Bijlage 6.1 - Archeologisch onderzoek.pdf
Tekst van het document
3E44
3N94
3N94
3N94
4E44
4E44
3B53yc
22R23
22R23
3B53yc
22R23
4E44H
33R41L
187000
3N94
3N94
33R41L
3N94
3N94
3N94
33R41L
186000
3E44
3N94
3N94 33R41L
185000
3N94
340000
182000
22R23
4E44
339000
3N94
22R43 4E44
4E44
22R23
10A51 4E44H
4E44H
4L91 43R41L
4E44
4E44H 10A51
10A51
22R21ydl
4G21ydl
5E42l
337000
22R43
4G21ydl
5E42l
4G21ydl
10A51
3N94 12A41yl
22R21ydl
22R23
5E42l 4E44H
5E42l 12A41yl
22R21ydl 336000
0R91
5E42l
22R21ydl
4G21ydl
5E42l 5E42l 3N94
6E42l
12A41yl 22R21ydl
10A51
10A51
5G21ydl
6E42l 43R41L
22R21ydl
10A51
22R21ydl
6E42l 22R21ydl
12A41yl
0R91
3N94 0R91
24R21ydl
22R21ydl
335000
6E42l
0R91
3N94
24R21ydl
43R41L 43R41H
6E42l
0R91 6E42l
10A51
3N94
3N94
183000
4L91
10A51
3N94 3N94
6E42l
10A51
6E42l
3N94 6E42l
10A51
Opdrachtgever: TenneT Projectnummer: 365047 Status: Definitief Datum: 22-5-2019 Schaal: 1:25.000 Formaat: A3
3N94
3N94
12N91
6E42l 22R21ydl
3N94 185000
6E42l 6E42l
Born-Graetheide
22R21ydl
3N94
3N94 184000
3N94
Geomorfologische kaart
3N94
10A51
10A51 3N94
3N94
12A41yl 182000
3N94
3N94
22R21ydl
3N94 22R21ydl
3N94
6E42l
3N94 3N94 6E42l
6E42l
0R91
10A51
334000
4G21ydl 4G21ydl
22R21ydl
22R43
4E44
22R23
5E42l
186000
10A51 0R91 6E42l 3N94 Esri Nederland, Community Maps Contributors 32R42L 187000
188000
0
250
500
750
1.000
© Sweco Nederland B.V. Alle rechten voorbehouden
1.250
1.500 meter
´
H:\tmp_mapmaker\Born-Graetheide\mxd\A3L_Geomorfologie_20190522.mxd 22-5-2019 15:47:15
22R43
337000
4E44H
22R23
4L91 0F91
338000
3N94
336000
4N94
4E44H
335000
33R41L 33R41L
338000
0F91
334000
339000
4E44
Bijlage 3. Bodemkaart
183000
Zn23
184000
185000
Rd10A
186000
KRn8
|g WATER
Legenda
Rn95C
Plangebied
KRd7
KRn2
Zn23 Zn23
Rn95C
|g WATER
KRn1
KRd7
FG
Ld5
|g WATER
|h BEBOUW
Hn21
KRn2
KRd1
|h BEBOUW
KRd7
340000
Rd90C
339000
188000
KRd1
KRn8
KRd7
Zn23
340000
187000
|c OPHOOG
Ln5
KRn2
|h BEBOUW
Ldh5
tZd23
KRn1
339000
182000
Ld5
|h BEBOUW |a GROEVE
Ln5
FG
Ld5
Rn95C
KRd7
Rd90C
KRd7
Rd10A
BLd5
BLd5
BLn5 BLd5
337000
Ldh5
Ld5
338000
BLh5 BLd5
KRn2
Ldh5
Lnd5
Lnd5
BLd6 Ld5
337000
338000
Ld5
BLd5
|g WATER Zd20A
Rn95C
Ld5
Rd10A
Bodemkaart
Ldd5 Ldd5
BLd5
Born-Graetheide BLd6 335000
Opdrachtgever: TenneT Projectnummer: 365047
335000
|h BEBOUW
|h BEBOUW
BLd5
Status: Definitief Datum: 22-5-2019 Schaal: 1:25.000 Formaat: A3
Ldd5 0
250
500
750
1.000
Rd10A |c OPHOOG
182000
Esri Nederland, Community Maps Contributors 183000
184000
185000
186000
187000
188000
© Sweco Nederland B.V. Alle rechten voorbehouden
1.250
1.500 meter
´
H:\tmp_mapmaker\Born-Graetheide\mxd\A3L_Bodemkaart_20190522.mxd 22-5-2019 15:37:35
BLd5 336000
336000
Rd90A
Bijlage 4. Hoogtekaart (AHN)
188.000
182.000
185.000
188.000
338.000 335.000
Legenda Plangebied
AHN2 Born-Graetheide
AHN2 Meter +NAP
High : 56 Low : 29
Opdrachtgever: TenneT Projectnummer: 365047 Status: Definitief Datum: 22-5-2019 Schaal: 1:40.000 Formaat: A4
0
400
800
1.200
1.600
© Sweco Nederland B.V. Alle rechten voorbehouden
2.000
2.400 meter
´
P:\240\365047_002.914.20_Born-Graetheide\2. Do Work\02.bureauonderzoeken\05.Archeologie\9 GIS\4 mapmaker\mxd\A4P_AHN_20190522.mxd 22-5-2019 16:38:11
335.000
338.000
341.000
185.000
341.000
182.000
Bijlage 5. Archeologische inventarisatie (Archis)
185.000
186.000 ( !
4012978100
187.000
3987034100
4012978100
3987034100
340.000
3987034100 2300207100 2300207100 ( !
2381379100 ( (! ! ( !
4035828100
( !
( !
3994802100
3208956100
( (! !
3210753100
4598990100
2344264100
3245340100 3245381100
( !
3299490100
340.000
4626975100
3997638100
3292872100
( !
2067106100
3292872100
3245398100
( !
3212381100
2014229100
2483706100 2119140100 ( 2172747100!
4033170100
2148569100 2891444100
2172747100
( !
( 2892408100 !
2980544100 ( !
2878971100 2249398100
339.000
2150982100
3128700100
( !
( !
3121483100
( !
( !
2282778100
2282778100
3180038100
( !
( !
2071123100 2048996100
( !
( !
339.000
( !
2150982100
2878988100
3236658100
4004683100
3211693100
3233199100
2986085100
4570582100 2358634100 3236666100
3292118100
( !
2408498100
( !
( !
3236844100 ( ! ( !
( !
2986109100 2078877100 ( ! ( !
( !
3279020100 2986117100 2986060100 ( !
( !
2078877100
3255499100 ( !
( !
( ! 3279134100 ( !
( !
( !
3067643100
( ! ( !
( !
3236682100! (
( ( ! !
2899059100
2300191100
( !
( !
( ! 3228858100 ! ( 3279094100
2249398100 ( !
( !
( (! !
(! ! ( 3277352100
3236674100
( !
( !
( !
( !
3129098100 ( !
2282842100 3129105100
( !
2278890100
3279045100
3279086100 ( !
3279167100
3254997100 ( !
3128328100
3042151100 Esri Nederland, Community Map Contributors
185.000
Legenda Plangebied ! (
3041658100
( !
3042168100 3255482100
2273973100
( !
( !
( 3279037100!
( !
( !
( !
( 3228833100 ! ( !
( ( ! !
3255466100 ( !
3279029100
Vondstlocatie
186.000
187.000
Basiskaart archeologie - Noord Born-Graetheide
Onderzoeksmelding
Monumenten Terrein van archeologische betekenis
Opdrachtgever: TenneT Projectnummer: 365047
Terrein van archeologische waarde Terrein van hoge archeologische waarde Terrein van zeer hoge archeologische waarde Terrein van zeer hoge archeologische waarde, beschermd
Status: Definitief Datum: 22-5-2019 Schaal: 1:15.000 Formaat: A4
0
150
300
450
600
© Sweco Nederland B.V. Alle rechten voorbehouden
750
900 meter
´
H:\tmp_mapmaker\Born-Graetheide\mxd\A4P_Archeologie_basiskaart_20190522.mxd 22-5-2019 15:53:41
338.000
2282801100 ! (2300191100
4659286100
3279012100
338.000
( 3041641100! ! ( ( 3211993100 ! ( !
3126205100
185.000
2723522100
( !
( !
3129098100
337.000
( !
( !
( !
2282842100 3129105100
( !
3042151100
3235920100 ( !
3236722100 3214188100 ( !
( !
2008640100
2008640100 3236739100
3236730100
( !
3245349100 2300167100! ( ( !
( !
! (
( ! 2783836100 2784046100 ( !
2300167100
3236714100 ( !
3236706100
3279101100 3211960100
( !
(! ! (
( !
2282850100
( 2783730100 !
( !
3235353100 3236439100
3236747100 ( !
186.000
337.000
184.000
( !
3278892100 3236690100! ( ( !
3042216100 3211514100 ( !
( !
3285590100 ( 2980358100!
2309929100
( !
( !
( !
2882275100 ( ! ( !
3236503100 2393391100
4568988100
2882745100 11211 ( !
3042208100
4644543100 336.000
2388661100
( !
2882753100
2882761100 ( !
( 3211969100! ( !
( !
3129219100 ( !
2282859100
( !
3292118100
336.000
( !
3042192100 2784038100
2922012100
3259565100
( !
11212
( !
2412174100
3232486100
2784054100 2979995100 ( !
2142088100 2058723100
2282875100
( !
2402235100
2058723100 3259224100
2249398100
( !
3122430100
( !
2882729100
( !
4571010100 ( !
3183846100
3214196100 3042249100 ! ( Esri Nederland, Community Map Contributors
184.000
Plangebied ! (
Vondstlocatie
3042305100
(! ! (
4571010100
Legenda
3042257100 ( ! ( !
3259516100
2266067100
185.000
186.000
Basiskaart archeologie - Zuid Born-Graetheide
Onderzoeksmelding
Monumenten Terrein van archeologische betekenis
Opdrachtgever: TenneT Projectnummer: 365047
Terrein van archeologische waarde Terrein van hoge archeologische waarde Terrein van zeer hoge archeologische waarde Terrein van zeer hoge archeologische waarde, beschermd
Status: Definitief Datum: 22-5-2019 Schaal: 1:15.000 Formaat: A4
0
150
300
450
600
© Sweco Nederland B.V. Alle rechten voorbehouden
750
900 meter
´
H:\tmp_mapmaker\Born-Graetheide\mxd\A4P_Archeologie_basiskaart_20190522.mxd 22-5-2019 15:53:41
335.000
! (
3235734100
335.000
( (! !
Bijlage 6. Topografische kaart 1850
185.000
186.000
187.000
183.000
184.000
185.000
186.000
187.000
339.000 338.000 337.000 336.000 335.000
335.000
336.000
337.000
338.000
339.000
340.000
184.000
340.000
183.000
Legenda Plangebied
TMK 1850 Born-Graetheide Opdrachtgever: TenneT Projectnummer: 365047 Status: Definitief Datum: 22-5-2019 Schaal: 1:30.000 Formaat: A4
0
300
600
900
1.200
© Sweco Nederland B.V. Alle rechten voorbehouden
1.500
1.800 meter
´
H:\tmp_mapmaker\Born-Graetheide\mxd\A4P_TMK1850_20190522.mxd 22-5-2019 16:01:56
Esri Nederland, Kadaster
Bijlage 7. Bonneblad 1894-1937
182000
183000
184000
185000
186000
187000
188000
Legenda
340000 339000
Bonnebladen 1894 - 1937
335000
335000
Born-Graetheide Opdrachtgever: TenneT Projectnummer: 365047 Status: Definitief Datum: 22-5-2019 Schaal: 1:25.000 Formaat: A3
Esri Nederland, Community Maps Contributors 182000
183000
184000
185000
186000
187000
188000
334000
334000
0
250
500
750
1.000
© Sweco Nederland B.V. Alle rechten voorbehouden
1.250
1.500 meter
´
H:\tmp_mapmaker\Born-Graetheide\mxd\A3L_Bonnebladen_20190522.mxd 22-5-2019 15:48:20
337000 336000
338000
337000 336000
338000
339000
340000
Plangebied
Bijlage 8. Waarden gemeentelijke beleidskaarten
182000,000000
184000,000000
186000,000000
188000,000000
340000,000000
340000,000000
Legenda Waarden gem. beleidskaarten 2 - AMK/waarneming/vondstlocatie/vindplaats 4 - hoog droog; middelhoog nat 5 - laag droog wel aandachtsgebied 6 - laag droog; laag nat hoog droog
338000,000000 336000,000000
Waarden gem. beleidskaarten Born-Graetheide Opdrachtgever: TenneT TSO BV Projectnummer: 365047
Esri Nederland, Community Map Contributors 182000
,000000
184000
,000000
186000
,000000
188000
,000000
334000,000000
334000,000000
Status: Concept Datum: 6-6-2019 Schaal: 1:25.000 Formaat: A3 Getekend: CP - Gecontroleerd: WW 0
250
500
750
1.000
© Sweco Nederland B.V. Alle rechten voorbehouden
1.250
1.500 meter
´
P:\240\365047_002.914.20_Born-Graetheide\2. Do Work\02.bureauonderzoeken\05.Archeologie\9 GIS\3 standaard sjablonen\mxd\Cesco\Beleidskaarten.mxd 6-6-2019 14:12:06
338000,000000 336000,000000
middelhoog nat
Bijlage 9. Cultuurhistorische inventarisatie
184000,000000
186000,000000
188000,000000
Legenda Corridor voorkeurstracé
Cultuurhistorische elementen (vlak) 340000,000000
340000,000000
Bos, heide, woeste grond mijnbouwkolonie oude stads- of dorpskern sedert 1830 weinig en matig veranderde dorpskern
509931
sedert 1830 weinig of matig veranderd verkavelingspatroon Kastelen en kasteeldomeinen Rijksmonument 509931 - Wolfrath Historische buitenplaatsen
Cultuurhistorische elementen (lijn) (trace) stadswal of ander vestingwerk andere weg uit periode voor 1810 dijk
holle weg- andere weg uit periode voor 1810
338000,000000
338000,000000
holle weg ouder dan of gelijktijdig met middeleeuwse verkaveling
laan ouder dan of gelijktijdig met middeleeuwse verkaveling molenbeek nog grotendeels natuurlijke waterloop onverhard-andere weg uit periode voor 1810 onverharde weg ouder dan of gelijktijdig met middeleeuwse verkaveling
oude grens en oude grens herkenbaar in terrein na 1866 veedrift-andere weg uit periode voor 1810 veedrift-weg ouder dan of gelijktijdig met middeleeuwse verkaveling veedrift-weg uit periode 1810-1955 weg ouder dan of gelijktijdig met middeleeuwse verkaveling
336000,000000
336000,000000
weg uit periode 1810-1955 zichtbare trace mijnspoor of andere spoor- of trambaan
Cultuurhistorische waarden Born-Graetheide Opdrachtgever: TenneT TSO BV Projectnummer: 365047 Status: Concept Datum: 6-6-2019 Schaal: 1:25.000 Formaat: A3
Esri Nederland, Community Map Contributors 184000
,000000
186000
,000000
188000
,000000
334000,000000
334000,000000
Getekend: CP - Gecontroleerd: WW 0
250
500
750
1.000
© Sweco Nederland B.V. Alle rechten voorbehouden
1.250
1.500 meter
´
P:\240\365047_002.914.20_Born-Graetheide\2. Do Work\02.bureauonderzoeken\05.Archeologie\9 GIS\3 standaard sjablonen\mxd\Cesco\chw.mxd 6-6-2019 11:06:55
onverharde weg uit periode 1810-1955
Bijlage 10. Selectiebesluit gemeente Sittard-Geleen en beoordeling RAAP
Archeologisch advies nr. Intern nr. / contactpersoon gemeente Plangebied Betreft Onderliggend document
SIT19a9 Born-Graetheide 150kV net Selectiebesluit Paré, C. & W. Weerheijm, 2019. Bureauonderzoek archeologie en cultuurhistorie. Versterken 150 kV-net Born-Graetheide, SWECO Archeologische Rapporten, 2233, De Bilt.
Inleiding/Project Tennet BSO BV heeft het voornemen om tussen de bestaande hoogspanningsstations Born en Graetheide een nieuwe 150kV kabelverbinding te realiseren. Het exacte verloop van het tracé is echter nog niet bekend. Wel is er een voorkeursalternatief (VKA) bepaald waarbinnen het tracé zal komen te liggen. Dit VKA heeft een breedte van 300 m en een lengte van 8 km. Het uiterst noordelijke deel ligt binnen de gemeente Echt-Susteren. Ergens binnen dit VKA wordt een werkstrook voorzien van 40 m; en vervolgens vinden binnen deze werkstrook open ontgravingen plaats met een breedte van 5 tot 10 m en een diepte van 1,5 tot 2 m. Om de voorgenomen ontwikkeling mogelijk te maken, wordt een nieuw bestemmingsplan opgesteld. Omdat de werkzaamheden die met de aanleg van de kabelverbinding gepaard gaan, kunnen leiden tot aantasting van eventueel aanwezige archeologische waarden, heeft de initiatiefnemer archeologisch onderzoek uit laten voeren. Het betrof een bureauonderzoek en cultuurhistorisch onderzoek. De resultaten van dit onderzoek zijn verwoord in het rapport: Paré, C. & W. Weerheijm, 2019. Bureauonderzoek archeologie en cultuurhistorie. Versterken 150 kV-net Born-Graetheide, SWECO Archeologische Rapporten, 2233, De Bilt, versie 11-07-2019. Op basis van de resultaten van dit bureauonderzoek wordt het definitief tracé binnen het VKA ingetekend.
De versie van 11-07-2019 betreft een conceptversie, die vooralsnog niet goedgekeurd kan worden. Resultaten /advies onderzoek Het VKA is tijdens de tracéstudie dusdanig vormgegeven dat er zich zo min mogelijk vastgestelde archeologische waarden binnen het gebied bevinden. Binnen het VKA bevinden zich geen archeologische monumenten (AMK-terreinen), en relatief weinig vondstlocaties. Bij de Dorpsstraat/Maasweg te Guttecoven ligt het plangebied direct tegen een niet-Rijksbeschermd archeologisch monument (AMK terrein 11.212 - terrein met sporen van bewoning uit de Romeinse tijd). De vondstlocaties binnen het plangebied zijn veelal wel een aanwijzing voor een archeologische vindplaats. Binnen het VKA bevindt zich een clustering aan vondstlocaties tussen de Bornerweg en de Beukenboomsweg bij Limbricht. Hoewel het plangebied dus weinig bekende archeologische waarden kent, heeft het plangebied volgens de gemeentelijke archeologische beleidskaarten wel overwegend een middelhoge tot hoge archeologische verwachting voor het aantreffen van archeologische resten (op basis van landschap, grondwaterstanden et cetera). Het gaat dan om een brede archeologische verwachting voor het aantreffen van resten uit de periode vanaf het Paleolithicum tot en met de Late Middeleeuwen/Nieuwe tijd.
In principe is vanaf het Paleolithicum al menselijke bewoning en activiteit mogelijk geweest binnen het plangebied. De mogelijke archeologische sporen kunnen uiteenlopen van tijdelijke jachtkampjes van jager-verzamelaars uit het Paleolithicum/Mesolithicum tot nederzettingsterreinen uit de periode vanaf het Neolithicum/Bronstijd tot en met de Late Middeleeuwen/Nieuwe tijd. Binnen het plangebied zijn veel vondstlocaties uit deze perioden bekend. Tot de eerste
vondstcategorie behoren voornamelijk vondsten van bewerkt vuursteen en houtskool; tot de tweede categorie behoren o.a. grondsporen van structuren zoals boerderijen, bijgebouwen, sloten, greppels en afvalkuilen, en vondsten van o.a. aardewerk, bot en metaal. Deze sporen kunnen in principe op of vlak onder het maaiveld worden aangetroffen. Voor de periode Nieuwe tijd zijn op basis van historisch kaartmateriaal geen aanwijzingen voor bewoning aangetroffen; dit kan echter ook niet geheel worden uitgesloten. Mogelijk kunnen binnen het plangebied nog sporen van verkaveling of agrarisch landgebruik worden aangetroffen. Advies archeologie Op basis van de resultaten van het bureauonderzoek wordt geadviseerd om op de locatie van de geplande ingrepen binnen het VKA een dubbelbestemming archeologie op te nemen conform de Waarden gemeentelijke beleidskaarten (bijlage 8 in rapport). Verder wordt voor het plangebied geadviseerd om de geplande bodemingrepen binnen het VKA zoveel mogelijk uit te voeren in gebieden die in bijlage 8 staan aangegeven met waarde 5 of 6 binnen de gemeente Sittard-Geleen. Dit zijn de zones met de relatief minst hoge verwachting op het aantreffen van archeologische waarden. Geadviseerd wordt om de zones die staan aangegeven met waarde 2 zoveel mogelijk te vermijden omdat hier sprake is van een vastgestelde archeologische vindplaats, of een hoge/zeer hoge kans daarop.
Het gedeelte binnen het VKA binnen de gemeente Echt-Susteren heeft vrijwel geheel een hoge archeologische verwachting, en slechts voor een klein gedeelte een middelhoge archeologische verwachting, zodat er voor de ingrepen binnen dat gedeelte van het plangebied weinig mogelijkheden tot alternatieven zijn. Gezien de lengte van het tracé en het feit dat vrijwel het gehele VKA een middelhoge tot hoge archeologische verwachting heeft, wordt geadviseerd om zodra het concrete tracé bekend is voorafgaand aan de werkzaamheden een archeologisch vervolgonderzoek uit te laten voeren. Er wordt geadviseerd om een vervolgonderzoek uit te voeren in de vorm van een booronderzoek waarbij het archeologisch verwachtingsmodel wordt getoetst en de mate van intactheid van de bodem in kaart wordt gebracht, bijvoorbeeld door te boren in een raai met een tussenruimte van 50 meter tussen de boringen. Cultuurhistorische waarden Binnen het VKA bevindt zich het Rijksmonument 509.931, de buitenplaats Wolfrath met parkaanleg. De gebouwde elementen binnen het Rijksmonument zullen niet door de geplande ingrepen worden bedreigd. Het Rijksmonument buitenplaats Wolfrath heeft echter ook een ondergrondse component: bij buitenplaatsen worden ook ingrepen in de bodem vergunningplichtig geacht.
Daarnaast bevinden zich enkele lijnobjecten binnen het VKA, met name bestaande uit historische wegen die doorgaans haaks worden gekruist. Advies cultuurhistorie TenneT realiseert in principe geen assets daar waar cultuurhistorische waarden aanwezig zijn. In het geval van het onderhavige project betreft het werk de aanleg van een (ondergronds) kabeltracé waardoor er geen gebouwde monumenten, cultuurhistorische vlakken, of -lijnobjecten worden bedreigd. Uitzondering hierop is het Rijksmonument 509.931, de buitenplaats Wolfrath met parkaanleg. Voor ingrepen die hier in de bodem worden uitgevoerd dient een monumentenvergunning te worden aangevraagd bij de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (via de gemeente). Daarom wordt geadviseerd om ingrepen binnen de begrenzing van het Rijksmonument te voorkomen, bijvoorbeeld door middel van een gestuurde boring. Advies beoordelaar (RAAP; lic./drs. G. Hensen) Het conceptrapport is door RAAP beoordeeld (zie externe toetslijst). De opmerkingen die RAAP op het conceptrapport had, dienen nog door SWECO in een eindversie van het
rapport te worden verwerkt. RAAP adviseert de gemeente om het advies van SWECO niet over te nemen. Voornaamste opmerkingen:
Er kan geen goed archeologisch advies gegeven worden indien de exacte ligging van het tracé en de daadwerkelijke verstoringen ter plaatse (diepte en wijze ontgravingen) nog niet bekend zijn. Het blijft erg algemeen en vaag. Wat betreft het kaartmateriaal van het beleid van de gemeente (rapport, bijlage 8), dient de daadwerkelijke kaart van de gemeente gebruikt te worden, en niet een uitgeklede versie of een zelf samengestelde kaart. Hierop dient het toekomstig tracé geprojecteerd te worden. Zolang de ligging van het tracé nog niet exact bekend is, dienen in het nieuwe bestemmingsplan de beleidsregels van de gemeente Sittard-Geleen opgenomen te worden waaraan vervolgens een dubbelbestemming ‘Waarde Archeologie’ gekoppeld is (zie onder, verbeelding en regels bestemmingsplan). Binnen de VKA gaat het voornamelijk om beleidscategorie 4, maar ook de categorieën 2, 5 en 6 zijn aanwezig. De categorieën 5 en vooral 6 komen binnen de VKA echter nauwelijks voor in vergelijking met de categorieën 4 en 2. Het advies om het tracé vooral binnen de categorieën 5 en 6 te projecteren, is dan ook niet zinvol. Het advies om vervolgonderzoek uit te laten voeren door middel van een booronderzoek kan niet gevolgd worden. De ervaring leert dat booronderzoek in dit gebied een vertekend beeld kan geven.
Uit de praktijk blijkt namelijk dat de lössprofielen soms lastig te interpreteren zijn (bijvoorbeeld doordat de E-horizont verward wordt met colluvium). Daarnaast geldt dat een booronderzoek in de karterende fase alleen een geschikte prospectietechniek is voor het opsporen van sites die zich kenmerken door een archeologische laag of een vondststrooiing met een voldoende hoge dichtheid. Bij andere type sites (met een lage vondstdichtheid (< 40 vondsten/m²) levert een booronderzoek een dusdanig lage opsporingskans op, dat dit geen betrouwbare prospectiemethode is. Alle tracédelen waar de kabelverbinding wordt aangelegd middels een open ontgraving dienen verder archeologisch onderzocht te worden door middel van een proefsleuvenonderzoek. Uitgezonderd is het gebied dat ligt binnen beleidscategorie 6. Voordeel van deze methode is dat 1) een beter beeld wordt gegeven in de mate van bodemverstoring en 2) bovendien direct een goed beeld wordt verkregen voor de aan-/afwezigheid van vindplaatsen binnen het tracé. Op basis van dit onderzoek kan vervolgens worden bepaald of verder onderzoek noodzakelijk is en hoe dit er dan uit dient te zien. Het plangebied dient daarbij te worden gedefinieerd als het volledige gebied dat verstoord wordt.
Dus niet alleen de open ontgraving, maar ook het gebied dat indirect verstoord wordt (werkstraat waar zware machines op aan- en afrijden, gebied waar nadien diepere grondverbetering plaatsvindt). In overleg met de gemeente moet – op basis van de recentste plannen – worden bepaald wat de breedte van het te onderzoeken tracé is.
Bovendien geldt in aanvulling hierop: - De breedte van de werkstraat moet zoveel mogelijk worden beperkt. - Bij wegzakking in de ondergrond dient gebruik te worden gemaakt van rijplaten, zodat de druk van de zware machine evenrediger op de ondergrond wordt verdeeld en daarmee de schade aan het archeologisch bodemarchief zoveel mogelijk wordt beperkt. - Het proefsleuvenonderzoek dient vóórafgaand aan de vergunningsaanvraag te worden uitgevoerd. De uitkomst van het onderzoek kan namelijk leiden tot aanvullende voorwaarden in de vergunning (archeologische begeleiding, opgraving, bescherming).
-
-
Gravend onderzoek dient te worden uitgevoerd op basis van een Programma van Eisen (PvE) dat dient te zijn goedgekeurd door de gemeentelijk archeoloog. In het PvE moet worden uitgegaan van het gehele gebied dat verstoord wordt (zie boven). Het PvE kan dan ook pas worden opgesteld als de exacte ingrepen bekend zijn en hierover nadere afspraken met de gemeente zijn gemaakt. Er geldt ten alle tijden een meldingsplicht bij het aantreffen van archeologische resten. Dit zal als voorwaarde worden opgenomen in de omgevingsvergunning. Diepe grondbewerking/-verbetering (diepploegen (>30 cm –Mv), etc.) van het perceel na afloop van de werkzaamheden is niet toegestaan (wel van de archeologisch onderzochte werkstraat). Hierover dienen bindende afspraken met de betreffende agrariër te worden gemaakt. Dit zal als voorwaarde worden opgenomen in de omgevingsvergunning.
Verbeelding en regels bestemmingsplan Voor de begrenzing van de onderscheidde beleidscategorieën: zie archeologische beleidskaart gemeente: - Beleidscategorie 2 dient in het bestemmingsplan te worden voorzien van een archeologische dubbelbestemming Waarde-Archeologie 1. Voor deze gebieden geldt, dat bij bodemverstoringen groter dan 50 m² en dieper dan 30 cm –Mv archeologisch onderzoek nodig is. - Beleidscategorie 4 dient in het bestemmingsplan te worden voorzien van een archeologische dubbelbestemming Waarde-Archeologie 2. Voor deze gebieden geldt, dat bij bodemverstoringen groter dan 500 m² en dieper dan 30 cm –Mv archeologisch onderzoek nodig is. - Beleidscategorie 5 dient in het bestemmingsplan te worden voorzien van een archeologische dubbelbestemming Waarde-Archeologie 3. Voor deze gebieden geldt, dat bij bodemverstoringen groter dan 10.000 m² en dieper dan 30 cm –Mv archeologisch onderzoek nodig is. - Beleidscategorieën 6 en 7 kennen geen archeologische beperkingen. Deze categorieën hoeven dan ook niet te worden voorzien van een dubbelbestemming Waarde Archeologie. Voor standaardregels gemeente: zie bijlage 1. Op basis van bovenstaande gegevens wordt de gemeente het volgende geadviseerd: -
Advies t.a.v. bestemmingsplan: opnemen dubbelbestemming Waarde-Archeologie voor de verschillende beleidscategorieën. Advies t.a.v. voorgenomen ontwikkelingen: proefsleuvenonderzoek (met eventuele doorstart naar een opgraving) ter plekke van open ontgravingen. Omvang hiervan in overleg met gemeente afstemmen. Het proefsleuvenonderzoek kan pas uitgevoerd worden indien exacte ligging van het tracé bekend is.
Besluit De gemeente Sittard-Geleen neemt bovenstaand advies integraal over. 01-10-2019 Gudrun Hensen, RAAP Zuid-Nederland Akkoord gemeentelijk archeoloog, gemeente Sittard-Geleen (Marion Aarts) 16-03-2020 Marion Aarts, gemeentelijk archeoloog Gemeente Sittard-Geleen
Marion.Aarts@sittard-geleen.nl 046-4777456; Aanwezig ma-di
Bijlage 1: Voorbeeldregels Artikel N Waarde - Archeologie xx N.1 Bestemmingsomschrijving a.
De gronden die op de plankaart zijn aangewezen als 'Waard e – Archeologie xx' zijn tevens bestemd voor doeleinden ter bescherming van de archeologische waarden.
b.
Deze bestemming is primair ten opzichte van de overige aan deze gronden toegekende bestemmingen.
N.2 Bouwregels a.
Binnen deze bestemming mogen uitsluitend gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden gebouwd die voor archeologisch onderzoek noodzakelijk zijn.
b.
Op de in lid 1 genoemde gronden mogen geen bouwwerken worden gebouwd, met uitzondering van: 1.
vervanging, vernieuwing of verandering van bestaand e bebouwing, waarbij de oppervlakte voor zover gelegen op of onder peil niet wordt uitgebreid;
2.
een bouwwerk dat zonder graafwerkzaamheden dieper dan 30 cm en zonder heiwerkzaamheden kan worden geplaatst;
3.
een bouwwerk met een oppervlakte tot ten hoogste xx m2, met dien verstande dat, indien graafwerkzaamheden plaatsvinden dieper dan 30 cm, burgemeester en wethouders de volgende voorwaarde kunnen verbinden aan de omgevingsvergunning:
Het laten begeleiden van de bodemverstorende activiteit door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg die voldoet aan door het bevoegd gezag bij de omgevingsvergunning te stellen kwalificaties.
N.3 Afwijking van de bouwregels a.
Burgemeester en wethouders zijn bevoegd een omgevingsvergunning te verlenen vo or het afwijken van het bepaalde in lid 2, sub a met in acht neming van de voor deze gronden geldende overige bouwregels.
b.
Afwijking als bedoeld in lid 3, sub a wordt verleend, indien: 1.
op basis van archeologisch onderzoek is aangetoond dat de archeologische waarden niet onevenredig worden of kunnen worden geschaad;
2.
op basis van archeologisch onderzoek is aangetoond dat archeologische waarden op de betrokken locatie niet aanwezig zijn;
c.
Afwijking als bedoeld in lid 3, sub a wordt voorts verleend, indien mede o p basis van archeologisch onderzoek is aangetoond dat mogelijke schade kan worden voorkomen door aan de ontheffing voorwaarden te verbinden gericht op: 1.
het treffen van technische maatregelen, waardoor archeologische resten in de bodem kunnen worden behoude n;
2.
het doen van opgravingen of;
3.
het laten begeleiden van de bodemverstorende activiteit door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg die voldoet aan door burgemeester en wethouders bij de vergunning te stellen kwalificaties
N.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden a.
Het is verboden op of in de gronden met de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie' zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning de volgende werken, geen bouwwe rken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren: 1.
grondwerkzaamheden dieper dan 30 cm, waartoe worden gerekend het ophogen, afgraven, woelen, mengen, diepploegen, egaliseren en ontginnen van gronden, alsmede het vergraven, verruimen of dempen van sloten, vijvers en andere wateren en het aanleggen van drainage;
2.
het verlagen van het waterpeil;
3.
het rooien van bos of boomgaard waarbij stobben worden verwijderd;
4.
het aanleggen van ondergrondse transport -, energie- of telecommunicatieleidingen en daarmee verband houden de constructies, installaties of apparatuur.
b.
Het verbod, als bedoeld in lid 4, sub a, is niet van toepassing indien: 1.
mede op basis van archeologisch onderzoek is aangetoond dat de archeologische waarden niet onevenredig worden of kunnen worden geschaad;
2.
mede op basis van archeologisch onderzoek is aangetoond dat archeologische waarden op de betrokken locatie niet aanwezig zijn;
c.
3.
de werken een oppervlakte hebben tot ten hoogte xx m2 of smaller zijn dan 1 m1;
4.
er reeds een verleende aanlegvergunning, ontgrondin gvergunning of omgevingsvergunning is verleend;
5.
de werken reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van in werking treden van het plan;
6.
de werken behoren tot het normale onderhoud en beheer van de gronden;
7.
de werken ten dienste van archeologisch onderzoek worden uitgevoerd.
Voor zover mede op basis van archeologisch onderzoek bepaald is dat de in lid 4, sub a genoemde werken en werkzaamheden dan wel de directe of indirecte gevolgen van deze werken en werkzaamheden kunnen leiden tot een verstoring van archeologisch materiaal, kunnen aan de vergunning de volgende voorwaarden worden verbonden: 1.
de verplichting tot het treffen van technische maatregelen, waardoor archeologische resten in de bodem kunnen worden behouden;
2.
de verplichting tot het doen van opgravingen of;
3.
de verplichting de uitvoering van de bodemverstorende activiteit te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg die voldoet aan door burgemeester en wethouders bij de vergunning te stellen kwalificatie.
Bijlage 1: Meldingsplicht Bij een verstoringsdiepte groter dan 30 cm geldt altijd een meldingsplicht voor de aanvang van de werkzaamheden. Dit betekent dat in de omgevingsvergunning moet worden opgenomen dat de aanvang van het bouwrijp maken van het perceel moet worden gemeld bij de gemeentelijk archeoloog. De volgende teksten zullen worden opgenomen in de omgevingsvergunning: 1. De aanvang van het bouwrijp maken van het perceel dient twee weken voor de werkstart aan de gemeentelijk archeoloog te worden gemeld per email (marion.aarts@sittardgeleen.nl) 2. De mogelijkheid dat er in het plangebied archeologische vondsten worden gedaan, wordt – gezien de hoge archeologische verwachting en de reeds aangetroffen vindplaatsen in de directe nabijheid – niet uitgesloten. Wij wijzen u nadrukkelijk op uw wettelijke verplichting (Erfgoedwet; paragraaf 5.4) om archeologische vondsten te melden. Bij het doen van vondsten waarvan u vermoedt dat het om archeologische vondsten of sporen gaat bent u verplicht deze onmiddellijk te melden bij de bevoegde instantie, in dit geval de gemeente. U kunt uw vondsten melden bij de gemeentelijk archeoloog Mw. M. Aarts (046-4777456) en aan de gemeentelijk projectleider of de gemeentelijk contactpersoon van uw project.
Rapport Projectnummer: 369538 Referentienummer: SWNL0263711 Datum: 14-01-2021
Archeologisch onderzoek Born-Graetheide. Inventariserend veldonderzoek verkennende fase, gemeente Sittard-Geleen en Echt-Susteren SWECO ARCHEOLOGISCHE RAPPORTEN 2364
Definitief 1
Sweco De Holle Bilt 22 3732 HM De Bilt Postbus 203 3730 AE De Bilt Nederland
T +31 88 811 66 00 www.sweco.nl
Sweco Nederland B.V. Handelsregister 30129769 Statutair gevestigd te De Bilt
Cesco Paré Adviseur Archeologie T +31 88 811 41 93 M +31 6 53 96 20 28
Verantwoording Titel Subtitel
Archeologisch onderzoek Born-Graetheide. Inventariserend veldonderzoek verkennende fase, gemeente Sittard-Geleen en Echt-Susteren SWECO ARCHEOLOGISCHE RAPPORTEN 2364
ISSN-nummer
2468-4813
Projectnummer
369538
Referentienummer
SWNL0263711
Revisie
D1
Datum
14-01-2021
Auteur
Cesco Paré Wouter Weerheijm KNA-prospector 38767204
E-mailadres
cesco.pare@sweco.nl
Gecontroleerd door
Jeroen van Rooij MA (senior KNA-prospector, actornummer 596281)
Paraaf gecontroleerd
Goedgekeurd door
Jeroen van Rooij MA, teammanager
Paraaf goedgekeurd
Sweco voert archeologisch onderzoek uit onder procescertificaat SIKB BRL 4000 ’Archeologie’ (versie 4.1) en de protocollen 4001, 4002, 4003 en 4004. De archeologische werkzaamheden worden uitgevoerd in overeenstemming met de Kwaliteitsnorm van de Nederlandse Archeologie (KNA, versie 4.1).
2 (24)
Administratieve gegevens Uitvoerder Provincie Gemeente Plaats Toponiem Kaartbladnummer Kadastrale gegevens x/y-coördinaten
Opdrachtgever
Onderzoeksmeldingsnummer Archis monumentnummer Archis waarnemingsnummer Oppervlakte plangebied Bevoegde overheid
Projectmedewerker Periode van uitvoering
Beheer en plaats van documentatie
Sweco Nederland B.V. Limburg Sittard-Geleen, Echt-Susteren Born, Graetheide Born-Graetheide 60W meerdere N x:186128 / M x:185468 / Z x:186525 / TenneT TSO BV Utrechtseweg 310 6812AR ARNHEM 4757709100 Circa 198 hectare Gemeente Sittard-Geleen Ruimtelijk Beleid Team Ruimtelijke Ontwerp Mevr. drs. M.E.N. Aarts E-mail: marion.aarts@sittard-geleen.nl
y:340115 y:337562 y:334645
Gemeente Echt-Susteren Contactpersoon Archeologie en Monumenten Mevr. M.P.A.P. Stokbroekx Vergunningverlener/bouwplantoetser Team Wabo E-mail: marielle.stokbroekx@servicecentrum-mer.nl C.A. Paré MSc Veldwerk: december 2019 – februari 2020 Concept rapportage: juli – november 2020 december 2020 Sweco Nederland B.V. De Bilt
3 (24)
Inhoudsopgave Samenvatting ......................................................................................................................... 5 1
Inleiding .................................................................................................................. 8
1.1
Aanleiding van het onderzoek ................................................................................. 8
1.2
Noodzaak van het onderzoek .................................................................................. 9
1.3
Archeologische verwachting .................................................................................... 9
2
Veldonderzoek ..................................................................................................... 10
2.1
Doelstelling en vraagstelling .................................................................................. 10
2.2
Methodiek .............................................................................................................. 10
2.3
Resultaten en interpretatie .................................................................................... 11
2.3.1
Bodemopbouw ....................................................................................................................11
2.3.2
Archeologie .........................................................................................................................20
3
Conclusie .............................................................................................................. 21
3.1
Synthese ................................................................................................................ 21
3.2
Conclusie ............................................................................................................... 21
3.3
Advies .................................................................................................................... 22
3.4
Selectieadvies bevoegd gezag .............................................................................. 22
Literatuurlijst en gebruikte bronnen .................................................................................. 24
Bijlage 1.
Locatie plangebied
Bijlage 2.
Locatie boringen
Bijlage 3.
Boorprofielen
Bijlage 4.
Geomorfologische kaarten
Bijlage 5.
Bodeminterpretatiekaarten
Bijlage 6.
Archeologisch advies nr. SIT20a08 door Marion Aarts, gemeente SittardGeleen
4 (24)
Samenvatting In opdracht van Tennet TSO B.V. heeft Sweco Nederland B.V. een archeologisch verkennend booronderzoek uitgevoerd naar een toekomstig kabeltracé tussen Born en Graetheide, in de gemeenten Echt-Susteren en Sittard-Geleen. De aanleiding voor dit onderzoek is het voornemen van de opdrachtgever om een 150kV kabelverbinding te realiseren tussen de bestaande hoogspanningsstations Born en Graetheide. Uit het bureauonderzoek is gebleken dat er binnen het plangebied overwegend een middelhoge tot hoge archeologische verwachting geldt voor het aantreffen van archeologische resten (op basis van landschap, grondwaterstanden et cetera). Het gaat dan om een brede archeologische verwachting voor het aantreffen van resten uit de periode vanaf het Paleolithicum tot en met de Late Middeleeuwen/Nieuwe tijd. In principe is vanaf het Paleolithicum al menselijke bewoning en activiteit mogelijk geweest binnen het plangebied. De mogelijke archeologische sporen kunnen uiteenlopen van tijdelijke jachtkampjes van jager-verzamelaars uit het Paleolithicum/Mesolithicum tot nederzettingsterreinen uit de periode vanaf het Neolithicum/Bronstijd tot en met de Late Middeleeuwen/Nieuwe tijd.
Uit het veldonderzoek is gebleken dat de bodemopbouw in de noordelijke helft van het plangebied, daar waar volgens de geomorfologische kaart dalvlakteterrassen en dalvormige laagtes zijn gekarteerd, bestaat uit terrasafzettingen (ooivaaggronden) en in de zuidelijke helft van het plangebied uit lössafzettingen (kuil- en radebrikgronden). Het archeologische niveau bevindt zich naar verwachting onder de bouwvoor. Er hebben geen omvangrijke verstoringen plaatsgevonden in het gebied. Er zijn echter ook geen duidelijke archeologische lagen herkend of indicatoren aangetroffen, maar dat was ook niet het doel van dit booronderzoek. Enkele losse boringen daargelaten, zijn er geen aanwijzingen aangetroffen die er op duiden dat de bodem dieper dan de omgewerkte bouwvoor is verstoord. Op basis van de resultaten van het inventariserend veldonderzoek wordt voor het plangebied vervolgonderzoek aanbevolen. Het wordt geadviseerd om archeologisch inventariserend vervolgonderzoek uit te voeren in de vorm van proefsleuven (IVO-P) en daarbij direct door te kunnen starten naar een opgraving (DO) indien daar aanleiding toe is. Voor het plangebied grenzend aan het NedCar parkeerterrein (boorpunt 12 t/m 19) wordt, indien de werkzaamheden hier niet d.m.v.
gestuurde boring kunnen worden uitgevoerd, geadviseerd de werkzaamheden archeologisch te laten begeleiden (DO variant begeleiding) omdat de strook van de berm hier geen praktische uitvoering van een proefsleuvenonderzoek toelaat. Selectiebesluit bevoegde overheid De conceptversie van deze rapportage is aan de bevoegde overheid ter beoordeling voorgelegd. De bevoegde overheid heeft aangegeven in te stemmen met het advies. 1 Daarbij heeft de gemeente aangegeven dat er tijdens het vervolgonderzoek eisen vanuit de gemeente zullen worden gesteld wat betreft kennis en ervaring van het veldteam in lössbodems en de archeoregio. De toetslijst van de gemeente is als bijlage aan deze rapportage toegevoegd. Het rapport is niet door de gemeente Echt-Susteren beoordeeld Nawoord Archeologisch advies nr. SIT20a08 door Marion Aarts, gemeente Sittard-Geleen & mailcontact M. Aarts (gemeente Sittard-Geleen) en C.A. Paré (Sweco), d.d. 2-12-2020. 1
5 (24)
Na de beoordeling van de bevoegde overheid is de opdrachtgever tot een iets gewijzigd tracé gekomen. Op basis van het gewijzigde tracé zijn de kaarten in het rapport en de kaartbijlagen opnieuw uitgedraaid met als enige wijziging de versie van het geprojecteerde tracé. Dit heeft er toe geleid dat de locaties van de uitgevoerde boringen op enkele plekken afwijken van het uiteindelijke tracé.
6 (24)
Tabel 1 Overzicht van archeologische perioden2 Periode Tijd Laat-Paleolithicum (Oude Steentijd) Mesolithicum (Midden Steentijd) 9.000 v.Chr.
tot -
9.000 v.Chr. 4.900 v.Chr.
Neolithicum (Nieuwe Steentijd)
5.325 v.Chr.
-
1.900 v.Chr.
Bronstijd
1.900 v.Chr.
-
800 v.Chr.
IJzertijd
800 v.Chr.
-
12 v.Chr.
Romeinse Tijd
12 v.Chr.
-
450 n.Chr.
Vroege Middeleeuwen
450
-
1.050 n.Chr.
Late Middeleeuwen
1.050
-
1.500 n.Chr.
Nieuwe Tijd
1.500
-
heden
Tabel 2 Indeling van het Kwartair chronostratigrafie Kwartair Holoceen Subatlanticum Subboreaal Atlanticum Boreaal Preboreaal Pleistoceen Laat
Midden
Vroeg
2
Weichselien (ijstijd) Eemien Saalien (ijstijd) Elsterien (ijstijd)
jaren geleden 3.000 5.000 8.000 9.000 10.000 130.000 120.000 130.000 800.000 200.000 400.000 2.400.000 -
heden 3.000 5.000 8.000 9.000 10.000 10.000 120.000 130.000 130.000 315.000 800.000
Bron: Brandt e.a., Archeologisch Basis Register 1992.
7 (24)
1
Inleiding
1.1 Aanleiding van het onderzoek Als onderdeel van het project 'Versterken 150 kV-net Born-Graetheide' dient een nieuwe ondergrondse 150 kV-hoogspanningsverbinding gerealiseerd te worden tussen de 150 kVhoogspanningsstations Born en Graetheide in Zuid-Limburg. De versterking van het 150 kV-net tussen de stations Born en Graetheide maakt onderdeel uit van een grotere versterking van het hoogspanningsnet in de regio. Op basis van een tracéstudie is een voorkeursalternatief (VKA) tussen beide stations gekozen. Binnen het VKA is vervolgens een definitief tracé bepaald (hierna te noemen: plangebied). Het plangebied is weergegeven in figuur 1. Binnen het plangebied hebben diverse veldwerkzaamheden plaats gevonden welke input hebben gevormd voor de conditionerende onderzoeken.
Figuur 1: de ligging van het plangebied.
8 (24)
1.2 Noodzaak van het onderzoek Het plangebied ligt in de provincie Limburg, binnen de gemeenten Sittard-Geleen en EchtSusteren. Het plangebied bestaat uit een ongeveer 8 kilometer lang tracé waarbinnen een 150 kV-verbinding zal worden aangelegd. Hierbij worden graafwerkzaamheden uitgevoerd die de eventueel aanwezige archeologische waarden kunnen verstoren. Op de locaties waar open ontgravingen gepland zijn zullen deze een breedte tot 6 meter hebben en een diepte van 1,5 tot 2 meter beneden maaiveld. Daarnaast worden er bouwputten gerealiseerd voor persingen (circa 10 bij 15 meter). Om de voorgenomen ontwikkeling mogelijk te maken, wordt een nieuw bestemmingsplan opgesteld. Onderhavig inventariserend onderzoek draagt bij aan de waarborging van het aspect archeologie binnen dit nieuwe bestemmingsplan.
1.3 Archeologische verwachting In het kader van dit project is reeds een archeologisch bureauonderzoek 3 uitgevoerd, op basis waarvan is geadviseerd een verkennend booronderzoek uit te voeren op de locaties waar open ontgravingen gaan plaatsvinden en waar een verhoogde archeologische verwachting geldt: ” Hoewel het plangebied weinig bekende archeologische waarden kent, heeft het plangebied volgens de gemeentelijke archeologische beleidskaarten wel overwegend een middelhoge tot hoge archeologische verwachting voor het aantreffen van archeologische resten (op basis van landschap, grondwaterstanden et cetera). Het gaat dan om een brede archeologische verwachting voor het aantreffen van resten uit de periode vanaf het Paleolithicum tot en met de Late Middeleeuwen/Nieuwe tijd. In principe is vanaf het Paleolithicum al menselijke bewoning en activiteit mogelijk geweest binnen het plangebied. De mogelijke archeologische sporen kunnen uiteenlopen van tijdelijke jachtkampjes van jager-verzamelaars uit het Paleolithicum/Mesolithicum tot nederzettingsterreinen uit de periode vanaf het Neolithicum/Bronstijd tot en met de Late Middeleeuwen/Nieuwe tijd. Binnen het plangebied zijn veel vondstlocaties uit deze perioden bekend. Tot de eerste vondstcategorie behoren voornamelijk vondsten van bewerkt vuursteen en houtskool; tot de tweede categorie behoren o.a.
grondsporen van structuren zoals boerderijen, bijgebouwen, sloten, greppels en afvalkuilen, en vondsten van o.a. aardewerk, bot en metaal. Deze sporen kunnen in principe op of vlak onder het maaiveld worden aangetroffen. Voor de periode Nieuwe tijd zijn op basis van historisch kaartmateriaal geen aanwijzingen voor bewoning aangetroffen; dit kan echter ook niet geheel worden uitgesloten. Mogelijk kunnen binnen het plangebied nog sporen van verkaveling of agrarisch landgebruik worden aangetroffen.”4
Paré, C. & W. Weerheijm, 2019. Bureauonderzoek archeologie en cultuurhistorie. Versterken 150kV-net BornGraetheide. SWECO ARCHEOLOGISCHE RAPPORTEN 2233. Eindconcept. 4 Paré, C. & W. Weerheijm, 2019. Bureauonderzoek archeologie en cultuurhistorie. Versterken 150kV-net BornGraetheide. SWECO ARCHEOLOGISCHE RAPPORTEN 2233. Eindconcept. 3
9 (24)
2
Veldonderzoek
2.1 Doelstelling en vraagstelling Het doel van het inventariserend veldonderzoek is het toetsen en waar nodig aanvullen van de op basis van het bureauonderzoek opgestelde gespecificeerde verwachting. Het inventariserend veldonderzoek (IVO) is uitgevoerd conform SIKB BRL 4000 protocol 4003 en bestaat uit: 1. Controle aanwezigheid en volledigheid informatie (LS05, LS06 PS05, VS05, VS07) 2. Opstelling Plan van Aanpak IVO-Overig (VS01, SP01, VS08) 3. Aanmelden onderzoek bij Archis 4. Uitvoeren veldwerk IVO-Overig (VS02, VS03, VS04) 5. Melden eerste bevindingen onderzoek bij Archis 6. Uitwerken vondsten en (boor)monsters (VS03, SP02) 7. Analyseren resultaten IVO-Overig (VS02, VS03, VS04) 8. Opstellen standaardrapport IVO-Overig en waardering (VS05, VS06) 9. Opstellen selectieadvies (VS07) 10. Aanleveren standaardrapport - afmelden onderzoek in Archis 11. Aanleveren van analoge projectdocumentatie (DS01, DS02, OS17) 12. Aanleveren van vondsten en monsters (DS03, OS17) 13. Aanleveren digitale gegevens bij e-depot (DS05) 14. Verwijderen gedeselecteerde vondsten en monsters (OS13) Het Inventariserend Veldonderzoek bestaat uit een booronderzoek verkennende fase.
De gekozen onderzoeksmethode voor het veldwerk is gebaseerd op de resultaten van het bureauonderzoek (uitmondend in de gespecificeerde archeologische verwachting) en het protocol inventariserend veldonderzoek uit de KNA versie 4.1 (protocol 4003). Voorafgaand aan het veldonderzoek is een Plan van Aanpak opgesteld. Onderhavig booronderzoek is, met uitzondering van het aantal uitgevoerde boringen (zie onder), uitgevoerd conform het Plan van Aanpak. Vanwege het ontbreken van betredingstoestemming voor enkele percelen of de onbegaanbaarheid van het perceel zijn er 101 boringen in plaats van de oorspronkelijk 146 boringen uitgevoerd. De in onderhavige rapportage opgestelde conclusies en adviezen gelden enkel voor de locaties waar de boringen zijn uitgevoerd. Met het verkennend booronderzoek is de bodemopbouw en de mate van intactheid daarvan bepaald.
Het leidt tot beantwoording van de volgende onderzoeksvragen: • Wat is de bodemopbouw in het plangebied? • Is deze opbouw nog intact? • Zijn (mogelijke) archeologische waarden aanwezig in het plangebied? Zo ja, op welke diepte ten opzichte van het maaiveld en het NAP? • In welk opzicht kan op basis van het veldonderzoek de archeologische verwachting worden bijgesteld? • In hoeverre worden de (mogelijke) archeologische waarden bedreigd door de voorgenomen planontwikkeling? • Is het plangebied voldoende onderzocht? Zo nee, welke vorm van nader archeologisch onderzoek kan worden geadviseerd? 2.2 Methodiek Het veldwerk voor het inventariserende veldonderzoek is verricht op 19, 20, 23, 24 en 25 maart 2020 door Wouter Weerheijm (KNA-prospector 38767204), Leonie Ouwerkerk (KNAprospector 92218907), Jeroen van Rooij (senior KNA-prospector 19995135), Jorick Palma,
10 (24)
en Cesco Paré (junior archeoloog). Hierbij zijn 101 handmatige grondboringen verricht met behulp van een Edelmanboor met een diameter van 7 centimeter. De boringen zijn uitgevoerd tot 0,3 meter in de C-horizont en/of tot een maximale diepte van 2 meter beneden maaiveld. De boringen zijn gezet in een grid van om de 50 meter een boring. De boorpunten zijn ingemeten met behulp van een handheld-GPS. De hoogte van het maaiveld ter plaatse van de boringen is bepaald met behulp van het Actueel Hoogtemodel Nederland (AHN3, ahn.nl). De opgeboorde grond is onderzocht op de aanwezigheid van archeologische indicatoren, zoals verbrand of bewerkt vuursteen, houtskool, verbrand bot en aardewerk. Verder is gekeken naar bodemverkleuringen die zouden kunnen wijzen op mogelijke vegetatie- en/of cultuurlagen. De boorprofielen zijn lithologisch beschreven conform NEN5104 en de STIBOKA legenda. 2.3 Resultaten en interpretatie De locaties van de boringen worden weergegeven in bijlage 2. De tekeningen van de boorprofielen zijn opgenomen in bijlage 3. Bijlage 5 toont een overzicht van de boorinterpretatiekaarten, waarop is aangegeven welk bodemtype in welke boring is aangetroffen en waar de boringen liggen op de bodemkaart. 2.3.1 Bodemopbouw De laagopeenvolging in de bodemopbouw wordt van beneden naar boven beschreven.
Vanwege de grote hoeveelheid uitgevoerde boringen is er ten behoeve van de leesbaarheid van deze rapportage voor gekozen om de bodemopbouw van de uitgevoerde boringen in vijf clusters te bespreken.
11 (24)
2.3.1.1 Cluster A = boorpunt 4 t/m boorpunt 19 Kartering conform bodemkaart: Ooivaaggronden (KRd1) en Poldervaaggronden (Ln5). Kartering conform geomorfologische kaart: Dalvlakteterras (E44) en Dalvorminge laagte (R23).
Figuur 2: Boorpunten cluster A.
Boring 4 t/m 10 De basis van het bodemprofiel in boring 4 t/m boring 10 bestaat uit matig tot zeer grof, sterk tot zwak siltig, zwak grindig, lichtbruin tot beige zand. In boring 4 is deze laag op een diepte van 115 centimeter beneden maaiveld (31,25 meter NAP) aangetroffen. In de overige boringen is deze laag rond de 70 centimeter beneden maaiveld (31,30 meter NAP) aangetroffen. Deze laag is in alle boringen kalkloos. Boven deze laag zijn twee lagen aangetroffen waarvan de onderste bestaat uit sterk zandige, zwak grindige, kalkloze, lichtgrijze/bruine leem en op een diepte van rond de 40 centimeter beneden maaiveld is aangetroffen (31,80 meter NAP). De bovenste laag löss bestaat uit sterk zandige, zwak grindige, zwak humeuze, lichtgrijze/bruine leem en is vanaf een diepte van rond de 30 centimeter beneden maaiveld (31,90 meter NAP) aangetroffen. Hierboven bevindt zich de bouwvoor die bestaat uit sterk zandige, zwak grindige, matig humeuze, donkerbruine/grijze kalkrijke klei. Interpretatie Het profiel bestaat uit natuurlijke afzettingen in de vorm van terrasafzettingen waarvan de basis zandig is en naar boven toe lemiger. Hierboven bevindt zich de omgewerkte bouwvoor met een dikte van 30 centimeter. Op de bodemkaart uit 2014 liggen deze boorpunten in een gebied van ooivaaggronden. Dit bodemtype is ook tijdens de boringen aangetroffen.
12 (24)
Boring 11 t/m 19 De basis van het bodemprofiel in boring 11 t/m 19 bestaat uit sterk zandige, zwak grindige, neutraal beige/grijze leem en is op een diepte van rond de 85 centimeter beneden maaiveld (31,80 meter NAP) aangetroffen. In boring 11 bestaat de basis van de bodemopbouw uit sterk zandige klei (waarschijnlijk een oude geulvulling want deze boring ligt pal naast een sloot). Deze boring ligt naast de Venkebeek, een zijtak van de Geleenbeek.5 Hierboven bevindt zich een laag zwak zandige, zwak grindige, lichtgrijze/bruine, plaatselijk ijzerhoudende leem vanaf een diepte van rond de 70 centimeter beneden maaiveld (31,95 meter NAP). Hierboven bevindt zich een laag zwak zandige, zwak grindige, zwak humeuze, lichtbruine/grijze leem vanaf een diepte van rond de 30 centimeter beneden maaiveld (32,20 meter NAP). Hierboven bevindt zich een laag zwak zandige, matig tot sterk humeuze, donkerbruine/grijze leem dat vanaf het maaiveld aanwezig is. In boring 18 is de bodem tot 90 centimeter beneden maaiveld (31,70 meter NAP) omgewerkt. In boring 11 bestaat de top van het bodemprofiel uit sterk zandige, zwak grindige, matig humeuze, donkerbruine/grijze klei. Boring 13 diende gestaakt te worden vanwege een grind fractie op 95 centimeter beneden maaiveld (31,65 meter NAP).
Boring 14 werd gestaakt door een laag keien op een diepte van 90 centimeter beneden maaiveld (31,70 meter NAP) en boring 15 werd gestaakt door een grindlaag op een diepte van 65 centimeter beneden maaiveld (32,05 meter NAP). Interpretatie Het profiel bestaat uit natuurlijke afzettingen in de vorm van terrasafzettingen waarvan de basis zandig is en naar boven toe lemiger. De omgewerkte bouwvoor is hier 30 centimeter dik, met uitzondering van boring 18 waar de bodem tot 90 centimeter beneden maaiveld is verstoord. Op de bodemkaart uit 2014 liggen deze boorpunten in of naast een gebied van poldervaaggronden. Tijdens het booronderzoek zijn enkel ooivaaggronden aangetroffen. 2.3.1.2 Cluster B = boorpunt 20 t/m boorpunt 38 Kartering conform bodemkaart: Ooivaaggronden (KRd1) en Poldervaaggronden (Ln5). Kartering conform geomorfologische kaart: Dalvlakteterras (E44).
Aanvulling door G. Hensen als reactie op versie C1 van dit rapport: “Bij eerder booronderzoek in het gebied zijn geen typische beekafzettingen aangetroffen, waardoor vermoed wordt dat het hier om een rechtgetrokken deel van de beek gaat. Dit zal vervolgonderzoek moeten uitwijzen (zie hiervoor Roggen, 2016, Pasveld-Born (zaakid. 3292872100).” 5
13 (24)
Figuur 3: boorpunten cluster B.
Boorpunt 20 t/m boorpunt 30 De basis van het bodemprofiel in boorpunt 20 t/m 30 bestaat uit sterk zandige, zwak grindige, neutraal beige leem dat plaatselijk roestvlekken bevat of matig fijn, uiterst siltig zand met roestvlekken. Deze laag is op een diepte van 80 centimeter beneden maaiveld (32,10 meter NAP) aangetroffen. Hierboven bevindt zich een laag zwak zandig, lichtbruine/grijze leem wat naar onderen toe meer roesthoudend wordt. Deze laag is vanaf een diepte van 30 centimeter beneden maaiveld (32,55 meter NAP) aangetroffen. Hierboven bevindt zich een laag zwak zandige, matig humeuze, donkerbruine/grijze leem vanaf het maaiveld. In de laag sterk zandige, zwak grindige, neutraal beige leem met roestvlekken zijn in boring 22 stukjes natuurlijk vuursteen aangetroffen. Interpretatie De basis van het profiel bestaat uit natuurlijke sterk zandige, zwak grindige leemafzettingen tot matig fijn, uiterst siltig zand. Naar boven toe wordt het leem minder zandig. Deze laag wordt geïnterpreteerd als terrasafzettingen afgedekt met een pakket löss. De omgewerkte bouwvoor is hier ongeveer 30 centimeter dik. Boring 20 t/m 23 liggen op de bodemkaart uit 2014 in een gebied met ooivaaggronden. Boring 24 t/m 30 liggen op die in een gebied met poldervaaggronden. In al deze boringen zijn tijdens het booronderzoek ooivaaggronden aangetroffen.
Boorpunt 31 t/m boorpunt 38 De basis van het bodemprofiel in boorpunt 31 t/m 38 bestaat uit zwak zandige, lichtbruine tot neutraal beige leem of matig grof, matig siltig lichtbruin zand. Deze laag is aangetroffen
14 (24)
op een diepte van rond de 130 centimeter beneden maaiveld (34,0 meter NAP). Hierboven bevindt zich een laag zwak zandige, lichtbruine leem dat is aangetroffen op een diepte van rond de 70 centimeter beneden maaiveld (34,60 meter NAP). Hierboven bevindt zich een laag zwak zandige, zwak humeuze, lichtbruine leem dat aanwezig is op een diepte van rond de 20 centimeter beneden maaiveld (35,10 meter NAP). Hierboven bevindt zich vanaf het maaiveld een laag zwak zandige, matig tot sterk humeuze, donkerbruine leem. Boring 34 bleek geheel verstoord en is op een diepte van 100 centimeter beneden maaiveld (33,90 meter NAP) gestuit op steenresten, waardoor de boring gestaakt werd. Boring 36 is op een diepte van 150 centimeter beneden maaiveld (33,50 meter NAP) gestuit op (vermoedelijk van nature aanwezig) grind. Interpretatie Het gehele profiel bestaat uit zwak zandige leem. De basis van het profiel is plaatselijk omschreven als matig siltig zand. De lössafzettingen zijn natuurlijk. De omgewerkte bouwvoor is hier zo’n 20 centimeter dik. Deze boorpunten liggen volgens de bodemkaart uit 2014 in een gebied met ooivaaggronden. Ook tijdens het booronderzoek zijn in deze boringen ooivaaggronden aangetroffen. 2.3.1.3 Cluster C = boorpunt 52 t/m boorpunt 72 Kartering conform bodemkaart: overgang van Kuilbrikgronden (BLn5) naar Poldervaaggronden (Lnd5) naar Radebrikgronden (BLd5).
Kartering conform geomorfologische kaart: Daluitspoelingswaaier (G21), Dalvorminge laagte (R23), Lösswand (A51) en Tussenterras (E42).
Figuur 4: boorpunten cluster C.
15 (24)
Boorpunt 52 t/m 61 De basis van het bodemprofiel in boorpunt 53 t/m 61 bestaat uit matig grof, matig siltig, zwak grindig, lichtbruin/grijs zand of sterk zandige, lichtbruine/grijze leem. Deze laag is op een diepte van circa 90 centimeter beneden maaiveld (34,80 meter NAP) aangetroffen en is plaatselijk ijzerhoudend. Hierboven is een laag zwak zandige, zwak humeuze, neutraal bruine/grijze leem aanwezig vanaf een diepte van circa 25 centimeter beneden maaiveld ( 35,45 meter NAP) aangetroffen. Hierboven is een laag zwak zandige, matig humeuze, donkerbruine/grijze leem aanwezig vanaf het maaiveld. Interpretatie De basis van het profiel bestaat uit een natuurlijke laag matig siltig, zwak grindig zand dat plaatselijk is omschreven als sterk zandige leem. Deze laag is geïnterpreteerd als terrasafzettingen. Hierboven is een circa 90 centimeter dik pakket zwak zandige, humeuze leem aangetroffen waarvan de bovenste 25 centimeter de omgewerkte bouwvoor betreft. De laag onder de bouwvoor is geïnterpreteerd als löss. Op de bodemkaart uit 2014 liggen deze boringen in een gebied met kuilbrikgronden. Deze bodemsoort is tijdens het booronderzoek in alle boringen aangetroffen, al is een Bt-horizont niet als zodanig herkend. Boorpunt 67 t/m 72 De basis van het bodemprofiel in de uitgevoerde boorpunten tussen nr. 67 t/m 72 bestaat uit zwak zandige, lichtgrijze/bruine leem met plaatselijk ijzer.
Deze laag is aangetroffen op een diepte van circa 100 centimeter beneden maaiveld (36,40 meter NAP). In boring 70 en 72 bestaat de basis van het bodemprofiel uit matig grof, matig siltig, bruin zand vanaf 80 tot 100 centimeter beneden maaiveld (38,50 meter NAP tot 41,20 meter NAP). Hierboven is een laag zwak zandige, zwak humeuze, lichtbruine en ijzerhoudende leem aanwezig. Deze laag is aangetroffen op een diepte van rond de 30 centimeter beneden maaiveld (38,85 meter NAP). In boring 69 is op een diepte van 35 centimeter beneden maaiveld (37,05 meter NAP), een laag zwak zandige, zwak humeuze, neutraal bruine leem aangetroffen. Hierboven is vanaf het maaiveld een laag zwak zandige, matig humeuze donkerbruine/grijze leem aanwezig met plaatselijk resten baksteen. Interpretatie De basis van het profiel bestaat uit zwak zandige leem, dat is geïnterpreteerd als löss, of plaatselijk uit matig grof, matig siltig zand, dat is geïnterpreteerd als terrasafzetting. Hierboven is een 70 centimeter dikke laag zwak zandige, zwak humeuze leem (löss) aangetroffen waar in boring 69, op een diepte van 35 centimeter beneden maaiveld (37,05 meter NAP), een mogelijk restant van een B-horizont in is herkend. De omgewerkte bouwvoor is hier zo’n 35 centimeter dik. Op de bodemkaart uit 2014 liggen boorpunten 67, 69 en 70 in een gebied met poldervaaggronden.
Boorpunten 71 en 72 liggen op deze kaart in een gebied met radebrikgronden. Waarschijnlijk zijn in al deze boringen radebrikgronden aangetroffen, maar een Bt-horizont is niet als zodanig herkend. 2.3.1.4 Cluster D = boorpunt 75 t/m boorpunt 92 Kartering conform bodemkaart: Radebrik gronden (BLd5). Kartering conform geomorfologische kaart: Lösswand (A51) en Tussenterras (E42).
16 (24)
Figuur 5: boorpunten cluster D.
Boorpunt 75 t/m 92 De basis van het bodemprofiel in de boorpunten nr. 75 t/m 92 bestaat uit zwak zandige, neutraal bruine/grijze/beige leem met plaatselijk sporen roest. Deze laag is aangetroffen op een diepte van 30 tot 50 centimeter beneden maaiveld (45,65 meter NAP tot 50,10 meter NAP). Hierboven is vanaf het maaiveld een laag zwak zandige, zwak humeuze, grijze/bruine leem aanwezig met plaatselijk brokken baksteen. In boring 76, 84 en 90 bestaat de basis van het bodemprofiel uit matig fijn, sterk siltig, bruin zand vanaf 95 tot 190 centimeter beneden maaiveld (45,35 meter NAP tot 48,10 meter NAP). Hierboven bevindt zich in boring 84 een laag zwak siltig, zwak humeus, bruin/grijs zand vanaf een diepte van 30 centimeter beneden maaiveld (48,0 meter NAP). In de overige twee boringen bevindt zich boven de basis van een bodemprofiel een laag zwak zandige, bruine/grijze leem vanaf een diepte van ca. 40 centimeter beneden maaiveld (45,85 meter NAP in boring 76 en 49,70 meter NAP in boring 90). De bovenste bodemlaag bestaat in deze drie boringen uit zwak zandige, matig humeuze, grijze/bruine leem. Interpretatie De basis van het profiel bestaat uit een natuurlijk pakket lössafzettingen bestaand uit zwak zandige leem en plaatselijk uit sterk siltig zand. Dit pakket bevindt zich in de meeste boringen direct onder de 30 tot 50 centimeter dikke omgewerkte bouwvoor.
In enkele verspreide boringen bevindt zich hiertussen nog een laag zwak siltig zand of zwak zandige leem. Op de bodemkaart uit 2014 liggen deze boorpunten in een gebied met radebrikgronden.
17 (24)
Deze bodemsoort is tijdens het booronderzoek in alle boringen aangetroffen, al is een Bthorizont niet als zodanig herkend. 2.3.1.5 Cluster E = boorpunt 100 t/m boorpunt 144 Kartering conform bodemkaart: Radebrik gronden (BLd5). Kartering conform geomorfologische kaart: Tussenterras (E42).