.
Waarom wordt de aanbeveling om een beleidsplan te maken voor de periode vanaf 2020 niet overgenomen? In het rapport staat dat de gemeente aangeeft dat de effecten van het beleid niet altijd in prestatie-indicatoren te vertalen zijn. Welke afspraken verwacht het college te maken? De doelstelling van schuldhulpverlening is financiële zelfredzaamheid. Hoe vaak wordt in het kader van de doelen van de schuldhulpverlening door het college op grond van de Participatiewet verplichtingen opgelegd die strekken tot arbeidsinschakeling? Het is goed dat er een convenant is gesloten tussen de Kredietbank Limburg, de bewindvoerders en de gemeente. Het is een positieve ontwikkeling dat er in 2020 is gestart met een systematiek om de effecten van schuldhulpverlening te meten. Er wordt in het rapport terecht aandacht gegeven aan de impact van de coronacrisis. In hoeverre kan er al geanticipeerd worden op een mogelijke toenemende instroom? Mevrouw Dumernit (GroenLinks) zegt dat het rapport een duidelijk overzicht geeft van de noden en deugden van het armoedebeleid en de schuldhulpverlening van de gemeente. Gelukkig neemt het college vele aanbevelingen ter harte.
Kan de wethouder aangeven of het beter in beeld krijgen van de verborgen armoede en de effectiviteit van ingezet beleid ondersteunend zijn in de ambitie om armoede in de gemeente terug te dringen? Monitoring is een tool die gebruikt kan worden om beleid te meten, aan te passen effectiever te maken. Het is essentieel om een apart geformuleerd armoedebeleid en een specifiek bepaalde definitie van armoede te hebben om zo het armoedebeleid inzichtelijker en effectiever te maken. Wanneer wordt er een nieuw beleidsplan verwacht? De duidelijke nadruk in het beleid op gezinnen schept een soort van rangorde. Op dit moment is er voor ondernemers met een hulpvraag geen sluitende integrale werkwijze. Het is nodig om een duidelijke strategie te hebben om ondernemers niet in de kou te laten staan. Er is behoefte aan meer regie over de samenwerking vanuit de gemeente. Ziet de wethouder hierin een prominentere rol voor de gemeente in het nieuwe beleidsplan? Waarom worden niet alle beschikbare middelen benut? Waarom wordt er in de begroting geen rekening gehouden met de verborgen armoede? Een groot aandachtspunt is de huidige coronacrisis die waarschijnlijk grote gevolgen zal hebben voor de toch al kwetsbare mensen in de gemeente. Is hiervoor een plan opgesteld? Op dit moment zijn er ook veel zaken die al goed lopen, zoals het inzetten op jeugd en preventie op middelbare scholen.
Het is fijn dat de resultaten daarvan getoetst kunnen worden. De schuldhulpverlening loopt voorop met nieuwe manieren van aanpak. In het rapport staan veel sterke punten van het armoedebeleid en schuldhulpverlening. De belangrijkste conclusie is dat het terugdringen van armoede in de gemeente de grootste ambitie blijft. Monitoring, regievoering, duidelijke doelen definiëren mogen meer de nadruk krijgen om deze ambitie waar te maken. De heer Vola (PVV) zegt dat een daling van het aantal bezwaarschriften niet automatisch wil zeggen dat de gemeente het goed doet. In het rapport wordt een duidelijke aanpak van de stille armoede gemist. Is er een indicatie over hoeveel mensen in de gemeente het gaat? Mensen weten vaak niet waar ze terecht kunnen met een hulpvraag. Het zou goed zijn als er een beleidsplan is voor deze minder bekende doelgroep, met name de ouderen en de eenoudergezinnen. In het rapport wordt een strenger selectiebeleid gemist voor bewindvoerders en schuldhulpverleners en daaraan gekoppeld een tussentijdse monitoring van de wijze waarop deze instanties functioneren. De gemeente wil door een goede communicatie de verborgen doelgroepen beter bereiken. Kan de wethouder hier een voorbeeld van geven? Er moet gebruik gemaakt worden van meer ogen en oren in de wijk, bijvoorbeeld door
2
partners in welzijn. De fractie mist in het rapport de aandacht voor de opvoeding van kinderen door ouders en vraagt hoe de wethouder dit ziet. De ketenpartners geven aan dat zij door de versnippering niet weten wat er in het werkveld gebeurt. Hoe denkt de wethouder dit te gaan aanpakken? Het is wellicht doeltreffender om een centraal loket te hebben. Een persoonlijke benadering in de eigen omgeving levert veel meer informatie op voor de instanties zodat er beter maatwerk geleverd kan worden. Mevrouw Kaufmann (Stadspartij) vindt het een duidelijk rapport en is verheugd dat veel aanbevelingen worden overgenomen. Zij sluit zich aan bij het verzoek van de heer Van Rijswijk met betrekking tot het verkorten van de termijn bij schuldhulpverlening. De fractie stemt in met het traject zoals verwoord in het voorstel en gaat er vanuit dat een en ander in de raad verder zal worden besproken. De heer Laugs (D66) bedankt de rekenkamercommissie voor het duidelijke onderzoek. Een groot deel van de aanbevelingen wordt overgenomen door het college. Kan de wethouder uitleggen waarom een aantal aanbevelingen niet wordt overgenomen? Het voorstel is gelezen als een procesmatig voorstel waarin gevraagd wordt om in te stemmen met het benoemen van een aantal prestatie-indicatoren waarover in de toekomst met elkaar het gesprek wordt aangegaan.
De heer Kubben (PvdA) zegt dat ongeveer 10% van de huishoudens in de gemeente moet rondkomen van een inkomen ter hoogte van de bijstandsnorm. Dit percentage ligt hoger dan in vergelijkbare gemeenten en ook hoger dan het landelijk gemiddelde. Het is een kwalijke ontwikkeling dat zelfs een betaalde baan niet meer altijd een garantie is om uit de armoede te komen. Het rapport van de rekenkamer is helder. De maatregelen die de gemeente neemt zijn niet voldoende zichtbaar in de begroting en andere financiële stukken. De tekst van het raadsbesluit is onduidelijk. De reactie van het college is dat uitstroom uit de armoede geen gemeentelijk doel kan zijn. Op verschillende plekken in de begroting zitten onderdelen die het predicaat armoedebestrijding verdienen. Het debat over de vraag of de gemeente voldoende doet aan armoedebestrijding zou in het kader van de kadernota en de Begroting 2022 moeten plaatsvinden. De gemeenteraad zou concreter kunnen besluiten om een aparte samenvatting in de begroting 2022 op te nemen onder het kopje Armoedebestrijding. Een lokale, digitale munt zou het mogelijk maken om mensen met een laag inkomen iets extra’s te kunnen bieden. Daarmee zouden ook de lokale ondernemers gesteund kunnen worden.
Behalve dat er goed inzichtelijk moet worden gemaakt wat de gemeente doet moet er goed worden nagedacht over wat er nog kan worden toegevoegd aan het instrumentarium. Meer uitstroom uit armoede is wel degelijk een gemeentelijk doel. De heer Noteborn (VVD) zegt dat het rapport een verhelderende inkijk geeft in de integrale aanpak van de gemeente. Er staan meerdere positieve opmerkingen en conclusies in het rapport. Er is ook een aantal zorgelijke conclusies en daarom is het verstandig om de aanbevelingen uitgebreid te analyseren. Is het college bereid om schriftelijke informatie te verstrekken over de aanbevelingen en daarbij aan te geven waarom deze wel of niet worden overgenomen? Het aantal huishoudens dat moet rondkomen van een inkomen rond de bijstandsnorm is al jaren veel hoger dan in vergelijkbare gemeenten en het landelijke gemiddelde. Het doel voor het armoedebeleid zou moeten zijn om zoveel mogelijk personen de mogelijkheid te geven om zich aan armoede te onttrekken. Hoe verklaart de wethouder dat er geen daling waar te nemen is en wat zegt dit over de effectiviteit van het beleid? Het gezamenlijk tot prestatieindicatoren komen is een ontzettend goede eerste stap naar een betere toetsing van het armoedebeleid. Het gebrek aan inzicht op tal van gebieden lijkt het fundament van de aanbevelingen die gedaan worden in de rapportage.
Het is zonde dat programma’s bewust niet worden vertaald naar prestatie-indicatoren en dat de gemeente zichzelf hiermee tekort doet. De fractie hoopt dat een meer verantwoordelijke en inzichtelijke werkwijze gestimuleerd wordt door het aannemen van het raadsbesluit, maar betwijfelt of prestatie-indicatoren op zichzelf het gewenste resultaat zullen bewerkstelligen. Is het mogelijk om een toegankelijke sociale kaart te maken? De heer Kamps (50PLUS) zegt dat het goed is dat er een armoedebeleid is en onderschrijft het rapport en is blij met de aanbevelingen van de rekenkamer en dat het overgrote deel ervan wordt overgenomen door het college. In het algemeen wordt opgemerkt dat rapporten wat beknopter zouden kunnen zijn. De heer Renet (SPA) zegt dat de fractie als basis voor het armoedebeleid het door het sociaal cultureel planbureau gehanteerde criterium hanteert dat het basisbehoeftebudget plus kosten voor sociale
3
participatie omvat. Het college heeft geen duidelijke definitie van armoede en daardoor kan uitstroom uit de armoede geen gemeentelijk doel zijn. Het is maatschappelijk niet acceptabel dat 10% van de inwoners in armoede leeft. Wanneer is het beleid vastgesteld dat uitstroom uit de armoede geen gemeentelijk doel is? De gemeente focust veel op gezinnen met kinderen waardoor andere groepen volgens de rekenkamercommissie tekort gedaan worden. Participatie en het hebben van werk leiden niet automatisch tot het verlaten van de armoede. Het armoedebeleid en de uitvoering daarvan faalt. De huidige rapportages geven slechts weinig tot geen effecten van het beleid. Het is triest dat de gemeente na 2019 geen specifiek armoedebeleid heeft vastgesteld. Waarom is er geen nieuw beleidsplan met SMART gedefinieerde doelen? Het is belangrijk om doelen te stellen ten aanzien van prestatieindicatoren en deze te monitoren. Het college onderkent dat het armoedebeleid beïnvloed wordt door resultaten die geboekt worden op andere beleidsterreinen. Welke onderdelen van de totale beleid springen er negatief uit en hebben deze invloed op de armoede? De intentie om indicatoren vast te stellen is positief. Hierbij moet aansluiting worden gezocht bij de nationale benchmarks en additionele indicatoren die andere gemeenten gebruiken. Het maken van eigen indicatoren moet tot een minimum worden beperkt.
Er dient een vernieuwd armoedebeleid te worden vastgesteld, waarbij het doel moet zijn om armoede terug te dringen in plaats van deze in stand te houden. De heer De Coninck (Fractie Fredrix) sluit zich aan bij de woorden van de sprekers van de fracties D66 en de Stadspartij dat het een procesvoorstel is en dat het nog geen tijd is om inhoudelijk op de materie in te gaan. De heer Klein (Fractie Klein) zegt dat zolang de rijken alleen maar rijker worden en het verschil tussen arm en rijk steeds groter wordt er geen tevredenheid kan zijn over het gemeentelijk beleid. Het wegbezuinigen van de beschutte werkplekken strookt niet met het beleid om de mensen te steunen die dit het hardst nodig hebben. In het rapport staat dat er te weinig maatwerk wordt geleverd. Zeker bij multiproblematiek is het leveren van maatwerk essentieel. Hoe kan er zo stellig worden gezegd dat 10% van de inwoners onder de armoedegrens leeft terwijl er ook wordt gezegd dat er nog een grote groep verborgen armoede is? Bureaucratie is een van de oorzaken van armoede en het verminderen daarvan zou een van de prioriteiten van de wethouder moeten zijn. Er is niet voor iedereen die financieel nadeel ondervindt van de coronacrisis een vangnet waardoor nog meer mensen in de armoede terechtkomen.
De heer Maussen (rekenkamercommissie) zegt dat bij het aangeven van het percentage huishoudens dat onder de armoedegrens leven is gekeken naar het inkomen. Binnen die groep is een aantal mensen onbekend. Er wordt naar gestreefd om voortaan bij rapporten in een apart deel duidelijk de hoofdpunten te benoemen. Het blijft een aandachtspunt om rapporten leesbaar te houden. De meetbaarheid van de effecten van armoedebeleid is lastig, maar er zijn landelijke ontwikkelingen voor het doen van metingen en de gemeente kan zich hierbij aansluiten. De notitie van het college is een uitnodiging aan de raad om met het college in gesprek te gaan. Vanavond is door de ronde al veel input gegeven voor dat gesprek. De heer Van de Putten (onderzoeker) zegt dat er bij het percentage inwoners dat onder de armoedegrens leeft een verschil is tussen de schatting van het CBS van het aantal mensen met een laag inkomen en het aantal mensen dat bekend is bij de gemeente. Dat verschil is de verborgen armoede. Wethouder Schmitz zegt dat in het raadsvoorstel een procesvoorstel is. De input vanuit de ronde wordt meegenomen. Als de raad akkoord gaat met het voorstel zal het college in Q3 terugkomen met een plan, waarin samen wordt verkend hoe een en ander vormgegeven kan worden en op welke manier er indicatoren aan kunnen worden verbonden. Binnen Vidar zijn er al leerwerktrajecten ingezet.
De suggestie voor een banenplan wordt meegenomen. Het is fantastisch dat er in de stad zoveel goededoelenorganisaties en maatschappelijk betrokken inwoners zijn die zich inzetten om het leven van mensen in armoede beter te maken. De gemeente moet het mensen die hulp willen geven mogelijk maken om dat snel en goed te kunnen doen. Het gaat hierbij over verbinden en het verlagen van regels en drempels. De wethouder is van plan een bijeenkomst te organiseren voor al de goededoelenorganisaties en maatschappelijk betrokken mensen zodat de lijnen kort worden. Zij wil aan de slag gaan met een sociale kaart waarop duidelijk wordt waar wie terecht kan met een hulpvraag. De mogelijkheid van het inkorten van de termijn van de schuldhulpverlening van een driejarig naar een
4
tweejarig traject en daarna een schone lei wordt verkend voor de gemeente Sittard-Geleen. Het college zegt toe om het plan te komen. In kaart zal worden gebracht welk prijskaartje hieraan hangt. Een beleidsplan is belangrijk, maar het is nog belangrijker om in actie te komen. Dan kunnen er veel beter KPI’s aan worden gekoppeld en kan er veel sneller en gerichter aan het werk worden gegaan. De wethouder wil samen met de raad verkennen in welke vorm dit actieplan gegoten moet worden. Sittard-Geleen kent al een hele poos fikse armoedecijfers en zit hiermee, net als andere gemeenten in Zuid-Limburg, boven het landelijk gemiddelde. Het is goed dat zaken worden opgepakt op ZuidLimburgse schaal. Het klopt dat armoede een bredere definitie kent dan de enge definitie zoals die is toegepast in het rekenkamerrapport en dat een en ander breder moet worden benaderd. Een voorbeeld van een vorm om in actie te komen is een aanvalsplan. De technische vraag van de fractie CDA over de verplichting om bij schuldhulpverlening een arbeidsinschakeling op te leggen wordt schriftelijk beantwoord. Het klopt dat de gevolgen van corona nu al merkbaar zijn. Mensen met schulden, ook zzp’ers, worden nu al geholpen. De TONK wordt ruimhartig toegepast. Het is bekend dat een grote groep mensen in stille armoede leeft en zich niet meldt.
Het college tracht door communicatie de verborgen doelgroepen beter te bereiken en de bekendheid en het aanbod van regelingen en de ondersteuning te vergroten. Er heerst nog een taboe op armoede. Het college wil dit doorbreken door voorlichting te geven, aanwezig te zijn op plekken waar vaak stille armoede is en door werkgevers te benaderen om hun werknemers actief te wijzen op mogelijkheden die er zijn bij armoede of schuldenproblematiek binnen het gezin. Armoede en financiële problemen zijn meestal oorzaak en gevolg zijn van andere problemen. Financiële stress heeft een enorme impact op welzijn, gezondheid en participatie en kinderen. Financiële problemen staan nooit op zichzelf. Daarom is een integrale aanpak onontbeerlijk. Het is een illusie om te kunnen denken dat de lokale overheid mensen uit de armoede kan halen. De lokale overheid kan wel de kansen vergroten op meedoen, op een beter financieel en sociaaleconomisch perspectief door hen te ondersteunen bij het omgaan met een beperking en om hen te helpen met het vinden van kracht in andere levensgebieden, zoals de positieve gezondheid. De gemeente laat mensen niet in armoede zitten. Waar het mogelijk is en mensen geactiveerd kunnen worden wil de gemeente er zeker voor zorgen dat mensen uit de armoede komen.
Als dit niet mogelijk is zal de gemeente ervoor zorgen dat er andere regelingen en mogelijkheden zijn om de pijn te verzachten en ervoor te zorgen dat de kansengelijkheid alsnog wordt vergroot zodat iedereen kan meedoen. Er wordt zoveel mogelijk maatwerk toegepast. De definitie armoede zoals die wordt gebruikt binnen de landelijke thematiek is gekoppeld aan een inkomensgrens, waarbij landelijk is vastgesteld of iemand onder de armoedegrens leeft. Het college wil aandacht hebben voor alle huishoudens. De regelingen en instrumenten zijn gericht op het vergroten van kansengelijkheid binnen het hele gezin. Bij het opstellen van de gewenste indicatoren zal er niet alleen aandacht voor kinderen zijn. Als de middelen voor armoedebestrijding in het ene jaar niet worden opgemaakt, worden ze meegenomen naar het volgende jaar voor dezelfde aanpak. Het aanpakken van verborgen armoede kan leiden tot hogere kosten. Dit hoeft geen slechte zaak te zijn als daarmee een aantal fundamentele problemen die zouden leiden tot meerkosten op de langere termijn opgelost kunnen worden. Er is altijd ruimte voor verbetering. Het is een goede zaak dat mensen de weg weten te vinden om bezwaar te maken. De gemeente heeft geen toezichthoudende rol op bewindvoerders. Er is gekozen voor samenwerking en deze is flink geïntensiveerd. Daardoor is de kwaliteit van dienstverlening verbeterd.
Het college vindt het een gemiste kans dat in het rapport de rol van de gemeente bij het helpen van ouders om hun kinderen bewuster te maken niet is meegenomen. Het college zegt dat in Q3 inzichtelijk zal worden gemaakt wat er allemaal al wordt gedaan op het gebied van interventie en preventie. Hierover kan vervolgens de discussie worden aangegaan. In de bestuurlijke reactie heeft het college aangegeven waarom sommige aanbevelingen niet of niet geheel zijn overgenomen. Het college wil wel graag samen in gesprek gaan om te kijken naar alternatieven die recht doen aan de brede integrale aanpak. De wethouder wil de nationale indicatoren graag samen verkennen. In Q3 wordt de input vanuit ronde en raad samen verkend. De zorgen dat de kloof tussen arm en rijk groter wordt worden gedeeld. Hierbij ligt veel in de landelijke politiek. De heer Renet (SPA) vraagt wanneer de raad heeft besloten dat uitstroom uit de armoede geen gemeentelijk doel is. De heer Kubben (PvdA) zegt dat de tekst dat de uitstroom uit de armoede geen gemeentelijk doel is door de raad zelf is aangedragen. In de begroting is niet inzichtelijk wat de gemeente doet aan
5
armoedebestrijding. Als dit inzichtelijk wordt gemaakt kan de politieke weging worden gemaakt of er teveel of te weinig wordt gedaan. Waarom kan er over de input pas in Q3 worden gesproken? De heer Klein (Fractie Klein) herhaalt de vragen over de wegbezuinigde beschutte werkplekken, het maatwerk en de bureaucratie met daaraan verbonden de bestuurscultuur. Wethouder Schmitz deelt de mening van de Fractie Klein van harte dat de overheid zich moet schamen voor zaken als de toeslagenaffaire. In Sittard-Geleen is de beslagvrije voet correct toegepast. Het moet nooit zo zijn dat mensen door de overheid in de armoede raken. Het is niet zo dat de beschutte werkplekken snoeihard worden wegbezuinigd. Vidar zet zich in om mensen met een indicatie binnen of buiten Vidar beschut aan werk te helpen. Ze raken daardoor niet in armoede en genereren gewoon een inkomen boven de armoedegrens. De lokale overheid kan de inkomens van mensen niet verhogen. Het is daarom moeilijk om mensen uit de armoede te halen. De gemeente kan wel de kansengelijkheid op meedoen vergroten. Het is een terechte opmerking dat in de begroting inzichtelijk moet worden gemaakt wat de gemeente doet aan armoedebestrijding. De wethouder zegt toe richting de begroting te kijken wat er anticiperend kan worden gedaan aan het inzichtelijk maken van wat de gemeente doet aan armoedebestrijding.
De vraag van de heer Renet of de uitstroom uit de armoede een gemeentelijk doel is, wordt schriftelijk beantwoord. Tweede termijn De heer Van Rijswijk (Gob) is blij dat het college aan de slag gaat met de suggesties die zijn gedaan, zoals het banenplan. Het coronaplan kan niet wachten tot Q3. Er zou wel een beleidsplan moeten komen over armoede en schuldhulpverlening. De raad moet hierbij betrokken worden. De fractie overweegt in de raadsvergadering een amendement in te dienen als het college de aanbeveling om een beleidsplan op te stellen niet overneemt. Mevrouw Essing (CDA) vraagt of gestimuleerd wordt dat basisscholen signalen over stille armoede doorgeven aan de gemeente. In hoeverre kan de AVG verhinderen om integraal te werken binnen de verschillende domeinen? Beschut werk maakt nog steeds deel uit van het participatiebedrijf. Op 15 april is er een themasessie van Vidar. Mevrouw Dumernit (GroenLinks) zegt dat zij niet tegen het opsporen van verborgen armoede is, maar er moet wel rekening gehouden worden met hogere kosten. Het is niet duidelijk hoe het aanvalsplan verband houdt met het beleidsplan en hoe het zit met de tijdsdruk gezien de noden in de samenleving. De heer Laugs (D66) sluit zich aan bij de opmerking van de fractie Gob dat er een noodzaak is dat er als basis een beleidsplan komt.
De heer Renet (SPA) dient graag het amendement samen met de fractie Gob over het opstellen van een beleidsplan. Er kan bekeken worden of er wellicht te veel aandacht wordt besteed aan het bestrijden van kinderarmoede omdat dit ten koste gaat van andere groepen. Het is essentieel dat de raad resultaten moet kunnen toetsen. Hij vraagt wanneer de raad expliciet heeft besloten geen armoedebeleid te formuleren. De heer Van Rijswijk (gob) zegt dat hij tevreden is met de toezegging van de wethouder en geen motie zal indienen. De heer Klein (Fractie Klein) zegt dat er nu wel minder beschutte werkplekken zijn dan een aantal jaren geleden. De fractie zal zich aansluiten bij het aangekondigde amendement van de fracties Gob en SPA. Wethouder Schmitz heeft goed geluisterd naar de input van vanavond en zegt toe dat het beleid wordt. Zij stelt voor om geen afbreuk te doen aan het verdere voorstel. De vorm gaat beleid heten. Het actieplan after corona staat zeker op het netvlies van het college. Zodra het plan concreter is zal het met de raad worden gedeeld. Het college zet preventie op scholen steeds meer en breder in. Elk schooljaar worden zaken, zoals de regeling Kansen voor alle Kinderen, onder de aandacht gebracht. Een aantal openstaande vragen wordt schriftelijk beantwoord. Conclusie: De ronde adviseert het raadsvoorstel als hamerstuk te agenderen voor de raadsvergadering.
6
Tijdstip:
20.40-23.45 uur
Aanwezig de voorzitter de griffier
D. Pfoster J. Vis
de leden
Gob: Y. Salvino-Meijer CDA:, J. Dols GroenLinks: M. Schipper PVV: T. Klaassen Stadspartij: N. Kaufmann DNA: J. Bessems D66: J. Engelhart PvdA: P. Kubben VVD: F. van Montfoort 50PLUS: H. Kamps SPA: J. Renet Fractie Fredrix: P. de Coninck Fractie Klein: S. Klein
collegeleden
H. Verheijen, K. Schmitz, J. Bühler
ambtelijke ondersteuning:
S. Roberts
notulen
H. Neggers (Notuleerservice Nederland)
Agendapunt: Onderzoek 213a warmtenet/Het Groene Net De voorzitter zegt dat het college voorstelt om in te stemmen met de bevindingen en aanbevelingen uit het 213a onderzoek naar het warmtenet en om in te stemmen met de outline voor een plan van aanpak om de sturing, beheersing, verantwoording, controle en toezicht voor het warmtenet op een deugdelijke manier in te regelen. Het rapport kan in twee termijnen worden behandeld. Mevrouw Salvino (Gob) zegt dat Het Groene Net een belangrijk en publiek waardevol, maar ook complex project is. Duurzaamheidsmaatregelen en inzet van belastinggelden moeten met elkaar in evenwicht zijn. In 2050 dienen volgens het klimaatakkoord alle steden en dorpen aardgasvrij te zijn. Er is daarom een belangrijke rol voor warmtenetten weggelegd. De fractie is voorstander van nieuwe technologieën die duurzaamheid van de samenleving bevorderen. In het rapport staan behoorlijk veel verbeterpunten waar de raad op had kunnen toezien. Met de geleerde lessen uit de pioniersfase wil de fractie Gob vooral vooruitkijken om samen door te pakken en de doelen en opdrachten te halen. Is het college het ermee eens dat een update, centraal dossier inzake Het Groene Net binnen de organisatie een must is? Is er voldoende kwaliteit en kwantiteit aanwezig om het bedrijf Het Groene Net in de toekomst te runnen? In de outline wordt ingezet op een focusgroep.
Wordt hier voldoende op geborgd? Gaat de focus niet verloren door te breed in te zetten op allerlei warmtenetten? Gezien de noodzaak om te komen tot verbetertrajecten is een kader met mijlpalen noodzakelijk. Wordt er met audits regelmatig getoetst of personen met enige regelmaat reflecteren op hun rol? Zelfreflectie en een positief kritische houding zijn belangrijk. De fractie steunt het college. De heer Dols (CDA) zegt dat Het Groene Net belangrijk is voor de gemeente en de hele Westelijke Mijnstreek. Het is een moeilijk dossier. De gemeente Sittard-Geleen heeft het aangedurfd om Het Groene Net uit te rollen en heeft lef getoond richting een duurzame toekomst. Dit is niet van een leien dakje gegaan. De fractie CDA staat nog altijd achter Het Groene Net. De financiële en beheersmatige risico’s moeten in kaart worden gebracht en er moet een toekomstgericht plan worden opgesteld. Het college heeft opdracht gegeven tot een 213a onderzoek. Het rapport is een wake-up call voor het college en de
7
raadsleden. Wat betekent het dat zaken niet met de raad gedeeld zijn? Kan de wethouder aangeven waarom bepaalde zaken niet in de raad zijn behandeld? Het gaat daarbij expliciet over de rol van voormalig wethouder Guyt in de rol van bestuurder. De aanbevelingen uit het rapport zijn vrij pittig voor het college. Hoe wordt de raad in de toekomst in positie gebracht en hoe kan er samen verder worden gegaan met Het Groene Net? De fractie wil vooruitkijken en in gezamenlijkheid verder gaan. Het is goed dat het college alle aanbevelingen overneemt. Hoe wordt er nu verder gegaan? Er moet snel en zorgvuldig aan de gang gegaan worden met HGN Zuid. Wanneer ligt er een definitief plan van aanpak? Dit moet niet op de lange baan geschoven worden. Het is belangrijk te vraag te stellen wat er is geleerd van het verleden. Moet HGN Zuid niet aan een marktpartij worden overgelaten? Wat is de rol van de provincie? Hoe wordt de raad meegenomen? De fractie is er voorstander van om HGN op te nemen in de regeling grote projecten. Er wordt met Het Groene Net een maatschappelijke waarde gecreëerd. De heer Schipper (GroenLinks) zegt dat de wereld naar de knoppen gaat als er niets wordt gedaan aan de klimaatdoelstellingen. Het college heeft het onderzoek 213a geïnitieerd en het is een pittig onderzoek met heel veel aanbevelingen. Vooruitlopend op het plan van aanpak komt het college met een outline.
Het college neemt vrijwel alle aanbevelingen uit het rapport onvoorwaardelijk over. De fractie neemt de controlerende taak van de raad serieus. Welk risico is de gemeente bereid te nemen en hoe ziet het risicomanagement eruit? Wat is er geleerd van het pioniersproject HGN? Pionieren zonder fouten maken bestaat niet. De gemeenteraad heeft niet altijd op een juiste manier informatie gekregen: de doelstellingen zijn niet gecommuniceerd en financiële realisaties zijn laat of niet gecommuniceerd. De gemeenteraad is onvoldoende geïnformeerd over liquiditeitsproblemen en risico’s. Hoe voorkomt het college dat er opnieuw in deze situatie wordt gekomen? De outline bestaat uit risicomanagement, governance, financiën en proces. Verzocht wordt om het hoofdstuk proces zwaarder aan te zetten en om de raad beter en tijdiger te informeren zodat de raad beter in positie wordt gebracht. De heer Klaassen (PVV) is geschokt door de inhoud van het rapport van Berenschot, waarin een vernietigend oordeel staat over de wijze waarop binnen Het Groene Net is geacteerd. De gemeenteraad is niet goed geïnformeerd en is gedurende het project onvoldoende in stelling gebracht. Spreker somt de conclusies uit het rapport op: de raad is niet geïnformeerd over het niet realiseren van doelstellingen uit het bedrijfsplan. De informatie over risico’s in de jaarstukken van 2016 en 2017 is onjuist.
Het opnemen van cashflow en het voorstel van Ennatuurlijk om een groter deel van de financiering op zich te nemen hebben niet geleid tot een zorgvuldige afweging. De liquiditeitsproblemen bij Het Groene Net en de financiële risico’s waren al in 2017 bekend. De raad werd hierover niet geïnformeerd. Het juridische advies over de benoeming in de BV van Het Groene Net van oud-wethouder Guyt werd niet verstrekt. Het aangepaste afsprakenkader met Ennatuurlijk uit april 2018 heeft de raad nooit bereikt. In de P&C-cyclus wordt geen informatie gegeven over de realisatie van doelstellingen bij Het Groene Net. Er zijn wel diverse themasessies met het college geweest, maar niet met de raad. Het eerste rapport van Berenschot uit 2016 werd niet verwerkt in de stukken en de presentaties. Het directieteam schrijft in een memo dat er intern al veel langer het besef was van een mismatch tussen doelstelling en governance terwijl er pas in het voorjaar 2020 een verdiepingsonderzoek kwam. Deze samenvatting uit het rapport maakt pijnlijk duidelijk dat de raad niet volledig en op onderdelen onjuist is geïnformeerd. Berenschot heeft zowel over de rechtmatigheid als de doelmatigheid van het project harde uitspraken gedaan. De fractie stelt niet het inhoudelijke project aan de kaak, maar wel informatievoorziening aan de raad.
Het is stuitend dat het college niet veel eerder een fundamentele discussie met de raad heeft willen voeren. Ook het verstrekken van documenten aan de raad is zeer moeizaam verlopen. Berenschot zegt dat er pas in het eindbeeld sprake van kan zijn dat Het Groene Net een belangrijk en waardevol project is en dat dat nu nog niet het geval is. Eerst moeten er noodzakelijke randvoorwaarden voor de ontwikkeling van HGN Zuid worden ingevuld. Daarnaast is er nog een second opinion nodig om de validiteit te kunnen vaststellen. Het persbericht dat Het Groene Net een belangrijk en waardevol project is, is misleidend richting de raad en de inwoners. Het lijkt erop dat de bedoeling hiervan is om gemaakte fouten zoveel mogelijk onder het tapijt te schuiven. De fractie concludeert uit het rapport van Berenschot dat de informatie in de afgelopen jaren voor de raad onvoldoende was om de kaderstellende en controlerende rol te kunnen uitvoeren. Daarnaast is er onjuiste informatie verstrekt. Deze combinatie heeft een flinke barst in het vertrouwen veroorzaakt. Er zijn in feite twee debatten nodig: het eerste debat staat in het teken van verantwoording over de informatieverstrekking door het college aan de raad. Het tweede debat gaat over de vraag op welke wijze Het Groene Net dient te worden voortgezet en hoe de concrete
8
aanbevelingen kunnen worden ingeregeld. Kan het college een duidelijke reactie geven op de vertrouwenskwestie? Achten de portefeuillehouders zich bestuurlijk verantwoordelijk? Mevrouw Kaufmann (Stadspartij) wil de gemaakte fouten niet bagatelliseren. De raad heeft in dit dossier niet altijd de juiste informatie gekregen. Het is een kwalijke zaak dat de raad niet de kans kreeg om een en ander te controleren. De raad is in dit dossier bewust of onbewust buitenspel gezet. Het Groene Net is een pilotproject. Bij een proefproject is het de bedoeling dat er wordt geleerd van de fouten die worden gemaakt. Omdat het project HGN niet foutloos is gelopen heeft het college zelf het onderzoek 213a aangevraagd. Het college erkent de gemaakte fouten en heeft inmiddels de stukken aan de raad gestuurd. Het college heeft toegezegd in Q2 het complete plan van aanpak uit te werken. De fractie gaat ervan uit dat het college dezelfde ernstige fouten niet meer zal maken, maar wil een duidelijke toezegging dat de fouten die nog hersteld kunnen worden ook hersteld zullen worden en dat er een datum wordt vastgelegd waarop het plan van aanpak klaar zal zijn. De fractie adviseert om een werkgroep HGN te formeren waarin per fractie een persoon zitting zal nemen. Mevrouw Engelhart (D66) kijkt graag naar de toekomst, maar wil gezien de ernst van de materie ook naar het verleden kijken.
De conclusie uit het rapport Berenschot kan alleen maar zijn dat het proces rondom de besluitvorming en de bestuurshandelingen omtrent Het Groene Net onvoldoende rechtmatig is verlopen. Het grote aantal vernietigende conclusies en de aanbevelingen vragen echt om verantwoording door het college. De gemeenteraad is onvoldoende in positie gebracht om zijn kaderstellende en controlerende rol adequaat in te vullen. Door Berenschot zijn ook uitspraken gedaan over de doelmatigheid van het project. Er lijkt sprake te zijn van een vertrouwensissue omdat de raad niet volledig en zelfs onjuist is geïnformeerd door het college. Warmteprojecten zoals HGN vragen om grote investeringen en er moet worden gestuurd op samenwerking omdat een grootschalige aanpak cruciaal is. Het is van belang om te leren van de fouten die in het verleden gemaakt zijn. Een opeenstapeling van fouten is fataal bij het creëren van draagvlak. Het is van belang om aansluiting te krijgen bij inwoners en bedrijven en beeldvorming is daarbij een groot aandachtspunt. Er worden nu extreem laat documenten ter inzage gelegd waardoor er te weinig tijd is om deze door te nemen. Uit het rapport van Berenschot blijkt duidelijk dat de gemeenteraad in dit dossier onvoldoende en onvolledig is geïnformeerd en daarmee onvoldoende in staat is gesteld om te sturen op de inhoudelijke realisatie van HGN alsmede het financiële aspect.
Vanavond moet nadrukkelijk in het teken staan van verantwoording door het college van de gemaakte fouten en moet toegelicht worden waarom het proces zo gelopen is. Nadat het college hierop heeft gereflecteerd kan pas de discussie met de raad worden gevoerd over de opvolging van de aanbevelingen en het plan van aanpak. Het dient volstrekt helder te zijn hoe het college omgaat met de vele aanbevelingen en conclusies en hoe deze in de toekomst worden geïmplementeerd. De heer Kubben (PvdA) zegt dat de noodzakelijke opgave van de helft minder CO2-uitstoot in 2030 ten opzichte van 1990 niet kan worden gehaald met alleen zonnepanelen. De gemeente heeft tien jaar geleden een warmtenet neergezet, Het Groene Net Noord. Uit het rapport van Berenschot blijkt dat met name de manier waarop informatie is uitgewisseld tussen college en gemeenteraad in de komende periode van Het Groene Net verbetering verdient. Het college geeft in zijn reactie op het rapport aan wat er in het verleden beter had gekund en op welke wijze er nu maatregelen zijn genomen. Een aantal punten uit het rapport wordt kort belicht. Het college erkent dat door de gebrekkige informatievoorziening de transparantie in de besluitvorming van de raad niet optimaal is geweest.
Het is niet zo dat er iets onoorbaars is gebeurd; elke euro die geïnvesteerd is heeft ten dienste gestaan van het maatschappelijke doel om als gemeente haar aandeel in de energietransitie te nemen. Volledige neutraliteit is onmogelijk en de onafhankelijkheid van Berenschot staat niet ter discussie, maar onderzoekers zijn mensen die in een bepaalde traditie geschoold zijn. De onderliggende toon in het rapport lijkt te zijn dat de overheid zich gelet op het financiële rendement niet in dit soort pionierswerk moet begeven. Er wordt een grotere rol voor private aandeelhouders gepropageerd en er wordt ook gesuggereerd dat er tegenstrijdige belangen zijn zonder dat deze verder geoperationaliseerd worden. Er staan veel relevante constateringen en goede adviezen in het rapport. De fractie steunt het advies over samenhang tussen Noord en Zuid, het benoemen van HGN tot groot project, maar het integraal overnemen van alle adviezen uit het rapport baart ook zorgen. Hoe kijkt het college aan tegen het advies over het strategisch kader en een meer terughoudende rol van de overheid? Hoe kijkt het college aan tegen het advies om de bestuurlijke
9
verantwoordelijkheid integraal bij één wethouder te beleggen? Kan de wethouder het advies toelichten om de governance en de positie in stuurgroepen te heroverwegen? De heer Bessems (DNA) zegt dat het een groot en complex project is. Er moet verduurzaamd worden. Het HGN is inhoudelijk een interessante pilot, maar de pilot is de gemeente Sittard-Geleen boven het hoofd gegroeid. Informatieverstrekking aan de raad is essentieel, vooral de informatieverstrekking voorafgaand aan belangrijke besluiten die moeten worden genomen waarbij de raad in positie is. Dergelijke projecten dienen gebaseerd te zijn op eerder overeengekomen doelstellingen. Het rapport Berenschot wijst op diverse reparatiepunten. Door wie dienen de omissies hersteld te worden? Bij wie ligt de concrete verantwoordelijkheid om de CO2-uitstoot te reduceren en de restwaarde te hergebruiken? De fractie is van mening dat dit minder de taak is van een lokale gemeente als Sittard-Geleen. Welke actieve rol kan van de gemeente wel worden verwacht? Wat ziet het college als toekomstige taak voor Sittard-Geleen in Het Groene Net? Moet de gemeente hierin nog verder investeren? Is er ook een exitstrategie? Op welk moment is het voor de gemeente gezond om taken en verantwoordelijkheden over te dragen? Het project lijkt in veel opzichten te belastend voor de gemeente.
Hoe worden de aanbevelingen in het algemeen geïmplementeerd in toekomstig beleid? Het verbeteren van informatieverstrekking in en tussen raad en college betekent het verstrekken van volledige en juiste informatie. Bij pilotprojecten is het vooraf niet precies duidelijk wat er gebeurt. Waar de gemeente een taak heeft moet voor een adequate projectopzet en -bezetting worden gezorgd. Er moet gewerkt worden aan een cultuur van informeren, bespreken, meenemen en verantwoorden, maar vooral bij een pilot moet er rekening mee gehouden worden dat zaken anders kunnen lopen dan verwacht. De heer Van Montfoort (VVD) vindt het betreurenswaardig dat er zoveel misgegaan is in dit dossier. Het boegbeeld Het Groene Net is bevlekt geraakt. Bij de energietransitie is het voortdurend noodzakelijk om te zoeken naar draagvlak. Hiervoor zijn transparantie, integriteit en samenwerking van groot belang. Het rapport over Het Groene Net toont aan dat er geen sprake is van transparantie en dat de integriteit van het college op zijn minst onderwerp van bespreking moet zijn en dat het vertrouwen van de raad misplaatst was. Dit is ronduit kwalijk te noemen. De wijze waarop nagelaten is om de raad te informeren is een doodssteek voor het vertrouwen in Het Groene Net en in de verantwoordelijke wethouders.
Is de achtergehouden informatie besproken binnen het college en zo ja met wie? Heeft wethouder Schmitz zelfstandig besloten om de informatie niet te delen met de raad of is dat in samenspraak gebeurd? Is wethouder Schmitz zelf ook van mening dat zij de raad cruciale informatie heeft onthouden? Het is van belang dat de bestuurlijke verantwoordelijkheid getoetst wordt en dat er daarna pas verder wordt gekeken naar de inhoudelijke bezwaren rondom het dossier. De fractie sluit zich aan bij de vragen van de fractie GroenLinks. De heer Kamps (50PLUS) noemt het rapport vernietigend. De raad is niet, onjuist en onvolledig geïnformeerd. Waarom is de raad informatie onthouden? Juist bij een moeilijk dossier moet er meer informatie worden gegeven dan bij een makkelijk dossier. Hoe kan de raad zijn kaderstellende en controlerende functie uitoefenen als hij niet beschikt over de goede en volledige informatie? Eerst moet de vraag gesteld worden waarom dit is gebeurd en pas daarna is het de vraag hoe er verder wordt gegaan en kan er naar de inhoud van het dossier worden gekeken. Als de antwoorden op deze vragen niet overtuigend zijn kan de fractie geen verantwoording nemen voor dit dossier. De heer Renet (SPA) zegt dat vanavond de politieke verantwoordelijkheid aan de orde wordt gesteld en dat er een tweede debat nodig is voor de financiële- en duurzaamheidskanten.
HGN blijkt een duur fiasco te zijn en dit is mede veroorzaakt door falende bestuurders die meenden alles buiten de raad om te mogen besluiten. In de Tweede Kamer zou een dergelijk rapport leiden tot het aftreden van de verantwoordelijke bewindspersonen. In Sittard-Geleen neemt het college de aanbevelingen van de Berenschot over en wordt zo geprobeerd de politieke verantwoordelijkheid te ontlopen. Ook de inhoudelijke afweging om wel of niet door te gaan met HGN wordt terzijde geschoven. Wanneer was wethouder Schmitz op de hoogte van de financiële problemen bij Het Groene Net en waarom heeft zij de raad daarvan niet op de hoogte gesteld? Als gevolg daarvan konden de inwoners van Limbrichterveld niet weten dat zij gevraagd werden om flinke investeringen te doen in een nagenoeg failliet bedrijf. De fractie rekent dit de wethouder zeer aan omdat het gemeentebestuur een zorgplicht naar de inwoners heeft. Wanneer heeft wethouder Schmitz de aan haar gerichte memo van de directeur HGN Ontwikkel-
10
BV inzake de verwatering van de aandelen van 26 maart 2020 aan de overige collegeleden gestuurd en waarom heeft de raad deze memo niet ontvangen? Heeft wethouder Bühler dit memo gelezen voordat de raad het raadsvoorstel inzake de verwatering van de aandelen goedkeurde? Op verzoek van Mijn Streekwarmte heeft AKD onderzoek gedaan naar de consequenties van de verwatering van aandelen. In het op 23 januari 2021 verschenen rapport van AKD staan zeer verontrustende conclusies die de raad had behoren te kennen voor het nemen van het besluit over de verwatering van de aandelen. Berenschot kon dit rapport niet meenemen in zijn onderzoek. Waarom liet het college een dergelijk onderzoek niet verrichten voordat het voorstel inzake verwatering van de aandelen naar de raad werd verstuurd? De wethouders Guyt en Meekels hebben bij herhaling de raad en ook de overige collegeleden niet, onjuist en onvoldoende of onvolledig geïnformeerd. Het ging over cruciale zaken op cruciale momenten. De enige politiek gepaste reactie hierop is aftreden. Voorwaarde bij dualisme is dat de raad erop kan vertrouwen juist en volledig te worden geïnformeerd door het college. Wanneer het college aan een dergelijk vernietigend rapport geen gevolgen verbindt, bestaat dualisme in Sittard-Geleen niet.
De heer Klein (Fractie Klein) vindt het jammer dat vanochtend pas het bericht is gekomen dat er nog stukken ingezien konden worden terwijl die stukken al veel eerder aangevraagd waren. Het gaat vanavond helemaal niet over HGN, maar over de zieke bestuurscultuur en over vertrouwen en integriteit en het negeren van democratische grondbeginselen. Wanneer wist wethouder Schmitz van de misstanden en waarom is zij daarmee niet meteen naar de raad gekomen? Hetzelfde geldt voor wethouder Bühler. Hoe kan de raad besluiten nemen als hij volkomen genegeerd en dom gehouden wordt en als het college de democratische processen met voeten treedt? Hoe kan de raad de baas zijn als het college bewust en opzettelijk essentiële informatie achterhoudt? Het college bepaalt wat de raad kan controleren. Het is onvoorstelbaar dat de wethouders Guyt en Meekels in 2018 een miljoenenbeslissing namen waarvoor zij geen mandaat hadden. De coalitiepartijen roepen op alleen vooruit te kijken. Het is zeer zorgelijk dat er geen enkel corrigerend vermogen of een kritische noot is. Waarom wilde wethouder Schmitz niet alleen verantwoordelijk zijn voor het dossier HGN? Wat is de rol van de burgemeester in dit dossier en wanneer is de burgemeester op de hoogte gesteld van de problemen? De heer De Coninck (Fractie Fredrix) zegt dat de conclusies in het rapport van Berenschot zeer verontrustend zijn.
Er moet eerst gesproken worden over de rechtmatigheid van het dossier en het niet tijdig en niet volledig en niet zorgvuldig en niet of te laat informeren van de raad. Op de tweede plaats moet het gaan over de inhoudelijke kant van het dossier HGN zoals de financiën, de governance, de juridische aspecten en de huidige gevaren. Op de derde plaats moet gesproken worden over de toekomst en over de vraag of er doorgegaan moet worden met HGN Zuid. Het voorstel van de fractie PVV om het vanavond alleen over het eerste punt, de rechtmatigheid, te hebben wordt onderschreven. De verantwoordelijke wethouders wordt verzocht rekenschap af te leggen over de conclusies van het rapport Berenschot en over de inlichtingenplicht van het college ten aanzien van de gemeenteraad en over de consequenties daarvan voor de positie van het college. De gemeenteraad is het hoogste orgaan. Voor het uitoefenen van zijn taak dient de raad tijdig over alle benodigde informatie te kunnen beschikken. De raad heeft nu inhoudelijk 434 bestanden gekregen met enige duizenden pagina’s tekst. Dit verdient een separate discussie. Spreker licht er één thema uit: de verwatering van de aandelen. Er is in een memo van 26 maart 2020 van de directeur HGN Ontwikkel-BV waarin wordt gewezen op de gevaren van deze actie. De raad is niet in kennis gesteld van deze notitie.
Ook de notitie van advocatenkantoor AKD geeft een aantal zeer belangrijke waarschuwingen af. Desondanks is de verwatering van de aandelen doorgezet en heeft dit geleid tot besluitvorming. Heeft de gemeente na de verschuiving van het aandelenkapitaal van 50% naar 35% en dus een minderheidsbelang wel of geen blokkerende stem? Het derde punt, de toekomst en de vraag of er doorgegaan moet worden met HGN Zuid, verdient een uitgebreide discussie. De fractie deelt de uitspraak van wethouder Schmitz niet dat de gemeente met HGN goud in handen heeft. De kwalificatie klatergoud is meer van toepassing. Burgemeester Verheijen zegt dat het terecht is dat de ronde kritische geluiden laat horen. Ook het college vindt dat de constateringen die in het rapport Berenschot zijn gedaan bepaald niet tot opgewektheid stemmen. De burgemeester zegt dat hij binnen het college de rol overgenomen heeft die wethouder Raven vervulde als opdrachtgever van het 213a onderzoek. Als opdrachtgever heeft hij het rapport naar de raad gebracht. Benadrukt wordt dat het college de initiatiefnemer is geweest van het objectief en
11
onafhankelijk verdiepingsonderzoek. De bedoeling hiervan was om te leren en te verbeteren en duidelijke handvatten te krijgen voor de wijze waarop het college de raad beter in positie kan brengen. Het blijft de insteek om te leren van fouten. Er is een outline gemaakt om de raad te laten zien op welke wijze het college de gedane aanbevelingen en conclusies uit het rapport Berenschot wenst op te pakken en in een traject te zetten. Het college heeft van meet af aan gezegd dat het rapport met de aanbevelingen het verdient om in ronde en raad behandeld te worden. Voor het college staat het element vertrouwen in de overheid boven paal. De burgemeester zegt dat hij op 16 maart 2020 is begonnen bij de gemeente Sittard-Geleen en dat het college in de laatste vergadering van maart de opdrachtbevestiging aan Berenschot voor het 213a onderzoek heeft bekrachtigd. De heer Klaassen (PVV) vraagt of er wellicht een absolute noodzaak was om met een rapport op tafel te komen vanuit de bestuurlijke afspraken met de provincie om een goed en grondig onderzoek te doen naar het project HGN. Burgemeester Verheijen verwijst voor de beantwoording van deze vraag naar wethouder Schmitz.
De heer Klein (Fractie Klein) vraagt wanneer de burgemeester ervan op de hoogte was dat zaken niet of foutief doorgegeven zijn aan de raad en dat er besluiten door het college zijn genomen waarvoor geen mandaat was afgegeven. Burgemeester Verheijen antwoordt dat hij en de overige collegeleden op 24 november 2020 voor het eerst kennis hebben genomen van de bevindingen van het rapport Berenschot. Voor die tijd was hij op de hoogte van het feit dat er een onderzoek liep om zaken in beeld te brengen. De aanleiding voor het onderzoek was ook bekend. De heer Renet (SPA) vraagt of het de burgemeester bekend is dat al voordat het college heeft besloten tot het doen van een 213a onderzoek tijdens overleggen in de raad en bij themasessies door een of meerdere raadsleden bij herhaling aan het college is gevraagd meer inzicht te geven in Het Groene Net en dat het onderzoek dus in feite geïnitieerd is door de raad. Burgemeester Verheijen antwoordt dat hij daarvan vóór 16 maart 2020 niet op de hoogte was. Daarna is dat wel duidelijk geworden omdat een 213a onderzoek niet voor niets wordt gedaan. Er was een vermoeden dat er leer- en verbeterpunten waren. Wethouder Schmitz zegt dat de burgemeester al heeft aangegeven dat het college de initiatiefnemer van het onderzoek is. Sommige conclusies uit het rapport zijn heel pittig. Het college is echt pijnlijk met de billen bloot gegaan.
Er kan alleen worden geleerd van fouten als die benoemd worden. Het college ziet de verbeterpunten en gaat ze oppakken. Het hele rapport staat vol van zelfreflectie en ook de outline van het plan van aanpak laat zien hoe het college invulling geeft aan die zelfreflectie door zaken in de toekomst beter te gaan doen. Het college heeft de gemeenteraad nooit moedwillig onvoldoende of onjuist geïnformeerd. Er is geen enkel moment verzuimd om te informeren, maar het klopt dat dit frequenter, gestructureerder en uitgebreider had kunnen en moeten zijn. Op de momenten waarop er sprake was van kredietvoteringen en kaderstelling is de raad in positie geweest. De opmerkingen vanuit de ronde zijn juist en terecht en het college zal het beter moeten gaan doen in de toekomst. Het college staat voor transparantie en daarom is het 213a onderzoek geïnitieerd. Het is goed dat er nu dankzij het deugdelijk rapport van Berenschot inzicht is in de verbeterpunten. Het college is al aan de slag gegaan met de verbeterpunten, sinds 2018 zijn er al zaken veranderd. Het college heeft de raad via de programmarapportages steeds op de hoogte gesteld van de financiële positie en dergelijke. De wethouder zegt dat ze samen met wethouder Bühler in een gezonde governance-relatie aan het dossier heeft gewerkt.
In overleg tussen college en fractievoorzitters is gesproken over de positie van de directeur MSW die een voormalig wethouder is. Er is besproken op welke manier het college de specialistische en bestuurlijke kennis van Het Groene Net wilde borgen. Er is voor gekozen om voormalig wethouder Guyt te handhaven als bestuurder van Mijn Streekwarmte BV en commissaris van Het Groene Net BV en HGN Ontwikkel-BV. Het fractievoorzittersoverleg is hiermee akkoord gegaan en heeft het niet wenselijk geacht om het voorstel door te geleiden naar de raad. De fractie PVV heeft het college terecht op de vingers getikt. Dat heeft het rapport ook gedaan. Via de commissie B&V heeft het college actief de
12
suggestie gedaan om het rapport door te leiden naar de raad. Het college is bestuurlijk verantwoordelijk en zaken zijn aangevlogen zoals ze zijn aangevlogen, zeker in de pioniersfase. Het rapport is om te leren en te verbeteren en de wethouder zegt dat zij en het hele college zich vooral aan de lat voelt staan om te kijken hoe zaken in de toekomst beter gedaan worden. Het college is er zich van bewust dat de raad beter en eerder in positie gebracht had moeten worden om ervoor te zorgen dat de raad zijn rol kan vervullen. Om de klimaatdoelstellingen te kunnen behalen zijn instrumenten nodig die door mensen als zeer positief worden ervaren. Een minder goede beeldvorming over Het Groene Net leidt daar niet toe. Gelukkig ondervinden klanten op geen enkele manier mogelijke hinder van de resultaten van het onderzoek. Het warmtenet wordt nog steeds als een prima oplossing gezien om de klimaatdoelstellingen, ook in Sittard-Geleen, te kunnen behalen. De opmerking dat er niets onoorbaars is gebeurd is terecht. De suggesties voor verbetering van de fractie DNA sluiten naadloos aan op het plan van aanpak. Het plan van aanpak moet ervoor zorgen dat het klatergoud weer wordt opgepoetst tot goud en zonder vlekken. Het heeft te maken met de pioniersfase dat er zaken zijn misgegaan, maar het college erkent dat het niet goed is wat er is gebeurd.
Het onderzoek is een leerinstrument en geen afrekeninstrument. Het college heeft zich er sterk voor gemaakt om in lijn met wat in het coalitieakkoord staat de transparantie op tafel te krijgen. Er is voor gezorgd dat er inzicht komt in de governance en de financiële structuren van het dossier. Direct na het aantreden heeft het college opdracht gegeven tot het doen van het 213a onderzoek. Dit college, het vorige college en de organisatie hebben de afgelopen drie jaar reeds veranderingen in positieve zin in gang gezet. Met dit onderzoek, de outline en het plan van aanpak waarmee bij de raad wordt teruggekomen is het college nog veel beter in staat om alle zaken die geborgd moeten worden te kunnen borgen. De wethouder zegt dat zij de politieke verantwoordelijkheid voelt, maar dan niet in aftreden maar vooral in optreden en leren van de dingen die beter kunnen. De heer Renet (SPA) zegt dat de vraag niet is beantwoord wanneer wethouder Schmitz op de hoogte was van de financiële problemen bij HGN en waarom zij de raad daarvan niet op de hoogte heeft gesteld.
Wanneer heeft wethouder Schmitz de aan haar gerichte memo over de verwatering van de aandelen van 26 maart 2020 van directeur HGN Ontwikkel-BV, de heer Dieteren aan de overige collegeleden, in het bijzonder aan de wethouders Raven en Bühler heeft gestuurd en waarom heeft de raad deze memo niet ontvangen? Spreker zegt dat hij aanwezig is geweest bij het fractievoorzittersoverleg en dat er toen door een aantal fractievoorzitters expliciet is gevraagd naar het advies van de advocaat en dat dit stuk niet is gegeven. Is de wethouder ervan op de hoogte dat de fractievoorzitters toen hebben aangegeven dat het stuk met de informatie naar de raad moest? Wethouder Schmitz antwoordt dat de bedrijfszaken HGN in 2018 bij haar bekend geworden zijn. In 2018 is dat in een rapportage opgenomen. De wethouder zegt toe na te gaan om welke precieze datum het gaat en dit schriftelijk terug te koppelen. In het advies van advocaat Banning is niet aangegeven dat dit ook nog naar de raad moest. Conform afspraak is het advies in het fractievoorzittersoverleg besproken. De wethouder zegt toe de vraag met betrekking tot de memo van directeur HGN Ontwikkel-BV uit te laten zoeken en hierop schriftelijk terug te komen.
De heer Klaassen (PVV) merkt op dat in het advies van Banning Advocaten staat dat de raad wel degelijk wordt verondersteld het bevoegd gezag te zijn omdat uit de kadernota verbonden partijen ook blijkt dat de gemeenteraad het bevoegd gezag is als het gaat om een afwijkingsbesluit, zoals voor de benoeming van de oud-wethouder van de PvdA. Dit staat ook in het rapport van Berenschot. De wethouder geeft aan dat het college de raad in rapportages van de P&C-cyclus heeft ingelicht en dat er op geen enkel moment is verzuimd om de raad te informeren. Dit is in strijd met een van de conclusies in het rapport Berenschot. Hij vraagt de wethouder hierop te reageren want juist deze aantoonbaar verkeerde weergave van de adviezen leidt tot een breuk in her vertrouwen in de wethouder en hij hoopt dat zij dit kan wegnemen. Wethouder Schmitz antwoordt dat er sinds haar aantreden als portefeuillehouder zaken zijn meegenomen in de P&C-stukken. Zij blijft bij haar eerder gegeven reactie met betrekking tot het advies van Banning Advocaten. De heer Kubben (PvdA) zegt dat het college heeft aangegeven de aanbevelingen integraal over te nemen. Een van de adviezen is om de bestuurlijke verantwoordelijkheid integraal bij één wethouder te beleggen. Een ander advies is om wat betreft het strategisch kader een heel terughoudende rol voor de lokale overheid neer te zetten.
Het is de vraag of dit bijt met de pioniersfase ten aanzien van HGN Zuid. Kan de wethouder een reflectie geven op deze twee punten?
13
Wethouder Schmitz antwoordt dat in de outline wat betreft het strategisch kader inderdaad een terughoudende rol voor de overheid staat. In het addendum staat dat het college een grote rol ziet voor de provinciale overheid. Het college wil als lokale overheid het maatschappelijke belang borgen als het gaat om de belangen van de inwoners. Het groene net is een fantastisch middel om een betaalbare energietransitie, mede voor de inwoners, mogelijk te maken. De heer Van Montfoort (VVD) wil graag dat de wethouder de vragen van de heer Schipper van de fractie GroenLinks beantwoordt. Wethouder Schmitz antwoordt dat er wordt verkend of het hoofdstuk proces zwaarder kan worden aangezet in de outline. Zij staat open voor input vanuit de raad. De heer Klein (Fractie Klein) zegt dat het niet het eerste rapport is waarin staat dat het college de raad moedwillig niet heeft geïnformeerd. De raad is in het voorliggende dossier op meerdere momenten niet geïnformeerd. De fractie twijfelt eraan of het college inderdaad niet moedwillig om de raad heen besluiten heeft genomen.