Bijlage 1 APV_was-wordt-tabel
Tekst van het document
Nieuwe tekst Artikel 5:10 (Vervallen)
Toelichting wijziging: Artikel 5:10 over het verbod om te parkeren anders dan op de rijbaan (‘bermparkeren’) vervalt. Zowel het Parket Centrale Verwerking Openbaar Ministerie (CVOM) als het ministerie van Verkeer en Waterstaat vinden dat de bepaling in strijd is met hogere regelgeving, namelijk artikel 10 van
27
het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (RVV 1990). In verband hiermee is feitelijke handhaving/strafbaarstelling onmogelijk en is de bepaling een dode letter en kan deze dus vervallen. Bestaande tekst Artikel 5:12 Overlast van fietsen of bromfietsen 1. Het is verboden op door het college in het belang van het uiterlijk aanzien van de gemeente, ter voorkoming of opheffing van overlast of ter voorkoming van schade aan de openbare gezondheid aangewezen plaatsen fietsen of bromfietsen onbeheerd buiten de daarvoor bestemde ruimten of plaatsen te laten staan. 2. Het is verboden op door het college aangewezen plaatsen fietsen of bromfietsen langer dan een door het college vastgestelde periode onafgebroken te laten staan. 3. Het is verboden fietsen of bromfietsen die rijtechnisch in onvoldoende staat van onderhoud dan wel in een verwaarloosde toestand verkeren, op de weg te laten staan.
Nieuwe tekst Artikel 5:12 Overlast van fietsen of bromfietsen 1. Het is verboden op door het college in het belang van het uiterlijk aanzien van de gemeente, ter voorkoming of beëindiging van overlast of ter voorkoming van schade aan de openbare gezondheid aangewezen plaatsen fietsen of bromfietsen onbeheerd buiten de daarvoor bestemde ruimten of plaatsen te laten staan. 2. Het is verboden op door het college aangewezen plaatsen fietsen of bromfietsen langer dan een door het college vastgestelde periode onafgebroken te laten staan. 3. Het is verboden fietsen of bromfietsen die rijtechnisch in onvoldoende staat van onderhoud dan wel in een verwaarloosde toestand verkeren, op de weg te laten staan.
Toelichting wijziging: In het eerste lid wordt ‘opheffing van overlast’ vervangen door ‘beëindiging van overlast’.
E. overige wijzigingen: kleine aanpassingen op verzoek van de organisatie Bestaande tekst Artikel 1:10 Geen toepassing paragraaf 4.1.3.3. Algemene wet bestuursrecht (geen Lex silencio positivo; negatieve lijst) Paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve beschikking bij niet tijdig beslissen (Lex silencio positivo)) is niet van toepassing op de volgende artikelen van deze verordening: artikel 2:10 vergunning voor het gebruik van plantsoenen en het plaatsen van voorwerpen op, aan of boven de weg, in strijd met de publieke functie ervan;
Nieuwe tekst Artikel 1:10 Geen toepassing paragraaf 4.1.3.3. Algemene wet bestuursrecht (geen Lex silencio positivo; negatieve lijst) Paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve beschikking bij niet tijdig beslissen (Lex silencio positivo)) is niet van toepassing op de volgende artikelen van deze verordening: artikel 2:10 vergunning voor het gebruik van plantsoenen en het plaatsen van voorwerpen op, aan of boven de weg, in strijd met de publieke functie ervan; 28
-
artikel 2:22, tweede lid, ontheffing van het verbod objecten onder hoogspanningslijnen te plaatsen of te hebben; artikel 2:25, eerste lid, vergunning evenementen; artikel 2:28, vijfde lid, terrasvergunning; artikel 2:28, exploitatievergunning horecabedrijf; artikel 2:34a.2, vergunning smart-, head- en growshop; artikel 2:39, exploitatievergunning speelgelegenheid; artikel 2:45 ontheffing van het verbod voor het zich buiten de wegen en paden in parken en plantsoenen te begeven; artikel 2:60, derde lid, houden van hinderlijke of schadelijke dieren; artikel 2:81, zesde lid, exploitatievergunning bedrijf; artikel 3:4, exploitatievergunning seksinrichting; artikel 4:6, verbod veroorzaken overige geluidhinder; artikel 4:18 ontheffing van het verbod tot recreatief nachtverblijf buiten kampeerterrein; artikel 5:11, eerste lid, ontheffing van het verbod om met een voertuig door gemeentelijke groenvoorziening te rijden of deze daar te laten staan; artikel 5:15 ventverbod; artikel 5:23 vergunning rommelmarkt; artikel 5:33, vijfde lid, verbod ter beperking van verkeer in natuurgebieden; artikel 5:34, ontheffing van het verbod in de openlucht afvalstoffen te verbranden buiten inrichtingen of anderszins vuur te stoken.
-
artikel 2:22, tweede lid, ontheffing van het verbod objecten onder hoogspanningslijnen te plaatsen of te hebben; artikel 2:25, eerste lid, vergunning evenementen; artikel 2:28, vijfde lid, terrasvergunning; artikel 2:28, exploitatievergunning horecabedrijf; artikel 2:34a.2, vergunning smart- en headshop; artikel 2:39, exploitatievergunning speelgelegenheid; artikel 2:45 ontheffing van het verbod voor het zich buiten de wegen en paden in parken en plantsoenen te begeven; artikel 2:60, derde lid, houden van hinderlijke of schadelijke dieren; artikel 2:81, zesde lid, exploitatievergunning bedrijf; artikel 3:4, exploitatievergunning seksinrichting; artikel 4:6, verbod veroorzaken overige geluidhinder; artikel 4:18 ontheffing van het verbod tot recreatief nachtverblijf buiten kampeerterrein; artikel 5:11, eerste lid, ontheffing van het verbod om met een voertuig door gemeentelijke groenvoorziening te rijden of deze daar te laten staan; artikel 5:15 ventverbod; artikel 5:23 vergunning rommelmarkt; artikel 5:33, vijfde lid, verbod ter beperking van verkeer in natuurgebieden; artikel 5:34, ontheffing van het verbod in de openlucht afvalstoffen te verbranden buiten inrichtingen of anderszins vuur te stoken
-
Toelichting wijziging: Artikel 2:34a.2 zag aanvankelijk op een vergunningplicht voor smart-, head- en growshops. Als gevolg van een wijziging in de Opiumwet is de exploitatie van een growshop inmiddels strafbaar gesteld. Nu de vergunningplicht hierdoor beperkt is tot smart- en headshops is het noodzakelijk de aanduiding in verband hiermee te beperken tot smart- en headshops.
29
Artikel 2:28a.2 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Artikel 2:28a.2 Melding leidinggevende (…) 2. Deze melding geldt als een aanvraag tot wijziging van het aanhangsel. (…)
Nieuwe tekst Artikel 2:28a.2 Melding leidinggevende (…) 2.Deze melding geldt als een aanvraag tot wijziging van het aanhangsel. Een melding die wordt gedaan op een datum tot uiterlijk zes maanden nadat is beslist op de aanvraag als bedoeld in artikel 2:28 lid 2, wordt geacht onderdeel uit te maken van deze aanvraag. (…)
Toelichting wijziging: Aanleiding om de wijziging voor te stellen is de volgende. In de praktijk blijkt dat beginnende horeca-ondernemers niet direct personen in dienst hebben die als (mede) leidinggevende in de aanvraag/vergunning meegenomen kunnen worden. Dit betekent vaak dat niet lang na de oorspronkelijke aanvraag/vergunning een melding wordt gedaan voor extra leidinggevenden op te voeren en waarvoor wederom leges zijn verschuldigd. Dit leidt tot extra lasten aan de zijde van de ondernemer. Met de voorgestelde aanpassing van het tweede lid kunnen leidinggevenden die binnen een half jaar nadat op de aanvraag wordt beslist nog leidinggevenden aanmelden zonder dat hiervoor extra leges worden opgelegd. Hiermee formaliseren we een reeds bestaande gedragslijn.
30