Bijlage 3 toelichting
Tekst van het document
5.2.2 Geluid Wet geluidhinder Bij het ontwikkelen van een ruimtelijk plan is het belangrijk rekening te houden met geluidbronnen en de mogelijke hinder of overlast daarvan voor mensen. De beoordeling van het aspect geluid vindt zijn grondslag vooral in de Wet geluidhinder maar daarnaast ook in de Wet ruimtelijke ordening wanneer het gaat om de beoordeling of er sprake is van een goed woon- en leefklimaat. Het aspect geluid kent voor een aantal bestemmingen (zoals wonen) in combinatie met een aantal typen geluidsbronnen een wettelijk kader dat van belang is bij het opstellen van ruimtelijke plannen. Zo zijn in de Wet geluidhinder voor woningen en andere geluidsgevoelige bestemmingen Bestemmingsplan Bremstraat 5 Sittard Gemeente Sittard-Geleen
- pagina 25 -
Toelichting
grenswaarden opgenomen voor industrielawaai, wegverkeerlawaai en spoorweglawaai. Voor andere geluidsbronnen bestaan geen wettelijke kaders. Andere geluidsbronnen kunnen wel noodzaken tot een aanvullende beoordeling d van het aspect geluid in het kader van een ‘goede ruimtelijke ordening’. Onderhavig plan Het onderhavige plan voorziet in de bestemmingswijziging van een pastorij (zijnde een ambts-/ bedrijfswoning behorende bij een kerk) in een reguliere woning. Bij ambts-/bedrijfswoningen is uitsluitend het geluid van het ‘eigen bedrijf’ uitgesloten van de beoordeling van geluidbelasting. De Wet geluidhinder is derhalve ook op ambts-/bedrijfswoningen van toepassing en kent geen onderscheid tussen een ambts-/bedrijfswoning en een reguliere woning als het gaat om geluidgevoeligheid voor de aspecten wegverkeerslawaai, spoorweglawaai en industrielawaai. Dit houdt in dat ter plaatse sprake is van een bestaande woning en dat er geen sprake is van toevoeging van een nieuwe woning/geluidgevoelige functie. De Wet geluidhinder leidt derhalve niet tot een verdere onderzoeksplicht voor deze woning. ‘Goede ruimtelijke ordening’ Bij het beoordelen van de invloedssfeer van geluidbronnen welke niet via de Wet geluidhinder zijn geregeld vormt de VNG-publicatie ‘Bedrijven en milieuzonering’ een hulpmiddel.
Deze publicatie geeft informatie over de ruimtelijk relevante milieuaspecten van diverse bedrijfsactiviteiten. Tevens geeft deze publicatie richtafstanden voor het ontwikkelen van bedrijfsactiviteiten in relatie tot het lokale omgevingstype. De publicatie is een hulpmiddel bij de ruimtelijke inpassing van plannen en vormt op basis van vaste jurisprudentie een goede basis voor deze beoordeling. Bij de realisering van woningen (of - zoals in dit plan - de omzetting/herbestemming van een ambts/bedrijfswoning in een burgerwoning) kunnen milieurechten van omliggende bedrijven worden gefrustreerd. Ten westen van het plangebied, ter plaatse van het pand Bremstraat 14-16, was voorheen een supermarkt aanwezig in de plint van het gebouw. Deze functie is inmiddels beëindigd (zie ook de eerste afbeelding op pagina 9 van deze toelichting). In het vigerende bestemmingsplan ‘Sanderbout’ is dit pand bestemd tot ‘Wonen en detailhandel’. Op basis van deze bestemming is, naast de woonfunctie, detailhandel uitsluitend op de begane grond toegestaan. Thans ligt een voorontwerpbestemmingsplan (‘Bremstraat 14-16 te Sittard’) ter inzage waarmee dit pand volledig tot ‘Wonen’ wordt bestemd. Met de vaststelling van dit bestemmingsplan wordt de detailhandelsfunctie juridisch-planologisch gesaneerd.
Ter voorbereiding op de vaststelling van het voorliggende bestemmingsplan is door Spider Monkey Consultancy een akoestisch onderzoek uitgevoerd. In het navolgende zijn de conclusies die uit het onderzoek naar voren zijn gekomen beschreven. Akoestisch onderzoek wijzigen bestemming naar Wonen, Bremstraat 5 in Sittard, Spider Monkey Consultancy, rapportnummer 220504 ROIL (Derdee uitgave), d.d. 01.09.2023 Plan Het plan strekt tot het wijzigen van de bestemming van het pand aan de Bremstraat 5 van ‘Maatschappelijk’ tot ‘Wonen’. Onder de huidige bestemming is het gebruik van het pand als woonfunctie niet toegelaten en is het niet geluidgevoelig voor het geluid afkomstig van het naastgelegen Multifunctioneel Centrum (MFC). Situatie en analyse Als het pand Bremstraat 5 aangewezen wordt met een woonbestemming, dan ontstaat er een nieuwe beoordelingssituatie voor het aspect geluid. Er wordt immers een nieuwe geluidgevoelige bestemming gerealiseerd die dichter bij de maatschappelijke bestemming/MFC ligt dan de woningen Bremstraat 3 en 26, die nu maatgevend zijn voor de geluiduitstraling van het MFC in zuidwestelijke Bestemmingsplan Bremstraat 5 Sittard Gemeente Sittard-Geleen
- pagina 26 -
Toelichting
richting. Voor een goede ruimtelijke ordening mag de nieuwe geluidgevoelige bestemming niet leiden tot een inperking van het gebruik van de maatschappelijke bestemming dat planologisch gezien maximaal mogelijk is. Als vervolgstap d geldt dat het gebruik van de maatschappelijke bestemming/MFC niet mag leiden tot overschrijding van de geluidvoorschriften van het Activiteitenbesluit milieubeheer. Uitvraag De uitvraag is tweeledig: 1) Wordt door het vestigen van een woonbestemming op het pand Bremstraat 5 het planologisch maximaal mogelijke gebruik van multifunctioneel centrum ‘MFC Onger de 2 tores’ ingeperkt? 2) Is er, gelet op de bestemming van het multifunctioneel centrum ‘Onger de 2 tores’, sprake van een goed woon- en leefklimaat bij het pand Bremstraat 5? Onversterkte muziek, bijvoorbeeld harmonie/fanfare onder het Activiteitenbesluit milieubeheer Uit artikel 2.18, lid 1, onder f. van het Activiteitenbesluit milieubeheer en verder artikel 4.5 van de APV Sittard-Geleen volgt dat het gebruik van de kerkzaal door een muziekvereniging, zoals een harmonie of een fanfare, alleen is toegestaan in de dag en de avond, tussen 7:00 en 23:00 uur en dat er verder geen beperkingen zijn: er is geen geluidnorm en er is geen beperking in het aantal dagen en/of avonden in de week.
Representatieve bedrijfssituatie ‘MFC Onger de 2 tores’, planologisch maximaal mogelijk gebruik Onder de bestemmingsomschrijving ‘Maatschappelijke voorzieningen’ valt onder meer: instellingen en voorziening op medisch, sociaal-cultureel, educatief of religieus gebied en aan deze doeleinden ondergeschikte horeca. In de erfpachtakte van 17 mei 2016 is het gebruik voor culturele en kunstzinnige uitingen, zoals onder meer repetities, concerten, vergaderingen, presentaties, voorstellingen en andere evenementen als doel gesteld. Gebruik als casino, discotheek, detailhandel en/of popmuziek is nadrukkelijk niet toegestaan. Uit overleg met de uitbater bleek dat een enkele keer in het jaar een incidentele festiviteit wordt gehouden, waarvoor een ontheffing APV Geluid wordt aangevraagd. Verder wordt de zaal ook gebruikt voor festiviteiten in het kader van Vastenavond door CV De Koelköp. Voor de beoordeling van het geluidaspect is bedrijfsvoering waarbij muziekgeluid wordt geproduceerd maatgevend; ten eerste vanwege de toepassing van een straffactor van 10 dB voor muziekgeluid en ten tweede omdat bij muziekgeluid geen bedrijfsduurcorrectie wordt toegepast.
Uit het vorenstaande zijn drie maatgevende geluidssituaties geformuleerd: (1) concert harmonie/fanfare met versterkte muziek, (2) film met muziekfragmenten en (3) feestmuziek bij incidentele festiviteit (zie hoofdstuk 3 van het onderzoeksrapport). Onderzoek Het onderzoek, waaronder een geluidmeting op 4 oktober 2022, is uitgevoerd volgens de ‘Handleiding meten en rekenen industrielawaai’. De overdrachtsverzwakking is bepaald uit het gemeten geluidniveau binnen de zaal, de locatie van de geluidbron en het gemeten geluid op het maatgevende immissiepunt, op 4,5 meter boven maaiveld (1,5 meter ten opzichte van het vloerniveau). Voor de drie maatgevende geluidssituaties kan hieruit het invallend geluidniveau op de gevel van Bremstraat 5 worden bepaald. De hierboven genoemde geluidssituaties onder (1) en (2) zijn beoordeeld aan de streefwaarden onder stap 2 van Bedrijven en milieuzonering en de geluidssituatie onder (3) is beoordeeld aan het geluidvoorschrift onder artikel 4.4, lid 1 van de APV Sittard-Geleen. Evaluatie Achtergevel woning op de verdieping 4,5 meter boven maaiveld Voor het gebruik van de zaal wordt de nachtsituatie maatgevend geacht; bij woningen met een begane grond en verdieping wordt geluid beoordeeld op verdiepingsniveau waar slaapkamers aanwezig zijn.
uit het onderzoek blijkt dat voor de geluidsituaties onder (1) en (2) de streefwaarden worden overschreden met 17, respectievelijk 16 dB(A). Voor de geluidssituatie onder (3) wordt het geluidvoorschrift met 1 dB(A); dit valt onder de nauwkeurigheidsmarge, zodat geen negatieve Bestemmingsplan Bremstraat 5 Sittard Gemeente Sittard-Geleen
- pagina 27 -
Toelichting
conclusie mag worden getrokken. Uit de overschrijding onder (1) en (2) volgt dat zonder het treffen van maatregelen het aanwijzen van een woonbestemming aan Bremstraat 5 zal leiden tot inperking van het planologisch maximaal mogelijke gebruik van het multifunctioneel centrum ‘MFC Ónger de d 2 tores’. Tuin/buitenruimte, op maaiveldniveau De beoordeling van een goed woon- een leefklimaat moet ook gericht zijn op de tuin/buitenruimte. Anders dan het geval is bij de geluidbelasting op de gevel van de woning, waar geslapen wordt en nachtrust een belangrijk aspect is, wordt in de tuin overwegend in de dag verblijf. Vanwege het klimaat en de weersomstandigheden vindt verblijf in de tuin niet het hele jaar door plaats en is de tuin dermate groot dat ook op een andere, meer geluidluwe plek in de tuin kan worden verbleven. Gelet hierop kan de geluidbelasting in de tuin in het kader van een goed woon- en leefklimaat hoger zijn. Concreet: uit tabel 5 in het onderzoeksrapport volgt dat de geluidbelasting bij harmonie/fanfare 57 dB(A) is, bij film 56 dB(A) en bij incidentele festiviteiten 61 dB(A). Dat is dan ook de geluidbelasting in de tuin. Wat betreft de incidentele festiviteiten is het zo dat die maximaal 12 keer per jaar mogen plaatshebben. Dan zijn de geluidbelastingen van 56 dB(A) en 57 dB(A) die door het jaar het meest voorkomen.
Als wordt gekeken wat dat soort geluidssterkte inhoudt, dan komt dat in de buurt van het geluidniveau van ‘normaal spreken’. Dat is in de tuin als acceptabel de beoordelen. Verder is het vanuit ‘maatwerk’ zo, dat niet iedere woonsituatie dezelfde is. Voor deze locatie is het nu eenmaal zo dat de woning naast een gemeenschapshuis ligt en dat gegeven die situatie ook wat meer te dulden is voor een goed woon- en leefklimaat. Te overwegen maatregel: een koude, onzuivere, vliesgevel Dit is een niet-dragende gevel of afscheiding tussen exterieur en interieur van een gebouw dat geen elementair bouwdeel is. De toepassing hiervan strekt ertoe dat de streefwaarden van het afwegingskader Bedrijven en milieuzonering onder stap 2 in acht worden genomen. Het vereiste tussenschakeleffect bedraagt 17 dB in de maatgevende octaafbanden 125 en 250 Hz; indien deze waarde wordt gerealiseerd mag er van worden uitgegaan dat het effect in de overige octaafbanden ook voldoende is om het totaal vereiste effect te bereiken. De toepassing van deze maatregel vergt nader onderzoek; Maatregelenonderzoek De geluidbelasting is berekend volgens de Handleiding met en rekenen industrielawaai. Hiervoor is gebruik gemaakt van de software Geomilieu.
In algemene zin wordt opgemerkt dat de geluiduitstraling vanwege binnen de kerkzaal geproduceerd muziekgeluid rondom het gebouw plaatsvindt en niet alleen in de richting van Bremstraat 5; dit onderzoek richt zich echter alleen op het adres Bremstraat 5. Voor de maatgevende geluidssituatie is 90 dB(A) in de kerkzaal met het spectrum Dance als uitgangspunt genomen. Het spectrum van Dance is door de laagfrequente component (basgeluid) kritischer voor de geluidsisolatie dan het spectrum voor harmonie/fanfare met een geluidniveau binnen 95 dB(A). Uit het onderzoek volgt dat het verbeteren van de geluidsisolatie van de kerkramen door het plaatsen van achterzetbeglazing leidt tot een aanzienlijke reductie van 8 dB op de geluidbelasting op de maatgevende rekenpunt van Bremstraat 5; de geluidbelasting bedraagt dan 47 dB(A). Echter, er resteert dan een overschrijding van de streefwaarde van 40 dB(A) in de nacht van 7 dB. Er blijkt ook nauwelijks tot geen verschil als de achterzetbeglazing wordt geplaatst op 160 mm of op 500 mm. Dit komt omdat na het verbeteren van de geluidsisolatie op de kerkramen, de geluidbijdrage van het kerkdak maatgevend wordt. Gelet op de aard, omvang, eventuele constructieve maatregelen en de kosten van het werk, wordt aangenomen dat het verbeteren van de geluidsisolatie van het kerkdak geen reële optie is.
Er resteert dan de optie voor het verbeteren van de kerkramen, waardoor er een overschrijding is van 7 dB in de maatgevende beoordelingssituatie, de nacht van 23:00 tot 7:00 uur. Bestemmingsplan Bremstraat 5 Sittard Gemeente Sittard-Geleen
- pagina 28 -
Toelichting
Het is de vraag of het bevoegd gezag, de gemeente Sittard-Geleen, (gemotiveerd) deze waarde acceptabel achter en vervolgens bereid is d deze vast te stellen onder artikel 2.20 van het Activiteitenbesluit milieubeheer. Zo niet, dan is er de mogelijkheid om de achtergevel uit te voeren als ‘dove gevel’. In dat geval is een (geluidgedempte) ventilatievoorziening wel toegestaan, maar geen te openen delen in het raam, dus een vast raam. Opgemerkt wordt dat ook zonder maatregelen een ‘dove gevel’, dus een vast raam met ventilatievoorziening, mogelijk is. Uitwerking opties Er worden twee opties reëel geacht en deze zijn vervolgens uitgewerkt: 1. Het plaatsen van achterzetbeglazing op een spouw van 160 mm voor de kerkramen en het vervangen van de twee ramen in de achtergevel en het een brengen van geluidgedempte ventilatiekastjes: a. Mits het bevoegd gezag, de gemeente Sittard-Geleen, de waarde van 47 dB(A) acceptabel acht en bereid is een hogere waarde vast te stellen onder artikel 2.20 van het Activiteitenbesluit milieubeheer, kan het raam uitgevoerd worden met draaiende delen; b. Indien de optie onder a. niet opportuun is: géén draaiende delen, dus het raam uitvoeren met vast glas en geluidgedempte ventilatie. 2.
Geen voorzieningen aan de kerk, de achtergevel van Bremstraat 5 uitvoeren als ‘dove gevel’, door het plaatsen van nieuwe kozijnen en het aanbrengen van geluidgedempte ventilatiekastjes.
Een advies voor de geluidwering in geval van de twee opties, enerzijds 1a/1b anderzijds 2, is opgenomen in hoofdstuk 7 van het onderzoeksrapport. Eindconclusie: realisatie van het plan Uit onderzoek volgt dat het plan voor het wijzigen van de bestemming van het pand Bremstraat 5 van ‘Maatschappelijke voorzieningen’ naar ‘Wonen’ zonder het treffen van maatregelen, niet inpasbaar is. Uit het maatregelenonderzoek volgen twee opties die zijn uitgewerkt in de hoofdstukken 6 en 7. Mits het bevoegd gezag de geluidbelasting (gemotiveerd) acceptabel acht en bereid is, zo nodig, afhankelijk van de gekozen optie, een hogere waarde onder artikel 2.20 van het Activiteitenbesluit milieubeheer vast te stellen, is het plan inpasbaar. De motivering dat sprake is van een goed woon- en leefklimaat is in het voorgaande beschreven. Hieraan zijn wel twee voorwaarden verbonden: 1. Treffen van maatregelen: dat is als voorwaardelijke verplichting in de regels opgenomen; 2. Vaststellen van een Hogere waarde op basis van artikel 2.20 van het Activiteitenbesluit milieubeheer: dit zal bij het ter visie leggen van het ontwerpbestemmingsplan gebeuren. De rapportage van het onderzoek is als separate bijlage 2 bij deze toelichting opgenomen. 5.2.3 Luchtkwaliteit De belangrijkste wet- en regelgeving voor luchtkwaliteit is vastgelegd in de Wet Milieubeheer.
De hoofdlijnen van de regeling zijn te vinden in hoofdstuk 5, titel 5.2 van de Wet milieubeheer (Wm), ook wel bekend als de Wet luchtkwaliteit. Deze wetgeving introduceerde een programmasystematiek voor maatregelen en projecten, hetgeen geconcretiseerd is in het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit: het NSL. Daarnaast is de term 'niet in betekenende mate' besluiten geïntroduceerd, waarbij geen toetsing aan de luchtkwaliteitsnormen nodig is, omdat deze projecten niet of zeer weinig bijdragen aan de verslechtering van de luchtkwaliteit. Een project draagt in betekenende mate (IBM) bij aan de verslechtering van de luchtkwaliteit wanneer de planbijdrage groter is dan 1,2 μg/m³. Projecten met een kleinere concentratietoename dragen ‘niet in betekenende mate’ (NIBM) bij aan de verslechtering van de luchtkwaliteit. Bestemmingsplan Bremstraat 5 Sittard Gemeente Sittard-Geleen
- pagina 29 -
Toelichting
Besluit gevoelige bestemmingen Conform artikel 5.16a van de ‘Wet luchtkwaliteit’ kunnen bij Algemene Maatregel van Bestuur nog d nadere regels worden gesteld om te voorkomen dat bij een (dreigende) overschrijding van één of meerdere grenswaarde(n) projecten doorgang vinden die ertoe leiden dat het aantal blootgestelden met een verhoogde gevoeligheid toeneemt. Dit Besluit gevoelige bestemmingen (luchtkwaliteitseisen) beperkt de mogelijkheden om ruimtelijke ontwikkelingen uit te voeren in overschrijdingssituaties voor zogenaamde ‘gevoelige bestemmingen’. Tot die gevoelige bestemmingen worden scholen, kinderopvang en bejaarden-, verpleeg of verzorgingshuizen gerekend. Het voorliggende plan voorziet niet in de realisering van een gevoelige bestemming. Niet in betekenende mate (NIBM) In de algemene maatregel van bestuur ‘Niet in betekenende mate bijdragen’ (Besluit NIBM) en de ministeriële regeling NIBM (Regeling NIBM) zijn de uitvoeringsregels vastgelegd die betrekking hebben op het begrip NIBM. Het begrip ‘niet in betekenende mate’ is gedefinieerd als 3% van de grenswaarde voor NO2 en PM10. In de Regeling NIBM is een lijst met categorieën van gevallen (inrichtingen, kantoor- en woningbouwlocaties) opgenomen die niet in betekenende mate bijdragen aan de luchtverontreiniging. Deze gevallen kunnen zonder toetsing aan de grenswaarden voor het aspect luchtkwaliteit uitgevoerd worden.
Concreet houdt dit in dat bijvoorbeeld ontwikkelingen kleiner dan of gelijk aan 1.500 woningen bij minimaal één ontsluitingsweg en 3.000 woningen bij minimaal twee ontsluitingswegen niet in betekenende mate bijdragen aan de luchtkwaliteit. Onderhavig plan In het onderhavig plan is geen sprake van toevoeging van een woning. Geconcludeerd kan worden dat het aspect luchtkwaliteit geen belemmering vormt voor de realisering van het plan. 5.2.4 Externe veiligheid Risicobenadering externe veiligheid Externe veiligheid gaat over het beheersen van de risico’s voor de omgeving als gevolg van gebruik en opslag van gevaarlijke stoffen bij bedrijven, het vervoer van gevaarlijke stoffen over de weg, het water, het spoor en door buisleidingen. De risicobenadering externe veiligheid kent twee begrippen om het risiconiveau van transport en de aanwezigheid van gevaarlijke stoffen in relatie tot de omgeving aan te geven. Deze begrippen zijn het plaatsgebonden risico (PR) en het groepsrisico (GR). Het PR is de kans per jaar dat een persoon, die zich continu en onbeschermd op een bepaalde plaats in de omgeving van een transportroute of inrichting bevindt, overlijdt door een ongeval met het transport van gevaarlijke stoffen op die route of binnen die inrichting. Plaatsen met een gelijk risico kunnen door zogenaamde risicocontouren op een kaart worden weergegeven.
Voor nieuwe situaties is voor kwetsbare objecten (bijvoorbeeld woningen) de grenswaarde voor het PR gesteld op een niveau van 10-6/jr. Voor beperkt kwetsbare objecten (bijvoorbeeld bedrijven) is dit een richtwaarde. Het groepsrisico beschrijft de kans dat een groep van 10 of meer personen gelijktijdig komt te overlijden ten gevolge van een ongeval met gevaarlijke stoffen. Het groepsrisico geeft een indicatie van de maatschappelijke ontwrichting in geval van een ramp. Het groepsrisico wordt uitgedrukt in een grafiek, waarin de kans op overlijden van een bepaalde groep (bijvoorbeeld 10, 100 of 1000 personen) wordt afgezet tegen de kans daarop. Voor het groepsrisico geldt de oriëntatiewaarde als ijkpunt in de verantwoording (géén norm). Bevoegd gezag dient de hoogte van het groepsrisico alsmede elke verandering van het groepsrisico te verantwoorden. Samen met de hoogte van het groepsrisico moeten ook andere kwalitatieve aspecten worden meegewogen in de beoordeling van het groepsrisico. Onder deze aspecten vallen zelfredzaamheid en bestrijdbaarheid. Onderdeel van deze verantwoording is overleg met (advies vragen aan) de Veiligheidsregio.
Bestemmingsplan Bremstraat 5 Sittard Gemeente Sittard-Geleen
- pagina 30 -
Toelichting
Externe veiligheid risicovolle bedrijven Bij de beoordeling van de risico's voor de externe veiligheid worden de normen voor het PR en GR gehanteerd, zoals vastgelegd in het Besluit d externe veiligheid voor inrichtingen (Bevi) en de bijbehorende Regeling externe veiligheid voor inrichtingen (Revi). Bij de besluitvorming dient het bevoegd gezag een verandering van het GR te verantwoorden. Het gebied waarbinnen de verantwoordingsplicht van toepassing is voor categoriale inrichtingen (zoals LPG-tankstations) is wettelijk vastgelegd in het Revi. Transport van gevaarlijke stoffen Voor het transport van gevaarlijke stoffen over de weg, het spoor en het binnenwater is op 1 april 2015 de Wijzigingswet Wet vervoer gevaarlijke stoffen, enz. (Wet basisnet) in werking getreden. Deze bestaat uit drie onderdelen: spoor, weg en water. Het doel van het Basisnet is een duurzaam evenwicht tussen de belangen van het vervoer van gevaarlijke stoffen, het gebruik van de ruimte langs het Basisnet en een maatschappelijk aanvaardbaar veiligheidsniveau in de nabijheid van het Basisnet. Daarnaast is de Regeling basisnet van kracht, waarin risicoplafonds voor het vervoer van gevaarlijke stoffen zijn opgenomen. Ruimtelijke ontwikkelingen moeten voldoen aan het Besluit externe veiligheid transport (Bevt).
Tevens zijn er bouwkundige voorschriften voor nieuwbouw in zogeheten PlasbrandAandachtsgebieden (PAG). Externe veiligheid buisleidingen Het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) en de bijbehorende Regeling externe veiligheid buisleidingen (Revb) bevatten normen aan het PR en het GR voor buisleidingen. Onderhavig plan Het plangebied is gelegen in het invloedsgebied van industriecomplex Chemelot. Het onderhavige plan voorziet in de herbestemming van een pastorij (ambts-/bedrijfswoning) in een burgerwoning. Daarmee voorziet het plan niet in de toevoeging van een (beperkt) kwetsbaar object conform artikel 1.1 van het Bevb. Een ambts-/bedrijfswoning is namelijk even kwetsbaar als een reguliere woning als het gaat om externe veiligheid. Geconcludeerd kan worden dat er derhalve geen sprake is van toename van risico’s aangaande externe veiligheid en dat dit aspect geen belemmering vormt voor het voorliggende bestemmingsplan.
5.3 Archeologie en cultuurhistorie Sinds 1 juni 2016 is de Erfgoedwet van kracht. Deze wet bundelt bestaande wet- en regelgeving voor het behoud en beheer van cultureel erfgoed in Nederland. Het betreft zowel het roerend als het onroerend erfgoed. Samen met de Omgevingswet, die naar verwachting in 2021 ingaat, maakt de Erfgoedwet een integrale bescherming van ons cultureel erfgoed mogelijk. Voor het onroerend cultureel erfgoed zijn deze wetten van grote betekenis. Het deel van de Monumentenwet 1988 dat direct raakt aan de fysieke leefomgeving, gaat namelijk op in de Omgevingswet. Het resterende deel van de Monumentenwet gaat op in de Erfgoedwet. De Erfgoedwet voorziet ook in overgangsrecht, zodat de artikelen uit de Monumentenwet tussen 2016 en 2021 niet zomaar komen te vervallen. De Erfgoedwet en de Omgevingswet regelen de zorg voor ons bodemarchief en zijn de vertaling van het Verdrag van Malta, dat Nederland in 1992 ondertekende. De essentie van deze wetgeving is dat waardevolle archeologische resten zoveel mogelijk in de bodem behouden blijven. Onderhavig plan Archeologie Het onderhavige plangebied heeft volgens de Archeologische beleidskaart van de gemeente SittardGeleen een hoge archeologische verwachtingswaarde (waardecategorie 4).
Ter plaatse van deze waardecategorie is het uitvoeren van archeologisch onderzoek noodzakelijk wanneer bodemverstoring plaatsvindt met een diepte van 0,30 meter of meer beneden maaiveld, over een oppervlakte van 500 m² of meer. Deze waardecategorie is op de verbeelding behorende bij het voorliggende bestemmingsplan vertaald door het opnemen van de dubbelbestemming ‘Waarde – Bestemmingsplan Bremstraat 5 Sittard Gemeente Sittard-Geleen
- pagina 31 -
Toelichting
Archeologie 4’ voor het volledige plangebied. Als gevolg van de vaststelling van het voorliggende bestemmingsplan vinden geen bouwwerkzaamheden plaats en worden ook geen andere bodemverstorende activiteiten uitgevoerd. d Het aspect archeologie vormt geen belemmering voor de vaststelling van het bestemmingsplan. Cultuurhistorie Het pand aan de Bremstraat 5 is niet aangeduid als een pand met een cultuurhistorische of monumentale waarde. Bovendien vinden er geen grootschalige externe verbouwingswerkzaamheden plaats. Geconcludeerd kan worden dat het aspect cultuurhistorie geen belemmering vormt voor de vaststelling van het voorliggende bestemmingsplan.
5.4 Ecologie en stikstof In de Wet natuurbescherming zijn de soortenbescherming (ten aanzien van flora en fauna) en gebiedsbescherming (ten aanzien van Natura2000-gebieden) geregeld. De bepalingen uit deze wet dienen te worden nageleefd bij nieuwe planologische activiteiten. Dit bestemmingsplan is opgesteld om een parkeerterrein te realiseren. Dit dient dus te worden gezien als de ‘nieuwe planologische activiteit’ (ten aanzien van gebruik). Soortenbescherming Aangaande de soortenbescherming kan het volgende worden aangegeven. Gelet op de aard en omvang van dit plan, waarbij de bestemming van een bestaande ambts-/bedrijfswoning tot een reguliere woning wordt geregeld en waarbij niet gebouwd wordt of anderszins activiteiten worden verricht die afwijken van het gebruik in de afgelopen jaren, is het uitvoeren van een ecologische quickscan niet noodzakelijk. Er mag worden aangenomen dat dit plan dermate gering van aard en omvang is dat er geen verstoring van beschermde soorten plaatsvindt. Bovendien hebben in het pand in de afgelopen periode diverse renovatie- en onderhoudswerkzaamheden plaatsgevonden. Thans vinden in het pand werkzaamheden plaats ter voorbereiding op het gebruik van het pand als reguliere woonhuis. Er is derhalve geen sprake (geweest) van een langdurig leegstand pand.
Bovendien verkeert het pand – door de diverse onderhoudswerkzaamheden die hebben plaatsgevonden de afgelopen jaren – in een dermate goede bouwkundige staat, dat er geen sprake is van invliegmogelijkheden voor beschermde diersoorten. Gebiedsbescherming Ten aanzien van de gebiedsbescherming dient de stikstofdepositie te worden beschouwd als gevolg van de nieuwe planologische activiteit. In het kader van het voorliggende plan is geen stikstofberekening uitgevoerd omdat er enerzijds niet gebouwd wordt en anderzijds het gebruik van de woning niet afwijkt van het gebruik van het pand in de afgelopen jaren. Er is dus geen sprake van een veranderende situatie; deze bestemmingswijziging resulteert qua gebruik ook niet in een toename van stikstofdepositie op omliggende Natura2000-gebieden. Geconcludeerd kan worden dat het plan geen negatieve invloed heeft op Natura2000-gebieden.
5.5 Kabels en leidingen Er zijn in het plangebied geen kabels en leidingen aanwezig welke moet worden voorzien van een planologische bescherming op basis van dit bestemmingsplan.
Bestemmingsplan Bremstraat 5 Sittard Gemeente Sittard-Geleen
- pagina 32 -
Toelichting
6 Het plan d
6.1 Feitelijke planopzet In de voorgaande hoofdstukken van deze toelichting zijn de aan dit bestemmingsplan ten grondslag liggende beleidsuitgangspunten, de gewenste ruimtelijke structuur en verschillende omgevings- en milieuaspecten weergegeven. Een en ander is vertaald in de regels van dit plan. Deze regels voldoen aan de eisen volgend uit de Wro en de Wabo. Dit hoofdstuk bevat een toelichting op deze regels. Het voorliggend bestemmingsplan is er op gericht de voormalige pastorij aan de Bremstraat 5 te Sittard planologisch te bestemmen tot burgerwoning. De wijze waarop dit planologisch mogelijk wordt gemaakt is in dit hoofdstuk beschreven.
6.2 Juridische planopzet 6.2.1 Planvorm Overeenkomstig het bepaalde in artikel 3.1 van de Wet ruimtelijke ordening (Wro) worden door middel van de op de verbeelding aangegeven (dubbel)bestemmingen en daarop betrekking hebbende regels de in het plan begrepen gronden voor bepaalde doeleinden aangewezen. Daarbij worden regels gegeven voor het bouwen van bouwwerken en voor het gebruik van de bouwwerken en onbebouwde gronden. De juridische regeling is opgebouwd conform de SVBP2012, de landelijke standaard voor het vervaardigen van bestemmingsplannen, die bij de invoering van het nieuwe Bro als verplichte opbouw is opgenomen. Het bestemmingsplan ‘Bremstraat 5 Sittard’ bestaat formeel uit een verbeelding en regels. Deze gaan vergezeld van een toelichting waarin het plan en de daaraan ten grondslag liggende beleidsmatige afwegingen zijn verwoord. De indeling van de regels is hierna beknopt en artikelsgewijs aangegeven. De planvorm betreft een bestemmingsplan zoals bedoeld in artikel 3.1 van de Wet ruimtelijke ordening. De IDN-code van het plan is NL.IMRO.1883.BPBremstraat5 - (met hierachter de status van het plan). 6.2.2 Verbeelding De verbeelding is getekend op een gecombineerde digitale kadastrale ondergrond en een BGTondergrond, schaal 1:500.
Voor de benaming, kleur en vorm van de bestemmingen en aanduidingen zijn de richtlijnen voor digitalisering en standaardisering van bestemmingsplannen overgenomen (SVBP2012). 6.2.3 Regels Hoofdstuk 1 Inleidende regels (art. 1 en 2) Dit hoofdstuk bevat twee artikelen. Artikel 1 bevat de definities van begrippen die van belang zijn voor toepassing van het plan. het tweede artikel betreft de wijze van meten waarin wordt aangegeven hoe bij toepassing van de regels wordt gemeten. In beide artikelen is, conform de SVBP2012, een aantal standaardbegrippen en een aantal standaard meetwijzen opgenomen. Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels (art. 3, 4 en 5) In dit hoofdstuk worden regels gegeven voor de binnen het plangebied beoogde functies. Per bestemmingsregel zijn de doeleinden c.q. de toegelaten gebruiksvormen van de gronden aangegeven. In beginsel is iedere vorm van bebouwing die past binnen de desbetreffende bestemming tot een bepaalde omvang rechtstreeks (dus zonder voorafgaande afwijking of wijziging) Bestemmingsplan Bremstraat 5 Sittard Gemeente Sittard-Geleen
- pagina 33 -
Toelichting
toegestaan. Indien wordt voldaan aan de voorgeschreven maatvoering en wordt gebouwd binnen het aangegeven bouwvlak, kan hiervoor vanuit bestemmingsplantechnisch oogpunt een omgevingsvergunning worden verleend. d Hoofdstuk 3 Algemene regels (art. 6 t/m art. 11) Dit hoofdstuk bevat de volgende algemene regels (deels ingegeven door de verplichting vanuit paragraaf 3.2 van het Bro deze bepalingen op te nemen in ieder bestemmingsplan): - een anti-dubbeltelregel (art. 6): deze regel zorgt er voor dat gronden niet dubbel worden meegerekend bij het toestaan van bouwplannen; - algemene bouwregels (art. 7): in dit artikel zijn de algemene regels ten aanzien van het bouwen die voor het volledige plangebied gelden vastgelegd; - algemene gebruiksregels (art. 8): hierin worden onder andere alle vormen van gebruik, die in strijd zijn met de aan de grond gegeven bestemming, verboden; - algemene afwijkingsregels (art. 9): hierin wordt bepaald waarvoor burgemeester en wethouders kunnen afwijken van het bestemmingsplan; - overige regels (art. 10): hierin zijn verwijzingen opgenomen naar andere wettelijke regelingen; - procedureregels (art. 11): hierin zijn de procedures opgenomen die moeten worden toegepast bij toepassing van afwijkingsbevoegdheden en nadere eisen. Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels (art.
12 en 13) In het overgangsrecht is bepaald dat bouwwerken, die op het moment van de tervisielegging van het plan aanwezig zijn, mogen blijven bestaan, ook al is er strijd met de bouwregels. Het gebruik van grond en opstallen, dat afwijkt van de regels op het moment waarop het plan rechtskracht verkrijgt, mag worden gehandhaafd. Dit overgangsrecht komt voort uit artikel 3.2.1 van het Bro en is een verplicht onderdeel van de regels. In de slotregel wordt aangegeven onder welke naam de planregels kunnen worden aangehaald. 6.2.4 Beschrijving van de bestemmingen In het navolgende worden de in hoofdstuk 2 van de regels opgenomen bestemmingsregels kort toegelicht. Artikel 3: enkelbestemming ‘Tuin’: De gronden met de bestemming ‘Tuin’ mogen worden ingericht als tuin. Hier zijn water en waterhuishoudkundige voorzieningen, nutsvoorzieningen en parkeervoorzieningen toegestaan. Binnen deze bestemming mogen uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden gebouwd. Erf- en terreinafscheidingen mogen maximaal 1,00 meter hoog zijn, met dien verstande dat erf- en terreinafscheidingen vóór de naar de weg gekeerde gevel maximaal 1,00 meter hoog mogen zijn. Voor overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, geldt een maximale bouwhoogte van 3,00 meter.
Daarnaast zijn binnen deze bestemming stoepen, stoeptreden, trappen(huizen), galerijen, hellingbanen, funderingen, balkons, erkers, entreeportalen, veranda’s en afdaken behorende bij tot de bestemming ‘Wonen’ behorende gebouwen, onder voorwaarden, toegestaan Artikel 4: enkelbestemming ‘Wonen’ Binnen deze bestemming is het wonen in een woning toegestaan, waarbij het aantal woningen niet mag worden uitgebreid. Daarnaast is een aantal algemene bij de woonfunctie behorende functies toegestaan. Het op de verbeelding aangegeven bouwvlak mag volledig worden bebouwd. Afwijkingsbevoegdheden zijn opgenomen voor het toestaan van aan huis gebonden beroepen en bedrijven. Tevens is een afwijkingsbevoegdheid opgenomen voor het gebruik van (vrijstaande) bijgebouwen als afhankelijke woonruimte. Om aan geluidvoorschriften te voldoen dient binnen de bestemming ‘Wonen’ ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke bouwaanduiding – dove gevel’ [sba-dg] de gevel op de verdiepingen als dove gevel te worden uitgevoerd en in stand gehouden en ter plaatse van de aanduiding specifieke bouwaanduiding – blinde gevel’ [sba-bg] dient de bestaande blinde gevel op de verdiepingen in Bestemmingsplan Bremstraat 5 Sittard Gemeente Sittard-Geleen
- pagina 34 -
Toelichting
stand te worden gehouden. Beide bouwaanduidingen zijn tevens gekoppeld aan een voorwaardelijke verplichting, die inhoudt dat de voor ‘Wonen’ aangewezen gronden pas als zodanig mogen worden gebruikt indien de dove gevel d en de blinde gevel worden gerealiseerd en in stand gehouden. Artikel 5: dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 4’: Het volledige plangebied is voorzien van de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 4’. De gronden met deze dubbelbestemming zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), primair bestemd voor de bescherming van archeologische waarden. Wanneer binnen deze dubbelbestemming bodemverstoring plaatsvindt met een diepte van 0,30 meter of meer beneden het maaiveld, over een oppervlakte van 500 m² of meer, dient archeologisch onderzoek plaats te vinden.
Bestemmingsplan Bremstraat 5 Sittard Gemeente Sittard-Geleen
- pagina 35 -
Toelichting
7 Uitvoerbaarheid d
7.1 Economische uitvoerbaarheid In het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is in artikel 6.2.1 een opsomming gegeven van de bouwplannen die worden beschouwd als bouwplan in de zin van artikel 6.12 Wro waarvoor een exploitatieplan dient te worden vastgesteld indien het kostenverhaal niet anderszins is geregeld (dat wil zeggen indien men geen anterieure privaatrechtelijke overeenkomst heeft kunnen sluiten met de ontwikkelende partij). Het wijzigen van de bestemming van een bestaande bedrijfswoning (met de bestemming ‘Bedrijf’) in een burgerwoning (met de bestemming ‘Wonen’), waarbij geen nieuw hoofdgebouw wordt gerealiseerd is geen bouwplan in de zin van artikel 6.12 Wro. Hieruit kan worden geconcludeerd dat voor dit plan het opstellen van een exploitatieovereenkomst of exploitatieplan niet noodzakelijk is. Wel heeft de gemeente met initiatiefnemer een planschade-overeenkomst gesloten waarin is opgenomen dat het planschaderisico wordt afgewenteld op initiatiefnemer.
7.2 Maatschappelijke uitvoerbaarheid 7.2.1 Algemeen De procedure van het bestemmingsplan is vastgelegd in artikel 3.8 van de Wet ruimtelijke ordening. Gedurende deze procedure kan eenieder binnen de termijn van terinzagelegging van het ontwerp van het bestemmingsplan naar keuze schriftelijk of mondeling een zienswijze over het ontwerpbestemmingsplan indienen. 7.2.2 Wettelijk vooroverleg instanties ex art. 3.1.1 Bro Op grond van artikel 3.1.1 van het Besluit ruimtelijke ordening dient de gemeente bij de voorbereiding van een bestemmingsplan overleg te plegen met betrokken waterschappen en diensten van Rijk en provincie die betrokken zijn bij de zorg voor de ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen die in het plan in het geding zijn. In het onderhavige geval zijn geen belangen van andere overheidsinstanties gemoeid. Er is derhalve geen vooroverleg gevoerd. 7.2.3 Procedure Het ontwerpbestemmingsplan heeft vanaf 21 december 2023 gedurende zes weken voor eenieder ter inzage gelegen. Gedurende deze termijn zijn geen zienswijzen ingediend. Het bestemmingsplan is ongewijzigd door de raad van de gemeente Sittard-Geleen vastgesteld d.d. 18 april 2024.
Bestemmingsplan Bremstraat 5 Sittard Gemeente Sittard-Geleen
- pagina 36 -
Toelichting
8 Handhavingsparagraaf d Een bestemmingsplan is voor de gemeente een belangrijk instrument om haar ruimtelijk beleid vorm te geven. Door middel van een combinatie van positieve bestemmingen en het uitsluiten van bepaalde activiteiten en functies kan sturing plaatsvinden van gewenste en ongewenste ontwikkelingen. Een belangrijk aspect hierbij is de handhaving en het toezicht op de naleving van het bestemmingsplan. Deze handhaving is van cruciaal belang om de in het plan opgenomen ruimtelijke kwaliteiten ook op langere termijn daadwerkelijk te kunnen vasthouden. Daarnaast is de handhaving van belang uit een oogpunt van rechtszekerheid: alle bewoners en gebruikers dienen door de gemeente op eenzelfde wijze daadwerkelijk aan het plan worden gehouden. In dit bestemmingsplan is daarom allereerst gestreefd naar een zo groot mogelijke eenvoud van in het bijzonder de regels. Hoe groter de eenvoud (en daarmee de toegankelijkheid en leesbaarheid), hoe groter in de praktijk de mogelijkheden om toe te zien op de naleving van het plan. In de bouwregels zijn maten opgenomen die van toepassing zijn op gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde. Te realiseren gebouwen en andere bouwwerken moeten voldoen aan deze maatvoering, zo niet, dan kan het college van burgemeester en wethouders geen omgevingsvergunning verlenen.
Gebruiksregels worden opgenomen om gewenste ontwikkelingen mogelijk te maken en ongewenste ontwikkelingen uit te sluiten. Toetsing aan de gebruiksregels is aan de orde bij functiewisseling of nieuwvestiging. De doelstellingen van het ruimtelijke beleid kunnen slechts verwezenlijkt worden, indien de regels van het bestemmingsplan worden nageleefd.
Bestemmingsplan Bremstraat 5 Sittard Gemeente Sittard-Geleen
- pagina 37 -