CConstaterende datSittard-Geleen
Koppel je AI →
Document · PDF

Gedragscode en integriteitsregels Sittard-Geleen vastgesteld

Thema-bijeenkomsten 30 januari 2024, gemeente Sittard-GeleenBij agendapunt: 19.30 uur Sessie gedragscode en integriteit olv Governance & Integrity, mw. M. Bouland11.846 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Gedragscode en Integriteitsregels Voor raadsleden en burgercommissieleden

www.sittard-geleen.nl

Gedragscode en integriteitsregels gemeente Sittard-Geleen

VOORWOORD Van de overheid en zijn volksvertegenwoordigers wordt verwacht dat zij het belang van de gemeente dienen en er zijn voor alle burgers. Ook wordt van hen deskundigheid en maatschappelijke betrokkenheid verwacht: mensen met kennis van zaken en de juiste competenties voor hun taak, die ook nog eens weten wat er onder mensen leeft en daarvoor hun oprechte interesse tonen. Bij dit alles dienen al deze volksvertegenwoordigers zuiver en integer te handelen: van hen wordt integriteit verwacht. Deze integriteit vormt als het ware het fundament waarop al die andere verwachtingen en eisen zijn gebaseerd. Een politicus kan nog zoveel kennis van bepaalde dossiers hebben, als getwijfeld wordt aan zijn integriteit kan uiteindelijk diens positie onhoudbaar worden. De belangstelling voor integriteitsvraagstukken - ook voor privé gedragingen van volksvertegenwoordigers is sterk toegenomen. Door allerlei vormen van sociale media wordt nieuws vervolgens razend snel verspreid. Het (voorbeeld)gedrag van politieke ambtsdragers, heeft dan ook een niet te onderschatten impact op burgers. Van politieke ambtsdragers mag om die redenen gevraagd worden dat zij alert zijn op handelingen of gedragingen die het aanzien en de integriteit van het politieke ambt kunnen schaden. Zij moeten zich inspannen om zelfs de schijn van belangenverstrengeling en corruptie te voorkomen.

Deze verantwoordelijkheid strekt zich uit tot handelingen in privé tijd. In 2015 is de gemeenteraad van Sittard-Geleen gestart met een integriteitstraject om te komen tot een nieuwe gedragscode. Met een werkgroep uit de raad is vervolgens gewerkt aan de nu voorliggende gedragscode en integriteitsregels. Niet alles is echter in regels te vatten. Dus ook deze gedragscode is niet hét antwoord op alle mogelijke problemen. Moreel besef kan raadsleden de weg wijzen om de juiste handelingen te doen of juist handelingen te laten als het om integriteit gaat. Dat is echter niet voldoende. Ook met een moreel kompas kan een raadslid te goeder trouw uit onwetendheid dingen doen die volgens de wet niet zijn toegestaan. Deze gedragscode integriteit biedt voor raadsleden een hulpmiddel om de juiste keuzes te maken. Het spreekt vanzelf dat we regelmatig kijken of de gedragscode nog voldoet. Daarmee willen we blijven werken aan een helder en duidelijk integriteitsbeleid en daarmee aan een zuivere en zorgvuldige besluitvorming voor onze burgers. Ik zal daar als burgemeester graag mijn bijdrage aan leveren.

Burgemeester Sjraar Cox

1

INLEIDING Begripsbepaling Integriteit gaat in belangrijke mate over het bevorderen van een klimaat waarin ethisch wordt gehandeld en men respectvol met elkaar omgaat. Het begrip ‘integriteit’ kent diverse, overigens niet veel uit elkaar lopende, definities. Wanneer je een functie adequaat en zorgvuldig uitoefent en daarbij de verantwoordelijkheden en regels in acht neemt, ben je integer. Integriteit kan ook worden verklaard - maar slechts voor een klein deel - als gebrek aan fraude en corruptie. Wil je integriteit juist heel breed uitleggen, dan kun je waarden noemen als betrouwbaarheid, effectiviteit, klantgerichtheid en fatsoen. In deze gedragscode wordt onder het begrip ‘integriteit’ verstaan: eerlijk en betrouwbaar handelen. Een integer persoon in relatie tot het openbaar bestuur is iemand die zich houdt aan de waarden, regels en beginselen van de rechtsstaat die als leidraad dienen voor integer handelen.

Functies van de gedragscode De gedragscode heeft een aantal algemene functies: - ontlast de morele oordeelsvorming van individuen; -- stelt de norm; -- definieert specifieke handelingen als schendingen; -- maakt zorgvuldig optreden tegen schendingen mogelijk; -- geeft richting aan de morele oordeelsvorming van individuen. De gedragscode beschermt daarnaast specifiek de zuiverheid van de politieke en bestuurlijke besluitvorming. Het gaat dan om het voorkomen van belangenverstrengeling en corruptie. Die vervalsen immers de besluitvorming en resulteren per definitie in machtsmisbruik. Politieke ambtsdragers worden zelfs opgeroepen actief de schijn van belangenverstrengeling en corruptie tegen te gaan. In dit verband is het van belang dat deze gedragscode de nodige helderheid verschaft over de grens tussen enerzijds de ombudsfunctie die een raadslid heeft én anderzijds het voorkomen van de (schijn van) cliëntelisme.

Rechtskarakter

Het rechtskarakter van de gedragscode integriteit is dat van een interne regeling, als nadere invulling en concretisering van de wettelijke regels. Deze gedragscode bevat, in aanvulling op wettelijke regels, gedragsnormen en regels over procedures die de transparantie van het handelen van politieke ambtsdragers, evenals van de besluitvorming over en de naleving van deze normen vergroten. Zij vormen een beoordelingskader en leidraad bij twijfel, vragen en discussies.

Evaluatie en bijstelling Deze gedragscode is geen statisch document met enkel een formele status, maar heeft onderhoud nodig en wil oproepen tot permanente bewustwording en interactie daaromtrent. Een gedragscode heeft alleszins te maken met gedrag van mensen, dat dan weer gekoppeld is aan normen en waarden. En die zijn vaak tijdgebonden en onderhevig aan maatschappelijke ontwikkelingen. Door periodieke evaluaties binnen de gemeenteraad dient deze gedragscode geactualiseerd te worden om zo steeds ‘up tot date’ te zijn.

2

Gedragscode en integriteitsregels gemeente Sittard-Geleen

INHOUDSOPGAVE Voorwoord Inleiding Gedragscode en integriteitsregels Paragraaf 1

Algemene bepalingen

Paragraaf 2

Regels rondom (de schijn van) belangenverstrengeling

Paragraaf 3

Regels rondom het waarborgen van integer handelen

Paragraaf 4

Regels betreffende het gebruik van gemeentelijke faciliteiten en financiële middelen

Paragraaf 5

Regels betreffende het omgaan met informatie

Paragraaf 6

Regels betreffende de onderlinge omgang en gang van zaken tijdens vergaderingen

Paragraaf 7

Regels betreffende de naleving van de gedragscode

Bijlage 1:

Toelichting

Bijlage 2:

Wettelijk kader

Bijlage 3:

Vragen en antwoorden

3

Paragraaf 1 Algemene bepalingen Artikel 1. Deze gedragscode geldt voor raadsleden en burgercommissieleden. Waar raadsleden staat dient tevens burgercommissieleden gelezen te worden.

Artikel 1.1 Deze gedragscode is openbaar en via internet beschikbaar.

Paragraaf 2 Regels rondom (de schijn van) belangenverstrengeling Artikel 2. Een raadslid mag zijn invloed en stem niet gebruiken om een persoonlijk belang veilig te stellen of het belang van een ander of van een andere organisatie waarbij hij een persoonlijke betrokkenheid heeft.

Artikel 2.1 Een raadslid moet actief en uit zichzelf de schijn van belangenverstrengeling tegengaan.

Artikel 2.2 Een raadslid onthoudt zich alleen van deelname aan de stemming als er sprake is van een beslissing waarbij belangenverstrengeling dreigt; het gaat dan om kwesties waar hij zelf een persoonlijk belang bij heeft of om kwesties waarbij het gaat om een belang of een individu of organisatie waarbij hij een substantiële betrokkenheid heeft.

Artikel 2.3 Een raadslid onthoudt zich bij beslissingen waarbij belangenverstrengeling dreigt, niet alleen van stemming (zie art. 2.2) maar ook van de beïnvloeding van de besluitvorming in de andere fases van het besluitvormingsproces. Hij maakt dit vroegtijdig bekend bij de voorzitter van de vergadering.

Artikel 2.4 Een raadslid mag bepaalde in de Gemeentewet opgesomde functies niet uitoefenen.

Artikel 2.5 Een raadslid mag bepaalde in de Gemeentewet genoemde overeenkomsten en handelingen niet aangaan c.q. niet verrichten.

Artikel 2.6 1.

2. 3. 4. 5. 6. 7.

Het raadslid levert de griffier de informatie aan over de (neven)functies die openbaar gemaakt moeten worden bij aanvang van het raadslidmaatschap. Als gaande het lidmaatschap nieuwe (neven)functies aanvaard worden of de omstandigheden met betrekking tot bovenstaande (neven)functies wijzigen, wordt de informatie die hierop betrekking heeft per ommegaande aangeleverd bij de griffier. De informatie betreft in ieder geval: a. de omschrijving van de (neven)functie; b. de organisatie voor wie de (neven)functie wordt verricht; c. of het al dan niet een (neven)functie betreft uit hoofde van het raadslidmaatschap; d. of de (neven)functie bezoldigd of onbezoldigd is. De griffier legt hiervoor een register aan en beheert dit register. Het register is openbaar en via internet beschikbaar. 4

Gedragscode en integriteitsregels gemeente Sittard-Geleen

Paragraaf 3 Regels rondom het waarborgen van integer handelen Artikel 3. Een raadslid mag zijn invloed en stem niet laten beïnvloeden door geld, goederen of diensten die hem zijn gegeven of hem in het vooruitzicht zijn gesteld.

Aannemen van geschenken Artikel 3.1 Een raadslid neemt geen geschenken aan die hem uit hoofde van of vanwege zijn functie worden aangeboden, tenzij het weigeren, teruggeven of terugsturen de gever ernstig zou kwetsen of bijzonder in verlegenheid zou brengen of het weigeren, teruggeven of terugsturen om praktische redenen onwerkbaar is. Kleine en incidentele attenties (zoals een bloemetje of fles wijn) mogen geaccepteerd worden.

Artikel 3.2 Als geschenken om een van de in artikel 3.1 van de gedragscode genoemde redenen niet zijn geweigerd, teruggegeven of teruggestuurd, of om andere redenen toch in het bezit zijn van het raadslid, wordt dit gemeld en afgegeven aan de griffier, tenzij het gaat om kleine attenties. De geschenken worden dan eigendom van de gemeente.

Aannemen van faciliteiten en diensten Artikel 3.3 Een raadslid accepteert geen faciliteiten en diensten indien daadwerkelijk danwel de schijn van niet integer handelen aan de orde is of kan zijn.

Artikel 3.4 Een raadslid gebruikt faciliteiten of diensten van anderen die uit hoofde of vanwege de raadsfunctie worden aangeboden, niet voor privédoeleinden.

Accepteren van reizen, verblijven en werkbezoeken Artikel 3.5 Een raadslid accepteert lunches, diners, recepties en andere uitnodigingen die door anderen betaald of georganiseerd worden, alleen als: a. dat behoort tot de uitoefening van het raadswerk; b. de aanwezigheid beschouwd kan worden als functioneel (protocollaire taken, formele vertegenwoordiging van de gemeente, uitnodiging met beschreven doel omtrent de gewenstheid van de aanwezigheid); c. tegelijkertijd de schijn van niet integer handelen niet aan de orde is of kan zijn; d. er geen besluitvorming door de raad in het verschiet ligt aangaande de uitnodigende partij.

Artikel 3.6 Een raadslid accepteert werkbezoeken waarbij reis- en verblijfkosten door anderen betaald worden alleen bij hoge uitzondering. De invitatie mag alleen geaccepteerd worden als het bezoek vooraf gemeld is, aantoonbaar van groot belang is voor de gemeente en de schijn van niet integer handelen niet aan de orde is of kan zijn. Van een dergelijk werkbezoek wordt altijd een verslag gedaan aan de raad.

5

Paragraaf 4 Regels betreffende het gebruik van gemeentelijke faciliteiten en financiële middelen Artikel 4. Een raadslid houdt zich aan het beleid dat is vastgesteld voor het gebruik van gemeentelijke faciliteiten en financiële middelen.

Artikel 4.1 Een raadslid houdt zich aan het beleid dat is vastgesteld voor het gebruik van interne voorzieningen van algemene aard, zoals fractiekamer, computerapparatuur met toebehoren, laptop, tablet en dergelijke. Van een raadslid wordt verwacht dat hij zorgvuldig en bescheiden omgaat met de gemeentelijke faciliteiten en deze in ordelijke staat achterlaat c.q. terugbezorgt.

Artikel 4.2 Een raadslid houdt zich aan de regelgeving en het beleid dat is vastgesteld met betrekking tot onkostenvergoedingen en declaraties.

Paragraaf 5 Regels betreffende het omgaan met informatie Artikel 5. De raad ziet er op toe dat het college van Burgemeester en Wethouders, ieder afzonderlijk en tezamen, de raad in het kader van zijn takenuitoefening juist, volledig en tijdig informeert.

Artikel 5.1 Met betrekking tot informatie wordt onderscheid gemaakt tussen geheime en openbare informatie. Onder openbare informatie wordt verstaan de door het raadslid verkregen informatie welke zonder enige beperking met derden kan worden gedeeld.

Artikel 5.2 De verplichting tot geheimhouding moet worden bevestigd door de gemeenteraad en kan alleen door het desbetreffende orgaan worden opgeheven. Van de verplichting tot geheimhouding wordt naast mondelinge mededeling ook uitdrukkelijk op de stukken melding gemaakt.

Artikel 5.3 Geheime informatie wordt niet verspreid buiten het orgaan dat tot geheimhouding heeft besloten. Het schenden van een geheimhoudingsplicht is in artikel 272 van het Wetboek van Strafrecht strafbaar gesteld.

Artikel 5.4 Een raadslid dat de beschikking krijgt over gegevens waarvan hij het geheime karakter kent of redelijkerwijs moet vermoeden, is verplicht tot geheimhouding van die gegevens, behalve als de wet hem tot mededeling verplicht.

Artikel 5.5 Een raadslid maakt niet ten eigen bate of ten bate van een ander gebruik van in de uitoefening van het ambt verkregen geheime informatie totdat de geheimhouding is opgeheven.

Artikel 5.6 Een raadslid maakt ontvangen brieven en e-mails niet openbaar zonder instemming van de afzender. 6

Gedragscode en integriteitsregels gemeente Sittard-Geleen

Paragraaf 6 Regels betreffende de onderlinge omgang en de gang van zaken tijdens vergaderingen Artikel 6. Raadsleden gaan zowel tijdens raadsbijeenkomsten alsook daarbuiten respectvol met elkaar, met collegeleden en met ambtenaren om.

Artikel 6.1 Raadsleden houden zich tijdens de raadsvergadering aan het reglement van orde en volgen de aanwijzingen van de voorzitter op.

Artikel 6.2 Raadsleden onthouden zich op social media van commentaar op lopende debatten in de raad of de raadscommissies.

Paragraaf 7 Regels betreffende de naleving van de gedragscode Artikel 7. De raad ziet erop toe dat de gedragscodes door raadsleden, de wethouders en de burgemeester wordt nageleefd.

Artikel 7.1 De raad ziet er in het bijzonder op toe dat de raad, de fracties en de individuele raadsleden de eigen gedragscode van de raad naleven. De voorzitter van de raad en de griffier ondersteunen de raad hierbij.

Artikel 7.2 De gedragscode wordt bij aanvang van elke bestuursperiode vastgesteld en na twee jaar geëvalueerd.

Het handelen bij een schending van de gedragscode en integriteitsregels Artikel 7.4

Regels hoe te handelen bij een (vermeende) schending van de gedragscode liggen vast in het “Protocol naleving gedragscode en integriteitsregels”.

7

Gedragscode en integriteitsregels gemeente Sittard-Geleen

TOELICHTING Paragraaf 1 Algemene bepalingen In deze gedragscode is ervoor gekozen om de gedragscode tevens van toepassing te laten zijn op de burgercommissieleden. Burgercommissieleden hebben een andere positie dan raadsleden. Raadsleden zijn democratisch gekozen en hebben wettelijk vastgelegde rechten en plichten. Burgercommissieleden zijn niet direct gekozen en hun positie is niet in een formele wet vastgelegd. Toch is ervoor gekozen om burgercommissieleden in te zetten. De redenen daarvoor zijn dat zij mogelijk een kweekvijver voor nieuwe raadsleden vormen, zij de werkdruk van de raadsleden en fracties kunnen ontlasten en dat door burgercommissieleden meer informatie uit de samenleving kan worden gekregen en de samenleving meer betrokken wordt. Op grond van art. 82 lid 3 Gemeentewet is de raad vrij om de samenstelling van de raadscommissie te regelen. In de Verordening voor de vergaderingen van de Raadscommissies van de gemeente Sittard-Geleen wordt ingegaan op de positie van burgercommissieleden en is bepaald dat de artikelen 10 (vereisten raadslidmaatschap), 11 (vervulling vacature), 12 (Openbaar maken nevenfuncties), 13 (Incompabiliteiten) en 15 (Verboden handelingen) van de Gemeentewet van overeenkomstige toepassing zijn op burgercommissieleden.

Paragraaf 2 Regels rondom (de schijn van) belangenverstrengeling Bescherming door wetgever De wetgever heeft raadsleden op verschillende manieren bescherming geboden tegen de verleiding van belangenverstrengeling en tegen de schijn ervan. De wetgever geeft aan dat de gemeenteraad als bestuursorgaan zijn taak zonder vooringenomenheid moet vervullen. De wetgever geeft de gemeenteraad de verantwoordelijkheid om ervoor te waken dat persoonlijke belangen van raadsleden de besluitvorming niet beïnvloeden. Met persoonlijk belang wordt gedoeld op ieder belang dat niet behoort tot de belangen die de gemeenteraad uit hoofde van zijn taak behoort te vervullen. Deze waakzaamheid geldt ook als het gaat om de schijn van belangenverstrengeling. Let wel: het gaat hier om persoonlijke belangen; het gaat niet alléén om - zoals vaak door politici gedacht - persoonlijk gewin, persoonlijk voordeel of persoonlijke financiële inkomsten. Raadsleden moeten dus beoordelen of er sprake is van een persoonlijk belang waardoor belangenverstrengeling ontstaat die de besluitvorming onterecht kan beïnvloeden. De wetgever doet een beroep op de verantwoordelijkheid van de gemeenteraad als geheel om ervoor te waken dat persoonlijke belangen van zijn leden de besluitvorming niet beïnvloeden. Deze verplichting geldt gedurende het gehele proces van besluitvorming en niet alleen tijdens de stemming.

Politieke ambtsdragers struikelen soms in gevallen waarin er ‘slechts’ sprake is van de schijn van belangenverstrengeling. Het is dan ook in het belang van politieke ambtsdragers zelf dat dit voorschrift zo expliciet in de gedragscode is opgenomen. Daarnaast verbiedt de wetgever raadsleden expliciet te stemmen als er sprake is van een aangelegenheid waarbij een raadslid een persoonlijk belang heeft. De wetgever probeert daarmee uit te sluiten dat een raadslid meestemt als sprake is van belangenverstrengeling. In een aantal gevallen vindt de wetgever dat die bescherming door het verbod te stemmen niet ver genoeg gaat. In die gevallen verbiedt de wetgever raadsleden expliciet bepaalde welomschreven functies te bekleden, rollen te vervullen en (rechts)handelingen uit te voeren. In de artikelen 2.4 en 2.5 van deze gedragscode wordt naar die verboden verwezen. In de paragraaf over het wettelijk kader van deze gedragscode staat een opsomming van de regelgeving die samenhangt met de integriteit van raadsleden, waaronder de verboden combinaties van functies en verboden overeenkomsten en handelingen.

8

Gedragscode en integriteitsregels gemeente Sittard-Geleen

De wetgever eist tenslotte van raadsleden dat zij alle functies openbaar maken die zij vervullen naast het raadslidmaatschap. (Via de Verordening voor de vergaderingen van de Raadscommissies van de gemeente Sittard-Geleen zijn ook burgercommissieleden aan deze eis gebonden) Op die manier wordt het voor andere raads- en burgercommissieleden, fractievoorzitters, collegeleden, partijbestuurders, de griffier en de gemeentesecretaris mogelijk een raadslid tewaarschuwen voor de kwesties waarin belangenverstrengeling dreigt. Deze informatie is dan openbaar en dus ook toegankelijk voor burgers en pers.

Wanneer is er sprake van belangenverstrengeling? Wanneer er van belangenverstrengeling sprake is, is niet limitatief op te sommen. In zijn algemeenheid kan gesteld worden dat het erom gaat dat het raadslid zichzelf of mensen of organisaties waarbij het raadslid verbonden is, niet mag bevoordelen. Het kan gaan om situaties waaraan het raadslid familie- of vriendschapsbetrekkingen of anderszins persoonlijke betrekkingen heeft met een aanbieder van diensten of zaken aan de gemeente. Dan dient het raadslid zich te onthouden van deelname aan de besluitvorming over de betreffende opdracht. Een persoonlijk belang gaat ook over bevoordeling van familierelaties of de vereniging waarvan het raadslid lid is. Het gaat er daarbij niet alleen om daadwerkelijk belangenverstrengeling te voorkomen, maar ook de schijn van. Voorkomen van schijn van belangenverstrengeling van raadsleden is bijvoorbeeld ook: niet in een bestuur gaan zitten van een belangengroep. Lid zijn van een algemene vereniging is (meestal) geen probleem, lid zijn van een bestuur of Raad van Toezicht van een vereniging of instelling kan dat wel zijn. Bijvoorbeeld als de vereniging / instelling subsidie ontvangt. Belangenverstrengeling voorkomen betekent niet alleen niet mee stemmen, maar ook zich niet met de betreffende casus te bemoeien.

Bemoeien met de casus is bijvoorbeeld tijdens de fractiebehandeling, maar ook op het gemeentehuis als het raadslid wil lobbyen bij ambtenaren. De term “substantieel”, zoals deze in art. 2.2. is genoemd, kan in die zin niet op één manier worden uitgelegd. Indien het gaat om een financieel belang in een bedrijf, dan wordt over het algemeen 5% aangehouden, maar dit is afhankelijk van de omvang van het bedrijf. Indien het gaat om het lidmaatschap van een vereniging dan kan een bestuursfunctie eerder duiden op substantiële betrokkenheid dan alleen een lidmaatschap.

Verboden handelingen In artikel 15 van de Gemeentewet is een aantal voor raadsleden verboden handelingen opgenomen (zie paragraaf ‘Wettelijk kader, onder ‘Verboden werkzaamheden’). Het zijn veelal handelingen die de integriteit van het gemeentebestuur in het geding kunnen brengen. Deze wettelijke bepaling beoogt de integriteit van het gemeentebestuur, maar ook die van het raadslid te waarborgen. De verboden handelingen betreffen het verrichten van diensten voor de gemeente of voor derden en het aangaan van bepaalde overeenkomsten. Centraal staat het feit dat voorkomen moet worden dat de besluitvorming oneigenlijk wordt beïnvloed als gevolg van een persoonlijk belang van een raadslid, die immers een algemeen belang dient te behartigen. Deze bepaling beoogt zuiverheid te scheppen in de onderlinge verhouding. Van een aantal van deze verboden handelingen is ontheffing van Gedeputeerde Staten mogelijk.

Nevenfuncties In artikel 2.6 is een uitwerking van de wettelijke verplichting om nevenfuncties openbaar te maken opgenomen. De informatie wordt neergelegd in een openbaar register. Het raadslid is verantwoordelijk voor de tijdige aanlevering van informatie en voor de actualiteit daarvan. De griffier ziet daarop toe.

9

Paragraaf 3 Regels rondom het waarborgen van integer handelen Aannemen van geschenken Geschenken zijn een sluiproute naar niet integer handelen. Ze kunnen gebruikt worden om de besluitvorming te beïnvloeden. Ze kunnen doen corrumperen of de aanloop daartoe vormen. Ze kunnen daarnaast ook de schijn opwekken van niet integer handelen. De bepalingen in de gedragscode zijn geformuleerd als een ‘Nee, tenzij’-regel: een raadslid neemt dus geen geschenken aan, tenzij er goede redenen zijn om hiervan af te wijken. De afwijkingen dienen vervolgens bekend gemaakt te worden bij de griffier, die vervolgens bepaalt welke vervolgstappen nodig zijn.

Aannemen van faciliteiten en diensten Accepteren van faciliteiten of diensten van anderen kan een afhankelijkheid creëren of een dankbaarheid, die de zuiverheid van het besluitvormingsproces kan aantasten. Ook met het aannemen van faciliteiten en diensten kan een raadslid gecorrumpeerd raken. Het kan daarnaast ook de schijn van corruptie opwekken. Faciliteiten kunnen zijn: ruimte, goederen, materialen, geldelijke middelen. Diensten zijnbijvoorbeeld gunsten, opdrachten.

Accepteren van reizen, verblijven en werkbezoeken De verplichting actief het ontstaan van de schijn tegen te gaan, betekent dat lunchen, dineren of naar recepties gaan op kosten van anderen waar mogelijk moet worden vermeden, tenzij de redenen van artikel 3.5 van de gedragscode van toepassing zijn. Het gaat hier uitdrukkelijk niet om werkbezoeken georganiseerd door de raadsgriffie of het college waarbij de raad wordt uitgenodigd. Ten aanzien van lid d) van dit artikel: Het is niet eenduidig en exact te bepalen welke termijn wordt bedoeld met ´in het verschiet´. Zonder meer geldt dat voor gevallen waarvan het traject dat leidt tot besluitvorming aangaande de uitnodigende partij reeds is ingezet of op de planning staat.

Paragraaf 4 Regels betreffende het gebruik van gemeentelijke faciliteiten en financiële middelen Raadsleden krijgen voor hun raadswerk de beschikking over een aantal faciliteiten en over financiële middelen van de gemeente. Raadsleden beschikken veelal over voorzieningen zoals fractiekamer, laptop en tablet. Van een raadslid wordt onder meer verwacht dat hij zorgvuldig en bescheiden omgaat met de gemeentelijke faciliteiten en deze in ordelijke staat terug bezorgt. Het gebruiken van bijvoorbeeld de fractiekamer of het kopieerapparaat voor privédoeleinden is niet toegestaan.

Paragraaf 5 Regels betreffende het omgaan met informatie In de Gemeentewet is het informatierecht van de raad geregeld. De actieve informatieplicht is in de Gemeentewet opgenomen in de artikelen 169 leden 2 en 4 en 180 lid 2. De passieve informatieplicht is in de Gemeentewet opgenomen in de artikelen 155, 169 leden 3 en 4 en 180 lid 3. Kort samengevat: het college geeft de raad mondeling of schriftelijk de door een of meer leden gevraagde inlichtingen, tenzij het verstrekken ervan in strijd is met het openbaar belang. In het Reglement van orde voor de vergaderingen en andere werkzaamheden van de gemeenteraad zijn de bepalingen over de passieve informatieplicht uitgewerkt in de artikelen 37 t/m 38. In artikel 169 lid 3 Gemeentewet is als grens aan de actieve inlichtingenplicht bepaald dat inlichtingen niet verstrekt worden als dit in strijd met het openbaar belang zou zijn. Het begrip “openbaar belang” moet restrictief worden uitgelegd. Er moeten zeer zwaarwegende belangen in het geding zijn om de raad informatie te weigeren. 10

Gedragscode en integriteitsregels gemeente Sittard-Geleen

De reden daarvoor is dat informatie verstrekt kan worden door raadsleden een geheimhoudingsplicht op te leggen. Een weigering om op grond van artikel 169 of 180 Gemeentewet inlichtingen te verstrekken is niet vatbaar voor beroep op de bestuursrechter. Het betreft hier een geschil dat politiek van karakter is en in door de gemeenteraad moet worden beslecht. Ook over de vraag of terecht geheimhouding wordt opgelegd acht de rechter zich niet bevoegd te oordelen, omdat hij zich daarmee mengt in politiek-bestuurlijke verhoudingen tussen college en raad. Het recht op inlichtingen op grond van de artikel 169 en 180 gaat overigens verder dan het recht op informatie op grond van de WOB. Het kan nooit zo zijn dat een raadslid voor zijn informatievergaring een beroep moet doen op de Wet openbaarheid van bestuur. Raadsleden bekleden immers in het gemeentelijk stelsel een belangrijke en bijzondere positie. Zij zijn als gekozen volksvertegenwoordigers verantwoordelijk voor het gevoerde bestuur en mogen wat betreft hun informatievergaring niet afhankelijk worden gesteld van de bepalingen in de Wet openbaarheid van bestuur.

Geheime stukken Als het college van burgemeester en wethouders de gemeenteraad geheime stukken zenden (bijvoorbeeld contracten of grondexploitatieberekeningen), dan kunnen zij aan de gemeenteraad geheimhouding opleggen op grond van artikel 25 Gemeentewet. De gemeenteraad moet in zijn eerstvolgende vergadering die geheimhouding bevestigen. Gebeurt dat niet, dan geldt er geen geheimhouding. Maar als de gemeenteraad de geheimhouding wel bekrachtigt, mogen over de inhoud van die stukken geen mededelingen naar buiten worden gedaan.

Brieven en emails aan raadsleden Het gaat hierbij om brieven en e-mails waarvan het voor het ontvangende raadslid duidelijk is of verondersteld mag worden dat deze persoonlijk gericht zijn. Bij twijfel over de bedoeling van de afzender informeert hij hier eerst naar.

Paragraaf 6 Regels betreffende de onderlinge omgang en de gang van zaken tijdens vergaderingen Elk raadslid, elk collegelid en elke ambtenaar is een medemens en medeburger. Op basis daarvan verdient ieder raadslid, ieder collegelid en iedere ambtenaar respect. Een respectvolle omgang met elkaar maakt het daarnaast beter mogelijk met elkaar tot een werkelijke beraadslaging te komen. Dat is wezenlijk voor een zorgvuldige besluitvorming. Bovendien is de manier waarop het college en de raad met elkaar omgaan zowel tijdens raadsbijeenkomsten alsook daarbuiten van invloed op de geloofwaardigheid van de politiek. Het is uiterst moeilijk om exact aan te geven wat ‘respectvol’ is, zeker in een politiek debat dat ook stevig, zelfs heftig kan zijn. Daarnaast kunnen op ook vriendelijke toon uiterst vileine en vervelende opmerkingen gemaakt worden. In elk geval wordt onder ‘respectvol’ verstaan: • elkaar op normale toon te woord staan; • elkaar laten uitpraten; • als een ander het woord voert dit niet verstoren; • geen scheld- of schuttingwoorden gebruiken; • geen discriminerende opmerkingen maken; • geen agressie naar elkaar toe tonen.

Daarnaast zijn er nog andere aspecten van respectvol gedrag die echter minder zichtbaar (kunnen) zijn, zoals bijvoorbeeld: • aandacht tonen voor degene die aan het woord is; • ruimte bieden voor de zienswijze van anderen; • reageren wanneer men daartoe aangesproken of uitgenodigd wordt.

11

Ten aanzien van het aspect ‘aandacht tonen voor degene die aan het woord is’ kan vermeld worden dat het niet de bedoeling is dat raadsleden tijdens vergaderingen onnodig sms’en, mailen en appen. Gebruik van internet tijdens raadsvergaderingen kan nodig en nuttig zijn, bijvoorbeeld om informatie op te zoeken, stukken digitaal te raadplegen enz. Het is buitengewoon moeilijk, zo niet onmogelijk om dit te controleren en goed te beoordelen. Het vermelde aspect van aandacht tonen ten aanzien van degene die het woord voert moet een voldoende appél zijn aan alle deelnemers aan de vergadering om daar op een consciëntieuze en integere manier mee om te gaan. Het is daarnaast van belang om ambtenaren niet rechtstreeks met naam of functie te benoemen in een vergadering. In de eerste plaats werken zij onder de verantwoordelijkheid van het college van burgemeester en wethouders of, voor de ambtenaren van de griffie, onder de verantwoordelijkheid van de raad. Zij zijn daarnaast niet in de gelegenheid om op het moment dat zij genoemd worden zelf te reageren. Respectvol handelen betekent ook dat de rol van de voorzitter ten aanzien van het leiden van de vergadering, onder meer het verdelen van spreekbeurten geaccepteerd wordt en dat de aanwijzingen van de voorzitter opgevolgd worden.

Paragraaf 7 Regels betreffende de naleving van de gedragscode Het vaststellen van een gedragscode voor de raad is geregeld in art. 15 lid 3 Gemeentewet. Vanwege het belang van het onderwerp integriteit is in deze gedragscode afgesproken dat bij aanvang van elke bestuursperiode en na twee jaar de gedragscode besproken wordt. Dit kan in een bijeenkomst waar over integriteit gesproken wordt. Mogelijk dat de evaluatie en bijstelling vaker nodig is dan hierboven aangegeven; dan zal wellicht een concrete gebeurtenis aanleiding daartoe geven. Evaluaties kunnen leiden tot een bijstelling van de gedragscode. Deze dient dan opnieuw ter besluitvorming aan de gemeenteraad te worden voorgelegd. Naast het vaststellen van een gedragscode met daarin heldere gedragsregels is het van groot belang dat er op wordt toegezien dat de gedragscode ook daadwerkelijk wordt nageleefd. In de gedragscode zijn immers de regels opgenomen voor politieke ambtsdragers, waaronder raadsleden, die zijn gebaseerd op de wet. Ze leggen de voorwaarden vast waaraan het handelen van politieke ambtsdragers minimaal moet voldoen. Als politieke ambtsdragers zich niet aan deze regels houden, komen zij daarmee als het ware onder het morele minimum dat zij met elkaar hebben afgesproken. Ieder raadslid dient te waken over de naleving van de gedragscode door de fracties en individuele raadsleden.

De raad controleert zichzelf in dezen. Het toezien op de naleving van de gedragscode integriteit is echter naast een primaire verantwoordelijkheid van de raad ook een gedeelde verantwoordelijkheid van alle betrokkenen: de voorzitter van college en raad, het presidium, de griffier en de partijbesturen. Er zijn verschillende fasen te onderscheiden die spelen bij het toezien op de naleving van de gedragscode: • het bespreken van integriteitskwesties; • het signaleren van vermoedens van schendingen van de gedragscode; • het eventueel onderzoeken van vermoedens van schendingen van de gedragscode; • het optreden naar aanleiding van schendingen van de gedragscode. In iedere fase is het van belang om onpartijdig, terughoudend met publiciteit en zorgvuldig te zijn. Alleen dan kan een rechtvaardige handhaving van de gedragscode worden gegarandeerd. Daarom is het noodzakelijk om over de naleving van de gedragscode afspraken te maken. Deze afspraken zijn vastgelegd in het “Protocol naleving gedragscode en integriteitsregels”.

12

Gedragscode en integriteitsregels gemeente Sittard-Geleen

WETTELIJK KADER In de Gemeentewet staan bepalingen die betrekking hebben op de integriteit van raadsleden. Onderstaand is een overzicht gegeven van bepalingen die in dat kader relevant zijn. Dit overzicht is niet limitatief.

Naleving van de code Gemeentewet: artikel 15 lid 3 De raad stelt voor zijn leden een gedragscode vast.

Eed/belofte Gemeentewet: artikel 14 lid 1 Alvorens hun functie te kunnen uitoefenen, leggen de leden van de raad in hun vergadering, in handen van de voorzitter, de volgende eed (verklaring en belofte) af: “Ik zweer (verklaar) dat ik, om tot lid van de raad benoemd te worden, rechtstreeks noch middellijk, onder welke naam of welk voorwendsel ook, enige gift of gunst heb gegeven of beloofd. Ik zweer (verklaar en beloof) dat ik, om iets in dit ambt te doen of te laten, rechtstreeks noch middellijk enig geschenk of enige belofte heb aangenomen of zal aannemen. Ik zweer (beloof) dat ik getrouw zal zijn aan de Grondwet, dat ik de wetten zal nakomen en dat ik mijn plichten als lid van de raad naar eer en geweten zal vervullen. Zo waarlijk helpe mij God Almachtig (Dat verklaar en beloof ik).”

Openbaarheid functies Gemeentewet: artikel 12 1. De leden van de raad maken openbaar welke andere functies dan het lidmaatschap van de raad zij vervullen. 2. Openbaarmaking geschiedt door terinzagelegging van een opgave van de in het eerste lid bedoelde functies op het gemeentehuis.

Verboden functies Gemeentewet: artikel 13 lid 1 Een lid van de raad is niet tevens: a. minister; b. staatssecretaris; c. lid van de Raad van State; d. lid van de Algemene Rekenkamer; e. nationale ombudsman; f. substituut-ombudsman als bedoeld in artikel 9, eerste lid, van de Wet Nationale ombudsman; g. commissaris van de Koning; h. gedeputeerde; i. secretaris van de provincie; j. griffier van de provincie; k. burgemeester; l. wethouder; m. lid van de rekenkamer; n. ombudsman of lid van de ombudscommissie als bedoeld in artikel 81p, eerste lid; o. ambtenaar, door of vanwege het gemeentebestuur aangesteld of daaraan ondergeschikt.

13

Gemeentewet: artikel 13 lid 2 In afwijking van het eerste lid, aanhef en onder l, kan een lid van de raad tevens wethouder zijn van de gemeente waar hij lid van de raad is gedurende het tijdvak dat: a. aanvangt op de dag van de stemming voor de verkiezing van de leden van de raad en eindigt op het tijdstip waarop de wethouders ingevolge artikel 42, eerste lid, aftreden of b. aanvangt op het tijdstip van zijn benoeming tot wethouder en eindigt op het tijdstip waarop de goedkeuring van de geloofsbrief van zijn opvolger als lid van de raad onherroepelijk is geworden of waarop het centraal stembureau heeft beslist dat geen opvolger kan worden benoemd. Hij wordt geacht ontslag te nemen als lid van de raad met ingang van het tijdstip waarop hij zijn benoeming tot wethouder aanvaardt. Artikel X6 van de Kieswet is van overeenkomstige toepassing.

Gemeentewet: artikel 13 lid 3 In afwijking van het eerste lid, aanhef en onder o, kan een lid van de raad tevens zijn: a. ambtenaar van de burgerlijke stand; b. vrijwilliger of ander persoon die uit hoofde van een wettelijke verplichting niet bij wijze van beroep hulpdiensten verricht; c. ambtenaar werkzaam voor een school voor openbaar onderwijs.

Verboden werkzaamheden Gemeentewet: artikel 15 lid 1 Een lid van de raad mag niet: a. als advocaat of adviseur in geschillen werkzaam zijn ten behoeve van de gemeente of het gemeentebestuur dan wel ten behoeve van de wederpartij van de gemeente of het gemeentebestuur; b. als gemachtigde in geschillen werkzaam zijn ten behoeve van de wederpartij van de gemeente of het gemeentebestuur; c. als vertegenwoordiger of adviseur werkzaam zijn ten behoeve van derden tot het met de gemeente aangaan van: 1e overeenkomsten als bedoeld in onderdeel d; 2e overeenkomsten tot het leveren van onroerende zaken aan de gemeente; d. rechtstreeks of middellijk een overeenkomst aangaan betreffende: 1e het aannemen van werk ten behoeve van de gemeente; 2e het buiten dienstbetrekking tegen beloning verrichten van werkzaamheden ten behoeve van de gemeente; 3e het leveren van roerende zaken anders dan om niet aan de gemeente; 4e het verhuren van roerende zaken aan de gemeente; 5e het verwerven van betwiste vorderingen ten laste van de gemeente; 6e het van de gemeente onderhands verwerven van onroerende zaken of beperkte rechten waaraan deze zijn onderworpen; 7e het onderhands huren of pachten van de gemeente.

Gemeentewet: artikel 15 lid 2 Van het eerste lid, aanhef en onder d, kunnen gedeputeerde staten ontheffing verlenen.

14

Gedragscode en integriteitsregels gemeente Sittard-Geleen

Gedrag bij stemmen Gemeentewet: artikel 27 De leden van de raad stemmen zonder last.

Gemeentewet: artikel 28 lid 1 Een lid van de raad neemt niet deel aan de stemming over: a. een aangelegenheid die hem rechtstreeks of middellijk persoonlijk aangaat of waarbij hij als vertegenwoordiger is betrokken; b. vaststelling of goedkeuring der rekening van een lichaam waaraan hij rekenplichtig is of tot welks bestuur hij behoort.

Gemeentewet: artikel 28 lid 2 Bij een schriftelijke stemming wordt onder het deelnemen aan de stemming verstaan het inleveren van een stembriefje.

Gemeentewet: artikel 28 lid 3 Een benoeming gaat iemand persoonlijk aan, wanneer hij behoort tot de personen tot wie de keuze door een voordracht of bij een herstemming is beperkt.

Gemeentewet: artikel 28 lid 4 Het eerste lid is niet van toepassing bij het besluit betreffende de toelating van de na periodieke verkiezing benoemde leden.

Verantwoordelijkheid raad Algemene wet bestuursrecht: artikel 2:4 1. Het bestuursorgaan vervult zijn taak zonder vooringenomenheid. 2. Het bestuursorgaan waakt ertegen dat tot het bestuursorgaan behorende of daarvoor werkzame personen die een persoonlijk belang bij een besluit hebben, de besluitvorming beïnvloeden.

Informatievoorziening Gemeentewet: artikel 169 1. Het college en elk van zijn leden afzonderlijk zijn aan de raad verantwoording schuldig over het door het college gevoerde bestuur. 2. Zij geven de raad alle inlichtingen die de raad voor de uitoefening van zijn taak nodig heeft. 3. Zij geven de raad mondeling of schriftelijk de door een of meer leden gevraagde inlichtingen, tenzij het verstrekken ervan in strijd is met het openbaar belang. 4. Zij geven de raad vooraf inlichtingen over de uitoefening van de bevoegdheden, bedoeld in artikel 160, eerste lid onder e, f, g en h, indien de raad daarom verzoekt of indien de uitoefening ingrijpende gevolgen kan hebben voor de gemeente. In het laatste geval neemt het college geen besluit dan nadat de raad in de gelegenheid is gesteld zijn wensen en bedenkingen ter kennis van het college te brengen. 5. Indien de uitoefening van de bevoegdheid, bedoeld in artikel 160, eerste lid, onder f, geen uitstel kan lijden, geven zij in afwijking van het vierde lid de raad zo spoedig mogelijk inlichtingen over de uitoefening van deze bevoegdheid en het terzake genomen besluit.

Geheimhouding Gemeentewet: artikel 25 1. De raad kan op grond van een belang, genoemd in artikel 10 van de Wet openbaarheid van bestuur omtrent het in een besloten vergadering behandelde en omtrent de inhoud van de stukken die aan de raad worden overlegd, geheimhouding opleggen. Geheimhouding omtrent het in een besloten vergadering behandelde wordt tijdens die vergadering opgelegd. De geheimhouding wordt door hen die bij de behandeling aanwezig

15

waren en allen die van het behandelde of de stukken kennis dragen, in acht genomen totdat de raad haar opheft. 2. Op grond van een belang, genoemd in artikel 10 van de Wet openbaarheid van bestuur, kan de geheimhouding eveneens worden opgelegd door het college, de burgemeester en een commissie, ieder ten aanzien van de stukken die zij aan de raad of aan leden van de raad overleggen. Daarvan wordt op de stukken melding gemaakt. 3. De krachtens het tweede lid opgelegde verplichting tot geheimhouding met betrekking tot aan de raad overgelegde stukken vervalt, indien de oplegging niet door de raad in zijn eerstvolgende vergadering die blijkens de presentielijst door meer dan de helft van het aantal zitting hebbende leden is bezocht, wordt bekrachtigd. 4. De krachtens het tweede lid opgelegde verplichting tot geheimhouding met betrekking tot aan leden van de raad overgelegde stukken wordt in acht genomen totdat het orgaan dat de verplichting heeft opgelegd, dan wel, indien het stuk waarop geheimhouding is opgelegd aan de raad is voorgelegd, totdat de raad haar opheft. De raad kan deze beslissing alleen nemen in een vergadering die blijkens de presentielijst door meer dan de helft van het aantal zitting hebbende leden is bezocht.

Gemeentewet: artikel 86 1. Een commissie kan in een besloten vergadering, op grond van een belang, genoemd in artikel 10 van de Wet openbaarheid van bestuur, omtrent het in die vergadering met gesloten deuren behandelde en omtrent de inhoud van de stukken die aan de commissie worden overgelegd, geheimhouding opleggen. Geheimhouding omtrent het in een besloten vergadering behandelde wordt tijdens die vergadering opgelegd. De geheimhouding wordt door hen die bij de behandeling aanwezig waren en allen die van het behandelde of de stukken kennis dragen, in acht genomen totdat de commissie haar opheft. 2. Op grond van een belang, genoemd in artikel 10 van de Wet openbaarheid van bestuur, kan de geheimhouding eveneens worden opgelegd door de voorzitter van een commissie, het college en de burgemeester, ieder ten aanzien van stukken die hij aan een commissie overlegt. Daarvan wordt op de stukken melding gemaakt. De geheimhouding wordt in acht genomen totdat het orgaan dat de verplichting heeft opgelegd, dan wel de raad haar opheft. 3. Indien een commissie zich ter zake van het behandelde waarvoor een verplichting tot geheimhouding geldt tot de raad heeft gericht, wordt de geheimhouding in acht genomen totdat de raad haar opheft.

Vertrouwelijkheid Wetboek van Strafrecht: artikel 272 lid 1 Hij die enig geheim waarvan hij weet of redelijkerwijs moet vermoeden dat hij uit hoofde van ambt, beroep of wettelijk voorschrift dan wel van vroeger ambt of beroep verplicht is het te bewaren, opzettelijk schendt, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste een jaar of geldboete van de vierde categorie.

Algemene wet bestuursrecht: artikel 2:5 1. Een ieder die is betrokken bij de uitvoering van de taak van een bestuursorgaan en daarbij de beschikking krijgt over gegevens waarvan hij het vertrouwelijke karakter kent of redelijkerwijs moet vermoeden, en voor wie niet reeds uit hoofde van ambt, beroep of wettelijk voorschrift ter zake van die gegevens een geheimhoudingsplicht geldt, is verplicht tot geheimhouding van die gegevens, behoudens voor zover enig wettelijk voorschrift hem tot mededeling verplicht of uit zijn taak de noodzaak tot mededeling voortvloeit. 2. Het eerste lid is mede van toepassing op instellingen en daartoe behorende of daarvoor werkzame personen die door een bestuursorgaan worden betrokken bij de uitvoering van zijn taak, en op instellingen en daartoe behorende of daarvoor werkzame personen die een bij of krachtens de wet toegekende taak uitoefenen.

16

Gedragscode en integriteitsregels gemeente Sittard-Geleen

Openbaarheid van bestuur Wet openbaarheid van bestuur (WOB): diverse artikelen De regelgeving komt erop neer dat de bestuursorganen gevraagd en ongevraagd documenten over bestuurlijke aangelegenheden openbaar maken, tenzij de uitzonderingsgronden en beperkingen van artikel 10 WOB van toepassing zijn.

Gemeentewet: artikel 23 1. De vergadering van de raad wordt in het openbaar gehouden. 2. De deuren worden gesloten, wanneer ten minste een vijfde van het aantal leden dat de presentielijst heeft getekend daarom verzoekt of de voorzitter het nodig oordeelt. 3. De raad beslist vervolgens of met gesloten deuren zal worden vergaderd. 4. Van een vergadering met gesloten deuren wordt een afzonderlijk verslag opgemaakt, dat niet openbaar wordt gemaakt tenzij de raad anders beslist. 5. De raad maakt de besluitenlijst van zijn vergaderingen op de in de gemeente gebruikelijke wijze openbaar. De raad laat de openbaarmaking achterwege voor zover het aangelegenheden betreft ten aanzien waarvan op grond van artikel 25 geheimhouding is opgelegd of ten aanzien waarvan openbaarmaking in strijd is met het openbaar belang.

Vergoedingen Gemeentewet: artikel 99 1. Buiten hetgeen hun bij of krachtens de wet is toegekend, ontvangen de leden van de raad, van een door de raad, het college of de burgemeester ingestelde commissie, van een deelraad en van het dagelijks bestuur van een deelgemeente als zodanig geen andere vergoedingen en tegemoetkomingen ten laste van de gemeente. 2. Voordelen ten laste van de gemeente, anders dan in de vorm van vergoedingen en tegemoetkoming, genieten zij slechts voor zover de raad dit bij verordening bepaalt. De verordening behoeft de goedkeuring van gedeputeerde staten. Verordening rechtspositie wethouders, raads- en commissieleden gemeente Sittard-Geleen 2016: In deze verordening zijn vergoedingen en faciliteiten vastgesteld voor raads- en commissieleden. Regeling fractieondersteuning gemeente Sittard-Geleen: artikel 1 1. De fracties zoals bedoeld in artikel 5 van het Reglement van Orde van de raad ontvangen jaarlijks een financiële bijdrage als tegemoetkoming in de kosten van het functioneren van de fractie.

Besteding fractievergoeding Regeling fractieondersteuning gemeente Sittard-Geleen: artikel 2 1. De fracties besteden de bijdrage om hun inbreng in de volksvertegenwoordigende, kaderstellende en controlerende taak van de raad te versterken.

Gebruik gemeentelijke faciliteiten Verordening rechtspositie wethouders, raads- en commissieleden gemeente Sittard-Geleen:

Artikel 6 1. Raadsleden aan wie op aanvraag een computer, bijbehorende apparatuur en software in bruikleen ter beschikking wordt gesteld, ondertekenen hiervoor een bruikleenovereenkomst met de gemeente.

17

Formele sancties Kieswet: artikel X1 1. Zodra onherroepelijk is komen vast te staan dat een lid van een vertegenwoordigend orgaan een van de vereisten voor het lidmaatschap niet bezit of dat hij een met het lidmaatschap onverenigbare betrekking vervult, houdt hij op lid te zijn. 2. De voorzitter van het vertegenwoordigend orgaan geeft hiervan onverwijld kennis aan de voorzitter van het centraal stembureau. 3. Een overeenkomstige kennisgeving vindt plaats, indien door het overlijden van een lid een plaats in het vertegenwoordigend orgaan is opengevallen.

Kieswet: artikel X8 1. Het lid van de gemeenteraad dat in strijd met artikel 15, eerste lid, van de Gemeentewet handelt, kan in zijn betrekking worden geschorst door de voorzitter van de gemeenteraad. De voorzitter onderwerpt de zaak aan het oordeel van de raad in zijn eerstvolgende vergadering. 2. De raad kan, na de geschorste in de gelegenheid te hebben gesteld zich mondeling te verdedigen, hem van zijn lidmaatschap vervallen verklaren. Indien hij daartoe geen aanleiding vindt, heft hij de schorsing op. 3. De raad kan ook ambtshalve het lid dat in strijd met artikel 15, eerste lid, van de Gemeentewet handelt, na hem in de gelegenheid te hebben gesteld zich mondeling te verdedigen, van zijn lidmaatschap vervallen verklaren. 4. Van de beslissing van de raad, bedoeld in het tweede en derde lid, wordt terstond aan de belang hebbende mededeling gedaan. 5. De werking van een besluit, inhoudende de vervallenverklaring, wordt opgeschort totdat de beroepstermijn is verstreken of, indien beroep is ingesteld, op het beroep is beslist. Ingeval de vervallenverklaring ambtshalve heeft plaatsgevonden, is het lid van de raad gedurende deze periode in zijn betrekking geschorst. 6. Indien een lid van de raad op grond van dit artikel onherroepelijk van zijn lidmaatschap vervallen is verklaard, doet de burgemeester daarvan mededeling aan de voorzitter van het centraal stembureau.

18

Gedragscode en integriteitsregels gemeente Sittard-Geleen

VRAGEN EN ANTWOORDEN BETREFFENDE CONCRETE CASUSSEN Regels betreffende het voorkomen van (de schijn van) belangenverstrengeling Vraag 1: Een raadslid is voorzitter van een voetbalvereniging. Mag het raadslid zijn raadslidmaatschap combineren met dit voorzitterschap?

Antwoord: Artikel 13 van de Gemeentewet verbiedt de combinatie van deze functies niet. Artikel 2.4 van de gedragscode wordt dus niet overtreden door het combineren van deze functies. De functie moet wel worden gemeld en de griffier moet zorg dragen voor bekendmaking van deze nevenactiviteit (zie artikel 2.6 van de gedragscode). Let op: Een raadslid moet al zijn functies melden.

Variant 1: De Sportnota wordt behandeld in de raad. Mag dit raadslid meestemmen?

Antwoord: Ja. In de Sportnota worden beslissingen voorgelegd die alle sporten betreffen. Er treedt dus à priori geen verstrengeling van belangen op als dit raadslid mee doet aan de besluitvorming in de raad. Kennis bij raadsleden over sport is van groot belang om kwalitatief goede besluiten over sport te nemen voor de gemeente. Het is dus van belang dat hij meedoet in de besluitvorming. Let op: De redenatie ‘bij twijfel niet meestemmen’ gaat niet altijd op. Het ligt in de kern van de taak van een raadslid om te stemmen. Hij mag dus slechts in een beperkt aantal - in de wet genoemde gevallen - niet meestemmen. Meestemmen mag niet als het belang van een raadslid (‘of een individu of organisatie waarbij hij een persoonlijke betrokkenheid bij heeft’) wordt verstrengeld met het algemeen belang. In alle andere gevallen is het devies gewoon te stemmen. Er kan een schijn van belangenverstrengeling ontstaan in een situatie waardoor een raadslid overweegt niet mee te stemmen. Natuurlijk dient het raadslid de schijn van belangenverstrengeling te voorkomen. Maar vaak zijn er in specifieke situaties nog andere mogelijkheden om actief de schijn van belangenverstrengeling te voorkomen anders dan door niet meestemmen.

Variant 2: De raad moet besluiten over uitbreiding van voetbalvelden. Ook de club waar het raadslid voorzitter van is wordt genoemd. Mag hij meestemmen?

Antwoord: Nee, artikel 2.2 van de gedragscode verbiedt het raadslid mee te stemmen. De club is één van de (duidelijke) belanghebbenden in dit besluit dus een verstrengeling van belangen is aan de orde: het belang van de club dat hij geacht wordt te dienen als voorzitter enerzijds en het belang van de stad voor de uitbreiding van voetbalvelden.

19

Variant 3: Mag dit raadslid een ander lid van de fractie het woord laten voeren op dit dossier?

Antwoord: Dat mag. Maar het gaat bij de mogelijkheid om de besluitvorming te beïnvloeden verder dan alleen het overdragen van het woordvoerderschap op dit dossier. Het raadslid/de voorzitter van de voetbalclub mag op grond van artikel 2.3 van de gedragscode ook intern het standpunt van de fractie niet beïnvloeden over de uitbreiding van de voetbalvelden. Omdat de burger niet kan controleren of hij dat ook daadwerkelijk niet heeft gedaan, is het zaak dat alle fractieleden er op toezien dat ook in de interne oordeels- en besluitvorming de activiteiten van dit raadslid gescheiden blijven.

Variant 4: Als het raadslid/de voorzitter tegen de uitbreiding van velden van zijn eigen club zou stemmen, dan is toch voor de burger te zien dat hij zijn raadswerk en zijn voetbalwerk scheidt? Dan kan hij toch meestemmen?

Antwoord: Nee, ook dan mag hij op grond van artikel 2.2 van de Gedragscode niet meestemmen. Wellicht komt het de voetbalclub om redenen die niet bekend zijn, veel beter uit als de uitbreiding bij een andere club geschiedt. Dan zou het weliswaar lijken alsof hij in het belang van de gemeente (en niet van de club) zou stemmen, maar hij doet dat feitelijk niet. Stemgedrag is dus niet relevant in deze situatie.

Variant 5: De raad moet besluiten over uitbreiding van voetbalvelden. Voetbalclub X wordt genoemd als kandidaat. Het kind van een raadslid (niet zijnde de voorzitter van de voetbalclub) zit op voetclub X. Mag het raadslid meestemmen?

Antwoord: Ja, het raadslid mag gewoon meestemmen. De relatie tussen het raadslid en de voetbalclub is niet van dien aard dat er sprake of dreiging is van een onwenselijke verstrengeling van persoonlijk belang met het algemeen belang. Zie ook de opmerking onder variant 1 van bovenstaand voorbeeld.

Vraag 2: Een raadslid is tevens zzp-er. Hij verzorgt als trainer onder meer trainingen ‘De klant is koning’. De afdeling Burgerzaken van de gemeente Sittard-Geleen vraagt hem deze training te verzorgen voor medewerkers Burgerzaken. Mag hij de opdracht aannemen?

Antwoord: Nee, hij mag deze opdracht niet aannemen. De Gemeentewet verbiedt raadsleden in artikel 15 bepaalde overeenkomsten aan te gaan en bepaalde handelingen te verrichten. In bovenstaande situatie is artikel 15 lid 1 onder d van de Gemeentewet van toepassing. Dat betekent dat het aannemen van de klus een overtreding van de gemeentewet en daarmee van artikel 2.5 van de gedragscode zou zijn.

Variant 1: En als hij nu niet zelf voor de groep staat, maar iemand inhuurt die dat namens zijn éénmansbedrijf doet?

Antwoord: Ook dan mag hij de klus niet aannemen, op grond van artikel 15, lid 1 onder d, onderdeel 1e van de Gemeentewet. Het feit dat zijn bedrijf de overeenkomst rechtstreeks aangaat, maakt dat dit artikel van toepassing is. Het aannemen van de klus is een overtreding van de Gemeentewet en daarmee van artikel 2.5 van de gedragscode. 20

Gedragscode en integriteitsregels gemeente Sittard-Geleen

Variant 2: En als hij de opdracht nu vrijwillig doet, dus zonder daarvoor een betaling te krijgen?

Antwoord: Ook dan geldt dat hij de opdracht niet mag aannemen. Het gaat in dit artikel om het aangaan van een overeenkomst. Of daar wel of niet voor betaald wordt doet niet ter zake. Dat het raadslid niet wordt betaald is voor derden (waaronder ‘de burger op straat’) niet zichtbaar en kan om die reden toch de schijn van belangenverstrengeling opleveren. Het aannemen van de opdracht is een overtreding van de Gemeentewet en daarmee van artikel 2.5 van de gedragscode.

Variant 3: Een trainingsbureau heeft de opdracht van de gemeente gekregen om de training ‘De klant is koning’ te verzorgen voor de medewerkers van Burgerzaken. Dit bureau vraagt het raadslid/tevens zzp-er de training te verzorgen. Mag dit raadslid de klus aannemen?

Antwoord: Nee. De overeenkomst met de gemeente wordt weliswaar niet rechtstreeks aangegaan, maar via het trainingsbureau. ‘Middellijk’ verricht het raadslid dus wel (betaald) werk voor de gemeente. Het aannemen van de klus is een overtreding van de Gemeentewet en van artikel 2.5 van de gedragscode.

Vraag 3: Een raadslid is tevens leerlingbegeleider en weet om die reden veel over jeugdzorg. Mag hij woordvoerder in de raad zijn op dit onderwerp?

Antwoord: Ja, dat mag. Het is van belang dat raadsleden kennis hebben over wat zich afspeelt in het maatschappelijk middenveld. Mede daarom wordt een combinatie van functies slechts zelden uitgesloten bij wet. Het raadslid mag alleen niet het standpunt van de fractie (en de raad) dusdanig beïnvloeden dat het onterecht positief uitpakt voor zijn eigen werkgever. Let op: In de praktijk komen veel verschillende situaties voor waarin een raadslid in zijn andere functie betrokken kan zijn bij het verrichten van werk in opdracht voor de gemeente. Het is verstandig iedere situatie goed te analyseren en bij twijfel hierover advies in te winnen bij bijvoorbeeld de griffier.

Vraag 4: Wijkplatforms in Sittard-Geleen zetten zich vrijwillig in voor een leefbare en veilige buurt. De wijkplatforms werken samen met professionele partijen/partners die hetzelfde doel nastreven namelijk de gemeente, politie, woningcorporaties, het welzijnswerk en zorginstellingen. De platforms zijn dialoogpartner van de genoemde professionele organisaties. Mag een raadslid voorzitter of lid zijn van een wijkplatform?

Antwoord: De wetgever sluit dit niet expliciet uit. Het gaat hierbij meer om de vraag of het een wenselijke situatie is. Als volksvertegenwoordiger ben je er voor de hele gemeente, niet alleen voor de wijk. Als een raadslid in een wijkplatform actief is en in de raad vervolgens meepraat over die wijk, wordt de schijn van het behartigen van deelbelangen gewekt. Dit is onwenselijk. Daarnaast wordt het eigen raadswerk ook nodeloos ingewikkeld gemaakt doordat er verwarring wordt gezaaid over de eigen rol. Dit is ook verwarrend voor de andere leden van het platform. Het als toehoorder aanwezig zijn in het wijkplatform zonder deel te nemen aan de beraadslagingen is mogelijk. Hierbij is het duidelijk als het raadslid dit zelf ook expliciet kenbaar maakt.

Vraag 5: De gemeente heeft een ICT-project dat wordt aanbesteed. De gunning van het project is in handen van het college. De zoon van een raadslid schrijft met zijn bedrijf in voor dit project. Mag dit? 21

Antwoord: Ja, dat mag. Zolang het aanbestedingstraject wordt aangestuurd door het college, is de schijn van belangenverstrengeling aan de kant van het raadslid minimaal. Voorwaarden zijn dat het raadslid zich verre houdt van eventuele (formele of informele) besprekingen over het betreffende ICT-project én dat het raadslid geen informatie deelt met zijn/haar zoon die zijn kansen zou kunnen vergroten. Overigens wordt opgemerkt dat de schijn van belangenverstrengeling niet helemaal te vermijden is omdat het voor derden niet te controleren is of het raadslid zich aan deze voorwaarden houdt.

Vraag 6: Een raadslid wordt door een burger gevraagd hem mee te vergezellen naar een gesprek met de wethouder Sociale Zaken over het besluit hem te korten op de bijstandsuitkering. Het betreffende raadslid verricht voor zijn dagelijkse werkzaamheden geen juridische adviserend werk en wordt niet voor zijn bijstand betaald. Mag het raadslid de betreffende burger vergezellen en het woord voeren tijdens dit gesprek?

Antwoord: De handeling van dit raadslid raakt de rol van adviseur. Het als raadslid optreden als adviseur van een burger in een geschil met de gemeente zou derhalve gekwalificeerd kunnen worden als een verboden handeling. Derhalve is het zaak dat het raadslid zich uitermate terughoudend opstelt. Als het raadslid vermoedt dat de burger in kwestie onrecht is aangedaan, staan hem/haar andere kanalen ter beschikking om aandacht te vragen voor het betreffende dossier, zoals het stellen van vragen aan het college op een gepaste manier. De term “geschil” is overigens ruimer dan “rechtsgedingen”. Onder de term “geschil” vallen ook bezwaarprocedures.

Regels betreffende (de schijn van) corruptie Vraag 7: Raadsleden krijgen van een theater in Sittard een kaart waarmee 5 voorstellingen kunnen worden bezocht in de huidige bestuursperiode, aangeboden. Mag deze kaart geaccepteerd worden?

Antwoord: Nee, het aannemen van de kaart, is een overtreding van artikel 3.1 van de gedragscode. Een dergelijke kaart is een gericht geschenk voor de politieke ambtsdragers van Sittard-Geleen.

Variant 1: Alleen de raadsleden die Kunst en Cultuur in hun portefeuille hebben, krijgen de kaart aangeboden. Het is voor het raadswerk goed om te weten hoe het reilt en zeilt bij het theater. Mag deze kaart geaccepteerd worden?

Antwoord: Nee, het aannemen van de kaart, is ook nu een overtreding van artikel 3.1 van de gedragscode. Het is ‘om te weten hoe het reilt en zeilt’ bij het theater voor deze raadsleden niet noodzakelijk een kaart te hebben en het accepteren van een dergelijke gift roept mogelijk wel de schijn van corruptie op. De raad kan zich in dit geval op een andere manier op de hoogte stellen omtrent specifiek het theater of de theaterbranche, zoals het afleggen van een werkbezoek met een duidelijk werkprogramma. De kaarten dienen dus terug te worden gestuurd conform artikel 3.2 van de gedragscode.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=SittardGeleen&id=fe633d39-177c-4090-9204-5aeabb5c4098