Milieutechnisch rapportage Plangebied De Lexhy deelgebied B versie 0
Tekst van het document
Milieutechnisch onderzoek Plangebied De Lexhy te Sittard-Geleen, deelgebied B: Welschenheuvel BV (2500566KB-04, versie 0, 02-06-20205)
documentkenmerk: 2500566KB-04, versie 0, d.d. 02-06-2025
Milieutechnisch onderzoek
in opdracht van DSM Nederland B.V. namens Welschenheuvel B.V. Director Soil & Spatial Planning Urmonderbaan 22 6167 RD Geleen betreffende locatie Plangebied de Lexhy te Sittard-Geleen, deelgebied B: Welschenheuvel BV documentkenmerk 2500566KB-04 versie 0 vestiging Nuenen datum 2 juni 2025
opgesteld door:
gecontroleerd door:
Projectleider bodem
Operationeel Directeur
Dit document is digitaal gegenereerd en derhalve niet voorzien van een handtekening. De inhoud is aantoonbaar gecontroleerd en vrijgegeven. Het document mag uitsluitend in zijn geheel worden gereproduceerd. Door derden aangebrachte wijzigingen en/of toevoegingen dan wel oneigenlijk gebruik van het document vallen niet onder de verantwoording van Tritium Advies. Op dit rapport is een disclaimer van toepassing; zie https://www.tritium.nl/bodem-disclaimer/
Tritium Advies B.V. Adviseurs in bouwen, milieu en veiligheid T.
088 44 02 900
E.
info@tritium.nl
I.
www.tritium.nl
KvK-nr.
17108024
Tritium Advies is gevestigd in:
Breda >> Nuenen >> Rijkevoort
documentkenmerk: 2500566KB-04, versie 0, d.d. 02-06-2025
Samenvatting In opdracht van DSM Nederland B.V namens Welschenheuvel B.V. heeft Tritium Advies een verkennend bodemonderzoek en halfverhardingsonderzoek uitgevoerd ter plaatse van het plangebied De Lexhy te Sittard-Geleen. Plangebied De Lexhy bestaat uit twee deelgebieden (A & B). Onderhavig rapport heeft enkel betrekking op deelgebied B: Welschenheuvel BV. Deelgebied A is gerapporteerd met kenmerk 2500566KB-03. Aanleiding voor het onderzoek is de wens om meer informatie te verkrijgen over de bodemkwaliteit van het plangebied. Doel voor het onderzoek is het bepalen van de kwaliteit van de bodem, funderingen en halfverhardingen op de onderzoekslocatie, en bepalen of er sanerende maatregelen of vervolgstappen nodig zijn aan de hand van de onderzoeksresultaten. Funderingen •
Van de onderzochte funderingslagen zijn er 3 locaties waar de interventiewaarde voor asbest (100 mg/kg droge stof) wordt overschreden.
•
De overige (onderzochte) funderingslagen bevatten minder dan de helft van de interventiewaarde. Hierdoor wordt aanvullend/ nader onderzoek, of aanvullende maatregelen bij deze funderingslagen niet noodzakelijk geacht.
Bodem - algemene parameters en PFAS •
Uit de analyseresultaten voor bodem blijkt dat in het algemeen sprake is van maximaal lichte verontreinigingen. Hierbij worden de huidig geldende normen niet overschreden, en zijn er dus geen aanvullende maatregelen of onderzoeken nodig.
•
Uitzonderingen hierop zijn 3 overschrijdingen van de interventiewaarde (bij boringen B0807, B08-15 en mengmonster mmB08-3) en 3 overschrijdingen van de tussenwaarde (helft van de interventiewaarde)(bij boring B18-8 en mengmonsters mmB01-51 en mmB22-1).
•
De gehalte PFAS voldoen voor het merendeel van het plangebied aan de normen voor landbouw/ natuur. Plaatselijk voldoen de gehalte PFAS aan de normen voor wonen.
•
De gehalte PFAS overschrijden geen normen waarbij sprake kan zijn van gezondheidsrisico’s.
Bodem - asbest •
Van de onderzochte grondlagen met puinbijmengingen zijn er 4 locaties waar de interventiewaarde voor asbest (100 mg/kg droge stof) wordt overschreden.
•
Overige onderzochte grondlagen met puinbijmengingen bevatte minder dan de helft van de interventiewaarde (100 mg/kg droge stof) aan asbest. Hierdoor wordt aanvullend/ nader onderzoek, of aanvullende maatregelen op deze locaties niet noodzakelijk geacht.
•
Op 2 locaties zijn ook asbesthoudende materialen op het maaiveld aangetroffen.
Resumé De onderzoeksresultaten, behoudens onderstaande aandachtspunten, vormen naar mening van Tritium Advies geen reden tot aanvullend onderzoek en/of saneringsmaatregelen. Aandachtspunten zijn: 1. Aangetoonde asbestgehaltes boven de interventiewaarde in de grond (op drie locaties). Geadviseerd wordt om de omvang en de daadwerkelijke asbestgehaltes van deze (verwachtte) verontreinigingen middels nader onderzoek verder in kaart te brengen, en op basis hiervan te bezien of er aanvullende maatregelen noodzakelijk zijn. Gelet op het gebruik van één locatie als grasland zijn er ter plaatse geen actuele humane risico’s en is
documentkenmerk: 2500566KB-04, versie 0, d.d. 02-06-2025
een aanvullend onderzoek hier niet noodzakelijk, zolang de bodem ter plaatse niet geroerd wordt en de vegetatie gehandhaafd blijft. (Het betreft geen bodemgevoelige locatie als bedoeld in artikel 5.89h van het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl)). 2. Aangetoonde asbestgehaltes boven de interventiewaarde in funderingslagen (op drie locaties). Opgemerkt wordt dat wanneer er een duurzame verhardingslaag (zoals een klinkerverharding) aanwezig is ter plaatse van de aangetoonde verontreinigingen (asbest en overige bodem parameters) er géén contactmogelijkheden, en dus géen milieuhygiënische risico’s worden voorzien bij ongewijzigd gebruik. Derhalve is in deze gevallen ook géén sprake van een saneringsplicht. Te overwegen is om dergelijke afgedekte verontreinigingen alsnog wel nader te onderzoeken om vast te stellen of de verontreiniging inderdaad niet verder dan de aanwezige afdekkende laag voorkomt. Conform het Besluit asbestwegen dient het voorhanden hebben van deze asbesthoudende puinfundaties wel gemeld te worden bij de Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT). 3. Aangetoonde parameters (koper, zink en PAK) in de grond boven de tussen- en interventiewaarde op zes locaties.
Geadviseerd wordt om bovenstaande overschrijdingen van de tussen- en interventiewaarde (voor zover ze niet onder een verharding liggen en er derhalve geen contactmogelijkheden zijn) verder te onderzoeken middels een nader bodemonderzoek. 4. Aangetoonde asbesthoudende materialen op het maaiveld bij twee locaties (beide naar schatting < 25 m2). Geadviseerd wordt om deze materialen te laten verwijderen middels handpicking.
documentkenmerk: 2500566KB-04, versie 0, d.d. 02-06-2025
Inhoudsopgave pagina 1.
Inleiding
1
2.
Vooronderzoek
2
2.1
Locatiegegevens
2
2.2
Eerder uitgevoerd onderzoek
4
2.3
Terreinverkenning
5
2.4
Bodemopbouw
5
2.5
Conclusies vooronderzoek
5
3.
Onderzoek fundering/ halfverharding
8
3.1
Onderzoeksstrategie
8
3.2
Uitvoering
8
3.2.1 Maaiveldinspectie
8
3.2.2 Inspectiegaten en boorwerk
8
3.2.3 Analyses
9
3.3
9
Analyseresultaten
3.3.1 Toetsingskader
9
3.3.2 Resultaten – asbest
9
3.3.3 Resultaten – indicatief uitloogonderzoek
11
3.4
Bespreking resultaten
12
4.
Verkennend bodem- en asbestonderzoek
13
4.1
Onderzoeksstrategie
13
4.2
Uitvoering
13
4.2.1 Kwalibo
13
4.2.2 Maaiveldinspectie
14
4.2.3 Inspectiegaten en boorwerk
14
4.2.4 Analyses
15
4.3
15
Analyseresultaten
4.3.1 Toetsingskader(s)
15
4.3.2 Belangrijkste resultaten bodem
16
4.3.3 Asbest in grond (NEN 5707)
18
4.3.4 PFAS in grond
20
4.4
Bespreking resultaten
21
5.
Conclusies en aanbevelingen
23
documentkenmerk: 2500566KB-04, versie 0, d.d. 02-06-2025
Bijlagen
documentkenmerk: 2500566KB-04, versie 0, d.d. 02-06-2025
1. Inleiding In opdracht van DSM Nederland B.V. namens Welschenheuvel B.V. heeft Tritium Advies een verkennend bodemonderzoek en halfverhardingsonderzoek uitgevoerd ter plaatse van het plangebied De Lexhy te Sittard-Geleen. Plangebied De Lexhy bestaat uit twee deelgebieden (A & B). Onderhavig rapport heeft enkel betrekking op deelgebied B: Welschenheuvel BV. Deelgebied A is gerapporteerd met kenmerk 2500566KB-03. Aanleiding voor het onderzoek is de wens om meer informatie te verkrijgen over de bodemkwaliteit van het plangebied. De doelstellingen van het onderzoek zijn als volgt: •
fundering/
:
halfverharding •
bodem
indicatief bepalen van de kwaliteit (asbestgehalte) en de hergebruiksmogelijkheden van de fundering/ halfverharding;
:
•
vaststellen van de kwaliteit van de bodem (grond) om te bepalen of op de locatie sprake is van bodemverontreiniging;
•
een uitspraak doen over het indicatieve asbestgehalte in de bodem (indien van toepassing);
•
vaststellen of in de bodem PFAS aanwezig is ter bepaling van de hergebruiksmogelijkheden van de vrijkomende grond;
•
indicatief bepalen van de milieuhygiënische hergebruiksmogelijkheden.
•
saneringsverplichting:
•
een indicatie geven van de mogelijke saneringsverplichtingen op de onderzoekslocatie op basis van de in het onderzoek beschikbare gegevens;
•
indien saneringsnoodzaak kan worden vastgesteld in onderhavig onderzoek zal ook een indicatie worden gegeven van de mogelijke vervolgstappen.
Tritium Advies heeft geen binding met de opdrachtgever en de onderzoekslocatie anders dan als onafhankelijk advies- en onderzoeksbureau. Kwalibo Op een deel van de werkzaamheden die in het voorliggende rapport worden beschreven is het Besluit bodemkwaliteit van toepassing. Onder de naam Kwalibo regelt het Besluit de kwaliteitsborging in het bodembeheer. Voor deze kwaliteitsborging zijn onderdelen van het onderzoek onder Kwalibo uitgevoerd. Indien dit het geval is, dan is dit bij het betreffende onderdeel expliciet vermeld. Onderdelen zonder vermelding van Kwalibo, zijn niet onder Kwalibo uitgevoerd.
pagina 1 van 26
documentkenmerk: 2500566KB-04, versie 0, d.d. 02-06-2025
2. Vooronderzoek Voorliggend onderzoek is gebaseerd op het in de volgende tabel weergegeven vooronderzoek. Voor het gehele vooronderzoek wordt verwezen naar de desbetreffende rapportage. In de volgende paragrafen is een interpretatie van de relevante gegevens uit dit vooronderzoek weergegeven. Tabel 2.1: eerder uitgevoerd onderzoek nr.
titel
locatie
opgesteld door
kenmerk
datum
Plangebied de Lexhy te Sittard-
Tritium Advies
2500566KB-02
21-05-2025
onderzoekslocatie 1.
vooronderzoek
Geleen, deelgebied B: Welschenheuvel BV
2.1 Locatiegegevens Op basis van de geraadpleegde bronnen, is een overzicht opgesteld van de locatiegegevens. Het overzicht is weergegeven in de volgende tabel. Tabel 2.2: overzicht onderzoekslocatie actuele locatiegegevens adres straat
Urmonderbaan, Oude Postbaan, Bergerweg, Swentiboldweg
plaats
Geleen
kadastraal (voor meer details, zie vooronderzoek 2500566KB-02, bijlage 5) gemeente
Sittard-Geleen
sectie
H
I
K
nummers
274, 885, 1415, 1457, 1459, 1461
53, 574, 1029, 1051
89
oppervlak
totaal 1.406.334 m2 (gebaseerd op situatietekening, bijlage 2)
huidig gebruik
akkers, toegangspaden, boeren erven, elektriciteitsmasten, trafostations
voormalig gebruik (zie ook
Van oudsher kent het plangebied een agrarisch gebruik, waarbij in het zuidwestelijke deel
bijlage 4 van het vooronderzoek
een bruinkoolgroeve aanwezig was tot circa 1920. De op de locatie aanwezige wegen zijn
[1])
ook al aanwezig sinds omstreeks 1900. Veel van de originele bebouwing op de onderzoekslocatie stamt ook uit deze tijd. Op de onderzoekslocatie is in het verleden bebouwing aanwezig geweest in de periode van 1897 tot plaatselijk 2004. Verder zijn binnen het plangebied meerdere boomgaarden aanwezig geweest van omstreeks 1850 tot 1988. Plaatselijk is een voormalig wegdeel aanwezig geweest tussen 1937 en 1988.
locatie toekomstig gebruik
Voortzetten van huidig gebruik en diverse ontwikkelingen.
dempingen, ophogingen,
Bekend is dat er binnen het plangebied meerdere voormalige wegdelen aanwezig zijn (zie
bijmengingen met puin
tekening in bijlage 2). Verder zijn ter plaatse van de agrarische erven meerdere (puin) funderingen aanwezig.
bodembedreigende activiteiten
Zie paragraaf 2.2 en 2.3 van het vooronderzoek [1] voor een volledig overzicht van de
en calamiteiten
aangetroffen bodembedreigende activiteiten/ calamiteiten.
pagina 2 van 26
documentkenmerk: 2500566KB-04, versie 0, d.d. 02-06-2025
Tabel 2.3 (vervolg): overzicht onderzoekslocatie actuele locatiegegevens locatie PFAS
In december 2021 heeft de Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat het ‘Handelingskader voor hergebruik van PFAS-houdende grond en baggerspecie’ van toepassing verklaard. Door het wijdverbreide gebruik en door emissies en incidenten worden poly- en perfluoralkylstoffen (PFAS) inmiddels in Nederland (en breder in de wereld), niet alleen bij puntbronnen, maar ook als diffuse verontreinigingen in bodem, grondwater en oppervlaktewater aangetoond. Derhalve zijn de bovengrond (tot 1,0 m-mv) en geroerde bodems in algemene zin verdacht op PFAS. Opgemerkt wordt dat er bekend is dat op en nabij de onderzoekslocatie zelf géén bronlocatie voor PFAS aanwezig is.
niet gesprongen explosieven
Het merendeel van het plangebied ligt in onverdacht gebied voor de aanwezigheid van
(NGE)/ conventionele
NGE’s/ CE’s op basis van een door de opdrachtgever aangeleverd rapport van de gemeente
explosieven (CE)
Sittard-Geleen. Enkele delen van het plangebied liggen wel in de verdachte zone, echter betreffen deze gebieden landbouw/ akkergronden en een agrarisch erf waar na de oorlog funderingen zijn aangelegd. Door deze activiteiten wordt geacht dat voor deze gebieden een “achtergrondrisico” geldt. Derhalve kan ervan uit worden gegaan dat geen aanvullende maatregelen voor de boorwerkzaamheden noodzakelijk zijn.
bodemkwaliteitskaart
•
bron: bodemkwaliteitskaart en bodemfunctieklassenkaart gemeente Sittard-Geleen
•
ontgravingskaart boven- en ondergrond: ‘landbouw/natuur’
•
toepassingskaart boven- en ondergrond: ‘landbouw/natuur’
•
bodemfunctiekaart: ‘landbouw/natuur’
asbestaspecten jaartallen en toepassingen
Bekend is dat er op de locatie meerdere erven aanwezig zijn, waarbij sommige opstallen voorzien zijn van asbestverdachte dakbedekking. Bij de terreinverkenning is vastgesteld dat alle daken bij de erven voorzien zijn van dakgoten welke afwateren op riolering.
terreinsituatie bebouwing
woonhuizen met tuinen en boerenbedrijven (stallen/ schuren)
maaiveld
braak, (half)verhard
verhardingen
bebouwing:
beton
overig:
tegels, klinkers, halfverhardingen, stelcon, beton
installaties
Bekend is dat op de locatie meerdere bovengrondse tanks aanwezig zijn. Voor meer informatie wordt verwezen naar paragraaf 2.3 van het vooronderzoek [1].
omgeving gebruik belendende percelen
Ten zuiden van de onderhavige onderzoekslocatie is het Chemelot terrein gelegen. Ten westen van de onderzoekslocatie is de A2 gelegen. Ten oosten en ten noorden zijn vooral agrarische percelen aanwezig.
De kadastrale gegevens van de onderzoekslocatie zijn weergegeven in bijlage 1. Een situatietekening is weergegeven in bijlage 2. Foto’s van de uitvoering van het veldwerk zijn toegevoegd in bijlage 12. De ligging van de locatie is weergegeven in de volgende figuur.
pagina 3 van 26
documentkenmerk: 2500566KB-04, versie 0, d.d. 02-06-2025
Figuur 2.1: luchtfoto onderzoekslocatie
2.2 Eerder uitgevoerd onderzoek Op de onderzoekslocatie en in de directe omgeving zijn in het verleden een groot aantal bodemonderzoeken uitgevoerd en verschillende documenten en rapporten opgesteld. Al deze onderzoeken, documenten en rapporten worden toegelicht in het in de volgende tabel weergegeven vooronderzoek. Voor meer informatie wordt verwezen naar het betreffende onderzoek. Tabel 2.4: eerder uitgevoerd onderzoek nr.
titel
locatie
opgesteld door
kenmerk
datum
Plangebied de Lexhy te Sittard-Geleen,
Tritium Advies
2500566KB-02
21-05-2025
onderzoekslocatie 1.
vooronderzoek
deelgebied B: Welschenheuvel BV
pagina 4 van 26
documentkenmerk: 2500566KB-04, versie 0, d.d. 02-06-2025
2.3 Terreinverkenning Alvorens de veldwerkzaamheden (tussen 14 april en 12 mei 2025) uit te voeren, is er door de heer J. van Diessen van Tritium Advies een terreinverkenning uitgevoerd. Bij de terreinverkenning aan het agrarische erf aan de Urmonderbaan 7 is een bestrijdingsmiddelenopslag aangetroffen welke niet was aangetroffen bij het vooronderzoek. Deze deellocatie is aan de hand van aanvullende boringen bij deellocatie B8 onderzocht. Verder zijn er geen bijzonderheden aangetroffen waardoor de onderzoeksstrategie gewijzigd diende te worden.
2.4 Bodemopbouw In de volgende tabel is een overzicht opgenomen van de regionale bodemopbouw en de geohydrologische situatie. Tabel 2.5: bodemopbouw en geohydrologie bodemopbouw maaiveldhoogte
50 - 60 m+NAP
deklaag
dikte
2,5 m
samenstelling
löss
doorlatendheid
goed
dikte
16,5 m
samenstelling
zeer fijn, sterk siltig zand met plaatselijk klei en/of leem
doorlatendheid
goed
stijghoogte
ca. 35 - 40 m+NAP (diepte ca. 10 - 15 m-mv)
stromingsrichting
noordwestelijk
stijghoogte
onbekend
stromingsrichting
noordwestelijk
e
1 watervoerende pakket
geohydrologie freatisch grondwater 1e watervoerende pakket
waterhuishouding oppervlaktewater
De Maas is gelegen op een kilometer ten westen van de onderhavige onderzoekslocatie.
grondwaterbeschermingsbied/
De locatie is niet gelegen in een grondwaterbeschermingsgebied of een boringsvrije zone.
boringsvrije zone grondwateronttrekking
Op de onderzoekslocatie vindt geen grondwateronttrekking plaats. In de nabije omgeving vindt voor zover bekend ook geen grondwateronttrekking plaats.
2.5 Conclusies vooronderzoek Op basis van het vooronderzoek [1] kunnen de in de volgende tabel weergegeven deellocaties worden onderscheiden.
pagina 5 van 26
documentkenmerk: 2500566KB-04, versie 0, d.d. 02-06-2025
Tabel 2.6: hypothese deel-
omschrijving
afmeting
hypothese
motivatie
verdachte stoffen 1)
locatie deelgebied B: Welschenheuvel BV B1
akkers, braakliggende
670.110 m2
onverdacht
delen en bos (zuidwest) B2
akkers, braakliggende
geen aanleiding voor verwachting
-
bodemverontreiniging 361.600 m2
onverdacht
delen en bos (zuidoost)
geen aanleiding voor verwachting
-
bodemverontreiniging
B3
voormalige bebouwing
5.800 m2
verdacht
gesloopte bebouwing op locatie
NEN-parameters,
B4
puinweg
3.000 m2
verdacht
halfverharding van puin, onbekende
org. parameters,
kwaliteit en herkomst
uitloog, asbest
B5
voormalige boomgaard ten
14.800 m2
verdacht
asbest (bij puin)
zuiden van Bergerweg B6
voormalige boomgaard ten
gasleidingen station
OCB, PFAS
bestrijdingsmiddelen 107.300 m2
verdacht
noorden van Urmonderbaan B7
mogelijk historisch gebruik van mogelijk historisch gebruik van
OCB, PFAS
bestrijdingsmiddelen 240 m2
verdacht
onbekende kwaliteit bodem,
NEN-parameters
mogelijke lekkage B8
agrarisch erf (zuid)
13.500 m2
verdacht
langdurig gebruik als agrarisch erf,
NEN-parameters,
onbekende samenstelling, kwaliteit
asbest (bij puin),
en herkomst van de bodem
org. parameters en uitloog (bij fundering)
B9
olie en chemicaliën opslag
<10 m2
verdacht
mogelijke morsing of lekkage
(vluchtige) olie
B10
opslag kast (verf)
<10 m2
verdacht
mogelijke morsing of lekkage
NEN-parameters,
B11
bovengrondse (diesel)
<10 m2
verdacht
mogelijke morsing of lekkage
(vluchtige) olie,
<10 m2
verdacht
mogelijke morsing of lekkage
(vluchtige) olie,
alcoholen brandstoftank B12
tankpunt
B13
gehele onderdeel
btexsn btexsn 1.054.500 m2
landelijk beleid en atmosferische
plangebied (zuid) B14
akkers, braakliggende
depositie 181.100 m2
onverdacht
delen en bos (centraal) B15 B16
(voormalig) pad/ wegdeel voormalige boomgaard voormalige boomgaard
onbekend 43.450 m2
verdacht verdacht
agrarisch erf (centraal)
-
mogelijke aanwezigheid restanten
NEN-parameters,
wegdeel
asbest (bij puin)
mogelijk historisch gebruik van
OCB, PFAS
bestrijdingsmiddelen 18.400 m2
verdacht
oostzijde perceel B18
geen aanleiding voor verwachting bodemverontreiniging
direct ten oosten van erf B17
PFAS 2)
mogelijk historisch gebruik van
OCB, PFAS
bestrijdingsmiddelen 5.500 m2
verdacht
langdurig gebruik als agrarisch erf,
NEN-parameters,
onbekende samenstelling, kwaliteit
asbest (bij puin),
en herkomst van de bodem
org. parameters en uitloog (bij fundering)
B19
bovengrondse (diesel)
<10 m2
verdacht
mogelijke morsing of lekkage
(vluchtige) olie,
brandstoftank
btexsn
B20
tankpunt
<10 m2
verdacht
mogelijke morsing of lekkage
(vluchtige) olie,
B21
opslag olievaten
<10 m2
verdacht
mogelijke morsing of lekkage
(vluchtige) olie,
B22
bestrijdingsmiddelenopslag
<10 m2
verdacht
mogelijke morsing of lekkage
OCB, PFAS
B23
opslag kast
<10 m2
verdacht
mogelijke morsing of lekkage
NEN-parameters,
btexsn btexsn
alcoholen
pagina 6 van 26
documentkenmerk: 2500566KB-04, versie 0, d.d. 02-06-2025
Tabel 2.7 (vervolg): hypothese deel-
omschrijving
afmeting
hypothese
motivatie
B24
2
gehele onderdeel
186.560 m
verdacht
plangebied (centraal) B25
verdachte stoffen 1)
locatie landelijk beleid en atmosferische
PFAS 2)
depositie 5.960 m2
akker (noord)
onverdacht
geen aanleiding voor verwachting
-
bodemverontreiniging B26
akkers, braakliggende
148.700 m2
onverdacht
delen en bos (noord) B27
onbekend
voormalige boomgaard
-
bodemverontreiniging
voormalig wegdeel
B28
geen aanleiding voor verwachting
33.700 m2
verdacht verdacht
mogelijke aanwezigheid restanten
NEN-parameters,
wegdeel
asbest (bij puin)
mogelijk historisch gebruik van
OCB, PFAS
bestrijdingsmiddelen B29
6.800 m2
agrarisch erf (noord)
verdacht
langdurig gebruik als agrarisch erf,
NEN-parameters,
onbekende samenstelling, kwaliteit
asbest (bij puin),
en herkomst van de bodem
org. parameters en uitloog (bij fundering)
B30
bovengrondse
<10 m2
verdacht
mogelijke morsing of lekkage
(vluchtige) olie,
brandstoftank
btexsn
B31
olie opslag
<10 m2
verdacht
mogelijke morsing of lekkage
(vluchtige) olie,
B32
opslag container
<10 m2
verdacht
mogelijke morsing of lekkage
OCB, PFAS
<10 m2
verdacht
mogelijk verweerd asbesthoudend
asbest, PCB
btexsn (bestrijdingsmiddelen) B33
asbestverdacht plaatmateriaal op put
materiaal op braakliggende bodem
B34
olie-/waterafscheider
<10 m2
verdacht
mogelijke morsing of lekkage
(vluchtige) olie,
B35
wasplaats
<10 m2
verdacht
mogelijk gebruik van schadelijke
NEN-parameters,
stoffen
detergenten
B36
bestrijdingsmiddelenopslag
<10 m2
verdacht
mogelijke morsing of lekkage
OCB, PFAS
2
verdacht
landelijk beleid en atmosferische
btexsn
B37
gehele onderdeel
161.430 m
plangebied (noord) B38
PFAS 2)
depositie
akker ten noorden van de
3.800 m2
onverdacht
Oude Postbaan
geen aanleiding voor verwachting
-
bodemverontreiniging
Opmerkingen bij de tabel: 1)
verklaring verdachte stoffen: NEN- parameters
:
pakket NEN 5740 voor grondparameters (organische stof en lutum, 9 metalen, PAK, PCB en
btexsn
:
aromatische koolwaterstoffen (benzeen, tolueen, ethylbenzeen, xylenen, styreen) en naftaleen;
OCB
:
organochloorbestrijdingsmiddelen;
org. parameters
:
de organische parameters PAK, PCB en minerale olie;
uitloog
:
schudproef met een eluaatanalyse op 15 metalen en 4 anionen;
PCB
:
polychloorbifenylen;
PFAS
:
poly- en perfluoralkylstoffen.
minerale olie);
2)
opgemerkt wordt dat deze locatie niet is gelegen nabij een bronzone voor PFAS, waardoor het enkel verdacht is op het voorkomen van PFAS door atmosferische depositie. Om te verifiëren of er ter plaatse van onderhavige onderzoekslocatie ook een verhoogd PFAS gehalte aanwezig is door deze depositie zal ter indicatie ook PFAS onderzocht worden.
pagina 7 van 26
documentkenmerk: 2500566KB-04, versie 0, d.d. 02-06-2025
3. Onderzoek fundering/ halfverharding 3.1 Onderzoeksstrategie Omdat de herkomst en kwaliteit van de halfverharding en puinfunderingen niet bekend zijn, worden de kwaliteit en hergebruiksmogelijkheden bepaald middels een indicatief samenstellingsen uitloogonderzoek. Tevens geldt dat de (puin)fundaties verdacht zijn op het voorkomen van asbest. Het verkennend asbestonderzoek wordt uitgevoerd conform de NEN 5897+C2 (december 2017). Voorafgaand aan de werkzaamheden wordt het maaiveld geïnspecteerd op de aanwezigheid van asbestverdachte materialen. Indien asbestverdachte materialen worden aangetroffen, worden deze bemonsterd en ter verificatie aangeboden aan het laboratorium. Een overzicht van de te verrichten werkzaamheden is weergegeven in bijlage 4.
3.2 Uitvoering Het veldwerk is uitgevoerd door erkende veldwerkers: J. van Diessen, D. van der Laar, R. van der Steen en T. van Wijk. Verder is er tijdens de uitvoering van het veldwerk ondersteuning geweest van erkende veldwerkers van Milieupartner B.V. Het veldwerk heeft plaatsgevonden tussen 18 april en 13 mei 2025. In bijlage 3 staan per boring/ inspectiegat de erkende veldwerker weergegeven die de betreffende boring/ inspectiegat heeft geboord/ gegraven.
3.2.1
Maaiveldinspectie
Het maaiveld van de locatie was tijdens de maaiveldinspectie plaatselijk bedekt met vegetatie (lang gras, onkruid) en verhardingslagen (stelcon, klinkers en tegels). Vanwege de toestand van het maaiveld wordt de efficiëntie van de maaiveldinspectie geschat op 70 - 100%. Tijdens de maaiveldinspectie zijn ter plaatse van de funderingen geen asbestverdachte materialen waargenomen op het maaiveld.
3.2.2
Inspectiegaten en boorwerk
De locaties van de inspectiegaten en boringen zijn weergegeven op de tekening in bijlage 2. Tijdens de uitvoering van het veldwerk blijkt dat het pad aan de noordzijde van het agrarische erf aan de Urmonderbaan 7 (deellocatie B04) voor het merendeel bestaat uit grind en keien en derhalve uit natuurlijke materialen bestaat. Derhalve is de oppervlakte van de verdachte deellocatie bijgesteld van circa 3.000 m2 naar circa 200 m2. Ter plaatse van de halfverharding met keien zijn 5 gaten/ boringen uitgevoerd (B04-01, -04, -07, -11 en -14) om een beeld te kunnen geven van de kwaliteit van de halfverharding en de onderliggende grond. Ter plaatse van de halfverharding met puin zijn 4 gaten/ boringen uitgevoerd (B04-15, -16, -17 en -18). Verder deden
pagina 8 van 26
documentkenmerk: 2500566KB-04, versie 0, d.d. 02-06-2025
zich geen belemmeringen of bijzonderheden voor. Bij het veldwerk zijn waarnemingen gedaan die duiden op een mogelijke bodemverontreiniging met asbest. Voor de bodemopbouw, de bodemvreemde bijmengingen en de waarnemingen wordt verwezen naar de profielbeschrijvingen in bijlage 3. Tijdens de veldwerkzaamheden zijn ook op enkele locaties asbestverdachte materialen aangetroffen in de funderingslagen (in de bovengrond). Deze waarnemingen zijn weergegeven in de volgende tabel. Tabel 3.1: asbestverdachte materialen in funderingen inspectiegat
traject
of boring
asbestverdacht materiaal 1)
(m-mv)
B08-16
0,13 – 0,50
41 stukjes, 691 gram
B18-07
0,15 – 0,50
3 stukjes, 115 gram
B18-09
0,15 – 0,55
19 stukjes, 123 gram
B22-1A
0,00 – 0,70
1 stukje, 20 gram
Opmerkingen bij de tabel: 1)
Dit betreft het gewicht van de aangetroffen materialen zoals gemeten in het veld. De gewogen materialen zijn niet gedroogd, waardoor de vermelde gewichten kunnen afwijken van de analysecertificaten.
3.2.3
Analyses
De monsters zijn volgens volgende tabel geanalyseerd door AL-West te Deventer (geaccrediteerd). De uitgevoerde analyses zijn opgenomen in een overzicht in bijlage 4.
3.3 Analyseresultaten 3.3.1
Toetsingskader
Analyseresultaten van puinmonsters worden vergeleken met bijlage A en/of B van de Regeling bodemkwaliteit (Nederlandse Staatscourant, nr. 1338, 19 januari 2023 en de daaropvolgende wijzigingen). Voor een nadere toelichting op de gehanteerde toetsingskaders wordt verwezen naar bijlage 8. In de volgende tabel is weergegeven op welke wijze de mate van verontreiniging na toetsing van de analyseresultaten aan de normen in het rapport wordt weergegeven. Tabel 3.2: aanduiding bodemkwaliteitsklasse aanduiding in rapport
betekenis
N-bouwstof
niet vormgegeven bouwstof die kan worden toegepast zonder aanvullende maatregelen.
niet-toepasbare bouwstof (NT)
niet vormgegeven bouwstof die niet in aanmerking komt voor hergebruik elders en alleen mag worden ingenomen door een erkende verwerker.
3.3.2
Resultaten – asbest
De analyseresultaten zijn weergegeven in bijlage 6 en 7. De omrekening van de analyseresultaten van het asbesthoudende materiaal naar een gehalte in het puin is weergegeven in bijlage 10. De berekening van de totale gewogen gehalte asbest is weergegeven in de volgende tabel.
pagina 9 van 26
documentkenmerk: 2500566KB-04, versie 0, d.d. 02-06-2025
Tabel 3.3: berekening gewogen gehalte vindplaats of
monster-
traject
inspectiegat
code
(m-mv)
omschrijving
gehalte asbest (mg/kg d.s.) fractie
fractie
totaal
< 20 mm 1)
> 20 mm 2)
gewogen 3+4)
B04-15 (0,00 - 0,10),
<2
5)
B04-ASBP-1
0,00 - 0,15
volledig puin
B08-16-ASBP/ -ASBM
0,13 - 0,50
volledig puin bij
438,02 (580
asbestverdacht
x 76%)
n.a.
<2
2100,28
2538,30
B04-16 (0,00 - 0,10), B04-17 (0,00 - 0,15), B04-18 (0,00 - 0,10) B08-16 (0,13 - 0,50)
materiaal B08-25 (0,05 - 0,30),
B08-ASBP-1
0,05 - 0,50
volledig puin
33
n.a.
33
B08-ASBP-2
0,08 - 0,50
volledig puin
<2
n.a.
<2
B18-7-ASBP/ -ASBM
0,15 - 0,50
volledig puin bij
3,80 (5 x
233,23
237,03
asbestverdacht
76%) 5) 687,15
1454,55
B08-27 (0,05 - 0,35), B08-28 (0,05 - 0,20) B08-02 (0,13 - 0,40), B08-03 (0,15 - 0,60), B08-04 (0,15 - 0,40), B08-05 (0,15 - 0,50), B08-06 (0,15 - 0,35) B18-7 (0,15 - 0,50)
materiaal B18-9 (0,15 - 0,55)
B18-9-ASBP/ -ASBM
0,15 - 0,55
volledig puin bij
767,4 (1.000
asbestverdacht
x 77%) 5)
materiaal B18-11 (0,15 - 0,55),
B18-ASBP-1
0,15 - 0,55
volledig puin
<2
n.a.
<2
B18-ASBP-2
0,15 - 0,60
volledig puin
<2
n.a.
<2
B18-3 (0,13 - 0,90)
B18-ASBP-3
0,13 - 0,90
volledig puin
< 2 5)
n.a.
<2
B22-1A (0,00 - 0,70)
B22-1A-ASBP/ - ASBM
0,00 - 0,70
volledig puin bij
16,42 (19 x
19,69
36,11
asbestverdacht
86%) 5) 9
n.a.
9
33 5)
n.a.
33
<2
n.a.
<2
B18-12 (0,15 - 0,30) B18-06 (0,15 - 0,30), B18-08 (0,15 - 0,60)
materiaal B29-17 (0,20 - 0,80),
B29-ASBP-1
0,20 - 0,80
B29-18 (0,20 - 0,70),
brokken beton
B29-19 (0,20 - 0,70) B29-08 (0,20 - 0,70),
volledig puin, en asfalt
B29-ASBP-2
0,20 - 0,80
volledig puin,
B29-09 (0,18 - 0,50),
zwak
B29-10 (0,18 - 0,80),
asfalthoudend
B29-11 (0,20 - 0,70) B29-05 (0,00 - 0,40),
B29-ASBP-3
0,00 - 0,50
volledig puin
B29-16 (0,00 - 0,50) Opmerkingen bij de tabel: 1)
gecorrigeerde gehalte asbest (gehalte op analysecertificaat x gemiddelde percentage fractie < 20 mm afgeleid uit profielbeschrijving).
2)
gehaltes asbest berekend uit het gehalte in het materiaal en het bemonsterde bodemvolume.
3)
dit gehalte is bepaald op basis van een verkennend onderzoek en betreft derhalve een indicatieve waarde.
4)
de vet weergegeven, rode gehaltes betreffen een overschrijding van de interventiewaarde (>I).
5)
in afwijking op de NEN5897 is in deze (meng)monters minder monstermateriaal geanalyseerd dan de in de norm voorgeschreven minimale hoeveelheid van 25 kg.
n.a.:
niet aangetroffen
pagina 10 van 26
documentkenmerk: 2500566KB-04, versie 0, d.d. 02-06-2025
In meerdere monsters zijn tevens in de fractie < 0,5 mm met de optische lichtmicroscoop verdachte vezels waargenomen. Een overzicht van deze waargenomen vezels is opgenomen in onderstaande tabel. Tabel 3.4: asbest verdachte vezels monster-code
traject (m-mv)
omschrijving
asbestverdachte vezels
B08-16-ASBP
0,13 - 0,50
volledig puin bij
50 chrysotiel
asbestverdacht materiaal
6 crocidoliet
B18-9-ASBP
0,15 - 0,55
B29-ASBP-3
3.3.3
0,00 - 0,50
volledig puin bij
29 chrysotiel
asbestverdacht materiaal
10 crocidoliet
volledig puin
5 chrysotiel
Resultaten – indicatief uitloogonderzoek
De analyseresultaten zijn weergegeven in bijlage 7. De toetsingsresultaten zijn weergegeven in bijlage 11. Een samenvatting is weergegeven in de volgende tabel. Tabel 3.5: samenvatting toetsingsresultaten uitloog monstercode
toelichting
samenvatting toetsingsresultaten
classificatie
>N-bouwstof B04-Uitloog-1
volledig keien, sterk
-
N-bouwstof
grindhoudend B04-Uitloog-2
volledig puin, sterk keien
-
N-bouwstof
B08-Uitloog-1
volledig keien, sterk
-
N-bouwstof
grindhoudend B08-Uitloog-2
volledig puin
-
N-bouwstof
B08-Uitloog-3
volledig puin
-
N-bouwstof
B18-Uitloog-1
volledig asfalt (granulaat),
-
N-bouwstof
-
N-bouwstof
-
N-bouwstof
minerale olie (612)
niet-toepasbare bouwstof
-
N-bouwstof
-
N-bouwstof
uiterst grindhoudend B18-Uitloog-2
volledig grind, zwak baksteenhoudend, zwak keien
B18-Uitloog-3
volledig puin, matig tot uiterst grindhoudend
B29-Uitloog-1
volledig puin, zwak/ brokken asfalthoudend
B29-Uitloog-2
volledig puin, zwak
(NT)
asfalthoudend B32-Uitloog
volledig puin
pagina 11 van 26
documentkenmerk: 2500566KB-04, versie 0, d.d. 02-06-2025
3.4 Bespreking resultaten Uit de analyseresultaten van het funderingsonderzoek kan geconcludeerd worden dat er op 3 locaties een overschrijding van de interventiewaarde voor asbest is aangetoond. De aangetroffen funderingslaag zit op alle drie de locaties onder een klinkerverharding. Een overzicht van deze locaties is weergegeven in onderstaande tabel. Tabel 3.6: samenvatting resultaten funderingsonderzoek - asbest vindplaats of
totaal gewogen
gebruik
geschatte
inspectiegat incl.
gehalte asbest
locatie
oppervlakte en
traject
(mg/kg d.s.) 1,2)
B08-16 (0,13 - 0,50)
monstercode
B08-16-ASBP/ -ASBM
omschrijving
volledig puin bij
2538,30
4)
asbestverdacht
omvang 3) klinkerverhard
375 m2,
wegdeel
138,75 m3
klinkerverhard
365 m2,
terreindeel
136,88 m3
materiaal B18-7 (0,15 - 0,50)
B18-7-ASBP/ -ASBM
volledig puin bij
237,03
asbestverdacht materiaal B18-9 (0,15 - 0,55)
B18-9-ASBP/ -ASBM
volledig puin bij asbestverdacht
1454,55 4)
klinkerverhard terreindeel
materiaal Opmerkingen bij de tabel: 1)
dit gehalte is bepaald op basis van een verkennend onderzoek en betreft derhalve een indicatieve waarde.
2)
de vet weergegeven, rode gehaltes betreffen een overschrijding van de interventiewaarde (>I).
3)
de schatting voor de oppervlakte en bijbehorende omvang is gebaseerd op de gegevens welke zijn verkregen in onderhavig onderzoek en kunnen mogelijk afwijken van de daadwerkelijke hoeveelheden. Deze omvang kan exacter bepaald worden middels een nader onderzoek.
4)
opgemerkt wordt dat in deze monsters ook meerdere asbestverdachte vezels zijn aangetoond (zie tabel 3.4).
5)
deze locaties zijn aangrenzend en kunnen dus als één geval beschouwd worden voor hun oppervlakte en omvang.
De funderingslagen komen, behoudens een deel van de fundering bij deellocatie B29, in aanmerking voor hergebruik als N-bouwstof. De funderingslaag welke is geanalyseerd in monster B29-Uitloog-1 overschrijdt de toelaatbare waarde voor minerale olie en is daarmee niet toepasbaar. Opgemerkt wordt dat wanneer een funderingslaag een asbestverontreiniging bevat deze niet voor hergebruik in aanmerking komt.
pagina 12 van 26
documentkenmerk: 2500566KB-04, versie 0, d.d. 02-06-2025
4. Verkennend bodem- en asbestonderzoek 4.1 Onderzoeksstrategie Het verkennend bodem- en asbestonderzoek wordt uitgevoerd conform de NEN 5707+C2 (december 2017) en de NEN 5740:2023. De te volgen strategie is weergegeven in bijlage 4. Omdat het grondwaterniveau zich op meer dan 5 meter min maaiveld bevindt wordt geen grondwateronderzoek uitgevoerd. In afwijking op de strategie VED-HO-NL wordt alleen de verdachte laag (tot 1,0 m-mv) onderzocht en wordt het grondwater vooralsnog niet op PFAS onderzocht. De analyses worden door een geaccrediteerd laboratorium uitgevoerd. De monsters worden voor zover mogelijk conform AS3000 voorbewerkt. PID-metingen Tijdens het plaatsen van de grondboringen bij verdachte deellocaties voor vluchtige stoffen wordt de bodemlucht gemeten met behulp van een Photo Ionisatie Detector (PID-meter). Hiermee kunnen vluchtige stoffen in de bodem worden waargenomen en kunnen gerichter ongeroerde monsters worden genomen.
4.2 Uitvoering 4.2.1
Kwalibo
Op de veldwerkzaamheden is het Besluit bodemkwaliteit van toepassing. Onder de naam Kwalibo regelt het Besluit de kwaliteitsborging in het bodembeheer. Voor dit onderzoek zijn de werkzaamheden uitgevoerd onder certificaat op grond van BRL SIKB 2000 conform protocollen 2001 en 2018 van de Stichting Infrastructuur Kwaliteitsborging Bodembeheer. Opgemerkt wordt dat wanneer meer dan 50% bodemvreemde materialen worden aangetroffen, het protocol 2018 niet van toepassing is. Dit heeft geen invloed op de onderzoeksstrategie en de resultaten van het onderzoek. Het veldwerk is uitgevoerd door erkende veldwerkers: J. van Diessen, D. van der Laar, R. van der Steen en T. van Wijk. Verder is er tijdens de uitvoering van het veldwerk ondersteuning geweest van erkende veldwerkers van Milieupartner B.V. Het veldwerk heeft plaatsgevonden tussen 18 april en 13 mei 2025. In bijlage 3 staan per boring/ inspectiegat de erkende veldwerker weergegeven die de betreffende boring/ inspectiegat heeft geboord/ gegraven. In overleg met de opdrachtgever is besloten om deellocatie B7 (gasleidingstation) niet te onderzoeken. Deze keuze is gemaakt omdat er opstalrecht geldt voor deze locatie, en geacht wordt dat het gebruik als gasleidingstation niet een direct risico vormt voor de bodemkwaliteit ter plaatse.
pagina 13 van 26
documentkenmerk: 2500566KB-04, versie 0, d.d. 02-06-2025
Conform BRL-SIKB 2000 zijn de veldwerkzaamheden getoetst op partijdigheid. De uitvoerder van het veldwerk voor milieuhygiënisch bodemonderzoek heeft geen binding met de opdrachtgever en de onderzoekslocatie anders dan als dat van een onafhankelijk onderzoeksbureau.
4.2.2
Maaiveldinspectie
Het maaiveld van de locatie was tijdens de maaiveldinspectie plaatselijk bedekt met vegetatie (lang gras, onkruid) en verhardingslagen (stelcon, klinkers en tegels). Vanwege de toestand van het maaiveld wordt de efficiëntie van de maaiveldinspectie geschat op 70 - 100%. Tijdens de maaiveldinspectie zijn de in de volgende tabel weergegeven asbestverdachte materialen waargenomen op de terreindelen zonder funderingen. De vindplaatsen zijn weergegeven op de situatietekening in bijlage 2. Tabel 4.1: asbestverdachte materialen op het maaiveld vindplaats
hoeveelheid
gewicht 1)
B03-12
2 stukjes
99 gram
B18-16
3 stukjes
30 gram
B29-20
2 stukjes
23 gram
B29-21
1 stukje
170 gram
Opmerkingen bij de tabel: 1)
Dit betreft het gewicht van de aangetroffen materialen zoals gemeten in het veld. De gewogen materialen zijn niet gedroogd, waardoor de vermelde gewichten kunnen afwijken van de analysecertificaten.
4.2.3
Inspectiegaten en boorwerk
Tijdens de uitvoering van het veldwerk bleek dat meerdere boringen gestaakt moesten worden in verband met handmatig ondoordringbare lagen (grind, keien en/of puin). Verder bleek bij nadere inspectie door de veldwerker dat de asbestverdachte plaat bij deellocatie B33 geen asbest betrof, hierdoor is onderzoek naar deze deellocatie komen te vervallen. Afgezien van deze zaken deden zich geen belemmeringen of bijzonderheden voor. Bij het veldwerk zijn ter plaatse waarnemingen gedaan die duiden op een mogelijke bodemverontreiniging met asbest (puinbijmengingen). Voor de bodemopbouw, de bodemvreemde bijmengingen en de waarnemingen wordt verwezen naar de profielbeschrijvingen in bijlage 3. Bij het voormalige wegdeel van deellocatie B15 zijn bakstenen aangetroffen. Naar aanleiding hiervan is van deze afwijkende laag een analyse ingezet. Bij het voormalige wegdeel van deellocatie B27 zijn geen bodemvreemde bijmengingen aangetroffen, waardoor aanvullend onderzoek naar het vermoedelijke voormalige wegdeel niet noodzakelijk wordt geacht. Tijdens de veldwerkzaamheden zijn ook op enkele locaties asbestverdachte materialen aangetroffen in de bovengrond op plekken waar geen fundering aanwezig was. Deze waarnemingen zijn weergegeven in de volgende tabel.
pagina 14 van 26
documentkenmerk: 2500566KB-04, versie 0, d.d. 02-06-2025
Tabel 4.2: asbestverdachte materialen in grond inspectiegat
traject
asbestverdacht materiaal 1)
of boring
(m-mv)
B03-ASBM-2
0,20 - 0,40
1 stukje, 5 gram
B03-ASBM-1
0,00 - 0,50
4 stukjes, 67 gram
B18-16-ASBM2
0,01 - 0,50
5 stukjes, 63 gram
B29-20-ASBM2
0,00 - 0,50
7 stukjes, 374 gram
B29-21-ASBM2
0,00 - 0,50
6 stukjes, 76 gram
Opmerkingen bij de tabel: 1)
Dit betreft het gewicht van de aangetroffen materialen zoals gemeten in het veld. De gewogen materialen zijn niet gedroogd, waardoor de vermelde gewichten kunnen afwijken van de analysecertificaten.
4.2.4
Analyses
De monsters zijn geanalyseerd aan de hand van de in bijlage 4 weergegeven tabellen. In verband met de zintuiglijke waarnemingen zijn aanvullende analyses ingezet.
In meerdere analysemonsters is de conserveringstermijn voor diverse parameters overschreden. Reden hiervoor zijn logistieke storingen in het laboratorium en het feit dat meerdere mengmonsters > 24 uur na monstername pas konden worden ingezet in verband met veldwerk dat meerdere dagen duurde per deellocatie. De overschrijding bedraagt maximaal slechts enkele dagen. In die tijd wordt het monster volgens de gangbare bewaarprocedure (gekoeld en donker) bewaard op het laboratorium. Uit praktijkervaring blijkt dat de invloed op het resultaat is daarmee beperkt. Gelet op de zeer beperkte afwijking en gelet op de analyseresultaten worden de resultaten representatief geacht.
4.3 Analyseresultaten 4.3.1
Toetsingskader(s)
De analyseresultaten van de grondmonsters zijn vergeleken met de reeds geldende toetsingskader(s). De analyseresultaten voor PFAS wordt tevens getoetst aan het landelijk en mits van toepassing het regionaal of lokaal beleid. Voor een nadere toelichting op de gehanteerde toetsingskaders wordt verwezen naar bijlage 8.
pagina 15 van 26
documentkenmerk: 2500566KB-04, versie 0, d.d. 02-06-2025
In de volgende tabellen is weergegeven op welke wijze de mate van verontreiniging na toetsing van de analyseresultaten aan de normen uit het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) en Regeling bodemkwaliteit (Rbk) in het rapport wordt weergegeven. Tabel 4.3: mate van verontreiniging volgens Bal aanduiding in rapport
betekenis voor grond
<I
interventiewaarde wordt niet overschreden
>I
interventiewaarde wordt overschreden
Tabel 4.4: bodemkwaliteitsklasse volgens Rbk aanduiding in rapport
betekenis
landbouw/natuur (LN)
grond kan vrij worden toegepast bij elke bodemfunctie en elke bodemkwaliteit
wonen (Wo)
grond kan binnen het algemene generieke toetsingskader worden toegepast bij de bodemfuncties en bodemkwaliteiten "wonen" of "industrie"
industrie (Ind)
grond kan binnen het algemene generieke toetsingskader enkel worden toegepast bij de bodemfunctie en bodemkwaliteit "industrie" grond kan alleen worden toegepast bij de bodemfunctie en bodemkwaliteit “matig
matig verontreinigd (MV)
verontreinigd toepassing geregeld door maatwerkregels/-voorschriften sterk verontreinigd (SV)
toepassing alleen geregeld door maatwerkregels
In verband met de overgangsperiode van de Wet bodembescherming naar de Omgevingswet zijn de resultaten vooralsnog aan beide kaders getoetst. De analyseresultaten van de grondmonsters zijn weergegeven in bijlage 5. De toetsingsresultaten zijn weergegeven in bijlage 9.
4.3.2
Belangrijkste resultaten bodem
In de volgende tabellen is per deellocatie aangegeven wat de aangetoonde bodemkwaliteit betreft, en of er resultaten zijn aangetoond welke mogelijk een effect kunnen hebben op de voorgenomen transactie. Tabel 4.5: samenvatting resultaten grond geanalyseerde parameters
maximaal aangetoonde
parameters met
hergebruiks-classificering
gehalte > de helft van
gebruik locatie, oppervlakte
interventiewaarde deellocatie B1: akkers, braakliggende delen en bos (zuidwest) (ca. 670.100 m 2) NEN-parameters
wonen
geen
n.v.t.
koper > tussenwaarde (index 0,57)
bos, ca. 2 ha.
(allesbehalve mmB01-51) industrie (mmB01-51)
deellocatie B2: akkers, braakliggende delen en bos (zuidoost) (ca. 361.600 m2) NEN-parameters
wonen
geen
n.v.t.
geen
n.v.t.
geen
n.v.t.
(allesbehalve (mmB02-22) industrie (mmB02-22) deellocatie B3: voormalige bebouwing (ca, 5.800 m2) NEN-parameters
industrie
deellocatie B4: puinweg (ca. 200 m2) NEN-parameters
landbouw/ natuur
geen
n.v.t. 2
deellocatie B5: voormalige boomgaard ten zuiden van Bergerweg (ca. 14.800 m ) OCB
-
geen
n.v.t. 2
deellocatie B6: voormalige boomgaard ten noorden van Urmonderbaan (ca. 107.300 m ) OCB
-
geen
n.v.t.
pagina 16 van 26
documentkenmerk: 2500566KB-04, versie 0, d.d. 02-06-2025
Tabel 4.6 (vervolg): samenvatting resultaten grond geanalyseerde parameters
maximaal aangetoonde
parameters met
hergebruiks-classificering
gehalte > de helft van
gebruik locatie, oppervlakte
interventiewaarde deellocatie B8: agrarisch erf (zuid) (ca. 14.800 m2) NEN-parameters
wonen
geen
n.v.t.
sterk verontreinigd
zink > interventiewaarde
klinkerverharding, parkeerplaats, ca. 300 m2
(boring B08-07) sterk verontreinigd
zink > interventiewaarde
stelconverharding, ca. 60 m2
(boring B08-15) sterk verontreinigd
koper > interventiewaarde
braakliggend terrein om opstal/ bebouwing, ca. 30 m2
(mmB08-3) deellocatie B9: olie en chemicaliën opslag (< 10 m2) tankstationpakket
-
geen
n.v.t.
geen
n.v.t.
geen
n.v.t.
geen
n.v.t.
deellocatie B10: opslag kast (verf) (< 10 m2) NEN-parameters,
landbouw/ natuur
alcoholen deellocatie B11: bovengrondse (diesel)tank (< 10 m2) tankstationpakket
-
deellocatie B12: tankpunt (< 10 m2) tankstationpakket
-
deellocatie B14: akkers, braakliggende delen en bos (centraal) (ca. 181.100 m 2) NEN-parameters
landbouw/ natuur
geen
n.v.t.
deellocatie B15: (voormalig) pad/ wegdeel (onbekende omvang) NEN-parameters
industrie
geen
n.v.t. 2
deellocatie B16: voormalige boomgaard direct ten oosten van erf (43.450 m ) OCB
-
geen
n.v.t.
deellocatie B17: voormalige boomgaard oostzijde perceel (18.400 m 2) OCB
-
geen
n.v.t.
deellocatie B18: agrarisch erf (centraal) (ca. 5.500 m2) NEN-parameters
matig verontreinigd 1)
geen
n.v.t.
industrie
PAK > tussenwaarde (index 0,63)
klinkerverharding, binnenplaats, ca. 200 m2
(boring B18-8-3) deellocatie B19: bovengrondse (diesel)tank (< 10 m2) OCB
-
geen
n.v.t.
geen
n.v.t.
geen
n.v.t.
zink > tussenwaarde (index 0,64)
braakliggend, grind om
deellocatie B20: tankpunt (< 10 m2) OCB
2
deellocatie B21: opslag olievaten (< 10 m ) OCB
-
deellocatie B22: bestrijdingsmiddelenopslag (20 m2) NEN-parameters,
industrie
opslagplaats ca. 20 m2
OCB deellocatie B23: opslag kast (verf) (< 10 m2) NEN-parameters,
landbouw/ natuur
geen
n.v.t.
alcoholen deellocatie B25: akker (noordelijk) (ca. 5.960 m2) NEN-parameters
landbouw/ natuur
geen
n.v.t. 2
deellocatie B26: akkers, braakliggende delen en bos (noord) (ca. 148.700 m ) NEN-parameters
industrie
geen
n.v.t.
geen
n.v.t.
deellocatie B28: voormalige boomgaard (ca. 33.700 m2) OCB
-
pagina 17 van 26
documentkenmerk: 2500566KB-04, versie 0, d.d. 02-06-2025
Tabel 4.7 (vervolg): samenvatting resultaten grond geanalyseerde parameters
maximaal aangetoonde
parameters met
hergebruiks-classificering
gehalte > de helft van
gebruik locatie,
2)
interventiewaarde
oppervlakte
deellocatie B29: agrarisch erf (noord) (ca. 6.800 m2) NEN-parameters
industrie
geen
n.v.t.
geen
n.v.t.
geen
n.v.t.
geen
n.v.t.
geen
n.v.t.
geen
n.v.t.
2
deellocatie B30: bovengrondse (diesel)tank (< 10 m ) tankstationpakket
-
deellocatie B31: olie opslag (< 10 m2) tankstationpakket
-
deellocatie B34: olie-/waterafscheider (< 10 m2) tankstationpakket
-
deellocatie B35: wasplaats (< 10 m2) NEN-parameters,
wonen
detergenten deellocatie B36: bestrijdingsmiddelenopslag (< 10 m2) OCB
-
deellocatie B38: akker ten noorden van Oude Postbaan (ca. 3.800 m2) NEN-parameters
industrie
geen
n.v.t.
Opmerkingen bij de tabel: 1)
Door de hergebruiksclassificering voor minerale olie is het mogelijk dat er onder de Wet bodembescherming (Wbb) normering sprake zou zijn van een lichte verontreiniging (< tussenwaarde), welke onder de omgevingswet als hergebruiksklasse “matig verontreinigd” zou hebben.
2)
Aangegeven hergebruiksclassificering betreft de maximaal aangetoonde classificering binnen een deellocatie. Het is mogelijk dat monsters binnen de betreffende deellocaties een lagere classificering hebben dan aangegeven in de tabel. een overzicht van alle hergebruiksclassificeringen is weergegeven in bijlage 9.
4.3.3
Asbest in grond (NEN 5707)
De analyseresultaten zijn weergegeven in bijlage 6. De omrekening van de analyseresultaten van het asbesthoudende materiaal naar een gehalte in de bodem is weergegeven in bijlage 10. De berekening van de totale gewogen gehalte asbest is weergegeven in de volgende tabel. Tabel 4.8: berekening gewogen gehalte vindplaats of
monster-
traject
inspectiegat
code
(m-mv)
B03-ASB-1 (0,00 - 0,50),
mmB03-
B03-ASB-2 (0,00 - 0,50),
ASBG-1
0,00 - 0,50
omschrijving
zwak tot matig
gehalte asbest (mg/kg d.s.) fractie
fractie
totaal
< 20 mm 1)
> 20 mm 2)
gewogen 3+4)
<2
n.a.
<2
<2
n.a.
<2
<2
n.a.
<2
<2
6,39
6,39
puinhoudend
B03-ASB-3 (0,00 - 0,50), B03-ASB-6 (0,00 - 0,50), B03-ASB-7 (0,00 - 0,50) B03-ASB-4 (0,00 - 0,50),
mmB03-
B03-ASB-5 (0,00 - 0,50),
ASBG-2
0,00 - 0,50
zwak tot matig puinhoudend
B03-ASB-9 (0,00 - 0,40), B03-ASB-11 (0,00 - 0,40) B03-ASB-12 (0,00 - 0,30),
mmB03-
B03-ASB-13 (0,00 - 0,35)
ASBG-3
0,00 - 0,35
zwak tot matig
B03-ASB-10 (0,00 - 0,50)/
B03-ASB-
B03-12 (0,20 – 0,40)
10-1/
aangetoond
ASBM-2
asbestverdacht
puinhoudend 0,00 - 0,50
sporen puin bij eerder
materiaal
pagina 18 van 26
documentkenmerk: 2500566KB-04, versie 0, d.d. 02-06-2025
Tabel 4.9 (vervolg): berekening gewogen gehalte vindplaats of
monster-
traject
inspectiegat
code
(m-mv)
B03-ASB-14 (0,00 - 0,50)
B03-ASB-
0,00 - 0,50
omschrijving
gehalte asbest (mg/kg d.s.) fractie
fractie
totaal
< 20 mm 1)
> 20 mm 2)
gewogen 3+4)
544,1
757,57
<2
n.a.
<2
<2
n.a.
<2
< 2 5)
n.a.
<2
173,13 (190
448,44
621,57
zwak puinhoudende
213,47 (220
14-2/
grond bij
x 97,03%)
ASBM-1
asbestverdacht materiaal
B08-14 (0,15 - 0,50),
B08-ASBG-
B08-15 (0,12 - 0,30),
1
0,00 - 0,50
zwak tot matig puinhoudend
B08-17 (0,12 - 0,35), B08-19 (0,12 - 0,25), B08-20 (0,10 - 0,35) B08-07 (0,35 - 0,50),
B08-ASBG-
B08-09 (0,15 - 0,50),
2
0,08 - 0,50
zwak tot matig puinhoudend
B08-11 (0,30 - 0,45) B08-09 (0,50 - 0,80),
B08-IASBG-
B08-15 (0,75 - 0,90)
1
B18-16 (0,01 - 0,50)
B18-16-
0,50 - 1,00
zwak tot matig puinhoudende ondergrond
0,01 - 0,50
sterk puinhoudende
ASBG/ -
grond bij
ASBM2
asbestverdacht
x 91%)
materiaal B18-17 (0,00 - 0,20)
B18-17-
0,00 - 0,20
uiterst puinhoudend
260 6)
n.a.
260
0,00 - 0,50
matig puinhoudende
<2
< 2 7)
<2
12,22 (13 x
388,58
400,81
ASBG B29-20 (0,00 - 0,50)
B29-20ASBG/ -
grond bij
ASBM2
asbestverdacht materiaal
B29-21 (0,00 - 0,50)
B29-21-
0,00 - 0,50
matig puinhoudende
ASBG/ -
grond bij
ASBM2
asbestverdacht
94%)
materiaal B29-12 (0,00 - 0,30),
B29-ASBG-
B29-13 (0,00 - 0,30),
1
0,00 - 0,30
sporen puin
<2
n.a.
<2
0,00 - 0,30
sterk puinhoudend
<2
n.a.
<2
0,50 - 1,00
sterk puinhoudende,
< 2 5)
n.a.
<2
B29-14 (0,00 - 0,30) B29-06 (0,00 - 0,30),
B29-ASBG-
B29-07 (0,00 - 0,30)
2
B29-05 (0,40 – 1,00),
B29-IASBG-
B29-09 (0,50 - 0,80)
1
matig baksteenhoudende ondergrond
Opmerkingen bij de tabel: 1)
gecorrigeerde gehalte asbest (gehalte op analysecertificaat x gemiddelde percentage fractie < 20 mm afgeleid uit profielbeschrijving).
2)
gehaltes asbest berekend uit het gehalte in het materiaal en het bemonsterde bodemvolume.
3)
dit gehalte is bepaald op basis van een verkennend onderzoek en betreft derhalve een indicatieve waarde.
4)
de vet weergegeven, rode gehaltes betreffen een overschrijding van de helft van de interventiewaarde.
5)
Dit gehalte is bepaald op basis van een indicatief onderzoek (edelmanboor ø12cm) met minder dan de voorgeschreven hoeveelheid monstermateriaal. Derhalve wordt alleen een uitspraak gedaan over de verdachtheid van de bodem op het voorkomen van asbest.
6)
in afwijking op de NEN5707 is in deze (meng)monsters minder monstermateriaal geanalyseerd dan de in de norm voorgeschreven minimale hoeveelheid van 15 kg.
7)
het bemonsterde asbestverdachte materiaal bleek na analyse geen asbest te betreffen. Voor dit monster is dan ook geen omrekentabel opgesteld.
pagina 19 van 26
documentkenmerk: 2500566KB-04, versie 0, d.d. 02-06-2025
n.a.:
niet aangetroffen
In onderstaande tabel zijn de analyseresultaten van de asbestverdachte materialen die op het maaiveld zijn aangetroffen en geanalyseerd weergegeven. Tabel 4.10: asbest op maaiveld vindplaats of
monster-
inspectiegat
code
omschrijving
hechtgebonden?
B18-16 (0,00 -
B18-16-
asbestverdacht
0,01)
ASBM1
materiaal op
B29-20 (0,00 -
B29-20-
asbestverdacht
0,01)
ASBM1
materiaal op
B29-21 (0,00 -
B29-21-
asbestverdacht
0,01)
ASBM1
materiaal op
Type
omschrijving
geschatte
asbest
oppervlakte
golfplaat
< 25 m2
golfplaat
< 25 m2
bleek na analyse geen asbest te
golfplaat met
n.v.t.
betreffen
kunststofvezels
ja
chrysotiel (1015%)
maaiveld
crocidoliet (2-5%) ja
chrysotiel (1015%)
maaiveld
crocidoliet (2-5%)
maaiveld
In meerdere monsters zijn tevens in de fractie < 0,5 mm met de optische lichtmicroscoop verdachte vezels waargenomen. Een overzicht van deze waargenomen vezels is opgenomen in onderstaande tabel. Tabel 4.11: asbest verdachte vezels monster-code
traject (m-mv)
B18-16-ASBG
0,01 - 0,50
omschrijving
asbestverdachte vezels
sterk puinhoudende grond bij
1 crocidoliet
asbestverdacht materiaal B29-21-ASBG
0,00 - 0,50
B29-IASBG-1
0,50 - 1,00
matig puinhoudende grond bij
7 chrysotiel
asbestverdacht materiaal
5 crocidoliet
sterk puinhoudende, matig
1 chrysotiel
baksteenhoudende ondergrond
4.3.4
PFAS in grond
De analyseresultaten van de grondmonsters zijn weergegeven in bijlage 4. Een samenvatting van de toetsing aan de gebruikte toetsingskaders van PFAS zijn weergegeven in de volgende tabellen. Tabel 4.12: samenvatting Handelingskader PFAS (landelijk) mengmonster
traject
analyseresultaten PFAS
(m-mv)
gestandaardiseerd gehalte (μg/kg d.s.)
classificatie
PFOS (som)
PFOA (som)
overige PFAS
mmB05-1
0,00 - 0,35
0,6
0,47
0,2 (PFBA)
landbouw/ natuur
mmB05-2
0,00 - 0,40
1,1
0,57
0,3 (PFBA)
landbouw/ natuur
mmB05-3
0,00 - 0,50
0,6
0,47
0,4 (PFBA)
landbouw/ natuur
mmB06-1
0,00 - 0,50
1
0,57
0,4 (PFPeA)
landbouw/ natuur
mmB06-2
0,00 - 0,50
1,1
0,47
0,4 (PFPeA)
landbouw/ natuur
mmB06-3
0,00 - 0,50
0,7
0,47
0,4 (EtPFOSAA)
landbouw/ natuur
mmB06-4
0,00 - 0,50
0,6
0,47
0,2 (PFPeA)
landbouw/ natuur
mmB06-5
0,00 - 0,50
0,8
0,57
0,2 (PFBA)
landbouw/ natuur
mmB06-6
0,00 - 0,50
0,6
0,57
0,3 (PFBA)
landbouw/ natuur
mmB06-7
0,00 - 0,50
0,6
0,57
0,2 (PFBA)
landbouw/ natuur
mmB08-3
0,00 - 0,30
0,14
0,14
< 0,1
landbouw/ natuur
pagina 20 van 26
documentkenmerk: 2500566KB-04, versie 0, d.d. 02-06-2025
Tabel 4.13 (vervolg): samenvatting Handelingskader PFAS (landelijk) mengmonster
traject
analyseresultaten PFAS
(m-mv)
gestandaardiseerd gehalte (μg/kg d.s.)
classificatie
PFOS (som)
PFOA (som)
overige PFAS
mmB13-1
0,00 - 0,40
0,7
0,37
0,2 (PFBA)
landbouw/ natuur
mmB13-2
0,00 - 0,50
1,5
0,87
1,1 (PFBA)
wonen
mmB13-3
0,00 - 0,50
0,4
0,47
0,3 (PFBA)
landbouw/ natuur
mmB16-1
0,00 - 0,50
0,6
0,47
0,2 (PFBA)
landbouw/ natuur
mmB16-2
0,00 - 0,50
0,5
0,37
0,3 (PFBA)
landbouw/ natuur
mmB16-3
0,00 - 0,50
0,7
0,47
0,3 (PFBA)
landbouw/ natuur
mmB16-4
0,00 - 0,50
0,7
0,57
0,3 (PFBA)
landbouw/ natuur
mmB17-1
0,00 - 0,50
0,6
0,37
0,2 (PFBA)
landbouw/ natuur
mmB17-2
0,00 - 0,50
0,3
0,37
0,2 (PFBA)
landbouw/ natuur
mmB17-3
0,00 - 0,50
0,6
0,57
0,2 (PFBA)
landbouw/ natuur
mmB22-1
0,00 - 0,60
0,47
0,27
0,2 (PFBA)
landbouw/ natuur
mmB24-1
0,00 - 0,50
1,1
0,37
0,2 (PFBA)
landbouw/ natuur
mmB28-1
0,00 - 0,50
1,7
0,57
0,2 (PFBA)
wonen
mmB28-2
0,00 - 0,50
0,7
0,47
0,1 (PFBA)
landbouw/ natuur
mmB28-3
0,00 - 0,50
1,5
0,47
0,1 (PFBA)
wonen
mmB28-4
0,00 - 0,50
0,6
0,47
0,2 (PFBA)
landbouw/ natuur
B36-1-1
0,13 - 0,20
0,50
0,14
0,2 (EtPFOSAA)
landbouw/ natuur
mmB37-1
0,00 - 0,50
0,8
0,57
0,2 (PFBA)
landbouw/ natuur
Toetsing risico’s PFOA en PFOS Na vergelijking van de analyseresultaten met de risicogrenswaarden van het RIVM blijkt dat in géén van de onderzochte grondmonsters de humane risicogrenzen voor PFOA of PFOS in grond worden overschreden.
4.4 Bespreking resultaten Bodem - algemene parameters Uit de analyseresultaten voor bodem blijkt dat er in het algemeen sprake is van maximaal lichte verontreinigingen (classificatie wonen tot industrie). Hierop zijn enkele uitzonderingen waar (meer dan de helft van) de interventiewaarde wordt overschreden. Deze locaties zijn opgenomen in onderstaande tabel. Tabel 4.14: samenvatting resultaten grond deellocatie
boring/ mengmonster
parameters met
gebruik locatie,
incl. traject
gehalte > de helft van
oppervlakte 1)
interventiewaarde B1 (akkers, braakliggende
mmB01-51
delen en bos (zuidwest))
(0,00 - 0,50)
B8 (agrarisch erf (zuid))
boring B08-07
koper > tussenwaarde (index 0,57)
zink > interventiewaarde
zink > interventiewaarde
koper > interventiewaarde
boring B18-8-3
(centraal))
(0,60 - 0,70)
B22 (bestrijdingsmiddelenopslag (20 m2))
mmB22-1 (0,00 - 0,60)
braakliggend terrein om opstal/ bebouwing, ca. 30 m2
(0,00 - 0,30) B18 (agrarisch erf
stelconverharding, ca. 60 m2
(0,75 - 0,90) mmB08-3
klinkerverharding, parkeerplaats, ca. 300 m2
(0,35 - 0,50) boring B08-15
bos, ca. 2 ha.
PAK > tussenwaarde (index 0,63)
klinkerverharding, binnenplaats, ca. 200 m2
zink > tussenwaarde (index 0,64)
braakliggend, grind om opslagplaats ca. 20 m2
pagina 21 van 26
documentkenmerk: 2500566KB-04, versie 0, d.d. 02-06-2025
Opmerkingen bij de tabel: 1)
de schatting voor de oppervlakte en bijbehorende omvang is gebaseerd op de gegevens welke zijn verkregen in onderhavig onderzoek en kunnen mogelijk afwijken van de daadwerkelijke hoeveelheden. Deze omvang kan exacter bepaald worden middels een nader onderzoek.
Bodem – PFAS Op basis van de aangetoonde PFAS gehaltes kan het merendeel de onderhavige onderzoekslocatie geclassificeerd worden als landbouw/ natuur. Enkele delen worden door lichte verhoogde PFASgehaltes geclassificeerd als wonen. In géén van de onderzochte grondmonsters de humane risicogrenzen voor PFOA of PFOS in grond worden overschreden. Bodem - asbestonderzoek Uit de analyseresultaten van het asbest in grondonderzoek kan geconcludeerd worden dat er op 3 locaties een overschrijding van de interventiewaarde voor asbest is aangetoond. Een overzicht van deze locaties is weergegeven in onderstaande tabel.
Tabel 4.15: samenvatting resultaten asbest in grondonderzoek vindplaats of
totaal gewogen
gebruik
geschatte
inspectiegat incl.
gehalte asbest
locatie
oppervlakte en
traject
(mg/kg d.s.) 1,2)
B03-ASB-14 (0,00 -
monstercode
B03-ASB-14-2/
0,50)
ASBM-1
omschrijving
zwak puinhoudende
757,57
omvang 3) 190 m2,
grasland
95 m3
grond bij asbestverdacht materiaal
B18-16 (0,01 - 0,50)
B18-16-ASBG/ ASBM2
sterk puinhoudende
621,57 4,6)
grond bij asbestverdacht
braakliggend
975 m2,
terreindeel
341,25 m3 5)
materiaal B18-17 (0,00 - 0,20)
B18-17-ASBG
uiterst puinhoudend
260
braakliggend terreindeel
B29-21 (0,00 - 0,50)
B29-21-ASBG/ ASBM2
matig puinhoudende grond bij asbestverdacht
400,81
4,6)
braakliggend
40 m2,
terreindeel
20 m3
materiaal Opmerkingen bij de tabel: 1)
dit gehalte is bepaald op basis van een verkennend onderzoek en betreft derhalve een indicatieve waarde.
2)
de vet weergegeven, rode gehaltes betreffen een overschrijding van de interventiewaarde (>I).
3)
de schatting voor de oppervlakte en bijbehorende omvang is gebaseerd op de gegevens welke zijn verkregen in onderhavig onderzoek en kunnen mogelijk afwijken van de daadwerkelijke hoeveelheden. Deze omvang kan exacter bepaald worden middels een nader onderzoek.
4)
opgemerkt wordt dat in deze monsters ook meerdere asbestverdachte vezels zijn aangetoond (zie tabel 3.4).
5)
deze locaties zijn aangrenzend en kunnen dus als één geval beschouwd worden voor hun oppervlakte en omvang.
6)
opgemerkt wordt dat op deze locaties ook asbesthoudende materialen op het maaiveld zijn aangetroffen/ aangetoond.
pagina 22 van 26
documentkenmerk: 2500566KB-04, versie 0, d.d. 02-06-2025
5. Conclusies en aanbevelingen Uit de resultaten van het vooronderzoek, de veldwerkzaamheden en de uitgevoerde analyses wordt het volgende geconcludeerd. Funderingen - asbest Uit de analyseresultaten van het funderingsonderzoek kan geconcludeerd worden dat er op drie locaties, waar ook asbest materiaal in de fundering is aangetroffen, zeer waarschijnlijk sprake is van een asbestverontreiniging. De funderingslaag ligt onder een klinkerverharding. Dit wordt geacht omdat de aangetoonde gehaltes asbest bij deze locaties boven de interventiewaarde voor asbest liggen (100 mg/ kg d.s.). Locaties waar dit het geval is zijn opgenomen in onderstaande tabel. Tabel 5.1: samenvatting resultaten funderingsonderzoek - asbest vindplaats of
totaal gewogen
gebruik
geschatte
inspectiegat incl.
gehalte asbest
locatie
oppervlakte en
traject
(mg/kg d.s.) 1,2)
B08-16 (0,13 - 0,50)
monstercode
B08-16-ASBP/ -ASBM
omschrijving
volledig puin bij
2538,30
4)
asbestverdacht
omvang 3) klinkerverhard
375 m2,
wegdeel
138,75 m3
klinkerverhard
365 m2,
terreindeel
136,88 m3
materiaal B18-7 (0,15 - 0,50)
B18-7-ASBP/ -ASBM
volledig puin bij
237,03
asbestverdacht materiaal B18-9 (0,15 - 0,55)
B18-9-ASBP/ -ASBM
volledig puin bij
1454,55 4)
asbestverdacht
klinkerverhard terreindeel
materiaal Opmerkingen bij de tabel: 1)
dit gehalte is bepaald op basis van een verkennend onderzoek en betreft derhalve een indicatieve waarde.
2)
de vet weergegeven, rode gehaltes betreffen een overschrijding van de interventiewaarde (>I).
3)
de schatting voor de oppervlakte en bijbehorende omvang is gebaseerd op de gegevens welke zijn verkregen in onderhavig onderzoek en kunnen mogelijk afwijken van de daadwerkelijke hoeveelheden. Deze omvang kan exacter bepaald worden middels een nader onderzoek.
4)
opgemerkt wordt dat in deze monsters ook meerdere asbestverdachte vezels zijn aangetoond (zie tabel 3.4).
5)
deze locaties zijn aangrenzend en kunnen dus als één geval beschouwd worden voor hun oppervlakte en omvang.
Overige onderzochte funderingslagen bevatte allen minder dan de helft van de interventiewaarde (100 mg/kg droge stof) aan asbest. Hierdoor wordt aanvullend/ nader onderzoek, of aanvullende maatregelen op deze locaties niet noodzakelijk geacht. Het aangetroffen asbesthoudende materiaal betrof resten golfplaat en asbestcement en bevatte hechtgebonden chrysotiel (10% - 15%) en crocidoliet (2% - 5%). Verwacht wordt dat de (verwachte) verontreinigingen met asbest ontstaan zijn bij het aanleggen van de betreffende funderingslagen, en dus niet ná 1993 zijn ontstaan. De aangetoonde asbesthoudende puinfundering vallen onder het Besluit asbestwegen. Een asbest bevattende weg mag voorhanden worden gehouden indien de eigenaar heeft aangetoond dat het asbest voor 1 juli 1993 is aangebracht, en die weg een duurzame afscherming van het asbest heeft, welke afscherming bestaat uit bijvoorbeeld klinkers, asfalt, beton of een laag (ten minste 0,2 m) zand, grond, puingranulaat of materiaal dat een vergelijkbare afscherming biedt.