Eindrapport fase 1 WZL 03-08-2023
Tekst van het document
Meerdere vereisten voor een JTM-aanvraag zijn nog niet ingevuld, in ieder geval zal eerst duidelijk moeten worden welke entiteit het warmtenet gaat ontwikkelen en wie dus een aanvraag voor JTM kan indienen. Nadat het WZL-traject verdere invulling heeft gegeven aan de benodigde randvoorwaarden voor JTM, kunnen de resultaten van het consortium verder worden opgepakt in het kader van de JTMaanvraag. Het WZL project is opgenomen in het nationaal plan van de Rijksoverheid en heeft daarmee het recht verworven om een aanvraag in te kunnen dienen. JTM-financiering blijft immers belangrijk voor een gunstige financiële startpositie van WZL.
Figuur 7: indienmomenten JTM-aanvraag
De uitwerking van de definitieve JTM-aanvraag wordt meegenomen in het vervolg van WZL. Uitgangspunt binnen de planning van WZL is dat de aanvraag voor de sluitingstermijn voor de JTMfinanciering, uiterlijk in september 2025 wordt ingediend.
46
10. Consultatieronde 2 De bijlagen bij dit hoofdstuk zijn: -
Bijlage 9: Gespreksonderlegger consultatieronde 2. Bijlage 10: Algemene gespreksleidraad consultatieronde II WZL.
Tijdens een tweede consultatieronde is de ambtelijk ontwikkelde visie, die naar voren is gekomen uit de eerder gevoerde onderzoeken en gesprekken, getoetst bij de in deze fase beoogde partners. Net als in consultatieronde 1, zijn ook deze gesprekken semigestructureerd gevoerd aan de hand van een gespreksonderlegger (zie bijlage 9) en gespreksleidraad (zie bijlage 10). De onderlegger zoomt in op de meest relevante aspecten, waaronder publieke de rol van gemeenten en private partijen, governance, bedrijfsvoering, duurzaamheid en randvoorwaarden. Het doel van de gespreksleidraad is om aan de hand van een aantal vragen de rol en positie en eventuele aandachtspunten in kaart te brengen. In dit hoofdstuk gaan wij kort in op de opgehaalde resultaten. In paragraaf 10.1 gaan wij allereerst in op de beoogde rollen en posities van lokale overheden en provincie. Vervolgens gaat paragraaf 10.2 in op de rollen en posities van de overige partijen.
10.1. Rollen en posities overheden Als onderdeel van consultatieronde 2 zijn wederom gesprekken gevoerd met de tien gemeenten en Provincie Limburg die in beeld zijn als deelnemer in het beoogd warmtenet. Deze gesprekken hebben deels op ambtelijk en deels op bestuurlijk niveau plaatsgevonden. In deze paragraaf gaan wij kort in op de belangrijkste uitkomsten van deze gesprekken, waaronder de rol en positie binnen het warmtenet en eventuele standpunten en/of aandachtspunten.
Gemeenten De gemeenten onderschrijven het maatschappelijk belang van het WZL en steunen de richting van een publiek nutsbedrijf dat hier invulling aan geeft. Gemeenten participeren in het WZL, maar geven aan dat de financiële draagkracht daarvoor beperkt is. Een aantal gemeenten in de regio zijn (op kleinere schaal) betrokken bij warmteprojecten en benoemen het passend integreren of positioneren daarvan in/t.o.v. het WZL als aandachtspunt. Zekerheid en snelheid waarmee het initiatief er komt zijn belangrijke begrippen als het gaat over draagvlak bij burgers en raden.
Provincie Limburg In het nieuwe coalitieakkoord onderschrijft de provincie het WZL-proces. Daarnaast wordt ook het vormen van een Provinciaal Energiebedrijf benoemd. Een publiek warmtebedrijf past binnen dit gedachtengoed. Tijdens de WZL-stuurgroep werd de wens benoemd om de gedeputeerde als bestuurlijk voorzitter van het WZL fase 2 te positioneren. De Provincie verwacht deel te nemen in fase 2. Gezien ontwikkeling van het Provinciale Energiebedrijf heeft de provincie de wens op het dossier prioriteit toe te kennen.
10.2. Rollen en posities overige partijen Als onderdeel van consultatieronde 2 zijn met diverse partijen gesprekken gevoerd. In deze paragraaf gaan wij kort in op de rollen en posities, de door hen aangedragen aandachtspunten en standpunten én de mogelijke bijdrage aan het realiseren van een warmtenet Zuid-Limburg van de diverse partijen waarvan in consultatieronde I aangegeven werd dat zij mogelijk een rol kunnen opnemen in de totstandkoming van het WZL, nu of in de verdere toekomst.
47
Woningcorporaties Woningcorporaties zijn een belangrijke stakeholder, mede omdat de corporaties met hun woningbezit het warmte-afnamerisico van een warmtenet aanzienlijk kunnen verlagen door aan de voorkant toezeggingen te doen om aan te sluiten. De C8 heeft de intentie uitgesproken om aangesloten te worden op een warmtenetwerk als dat warmtenet in de omgeving van hun bezit wordt ontwikkeld en aangelegd mits er aan bepaalde voorwaarden worden voldaan. De voorwaarden die de C8 woningcorporaties stellen worden in onderstaande uitgangspunten beschreven. Uitgangspunten De Kraamkamers woningcorporaties hebben de intentie uitgesproken om aangesloten te worden op een warmtenetwerk als dat warmtenet in de omgeving van hun bezit wordt ontwikkeld en aangelegd. Het is namelijk een alternatief dat past binnen de strategie om van het aardgas af te kunnen. De ontwikkeling en aanleg van warmtenetten verloopt echter niet volgens het tijdspad waarop de corporaties haar bezit gasloos tracht te maken of via prestatieafspraken met gemeenten heeft vastgelegd. Vanwege de Nationale Prestatie Afspraken (NPA-)opgave zullen de woningcorporaties trachten rekening te houden met de mismatch van opgave en aanleg van een warmtenet door, daar waar mogelijk, ‘no-regret’ maatregelen te treffen.
Zoals bijvoorbeeld bij collectieve warmtevoorzieningen het uitfaseren van cv-ketels door hoge temperatuur warmtepompen. Dat zijn warmtepompen die inwisselbaar zijn door een aansluiting op een hoge temperatuur warmtenet. Natuurlijk zijn er aanvullende uitgangspunten die de corporaties stellen aan het aansluiten op een warmtenet: •
•
•
•
Het warmtenet inclusief warmwatervoorziening zal op basis van het gelijkheidsbeginsel het beste alternatief zijn wanneer de alternatieven worden vergeleken op basis van het totaalbedrag aan kosten voor de aanschaf en het bezit van een product of dienst gedurende de hele levenscyclus/gebruikscyclus (de zgn. Total Cost of Ownership; TCO); De woningcorporaties wensen een warmteprijs dat een bepaald percentage lager ligt dan de NMDA- warmteprijs.11 Het uitgangspunt voor de woningcorporaties is dat de warmteprijs (deels) ontkoppeld is van de gasprijs, zodat een gasprijsstijging niet zal leiden tot een vergelijkbare warmteprijsstijging. De woningcorporaties willen in zee gaan met een solide warmtebedrijf. Dat betekent dat de organisatie van het warmtebedrijf voldoet aan de ACM gestelde Vergunningseisen Warmteleveranciers en dat kan aantonen. De woningcorporaties zijn niet de sluitpost voor de business case: wenselijk is dat de BAK lager of gelijk is aan het maximale tarief gesteld door de ACM. Als het warmtenet daardoor niet haalbaar is kan er een overleg gevoerd worden tussen de corporaties en het warmtebedrijf/ontwikkelaar over de extra bijdrage die per WEQ aan de corporaties gevraagd wordt.
Corporaties participeren alleen als de extra bijdrage en eventuele bijkomende kosten om woningen aan te passen voor het warmteafgiftesysteem, lager of maximaal gelijk zijn aan kosten voor gelijkwaardige alternatieven. Dat betekent dat wanneer er ‘no-regret’ maatregelen zijn getroffen de kosten van die maatregelen verdisconteerd worden als er overgegaan wordt op het warmtenetwerk.
11
De Niet Meer Dan Anders (NMDA)-warmteprijs, de maximale warmteprijs die warmteleveranciers aan haar afnemers mag berekenen, wordt jaarlijks vastgesteld door de Autoriteit Consument en markt (ACM)
48
•
•
•
•
•
•
•
Woningcorporaties willen alleen een langdurige relatie aangaan met een warmtebedrijf, als het warmtebedrijf bereid is de woningcorporaties te compenseren als de business case van het warmtenet in de loop der tijd zich verbetert. Woningcorporaties dienen immers als startmotor van een warmtenet. Zij lopen daardoor ook de hoogste risico’s, waardoor feitelijk de mensen in de samenleving die de kleinste beurs hebben het risico dragen. Door toekomstige uitbreidingen of technische verbeteringen kan de business case (aanzienlijk) verbeteren. Op basis van het risicoprofiel vinden de woningcorporaties het gerechtvaardigd om een deel van de verbetering terug te laten vloeien naar de woningcorporaties of een lagere warmteprijs. Bovendien willen woningcorporaties alleen een langdurige relatie aangaan met een warmtebedrijf als het warmtebedrijf aantoonbaar kan maken dat zij prijstechnisch concurrerend blijft t.o.v. prijsontwikkelingen van gelijkwaardige alternatieven. Dat kan bijvoorbeeld door aantoonbare projecten of plannen waarin het warmtebedrijf streeft het warmtenet verder te verduurzamen en de warmteprijs op termijn te verlagen. Een gebouw of woning dat/die niet toekomstklaar geïsoleerd is, kan voor of na aansluiten op een warmtenet toekomstklaar geïsoleerd worden waardoor de warmtevraag lager kan zijn/worden dan het warmte-(ontwikkel)bedrijf initieel heeft begroot.
Het warmtenet beschikt over een kwaliteitsverklaring die is opgenomen in de database ‘Gecontroleerde verklaringen’ van het Bureau Controle en Registratie Gelijkwaardigheid (BCRG). Voor de kwaliteitsborging verwachten de woningcorporaties dat de prestatie van de energie- infrastructuur wordt gemonitord en gerapporteerd. Voor een eventueel nieuwe warmte-infrastructuur kan ervoor gekozen worden om met conservatieve aannamen te werken, bijvoorbeeld met behulp van correctiefactoren, waardoor men voldoende zekerheid heeft om aan de beoogde energieprestatie te voldoen. Bij de verschillende ontwikkelingen van warmtenetten in Limburg valt op dat van de drie meest betrokken partijen (corporatie/ gemeente/ warmtebedrijf) er vaak twee in de lead zijn en eentje een meer volgende positie heeft. De ervaring wijst echter uit dat het belangrijk is dat alle drie de betrokken partijen goed vertegenwoordigd zijn in de planontwikkeling en de corporaties gaan uit van een goede betrokkenheid. De afweging om deel te nemen aan (het ontwikkelen of) aansluiten op een warmtenet is niet alleen technisch-economisch van aard. Er zijn diverse andere factoren die deze keuze kunnen beïnvloeden.
In sommige gevallen is het wellicht wenselijk om juist de zwakkere wijken als eerste aan te pakken als onderdeel van een ontwikkelplan of wordt ervoor gekozen om in een wijk te starten waar een lokaal initiatief groot is. De wijkvisies dienen hierbij als leidraad die op basis van de warmtevisie aangescherpt moeten worden. Ook de particuliere woningvoorraad gaat hier nadrukkelijk onderdeel van uit maken. Als alle partijen deze uitgangspunten en randvoorwaarden ook onderschrijven komt dat ten gunste van het proces en de samenwerking bij het opstellen van de uitvoeringsplannen. Deze uitgangspunten gelden voor warmtenetten met verschillende temperatuurregimes. Aanpassingen aan de woningen zullen afhankelijk zijn per temperatuurregime. Voor een hogetemperatuur-warmtenet (watertemperatuur vergelijkbaar met een cv-ketel) zal naar verwachting geen of een beperkte investering nodig zijn om een woning (gedeeltelijk) te isoleren om aan te kunnen sluiten. Voor het verlagen van de woonlasten is meer isolatie wel gewenst. Bij een laagtemperatuur- of midden temperatuurwarmtenet is goede isolatie (minimaal label B) wel nodig en mogelijk ook het plaatsen van grotere radiatoren. Het aansluiten op een hoog temperatuurwarmtenet is voor corporaties technisch gezien de eenvoudigste oplossing en heeft de laagst maatschappelijke kosten om te komen tot volledig gasloze woningen.
In geval van gasloze woningen zullen naast de kosten van het aansluiten op 49
•
het warmtenet, installatiekosten in de woningen en noodzakelijke isolerende maatregelen ook de kosten voor elektrisch koken meegenomen in de business case – kostenberekening. Waarbij voor de corporaties geldt dat deze totale investering moet leiden tot een rendabele exploitatie van betreffende woningen. De geboden warmtevoorziening is toekomstbestendig. Dat betekent dat er een langdurige warmtebrongarantie aanwezig is of dat er een verantwoord en aantoonbaar alternatief aanwezig is, zodat in geval de warmtebron wegvalt de woningcorporaties niet gedwongen worden om over te gaan op een duur alternatief of grote technische ingrepen moeten doen in een kort tijdsbestek. Warmtenet Zuid-Limburg (WZL) is ontkoppeld van het warmtenet Mijnwater.
Chemelot Chemelot-bedrijven kunnen restwarmte leveren aan het warmtenet WZL: er geldt nog altijd hetzelfde aanbod als in het verleden; dat een (overwegend publieke) partij de restwarmte gratis mag komen ophalen indien zij de uitkoppeling en overige stappen zelf regelt. Daarnaast wordt de restwarmte geleverd op een ‘as available’ basis, zonder garanties betreffende leveringsbeschikbaarheid of leveringstermijn. Chemelot zal zelf niet investeren in uitkoppeling van restwarmte in fabrieken of het aanleggen van een restwarmtenet op Chemelot. WZL dient te investeren in de uitkoppeling van de warmte en krijgt daarmee de warmte gratis voor een nog contractueel vast te leggen langjarige periode. De gesprekspartners geven aan dat het WZL een goed initiatief is, maar benadrukken dat er in het verleden al veel energie gestoken is in het traject met HGN. Ze vinden het belangrijk om niet opnieuw te beginnen, maar voort te bouwen op eerdere inspanningen. Verder is het belangrijk om Chemelot perspectief te bieden hoe de grote risico’s, die tot nu toe de totstandkoming van een Limburgs warmtenetwerk op basis van restwarmte van Chemelot hebben belemmerd, overwonnen kunnen worden: vollooprisico, bronnenrisico en de businesscase.
Brightsite, als centrale partner in ontwikkeling van verduurzamingsinitiatieven op Chemelot, kan een rol spelen als intermediair tussen WZL en de bedrijven op Chemelot in de fase van ontwikkeling van het warmtenet. Indien dit leidt tot contracten tussen WZL en bedrijven op Chemelot (zowel in de ontwikkelfase als in de fase van warmtelevering), dienen deze met de bedrijven zelf afgesloten te worden. Vanuit USG stelt men dat er een afwachtende houding zal aangenomen worden ten opzichte van het WZL-initiatief totdat concrete ontwikkelingen, zoals de aanleg van een restwarmtenetwerk op Chemelot aan de orde zijn. Men zal nu geen capaciteit toewijzen aan een voor USG onzeker traject; momenteel is de beschikbare capaciteit hard nodig in de realisatie van de eigen duurzaamheidsdoelstellingen. Wel is er al commitment vanuit SABIC, zoals eerder vastgelegd in afspraken met betrekking tot de voorloper van WZL: HGN-Zuid. Deze bestaande afspraken, gerelateerd aan de reeds gerealiseerde warmte-uitkoppeling van OLE4, moeten worden voortgezet, en daarbij moet een duidelijke opvolging naar WZL worden geregeld. Nieuw commitment kan pas plaatsvinden bij significante ontwikkelingen in het warmtenetwerk. SABIC stelt daarmee voor om voort te bouwen op bestaande afspraken en in een later stadium nieuwe stappen te zetten.
Een bevestiging van de oorspronkelijke commitment tot restwarmtelevering kan wel worden uitgesproken.
50
Standpunten Men stelt dat lessen geleerd uit het eerdere initiatief HGN/HGNO benut moeten worden bij het WZL en perspectief geboden moet worden op het mitigeren van risico’s van een restwarmtenet. De gesprekspartners benadrukken het belang van een publiek nutsbedrijf zonder winstoogmerk dat verantwoordelijk is voor de warmtevoorziening. Men stelt dat warmte een basisbehoefte is, en dat deze net als bij drinkwater een nutsvoorziening zou moeten zijn. Men wil één centrale organisatie die de warmteafname regelt, waarbij het niet wenselijk is dat er individuele gesprekken met afzonderlijke partijen op Chemelot plaatsvinden. Uitkoppeling van restwarmte uit bestaande fabrieken is vaak complex en beïnvloedt potentieel de procesvoering (met name koeling van processen). De focus moet worden gelegd op grotere warmtebronnen waarbij de retourtemperatuur door de afnemer van de restwarmte gegarandeerd wordt om te voorkomen dat in de fabriek alternatieve proceskoeling moet worden gerealiseerd. Het is mogelijk de rol van USG om bronnen van restwarmte op het Chemelot complex via een warmtenet op Chemelot te verbinden en de warmte naar een hub buiten het complex te leiden. USG of haar aandeelhouders kunnen echter besluiten dit niet bij USG te beleggen.
Daarnaast benadrukt SABIC dat men warmtelevering aan een overwegend commerciële partij, tegen tarieven die onder commerciële tarieven liggen, niet kan accepteren. Vanuit SABIC heeft een (in meerderheid) publiek vehikel altijd de voorkeur gehad, met oog op het maatschappelijk belang. Het is belangrijk om naar buiten te communiceren dat de restwarmte nu afkomstig is van fossiele bronnen. Inzet van deze restwarmte voorkomt echter verbranding van fossiele brandstoffen voor het genereren van de warmte in de bebouwde omgeving. Bovendien wil Chemelot de fossiele bronnen vervangen, waardoor uiteindelijk CO2 vrije restwarmte geleverd kan worden. Strategische Raakvlakken Chemelot ziet strategische raakvlakken met het WZL-initiatief op verschillende gebieden. Circulaire Hub: De regio Zuid-Limburg wordt gezien als een circulaire hub, wat inhoudt dat er een sterke focus is op het valoriseren en hergebruiken van afval- en materiaalstromen. Naarmate deze activiteiten verder toenemen op Chemelot zal er daarbij ook meer restwarmte vrijkomen. Daardoor is het logisch om zowel nu als in de toekomst een warmtenet aan Chemelot te koppelen om deze warmte altijd nuttig in te kunnen zetten. Dit past bij de algemene filosofie van het minimaliseren van verspilling en het maximaliseren van efficiëntie.
Bijdrage aan klimaat- en bredere maatschappelijke doelstellingen: de inspanningen om restwarmte te hergebruiken zijn direct gekoppeld aan grotere doelen van energietransitie en klimaatverandering, maar dienen ook een breder maatschappelijk nut in de vorm van betaalbare warmte. En naast de vermindering van CO2-emissies is er ook de vermindering van uitstoot van stikstofoxiden (NOx) en fijnstof wanneer restwarmte ingezet wordt in plaats van aardgas voor het verwarmen van gebouwen. Vermindering van het koelwaterverbruik: Als restwarmte kan worden hergebruikt, in plaats van het te moeten wegkoelen, zal dit ook bijdragen aan het verminderen van het koelwaterverbruik op Chemelot. Het verbruik van koelwater is op zichzelf milieubelastend; met name nu dat langere periodes van extreme droogte steeds vaker voorkomen. Als de behoefte aan koelwater vermindert, kan er meer water beschikbaar worden gesteld voor andere doeleinden. Vermindering van de elektriciteitsvraag in de regio: Een lokaal restwarmtenet is een alternatief voor individuele elektrische warmtepompen voor huishoudens en/of bedrijven. In Limburg is schaarste 51
aan elektrische transportcapaciteit en het voorkomen van een grote groei aan elektrische warmtepompen kan het congestie probleem verminderen. Dit is zowel in het belang van Chemelot, waar ten gevolge van elektrificatie ook een stijgende vraag naar stroom is, als voor de overige transitieopgaven: mobiliteit en andere industrieën. Momenteel wordt Chemelot vooral geïnformeerd over het WZL initiatief, men pleit voor het volgen van het "RACI"-model in de toekomst. (Het RACI-model is een matrix die gehanteerd wordt om de rollen en verantwoordelijkheden van de personen die bij een project of lijnwerkzaamheden betrokken zijn weer te geven.) Bijdrage aan WZL Naast het ter beschikking stellen van restwarmte door de grote spelers op Chemelot, is het nuttig dat Brightsite betrokken blijft bij restwarmte als energiebron. Brightsite richt zich ook op innovaties die dit soort transities kunnen versnellen. Een voorbeeld is de Celsius warmtebatterij waarmee men mogelijk op termijn warmte aan voorloopprojecten kan leveren, zodat er warmte geleverd kan worden op plaatsen waar wel al warmtebehoefte is, maar nog geen net ligt. Omgekeerd is een sterke link met Brightsite onontbeerlijk voor de verbinding tussen de ontwikkelingen van warmtenetten en die op Chemelot. Ook kan Chemelot een rol spelen bij de communicatie richting de burgers.
Men erkent hoe dan ook de betrokkenheid van Chemelot als belangrijk voor het succes van het initiatief.
Netbeheerder Enexis Binnen de netbeheerder Enexis wordt er momenteel gewerkt aan een nieuwe visie met betrekking tot de rol van Enexis in warmte, vooral in het kader van de nieuwe Warmtewet en publiek zeggenschap. Er bestaat de mogelijkheid dat Enexis een belangrijke rol gaat spelen in warmtenetten binnen het eigen verzorgingsgebied. Men ziet zeker een rol weggelegd voor Enexis (of mogelijk voor dochterbedrijf Enpuls) binnen het Warmtenet Zuid-Limburg (WZL), maar verdere onderzoeken zijn nodig om de meest geschikte rol te bepalen. De definitieve positie is afhankelijk van de uitkomsten van de nieuwe interne strategie en de definitieve vaststelling van de nieuwe Wcw. Er dient op korte termijn rekening gehouden te worden met beperkte interne capaciteit. In de tussentijd is de visie met betrekking tot warmte nog open bij Enexis, maar men benadrukt dat Enpuls zeker kan deelnemen en ervaring kan opdoen op dit gebied. Het besluit om initieel onder de vlag van Enpuls te starten, wordt niet uitgesloten maar moet aan de aandeelhouders worden voorgelegd. Standpunten Enexis en Enpuls hechten waarde aan een gepaste afstand van WZL tot de veranderlijke gemeentepolitiek zonder dat dit ten koste gaat van lokale regie en draagvlak. Men stelt dat de hoofdlijn van de huidige visie en denkrichting aansluit bij de visie van Enexis en Enpuls.
Dit kan resulteren in een integraal of gesplitst warmtebedrijf, waarbij zij verantwoordelijkheid kunnen dragen voor onder andere het ontwerp, de bouw en aanleg en beheer van warmtenetten. Wat betreft duurzaamheid is het duidelijk dat er op dit moment alleen sprake is van een grote efficiëntieslag in het gebruik van fossiele brandstoffen. Het is belangrijk om naar de toekomst te kijken en te streven naar verduurzaming, maar men moet niet te streng oordelen over het feit dat het startpunt de restwarmte van industrie is, die nog grotendeels gebruik maakt van fossiele energiebronnen. Er mag geen lock-in 52
ontstaan door restwarmtelevering, dit laatste is echter zelden het geval aangezien de restwarmtelevering van marginaal economisch belang is voor de leverende partij. Enexis benadrukt dat woningbouwcorporaties nauw betrokken moeten worden bij de ontwikkeling van het warmtenet. Ook stelt men dat er ruimte moet zijn voor marktpartijen, maar niet wat betreft de regievoering. Strategische raakvlakken Als bestaande netbeheerder met belangen in zowel het elektriciteitsnetwerk als het gasnetwerk, heeft Enexis verschillende strategische raakvlakken met betrekking tot de energietransitie en de aanleg van warmtenetten. Belasting elektriciteitsnetwerk: De overstap van aardgas naar elektrische warmtepompen voor het opwekken van warmte heeft een grote impact op het elektriciteitsnetwerk. Het verhoogt de vraag naar elektriciteit, met name tijdens piekmomenten wanneer veel warmtepompen tegelijkertijd in gebruik zijn. Door de aanleg van warmtenetten kunnen alternatieve energiebronnen, zoals restwarmte of geothermische warmte, worden ingezet om de warmtevraag te verminderen en daarmee de belasting van het elektriciteitsnetwerk te beheersen. Warmtebuffers en netbalancering: Warmtenetten bieden de mogelijkheid om warmtebuffers te creëren, waarbij overtollige energie in warmte kan worden opgeslagen en op een later moment kan worden benut.
Dit kan dienen als een waardevolle asset voor netbeheerders zoals Enexis, wanneer warmtebuffers ingezet worden om het elektriciteitsnetwerk te balanceren. Ook kan er in de regio lokaal elektriciteit opgewekt worden op piekmomenten, waarvan de restwarmte in het warmtenet gevaloriseerd kan worden. Op deze manier kan de netbeheerder de stabiliteit en efficiëntie van het elektriciteitsnetwerk verbeteren. Synergie tussen netwerken: Als netbeheerder met expertise in zowel het elektriciteitsnetwerk als het gasnetwerk, heeft Enexis de mogelijkheid om synergie te realiseren tussen netwerken. Door warmtenetten te integreren in hun activiteiten, kunnen ze de verschillende energienetwerken op een gecoördineerde en efficiënte manier beheren. Dit stelt Enexis in staat om een integrale rol te spelen in de energietransitie en bij te dragen aan een geïntegreerd en duurzaam energiesysteem. Deze strategische raakvlakken benadrukken het belang van warmtenetten als een waardevolle component in de energietransitie, zowel voor het verminderen van de belasting op het elektriciteitsnetwerk als voor het balanceren van het netwerk. Enexis is een logische partner om een actieve rol te spelen in het faciliteren van de overgang naar duurzame warmtevoorziening, en het waarborgen van een betrouwbare energievoorziening.
Bijdragen aan het slagen van WZL Enexis ziet de rol van netbeheerders als essentieel in de komende Warmtewet en als een publieke kracht in de realisatie ervan. Enexis kan bijdragen aan het succes van het WZL door expertise en ervaring als netbeheerder, evenals door de ontwikkeling van warmtenetten met een focus op publieke belangen.
Waterschapsbedrijf Limburg Waterschapsbedrijf Limburg is geïnteresseerd in WZL ontwikkelingen, maar kiest, mede door andere prioriteiten, op dit moment een passieve rol in relatie tot het Warmtenet Zuid-Limburg. 53
Standpunten WBL benadrukt dat een duurzaam warmtenet het uiteindelijke doel moet zijn voor het regionale warmtenet, anders zal het niet deelnemen. WBL ziet een toekomstige rol bij het ontsluiten van haar duurzame warmtebronnen voor de gebouwde omgeving. WBL geeft aan dat men zelf over een relatief kleine beheersorganisatie beschikt (een beperkt leidingnetwerk t.o.v. bijvoorbeeld Enexis of WML), en dat men niet verwacht dat de eigen beheersorganisatie geschikt is om een extra beheerdersrol op te nemen voor het WZL. WBL stelt daarom dat het niet aan de orde is om het WZL te laten starten onder de vleugels van WBL als bestaande publieke entiteit. Strategische raakvlakken WBL heeft als publieke entiteit een verantwoordelijkheid in de energietransitie, tenminste wat betreft de eigen activiteiten. Daarnaast ziet men een maatschappelijke bijdrage in de substitutie van fossiel aardgas in de gebouwde omgeving door warmte vanuit rioleringstransportleidingen, waterzuiveringsslib en -effluent. WBL heeft bijzonder veel van deze warmte beschikbaar, en heeft daarmee een grote potentie om de klimaatimpact vanuit de gebouwde omgeving te verkleinen. Bovendien heeft de WBL via het waterschap de ambitie om het potentieel van warmte uit de lokale waterlopen te benutten ter vervanging van fossiele warmtebronnen.
Het inzetten van voorgenoemde warmte ter vervanging van aardgas kan niet individueel op betekenisvolle schaalgrootte. Hiervoor zijn collectieve oplossingen nodig in de vorm van warmtenetten, met collectieve warmtepompen voor het opwaarderen van de lage temperatuurbronnen tot een bruikbare temperatuur. WBL erkent de noodzaak om de benodigde infrastructuur aan te leggen alvorens de beschikbare duurzame warmte geleverd kan worden. Bijdrage aan WZL WBL kan de volgende bijdragen leveren aan het slagen van het WZL, en in het verlengde daarvan de lokale energietransitie. •
• •
WBL ziet op dit ogenblik af van een aandeelhouderspositie, gezien andere prioriteiten. Daarbij wordt wel interesse uitgesproken om deze ontwikkelingen op te volgen. WBL zal een passieve rol aannemen en kan van daaruit kennis leveren aan WZL: o Expertise m.b.t. innovatieve aanbestedingsvormen. o Ervaring met het aanbesteden, realiseren en beheren van grootschalige nutsinfrastructuurprojecten. Verduurzaming van het WZL netwerk door inzet van warmte uit afval-, gezuiverde-, en natuurlijke waterlopen. Mogelijk ook door de verwerking van zuiveringsslib. Bewaken van de value-case en maatschappelijke betekenis
Energie Beheer Nederland EBN adviseert de minister over het vormgeven van een model voor staatsdeelneming onder de Wet collectieve warmtevoorziening (WCW) en is zodoende geïnteresseerd in het initiatief WZL en de manier waarop een staatsdeelneming hier in kan passen. Op dit moment is het niet mogelijk voor EBN om een rol te nemen binnen het initiatief; het huidige mandaat van EBN binnen de warmteketen is beperkt tot aardwarmte. EBN verwacht rond oktober 2023 meer duidelijkheid vanuit het Rijk over 54
staatsdeelname en een eventuele rol van EBN hierin. De val van het kabinet kan hierbij voor vertraging zorgen, waarmee deze termijn verlengd kan worden. Aandachtspunten: De uitvoeringsorganisatie staat idealiter op afstand van de (lokale/regionale) politiek zodat de langdurige en planmatige continuïteit in de bedrijfsvoering geborgd kan worden. Dit om te voorkomen dat de uitvoeringsorganisatie elke vier jaar na een verkiezing moet rekening houden met mogelijke wisselingen. Het ligt voor de hand om te werken vanuit een regionale holding. Het aantal aandeelhouders in deze holding zou zoveel mogelijk moeten worden beperkt tot organisaties die waarde toevoegen aan het project en een direct belang hebben. Elke extra aandeelhouder maakt besluitvorming binnen en uitvoering van het project complexer. Hoewel specifieke voorwaarden voor participatie nog moeten worden bepaald, zijn er enkele hoofdaspecten te noemen. De Transitievisie Warmte van de deelnemende gemeenten moet aansluiten bij het project, er moet een besluit worden genomen door de verschillende colleges over het WZL-project en er moet een solide businesscase zijn. EBN benadrukt dat zoals het nu lijkt een staatsdeelneming enkel deel kan nemen aan een/dit project indien hier een vraag vanuit de gemeentes (en provincie gezien de regionale schaal) aan te grondslag ligt.
Provincie en regionale netbeheerder zijn andere relevante publieke partijen in de governance met het oog op het realiseren van publieke uitvoeringskracht. Waar mogelijk zou er samengewerkt moeten worden met private warmtebedrijven met het oog op het vergaren en bewaren van kennis en kunde.
Bijdragen aan het slagen van WZL: EBN kan vanuit haar positie als adviseur aan de minister met betrekking tot het model voor toekomstige staatdeelneming onderwerpen onder de aandacht van de minister brengen die in het kader van de WCW opgelost moeten worden of anderzijds aandacht behoeven. Daarnaast heeft EBN momenteel expertise op het gebied van aardwarmte en kan haar kennis inzetten om de ontwikkeling en exploitatie van aardwarmtebronnen binnen het initiatief te ondersteunen. Dit kan bijdragen aan de verduurzaming van de warmtevoorziening in het regionaal warmtenet.
Gasunie Gasunie ziet zichzelf niet als aandeelhouder binnen een integraal regionaal nutsbedrijf zoals WZL. Het bedrijf richt zich primair op (hoofd)transportnetwerken en niet op opwek, distributie of levering. Projectrealisatie voor derden is uitgesloten, dit wordt binnen Gasunie zelf doorgaans aan contractors uitbesteedt. Gasunie zal dus geen directe rol spelen in de uitvoering van WZL, en wil daarin ook geen rol als tussenpersoon. Gasunie is echter bereid om in gesprek te gaan met WZL voor de aanleg van de backbone-infrastructuur wanneer het moment daar is voor de ontwikkeling van transportnetwerken over grotere afstanden. Standpunten Gasunie erkent de uitdaging om particuliere woningbezitters massaal over te halen om zich aan te sluiten op het warmtenet. Zij begrijpen het belang van het ontwikkelen van een formule binnen de fase "proof of concept" om dit te realiseren. 55
Cruciaal voor de ontwikkeling van een hoofdtransportleiding is dat er voldoende vraag naar warmtetransport is. De aanwezigheid van bestaande distributienetwerken helpt daarom bij de ontwikkeling van dit soort transportnetwerken. Gasunie benadrukt het belang van de verduurzamingsopgave vanuit het Rijk. Gasunie hecht veel waarde aan schaalbaarheid bij het ontwikkelen van decentrale netwerken, zodat deze gemakkelijk kunnen worden gekoppeld tot een regionaal netwerk. Gasunie ziet de behoefte aan een strategie voor de aanleg van de backbone als essentieel. Er zijn twee opties: overdimensioneren tijdens de aanleg van lokale netwerken, wat hogere kosten met zich meebrengt maar later kostenbesparingen kan opleveren, of niet overdimensioneren en later delen van het netwerk vervangen of dubbele leidingen aanleggen. Deze keuze heeft gevolgen voor de businesscase en vereist zorgvuldige afweging van technische, economische en operationele factoren. De overheid kan dit vollooprisico op zich nemen. Gasunie benadrukt dat de focus moet liggen op het realiseren van de vraag, aangezien dit cruciaal is voor het succes van het initiatief. Ook helpt als gemeenten haast maken met het aanwijzen van warmtekavels en het aanwijzen van warmtebedrijven om deze kavels te ontwikkelen. Zodra een warmtebedrijf aan boord is, kunnen zij goede expertise aanwenden om warmtenetten te ontwikkelen.
Daarnaast helpt het als overheden bereid zijn om subsidiering beschikbaar te stellen voor ontwikkelkosten en vollooprisico’s en meewerken voor soepele vergunningsverlening. Strategische raakvlakken Gasunie is een publiek bedrijf en heeft daarmee een verantwoordelijkheid in de energietransitie. Als beheerder van het gastransportnetwerk in Nederland heeft Gasunie een belangrijke rol bij het faciliteren van de overgang van fossiele brandstoffen naar duurzame energiebronnen. Gasunie heeft ervaring en expertise in het transporteren van energie over grotere afstanden. Met WarmtelinQ wordt ervaring opgedaan in een regionaal hoofdtransportnetwerk voor warmte. Dit sluit aan bij het streven van WZL om een duurzaam regionaal warmtenet te realiseren. Gasunie kan in de toekomst mogelijk de backbone-infrastructuur aanleggen waarmee het regionaal warmtenet onderling verbonden wordt. Bijdragen aan het slagen van WZL Op termijn kan Gasunie een rol spelen bij de aanleg van het transportnetwerk voor het overbruggen van grotere afstanden, wat van cruciaal belang is het succes van WZL.
Invest-NL Invest-NL neemt graag de positie van klankbord bij de ontwikkeling van WZL. Daar hoort ook de begeleiding van het EU JTM-traject. Gezien de brede ervaringen van Invest-NL met warmtenetten en soortgelijke initiatieven is het raadzaam om op strategische momenten met Invest-NL te sparren. Invest-NL heeft een rol om oplossingen voor knelpunten uit de warmtetransitie verder te begeleiden en werken zo bijvoorbeeld ook aan de advisering voor de opzet van een landelijk financierinstrument. Een verdergaande positie in de ontwikkeling van warmtenetten is afhankelijk van de keuzes die in het Wcw-traject worden gemaakt. Een rol waarbij Invest-NL een vaste zitting neemt binnen een regionale ontwikkelorganisatie zoals WZL is daarom nu niet passend.
56
11. Vervolgproces Met dit eindrapport is het proces Warmtenet Zuid-Limburg fase 1 gereed; hiermee zijn de processtappen, onderzoeken en resultaten zoals benoemd in het procesplan fase 1, met als uiteindelijk doel het realiseren van het regionaal warmtenet in Zuid-Limburg, uitgewerkt. Op basis van dit eindrapport is het position paper opgesteld. Voor de conclusies fase 1 wordt verwezen naar dit position paper.
Besluitvorming -Voor de afronding van fase 1 is er besluitvorming voorzien in de Stuurgroep WZL van 13 september 2023. De stuurgroep neemt op basis van het eindrapport en het position paper het besluit om al dan niet verder te gaan met het WZL-proces. Als de stuurgroep positief besluit, dan ligt ook een (voorgenomen) besluit over het vervolgproces, fase 2 ‘Voorbereiding’ als beslispunt voor. Doel van fase 2 is het invullen van alle randvoorwaarden benodigd om te starten met de eerste ontwikkeling van het WZL, met als eindproduct een ontwikkelovereenkomst voor de eerste realisatie van WZL. Voor een overzicht van fase 2 wordt verwezen naar het procesplan fase 2 WZL. -Besturen deelnemende organisaties, september 2023 De besturen van de deelnemende gemeenten, de Provincie Limburg en aanvullende projectpartners wordt gevraagd een besluit te nemen over deelname fase 2 van het WZL-traject. Gevraagd wordt in te stemmen met deelname aan fase 2: ‘Voorbereiding’ in het WZL traject en hiervoor middelen en capaciteit beschikbaar te stellen.
Vervolgproces Onder voorbehoud van besluitvorming start begin oktober fase 2 van het WZL traject, de volledige tijdlijn van alle fases is hieronder weergegeven in figuur 8 (zie verder procesplan fase 2 WZL).
Figuur 8: Tijdlijn vervolgfases
57
Bijlagen: •
Bijlage 1: Kamerbrief besluit infrastructuur collectieve warmtevoorziening in publieke handen.
In deze bijlage staat de kamerbrief omtrent de infrastructuur van collectieve warmtevoorziening. •
Bijlage 2: Kamerbrief over voortgang Wetsvoorstel collectieve warmtevoorziening.
In deze bijlage staat de kamerbrief rond de voortgang over het Wetsvoorstel van de Wet collectieve warmtevoorzieningen. •
Bijlage 3: Wetsvoorstel Wet gemeentelijke instrumenten warmtetransitie.
In deze bijlage staat het Wetsvoorstel van de Wet gemeentelijke instrumenten collectieve warmtevoorziening. •
Bijlage 4: Procesplan fase 1 RSW-ZL WZL 2023.
Deze bijlage bevat het door de RES opgestelde procesplan voor fase 1 van WZL. •
Bijlage 5: Cluster Energie Strategie (CES) Chemelot 2021.
In deze bijlage is de Cluster Energie Strategie (CES) van Chemelot uit 2021 te vinden waarin wordt ingegaan op de ontwikkelingen en strategie rond de energie infrastructuur van Chemelot tussen 2030 en 2050. •
Bijlage 6: Cluster Energie Strategie (CES) Chemelot 2022.
In deze bijlage is de Cluster Energie Strategie (CES) van Chemelot uit 2022 te vinden waarin wordt ingegaan op de ontwikkelingen en strategie rond de energie infrastructuur van Chemelot tussen 2030 en 2050. •
Bijlage 7: Rapport RHDHV Toekomstbeeld duurzame warmtebronnen WZL.
Deze bijlage bevat het rapport van Royal HaskoningDHV waarin onderzocht is welke duurzame warmtebronnen beschikbaar zijn in de regio als aanvulling of back-up voor Chemelot. •
Bijlage 8: Risicoregister WZL.
In deze bijlage is een Excelbestand te vinden met de in kaart gebrachte risico’s voor WZL. •
Bijlage 9: Gespreksonderlegger consultatieronde 2.
In deze bijlage is de gesprekonderlegger te vinden die gebruikt is tijdens de tweede consultatieronde. Deze onderlegger bestaat uit 3 delen: 1. De praatplaat uit consultatieronde 1. 2. Een mindmap met de ambtelijke organisatieschets. 3. Visuele weergave van de vervolgfases. •
Bijlage 10: Algemene gespreksleidraad consultatieronde II WZL.
In deze bijlage is de algemene gesprekleidraad te vinden voor de tweede consultatieronde. Deze leidraad is per partij aangepast waar nodig en relevant.
58