CConstaterende datSittard-Geleen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 Voorbeeldnota dierenwelzijn gemeente Maastricht

Raad 9 maart 2026, gemeente Sittard-GeleenBij agendapunt: Initiatiefvoorstel (VVD) inzake dierenbeleid (Tillie)23.381 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

4.2.2 Afstand doen van een huisdier Als iemand door omstandigheden niet meer voor zijn of haar huisdier kan zorgen, kan hij of zij afstand doen van het huisdier. Het afstand doen van een huisdier is vaak een emotionele beslissing die voortkomt uit verschillende redenen. Mensen kunnen geconfronteerd worden met veranderingen in hun persoonlijke omstandigheden, zoals verhuizingen, financiële moeilijkheden, gezondheidsproblemen, of onverwachte levensgebeurtenissen waardoor iemand de nodige zorg niet meer kan geven. Soms ervaren eigenaren gedragsproblemen bij hun huisdieren die ze niet kunnen oplossen, waardoor ze zich genoodzaakt voelen afstand te doen. Een dier kan worden afgestaan bij een asiel. Hiervoor wordt een afstandsverklaring getekend en afstandskosten betaald. Het kan voorkomen dat iemand afstand doet van een dier omdat het geld voor de verzorging er niet meer is. De kosten voor het afstand doen kan dan ook problemen met zich meebrengen. We stellen voor dat een nog op te zetten fonds hier ondersteuning bij kan bieden. Vooral om te voorkomen dat een dier gedumpt wordt of voor het welzijn van het dier. Zie paragraaf 3.2.5.

29

4.2.3 Dumpen van een huisdier We zien in Maastricht dat steeds meer huisdieren achtergelaten worden in de natuur. Sinds 2016 staan bijvoorbeeld de roodwang-, geelwang- en geelbuikschildpad op de Unielijst. Dat houdt in dat deze invasieve exoten niet meer gehouden of verkocht mogen worden. Een eigenaar mag het dier tot de dood van het dier houden maar op het moment dat hij niet meer voor het dier kan of wil zorgen, dan ontstaat een probleem. Onderbrengen bij een asiel of dumpen in de natuur. Vaak worden deze dieren uit onwetendheid ergens in een sloot of vijver gezet. Vooral als daar al andere schildpadden zitten. Niet alleen de invasieve exoten worden buiten achtergelaten, ook andere schildpadden worden nu al regelmatig buiten aangetroffen. De verwachting is groot dat, zodra de Huis- en Hobbydierenlijst wordt ingevoerd (zie 2.6), het aantal dieren dat gedumpt wordt sterk gaat toenemen. De opvang van gedumpte exoten kan een probleem opleveren aangezien de opvangcapaciteit voor sommige diersoorten (exoten) enorm beperkt is. Dit kan ertoe leiden dat er op zoek gegaan moet worden naar mogelijkheden en/of eventueel een lobby inzetten via daarvoor geëigende samenwerkingsverbanden. De problemen die ontstaan door het dumpen van dieren in de natuur zijn divers: 

Het dier zelf kan enorm lijden: het is niet aangepast aan de omstandigheden in ons land of aan zelf overleven in de natuur. Honger, ziekten, een ongeval en predatie kunnen een gedumpt dier fataal worden. Gedumpte dieren kunnen een groot gevaar voor de inheemse flora en fauna vormen. Daar waar schildpadden zitten zijn nog amper kikkers te vinden bijvoorbeeld. Hiermee vormen ze een bedreiging voor de biodiversiteit. Het is daarnaast volgens de Wet Dieren, artikel 2.2 lid 8 verboden (“het is houders van dieren verboden aan deze dieren de nodige verzorging te onthouden” - het dumpen van dieren houdt in dat iemand er niet meer voor zorgt en strafbaar is).

 

Acties en voorstellen: 

We communiceren richting inwoners over de negatieve gevolgen van het dumpen van dieren voor de dieren zelf en de omgeving. We informeren inwoners over opvangmogelijkheden voor huisdieren.

4.2.4 Het overlijden van een huisdier Gemeenten dienen op grond van de Wet Dieren een (afvalstoffen)verordening te hebben waarin de inzameling van kadavers van gezelschapsdieren geregeld is en waar inwoners een overleden huisdier kunnen afgeven. De meeste huisdiereigenaren begraven hun overleden huisdier zelf of brengen het zelf naar een dierenarts of plek waar het huisdier begraven of gecremeerd kan worden. Vanuit het taakveld Afval wordt er een voorziening gerealiseerd waar mensen hun overleden huisdier kunnen inleveren.

30

4.3 Honden in de gemeente In Maastricht leven maar liefst 8.129 (geregistreerde) honden en hebben we 18 kennels (cijfers 2023). Het is, samen met de kat, het meest geliefde huisdier. Honden kom je tegen in alle soorten en maten. Met elk hun eigen gedrag. Er worden veel meldingen gemaakt van overlast veroorzaakt door honden: van herrie, poep en bijtincidenten. De gemeente heeft een beperkte rol als het gaat om dieren in de huiselijke omgeving. Honden lopen echter veel in de openbare ruimte, daarom gelden voor hun (en vooral hun baasje) verschillende regels en verantwoordelijkheden.

4.3.1 Algemene regels en verantwoordelijkheden     

Eigenaren zijn verplicht hondenbelasting te betalen. Binnen de bebouwde kom moeten honden altijd aangelijnd zijn, en er geldt een opruimplicht. Honden mogen loslopen binnen aangewezen hondenlosloopgebieden en buiten de bebouwde kom. Bij agressieve honden, mishandeling, of verwaarlozing moet de Dierenpolitie worden ingeschakeld. Honden dienen gechipt en geregistreerd te zijn.

Het is belangrijk te vermelden dat honden in natuurgebieden altijd aangelijnd moeten worden. Bij de borden van de desbetreffende natuurgebieden staat dit altijd vermeld. Loslopende honden kunnen wild (zoals wilde zwijnen) verstoren, maar ook grazers. Zo zijn er in een van de gemeentelijke natuurgebieden meerdere keren Galloways aangevallen (en gestorven) als gevolg van een hondenaanval. Op de pagina ‘Honden’ van gemeentelijke website staat vermeld aan welke regels hondenbezitters in Maastricht zich moeten houden.

4.3.2 Hondenbelasting Elke hondenbezitter in Maastricht betaalt hondenbelasting. Hondenbelasting valt onder de algemene gelden. De grondslag van de hondenbelasting was echter het verminderen van het aantal zwerfhonden en het voorkomen van verspreiding van ziekten (zoals rabiës). Vanuit deze doelen is de hondenbelasting niet meer nodig. Ongeveer de helft van de gemeenten in Nederland heeft besloten de hondenbelasting geheel af te schaffen. Wij zorgen als gemeente echter voor bepaalde voorzieningen voor honden(bezitters), zoals losloopgebieden en hondenpoepbakken en –zakjes, waardoor besloten is de hondenbelasting

31

te handhaven. Wel heeft de raad in november 2022 besloten om met ingang van 1 januari 2023 de tarieven voor hondenbelasting met 25% te verlagen ten opzichte van die in 2022. De reden daarvoor was om de opbrengsten van de hondenbelasting de jaarlijkse kosten van voorzieningen voor honden te dekken. Met andere woorden, de opbrengsten van de hondenbelasting zijn kostendekkend, hoewel dat niet wettelijk verplicht is.

4.3.3 Faciliteiten voor honden(bezitters) Maastricht heeft ongeveer 65 hondenlosloopgebieden. Hondenlosloopgebieden zijn door het college aangewezen gebieden waar honden mogen loslopen. De meeste hondenlosloopgebieden zijn in 2021 door het college aangewezen middels een aanwijzingsbesluit, maar voor een tiental gebieden geldt dat dit nog moet gebeuren. De grootte en de eigenschappen van de hondenlosloopgebieden verschillen. De meeste hondenlosloopgebieden zijn omheind. Een aantal hondenlosloopgebieden liggen in een natuurgebied. In alle hondenlosloopgebieden geldt een opruimplicht. Bij de in- en uitgangen van hondenlosloopgebieden zijn bordjes geplaatst met informatie over de regels. Bij elke hondenpoepbak zijn gratis hondenpoepzakjes verkrijgbaar.

4.3.4 Agressieve honden en bijtincidenten Honden kunnen bijten uit angst, zelfverdediging, of door verkeerde opvoeding. Niet alle bijtincidenten zijn het gevolg van agressie, een hond kan ook bijten als hij zich genoodzaakt voelt zichzelf of zijn roedel (de eigenaar of het gezin waar hij woont) te verdedigen. Sommige rassen zijn van nature beschermend. Dit zijn vaak enorm sterke dieren met een beschermend karakter. Agressief gedrag kan echter ook het resultaat zijn van onjuiste opvoeding en socialisatie. Agressieve honden in de openbare ruimte, vooral die met grote omvang en een krachtige beet, kunnen gevaarlijk zijn en leiden tot schade. De eigenaar is primair verantwoordelijk en moet bijtincidenten voorkomen. Als gemeente kunnen we op basis van de Algemene Plaatselijke Verordening een aanlijn- of muilkorfgebod geven; dit wordt slechts gedaan als er van de dierenpolitie een advies komt dit te doen. Dit advies wordt door de politie (en/of BOA’s handhaving) op basis van bijtincidenten afgegeven. Bij bijtincidenten weten gedupeerden vaak niet waar ze zich moeten melden. Ook wordt er uit angst soms geen melding gemaakt. Het doen van een melding bij de politie is echter zeer belangrijk: alleen wanneer een hond bekend is, kunnen maatregelen getroffen worden om erge(re) incidenten te voorkomen. Als strafvervolging gewenst is, is een aangifte benodigd.

32

4.3.5 Conclusies en aanbevelingen hondenrichtlijnen Gezien het grote aantal honden in onze gemeente, de aanwezigheid van deze honden in de openbare ruimte en de regels en faciliteiten voor hondenbezitters, verdient het aanbeveling om hondenrichtlijnen op te stellen. Ten aanzien van hondenlosloopgebieden en de aanpak agressieve honden zijn richtlijnen wenselijk. In het onderdeel richtlijn hondenlosloopgebieden kunnen standaarden vastgelegd worden over de bereikbaarheid van de gebieden, uniformiteit wat betreft omheining en bebording, de regels, maar ook eventuele conflicten die optreden als de gebieden in een natuurgebied liggen of hieraan grenzen. Het is op dit moment onduidelijk wat en hoe veel de financiële implicaties hiervan zullen zijn; dit zal een separaat traject volgen. Meer samenwerking tussen betrokken partijen is gewenst om de aanpak van agressieve honden beter te laten verlopen. Acties en voorstellen: 

Opstellen richtlijnen ten aanzien van hondenlosloopgebieden en agressieve honden.

33

4.4 Katten in de gemeente Hoeveel katten er in onze gemeente leven, is niet bekend. In Nederland zijn zo’n 2,9 miljoen huiskatten en schattingen van het aantal zwerfkatten zonder eigenaar lopen sterk uiteen. Jaarlijks worden meer dan 60.000 katten als vermist opgegeven. De grote aantallen katten waarvan de eigenaar onbekend is, leiden tot zo’n 4,8 miljoen euro per jaar aan opvangkosten voor alle gemeenten bij elkaar. In 2023 zijn in Maastricht 364 katten vervoerd door de Dierenbescherming naar aanleiding van meldingen. Daarvan zijn 291 Maastrichtse katten opgevangen door het Dierenbeschermingscentrum in Born, waarvan er 40 herenigd werden met hun eigenaar. De overige 73 vervoerde katten betroffen overleden dieren.

4.4.1. Algemene regels en verantwoordelijkheden 

Is er schade aan bijvoorbeeld een auto door een overstekende kat, dan moet de eigenaar van de kat de schade vergoeden. De eigenaar heeft namelijk besloten de kat buiten te laten en is te allen tijde verantwoordelijk voor het dier en de schade die deze aanricht. De huiskat is een invasieve exoot: Een huiskat is een gedomesticeerde kat die normaliter een eigenaar heeft, door mensen wordt verzorgd en is gesocialiseerd. Gedomesticeerde katten die zijn ontsnapt of opzettelijk zijn losgelaten en daar kunnen overleven/zich kunnen voortplanten zijn verwilderde katten. Verwilderde katten zijn geen wilde katten. Wilde katten zijn inheemse natuurlijk voorkomende katten, zij komen met een kleine populatie voor in Zuid-Limburg. De Wet Dieren stelt dat het "opzettelijk" doden, vangen en verstoren van beschermde dieren, inclusief inheemse vogels, verboden is. Het Hof van Justitie van de EU heeft in zijn jurisprudentie benadrukt dat "opzettelijk" niet alleen van toepassing is wanneer iemand uitdrukkelijk de intentie heeft een beschermd dier te schaden, maar ook wanneer iemand "de mogelijkheid aanvaardt" dat dit gebeurt, als een ongewenst maar geaccepteerd neveneffect. Met andere woorden: de katteneigenaar die zijn kat buiten laat lopen, maakt zich schuldig aan een strafbaar feit zodra de kat een vogel vangt.

Het voorschrijven van het binnenhouden van katten, en het handhaven hierop, ligt echter gevoelig, waardoor tot nu toe geen enkele gemeente haar inwoners hiertoe verplicht. Ook het rijk en de provincie niet.

34

4.4.2 Overlast door katten die buiten lopen Bij gemeente Maastricht komen af en toe meldingen binnen over katten. Vaak betreft het overlast van katten die wel een baasje hebben, maar waarvan de eigenaar niet bekend is. Waar nodig wordt in deze gevallen geschakeld met Handhaving. In principe heeft de gemeente geen rol bij overlast veroorzaakt door katten zoals herrie, stank, poep, etc.

4.4.3. Zwerfkatten en verwilderde katten Zwerfkatten zijn katten die in de openbare ruimte lopen/zwerven en geen baasje (meer) hebben. Verwilderde katten zijn gedomesticeerde katten die zijn ontsnapt dan wel opzettelijk zijn losgelaten en die in het veld overleven en zich kunnen voortplanten. Deze katten moeten zien te overleven in de openbare ruimte en hebben het vaak heel moeilijk. Om de populatie verwilderde katten te beheersen worden vruchtbare katten/poezen afgevangen, steriel gemaakt en indien de katten niet herplaatst (niet socialiseerbaar) kunnen worden als huisdier, terug te zetten op de plek waar ze gevangen zijn. Dit TNR-traject (Trap – Neuter – Return) wordt uitgevoerd door een externe partij. TNR kan alleen uitgevoerd worden als er een vergunning is vanuit de provincie. Gezien de vragen die momenteel gesteld worden over de wenselijkheid van het terugplaatsen van katten, zijn de meeste provincies terughoudend met afgeven van dergelijke vergunningen. Dit geldt ook voor de provincie Limburg. Momenteel is de vergunning hiervoor met vijf jaar verlengd. Ondanks dat TNR in Maastricht al geruime tijd wordt toegepast, rijst de vraag of deze methode afdoende is, aangezien er toch nog wel meldingen komen van overlast door verwilderde katten in de openbare ruimte.

De andere methode die meer recht lijkt te doen aan het voorkomen van overlast in de openbare ruimte, maar ook meer recht doet aan het indammen van de ecologische impact van katten in de openbare ruimte (zie ook 4.4.4) is afvangen en niet meer terugzetten. Dit resulteert in de moeilijkheid dat er slechts een beperkte deel sociaaliseerbaar is en dientengevolge het andere deel levenslang zal moeten worden opgevangen of geëuthanaseerd. Op het moment dat klachten rondom verwilderde katten aanleiding geven zullen we de aanpak heroverwegen.

4.4.4. Ecologische impact van buiten lopende katten Katten die buitenlopen maken jaarlijks in Nederland meer dan 40 miljoen slachtoffers. Dit zijn vooral vogels en muizen, maar in Maastricht zijn dit ook veel muurhagedissen. Door de enorme hoeveelheden katten en de hoeveelheid prooien die wordt geslagen, wordt er bij buiten lopende katten ook wel gesproken over voedselconcurrentie voor de inheemse predatoren. Daarbij is het ook goed voor te stellen dat vogels tuinen mijden waar een huiskat in rond scharrelt. Daarnaast verstoren ze de dieren in het wild en verspreiden ze ziektes bij dieren (kattenkrabziekte, ringworm) én mensen (Toxoplasmose). Het is bij de aanschaf van een kat goed om daarover na te denken; als het mogelijk is om de kat in de eigen tuin te houden is dat een betere optie.

35

4.4.5. Chip- en registratieplicht katten In 2023 is ook een landelijke chipplicht voor katten aangekondigd. Door deze chipplicht kunnen kwijtgeraakte katten sneller en vaker herenigd worden met hun eigenaar. Wanneer de chip- en registratieplicht voor katten ingaat is nog niet bekend. Wij onderstrepen het belang van het invoeren van de chip- en registratieplicht voor katten. Ook in gemeente Maastricht worden jaarlijks veel katten als vermist opgegeven. Zwervende katten waar de eigenaar niet van bekend is, worden opgehaald en opgevangen. Om het aantal zwervende katten te verminderen, is het belangrijk dat er zoveel mogelijk katten gesteriliseerd worden, ook katten met een eigenaar. Daarom willen wij eigenaren van katten stimuleren om hun kat te laten chippen en registreren en castreren/steriliseren. Dit kan middels een communicatiecampagne en chip- en sterilisatieacties in samenwerking met de Dierenbescherming en Maastrichtse dierenartsen. Acties en voorstellen: 

Ondersteunen van chip- en registratie acties in samenwerking met dierenartsen en andere partijen en communicatie over de noodzaak hiervan. Inschatting kosten: € 5.000 per jaar; dit wordt opgenomen in het werkbudget.

36

4.5 Houden van exotische, gevaarlijke en verboden dieren Vaak kiezen mensen voor de aanschaf van exotische dieren vanwege de vermeende 'spanning', in plaats van het nemen van een meer traditioneel huisdier zoals een hond of kat. Zelfs wanneer er zorgvuldig is nagedacht over de aanschaf, blijkt het hebben van een exotisch huisdier niet zo eenvoudig of plezierig te zijn. Deze dieren vereisen vaak veel ruimte, specifieke klimatologische omstandigheden die niet in een normale huiskamer te bieden zijn, en gespecialiseerd en kostbaar voedsel.

4.5.1. Algemene regels en verantwoordelijkheden 

Niet alle dieren zijn geschikt als huisdier. Sommige dieren kunnen ziektes overdragen of zijn gevaarlijk. Andere dieren hebben bijzondere of ingewikkelde verzorging nodig. Daarom is in Nederland gewerkt aan een Huis- en Hobbydierenlijst voor zoogdieren. Er volgen nog lijsten voor vogels, amfibieën en reptielen. Vanaf 1 juli 2024 is de Huis- en Hobbydierenlijst van kracht (https://www.rvo.nl/onderwerpen/dieren-houden-verkopen-verzorgen/huis-enhobbydierenlijst#de-huis--en-hobbydierenlijst).

Inspecteurs van de Landelijke Inspectiedienst Dierenwelzijn (LID) stuiten regelmatig op verwaarloosde exotische dieren, meestal bij eigenaren die onvoldoende kennis hebben over de verzorging van deze dieren. Deze dieren worden dan vaak in beslag genomen en ondergebracht bij gespecialiseerde opvangcentra. Wanneer de Huis- en Hobbydierenlijst ingevoerd gaat worden dan is de verwachting dat er meer van deze exotische en/of gevaarlijke dieren in de natuur belanden of afgestaan worden. Hierdoor is er een risico dat de opvangcapaciteit te klein wordt. Voor ons als gemeente is het belangrijk om met dergelijke opvangcentra contact te hebben voor het (her)plaatsen van dieren die niet meer op de positieflijst staan. Het is momenteel niet in te schatten of er hiervoor extra kosten (en de omvang hiervan) gemaakt zullen worden.

Acties en voorstellen: 

Samenwerking aangaan met opvangen voor diverse soorten dieren. Communicatie en voorlichting geven aan inwoners over de aanschaf van huisdieren, maar ook waar zij terecht kunnen met hun vragen over verzorging en het afstaan van dieren.

37

4.5.2 Gemeentelijke regels Gemeentes hebben de mogelijkheid om aanvullende regels op te stellen met betrekking tot het houden van dieren. Het gaat hierbij bijvoorbeeld om giftige dieren, maar ook voor minder gevaarlijke dieren is het mogelijk dat er regels zijn opgesteld in APV van de gemeente. Tot nu toe hebben wij hier geen gebruik van gemaakt. Controle en handhaving is vaak lastig omdat we achter de voordeur geen bevoegdheden hebben. Een woningbouwvereniging kan voor haar huurders regels met betrekking tot het houden van bepaalde soorten dieren stellen. Dat kan ook als er sprake is van een gekocht appartement in een complex waar een Vereniging van Eigenaren (VvE) regels over het houden van dieren heeft opgesteld.

38

4.6. Samenvatting, voorstellen en acties Hoewel de gemeente geen rol of taak heeft als het gaat om het houden van huisdieren en de verzorging van deze dieren, krijgen we wel te maken hiermee als deze dieren in de openbare ruimte voor overlast zorgen of het dierenwelzijn in het gedrang komt. Om de overlast voor andere dieren en onze inwoners zoveel mogelijk te beperken én het welzijn van deze dieren te borgen, nemen we wel veel maatregelen.

Ontwikkelingen staan echter niet stil, daarom stellen we de volgende zaken voor: Onderwerp A. We communiceren richting inwoners over de negatieve gevolgen van het dumpen van dieren voor de dieren zelf en de omgeving. B. We informeren inwoners over opvangmogelijkheden voor huisdieren. Opstellen richtlijnen ten aanzien van hondenlosloopgebieden en agressieve honden. Ondersteunen van chip- en registratie acties in samenwerking met dierenartsen en andere partijen en communicatie over de noodzaak hiervan. Samenwerking aangaan met opvangen voor diverse soorten dieren. Communicatie en voorlichting geven aan inwoners over de aanschaf van huisdieren, maar ook waar zij terecht kunnen met hun vragen over verzorging en het afstaan van dieren.

Inschatting kosten/jaar -

€ 5.000 -

Bij de planning is rekening gehouden met de inzet van 1, 0 FTE Adviseur Dierenwelzijn.

39

5. Hobbydieren 5.1 Rol van de gemeente Hobbydieren zijn landbouwdieren die in kleine aantallen en zonder commercieel doel worden gehouden. Bijvoorbeeld schapen, geiten, runderen, varkens en kippen. Voor deze dieren gelden soms andere regels dan voor huisdieren. 

Voor het vervoer van hobbydieren gelden regels. Bijvoorbeeld voor reis- en rusttijden. Wanneer de eigenaar de regels overtreedt, dan kan de NVWA een bestuurlijke boete geven.

40

   

Eigenaren van dieren moeten naar een dierenarts als een dier ziek is. Wanneer er sprake is van besmettingsgevaar, dan moeten eigenaren van hobbydieren de dierziekte melden bij de NVWA; De huisvesting van hobbydieren moet aan een aantal eisen voldoen. Bijvoorbeeld eisen aan de afmeting. Dit staat in het Besluit houders van dieren. Eigenaren van hobbydieren moeten hun dieren laten identificeren en registreren bij de RVO. Zo zijn de dieren en hun plaats van herkomst snel te vinden. Bijvoorbeeld bij de uitbraak van een besmettelijke dierziekte. De LID houdt toezicht en treedt handhavend op bij welzijnsverstoringen van hobby- en gezelschapsdieren in opdracht van het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV). Zij controleert bij houders van hobby- en gezelschapsdieren, maar neemt ook bedrijven zoals dierenwinkels, -pensions, -fokkers en -handelaren onder de loep. Houders van hobbydieren moeten zich houden aan de Wet dieren en het Besluit houders van dieren, hoofdstuk 1.1 en 1.2. Hierin staan regels voor het waarborgen van het welzijn en de gezondheid van dieren. Bijvoorbeeld over goede verzorging en een geschikte weide.

Toezicht op het houden en verzorgen van hobbydieren is niet de verantwoordelijkheid van de gemeente maar van de LID, Dierenpolitie en de NVWA. In de APV van de gemeente is opgenomen: Artikel 2.64 Loslopend vee. De rechthebbende op herkauwende of eenhoevige dieren of varkens die zich bevinden in een aan een weg liggend weiland of terrein dat niet van die weg is afgescheiden door een deugdelijke veekering, is verplicht ervoor te zorgen dat zodanige maatregelen getroffen worden dat deze dieren die weg niet kunnen bereiken.

5.2 Hobbydieren in de gemeente Vanuit onze taken hebben we zelf nauwelijks te maken met hobbydieren, behalve incidenteel bij het stadpark en daar waar we (natuur)gebieden laten begrazen door schapen of Galloways (kleine zwarte runderen). In het stadspark worden de damherten verzorgd door een derde partij. Het begrazen van (natuur)gebieden wordt uitgevoerd door een ingehuurde partij. Die partij is primair verantwoordelijk voor het welzijn van de dieren. Ondanks dat we geen wettelijke taak hebben als gemeente bij het houden van hobbydieren, laten we wel toezicht houden op de inzet van deze dieren om een goed dierenwelzijn te borgen. Dit houdt ook in dat we in actie komen als dit niet goed gebeurt. Naast de genoemde voorbeelden waarin wij initiatiefnemer zijn, is er ook een vijftal kinderboerderijen waar een goede samenwerking mee is. Hoewel het welzijn van de dieren in de kinderboerderijen belangrijk is, zijn wij daar niet primair verantwoordelijk voor. Al jarenlang is er een intensieve samenwerking tussen het Centrum voor Natuur- en Milieueducatie (CNME) en de verschillende organisaties die in Maastricht met en voor dieren werken.

Dat zijn de kinderboerderijen in Maastricht (en een kinderboerderij in Lanaken in België), het dierenpark, de Dierenambulance Limburg Zuid, de dierenwelzijnsstichting ‘Dier in Nood Maastricht’, de Dierenpolitie, afdeling faunabeheer van gemeente Maastricht en een hondenpension met o.a. opvang en gedragstherapie.

41

Al deze organisaties werken elk onder een eigen beherende instantie en vanuit een eigen doelstelling. De samenwerking omvat overleg, vervoer, uitwisseling van dieren en materialen, educatieve activiteiten, informatiemateriaal en het bepalen van gezamenlijke standpunten. Al gelang het thema, worden daar ook andere verenigingen bij betrokken, zoals hondenverenigingen, schaapskuddes en de Dierenbescherming. Een keer per kwartaal wordt er een gezamenlijk informatieblaadje uitgebracht, ‘Druk met dieren’. Het CNME fungeert als voorzitter van deze samenwerking en is kartrekker wat betreft de organisatie van gezamenlijke educatieve activiteiten. Het is belangrijk dat het CNME deze functie kan blijven vervullen.

5.2.1 Kinderboerderijen Gemeente Maastricht heeft 5 kinderboerderijen, met ieder een eigen beherende instantie:     

Stichting boerderij Daalhoeve Kinder- en zorgboerderij De Heeg Stichting Kinderboerderij Limmel Boerderij Aon Köbbes (onderdeel van zorginstelling Koraal) Activiteitenboerderij De Grubbe (onderdeel van zorginstelling Mondriaan)

De kinderboerderijen werken op een aantal gebieden samen en maken deel uit van een samenwerking tussen Maastrichtse dierenorganisaties die momenteel gecoördineerd wordt door het CNME. Bij deze samenwerking zijn ook het restaurant Dwaze Herder (De Heeg) en kinderboerderij Pietersheim uit Lanaken aangesloten. Het kwartaalblaadje “Druk met Dieren” is een product van die samenwerking.

42

Ondanks verschillen in opzet en uitvoering hebben de kinderboerderijen het volgende gemeen: 

Ze brengen bezoekers in contact met dieren, natuur, milieu en met elkaar door middel van educatie, voorlichting, sociaal-cultureel werk, recreatie of therapie. Kinderboerderijen spelen daarmee een belangrijke rol in onze samenleving. Ze zijn een laagdrempelige manier voor mensen van de meest uiteenlopende komaf en leeftijd om in aanraking te komen met dieren en natuur- en milieueducatie.

Dit maakt kinderboerderijen bij uitstek geschikt om bewustwording te creëren voor dierenwelzijn en voorlichting en educatie te verzorgen over onder andere de omgang met dieren. Hierbij kan aandacht besteed worden aan zowel huisdieren als dieren in de natuur, maar ook aan dieren die bedoeld zijn voor consumptie, zodat dierenwelzijn in een brede context aan de orde komt. De 5 kinderboerderijen zijn aangesloten bij de Vereniging stads- en kinderboerderijen Nederland (https://www.vskbn.nl/ ), een overkoepelende organisatie voor kinderboerderijen. Het lidmaatschap houdt in dat regelgeving op de eerste plaats komt, maar ook dat veiligheid, kwaliteit en gezondheid van en voor medewerkers, bezoekers en dieren van groot belang zijn. Op dit moment ontvangt slechts één kinderboerderij subsidie vanuit dierenwelzijn (Kinder- en zorgboerderij De Heeg) waarbij niet nader omschreven is waar deze subsidie voor wordt verleend. Gemeente Maastricht ziet het belang van de kinderboerderijen voor bewustwording van en voorlichting over dieren en het milieu in het algemeen en wil daarom de kinderboerderijen die niet verbonden zijn aan een zorginstelling de mogelijkheid bieden in aanmerking te komen voor financiële steun.

Om toe te werken naar een situatie waarbij de beschikbare gelden evenrediger verdeeld worden en zekerheid wordt verkregen over de inzet van de gelden, zal het verlenen van subsidie omgevormd worden naar het uitschrijven van opdrachten waarop de drie kinderboerderijen in kunnen schrijven. Het jaarlijks beschikbare budget wordt verhoogd met €20.000. Stichting Boerderij Daalhoeve en Kinder- en Zorgboerderij De Heeg bieden mogelijkheden tot dagbesteding voor cliënten vanuit het sociaal domein. Dit is een uitgelezen kans voor cliënten om een leuke en zinvolle dagbesteding te verkrijgen. De manier waarop de dagbesteding vorm wordt gegeven verschilt per kinderboerderij, afhankelijk van de begeleidingsvraag van cliënten en hoeveelheid cliënten. Dit vergt van de kinderboerderij aanvullende verantwoordelijkheid ten behoeve van de begeleiding. Voor het bieden van deze dagbestedingsmogelijkheden verkrijgen kinderboerderijen aanvullende middelen. De in deze nota bedoelde bijdragen/opdrachten staan los van de bovenstaande mogelijkheden om dagbesteding aan te bieden. De hier voorgestane bijdrage(n) behelzen enkel de in te zetten middelen vanuit dierenwelzijns-educatie.

Acties en voorstellen: Subsidieverstrekking voor kinderboerderijen omvormen naar opdrachtverlening in het kader van voorlichting over dieren(welzijn).  Structureel aanvullen beschikbaar budget met €20.000. 

43

5.2.2 Dierenweide en volière Maastricht kent een dierenweide met damherten in het stadspark. Op deze plek was van oudsher een dierenparkje met verschillende dieren. In combinatie met de watervogels die op deze plek langs de Jeker verblijven en een volière met zangvogels vormt het een plek waar mensen uit Maastricht graag komen. Het is een ontmoetingsplek waar veel mensen de dieren bekijken. Damherten staan niet op de Huis- en Hobbydierenlijst. Dat betekent dat ze niet gehouden mogen worden. Na protesten van onder ander kinderboerederijen is er een vrijstelling opgenomen op het houden van deze dieren; dit betekent dat damherten nog altijd gehouden mogen worden. Een aantal jaren geleden is de stichting, die destijds het dierenpark onderhield, gestopt. Dit resulteerde in een vraagstelling over de toekomst van het dierenparkje. De omgeving heeft destijds nadrukkelijk gevraagd om herten in het park en het verblijf van de damherten is in 2018 grondig gerenoveerd in esthetisch opzicht. Dit was een grote investering. Doordat het verblijf verbeterd is, de dieren goed verzorgd worden en we inzetten op educatie ten aanzien van het houden van dieren, kiezen we ervoor om de voorziening de komende jaren te handhaven. Het onderhoud van de omgeving en de verzorging van de volière en damherten wordt uitgevoerd door Boerderij Daalhoeve. Hiervoor ontvangen zij een subsidie.

Voor hobbydieren die buitenverblijven gelden er vanuit de NVWA regels bij uitbraken van ziektes. Voor vogelgriep geldt regelmatig een landelijke of regionale ophok- en afschermplicht. De vogels in de volière zijn reeds afgeschermd, zodat zij niet in aanraking kunnen komen met de poep van mogelijk besmette wilde vogels.

44

5.2.3 Hobbydieren en evenementen Het inzetten van dieren ter vermaak van mensen is al eeuwen oud. Toch is het goed om te beseffen dat het inzetten van dieren tijdens evenementen invloed zou kunnen hebben op het welzijn van dieren. Sinds 2015 is het gebruik van wilde zoogdieren bij evenementen in Nederland bij wet verboden. Dit verbod geldt voor circussen, optredens bij particulieren, reclames, films, televisieprogramma's, pretparken en optochten. Alleen bepaalde zoogdiersoorten, zoals ezels, paarden, honden, katten en runderen, mogen nog optreden, onder strikte regels die te vinden zijn bij RVO. Het toezicht en de handhaving worden uitgevoerd door de Nederlandse Voedsel en Warenautoriteit (NVWA). Het evenementenbeleid richt zich voornamelijk op openbare orde en veiligheid. Een evenementenvergunning wordt dus enkel getoetst op aspecten van openbare orde en veiligheid. Er is geen grondslag om een vergunning te weigeren als er dieren worden ingezet bij het evenement. Als er dieren worden ingezet, geldt er een meldplicht bij de NVWA. De NVWA houdt strikt toezicht ten aanzien van de uitvoering van de regels. We willen dat bij een vergunningsaanvraag van een evenement, specifiek wordt gevraagd of er dieren worden ingezet en als dat het geval is, dan moet er enerzijds worden verwezen naar de meldplicht bij de NVWA. Hierdoor kan er gerichte controle plaatsvinden door de NVWA.

Anderzijds wordt in het kader van de veiligheid van mens en dier de (dieren-)politie gevraagd om advies te geven of er op het standaard advies nog een aanpassing (verscherping) vereist is. Dit advies wordt opgenomen in de voorschriften bij de vergunning. Zo worden er in de vergunning van de Reuzenstoet voorschriften opgenomen (integraal advies van de (dieren-)politie) dat er onder andere een dierenarts aanwezig moet zijn. Van belang te onderstrepen is dat er een aantal evenementen is waarbij geen vergunning benodigd is. Denk hierbij aan kleinschalige evenementen in de buitenwijken of indoor evenementen. Acties en voorstellen: 

Bij een vergunningsaanvraag van een evenement wordt er nagevraagd of er dieren ingezet worden. Is dat het geval, dan verwijzen we naar de aangifteplicht bij NVWA en we vragen advies op bij de (dieren)politie.

5.2.4 Schuilstallen en hittestress Dieren in de wei dienen wettelijk beschermd te worden tegen extreme weersomstandigheden, zoals hitte. De Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) heeft drempelwaarden vastgesteld op basis van de buitentemperatuur en luchtvochtigheid. Bij een temperatuur vanaf 27 graden moeten bijvoorbeeld extra maatregelen worden genomen voor paarden in de buitenlucht, waaronder het voorzien van voldoende schaduw en water. De NVWA voert controles uit, en bij meldingen van (mogelijke) hittestress bij dieren in weides kan de dierenpolitie worden ingeschakeld.

45

Hoewel het wellicht voor de hand ligt om overal schuilhutten aan te leggen om hittestress te voorkomen, is dit in landelijk gebied niet wenselijk vanwege het rommelige uiterlijk dat dit aan het landschap kan geven. Bomen en hagen blijken echter effectieve natuurlijke elementen om de benodigde schaduw te bieden. Aanvullende tips zijn te vinden op de website van de NVWA.

5.2.5 Ophok- en afschermplicht bij uitbraak van ziektes Bij een uitbraak van besmettelijke ziektes (zoals de vogelgriep), geldt een lokale of landelijke ophok- en afschermplicht. Welke plicht van toepassing is hangt af van de regio waar een uitbraak is, de categorie houders en het type vogels. Commerciële bedrijven moeten zich houden aan de ophokplicht, waarbij commerciële pluimveehouders ervoor moeten zorgen dat hun vogels binnenblijven in afgesloten ruimtes zoals stallen, loodsen, of schuren. De Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) controleert de naleving van deze verplichting bij pluimveebedrijven. Hobbyhouders, dierentuinen en kinderboerderijen moeten zich houden aan de afschermplicht. Deze verplichting houdt in dat vogels moeten worden afgeschermd, maar niet noodzakelijkerwijs binnengehouden. Het geldt met name voor risicovogels, waaronder hoenderachtigen zoals kippen en kalkoenen, en watervogels zoals ganzen en eenden. Bij een uitbraak in onze gemeente is de Adviseur Dierenwelzijn de coördinator voor afstemming met externe partijen zoals de NVWA en met de intern betrokken afdelingen en dierenpartijen.

5.2.6 Gehouden bijen Het houden van honingbijen in korven en kasten is een veelvoorkomende hobby in het land. Midden in stedelijke gebieden komt dit minder voor omdat bijen daar vaak niet genoeg voedsel kunnen vinden, maar aan de randen van steden worden wel honingbijen gehouden. Mensen kunnen hinder ondervinden van honingbijen in hun omgeving. Daarom is het belangrijk om zorgvuldig te overwegen of de locatie waar de korven/kasten worden geplaatst geen overlast zal veroorzaken. Het is mogelijk om in de Algemene Plaatselijke Verordening (APV) / omgevingsplan regels op te nemen met betrekking tot de plaatsing van bijenvolken; in onze APV ontbreken dergelijke regels echter. Bovendien is het voor de stad Maastricht van belang om te begrijpen dat honingbijen vaak concurreren met wilde bijen voor voedsel. In Maastricht komen verschillende soorten wilde bijen voor, waaronder ook zeldzame. Het plaatsen van bijenvolken bij natuurgebieden is daarom niet wenselijk.

Acties en voorstellen: 

Opnemen van een bepaling ten aanzien van de plaatsing van honingbijkasten in de APV/Omgevingsplan.

46

5.3 Dieren en religie De viering van het Offerfeest gebeurt onder andere door de moslimgemeenschap (Islam) ter nagedachtenis van de profeet Ibrahim. De Joodse gemeenschap kent ook vormen van ritueel slachten. Veelal worden er in Nederland schapen of lammeren geslacht op een specifieke manier: vaak ritueel onverdoofd of onbedwelmd. In Nederland is ritueel slachten toegestaan onder hele specifieke voorwaarden. De NVWA houdt hier strikt toezicht op. De gemeente heeft hier geen rol in.

5.4 Toekomstige ontwikkelingen De huis- en hobbydierenlijst (positieflijst) gaat ook zijn gevolgen hebben voor kinderboerderijen, dierenweides, etc. Als gemeente houden we overleg met betrokken partijen over de consequenties van de invoering van deze lijst.

5.5 Samenvatting, voorstellen en acties Hobbydieren zijn leuk om te hebben en te houden, mits zij de juiste verzorging krijgen. Ook voor deze dieren gelden de vijf vrijheden. De gemeente heeft nauwelijks/geen rol bij hobbydieren. We ontvangen echter wel regelmatig berichten van bezorgde inwoners: hobbydieren staan namelijk wel vaak buiten, daar waar mensen rondlopen en de dieren zien staan. De Dierenpolitie, LID en de NVWA hebben een grote rol bij het opsporen van verwaarlozing en het treffen van maatregelen. Door regelmatig met deze partijen af te stemmen, houden we als gemeente wel de vinger aan de pols bij wat er binnen de gemeentegrenzen aan dierenwelzijn afspeelt. Onderwerp

Subsidieverstrekking voor kinderboerderijen omvormen naar opdrachtverlening in het kader van voorlichting over dieren(welzijn). Structureel aanvullen beschikbaar budget met €20.000. Bij een vergunningsaanvraag van een evenement wordt er nagevraagd of er dieren ingezet worden. Is dat het geval, dan verwijzen we naar de aangifteplicht bij NVWA en we vragen advies op bij de (dieren)politie. Opnemen van een bepaling ten aanzien van de plaatsing van honingbijkasten in de APV/Omgevingsplan.

Inschatting kosten/jaar

€ 20.000

-

-

Bij de planning is rekening gehouden met de inzet van 1, 0 FTE Adviseur Dierenwelzijn.

47

6. Dieren in het wild 6.1 Rol van de gemeente Volgens de Wet dieren en de Omgevingswet, onderdeel BAL is iedereen verplicht om bij te dragen aan de zorg voor dieren in nood en is het verboden om dieren de nodige zorg te onthouden. Binnen de grenzen van de gemeente rust dus een wettelijke verantwoordelijkheid op de gemeente om ook wilde dieren in nood bij te staan. De uitvoering van deze verantwoordelijkheid wordt uitbesteed aan een externe partij. De meerderheid van de wilde dieren die worden aangetroffen binnen de gemeente Maastricht wordt ondergebracht bij het Natuurhulpcentrum in Opglabbeek in België. Daarnaast heeft de gemeente een rol met betrekking tot projecten die mogelijk schadelijke effecten kunnen hebben op de natuur. Deze effecten dienen in kaart te worden gebracht voordat vergunningen worden verleend, conform de Omgevingswet. Zie paragraaf 3.1.4. Vanuit de Wet publieke gezondheid heeft de gemeente de verantwoordelijkheid om maatregelen te nemen ter preventie en bestrijding van dierplagen die een risico vormen voor de volksgezondheid. Dit omvat ook het verwijderen van dode dieren uit de openbare ruimte,

48

waarbij de dierplaagbeheersing wordt uitgevoerd door de gemeente zelf, terwijl het verwijderen van kadavers onder het contract valt van een externe partij. Het beheer van fauna valt onder de verantwoordelijkheid van de Faunabeheereenheid Limburg. Dit omvat het opstellen, beheren en uitvoeren van een faunabeheerplan. Het faunabeheerplan wordt goedgekeurd door Gedeputeerde Staten. Het plan omvat gegevens ten aanzien van populatie- en schadeontwikkeling per soort, draagkracht en de gewenste stand en geeft inzicht in maatregelen die kunnen worden genomen om schade aan wettelijke belangen te voorkomen of bestrijden. Naast deze taken valt het monitoren en beheersen van invasieve exoten onder de verantwoordelijkheid van de provincie. Deze taken worden doorgaans uitgevoerd in overleg met of afgestemd op de gemeente. De provincie faciliteert dit door middel van het afgeven van vergunningen, opdrachten, subsidie en onderzoeken. De Gemeente Maastricht neemt deel aan het Gemeentelijk Fauna Overleg van Limburg, dat elk kwartaal plaatsvindt. Bij dit overleg zijn verschillende Limburgse gemeenten, Waterschap Limburg, provincie Limburg en de Faunabeheereenheid Limburg aangesloten. Het doel is het delen van informatie en ervaringen over onder andere fauna(beheer) in het algemeen of soorten in het bijzonder (wolf, bever, Aziatische hoornaar, etc.).

Ook wordt de aanpak van dierplagen besproken en wordt waar mogelijk samenwerking gezocht.

6.2 Wilde dieren in de gemeente De aanwezigheid van de muurhagedis in de Fronten en van de oehoe in de ENCI groeve laat zien dat Maastricht als zuidelijkste stad van Nederland ook op ecologisch vlak een bijzondere plek is. We delen onze stad met veel meer wilde dieren. Dieren die hier altijd geleefd hebben of dieren die juist hier leven omdat wij er zijn. Vossen en steenmarters zijn vrijwel overal te vinden. Dassen, reeën en wilde zwijnen kom je meer langs de randen van de stad tegen. De bosuil zit op veel plekken, maar ook de zwarte roodstaart die in de stad zijn rotsachtige thuis vindt. Van zoogdier tot reptiel, van vogel tot insect. Als je erop let, zie je hoe verweven de grote en kleine wilde dieren zijn met Maastricht. Ze dragen bij aan haar diversiteit en leefbaarheid. We vinden dat deze dieren bij onze stad horen en dat het onze taak is ervoor te zorgen dat ze hier kunnen (over)leven. De meeste inheemse wilde dieren zijn beschermd en wij zetten graag een tandje bij om deze dieren de leefruimte te geven die ze nodig hebben. Dieren die we liever niet of minder in onze stad zien, zoals dieren die plagen kunnen veroorzaken of invasieve exoten, moeten op een zo diervriendelijk mogelijke manier aangepakt worden. Het gaat te ver om in dit hoofdstuk alle dieren, die in het wild leven in Maastricht, te benoemen.

We gaan vooral in op een algemene aanpak voor alle dieren en heel specifiek voor die dieren die in gevaar zijn qua overleven óf een mogelijke dierplaag kunnen veroorzaken.

49

6.2.1 Wilde dieren in nood De meeste hulpbehoevende wilde dieren die in gemeente Maastricht gevonden worden, worden door de dierenambulance naar het Natuurhulpcentrum in Opglabbeek (België) gebracht. Daar worden zij verder verzorgd totdat zij weer hersteld zijn en teruggeplaatst kunnen worden. Het Natuurhulpcentrum ontvangt subsidie van de Provincie Limburg voor de opvang van wilde dieren. De subsidie is specifiek bedoeld voor zieke of gewonde inheemse wilde dieren. Als gemeente geven we geen ondersteuning (er is geen urgentie), maar gelet op de belangrijke werkzaamheden die dit centrum uitvoert is continuïteit belangrijk. Enkele wildopvangen in Nederland hebben aangegeven in de nabije toekomst alleen dieren op te kunnen en willen vangen van die gemeenten die meebetalen aan de opvang en zorg. Dit omdat zij te maken hebben met financiële problemen en een toenemend aantal dieren. Mocht het Natuurhulpcentrum Opglabbeek ook dit standpunt innemen, dan moet er overleg plaatsvinden over mogelijke oplossingen, aangezien het wegvallen van de werkzaamheden van dit centrum voor ons als gemeenten grote consequenties heeft; we kunnen onze wilde dieren niet meer plaatsen.

Dieren uit het wild die naar Opglabbeek zijn gebracht (cijfers 2023) Vogels: 665 Egels: 67 Marterachtigen: 20 Knaagdieren/hazen/konijnen: 14 Vleermuizen: 12 Vossen: 9 Eekhoorns: 7 Dassen: 4 Bevers: 2 Reeën: 2 Kikkers: 1 Totaal: 803 dieren

50

6.2.2 Wilde dieren en evenementen Evenementen die worden gehouden in (de nabijheid) van natuurgebieden, kunnen invloed op de daar aanwezige fauna. Bij activiteiten die negatieve effecten hebben op beschermde dieren, planten en natuurgebieden, heeft de evenementen organisator met de Omgevingswet onderdeel soortenbescherming (verbodsartikelen opgenomen in het onderdeel BAL) te maken. De verschillende locaties die beschikbaar zijn, worden ingedeeld in drie categorieën: 1. Locatie ligt niet in een gebied waar effecten op de natuur te verwachten zijn. 2. Locatie ligt in een gebied waar effecten op de natuur te verwachten zijn. 3. Locatie ligt in Natura 2000 gebied. Voor de 21 evenementenlocaties in de stad is aangegeven binnen welke categorie ze vallen en welke maatregelen gelden. Deze informatie is terug te vinden in de locatieprofielen die op de website van de gemeente Maastricht zijn gepubliceerd. Intern wordt bekeken welke evenementen in combinatie gebieden risicovol zijn als het gaat om overtreding van de verbodsartikelen uit de Omgevingswet onderdeel soortenbescherming (verbodsartikelen opgenomen in het onderdeel BAL). In voorkomende gevallen wordt er een quickscan natuur opgevraagd aan de organisator en afhankelijk van deze scan worden er preventieve, mitigerende maatregelen genomen. Bij onzekerheid wordt contact opgenomen bij de provincie Limburg als bevoegd gezag.

Dit gebeurt in ieder geval bij grootschalige evenementen in een natura 2000 gebied, of in de nabijheid.

6.2.3 Vissen en viswater De gemeente Maastricht heeft een oppervlakte van 5.890 hectare (59 km2) waarvan ruim 400 ha water. Het grootse gedeelte van dit water is in eigendom van het Rijk of natuur beherende instanties.

51

Op het gebied van hengelsport is de gemeente gebonden aan landelijke wetgeving. We hebben het visrecht op een groot gedeelte van het oppervlaktewater verhuurd aan de hengelsportvereniging Stichting Visstand Verbetering Maas:       

De vijf koppen Voedingskanaal Geusseltvijvers JoJo haven Lage Fronten Zuidwillemsvaart (gemeentelijk deel) Het bassin

De Stichting Visstand Verbetering Maas is de grootste sportvereniging van Maastricht. De vereniging geeft aan dat uitbreiding van het aantal bevisbare wateren gewenst is. Aangezien we eigenaar zijn van de bovenstaande wateren is het benodigd dat wij het visrecht formeel verlenen aan de visvereniging. Dat is gebeurd voor bovenstaande wateren; naast deze wateren zijn er nauwelijks meer geschikte (of gewenste) wateren om te bevissen. Deze nota behandelt het relatief brede aspect van dierenwelzijn. Daarbij ontkomen we er niet aan om de sportvisserij in dierenwelzijnsperspectief te plaatsen. Welke impact heeft het vissen op het brede welzijn van vissen? Dit is een omstreden kwestie (vooral omtrent het ervaren van pijn zijn er wetenschappelijke onderzoeken met tegenstrijdige resultaten) en het voert te ver om dit in de context van deze nota helemaal uit te diepen. Feit is dat de Raad voor Dier Aangelegenheden (RDA) aandacht vraagt voor de inbreuk op het welzijn van vissen. Ten aanzien van (vis)wateren is het onduidelijk hoe natuurlijk de visopbouw in deze wateren is. Inmiddels is duidelijk dat exotische vissen, exotische schildpadden en exotische rivierkreeften een enorme impact hebben op de natuurlijk opbouw. Wat het aanvullend uitzetten en bevissen van karpers betekent voor wateren is onduidelijk.

Bovenstaand vraagt om een goede samenwerking met de sportvisserij; wellicht zijn er verbeterslagen in gezamenlijkheid te vinden. De gemeentelijke vijvers zijn kwetsbaar, vanwege de klimaatverandering wordt het steeds moeilijker om grondwater gevoede vijvers op peil te houden. Daarnaast wordt een aantal vijvers gevoed door zogenaamde riool overstorten waardoor de kwaliteit van het water onder druk komt te staan. In warme zomers is vaker sprake van vissterfte als gevolg van zuurstofgebrek in het oppervlaktewater. Ook hierin is de samenwerking met de visvereniging wenselijk. Het vissen met lood is omstreden, vanuit milieutechnisch perspectief. Op Europees niveau is er geen verbod op vissen met lood. Sportvisserij Nederland is vóór loodvrij vissen en promoot dit ook onder haar leden. De markt reageert er echter nog niet echt op, omdat er nog geen goede alternatieven zijn. Lokaal verbieden is vooralsnog zinloos, omdat er nog geen Europese wetgeving is en geen handelsverbod. Handhaven is bijna niet mogelijk, omdat het zeer moeilijk te onderscheiden is van loodvrij materiaal.

52

6.2.4 Faunavoorzieningen We hebben binnen onze gemeente verschillende voorzieningen getroffen voor de dieren in het wild. Faunatrapjes Bij de vaststelling van het waterprogramma op 18 oktober 2022 is een motie aangenomen voor een onderzoek naar het plaatsen van amfibieladders in kolken en putten van het rioolstelsel. Op basis van een eerste inventarisatie met RAVON is onderzocht waar de migratieroutes van amfibieën liggen. In het voorjaar van 2024 is door middel van veldinventarisaties en met medewerking van het CNME onderzocht waar dit probleem zich voordoet. Op basis hiervan zullen op de meest kwetsbare plekken uitklimvoorzieningen worden aangebracht. Daarnaast sluiten we aan bij de NIBOR om meekoppelkansen te realiseren om te voorkomen dat amfibieën overlijden als gevolg van de infrastructuur in onze stad. Overige faunavoorzieningen voor wilde dieren Als gemeente beschikken we over een uitgebreid mobiliteitsnetwerk om de stad goed bereikbaar te houden. Echter, door een aantal belangrijke verkeersaders kunnen dierenpopulaties versnipperd raken, wat de uitwisseling tussen verschillende populaties belemmert. Sommige diersoorten hebben moeite met het oversteken van brede wegen, wat kan leiden tot aanrijdingen, zoals vaak gebeurt bij dassen en in het voorjaar wanneer de paddentrek plaats vindt.

In het nieuwe Belvedère-gebied zijn verschillende faunavoorzieningen aangelegd, met name voor de Muurhagedis en dassen. Het onderhoud van deze voorzieningen is een standaard onderdeel van het gemeentelijk beheer. Als gemeente hebben we toegang tot gegevens over bepaalde wilde dieren, waardoor we een nauwkeuriger beeld krijgen van de locaties van hun territoria. De meldingen van dode dassen bijvoorbeeld laten zien op welke wegen vaak dassen worden aangereden, waardoor we mogelijk maatregelen kunnen treffen om aanrijdingen in de toekomst te voorkomen.

Acties en voorstellen: 

Op het moment dat er diersoorten door onze infrastructuur worden aangereden, bekijken we de urgentie en mogelijkheden rondom maatregelen. Inschatting kosten: € 1.000 per jaar voor kleinere ingrepen zoals het plaatsen van schermen en borden; dit wordt opgenomen in het werkbudget.

53

6.3 Wilde dieren en besmettelijke dierziekten Sommige besmettelijke dierziekten kunnen grote gevolgen hebben voor dieren, mensen (zoönosen) en de natuur. De NVWA is verantwoordelijk voor de registratie van dierziekten en de coördinatie van de bestrijding van deze ziekten in samenwerking met het Ministerie van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur. Uitbraken van dierziekten kunnen gemeld worden bij het Landelijk meldpunt dierziekten. Dierziekten waarmee we in Maastricht wel eens te maken hebben zijn onder andere vogelgriep, botulisme, vossenlintworm, Varkenspest (1997) en Mond- en klauwzeer (2001).

6.3.1 Rol van de gemeente bij uitbraken De gemeente is niet primair verantwoordelijk voor de aanpak van dierziekten, maar heeft hier wel een rol in op verschillende manieren. -

Signalering Via de gemeentelijke meldsystemen kunnen meldingen over dierziekten binnenkomen. De gemeente neemt hierover contact op met de NVWA.

-

Communicatie Is er sprake van een gevaar voor de volksgezondheid, dan communiceert de gemeente hierover richting burgers waarbij de landelijke richtlijnen worden gevolgd. Dit kan middels de gemeentelijke website, sociale media of bijvoorbeeld het plaatsen van fysieke borden op plekken waar er sprake is van gevaar. Zo worden er bij het vermoeden van blauwalg of botulisme, borden geplaatst en wordt afgeraden om met het water in contact te komen.

-

Ruimen van kadavers Gemeente Maastricht besteedt het ruimen van kadavers uit de openbare ruimte uit aan een externe partij. Er worden afspraken gemaakt over de hoeveelheid kadavers die door deze partij geruimd kunnen worden. Is er sprake van een grote uitbraak en veel sterfte, dan schaalt de gemeente op naar de NVWA.

-

Samenwerking Samenwerking tussen verschillende partijen zoals dierenambulances, de veiligheidsregio, de NVWA en de gemeente kan belangrijk zijn als er sprake is van een uitbraak.

6.3.2 Vogelgriep Hoewel het voor deze nota te ver gaat om alle besmettelijke dierziekten te beschrijven, willen we wel stilstaan bij een ziekte die mogelijk grote consequenties krijgt de komende jaren. Vogelgriep is een zoönose (een ziekte die van dier naar mens overdraagbaar is) die nu vooral een groot aantal slachtoffers maakt onder wilde vogels en gehouden pluimvee. Dit virus muteert echter vrij snel, waardoor ook zoogdieren besmet raken door het contact met besmette

54

vogels. Het wachten is op een nieuwe mutatie waarbij het virus van zoogdieren op zoogdier gaat. Aangezien de mens ook een zoogdier is, is de verwachting dat er een mutatie komt waarbij de besmetting van mens op mens gaat. We kunnen dan een uitbraak verwachten die te vergelijken is met Corona. In hoeverre de ziekte slachtoffers maakt is nog niet bekend. De experts schatten nu in dat er milde griepklachten kunnen ontstaan maar er zijn ook scenario’s waarbij rekening wordt gehouden met een hoog sterftepercentage. Als gemeente hebben we vooral een signalerings- en communicatie rol. Partijen als de NVWA en GGD zijn leidend als het gaat om de te nemen (preventieve) maatregelen en landelijke communicatie. Als gemeente volgen we de landelijke lijn.

6.4 Wilde dieren in beweging Zoals gezegd komt er in deze Nota geen opsomming van alle dieren in het wild. We nemen en aantal dieren in de nota op als voorbeeld, waarbij op dit moment “beweging” is; dieren waarvoor we als stad iets kunnen en willen betekenen of dieren die in de toekomst kunnen zorgen voor bijzondere situaties, zoals gevaarzetting.

6.4.1 De wolf De wolf is terug in Nederland omdat de beschermingsstatus van de wolf is aangepast in 1982 en de wolf niet meer bejaagd mag worden. De wolf is vanuit Oost-Europa weer richting Nederland getrokken. De wolf leefde van oorsprong ook in Nederland, nu de wolf terug is in de Nederlandse natuur roept dit vragen op en zorgt dit soms voor dilemma's. Het beleid van de overheid is erop gericht om mens en wolf te laten samenleven. In Nederland hebben we gevestigde wolven in Drenthe, Friesland en Gelderland. De provincie Limburg heeft onlangs, als bevoegd gezag, een brief gestuurd met de interventierichtlijnen om de handelingsperspectieven bij probleemsituaties onder de aandacht te brengen. Dit is een document door de gezamenlijke provincies opgesteld. Normaliter mijden wolven ieder contact met mensen. Er gaat dan in principe ook geen dreiging uit van wolven voor mensen. Er moet echter onder geen beding hulp worden geboden aan wolven door bijvoorbeeld bijvoederen, omdat dit de natuurlijke schuchterheid kan laten verdwijnen; ze wennen aan mensen. Er wordt verwezen naar het interprovinciaal wolvenplan. De interventie richtlijnen zijn opgesteld om probleemsituaties met wolven te voorkomen en in te grijpen wanneer zich probleemsituaties voordoen.

In deze richtlijn wordt aangegeven wat de beschermde status van de wolf betekent voor de mogelijkheden om in te grijpen in verschillende situaties. Voor deze handelingen is meestal een vergunning van de provincie noodzakelijk. Enkel als de veiligheid van burger in acuut gevaar is kan de burgemeester ingrijpen op grond van de gemeentewet. Bij ingrijpen zal altijd eerst moeten worden overwogen of de situatie met, voor de wolf, niet-dodelijke middelen het hoofd kan worden geboden. Alleen wanneer dat niet redelijkerwijs mogelijk is, kan worden besloten over te gaan op dodelijke maatregelen. De afwegingen worden hiervoor in de volgende richtlijnen meegegeven: Interprovinciaal-wolvenplan.

55

6.4.2 Gebouwbewonende soorten, isolatie en verlichting Vleermuizen hebben een complexe levenswijze en zijn afhankelijk van specifieke ruimtes voor paren, kramen, overwinteren en zomeractiviteiten. Het behoud van deze ruimtes, zoals panden (bijvoorbeeld in spouwen, kelders en zolders) en bomen, is essentieel voor hun voortbestaan. Vleermuizen zijn enorm nuttige dieren; ze leven van behoorlijke hoeveelheden insecten en reguleren hierdoor deze populaties. Ze mijden mensen en zijn niet gevaarlijk. Vleermuizen zijn gevoelig voor verstoring, vooral door verlichting, wat hun foerageergedrag kan verstoren en zelfs tot sterfte kan leiden. Het plaatsen van ondoordachte verlichting, waarbij geen rekening wordt gehouden met vleermuizen, vormt naast het verlies van essentiële ruimten de grootste bedreiging voor hun leefomgeving. De isolatiegolf als onderdeel van de warmtetransitie vormt een bedreiging voor hun voortbestaan. De overheid onderzoekt momenteel samen met provincies manieren om isolatie, zoals het isoleren van spouwmuren, uit te voeren zonder schade toe te brengen aan kwetsbare vleermuizen en andere gebouwbewonende soorten zoals gierzwaluwen en huismussen. Een voorgestelde oplossing hiervoor is het implementeren van een soortmanagementplan (SMP), eind 2023 is gestart met de realisatie van een dergelijk plan, in nauw overleg met de provincie Limburg.

Dit is een enorm omvangrijke aanpak die wordt opgepakt vanuit taakveld verduurzaming.

56

6.4.3 Egels De egel heeft het moeilijk in Nederland. In november 2023 werd de motie ‘Maastricht gastvrij voor egels’ ingediend door de Partij voor de Dieren. Deze motie is deels aangenomen. Er is toegezegd de gemeentelijke kanalen te gebruiken voor de communicatie over de jaarlijkse egeltelling en wat mensen zelf in hun tuinen kunnen doen om de egel te helpen. Dit is geland in de jaarlijkse communicatiekalender van Stadsbeheer, zodat er structureel aandacht aan wordt besteed.

6.4.4 Wilde bijen In paragraaf 5.2.6 hebben we de gehouden (honing)bijen genoemd. In Maastricht hebben we maar liefst 180 verschillende soorten wilde bijen. Er zijn verschillende initiatieven om deze bijen te behouden zoals het aanleggen van bijenhotspots. Zo is de bijenhotspot op de groene loper een enorm succesvol initiatief.

57

6.5

Dierplagen

De gemeente heeft een rol in het kader van de volksgezondheid als het dierplagen betreft. Het beleid in Maastricht richt zich momenteel voornamelijk op de beheersing van de bruine rat, met nadruk op preventie, bestrijding in de openbare ruimte en een adviserende rol bij particuliere overlast (Uitvoeringsnotitie rattenbeheer, vastgesteld op 11-2-2020). Andere overlast veroorzakende dieren zijn niet specifiek opgenomen in het beleid, maar enkele worden bestreden in de openbare ruimte vanwege ernstige overlast of volksgezondheidsrisico's. Teneinde te kunnen handelen in voorkomende gevallen van overlast, risico's voor de volksgezondheid of ecologische impact hanteren we het afwegingskader overlast dat in bijlage 8.3 is opgenomen. Hierin wordt onderscheid gemaakt tussen beschermde soorten, niet beschermde soorten, exoten en invasieve exoten en wordt de aanpak op basis van urgentie, preventie en curatieve maatregelen geduid. Is er sprake van overlast op particuliere grond (ongeacht de diersoort), dan heeft de gemeente uitsluitend een adviserende rol. Dat geldt dus ook voor de huismuis. Bestrijding van dierplagen op particuliere grond is de verantwoordelijkheid van de eigenaar. In het geval van de bruine rat brengen we een bezoek aan de particuliere melder en geven advies ten aanzien van preventie en curatieve acties.

We merken dat er een toename is van meldingen over overlast van diverse diersoorten. Waar voorheen vooral meldingen over bruine rat en huismuis binnen kwamen, wordt er nu bijvoorbeeld ook vaker overlast gemeld van beschermde diersoorten zoals spreeuwen en steenmarters. Gemeente Maastricht hanteert Integrated Pest Management (IPM) als leidraad voor rattenbeheersing, wat betekent dat het gebruik van chemische bestrijdingsmiddelen zoveel mogelijk wordt beperkt. IPM richt zich op preventie als eerste stap en schrijft voor dat chemische bestrijding alleen als laatste redmiddel mag worden gebruikt door gecertificeerde bestrijders. Preventie door in de openbare ruimte afval, zwerfvuil en voedsel tegen te gaan, maar ook door voorlichting van onze inwoners. Voor curatieve bestrijding van de bruine rat in de openbare ruimte wordt gekozen voor mechanische bestrijdingsmiddelen zoals klemmen, kastvallen en de rioolval. Op dit moment is er slechts beperkt onderzoek gedaan naar de efficiëntie en de impact op dierenwelzijn van de verschillende bestrijdingsmethodes. Aan de hand daarvan is een globale indeling gemaakt (ziehttps://www.vlaanderen.be/publicaties/gids-voor-de-diervriendelijke-bestrijding-vanratten-en-muizen). Een bestrijdingsmethode moet het dier zo snel en pijnloos mogelijk doden. Belangrijk is daarnaast dat er geen andere dieren slachtoffer worden van de methoden.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=SittardGeleen&id=6d1c5db2-a1bb-4d17-bf1d-13e46603d3ef