Bijlage 6.1 - Archeologisch onderzoek.pdf
Tekst van het document
Rapport Projectnummer: 365047 Referentienummer: SWNLxx Datum: 29-7-2020
Bureauonderzoek archeologie en cultuurhistorie Versterken 150kV-net Born-Graetheide SWECO ARCHEOLOGISCHE RAPPORTEN 2233
Definitief
Verantwoording Titel
Bureauonderzoek archeologie en cultuurhistorie
Subtitel
Versterken 150kV-net Born-Graetheide SWECO ARCHEOLOGISCHE RAPPORTEN 2233
ISSN-nummer
2468-4813
Projectnummer
365047
Referentienummer
SWNLxx
Revisie
D1
Datum
29-7-2020
Auteur
C.A. Paré MSc mr. W.J. Weerheijm MA (sr. KNA-BO archeoloog, actornummer 38767204)
E-mailadres
Cesco.pare@sweco.nl
Gecontroleerd door
dr. J.J. Hekman, senior KNA-archeoloog (64229705)
Paraaf gecontroleerd
Goedgekeurd door Paraaf goedgekeurd
J. van Rooij, teamleider
Sweco voert archeologisch onderzoek uit onder procescertificaat SIKB BRL 4000 ’Archeologie’ en de protocollen 4001, 4002, 4003 en 4004. De archeologische werkzaamheden worden uitgevoerd in overeenstemming met de Kwaliteitsnorm van de Nederlandse Archeologie (KNA).
Administratieve gegevens Uitvoerder
Sweco Nederland B.V.
Provincie Gemeente Plaats Toponiem Kaartbladnummer Kadastrale gegevens x/y-coördinaten
Limburg Sittard-Geleen, Echt-Susteren Born, Graetheide Born-Graetheide 60W meerdere N x:186128 / M x:185468 / Z x:186525 / TenneT TSO BV Utrechtseweg 310 6812AR ARNHEM 4711343100 Ca. 198 hectare Gemeente Sittard-Geleen Ruimtelijk Beleid Team Ruimtelijke Ontwerp Mevr. drs. M.E.N. Aarts E-mail: marion.aarts@sittard-geleen.nl
Opdrachtgever
Onderzoeksmeldingsnummer Archis monumentnummer Archis waarnemingsnummer Oppervlakte plangebied Bevoegde overheid
Projectmedewerker Periode van uitvoering Beheer en plaats van documentatie
Gemeente Echt-Susteren Contactpersoon Archeologie en Monumenten Mevr. M.P.A.P. Stokbroekx Vergunningverlener/bouwplantoetser Team Wabo E-mail: marielle.stokbroekx@servicecentrum-mer.nl C.A. Paré MSc, mr. W.J. Weerheijm MA Concept: juni 2019; definitief: juli 2020 Sweco Nederland B.V. De Bilt
y:340115 y:337562 y:334645
Inhoudsopgave Samenvatting ......................................................................................................................... 7 1
Inleiding .................................................................................................................. 9
1.1
Aanleiding van het onderzoek ................................................................................. 9
1.2
Kader onderzoek ..................................................................................................... 9
1.3
Methodiek ................................................................................................................ 9
1.4
Doelstelling en vraagstelling .................................................................................. 10
2
Bureauonderzoek archeologie ........................................................................... 11
2.1
Afbakeningen plangebied, huidig gebruik en toekomstig gebruik ......................... 11
2.1.1
Afbakening plan- en onderzoeksgebied ..............................................................................11
2.1.2
Huidig gebruik van het plangebied ......................................................................................12
2.1.3
Toekomstig gebruik van het plangebied .............................................................................12
2.2
Aardwetenschappelijke kenmerken ....................................................................... 12
2.3
Archeologische waarden ....................................................................................... 15
2.3.1
Archeologische verwachtings- en beleidskaart ...................................................................15
2.3.2
Archeologische Monumenten ..............................................................................................16
2.3.3
Archeologische waarnemingen en onderzoeken ................................................................17
2.3.4
Ondergrondse bouwhistorische waarden en mogelijke verstoringen ..................................20
2.4
Historische situatie................................................................................................. 21
3
Gespecificeerde archeologische verwachting ................................................. 22
4
Conclusie en advies archeologie ....................................................................... 23
4.1
Conclusie ............................................................................................................... 23
4.2
Advies .................................................................................................................... 23
5
Bureauonderzoek cultuurhistorie ...................................................................... 25
5.1
Bronnen ................................................................................................................. 25
5.2
Gemeentelijk beleid ............................................................................................... 25
5.3
Bekende cultuurhistorische waarden .................................................................... 27
6
Conclusie en advies cultuurhistorie .................................................................. 29
6.1
Conclusie ............................................................................................................... 29
6.2
Advies .................................................................................................................... 29
Literatuurlijst en gebruikte bronnen .................................................................................. 30
Bijlage 1.
Locatie van het plangebied
Bijlage 2.
Geomorfologische kaart
Bijlage 3.
Bodemkaart
Bijlage 4.
Hoogtekaart (AHN)
Bijlage 5.
Archeologische inventarisatie (Archis)
Bijlage 6.
Topografische kaart 1850
Bijlage 7.
Bonneblad 1894-1937
Bijlage 8.
Waarden gemeentelijke beleidskaarten
Bijlage 9.
Cultuurhistorische inventarisatie
Bijlage 10.
Selectiebesluit gemeente Sittard-Geleen en beoordeling RAAP
Tabel 1
Overzicht van archeologische perioden1
Periode
Tijd
Laat-Paleolithicum (Oude Steentijd)
tot
9.000 v.Chr.
Mesolithicum (Midden Steentijd)
9.000 v.Chr.
-
4.900 v.Chr.
Neolithicum (Nieuwe Steentijd)
5.325 v.Chr.
-
1.900 v.Chr.
Bronstijd
1.900 v.Chr.
-
800 v.Chr.
IJzertijd
800 v.Chr.
-
12 v.Chr.
Romeinse Tijd
12 v.Chr.
-
450 n.Chr.
Vroege Middeleeuwen
450
-
1.050 n.Chr.
Late Middeleeuwen
1.050
-
1.500 n.Chr.
Nieuwe Tijd
1.500
-
heden
Tabel 2
Indeling van het Kwartair
chronostratigrafie Kwartair
Holoceen
Pleistoceen
jaren geleden Subatlanticum Subboreaal Atlanticum Boreaal Preboreaal Laat Weichselien (ijstijd) Eemien Midden Saalien (ijstijd) Elsterien (ijstijd) Vroeg
1
Bron: Archeologisch Basis Register 1992.
3.000 5.000 8.000 9.000 10.000 130.000 120.000 130.000 800.000 200.000 400.000 2.400.000
-
heden 3.000 5.000 8.000 9.000 10.000 10.000 120.000 130.000 130.000 315.000 800.000
Samenvatting In opdracht van Tennet TSO BV heeft Sweco Nederland B.V. een archeologisch en cultuurhistorisch bureauonderzoek uitgevoerd naar een toekomstig kabeltracé tussen Born en Graetheide, in de gemeenten Echt-Susteren en Sittard-Geleen. De aanleiding voor dit onderzoek is het voornemen van de opdrachtgever om een 150kV kabelverbinding te realiseren tussen de bestaande hoogspanningsstations Born en Graetheide. Op basis van voorgaande onderzoeken is een voorkeursalternatief (VKA) bepaald waarbinnen de kabelverbinding zal worden aangelegd. Het plangebied van het VKA bestaat uit een gedefinieerde corridor waarbinnen de 150kV verbinding zal worden aangelegd. De corridor is ca. 8 kilometer lang en max. 300 meter breed, met een totale oppervlakte van ca. 198 hectare. De exacte locatie, breedte en diepte van de bodemingrepen binnen het VKA zijn ten tijde van het opstellen van dit document nog niet bekend. Binnen het VKA zal een werkstrook worden aangelegd met naar verwachting een breedte van ca. 40 meter; daarbinnen vindt een open ontgraving plaats met een breedte van 5 tot 10 meter, en een diepte van 1,5 tot 2 meter beneden maaiveld. Archeologische waarden en verwachtingen Het VKA is tijdens de tracéstudie dusdanig vormgegeven dat er zich zo min mogelijk vastgestelde archeologische waarden binnen het gebied bevinden.
Binnen het VKA bevinden zich geen archeologische monumenten (AMK-terreinen), en relatief weinig vondstlocaties. Bij de Dorpsstraat/Maasweg te Guttecoven ligt het plangebied direct tegen een niet-Rijksbeschermd archeologisch monument (AMK terrein 11.212 - terrein met sporen van bewoning uit de Romeinse tijd). De vondstlocaties binnen het plangebied zijn veelal wel een aanwijzing voor een archeologische vindplaats. Binnen het VKA bevindt zich een clustering aan vondstlocaties tussen de Bornerweg en de Beukenboomsweg bij Limbricht. Hoewel het plangebied dus weinig bekende archeologische waarden kent, heeft het plangebied volgens de gemeentelijke archeologische beleidskaarten wel overwegend een middelhoge tot hoge archeologische verwachting voor het aantreffen van archeologische resten (op basis van landschap, grondwaterstanden etc.). Het gaat dan om een brede archeologische verwachting voor het aantreffen van resten uit de periode vanaf het Paleolithicum tot en met de Late Middeleeuwen/Nieuwe tijd. In principe is vanaf het Paleolithicum al menselijke bewoning en activiteit mogelijk geweest binnen het plangebied. De mogelijke archeologische sporen kunnen uiteenlopen van tijdelijke jachtkampjes van jager-verzamelaars uit het Paleolithicum/Mesolithicum tot nederzettingsterreinen uit de periode vanaf het Neolithicum/Bronstijd tot en met de Late Middeleeuwen/Nieuwe tijd.
Binnen het plangebied zijn veel vondstlocaties uit deze perioden bekend. Tot de eerste vondstcategorie behoren voornamelijk vondsten van bewerkt vuursteen en houtskool; tot de tweede categorie behoren o.a. grondsporen van structuren zoals boerderijen, bijgebouwen, sloten, greppels en afvalkuilen, en vondsten van o.a. aardewerk, bot en metaal. Deze sporen kunnen in principe op of vlak onder het maaiveld worden aangetroffen. Voor de periode Nieuwe tijd zijn op basis van historisch kaartmateriaal geen aanwijzingen voor bewoning aangetroffen; dit kan echter ook niet geheel worden uitgesloten. Mogelijk kunnen binnen het plangebied nog sporen van verkaveling of agrarisch landgebruik worden aangetroffen. Advies archeologie Op basis van de resultaten van het bureauonderzoek wordt geadviseerd om op de locatie van de geplande ingrepen binnen het VKA een dubbelbestemming archeologie op te nemen conform Bijlage 8. Verder wordt voor het plangebied geadviseerd om de geplande
bodemingrepen binnen het VKA zoveel mogelijk uit te voeren in gebieden die in Bijlage 8 staan aangegeven met waarde 5 of 6 binnen de gemeente Sittard-Geleen. Dit zijn de zones met de relatief minst hoge verwachting op het aantreffen van archeologische waarden. Geadviseerd wordt om de zones die staan aangegeven met waarde 2 zoveel mogelijk te vermijden omdat hier sprake is van een vastgestelde archeologische vindplaats, of een hoge/zeer hoge kans daarop. Het gedeelte binnen het VKA binnen de gemeente EchtSusteren heeft vrijwel geheel een hoge archeologische verwachting, en slechts voor een klein gedeelte een middelhoge archeologische verwachting, zodat er voor de ingrepen binnen dat gedeelte van het plangebied weinig mogelijkheden tot alternatieven zijn. Gezien de lengte van het tracé en het feit dat vrijwel het gehele VKA een middelhoge tot hoge archeologische verwachting heeft, wordt geadviseerd om zodra het concrete tracé bekend is voorafgaand aan de werkzaamheden een archeologisch vervolgonderzoek uit te laten voeren. Er wordt geadviseerd om een vervolgonderzoek uit te voeren in de vorm van een booronderzoek waarbij het archeologisch verwachtingsmodel wordt getoetst en de mate van intactheid van de bodem in kaart wordt gebracht, bijvoorbeeld door te boren in een raai met een tussenruimte van 50 meter tussen de boringen.
Cultuurhistorische waarden Binnen het VKA bevindt zich het Rijksmonument 509.931, de buitenplaats Wolfrath met parkaanleg. De gebouwde elementen binnen het Rijksmonument zullen niet door de geplande ingrepen worden bedreigd. Het Rijksmonument buitenplaats Wolfrath heeft echter ook een ondergrondse component: bij buitenplaatsen worden ook ingrepen in de bodem vergunningplichtig geacht. Daarnaast bevinden zich enkele lijnobjecten binnen het VKA, met name bestaande uit historische wegen die doorgaans haaks worden gekruist. Advies cultuurhistorie TenneT realiseert in principe geen assets daar waar cultuurhistorische waarden aanwezig zijn. In het geval van het onderhavige project betreft het werk de aanleg van een (ondergronds) kabeltracé waardoor er geen gebouwde monumenten, cultuurhistorische vlakken, of -lijnobjecten worden bedreigd. Uitzondering hierop is het Rijksmonument 509.931, de buitenplaats Wolfrath met parkaanleg. Voor ingrepen die hier in de bodem worden uitgevoerd dient een monumentenvergunning te worden aangevraagd bij de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (via de gemeente). Daarom wordt geadviseerd om ingrepen binnen de begrenzing van het Rijksmonument te voorkomen, bijvoorbeeld door middel van een gestuurde boring. Selectiebesluit bevoegde overheid De conceptversie van dit rapport is voorgelegd aan de gemeente Sittard-Geleen.
De gemeente heeft het rapport laten toetsen door RAAP.2 Op basis van de beoordeling door RAAP heeft de gemeente Sittard-Geleen besloten niet in te stemmen met het advies zoals opgesteld door Sweco. De voornaamste opmerkingen betreffen het gebrek aan maatwerk vanwege de ten tijde van het opstellen van dit rapport nog niet exact bekende ligging van het tracé en het advies van Sweco om vervolgonderzoek uit te laten voeren in de vorm van een booronderzoek. De documenten behorend tot het selectiebesluit zijn in de bijlagen van deze rapporte toegevoegd. Hensen, G., 2019. Toetsing bureauonderzoek in de gemeente Sittard-Geleen, d.d. 01-10-2019. Bijlage bij toetsing: Document SIT19a09, d.d. 01-10-2019. 2
1
Inleiding
1.1 Aanleiding van het onderzoek Als onderdeel van het project 'Versterken 150 kV-net Born-Graetheide' dient een nieuwe ondergrondse 150 kV hoogspanningsverbinding gerealiseerd te worden tussen de 150 kVhoogspanningsstations Born en Graetheide in midden-Limburg. De versterking van het 150 kV-net tussen de stations Born en Graetheide maakt onderdeel uit van een grotere versterking van het hoogspanningsnet in de regio. Op basis van een tracéstudie is een voorkeursalternatief (VKA) tussen beide stations gekozen. Het VKA is weergegeven in Figuur 2-1 en dient voor dit bureauonderzoek als het onderzoeksgebied. De maximale breedte van het VKA bedraagt 300 m. Het doel van het archeologisch en cultuurhistorisch bureauonderzoek is na te gaan of er, en zo ja in welke vorm, vervolg(veld)onderzoek noodzakelijk met betrekking tot de toekomstige aanlegwerkzaamheden van de 150kV verbinding. Daarnaast wordt aan de hand van de resultaten van dit bureauonderzoek het definitieve tracé binnen het VKA ingetekend. Om de voorgenomen ontwikkeling mogelijk te maken wordt een nieuw bestemmingsplan opgesteld. Onderhavig bureauonderzoek is een eerste stap van waarborging van de aspecten archeologie en cultuurhistorie binnen dit nieuwe bestemmingsplan.
1.2 Kader onderzoek Het archeologisch en cultuurhistorisch bureauonderzoek is uitgevoerd op basis van de vigerende gemeentelijke beleidsdocumenten en -kaarten. 1.3 Methodiek Het rapport met betrekking tot het aspect archeologie heeft de vorm van een standaardrapport zoals genoemd in de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie. Het archeologisch bureauonderzoek is uitgevoerd conform SIKB BRL 4000 protocol 4002 en bestaat uit elf processtappen: 1. Afbakenen plan- en onderzoeksgebied; vaststellen consequenties toekomstig gebruik (LS01) 2. Aanmelden onderzoek bij Archis 3. Vermelden (en toepassen) overheidsbeleid (LS01) 4. Beschrijven huidig gebruik (LS02) 5. Beschrijven historische situatie en mogelijke verstoringen (LS03) 6. Beschrijven mogelijke aanwezigheid bouwhistorische waarden ondergrond (LS02, LS03, LS04) 7. Beschrijven bekende archeologische en aardwetenschappelijke kenmerken (LS04) 8. Opstellen gespecificeerde verwachting en formuleren onderzoeksstrategie (LS05) 9. Opstellen standaardrapport bureauonderzoek (LS06) 10. Aanleveren standaardrapport - afmelden onderzoek in Archis 11. Aanleveren digitale gegevens bij e-depot (DS05)
Processtappen 1 tot en met 7 leveren gegevens op basis waarvan de gespecificeerde verwachting (stap 8) wordt opgesteld. Deze stappen worden behandeld in paragraaf 1.1 en hoofdstuk 2. Processtap 9 resulteert in het voorliggende rapport. Processtappen 10 en 11 hebben betrekking op het openbaar maken van het bureauonderzoek voor derden bij onder meer Archis en het e-Depot. Er bestaan nog geen algemeen geldende richtlijnen voor cultuurhistorische inventarisaties. Een goede inventarisatie is in de meeste gevallen dan ook maatwerk. In dit rapport zijn zoveel als mogelijk het Stappenplan en Richtlijnen van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE) gevolgd voor Cultuurhistorisch onderzoek in de vormgeving van de Ruimtelijke Ordening (2013). 1.4 Doelstelling en vraagstelling De bodemingrepen die gepaard gaan met de geplande werkzaamheden zullen eventueel aanwezige archeologische resten en cultuurhistorische waarden in de bodem verstoren en/of vernietigen. Derhalve dienen voorafgaand aan die werkzaamheden de archeologische en cultuurhistorische waarden binnen het plangebied in kaart te worden gebracht. Het doel van het bureauonderzoek is inzicht te krijgen in de archeologische/cultuurhistorische waarde van het VKA. Het onderzoek richt zich op de vraag of er in het plangebied dergelijke waarden aangetroffen kunnen worden.
Voor het bureauonderzoek archeologie zijn de volgende onderzoeksvragen opgesteld: • Zijn mogelijk archeologische waarden in het plangebied aanwezig? • Is het plangebied voldoende onderzocht. Zo nee, welke vorm van nader onderzoek of welke maatregelen worden geadviseerd? Voor het bureauonderzoek cultuurhistorie zijn de volgende onderzoeksvragen opgesteld: • Zijn mogelijk cultuurhistorische waarden in het plangebied aanwezig? • Is het plangebied voldoende onderzocht. Zo nee, welke vorm van nader onderzoek of welke maatregelen worden geadviseerd?
2
Bureauonderzoek archeologie
2.1 Afbakeningen plangebied, huidig gebruik en toekomstig gebruik 2.1.1 Afbakening plan- en onderzoeksgebied Het plangebied ligt in de provincie Limburg, binnen de gemeenten Sittard-Geleen en EchtSusteren. De exacte locatie van het VKA (hierna te noemen: plangebied) wordt weergegeven in bijlage 1. Het plangebied bestaat uit het VKA waarbinnen de 150 kV verbinding zal worden aangelegd. Het plangebied is ca. 8 kilometer lang en max. 300 meter breed, met een totale oppervlakte van ca. 198 hectare. De exacte locatie, breedte en diepte van de bodemingrepen binnen deze corridor zijn nog niet bekend. Ten behoeve van de overzichtelijkheid is het VKA/plangebied in twee deelgebieden gesplitst (zie figuur 1): deelgebied Noord-Centraal (opp. 655.492 m2) en deelgebied Zuid-Oost (opp. 1.325.760 m2).
Figuur 2-1: ligging plangebied (luchtfoto).
2.1.2 Huidig gebruik van het plangebied Het plangebied is grotendeels voor agrarische doeleinden in gebruik. Binnen het plangebied is ca. 5.000 m2 verspreid bosgebied aanwezig. Ca. 122.000 m2 van het noordelijke deel van het plangebied bestaat uit bedrijventerrein. 2.1.3 Toekomstig gebruik van het plangebied De opdrachtgever heeft het voornemen om een 150 kV kabelverbinding te realiseren tussen de bestaande hoogspanningsstations Born en Graetheide. Binnen het VKA zal een werkstrook worden aangelegd met naar verwachting een breedte van ca. 40 meter. Daarbinnen vindt een open ontgraving plaats met een breedte van 5 tot 10 meter, en een diepte van 1,5 tot 2 meter beneden maaiveld. Ter plaatse van kruisingen met (water)wegen, bossasches en dergelijke worden de kabels aangelegd middels gestuurde boringen. De bodemingrepen die gepaard gaan met de geplande werkzaamheden zullen eventueel aanwezige archeologische resten in de bodem verstoren en/of vernietigen. 2.2 Aardwetenschappelijke kenmerken Om de landschapsgenese in beeld te brengen is gebruik gemaakt van bodemkaarten en geologische en geomorfologische kaarten. Met behulp hiervan worden de bodem en het landschap beschreven. Onderdeel van deze studie vormt een analyse van het Actueel Hoogtebestand Nederland. Tabel 3
Aardwetenschappelijke informatie
Bron
Informatie
Geologie
Noordelijk: Fm. Boxtel, Lp. V. Schimmert (leem/löss). Zuidelijk: Fm. v. Beegden veelal met een dek van de Fm. v. Boxtel, Lp. v. Wierden; rivierzand en -grind veelal met een zanddek. Dalvlakteterras (E44) met restgeul (R43) en dalvormige laagtes (R23); Daluitspoelingswaaier (G21) met dalvormige laagtes (R23); Tussenterras (E42) met losswanden (A51), droogdalen (R21), holle wegen (R91) en laagtes ontstaan door afgraving (N94). Radebrikgronden (BLd5) met een afwisseling van poldervaaggronden (Lnd5, Ln5), kuilbrikgronden (BLn5) en ooivaaggronden (Ld5, KRd1). Van 31 m +NAP in het noorden tot 54 m +NAP in het zuiden
Geomorfologie (noord naar zuid)
Bodemkunde (zuid naar noord) AHN
Terrassen van Zuid-Limburg In Zuid-Limburg liggen de oudste afzettingen van Nederland aan de oppervlakte. In tegenstelling tot het westen van Nederland, waar de bodem sinds het Tertiair (2,5 – 67 miljoen jaar gelegen) langzaam gedaald is, behoort het Zuid-Limburgse heuvellandschap tot een gebied dat sinds die tijd langzaam omhoog gekomen is. Het Zuid-Limburgse heuvellandschap is in feite een plateau, dat door vele rivier- en beekdalen doosneden wordt. De rivier de Maas heeft de afgelopen drie miljoen jaar het kalksteenplateau bedekt met lagen grind en grof zand. Door insnijding van de Maas zijn rivierterrassen ontstaan: vlakke delen begrensd door een meer of minder steile helling. Lokaal wordt het riviergrind bedekt door een laag fijn zand en löss afgezet in de laatste ijstijd.3 Er zijn in totaal 31 rivierterrassen in Zuid-Limburg.
3
Informatie TNO via: https://www.grondwatertools.nl/zuid-limburg-uniek.
Figuur 2-2:
Geomorfologische kaart van Nederland 1:50.000; Maasterrassen en Hellingklassen. Genk – Sittard – Maastricht – Heerlen. Staring Centrum / M.W. van den Berg 1988.
Het plangebied bevindt zich binnen de contouren van 3 van deze terrassen, te weten het Terras van Caberg 24 (deelgebied Zuid-Oost), het Terras van Caberg 35 (deelgebied NoordCentraal en Zuid-Oost), en het Terras van Eisden-Lanklaar6 (deelgebied Noord-Centraal), zie Figuur 2-2. Geologie Volgens de geologische kaart wordt het zuidelijk deel van het plangebied gevormd door afzettingen van de Formatie van Beegden met veelal een dek van de Formatie van Boxtel (laagpakket van Wierden). Dit zijn afzettingen die bestaan uit rivierzand en -grid met veelal een zanddek. Het noordelijk deel van de corridor wordt geologisch gevormd door de Formatie van Boxtel (laagpakket van Schimmert). Deze afzettingen bestaan uit leem/löss. Geomorfologie Volgens de geomorfologische kaart ligt deelgebied Noord-Centraal in een dalvlakteterras (E44) waar in het uiterste noorden een deel van een restgeul (R43) aanwezig is, en verder doorsneden door wordt door dalvormige laagtes (R23). De overgang naar deelgebied Zuid-Oost wordt gevormd door een oost-west georienteerde daluitspoelingswaaier (G21) doorsneden door dalvormige laagtes (R23). Deelgebied Zuid-Oost ligt in een tussenterras (E42), plaatselijk doorsneden door lösswanden (A51) met droogdalen (R21). Droogdalen zijn gedurende de laatste ijstijd ontstaan toen de bodem nog bevroren was. Deze dalen zorgden voor de afwatering van de lössplateaus.
In het meest zuidelijke deel van de corridor komen holle wegen (R91) en laagtes ontstaan door afgraving (N94) voor in het tussenterras, beide hebben een antropogene oorsprong. Bodemkunde Volgens de bodemkaart bestaat het plangebied grotendeels uit radebrikgronden op zandige leem (BLd5) met naar het noorden toe vanaf de overgang van deelgebied Zuid-Oost naar Noord-Centraal een afwisseling van poldervaaggronden op zandige leem/colluvium in dal (Lnd5), kuilbrikgronden in zandige leem (BLn5), ooivaaggronden met roest beginnend dieper dan 80 cm in zandige leem in situ (Ld5), en poldervaaggronden in zandige leem in situ (Ln5) wat in het uiterste noordelijke puntje van de corridor overloopt in ooivaaggronden in lichte zavel (KRd1). Brikgronden hebben zich meestal in relatief vlakgelegen lössgronden ontwikkeld. Archeologische sporen en resten zijn bij intacte bodems in of vlak onder de bouwvoor te verwachten. Radebrikgronden vertegenwoordigen de hoger gelegen delen terwijl ’kuil’ in kuilbrikgronden de relatief lage ligging weergeeft. Kalkloze poldervaag- en ooivaaggronden vertegenwoordigen relatief jonge bodems. Archeologische resten worden direct aan maaiveld of vlak hieronder verwacht.
AHN 330.000 jaar geleden ontstaan, gedurende het Saalien. 250.000 jaar geleden ontstaan, gedurende het Saalien. 6 Ontstaan als gevolg van een insnijding van de Maas gedurende het Eemien, toen de Maas op een lager niveau een nieuwe terras vormde. Het terras bestaat uit grof Maas-sediment dat tussen circa 225.000 en 130.000 jaar geleden is afgezet. 4 5
De contouren van de op de geomorfologische kaart aangegeven scheiding tussen het noordelijk gelegen dalvlakteterras en het zuidelijk gelegen tussenterras is op het AHN duidelijk te onderscheiden. Het dalvlakteterras ligt relatief lager dan het tussenterras. Ook de dalvormige laagtes en droogdalen kunnen op het AHN worden onderscheiden. Het noorden van het plangebied ligt met ca. 31 meter +NAP een stuk lager dan het zuiden met ca. 54 meter +NAP. 2.3 Archeologische waarden Om de reeds bekende archeologische waarden in beeld te krijgen, zijn diverse bronnen geraadpleegd, zoals de Archeologische Monumentenkaart, Archis3 en archeologische waarden- en/of beleidskaarten van het betreffende gebied. 2.3.1 Archeologische verwachtings- en beleidskaart De provincie Zuid-Limburg heeft enkele archeologische aandachtsgebieden vastgelegd in het Provinciaal Omgevingsplan (2014). Het plangebied loopt voor een deel door het provinciaal aandachtsgebied ’Graetheide’. Het aandachtsgebied Graetheide herbergt een groot aantal vindplaatsen uit voornamelijk het Neolithicum, de IJzertijd en de Romeinse tijd. De gemeente Sittard-Geleen heeft een archeologische beleidskaart vastgesteld. 7 Op deze kaart wordt aangegeven of bij bodemingrepen archeologisch onderzoek noodzakelijk is. Het grootste gedeelte van het plangebied ligt in een zone van hoge en middelhoge verwachting (categorie 4).
Hier geldt een onderzoeksplicht voor bodemingrepen dieper dan 30 cm en daarbij groter dan 500 m2. Daarnaast loopt een gedeelte door een zone met een lage archeologischje verwachting die echter wel staat aangemerkt als provinciaal aandachtsgebied (categorie 5). Voor deze categorie geldt een onderzoeksplicht voor ingrepen dieper dan 30 cm en daarbij groter dan 10.000 m2. Bij de Dorpsstraat/Maasweg Guttecoven ligt het plangebied direct tegen een nietRijksbeschermd archeologisch monument (AMK terrein 11.212 (terrein met sporen van bewoning uit de Romeinse tijd). Dergelijke AMK-terreinen vallen samen met zones rondom Archis waarnemingen/vindplaatsen onder categorie 2 op de beleidskaart). Hier geldt een onderzoeksplicht voor ingrepen dieper dan 30 cm en daarbij groter dan 50 m 2.8 Het meest noordelijke deel het plangebied valt binnen de gemeente Echt-Susteren. De gemeente Echt-Susteren heeft een archeologische verwachting- en beleidsadvieskaart opgesteld.9 Voor dit deel van het plangebied geldt een hoge archeologische verwachting voor droge landschappen. Deze archeologische verwachting strekt zich uit over relatief grote gebieden, en betreft voornamelijk een verwachting op het aantreffen van resten van bewoning en begraving. Hier geldt een onderzoeksplicht voor bodemingrepen dieper dan 40 cm en daarbij groter dan 1000 m2.
Een klein deel van het plangebied valt binnen een zone met een middelhoge archeologische verwachting voor natte landschappen. Archeologische waarden in natte landschappen hebben meestal betrekking op geïsoleerde ‘puntlocaties’ (bruggen, boten, fuiken, etc.). Hier geldt eveneens een onderzoeksplicht voor bodemingrepen dieper dan 40 cm en daarbij groter dan 1000 m2.
Beleidsnota Archeologie en Monumenten Sittard-Geleen 2012, bijlage 4. Verhoeven et al, 2010a. 9 Verhoeven et al, 2010b. 7 8
De gemeentelijke beleidsadvieskaarten gelden als onderlegger voor het toewijzen van archeologische dubbelbestemmingen in bestemmingsplannen. Zie bijlage 8 voor een overzicht van de gemeentelijke beleidscategorieën binnen het plangebied. 2.3.2 Archeologische Monumenten De Archeologische Monumentenkaart (AMK) bevat een overzicht van belangrijke archeologische terreinen in Nederland. In het plangebied zijn geen AMK-terreinen geregistreerd. In de directe omgeving van het plangebied (in een straal van een kilometer rondom het plangebied) zijn vijftien AMK-terreinen geregistreerd (zie tabel 1 en bijlage 5) waarvan er één direct aan de contouren van het plangebied grenst.
Tabel 1. Monumenten in het plangebied en in de directe omgeving van het plangebied. monumentnummer
complex
datering
waarde
8398
nederzetting, onbepaald
Ijzertijd
zeer hoge archeologische waarde
8399
Motte/kasteelhe Middeleeuwen vroeg Duvel/vliedberg Middeleeuwen laat
zeer hoge archeologische waarde beschermd
10645
Kasteel
Middeleeuwen laat
zeer hoge archeologische waarde
11147
Grafveld, onbepaald
Romeinse Tijd
archeologische waarde
11212
nederzetting, onbepaald
Romeinse Tijd
hoge archeologische waarde
11213
nederzetting, onbepaald
Neolithicum en Ijzertijd
zeer hoge archeologische waarde
11249
nederzetting, onbepaald
Romeinse Tijd
hoge archeologische waarde
11601
Kasteel
Middeleeuwen laat
hoge archeologische waarde
16535
nederzetting, onbepaald
Middeleeuwen laat - Nieuwe Tijd
hoge archeologische waarde
16536
nederzetting, onbepaald
Middeleeuwen laat - Nieuwe Tijd
hoge archeologische waarde
16537
nederzetting, onbepaald
Middeleeuwen laat - Nieuwe Tijd
hoge archeologische waarde
16538
nederzetting, onbepaald
Middeleeuwen laat - Nieuwe Tijd
hoge archeologische waarde
16539
nederzetting, onbepaald
Middeleeuwen laat - Nieuwe Tijd
hoge archeologische waarde
16540
nederzetting, onbepaald
Middeleeuwen laat - Nieuwe Tijd
hoge archeologische waarde
Het plangebied grenst aan de contouren van een archeologisch monument van hoge archeologische waarde (nr. 11212). Het betreft een terrein met sporen van bewoning uit de Romeinse Tijd. Het bodemprofiel is redelijk intact. Het is niet waarschijnlijk dat het om een villa-complex gaat.
Ca. 700 ten westen van deelgebied Noord-Centraal ligt een terrein met sporen van begraving uit de Romeinse Tijd (nr. 11147). Het betreft een terrein van archeologische waarde. Ca. 15 meter ten westen van het midden van het plangebied ligt een beschermd terrein van zeer hoge archeologische waarde (nr. 8399). Hier zijn resten van een ’Abschnittmotte’ daterend uit de Vroege of Late Middeleeuwen aanwezig. Het betreft een bijzonder gave kasteelheuvel, de zogenaamde Heksenberg. Aansluitend aan dit terrein liggen de resten van een kasteel uit de Late Middeleeuwen (nr. 10645) binnen een gebied van zeer hoge archeologische waarde. Ten oosten van deelgebied Zuid-Oost liggen twee terreinen van hoge archeologische waarde. Op ca. 700 meter ligt een terrein met resten van een kasteel uit de Late Middeleeuwen (nr. 11601) en ca. 900 meter van het plangebied ligt een terrein met sporen van bewoning uit de Romeinse Tijd (nr. 11249). Ten zuiden van deelgebied Zuid-Oost liggen twee terreinen van zeer hoge waarde waar sporen van bewoning uit het Neolithicum (vuursteenvindplaats) en uit de IJzertijd zijn aangetroffen. Beide vindplaatsen (nr. 8398 en nr. 11213) omvatten twee hogere gedeelten van een golvend lössplateau, ter weerszijden van een laagte, en liggen respectievelijk 450 en 700 meter van het plangebied vandaan. Mogelijk moeten deze twee monumenten als één beschouwd worden.
Daarnaast liggen er in de omgeving van het plangebied meerdere terreinen van hoge archeologische waarden waar de historische kernen van de omliggende dorpen gesitueerd zijn. Het betreft de historische kernen van Holtum (nr. 16535), Buchten (nr. 16536), Born (16537), Guttecoven (nr. 16538), Einighausen (nr. 16539) en Limbricht (nr. 16540). Binnen deze terreinen zijn bewoningssporen uit de Late Middeleeuwen tot en met de Nieuwe Tijd aanwezig. 2.3.3 Archeologische waarnemingen en onderzoeken Graetheide Graetheide is door de provincie Limburg aangewezen als provinciaal archeologisch aandachtsgebied. Hier geldt een hoge verwachting voor de aanwezigheid van nederzettingen en grafvelden van de Lineair Bandkeramische cultuur en andere archeologische perioden vanaf het Midden-Neolithicum tot de Late Middeleeuwen. Tot in de Middeleeuwen bestond het gebied vrijwel geheel uit onontgonnen gronden. Tegenwoordig is het gebied vrijwel geheel in gebruik voor agrarische doeleinden. 10 De (pre)historische bewoning lijkt zich te clusteren langs de beek- en droogdalen en de terrasranden. In de nabijheid van deze locaties was makkelijk water beschikbaar. Door de goede afwatering van de lössplateaus ontwikkelden zich radebrikgronden die uitermate geschikt waren voor akkerbouw.
Volgens een onderzoek door Archol uit 201211 wordt er in diverse verwachtingsmodellen vanuit gegaan dat de meeste bewoning zich bevindt binnen een afstand van 300-500 meter van een droog- of beekdal. Archis
10 11
Wijk et al, 2012. Wijk et al, 2012.
In het Archeologisch Informatiesysteem (Archis3) van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed staan alle bekende archeologische vondsten/waarnemingen en onderzoeken geregistreerd. In het plangebied zijn 15 vondstlocaties geregistreerd (zie tabel 5 en bijlage 5). In de directe omgeving, binnen een straal van 1000 m, zijn veel vondstlocaties geregistreerd (>50). Ook zijn meerdere archeologische onderzoeken ter plaatse en rond het plangebied uitgevoerd.
Tabel 5
Vondstlocaties binnen het plangebied
ZaakID 3041641100
Verwervind archeologisch: (veld)kartering
Aard vuurstenen artefacten uit het Neolithicum, Bronstijd, Ijzertijd, Romeinse tijd en Middeleeuwen. Bijzondere vondsten zijn delen van een glazen La Tene armband uit de Late Ijzertijd, en bronzen munten, haarnaals en beeldje uit de Romeinse tijd
3122430100
archeologisch: (veld)kartering
Neolithische, bronstijd, Ijzertijd en Romeinse Tijd artefacten aangetroffen. Bewoning uit het Neolithicum aangetroffen.
3128700100
niet-archeologisch: graafwerk niet-archeologisch: graafwerk
aardewerk en een maalsteen (ligger) uit de Ijzertijd
archeologisch: (veld)kartering archeologisch: (veld)kartering
geslepen vuurstenen bijlafslag uit het Neolithicum
3236600100
indirect: archief
dakpan en aardewerk uit de Romeinse tijd
3236609100
indirect: archief
dakpan uit de Romeinse tijd en een vuurstenen kling uit het Neolithicum
3236690100
indirect: archief
vuurstenen bijl uit het neolithicum aangetroffen
3236706100
indirect: archief
3255490100
niet-archeologisch: metaaldetector
vuurstenen spitsen aangetroffen uit het Meso- en Neolithicum een bijl uit de Bronstijd en bronzen munten en artefacten uit de Romeinse tijd
3255499100
niet-archeologisch: metaaldetector archeologisch: (veld)kartering archeologisch: (veld)kartering archeologisch
3129219100
3211693100 3211993100
3278892100 3279101100 3292872100
Pingsdorfer Waare aangetroffen bij het afgraven van een weide. Vindplaats uit de Late Middeleeuwen aangetroffen.
ca. 40 stuks vuursteen en een grote hoeveelheid Romeins aardewerk die duiden op een nederzetting, waaronder een dakpan, wrijfschaal, en handgevormd en gedraaid aardewerk
4 munten uit de Romeinse tijd Vuurstenen afslagbijl uit het neolithicum glazen armband en kraal uit de Ijzertijd vuurstenen afslagbijl uit het Neolithicum, scherven van een dolium uit de Romeinse tijd en niet dateerbaar handgevormd aardewerk
Binnen het plangebied zijn 15 vondstlocaties bekend; met name vondsten daterend uit het Neolithicum of uit de IJzertijd/Romeinse tijd. Daarnaast zijn er vondsten gedaan uit de Middeleeuwen.
Bijzondere vondsten zijn delen van een glazen La Tène armband uit de Late IJzertijd, bronzen munten, en een beeldje uit de Romeinse Tijd. Het grootste deel van de vondsten wijst op de aanwezigheid van een vindplaats. In de directe omgeving van het plangebied zijn veel vondsten aangetroffen. De spreiding hiervan lijkt zich voornamelijk te concentreren langs de op de geomorfologische kaart aangegeven droog- en beekdalen. Deze vondsten dateren uit de Steentijd t/m de Nieuwe Tijd. Ten oosten van het centrale deel van het plangebied is een duidelijk cluster aan vondstlocaties aanwezig. Hier zijn voornamelijk vuursteen vondsten uit het Mesolithicum – Neolithicum aangetroffen, gelegen tussen twee dalvormige laagtes. Daarnaast is een grote hoeveelheid vondstlocaties bekend verspreid rondom deelgebied Zuid-Oost, tussen de Bornerweg en de Beukenboomsweg. De datering van deze vondstlocaties loopt uit een van het Neolithicum tot en met de Nieuwe Tijd, en bestaat uit allerlei vondstcategorieën. In de nabijheid van het plangebied is in 2015 een bureauonderzoek en veldonderzoek (verkennende en karterende fase, Archis 3292118100) uitgevoerd in het kader van de vervanging van enkele 150 kV mastlocaties.
Hierbij is een archeologische verwachting opgesteld die grotendeels ook geldt voor het onderhavige plangebied: een hoge verwachting voor wat betreft prehistorische nederzettingen die vanaf het Neolithicum dateren, evenals voor nederzettingsresten uit de IJzertijd-Romeinse Tijd. Voor wat betreft de Late Middeleeuwen en Nieuwe Tijd is sprake van een lage archeologische verwachting. Voor de onderzochte mastlocaties ter hoogte van deelgebied Noord-Centraal geldt vanwege de aanwezigheid van rivierafzettingen een verwachting op nederzettingen met een archeologische laag. Hieronder zouden grondsporen aanwezig kunnen zijn van nederzettingen of huisplaatsen uit de Steentijd t/m de Middeleeuwen. Voor de onderzochte mastlocaties ter hoogte van deelgebied Zuid-Oost geldt vanwege de aanwezigheid van radebrikgronden een verwachting voor vuursteensites en nederzettingen met een vondststrooiing van overwegend aardewerk. Deze nederzettingen komen vanaf het Neolithicum/Bronstijd voor. In het kader van ditzelfde onderzoek is in 2016 een proefsleuvenonderzoek uitgevoerd ca. 50 meter ten noordwesten van het noordelijkste punt van de onderhavige plangebied. Tijdens dit onderzoek (Archis 3987034100) is in een laklaag vondstmateriaal uit de IJzertijd aangetroffen, maar geen sporen die direct wijzen op nederzettingsactiviteiten.
Ter hoogte van het noordelijkse deel van het plangebied is in 2015 een booronderzoek (Archis 3292872100) uitgevoerd waarbij vondsten uit het Neolithicum en de Romeinse Tijd zijn aangetroffen. Tijdens het booronderzoek is vastgesteld dat er polder- en ooivaaggronden aanwezig zijn, waarvan de bovenste 20 tot 35 cm verstoord is. Hier geldt een lage archeologische verwachting voor jager- verzamelaars, en een hoge verwachting landbouwende samenlevingen. In de zuidwestelijke hoek van het Nedcar industrieterrein dat het noordeljk deel van het plangebied doorkruist, is in 2014 een booronderzoek uitgevoerd (Archis 2466201100) in verband met de realisatie van een fabrieksterrein. In het gehele plangebied werd een ophogingslaag van 90 tot 110 cm dik aangetroffen. De hieronder gelegen oorspronkelijke afzettingen bestaan uit leem, zand en grind en zijn geïnterpreteerd als rivierafzettingen (eventueel met een dun laagje löss). De bodemingrepen ten behoeve van de realisatie van het fabrieksterrein reikten niet dieper dan de aangetroffen verstoorde opghogingslaag. De
voorgenomen plannen konden hier worden uitgevoerd zonder verder archeologisch onderzoek. Het meest noordoostelijke deel van het plangebied overlapt met gebied waar in 2015 een bureauonderzoek is uitgevoerd (Archis 3299490100) in het kader van de geplande verbreding van de A2 en aanpassing van de beeklopen van de Geleenbeek en de Rode Beek. Er is een hoge archeologische verwachting uitgesproken voor het aantreffen van archeologische waarden uit de prehistorie, Romeinse Tijd en Vroege- en Volle Middeleeuwen. De verwachting voor resten uit de Late Middeleeuwen en Nieuwe Tijd is laag. Nader archeologisch onderzoek is aanbevolen. 2.3.4 Ondergrondse bouwhistorische waarden en mogelijke verstoringen Er zijn geen boven- of ondergrondse bouwhistorische waarden in het plangebied bekend. Gezien het grotendeels agrarisch grondgebruik kan er sprake zijn van oppervlakkige tot diepgaande verstoring ten gevolge van ploegen, woelen etc.
Figuur 3: Ligging plangebied op de Kaart van de Verstedelijking. Bron: Landschapsatlas van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, versie 4.5.6.
2.4 Historische situatie Op de Kadasterkaart 1811-1832 is te zien dat het plangebied door bouwland, heidegrond en bosgrond loopt. De kasteelplaatsen Wolfrath en Born zijn aanwezig, evenals de omliggende dorpen Holtum, Buchten, Born, Guttecoven, Einighausen en Limbricht. Op de topografische militaire kaart van 1850, en de Bonnebladen van 1894 – 1937, is te zien dat het plangebied (nog steeds) bijna geheel bestaat uit heide- en bosgebied. Er zijn op meerdere plekken stijlranden aangegeven, want kenmerkend is voor het heuvellandschap van Limburg. Mede als gevolg van de politieke verdeeldheid in Limburg in de 18e eeuw, was de provincie gedurende de 19e eeuw de armste regio van Nederland. Rond 1820 werd de Graetheide geprivatiseerd. De grond werd gekocht door mensen met geld die er grote boerderijen bouwden. Voor de kleine boeren was dit een ramp. Ze konden met het vee nergens meer naartoe. Ook daardoor is de streek erg verarmd. Deze perioden van stagnatie zijn terug te zien aan de hand van de groeifases van de omliggende dorpen. Op de Kaart van de Verstedelijking is de uitbreiding van de omliggende dorpen sinds 1200 goed te zien (zie figuur 3). Guttecoven en Einighausen hebben als enige twee omstreeks 1500 nog een uitbreiding gehad van hun historische kern. Hierna kwam pas in 1980 de volgende groei.
De andere dorpen (Holtum, Buchten, Born en Limbricht) begonnen pas omstreeks 1900 hun historische kernen uit te breiden. Ook is op deze kaart te zien dat het noordelijk gelegen industrieterrein vanaf ca. 1980 aanwezig is.
3
Gespecificeerde archeologische verwachting
Op basis van de landschappelijke ontwikkeling van het gebied en de bekende archeologische en historisch-geografische waarden is een gespecificeerde archeologische verwachting opgesteld voor het plangebied. Het VKA is dusdanig vormgegeven dat er zich zo min mogelijk vastgestelde archeologische waarden binnen het plangebied voor onderhavig bureauonderzoek bevinden. Binnen het plangebied bevinden zich geen archeologische monumenten (AMK-terreinen), en relatief weinig vondstlocaties. Bij de Dorpsstraat/Maasweg Guttecoven ligt het plangebied direct tegen een nietRijksbeschermd archeologisch monument (AMK terrein 11.212 - terrein met sporen van bewoning uit de Romeinse tijd). De vondstlocaties binnen het plangebied zijn veelal wel een aanwijzing voor een archeologische vindplaats. Binnen het plangebied bevindt zich een clustering aan vondstlocaties tussen de Bornerweg en de Beukenboomsweg bij Limbricht. Hoewel het plangebied dus weinig bekende archeologische waarden kent, heeft het gebied volgens de gemeentelijke archeologische beleidskaarten wel overwegend een middelhoge tot hoge archeologische verwachting voor het aantreffen van archeologische resten (op basis van landschap, grondwaterstanden etc.). Het gaat dan om een brede archeologische verwachting voor het aantreffen van resten uit de periode vanaf het Paleolithicum tot en met de Late Middeleeuwen/Nieuwe tijd.
In principe is vanaf het Paleolithicum al menselijke bewoning en activiteit mogelijk geweest binnen het plangebied. De mogelijke archeologische sporen kunnen uiteenlopen van tijdelijke jachtkampjes van jager-verzamelaars uit het Paleolithicum/Mesolithicum tot nederzettingsterreinen uit de periode vanaf het Neolithicum/Bronstijd tot en met de Late Middeleeuwen/Nieuwe tijd. Binnen het onderhavig plangebied zijn veel vondstlocaties uit deze perioden bekend. Tot de eerste vondstcategorie behoren voornamelijk vondsten van bewerkt vuursteen en houtskool; tot de tweede categorie behoren o.a. grondsporen van structuren zoals boerderijen, bijgebouwen, sloten, greppels en afvalkuilen, en vondsten van o.a. aardewerk, bot en metaal. Deze sporen kunnen in principe op of vlak onder het maaiveld worden aangetroffen. Voor de periode Nieuwe tijd zijn op basis van historisch kaartmateriaal geen aanwijzingen voor bewoning aangetroffen; dit kan echter ook niet geheel worden uitgesloten. Mogelijk kunnen binnen het plangebied nog sporen van verkaveling of agrarisch landgebruik worden aangetroffen.
4
Conclusie en advies archeologie
4.1 Conclusie Voor het bureauonderzoek archeologie is een tweetal onderzoeksvragen opgesteld. Hieronder worden deze vragen beantwoord voor zover de geraadpleegde bronnen daarvoor benodigde gegevens hebben opgeleverd.
• Zijn mogelijk archeologische waarden in het plangebied aanwezig?
De verwachting voor de aanwezigheid van archeologische waarden daterend uit de Paleolithicum t/m Late Middeleeuwen/Nieuwe tijd is overwegend middelhoog tot hoog. Archeologische resten worden direct vanaf het maaiveld (of met name in het centrale deel van het plangebied onder een eventueel colluviumdek) verwacht. De resten zullen naar verwachting hoofdzakelijk bestaan uit aardewerk, vuursteen, metalen voorwerpen en bouwmateriaal. • Is het plangebied voldoende onderzocht. Zo nee, welke vorm van nader onderzoek of welke maatregelen worden geadviseerd? De exacte omvang en locatie van de bodemingrepen binnen het plangebied zijn nog niet bekend. Op grond van de opgestelde gespecificeerde verwachting zullen eventueel aanwezige archeologische resten door deze bodemingrepen worden bedreigd. Het plangebied dient nader te worden onderzocht om inzicht te krijgen in de aanwezigheid van archeologische resten in het plangebied. 4.2 Advies Op basis van de resultaten van het bureauonderzoek wordt geadviseerd op de locatie van de geplande ingrepen een dubbelbestemming archeologie op te nemen conform bijlage 8. Verder wordt voor het plangebied geadviseerd om de geplande bodemingrepen ter plaatse van het toekomstige kabeltracé zoveel mogelijk uit te voeren in gebieden die in bijlage 8 staan aangegeven met waarde 5 of 6 binnen de gemeente Sittard-Geleen.
Dit zijn de zones met de relatief minst hoge verwachting op het aantreffen van archeologische waarden. Geadviseerd wordt om de zones die staan aangegeven met waarde 2 zoveel mogelijk te vermijden omdat hier sprake is van een vastgestelde archeologische vindplaats, of een hoge/zeer hoge kans daarop. Het gedeelte van het plangebied binnen de gemeente EchtSusteren heeft vrijwel geheel een hoge archeologische verwachting, en slechts voor een klein gedeelte een middelhoge archeologische verwachting, zodat er voor de ingrepen binnen dat gedeelte van het plangebied weinig mogelijkheden tot alternatieven zijn. Gezien de lengte van het VKA en het feit dat vrijwel het gehele gebied een middelhoge tot hoge archeologische verwachting heeft, wordt geadviseerd om zodra het concrete tracé bekend is voorafgaand aan de werkzaamheden een archeologisch vervolgonderzoek uit te laten voeren. Er wordt geadviseerd om een vervolgonderzoek uit te voeren in de vorm van een booronderzoek waarbij het archeologisch verwachtingsmodel wordt getoetst en de mate van intactheid van de bodem in kaart wordt gebracht, bijvoorbeeld door te boren in een raai met een tussenruimte van 50 meter tussen de boringen.
Algemeen Indien bij de uitvoering van de werkzaamheden toch onverwacht archeologische resten worden aangetroffen, dan is conform artikel 5.10 en 5.11 van de Erfgoedwet aanmelding van de desbetreffende vondsten bij de minister verplicht (vondstmelding via de bevoegde overheid).
Selectiebesluit bevoegde overheid De conceptversie van dit rapport is voorgelegd aan de gemeente Sittard-Geleen. De gemeente heeft het rapport laten toetsen door RAAP.12 Op basis van de beoordeling door RAAP heeft de gemeente Sittard-Geleen besloten niet in te stemmen met het advies zoals opgesteld door Sweco. De voornaamste opmerkingen betreffen het gebrek aan maatwerk vanwege de ten tijde van het opstellen van dit rapport nog niet exact bekende ligging van het tracé en het advies van Sweco om vervolgonderzoek uit te laten voeren in de vorm van een booronderzoek. De documenten behorend tot het selectiebesluit zijn in de bijlagen van deze rapporte toegevoegd.
Hensen, G., 2019. Toetsing bureauonderzoek in de gemeente Sittard-Geleen, d.d. 01-10-2019. Bijlage bij toetsing: Document SIT19a09, d.d. 01-10-2019. 12
5
Bureauonderzoek cultuurhistorie
5.1 Bronnen Voor de bekende cultuurhistorische waarden zijn de volgende bronnen geraadpleegd: Het bestemmingsplan13 De provinciale cultuurhistorische waardenkaart 14 De kaartlaag cultuurhistorie van de gemeentelijke archeologische beleidskaart van Sittard -Geleen.15 Viewer cultuurhistorie gemeente Sittard-Geleen16 Gemeentelijke monumentenlijst Sittard-Geleen17 Gemeentelijke website met betrekking tot cultuurhistorie Echt-Susteren18 5.2 Gemeentelijk beleid Het beleid op het gebied van cultuurhistorie richtte zich tot voor kort met name op losse objecten of structuren. Een meer gebiedsgerichte aanpak is momenteel in ontwikkeling. 19 De bescherming van cultuurhistorische elementen vindt meestal plaats door middel van dubbelbestemmingen in bestemmingsplannen.
Het plangebied van het VKA valt binnen een drietal bestemmingsplannen met een dubbelbestemming cultuurhistorie: het bestemmingsplan Buitengebied Sittard (vastgesteld 26-6-2013); het bestemmingsplan Buitengebied Born-Geleen (vastgesteld 26-6-2013); en in het noorden het bestemmingsplan Cultuurhistorie Echt-Susteren (vastgesteld 22-09-2016), zie figuur 4.20 De twee bestemmingsplannen Buitengebied hebben de zelfde formulering: de voor 'Waarde - Cultuurhistorie' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor het behoud van ter plaatse bestaande cultuurhistorische en oudheidkundig waardevolle elementen (monumenten), patronen (beplantingspatronen, verkavelingen, wegenpatronen, het stedenbouwkundig beeld) en gebieden. Het is verboden op of in deze gronden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning van het bevoegd gezag de volgende werken, geen bouwwerk zijnde en/of werkzaamheden uit te voeren: a. veranderingen aan te brengen in het aanwezige verkavelingspatroon; b. geheel of gedeeltelijk het planten of rooien van bomen, bosschages, houtwallen en singels; c. geheel of gedeeltelijk dempen/graven van watergangen; d. aanbrengen van verhardingen.
www.ruimtelijkeplannen.nl. https://portal.prvlimburg.nl/viewer/app/default. 15 Verhoeven/Ellenkamp 2010. 16 http://www.e-viewer.nl/index.html#MONUMENTEN/187269z337071z10/kaart/t. 17 www.sittard-geleen.nl. 18 https://www.echt-susteren.nl/cultuurhistorie. 19 www.echt-susteren.nl; www.sittard-geleen.nl. 20 www.ruimtelijkeplannen.nl. 13 14
Figuur 4: Dubbelbestemmingen archeologie op basis van de geldende bestemmingsplannen. Bron: ruimtelijkeplannen.nl.
Het verbod is niet van toepassing op: o normale onderhoudswerkzaamheden; o werken of werkzaamheden in het kader van het normale bodemgebruik; o werken of werkzaamheden, welke op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan in uitvoering zijn dan wel krachtens een voor dat tijdstip verleende (omgevings)vergunning mogen worden uitgevoerd.
Het bestemmingsplan Cultuurhistorie Echt-Susteren geeft aan dat de voor 'Waarde Cultuurhistorie' aangewezen gronden, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd zijn voor: • de instandhouding en versterking van ter plaatse aanwezige cultuurhistorische en oudheidkundig waardevolle elementen (monumenten en karakteristieke bebouwing), patronen (beplantingspatronen, verkavelingen, wegenpatronen, het stedenbouwkundig beeld) en gebieden, een en ander conform Bijlage 1 Cultuurhistorische waardenkaart (blad 1) en Bijlage 2 Cultuurhistorische waardenkaart (blad 2);21 • de instandhouding en bescherming van beeldbepalende panden en beeldbepalende schoorsteen, zoals opgenomen in Bijlage 30 Lijst beeldbepalende panden en beeldbepalende schoorsteen, ter plaatse van de aanduiding ‘karakteristiek’. 5.3 Bekende cultuurhistorische waarden Aan de noordzijde van het plangebied bevindt zich het Rijksmonument 509.931, de buitenplaats Wolfrath met parkaanleg (Wolfrath 1 Born).
De aanleg van de historische buitenplaats Wolfrath bestaat uit een in oorsprong vanaf het begin van de 18 e eeuw aangelegde formele structuur van een dubbel omgrachte plaats met aangrenzende kleine landschappelijke aanleg uit het begin van de 19e eeuw, welke ook binnen de grachten ligt, met buiten de grachten een haaks op de as van het huis gelegen dwarslaan (oude oprijlaan met oude laanbeplanting met linden), ten zuidoosten van de omgrachte plaats een weiland met 'grand canal' op de as van de omgrachte plaats en aangrenzend aan dit laatstgenoemde weiland een gaaf bewaard 18e eeuws hakhoutbos (toponiem: Sterrebos) met centraal een op de as van het 'grand canal' gerichte middenlaan met eiken (zichtas). Deze in de 18e en 19e eeuw tot stand gekomen formele structuur van de aanleg rondom Kasteel Wolfrath onderscheidt zich van de ontginningsstructuur van het omringende landschap. De parkaanleg is gewaardeerd als van ‘algemeen belang’, vanwege: de ouderdom, de vrijwel ongestoorde 18e-eeuwse formele structuur, de zeldzaamheidswaarde van deze structuur, met name van de oude oprijlaan, de aanleg van de grachten, het 'grand canal' en het gaaf bewaarde hakhoutbos met zichtlaan, de in de loop van de 19e eeuw in fasen tot stand gekomen uitbreiding van de 19eeeuwse formele structuur, de visueel-landschappelijke waarde, en de historisch visueel-landschappelijke waarde.
Vanwege de status van Rijksmonument dient bij ingrepen binnen het monument eerst een aanvraag te worden gedaan voor een monumentenvergunning bij de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (via de gemeente). Binnen het plangebied bevinden zich geen gebouwde gemeentelijke monumenten.
Bijlagen: https://www.ruimtelijkeplannen.nl/documents/NL.IMRO.1711.BP20150990VG01/b_NL.IMRO.1711.BP20150990-VG01_rb.html. 21
De Cultuurhistorische Waardenkaart van de provincie Limburg geeft inzicht in de archeologische, historisch-stedenbouwkundige en de historisch-geografische waarden van de regio. Het noordelijk deel van het plangebied overlapt met de contouren van de reeds genoemde Rijksbeschermde historische buitenplaats Wolfrath. Op de provinciale cultuurhistorische waardenkaart zijn nog enkele vlakken en lijnobjecten aangegeven (zie bijlage 9). Aan de uiterste noord- en zuidzijde van het plangebied is door middel van een gearceerd vlak aangegeven dat het om een gebied gaat met ‘bos, heide, woeste grond’. De lijnobjecten binnen het plangebied hebben in alle gevallen betrekking op historische wegen, of in twee gevallen, op een nog zichtbaar tracé van een oud mijnspoor of een ander spoor- of trambaan. Aan de noordzijde bevinden zich aan weerszijden van de Holtummerweg twee wegen die ouder zijn, of gelijktijdig aan de middeleeuwse verkaveling: de Elzenbroekerweg en de Grote Allee. Deze aanduiding/ouderdom geldt ook voor twee wegen in het centrale deel van het plangebied, de Sittarderweg en de haaks daarop staande Steenakkerweg; in het zuiden van het plangebied bevindt zich de Maasweg. Bij de Sittarderweg lopen nog twee zichtbare tracés van oude mijnsporen. De reeds genoemde Holtummerweg heeft de aanduiding van ‘veedriftweg’, ouder/gelijktijdig met de middeleeuwse verkaveling.
Daarnaast bevindt zich volgens de provinciale cultuurhistorische waardenkaart nog een aantal andere historische wegen van verschillende ouderdom, zie Bijlage 9.
6
Conclusie en advies cultuurhistorie
6.1 Conclusie Voor het bureauonderzoek cultuurhistorie is een tweetal onderzoeksvragen opgesteld. Hieronder worden deze vragen beantwoord voor zover de geraadpleegde bronnen daarvoor benodigde gegevens hebben opgeleverd.
• Zijn mogelijk cultuurhistorische waarden in het plangebied aanwezig?
Binnen het plangebied bevindt zich het Rijksmonument 509.931, de buitenplaats Wolfrath met parkaanleg. De gebouwde elementen binnen het Rijksmonument zullen niet door de geplande ingrepen worden bedreigd. Het Rijksmonument buitenplaats Wolfrath heeft echter ook een ondergrondse component: bij buitenplaatsen worden ook ingrepen in de bodem vergunningplichtig geacht. Daarnaast bevinden zich enkele lijnobjecten binnen het plangebied, met name bestaande uit historische wegen die doorgaans haaks worden gekruist.
• Is het plangebied voldoende onderzocht. Zo nee, welke vorm van nader onderzoek of
welke maatregelen worden geadviseerd? De exacte omvang en locatie van de bodemingrepen binnen het plangebied zijn nog niet bekend. TenneT realiseert in principe geen assets daar waar cultuurhistorische waarden aanwezig zijn. In het geval van het onderhavige project betreft het werk de aanleg van een (ondergronds) kabeltracé waardoor er geen gebouwde monumenten, cultuurhistorische vlakken, of -lijnobjecten worden bedreigd. Uitzondering hierop is het Rijksmonument 509.931, de buitenplaats Wolfrath met parkaanleg. Voor ingrepen die hier in de bodem worden uitgevoerd dient een monumentenvergunning te worden aangevraagd bij de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (via de gemeente). Daarom wordt geadviseerd om geen bodemroerende ingrepen plaats te laten vinden binnen de contouren van het Rijksmonument. Mocht het uiteindelijke tracé toch door de contouren van het Rijksmonument moeten worden aangelegd dan is dit mogelijk door het ingangs- en uitgangspunt van een gestuurde boring buiten de contouren van het Rijksmonument te plaatsen, en de 150 kV-hoogspanningskabel vervolgens op een diepte van 2 meter -mv aan te leggen via een gestuurde boring.
Voor wat betreft de overige cultuurhistorische elementen (lijnelementen, voornamelijk historische wegen) wordt geconcludeerd dat gezien de aard van de geplande ingrepen (leidingsleuf) er geen onevenredige inbreuk zal worden gedaan op deze waarden. 6.2 Advies Voor ingrepen die ter plaatse van Rijksmonument 509.931 in de bodem worden uitgevoerd dient een monumentenvergunning te worden aangevraagd bij de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (via de gemeente). Daarom wordt geadviseerd om ingrepen binnen de begrenzing van het Rijksmonument te voorkomen, bijvoorbeeld door middel van een gestuurde boring.
Literatuurlijst en gebruikte bronnen ahn.maps.arcgis.com archis.cultureelerfgoed.nl Atlas Limburg -- https://portal.prvlimburg.nl/viewer/app/default www.bodemloket.nl www.grondwatertools.nl/zuid-limburg-uniek www.topotijdreis.nl Verhoeven, M. & G.R. Ellenkamp, 2010a. Een Archeologische verwachtings- en beleidsadvieskaart voor de gemeente Sittard-Geleen. Deelrapport I: Samenvatting en aanbevelingen. RAAP-RAPPORT 2144. Verhoeven, M., G.R. Ellenkamp & D.M.G. Keijers, 2010b. Een archeologische verwachtings- en beleidsadvieskaart voor de gemeente Echt-Susteren. Deelrapport I: Samenvatting en aanbevelingen. RAAP-rapport 1951. Wijk, I.M. van, H. Fokkens, R. Jansen, A. Porreij-Lyklema & S. van As, 2012. Schijn bedreigt? Een evaluatie van toegepaste prospectiemethoden aan de westzijde van het Provinciaal Aandachtsgebied Graetheide. Archol rapport 178. Beleidsnota Archeologie en Monumenten Sittard-Geleen 2012. Vastgesteld door de Raad op 13 september 2012. Kaart van de Verstedelijking, in Landschapsatlas van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed. Versie 4.5.6.
Bijlage 1. Locatie van het plangebied
180.000
185.000
190.000
340.000 335.000 330.000
330.000
335.000
340.000
345.000
185.000
345.000
180.000
Esri Nederland, Community Map Contributors
Plangebied
Ligging locatie Born-Graetheide Opdrachtgever: TenneT Projectnummer: 365047 Status: Definitief Datum: 22-5-2019 Schaal: 1:100.000 Formaat: A4
0
1.000
2.000
3.000
4.000
© Sweco Nederland B.V. Alle rechten voorbehouden
5.000
6.000 meter
´
H:\tmp_mapmaker\Born-Graetheide\mxd\A4P_Ligloc_20190522.mxd 22-5-2019 15:58:05
Legenda
190.000
Bijlage 2. Geomorfologische kaart
183000
184000
33R41L
22R43
340000
22R43 33R41L
3E44
0F91
3N94
188000
22R23
22R23
Legenda
3E44
0F91
Plangebied
22R43