CConstaterende datSittard-Geleen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 - Rapport belastingmaatregelen 2022 defintief

Raad 15 december 2021, gemeente Sittard-GeleenBij agendapunt: Voorstel tarieven en belastingen 2022 (Buhler) (102)25.608 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Belastingmaatregelen 2022

BELASTINGMAATREGELEN 2022 SITTARD-GELEEN

Colofon Belastingmaatregelen 2022 09-11-2021 Samenstelling Gemeente Sittard-Geleen Concerncontrol Postbus 18 6130 AA Sittard Inlichtingen Tel: 14 046

INHOUDSOPGAVE 1. BELEIDSKADER GEMEENTELIJKE BELASTINGEN ............................................................................................ 3 1.1 B ELEIDSKADER .......................................................................................................................................................3 1.2 M OTIES LOKALE HEFFINGEN ...................................................................................................................................3 1.3 G EMIDDELDE INDEXERING 2022 ............................................................................................................................4 2. VOORSTELLEN GEMEENTELIJKE BELASTINGEN EN TARIEVEN ....................................................................... 5 2.1 G EMEENTELIJKE W OONLAST ..................................................................................................................................5 2.2 V OORSTELLEN INZAKE KOSTENDEKKENDHEID ...........................................................................................................6 2.3 O VERIGE VOORSTELLEN GEMEENTELIJKE BELASTINGEN EN RECHTEN .........................................................................8 3. OVERZICHT GEMEENTELIJKE BELASTINGEN EN RECHTEN .............................................................................

9 3.1 I NLEIDING .............................................................................................................................................................9 3.2 A LGEMENE BELASTINGEN EN PARKEERBELASTING ....................................................................................................9 3.3 A FVALSTOFFENHEFFING EN RIOOLHEFFING ...........................................................................................................23 3.4 R ECHTEN .............................................................................................................................................................31 3.5 L EGES .................................................................................................................................................................38 4.

VERGELIJKINGSTABELLEN ............................................................................................................................44 T EKSTUELE WIJZIGINGEN VERORDENINGEN ( EXCLUSIEF LEGESTABEL ) ............................................................................44 T ARIEFSWIJZIGINGEN VERORDENINGEN ( EXCLUSIEF LEGESTABEL ) .................................................................................58 W IJZIGINGEN TARIEVEN EN TEKSTEN LEGESTABEL ........................................................................................................81

2

1. BELEIDSKADER GEMEENTELIJKE BELASTINGEN 1.1 BELEIDSKADER Het beleidskader van de gemeentelijke belastingen en heffingen is vastgelegd in het coalitieakkoord 2018-2022, waarbij het bestaande beleid van de afgelopen jaren wordt voortgezet. In de programmabegroting 2022 is het kader van de gemiddelde gemeentelijke woonlast voor 2022 nader uitgewerkt. Besluitvorming over aanpassingen van de verordeningen en tarieven voor 2022 vindt plaats door het voorstel belastingmaatregelen 2022 waar dit boekwerk onderdeel van uitmaakt. Voor het gemeentelijk belastingkader 2022 gelden de volgende uitgangspunten: - De tarieven worden uitsluitend geïndexeerd, tenzij sprake is van noodzakelijke investeringen op het gebied van afval en riool. Het indexpercentage wordt vastgesteld op 1,5%. - Als invulling van de motie heroverwegen lastenverhoging wordt de 2,5% verhoging bij de woningen voor 2022 niet doorgevoerd. - De algemene heffingen (honden- en toeristenbelasting) worden benaderd als bestemmingsheffing (maximaal 100% kostendekkend), voor zover er dekkingsmiddelen zijn. De tarieven van de hondenbelasting worden als invulling van de motie gefaseerde afbouw hondenbelasting voor 2022 verlaagd met 50% ten opzichte van 2021. - Lastenverdeling naar rato van draagkracht op basis van redelijkheid en billijkheid. - De afnemer/ vervuiler betaalt.

- De dienstverlening is kostendekkend, alle kosten worden gedekt door de opbrengsten. 1.2 MOTIES LOKALE HEFFINGEN Bij de begrotingsbehandeling 2021 in november 2020 heeft de gemeenteraad twee moties aangenomen, de motie ‘heroverwegen lastenverhoging’ en ‘de motie gefaseerde afbouw hondenbelasting’. In de programmabegroting 2022 hebben we deze moties uitgewerkt binnen de beschikbare financiële ruimte.  OZB woningen In de programmabegroting 2021 is door de gemeenteraad besloten om voor 2022 de tarieven van de OZB structureel met 2,5% te verhogen. In de programmabegroting 2022 hebben wij voorgesteld om voor de jaren 2022 en 2023 de verhoging bij de OZB-woningen terug te draaien. Voor de OZB niet-woningen blijft de verhoging gehandhaafd. Wij streven naar niet alleen een verlaging voor de jaren 2022 en 2023, maar een structurele lastenverlaging. Of wij deze maatregel met ingang van 2024 daadwerkelijk structureel kunnen maken, zal te zijner tijd blijken uit de beschikbare financiële ruimte. In de tariefberekening van de OZB woningen is het terugdraaien van de tariefverhoging met 2,5% verwerkt.  Hondenbelasting Bij de begrotingsbehandeling 2022 is voorgesteld om de hondenbelasting voor de jaren 2022 en 2023 op het niveau van kostendekkendheid te brengen. Hiervoor zijn de tarieven ten opzichte van 2021 met 50% gedaald.

Of wij deze maatregel met ingang van 2024 structureel kunnen maken, zal te zijner tijd blijken uit de beschikbare financiële ruimte.  Voucher milieupark Om tegemoet te komen aan alle inwoners dus ook die niet in bezit zijn van een woning, hebben wij in de programmabegroting 2022 besloten om in 2022 eenmalig een voucher te geven voor het gratis wegbrengen van afval naar onze milieuparken. Wij gaan ervan uit dat dit leidt tot een vermindering van het illegaal dumpen van afval bij afvalbakken en ondergrondse installaties (OGI’s) in de wijken en in de buitengebieden. 3

Met andere woorden, dit kan bijdragen aan het beperken van de milieuoverlast en de kosten die hiermee gepaard gaan, waardoor een structureel effect kan worden bereikt.

1.3 GEMIDDELDE INDEXERING 2022 De indexering van de gemeentelijke belastingen en heffingen gebruiken wij vooral voor de indexering van de personele kosten en de verbonden partijen. In de meicirculaire 2021 zijn de verschillende indexeringspercentages voor 2022 opgenomen. Om de indexering te bepalen baseren wij ons voor 40% op de prijsmutatie van het Bruto Binnenlands Product (BBP), zijnde 1,6%. Daarnaast voor 60% op de prijsmutatie van de loonvoet sector overheid (de gemiddelde ontwikkeling van de loonkosten in de sector overheid), zijnde 1,5%. Gemiddeld leidt dit tot een indexering van 1,5%. De rechten voor afval en riool indexeren wij niet, bij deze heffingen begroten wij op basis van een reële verwachting van de verwachte kosten en opbrengsten waarin een eventuele indexering is meegenomen. Voor de volgende tarieven stellen wij voor om niet te indexeren: Precariobelasting terrassen en reclamebelasting De gemeenteraad heeft vanwege de coronacrisis besloten om over belastingjaar 2021 geen precariobelasting terrassen en reclamebelasting te heffen. Daarom indexeren wij deze tarieven voor 2022 niet. - Jaarmarkten In 2021 hebben de jaarmarkten vanwege Corona geen doorgang gevonden. Daarom passen wij de tarieven voor 2022 niet aan. - Publiekrechtelijke parkeertarieven Deze tarieven handhaven wij op het niveau van 2021.

Havenrechten en aanlegrechten uitweg De havengelden en aanlegrechten uitweg indexeren wij niet omdat door indexering de tarieven meer dan kostendekkend worden. - Leges o waarvoor gemaximeerde wettelijke tarieven gelden, zoals paspoorten; o leges omgevingsvergunningen, i.v.m. de invoering van de omgevingswet per 1 juli 2022 komt er per die datum een nieuwe tarieventabel. De leges omgevingsvergunningen beoordelen wij dan opnieuw.

4

2. VOORSTELLEN GEMEENTELIJKE BELASTINGEN EN TARIEVEN 2.1 GEMEENTELIJKE WOONLAST De gemiddelde gemeentelijke woonlast 1 bestaat uit de gemiddelde aanslag OZB-woningen, de gemiddelde afvalstoffenheffing en de rioolheffing. Tabel 1 Gemiddelde gemeentelijke woonlast 2021

2022 inclusief 2,5% OZB

2022

Afwijking t.o.v. 2021

% afwijking t.o.v. 2021

OZB tarief woningen

0,1982%

0,1931%

0,1887%

-0,01%

-4,8%

Gemiddelde WOZ waarde

€ 201.509

€ 211.725

€ 211.725

€ 10.216

5,1%

Gemiddelde OZB aanslag woningen

€ 399,39

€ 408,84

€ 399,53

€ 0,14

0,0%

Vastrecht afvalstoffenheffing

€ 192,84

€ 194,76

€ 194,76

€ 1,92

1,0%

Gemiddeld variabel recht (Diftar) incl. milieupark

€ 103,41

€ 110,17

€ 110,17

€ 6,76

6,5%

Gemiddelde afvalstoffenheffing

€ 296,25

€ 304,93

€ 304,93

€ 8,68

2,9%

Rioolheffing

€ 181,44

€ 207,48

€ 207,48

€ 26,04

14,4%

Gemiddelde woonlast

€ 877,08

€ 921,25

€ 911,94

€ 34,86

4,0%

+ stijging tarief/ - is daling tarief

Om de mutatie van de woonlasten voor de inwoners te kunnen bepalen gaan wij voor de WOZ-waarden uit van de prognose van de BsGW. Dit leidt tot een gemiddelde WOZ-waarde van € 211.725. Indien wij de reeds besloten verhoging van 2,5% op de OZB-woningen niet zouden terugdraaien dan leidt dit tot een gemiddelde OZB-aanslag van € 408,84 en een gemiddelde woonlast van € 921,25. Dit betekent ten opzichte van 2021 een stijging van de woonlasten met 5%. Doordat we de stijging van 2,5% op de OZB-woningen terugdraaien blijft de stijging van de gemiddelde gemeentelijke woonlast beperkt tot 4,0%. Deze stijging wordt met name veroorzaakt door de stijging van het afvalen riooltarief. In hoofdstuk 3 worden de belangrijkste ontwikkelingen en genomen maatregelen in het kader van de tariefontwikkeling van de OZB-woningen (3.2.1), afvalstoffenheffing (3.3.1) en rioolheffing (3.3.2) toegelicht.

1

vanaf nu genaamd de gemiddelde woonlast.

5

Uit het belastingoverzicht 2021 blijkt dat onze gemeente net als in 2019 en 2020 plaats 4 op de ranglijst heeft, de gemiddelde gemeentelijke woonlast voor een woningeigenaar in Sittard-Geleen is voor 2021 € 48,91 hoger (2020 € 30,06) dan het gemiddelde van de 4 grootste Limburgse gemeenten. De afgelopen jaren zijn de woonlasten voor onze inwoners sterk gestegen. Dit is onder meer veroorzaakt door de hoger wordende kosten van de afvalstoffenen rioolheffing. Maar ook door de stijging van de OZB voor woningen. Deze stijging is de afgelopen jaren nodig geweest om de begroting in 2019 sluitend te maken en in 2021 om ruimte te creëren voor nieuw beleid en reparatie van bestaand beleid.

300,85

2

96,19

178,15

2

300,42

3

396,61

3

779,42

1

Maastricht

243.459

4

289,72

1

51,48

199,50

4

336,21

4

387,69

2

825,43

3

Sittard-Geleen

203.512

2

403,36

4

0,00

181,44

3

276,42

2

276,42

1

861,22

4

Venlo

224.492

3

368,39

3

155,30

155,30

1

274,21

1

429,51

4

797,90

2

Streefwaarde:

207.525

332,91

179,89

299,51

812,31

Gemiddeld Provincie

228.085

330,27

215,55

271,48

817,30

Afvalstoffen heffing

Gemeentelijke lasten gebruiker

Rang

1

Rioolrecht eigenaar/ gebruiker

Rang

158.637

Rioolrecht gebruiker

Rang

Heerlen

Gemeente

OZB Eigenaar

Rang

Gemeentelijke lasten eigenaar / gebruiker

Gemiddelde waarde woningen

Rang

Rang

Tabel 2 Belastingoverzicht 2021 4 grootste gemeenten van Limburg

* waarbij rang 1 de goedkoopste gemeente is en rang 4 de duurste

Vastgesteld kan worden dat het op dit moment niet haalbaar is om de streefwaarde naar het gemiddelde van de vier grootste gemeenten te brengen. Een vergelijking van de woonlasten voor 2022 is op dit moment nog niet te maken, omdat niet bekend is welke voorstellen de andere gemeenten nemen over de gemeentelijke woonlasten. In maart 2022 wordt het belastingoverzicht van de provincie gepubliceerd, op dat moment is bekend wat de woonlasten van de andere gemeenten gaan doen. 2.2 VOORSTELLEN INZAKE KOSTENDEKKENDHEID 2.2.1 Onderzoek kostendekkendheid Een onderzoek naar de kostendekkendheid, in hoeverre de opbrengsten de kosten van een bepaalde dienst dekken, voeren wij jaarlijks uit. Dit is zowel een wens van de Raad, een verplichting vanuit de Gemeentewet als een verplichting vanuit de BBV (Besluit Begroting en Verantwoording) voor een aantal rechten en heffingen. Naast het uitgebreide onderzoek in dit boekwerk geven wij conform de richtlijnen van het BBV de kostendekkendheid op hoofdlijnen weer in de paragraaf lokale heffingen van de programmabegroting 2022. Zowel de opbrengsten als de kosten dienen op het niveau van de gehele (leges)verordening en niet per individuele dienst of groep van diensten bezien te worden. Het is aan de gemeenteraad om te bepalen welke deel van de kosten die toegerekend mogen worden daadwerkelijk verhaald worden via de tarieven.

Bij de rechten en bestemmingsheffingen onder artikel 229 Gemeentewet dient er sprake te zijn van een aanwijsbare tegenprestatie door de overheid. Voor de vaststelling van de rechten zijn wij gehouden aan het vereiste dat de geraamde opbrengsten de geraamde kosten niet mogen overschrijden. Er dient dus sprake te zijn van ten hoogste kostendekkende tarieven.

6

2.2.2 Webapplicatie kostendekkenheid.nl Vanaf de begroting 2020 berekenen wij de kostendekkendheid met behulp van de webapplicatie kostendekkendheid.nl. Deze applicatie is een hulpmiddel om alle berekeningen centraal en uniform te verwerken en te bewaren. De webapplicatie zorgt er daarnaast voor dat meer in detail berekeningen gemaakt kunnen worden. De overzichten in het boekwerk komen rechtstreeks uit de applicatie. 2.2.3 Toerekenbare kosten Er mogen alleen kosten worden toegerekend aan de belastingen en heffingen die direct met de dienstverlening samenhangen. Tot de toe te rekenen kosten behoren onder andere:  Directe loonkosten  Overheadkosten (o.a. financiën, juridisch, ambtelijke huisvesting, ict, facilitair, etc..)  Directe materiaalkosten  Perceptiekosten (kosten heffen en invorderen)  Kosten bezwaar en beroep gericht tegen de belastingheffing of belastinginvordering  Kosten oninbaarheid  Kosten kwijtschelding  BTW-Compensatiefonds kosten  Voorlichtingskosten, voor zover niet samenhangend met beleidsvoorbereiding en beleidsvaststelling.  Kosten met betrekking tot handhaving, toezicht en controle mits het hier de eerste controle op het nakomen van vergunningverlening betreft of specifiek samenhangt met de verleende dienst zoals de milieucontrole bij afvalstoffenheffing De overhead rekenen wij extracomptabel toe aan de verschillende rechten en heffingen.

De methode van toerekening van de overhead is vastgesteld door Raad in de financiële verordening. Het overheadtarief voor 2022 bedraagt € 42.000 per fte per jaar. 2.2.4 Niet toerekenbare kosten De kosten die niet direct met de dienstverlening samenhangen, mogen niet doorberekend worden. Het gaat hierbij om onder meer:  Kosten voor algemene beleidsvoorbereiding  Kosten met betrekking tot handhaving, toezicht en controle  Kosten van inspraak- en bezwaarprocedures, met uitzondering hetgeen bij toerekenbare kosten genoemd wordt 2.2.5 100% kostendekkendheid Het is niet realistisch om voor alle gemeentelijke belastingen en rechten 100% kostendekkend te zijn. Voor bepaalde leges gelden maximale wettelijke tarieven (bijvoorbeeld identiteitsbewijzen). In sommige gevallen is sprake van minimale dienstverlening die wij als gemeente moeten en willen verstrekken. Als de kostendekkendheid van een belasting of heffing wijzigt betekent dit niet dat er een nadeel of voordeel is voor de gemeente (algemene middelen), alleen dat de toerekening van kosten en opbrengsten is gewijzigd. Voorof nadelen voor onze gemeente ontstaan alleen wanneer er een wijziging van het budget plaatsvindt in de begroting dat gevolgen heeft op het resultaat.

Kruissubsidiering Bij activiteiten waarbij meerdere tarieven in één verordening staan, kan zich de vraag voordoen op welk niveau de kostendekkendheid moet worden getoetst. Het uitgangspunt daarbij is toetsing op verordeningenniveau, dus niet per tarief (activiteit), waarbij de geraamde kosten van alle benoemde activiteiten worden gedekt door de gezamenlijke opbrengsten uit de te heffen belastingen. Hierdoor is zogenoemde kruissubsidiëring mogelijk: een verwacht overschot bij de ene activiteit wordt gebruikt voor de dekking van een verwacht tekort bij een andere activiteit. Het is dus niet nodig om de kostendekkendheid per activiteit te bepalen. 7

2.2.6 Overige voorstellen Naast de voorstellen tot wijzigingen voortkomend uit het onderzoek van de kostendekkendheid doen wij ook andere voorstellen tot beleidsmatige wijziging van de verordeningen en de tarieven. Tekstmatige wijzigingen van de verordeningen en tarieventabellen zijn alleen opgenomen in de vergelijkingstabellen in hoofdstuk 4 van dit boekwerk. Voor een nadere toelichting op de voorstellen verwijzen wij naar hoofdstuk 3. 2.3 OVERIGE VOORSTELLEN GEMEENTELIJKE BELASTINGEN EN RECHTEN Onderstaande voorstellen hebben betrekking op aanpassingen van de tarieven of het beleid die los staan van de kostendekkendheid. Deze voorstellen worden verder toegelicht in hoofdstuk 3 overzicht gemeentelijke belastingen en rechten. Er zijn voor 2022 geen voorstellen voor de kostendekkendheid. Tabel 3 Overige voorstellen

J.

Belasting/ Leges De verhoging van 2,5% van de OZB-opbrengst woningen besloten in de Onroerende zaakbelasting programmabegroting 2021 voor de jaren 2022 en 2023 niet doorvoeren. Niet indexeren van de tarieven voor de precariobelasting terrassen. Precariobelasting Niet indexeren van de tarieven voor reclamebelasting. Reclamebelasting Verlagen van de tarieven voor de hondenbelasting voor 2022 en 2023 ten Hondenbelasting opzichte van 2021 met 50% Verlagen van het tarief van de camping op basis van een benchmark Toeristenbelasting Afschaffen van de mogelijkheid om op basis van een forfait aangifte te doen Toevoegen van de eigen bijdrage kinderopvang aan de regeling kwijtschelding Regeling kwijtschelding Schrappen van de vrijstelling voor begraafplaatsen Rioolheffing Uitstellen van het gefaseerd verhogen van de tarieven van de jaarmarkten met Marktgelden € 1,00 per jaar van 2022 naar 2023 Niet indexeren van de tarieven voor de scheepvaartrechten. Scheepvaartrechten

K. L. M. N. O. P.

Niet indexeren van de tarieven voor aanlegrechten uitweg. Intrekken van de verordening telecommunicatierechten 2021 Vervallen van de verwijzing naar het Legesbesluit akten burgerlijke stand Toevoegen van artikelen inzake wijziging van een huwelijk Wijzigen van de titel van telecommunicatie naar kabels en leidingen Aanpassing artikelen naar de nieuwe Alcoholwet.

A. B. C. D. E. F. G. H. I.

Aanlegrechten uitweg Telecommunicatierechten Legesverordening, hoofdstuk 1 Legesverordening, hoofdstuk 3

Voor een nadere toelichting op de voorstellen verwijzen wij naar de toelichtingen bij de betreffende verordeningen in hoofdstuk 3.

8

3. OVERZICHT GEMEENTELIJKE BELASTINGEN EN RECHTEN 3.1 INLEIDING In dit hoofdstuk behandelen wij alle gemeentelijke belastingen en rechten met de belangrijkste wijzigingen.

3.2 ALGEMENE BELASTINGEN EN PARKEERBELASTING In deze paragraaf behandelen wij alle algemene gemeentelijke belastingen en de parkeerbelasting met de belangrijkste wijzigingen. De tarieven van deze belastingen mogen meer dan kostendekkend zijn. De algemene belastingen zijn: - Onroerende zaakbelasting (OZB) - Roerende zaakbelasting - Precariobelasting - Reclamebelasting - Hondenbelasting, en - Toeristenbelasting. 3.2.1 Onroerende Zaakbelasting (OZB) Het OZB-tarief is gebaseerd op de OZB-opbrengst. De OZB-opbrengst wordt bepaald door de WOZ-waarde te vermenigvuldigen met het OZB-tarief. Ieder jaar worden de WOZ-waarden opnieuw bepaald en aangepast. Ons beleid is om de wijzigingen van de WOZ-waarde te compenseren door een aanpassing aan het tarief. Hierdoor heeft een verandering in de WOZ-waarde geen invloed op de OZB-opbrengst en op de gemiddelde aanslag OZB. De WOZ-waarde is een absolute waarde die aangeleverd wordt door BsGW. Wijzigingen in de WOZ-waarden kunnen ontstaan door:  bezwaar- en beroepschriften;  leegstand;  jaarlijkse waardeontwikkelingen, deze worden gecompenseerd in het tarief en hebben geen invloed op de OZB-opbrengst. De gemeente is vrij om te bepalen hoeveel opbrengsten ze wil ophalen uit de OZB. Wij ontvangen hiervoor wel een korting op het gemeentefonds.

Aanpassingen in de OZB-opbrengsten kunnen ontstaan door:  indexering;  hogere kosten van oninbaarheid;  verhoging van de opbrengsten voor het sluitend maken van de begroting of mogelijk maken van nieuw beleid. Onderstaand is er ter verduidelijking een stroomschema opgenomen.

9

Berekening WOZ-waarde en OZB-opbrengst

10

11

Overgang naar waarderen op oppervlakte Vanaf 2022 taxeert BsGW alle woningen op vierkante meters (gebruiksoppervlakte). Dit is een landelijke verplichting waardoor we overgaan van kubieke meters naar vierkante meters. Dit zorgt landelijk voor duidelijkheid en eenheid voor woningeigenaren. Het omrekenen van bruto inhoud naar gebruiksoppervlakte zal in het algemeen niet zorgen voor een aanpassing van de WOZ-waarde. In het traject naar waardering op oppervlakte zijn alle woningen opnieuw beoordeeld op basis van bouwtekeningen en ook luchtfoto’s en andere gegevens. Hierdoor zijn de gegevens van BsGW actueel, deze actualisatie kan wel leiden tot wijzigingen in de WOZ-waarde. Voor de berekening van het OZB tarief gaan we uit van de meest actuele prognose van de WOZ waarde. De nieuwe wijze van waardebepaling heeft dus geen invloed op de gemiddelde OZB heffing. Onderstaand een overzicht van de wijzigingen voor woningen op basis van de prognose van de BsGW. Tabel 4 Wijziging OZB tarief woningen Wijziging OZB tarief woningen

Wijziging tarief

Waardemutatie WOZ 2022 Mutatie WOZ-waarde afronding

-5,1% bezwaren

en

-1,2%

Indexering 2022 OZB

1,5%

Wijziging tarief

-4,8%

+ = stijging van het tarief De BsGW verwacht een gemiddelde stijging van de WOZ-waarden van de woningen van 5,1%. Om de OZBopbrengst en daarmee de aanslag voor de belastingplichtige gelijk te houden aan 2021 daalt het tarief met 5,1%. De WOZ-waarden wijzigen verder met 1,2% doordat er rekening wordt gehouden met overige wijzigingen, zoals bezwaren en bijstelling van de WOZ-waarde 2021. Tenslotte stijgt het tarief en de OZB-aanslag door de indexering van 1,5%. Tabel 5 Vergelijking OZB tarief woningen OZB tarief woningen eigenaren

2021

2022

% wijziging

0,1982%

0,1887%

-4,8%

+ = stijging van het tarief Het tarief daalt met 4,8%, maar door de waardestijging betekent dit voor een huiseigenaar dat de OZB aanslag gemiddeld nagenoeg gelijk blijft aan 2021. Voorstellen tot beleidsmatige aanpassing van de verordening A. De verhoging van 2,5% van de OZB-opbrengst woningen besloten in de programmabegroting 2021 voor de jaren 2022 en 2023 niet doorvoeren. Wij streven erna om deze structurele verhoging van 2,5% niet alleen voor de jaren 2022 en 2023 terug te draaien, maar vanaf 2024 ook structureel. De eerder besloten extra verhogingen met jaarlijks 1% in 2023 en 2024 in de meerjarenbegroting blijven gehandhaafd.

12

Tabel 6 Wijziging OZB tarief niet-woningen Wijziging tarief eigenaren

Wijziging tarief gebruikers

Waardemutatie WOZ 2022

3,2%

3,2%

Mutatie WOZ-waarde bezwaren, leegstand gebruikers en afronding

0,2%

0,3%

Indexering 2022 OZB

1,5%

1,5%

Extra verhoging OZB

2,5%

2,5%

Wijziging tarief

7,4%

7,5%

Wijziging OZB tarief niet-woningen

+ = stijging van het tarief De BsGW verwacht een gemiddelde daling van de WOZ-waarden van de niet-woningen van 3,2%. Om de OZBopbrengst en daarmee de aanslag voor de belastingplichtige gelijk te houden aan voorgaand jaar stijgt het tarief met 3,2%. De WOZ-waarde voor de eigenaar wijzigt verder met 0,2% doordat er rekening wordt gehouden met overige wijzigingen, zoals bezwaren en bijstelling van de WOZ-waarde 2021. Door een hogere leegstand stijgt het tarief van de gebruikers met 0,1% meer dan bij de eigenaren. Het tarief en de OZB-aanslag stijgt door een indexering van 1,5% en om ruimte te creëren voor nieuw beleid en reparatie van bestaand beleid stijgt het tarief met 2,5%. De 2,5% stijging van het tarief is in de programmabegroting 2021 door de gemeenteraad besloten. Tabel 7 overzicht OZB-tarieven niet-woningen 2021-2022 OZB tarief niet-woningen

2021

2022

% wijziging

eigenaren

0,6683%

0,7175%

7,4%

gebruikers

0,5226%

0,5616%

7,5%

Totaal indien eigenaar en gebruiker

1,1909%

1,2791%

7,4%

+ = stijging van het tarief Wij benadrukken ook aandacht te hebben voor onze bedrijven. Wij zijn er ons van bewust dat het OZB-tarief nietwoningen in 2021 de hoogste van Nederland is. Het financieel perspectief laat het nu echter niet toe om ook de extra OZB-verhoging van 2,5% voor niet-woningen (ruim € 0,8 mln.) in 2022 en 2023 niet door te voeren. Wij realiseren ons dat de bedrijven, zowel MKB als grootbedrijven, nog dagelijks de gevolgen van de coronacrisis ondervinden. Wij hebben ook in 2022 nog een coronabuffer beschikbaar om bedrijven, verenigingen en instellingen te ondersteunen. Om verder vorm te geven aan het herstel uit deze crisis hebben wij in de programmabegroting 2022 voorgesteld om een stimuleringsfonds te vormen voor het MKB en hieraan een bedrag toe te voegen van € 0,5 mln. Wij willen dit bedrag inzetten voor gerichte incidentele impulsen aan het bedrijfsleven. Areaaluitbreiding Door uitbreiding van een gebied, bijvoorbeeld door de bouw van een nieuwe woonwijk of nieuwe fabriek stijgt het areaal van de gemeente. Dit betekent dat er nieuwe woningen of niet-woningen meegenomen worden in de OZB. Dit areaal zorgt voor extra opbrengsten voor de gemeente. Negatief areaal door sloop van gebouwen leidt tot minder opbrengsten voor de gemeente. 13

Tabel 8 Areaaluitbreiding 2022 Areaaluitbreiding 2022 Totaal Tarief 2022

woningen 0,1887%

niet-woningen (eigenaar) 0,7175%

niet-woningen (gebruiker) 0,5616%

WOZ-waarde areaaluitbreiding

-€ 3.093.000

€ 9.818.000

€ 9.818.000

OZB-opbrengst areaal

-€ 5.836

€ 70.444

€ 55.138

WOZ-waarde voor correctie

-€ 2.474.400

€ 6.872.600

€ 6.872.600

Tarief correctie

-0,0838%

-0,1631%

-0,1315%

Correctie opbrengst GF

€ 2.074

-€ 11.209

-€ 9.037

-€ 18.172

OZB opbrengst na correctie

-€ 3.762

€ 59.235

€ 46.101

€ 101.574

OZB opbrengst afgerond

-€ 4.000

€ 60.000

€ 46.000

€ 102.000

Totaal

€ 119.746

Correctie gemeentefonds

De areaaluitbreidingen zorgen ervoor dat we meer eigen opbrengsten kunnen genereren, hiervoor wordt de gemeente deels gekort op de uitkering van het gemeentefonds. Voor woningen is er voor 2022 negatief areaal, dit betekent dat het aantal woningen in de gemeente is verminderd. Er zijn meer woningen gesloopt dan dat er woningen zijn gebouwd. Voor 2022 staat er nog een taakstelling op areaal woningen van € 50.000, dit betekent dat er door areaal opbrengsten extra OZB-opbrengsten van € 50.000 genegeerd moeten worden om deze taakstelling te realiseren. Om deze taakstelling in te vullen is het nodig om € 26,5 mln. extra WOZ-waarde door areaal te hebben op woningen. Aangezien er zelfs negatief areaal is op woningen kan deze taakstelling niet worden ingevuld. De areaal uitbreiding voor de niet-woningen leidt tot een hogere OZB-opbrengst van € 106.000 afgerond. De uitbreiding heeft betrekking op nieuwe bedrijven die zich vestigen op het Chemelot terrein. Vanaf 2024 anticiperen we op ontwikkelingen op het Chemelot terrein, hiervoor hebben we in de begroting een extra OZB-opbrengst van € 170.000 jaarlijks geraamd oplopend tot € 1,7 mln. over 10 jaren. Omdat de areaal uitbreiding van 2022 betrekking heeft op bedrijven die zijn meegenomen in de raming van € 1,7 mln. wordt deze alleen voor de jaren 2022 en 2023 meegenomen in de begroting, vanaf 2024 is dit al meegenomen in de begroting.

14

3.2.2 Precariobelasting De Verordening precariobelasting 2022 is gebaseerd op artikel 228 van de gemeentewet. Precariobelasting kan worden geheven ter zake van het hebben van voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond. Omdat het een algemene belasting betreft is een onderzoek naar de kostendekkendheid van de tarieven niet van toepassing. In Sittard-Geleen heffen wij alleen precariobelasting over de terrassen en standplaatsen die staan op gemeentegrond. De hoogte van de precariobelasting is afhankelijk van de grootte van het terras of de standplaats. Voorstellen tot beleidsmatige aanpassing van de verordening B. Niet indexeren van de tarieven voor de precariobelasting terrassen. In 2020 is de precariobelasting op terrassen vanwege Corona 5 maanden verminderd. Bij de belastingmaatregelen 2021 heeft de gemeenteraad besloten om de tarieven precariobelasting 2021 ten opzichte van 2020 te indexeren. De gemeenteraad heeft in 2021 bij de vaststelling van de 1e programmarapportage 2021 op 22 april 2021 besloten om over 2021 geen precariobelasting terrassen te heffen. Daarom stellen wij nu voor om de tarieven voor terrassen niet te indexeren ten opzichte van 2021, de indexering 2021 is in de praktijk immers niet geheven. Het tarief 2022 voor de terrassen blijft daarmee hetzelfde als het tarief van 2021 dat niet in rekening is gebracht.

De tarieven voor de standplaatsen indexeren wij wel, het betreft hier standplaatshouders van bijvoorbeeld een loempia- of oliebollenkraam die niet op de week- of wijkmarkten staan. Tabel 9 Wijziging tarieven precariobelasting precariobelasting

2021

2022

% wijziging

Terras, per jaar per m2

€ 14,20

€ 14,20

0,0%

Standplaats, per dag per m1

€ 1,80

€ 1,85

2,8%

€ 6,90

1,5%

Standplaats bijzondere locaties per m1 € 6,80 Door afronding op € 0,05 wijkt de stijging van de tarieven af van de indexering.

De tarieven zijn historisch tot stand gekomen en worden in principe ieder jaar geïndexeerd.

15

3.2.3 Reclamebelasting De Verordening Reclamebelasting is gebaseerd op artikel 227 van de gemeentewet. Reclamebelasting kan worden geheven ter zake van openbare aankondigingen welke zichtbaar zijn vanaf de openbare weg. In 2008 is gekozen voor de reclamebelasting als meest geschikte belasting voor de financiering van een ondernemersfonds c.q. Centrummanagement. De reclamebelasting is vrij eenvoudig te heffen met als uitgangspunt een solidariteitstarief voor iedere ondernemer met daar bovenop beperkte verhogingen/differentiatie naarmate de grootte van de reclamevoering. In 2009 is de reclamebelasting door de raad vastgesteld ter financiering van het Centrummanagement. In 2015 is ervoor gekozen om de samenwerking met Centrummanagement voort te zetten in een nieuwe structuur en nieuwe opzet (coöperatie vorm). Ook in deze periode wordt de reclamebelasting ingezet ter financiering van het Centrummanagement. Aangezien het een algemene belasting betreft is een onderzoek naar de kostendekkendheid van de tarieven niet van toepassing. De opbrengst van de reclamebelasting storten wij na aftrek van de uitvoeringskosten volledig door naar beide centrummanagements. Een verhoging van deze belasting heeft geen effect op de begroting van de gemeente. Voorstellen tot beleidsmatige aanpassing van de verordening C. Niet indexeren van de tarieven voor reclamebelasting.

Op verzoek van het centrummanagement Geleen en Sittard verhogen wij de tarieven jaarlijks met 2% voor een periode van 5 jaar vanaf 2020. Voor 2020 en 2021 zijn de tarieven met 2% verhoogd. Vanwege Corona en het niet heffen van de reclamebelasting in 2021 hebben beide besturen van centrummanagement via een brief aangegeven voorstander te zijn van het bevriezen van de tarieven op het niveau van 2021 om vervolgens weer vanaf 2023 de indexering overeenkomstig oorspronkelijk verzoek te continueren. De besturen geven aan dit als ‘charme’-gebaar richting de ondernemers te willen doen, ook zijn de gevolgen van corona voor de lange termijn nog erg onduidelijk. Verder worden de verschillen tussen de tarieven van 2020 en 2022 bij indexering te groot.

16

3.2.4 Hondenbelasting Hondenbelasting is een algemene belasting welke wordt geheven ter zake van het houden van een hond binnen de gemeente. Tabel 10 Berekening kostendekkendheid hondenbelasting Taakveld Kosten

Bedrag

0.64

Belastingen overig

€ 17.900

5.7

Openbaar groen en recreatie

€ 117.852

6.3

Kwijtschelding eerste hond

€ 17.000

7.4

Milieubeheer

€ 57.500

5.7

Personeelskosten

€ 78.924

0.4

Overhead

€ 63.022

0.8

BTW / BCF

€ 13.044 € 365.242

Totaal Kosten Opbrengsten inclusief voorstel verlaging van de tarieven met 50%

Bedrag

1.1

1e hond

€ 342.000

1.2

2e hond

€ 47.430

1.3

3e hond e.v.

€ 8.448

1.4

Kennel

€ 3.377

Totaal Opbrengsten

€ 401.255

Totaaloverzicht

Bedrag

Totaal kosten

€ 365.242

Totaal opbrengsten

€ 401.255 110%

Kostendekkendheidspercentage

Voorstellen tot beleidsmatige aanpassing van de verordening D. Verlagen van de tarieven voor de hondenbelasting voor 2022 en 2023 ten opzichte van 2021 met 50% De hondenbelasting is een algemene belasting, de kosten mogen de opbrengsten overschrijden. Bij de behandeling van de belastingmaatregelen 2021 is de motie gefaseerde afbouw hondenbelasting aangenomen. In de programmabegroting 2022 is besloten om de tarieven voor de hondenbelasting voor de jaren 2022 en 2023 te verlagen met 50%. Met het gevolg dat de kostendekkendheid flink daalt van 222% naar 110%. Zoals eerder aangegeven, streven wij naar structurele lastenverlaging. Of wij deze maatregelen met ingang van 2024 daadwerkelijk structureel kunnen maken, zal te zijner tijd blijken uit de beschikbare financiële ruimte. De kosten voor de kwijtschelding van de eerste hond dalen van € 40.000 naar € 17.000 door het lagere tarief, maar ook doordat er minder inwoners in aanmerking komen voor kwijtschelding. Het aantal honden is ondanks Corona maar licht gestegen met 33 honden.

17

Tabel 11 Wijziging tarieven hondenbelasting Categorie 2021 1e hond 2e hond Iedere hond boven het aantal van 2 Kennel

€ 91,80 € 123,00 € 154,20 € 321,00

2022

% verschil

€ 45,60 € 61,20 € 76,80 € 160,80

-50,3% -50,2% -50,2% -49,9%

Onderstaande vergelijking van de tarieven 2021 met een aantal andere gemeenten. Tabel 12 Benchmark tarieven hondenbelasting 2021 Categorie Maastricht Venlo Heerlen Referentiekader Sittard-Geleen % afwijking

1e hond € 92,39 € 74,48 € 85,10 € 83,99 € 91,80 9%

2e hond € 133,13 € 112,25 € 229,10 € 158,16 € 123,00 -22%

Iedere hond boven het aantal van 2 € 160,91 € 112,25 € 456,60 € 243,25 € 154,20 -37%

Kennel € 370,34 € 411,53 € 1.221,80 € 667,89 € 321,00 -52%

De gemeente Venlo heeft besloten om voor de periode 2018-2021 de tarieven voor de hondenbelasting jaarlijks met 10% te laten dalen ten opzichte van 2017.

18

3.2.5 Toeristenbelasting Onder de naam `toeristenbelasting’ wordt een belasting geheven ter zake van het houden van verblijf binnen de gemeente door personen die niet als ingezetene met een adres in de gemeente in de basisregistratie personen zijn ingeschreven. De gemeente ontvangt namelijk van het Rijk een bedrag per inwoner, voor toeristen ontvangt de gemeente geen geld, terwijl toeristen ook profiteren van de openbare ruimte zoals het onderhoud van de wegen. Tabel 13 Berekening kostendekkendheid toeristenbelasting Taakveld Kosten 3.4

Bedrag

Economische promotie

€ 293.498 € 293.498

Totaal Kosten Opbrengsten 1.1

Hotel / motels / pensions/ B&B's

1.2

Logies & vakantiewoningen

1.3

Camping

Bedrag € 282.000 € 1.629 € 10.080 € 293.709

Totaal Opbrengsten Totaaloverzicht

Bedrag

Totaal kosten

€ 293.498

Totaal opbrengsten

€ 293.709 100%

Kostendekkendheidspercentage

Ook voor de toeristenbelasting is een berekening van de kostendekkendheid uitgevoerd, deze ligt precies op de 100% (2021: 125%). Omdat de toeristenbelasting een algemene belasting is, is het toegestaan om meer dan kostendekkend te zijn. Wij zijn vrij in de besteding van de opbrengst. Kosten toeristenbelasting De kosten van de toeristenbelasting zijn ten opzichte van 2021 met € 0,07 mln. gestegen. Deze stijging wordt veroorzaakt door de hogere kosten van de VVV Zuid-Limburg, het onderhoud van het fietsknooppunt en kleine losse initiatieven op het gebied van vrije tijdseconomie. Aantal overnachtingen Daarnaast is het aantal overnachtingen bij alle drie de categorieën gestegen, de prognose is gebaseerd op het aantal overnachtingen in 2020 en het eerste half jaar 2021. Wij houden gedeeltelijk rekening met het nog te openen Hilton Hotel. Voor een gedeelte zal dit tot extra overnachtingen leiden, maar we houden ook rekening met een zeker verschuivingseffect. Dit leidt tot extra opbrengsten van ongeveer € 15.000. Tarieven toeristenbelasting De tarieven voor de hotels en logies & vakantiewoningen indexeren wij voor 2022. Voorstellen tot beleidsmatige aanpassing van de verordening E. Verlagen van het tarief van de camping op basis van een benchmark Onze gemeente heeft maar één camping, namelijk de naturistencamping.

Hier komen af en toe toeristen op doorreis, maar de vereniging heeft vooral veel leden met een abonnement. De leden binnen de gemeente betalen geen toeristenbelasting, die van buiten de gemeente wel. Alle leden betalen contributie, en betalen op deze wijze mee aan het onderhoud van de camping en de kosten van de openbare ruimte. De camping is vooral een soort vereniging, vergelijkbaar met bijvoorbeeld een volkstuinencomplex, waar mensen hun ‘way 19

of life’ in de praktijk kunnen leven, en niet echt een toeristische bestemming. De vereniging is niet commercieel ingesteld en draait op vrijwilligers. De afgelopen jaren zijn de tarieven van de toeristenbelasting fors verhoogd, in 2019 hebben wij de tarieven met 18,6% verhoogd ter dekking van de kosten van het amendement inzake kwijtschelding hondenbelasting 1e hond. Daardoor is het verblijven op de naturistencamping voor leden buiten de gemeente erg kostbaar geworden. Vanwege de bijzondere positie van deze enige camping in Sittard-Geleen, hebben wij een nieuwe benchmark gemaakt van alleen naturistencampings. Tabel 14 Benchmark naturistencampings Gemeente

Naturistencamping

Aa en Hunze Almere Delft Den Bosch Leudal Oirschot Venray Woensdrecht Zeewolde Gemiddelde van referentiegemeenten Sittard-Geleen

€ 1,20 € 0,30 € 0,85 € 0,75 € 1,30 € 1,70 € 1,25 € 1,50 € 1,18 € 1,11 € 1,32 19%

Tarieven zijn per persoon per overnachting

Het tarief in Sittard-Geleen is door alle eerder besloten verhogingen 18% hoger dan het gemiddelde. Wij stellen daarom voor om de verhoging van 2019 terug te draaien, hierbij houden wij rekening met de normale indexering. Gezien het aantal beperkte overnachtingen heeft dit verder geen invloed op de begroting. Tabel 15 Vergelijking tarieven toeristenbelasting 2021-2022 Begroting 2021 Hotels Logies & vakantiewoningen Camping

F.

Begroting 2022

Afwijking

% Afwijking

Per persoon per overnachting Per persoon per overnachting

€ 2,32

€ 2,35

€ 0,03

1,3%

€ 1,78

€ 1,81

€ 0,03

1,7%

Per persoon per overnachting

€ 1,32

€ 1,12

-€ 0,20

-15,2%

Afschaffen van de mogelijkheid om op basis van een forfait aangifte te doen

Het forfait in de verordening is bedoeld voor wanneer er niet op aangifte toeristenbelasting gedaan kan worden, omdat de verblijfsgegevens niet bekend zijn. Dan wordt er op basis van een aanname van het aantal overnachtende personen en het aantal nachten aangifte gedaan. Op dit moment maakt alleen een aantal particuliere verhuurders gebruik van het forfait, zij gaan nu ook op basis van werkelijke aantallen aangifte doen. 20

Vergelijking toeristenbelasting 2021 In onderstaand schema zijn ter vergelijking de tarieven toeristenbelasting (exclusief camping) voor enkele Limburgse steden weergegeven. Voor de tarieven van hotels ligt het tarief 5% hoger dan de referentiegemeenten, waarbij voor de gemeente Maastricht het tarief voor een 1 stercategorie is gebruikt. Tabel 16 Vergelijking tarieven toeristenbelasting 2021

€ 2,87 € 2,11 € 2,05 € 1,85

Logies, vakantiewoningen & B&B1 € 2,12 € 1,75 € 2,05 € 1,85

€ 2,22 € 2,32 5%

€ 1,94 € 1,78 -8%

Hotels1 Maastricht Venlo Roermond Heerlen Gemiddelde van referentiegemeenten Sittard-Geleen 1

Tarieven zijn per persoon per overnachting

2

Bij Maastricht is het tarief voor een 1 stercategorie gehanteerd.

21

3.2.6 Parkeerbelastingen De Verordening Parkeerbelastingen is gebaseerd op artikel 225 van de gemeentewet en de geldende parkeerverordening. Bij parkeerheffingen moet een onderscheid gemaakt worden tussen publiekrechtelijke en privaatrechtelijke heffingen. Op de openbare weg zijn de publiekrechtelijke heffingen van toepassing. De parkeergarages en afgesloten parkeerterreinen zijn privaatrechtelijk eigendom van de gemeente. Deze parkeertarieven vallen niet onder artikel 225 of artikel 229 van de gemeentewet en zijn dus niet publiekrechtelijk. Het onderscheid tussen publiekrechtelijke en privaatrechtelijke heffingen wordt gemaakt door: - De Gemeentewet, in artikel 156 staat dat de raad de publiekrechtelijke tarieven dient vast te stellen. Volgens artikel 160 van de Gemeentewet is het college bevoegd om de privaatrechtelijk tarieven vast te stellen. - Indien er een verordening aan een heffing ten grondslag ligt, dan kan de heffing publiekrechtelijk genoemd worden. Indien een dergelijke verordening ontbreekt, is de heffing privaatrechtelijk. - Rechten die niet vallen onder artikel 229 van de Gemeentewet zijn privaatrechtelijk. Voor 2022 stellen wij voor om uit te gaan van voortzetting van de parkeermaatregelen 2021. Dit betekent dat de publiekrechtelijke parkeertarieven voor ondermeer het op straat parkeren en de parkeervergunningen niet wijzigen.

Fiscale parkeerboetes (naheffingsaanslag) De naheffingsaanslag (parkeerboetes) is voor het jaar 2021 vastgesteld op het maximaal toegestane tarief van € 65,30. Het nieuwe tarief voor 2022 is € 66,50. Tabel 17 Berekening kostendekkendheid naheffingsaanslag parkeren taakveld

Kosten

Bedrag

1.1

Informatieverwerkingskosten

€ 85.415

1.1

Personeelskosten

€ 105.200

0.4

Overhead

€ 42.000 € 232.615

Totaal Kosten Opbrengsten 1.1

Bedrag

Naheffingsaanslag

€ 205.000 € 205.000

Totaal Opbrengsten

Totaaloverzicht

Bedrag

Totaal kosten

€ 232.615

Totaal opbrengsten

€ 205.000 88%

Kostendekkendheidspercentage

22

3.3 AFVALSTOFFENHEFFING EN RIOOLHEFFING 3.3.1 Afvalstoffenheffing Onder de naam ‘afvalstoffenheffing’ wordt een directe belasting geheven als bedoeld in art. 15.33 van de Wet Milieubeheer. De heffing mag niet meer dan kostendekkend zijn omdat de afvalstoffenheffing een bestemmingsheffing is. De diftartarieven (tariefdifferentiatie) voor restafval en GFT en milieupark tarieven zijn afgestemd met de gemeenten Beek en Stein uit de Westelijke Mijnstreek. De overige kosten worden verdeeld over het aantal aansluitingen (zijnde het vastrecht). Tabel 18 Berekening kostendekkendheid afvalstoffenheffing Kosten

Bedrag

0.64

Belastingen overig (o.a. BsGW)

€ 231.500

2.1

Verkeer en wegen (reiniging)

€ 1.766.590

6.3

Kwijtschelding en incontinentie

7.3

Afval

€ 8.648.587

7.3

Onttrekking voorziening (actieplan afval)

-€ 190.000

7.3

Personeelskosten

€ 585.333

0.4

Overhead

€ 180.635

0.8

BTW / BCF

€ 865.000

€ 1.477.245 € 13.564.890

Totaal Kosten

Opbrengsten

Bedrag

1.1

Vast recht

€ 8.569.440

1.2

Variabel recht

€ 4.847.450

1.3

Overige bijdragen

€ 148.000 € 13.564.890

Totaal Opbrengsten

Totaaloverzicht

Bedrag

Totaal kosten

€ 13.564.890

Totaal opbrengsten

€ 13.564.890 100%

Kostendekkendheidspercentage

Beleidsdoelstelling In februari 2021 is het Regionaal Beleidskader van afval naar grondstof 2021-2025 door de verschillende gemeenteraden vastgesteld. Het nieuwe beleidskader sluit aan op de Grondstoffenvisie 2050 en richt zich op de circulaire economie. Daarbij streven we op lange termijn naar volledig hergebruik van grondstoffen. Het plan kent een langetermijnvisie op de hele keten van afvalinzameling (bij de inwoners) tot en met verwerking naar herbruikbare grondstof. In het beleidskader besteden we veel aandacht aan de komende grote omslag in afvalinzameling en -verwerking in Nederland. Deze omslag is noodzakelijk om de (landelijke) lange termijn doelstellingen te halen. De VANG-doelstellingen zijn uitgangspunt voor het nieuwe afvalbeleid. Hierbij streven we naar 100 kg restafval per inwoner in 2025 en 30 kg restafval per inwoner in 2025. Het ultieme doel is 0 kg restafval in 2050. Rond de zomer van 2022 wordt het Regionale uitvoeringsplan van afval naar grondstof 2022-2025 vastgesteld. Hierin wordt een doorkijk gegeven naar het toekomstig inzamelsysteem waarbij ook de inwoner wordt betrokken. 23

In dit plan zijn wijzigingen in beleid opgenomen die van invloed zijn op de afvalstoffenheffing. Dit zal verder uitgewerkt worden voor de afvalstoffenheffing van 2023. Berekening kostendekkend tarief In onderstaande tabel wordt een overzicht gegeven van de berekening van het kostendekkend tarief voor het product afval. Tabel 19 Berekening kostendekkend tarief afval 2022 Begroting 2021

Afwijking per aanslag

Begroting 2022

Afwijking

€ 13.515

€ 13.754

€ 239

-€ 267

-€ 190

€ 77

€ 13.248

€ 13.564

€ 316

€ 4.571

€ 4.847

-€ 276

€ 151

€ 148

€3

Subtotaal Opbrengsten

€ 4.722

€ 4.995

-€ 273

-€ 6,21

Toerekenen naar vastrecht

€ 8.526

€ 8.569

€ 43

€ 0,97

Aantal huishoudens

44.200

44.000

-200

€ 0,88

Kostendekkend tarief

€ 192,90

€ 194,75

€ 1,85

-€ 0,06

€ 0,01

€ 0,07

Geheven Vastrecht

€ 192,84

€ 194,76

€ 1,92

Gemiddeld variabel recht (incl. milieupark)

€ 103,41

€ 110,17

€ 6,76

Gemiddelde Afvalstoffenheffing

€ 296,25

€ 304,93

€ 8,68

Bedragen x € 1.000 Kostencomponenten Kosten afvalinzameling Onttrekking voorziening actieplan afval Netto kosten afvalinzameling & -verwerking

€ 7,18

Opbrengsten Variabel recht (incl. milieupark) Overige bijdragen

Afronding/tarief deelbaar door 12

+ stijging tarief/ - is daling tarief

Het aantal aansluitingen is gebaseerd op de realisatie van 2020 en het eerste half jaar 2021. Uitgaande van 100% kostendekkendheid stijgt het kostendekkend tarief van het vastrecht met afgerond € 1,92. Doordat inwoners meer (rest)afval aanbieden stijgt het gemiddeld variabel recht met € 6,76. Toelichting reiniging De reinigingskosten voor het beheer van de openbare ruimte worden voor 50% aan de afvalstoffenheffing en voor 50% aan de rioolheffing toegerekend. De reinigingsmedewerkers die vegen en zwerfafval opruimen zijn zo’n 50% van de tijd kwijt aan het opruimen van dumpingen en bijplaatsingen naast containers. Een schone openbare ruimte, bijplaatsingen naast containers en dumpingen zorgt voor minder zwerfafval. Daarom wordt 50% van de kosten toegerekend aan de afvalstoffenheffing. Onderstaand de belangrijkste ontwikkelingen: Kwijtscheldingsbeleid Wij voegen bij de kwijtschelding vanaf 2022 de eigen bijdrage voor de kinderopvang toe. Voorstellen tot beleidsmatige aanpassing van de verordening G. Toevoegen van de eigen bijdrage kinderopvang aan de regeling kwijtschelding

24

Eigen bijdrage kinderopvang Gemeenten mogen bij het verlenen van kwijtschelding rekening houden met de kosten van kinderopvang. Op grond van artikel 28, derde lid, van de Uitvoeringsregeling kan de gemeente - als de raad daartoe besluit - bij het bepalen van het netto-besteedbare inkomen voor de kwijtschelding rekening houden met de netto-kosten van kinderopvang. De netto-kosten worden dan aangemerkt als uitgaven als bedoeld in artikel 15 van de Uitvoeringsregeling. Het gaat om de kosten die huishoudens voor kinderopvang moeten maken, na aftrek van ontvangen kinderopvangtoeslag. Als het huishouden een tegemoetkoming in de te betalen kosten van kinderopvang van de gemeente dan wel van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV) ontvangt, gaat het om de kosten van kinderopvang na aftrek van deze tegemoetkomingen. Voor de berekening van de kosten van kinderopvang mag maximaal worden gerekend met de maximum-uurprijs zoals vermeld in artikel 4, eerste lid, van het Besluit kinderopvangtoeslag en tegemoetkomingen in kosten kinderopvang. De maximale uurprijzen worden jaarlijks geïndexeerd. De kosten van de kwijtschelding dalen van € 900.000 naar € 815.000 op basis van de prognose van BsGW. Op basis van de realisatiecijfers van de afgelopen jaren is de prognose bijgesteld.

Incontinentiebeleid Het huidige incontinentiebeleid van onze gemeente is ingewikkeld, moeilijk uitvoerbaar en moeilijk te begrijpen voor de inwoners. Voor 2023 wordt de doelmatigheid van het beleid onderzocht. De huidige kosten voor de incontinentieregeling zijn € 50.000. Voucher milieupark Om tegemoet te komen aan alle inwoners dus ook die niet in bezit zijn van een woning, stellen wij voor om in 2022 eenmalig een voucher te geven voor het gratis wegbrengen van afval naar onze milieuparken. Wij gaan ervan uit dat dit leidt tot een vermindering van het illegaal dumpen van afval bij afvalbakken en ondergrondse installaties (OGI’s) in de wijken en in de buitengebieden. Met andere woorden, dit kan bijdragen aan het beperken van de milieuoverlast en de kosten die hiermee gepaard gaan, waardoor een structureel effect kan worden bereikt. Deze kosten van de voucher worden niet uit het afvaltarief betaald, maar uit de beschikbare financiële ruimte in de begroting. Dalende kosten en opbrengsten door verwerking PMD, stijgende overige kosten afvalverwerking De afgelopen jaren was landelijk sprake van een trend waarbij de verwerkingskosten toenamen en opbrengsten van waardevolle afvalstromen afnamen. Als gevolg van het besluit van de landelijke overheid om de landelijke verbrandingsbelasting op restafval fors te verhogen, namen de kosten de afgelopen jaren toe.

Afvalverwerkers stellen steeds meer kwalitatieve eisen aan het aangeleverde aanbod. Die trend zet verder door in 2022. Het toegestane percentage vervuiling per afvalstroom neemt af, waardoor de kosten voor verwerking verder stijgen. Daarbovenop heeft de coronacrisis de afvalmarkt opgeschud. Doordat er tegelijkertijd veel mensen thuis kwamen te zitten, ontstond een enorme piek in het aanbod van alle soorten afval. Tegelijkertijd is de vraag naar grondstoffen uit de afvalstromen zoals glas, papier, textiel en PMD (plastic, metaal en drankenkartons) vanuit de maakindustrie sterk verminderd. Afvalstromen hebben zich gebulkt in enorme voorraden die vanwege de achterblijvende vraag vanuit de industrie hun waarde verloren hebben. Bovengenoemde (autonome) ontwikkelingen op het gebied van verwerkingskosten en dalende opbrengsten gelden voor alle gemeenten in Nederland. In enkele gevallen leiden lagere of wegvallende opbrengsten zelfs tot kostenposten. De inzamel- en verwerkingskosten bij RWM stijgen door bovenstaande ontwikkelingen en door hogere kosten van bedrijfsvoering. Echter, door een wijziging in de verwerking van PMD dalen de kosten per saldo met € 0,8 mln.

Dit komt doordat gemeenten de regie voor het transport, overslag, sortering en vermarkting van het PMD terugleggen bij het Afvalfonds (een stichting die verantwoordelijk is voor de recycling) en alleen nog inzamelkosten hebben. 25

Gemeenten blijven verantwoordelijk voor de inzameling van PMD en ontvangen hiervoor de inzamelvergoeding. De vergoeding voor het transport, overslag, sortering en vermarkting van het PMD vervalt waardoor er minder opbrengsten zijn van afgerond € 1,1 mln. uit PMD. Daarnaast dalen de overige opbrengsten uit afvalverwerking met afgerond € 0,1 mln. Per saldo dalen de opbrengsten uit afvalverwerking met € 1,2 mln. Stijgende kosten reiniging, BsGW, personeel en overig De kosten van reiniging nemen toe vanwege hogere bedrijfsvoeringskosten bij de reiniging, meer dienstverleningskosten bij BSGW en minder personeelskosten door een lagere overhead. Per saldo € 0,07 mln. Actieplan afval en onderhoud Eén van de acties zoals beschreven in het Actieplan Afval Sittard-Geleen 2018 - 2021, is het optimaliseren van de wijkbrengvoorzieningen ofwel de recycleparkjes. De vervanging en uitbreiding van de bestaande locaties en de realisatie van nieuwe locaties wordt stapsgewijs uitgevoerd. Aangezien niet alle acties volledig zijn uitgevoerd in de periode 2018-2021 is het mogelijk het resterende budget in 2022 in te zetten. Dit sluit ook aan bij de planning van het Regionale uitvoeringsplan van afval naar grondstof 2022-2025 waarvan de uitvoering pas medio 2022 wordt opgestart.

In 2022 worden acties zoals verdere optimalisatie recycleparkjes en communicatie over de kwaliteitsverbetering van grondstoffen verder opgepakt. Deze acties sluit aan bij de doelstellingen van het Regionale beleidskader van afval naar grondstof 2021-2025. Voor 2022 zijn – net als voor 2019 tot 2021 - de kosten van de uitvoering van het Actieplan Afval opgenomen in de begroting, deze worden gefinancierd vanuit de lopende exploitatie van de afvalstoffenbegroting en de voorziening. In 2021 is de exploitatie van nieuwe recycle parkjes inzake het actieplan afval incidenteel gedekt uit de voorziening, vanaf 2022 worden deze uit het tarief betaald, dit zorgt in 2022 voor een nadeel van € 0,1 mln. Lagere toerekening BTW compensatie De belastingdienst heeft eind 2020 aangegeven dat het inzamelen van PMD niet tot de wettelijke taak van de gemeenten behoort. De wetgever staat toe dat compensabele BTW toegerekend mag worden naar de gemeentelijke heffingen omdat gemeenten bij de invoering van het BCF (btw compensatie fonds) gekort zijn op hun algemene uitkering. Voor het onderdeel dat betrekking heeft op PMD inzamelen is dit door de brief van de belastingdienst niet meer toegestaan. Als er minder btw aan afval mag worden doorberekend dan betekent dit lagere kosten voor afval en heeft dit een gunstig effect op het vast afvaltarief.

Bij de vaststelling van de tarieven 2021 betrof het € 0,35 mln., voor 2022 komt hier nog eens € 0,2 mln. bij. De btw die niet meer doorberekend mag worden aan afval komt ten laste van de algemene middelen. Hogere inkomsten variabel recht inclusief Milieuparken In de periode 2020 en 2021 is het aanbod van afval op de milieuparken en via de diftar fors toegenomen vanwege de Corona. Ook in 2022 gaan wij ervan uit dat het aanbod van aangeleverd afval op het milieupark en via de diftar hoog blijft en er hogere inkomsten zijn van € 0,2 mln. Daling aantal huishoudens Het aantal aansluitingen daalt met 200 ten opzichte van 2021. Doordat de afvalstoffenheffing een gebruikersheffing is, heeft deze te maken met (tijdelijke) leegstand. Door verhuizingen en verbouwingen staan woningen vaak tijdelijk leeg, er staat dan geen inwoner ingeschreven op het adres. Op dat moment is er wel een eigenaar, maar geen gebruiker. Doordat de rioolheffing een eigenarenheffing is, is het aantal aansluitingen bij de afvalstoffenheffing lager dan bij de rioolheffing. In 2022 daalt het aantal aansluitingen ten opzichte van 2021 door (tijdelijke) leegstand. Door deze ontwikkelingen stijgt het vastrechttarief met € 1,92 van € 192,84 naar € 196,44.

26

Tabel 20 Ontwikkelingen tarief vastrecht 2022 Omschrijving

Afwijking

Kwijtscheldings- en incontinentiebeleid Dalende kosten afvalwerking RWM Dalende opbrengsten afvalverwerking Stijgende kosten reiniging, BsGW, personeel en overig Actieplan afval en hogere kosten onderhoud Lagere toerekening BTW compensatie Totale stijging kosten Afval AF: Hogere inkomsten variabel recht inclusief Milieuparken

Afwijking per aanslag

-€ 85.000 -€ 842.000 € 1.237.000 € 70.000 € 132.000 -€ 196.000 € 316.000 -€ 273.000

-€ 1,93 -€ 19,14 € 28,11 € 1,59 € 3,00 -€ 4,45 € 7,18 -€ 6,21

BIJ: Daling aantal aansluitingen

€ 38.720

€ 0,88

AF: Afronding Totale stijging tarief vastrecht

€ 2.640 € 84.360

€ 0,07 € 1,92

27

3.3.2 Rioolrechten Rioolheffing is een bestemmingsbelasting die wordt geheven op basis van artikel 228a, eerste lid van de Gemeentewet. In dit artikel is vastgelegd dat onder de naam rioolheffing een belasting kan worden geheven ter bestrijding van kosten die voor de gemeente verbonden zijn aan het waterbeheer. Essentie van de kostenverhaling bij de rioolheffing is dat de gemeente drie zorgplichten heeft en de kosten daarvan mag verhalen op de gebruikers van de riolering. De zorgplichten zijn een afvalwaterzorgplicht, een hemelwaterzorgplicht en een grondwaterzorgplicht. Tabel 21 Berekening kostendekkendheid rioolheffing Kosten

Bedrag

0.64

Belastingen overig (o.a. BsGW)

€ 169.500

2.1

Verkeer en wegen (reiniging)

€ 1.766.590

2.1.1

Onderhoud bermen en onkruidbestrijding verharding

7.2

Riolering

7.2

Personeelskosten

€ 427.965

0.4

Overhead

€ 235.006

0.8

BTW / BCF

€ 880.226

€ 360.000 € 6.383.253

Totaal Kosten

€ 10.222.540

Opbrengsten

Bedrag

1.1

Rioolrecht woningen

1.2

Rioolrecht niet-woningen

€ 9.544.080 € 678.460

Totaal Opbrengsten

€ 10.222.540

Totaaloverzicht Totaal kosten

Bedrag € 10.222.540

Totaal opbrengsten

€ 10.222.540 100%

Kostendekkendheidspercentage

Beleidsplan Water & Klimaatadaptatie 2022-2027 In 2021 is een nieuw beleidsplan en kostendekkingsplan opgesteld. Besluitvorming over deze plannen vindt begin 2022 plaats. In het plan worden maatregelen om klimaat adaptief te handelen opgenomen. Een voorgestelde maatregel is het stimuleren van het vergroenen van daken en gevels, de stimuleringsregeling wordt eind 2021 voor besluitvorming voorgelegd aan het College. Hetgeen ook leidt tot minder hemelwater in de riolering. De kosten voor deze regeling betalen wij in eerste instantie uit de voorziening en de volgende jaren vanuit de exploitatie. Kosten ongeveer € 200.000 per jaar. Heffingsmaatstaf De rioolheffing wordt geheven van de eigenaar van een perceel en is een vast tarief. Toerekening deel kosten groenonderhoud en onkruidbestrijding Vanaf 2019 wordt voor € 0,4 mln. aan kosten van groenonderhoud en onkruidbestrijding als onderdeel van beheersing hemelwaterafvoer aan riolering toegerekend. Aangezien de bermen onderdeel uitmaken van het hemelwaterafvoersysteem van een weg kunnen de kosten voor het maaien van de bermen aan de rioolheffing worden toegerekend. Wat betreft de onkruidbestrijding heeft het niet meer bestrijden met chemicaliën ook de doelstelling het grondwater en afvloeiend hemelwater niet te verontreinigen. Ook kan onkruid een negatief effect hebben op de afwatering in de goten.

Daarom kan een deel van deze kosten toegerekend worden aan de 28

rioolheffing. Ter voorkoming van een tariefstijging in de periode 2019-2021 is bij de programmabegroting 2019 besloten om dit bedrag te onttrekken uit de voorziening riolering. Vanaf 2022 komen deze kosten ten laste van het tarief. Toelichting reiniging De reinigingskosten voor het beheer van de openbare ruimte worden voor 50% aan de afvalstoffenheffing en voor 50% aan de rioolheffing toegerekend. De reinigingsmedewerkers die vegen en zwerfafval opruimen zijn zo’n 50% van de tijd kwijt aan het opruimen van dumpingen en bijplaatsingen naast containers. Een schone openbare ruimte, door het snel weghalen van bijplaatsingen naast containers en dumpingen zorgt voor minder afstroming van vervuild water naar het riool. Daarom wordt 50% van de kosten toegerekend aan de rioolheffing. Voorstellen tot beleidsmatige aanpassing van de verordening H. Schrappen van de vrijstelling voor begraafplaatsen In de verordening rioolheffing is nog een vrijstelling opgenomen voor begraafplaatsen, wij stellen nu voor om deze te schrappen. Deze vrijstelling heeft geen wettelijke grondslag en is daarmee een (historische) keuze van de gemeente. Vanuit het principe van gelijkheid van belastingheffing en het feit dat de vrijstellingen juridisch ter discussie staan stellen wij voor om in 2022 de vrijstelling voor begraafplaatsen uit de verordening rioolheffing te schrappen.

Het gaat om 3 begraafplaatsen die een directe of indirecte aansluiting op de gemeentelijke riolering hebben. Berekening kostendekkend tarief In onderstaande tabel wordt een overzicht gegeven van de berekening van het kostendekkende tarief van de rioolheffing Tabel 22 Berekening kostendekkend tarief 2022 Begroting 2021

Bedragen x € 1.000

Begroting Afwijking Afwijking 2022 per aanslag

Kostencomponenten Kosten riolering

€ 9.798

€ 10.222

€ 424

Onttrekking voorziening riolering onkruidbestrijding verharding

-€ 360

€0

€ 360

-€ 530 € 8.908 49.085 € 181,48 -€ 0,04 € 181,44

€0 € 10.222 49.270 € 207,48 € 0,00 € 207,48

€ 530 € 1.314 185

Onttrekking voorziening riolering verlaging tarief Totaal te dekken door aansluitingen Aantal aansluitingen Kostendekkend tarief Afronding/tarief deelbaar door 12 Geheven tarief

€ 26,68 -€ 0,68 € 26,00 € 0,04 € 26,04

Uitgaande van 100% kostendekkendheid stijgt het kostendekkende rioolrecht tarief met € 26,04 inclusief afronding. Wij merken op dat het nieuwe tarief van € 207,48 lager is dan de prognose die in 2015 voor het Beleidsplan Stedelijk Water gemaakt is voor 2022. De prognose was namelijk dat het tarief in 2022 zou uitkomen op € 211,51. Onderstaand de belangrijkste ontwikkelingen: De stijging van het tarief wordt met name veroorzaakt door: Autonome wijzigingen:  Amendement incidentele verlaging 2021 € 0,53 mln. (tariefverhoging € 10,76).  Stijging kapitaallasten met € 0,39 mln. (tariefverhoging € 7,85). 29

   

Stijging van de doorberekende kosten van het product reiniging met € 0,05 mln. naar riool. Deze stijging wordt voor veroorzaakt door stijgende dienstverleningskosten RWM (tariefverhoging € 1,04). Laatste jaar onttrekking uit voorziening onderhoud bermen in 2021 € 0,36 mln. (tariefverhoging € 7,31). BsGW en overige kosten negatief € 0,01 mln. (tariefverlaging € 0,28). Stijging aantal aansluitingen (tariefverlaging € 0,68). De rioolheffing is een eigenaarsheffing, dit betekent wij geen rekening houden met (tijdelijke) leegstand zoals bij de afvalstoffenheffing.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=SittardGeleen&id=70bc4892-f38b-4010-96fb-feb2dd725b68