Bijlage 1 4e rapportage 2022
Tekst van het document
4de programmarapportage 2022
Datum:
22-11-2022
Colofon: Gemeente Sittard-Geleen Team Financiën Postbus 18 6130 AA Sittard Inlichtingen: tel 14 046
1
INLEIDING...........................................................................................................................3 1.
ACTUALISATIE FINANCIEEL PERSPECTIEF .....................................................................5 1.1 AANDACHTPUNTEN .....................................................................................................5 1.2 ACTUALISATIE BEGROTINGSBEELD ...................................................................................7
2.
ONTWIKKELINGEN PER PROGRAMMA.......................................................................29 PROGRAMMA 0: BESTUUR EN ONDERSTEUNING .....................................................................30 PROGRAMMA 1: VEILIGHEID ..............................................................................................44 PROGRAMMA 2: VERKEER, VERVOER EN WATERSTAAT .............................................................47 PROGRAMMA 3: ECONOMIE ..............................................................................................53 PROGRAMMA 4: ONDERWIJS .............................................................................................56 PROGRAMMA 5: SPORT, CULTUUR EN RECREATIE ...................................................................60 PROGRAMMA 6: SOCIAAL DOMEIN......................................................................................64 PROGRAMMA 7: VOLKSGEZONDHEID EN MILIEU .....................................................................71 PROGRAMMA 8: VOLKSHUISVESTING, RUIMTELIJKE ORDENING EN STEDELIJKE VERNIEUWING ..........75
3.
BESLISPUNTEN ..........................................................................................................80
4.
BIJLAGEN...................................................................................................................83 BIJLAGE 1: ADMINISTRATIEVE WIJZIGINGEN ...........................................................................83
2
Inleiding
Voor u ligt de 4de rapportage 2022. De laatste tussentijdse rapportage in 2022 waarin wij onze begroting kunnen bijstellen. Zoals bij de begrotingsbehandeling toegelicht, is er rondom de actualisatie van het begrotingsbeeld sprake van een forse dynamiek. Met name de invloed van de verschillende crises (corona en energie) en de ontwikkeling van het rijksbeleid zijn hier belangrijke factoren in. Deze invloed is op onderdelen onzeker, wat het ontwikkelen van een stabiele financiële strategie tot een opgave maakt. Via onze P&C-cyclus, met 4 tussentijdse rapportages, zijn wij in staat de actuele ontwikkelingen te volgen en telkens te vertalen in ons begrotingsbeeld. Daarnaast doen wij, zoals in de begroting 2023 aangekondigd en bij de aanbieding van het raadsvoorstel ‘1ste begrotingswijziging 2023 – septembercirculaire 2022’ bevestigd, in deze rapportage voorstellen om te anticiperen op de effecten van de diverse crises op inwoners, ondernemers, verenigingen en instellingen. De basis voor onze P&C-producten is vastgelegd in het raadsbesluit P&C-cyclus 2022 van 27 januari 2022. In dit besluit is de inrichting en planning van onze rapportages op hoofdlijnen uitgewerkt. Voor deze rapportage is in dit voorstel de volgende focus uitgewerkt: Rapportage 4de rapportage
Focus • • •
Financiële rapportage (begrotingsbijstellingen) Laatste bijstellingen budgetten (rechtmatigheid in jaarrekening 2021) Actualisatie programmabladen (ontwikkelingen en risico’s)
Net als in voorgaande jaren hanteren wij in onze rapportages het uitzonderingsprincipe. Dit betekent dat we op de programmabladen afwijkingen van de begroting 2022 en/ of nieuwe ontwikkelingen en risico’s melden. Voor zover de begrotingsuitvoering volgens planning verloopt, wordt hierover in de programmabladen niets opgenomen. Wij hebben aansluitend op het voorbereidingstraject van de begroting 2023 alle ontwikkelingen meegenomen die op het moment van samenstelling van deze rapportage (begin november 2022) bekend waren. Voor zover aan de orde en financieel kwantificeerbaar komen we terug op de effecten van de in de 3de rapportage 2022 op de programmabladen gerapporteerde ontwikkelingen en risico’s. Waarbij we voor deze verwerking onze begrotingskaders toepassen. Daarnaast actualiseren we in deze rapportage, waar nodig, voor de laatste keer de budgetten in de jaarschijf 2022 bij. Bijgestelde budgetten, gebaseerd op actuele prognoses, zijn belangrijk om begrotingsoverschrijdingen in de jaarrekening 2022 zoveel mogelijk te voorkomen. Tot slot stellen we een aantal budgetoverhevelingen voor zodat activiteiten die niet of niet volledig in 2022 zijn uitgevoerd, in 2023 verder opgepakt kunnen worden. In deze rapportage gaan we achtereenvolgens in op de volgende onderdelen: 1. Actualisatie financieel perspectief; 2. Ontwikkelingen per programma; 3. Beslispunten.
3
Wij starten deze rapportage met de actualisatie van het financieel perspectief. Wij geven u inzicht in de ontwikkeling van het begrotingsresultaat in de lopende jaarschijf 2022 en de meerjarenraming 2023-2026. Wij lichten dit begrotingsresultaat op hoofdlijnen toe. In hoofdstuk 2 geven wij per programma, voor zover van toepassing, een opsomming van relevante ontwikkelingen, risico’s en voorstellen tot aanpassing van de budgetten. Tevens geven wij per programma een overzicht van de ontwikkeling van de budgetten die voor de uitvoering van het betreffende programma beschikbaar zijn. In hoofdstuk 3 leggen wij op basis van het geactualiseerd financieel perspectief en de financiële ontwikkelingen op de programmabladen een aantal beslispunten aan u voor.
4
1. Actualisatie financieel perspectief 1.1
Aandachtpunten
Scope 4de rapportage 2022 De basis voor onze P&C-producten is vastgelegd in het raadsbesluit ‘P&C-cyclus 2022’. In de inleiding hebben wij aangegeven welke focus in deze rapportage wordt gelegd. Daarnaast zijn voor de uitwerking van deze rapportage een aantal algemene en specifieke aandachtspunten van toepassing. Algemene aandachtspunten - Kaderstelling voor financiële bijstellingen In algemene zin geldt voor voorstellen tot begrotingsaanpassing een aantal kaders: • Toepassing van onze begrotingskaders; we doen voorstellen voor verwerking autonome ontwikkelingen die niet binnen het product of programma opgevangen kunnen worden. Voor beleidskeuzes doen we dekkingsvoorstellen. • We doen voorstellen voor zover de bijstelling groter is dan 1% van het budget op programmaniveau met een minimumbedrag van € 50.000. Bijstellingen onder deze grens presenteren wij onder de noemer ‘kleine verschillen’. Administratieve wijzigingen nemen wij op in een bijlage. Deze wijzigingen hebben betrekking op verwerking van eerdere besluitvorming of het budgettair neutraal corrigeren van budgetten over de programma’s heen. Voor de bijstelling van kredieten hanteren we een ondergrens van € 0,1 mln. (met uitzondering van nieuwe kredieten). -
Begrotingsrechtmatigheid In deze rapportage kunnen we onze budgetten voor de laatste keer dit jaar actualiseren. Bijgestelde budgetten, gebaseerd op actuele prognoses, zijn belangrijk om begrotingsoverschrijdingen in de jaarrekening 2022 zoveel mogelijk te voorkomen. Bijstelling heeft betrekking op zowel de exploitatiebudgetten als de investeringskredieten.
-
Budgetoverheveling Voor zover activiteiten in 2022 niet (volledig) worden afgerond en de daarvoor bestemde budgetten niet (volledig) zijn aangewend, kunnen in deze rapportage voorstellen tot budgetoverheveling worden gedaan. Door deze voorstellen nú in de rapportage te verwerken, zijn de budgetten met ingang van 2023 beschikbaar en kunnen we de uitvoering van de activiteiten continueren. Deze budgetoverheveling is alleen aan de orde, voor zover kan worden aangetoond dat de continuering van de activiteiten uit 2022 niet binnen de beschikbare budgetten uit de begroting 2023 zijn op te vangen.
5
Specifieke aandachtspunten. Naast bovenstaande algemene aandachtspunten zijn op basis van de actualiteit nog een aantal specifieke aandachtspunten te noemen die we in de uitwerking van de rapportage meenemen. Actualiteiten - Verwerking financiële effecten uit de septembercirculaire 2022; - Verwerking definitief budget BUIG 2022, voorlopig budget BUIG 2023; - Afwikkeling ombuiging ESCS-locatie ad € 1,2 mln. uit de algemene reserve risicobeheersing Nb. het financieel resultaat uit de septembercirculaire is via een afzonderlijk raadsbesluit ‘1ste begrotingswijziging 2023 - septembercirculaire’ in het begrotingsbeeld verwerkt. In deze rapportage nemen wij een analyse van het resultaat uit deze circulaire op en verwerken wij een aantal taakmutaties in het begrotingsbeeld. Uit de 3de rapportage 2022 Zoals aangekondigd in de 3de rapportage 2022 stellen we voorzieningen, inclusief stortingen in, voor: - Spaarverlof - Grafrechten graven Kloosterorde Dochters van de Goddelijke voorzienigheid Uit de begroting 2023 - Aankondiging om voorstellen te doen om te anticiperen op de effecten van de diverse crises op inwoners, ondernemers, verenigingen en instellingen. - Administratieve verwerking van de inzet van exploitatiemiddelen ad € 1,75 mln. respectievelijk investeringsmiddelen € 4,8 mln. om in 2023 de continuïteit van een aantal onderwerpen te borgen.
Overeenkomstig de besluitvorming hierover in de programmabegroting 2023 (Hoofdstuk 3 exploitatie- en investeringsprogramma 2022-2026). - Monitoring en voorstel voor verwerking van effecten van prijsstijgingen op onze budgetten.
6
1.2
Actualisatie begrotingsbeeld
In hoofdstuk 2 ‘Ontwikkelingen per programma’ geven wij per programma de voorstellen tot aanpassing van de begroting 2022 en meerjarenraming 2023-2026 aan. Kijkend naar de toepassing van onze begrotingskaders betreft het aanpassingen die wij niet binnen het product of betreffende programma kunnen oplossen. Met andere woorden, de oplossing van met name de nadelige aanpassingen vindt plaats via de totale begroting. In dit verband merken wij op dat, passend binnen het karakter van een uitzonderingsrapportage, nadelige aanpassingen die binnen het product of programma kunnen worden opgelost niet in deze rapportage zijn opgenomen. De begrotingssaldi tot en met de 3de rapportage 2022/ begroting 2023 fungeren als vertrekpunt voor deze actualisatie. Voor een zo goed mogelijk inzicht in de ontwikkeling van onze financiële positie hebben wij de volgende onderdelen in de actualisatie betrokken: 1. Samenvatting begrotingsaanpassingen 4de rapportage 2022 2. Financiële ontwikkelingen 3. Ontwikkeling begrotingssaldi tot en met de 4de rapportage 2022 4. Resultaatbestemming x1. Samenvatting begrotingsaanpassingen In hoofdstuk 2 ‘Ontwikkelingen per programma’ geven wij per programma inzicht in de ontwikkeling van de budgetten en de voorstellen tot bijstelling van deze budgetten. In onderstaande tabel hebben wij de saldi van de budgetten per programma samengevat.
Tabel 1: Samenvatting programmasaldi Totaal
Begroting voor bijstelling 2022
Goedgekeurde bijstellingen
(a) 0 Bestuur en ondersteuning
196.522
20.677
217.199
6.335
1 Veiligheid
-12.633
-905
-13.538
2 Verkeer, vervoer en waterstaat
-21.731
-571
3 Economie
-6.290
-572
4 Onderwijs
-8.473
-25
bedragen x € 1.000
Bijstelling 4e Prorap
2022
Begroting incl. goedgekeurd 2022
Begroting na bijstelling
Bijstelling
Bijstelling
Bijstelling
Bijstelling
(b)
(c=a+b)
2022
2022
2023
2024
2025
2026
(d)
(e=c+d)
(f)
(f)
(f)
(f)
223.533
2.662
1.027
1.138
924
-323
-13.861
-296
-146
-146
-146
-22.303
-828
-23.130
-165
-78
-270
-307
-6.862
-69
-6.931
-632
-14
-14
-13
-8.498
94
-8.403
-126
-237
-235
-234
5 Sport, cultuur en recreatie
-26.942
-2.266
-29.209
71
-29.137
-157
-7
-7
-7
6 Sociaal Domein
-115.110
-13.766
-128.876
349
-128.527
2.069
1.055
1.184
1.921
7 Volksgezondheid en milieu
384
-252
132
-922
-790
78
78
78
78
8 Volkshuisvesting, ruimt. ordening en sted. vernieuwing Totaal
-5.725
-546
-6.271
-504
-6.775
-641
-41
-41
-40
0
1.773
1.773
4.205
5.978
2.793
1.639
1.687
2.174
Leeswijzer tabel 1: De actuele begroting (kolom c) fungeert als vertrekpunt voor de actualisatie van de budgetten. De actuele begroting wordt bepaald door de primitieve begroting (kolom a) raadsbesluit 10 november 2021 – en de begrotingswijzigingen die sindsdien zijn verwerkt (kolom b). Deze begrotingswijzigingen hebben betrekking op administratieve, budgettair neutrale wijzigingen en de aanpassingen conform de 1ste tot en met de 3de rapportage 2022 en de begroting 2023, inclusief het raadsbesluit ‘1ste begrotingswijziging 2023 septembercirculaire’. De voorstellen tot bijstellingen van de budgetten in deze rapportage
7
zijn zowel voor 2022 (kolom d) als de jaren 2023-2026 (kolom f) weergegeven. Kolom e geeft inzicht in de actuele begroting 2022, incl. de bijstellingen tot en met de 4de rapportage 2022. De bedragen in de kolommen (a), (c) en (e) zijn saldobedragen; het verschil tussen de totale baten en lasten van het programma. Voor programma 0 betreft dit een positief saldo - de baten zijn hoger dan de lasten -, omdat hier de inkomsten uit het gemeentefonds en de belastingen worden verantwoord. De overige programma’s hebben een negatief saldo - de lasten zijn hoger dan de baten -. Op deze programma’s worden naast specifieke inkomsten de lasten verantwoord om het programma uit te kunnen voeren. De bedragen in de kolommen (d) en (f) hebben betrekking op het totaal van de bijstellingen op het programma. Een positief bedrag heeft een voordelig effect op het begrotingssaldo; een negatief bedrag heeft een nadelig effect op het begrotingssaldo. Toelichting tabel 1: Uit de tabel blijkt dat wij de actualisatie van ons begrotingsbeeld - op basis van de actuele begroting - starten met een sluitende begroting. Het totaal aan bijstellingen in deze rapportage bedraagt in 2022 € 4,21 mln. voordelig. De voordelige structurele doorwerking van de bijstellingen bedraagt in 2023 € 2,79 mln. En loopt af tot een voordeel van € 2,17 mln. in 2026.
In de volgende tabel geven wij een toelichting op de belangrijkste voorstellen tot begrotingsaanpassing. Tabel 2: Begrotingsaanpassingen Actuele Begroting 2022
Begrotingsaanpassingen bedragen x € 1.000
Begroting 2023
Begroting 2024
Begroting Begroting 2025 2026
Resultaat 4de rapportage 2022 AUTONOME ONTWIKKELINGEN Derving naheffingsaanslagen parkeren
-100
Leges burgerzaken
104
Bijstelling begroting BsGW
-122
Prognose spaarverlof 2022
-1.100
Bijstelling VSV-gelden
193
Bijzettingen/ dumpingen bij OGI's
-315
Afwikkeling woningbouwproject
300
Belastingmaatregelen 2023
105
Doorwerking kapitaallasten investeringsruimte 2025 Common ground IM-ICT
-250 -72
-72
-72
-72
850
850
850
850
1.939
921
975
1.712
2.822
1.699
1.753
2.240
Sociaal Domein - Wmo - bijstelling begeleiding en PGB
3.896
- Wmo bijstelling huishoudelijke ondersteuning en PGB - Bijstelling rolstoelen
847
- Bijstelling SMI Kinderopvang
-78
283
- Middelencomplex BUIG Saldo autonome ontwikkelingen
3.908
8
Actuele Begroting 2022
Begrotingsaanpassingen bedragen x € 1.000
Begroting 2023
Begroting 2024
Begroting Begroting 2025 2026
Resultaat 4de rapportage 2022 BELEIDSKEUZES Herverdeling inzet POK-middelen (versterken dienstverlening) Saldo beleidskeuzes
269 269
-
-
-
-
-200
-200
636
200
200
-
-
KLEINE VERSCHILLEN (< € 50.000)
28
-29
-60
-66
-66
Totaal begrotingsaanpassingen
4.205
2.793
1.639
1.687
2.174
CORONA Parkeerinkomsten
-566
Extra maatregelen verkiezingen
-43
Reclame-inkomsten AO displays
-26
Septembercirculaire (SW-bedrijven)
72
Omzetderving Vidar
-67
Bijstelling BsGW
-6
Belastingmaatregelen 2023 Onttrekking aan reservering coronamiddelen Saldo corona
Leeswijzer tabel 2: In bovenstaande tabel hebben wij de voorstellen tot begrotingsaanpassing opgenomen die van invloed zijn op het begrotingssaldo. Positieve bedragen hebben een voordelig effect op het begrotingssaldo; negatieve bedragen hebben een nadelig effect op het begrotingssaldo. Wij hebben de aard van de aanpassingen onderverdeeld in autonome ontwikkelingen, beleidskeuzes en corona-effecten. Voor een volledig inzicht in de voorgestelde bijstellingen per programma - inclusief inhoudelijke toelichting - verwijzen wij u naar hoofdstuk 2 van deze rapportage. Hier zijn ook de voorstellen tot aanpassing opgenomen die geen invloed hebben op het begrotingssaldo - budgettair neutrale aanpassingen -. Toelichting tabel 2: Uit de tabel blijkt dat het totaal aan begrotingsaanpassingen in 2022 € 4,21 mln. voordelig is. De voordelige structurele doorwerking van de bijstellingen bedraagt in 2023 € 2,79 mln. En loopt af tot een voordeel van € 2,17 mln. in 2026. Voordat wij onderstaand de individuele posten kort toelichten geven wij eerst een analyse op hoofdlijnen. Op hoofdlijnen Het resultaat van deze rapportage wordt in belangrijke mate bepaald door autonome ontwikkelingen binnen het Sociaal Domein, met name op het vlak van de Wmo-begeleiding en het middelencomplex BUIG.
Bij de Wmo-begeleiding is er sprake van een structureel aanbestedingsvoordeel (€ 0,85 mln.) een incidenteel voordeel door een lager verzilverings-
9
percentage ZIN1 en PGB (€ 2,75 mln). Daarnaast is de besluitvorming over de definitieve vaststelling van het BUIG-budget 2022 en het voorlopig BUIG-budget 2023 in de cijfers verwerkt. In 2022 leidt dit tot een nadelige bijstelling. In met name 2023 en 2026 is de bijstelling voordelig door de stijging van het Macrobudget BUIG. Op basis van de verwachte ontwikkeling in de werkloosheidscijfers en de hiermee samenhangende ontwikkeling van de volumes zijn de baten en de lasten bijgesteld. In de voorstellen is een beleidskeuze verwerkt. Het betreft de herverdeling van de POK2middelen die beschikbaar zijn gesteld voor de versterking van de dienstverlening. Door deze herverdeling kan in 2022 incidenteel € 0,27 mln. vrijvallen ten gunste van het begrotingssaldo. Voor een toelichting op de inzet van de POK-middelen verwijzen wij naar onderdeel 2b ‘Finaniële ontwikkelingen’ in dit hoofdstuk. Daarnaast is in deze rapportage een aantal bijstellingen verwerkt die het gevolg zijn van de corona-pandemie. Het per saldo in 2022 nadelige bedrag van de bijstellingen van € 0,64 mln. dekken wij af uit de specifiek voor corona gereserveerde middelen (restanten Rijkscompensatie). Ook het nadeel in 2023 en 2024 op basis van de belastingmaatregelen 2023, met name meer oninbaarheid door na-ijleffecten corona, dekken wij uit genoemde reservering af.
Door deze wijze van verwerking, heeft corona geen invloed op onze begrotingssaldi. Per voorstel tot aanpassing Derving naheffingsaanslagen parkeren Door het gestegen gebruik van parkeerapps en een langdurige storing in de parkeerautomaten, waardoor geen handhaving kon plaatsvinden, is er een prognose van derving naheffingsaanslagen ad € 0,1 mln. welke ten laste komt van de algemene middelen. Meerjarig vindt een correctie plaats van € 30.000, wat gebaseerd is op een prognose afname van naheffingsaanslagen als gevolg van meer gebruik parkeerapps. Dit bedrag is meegenomen onder de ‘kleine verschillen’. Leges burgerzaken Er zijn in 2022 meer reisdocumenten aangevraagd en huwelijken gesloten wat per saldo resulteert in een voordeel van € 0,1 mln. ten gunste van de algemene middelen. Wij schatten in dat dit een inhaaleffect is na de afgelopen twee coronajaren. Bijstelling begroting BsGW In de 2de kwartaal bestuursrapportage (BsGW) wordt een negatief resultaat van afgerond € 1,6 mln. verwacht voor heel 2022. Hiervan wordt € 1,2 mln. veroorzaakt door hogere uitvoeringskosten voor WOZ-bezwaren, € 0,3 mln. komt door extra kosten voor de CAO, inflatie en Corona. Op de reguliere bedrijfsvoering is een negatief resultaat van € 0,1 mln. behaald. Voor een gedeelte van de kosten is de begroting vanaf 2023 structureel verhoogd. 1 Zorg in natura
2 POK- Parlementaire Ondervragingscommissie Kinderopvangtoeslag
10
Het aandeel in het negatief resultaat voor de gemeente Sittard-Geleen is naar verwachting € 0,14 mln. waarvan € 6.000 betrekking heeft op corona en € 12.000 gedekt wordt uit de stelpost inflatie. Per saldo bedraagt het nadeel ten laste van de algemene middelen € 0,12 mln. Het bovenstaande is verder toegelicht in het raadsmemo ‘2de kwartaal 2022 Bestuursrapportage BsGW’, van 20 oktober jl. Zoals in het memo aangekondigd worden de financiële gevolgen uit de bestuursrapportage (BsGW) nu administratief verwerkt. Prognose spaarverlof 2022 Zoals al aangekondigd in de 3de rapportage 2022 dienen wij op basis van een uitspraak commissie BBV3 een nieuwe voorziening te vormen voor de uren welke betrekking hebben op spaarverlof. Per 21 oktober zijn er ruim 15.500 uren overgeboekt naar spaarverlof en is onze voorlopige inschatting dat het totaal aantal uren spaarverlof zal oplopen naar ca. 40.000 uren per ultimo 2022. We zijn nog in afwachting van een reactie van de commissie BBV met betrekking tot vragen over de uitgangspunten en rekenregels voor het vormen van de voorziening. Op basis van het gemiddelde uurloon € 27,56 gaan wij voorlopig uit van een verwachte storting van € 1,1 mln. ten laste van het resultaat. In de jaarrekening 2022 zal vervolgens op basis van de daadwerkelijke uren spaarverlof per einde jaar de definitieve storting verwerkt worden.
Overigens geldt de verplichting tot het vormen van een voorziening voor spaarverlof ook voor onze gemeenschappelijke regelingen. Zodra de financiële impact hiervan bekend is, komen we hier via de P&C-cyclus op terug. Vooralsnog leggen we voor de dekking van financiële gevolgen een koppeling met de achtervang voor het restrisico4. Bijstelling VSV5-gelden Vanuit de gemeente Heerlen worden meer middelen ontvangen voor de VSV-projecten dan geraamd. Dit komt doordat er meer rijksmiddelen beschikbaar zijn gesteld en de verdeelsleutel (aandeel in de rijksmiddelen) is aangepast. De lasten hoeven we in 2022 niet bij te stellen, waardoor de extra gelden in 2022 incidenteel vrij vallen ten gunste van de algemene middelen. Bijzettingen/ dumpingen bij OGi’s6 In de 3e rapportage 2021 is aangegeven dat RWM het ophalen en afvoeren van bijzettingen bij met name de OGI’s dient over te nemen van de wijkteams. Hierover zijn met RWM afspraken gemaakt. Over 2022 is met deze werkzaamheden een aanvullend bedrag gemoeid van € 315.000 ten laste van de algemene middelen. Vanaf 2023 worden deze aanvullende werkzaamheden, via het afvaltarief, meegenomen in de begroting.
Afwikkeling woningbouwproject 3 Besluit Begroting en Verantwoording
4 1% van het begrotingstotaal: € 4 mln. 5 Voortijdig Schoolverlaten
6 Ondergrondse installaties
11
De afwikkeling van een woningbouwproject binnen de grex wordt in deze rapportage verwerkt. De verwerking is later dan eerder is vermeld omdat de afwikkeling via de notaris is gepasseerd. Het saldo van de grondexploitatie wordt verrekend met de algemene reserve grondexploitatie. Daarnaast kan de gevormde voorziening verrekend worden met de openstaande vorderingen. Het resterend saldo wordt verrekend met de algemene reserve. Belastingmaatregelen 2023 Betreft positieve resultaten met betrekking tot areaal OZB. Voor een nadere toelichting verwijzen wij naar het raadsvoorstel van de belastingmaatregelen. Doorwerking kapitaallasten investeringsruimte 2025 In de begroting 2022 hebben we in de jaarschijf 2025 € 10 mln. investeringsruimte nieuw beleid opgenomen. Op basis van het raadsbesluit ‘Huisvesting bestuurlijk-ambtelijk’ is hiervan € 5 mln. ingezet. Van het restant bedrag ad € 5 mln. hebben wij de kapitaallasten (rente en afschrijving) in het eerste jaar (2025) berekend op een half jaar rente. In 2026 dienen we de volledige kapitaallasten te ramen. Deze bijstelling betreft een bedrag van € 0,25 mln. In overeenstemming met eerdere besluitvorming is het resterend bedrag van € 5 mln. geoormerkt voor het Landschapsplan Burgemeester Damenpark.
Haven-omgeving (ICT-infrastructuur) voor Common Ground applicaties Common ground is een innovatieve beweging in gemeenteland waarbij het uitgangspunt samenwerking is. Gemeenten en marktpartijen werken hierin samen om duurzame oplossingen te ontwikkelen in een veilige en toekomstbestendige omgeving die ingezet kunnen worden voor bedrijfsvoering, dienstverlening en maatschappelijke opgaven. Vanaf 1-10-2022 geldt het toepassen van de Haven standaard bij inkooptrajecten omtrent applicaties. Haven zorgt ervoor dat elke common ground applicatie direct werkt in onze ICTinfrastructuur. Het inrichten van een eigen Haven omgeving verandert van een beleidskeuze (ontwikkeling) in een autonome ontwikkeling. In 2023 krijgt de unit ICT te maken met structurele kosten van € 72.000 per jaar voor beheer en ondersteuning. In de begroting 2023 is er nog geen rekening gehouden met deze structurele kosten. Wmo - begeleiding en PGB Structureel aanbestedingsvoordeel In de inkoop voor 2022 van ‘Begeleiding’ was sprake van een nieuw contract, een nieuwe bekostigingssystematiek én een nieuwe indicatiesystematiek wat ertoe geleid heeft dat er een volledig nieuwe monitoringsystematiek moest worden opgezet. Bijkomend positief effect van de nieuwe aanbesteding in 2022 is een structureel voordeel van € 0,85 mln.
Als gevolg van de nieuwe indicatiesystematiek mag er niet meer op basis van het gehele arrangement worden gedeclareerd. Vanaf begin dit jaar wordt op basis van daadwerkelijk ingezette (zorg)uren en dagdelen gedeclareerd. Er wordt onderscheid gemaakt in verschillend soorten uren en verschillende zorgniveaus. En door de aanpassing van de werkwijze en systematieken kan er beter worden gemonitord en gestuurd.
12
Er kon, doordat we een nieuwe monitoringsystematiek hebben moeten ontwikkelen, geen gebruik meer worden gemaakt van historische data en prognoses. Vanwege de beperkte nieuwe beschikbare data in het derde kwartaal 2022 (toen de begroting 2023 in voorbereiding was én het grote aandeel van de prognose in het totaal ivm de wettelijk afhandelingstermijnen en de facturatie termijnen een vertraging van 2 tot 3 maanden met zich meebrachten) was het noodzakelijk te wachten tot de data tot en met de 3e kwartaalrapportage beschikbaar waren om een consistentere en stabielere prognose te maken. Het was daarom niet mogelijk eerder melding te maken over dit aanbestedingsvoordeel. Incidenteel voordeel lagere verzilvering ZIN en PGB Een lagere realisatiepercentage van 75% dan geprognotiseerd eind 2021 op basis van cijfers van voorgaande jaren brengt een incidenteel voordeel van € 2,8 mln euro met zich mee. Dit lagere realisatiepercentage wordt veroorzaakt door een aantal knelpunten in de arbeidsmarkt (o.a. personeelstekort) en het hoge ziekteverzuim bij de zorgaanbieders (10%17%). Voor de Wmo huishoudelijke ondersteuning hebben we in de afgelopen jaren reeds rekening gehouden met een lager verzilveringspercentage dan voorheen. Voor de Wmo begeleiding volgen we nu dezelfde lijn.
De verwachting is dat de arbeidsmarktproblematiek het komend jaar niet zal verbeteren voor de zorgaanbieders waardoor het verzilveringspercentage lager blijft. Het belang van een goede risicoanalyse en monitoring wordt, omdat de verplichting via de toewijzing wel vastgelegd is, groter. Het komende kwartaal volgen we de ontwikkelingen nauwlettend. Indien noodzakelijk zullen we bij de tweede kwartaalrapportage 2023 de prognose van 2023 zoals opgenomen in de begroting bijstellen. Sinds de nieuwe inkoop wordt gewerkt met hoofdaannemers en onderaannemers waarbij de hoofdaannemer verantwoordelijk is voor de financiering van de onderaannemers. Op dit moment signaleren we achterstanden in de declaratie door de hoofdaannemers betreffend de werkzaamheden van de onderaannemers. Het is daarom lastig om gedurende het jaar zicht te krijgen op het daadwerkelijke verzilveringspercentage. Dit kan leiden tot minimale aanpassingen in de jaarrekening ondanks tussentijdse bijstellingen in de rapportage. Wmo - huishoudelijke ondersteuning en PGB Het aantal meldingen voor huishoudelijke ondersteuning is in 2022 vergelijkbaar met afgelopen jaren. De invoering van het abonnementstarief heeft in eerste instantie geleid tot een forse toename van indicaties ten opzichte van de periode waarin een inkomensafhankelijke eigen bijdrage gold.
We zien echter door verschillende oorzaken zoals onder andere terughoudendheid als gevolg van corona, krapte op de arbeidsmarkt en ziekteverzuim bij de aanbieders, dat bij de huishoudelijke ondersteuning dit jaar sprake is van een verzilveringspercentage van 86% ten opzichte van 97% in voorgaande jaren. Dit leidt tot een fors lager declaratiebedrag van bijna 10%.
13
Bijstelling rolstoelen Dit betreft een incidentele bijstelling van de geraamde kosten. De verstrekking van rolstoelen is vrij onvoorspelbaar. Wat we kunnen zien is dat afgelopen jaar meer eenvoudige (dus goedkope) rolstoelen verstrekt zijn en minder complexe (dus duurdere) rolstoelen Bijstelling SMi kinderopvang De vangnetregeling die gemeenten de mogelijkheid geeft om gezinnen tijdelijk financieel te ondersteunen in de kosten van de kinderopvang als zij door bepaalde medische of sociale omstandigheden tijdelijk niet in aanmerking voor de kinderopvangtoeslag wordt vaker ingezet en leidt dus tot een bijstelling van het geraamde budget. Middelencomplex BUIG Op 1 oktober jl. heeft het rijk het definitieve budget BUIG 2022 en het voorlopige budget BUIG 2023 bekend gemaakt. De definitieve BUIG 2022 valt met € 0,5 mln. lager uit dan aanvankelijk afgegeven werd door het ministerie van SZW. Vooral door de gunstige ontwikkeling van de werkloosheid valt het macrobudget lager uit. Dit nadeel valt weg tegen de lagere uitgaven voor bijstandsverlening en loonkostensubsidies. Het resultaat van per saldo € 0,02 mln. voordelig is opgenomen onder de ‘kleine verschillen’. Deze dalende lijn van de werkloosheid zet nog door in 2023. Desondanks valt voor de gemeente Sittard-Geleen het voorlopige budget 2023 met € 0,9 mln. hoger uit ten opzichte van de oorspronkelijke begroting.
Dit komt vooral doordat het budgetaandeel van Sittard-Geleen in het macrobudget hoger is dan voor 2022. Op basis van de verwachte ontwikkeling in de werkloosheidscijfers en de hiermee samenhangende ontwikkeling van de volumes zijn de baten en de lasten bijgesteld. Herverdeling inzet POK-middelen (versterken dienstverlening) Via de decembercirculaire 2021 hebben wij voor de periode tot en met 2027 extra middelen ontvangen om de dienstverlening aan mensen in kwetsbare posities te versterken. De middelen komen naar aanleiding van de Parlementaire Ondervragingscommissie Kinderopvangtoeslagen (POK). In deze rapportage worden voorstellen gedaan om de binnen de begroting opgenomen POK-middelen in te zetten voor een aantal projecten. In dit hoofdstuk wordt hier bij het onderdeel ‘Financiële ontwikkelingen’ verder op ingegaan. Op basis van deze voorstellen valt in 2022 een bedrag vrij van € 0,27 mln. Daarentegen is er over de jaarschijven 2023-2026 sprake van een nadelig resultaat van jaarlijks circa € 0,05 mln. Dit is gerubriceerd onder de ‘Kleine verschillen’. Parkeerinkomsten De lockdown in de eerste maanden van 2022 en het veranderde parkeergedrag als gevolg hiervan hebben een negatief effect gehad op de opbrengsten. De daling gerelateerd aan corona bedraagt totaal € 0,57 mln. en wordt gedekt vanuit de coronamiddelen.
Extra maatregelen verkiezingen De gemeenteraadsverkiezingen zijn in 2022 over drie dagen gespreid en er zijn aanvullende maatregelen genomen vanwege Covid-19. De extra kosten bedragen € 43.000 en worden
14
gedekt vanuit de coronamiddelen. In de decembercirculaire 2021 zijn hiervoor ook gelden toegekend. Deze gelden zijn toegevoegd aan de reservering coronamiddelen. Reclame-inkomsten AO displays Als gevolg van de coronamaatregelen hebben de exploitanten van buitenreclame minder inkomsten. De facturatie van de pacht 2021 vindt zoals gebruikelijk een jaar later en dus pas in 2022 plaats. Facturatie heeft inmiddels plaatsgevonden. Als gevolg waarvan de inkomsten die de gemeente ontvangt voor de A0 displayborden naar beneden dient te worden bijgesteld met een bedrag van € 26.000. Deze bijstelling zal net zoals eerdere jaren worden gedekt uit de corona middelen. Septembercirculaire / omzetderving Vidar Betreft de administratieve verwerking van de ontvangen gelden uit de septembercirculaire 2022 voor het opvangen van exploitatietekorten van de Sociale Werkbedrijven als gevolg van corona. De Coronacrisis heeft een ingrijpend effect op de bedrijfsvoering van het werkbedrijf. Niet alleen de derving van omzet vanwege de afwezigheid van medewerkers speelt Vidar parten. De mate van begeleiding is intensiever, de noodzakelijk getroffen coronamaatregelen hebben een effect op de productiviteit van medewerkers.
Op basis van de resultaten over de eerste drie kwartalen van 2022, heeft de coronacrisis naar verwachting een nadelig financieel effect van € 87.000 ten opzichte van de eerder afgegeven prognose zoals verwerkt in de 2e rapportage 2022. In deze prognose was geen rekening gehouden met de effecten van corona op de omzet van Vidar. Het aandeel van de gemeente Sittard-Geleen hierin bedraagt € 67.000. Dit aandeel wordt gedekt door de gereserveerde Coronamiddelen. Bijstelling BsGW In de 2de kwartaal bestuursrapportage (BsGW) wordt een negatief resultaat van afgerond € 1,6 mln. verwacht voor heel 2022. Hiervan wordt € 1,2 mln. veroorzaakt door hogere uitvoeringskosten voor WOZ-bezwaren, € 0,3 mln. komt door extra kosten voor de CAO, inflatie en Corona. Op de reguliere bedrijfsvoering is een negatief resultaat van € 0,1 mln. behaald. Voor een gedeelte van de kosten is de begroting vanaf 2023 structureel verhoogd. Het aandeel in het negatief resultaat voor de gemeente Sittard-Geleen is naar verwachting € 0,14 mln. waarvan € 6.000 betrekking heeft op corona en € 12.000 gedekt wordt uit de stelpost inflatie. Belastingmaatregelen 2023 Betreft een verhoging oninbaarheid ten laste van de coronamiddelen ad. € 0,2 mln. in 2023 en 2024 en positieve resultaten uit areaal OZB. Voor een nadere toelichting verwijzen wij naar het raadsvoorstel van de belastingmaatregelen.
Onttrekking aan reservering coronamiddelen Kijkend naar de mutaties in deze 4e rapportage wordt er per saldo € 0,64 mln. in 2022 en jaarlijks € 0,2 mln. in 2023 en 2024 onttrokken uit de reservering coronamiddelen.
15
2. Financiële ontwikkelingen Uitgaande van de in deze rapportage voorgestelde begrotingsaanpassingen gaan we onderstaand nader in op de bijstellingen met betrekking tot: a) Inzet exploitatie- en investeringsmiddelen middelen nieuw beleid voor borging continuïteit bestaand beleid; b) Inzet POK-middelen -versterken dienstverlening c) Monitoring effecten prijsstijgingen op de begroting 2022 en meerjarenraming d) Budgetoverheverlingen e) Kredietvoteringen f) Vooruitblik jaarrekening 2022 Ad a - Inzet middelen nieuw beleid voor borging continuïteit bestaand beleid; In het raadsbesluit over de begroting 2023 zijn exploitatie- en investeringsmiddelen nieuw beleid geoormerkt voor de borging van de continuïteit uitvoering bestaand beleid. Hierbij is aangegeven dat de daadwerkelijke verwerking in de 4de rapportage plaatsvindt. Tabel 3 - voorstellen borging continuïteit uitvoering bestaand beleid Programma
Voorstellen
Exploitatie
Investering
Bedragen x € 1.000
8 (exploitatie) 2 (investering) 3
Ontwikkelpad Geleen-Zuid
150
Ontwikkelpad Sittard-Centrum
150
1
Ontwikkelpad Geleen-Centrum
150
3
Stadslabs
500
2 (exploitatie) 2 (investering) 5
BAk- mobiliteit
200
BAk- landschap
150
8
Werkbudget ontwikkellocaties
120
8
Capaciteit projecten Totaal
ruimtelijke
ontwikkeling-
4.000
800
330 1.750
4.800
In bovenstaande tabel zijn de voorstellen, zoals opgenomen in de begroting op een rij gezet. Zoals in de begroting 2023 aangekondigd, wordt de besluitvorming voor dit onderdeel administratief in de 4de rapportage 2022 verwerkt. Per voorstel is de relatie met het van toepassing zijnde programma aangegeven. De wijze waarop we deze voorstellen dekken is in onderstaande tabel aangegeven. Deze dekking wordt volledig in programma 0 Bestuur en ondersteuning verwerkt. Het betreft de inzet van de exploitatieruimte voor nieuw beleid ad € 0,50 mln., een onttrekking uit de algemene reserve ad € 1,25 mln. en de kapitaallasten investeringsruimte nieuw beleid. Deze kapitaallasten zijn gedekt binnen het investeringsprogramma 2021-2024 (begroting 2021)
16
Tabel 4 – dekking voorstellen borging continuïteit uitvoering bestaand beleid. 2023 exploitatie
bedragen x € 1.000
2023 investering
BESCHIKBARE DEKKINGSMIDDELEN Exploitatie nieuw beleid
500
Restant jaarrekening 2021
1.250
Investering ruimte nieuw beleid
4.800
Totaal beschikbare dekking
1.750
4.800
Ad b - Inzet POK-middelen -versterken dienstverlening Via de decembercirculaire 2021 hebben wij voor de periode 2021-2027 POK-middelen ontvangen met het doel deze in te zetten voor de versterking van onze dienstverlening Onderstaand geven we aan hoe deze middelen kunnen worden ingezet om de dienstverlening aan mensen in kwetsbare posities te versterken. Hierbij refereren we aan de doelen die het Rijk heeft gesteld bij het beschikbaar stellen van de POK-middelen. Deze doelen vloeien voort uit de ervaringen uit de Kinderopvangtoeslagaffaire. Onze insteek is om, met de geleerde lessen uit deze toeslagaffaire, onze dienstverlening vanuit vertrouwen te versterken en onze kwetsbare inwoners beter te ondersteunen. In tabel 5 geven we aan langs welke denkriching wij de toegekende middelen in de jaarschijven 2022 t/m 2027 alloceren om onze dienstverlening verder te versterken. Tabel 5 – Inzet POK-middelen-inhoudelijk Doelstelling : Snellere en makkelijkere toegang tot voorzieningen en het voorkomen van “verdwalen” tussen de uitvoeringsinstanties. Doelgroep Inwoners in kwetsbare posities
Verkenningsrichting Klantgedreven inrichting 1ste lijns inwonerscontact (alle kanalen) Focus op voorzieningen met hoog volume binnen doelgroep
Jongeren tot 27 jaar
Gezinnen
Gezinnen
Kostenposten: Klantonderzoek Begeleiding bij het klantgedreven inrichten van processen. Inbedding pilotproject “integrale dienstverlening jongerenloket” Versterking ketenzorg bij GIA (Geweld in afhankelijkheidsrelaties) meldingen Intensivering contactmomenten ouders en zorgaanbieders
-
-
-
-
Doel Sneller en makkelijker in contact komen met de gemeente om gebruik te kunnen maken van de gemeentelijke voorzieningen. Informatievoorziening in begrijpelijke taal Eenvoudige aanvraagprocessen ingericht o.b.v. klantreizen Warme doorverwijzing/ overdracht naar team/ hulpverlener
Snellere en makkelijkere toegang jongeren tot de voorzieningen Meer integrale dienstverlening Betere coördinatie tussen uitvoerders Betere monitoring en sneller inzetten regie om daarmee huiselijk geweld te verminderen. Sneller kunnen bijstellen zorg en eerder herkennen lichte problematieken. Verbetering zorgcoördinatie en samenwerking met zorgaanbieders.
17
-
Extra ondersteuning bieden voor gezinnen met complexe problematiek
Doelgroep Inwoners met multi problematiek, met beperkte of geen regie en weinig of niet zelfredzaam.
Verkenningsrichting Versterking organiserend en lerend vermogen gebiedsteams en regieteam
-
-
Doel De toegang van cliënten tot de gemeentelijke dienstverlening en ondersteuning structureel verbeteren door de coördinatie tussen de verschillende soorten van hulpverlening in het sociaal domein te verbeteren. Doorontwikkelen van methoden voor integraal werken. beleidsontwikkeling
Doelstelling: Inwoners krijgen voldoende juridische ondersteuning. Doelgroep Inwoners in kwetsbare posities
Verkenningsrichting Verkenning m.b.t. behoefte aan juridische ondersteuning
-
Doel Inzicht in de behoefte van de inwoner m.b.t. juridische ondersteuning
Tabel 6 – Inzet POK-middelen-financieel bedragen x € 1.000 Ontvangen POK-middelen
2022 979
2023 433
2024 415
2025 415
2026 415
2027 415
- Gebiedsteams
45
90
90
90
90
90
- Ketenzorg GIA/ intensivering contact ouders
73
147
147
147
147
147
- Regieteam
73
146
146
146
146
146
-
45
78
78
78
78
Voorstellen inzet middelen:
- Inzet jongerenloket - Verkenning behoefte juridische ondersteuning
20
- klantgedreven inrichting 1e lijns inwonerscontact Totaal voorstellen inzet middelen
50
50
191
498
511
461
461
461
- Vrijval inzet POK Middelen 2022
400
Restant
388
-65
-96
-46
-46
-46
Reservering voor 2023 en 2024
-120
70
50
-
-
-
Saldo (+ = voordeel; - = nadeel)
268
5
-46
-46
-46
-46
De ontvangen middelen in 2022 ad € 0,98 mln. hebben zowel betrekking op 2021 als 2022. Via de uitwerking van de begroting 2023 is hiervan incidenteel een bedrag van € 0,40 mln. ingezet ten gunste van het begrotingssaldo. Voor een gedetailleerde toelichting verwijzen wij naar de aangegeven programmabladen in hoofdstuk 2. Uit het resterend saldo 2022 ad € 0,39 mln. stellen wij voor een bedrag van € 0,12 mln. te reserveren en in te zetten ter dekking van de voorstellen in 2023 en 2024. Derhalve valt in 2022 incidenteel een extra bedrag vrij van € 0,27 mln. Daarentegen is er over de jaarschijven 2023-2026 sprake van een nadelig resultaat van jaarlijks circa € 0,05 mln. Over de gehele periode 2022-2027 wordt binnen de beschikbare budgettaire kaders gebleven. Ad c) Monitoring effecten prijsstijgingen In de begroting hebben wij uit het accres van de meicirculaire 2022 middelen gereserveerd om de nadelige effecten van prijsstijgingen op onze begroting op te kunnen vangen. Hierbij hanteren we onderstaande volgorde - Personele lasten
18
- Tarieven zorgverleners WMO en Jeugdzorg - Energiekosten - Verbonden Partijen - Subsidie Professionele Instellingen - Overige subsidies - Overige materiële kosten. In de begroting 2023 is aangekondigd dat we in deze rapportage voorstellen doen over de inzet van het indexeringsbudget 2022 en 2023 waarbij wij de actuele informatie over de indexeringscijfers hanteren. Dit voor zover de impact van de prijsstijgingen op onze begrotingsposten nu financieel te kwantificeren is. Wij merken op dat wij via de P&C-cyclus dit jaar7 al effecten van inflatie op onze begroting hebben verwerkt. Dit betrof voornamelijk de incidentele verhoging van energie voor gemeentelijke panden met € 0,9 mln. in 2022 respectievelijk verhoging energie Glanerbrook met jaarlijks € 0,95 mln. in de jaren 2022 tot en met 2024. Tabel 7 – monitoring effecten prijsstijgingen Begrotingspost Verwerkt in 4de rapportage 2022:
Monitoring inflatie gevolgen Programma
2022
2023
- RUD Zuid-Limburg
0
25
pm
-VRZL
0
250
pm
-Het Gegevenshuis
8
20
pm
-BSGW
0
12
pm
-Cao aanpassing Wsw
6
125
186
-CAO / Normbudgetten
0
560
pm
-Thuiswerkvergoeding
0
150
pm
diversen
pm
pm
-Subsidie Professionele instellingen
0
50
845
-Subsidie Professionele instelling Glanerbrook
5
0
35
-Indexatie planmatig onderhoud
0
0
510
-Verzekeringen
0
0
pm
-Schoonmaak/Post
0
0
76
-HR-budgetten
0
0
160
-Zakelijke lasten schoolgebouwen
0
0
74
-Kosten GGD kinderopvang
6
0
pm
Overige verbonden partijen
diversen
Te verwerken in jaarrekening 2022
-Energie
pm
pm
Totaal geïnventariseerde effecten - Verwerkt in 4de rapportage 2022
1.192 432
1.886
- Te verwerken in jaarrekening 2022
760 + pm
- Te verwerken via P&C-cyclus 2023
1.886 + pm
7 2de rapportage 2022; begroting 2023
19
In bovenstaande tabel zijn op basis van het huidige inzicht de effecten van prijsstijgingen op onze begrotingsposten inzichtelijk gemaakt. Waar mogelijk zijn deze effecten financieel gekwantificeerd. Het zal duidelijk zijn dat dit beeld zich verder zal ontwikkelen, zowel in de begrotingsposten die door de prijsstijgingen worden geraakt als de financiële effecten hiervan. Zo is bijvoorbeeld het effect van de nieuwe CAO op onze lonen en salarissen in afwachting van een onderhandelingsakkoord. Naar aanleiding van de aanbesteding op energie, in samenwerking met alle Zuid-Limburgse gemeenten, zijn wij tot overeenstemming gekomen over de levering van gas en elektriciteit. De tarieven hebben, in tegenstelling tot de markt voor huishoudens, een fluctuerend karakter. Er komen zogenaamde clickmomenten die tot een ander tarief kunnen leiden dan de tarieven waarmee we op 1 januari aanstaande starten. Voor 2022 verwachten wij dat de in de 2de rapportage 2022 bijgestelde energiebudgetten (gemeentelijk en Glanerbrook) toereikend zijn. Op basis van de uitkomsten van de onderhandelingen verwachten wij dat de leveringskosten voor zowel elektriciteit als gas stijgen met een factor van circa 3,6. Ten opzichte van de huidige raming in de begroting 2023 zou dit tot een extra benodigd bedrag van circa € 3,3 mln. leiden. Wij merken hierbij op dat ook vaste lasten naar verwachting zullen gaan stijgen.
Het financieel effect hiervan is nu nog niet bekend. In de P&C-cyclus 2023 komen we hierop terug. Voor de dekking van stijging energietarieven in de begroting 2023 (e.v.) leggen we een relatie met de middelen die we in de begroting 2023 op basis van de meicirculaire 2022 hebben gereserveerd voor het opvangen van prijsstijgingen, waaronder de gestegen energietarieven. Ook zijn in het overzicht de financiële effecten van een aantal verbonden partijen meegenomen. Wij zijn in afwachting van bijstellingen bij de overige verbonden partijen. Voor de verwerking van inflatie stellen wij het volgende voor: - In deze rapportage verwerken wij de financieel kwantificeerbare effecten in 2022 voor een bedrag van € 0,43 mln. ten laste van de reservering voor compensatie van loon- en prijsstijgingen; - In de jaarrekening 2022 verwerken wij, passend binnen het totale budgettaire kader voor de personele budgetten, de effecten met betrekking tot lonen en salarissen in 2022 voor een bedrag van € 0,76 mln., samen met aanvullende inflatie-effecten. - Wij blijven de ontwikkelingen verder monitoren en komen hier telkens in het vervolg van de P&C-cyclus op terug. Voor het eerste bij de 1ste rapportage 2023. Wij gaan er van uit dan met name de effecten van de CAO en energietarieven op onze begroting te kunnen verwerken.
- Kijkend naar de hierboven beschreven te hanteren volgorde/ categorieën zijn wij van mening dat er sprake is van onzekerheid op een aantal gebieden, waardoor we behoudend met de (resterende) beschikbare middelen voor inflatie willen omgaan. In onderstaande tabel geven wij de ontwikkeling van de inzet van de beschikbare middelen voor de dekking van inflatiegevolgen weer.
20
Tabel 8- beschikbare middelen voor dekking inflatie Begroting Begroting Begroting 2022 2023 2024 Beschikbare middelen voor inflatie saldo stelpost inflatie 1.470 951 994 accres meicirculaire 2022 2.804 15.700 22.399 Totaal beschikbaar 4.274 16.651 23.393 verwerkt in 4de rapportage 2022 -432 nog te verwerken op basis van indicaties -760+pm -1886+pm pm Saldo beschikbare middelen voor inflatie 3.082-pm 14.765-pm 23.393 bedragen x €1.000
Begroting 2025
Begroting 2026
1.443 28.769 30.212
1.443 31.419 32.862
pm 30.212
pm 32.862
Ad d) – budgetoverhevelingen In deze laatste rapportage beoordelen wij welke activiteiten doorlopen naar 2023. Wij stellen voor om de budgetten van deze activiteiten nu over te hevelen naar 2023, zodat de uitvoering direct in 2023 kan worden opgepakt en de rechtmatigheid is geborgd. Wij hebben beoordeeld of de budgetoverhevelingen samen met alle activiteiten en budgetten van 2023 gerealiseerd kunnen worden. Indien wij deze budgetoverhevelingen zouden verwerken in de jaarrekening 2022, heeft dat tot gevolg dat uitvoering in 2023 pas kan worden opgepakt na het raadsbesluit over de jaarrekening 2022 (medio juli 2023). De voorstellen tot budgetoverheveling – inclusief inhoudelijke toelichting – zijn afzonderlijk verwerkt op de programma’s in hoofdstuk 2. In onderstaande tabel zijn de budgetoverhevelingen samengevat. Wij merken op dat alle overhevelingen betrekking hebben op incidentele budgetten. Met andere woorden; om de uitvoering van nog niet afgeronde activiteiten in 2023 te kunnen continueren zijn geen structurele budgetten in de begroting opgenomen. Tabel 9 - budgetoverhevelingen Budget
programma
Budgetoverhevelingen Ontwikkelingen ICT (datagedreven werken, hybride 0. Bestuur en ondersteuning werken, vervanging telefonie). Voortgang vervanging Navision Taakmutatie POK-middelen Rekenkameronderzoek Glanerbrook Verbreding A2 Begeleiding ontwikkeling VDL Overheveling budget proeftuin zeeheldenbuurt Mobiliteit Maatregelen Impulsaanpak winkelgebied 1 miljoen bomenplan Voortgang pilots beleidsplan armoede en schulden Skaeve Huse Herstelplan jeugd Pilots beleidsplan armoede en schulden Klimaatakkoord Aardgasvrije wijk Voucherregeling Omgevingsplandeel Chemelot NOVI/ POVI Geleen-Zuid - duurzaam wonen Geleen-Zuid - procesmiddelen VHF Totaal voorstellen budgetoverhevelingen
0. Bestuur en ondersteuning 0. Bestuur en ondersteuning 0. Bestuur en ondersteuning 2. Verkeer, vervoer en waterstaat 2. Verkeer, vervoer en waterstaat 2. Verkeer, vervoer en waterstaat 2. Verkeer, vervoer en waterstaat 3. Economie 5. Sport, cultuur en recreatie 6. Sociaal domein 6. Sociaal domein 6. Sociaal domein 6. Sociaal domein 7. Volksgezondheid en milieu 7. Volksgezondheid en milieu 7. Volksgezondheid en milieu 8. Volkshuisvesting, SV en RO 8. Volkshuisvesting, SV en RO 8. Volkshuisvesting, SV en RO 8. Volkshuisvesting, SV en RO
bedrag bedragen x € 1.000 820 120 120 28 59 22 50 527 282 66 100 300 219 200 332 450 400 156 193 226 244 4.914
21
Ad e)- Investeringskredieten In deze rapportage wordt voorgesteld de volgende kredieten beschikbaar te stellen: Tabel 10 - investeringskredieten Investering
programma
Dekking kapitaallasten
bedrag bedragen x € 1.000
Investeringskredieten Corio Glana - Parklaan Sittard
2. Verkeer, vervoer en waterstaat
IP 2021-2024
1.700
Ontwikkelpad Geleen-Zuid - Inrichting openbare ruimte Mobiliteitsaanpak 2023
2. Verkeer, vervoer en waterstaat
IP 2021-2024
4.000
2. Verkeer, vervoer en waterstaat
IP 2021-2024
800
Impulsaanpak winkelgebied
3. Economie
IP 2021-2024
2.200
Aanleg civieltechnische kunstwerken Schootsvelden Oost fase 3 Programma onderwijshuisvesting 2023
3. Economie
Algemene middelen IP 2021-2024
400
Totaal investeringskredieten
4. Onderwijs
1.408 10.508
Voorgesteld wordt investeringskredieten beschikbaar te stellen voor een totaalbedrag van afgerond € 10,5 mln. In de tabel is aangegeven op welke wijze de met de investeringen verband houdende kapitaallasten zijn gedekt. Met uitzondering van het aanvullend krediet voor de aanleg civieltechnische kunstwerken Schootsvelden Oost fase 3, zijn alle investeringen gedekt binnen het investeringsprogramma 2021-2024. Voor de impulsaanpak winkelgebied en het programma onderwijshuisvesting 2023 zijn specifieke middelen binnen genoemd investeringsprogramma geoormerkt. Het beschikbaar stellen van investeringskredieten voor Corio Glana (Parklaan Sittard), ontwikkelpad Geleen-Zuid (inrichting openbare ruimte) en de mobiliteitsaanpak 2023 vindt plaats ten laste van de ruimte binnen dit investeringsprogramma die geoormerkt is voor de Toekomstvisie 2023 (ontwikkelpaden) en de afspraken uit het voormalige BAk. De kredietvotering voor ontwikkelpad Geleen-Zuid ad € 4 mln. respectievelijk de mobiliteitsaanpak 2023 ad € 0,8 mln. betreft de administratieve verwerking van besluitvorming hierover in de begroting 2023. Voor het aanvullend krediet voor de aanleg civieltechnische kunstwerken Schootsvelden Oost fase 3 zijn binnen de reguliere begroting respectievelijk reguliere beheerplannen geen dekkingsmiddelen beschikbaar, zodat de kapitaallasten ten laste van de algemene middelen komen.
Voor een nadere toelichting per voorstel verwijzen wij naar de betreffende programmabladen. Ad f) - Vooruitblik jaarrekening 2022 Bij de uitgangspunten hebben we aangegeven dat we in deze rapportage de budgetten 2022 voor het laatst kunnen bijstellen. Wij beogen hiermee de rechtmatigheid (begrotingscriterium) in de jaarrekening 2022 te borgen én te voorkomen dat het jaarrekeningresultaat - fors - afwijkt van het bijgestelde begrotingsbeeld in deze rapportage. Desondanks is het niet te voorkomen dat het jaarrekeningresultaat op onderdelen gaat afwijken van het bijgestelde begrotingsbeeld. Enerzijds kan dit worden veroorzaakt door
22
onbekende autonome ontwikkelingen in de laatste twee maanden van het jaar. Anderzijds komt dit door ontwikkelingen die we nu in beeld hebben, maar waarvan de financiële impact nu nog niet bekend is. Dit betreft bijvoorbeeld: - verdere inflatieontwikkeling en impact hiervan op de begroting, - de decembercirculaire 2022, - verdere impact corona, - waardeontwikkeling (niet) woningen / belastingen, - definitieve afwikkeling dividend 2021 BNG, - bevindingen accountantscontrole. 3. Ontwikkeling begrotingssaldi tot en met de 4de rapportage 2022 Bij onderdeel 1 ‘samenvatting begrotingsaanpassingen’ hebben wij de bijstellingen uit de 4de rapportage in beeld gebracht die van invloed zijn op het begrotingssaldo. In onderstaande tabel hebben wij, rekening houdend met deze begrotingsaanpassingen, de ontwikkeling van de begrotingssaldi in de begroting 2022 en de meerjarenraming 2023-2026 op een rij gezet. Tabel 11 – ontwikkeling begrotingssaldi bedragen x €1.000
Actuele Begroting 2022
Begroting 2023
Begroting 2024
Begroting Begroting 2025 2026
Begrotingssaldi tot en met 4de rapportage 2022 resultaat septembercirculaire 2022
1.773
1.959
1.829
1.714
7.097
resultaat begroting 2023
-
-
5.431
8.623
-8.341
resultaat 4de rapportage
4.205
2.793
1.639
1.687
2.174
Begrotingssaldi tot en met 4de rapportage 2022
5.978
4.752
8.899
12.024
930
De begrotingssaldi uit de begroting 2023, inclusief de 1ste begrotingswijziging ‘septembercirculaire’ zijn het vertrekpunt voor de actualisatie van het begrotingsbeeld in deze 4de rapportage 2022. In de begroting 2023 hebben we de jaarschijven 2022 en 2023 sluitend gemaakt met een bijdrage uit de algemene reserve van € 0,91 mln. respectievelijk € 0,12 mln. De saldi in de jaarschijven 2024 en 2025 waren voordelig voor bedragen van € 5,43 mln. resp. € 8,62 mln., gevolgd door het tekort van € 8,34 mln. in het ‘ravijnjaar 2026’. Om structureel begrotingsevenwicht te kunnen borgen hebben wij via een eerste begrotingswijziging de voordelen uit de septembercirculaire in het begrotingsbeeld verwerkt. Borging van structureel evenwicht is randvoorwaardelijk om voor repressief begrotingstoezicht in aanmerking te (blijven) komen. De middelen uit de septembercirculaire zijn overigens beschikbaar gesteld om de effecten voor loonprijscompensatie te dekken. Aan de hand van de verdere inflatieontwikkeling kunnen we bij de jaarrekening 2022 beoordeling in hoeverre het nodig is de reeds in de begroting 2023 opgenomen reservering voor compensatie inflatie verder aan te vullen. Daarnaast heeft het Rijk in de septembercirculaire incidenteel € 1 mld. beschikbaar gesteld om het jaar 2026 te overbruggen.
Nog niet duidelijk is, of deze extra middelen een structureel karakter krijgen dan wel het ravijnjaar doorschuift naar 2027.
23
Na verwerking van de begrotingsaanpassingen uit deze 4de rapportage 2022 zijn de begrotingssaldi in iedere jaarschijf voordelig. Zelfs in het oorspronkelijke ravijnjaar 2026 is nu sprake van een voordelig begrotingssaldo van € 0,93 mln. Wij stellen voor de voordelige saldi vanaf 2023 te laten staan in afwachting van de verdere ontwikkeling van inflatie en energietarieven. Voor zover middelen niet hiervoor nodig zijn, kunnen deze betrokken worden in de integrale afweging van de kadernota 2023. Bij onderdeel 4 ‘Resultaatbestemming’ gaan wij nader in op de bestemming van voordelige begrotingssaldo in de jaarschijf 2022.
24
4. Resultaatbestemming In de programmabegroting 2023 hebben wij aangegeven ons bewust te zijn van de urgentie om steun te bieden aan inwoners, ondernemingen, verenigingen en instellingen die nauwelijks bekomen van de coronacrisis nu hard getroffen worden door de energiecrisis. Bij de aanbieding van het raadsvoorstel ‘1ste begrotingswijziging 2023 – septembercirculaire 2022’ hebben wij bevestigd dat we in de 4de rapportage met voorstellen komen. Financiële ruimte Op basis van de 4de rapportage 2022 is binnen de begroting de volgende (incidentele) ruimte beschikbaar: - Voordelige begrotingssaldi tot en met de 4de rapportage: bedragen x €1.000
Actuele Begroting 2022
Begroting 2023
Begroting 2024
Begroting 2025
Begroting 2026
1.714 8.623
7.097 -8.341
Begrotingssaldi tot en met 4de rapportage 2022 resultaat septembercirculaire 2022 resultaat begroting 2023
-
1.773 -
1.959 -
1.829 5.431
resultaat 4de rapportage 2022
4.205
2.793
1.639
1.687
2.174
Begrotingssaldi tot en met 4de rapportage 2022
5.978
4.752
8.899
12.024
930
Resterende investerings- en exploitatieruimte voor nieuw beleid bedragen x €1.000
Begroting 2023
Begroting 2024
Begroting 2025
totaal
Beschikbare ruimte voor nieuw beleid Exploitatieruimte : geoormerkte middelen (ontwikkelpaden) / BAk
Toekomstvisie
Beschikbare exploitatieruimte
500
500
500
500
Investeringsruimte:
-
geoormerkte middelen (ontwikkelpaden) / BAk Af: continuering (begroting 2023)
-
uitvoering
Toekomstvisie bestaand
beleid
9.600
4.400
14.000
-4.800
-4.800
Af: Corio Glana, Parklaan (4de rapportage 2022)
-1.700
-1.700
Beschikbare investeringsruimte
3.100
4.400
0
7.500
Reservering Coronamiddelen: na verwerking van de mutaties in de 4de rapportage 2022 is nog een incidenteel bedrag beschikbaar van € 3,8 mln.
Het voorstel is voor de uitwerking van samenleving-versterkende maatregelen het voordelige begrotingssaldo 2022 tot en met de 4de rapportage 2022 van afgerond € 6 mln. in te zetten. - Voor de tijdelijke tegemoetkoming energielasten aan maatschappelijke instellingen stellen we voor nu een bedrag van € 1 mln. beschikbaar te stellen.
25
-
Daarnaast stellen we voor een bedrag van € 5 mln. te reserveren voor de uitwerking van samenleving-versterkende maatregelen. In afwachting van de uitwerking van nadere voorstellen wordt dit bedrag geoormerkt voor de korte termijn acties: tijdelijke tegemoetkoming energielasten aan inwoners en MKB en facilitering van structuurversterkende maatregelen. Op basis van afzonderlijke voorstellen kunnen de gereserveerde middelen worden ingezet.
De voordelige begrotingssaldi tot en met de 4de rapportage in de jaarschijven 2023 tot en met 2026 koppelen wij aan de integrale afweging in de kadernota 2023. Hetzelfde geldt voor de resterende exploitatie- en investeringsruimte nieuw beleid. Het saldo van de reservering coronamiddelen houden wij vooralsnog beschikbaar voor het opvangen van mogelijke toekomstige corona-effecten. Het surplus in de algemene reserve houden wij aan voor het opvangen van onverwachte tegenvallers en onvoorziene omstandigheden. Onderscheid in samenleving-versterkende maatregelen. In de treffen maatregelen stellen we voor het volgende onderscheid te maken: - Tijdelijke tegemoetkoming in de energielasten, waarbij inwoners en/ of maatschappelijke organisaties een compensatie kunnen ontvangen om de energielasten te voldoen. - Het faciliteren van structuurversterkende maatregelen, waarbij op korte termijn acties uitgevoerd kunnen worden die structureel effect hebben. - Het in de volle breedte verduurzamen van het gemeentelijk maatschappelijk vastgoed.
Tijdelijke tegemoetkoming energielasten maatschappelijke organisaties Om inzicht te krijgen in de kosten die gemoeid zijn met het financieel ondersteunen van verenigingen die zelf de energiekosten moeten betalen, hebben wij alle verenigingen/organisaties, waarvan wij denken dat zij zelf de energiekosten betalen, aangeschreven met het verzoek om aan te geven wat het oude voorschot respectievelijk het nieuwe voorschot is. Systematiek van de ondersteuning Als de vereniging geconfronteerd wordt met een hogere energierekening dan zijn wij bereid te ondersteunen. De gemeente is in deze gevallen bereid 75% van de verhoging (ten gevolge van de hogere energielasten) op zich te nemen. De vereniging/organisatie betaalt 25% van de verhoging zelf. Door de vereniging/organisatie zelf bij te laten dragen stimuleren we hen om ook aan energiebesparing te blijven werken. Daarnaast stellen we een aantal voorwaarden om aanspraak te kunnen maken op ondersteuning van de gemeente. Acute financiële ondersteuning Voorwaarden: • De vereniging/organisatie ontvangt jaarlijks subsidie van de gemeente;
26
• • •
Én de vereniging/organisatie heeft de accommodatie nodig om de activiteiten uit te voeren, waarvoor zij jaarlijks de subsidie krijgt8; Én de vereniging/organisatie betaalt zelf de energiekosten (direct of via een overeenkomst met de verhuurder); Én de vereniging/organisatie maakt een plan van aanpak om energiebesparing te realiseren.
Benodigd bedrag Op basis van de respons op onze uitvraag bij maatschappelijke instellingen en het uitgangspunt dat zij 25% van de extra kosten zelf bepalen is een bedrag benodigd van circa € 1,0 mln. Zoals hiervoor aangegeven, stellen we voor dit bedrag nu beschikbaar te stellen. Overige maatregelen - De maatregel tijdelijke tegemoetkoming energielasten inwoners willen wij vormgeven op basis van een maatwerkregeling. Hiermee wordt buiten de discussie over inkomenspolitiek gebleven. In de eerdere verkenning naar een mogelijke tegemoetkoming hebben we becijferd dat dit € 1,5 mln. zou kosten. Deze maatwerkregeling wordt nader uitgewerkt en via een afzonderlijk voorstel aan de raad voorgelegd. - Voor de ondersteuning van ondernemers op korte termijn ligt de focus op het faciliteren van structuurversterkende maatregelen. De greendeal MKB, gedekt uit het stimuleringsfonds MKB, speelt hierbij een belangrijke rol. Daarnaast stellen wij voor om voor ondernemers een implementatiefonds in te stellen. Hiermee willen we verduurzamingsmaatregelen binnen het MKB versnellen. De uitwerking van dit fonds in termen van criteria, randvoorwaarden en benodigde omvang vindt plaats in een afzonderlijk raadsvoorstel.