Gedragscode en integriteitsregels Sittard-Geleen vastgesteld
Tekst van het document
22
Gedragscode en integriteitsregels gemeente Sittard-Geleen
Variant 2: Een ambtenaar van de afdeling Communicatie heeft van het theater 20 vrijkaartjes gekregen om een internationaal filmfestival bij te wonen dat door hen wordt georganiseerd. De gemeente Sittard-Geleen heeft het festival gesubsidieerd. De mail die aan alle politieke ambtsdragers wordt gestuurd, eindigt met ‘Wie wil? 1 kaartje per persoon’. Mag een raadslid dit kaartje accepteren?
Antwoord: Nee, dat zou in overtreding zijn met artikel 3.1 van de gedragscode. Het kaartje is een geschenk.
Vervolgvraag: Is dit dan geen uitnodiging voor relaties?
Antwoord: Nee, dit is geen formele uitnodiging. De redenatie om deze wel te accepteren zou kunnen zijn dat de gemeente financieel heeft bijgedragen aan dit festival en dat dit kaartje dus gezien kan worden als een uitnodiging van het theater aan zijn relaties. Maar kijkend naar artikel 3.6 van de gedragscode moet geconcludeerd worden dat een mail van een ambtenaar van de afdeling Communicatie met de afsluiting ‘Wie wil? 1 kaartje per persoon’ niet gezien kan worden als een gerichte uitnodiging van het theater aan zijn relaties, noch van een uitnodiging van het college van B&W aan de politieke ambtsdragers. Daarbij is onvoldoende duidelijk of het ingaan op deze ‘uitnodiging’ functioneel is: heeft het raadslid een formele rol te vervullen op het festival, opent hij het festival, overhandigt hij een boek, oorkonde of lintje?
Vervolgvraag: Had de ambtenaar deze kaartjes mogen aannemen?
Antwoord: Nee. Het organiseren van de gemeentelijke betrokkenheid bij dit filmfestival behoort tot de normale werkzaamheden van de ambtenaren. De extra beloning in de vorm van vrijkaartjes had dus geweigerd moeten worden. Let op: Het is van belang om te bekijken of het accepteren van giften in professionele zin daadwerkelijk noodzakelijk is en of er geen andere manieren zijn om dit doel te bereiken, zonder dat daarbij de schijn van corruptie wordt opgeroepen.
Vraag 8: Een raadslid heeft een lezing gegeven op een bewonersbijeenkomst. Na afloop krijgt hij een bos bloemen. Mag hij die aannemen?
Antwoord: Ja, de bos bloemen kan gezien worden als een geschenk dat uit hartelijkheid wordt gegeven en waarvan het niet accepteren de gever op dat moment ernstig in verlegenheid zou brengen. Het is bovendien niet het type geschenk dat de schijn van corruptie opwekt. Let op: De situatie zoals bij oefening 5 komt regelmatig voor. Politieke ambtsdragers staan veel op podia en krijgen vaak als dank bloemen, fotoboeken, boekenbonnen, flessen wijn, pennen, T-shirts en petjes met opdrukken, presse-papiers, koffiemokken en andere type geschenken uit de categorie ‘bagatel-giften’. In veel van dergelijke situaties is het weigeren (hoewel het devies) praktisch onmogelijk zonder de gever in verlegenheid te brengen.
23
Vraag 9: De raad krijgt van de directie van een lokale toeristische attractie een uitnodiging om de presentatie bij te wonen van haar nieuwe plannen. Daarbij zal ook een diner plaatsvinden met Sittard-Geleense ondernemers. Mag de raad de uitnodiging accepteren?
Antwoord: Ja, de raadsleden mogen in principe ingaan op dit verzoek. Het is noodzakelijk voor het raadswerk dat de raadsleden geïnformeerd worden. Niet alleen door gesubsidieerde organisaties, ook door commerciële partijen of andere belanghebbenden. Dergelijke uitnodigingen bieden raadsleden de mogelijkheid geïnformeerd te worden. Vaak gaat een dergelijk bezoek gepaard met een luxere aankleding van het werkbezoek, zoals een georganiseerde lunch of diner en door de organisatie geregeld vervoer. Doorgaans levert het accepteren hiervan geen overtreding van de gedragscode op. Aan de mate van luxe die nog geaccepteerd kan worden, zitten uiteraard grenzen. Alvorens op het verzoek in te gaan, is het verstandig dat een raadslid zich hiervan rekenschap geeft.
Regels betreffende het gebruik van gemeentelijke Faciliteiten en Financiële middelen Vraag 10: Een raadslid gaat met de trein naar een partijbijeenkomst van zijn politieke partij. Mag hij het treinkaartje vergoed krijgen uit het fractiebudget?
Antwoord: Nee, het declareren bij de fractie is in overtreding met artikel 4.2 van de gedragscode. Hoewel het van belang is voor het raadswerk dat een raadslid op de hoogte is van de standpunten van zijn partij, wordt het bijwonen van partijbijeenkomsten niet gezien als raadswerk voor de gemeente. Het fractiebudget is bedoeld voor het tegemoetkomen in de kosten die nauw verbonden zijn met het raadswerk voor de gemeente Sittard-Geleen.
Vraag 11: Een raadslid krijgt voor zijn functie als raadslid de beschikking over een laptop. Een van de raadsleden heeft een juridisch adviesbureau en gebruikt deze laptop tevens voor werkzaamheden voor dit adviesbureau. Mag dit?
Antwoord: Nee, uit de toelichting bij de artikelen die gaan over het gebruik van gemeentelijke faciliteiten blijkt dat de laptop ter beschikking wordt gesteld voor de uitvoering van het raadswerk. Verder wordt van een raadslid verwacht dat hij met deze laptop zorgvuldig en bescheiden omgaat. Het veelvuldig gebruik van de laptop voor eigen werkzaamheden strookt hier niet mee. Hierdoor ontstaan risico’s op beschadiging, vroegtijdige slijtage maar ook mogelijk onwenselijk gebruik van de laptop.
Regels betreffende het omgaan met informatie Vraag 12: De raad heeft het voornemen om de bestemming van een gebied te wijzigen zodat het mogelijk wordt om in dat gebied huizen te bouwen. Verschillende commerciële partijen en andere belanghebbenden hebben hier een stevige lobby voor gevoerd en zijn verheugd dat de raad het serieus in overweging neemt. Het college heeft besloten het dossier geheim te verklaren en de raad heeft dit bekrachtigd. Er wordt in de pers echter regelmatig over het dossier geschreven. Vaak zit men er maar weinig naast, wat er op duidt dat er wellicht door een of meerdere raadsleden gepraat wordt met journalisten. Een raadslid is van mening dat het geheim behandelen van deze kwestie niet langer opportuun is. ‘Alles ligt toch al op straat’. Mag hij ingaan op het verzoek van een journalist om met hem over het dossier te spreken? 24
Gedragscode en integriteitsregels gemeente Sittard-Geleen
Antwoord: Nee, het spreken met anderen over deze kwestie is een overtreding van artikel 272 van het Wetboek van Strafrecht (lekken van geheime informatie) en van artikel 5.2 van de gedragscode. Alleen het bestuursorgaan dat de geheimhouding heeft opgelegd (in dit geval het college) of het orgaan dat de geheimhouding heeft bekrachtigd (de raad) kan het geheime karakter van de stukken opheffen. Zolang dat niet is gebeurd, ook al is de meeste informatie in de krant verschenen, is het spreken over de kwestie een schending van de geheimhoudingsplicht, hetgeen zelfs strafbaar kan zijn.
Vraag 13: Een raadslid stuurt het volgende twitterbericht: ‘@toneelgroepdeblauwemaandag; Ik zit hier in een besloten vergadering over de toekenning subsidies. Het is spannend. #bezuinigen-altijd-moeilijk’. Mag het raadslid dit doen?
Antwoord: Niet doen. In een besloten vergadering worden zaken vertrouwelijk besproken. Een twitterbericht als dit is dus een overtreding van artikel 5.2 van de gedragscode.
Vraag 14: Het is nog niet bekend gemaakt wanneer de inschrijving voor de nieuwe huizen in een recent ontwikkeld gebied van start zal gaan. Een raadslid schat in dat met een beetje goede wil van politiek en ambtenarij dit waarschijnlijk midden in de zomer zal plaatsvinden. Zijn zus wil graag wonen in dat gebied. Mag hij zijn zus waarschuwen niet in die periode op zomervakantie te gaan, zodat zij als eerste kan inschrijven?
Antwoord: Nee, het waarschuwen van zijn zus is in overtreding met artikel 5.4 van de gedragscode. Deze inschatting kan alleen gemaakt worden door een persoon die veel voorkennis heeft. Dit raadslid heeft beschikking over informatie die andere burgers niet hebben wat hem een informatievoorsprong geeft. Dit aanwenden ten bate van zijn zus is een verstrengeling van belangen.
Vraag 15: Een raadslid stelt in de commissievergadering keer op keer vragen over het opheffen van parkeerplaatsen in de gemeente. Hij vraagt meermaals onderliggende stukken, iedere keer van andere aard. De stukken zijn verstuurd en de andere raadsleden menen dat zij voldoende geïnformeerd zijn. Maar daar neemt het raadslid geen genoegen mee. ‘Je maakt je er van af!’, zegt hij geërgerd tegen de wethouder, waarna hij opnieuw aanvullende verzoeken doet voor het verkrijgen van achterliggende informatie omtrent de opheffing van de parkeerplaatsen. Handelt dit raadslid in strijd met artikel 5 van de gedragscode?
Antwoord: De passieve informatieplicht is in de Gemeentewet opgenomen in de artikelen 155, 169 leden 3 en 4 en 180 lid 3. Kort samengevat: het college geeft de raad mondeling of schriftelijk de door een of meer leden gevraagde inlichtingen, tenzij het verstrekken ervan in strijd is met het openbaar belang. In artikel 169 lid 3 Gemeentewet is als grens aan de actieve inlichtingenplicht bepaald dat inlichtingen niet verstrekt worden als dit in strijd met het openbaar belang zou zijn. Het begrip “openbaar belang” moet restrictief worden uitgelegd. Er moeten zeer zwaarwegende belangen in het geding zijn om de raad informatie te weigeren. De reden daarvoor is dat informatie verstrekt kan worden door raadsleden een geheimhoudingsplicht op te leggen.
25
Vraag 16: Een geheim onderwerp X wordt in concept in een besloten vergadering van de commissie besproken. Een cyclus later biedt het college onderwerp X ter bespreking aan in de raad, zonder tussenkomst van de commissie, het presidium stemt hiermee in. De stukken horend bij onderwerp X worden dan direct aan de raadsleden aangeboden. Een burgercommissielid, niet zijnde raadslid, benadert de griffier met de vraag of hij bij de afronding van het onderwerp in de besloten raad mag zijn, met toelichting dat hij onderwerp X in concept-fase wel mocht zien/bespreken in de commissie en het dan vreemd is dat hij de afronding niet mag meemaken. Vraag: Mag hij aanwezig zijn, en zo, ja wat moet daar voor worden geregeld?
Antwoord: Ja. Als er geheimhouding is opgelegd en deze is bekrachtigd, strekt de geheimhouding zich uit tot allen die van het stuk kennis dragen. De geheimhoudingsplicht geldt dus ook voor het burgercommissielid, niet zijde raadslid. Verder bepaalt de raad zelf wie de vergadering achter gesloten deuren bijwoont. Het is weliswaar niet gebruikelijk dat daar externen bij zijn, maar het is niet verboden.
Vraag 17: Na de raadscommissie is er een besloten deel over onderwerp X. Kunnen raadsleden die geen lid van de betreffende commissie zijn als toehoorder bij de besloten vergadering zijn?
Antwoord: Ja, dat is mogelijk. Er is juridisch niets op tegen wanneer de betreffende raadsleden als toehoorder aanwezig zijn. De geheimhoudingsplicht strekt zich op basis van artikel 25 eerste lid van de Gemeentewet uit tot alle personen die bij de vergadering aanwezig zijn en alle personen die van het behandelde of van de stukken kennis dragen, bijvoorbeeld deskundigen, ambtenaren, de griffier, de burgemeester, commissieleden die geen raadslid zijn etc. Deze bepaling opent de mogelijkheid om de stukken onder het opleggen van geheimhouding aan de betreffende raadsleden te verstrekken zonder dat zij bij de commissievergadering aanwezig hoeven te zijn. De mogelijkheden om geheimhouding op te leggen zijn derhalve erg breed; de eventuele strafrechtelijke sancties bij niet naleving van de geheimhoudingsplicht strekken zich ook uit tot niet-commissieleden.
Vraag 18: Mogen commissieleden vertrouwelijke stukken inzien? Zo ja, wat als een burgercommissielid toch uit de school klapt?
Antwoord: De VNG heeft in de model-commissieverordening geregeld dat de commissieleden, die geen raadslid zijn ook moeten voldoen aan de verplichtingen die aan een raadslid zijn gesteld. Het maakt voor de geheimhouding echter niet uit of er wel of geen eed is afgelegd. Art. 25 en 55 Gemeentewet geven aan dat de verplichting zich richt tot iedereen die van de stukken kennis draagt. Alle commissieleden kunnen de stukken krijgen en dus goed voorbereid het woord voeren. De sanctie op het niet-naleven van de geheimhoudingsverplichting is mogelijk op grond van overtreding van artikel 272 van het Wetboek van Strafrecht.
26
Gedragscode en integriteitsregels gemeente Sittard-Geleen
Regels betreffende de onderlinge omgang en de gang van zaken tijdens vergaderingen Vraag 19: Op de Nieuwjaarsborrel zijn twee raadsleden in gesprek. Het gesprek wordt allengs een discussie. De discussie loopt naarmate de avond vordert, de wijn vloeit, en het loopt uit de hand. Op een goed moment horen de andere aanwezigen het ene raadslid tegen het andere schreeuwen: “Die vergadering loopt totaal niet en dat is jouw schuld! Je bent de slechtste voorzitter die Sittard-Geleen ooit heeft gekend, dat vindt iedereen. Ik zal er alles aan doen om ervoor te zorgen dat je niet herkozen wordt!” Is dit aanvaardbaar gedrag?
Antwoord: Nee, dit gedrag is niet aanvaardbaar en een overtreding van artikel 6.0 van de gedragscode. Een collega raadslid diskwalificeren op deze manier in het openbaar, is niet correct. Het feit dat ook anderen horen wat het raadslid zegt, is hierbij mede van belang.
Vraag 20: Op een bewonersavond legt een directeur uit wat de plannen zijn ten aanzien van het herinrichten van een winkelstraat. De veranderingen zijn fors, de straat zal een half jaar open liggen, en de winkeliers zijn boos. “Wat u zegt klopt helemaal niet. U zegt ons dat het een half jaar zal duren, maar wij hebben van ambtenaren gehoord dat dit wel een zéér optimistische inschatting is en dat de straat wel eens veel langer open kan blijven liggen. Dat kost ons onze klanten. We pikken het niet!”. In de zaal zitten ook twee raadsleden. Tijdens de eerstvolgende raadsvergadering neemt een van hen het woord en zegt verontwaardigd dat de directeur gewoon zat te liegen tegen bewoners. Dat we dit soort ambtenaren toch zeker niet willen in de gemeente en of de portefeuillehouder P&O met spoed een beoordelingsgesprekje met deze man wil voeren. Is dit aanvaardbaar gedrag?
Antwoord: Nee, dit is geen aanvaardbaar gedrag. Het is niet de bedoeling dat in het openbaar ambtenaren persoonlijk worden aangevallen. Dit gedrag is dus in overtreding met artikel 6.0 van de gedragscode. In besloten vorm moet een raadslid dat sterke twijfels heeft ten aanzien van individuele ambtenaren dit natuurlijk kunnen bespreken. Daartoe kan hij zich het beste wenden tot de griffier of de verantwoordelijk portefeuillehouder. In de raad kan hij overigens wel melden dat hij zorgen heeft geuit bij de portefeuillehouder over het functioneren van sommige betrokken ambtenaren.
Regels betreffende de naleving van de gedragscode Vraag 21: Een raadslid houdt een blog bij op internet. Hij is bekend in de gemeente en zijn blog wordt veel gelezen. Het raadslid geeft zijn ongezouten mening over allerlei onderwerpen. Ook over onderwerpen die in de raad besproken worden en over college-raadsleden uit andere fracties. Op zijn laatste blog suggereert hij dat een college-raadslid mogelijk via de raad geld regelt voor een stichting waar hij zelf bij betrokken is. Is dit in overeenstemming met paragraaf 7 van de gedragscode?
Antwoord: Nee, dit is niet de manier waarop je een vermoeden van een schending van de gedragscode meldt en daarmee niet in overeenstemming met paragraaf 7 van de gedragscode. Ten eerste is deze manier van communiceren in tegenspraak met artikel 6.0 van de gedragscode. Daarnaast geldt dat een raadslid dat vermoedt dat een ander raadslid zich mogelijk schuldig maakt of zal maken aan overtreding van de gedragscode, hierover advies vraagt aan bijvoorbeeld de griffier.
27
Als ook de griffier meent dat er mogelijk sprake is van een schending dan wordt de burgemeester worden ingelicht. In het algemeen: partijbelang speelt geen rol bij het toezien op de naleving van de gedragscode. Gebeurt dat toch, dan is de kans bijzonder groot dat er onrecht geschiedt. Politieke ambtsdragers van alle partijen moeten dus de discipline opbrengen om bij vermoedens van integriteitskwesties boven de partijen te gaan staan. erder moeten alle betrokkenen bij een vermoeden van een schending van de gedragscode de grootst mogelijke terughoudendheid betrachten en de kwestie niet in een te vroeg stadium in de publiciteit brengen. Dit om te voorkomen dat er door media-aandacht al een veroordeling plaatsvindt van een politieke ambtsdrager nog voordat er onderzoek naar het vermoeden van de schending heeft plaatsgevonden; een mogelijk onschuldige politieke ambtsdrager heeft dan ten onrechte schade opgelopen en daarnaast kan de geloofwaardigheid van de politiek hiermee onterecht worden aangetast. Tot slot geldt dat als het rechtvaardig is om te sanctioneren, de maatregel passend moet zijn en in verhouding met de schending. Deze regels zijn verder uitgewerkt in het “Protocol naleving gedragscode en integriteitsregels”.
28