CConstaterende datSittard-Geleen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 APV_was-wordt-tabel

Raad 13 december 2023, gemeente Sittard-GeleenBij agendapunt: Periodieke wijziging APV Sittard-Geleen (tweeëntwintigste wijziging) (Verheijen) (82)10.185 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Bijlage 1

Was-wordt-tabel wijziging APV Sittard-Geleen, versie 2023.1 (22e wijziging) Was-wordt-tabel technische aanpassing Algemene plaatselijke verordening in het kader van de invoering van de Omgevingswet & enkele technische aanpassingen op basis van de meest recente modelverordening van de VNG. Leeswijzer voorgestelde wijzigingen: Geel = technische wijziging Groen = nieuw artikel

A. wijzigingen vanwege invoering van de Omgevingswet De hieronder opgenomen wijzigingen zijn zoveel als mogelijk thematisch geclusterd: 1. Algemene bepalingen; 2. Bepalingen rondom wegen; 3. Bepalingen rondom houtopstanden en stankoverlast en 4. Overige bepalingen. De artikelen 1:1, 1:2, 1:4, 1:5 en 1:6 worden als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Artikel 1:1 Begripsbepalingen In deze verordening wordt verstaan onder: a. openbare plaats: hetgeen in artikel 1 van de Wet openbare manifestaties daaronder wordt verstaan; b. weg: weg, als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder b, van de Wegenverkeerswet 1994; c. openbaar water: wateren die voor het publiek bevaarbaar of op andere wijze toegankelijk zijn; d. bebouwde kom: de bebouwde kom of kommen waarvan de gemeenteraad de grenzen heeft vastgesteld overeenkomstig artikel 20a, eerste lid van de Wegenverkeerswet 1994; e. rechthebbende: degene die over enige zaak zeggenschap heeft krachtens een zakelijk of persoonlijk recht;

Nieuwe tekst Artikel 1:1 Definities In deze verordening wordt verstaan onder: a. bebouwde kom: de bebouwde kom of kommen waarvan de gemeenteraad de grenzen heeft vastgesteld overeenkomstig artikel 20a, eerste lid van de Wegenverkeerswet 1994; b. beperkingengebiedactiviteit*: hetgeen daaronder wordt verstaan in de bijlage, onder A, bij de Omgevingswet; c. bevoegd gezag: bestuursorgaan dat bevoegd is tot het nemen van een besluit ten aanzien van een omgevingsvergunning als bedoeld in de Omgevingswet; d. bouwwerk: hetgeen daaronder wordt verstaan in de bijlage, onder A, bij de Omgevingswet; e. bromfiets: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1, eerste lid, onder e, van de Wegenverkeerswet 1994; f. college: het college van burgemeester en wethouders;

1

f. g. h. i.

j. k. l. m. n. o. p.

bouwwerk: bouwwerk als bedoeld in artikel 1 van de Bouwverordening gemeente Sittard-Geleen; gebouw: bouwwerk als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder c, van de Woningwet; handelsreclame: iedere openbare aanprijzing van goederen of diensten, waarmee kennelijk beoogd wordt een commercieel belang te dienen; bevoegd gezag: bestuursorgaan dat bevoegd is tot het nemen van een besluit ten aanzien van een omgevingsvergunning als bedoeld in de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht. promotiemateriaal: materiaal, blikjes en overige producten ter ondersteuning van promotionele campagnes. uitweg: de ontsluiting van (particuliere) percelen naar de openbare weg ten behoeve van voertuigen. bromfiets: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1, eerste lid, onder e, van de Wegenverkeerswet 1994. college: het college van burgemeester en wethouders. motorvoertuig: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990. parkeren: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990. voertuig: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990, met uitzondering van kleine wagens zoals kruiwagens, kinderwagens en rolstoelen.

g. gebouw: hetgeen daaronder wordt verstaan in bijlage I bij het Besluit bouwwerken leefomgeving; h. handelsreclame: iedere openbare aanprijzing van goederen of diensten, waarmee kennelijk beoogd wordt een commercieel belang te dienen; i. motorvoertuig: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990; j. openbaar water: wateren die voor het publiek bevaarbaar of op andere wijze toegankelijk zijn; k. openbare plaats: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1 van de Wet openbare manifestaties; l. parkeren: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990; m. promotiemateriaal: materiaal, blikjes en overige producten ter ondersteuning van promotionele campagnes; n. rechthebbende: degene die over een zaak zeggenschap heeft krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk recht; o. voertuig: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990, met uitzondering van kleine wagens, zoals kruiwagens, kinderwagens, en rolstoelen; p. uitweg: de ontsluiting van (particuliere) percelen naar de openbare weg ten behoeve van voertuigen; q. weg: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1, eerste lid, onder b, van de Wegenverkeerswet 1994.

* Een beperkingengebiedactiviteit is een activiteit die de functie van een maatschappelijk belangrijk werk of object kan verstoren. Ter bescherming gelden beperkingen die het bevoegd gezag aanwijst.

2

Bestaande tekst Artikel 1:2 Beslistermijn 1. Het bevoegd bestuursorgaan beslist op een aanvraag voor een vergunning of ontheffing binnen acht weken na de datum van ontvangst van de aanvraag. 2. Het bestuursorgaan kan de termijn voor ten hoogste acht weken verdagen. 3. In afwijking van het tweede lid is artikel 3.9 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht van toepassing indien beslist wordt op een aanvraag om een vergunning als bedoeld in artikel 2:10, 2:11, tweede lid, aanhef en onder a, 4:11 of 4:15.

Nieuwe tekst Artikel 1:2 Beslistermijn 1. Het bevoegde bestuursorgaan beslist op een aanvraag voor een vergunning of ontheffing binnen acht weken na de datum van ontvangst van de aanvraag. 2. Het bestuursorgaan kan de termijn voor ten hoogste acht weken verdagen. 3. Dit artikel is niet van toepassing op een aanvraag om een omgevingsvergunning.

Bestaande tekst Artikel 1:4 Voorschriften en beperkingen 1. Aan een vergunning of ontheffing kunnen voorschriften en beperkingen worden verbonden. Deze voorschriften en beperkingen strekken slechts tot bescherming van het belang of de belangen in verband waarmee de vergunning of ontheffing is vereist. 2. Degene aan wie een vergunning of ontheffing is verleend, is verplicht de daaraan verbonden voorschriften en beperkingen na te komen.

Nieuwe tekst Artikel 1:4 Voorschriften en beperkingen 1. Aan een vergunning of ontheffing kunnen voorschriften en beperkingen worden verbonden. Deze voorschriften en beperkingen strekken slechts tot bescherming van het belang of de belangen in verband waarmee de vergunning of ontheffing is vereist. 2. Degene aan wie een vergunning of ontheffing is verleend, is verplicht de daaraan verbonden voorschriften en beperkingen na te komen. 3. Dit artikel is niet van toepassing op een omgevingsvergunning.

Bestaande tekst Artikel 1:5 Persoonlijk karakter van vergunning of ontheffing Elke vergunning of ontheffing is persoonsgebonden, tenzij bij of krachtens deze verordening anders is bepaald.

Nieuwe tekst Artikel 1:5 Persoonlijk karakter van vergunning of ontheffing 1. De vergunning of ontheffing is persoonlijk, tenzij bij of krachtens deze verordening anders is bepaald. 2. Het eerste lid is niet van toepassing op een omgevingsvergunning.

Bestaande tekst Artikel 1:6 Intrekking of wijziging van vergunning of ontheffing De vergunning of ontheffing kan worden ingetrokken of gewijzigd:

Nieuwe tekst Artikel 1:6 Intrekking of wijziging van vergunning of ontheffing 1. De vergunning of ontheffing kan worden ingetrokken of gewijzigd als:

3

a. indien ter verkrijging daarvan onjuiste of onvolledige gegevens zijn verstrekt; b. indien op grond van een verandering van de omstandigheden of inzichten opgetreden na het verlenen van de ontheffing of vergunning, intrekking of wijziging noodzakelijk is vanwege het belang of de belangen ter bescherming waarvan de vergunning of ontheffing is vereist; c. indien de aan de vergunning of ontheffing verbonden voorschriften en beperkingen niet zijn of worden nagekomen; d. indien van de vergunning of ontheffing geen gebruik wordt gemaakt binnen of gedurende een daarin gestelde termijn dan wel, bij het ontbreken van een gestelde termijn, binnen een redelijke termijn; e. indien de houder dit verzoekt.

a. ter verkrijging daarvan onjuiste of onvolledige gegevens zijn verstrekt; b. op grond van een verandering van de omstandigheden of inzichten opgetreden na het verlenen van de vergunning of ontheffing, intrekking of wijziging noodzakelijk is vanwege het belang of de belangen ter bescherming waarvan de vergunning of ontheffing is vereist; c. de aan de vergunning of ontheffing verbonden voorschriften en beperkingen niet zijn of worden nagekomen; d. van de vergunning of ontheffing geen gebruik wordt gemaakt binnen of gedurende een daarin gestelde termijn dan wel, bij het ontbreken van een gestelde termijn, binnen een redelijke termijn; of e. de houder dit verzoekt. 2. Het eerste lid is niet van toepassing op een omgevingsvergunning.

Toelichting wijziging artikelen 1:1 – 1:6: Betreft juridisch-technische wijzigingen vanwege de invoering van de Omgevingswet. In artikel 1:1 zijn tevens de definities in alfabetische volgorde geplaatst. Na invoering van de Omgevingswet maakt het artikel van rechtswege deel uit van het omgevingsplan. Met invoering van de Omgevingswet vormen het bestemmingsplan en een aantal andere regelingen, waaronder een aantal bepalingen uit de APV, samen het zogeheten omgevingsplan van rechtswege. Inzake de APV gaat het hier om de overgangsregeling opgenomen in de zogeheten ‘Bruidsschat’. Uiterlijk in 2030 moeten de betreffende bepalingen uit de APV omgezet zijn in het nieuwe nog vast te stellen omgevingsplan. De artikelen 2:10, 2:11 en 2:12 worden als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Artikel 2:10 Het plaatsen van voorwerpen op, aan of boven de weg, in strijd met de publieke functie ervan (…) 2. Het verbod geldt niet voor: (…)

Nieuwe tekst Artikel 2:10 Het plaatsen van voorwerpen op, aan of boven de weg, in strijd met de publieke functie ervan (…) 2. Het verbod geldt niet voor: (…) 4

l. Het verbod in het eerste lid geldt eveneens niet voorzover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet beheer rijkswaterstaatswerken of het Provinciaal wegenreglement. Vervalt, omdat deze bepaling namelijk al is opgenomen in artikel 1 (definities).

4.

Voor de toepassing van het tweede lid, onder c, wordt onder weg verstaan hetgeen artikel 1 van de Wegenverkeerswet 1994 daaronder verstaat.

5.

Een vergunning bedoeld in het eerste lid kan worden geweigerd: a. indien het beoogde gebruik schade toebrengt aan de weg, gevaar oplevert voor de bruikbaarheid van de weg of voor het doelmatig en veilig gebruik daarvan, dan wel een belemmering kan vormen voor het doelmatig beheer en onderhoud van de weg; b. indien het beoogde gebruik hetzij op zich zelf, hetzij in verband met de omgeving niet voldoet aan redelijke eisen van welstand; c in het belang van de voorkoming of beperking van overlast voor gebruikers van de in de nabijheid gelegen onroerende zaak.

Vernummeren tot vierde lid

6.

a.

Lid 6, sub a, verplaatst naar lid 2, sub l. Daarmee staan alle zaken die vergunningvrij zijn in één lid van dit artikel bij elkaar. Verder vernummeren tot vijfde lid.

b.

c. d.

Het verbod in het eerste lid geldt niet voorzover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet beheer rijkswaterstaatswerken of het Provinciaal wegenreglement; De weigeringsgrond van het vijfde lid, onder a, geldt niet voorzover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door artikel 5 van de Wegenverkeerswet; De weigeringsgrond van het vijfde lid, onder b, geldt niet voor bouwwerken; De weigeringsgrond van het vijfde lid, onder c, geldt

a. De weigeringsgrond van het vierde lid, onder a, geldt niet voorzover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door artikel 5 van de Wegenverkeerswet; b. De weigeringsgrond van het vierde lid, onder b, geldt niet voor bouwwerken; c. De weigeringsgrond van het vierde lid, onder c, geldt niet voorzover in het geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet milieubeheer.

5

niet voorzover in het geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet milieubeheer. Bestaande tekst Artikel 2:11 (Omgevings)vergunning voor het aanleggen, beschadigen en veranderen van een weg 1. Het is verboden zonder of in afwijking van een vergunning van het bevoegde bestuursorgaan een weg aan te leggen, de verharding daarvan op te breken, in een weg te graven of te spitten, aard of breedte van de wegverharding te veranderen of anderszins verandering te brengen in de wijze van aanleg van een weg. 2. De vergunning wordt verleend als omgevingsvergunning door het bevoegd gezag, als de activiteiten zijn verboden bij een bestemmingsplan, beheersverordening, exploitatieplan of voorbereidingsbesluit. 3. Het verbod is niet van toepassing voor zover in opdracht van een bestuursorgaan of openbaar lichaam werkzaamheden worden verricht. 4. Het verbod is voorts niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door het Wetboek van Strafrecht, de Wegenwet, de Wet beheer rijkswaterstaatswerken, de Wegenverordening provincie Limburg 2008, de Waterschapskeur, de Telecommunicatiewet of de daarop gebaseerde Algemene verordening ondergrondse infrastructuren Sittard-Geleen 2022. 5. Op de aanvraag om een vergunning, bedoeld in het eerste lid, is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing.

Nieuwe tekst Artikel 2:11 (Omgevings)vergunning voor het aanleggen, beschadigen en veranderen van een weg 1. Het is verboden zonder of in afwijking van een vergunning van het bevoegde bestuursorgaan een weg aan te leggen, de verharding daarvan op te breken, in een weg te graven of te spitten, aard of breedte van de wegverharding te veranderen of anderszins verandering te brengen in de wijze van aanleg van een weg. 2. Het verbod is niet van toepassing voor zover in opdracht van een bestuursorgaan of openbaar lichaam werkzaamheden worden verricht. 3. Het verbod is voorts niet van toepassing op beperkingengebiedactiviteiten met betrekking tot een weg of waterstaatswerk waarvoor regels zijn gesteld bij of krachtens de Omgevingswet, de provinciale omgevingsverordening of de waterschapsverordening of op situaties waarin wordt voorzien door artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1994, de Wegenwet, het Wetboek van Strafrecht of het bepaalde bij of krachtens de Telecommunicatiewet of de Algemene verordening ondergrondse infrastructuren Sittard-Geleen 2022.

6

Bestaande tekst Artikel 2:12 Maken of veranderen van een uitweg 1. Het is verboden zonder een omgevingsvergunning van het bevoegd gezag een uitweg te maken naar de weg of verandering te brengen in een bestaande uitweg naar de weg. 2. In aanvulling op het bepaalde in artikel 1:8 kan de vergunning worden geweigerd in het belang van: a. de bruikbaarheid van de weg; b. het veilig en doelmatig gebruik van de weg; c. de bescherming van het uiterlijk aanzien van de omgeving; d. de bescherming van groenvoorziening in de gemeente; e. strijdigheid met het bestemmingsplan; of f. indien er sprake is van een uitweg van een perceel dat al door een andere uitweg wordt ontsloten. 3.

4.

5.

De vergunning vervalt indien de rechthebbende binnen een jaar na verlening van de vergunning geen opdracht heeft gegeven tot het aanleggen van de uitweg dan wel het veranderen van een bestaande uitweg. Het eerste lid is alleen van toepassing voor wegen waarvan de gemeente rechthebbende is en geldt niet indien reeds daarin wordt voorzien door de Wet beheer Rijkswaterstaatswerken, de Waterschapskeur of de Wegenverordening provincie Limburg 2008. De uitvoering van de aanleg of wijziging van de uitweg dient plaats te vinden door of vanwege de gemeente.

Nieuwe tekst Artikel 2:12 Maken of veranderen van een uitweg 1. Het is verboden zonder omgevingsvergunning van het bevoegd gezag een uitweg te maken naar de weg of verandering te brengen in een bestaande uitweg naar de weg. 2. In aanvulling op het bepaalde in artikel 1:8 kan de vergunning worden geweigerd: a. in het belang van de bruikbaarheid van de weg; b. in het belang van het veilig en doelmatig gebruik van de weg; c. in het belang van de bescherming van het uiterlijk aanzien van de omgeving; d. in het belang van de bescherming van groenvoorziening in de gemeente; e. bij strijdigheid met een ander onderdeel van het omgevingsplan; of f. indien er sprake is van een uitweg van een perceel dat al door een andere uitweg wordt ontsloten. 3. Het verbod is niet van toepassing op beperkingengebiedactiviteiten met betrekking tot een weg of waterstaatswerk waarvoor regels zijn gesteld bij of krachtens de Omgevingswet, de provinciale omgevingsverordening of de waterschapsverordening. 4. De vergunning vervalt indien de rechthebbende binnen een jaar na verlening van de vergunning geen opdracht heeft gegeven tot het aanleggen van de uitweg dan wel het veranderen van een bestaande uitweg. 5. De uitvoering van de aanleg of wijziging van de uitweg dient plaats te vinden door of vanwege de gemeente.

Toelichting wijziging: Het betreft wijzigingen van technische aard. Na invoering van de Omgevingswet maken de art. 2:10, 2:11 en 2:12 van rechtswege deel uit van het omgevingsplan. 7

De artikelen 2:14, 2:21, 2:23, 2:46, 2:63 en 2:64 worden als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Artikel 2:14 Winkelwagentjes (…) 3. Het eerste lid, aanhef en onder b, is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de Wet milieubeheer. (…)

Nieuwe tekst Artikel 2:14 Winkelwagentjes (…) 3. Het eerste lid, aanhef en onder b, is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien bij of krachtens de Omgevingswet. (…)

Bestaande tekst Artikel 2:21 Voorzieningen voor verkeer en verlichting (…) 2. Het eerste lid is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de Waterstaatswet 1990, de Onteigeningswet, of de Belemmeringenwet Privaatrecht. Bestaande tekst Artikel 2:23 Veiligheid op het eis (…) 2. Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door het Wetboek van Strafrecht of de provinciale vaarwegenverordening.

Nieuwe tekst Artikel 2:21 Voorzieningen voor verkeer en verlichting (…) 2. Het eerste lid is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door hoofdstuk 10 van de Omgevingswet.

Bestaande tekst Artikel 2:46 Rijden over bermen en dergelijke (…) 2. Dit verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de Wet beheer rijkswaterstaatswerken of de Wegenverordening provincie Limburg 2008.

Nieuwe tekst Artikel 2:46 Rijden over bermen en dergelijke (…) 2. Dit verbod is niet van toepassing op beperkingengebiedactiviteiten met betrekking tot een weg of waterstaatswerk waarvoor regels zijn gesteld bij of krachtens de Omgevingswet, provinciale omgevingsverordening of waterschapsverordening.

Nieuwe tekst Artikel 2:23 Veiligheid op het eis (…) 2. Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door het Wetboek van Strafrecht of de provinciale omgevingsverordening.

8

Bestaande tekst Artikel 2:63 Duiven (…) 3. Het eerste lid is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de provinciale ophokverordening. (…)

Nieuwe tekst Artikel 2:63 Duiven (…) 3. Het eerste lid is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de provinciale omgevingsverordening. (…)

Bestaande tekst Artikel 2:64 Bijen (…) 3. Het verbod in het eerste lid, aanhef en onder b, is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de Provinciale wegenverordening. (…)

Nieuwe tekst Artikel 2:64 Bijen (…) 3. Het verbod in het eerste lid, aanhef en onder b, is niet van toepassing op beperkingengebiedactiviteiten met betrekking tot een weg waarvoor regels zijn gesteld bij of krachtens Omgevingswet, provinciale omgevingsverordening of waterschapsverordening. (…)

De artikelen 4:10, 4:11, 4:12a en 4:13 worden als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Afdeling 3. Het bewaren van houtopstanden Artikel 4:10 Begripsbepalingen In deze afdeling wordt verstaan onder: a. boom: een houtachtig, overblijvend gewas, zowel vitaal als afgestorven, met een dwarsdoorsnede van de stam van minimaal 10 cm op 1,3 meter hoogte boven het maaiveld. Ingeval van meerstammigheid geldt de dwarsdoorsnede van de dikste stam. In het kader van een herplant- of instandhoudingsplicht kunnen voorschriften gesteld en maatregelen genomen worden voor bomen kleiner dan 10 cm dwarsdoorsnede op 1,3 meter boven maaiveld; b. houtopstand: een of meer bomen, hakhout, een houtwal, een beplanting van bosplantsoen;

Nieuwe tekst Afdeling 3. Het bewaren van houtopstanden Artikel 4:10 Definities 1. In deze afdeling wordt verstaan onder: a. bebouwde kom: de bebouwde kom van de gemeente, vastgesteld ingevolge artikel 4.1 Wet natuurbescherming, zoals die wet luidde direct voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Omgevingswet; b. boom: een houtachtig, overblijvend gewas, zowel vitaal als afgestorven, met een dwarsdoorsnede van de stam van minimaal 10 cm op 1,3 meter hoogte boven het maaiveld. Ingeval van meerstammigheid geldt de dwarsdoorsnede van de dikste stam. In het kader van een herplant- of instandhoudingsplicht kunnen voorschriften gesteld en maatregelen genomen worden voor bomen kleiner dan 10 cm dwarsdoorsnede op 1,3 meter boven maaiveld; 9

c. d. e.

f. g.

h.

i. j.

k. l.

dunning: velling ter bevordering van het voortbestaan van de houtopstand; hakhout: een of meer bomen of boomvormers, die na te zijn geveld, opnieuw op de stronk uitlopen; knotten/kandelaberen: het tot op de oude snoeiplaats verwijderen van uitgelopen takhout bij knotbomen, gekandelaberde bomen of leibomen als periodiek noodzakelijk onderhoud; bebouwde kom: de bebouwde kom van de gemeente, vastgesteld ingevolge artikel 1, vijfde lid, van de Boswet; boomwaarde: de monetaire waarde van een boom zoals getaxeerd volgens de meest recente richtlijnen van de Nederlandse vereniging van Taxateurs van bomen en houtige gewassen; vellen: kappen, het snoeien van meer dan 20 procent kroonvolume, rooien, het voor de eerste keer knotten of kandelaberen van bomen, met inbegrip van verplanten, alsmede het verrichten van handelingen, zowel boven als ondergronds, die de dood of ernstige beschadiging of ontsiering van houtopstand ten gevolge kunnen hebben; woning: het pand waarin de zakelijk gerechtigde woont of is gehuisvest of waarin de aanvrager van een kapvergunning overeenkomstig het GBA is gehuisvest; groenplan: een plan waarin de situering van de groenelementen (heesterbeplanting, bomen en gazon) in de nieuwe situatie wordt aangegeven, waarbij onderscheid wordt gemaakt in bestaande (gehandhaafde) en nieuwe groenelementen; tuin: een omheind stuk grond met bloemen, bomen en/of andere gewassen

beplant behorende bij en gelegen om een huis; erf: grond behorende bij en gelegen om een huis.

c. boomwaarde: de monetaire waarde van een boom zoals getaxeerd volgens de meest recente richtlijnen van de Nederlandse vereniging van Taxateurs van bomen en houtige gewassen; d. dunning: velling ter bevordering van het voortbestaan van de houtopstand; e. erf: grond behorende bij en gelegen om een huis. f. groenplan: een plan waarin de situering van de groenelementen (heesterbeplanting, bomen en gazon) in de nieuwe situatie wordt aangegeven, waarbij onderscheid wordt gemaakt in bestaande (gehandhaafde) en nieuwe groenelementen; g. hakhout: een of meer bomen die na te zijn geveld, opnieuw op de stronk uitlopen; h. houtopstand: een of meer bomen, hakhout, een houtwal, een beplanting van bosplantsoen; i. knotten/kandelaberen: het tot op de oude snoeiplaats verwijderen van uitgelopen takhout bij knotbomen, gekandelaberde bomen of leibomen als periodiek noodzakelijk onderhoud; j. tuin: een omheind stuk grond met bloemen, bomen en/of andere gewassen beplant behorende bij en gelegen om een huis; k. vellen: kappen, het snoeien van meer dan 20 procent kroonvolume, rooien, het voor de eerste keer knotten of kandelaberen van bomen, met inbegrip van verplanten, alsmede het verrichten van handelingen, zowel boven als ondergronds, die de dood of ernstige beschadiging of ontsiering van houtopstand ten gevolge kunnen hebben; l.

woning: het pand waarin de zakelijk gerechtigde woont of is gehuisvest of waarin de aanvrager van een kapvergunning overeenkomstig het GBA is gehuisvest.

Toelichting wijziging: 10

De wijziging van het artikel bestaat uit het volgende: a. De begrippen zijn in alfabetische volgorde geplaatst om het op zoeken te vergemakkelijken; b. Artikel 4:10, eerste lid, onder a is aangepast i.v.m. de invoering van de Omgevingswet. Bestaande tekst Artikel 4:11 Omgevingsvergunning voor het vellen van houtopstanden (…) 4. Het in het eerste lid gestelde verbod geldt verder niet voor: a. Houtopstand die moet worden geveld krachtens de Plantenziektewet of krachtens een aanschrijving of last van het college, zulks onverminderd het bepaalde in artikel 4:12b en 4:12d; (…)

Nieuwe tekst Artikel 4:11 Omgevingsvergunning voor het vellen van houtopstanden (…) 4.

Het in het eerste lid gestelde verbod geldt verder niet voor: a. Houtopstand die moet worden geveld krachtens de Plantgezondheidswet of krachtens een aanschrijving of last van het college, zulks onverminderd het bepaalde in artikel 4:12b en 4:12d;

(…) Toelichting wijziging: De wijziging van het artikel bestaat uit het volgende: De Plantenziektewet is vervangen door de Plantgezondheidswet. Artikel 4:12a Weigeringsgronden 1. Het bevoegd gezag kan de vergunning weigeren dan wel onder voorschriften verlenen in het belang van onder meer: (…) d. Houtopstand gelegen in een beschermd natuurmonument in de zin van de natuurbeschermingswet; (…)

Artikel 4:12a Weigeringsgronden 1. Het bevoegd gezag kan de vergunning weigeren dan wel onder voorschriften verlenen in het belang van onder meer: (…) d. Houtopstand gelegen in een beschermd natuurmonument in de zin van de Wet natuurbescherming, zoals die wet luidde direct voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Omgevingswet; (…)

Toelichting wijziging: De wijziging van het artikel bestaat uit het volgende: 11

aanpassing i.v.m. de invoering van de Omgevingswet. Artikel 4:13 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Afdeling 4. Maatregelen tegen ontsiering en stankoverlast

Nieuwe tekst Afdeling 4. Maatregelen tegen ontsiering en stankoverlast

Artikel 4:13 Opslag voertuigen, vaartuigen, mest, afvalstoffen en dergelijke 1. Het college kan buiten een inrichting in de zin van de Wet milieubeheer, in de openlucht, buiten de weg gelegen plaatsen aanwijzen waar het in het belang van het uiterlijk aanzien van de gemeente, ter voorkoming of opheffing van overlast dan wel voorkoming van schade aan de openbare gezondheid, verboden is een of meer van de volgende daarbij nader aangeduide, voorwerpen of stoffen op te slaan, te plaatsen of aanwezig te hebben, anders dan met inachtneming van de door hem gestelde regels: a. onbruikbare of aan hun oorspronkelijke bestemming onttrokken voer- of vaartuigen of onderdelen daarvan; b. bromfietsen en motorvoertuigen of onderdelen daarvan; c. caravans, kampeerwagens, boten, tenten en andere dergelijke, gewoonlijk voor recreatieve doeleinden gebezigde voorwerpen of onderdelen daarvan, indien het plaatsen of aanwezig hebben daarvan geschiedt voor verkoop of verhuur of anderszins voor een commercieel doel; d. mestopslag, gierkelder of andere verzamelplaatsen van vuil, een verzameling ingekuild gras, loof of pulp of ingekuilde landbouwproducten, afbraakmaterialen en oude metalen.

Artikel 4:13 Opslag voertuigen, vaartuigen, mest, afvalstoffen en dergelijke 1. Het is verboden op door het college in het belang van het uiterlijk aanzien van de gemeente, ter voorkoming of beëindiging van overlast dan wel voorkoming van schade aan de openbare gezondheid aangewezen plaatsen, buiten een inrichting in de zin van de Wet milieubeheer, zoals die wet luidde direct voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Omgevingswet, in de openlucht of buiten de weg de volgende voorwerpen of stoffen op te slaan, te plaatsen of aanwezig te hebben: a.

onbruikbare of aan hun oorspronkelijke bestemming onttrokken voer- of vaartuigen of onderdelen daarvan; b. bromfietsen en motorvoertuigen of onderdelen daarvan; c. kampeermiddelen als bedoeld in artikel 4:17 of onderdelen daarvan, voor zover het plaatsen of aanwezig hebben daarvan geschiedt voor verkoop of verhuur of anderszins voor een commercieel doel; of d. mestopslag, gierkelders of andere verzamelplaatsen van vuil, een verzameling ingekuild gras, loof of pulp of ingekuilde landbouwproducten, afbraakmaterialen en oude metalen. 2. Het college kan bij de aanwijzing nadere regels stellen. 3. Dit artikel is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien bij of krachtens de Omgevingswet of de provinciale omgevingsverordening. 12

2. 3.

4.

In het eerste lid wordt onder weg verstaan, hetgeen daaronder verstaan wordt in artikel 1 van de Wegenverkeerswet 1994. Het is verboden op een door het college aangewezen plaats een door hem aangeduide voorwerp of stof: a. op te slaan, te plaatsen of aanwezig te hebben; dan wel b. op te slaan, te plaatsen of aanwezig te hebben anders dan met inachtneming van de door hen gestelde regels. Het in dit artikel bepaalde geldt niet voorzover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet ruimtelijke ordening of de provinciale omgevingsverordening.

Toelichting wijziging: De wijziging van het artikel bestaat uit het volgende: De wettelijke grondslagen en formele verwijzingen zijn geactualiseerd, zodat van 1 januari 2024 doorgewerkt kan worden met deze verordening onder de Omgevingswet. Het betreft een juridisch-technische omzetting. Bovendien wordt in het eerste lid ‘opheffing van overlast’ vervangen door ‘beëindiging van overlast’. De artikelen 2:34a.8, 2:34a.9, 2:39, 2:60, 2:71, 2:82, 2:84, 3:13, 4:1, 4:5, 4:6, 4:15, 4:18, 5:5, 5:18, 5:20, 5:23, 5:24, 5:25, 5:28, 5:30, 5:32 en 5:34 Bestaande tekst Artikel 2:34a.8 Weigeringsgronden De vergunning wordt geweigerd indien: (…) b. de vestiging of exploitatie strijd oplevert met het geldende bestemmingsplan en/of leefmilieuverordening; (…)

Nieuwe tekst Artikel 2:34a.8 Weigeringsgronden De vergunning wordt geweigerd indien: (...) b. de vestiging of exploitatie strijd oplevert met het geldende omgevingsplan; (…)

13

Bestaande tekst Artikel 2:34a.9 Verplaatsing inrichting (…) 2. De toestemming kan uitsluitend worden verleend: (…) b. en voorts indien op de beoogde nieuwe locatie: - de vestiging en/of exploitatie geen strijd oplevert met het geldende bestemmingsplan en/of Leefmilieuverordening; (…)

Nieuwe tekst Artikel 2:34a.9 Verplaatsing inrichting (…) 2. De toestemming kan uitsluitend worden verleend: (…) b. en voorts indien op de beoogde nieuwe locatie: - de vestiging en/of exploitatie geen strijd oplevert met het geldende omgevingsplan; (…)

Bestaande tekst Artikel 2:39 Speelgelegenheden (…) 3. De burgemeester weigert de vergunning: (…) b. indien de exploitatie van een speelgelegenheid in strijd is met een geldend bestemmingsplan. (…) Bestaande tekst Artikel 2:60 Houden van hinderlijke of schadelijke dieren 1. Het is verboden op door het college ter voorkoming of opheffing van overlast of schade aan de openbare gezondheid aangewezen plaatsen, buiten een inrichting in de zin van de Wet milieubeheer, bij dat aanwijzingsbesluit aangeduide dieren: (…) 2. Het college kan de rechthebbende op een onroerende zaak gelegen binnen een plaats die krachtens het eerste lid is aangewezen, ontheffing verlenen van één of meer verboden bedoeld in het eerste lid. (…)

Nieuwe tekst Artikel 2:39 Speelgelegenheden (…) 3. De burgemeester weigert de vergunning: (…) b. indien de exploitatie van een speelgelegenheid in strijd is met een geldend omgevingsplan. (…) Nieuwe tekst Artikel 2:60 Houden of voeren van hinderlijke of schadelijke dieren 1. Het is verboden op door het college ter voorkoming of beëindiging van overlast of schade aan de openbare gezondheid aangewezen plaatsen, buiten een inrichting in de zin van de Wet milieubeheer, zoals die wet luidde direct voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Omgevingswet, bij dat aanwijzingsbesluit aangeduide dieren: (…) 2. Het college kan de rechthebbende op een onroerende zaak gelegen binnen een krachtens het eerste lid aangewezen plaats ontheffing verlenen van een of meer verboden als bedoeld in het eerste lid. (…)

Toelichting wijziging:

14

In het eerste lid wordt ‘opheffing van overlast’ vervangen door ‘beëindiging van overlast’. Bestaande tekst Afdeling 10 Consumentenvuurwerk

Nieuwe tekst Afdeling 10. Consumentenvuurwerk

Artikel 2:71 Begripsomschrijving In deze afdeling wordt verstaan onder consumentenvuurwerk: Consumentenvuurwerk waarop het Besluit van 22 januari 2002, houdende nieuwe regels met betrekking tot consumenten- en professioneel vuurwerk (Vuurwerkbesluit) van toepassing is.

Artikel 2:71 Definitie In deze afdeling wordt onder consumentenvuurwerk verstaan hetgeen daaronder wordt verstaan in het Vuurwerkbesluit.

Carbidschieten: het in een bus, container, opslagvat of vergelijkbaar voorwerp op explosieve wijze verbranden van acetyleengas afkomstig van een reactie tussen calciumacetylide (carbid) en water of gasmengsels met vergelijkbare eigenschappen.

Carbidschieten: het in een bus, container, opslagvat of vergelijkbaar voorwerp op explosieve wijze verbranden van acetyleengas afkomstig van een reactie tussen calciumacetylide (carbid) en water of gasmengsels met vergelijkbare eigenschappen.

Bestaande tekst Artikel 2:82 Weigeringsgronden 1. Een vergunning als bedoeld in artikel 2:81 wordt geweigerd indien: (…) f. de vestiging of de exploitatie in strijd is met een geldend bestemmingsplan. (…)

Nieuwe tekst Artikel 2:82 Weigeringsgronden 1. Een vergunning als bedoeld in artikel 2:81 wordt geweigerd indien: (…) f. de vestiging of de exploitatie in strijd is met een geldend omgevingsplan. (…)

Bestaande tekst Artikel 2:84 Intrekking vergunning Onverminderd het bepaalde in artikel 1:6 kan een vergunning als bedoeld in artikel 2:81 worden ingetrokken indien: (…) g. de vestiging of exploitatie in strijd is met een geldend bestemmingsplan. (…)

Nieuwe tekst Artikel 2:84 Intrekking vergunning Onverminderd het bepaalde in artikel 1:6 kan een vergunning als bedoeld in artikel 2:81 worden ingetrokken indien: (…) g. de vestiging of de exploitatie in strijd is met een geldend omgevingsplan. (…) 15

Bestaande tekst Artikel 3:13 Weigeringsgronden 1. De vergunning als bedoeld in artikel 3:4, eerste lid, wordt geweigerd indien: (…) b. de vestiging of de exploitatie van de inrichting in strijd is met een geldend bestemmingsplan, stadsvernieuwingsplan of leefmilieuverordening; (…)

Nieuwe tekst Artikel 3:13 Weigeringsgronden 1. De vergunning als bedoeld in artikel 3:4, eerste lid, wordt geweigerd indien: (…) b. de vestiging of de exploitatie van de inrichting in strijd is met een geldend omgevingsplan; (…)

Bestaande tekst Afdeling 1 Voorkomen of beperken geluidhinder en hinder door verlichting

Nieuwe tekst Afdeling 1 Voorkomen of beperken geluidhinder en hinder door verlichting

Artikel 4:1 Begripsbepalingen In deze afdeling wordt verstaan onder:

Artikel 4:1 Definities In deze afdeling wordt verstaan onder: a. Activiteitenbesluit milieubeheer: Activiteitenbesluit milieubeheer, zoals dat besluit luidde direct voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Omgevingswet; b. collectieve festiviteit: festiviteit die niet specifiek aan één of een klein aantal inrichtingen is verbonden; c. gevoelige gebouwen: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1.1. van het Activiteitenbesluit milieubeheer; d. gevoelige terreinen: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1.1. van het Activiteitenbesluit milieubeheer; e. houder van een inrichting: degene die als eigenaar, bedrijfsleider, beheerder of anderszins een inrichting drijft; f. incidentele festiviteit: festiviteit of activiteit die gebonden is aan één of een klein aantal inrichtingen; g. inrichting: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1.1 van de Wet milieubeheer, zoals die wet luidde direct voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Omgevingswet, met dien verstande dat de artikelen 4:2 tot en met 4:5 uitsluitend van toepassing zijn op

a. Besluit: het Activiteitenbesluit milieubeheer; b. inrichting: een inrichting type A of type B als bedoeld in het Besluit; c. houder van een inrichting: degene die als eigenaar, bedrijfsleider, beheerder of anderszins een inrichting drijft; d. collectieve festiviteit: festiviteit die niet specifiek aan één of een klein aantal inrichtingen is verbonden; e. incidentele festiviteit: festiviteit of activiteit die gebonden is aan één of een klein aantal inrichtingen. f. onversterkte muziek: onversterkte muziek is muziek, waarbij geen gebruik wordt gemaakt van een elektrische versterker. Het betreft alleen muziek uit akoestische instrumenten inclusief stemgeluid zonder een geluidversterker.

16

inrichtingen type A of type B als bedoeld in het Activiteitenbesluit milieubeheer; h. onversterkte muziek: muziek die niet elektronisch is versterkt. Bestaande tekst Artikel 4:5 Onversterkte muziek 1. Onversterkte muziek vanuit een muziekschool, theater dan wel soortgelijke inrichtingen, niet zijnde harmoniezalen, gemeenschapshuizen en gelijksoortige oefenlokalen, dient te voldoen aan de geluidsgrenswaarden zoals gesteld in de voorschriften van paragraaf 2.8 Geluidhinder van het Besluit, met uitzondering van artikel 2.18 lid 5. 2. Het ten gehore brengen van onversterkte muziek in harmoniezalen, gemeenschapshuizen en andere gelijksoortige oefenlokalen, mag niet plaatsvinden tussen 23.00 uur en 07.00 uur.

Nieuwe tekst Artikel 4:5 Onversterkte muziek 1. Onversterkte muziek vanuit een muziekschool, theater dan wel soortgelijke inrichtingen, niet zijnde harmoniezalen, gemeenschapshuizen en gelijksoortige oefenlokalen, dient te voldoen aan de geluidsgrenswaarden zoals gesteld in de voorschriften van paragraaf 2.8 Geluidhinder van het Activiteitenbesluit milieubeheer, met uitzondering van artikel 2.18 lid 5; 2. Het ten gehore brengen van onversterkte muziek in harmoniezalen, gemeenschapshuizen en andere gelijksoortige oefenlokalen, mag niet plaatsvinden tussen 23.00 uur en 07.00 uur.

Bestaande tekst Artikel 4:6 Overige geluidhinder 1. Het is verboden buiten een inrichting in de zin van de Wet milieubeheer of het Besluit op een zodanige wijze toestellen of geluidsapparaten in werking te hebben of handelingen te verrichten dat voor een omwonende of voor de omgeving geluidhinder wordt veroorzaakt. 2. Het college kan van het verbod ontheffing verlenen. 3. Het verbod geldt niet voorzover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet geluidhinder, de Zondagswet, het Wet openbare manifestaties, het Vuurwerkbesluit of de Provinciale milieuverordening.

Nieuwe tekst Artikel 4:6 Overige geluidhinder 1. Het is verboden buiten een inrichting op een zodanige wijze toestellen of geluidsapparaten in werking te hebben of handelingen te verrichten dat voor een omwonende of voor de omgeving geluidhinder wordt veroorzaakt. 2. Het college kan ontheffing verlenen van het verbod. 3. Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien bij of krachtens de Omgevingswet, de Zondagswet, de Wet openbare manifestaties, het Vuurwerkbesluit of de provinciale omgevingsverordening.

17

Bestaande tekst Artikel 4:15 Verbod hinderlijke of gevaarlijke reclame op/aan/in onroerende zaken (…) 5. De weigeringsgrond van het vierde lid, onder c, geldt niet voorzover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet milieubeheer en/of Activiteitenbesluit milieubeheer.

Nieuwe tekst Artikel 4:15 Verbod hinderlijke of gevaarlijke reclame op/aan/in onroerende zaken (…) 5. De weigeringsgrond van het vierde lid, onder c, geldt niet voorzover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet milieubeheer en/of Activiteitenbesluit milieubeheer, zoals die wet en dat besluit luidden direct voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Omgevingswet.

Bestaande tekst Artikel 4:18 Recreatief nachtverblijf buiten kampeerterreinen 1. Het is verboden ten behoeve van recreatief nachtverblijf kampeermiddelen te plaatsen of geplaatst te houden buiten een kampeerterrein dat als zodanig in het bestemmingsplan, de beheersverordening, een exploitatieplan of een voorbereidingsbesluit is bestemd of mede bestemd. (…)

Nieuwe tekst Artikel 4:18 Recreatief nachtverblijf buiten kampeerterreinen 1. Het is verboden ten behoeve van recreatief nachtverblijf kampeermiddelen te plaatsen of geplaatst te houden buiten een kampeerterrein dat als zodanig in een omgevingsplan is bestemd of mede bestemd. (…)

Bestaande tekst Artikel 5:5 Voertuigwrakken (…) 3. Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voorzover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet milieubeheer.

Nieuwe tekst Artikel 5:5 Voertuigwrakken (…) 3. Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voorzover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien bij of krachtens de Wet milieubeheer of het Besluit activiteiten leefomgeving.

Bestaande tekst Artikel 5:18 Standplaatsvergunning en weigeringsgronden (…) 2. Het college weigert de vergunning wegens strijd met een geldend bestemmingsplan (…)

Nieuwe tekst Artikel 5:18 Standplaatsvergunning en weigeringsgronden (…) 2. Het college weigert de vergunning wegens strijd met een geldend omgevingsplan. (…)

18

Bestaande tekst Artikel 5:20 Afbakeningsbepalingen 1. Het verbod van artikel 5:18, eerste lid geldt niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet milieubeheer, de Waterwet of het Provinciaal wegenreglement. (…)

Nieuwe tekst Artikel 5:20 Afbakeningsbepalingen 1. Het verbod van artikel 5:18, eerste lid, is niet van toepassing op beperkingengebiedactiviteiten met betrekking tot een weg of waterstaatswerk waarvoor regels zijn gesteld bij of krachtens de Omgevingswet of de provinciale omgevingsverordening. (…)

Bestaande tekst Artikel 5:23 Organiseren van een snuffelmarkt (…) 3. De burgemeester weigert de vergunning wegens strijd met een geldend bestemmingsplan. (…)

Nieuwe tekst Artikel 5:23 Organiseren van een snuffelmarkt (…) 3. De burgemeester weigert de vergunning wegens strijd met een geldend omgevingsplan. (…)

Bestaande tekst Artikel 5:24 Voorwerpen op, in of boven openbaar water (…) 5. Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door het Wetboek van Strafrecht, de Scheepvaartverkeerswet, het Binnenvaartpolitiereglement, de Wet beheer rijkswaterstaatswerken, de Waterwet, de provinciale vaarwegenverordening of het bepaalde bij of krachtens de Telecommunicatiewet.

Nieuwe tekst Artikel 5:24 Voorwerpen op, in of boven openbaar water (…) 5. Het verbod is niet van toepassing op beperkingengebiedactiviteiten met betrekking tot een waterstaatswerk waarvoor regels zijn gesteld bij of krachtens de Omgevingswet, de provinciale omgevingsverordening of de waterschapsverordening of op situaties waarin wordt voorzien door het Wetboek van Strafrecht, de Scheepvaartverkeerswet, het Binnenvaartpolitiereglement of het bepaalde bij of krachtens de Telecommunicatiewet.

19

Bestaande tekst Artikel 5:25 Ligplaats vaartuigen (…) 3. Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de Woningwet, de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, de Wet milieubeheer, het Binnenvaartpolitiereglement, de Waterwet of de provinciale landschapsverordening. (…)

Nieuwe tekst Artikel 5:25 Ligplaats vaartuigen (…) 3. Het verbod is niet van toepassing op beperkingengebiedactiviteiten met betrekking tot een waterstaatswerk waarvoor regels zijn gesteld bij of krachtens de Omgevingswet, de provinciale omgevingsverordening of de waterschapsverordening of op situaties waarin wordt voorzien door het Besluit bouwwerken leefomgeving of het overige bepaalde bij of krachtens de Omgevingswet, de Wet milieubeheer of het Binnenvaartpolitiereglement. (…)

Bestaande tekst Artikel 5:28 Beschadigen van waterstaatswerken (…) 2. Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door het Wetboek van Strafrecht, het Binnenvaartpolitiereglement, de Waterwet of de provinciale vaarwegenverordening.

Nieuwe tekst Artikel 5:28 Beschadigen van waterstaatswerken (…) 2. Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door het Wetboek van Strafrecht, het Binnenvaartpolitiereglement of de provinciale omgevingsverordening.

Bestaande tekst Artikel 5:30 Veiligheid op het water (…) 2. Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door het Binnenvaartpolitiereglement, de Waterwet of de provinciale vaarwegenverordening.

Nieuwe tekst Artikel 5:30 Veiligheid op het water (…) 2. Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door het Binnenvaartpolitiereglement, de provinciale omgevingsverordening of het bepaalde bij of krachtens de Omgevingswet.

Bestaande tekst Artikel 5:32 Crossterreinen (…)

Nieuwe tekst Artikel 5:32 Crossterreinen (…) 4. Het verbod in het eerste lid geldt niet voor zover in het daarin 20

4.

Het verbod in het eerste lid geldt niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, het Besluit omgevingsrecht, de Zondagswet of het Besluit geluidproductie sportmotoren.

Bestaande tekst Artikel 5:34 Verbod afvalstoffen te verbranden buiten inrichtingen of anderszins vuur te stoken 2. Het verbod geldt niet voorzover het betreft: a. verlichting door middel van kaarsen, fakkels en dergelijke; b. sfeervuren zoals terrashaarden en vuurkorven, indien geen afvalstoffen worden verbrand en voorzover dat geen gevaar, overlast of hinder voor de omgeving oplevert; c. vuur voor koken, bakken en braden, voorzover dat geen gevaar, overlast of hinder voor de omgeving oplevert. 3. Het college kan van dit verbod ontheffing verlenen. 4. Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de ontheffing worden geweigerd ter bescherming van de flora en fauna. 5.Het verbod geldt niet voorzover in het geregelde onderwerp wordt voorzien door artikel 429, aanhef en onder 1 of 3, van het Wetboek van Strafrecht of de Provinciale milieuverordening.

geregelde onderwerp wordt voorzien door de Omgevingswet, afdeling 3.9 van het Besluit activiteiten leefomgeving, de Zondagswet of het Besluit geluidproduktie sportmotoren.

Nieuwe tekst Artikel 5:34 Verbod afvalstoffen te verbranden buiten inrichtingen of anderszins vuur te stoken 2. Mits geen sprake is van gevaar, overlast of hinder voor de omgeving, is het verbod niet van toepassing op: a. verlichting door middel van kaarsen, fakkels en dergelijke; b. sfeervuren zoals terrashaarden en vuurkorven, voorzover geen afvalstoffen worden verbrand; c. vuur voor koken, bakken en braden. 3. Het college kan ontheffing verlenen van het verbod. 4. Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de ontheffing worden geweigerd ter bescherming van de flora en fauna. 5. Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door artikel 429, aanhef en onder 1˚ of 3˚, van het Wetboek van Strafrecht of de provinciale omgevingsverordening.

Toelichting wijziging art. 2:34a.8, 2:34a.9, 2:39, 2:60, 2:71, 2:82, 2:84, 3:13, 4:15, 4:1, 4:5 en 4:6, 4:18, 5:18 en 5:34: Wijzigingen vanwege de invoering van de Omgevingswet en de wijziging van het Vuurwerkbesluit (2:71). Daarnaast is in artikel 2:60 de tekst aangepast aan de wijziging van artikel 2:60 in de Model Algemene Plaatselijke Verordening (gewijzigd model, juli 2022). Dat leidt tot een vereenvoudiging van lid 2. De wijzigingen inzake art. 4:1, 4:5 en 4:6 zijn afgestemd met de RUD. De hele Afdeling 1, waarvan deze drie artikelen onderdeel zijn, gaat onderdeel uitmaken van het omgevingsplan van rechtswege. Datzelfde geldt voor artikel 4:15. Het Vuurwerkbesluit is per 1 januari 2022 gewijzigd. De tekstwijziging op basis van de Modelverordening zorgt er voor dat bij toekomstige wijzigingen in het besluit het artikel niet meer hoeft worden aangepast

21

B. wijzigingen vanwege invoering Alcoholwet en C. wijzigingen vanwege regionaal Beleid Wielertoertochten Zuid-Limburg-Euregio De artikelen 2:24 – 2:28c, 2:34b.1, 2:47b, 2:48, 2:48a en 3:5 worden als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Afdeling 3 Evenementen

Nieuwe tekst Afdeling 3 Evenementen

Artikel 2:24 Definities 1. In deze afdeling wordt onder evenement verstaan: elke voor publiek toegankelijke verrichting van vermaak, met uitzondering van: (…) d. het in een inrichting in de zin van de Drank- en Horecawet gelegenheid geven tot dansen; 2. Onder evenement wordt mede verstaan: a. een herdenkingsplechtigheid; b. een braderie; c. een optocht op de weg, niet zijnde een betoging als bedoeld in artikel 2:3 van deze verordening; d. een feest, muziekvoorstelling of wedstrijd op of aan de weg; e. een klein evenement; f. een wielertoertocht vanaf 101 deelnemers; g. een door de burgemeester aangewezen categorie vechtsportwedstrijden of –gala’s.

Artikel 2:24 Definities 1. In deze afdeling wordt onder evenement verstaan: elke voor publiek toegankelijke verrichting van vermaak, met uitzondering van: (…) d. het in een inrichting in de zin van de Alcoholwet gelegenheid geven tot dansen; 2. Onder evenement wordt mede verstaan: a. een herdenkingsplechtigheid; b. een braderie; c. een optocht op de weg, niet zijnde een betoging als bedoeld in artikel 2:3 van deze verordening; d. een feest, muziekvoorstelling of wedstrijd op of aan de weg; e. een klein evenement; f. een wielertoertocht vanaf 101 deelnemers; g. pelotonstochten vanaf 30 deelnemers; h. een door de burgemeester aangewezen categorie vechtsportwedstrijden of –gala’s.

22

Bestaande tekst Artikel 2:28 Exploitatie horecabedrijf (…) 3. Bij de aanvraag, bedoeld in het vorige lid, wordt ten minste: (…) d. overlegd een recente verklaring omtrent het gedrag, door iedere leidinggevende(n) (afgiftedatum uiterlijk drie maanden voor de datum indiening vergunningaanvraag), indien niet tevens een aanvraag is ingediend voor een vergunning krachtens artikel 3 Drank- en Horecawet. 6. Onverminderd het gestelde in artikel 2:28b kan de burgemeester de in het vijfde lid bedoelde ingebruikneming van die weg ten behoeve van een of meer bij een horecabedrijf horende terrassen weigeren, dan wel intrekken: (…) c. indien het gebruik in strijd is met een geldend bestemmingsplan; (…)

Nieuwe tekst Artikel 2:28 Exploitatie horecabedrijf (…) 3. Bij de aanvraag, bedoeld in het vorige lid, wordt ten minste: (…) d. overlegd een recente verklaring omtrent het gedrag, door iedere leidinggevende(n) (afgiftedatum uiterlijk drie maanden voor de datum indiening vergunningaanvraag), indien niet tevens een aanvraag is ingediend voor een vergunning krachtens artikel 3 Alcoholwet. 6. Onverminderd het gestelde in artikel 2:28b kan de burgemeester de in het vijfde lid bedoelde ingebruikneming van die weg ten behoeve van een of meer bij een horecabedrijf horende terrassen weigeren, dan wel intrekken: (…) c. indien het gebruik in strijd is met een geldend omgevingsplan; (…)

Bestaande tekst Artikel 2:28b Weigeringsgronden 1. De burgemeester weigert de vergunning indien: (…) b. de vestiging of exploitatie strijd oplevert met het geldende bestemmingsplan; (…)

Nieuwe tekst Artikel 2:28b Weigeringsgronden 1. De burgemeester weigert de vergunning indien: (…) b. de vestiging of exploitatie strijd oplevert met het geldende omgevingsplan; (…)

Bestaande tekst Artikel 2:28c Intrekkingsgronden Onverminderd het bepaalde in artikel 1:6 Apv, 1. trekt de burgemeester de vergunning in: (…)

Nieuwe tekst Artikel 2:28c Intrekkingsgronden Onverminderd het bepaalde in artikel 1:6 Apv, 1. trekt de burgemeester de vergunning in: (…)

23

d. niet langer wordt voldaan aan het gestelde in artikel 8 lid 1 b en c en lid 2 van de Drank- en Horecawet;

d. niet langer wordt voldaan aan het gestelde in artikel 8 lid 1 b en c en lid 2 van de Alcoholwet;

Bestaande tekst Nieuwe tekst Afdeling 5 Regulering paracommerciële rechtspersonen en Afdeling 5 Regulering paracommerciële rechtspersonen en overige overige aangelegenheden uit de Drank- en aangelegenheden uit de Alcoholwet Horecawet Artikel 2:34b.1 Definities Artikel 2:34b.1 Definities In deze afdeling wordt verstaan onder: In deze afdeling wordt verstaan onder: (…) (…) dat wat daaronder wordt verstaan in de Alcoholwet. hetgeen daaronder wordt verstaan ingevolge (artikel 1 van) de Drank- en Horecawet. Bestaande tekst Artikel 2:47b Verbod op lachgas 1. Het is verboden op een openbare plaats of het openbaar water lachgas te gebruiken of tanks, ampullen en dergelijke met lachgas bij zich te hebben. 2. Het bepaalde in het eerste lid geldt niet: a. voor het gebruik van slagroompatronen ten behoeve van slagroomspuiten in horecagelegenheden conform de Drank- en Horecawet; b. voor het gebruik van medische doeleinden.

Nieuwe tekst Artikel 2:47b Verbod op lachgas (Vervallen)

Toelichting wijziging: Artikel 2:47b over het verbod op lachgas vervalt. Per 1 januari 2023 geldt er een lachgasverbod in Nederland, wat betekent dat lachgas per die datum onder de Opiumwet valt (lijst II, softdrugs). Dit was nog niet het geval toen bovenstaand artikel in de APV werd opgenomen. Toen bestond er behoefte om een basis te creëren om te kunnen handhaven op lachgas. Echter, nu lachgas onder de Opiumwet valt, is er een stevigere basis om te handhaven. Het artikel in de APV is daarmee overbodig geworden.

24

Bestaande tekst Artikel 2:48 Verboden drankgebruik 1. Het is voor personen die de leeftijd van achttien jaar hebben bereikt verboden op een openbare plaats, die deel uitmaakt van een door het college aangewezen gebied, alcoholhoudende drank te gebruiken of aangebroken flessen, blikjes en dergelijke met alcoholhoudende drank bij zich te hebben. 2. Het bepaalde in het eerste lid geldt niet voor: a. een terras dat behoort bij een horecabedrijf, als bedoeld in artikel 1 van de Drank- en Horecawet; b. de plaats, niet zijnde een horecabedrijf, als bedoeld onder a, waarvoor een ontheffing geldt krachtens artikel 35 van de Drank en Horecawet.

Nieuwe tekst Artikel 2:48 Verboden drankgebruik 1. Het is voor personen die de leeftijd van achttien jaar hebben bereikt verboden op een openbare plaats, die deel uitmaakt van een door het college aangewezen gebied, alcoholhoudende drank te gebruiken of aangebroken flessen, blikjes en dergelijke met alcoholhoudende drank bij zich te hebben. 2. Het bepaalde in het eerste lid geldt niet voor: a. een terras dat behoort bij een horecabedrijf, als bedoeld in artikel 1 van de Alcoholwet; b. de plaats, niet zijnde een horecabedrijf, als bedoeld onder a, waarvoor een ontheffing geldt krachtens artikel 35 van de Alcoholwet.

Bestaande tekst Artikel 2:48a Glazen drinkgerei 1. De houder van een horecabedrijf als bedoeld in artikel 2:27, dat gelegen is binnen een door het college aangewezen gebied, is verplicht zodanige maatregelen te nemen dat de bezoekers van zijn horecabedrijf geen drinkgerei van glas of flessen van glas buiten het horecabedrijf brengen. 2. Het is verboden op de weg, die deel uitmaakt van een door het college aangewezen gebied, drinkgerei van glas of geopende flessen van glas, die kennelijk bestemd zijn voor het bewaren van drank, bij zich te hebben of met zich mee te voeren. 3. Het bepaalde in het tweede lid geldt niet voor: a. een terras dat behoort bij een horecabedrijf als bedoeld in artikel 2:27; b. de plaats, niet zijnde een horecabedrijf als bedoeld onder a, waarvoor een ontheffing geldt krachtens artikel 35 van de Dranken Horecawet.

Nieuwe tekst Artikel 2:48a Glazen drinkgerei 1. De houder van een horecabedrijf als bedoeld in artikel 2:27, dat gelegen is binnen een door het college aangewezen gebied, is verplicht zodanige maatregelen te nemen dat de bezoekers van zijn horecabedrijf geen drinkgerei van glas of flessen van glas buiten het horecabedrijf brengen. 2. Het is verboden op de weg, die deel uitmaakt van een door het college aangewezen gebied, drinkgerei van glas of geopende flessen van glas, die kennelijk bestemd zijn voor het bewaren van drank, bij zich te hebben of met zich mee te voeren. 3. Het bepaalde in het tweede lid geldt niet voor: a. een terras dat behoort bij een horecabedrijf als bedoeld in artikel 2:27; b. de plaats, niet zijnde een horecabedrijf als bedoeld onder a, waarvoor een ontheffing geldt krachtens artikel 35 van de Alcoholwet.

25

Bestaande tekst Artikel 3:5 Gedragseisen exploitant en beheerder (…) 2. Onverminderd het bepaalde in het eerste lid, zijn de exploitant en de beheerder niet: (…) c. binnen de laatste vijf jaar bij tenminste twee rechterlijke uitspraken onherroepelijk veroordeeld tot een onvoorwaardelijke geldboete van € 500 of meer of tot een andere hoofdstraf als bedoeld in artikel 9, eerste lid, onder a van het Wetboek van Strafrecht, wegens dan wel mede wegens overtreding van: 1. bepalingen gesteld bij of krachtens de Drank- en Horecawet, de Opiumwet, de Vreemdelingenwet en de Wet arbeid vreemdelingen; (…)

Nieuwe tekst Artikel 3:5 Gedragseisen exploitant en beheerder (…) 2. Onverminderd het bepaalde in het eerste lid, zijn de exploitant en de beheerder niet: (…) c. binnen de laatste vijf jaar bij tenminste twee rechterlijke uitspraken onherroepelijk veroordeeld tot een onvoorwaardelijke geldboete van € 500 of meer of tot een andere hoofdstraf als bedoeld in artikel 9, eerste lid, onder a van het Wetboek van Strafrecht, wegens dan wel mede wegens overtreding van: 1. bepalingen gesteld bij of krachtens de Alcoholwet, de Opiumwet, de Vreemdelingenwet en de Wet arbeid vreemdelingen; (…)

Toelichting wijzigingen artikel 2:24 – 2:28c en 2:34b.1, 2:47b, 2:48, 2:48a en 3:5: De Alcoholwet heeft per 1 juli 2021 de Drank- en Horecawet vervangen. Het betreft technische aanpassingen. Daarnaast wordt rekening gehouden met de beleidsafspraken als gevolg van het regionaal Beleid Wielertoertochten Zuid-Limburg-Euregio.

D. kleine aanpassingen conform Model-APV van de VNG Bestaande tekst Artikel 2:65 Bedelarij Het is verboden in door het college aangewezen gebieden op of aan de weg of in een voor het publiek toegankelijk gebouw te bedelen om geld of andere zaken.

Nieuwe tekst Artikel 2:65 Bedelarij Het is verboden op een openbare plaats te bedelen om geld of andere zaken in door het college ter voorkoming of beëindiging van overlast aangewezen gebieden.

Toelichting wijziging:

26

Op grond van artikel 2:65 is het verboden te bedelen op openbare plaatsen in een door het college aangewezen gebied. Daar is het motief ‘ter voorkoming of beëindiging van overlast’ aan toegevoegd. Aanleiding is een uitspraak van het Europese Hof van de Rechten van de Mens, waarin hij oordeelt dat de menselijke waardigheid wordt aangetast als iemand niet beschikt over voldoende bestaansmiddelen en dat deze beschermd wordt door artikel 8 EVRM (het recht op de eerbiediging van het privéleven). Dit recht kan op grond van artikel 8, tweede lid, EVRM beperkt worden, mits deze beperking een legitiem doelt dient, een wettelijke basis heeft en noodzakelijk is voor de democratische samenleving. De laatste voorwaarde vereist een afweging van de belangen van het individu en die van de maatschappij. Veiligheidshalve is daarom het motief ‘voorkoming of beëindiging van overlast’ opgenomen in artikel 2:65. De bepaling is ook redactioneel aangepast. Bestaande tekst Artikel 4:17 Begripsbepaling In deze afdeling wordt onder kampeermiddel verstaan:

Nieuwe tekst Artikel 4:17 Begripsbepaling In deze afdeling wordt onder kampeermiddel verstaan:

Een onderkomen of voertuig waarvoor geen omgevingsvergunning voor het bouwen in de zin van artikel 2.1, eerste lid onder a van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht is vereist, dat bestemd of opgericht is dan wel gebruikt wordt of kan worden gebruikt voor recreatief nachtverblijf.

Een niet-grondgebonden onderkomen of voertuig waarvoor geen omgevingsvergunning voor het bouwen in de zin van artikel 2.1, eerste lid onder a van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht is vereist, dat bestemd of opgericht is dan wel gebruikt wordt of kan worden gebruikt voor recreatief nachtverblijf.

Bestaande tekst Artikel 5:10 Parkeren of laten stilstaan van voertuigen anders dan op de rijbaan 1. Het is verboden een voertuig te parkeren of te laten stilstaan op een door het college aangewezen niet tot de rijbaan behorend weggedeelte. 2. Het verbod is niet van toepassing op voertuigen die worden gebruikt voor werkzaamheden in opdracht van een bestuursorgaan of openbaar lichaam.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=SittardGeleen&id=ce874b93-d1d2-4c8c-a2eb-06e0a5b78ce1