Definitieve rapportage ETHOS Westelijke Mijnstreek
Tekst van het document
34
35
*Door afronding tellen de percentages op tot 99% in plaats van 100%
Regio westelijke mijnstreek
3.2.5 Gezondheid
algemene resultaten van de telling
Tabel 12 geeft de nationaliteit van de getelde dak- en thuisloze personen weer. Het merendeel van de getelde dak- en thuisloze personen had de Nederlandse nationaliteit (287 personen, 78%). Minder dan 5 personen (<1%) hadden eveneens de Nederlandse nationaliteit, maar waren uitgeschreven uit het BRP en hadden daardoor een registratie RNI. 4% van de getelde mensen (16 personen) was EU-burger en 3% van de personen (11 personen) had de nationaliteit van een land buiten de EU. Daarnaast waren minder dan 5 personen (<1%) staatloos, en was de nationaliteit van 49 personen (13%) onbekend.
In Tabel 14 wordt de samenstelling van het huishouden weergegeven. Met ‘kinderen’ doelen we hier enkel op direct betrokken kinderen. Drie kwart van de dak- of thuisloze mensen in regio Westelijke Mijnstreek verbleef alleenstaand in een leefsituatie van dak- of thuisloosheid. Het merendeel van de getelde volwassenen verbleef alleenstaand zonder kinderen in een situatie van dak- of thuisloosheid (243 personen, 66%). 34 personen van deze groep (14%) hadden wel indirect betrokken kinderen. Daarnaast verbleef 10% van de personen (35 mensen) alleenstaand met kind(eren) in een situatie van dak- of thuisloosheid. Deze groep bestaat voor het grootste deel uit vrouwen (71%). 12% van de volwassenen verbleef samen met een partner: 32 personen (9%) verbleven samen met hun partner zonder kinderen en 12 personen (3%) verbleven samen met partner en kind(eren). Verder verbleven er minder dan 10 personen (<2%) met hun ouder(s), waarvan minder dan 5 personen (<1% van het totaal) met ouders en kinderen. Minder dan 11 personen (<3%) verbleven in een ander familieverband in een situatie van dak- of thuisloosheid, bijvoorbeeld met een oom of zus, waarvan minder dan 5 personen (<1% van het totaal) met kind(eren). Van 8% van de personen (30 personen) is de samenstelling van het huishouden onbekend.
3
3.2.3 Nationaliteit en geboorteland
Tabel 15. Vermoedelijke gezondheidsproblemen van de getelde volwassen dak- en thuisloze personen (n=366)
Jeugdzorgvoorziening
Aantal volwassenen
%
Vermoeden van psychische/psychiatrische problemen
137
37%
Vermoeden van verslaving
80
22%
Vermoeden van verstandelijke beperking
39
11%
Langdurig lichamelijke problemen
27
7%
Fysieke beperking
9
2%
Geen (bekende) gezondheidsproblemen
34
9%
Onbekend
149
41%
Van de in totaal 366 getelde volwassenen, was er bij 17% (62 personen) vermoedelijk sprake van zowel psychische/psychiatrische problematiek als van verslavingsproblematiek. Bij 7% van de personen (24 personen) was er sprake van zowel vermoedelijke psychische/psychiatrische problemen als van een vermoedelijke verstandelijke beperking. 4% van de personen (16 personen) had zowel een vermoedelijke verstandelijke beperking als vermoedelijke verslavingsproblematiek. Bij 3% van de personen (11 personen) was er vermoedelijk sprake van zowel een verstandelijke beperking, psychische/psychiatrische problematiek als verslavingsproblematiek.
3.2.6 Verleden in een instelling Tabel 16 geeft het instellingsverleden weer van de getelde dak- en thuisloze personen. Van de getelde dak- en thuisloze personen verbleef 17% (61 personen) op enig moment in hun leven in detentie, 17% van de personen (63 personen) verbleef ooit in een psychiatrische voorziening en 10% van de personen (36 personen) verbleef ooit in een jeugdzorgvoorziening. 11% van de mensen (41 personen) verbleef nooit in een van de opgesomde instellingen. Bij 45% van de personen (164 personen) is onbekend of zij op enig moment in hun leven in een instelling verbleven. Of iemand op enig moment in een psychiatrische instelling, detentie of jeugdzorgvoorziening verbleef, is zelfs voor het merendeel van de mensen onbekend. De genoemde percentages zijn daarmee naar waarschijnlijkheid lager dan het werkelijke percentage personen dat op enig moment in een instelling verbleef. Tabel 16. Ervaring met verblijf in een instelling van getelde volwassen dak- en thuisloze personen (n=366) Aantal volwassenen
%
Detentie Ja
61
17%
Nee
113
31%
Onbekend
192
52%
Totaal
366
100%
Ja
63
17%
Nee
91
25%
Onbekend
212
58%
Totaal
366
100%
Regio westelijke mijnstreek
Psychiatrische voorziening
Ja
Aantal volwassenen
%
36
10%
Nee
92
25%
Onbekend
238
65%
Totaal
366
100%
Geen ervaringen in een instelling
41
11%
Instellingsverleden geheel onbekend
164
45%
3.2.7 Inkomstenbronnen Tabel 17 geeft de verschillende inkomstenbronnen van de getelde dak- en thuisloze personen weer. In de vragenlijst konden er meerdere inkomstenbronnen per persoon worden ingevuld. Daarom tellen de genoemde percentages niet op tot 100. Van de 366 getelde volwassenen, is inkomen uit een bijstandsuitkering (participatiewetuitkering) de meest genoemde inkomstenbron (60 personen, 16%), gevolgd door inkomen uit een ziekte- of arbeidsongeschiktheidsverzekering (59 personen, 16%) en inkomen uit vast of tijdelijk werk (36 personen, 10%). In totaal ontvingen 136 personen (37%) een inkomen uit een uitkering. Daarnaast hadden 11 personen (3%) een inkomen uit illegale activiteiten en 7 personen (2%) een informeel inkomen, zoals bijvoorbeeld via ‘zwart’ schoonmaakwerk of het maken van muziek op straat. 11% van de getelde dak- en thuisloze mensen (39 personen) had op het moment van de telling geen inkomen. Voor 11 personen (3%) werd een andere inkomstenbron aangeven, zoals studiefinanciering, financiële ondersteuning van familieleden, of van een kerk. Voor 35% van de personen (128 personen) is de inkomstenbron onbekend. Tabel 17. Inkomstenbronnen van de getelde volwassen dak- en thuisloze personen (n=366) Aantal volwassenen
%
Bijstandsuitkering (participatiewetuitkering) 7
60
16%
Ziekte- of arbeidsongeschiktheidsuitkering
59
16%
Vast of tijdelijk werk (inclusief ZZP’ers)
36
10%
Leefgeld van een instelling
12
3%
Illegale activiteiten
11
3%
Werkloosheidsuitkering
9
2%
Pensioen/AOW-uitkering
8
2%
Informeel inkomen
7
2%
Geen inkomen
39
11%
Anders
11
3%
Onbekend
128
35%
3.2.8 Actieve begeleiding Tabel 18 laat zien of de getelde dak- of thuisloze mensen actieve begeleiding kregen. Actieve begeleiding is gedefinieerd als ‘minimaal één begeleidingscontact in de afgelopen maand’. Ruim de helft van de getelde dak- of thuisloze personen werd actief begeleid door één of meerdere organisaties (186 personen, 51%). Veel
7
Binnen deze categorie valt tevens de daklozenuitkering. De daklozenuitkering valt onder de Participatiewet, die sinds 1 januari 2015 van kracht is (Participatiewet | Rijksoverheid.nl
36
). 37
algemene resultaten van de telling
Tabel 16. Ervaring met verblijf in een instelling van getelde volwassen dak- en thuisloze personen (n=366) - vervolg
3
zijn daarmee naar waarschijnlijkheid lager dan het werkelijke percentage personen met vermoedelijke gezondheidsproblemen.
Aantal volwassenen
%
186
51%
Nee
82
22%
Onbekend
98
27%
Totaal
366
100%
Ja
3.2.9 Briefadres Tabel 19 geeft weer hoeveel van de getelde dak- en thuisloze personen een briefadres8 hadden. 41% van de getelde volwassenen (149 personen) beschikte over een briefadres. Een briefadres (ook wel een postadres genoemd) is een adres waar de overheid iemand zonder woonadres kan bereiken (Rijksoverheid, z.d.). De meeste personen hadden een briefadres bij een van de deelnemende gemeenten, bij familie of vrienden of bij Moveoo. 31% van de volwassenen (115 personen) had geen briefadres en voor 28% van de getelde mensen (102 personen) is deze informatie onbekend.
De meest voorkomende aanleidingen voor het verlies van woonzekerheid zijn psychische problematiek (67 personen, 18%), relatiebreuk (63 personen, 17%), verslaving (43 personen, 12%), huisuitzetting vanwege huurschuld (41 personen, 11%), conflict met familie/huisgenoten (35 personen, 10%) en gedwongen verlaten van de woning vanwege einde van de huurovereenkomst (33 personen, 9%). Voor 49 van de getelde dak- en thuisloze personen (13%) wordt een (bijkomende) andere aanleiding genoemd. Veelvoorkomende andere aanleidingen zijn het gebrek aan standplaatsen op een woonwagenkamp, op eigen initiatief verlaten van zorginstelling, en vervuiling en/of een verzamelstoornis. Voor 66 personen (18%) is de aanleiding voor het verlies van woonzekerheid onbekend. Tabel 20. Aanleiding verlies woonzekerheid van de volwassen getelde dak- en thuisloze personen (n=366) Aanleiding
Aantal volwassenen
%
vanwege huurschuld
41
11%
vanwege overlast
21
6%
Huisuitzetting Tabel 19. Aantal getelde volwassen dak- en thuisloze personen met een briefadres
Ja
Aantal volwassenen
%
133
36%
vanwege drugshandel
11
3%
vanwege beëindiging van een omklapcontract
<5
<1%
Ja, maar onbekend waar
16
4%
Nee
115
31%
Gedwongen verlaten van woning
Onbekend
102
28%
vanwege einde van de huurovereenkomst
33
9%
100%*
vanwege verkoop van de woning
7
2%
vanwege renovatie van de woning
<5
<1%
vanwege ongeschikte/onbewoonbare woning
<5
<1%
Totaal
366
*Door afronding tellen de percentages op tot 99% in plaats van 100%
Relationele problemen/gebeurtenissen
3.2.10 Aanleiding(en) voor dak- en thuisloosheid Tabel 20 geeft een overzicht van de aanleidingen voor het verlies van woonzekerheid bij de getelde daken thuisloze mensen. Vaak is er sprake van een samenspel van factoren. In de vragenlijst konden daarom meerdere aanleidingen per persoon worden aangegeven. De percentages tellen om deze reden niet op tot 100.
Regio westelijke mijnstreek
Verschil tussen aanleiding verlies woonzekerheid en oorzaken van dak- en thuisloosheid In de vragenlijst werd gevraagd naar factoren die bijdroegen aan het verlies van woonzekerheid bij de mensen die de professionals hebben geteld (aanleidingen verlies woonzekerheid). Belangrijk om te benadrukken is dat het hierbij niet gaat om oorzaken van dak- en thuisloosheid. Vanuit bestaande kennis over oorzaken van dak- en thuisloosheid weten we dat zowel structurele als individuele factoren een rol spelen bij dak- en thuisloosheid.
8
Er is enkel gevraagd of mensen beschikken over een briefadres en niet of mensen beschikken over een woonadres. Het kan zijn dat
Relatiebreuk
63
17%
Conflict met familie/ huisgenoten
35
10%
(Huiselijk) geweld
26
7%
Onveilige thuissituatie anders dan huiselijk geweld (bv. Verwaarlozing, financiële uitbuiting, drugsmisbruik of verslaving)
17
5%
Overlijden van huisgenoot
<5
<1%
Psychische problematiek
67
18%
Verslaving
43
12%
Financiële problemen
31
8%
Ontslag uit een instelling
21
6%
Uitzetting uit instelling/voorziening vanwege incident of gedrag
19
5%
Werkloosheid
11
3%
Gevlucht vanwege een oorlog
6
2%
Immigratie
5
1%
Overig
mensen die geen briefadres hebben wel een woonadres hebben waar zij zich kunnen inschrijven (dit is bijvoorbeeld het geval bij mensen met dreigende huisuitzetting).
38
39
algemene resultaten van de telling
Tabel 18. Ontvangen van actieve begeleiding in maand voorafgaand aan de teldag
De belangrijkste structurele factoren zijn het gebrek aan betaalbare en passende huisvesting, onvoldoende inkomen (uit werk of uitkering), en onvoldoende toegankelijke en passende zorg en ondersteuning (Raad Volksgezondheid en Samenleving, 2020; Ministerie van BZK, Ministerie van SZW & Ministerie van VWS, 2020). Voor het oplossen van dak- en thuisloosheid is het belangrijk om te kijken naar zowel structurele als naar individuele factoren. De aanleidingen voor het verlies van woonzekerheid die uit dit onderzoek naar voren komen, vormen een belangrijke basis voor gesprekken met professionals over maatregelen ten behoeve van preventie.
3
genoemde begeleidende organisaties zijn Moveoo, Partners in Welzijn, Zuyderland GGZ, Levantogroep en Kracht in Zorg. Ruim een op de vijf personen ontving geen actieve begeleiding (82 personen, 22%). Van 98 personen (27%) is onbekend of zij actief werden begeleid door een instantie of organisatie.
Aantal volwassenen
%
Persoon is arbeidsmigrant en is met verlies van werk ook woning kwijtgeraakt
<5
<1%
Remigratie
<5
<1%
Illegaliteit
<5
<1%
Calamiteiten zoals brand, overstroming, etc.
<5
<1%
Anders
49
13%
Aanleiding onbekend
66
18%
Een groep die buiten de scope van het telonderzoek valt, zijn mensen die opgevangen worden in de zogeheten ‘Oekraïne opvang’: de opvang voor mensen die gevlucht zijn uit Oekraïne in verband met de oorlog. Omdat dit een relatief grote groep is die ook een huisvestingsvraag heeft, geven we hier weer hoeveel mensen in de Oekraïne opvang verbleven. In regio Westelijke Mijnstreek werden er in mei 2024 927 Oekraïense vluchtelingen opgevangen. Een klein deel van deze groep bestond uit mensen die worden aangeduid als ‘derdelanders’. Van deze groep personen verbleef 94% (869 personen) in gemeentelijke opvang locaties. Daarnaast verbleef 6% van de vluchtelingen (58 personen) op particuliere opvangplekken (bijvoorbeeld in gastgezinnen).
3.2.11 Duur van dak- en thuisloosheid Tabel 21 geeft weer hoe lang mensen dak- of thuisloos waren op de teldag. Ongeveer de helft van de getelde personen (177 mensen, 49%) was korter dan een jaar dak- of thuisloos. Hiervan waren 72 personen (20% van het totaal) minder dan vier maanden dak- of thuisloos en 105 personen (29% van het totaal) vier maanden tot een jaar dak- of thuisloos. Ongeveer een kwart van de getelde personen (85 personen, 23%) was langer dan een jaar dak- of thuisloos, waarvan 50 personen (14% van het totaal) twee jaar of langer. 4% van de getelde mensen (15 mensen) had op het moment van tellen nog huisvesting maar dreigde binnen een maand na de teldag uit huis gezet te worden. Voor 89 personen (24%) is de duur van hun dak- of thuisloze situatie onbekend. Tabel 21. Duur van dak- en thuisloosheid van de getelde volwassen dak- en thuisloze personen Aantal volwassenen
%
Minder dan vier maanden
72
20%
Vier maanden tot een jaar
105
29%
Een tot twee jaar
35
10%
Twee jaar of langer
50
14%
Er is nog huisvesting*
15
4%
Onbekend
89
24%
Totaal
366
100%**
*
Enkel van toepassing voor personen die zijn geteld in een woning met dreigende huisuitzetting
**
Door afronding tellen de percentages op tot 101% in plaats van 100%
Regio westelijke mijnstreek
Van de getelde volwassenen was 14% (50 personen) twee jaar of langer dak- of thuisloos. De grootste groep was alleenstaand zonder kinderen (60%) en 12% verbleef met een of meerdere kinderen in een situatie van dak- of thuisloosheid. Het merendeel was man (75%). De mensen binnen deze groep verbleven vaak in nietconventionele woonruimten (42%), bij familie, vrienden en derden (38%), en in de openbare ruimte (<10%). Opvallend is dat ook mensen op leeftijd langdurig dak- of thuisloos zijn: 28% van de getelde volwassenen is 60 jaar of ouder. Daarnaast had de meerderheid van de mensen die langdurig dak- of thuisloos waren de Nederlandse nationaliteit (86%), en had 4% de nationaliteit van een land buiten de EU.
40
41
algemene resultaten van de telling
Aanleiding
3.3 Opvang van Oekraïense vluchtelingen
3
Tabel 20. Aanleiding verlies woonzekerheid van de volwassen getelde dak- en thuisloze personen (n=366) - vervolg
4
resultaten Kwalitatief onderzoek naar arbeidsmigranten en verblijf op campings en vakantieparken
4.1 Arbeidsmigranten in een situatie van dak- of thuisloosheid 4.1.1 Zicht op het aantal dak-en thuisloze arbeidsmigranten in de zes regio’s In alle zes de regio’s werd op basis van het kwalitatieve onderzoek niet duidelijk wat de precieze omvang is van de groep dak- en thuisloze arbeidsmigranten. Geen van de zes regio’s heeft hier goed zicht op of kan hier een reële inschatting van maken. Dit komt onder andere doordat de kennis over de groep arbeidsmigranten en het gemeentelijk beleid met betrekking tot arbeidsmigranten versnipperd zijn over verschillende afdelingen en beleidsterreinen, zowel binnen de gemeenten als daarbuiten. Ook schrijven veel arbeidsmigranten zich niet in bij de gemeente. ‘Formeel zijn ze niet eens in Nederland, terwijl ze er wel zijn. [....] Als ik een kind geboren zie worden en beide ouders niet in de BRP staan ingeschreven, dan wordt het kind niet ingeschreven. Dat kind valt volledig buiten beeld. Zo hebben we veel spookburgers, spookarbeiders, die overal buiten vallen.’ (medewerker aanpak vakantieparken bij een provincie)
Regio westelijke mijnstreek
Er zijn geen officiële cijfers, maar de betrokken professionals zien wel dat het aantal arbeidsmigranten in een leefsituatie van dak- of thuisloosheid de afgelopen jaren fors is toegenomen. Specifiek voor regio Westelijke Mijnstreek geldt dat de groep dak- of thuisloze arbeidsmigranten met psychische problemen en een verslaving steeds zichtbaarder wordt in het straatbeeld. De mate waarin gemeenten in de zes regio’s moeite doen om zicht te krijgen op arbeidsmigranten die zich in een kwetsbare situatie bevinden loopt sterk uiteen. Sommige gemeenten hebben een actieve en outreachende aanpak. Zij doen bijvoorbeeld onderzoek bij bedrijven die ervan verdacht worden dat zij niet goed omgaan met hun werknemers. Andere gemeenten handelen voornamelijk reactief. Zij doen pas onderzoek wanneer er meldingen binnenkomen over de zorgelijke leefsituaties van arbeidsmigranten bij
44
In regio Westelijke Mijnstreek is er een meldpunt overlast, vanuit waar kan worden doorverwezen naar hulpverlenende instanties. Er kunnen ook meldingen worden gemaakt in het Pools of Roemeens. Het meldpunt is volgens betrokken professionals echter nog onvoldoende bekend bij arbeidsmigranten zelf. Desondanks handhaven gemeenten in de zes regio’s lang niet altijd, vanwege capaciteitsproblemen, het ontbreken van alternatieve huisvesting en angst voor extra zorgvragen en administratieve lasten. Volgens betrokken professionals wordt daarom veel gedoogd en weggekeken. Bij een deel van de gemeenten is er weinig politiek draagvlak om tot oplossingen te komen. Aan de andere kant zien betrokken professionals dat arbeidsmigranten soms zelf bang zijn om in beeld te komen bij gemeenten uit angst voor negatieve gevolgen. Het komt voor dat arbeidsmigranten in een leefsituatie van dak- of thuisloosheid bezoek krijgen van ambtenaren en de dag daarop de woonruimte hebben verlaten. ‘Zij willen niet in beeld zijn en proberen dit zo veel mogelijk te voorkomen. Hier worden verschillende redenen voor genoemd: ze zijn op de vlucht voor iets of willen absoluut niks te maken hebben met de overheid.
Het vermoeden is dat de kinderen ook moeten werken, en dat zij uitgebuit worden.’ (beleidsadviseur arbeidsmigranten gemeente) Professionals zien ook vaak dat werkgevers arbeidsmigranten verplaatsen op het moment dat de gemeente hen in beeld krijgt. Op deze manier worden zij bewust onder de radar gehouden.
4.1.2 Profielkenmerken van dak- en thuisloze arbeidsmigranten Volgens betrokken professionals in de zes regio’s zijn de meeste dak- en thuisloze arbeidsmigranten man. In regio Westelijke Mijnstreek is volgens inschatting van de professionals ongeveer 80 procent man. Een aanzienlijk kleiner percentage is vrouw. Professionals zien dat vrouwelijke arbeidsmigranten vaak in de prostitutie werken. De situatie van vrouwelijke arbeidsmigranten in leefsituaties van dak- en thuisloosheid is volgens de professionals extra kwetsbaar: zij krijgen regelmatig te maken met seksueel misbruik, geweld en uitbuiting. ‘Een jonge vrouw koos voor het slapen in een auto, zij wilde niet terug naar Polen, zij wilde niet naar de winteropvang. Ze was gefixeerd op het idee dat ze een nieuwe baan zou vinden. Het verblijf in de auto was iets ‘van haar’, haar eigen spulletjes. Ze wilde dat niet loslaten. Ze werd misbruikt door mannen. Jonge vrouwen zijn vooral kwetsbaar omdat ze niet zo ervaren zijn. Mannen kunnen hen gemakkelijk manipuleren.’ (medewerker Stichting Barka) De meeste arbeidsmigranten in de zes regio’s verblijven zonder partner en kinderen in een leefsituatie van dak- of thuisloosheid, maar er zijn ook arbeidsmigranten die met hun partner en/of kinderen in een leefsituatie van dak- of thuisloosheid verblijven. De leeftijden van dak- en thuisloze arbeidsmigranten lopen uiteen.
In meerdere regio’s (waaronder regio Westelijke Mijnstreek) wordt een sterke toename van het aantal jonge dak- en thuisloze arbeidsmigranten gezien. De groep dak- en thuisloze arbeidsmigranten in de zes regio’s bestaat voornamelijk uit mensen uit Midden- en Oost-Europa, waarbij Polen, Bulgaren en Roemenen de grootste groepen vormen. Er zijn volgens de betrokken professionals niet veel dak- of thuisloze arbeidsmigranten die uit landen buiten Europa komen. In alle zes de regio’s verrichten de meeste dak- en thuisloze arbeidsmigranten die werken laag- of ongeschoold werk. Bij de arbeidsmigranten die in beeld komen bij organisaties spelen naast problemen met
45
Resultaten kwalitatief onderzoek naar arbeidsmigranten en verblijf op campings en vakantieparken
In de zes regio’s waar in 2024 een ETHOS-telling werd uitgevoerd is aanvullend onderzoek gedaan naar de situatie van dak- en thuisloze arbeidsmigranten en mensen die noodgedwongen verblijven op campings en vakantieparken. Het doel van dit onderzoek was om meer inzicht te krijgen in de aantallen, leefsituaties en profielkenmerken van deze groepen. In de periode van maart tot juni 2024 hielden onderzoekers van Hogeschool Utrecht in alle zes regio’s online focusgroepen met professionals die in contact staan met daken thuisloze arbeidsmigranten en mensen die noodgedwongen verblijven op campings en vakantieparken. In totaal namen er vanuit de zes regio’s 39 personen deel aan de focusgroepen gericht op dak- en thuisloze arbeidsmigranten en 36 personen aan de focusgroepen gericht op campings- en vakantieparken. Deelnemers waren onder andere werkzaam bij gemeenten (beleidsmedewerkers en BOA’s), provincies (aanpak vakantieparken), maatschappelijke opvangorganisaties, de GGD, wijkteams, vakantieparken, een branchevereniging van vakantieparken en Stichting Barka. In een van de regio’s namen ook twee voormalig bewoners van campings en vakantieparken deel. Ter voorbereiding op de dataverzameling werd een beknopte literatuurverkenning uitgevoerd en werden online gesprekken gevoerd met enkele deskundigen.
Hieronder staan de overkoepelende resultaten beschreven van het onderzoek in de zes regio’s. Daarbij worden ook enkele regiospecifieke kenmerken uitgelicht voor regio Westelijke Mijnstreek. Het onderzoek geeft een globaal beeld van de situatie in de zes regio’s en gaat niet in op de specifieke situatie in de verschillende regiogemeenten binnen deze regio’s. De citaten in dit hoofdstuk zijn afkomstig van professionals uit alle zes de regio’s, dus niet uitsluitend uit regio Westelijke Mijnstreek.
‘Vijf locaties, ongeveer vijftig arbeidsmigranten aangetroffen en slechts één persoon was geregistreerd. Ze hadden geen huurovereenkomst. Ze hadden niks.’ (beleidsadviseur arbeidsmigranten gemeente)
4
4 Resultaten kwalitatief onderzoek naar arbeidsmigranten en verblijf op campings en vakantieparken
de gemeente zelf of bij het meldpunt ‘Meld Misdaad Anoniem’. Bij controles treffen ambtenaren in de zes regio’s geregeld mensen aan die niet staan ingeschreven en dus illegaal wonen.
De leefsituaties waarin dak- en thuisloze arbeidsmigranten zich bevinden, zijn divers volgens de professionals in de zes regio’s. Een deel van de dak- en thuisloze arbeidsmigranten verblijft in de openbare ruimte, zoals op straat, in de natuur, of in een parkeergarage. Een klein deel verblijft in een opvang voor dakloze mensen. In de winter verblijven zij vaak in de winternoodopvang, waar ze gratis kunnen verblijven als de koudweerregeling van kracht is. Professionals in de zes regio’s zien dat sommige werkgevers deze noodopvang benutten als huisvesting gedurende de winterperiode. Zij zetten arbeidsmigranten daar soms met busjes af. Wanneer er geen koudweerregeling van kracht is, krijgen dakloze arbeidsmigranten in de zes regio’s vaak geen toegang tot de opvang voor dakloze mensen. Zij worden vaak als ‘niet rechthebbend’ gezien, wat volgens de betrokken professionals lang niet altijd terecht is. ‘Ik hoor vaak de vraag van de gemeente: zijn ze hier vijf jaar of langer? Dat is vaak de eerste vraag. Dat betekent niet dat ze geen rechten hebben. Ook als ze hier drie jaar zijn, kunnen ze al rechten hebben. We moeten bewijzen dat ze hier hebben gewerkt, belasting hebben betaald en een zorgverzekering hebben. Ik probeer alles om dit te bewijzen.’ (medewerker Stichting Barka)
Regio westelijke mijnstreek
Arbeidsmigranten in de zes regio’s verblijven ook in andere leefsituaties van dak- en thuisloosheid, zoals bij vrienden, familie of derden en in niet-conventionele woonruimten vanwege gebrek aan passende huisvesting. Geschat wordt dat de grootste groep arbeidsmigranten in een niet-conventionele woonruimte verblijft. Soms is dat een auto of de werkplek van de arbeidsmigranten, maar het vaakst is dit volgens betrokken professionals een woonruimte die wordt aangeboden door de werkgever, vaak tegen zeer hoge kosten. Professionals uit de zes regio’s geven aan dat de huisvesting van arbeidsmigranten voor werkgevers een zeer lonend verdienmodel is. Geregeld worden arbeidsmigranten gehuisvest op campings en vakantieparken. Ook worden arbeidsmigranten door de werkgever ondergebracht in wooncomplexen, particulier verhuurde huizen en hotels die specifiek worden gebruikt voor de huisvesting van arbeidsmigranten. In regio Westelijke Mijnstreek zelf is het aantal campings gering en worden mensen voornamelijk in de omringende parken buiten de regio gehuisvest. Ook verblijven veel arbeidsmigranten in de regio in een oud hotel en via illegale kamerverhuur in de wijk. Omdat wonen en werk doorgaans aan elkaar gekoppeld zijn, zijn arbeidsmigranten sterk afhankelijk van hun werkgever: het verlies van werk leidt tot verlies van huisvesting. Veel arbeidsmigranten hebben dus geen woonzekerheid.
Zij zijn vaak gedwongen om genoegen te nemen met gebrekkige huisvesting: ze hebben geen alternatief en weten dat ze het risico lopen om hun baan en daarmee hun woonruimte te verliezen als ze hiertegen in protest komen. Betrokken professionals zien dat werkgevers vaak bewust gebruikmaken van de kwetsbare positie van arbeidsmigranten. Zij rekenen hoge tarieven voor huisvesting van vaak zeer lage kwaliteit, wat hen veel geld oplevert. De door werkgevers verstrekte woonruimte is vaak in slechte staat en overbewoond. Niet zelden moeten arbeidsmigranten hun bed delen met anderen: de bedden worden vaak afwisselend gebruikt door mensen die overdag werken en mensen die ’s nachts werken. Ook delen sommige werkgevers boetes uit aan arbeidsmigranten als de woonruimte niet goed genoeg is opgeruimd, bijvoorbeeld als hun bed niet is opgemaakt en hun schoenen niet tegen de muur staan. ‘Wij zagen bij de illegale kamerverhuur dat er een afhankelijkheidsrelatie is. Je kan niet klagen tegen je huisbaas want dat is ook je werkgever en dan verlies je misschien je baan. Het zijn slechte kamers, met slechte isolatie en waar schimmels zijn. Het is geen goede huisvesting. Enkele bedrijven doen het wel goed,
46
Arbeidsmigranten zijn vaak niet goed op de hoogte van hun rechten en plichten. Gemeenten in de zes regio’s voeren vaak geen actief beleid om hen hierover te informeren en ook werkgevers doen dit (al dan niet bewust) vaak niet. Hierdoor krijgen arbeidsmigranten geen toegang tot belangrijke voorzieningen in Nederland, zoals uitkeringen, toeslagen en het kunnen inschrijven voor een woning. Onder andere Stichting Barka ondersteunt dak- en thuisloze arbeidsmigranten in Nederland hierbij. ‘Het grootste probleem is huisvesting. Uitzendbureaus beloven goed werk en een goed salaris voor 40 uur per week, maar het is in de praktijk niet zo. [..] Ze belanden daardoor op straat. Ze hebben geen zorgverzekering en geen recht op opvang. Het is ook moeilijk om een briefadres te krijgen voor ze, want ze verblijven vaak nog te kort in Nederland. Het is een groot probleem op dit moment om iets te kunnen regelen voor deze mensen.’ (medewerker Stichting Barka) De betrokken professionals in de zes regio’s zien dat arbeidsmigranten die samen met hun kinderen in een situatie van dak- of thuisloosheid verblijven voornamelijk verblijven bij vrienden, familie of derden en in niet-conventionele woonruimten. Ook voor de kinderen heeft het gebrek aan toegang tot voorzieningen negatieve gevolgen. ‘De kinderen hebben geen burgerservicenummer en daardoor lopen ze voorzieningen mis.
Ze hebben geen adres, ze wonen in bij iemand die niet wil dat ze zich inschrijven. De gemeente wil geen briefadres verschaffen. De kinderen zijn heel beperkt, doordat ze niet mee kunnen doen met de rest. Doordat de huisvesting niet op een goede manier kan worden geregeld, lopen de kinderen heel veel mis.’ (beleidsadviseur informatiepunt arbeidsmigranten) Verschillende professionals in regio Westelijke Mijnstreek geven aan dat het goed zou zijn als er een vast aanspreekpunt is voor ondersteuning van (dreigend) dak- en thuisloze arbeidsmigranten. ‘De diensten zijn er niet toe ingericht, er is geen duidelijk punt waar mensen naar toe kunnen.’ (medewerker inloophuis voor dak- en thuisloze mensen) Op casusniveau schakelen professionals zo nu en dan met stichting Barka, maar er is geen structurele inzet van deze stichting in regio Westelijke Mijnstreek. Andere belemmeringen bij de ondersteuning van dak- en thuisloze arbeidsmigranten zijn volgens betrokken professionals de taalbarrière en het feit dat veel mensen geen toegang krijgen tot zorg en ondersteuning. Professionals geven ook aan dat regio Westelijke Mijnstreek nog maar beperkt beleid heeft ontwikkeld gericht op de ondersteuning van dak- en thuisloze arbeidsmigranten.
4.2 Mensen die noodgedwongen verblijven op campings en vakantieparken 4.2.1 Zicht op het aantal mensen op campings en vakantieparken in de zes regio’s In regio Westelijke Mijnstreek zijn twee campings. Volgens betrokken professionals worden deze niet gebruikt voor huisvesting. Wel worden er met regelmaat dak- en thuisloze personen uit de regio bij gebrek aan een passend alternatief geplaatst op campings en vakantieparken net buiten de regio. Uit de focusgroepen blijkt dat geen van de zes regio’s goed zicht heeft op of een reële inschatting kan maken van het aantal mensen dat noodgedwongen verblijft op campings en vakantieparken. Net als bij dak- en
47
Resultaten kwalitatief onderzoek naar arbeidsmigranten en verblijf op campings en vakantieparken
4.1.3 Leefsituaties van dak- en thuisloze arbeidsmigranten
maar het merendeel werkt met arbeidsbureaus. Ook wordt soms de huur ineens verhoogd met 200 euro, zonder dat dit mag.’ (medewerker maatschappelijke opvang)
4
huisvesting ook problemen op andere gebieden, zoals financiën en lichamelijke en geestelijke gezondheid. Ook hun rechtsbescherming staat onder druk: de professionals vermoeden dat arbeidsmigranten vaak bewust worden geselecteerd op het niet machtig zijn van de Nederlandse of Engelse taal, zodat zij niet goed weten waar zij recht op hebben. Dit maakt het gemakkelijker om hen uit te buiten. Professionals zien ook dat een deel van de arbeidsmigranten slachtoffer is van mensenhandel.
Betrokken professionals uit de zes regio’s vinden dat gemeenten en camping- en vakantieparkeigenaren te weinig samenwerken bij het in beeld brengen van mensen die noodgedwongen op campings en vakantieparken verblijven. Gemeenten geven aan dat eigenaren van campings en vakantieparken vaak terughoudend zijn in het verschaffen van informatie over deze mensen. ‘Ze associëren een dakloze met problemen en zeggen: “Wij hebben hier geen problemen.” Maar als je dan doorvraagt blijken er wel degelijk daklozen op de camping te zitten. Ze willen geen aandacht daarvoor.’ (medewerker gemeente) Om meer zicht te krijgen op de groep mensen die noodgedwongen verblijft op campings en vakantieparken zouden gemeenten volgens de betrokken professionals uit de zes regio’s een meer actieve en outreachende aanpak moeten hanteren. De mate waarin dit gebeurt loopt sterk uiteen. Veel gemeenten geven aan dat zij hiervoor onvoldoende capaciteit hebben en ook het ontbreken van alternatieve huisvesting maakt dat zij dit soort situaties vaak gedogen. Ook is de aanpak erg afhankelijk van de bestuurlijke standpunten van de gemeente. Vaak grijpen zij alleen in na overlastmeldingen of wanneer duidelijk wordt dat er zorg nodig is. ‘Mensen met verslaving zorgen soms voor overlast en de huisvesting waar ze in wonen is vaak heel beroerd, niet brandveilig.
Daar zit een volgend probleem: mensen zitten er vaak omdat ze nergens anders meer terecht kunnen. Als wij gaan handhaven dan is er geen vervangende woonruimte en moeten deze mensen naar de maatschappelijke opvang, en dat is ook een dilemma.’ (medewerker gemeente) Een focus op handhaving en revitalisatie van vakantieparken lost het probleem volgens de betrokken professionals echter niet op: dit leidt volgens hen voornamelijk tot een verplaatsing van het probleem.
4.2.2 Profielkenmerken van mensen op campings en vakantieparken
Regio westelijke mijnstreek
Volgens betrokken professionals in de zes regio’s is de groep mensen die noodgedwongen op campings en vakantieparken verblijft heel divers. Het gaat om alleenstaande mannen, arbeidsmigranten, maar ook om alleenstaande ouders (vaker moeders dan vaders), volledige gezinnen (ook van arbeidsmigranten), jongeren en starters op de woningmarkt.
‘De intentie is vaak: ik verblijf daar even en als ik een huis gevonden heb ga ik daar weer weg. Maar in deze gemeente zijn de wachttijden tussen de zes en acht jaar voor een woning. Particuliere huur is voor veel mensen niet te doen, mensen zijn aangewezen op de sociale huurwoningen, urgentie is vaak niet bereikbaar. Gewoon scheiden is geen argument meer [voor urgentie], ook niet met kinderen.’ (professional welzijnswerk, actief op campings en vakantieparken) Daarnaast zijn er studenten of starters die geen passende huisvesting kunnen vinden, terwijl het wonen bij hun ouders voor hen niet meer houdbaar is. Zij staan nog niet lang genoeg ingeschreven bij woningcorporaties om voor een sociale huurwoning in aanmerking te komen. Particuliere huur en het kopen van een woning is voor hen te duur. ‘Er is een jonge doelgroep, mensen die gek thuis worden. Die betalen 800 euro en dan heb je een stacaravan of chalet.’ (medewerker branchevereniging recreatieparken) Voor arbeidsmigranten geldt volgens professionals dat zij vaak door hun werkgever worden geplaatst op campings en vakantieparken. Professionals in een van de zes regio’s geven aan dat er regio’s zijn met vakantieparken waar honderden arbeidsmigranten verblijven. Arbeidsmigranten beschikken meestal niet over een huurcontract en verkeren daarmee permanent in grote onzekerheid over hun huisvesting.
Zoals beschreven in paragraaf 4.1 komt het vaak voor dat zij met meerdere mensen een te kleine ruimte delen en dat de woonunits waar zij in verblijven in slechte staat zijn. De werkgevers vragen volgens de betrokken professionals desondanks exorbitant hoge bedragen voor deze woonruimten. ‘Ik kwam erachter dat er 12 mensen in een huisje zaten, terwijl er maar 6 bedjes waren. Dus bedjes worden dubbel verdeeld.’ (medewerker aanpak vakantieparken bij een provincie) Er wonen ook mensen op campings en vakantieparken die buiten het zicht van instanties willen blijven. Bijvoorbeeld vanwege persoonlijke problemen of schulden of omdat ze geen hulp of bemoeienis willen. Verblijf op een camping of vakantiepark lijkt daarmee een bewuste keuze, maar wordt door hen vaak gezien als enige optie. Daarnaast verblijven er mensen op campings en vakantieparken die bewust buiten het zicht van instanties worden gehouden. Dit gaat om mensen die onder dwang op campings en vakantieparken verblijven, als gevolg van mensenhandel of uitbuiting (bijvoorbeeld gedwongen prostitutie). Volgens betrokken professionals uit de zes regio’s is dit een zorgwekkende groep die steeds vaker in beeld komt. Naast deze groepen zijn er ook mensen die bewust kiezen voor het verblijf op een camping of vakantiepark om andere redenen dan gebrek aan passende huisvesting.
De betrokken professionals zien dat ook zij vaak in de problemen komen wanneer zij zich niet kunnen inschrijven en geen gebruik meer kunnen maken van allerlei voorzieningen. ‘Heel veel mensen wonen ook al heel lang op een vakantiepark, die zijn misschien wel thuisloos omdat ze op een campingpark hebben besloten te wonen, die hebben ook hun problematiek. Maar wonen daar wel het fijnst. Beetje prikkelvrij, buiten.’ (projectleider aanpak vakantieparken bij een provincie)
Aanleidingen voor noodgedwongen verblijf op campings en vakantieparken Er zijn verschillende omstandigheden die ertoe kunnen leiden dat mensen noodgedwongen op campings en vakantieparken terecht komen. Volgens professionals in de zes regio’s raakte een deel van de mensen door persoonlijke omstandigheden hun huisvesting kwijt, bijvoorbeeld door schulden, een relatiebreuk, huiselijk geweld of de vondst van een wietplantage. Hieronder vallen ook dakloze gezinnen die zich niet durven melden bij de maatschappelijke opvang uit angst dat jeugdzorg hun kinderen bij hen wegneemt. Tevens zijn er mensen die huisdieren hebben, waarmee zij niet in de opvang mogen verblijven. Deze mensen hebben allen onvoldoende inschrijftijd om in aanmerking te komen voor een sociale huurwoning of komen
Op campings en vakantieparken verblijven ook mensen die zich bezig houden met criminele activiteiten en op deze manier onder de radar kunnen blijven. Deze groep mensen valt alleen onder de ETHOS-Light classificatie indien er ook sprake is van een gebrek aan passende huisvesting en deze mensen nergens anders terecht zouden kunnen.
48
49
Resultaten kwalitatief onderzoek naar arbeidsmigranten en verblijf op campings en vakantieparken
‘Deze camping valt wel net buiten de Westelijke Mijnstreek, maar er komen wel veel mensen vanuit de Westelijke Mijnstreek. Hier kunnen wij dus ook niet op handhaven.’ (beleidsmedewerker gemeente)
bij woningcorporaties moeilijk aan een woning, bijvoorbeeld vanwege een verleden met hennepteelt of overlast.
4
thuisloze arbeidsmigranten komt dat doordat veel mensen zich niet kunnen of willen inschrijven bij de gemeente en doordat het beleid en de uitvoeringspraktijk op dit terrein versnipperd zijn over verschillende gemeentelijke afdelingen en beleidsterreinen. Zo werken de afdelingen handhaving en sociaal domein bijvoorbeeld onvoldoende of niet optimaal met elkaar samen rondom dit thema, mede doordat gemeenten hier lang niet altijd prioriteit aan geven. Ook is de samenwerking met zorgorganisaties beperkt. Omdat campings en vakantieparken waar mensen uit regio Westelijke Mijnstreek worden geplaatst net buiten de regio liggen wordt door de regio zelf niet gehandhaafd.
Resultaten kwalitatief onderzoek naar arbeidsmigranten en verblijf op campings en vakantieparken
4.2.3 Leefsituaties van mensen die verblijven op campings en vakantieparken Mensen die noodgedwongen wonen op campings en vakantieparken, verblijven volgens professionals in de zes regio’s in verschillende niet-conventionele woonruimten, zoals (sta)caravans, busjes en vakantiewoningen. De kwaliteit van deze woonruimten varieert sterk. Sommige bewoners wonen in relatief goede chalets, maar veel mensen verblijven in verwaarloosde caravans of huisjes die niet geschikt zijn voor permanent verblijf. ‘Er zijn hele mooie huisjes waarbij je denkt daar wil ik ook wel verblijven, maar er zijn ook caravans waarbij de achterwand van het toilet ontbrak. Het varieert van incomplete woningen tot mooie paleisjes. Er wonen ook vaker kinderen in caravans en vakantiewoningen van slechte kwaliteit.’ (professional welzijnswerk, actief op campings en vakantieparken) De professionals uit de zes regio’s geven aan dat de woonruimten soms in zo’n slechte staat zijn dat ze niet over basisvoorzieningen zoals stromend water, elektriciteit en/of verwarming beschikken. Professionals zien dat deze slechte omstandigheden een negatief effect hebben op de fysieke en mentale gezondheid van de bewoners. In het bijzonder bij gezinnen met kinderen vinden zij dit zeer zorgelijk.
‘Mensen wonen in een caravan maar hebben geen uitweg, die caravan is niet geschikt voor bewoning, bij wijze van spreken zak je zo door de vloer heen. Daar wonen mensen met een grote rugzak, die ook ziek zijn soms. Het is niet uit te leggen dat je mensen daar laat wonen. Soms kun je niet anders, maar het is de vraag of je dat moet willen.’ (medewerker gemeente)
4
De mogelijkheden voor inschrijving op het adres waar mensen verblijven zijn vaak beperkt. Het is wettelijk vastgelegd in de Wet Basisregistratie Personen (BRP) dat gemeenten verplicht zijn om mensen in te schrijven op het adres waar zij daadwerkelijk verblijven, maar tegelijkertijd is permanent wonen op een camping of vakantiepark in strijd met het bestemmingsplan. Bovendien staan veel campings en vakantieparken inschrijving niet toe. De regels omtrent wonen en inschrijven op campings en vakantieparken lopen sterk uiteen bij de gemeenten in de zes regio’s. Niet kunnen inschrijven belemmert de toegang tot zorg, onderwijs en sociale voorzieningen, zoals het kunnen ontvangen van uitkeringen of toeslagen. Ook hebben veel bewoners geen huurcontract, waardoor zij voortdurend in woononzekerheid verkeren. Dit zorgt voor veel stress bij deze bewoners. Zij hebben het gevoel dat zij niet worden gezien door de gemeente. ‘Het briefadres is een groot probleem. Wij zijn meerdere keren naar de centrumgemeente geweest voor een briefadres, die zeiden: “Ga maar naar de gemeente waarin de camping ligt.” Die gemeente zei: “Laat zien dat je daar kunt blijven voor langere tijd.” De camping wilde dat niet uit angst voor handhaving. De centrumgemeente zei: “Zolang je geen drugs of drank gebruikt doen we niks voor je.” Op den duur ben ik teruggegaan en heb ik gezegd dat we onder een brug verbleven.
Pas doen kregen we een briefadres.’ (oud bewoner vakantiepark)
Regio westelijke mijnstreek
De gemeenten in regio Westelijke Mijnstreek leveren volgens de professionals zoveel mogelijk maatwerk bij het verschaffen van briefadressen, bijvoorbeeld door een briefadres te bieden via maatschappelijke opvangorganisatie Moveoo. Gemeenten in de regio verschaffen zelf soms ook briefadressen wanneer mensen noodgedwongen op een camping of vakantiepark buiten de regio verblijven.
50
51
5
samenvatting en conclusies
5.1 Samenvatting 5.1.1 Eerste telling aan de hand van de ETHOS-Light definitie in regio Westelijke Mijnstreek Deze telling brengt dak- en thuisloosheid in regio Westelijke Mijnstreek in beeld. Daarbij is gebruik gemaakt van een nieuwe telmethode en een voor Nederland nieuwe definitie: ETHOS-Light. Het gaat hier om een daadwerkelijke telling van dak- en thuisloze personen die werd uitgevoerd door medewerkers van organisaties die met dak- en thuisloze personen in contact staan. Voor het eerst zijn in deze regio ook kinderen, mensen ouder dan 65 jaar, mensen zonder verblijfspapieren en mensen in een grote verscheidenheid aan leefsituaties van dak- en thuisloosheid in beeld gebracht. De telling geeft inzicht in het aantal dak- en thuisloze personen in de regio, de grote diversiteit aan leefsituaties van deze mensen en hun profielkenmerken. Uit de resultaten blijkt dat het betrekken van organisaties die zich niet specifiek richten op dak- en thuisloosheid van cruciaal belang is om zicht te krijgen op alle dak- en thuisloze personen. Meer dan de helft van de getelde personen kwam namelijk via deze organisaties in beeld.
De telling laat zien dat dak- en thuisloosheid overal voorkomt. In elk van de 3 deelnemende gemeenten werden volwassenen en kinderen getroffen door dak- en thuisloosheid. Er werden in totaal 289 dak- en thuisloze personen geteld in Sittard-Geleen, 26 personen in Stein en 23 personen in Beek. Of het totale aantal getelde personen hoger of lager is dan verwacht valt niet goed te zeggen. Het aantal dak- en thuisloze personen in deze regio is nog niet eerder op deze manier in kaart gebracht. Bestaande cijfers, zoals de schattingen van het CBS en de cijfers van de Gemeentelijke Monitoring Sociaal Domein, geven weinig tot geen inzicht in het aantal dak- en thuisloze personen op gemeentelijk en regionaal niveau. De door ons uitgevoerde telling is daarom in feite een nulmeting voor de regio en moet worden gezien als ondergrens, omdat ook met deze methode niet iedereen in beeld komt.
5.1.3 Profielkenmerken van de getelde dak- en thuisloze mensen 5.1.2 Het aantal dak- en thuisloze mensen in regio Westelijke Mijnstreek Dak- en thuisloosheid is in dit onderzoek gedefinieerd aan de hand van de ETHOS-Light classificatie, een internationaal gevalideerde definitie voor het meten van dak- en thuisloosheid. 55 organisaties telden op 9 april 2024 in regio Westelijke Mijnstreek in totaal 454 dak- en thuisloze personen, waarvan 366 volwassenen en 88 kinderen. ETHOS-Light deelt dak- en thuisloosheid op in zes verschillende categorieën (zie Tabel 22), waaraan de onderzoekers in navolging van het onderzoeksteam van Katholieke Universiteit Leuven een zevende categorie toevoegden, namelijk personen die uit huis gezet dreigen te worden binnen een maand na de teldag terwijl zij geen passende woonoplossing hebben. Tabel 22. Verblijfssituatie van dak- en thuisloze personen op 9 april 2024 Totaal getelde personen
454 Aantal volwassenen
%
Aantal kinderen
%
12
3%
-
-
2 In noodopvang voor dakloze mensen
6
2%
-
-
3
40
11%
5
6%
60
16%
5
6%
5 In niet-conventionele woonruimte
88
24%
16
18%
6 Bij familie / vrienden / derden
135
37%
56
64%
1
In de openbare ruimte In tijdelijke opvang voor dakloze mensen
4 In een instelling
Regio westelijke mijnstreek
+ Dreigende huisuitzetting
15
4%
6
7%
Verblijfssituatie onbekend op teldag, dak- of thuisloosheid bevestigd
10
3%
-
-
Totaal
366
100%
88
100%*
De telling laat zien dat de groep dak- en thuisloze mensen in regio Westelijke Mijnstreek heel divers is. 62 procent van de getelde dak- en thuisloze volwassenen in de regio was man en 34 procent was vrouw. Daarnaast was bij 6 procent van de personen de genderidentiteit onbekend. 19 procent van de personen was minderjarig, 81 procent was meerderjarig. Het percentage jongeren (18-27 jaar) was 23 procent. 78 procent van de mensen had de Nederlandse nationaliteit, daarnaast was 4 procent EU-burger en had 3 procent de nationaliteit van een land buiten de EU. 66 procent was alleenstaand zonder kinderen, 10 procent was alleenstaand met kinderen en 3 procent verbleef met een partner en kinderen. 37 procent van de getelde personen ontving een inkomen uit een uitkering, 10 procent had inkomen uit werk en 11 procent had geen inkomen. Bij 22 procent van de dak- en thuisloze personen was er een vermoeden van een verslaving en bij 37 procent was er sprake van een vermoeden van psychische/psychiatrische problematiek. Tevens was 49 procent van de getelde personen korter dan een jaar dak- of thuisloos en 14 procent twee jaar of langer. De verblijfssituaties van de getelde dak- en thuisloze mensen blijken niet statisch: een deel van de getelde dak- en thuisloze mensen verbleef in de twee weken voorafgaand aan de telling in verschillende leefsituaties van dak- en thuisloosheid.
5.2 Conclusies Met vertegenwoordigers van de betrokken organisaties en medewerkers van de deelnemende gemeenten reflecteerden we op de belangrijkste resultaten van de telling. Op basis van de verzamelde cijfers en de reflecties daarop lichten we de enkele conclusies uit.9
*Door afronding tellen de percentages op tot 101% in plaats van 100% 9
De conclusies in deze rapportage komen grotendeels overeen met de conclusies die beschreven staan in de onderzoeks-rapportages van de andere vijf regio’s die deelnamen aan de ETHOS-telling in 2024.
54
55
samenvatting en conclusies
Dit rapport beschrijft de resultaten van de ETHOS-telling in regio Westelijke Mijnstreek. Dit hoofdstuk vat de resultaten samen, geeft de belangrijkste conclusies weer en blikt terug op de telling.
5
5 Samenvatting en conclusies
De telling brengt een grote diversiteit aan mensen in beeld. Er verbleven op de teldag 12 volwassenen in de openbare ruimte en 6 volwassenen in de noodopvang voor dakloze mensen. In beide categorieën verbleven geen kinderen. 40 volwassenen en 5 kinderen verbleven in een tijdelijke opvangvoorziening voor dakloze mensen. 60 volwassenen en 5 kinderen verbleven langer dan nodig in een instelling vanwege gebrek aan een woonoplossing of moesten binnen een maand na de teldag een instelling verlaten zonder dat zij een woonoplossing hadden. 88 volwassenen en 16 kinderen verbleven in een niet-conventionele woonruimte zoals een kraakpand, garage, auto of stacaravan. 135 volwassenen en 56 kinderen verbleven tijdelijk bij familie, vrienden of derden. Verder verbleven 15 volwassenen en 6 kinderen in een woning die zij binnen een maand dreigden te moeten verlaten vanwege een huisuitzetting.
5.2.2 Dak- en thuisloosheid treft een groot aantal kinderen en jongeren De telling laat zien dat dak- en thuisloosheid veel kinderen en jongeren treft. 42% van de getelde dak- en thuisloze personen was jonger dan 28 jaar. In alle gemeenten in de regio zijn kinderen geteld in een situatie van dak- of thuisloosheid. In totaal zijn er 88 dak- en thuisloze kinderen geteld. Deze kinderen verbleven meestal samen met één of meerdere ouders. 5 van deze kinderen (6%) verbleven zonder één of meerdere ouders in een situatie van dak- of thuisloosheid. Dak- of thuisloze kinderen verbleven meestal bij familie, vrienden of derden (64%). Daarnaast verbleef 17% van de kinderen in niet-conventionele woonruimten, zoals een auto, een camper, een vakantiewoning zonder rechtsgeldig huurcontract of een woning zonder basisvoorzieningen. Dak- en thuisloosheid treft kinderen ook indirect: 100 kinderen waren niet zelf dak- of thuisloos, maar hebben wel een ouder die dak- of thuisloos is (meestal hun vader). Daarnaast waren er 105 jongeren (18-27) dak- of thuisloos. Zij vormen 23% van de getelde dak- en thuisloze personen. Jongeren waren meestal alleenstaand zonder kinderen (71%) en verbleven vooral bij familie, vrienden of derden (36%) of in niet-conventionele woonruimten (29%).
5.2.3 Arbeidsmigranten op straat vormen het topje van de ijsberg Dakloze EU-burgers vormen in het straatbeeld een duidelijk zichtbare groep. Een kwart van de mensen die op straat verbleef, was EU-burger met een niet-Nederlandse nationaliteit (25%). Volgens betrokken professionals is het overgrote deel van deze mensen (voormalig) arbeidsmigrant. Zij gaven aan dat arbeidsmigranten die in de openbare ruimte verblijven slechts het topje van de ijsberg zijn. Buiten de winterperiode verblijven dak- of thuisloze EU-burgers met een niet-Nederlandse nationaliteit zelden in de opvang, omdat zij daar niet worden toegelaten. De betrokken professionals gaven aan dat arbeidsmigranten wegens gebrek aan passende huisvesting vaak verblijven in niet-conventionele woonruimten - zoals een stacaravan op een vakantiepark - of bij vrienden, familie of derden. Bij deze telling werd opnieuw duidelijk dat het bijzonder moeilijk is om zicht te krijgen op de groep dak- en thuisloze arbeidsmigranten in deze leefsituaties. Bij gemeenten en andere telorganisaties zijn zij vaak zeer beperkt in beeld. De professionals die deelnamen aan de telling en aan het kwalitatieve onderzoek vermoeden dat het werkelijke aantal arbeidsmigranten in een leefsituatie van dak- of thuisloosheid zeer groot is.
Regio westelijke mijnstreek
5.2.4 Veel mensen verblijven noodgedwongen in niet-conventionele woonruimten In elk van de gemeenten in regio Westelijke Mijnstreek zijn volwassenen geteld die in niet-conventionele woonruimten verbleven vanwege een gebrek aan passende huisvesting. In totaal betrof dit 88 volwassenen (24%). Zij verbleven bijvoorbeeld in een stacaravan, schuur, vakantiewoning zonder rechtsgeldig huurcontract of een (anti)kraakwoning. Ook kinderen verbleven noodgedwongen op plekken die niet geschikt zijn voor bewoning: in totaal zijn er 16 kinderen in niet-conventionele woonruimten geteld. Professionals in de regio hebben een sterk vermoeden dat er veel mensen uit de Westelijke Mijnstreek buiten de regio noodgedwongen op campings en vakantieparken verblijven dan uit deze telling naar voren komt. In de regio zelf is zijn geen campings waar mensen verblijven vanwege gebrek aan passende huisvesting.
56
samenvatting en conclusies
Er zijn veel dak- en thuisloze vrouwen geteld: 125 vrouwen verbleven in een leefsituatie van dak- of thuisloosheid. Dit is ruim een derde van de getelde volwassen personen (34%). Dit percentage is hoger dan percentages die uit bestaande schattingen naar voren komen. Dak- en thuisloze vrouwen verbleven met name bij familie, vrienden of derden (43%), in niet-conventionele woonruimten (26%) of in een instelling die zij binnen een maand moesten verlaten zonder woonoplossing of waar zij langer moesten verblijven wegens gebrek aan een passende woonoplossing (10%). Ook werden er vrouwen in de openbare ruimte geteld (<4%). De meeste alleenstaande dak- en thuisloze ouders waren vrouw (60%). Daarnaast waren minder dan 5 dak- en thuisloze vrouwen zwanger.
Wel worden er, indien er geen andere passende plek beschikbaar is, mensen vanuit de regio geplaatst op campings en vakantieparken in de grensregio. Gemeenten en andere organisaties die bij de telling betrokken zijn, hebben mensen uit regio Westelijke Mijnstreek die op deze campings verblijven niet altijd goed in beeld.
5.2.5 een op de zeven getelde volwassenen is langdurig dak- of thuisloos Veel dak- en thuisloze mensen verkeren al een heel lange tijd in een precaire woonsituatie. Uit de telling blijkt dat 50 mensen op de teldag twee jaar of langer dak- of thuisloos waren. Dit is 14% van de getelde volwassenen. De leefsituaties van langdurig dak- en thuisloze mensen zijn heel divers: 42% van deze mensen verbleef in een niet-conventionele woonruimte, 38% bij familie, vrienden of derden en minder dan 10% in de openbare ruimte. Driekwart van de personen is man (75%) en 12% leefde samen met een of meerdere kinderen in een situatie van dak- of thuisloosheid. Ook veel ouderen verblijven langdurig is een situatie van dak- of thuisloosheid: ruim een kwart van de groep langdurig dak- en thuisloze personen is ouder dan 60 jaar oud. Daarnaast had de meerderheid van de mensen die langdurig dak- of thuisloos waren de Nederlandse nationaliteit (86%).
5.2.6 Het organiseren van een ETHOS-telling levert veel op Uit de resultaten van deze telling blijkt dat het betrekken van een breed scala aan organisaties van cruciaal belang is om zicht te krijgen op de problematiek van dak- en thuisloosheid. Het draagvlak voor de telling onder de organisaties in de regio was groot: vele organisaties namen actief deel aan de startdag en de informatiesessies. Organisaties die zich niet specifiek richten op dak- en thuisloze mensen brachten meer dan de helft van de getelde personen in beeld. De telling biedt niet alleen zicht op het aantal dak- en thuisloze mensen en hun profielkenmerken, maar leidde ook tot grotere betrokkenheid van deze organisaties bij de problematiek van dak- en thuisloosheid en tot bewustwording van de grote verscheidenheid aan leefsituaties. Daarnaast resulteerde de gezamenlijke organisatie van de telling tot versterking van de samenwerking tussen deelnemende organisaties.
5.3 Terugblik op de eerste ETHOS-telling in regio Westelijke Mijnstreek In 2023 vond de ETHOS-telling voor het eerst plaats in twee regio’s in Noordoost-Brabant. Deze telling was een pilot om te onderzoeken welke groepen dak- en thuisloze mensen in beeld komen met de ETHOStelling en wat het draagvlak is voor het uitvoeren van zo’n telling in Nederland. Deze tweede telronde in 2024 waar regio Westelijke Mijnstreek aan deelnam laat opnieuw zien dat de telling een geschikte methode is om dak- en thuisloosheid in Nederland in kaart te brengen. Daarmee zijn we de pilotfase voorbij. Consistente resultaten De resultaten van de twee telrondes geven een consistent beeld van dak- en thuisloosheid. De tellingen laten zien dat de groep dak- en thuisloze mensen in alle deelnemende regio’s zeer divers is. Het stereotype beeld van dak- en thuisloosheid is dat van de klassieke groep dak- en thuisloze mensen, die voornamelijk bestaat uit alleenstaande mannen van middelbare leeftijd met psychische en verslavingsproblematiek. De resultaten van beide telrondes halen dit beeld onderuit. We zien een grote diversiteit van dak- en thuisloze personen en we zien veel verschillende leefsituaties van dak- en thuisloosheid.
Veel draagvlak voor de telling De betrouwbaarheid van de resultaten hangt sterk af van de mate waarin relevante stakeholders zoals gemeenten, zorginstanties en maatschappelijke organisaties bereid zijn om aan de telling mee te werken en de methode onderschrijven. In regio Westelijke Mijnstreek was er veel draagvlak voor de telling: in grote
57
5
5.2.1 Veel vrouwen zijn dak- of thuisloos
samenvatting en conclusies
lijnen waren alle relevante organisaties bereid om aan de telling deel te nemen. Deze organisaties lieten bovendien een grote betrokkenheid bij de telling zien. In totaal telden 55 organisaties mee.
5
Veel groepen goed in beeld Samen met medewerkers van de betrokken gemeenten en andere telorganisaties in regio Westelijke Mijnstreek reflecteerden we op de vraag of de resultaten van de telling de situatie in hun regio goed weergeven. De betrokkenen geven aan dat dit in grote lijnen het geval is. Zij onderstrepen dat de ETHOStelling veel groepen in beeld brengt die niet in andere cijfers voorkomen. Op basis van de resultaten uit ronde 1 en ronde 2 concluderen we daarom dat de ETHOS-telling beter zicht geeft op dak- en thuisloosheid dan voorheen mogelijk was. Op enkele groepen is onvoldoende zicht Net als bij de eerste telronde zijn een aantal specifieke groepen niet volledig in beeld gebracht. Daarbij gaat het om dak- en thuisloze arbeidsmigranten, personen die noodgedwongen verblijven op campings en vakantieparken en dak- en thuisloze mensen zonder verblijfspapieren (ongedocumenteerde mensen). In deze tweede ronde van de ETHOS-telling hebben de deelnemende organisaties extra ingezet op het in kaart brengen van deze groepen. Hierdoor zijn deze groepen bij deze ronde iets beter in beeld gekomen. Op basis van de gesprekken met professionals in regio Westelijke Mijnstreek kunnen we echter concluderen dat de genoemde groepen ook deze ronde niet volledig in beeld zijn gebracht. Dit komt voornamelijk doordat zij niet in contact staan met de organisaties die deelnemen aan de telling.
Redenen hiervoor kunnen zijn dat zij niet goed weten waar zij terecht kunnen, of dat zij contact met instanties bewust uit de weg gaan. In het geval van arbeidsmigranten in een leefsituatie van dak- of thuisloosheid zien we ook dat mensen bewust onder de radar worden gehouden door arbeidsbureaus.
Regio westelijke mijnstreek
Toenemend bewustzijn van eigen rol in aanpak dakloosheid Tijdens de informatiesessies is veel gesproken over stereotype beelden van dak- en thuisloosheid. Ook kwam gedurende het onderzoeksproces regelmatig aan de orde dat zichtbare dakloosheid slechts het topje van de ijsberg is en dat een groot deel van de dak- en thuisloze mensen vaak buiten beeld blijft. Veel deelnemers gaven aan dat zij door deelname aan de informatiesessies en door hun bijdrage aan het onderzoek anders zijn gaan kijken naar dak- en thuisloosheid. Het bewustzijn dat dak- en thuisloosheid heel divers is nam door het onderzoek toe. Veel medewerkers van de betrokken organisaties waren zich voorheen niet bewust van het feit dat zij met dak- en thuisloze personen in contact staan. Door de telling groeide het besef dat de problematiek van dak- en thuisloosheid veel breder is dan vaak wordt gedacht en dat een veelheid aan partijen noodzakelijk is in het signaleren en aanpakken van dak- en thuisloosheid in de regio. Dit is belangrijk, omdat al deze partijen een rol kunnen spelen bij het oplossen van dak- en thuisloosheid.
58
59
6
blik op de toekomst
blik op de toekomst
6 Blik op de toekomst
6
6.1 Van tellen naar oplossen Voor effectief beleid is inzicht in het werkelijke aantal dak- en thuisloze mensen en hun profielkenmerken cruciaal. Met de resultaten van deze telling bieden we gemeenten in regio Westelijke Mijnstreek dit inzicht. De regio kan de resultaten van de telling benutten bij het ontwikkelen van een aanpak gericht op het uitbannen van dakloosheid in 2030, de ambitie van het Nationaal Actieplan Dakloosheid: Eerst een Thuis (2023-2030). De telling brengt bijvoorbeeld groepen in beeld die voorheen voor beleidsmakers onzichtbaar waren, geeft handvatten voor beleid en laat zien waar versterking van een preventieve aanpak nodig is. Dit doen gemeenten in samenspraak met belangrijke regionale partijen die ook betrokken waren bij de telling. Samenwerking tussen regionale partijen versterkt Door het gezamenlijk uitvoeren van deze telling is de samenwerking tussen de betrokken partijen versterkt. Dit is een belangrijk resultaat van het onderzoeksproces. De diversiteit aan organisaties die deelnamen aan de telling laat zien dat het oplossen en voorkomen van dakloosheid vraagt om de inzet en samenwerking van een groot aantal partijen. De gemeenten uit de regio zijn nu aan zet om de regionale aanpak van dakloosheid samen met alle betrokken organisaties vorm te geven.