CConstaterende datSittard-Geleen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 RUON Vvgb project OHIO (propeenvoorziening AnQore)

Raad 29 september 2022, gemeente Sittard-GeleenBij agendapunt: Verklaring van geen bedenkingen project OHIO (propeenvoorziening AnQore) (L.Geilen) (64)35.766 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

Bijlage 11 Bijlage 17.3

Milieu Risico Analyse deelinrichting “AnQore: Propeenverlading Haven Stein, leidingtransport en opslag”

Pagina 1 van 32

Kenmerk PROT4/2022/ reg 82 Datum: 2-6-2022

Colofon Auteur

Kayan Moors Gert Stam (WOOD)

E-mailadres

Kayan.moors@sitech.nl

Telefoonnummer

+31 (0)6 1352 2572

Collegiale toets

Evert van Nijnatten

Datum

02.06.2022

Versie

0.1 Concept / 1.0 Definitief

Documentnummer

PROT4/2022/ reg 82

Deelinrichting

Propeenverlading Haven Stein, leidingtransport en opslag (OHIO project)

Pagina 2 van 32

Kenmerk PROT4/2022/ reg 82 Datum: 2-6-2022

Afkortingenlijst ACC ACN ADR AVA BAT BBT Bevi Bor Bref Brzo BOSANIS CSP CWW&WG CZV DS EAS EED EEP EfS ENE ETS HCN HEPA HVAC IAZI IBC ICS IEB IPPC IBL GR Kew Kj-N kton LEB MEE Mer MJV MRA MTR NaCN NaOH

Alert & Care Centre (Sitech Park Services) Acrylonitril Accord européen relatif aux transports internationaux de marchandises dangereuses par route Algemene Vergadering van Aandeelhouders Best Available Techniques Best Beschikbare Technieken Besluit Externe Veiligheid Inrichtingen Besluit omgevingsrecht BAT reference document (Europees) Besluit risico’s zware ongevallen Bodeminformatiesysteem Chemelot Site Permit B.V. Waste Water & Waste Gas (Bref) Chemisch Zuurstof Verbruik (afvalwater) Doelstellingspunten (geluid) Energy Accounting System Energy efficiency directive Energie efficiëntie plan Emissions from Storage (Bref) Energy Efficiency (Bref) Emission trade system Blauwzuur High-efficiency particulate air (stoffilter) Heating, ventilation and air conditioning Integrale Afvalwater Zuiverings Installatie Intermediate Bulk Container Industrial Cooling Systems (Bref) Installatie Eigen Bijdrage (geluid) Integrated Pollution Prevention and Control Inside Battery Limit Groeps Risico (externe veiligheid) Kernenergiewet Kjeldahl Stikstof (afvalwater) kiloton (1000 ton) Locatie Eigen Bijdrage (geluid) Meerjarenafspraak Energie Efficiëntie ETS-ondernemingen Milieu effect rapportage Milieu Jaar Verslag Milieu risico analyse (oppervlaktewater) Maximaal Toelaatbaar Risico Natriumcyanide Natronloog

Pagina 3 van 32

Kenmerk PROT4/2022/ reg 82 Datum: 2-6-2022

NH3 NRB OBL PGS PR QRA RI&E RVO SIC TWK USG VG VGM VIB VR Wabo Wm ZAV

Ammoniak Nederlandse Richtlijn Bodembescherming Outside Battery limit Publicatiereeks Gevaarlijke Stoffen Plaatsgebonden Risico (externe veiligheid) Kwantitatieve Risico Analyse Risico Inventarisatie & Evaluatie Rijksdienst voor ondernemend Nederland Specialty Inorganic Chemicals (Bref) Terreinen, Wegen, Kolommenbanen Utility Support Group Verpakkingsgroep (ADR) Veiligheid, Gezondheid en Milieu Veiligheids Informatie Blad (stofgegevens) Veiligheids Rapport Wet algemene bepalingen omgevingsrecht Wet milieubeheer Zwavelzure ammoniak verwerking

Pagina 4 van 32

Kenmerk PROT4/2022/ reg 82 Datum: 2-6-2022

Inhoudsopgave 1

BESCHRIJVING BEDRIJFSACTIVITEITEN .........................................................................................6 1.1 Inleiding ................................................................................................................................ 6 1.2 Vergunningensituatie deelinrichting Acrylonitrilfabriek site Chemelot ................................... 6

2

ALGEMENE GEGEVENS CHEMELOT ..............................................................................................7 2.1 Korte omschrijving van de aangevraagde activiteit ................................................................ 8 2.2 Systematiek WABO vergunningen Chemelot ......................................................................... 8 2.3 Acrylonitrilfabriek als onderdeel van de inrichting Chemelot ................................................. 8

3

PROCESBESCHRIJVING PROPEENVOORZIENING ......................................................................... 13 3.1 Inleiding .............................................................................................................................. 13 3.2 Algemene beschrijving deelinrichting .................................................................................. 13

4 BESCHRIJVING MILIEURISICO’S VOOR LUCHT, BODEM, OPPERVLAKTEWATER EN RIOOLWATERZUIVERINGSINRICHTING (RWZI). .................................................................................. 14 4.1 Beschrijving milieurisico’s voor lucht. .................................................................................. 14 4.2 Beschrijving milieurisico’s voor bodem ................................................................................ 14 4.3 Beschrijving milieurisico’s voor het ontvangende watersysteem.......................................... 15 5 6

TOETS AAN DE STAND DER VEILIGHEIDSTECHNIEK VAN ACTIVITEITEN (SVT). ............................. 19 SUBSELECTIE MILIEURISICOANALYSE ......................................................................................... 20 6.1 Methodiek .......................................................................................................................... 20 6.2 Vaststellen drempelwaarde ................................................................................................. 20 6.3 Uitwerking selectie .............................................................................................................. 21 6.4 Conclusie............................................................................................................................. 22 Bijlage 1: Plattegrond van de locatie (nieuwe deelinrichting)........................................................ 23 Bijlage 2: Beschrijving van de procesinstallatie ............................................................................. 24 Bijlage 3: Procesafvalwater .......................................................................................................... 25 Bijlage 4: Ingevulde checklist SVT .................................................................................................

26 Bijlage 5: SDS Propeen ................................................................................................................. 31 Bijlage 6: Overzicht tankopslagen ................................................................................................. 32

Pagina 5 van 32

Kenmerk PROT4/2022/ reg 82 Datum: 2-6-2022

1

BESCHRIJVING BEDRIJFSACTIVITEITEN

1.1

Inleiding

In verband met de realisatie van de mogelijkheid tot het verladen van propeen in de haven van Stein en het transport van propeen per pijpleiding naar de Acrylonitril-fabrieken van AnQore is deze milieurisicoanalyse (MRA) voor het oppervlaktewater uitgewerkt. Hierbij is de methode gevolgd zoals beschreven in het CIW-rapport rapport “Integrale aanpak van risico’s van onvoorziene lozingen” (feb 2000). Sitech heeft in samenwerking met Wood E&IS GmbH, Hierna Wood, de actualisatie van de milieurisicoanalyse voor ACN opgesteld. Figuur 1.1 Overzicht deelinrichting Propeenverlading haven Stein, leidingtransport en opslag.

1.2

Vergunningensituatie deelinrichting Acrylonitrilfabriek site Chemelot

Omgevingsvergunning milieudeel Chemelot Site Permit B.V. is samen met de primaire site bewoners, waaronder de drijver van de deelinrichting Acrylonitrilfabriek (ACN) en de drijver van de nieuw te realiseren deelinrichting voor het verladen, transporteren en opslaan van Propeen, houder van de revisievergunning, kenmerk 05/5 en de op 9 oktober 2020 in werking getreden algehele actualisatie van Hoofdstuk 1 Sitevergunning Chemelot met kenmerk 2020/32742.

Pagina 6 van 32

Kenmerk PROT4/2022/ reg 82 Datum: 2-6-2022

2

ALGEMENE GEGEVENS CHEMELOT

Onderhavige omgevingsvergunning wordt aangevraagd door Chemelot Site Permit B.V. (hierna te noemen CSP B.V.) en als drijver van de installatie AnQore B.V.. CSP B.V. heeft, vanuit haar verantwoordelijkheden beschreven in de aanvraag om actualisatie van de vergunning, voor de gehele site Chemelot “zeggenschap” op het gebied van Veiligheid, Gezondheid en Milieu (VGM). Een verdere uitwerking is vastgelegd in het “Managementhandboek CSP B.V.” dat onderdeel uitmaakt van de actualisatie. Het gestelde in dit managementhandboek beschrijft de taken, bevoegdheden en verantwoordelijkheden van CSP B.V. en de mededrijvers van de site Chemelot. AnQore B.V. heeft zich door ondertekening van een volmachtverklaring geconformeerd aan het managementhandboek. In het kader van deze vergunningaanvraag zijn de navolgende gegevens in tabel 2.1 van belang. Tabel 2.1: gegevens aanvrager(s). Onderwerp Omschrijving Aanvragers:

Chemelot Site Permit B.V. KVK-nummer: 14083045 Vestigingsnummer: 000000536989 AnQore B.V. KVK-nummer: 14052072 Vestigingsnummer: 000017644097 Loketfunctie: Chemelot Site Permit B.V.: Urmonderbaan 22, 6167 RD Geleen Postadres: Postbus 27, 6160 MB Geleen Naam deelinrichting: AnQore: Propeen verlading Haven Stein, leidingtransport en opslag Gegevens primaire site Statutaire naam: AnQore B.V. bewoner: Adres: Mauritslaan 49, 6129 EL Urmond KVK-nummer: 14052072 Vestigingsnummer: 000017644097 Naam deelinrichting AnQore: Propeenverlading Haven Stein, leidingtransport en opslag Ligging deelinrichting: De verlading van Propeen zal plaatsvinden in de Haven Stein. Het transport van propeen vindt via een (grotendeels) ondergrondse transportleiding en opslag plaats naar de bestaande deelinrichting Acrylonitrilfabriek (ACN). De ligging binnen de site Chemelot is weergegeven in bijlage 1A. Omschrijving van de Logistieke activiteiten voor de aanvoer van Propeen voor de aard van de acrylonitrilfabrieken op Chemelot deelinrichting: Soort vergunning die Omgevingsvergunning op grond van artikel 2.1, eerste lid, onder wordt aangevraagd e en c, van de Wabo (verandering milieu en ruimtelijke ordening; fase 1).

Pagina 7 van 32

Kenmerk PROT4/2022/ reg 82 Datum: 2-6-2022

Bor categorie:

2.1

Onderdeel C, categorie 2.1a, 2.7e en 5.1 van bijlage 1 behorende bij het Besluit omgevingsrecht (Bor).

Korte omschrijving van de aangevraagde activiteit

De activiteiten van de deelinrichting “AnQore: propeen verlading, transport en opslag” zijn nieuw: het verladen van vloeibaar Propeen (CAS# 115-07-1) van binnenschepen naar een aanlandinstallatie; het transporten van vloeibaar Propeen via een (grotendeels) ondergrondse transportleiding naar nieuwe, ingeterpte opslagtanks naar de bestaande deelinrichting Acrylonitrilfabriek. 2.2

Systematiek WABO vergunningen Chemelot

Op 14 juni 2005 is een revisievergunning, kenmerk 05/5, voor de gehele site Chemelot afgegeven. In hoofdstuk 1 van deze vergunning, per 9 oktober 2020 geactualiseerd, heeft een brede afweging plaatsgevonden van de site Chemelot als één inrichting in de zin van de Wet milieubeheer en zijn algemene voorschriften opgenomen. Deze algemene voorschriften hebben een site-breed karakter en zijn, behoudens de taakstellende voorschriften, van toepassing op alle installaties/activiteiten op de site Chemelot. In de overige hoofdstukken heeft een afweging plaatsgevonden van elke installatie/ activiteit afzonderlijk en zijn specifieke voorschriften daarvoor opgenomen. De in de afzonderlijke hoofdstukken beschreven installaties/activiteiten of groepen van installaties/activiteiten, kunnen worden aangemerkt als deelinrichtingen. Hoofdstuk 62 bevat de afweging en specifieke voorschriften voor de nieuwe deelinrichting. 2.3

Acrylonitrilfabriek als onderdeel van de inrichting Chemelot

Vanwege de functionele, technische en organisatorische bindingen van de deelinrichting AnQore Propeenverlading Haven Stein, leidingtransport en opslag met de overige activiteiten binnen de site Chemelot, maakt de deelinrichting onderdeel uit van de inrichting “site Chemelot”. De overwegingen volgen hieronder. 2.3.1 Technische bindingen site Chemelot Op de site Chemelot zijn algemene, gemeenschappelijke voorzieningen beschikbaar waar alle of meerdere installaties/activiteiten gebruik van maken: • Demiwaterbereiding en demiwaternet, proceswaternet • Bluswaterleidingnet • Stoom-, stikstof-, elektriciteit-, instrumentatie- en persluchtnet • Restgassennet (centraal stookgasnet) • Afvalwaterafvoer en zuiveringssysteem (IAZI) • Gezamenlijke ingangen • Gezamenlijke (tijdelijke) opslag van gevaarlijke stoffen

Pagina 8 van 32

Kenmerk PROT4/2022/ reg 82 Datum: 2-6-2022

• •

Gezamenlijk gebruik van logistieke faciliteiten (haven, weegbruggen, OBL-wegen) Ammoniakringleiding, etheen/propeen en waterstofleiding

railemplacement,

Voor de nieuwe AnQore deelinrichting betreft dit specifiek: • Utilities vanuit USG: elektriciteit, stikstof, water, lucht. • Bluswaterleidingnet. • Gezamenlijke ingangen site Chemelot. • Gezamenlijk gebruik van logistieke faciliteiten in Haven Stein (bereikbaarheid voor propeen binnenvaart schepen, aanmeermogelijkheid t.b.v. lossing aan kade, verbinding losarm propeen afgas via Sabic Gashaven Stein naar fakkel Olefins 4). • Connectie van de nieuwe propeen buisleiding met bestaande buisleidingen, en connectie van de nieuwe ondergrondse propeen buisleiding aan Noordzijde Chemelot met de mogelijk toekomstige externe buisleiding Delta Corridor naar Chemelot (na 2026; connectie met traject Rotterdam, Moerdijk, Gelsenkirchen). 2.3.2 Functionele bindingen site Chemelot •

• • • • • •

De productieprocessen van verschillende installaties sluiten op elkaar aan of de nevenproducten van de ene installatie worden ingezet in een andere installatie. Voorbeelden zijn het gebruik van ammoniak uit de ammoniak fabrieken of etheen/propeen en waterstof uit de nafta krakers in diverse andere installaties op de site Chemelot. Processen of producten worden verbeterd met ondersteuning vanuit researchfaciliteiten en pilot plants. Onderling gebruik van specifieke voorzieningen en services (zoals laboratoriumruimten, cleanroom, al dan niet met personeel). Gezamenlijke/gecentraliseerde monitoring van milieu- en veiligheidsgegevens. Gezamenlijke bedrijfsbeveiliging. Gezamenlijke bedrijfsbrandweer en bedrijfsnoodorganisatie, alarmering bezetting en aanwezigheid arbozorg. Logistieke faciliteiten (haven, railemplacement, weegbruggen, OBL-wegen).

Voor de nieuwe AnQore deelinrichting betreft dit specifiek: • Gezamenlijke/gecentraliseerde monitoring van milieu- en veiligheidsgegevens. • Gezamenlijke bedrijfsbeveiliging. • Gezamenlijke bedrijfsbrandweer en bedrijfsnoodorganisatie, alarmering bezetting en aanwezigheid arbozorg. • Logistieke faciliteiten in Haven Stein. 2.3.3 Organisatorische bindingen site Chemelot 2.3.3.1 Algemeen Er zijn diverse samenwerkings- en eigenaarsverbanden op Chemelot. De ondergrond van de site Chemelot is grotendeels eigendom van DSM Nederland B.V.. De aanwezige infrastructuur en diverse faciliteiten zijn eigendom van Sitech Services B.V. De nutsvoorzieningen worden

Pagina 9 van 32

Kenmerk PROT4/2022/ reg 82 Datum: 2-6-2022

beheerd door de Utility Support Group (USG). Vanuit de omgevingsvergunning is de organisatorische binding geborgd middels de Chemelot Site Permit B.V. (CSP) en vastgelegde verantwoordelijkheden en verplichtingen in het Managementhandboek. Ten aanzien van de VGM-verantwoordelijkheid en de zeggenschap is een afbakening aangebracht van enerzijds de autonome rechtspersonen (de primaire site bewoners) en anderzijds CSP B.V.. Een en ander is hieronder uitgewerkt. 2.3.3.2 Het gemeenschappelijk besturingsmodel Zoals in het voorgaande is beschreven, opereren op de site Chemelot meerdere sitebewoners. Gezamenlijk vormen zij één inrichting in het kader van de Wet milieubeheer door de drie hierboven genoemde bindingen. De hiertoe noodzakelijke organisatorische binding, zich uitend in centrale “zeggenschap” is ondergebracht bij CSP als mededrijver van alle deelinrichtingen op de site. Aandeelhouders van CSP zijn: • Sitech Manufacturing Services C.V.; is aandeelhouder namens de primaire site bewoners, behorende tot DSM, Fibrant, AnQore, OCI Nitrogen, Arlanxeo, Borealis en Sitech Services. • SABIC Limburg B.V. namens de primaire site bewoners behorende tot SABIC. • De “Vereniging van Overige Chemelot Site Bewoners”, zijnde de primaire site bewoners, die niet tot de andere aandeelhouders behoren.

• DSM Nederland B.V., vanuit de functie van eigenaar van de ondergrond en drijver van enkele deelinrichtingen. De nieuwe deelinrichting, vallend onder de primaire site bewoner AnQore B.V., maakt onderdeel uit van de aandeelhoudersgroep Sitech Manufacturing Services C.V. CSP is, samen met de primaire site bewoners, houder en dus deeldrijver van de omgevingsvergunning voor zover het de activiteit milieu (oprichten, veranderen en in werking zijn van de (deel)inrichting(en) betreft. De CSP directie is door alle primaire site bewoners gemachtigd om voor en namens hen als loketfunctie voor taken op grond van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht voor de activiteit milieu in zowel bestuurlijke als ambtelijke zin op te treden. In het management handboek CSP zijn algemene regels en afspraken vastgelegd met betrekking tot de te onderscheiden taken, bevoegdheden en verantwoordelijkheden. Belangrijk hierin is dat CSP door haar zeggenschap indien noodzakelijk kan ingrijpen in de productieprocessen van de diverse deelinrichtingen, dan wel kan afdwingen dat dit gebeurt. Het managementhandboek CSP wordt beheerd door het loket CSP. Wijzigingen worden door het loket periodiek ter accordering voorgelegd aan de AVA. De herziene versie wordt overlegd aan het bevoegd gezag.

De verantwoordelijkheden, bevoegdheden en taken (TBV) in het kader van de Wabo van CSP respectievelijk de primaire site bewoners zijn hierin als volgt beschreven: Verantwoordelijkheden en bevoegdheden CSP. Uitgangspunt is dat CSP de volgende verantwoordelijkheden heeft:

Pagina 10 van 32

Kenmerk PROT4/2022/ reg 82 Datum: 2-6-2022

• •

•

Het (doen) verkrijgen en instandhouden van de aan de Chemelot Site als geheel verleende vergunningen ingevolge de Wm/Wabo. Het waarborgen van de naleving van: o Wettelijke verplichtingen in relatie tot de doelstelling van CSP, geldend voor de Chemelot Site als geheel; o Site-generieke milieuvergunningsvoorschriften, ook door de onderscheiden primaire site bewoners. In verband hiermee houdt CSP op gestructureerde wijze toezicht op de naleving van de site-generieke vergunningvoorschriften door de primaire site bewoners; o Plant-specifieke milieuvergunningsvoorschriften door de onderscheiden primaire site bewoners. In verband hiermee houdt CSP toezicht op de naleving van de plant-specifieke vergunningvoorschriften door de primaire site bewoners; o Verplichtingen voortvloeiend uit het Besluit bedrijfsbrandweren t.a.v. de zorg voor preventie en repressie. De directie van CSP is bevoegd en door de primaire site bewoners gerechtigd om (zonder voorafgaande toestemming) onmiddellijk maatregelen te (doen) treffen om de naleving van de vergunning(voorschriften) en wet- en regelgeving (waaronder Waterwet) te waarborgen.

Verantwoordelijkheden van de primaire site bewoners Alle primaire site bewoners erkennen CSP als medevergunninghouder van de sitevergunning ingevolge de Wabo en (voor zover van toepassing) de complexvergunning ingevolge de Kernenergiewet, de Broeikasgas emissievergunning en de Vergunning Wet Natuurbescherming. De primaire site bewoners zijn als (materieel) werkgever dan wel als feitelijk drijver van de betreffende fabriek primair verantwoordelijk voor: • De naleving van de wettelijke voorwaarden en verplichtingen met betrekking tot hun eigen bedrijfsactiviteiten en de daaruit voortvloeiende vergunningsvoorschriften; • Het op zodanige wijze informeren van CSP dat deze in de gelegenheid is om te voldoen aan haar site generieke (wettelijke) verplichtingen en voorschriften; • De uitvoering en de naleving van de verplichtingen die CSP in het kader van voornoemde wetten aan de primaire site bewoners oplegt; • Overige niet in deze paragraaf genoemde verantwoordelijkheden, vallend binnen de Wabo. Verhouding CSP en primaire site bewoners • CSP en de site bewoners zijn verplicht om wettelijke verplichtingen en vergunningsvoorschriften na te leven. • De primaire site bewoners moeten verplichtingen die CSP hen oplegt naleven en uitvoeren.

• De primaire site bewoners machtigen CSP om in hun bedrijfsvoering te kunnen ingrijpen en maatregelen te (doen) treffen teneinde de naleving van de milieuvergunning(voorschriften) en wet- en regelgeving te waarborgen.

Pagina 11 van 32

Kenmerk PROT4/2022/ reg 82 Datum: 2-6-2022

• • • •

De primaire site bewoners hebben CSP gemachtigd om namens hen de loketfunctie te vervullen en op te treden inzake site generieke vergunningszaken. De primaire site bewoners hebben CSP gemachtigd op naar aanleiding van VGM-audits controles uit te (doen) voeren ten behoeve van de naleving van de hen opgelegde milieuvergunningsverplichtingen. Primaire Site Bewoners zijn verplicht om de archivering van de originele milieu omgevingsvergunning beschikkingen van gemeentelijke, provinciale en overheidsinstantie door CSP te laten verrichten. Primaire Site Bewoners zijn verplicht om wijzigingen van de inschrijving Kamer van Koophandel kenbaar te maken bij het CSP-Secretariaat.

Pagina 12 van 32

Kenmerk PROT4/2022/ reg 82 Datum: 2-6-2022

3

PROCESBESCHRIJVING PROPEENVOORZIENING

3.1

Inleiding

Propeen is samen met Ammoniak de belangrijkste grondstof voor de productie van Acrylonitril in de acrylonitrilfabrieken van AnQore. Deze fabrieken zijn gelegen op locatie Noord van de site Chemelot. De ligging ervan is aangegeven op de plattegrond in bijlage 1. In de huidige situatie wordt de benodigde Propeen door een kraker op Chemelot geleverd. De drijver van deze kraker heeft aangegeven dat de mogelijkheid bestaat dat deze levering in de nabije toekomst gestaakt moet worden. Om op deze situatie te anticiperen is door AnQore een project gestart gericht op de realisatie van een eigen, onafhankelijke aanvoer en opslag van Propeen. De deelinrichting “AnQore: propeenverlading, transport en opslag” voorziet hierin. 3.2

Algemene beschrijving deelinrichting

Een schip met een lengte van circa 110 tot 135 meter komt circa 4 tot 6 keer per week via het Julianakanaal aan en meert af in de haven van Stein. Deze schepen kunnen circa 1000 tot 1350 ton Propeen (tot vloeistof verdicht gas) bevatten. Propeen arriveert met een typische temperatuur tussen 0°C en 20°C en een druk tussen 5 barg en 10 barg. Een losarm staat op een platform in het Julianakanaal, buiten de inrichtingsgrens van Chemelot. Deze losarm sluit aan op de lichter en de pompen van de lichter brengen de vloeistof via een circa 4 km lange ondergrondse buisleiding over de site Chemelot naar twee onder druk staande ingeterpte opslagvaten nabij de AnQore-site. Deze opslagvaten werken met vergelijkbare druk en temperatuur en kunnen onafhankelijk worden gebruikt. De afmeting per opslagvat is ca. 8 m x 50 m (diameter x lengte). De totale opslagcapaciteit is ongeveer 2700 ton. De inhoud van de vaten wordt continu gecirculeerd om de druk en temperatuur over het vat constant te houden. De circulatiepompen voeden beide bestaande acrylonitrilreactoren via de bestaande propeenverdampers van de acrylonitrilfabrieken met Propeen. Er is een compressor-koelinstallatie aanwezig, die voornamelijk wordt ingezet om eventueel stikstof uit het systeem te verwijderen. Deze installatie kan ook worden ingezet om de inhoud van de opslagvaten enigszins te koelen.

Pagina 13 van 32

Kenmerk PROT4/2022/ reg 82 Datum: 2-6-2022

4

BESCHRIJVING MILIEURISICO’S VOOR LUCHT, BODEM, OPPERVLAKTEWATER EN RIOOLWATERZUIVERINGSINRICHTING (RWZI).

Door een ongewenst voorval op het terrein kan milieuverontreiniging plaatsvinden. Hierbij valt te denken aan lekkages van vloeistoffen en dampen naar water, bodem en lucht. In een MRA-rapport moet een beschrijving worden gegeven van de risico’s voor alle milieucompartimenten ten gevolge van ongewenste voorvallen. Vanaf paragraaf 4.3 worden in deze MRA alleen de risico’s voor de watersystemen (oppervlaktewater en Integrale afvalwaterzuivering (IAZI) beschreven. 4.1

Beschrijving milieurisico’s voor lucht.

Bij een ongewenste gebeurtenis kunnen direct of indirect stoffen vrijkomen in de atmosfeer. Bij direct vrijkomen, verdampt Propeen en stroomt de stof door de breukopening rechtstreeks in de atmosfeer. Het risico op het ontstaan van brand wordt beperkt doordat de opslag van vloeibaar gemaakt Propeen in ingeterpte tanks plaatsvindt. Het milieurisico voor lucht bestaat uit het gevaar voor optreden van emissies van in het proces aanwezige dampvormige componenten. Deze zijn doorgaans in geringe, met de procesinhoud overeenkomende hoeveelheden aanwezig. Voor een gedetailleerde omschrijving van de diverse emissies naar de lucht bij normale bedrijfsvoering wordt verwezen de aanvraag voor de vigerende milieuvergunningen. Vanaf paragraaf 4.3 worden in deze MRA alleen de risico’s voor de watersystemen (oppervlaktewater en rioolwaterzuiveringsinrichting (RWZI) beschreven. De geselecteerde scenario’s in het Veiligheidsrapport geven een representatief beeld van de risico’s van de verlading, het transport en (tussen)opslag van Propeen. 4.2

Beschrijving milieurisico’s voor bodem

Bij het vrijkomen van een milieuschadelijke vloeistof ten gevolge van een ongewenst voorval kan verontreiniging van de bodem en eventueel verontreiniging van het grondwater optreden. Voor de gebruiksfase zijn de volgende bedrijfsactiviteiten geselecteerd waarbij een mogelijk bodemrisico denkbaar is: • Transformatoren (Trafo’s) • Verladingsactiviteiten (Schip); • Onder- en boven- gronds leidingtransport inclusief vulpunt en verpompen; • Opslag in tanks (incl. compressor/koelunit); • Riolering. Zoals eerder is aangegeven zal vloeibaar gemaakt Propeen in geval van een lekkage verdampen. Hierdoor wordt het ontstaan van bodemverontreiniging als onwaarschijnlijk ingeschat. De ingeterpte tanks en hun toebehoren zijn vloeistofdicht (resp. minimaal vloeistofkerend) ontworpen en door middel van een uitwendige coating en kathodisch beschermd tegen

Pagina 14 van 32

Kenmerk PROT4/2022/ reg 82 Datum: 2-6-2022

corrosie . Met een inspectieprogramma worden tanks en vaten periodiek uitwendig en inwendig gecontroleerd op lekdichtheid. Benedenstrooms van de tankterp wordt een grondwatermonitoringssysteem aangebracht als een tweedelijns voorziening om lekkage op te merken. De nieuwe installatie is, behoudens de pompplaat ter hoogte van de opslag, niet verbonden met een proces- of schoonwaterriool. Hemelwater dat op de tankterp valt zal in bodem geïnfiltreerd worden. In dit systeem is een waterslot opgenomen ter voorkoming van infiltratie van vloeibaar Propeen. In de Haven Stein is geen verbinding met een rioolstelsel mogelijk. De pompplaat ter hoogte van de opslag is, ten behoeve van de afvoer van mogelijkerwijs licht olie-houdend hemelwater, verbonden met het schoonwaterriool. Dit riool loopt af op de IAZI. Op 25 februari 2020 is een algehele actualisatie van Hoofdstuk 1 Sitevergunning Chemelot ingediend. Het vergunningsbesluit is op 9 oktober 2020 in werking getreden. Onderdeel hiervan is Bijlage A08 “Beheersplan riolen Chemelot Site versie 2019”. Het beheersplan riolen is van toepassing op alle bedrijfsriolen op de Chemelot site. Hieronder vallen zowel de riolen vóór de overnamepunten van de individuele installaties (IBL), waaronder die van de nieuwe deelinrichting, alsmede de riolen ná de overnamepunten (OBL). 4.3

Beschrijving milieurisico’s voor het ontvangende watersysteem.

4.3.1 Riolering en afvalwater Verspreid over een oppervlakte van ca. 800 hectare is op de site Chemelot een ondergronds netwerk van rioolbuizen met een totale lengte van ca. 200 km aanwezig. Met dit rioolstelsel wordt proceswater, koelwater, sanitair water en een deel van het regenwater ingezameld en vervolgens, na zuivering in de Integrale Afvalwater-Zuiverings-Installatie (IAZI), afgevoerd via de Zijtak Ur naar de Maas. De verschillende afvalwaterstromen bij het bedrijf zijn aan de hand van een rioleringstekening inzichtelijk gemaakt. Een tekening van de rioleringssystemen is opgenomen in bijlage 2. In de volgende tabellen zijn alle aanwezige afstroomroutes per fabriek weergegeven. De verwerking van de afvalwaterstromen op de site Chemelot geschiedt door de afdeling Sitech IAZI. Hiertoe beschikt Sitech over een aantal voorzieningen en installaties, te weten: - Riolensystemen voor het transport van het afvalwater; - Scheidingssystemen voor het uitvoeren van fysische en mechanische scheidingen (zandvang, slikbezinking e.d.); - Integrale Afvalwater Zuiveringsinstallatie (IAZI) voor het toepassen van een biologische zuivering. De IAZI loost zijn effluent via de Zijtak Ur op de Maas. Voor deze lozing is vergunning verleend in het kader van de Waterwet.

De verwerking van het afvalwater is gebonden aan randvoorwaarden zoals de maximale doorzet, borging van een goede werking van de IAZI en de vergunningsvoorwaarden van de lozingsvergunning. Het afvalwater van de onderliggende verlading en opslag van Propeen bestaat uit:

Pagina 15 van 32

Kenmerk PROT4/2022/ reg 82 Datum: 2-6-2022

1. Hemelwater (schoon en potentieel verontreinigd) 2. Sanitair afvalwater 3. Bluswater

Een specifieke uitleg aangaande de riolering en afvalwater stroming wordt nader toegelicht in bijlage 3.

Pagina 16 van 32

Kenmerk PROT4/2022/ reg 82 Datum: 2-6-2022

Tabel 3.1 Overzicht afvalwaterstromen en riolering Afvalwaterstroom Omschrijving Afvoer Sanitair afvalwater Toiletten, Huishoudelijk afvalwater wordt geloosd op de handwasbakken site riolering. Bedrijfsafvalwater N.V.T en/of proceswater Schoon hemelwater Schoon hemelwater Schoon regenwater van daken en wegen van daken en wordt geïnfiltreerd danwel direct op wegen oppervlaktewater geloosd (Haven Stein) (mogelijk) (Mogelijk) als (Mogelijk) verontreinigd hemelwater wordt verontreinigd gevolg van via het vuilwaterriool op de “IAZI” geloosd. Het hemelwater bedrijfsactiviteiten effluent van de zuivering wordt geloosd op de verontreinigd zijtak Ur naar de Grensmaas hemelwater Bluswater Opgevangen Afhankelijk van het voorval: via het bluswater als gevolg vuilregenwaterriool en bufferbassin op de van de bestrijding “IAZI” dan wel via het bufferbassin verwerking van een calamiteit via een erkende verwerker. Ten aanzien van mogelijke onvoorziene lozingen heeft ACN verschillende voorzieningen getroffen. In de tabel 3.2 is een kort overzicht van de opvangvoorzieningen weergegeven. Tabel 3.2 beknopt overzicht opvangvoorzieningen per locatie Locatie Technische voorzieningen en Beheersmaatregelen afstroomroute Verlading Verlading m.b.v. laadarm Onderhoud en inspectie, voorzien van blokafsluiters werkinstructies, fabrieks- en bedrijfsnoodplan.

Leidingtransport Borging technische integriteit Onderhoud en inspectie, leidingen. werkinstructies, fabrieks- en bedrijfsnoodplan. Opslag bulk vloeistoffen Borging technische integriteit Werkinstructies, fabrieks- en opslagtank, stabiele tankterp, bedrijfsnoodplan; blindflenzen, automatische PGS-18 plichtige tankniveaumeting. installatie; conform uitgevoerde PGS-18 toets

4.3.2 Afstroomroutes bij ongewenste uitstroming Bij ongewenste uitstroming (calamiteit) zal de vrijgekomen vloeibaar gemaakte Propeen vanuit de ondergrondse of ingeterpte infrastructuur in de bodem afstromen. Oppervlakkige afstroming is alleen mogelijk bij lekkage van de compressor-koelinstallatie dan wel van pompen. In voorkomende gevallen op de site is afstroming aar de IAZI mogelijk. In het geval van lekkage bij het verladen is directe afstroming naar de Haven Stein mogelijk.

Pagina 17 van 32

Kenmerk PROT4/2022/ reg 82 Datum: 2-6-2022

Met opmerkingen [MK1]: Evert is dit van toepassing?

Voor de toelaatbaarheid van een onvoorziene lozing op het oppervlaktewater is een indicatief referentiekader opgesteld. Volumecontaminatie, drijflaagvorming en een negatieve invloed op een ontvangende zuiveringsinstallatie zijn hierbij relevante eindpunten. In het indicatieve referentiekader worden risico’s beoordeeld door de kans op een onvoorziene lozing (faalkans) te relateren aan de Milieu Schade Index (MSI). De MSI wordt berekend uit de hoeveelheid oppervlaktewater die negatief wordt beïnvloed, een weegfactor inzake de gevoeligheid van het ontvangend oppervlaktewater en een referentievolume. Het risico kan verwaarloosbaar, acceptabel of verhoogd zijn. 4.3.3 Beschrijving IAZI en ontvangend watersysteem. Vanuit de fabrieken van de verschillende site-users op de Chemelot Site wordt met het afvalwater een breed scala aan stoffen geloosd op het centrale rioolstelsel, dat door de gemeenschappelijke, multi-client afvalwaterzuivering – de IAZI (Integrale Afvalwater Zuivering Installatie) – gezuiverd wordt vòòr lozing van het finale effluent naar de Zijtak UR. De Zijtak Ur mondt uit in de Grensmaas. De Grensmaas is een regenrivier. Dit betekent dat gedurende langere periodes van droogte, de afvoer door de rivier gering is.

Om te borgen dat ook onder deze omstandigheden aan de lozingseisen wordt voldaan, is bij de beoordeling van de lozing van het effluent uitgegaan van de door Rijkswaterstaat vastgestelde maatgevende lage afvoer door de Grensmaas. De installatie voor de zuivering van het afvalwater van de locatie Chemelot is gelegen tussen de Maas en het Julianakanaal te Stein. In de IAZI wordt op biologische wijze o.a. organische stoffen en stikstofverbindingen afgebroken. Tevens vindt (gedeeltelijke) verwijdering plaats van fosfaten, metalen en overige organische en anorganische verontreinigingen door hechting aan en afvoer met het zuiveringsslib. Het effluent van de IAZI wordt geloosd op de Zijtak Ur. Deze watergang staat in open verbinding met de Grensmaas. Gelet op functionaliteit, de ecologie en de bijzondere morfologie van de Zijtak Ur is, in nauwe samenspraak met het Waterschap Limburg en Rijkswaterstaat Zuid Nederland, gekozen om de toetsing op de waterkwaliteit, de zogenaamde immissietoets, uit te voeren voor de Grensmaas. Het debiet van het effluent van de IAZI bedraagt maximaal 5.834 m3/u, met dag-maximum van 124.000 m3/etmaal. Dit wordt via een buis afgevoerd naar de lozingsput (169-S-02). Het lozingspunt op de Zijtak Ur is te vinden op de rijksdriehoekcoördinaten (x,y) 180.790 en 332.323 (zie bijlage 10.1). De Zijtak Ur is ter plaatse van de lozing overkluisd.

De diameter van deze lozingsput bedraagt 1,7 m (uitwendig). Het terrein waarop de installaties en gebouwen van de IAZI zich bevinden maakt sinds de inwerkingtreding van de waterwet deel uit van het rivierbed, waarvoor een vergunningplicht geldt voor ‘gebruik waterstaatswerken’.

Pagina 18 van 32

Kenmerk PROT4/2022/ reg 82 Datum: 2-6-2022

5

TOETS AAN DE STAND DER VEILIGHEIDSTECHNIEK VAN ACTIVITEITEN (SVT).

In de tabellen in bijlage 4 is de toetsing tegen de stand der veiligheidstechniek uitgevoerd, voor zover deze van toepassing zijn op de deelinrichting.

Pagina 19 van 32

Kenmerk PROT4/2022/ reg 82 Datum: 2-6-2022

6

SUBSELECTIE MILIEURISICOANALYSE

Deze MRA is uitgevoerd, omdat binnen deze nieuwe deelinrichting gevaarlijke stoffen voorkomen met potentieel watervervuilende en/of aquatoxische eigenschappen. Om de meest kritische stoffen te beschouwen is een subselectie uitgevoerd. De uitvoering en resultaten van deze selectie zijn beschreven in deze paragraaf. Voor de aangewezen installatieonderdelen wordt een kwantitatieve milieurisicoanalyse uitgevoerd met behulp van Proteus4. 6.1

Methodiek

De selectie van activiteiten binnen de inrichting die in de MRA moeten worden beschouwd, is gebaseerd op het bestaande selectiesysteem voor externe veiligheidsrapportages, welke gegeven is in “De selectie van activiteiten binnen inrichtingen t.b.v. het uitvoeren van studie naar risico’s van onvoorziene lozingen” [ref 2]. In dit rapport is tevens een voorstel gemaakt voor een uitbreiding van het bestaande selectiesysteem. Deze uitbreiding gaat in op de effecten van zuurstofdepletie, de vorming van drijflagen op aquatische ecosystemen en op de effecten van overbelasting en inhibitie van communale rioolwaterzuiveringsinstallaties. Voor de toepassing van het uitgebreide selectiesysteem moeten aanvullende stofeigenschappen (inhibitie concentratie, biologisch zuurstofverbruik) bekend zijn. Maatgevend voor de selectie zijn de hoeveelheid en de aard van de stoffen die op grond van de aanvraag omgevingsvergunning van de nieuwe deelinrichting aanwezig mogen zijn. In het selectiesysteem wordt de aanwezige hoeveelheid van een stof vergeleken met een vastgestelde drempelwaarde (selectie grenswaarde). Deze drempelwaarde is afhankelijk van de schadelijke eigenschappen die een stof kan hebben. De selectie vindt plaats in twee stappen: • De eerste drempelwaarde heeft betrekking op de totale aanwezige hoeveelheid van een waterbezwaarlijke stof.

• De tweede drempelwaarde heeft betrekking op het in één keer vrijkomen van aquatoxische stof uit een installatieonderdeel of opslag. Deze grenswaarde is 10% van de eerste drempelwaarde. Indien uit een installatieonderdeel of opslag een grotere hoeveelheid dan deze grenswaarde kan vrijkomen, moet voor deze stof het milieurisico voor het ontvangende oppervlaktewater of RWZI kwantitatief bepaald worden. 6.2

Vaststellen drempelwaarde

In hoofdstuk 4 is aangegeven dat in geval van een calamiteit lozing op het hemelwaterriool kan plaatsvinden. Dit betekent dat zowel direct op oppervlaktewater als ook indirect, via de “IAZI”, geloosd kan worden. Voor beide routes zijn afzonderlijke drempelwaarden afgeleid, zie ook de CIW nota “Integrale aanpak van risico’s van onvoorziene lozingen”, februari 2002, bijlage 2 “Systeem voor het aanwijzen van inrichtingen waarvoor een beschrijving van de risico’s van onvoorziene lozingen verlangd wordt”.

Pagina 20 van 32

Kenmerk PROT4/2022/ reg 82 Datum: 2-6-2022

De LC50 waarde en biologisch zuurstofverbruik BZV-waarde zijn bepalend voor het effect volumecontaminatie. Stoffen met een zeer lage IC50 waarde veroorzaken het falen van een waterzuivering. Stoffen met een lage oplosbaarheid en een dichtheid kleiner dan water, leveren een bijdrage met betrekking tot het risico op drijflaag vorming. De drempelwaarden voor lozingen op oppervlaktewater worden bepaald door acute toxiciteit, BZV en de mogelijkheid op vorming van drijflagen. Daarnaast wordt een weegfactor toegekend aan de drempelwaarden. Deze weegfactor is afhankelijk van de grootte van het ontvangende oppervlaktewater. Conform de handleiding moet de weegfactor per watersysteem worden berekend uitgaande van de breedte en de diepte. In tabel 6.1 zijn de uitgangspunten voor de berekening van de weegfactor weergegeven. Tabel 6.1 Drempelwaarden eerste selectie Watersysteem Referentievolume Breedte (m) weegfactor voor F=1 (m³) Grensmaas 15.000.000 100

Diepte (m)

Specifieke weegfactor

5

11

Stoffen kunnen op verschillende manieren het aquatisch milieu beïnvloeden: • De stoffen met een LC50 waarde en met een BZV waarde veroorzaken volumecontaminatie. • Stoffen met een zeer lage IC50 waarde veroorzaken het falen van een waterzuivering. • Stoffen met een lage oplosbaarheid en een dichtheid kleiner dan water, leveren een bijdrage met betrekking tot het risico op drijflaag vorming. 6.3

Uitwerking selectie

Alleen de vloeistoffen op de inrichting zijn beschouwd. Wat betreft gassen wordt onderscheid gemaakt tussen gassen die wel of niet in water een schadelijk oplossing kunnen vormen. Niet schadelijke gassen zijn onder andere aardgas, etheen, stikstof, waterstof en zuurstof. Binnen de onderliggende inrichting is enkel sprake van de aanwezigheid van door middel van koeling en compressie vloeibaar gemaakt Propeen. Onder atmosferische omstandigheden begint Propeen vanaf -48 °C te koken. Dit betekent dat in geval van een lekkage vloeibaar gemaakt Propeen vanwege het wegvallen van de druk en onder invloed van omgevingswarmte nagenoeg instantaan zal verdampen waardoor in de praktijk er geen oppervlakkige afstroming plaatsvindt. Evenzo zal het vloeibaar gemaakte Propeen in geval van een lek boven oppervlaktewater direct verdampen. Dit proces wordt versterkt door de relatief lage dichtheid van Propeen ten opzichte van water (1,915 kg/m3). Om deze reden zijn geen scenario’s denkbaar die een risico voor de IAZI dan wel het ontvangende oppervlaktewater kunnen vormen. Een risicomodellering met behulp van Proteus is derhalve niet aan de orde. 1

In de onderliggende modellering met behulp van Proteus wordt gerekend met een weegfactor van 1. Uitgaande van de weergegeven geometrie van de Grensmaas zou deze 3 moeten bedragen. De modellering in Proteus zal worden aangepast wanneer de geactualiseerde versie van het model beschikbaar is.

Pagina 21 van 32

Kenmerk PROT4/2022/ reg 82 Datum: 2-6-2022

6.4

Conclusie

Uit de kwalitatieve risicoanalyse volgt dat de activiteiten van de onderliggende Propeenvoorziening van vloeibaar gemaakt Propeen in geval van een calamiteit geen risico vormt voor het ontvangende oppervlaktewater.

Pagina 22 van 32

Kenmerk PROT4/2022/ reg 82 Datum: 2-6-2022

Bijlage 4 Archeologisch vooronderzoek

Bijlage 17.4

RAAP-RAPPORT 5822

Plangebied OHIO AnQore propeenleiding haven Stein-Chemelot te Stein en Geleen Gemeente Stein en Sittard-Geleen Archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek)

Colofon Titel: Plangebied OHIO AnQore propeenleiding haven Stein-Chemelot te Stein en Geleen, gemeente Stein en Sittard-Geleen; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek) Versie: 01-07-2022 Auteur: dr. R.A. Vaessen Projectcode: GECH11 Bestandsnaam: RAAPrap_5822_GECH11_20220701 Autorisatie: drs. M.P.J. Janssens

ISSN: 0925-6229

RAAP Leeuwenveldseweg 5b

Telefoon: 0294-491 500

1382 LV Weesp

E-mail: raap@raap.nl

Postbus 5069

Website: www.raap.nl

1380 GB Weesp © RAAP Archeologisch Adviesbureau B.V., 2022 RAAP Archeologisch Adviesbureau B.V. aanvaardt geen aansprakelijkheid voor eventuele schade voortvloeiend uit het gebruik van de resultaten van dit onderzoek of de toepassing van de adviezen. Het bevoegd gezag heeft het rapport goedgekeurd.

Plangebied OHIO AnQore propeenleiding haven Stein -Chemelot te Stein en Geleen, gemeente Stein en Sittard Geleen; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek)

Samenvatting In opdracht van Sitech Services heeft RAAP in april 2022 een archeologisch vooronderzoek in de vorm van een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek) uitgevoerd in het kader van de OHIO AnQore propeenleiding en opslag tussen de haven van Stein en het Chemelot terrein in Geleen, gelegen in de gemeente Stein en Sittard-Geleen. Tevens is bekeken of de ingrepen invloed hebben op eventueel aanwezige cultuurhistorische objecten. Het verkennend booronderzoek is uitgevoerd in 4 dagen, tussen 10 mei 2022 en 13 mei 2022. De boringen zijn gelijktijdig uitgevoerd met milieukundig onderzoek. Voor het milieukundig onderzoek zijn 83 boorpunten op het tracé geplot. Vanuit archeologisch oogpunt was het om een aantal redenen (lage archeologische verwachting, gestuurde boringen, eerder onderzoek) echter niet noodzakelijk om alle milieukundige boringen te begeleiden. Uiteindelijk zijn 47 boringen archeologisch beschreven. Uit het bureauonderzoek is gebleken dat het leidingtracé is gelegen op een relatief hoog gelegen zone op de rand van de Graetheide. Mede dankzij de vruchtbare löss en goede ontwatering, is dit gebied bij uitstek geschikt voor landbouw. Hierdoor worden archeologische resten vanaf de tijd van de eerste landbouwers (late prehistorie) verwacht.

Op basis van de bekende vindplaatsen en eerdere onderzoeken rondom het plangebied en op het Chemelot -terrein in het algemeen, geldt de hoogste verwachting voor het vroeg neolithicum (Lineaire Bandkeramiek; ca. 5100 -4900 v. Chr.) en de (vroegemidden) ijzertijd (ca. 800-250 v. Chr.). Voor de overige perioden (bronstijd, Romeinse tijd-volle middeleeuwen) geldt een middelhoge archeologische verwachting. De omvang van de vindplaatsen kan sterk variëren. Vroegneolithische nederzettingsterrein kennen over het algemeen een hoge sporendichtheid en relatief grote hoeveelheid vondstmateriaal (aardewerk, vuursteen, natuursteen, etc.), maar op het Chemelot-terrein worden ook regelmatig losse kuilen aangetroffen zonder vondstmateriaal die eerder als off-site fenomenen kunnen worden bestempeld. Een vergelijkbaar b eeld geldt eveneens voor de ijzertijd. Vanuit cultuurhistorisch perspectief snijdt het nieuwe leidingtracé een aantal cultuurhistorisch waardevolle tracés/zones op de Cultuurhistorische Waardenkaart van de provincie Limburg. Zo ligt de Heidekampweg in een zone waarin het verkavelingspatroon sinds 1830 weinig of matig is veranderd. Het nieuwe tracé zelf ligt echter een bestaande leidingstraat. In deze zone zijn de oude verkavelingsgrenzen niet meer herkenbaar als zodanig.

Op het Chemelot -terrein zelf (gemeente Sittard-Geleen) kruist het tracé een oude grens die nog tot na 1866 herkenbaar was in het landschap. Inmiddels is deze echter verdwenen. Over het algemeen kan gesteld worden dat het nieuwe tracé gezien het feit dat de leiding ondergronds komt te liggen geen noemenswaardige invloed op cultuurhistorische relicten heeft. Op basis van de boorresultaten kan gesteld worden dat de zones in de haven, langs de Heidekampweg en de Urmonderbaan (tot en met boring 65) sterk verstoord zijn. Slechts sporadisch is nog s prake van een intact bodemprofiel, maar dit is te beperkt om vervolgonderzoek te adviseren. Tussen boring 66 en 83 is op een enkele boring na echter sprake van een intact bodemprofiel. In combinatie met eerdere onderzoeken, bekende vindplaatsen en de vondst van een vuurstenen afslag in boring 67 kan gesteld worden de kans op het aantreffen van goed bewaarde en potentieel behoudenswaardige archeologische resten hier groot is.

RAAP-rapport 5822 / versie 01-07-2022

[3]

Plangebied OHIO AnQore propeenleiding haven Stein -Chemelot te Stein en Geleen, gemeente Stein en Sittard Geleen; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek)

Op basis van de resultaten van het onderzoek blijkt dat in een deel van het plangebied tussen boringen 66 en 83 (mogelijk) archeologische resten bedreigd worden door de voorgenomen bodemingrepen. Aangezien planaanpassing niet mogelijk is, wordt aanbevolen in het kader van de bestaande planvorming de onderstaande vervolgstap uit het proces van de Archeologische Monumentenzorg (AMZ) te nemen. In dit geval wordt gezien de aard van de werkzaamheden (leidingsleuf) en de aanwezigheid van verhardingen alsmede overige kabels en leidingen, geadviseerd de civiele graafwerkzaamheden tussen boringen 66 en 83 archeologisch te begeleiden. Voor de archeologische begeleiding dient voorafgaand aan de werkzaamheden een Programma van Eisen (PvE) opgesteld te worden dat vervolgens moet worden goedgekeurd door de bevoegde overheid. Voor de overige delen van het tracé wordt gezien de vastgestelde verstoringen geen vervolgonderzoek geadviseerd. Specifiek gaat het om het gehele tracédeel binnen de gemeente Stein (milieukundige boringen 1-41 en de zones buiten het hekwerk van het Chemelot-terrein in de gemeente Sittard-Geleen (boringen 42-65).

RAAP-rapport 5822 / versie 01-07-2022

[4]

Plangebied OHIO AnQore propeenleiding haven Stein -Chemelot te Stein en Geleen, gemeente Stein en Sittard Geleen; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek)

4 Conclusies en advies 4.1 Conclusie Op grond van de onderzoeksresultaten en onder verwijzing naar de doelstellingen, kunnen de volgende uitspraken worden gedaan: Landschap Het plangebied ligt in het Zuid-Limburgs heuvellandschap, waarin naast de tektonische opheffing, de Maas, beken en de wind de belangrijkste vormende krachten zijn geweest. Hoewel nu niet meer direct zichtbaar, was het gebied lange tijd deel van de stroomvlakte van de Maas. Sporen daarvan zijn terug te vinden in de vorm van de grindrijke afzettingen in de ondergrond. Tijdens het booronderzoek zijn deze afzettingen op verschillende locaties aangeboord. De oude rivierafzettingen zijn in het laat pleistoceen afgedekt door (zandige) löss. Recente onderzoeken in de omgeving van het plangebied tonen aan dat er op het Graetheide-plateau, en dus ook op het Chemelot-terrein, niet alleen over het algemeen sprake is van een goede ontwaterde en uiterst stugge briklaag, al dan niet opgedekt met een E-horizont, maar dat de bodem ondanks de bebouwing vaak nog een grote mate van gaafheid vertoont. Uitzondering hierop is het deel van het tracé dat op het haventerrein ligt. Als gevolg van ophogingen en afgravingen in het kader van de aanleg van de haven is de kans klein dat binnen het havengebied nog intacte vindplaatsen aanwezig zijn binnen de geplande ontgravingen.

Archeologie Direct rondom het nieuwe tracé hebben in de loop van de jaren verschillende onderzoeken plaatsgevonden. Ook zijn er verschillende vindplaatsen bekend. De hoofdmoot van de vindplaatsen dateren uit het vroeg neolithicum (LBK) en de ijzertijd. Er geldt daarom voor deze perioden een hoge verwachting. Voor de overige perioden (bronstijd, Romeinse tijd-volle middeleeuwen) geldt een middelhoge archeologische verwachting. De omvang van de vindplaatsen kan sterk variëren. Vroeg neolithische nederzettingsterrein kennen over het algemeen een hoge sporendichtheid en hoog vondstaantal (aardewerk, vuursteen, natuursteen, etc.), maar op het Chemelot -terrein worden ook regelmatig losse kuilen aangetroffen zonder vondstmateriaal die eerder als off -site fenomenen kunnen worden bestempeld. Een vergelijkbaar beeld geldt eveneens voor de ijzertijd. Cultuurhistorische situatie Het plangebied ligt op de Graetheide. In tegenstelling tot andere delen van het Zuid -Limburgse lösslandschap is dit gebied pas in de loop van de late middeleeuwen en nieuwe tijd ontgonnen. In eerste instantie gaat het hier vooral om landbouwontginningen. Met de komst van de Staatsmijn Maurits in 1926 begint de Graetheide geleidelijk te worden ontwikkeld. In eerste instantie vinden deze ontwikkelingen vooral plaats rondom de mijn.

Binnen en rondom het pl angebied zijn de ontwikkelingen beperkt en het gebied blijft grotendeels in gebruik als landbouwgrond. Wel wordt een spoorverbinding aangelegd die het mijnterrein verbindt met de haven in Stein en een noord-zuid verbinding langs het Julianakanaal. Deze spoorlijn ligt binnen het haventerrein direct ten noorden van he t leidingtracé. Vanaf de jaren 1970 breiden zowel het Chemelot-terrein als ook de haven geleidelijk uit.

RAAP-rapport 5822 / versie 01-07-2022

[41]

Plangebied OHIO AnQore propeenleiding haven Stein -Chemelot te Stein en Geleen, gemeente Stein en Sittard Geleen; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek)

Vanuit cultuurhistorisch perspectief snijdt het nieuwe leidingtracé een aantal cultuurhis torisch waardevolle tracés/zones op de Cultuurhistorische Waardenkaart van de provincie Limburg. Zo ligt de Heidekampweg in een zone waarin het verkavelingspatroon sinds 1830 weinig of matig is veranderd. Het nieuwe tracé zelf ligt echter een bestaande leidingstraat. In deze zone zijn de oude verkavelingsgrenzen niet meer herkenbaar als zodanig. Op het Chemelot -terrein zelf (gemeente Sittard-Geleen) kruist het tracé een oude grens die nog tot na 1866 herkenbaar was in het landschap. Inmiddels is deze echter verdwenen. Over het algemeen kan gesteld worden dat het nieuwe tracé gezien het feit dat de leiding ondergronds komt te liggen geen noemenswaardige invloed op cultuurhistorische relicten heeft. Verkennend booronderzoek Op basis van de boorresultaten kan gesteld worden dat de zones in de haven, langs de Heidekampweg en de Urmonderbaan (tot en met boring 65) sterk verstoord zijn. Slechts sporadisch is nog sprake van een intact bodemprofiel, maar dit is te beperkt om vervolgonderzoek. Tussen boring 66 en 83 i s op een enkele boring na echter sprake van een intact bodemprofiel.

In combinatie met eerdere onderzoeken, bekende vindplaatsen en de vondst van een vuurstenen afslag in boring 67 kan gesteld worden de kans op het aantreffen van goed bewaarde en potentieel behoudenswaardige archeologische resten hier groot is.

4.2 Advies Op basis van de resultaten van het onderzoek blijkt dat in een deel van het plangebied tussen boringen 66 en 83 (mogelijk) archeologische resten bedreigd worden door de voorgenomen bodemingrep en. Aangezien planaanpassing niet mogelijk is, wordt aanbevolen in het kader van de bestaande planvorming de onderstaande vervolgstap uit het proces van de Archeologische Monumentenzorg (AMZ) te nemen. In dit geval wordt gezien de aard van de werkzaamheden (leidingsleuf) en de aanwezigheid van verhardingen alsmede overige kabels en leidingen, geadviseerd de civiele graafwerkzaamheden tussen boringen 66 en 83 archeologisch te begeleiden. Voor de archeologische begeleiding dient voorafgaand aan de werkzaamheden een Programma van Eisen (PvE) opgesteld te worden dat vervolgens moet worden goedgekeurd door de bevoegde overheid. Voor de overige delen van het tracé wordt gezien de vastgestelde verstoringen geen vervolgonderzoek geadviseerd. Specifiek gaat het om het gehele tracédeel binnen de gemeente Stein (milieukundige boringen 1-41 en de zones buiten het hekwerk van het Chemelot-terrein in de gemeente Sittard-Geleen (boringen 42-65).

4.3 Tot slot Dit rapport geeft (selectie)adviezen. Het is aan de bevoegde overheid , de gemeente Stein en SittardGeleen, deze al dan niet over te nemen in de vorm van een (selectie)besluit.

RAAP-rapport 5822 / versie 01-07-2022

[42]

Bijlage 5 Kwantitatieve risico-analyse (QRA)

Bijlage 17.5

Kwantitatieve risico-analyse van de AnQore Propeenverlading Haven Stein, leidingtransport en opslag (OHIO project) en aanpassingen C3gashaven Sabic Logistics C&I - AnQore deel

Kenmerk UIJ220601-ANQORE-v2.2

Datum: 07-07-2022

Pagina 1 van 51

Auteurs

Pieter Uijterlinde / Rob Vermeijlen

E-mailadres

Pieter.Uijterlinde@sitech.nl / Rob.Vermeijlen@sitech.nl

Telefoonnummer

+31 (0)6 2222 8612

Collegiale toets

Evert van Nijnatten / Rob Vermeijlen

Datum

07-07-2022

Versie

2.2

Documentnummer

UIJ220301-ANQORE (v2.2)

Aanvragers

AnQore B.V.

Deelinrichting

Propeenverlading Haven Stein, leidingtransport en opslag (AnQore), hoofdstuk 62

Kenmerk UIJ220601-ANQORE-v2.2

Datum: 07-07-2022

Pagina 2 van 51

Samenvatting en hoofdconclusies Ten behoeve van de gewijzigde activiteiten met betrekking tot de propeenverlading van AnQore in de haven Stein is onderhavige kwantitatieve risicoanalyse (QRA) opgesteld. Gelijk tijdig met dit project vindt een aanpassingen van de C3-gashaven van Sabic plaats, verplaatsing, uitbreiding capaciteit naar 300 kT/jaar en modernisering van de C3-Marine Loading Arm (MLA). Beide projecten worden apart aangevraagd, beide QRA rapporten UIJ220301-ANQORE en -SABIC zijn zodanig opgezet dat de Externe Veiligheid risico resultaten (PR en GR) van beide aanvragen zowel apart als gecombineerd zijn weergegeven. Vanwege confidentialiteit worden de technische details van de AnQore installatie in dit rapport beschreven, en de details van de Sabic Marine Loading Arm (MLA) aanpassingen in het rapport UIJ220301-SABIC.

De wijzigingen van Anqore hebben betrekking op: • de AnQore verlaadinrichting in haven Stein • nieuwe ondergrondse Propeenleiding van haven Stein naar de site Chemelot van AnQore • de Propeenopslag (bullets) op de locatie noord van AnQore De wijzigingen van Sabic hebben betrekking op: • Verplaatsing van de huidige Sabic C3-MLA met 30 meter naar het Noorden • Uitbreiding Sabic C3-verlaadcapaciteit van 150 naar 300 k-ton/jaar • Modernisering van de Sabic MLA Hoofdconclusies: De aangevraagde wijzigingen hebben de onderstaande consequenties: Plaatsgebonden risico (PR): • Het PR neemt lokaal toe. Op de plaatsen waar een toename zichtbaar is van de 1E-06/jr. ISO contour zijn geen kwetsbare of beperkt kwetsbare objecten gelegen of geprojecteerd. • Aan de zijde van Geleen (Ovonde, Burgemeester Lemmenstraat) neemt de 1E-06/jr PR contour toe waardoor deze maximaal 28 meter over de terreingrens komt. De 1E-07 en 1E08/jr. PR-contouren nemen hier en bij de Urmonderbaan toe. • Bij de Oude Postbaan ten oosten van de autoweg A2, op site Chemelot neemt het PR-Risico toe. Hier schuift de 1E-06/jr PR contour iets richting het westen op maar blijft wel op de site Chemelot. Ook de 1E-07/jr. en de 1E-08/jr. ISO contouren nemen hier toe. • Bij Haven Stein ontstaat door de aangevraagde AnQore propeen verlading een PR risico.

Samen met de moderniseringen, de aanpassingen en verplaatsing van de C3-verlading van Sabic blijft de nieuwe 1E-06/jr. totaal contour van de site Chemelot, ondanks de capaciteitsuitbreiding, vrijwel overal binnen de actuele 1E-06/jr PR-contour. Alleen aan de zuidwestkant (overzijde Julianakanaal) wordt de 1 E-06/jr contour iets (ca. 12 meter) groter. De 1E-07/jr en 1E-08/jr. ISO- contouren worden lokaal in haven Stein kleiner. • Ter plaatse van de Heidekampweg en Veestraat neemt de 1E-06/jr PR-contour ca. 15 meter toe door deze nieuwe activiteiten. • Het PR op de VR-punten 01 en 02 neem toe als gevolg van de propeen opslag AnQore (OHIO project). • Voor alle aangewezen VR-punten geldt dat het plaatsgebonden risico kleiner is dan 1E-06/jr. Kenmerk UIJ220601-ANQORE-v2.2

Datum: 07-07-2022

Pagina 3 van 51

Groepsrisico (GR): • De aangevraagde activiteiten van AnQore en Sabic leiden tot een geringe toename in de categorie van 1 tot 34 slachtoffers. Het GR blijft hierbij ruim onder de oriënterende waarden. • Boven de 34 slachtoffers hebben de beide aangevraagde projecten geen invloed. • Tussen 260 en 500 slachtoffers ligt de FN-curve boven de oriënterende waarden. • Deze overschrijding is onafhankelijk van de aangevraagde activiteiten. • Boven 320 slachtoffers ligt de FN-curve van populatie 2022 iets hoger dan die van 2021. Ook dit wordt verklaard door de gewijzigde populatiegegevens. • Boven 500 slachtoffers ligt de FN-curve onder de oriënterende waarden.

Werkwijze Middels de Handleiding Risicoberekeningen [1] is vastgesteld welke insluitsystemen binnen de deelinrichting aangewezen zijn voor het uitvoeren van een kwantitatieve risicoanalyse. De ondergrondse Propeenleiding is een transportleiding met een tot vloeistof verdicht brandbaar gas. Het tracé is op verscheidene plaatsen in de nabijheid van de terreingrens gepland. Om deze reden is de transportleiding, verlaadinrichting in de haven en buffertanks op de site direct (zonder subselectie) in de QRA opgenomen. De huidige Sabic C3-verlaadinrichting in Haven Stein en de ondergrondse Sabic C3 transportleiding L1197 van de haven naar site Chemelot zijn om dezelfde redenen reeds opgenomen in deze QRA. Vanwege de Sabic aanpassingen, verschuiving van de verlaadarm (MLA = Marine Loading Arm) 30 meter noordelijker, uitbreiding van de verlaadcapaciteit van 150 naar 300 kT/jr (kilo-ton per jaar) en de technische aanpassingen vanwege modernisering zijn de modellen inclusief in de Handleiding Risicoberekeningen [1] toegestane risico-reductiefactoren in de QRA hierdoor aangepast. De invloed van de gewijzigde activiteiten wordt getoetst aan de actuele situatie.

In overleg met de RUD Zuid-Limburg is bij de actuele situatie rekening gehouden met de wijzigingen die zijn aangevraagd in het kader van de revisievergunningen voor de deelinrichting Sabic Logistics C&I en de deelinrichting ammoniakringleiding van OCI. • Aangepaste procesvoering bij Sabic, logistics C&I (met name Tankenpark 3 +24% C4, -20% C3, aanpassingen diverse tankputten TKP2 en TKP3): GS Limburg hebben het ontwerpbesluit genomen dat de omgevingsvergunning wordt verleend, deze ligt nu 6 weken ter inzage voor zienswijzen, zaaknummer 2020-207672. • Revisie Vergunning OCI: Aanpassing QRA model OCI ammoniak ringleiding, zaaknummer 2021-208595 De resultaten van deze QRA worden gepresenteerd in de vorm van plaatsgebonden risico-contouren (PR-contouren). Naast de PR-contouren is ook het PR-risico berekend op het door het bevoegd gezag aangegeven punten (In het veiligheidsrapport [8] zijn deze aangegeven als de VR-punten 01 tm 09). Het groepsrisico wordt via de FN-curve en per slachtoffercategorie gepresenteerd.

Kenmerk UIJ220601-ANQORE-v2.2

Datum: 07-07-2022

Pagina 4 van 51

Inhoudsopgave 1

Inleiding...............................................................................................................................................8

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=SittardGeleen&id=5946dd7c-3158-483c-a825-2590c3aca620