CConstaterende datSittard-Geleen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 - 1e rapportage 2022, versie raad

Raad 19 mei 2022, gemeente Sittard-GeleenBij agendapunt: 1ste rapportage 2022 (Buhler) (42)24.215 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

1ste programmarapportage 2022

Datum:

12-04-2022

Colofon: Gemeente Sittard-Geleen Team Financiën Postbus 18 6130 AA Sittard Inlichtingen: tel 14 046

1

Inhoudsopgave INLEIDING .......................................................................................................................................3 1.

FINANCIËLE CONDITIE .............................................................................................................4

2.

ONTWIKKELINGEN PER PROGRAMMA ................................................................................... 16 PROGRAMMA 0: BESTUUR EN ONDERSTEUNING .......................................................................................................... 17 PROGRAMMA 1: VEILIGHEID................................................................................................................................... 18 PROGRAMMA 2: VERKEER, VERVOER EN WATERSTAAT .................................................................................................. 19 PROGRAMMA 3: ECONOMIE ................................................................................................................................... 20 PROGRAMMA 4: ONDERWIJS .................................................................................................................................. 21 PROGRAMMA 5: SPORT, CULTUUR EN RECREATIE ........................................................................................................ 22 PROGRAMMA 6: SOCIAAL DOMEIN .......................................................................................................................... 23 PROGRAMMA 7: VOLKSGEZONDHEID EN MILIEU ..........................................................................................................

26 PROGRAMMA 8: VOLKSHUISVESTING, RUIMTELIJKE ORDENING EN STEDELIJKE VERNIEUWING ................................................. 27

3.

VOORTGANG GROTE DOSSIERS ............................................................................................. 28

4.

BESLISPUNTEN ...................................................................................................................... 47

5.

BIJLAGEN .............................................................................................................................. 48

BIJLAGE 1 - VOORTGANGSRAPPORTAGE REGELING GROTE PROJECTEN .......................................... 48 BIJLAGE 2 – SPECIFIEKE UITKERING SPORT 2022 ............................................................................. 63

2

Inleiding Voor u ligt de 1ste rapportage 2022, het eerste product uit de P&C-cyclus 2022. In het besluit1 over deze cyclus is de aanpak, inrichting en planning van onze P&C-producten op hoofdlijnen uitgewerkt. Nieuw element is de focus die wij in de aanpak en inrichting van onze tussentijdse rapportages leggen. Hierbij is het volgende onderscheid gemaakt: Focus tussentijdse rapportages Rapportage

Focus

1ste / 3de rapportage

Focus op inhoud • Voortgangsrapportage grote dossiers • Nadrukkelijk géén financiële bijstellingen, financiële tabellen etc.

2de / 4de rapportage

Focus op financiën • Financiële rapportage (begrotingsbijstellingen en risico’s) • Geen inhoudelijke ontwikkelingen, rapportage voortgang grote dossiers etc.

Net als in voorgaande jaren hanteren wij in onze rapportages het uitzonderingsprincipe. Dit betekent dat we afwijkingen van de begroting 2022 en/ of nieuwe ontwikkelingen en risico’s melden. Voor zover de begrotingsuitvoering volgens planning verloopt, wordt hierover in deze rapportage niets opgenomen. Wij hebben alle ontwikkelingen meegenomen die op het moment van samenstelling van deze rapportage (begin april 2022) bekend waren. In deze rapportage gaan wij achtereenvolgens in op de volgende onderdelen: 1. Financiële conditie; 2. Ontwikkelingen per programma; 3. Voortgang grote dossiers. 4. Beslispunten Wij starten deze rapportage met de financiële conditie. In dit onderdeel wordt voor de start van de nieuwe bestuursperiode inzicht gegeven in onze financiële positie. Dit doen we door de verschillende onderdelen toe te lichten. Hiervoor baseren wij ons op het begrotingsbeeld uit de 4de rapportage. Daarnaast geven wij op hoofdlijnen inzicht in actuele ontwikkelingen die van invloed zijn/ kunnen gaan zijn op onze financiële positie. Voorbeelden hiervan zijn de doorwerking van het regeerakkoord, de gevolgen van de oorlogssituatie in Oekraïne en de impact van corona. Door het inhoudelijke karakter van de 1ste rapportage stellen wij het begrotingsbeeld nu niet bij. In de 2de rapportage 2022 actualiseren wij het financieel perspectief, inclusief bijstelling van het begrotingsbeeld.

In hoofdstuk 2 rapporteren wij per programma de inhoudelijke ontwikkelingen en risico’s. Ontwikkelingen en risico’s die het gevolg zijn van corona maken wij afzonderlijk inzichtelijk. In hoofdstuk 3 rapporteren wij over de voortgang op de grote dossiers. Hierbij sluiten we aan op het raadsbesluit P&C-cyclus 2022, waarin is aangegeven dat wij in de 1ste en 3de rapportage rapporteren over de voortgang op een aantal limitatief benoemde dossiers. In deze rapportage doen wij voorstellen gericht op de actualiteit van de benoemde dossiers. Tot slot leggen wij in hoofdstuk 4 de beslispunten voor die ook in het raadsvoorstel zijn opgenomen.

1

Raadsbesluit P&C-cyclus 2022 van 27 januari 2022

3

1. Financiële conditie Uitgangspunten Scope 4de rapportage 2022 De basis voor onze P&C-producten is vastgelegd in het raadsbesluit ‘P&C-cyclus 2022’ . In dit besluit is aanpak, inrichting en planning van onze tussentijdse rapportages op hoofdlijnen uitgewerkt. Voor de 1ste rapportage 2022 zijn de volgende aandachtspunten benoemd: Focus 1ste rapportage Rapportage 1ste rapportage

Focus Focus op inhoud • Nieuwe ontwikkelingen en risico’s per programma op basis van het uitzonderingsprincipe • Invloed van corona wordt afzonderlijk gerapporteerd • Voortgangsrapportage grote dossiers • Nadrukkelijk géén financiële bijstellingen, financiële tabellen etc.

Begrotingskaders Passend binnen een duurzaam financieel beleid hanteren wij voor de voorstellen tot begrotingsaanpassing een aantal kaders: - toepassing begrotingskaders, waarbij we nadelen achtereenvolgens opvangen binnen taakveld, programma of de totale begroting. Voordelen voegen we toe aan de algemene reserve; - we ramen reëel, waarbij we streven naar een betaalbare begroting met aandacht voor niveau van de lokale lasten; - we hebben inzicht in kansen en bedreigingen (risico’s) en vertalen dit financieel in ons weerstandsvermogen; - we maken duidelijke afspraken over de aan te houden buffers in onze algemene reserve en algemene reserve weerstandsvermogen; - de integrale afweging over de inzet van de ruimte voor nieuw beleid vindt jaarlijks plaats in de begrotingsvoorbereiding; - voor zover de ruimte voor nieuw beleid niet toereikend is, passen we het principe ‘oud voor nieuw’ toe; - de beheerplannen voor onderhoud kapitaalgoederen en onderhoud vastgoed zijn vertaald naar onze begroting. Wij beogen door toepassing van deze kaders onze financiële positie op orde te houden, resulterend in een blijvend structureel en reëel sluitende begroting. Duidelijk, realistisch en gericht op het zoveel mogelijk voorkomen van verrassingen. Bijstelling begrotingsbeeld In deze rapportage wordt het begrotingsbeeld niet bijgesteld.

Bijstelling van de begroting vindt zoveel mogelijk plaats via de P&C-cyclus. De 2e rapportage 2022 is het eerstvolgende moment. Daarnaast kan de begroting bijgesteld worden op basis van een afzonderlijk raadsvoorstel met bijbehorende begrotingswijziging. Dit geldt bijvoorbeeld voor urgente onderwerpen, waarbij:

4

besluitvorming, inclusief toewijzing van budgetten door de raad, gelet op noodzakelijke uitvoering, niet kan wachten tot het eerstvolgende rapportagemoment2; - het onderwerp een afzonderlijke behandeling rechtvaardigt, gezien de politieke relevantie en/ of de impact op de begroting. Deze nadere concretisering van het bijstellen van ons begrotingsbeeld is te zien als een aanvulling op bovenstaande begrotingskaders. -

Financiële conditie Vooraf Ondanks dat we in deze inhoudelijke rapportage het begrotingsbeeld niet bijstellen, gaan wij nadrukkelijk in op de financiële conditie van onze gemeente. Wij willen inzicht geven in de robuustheid van onze financiële positie. Daarbij gaat het om vragen als ‘zijn we financieel wendbaar en weerbaar?’, ‘kunnen we de financiële risico’s aan?’ en ‘is er ruimte voor nieuw beleid?’ Antwoorden op deze vragen zijn om verschillende redenen relevant. We staan aan de start van een nieuwe bestuursperiode, waarbij een coalitieakkoord, uitgaande van de Toekomstvisie 2030/ ontwikkelpaden, de richting voor de komende 4 jaar bepaalt. Van belang is hierbij een balans te vinden tussen de ambities en de financiële mogelijkheden binnen onze begroting om deze ambities te kunnen realiseren. Daarnaast worden gemeenten momenteel geconfronteerd met veel onzekerheden. Denk aan de onzekerheden op basis van het regeerakkoord, het conflict RuslandOekraïne alsmede de prijsstijgingen in de meest brede zin van het woord. Kortom voldoende aanleiding om inzicht te geven in onze financiële conditie.

In de 2de rapportage 2022 stellen we het begrotingsbeeld bij, Onderwerpen Voor het inzicht in onze financiële conditie kijken we achtereenvolgens naar: - de opbouw van onze begroting - de onderdelen van de financiële positie - autonome ontwikkelingen en risico’s De opbouw van onze begroting Programmabegroting In onderstaande tabel zijn per programma de begrote baten en lasten opgenomen. Zowel voor het lopend jaar (2022) als voor de jaren 2023 tot en met 2025. Per programma is aangegeven hoeveel geld binnenkomt (baten) en hoeveel geld we uitgeven (lasten). De in het overzicht opgenomen bedragen zijn gebaseerd op de 4de rapportage 2021. Programmabegroting 2022-2025 2022 bedragen x € 1.000 0. Bestuur en ondersteuning

baten 288.166

2023 lasten

baten

2024 lasten

PROGRAMMA'S - BATEN EN LASTEN 78.568 265.702 68.417

2025

baten

lasten

baten

lasten

264.387

66.372

261.935

64.574

1. Veiligheid

1.251

14.408

1.130

13.822

1.130

13.804

1.130

13.778

2. Verkeer, vervoer en waterstaat

4.602

26.695

4.335

26.599

4.335

27.864

4.335

28.128

3. Economie

4.298

11.821

4.286

10.188

4.117

9.988

4.117

9.927

4. Onderwijs

2.902

11.523

2.770

11.448

2.770

11.683

2.770

11.555

5. Sport, cultuur en recreatie

8.617

38.622

7.993

34.956

7.439

35.107

5.899

34.097

2 Bijvoorbeeld voorstel Maatregelenpakket Corona voor ondernemers – raad 27 januari 2022 -

5

2022 bedragen x € 1.000

baten

2023 lasten

baten

2024 lasten

PROGRAMMA'S - BATEN EN LASTEN 175.460 58.613 174.118

2025

baten

lasten

baten

lasten

59.967

174.698

60.966

174.551

6. Sociaal domein

57.777

7. Volksgezondheid en duurzaamheid

25.790

26.275

25.880

24.859

26.183

25.251

26.180

25.283

8. Volkshuisvesting , RO - SV

6.407

16.438

2.201

8.503

2.201

7.762

2.201

7.640

399.810

399.810

372.910

372.910

372.529

372.529

369.533

369.533

Totale baten en lasten per programma

Uit het overzicht blijkt dat wij in de programma’s 0. Bestuur en ondersteuning en 6. Sociaal domein het meeste geld ontvangen en uitgeven. De belangrijkste baten in programma 0 hebben betrekking op de uitkeringen uit het gemeentefonds en belastingopbrengsten. Deze algemene dekkingsmiddelen zetten we in voor de uitvoering van onze programma’s. De belangrijkste uitgaven binnen dit programma hebben betrekking op de gemeentelijke bestuursorganen en onze eigen bedrijfsvoering. Het geld binnen programma 6 besteden we aan de uitvoering van de taken binnen het sociaal domein, met name op het gebied van de Wmo, jeugdzorg en participatie. De baten binnen dit programma zijn gelden die we ontvangen voor de gebundelde uitkering (BUIG). Hieruit betalen we de uitkeringen. Raming van grote begrotingsposten In bovenstaande tabel zijn per programma de begrote bedragen weergegeven. Onderstaand geven wij voor een aantal grote begrotingsposten aan hoe deze ramingen tot stand zijn gekomen en welke ontwikkelingen hier nog van invloed op zijn. raming materiële beleidsterreinen Post

% beg. totaal

Gemeentefonds

42%

OZB

15%

Uitgangspunten raming

-

Ontwikkelingen

Baten (Accressen uit de) septembercirculaire Opschalingskorting tot en met 2022 bevroren

2022

2023

2024

2025

-

Beleidsmatige verhoging per jaarschijf woningen

0,0%

1,0%

3,5%

0,0%

niet-woningen

2,5%

1,0%

1,0%

0,0%

2022

2023

2024

2025

Beleidsmatige verhoging cumulatief

-

Afval/ riool

Jeugd

7%

9%

-

-

woningen

0,0%

1,0%

4,5%

4,5%

niet-woningen

2,5%

3,5%

4,5%

4,5%

Belastingcapaciteit 113% De verhouding van onze woonlasten ten opzichte van het landelijk gemiddelde 100% kostendekkend Eenmalige voucher ( € 12,50) voor het gratis wegbrengen van afval naar milieuparken (gedekt uit financiële ruimte begroting 2022)

Lasten Raming volumeontwikkeling, structureel op basis van reële aantallen Raming van middelen voor de bekostiging van het meerjarenplan jeugd. Gericht op ontwikkelingen en maatregelen om baten en lasten in evenwicht te brengen.

-

-

-

-

Effect herverdeling Decembercirculaire Regeerakkoord Areaaluitbreiding/ -inkrimping Uitbreiding lokaal belastinggebied Niveau OZB nietwoningen (Coelo) Differentiatie tarief nietwoningen in onderzoek OZB woningen boven gemiddelde provincie/ 4 grootste Limburgse gemeenten(woonlastenmonitor) Effecten kostendekkingsplan (water en klimaat adaptatieplan) Effecten regionaal uitvoeringsplan van afval naar grondstof 20222025

-

Surplus op stelpost van 75% Regeerakkoord: ombuiging op jeugd vanaf 2024

-

Motie Eerste Kamer

6

Post

% beg. totaal

Uitgangspunten raming -

Wmo

10%

-

-

Participatie

Ibor

11%

9%

-

-

Ontwikkelingen

Nb. rekening gehouden met extra middelen voor Jeugd voor 2023-2025 conform richtlijn Rijk/ VNG (stelpost 75% bedragen Hervormingsagenda) Raming volumeontwikkeling in 2022 op basis van reële aantallen. Met ingang van 2023 is in de raming geanticipeerd op extra rijksmiddelen voor de Wmo. Abonnementstarief leidt tot kostenstijging (‘aanzuigende werking’)

-

Gemeentefonds; uitname eigen bijdrage huishoudelijke hulp en uitname valpreventie

-

Terugkeer inkomensafhankelijke eigen bijdrage huishoudelijke hulp

Raming volumeontwikkeling in 2022 en 2023 op basis van reële aantallen. Vanaf 2024 is in de volumeontwikkeling geanticipeerd op afname van de bijstandsaantallen

-

Ontwikkeling van de BUIG-middelen,

-

Nota onderhoud kapitaalgoederen openbare ruimte 20202023 Beheerplannen per beheergroep Kwaliteitsniveau laag, m.u.v. groen, reiniging en straatmeubilair: kwaliteitsniveau basis en plaatselijk hoog Raming afgestemd op beheerorganisatie, beschikbaarheid personeel/ inhuur, marktomstandigheden (reëel ramen)

-

Ontwikkeling conjunctuur (bijv. mismatch arbeidsmarkt, VDL Nedcar en onzekerheid vraag werkgevers) Extra middelen (exploitatie en investering) nodig voor volledige uitvoering van de beheerplannen Aanpassing kwaliteitsniveaus

-

Aanvullend op bovenstaand overzicht geven we onderstaand een indicatie van het aandeel van de belangrijkste kostensoorten in ons begrotingstotaal. Hierbij merken we op dat de aard van de kostensoort bepaalt in welke mate de budgetten (op korte termijn) te beïnvloeden zijn. raming materiële kostensoorten aandeel in begroting

kostensoort salariskosten kapitaallasten subsidieverstrekking professionele instellingen/ vrijwilligersorganisaties gemeenschappelijke regelingen/ verbonden partijen verstrekkingen sociaal domein

18% 7% 8% 10% 31%

De onderdelen van de financiële positie Onderstaand geven wij inzicht in onze financiële positie. Dit doen we door achtereenvolgens de cijfers te presenteren van onze begrotingssaldi, ruimte voor nieuw beleid (wendbaarheid), weerstandsvermogen (weerbaarheid) en ombuigingen. Begrotingssaldi In de 4de rapportage 2021 hebben wij onze begroting voor het laatst bijgesteld. Sindsdien zijn er geen besluiten genomen die van invloed zijn op deze begrotingssaldi. Begrotingssaldi bedragen x €1.000

Begroting 2022

Begroting 2023

Begroting 2024

Begroting 2025

Begrotingssaldi tot en met 4de rapportage 2021 Saldi voor resultaatbestemming

2.440

1.809

509

1.353

Toevoeging aan de algemene reserve

-2.440

-1.809

-509

-1.353

-

-

-

-

Saldi na resultaatbestemming

7

De 4de rapportage 2021 resulteerde in structurele voordelen. Passend binnen onze begrotingskaders en gezien het risicoprofiel om de uitvoering van majeure projecten, zoals Glanerbrook en bestuurlijkambtelijke huisvesting binnen de taakstellende budgetten te realiseren, zijn de voordelige saldi uit deze rapportage volledig gestort in de algemene reserve. Ruimte voor nieuw beleid Onderstaande tabel geeft inzicht in de bedragen die binnen onze begroting beschikbaar zijn om uitvoering te geven aan ‘nieuw beleid’. Ruimte voor nieuw beleid Begroting 2022

bedragen x €1.000

Begroting 2023

Begroting 2024

Begroting 2025

Totaal 2022-2025

Beschikbare ruimte voor nieuw beleid Exploitatieruimte

500

500

-

1.000

Investeringsruimte - nog in te zetten middelen uit IP 2021-2024

2.872

3.300

2.100

8.272

- geoormerkte middelen Toekomstvisie (ontwikkelpaden) / BAk - toevoeging investeringsruimte (begroting 2022)

5.600

4.000

4.400

14.000

Beschikbare investeringsruimte

8.472

7.300

6.500

5.000¹

5.000

5.000

27.272

¹ Bij de vaststelling van het bestemmingsplan Landschapspark Burgemeester Damenpark (eind 2022 of begin 2023) moet een dekkingsplan ter besluitvorming worden voorgelegd. Vooruitlopend op de uitwerking van dit plan worden de resterende middelen in de jaarschijf 2025 hiervoor geoormerkt. De vrije ruimte voor nieuw beleid geeft een indruk over onze wendbaarheid/ flexibiliteit om middelen in te kunnen zetten voor nieuwe ontwikkelingen, ambities en dergelijke. Over de toewijzing van deze middelen zijn eerder al kaderstellende besluiten genomen. Daadwerkelijke inzet van de middelen vindt plaats op basis van afzonderlijke voorstellen. Exploitatieruimte Binnen onze begroting is in de jaarschijven 2023 en 2024 een bedrag van jaarlijks € 0,5 mln. beschikbaar voor nieuw beleid. In de kaderbrief 2021 is besloten deze middelen beschikbaar te houden voor de Toekomstvisie en het Bestuursakkoord (Bak) en binnen deze ruimte ook middelen te reserveren voor experimenten en initiatieven die door de samenleving worden aangedragen en aanpakt. Vanaf 2025 vangen we de exploitatieruimte voor nieuw beleid op binnen de reguliere begroting. In de kadernota 2022 gaan we in op aanpak, uitgangspunten en planning om dit proces ‘oud voor nieuw’ concreet vorm te geven. Investeringsruimte Het investeringsvolume voor nieuw beleid bedraagt over de periode 2022 tot en met 2025 ruim € 27 mln.

Dit bedrag omvat de volgende onderdelen: - Het restant van het investeringsprogramma 2021-2024 van € 8,3 mln. vastgesteld in de begroting 2021. Bij het onderdeel voortgang grote dossiers hebben we een gedetailleerd overzicht van de voortgang van dit investeringsprogramma opgenomen. - In de kaderbrief 2021 hebben we een bedrag van € 14 mln. geoormerkt voor de Toekomstvisie, onder andere voor de ontwikkelpaden en het BAk. Dit onder de voorwaarde dat de middelen zoveel mogelijk worden ingezet op basis van samenwerking en

8

-

cofinanciering. Wij merken hierbij op dat de bereidheid door de samenleving om financieel te participeren nog aandacht vraagt. Terwijl cofinanciering randvoorwaardelijk is om de ontwikkelpaden voortvarend uit te kunnen voeren. In de begroting 2022 hebben we in de jaarschijf 2025 € 10 mln. investeringsruimte toegevoegd. Hiervan is € 5 mln. ingezet voor de dekking van het raadsbesluit Huisvesting bestuurlijk-ambtelijk inclusief Vidar, waarna nog € 5 mln. beschikbaar is.

De inzet van het resterend investeringsvolume van ruim € 27 mln. vindt plaats op basis van afzonderlijke voorstellen. Naar aanleiding van het investeringsprogramma 2021-2024 merken wij nog op dat voor zover investeringen nog niet zijn afgerond of in uitvoering zijn genomen de daadwerkelijke uitvoering duurder zal uitvallen door de actuele prijsstijgingen. In het onderdeel autonome ontwikkelingen/ risico’s komen we hierop terug. Weerstandsvermogen Uit onderstaande overzichten blijkt hoe weerbaar we zijn. Het weerstandsvermogen geeft inzicht in de incidentele middelen die we kunnen inzetten voor het opvangen van financiële risico’s. Het weerstandsvermogen bestaat uit de algemene reserve én de algemene reserve risicobeheersing. De saldi uit beide reserves zijn gebaseerd op de 4de rapportage 2021. De opbouw en uitwerking van deze reserves is gebaseerd op de richtlijnen uit de kadernota weerstandsvermogen en risicobeheersing. Verloop algemene reserve Bedragen x € 1.000

31-12-2022

31-12-2023

31-12-2024

31-12-2025

Opbouw algemene reserve Omvang algemene reserve

19.844

21.328

22.404

24.351

Bestemmingen

-6.614

-5.781

-5.781

-5.781

Ondergrens (2% van het begrotingstotaal)

-7.994

-7.455

-7.450

-7.390

Surplus in algemene reserve

5.236

8.092

9.173

11.180

In de opbouw van de algemene reserve houden we een ondergrens aan van 2% van het begrotingstotaal. Daarnaast zijn middelen gereserveerd voor een aantal specifieke bestemmingen. Per saldo loopt het surplus in de algemene reserve op van € 5,2 mln. in 2022 tot € 11,2 mln. in 2025. Dit betreft middelen die incidenteel ingezet kunnen worden. Onderdeel van de specifieke bestemmingen zijn de gereserveerde middelen voor corona. Zie hiervoor onderstaande tabel. Reservering coronamiddelen Bedragen x € 1.000

Saldo Overzicht inzet coronamiddelen

Saldo eind 2021

4.074

Eerder besloten mutaties Raadsbesluit 27 januari 2022 Saldo eind 2022

343 Maatregelenpakket corona voor ondernemers

-1.160 3.257

Na verwerking van het maatregelenpakket corona voor ondernemers (raadsbesluit 27 januari 2022) hebben wij een bedrag van € 3,3 mln. beschikbaar om nadelige corona-effecten op onze begroting op te kunnen vangen. In de jaarrekening 2021 actualiseren we dit bedrag aan de hand van de decembercirculaire (6e steunpakket) en de verrekening van de corona-effecten uit deze jaarrekening.

9

Verloop algemene reserve risicobeheersing Bedragen x € 1.000

31-12-2022

31-12-2023

31-12-2024

31-12-2025

Opbouw algemene reserve risicobeheersing achtervang voor specifieke risico's

6.591

7.361

7.441

7.521

achtervang voor 1% restrisico

3.997

3.727

3.725

3.695

Saldo algemene reserve risicobeheersing

10.588

11.088

11.166

11.216

Op basis van het actueel risicoprofiel hebben we onze risico’s financieel gekwantificeerd (kans x impact). Daarnaast houden we voor risico’s die niet te kwantificeren zijn, een achtervang aan van 1% van het begrotingstotaal. Ombuigingen Bij het onderdeel begrotingssaldi hebben we gezien dat er een structureel sluitende begroting en meerjarenraming voorligt. Om onze financiën duurzaam op orde te houden, moeten we uitvoering geven aan een aantal ombuigingen die in het verleden zijn vastgesteld. In onderstaand overzicht zijn de (resterende) ombuigingen opgenomen. bedragen x € 1.000 OMBUIGINGEN

OMBUIGING

BESLUITVORMING

2022

2023

2024

2025

Vastgoed

Herstelplan programmabegroting 2018

450

457

415

412

Vergroten woningbouwprogramma

Programmabegroting 2019

50

50

50

50

Vermarkten ESCS-locatie, incl. zwembad Nieuwe Hateboer

Programmabegroting 2019

1.200

1.200

1.200

1.200

Programmabegroting

-780

Verlaging rentepercentage investeringen nieuw beleid

Programmabegroting 2020

Jeugd

2de rapportage 2020

Temporisering nieuw beleid

2de rapportage 2020

Onderuitputting oude kredieten 2002-2018

Programmabegroting 2021

Totale ombuigingen

540 800

800

800

800

558

632

3.023

3.634

133

1.853

2.507

Bovenstaande ombuigingen zijn financieel in de begrotingscijfers verwerkt. Aan de inhoudelijke realisatie wordt gewerkt. - Vastgoed vullen we jaarlijks in door verkooptransacties op het gebied van vastgoed; - De invulling van het restant op de ombuiging woningbouwprogramma (begroting 2019) koppelen we aan de areaaluitbreiding OZB en is daarmee geëffectueerd; - De invulling van de ombuiging op de ESCS-locatie is afhankelijk van de ontwikkelingen op deze locatie. In de begroting 2022 hebben we voor het risico op niet-realisatie een achtervang in ons weerstandsvermogen gevormd van € 780.0003. Volledige niet-realisatie betekent een aanvullend risico op onze begroting van € 420.000. - Voor de invulling van de ombuiging jeugd zijn/ worden diverse kostenverlagende maatregelen genomen. 3

Risicoklasse 3; 65%

10

-

De overige ombuigingen hebben betrekking op kapitaallasten (rente en afschrijving). Invulling vindt jaarlijks plaats op basis van actuele renteontwikkelingen en de voortgang van onze projecten. Kanttekening hierbij is dat de rentetarieven inmiddels stijgen.

Autonome ontwikkelingen en risico’s Gemeentefonds Decembercirculaire De decembercirculaire is normaliter gericht op de afronding van het huidige uitkeringsjaar. In deze decembercirculaire zijn, bij uitzondering, ook enkele mutaties vanaf het jaar 2022 bekend gemaakt. De mutaties uit de decembercirculaire zijn onder te verdelen in: - Mutaties die leiden tot een resultaat in de jaarrekening 2021 en de meerjarenbegroting 2022-2025; - Compensaties voor wettelijke taken, met name voor versterking dienstverlening, jeugdhulp, salarislasten sociaal domein en kwaliteitsborging bouw- en woningtoezicht; - Compensatie voor de coronamaatregelen. Het bedrag voor 2021 heeft betrekking op aanvulling meerkosten sociaal domein, compensatie derving inkomsten 2020, en compensaties voor lokaal cultuuraanbod en exploitatietekorten sociale werkbedrijven. Het bedrag voor 2022 betreft een compensatie voor de gemeenteraadsverkiezingen. Effecten decembercirculaire 2021 Bedragen x € 1.000 Resultaat decembercirculaire 2021 Compensatie voor wettelijke taken Corona steunpakket Totaal mutaties decembercirculaire 2021

2021 2022 Mutaties decembercirculaire 2021 194 58 776 958 1904 140 2.874 1.156

2023

2024

2025

-105 954 0 849

-94 937 0 843

-75 938 0 863

De effecten voor 2021 verwerken we in de jaarrekening 2021; de effecten ingaande 2022 nemen we mee in de 2de rapportage 2022. Herijking gemeentefonds Het Ministerie van BZK werkt aan een nieuwe verdeling van het Gemeentefonds. Zowel de Raad voor het Openbaar Bestuur (ROB) als de VNG is om advies gevraagd. Het ROB is kritisch over de voorgenomen herverdeling en vraagt aandacht voor maximering van de effecten voor nadeelgemeenten. Daarnaast zou de houdbaarheid van voorgestelde verdeling beperkt moeten worden tot een periode van maximaal 3 jaar. De ALV van de VNG heeft een resolutie aangenomen die aansluit op het advies van de ROB. Het is aan het kabinet om een besluit over de herijking te nemen. Naar verwachting wordt in de meicirculaire 2022 hier helderheid over gegeven. De beoogde invoering is op zijn vroegst 1 januari 2023. Vooruitlopend hierop heeft de Minister van BZK in de Maartbrief 2022 van 6 april jl. laten weten de adviezen van het ROB en de VNG grotendeels op te volgen. De effecten voor gemeenten worden via een ingroeipad voor 2023 gemaximeerd op € 7,5 per inwoner en vanaf 2024 op maximaal € 15 per inwoner4. Daarnaast wordt invoering van het nieuwe model tijdig geëvalueerd en wordt op basis van deze evaluatie besloten over het traject 2026 en verder.

Regeerakkoord In het regeerakkoord zijn diverse onderwerpen uitgewerkt die van betekenis zijn voor de financiële positie van gemeenten. Hieronder lichten we de belangrijkste ontwikkelingen toe. 4

Het cumulatieve effect bedraag in 2025 maximaal € 37,5 per inwoner

11

Gemeentefonds Het accres voor het gemeentefonds is tot en met 2025 grotendeels berekend op basis van bestaande afspraken. Tot en met 2025 is er sprake van een cumulatief extra accres van € 2 mld. Door een uitname voor de woningbouwimpuls neemt het extra accres af tot circa € 1,25 mld. Deze uitname wordt via een specifieke uitkering (SPUK) herverdeeld onder gemeenten. In 2026 wordt cumulatief extra accres begrensd op € 840 mln. Opschalingskorting De verdere toename van de opschalingskorting in de jaarschijven 2023 tot en met 2025 wordt geschrapt. Deze eerder ingeboekte aanvullende korting loopt op tot ruim € 675 mln. ingaande 2025. Vanaf 2026 is de opschalingskorting structureel ingezet voor een bedrag van € 975 mln. Dit betekent dat gemeenten in hun meerjarenbegroting rekening moeten houden met een volledige terugkeer van de opschalingskorting. Jeugdzorg De uitspraak van de arbitragecommissie over de jeugdzorg wordt niet overgenomen. Door extra te treffen beleidsmaatregelen wordt in 2024 € 100 mln. extra bespaard, oplopend naar € 500 mln. structureel vanaf 2025. De Eerste Kamer heeft een motie aangenomen om deze extra besparing te schrappen. Het is momenteel nog niet duidelijk of het Kabinet deze motie overneemt.

Samenvattend Op basis van een eerste indicatie van het effect van het regeerakkoord op de gemeentefinanciën blijkt dat tot en met 2025 door de stijging van het accres en het bevriezen van de opschalingskorting extra middelen beschikbaar komen. Middelen die hard nodig zullen zijn om invulling te geven aan de gemeentelijke opgaven en het opvangen van nadelige effecten uit eerder genoemde autonome ontwikkelingen. Vanaf 2026 heeft het regeerakkoord een nadelig effect op de gemeentefinanciën. Naast de extra korting op de Jeugdzorg, moet vanaf 2026 een negatief accres en de opschalingkorting van in totaliteit € 1,85 mld. opgevangen worden. Dit heeft gevolgen voor de meerjarenbegroting 2023-2026, die structureel sluitend moet zijn. Hierbij in aanmerking nemend dat nieuwe investeringen, realisatie van nieuwe ambities en meerjarige contracten een structurele dekking van bijbehorende lasten vragen. Dit kan met name voor 2026 en volgende jaren een probleem zijn. De daadwerkelijke effecten verwachten we op basis van de meicirculaire exacter in beeld te kunnen brengen. Daarnaast is het nog de vraag of de situatie in Oekraïne-Rusland nog tot een aanpassing in het regeerakkoord zal leiden. Ook de verdere invloed van corona op de gemeentelijke begrotingen is nog onzeker. Het Rijk heeft laten weten per het tweede kwartaal met het coronasteunpakket te stoppen.

Generieke steunmaatregelen zijn op de lange termijn niet houdbaar. Een lange termijn aanpak van het coronavirus en een lange termijn visie op steun wordt door het Rijk nog nader uitgewerkt. Contourenbrief Door de Tweede Kamer is kritiek geuit op het regeerakkoord. Gemeenten kunnen door de onzekerheid over de financiële mogelijkheden vanaf 2026 geen structureel sluitende begroting opstellen zonder bezuinigingen. Mede naar aanleiding van deze kritiek heeft de Minister van BZK een contourenbrief voor het zomerreces aangekondigd. Deze brief moet zicht geven op een stabielere financiële positie van gemeenten en duidelijkheid geven over structurele financiering. Er wordt gewerkt aan een stabiele en toekomstbestendige financiering van onder meer gemeenten.

12

Richtingen waaraan hierbij wordt gedacht zijn: verruiming van het lokale lastengebied (alternatieven voor OZB en motorrijtuigenbelasting), stabielere accressystematiek en een specifieke aanpak voor grensregio’s. Deze toekomstbestendige financiering moet bijdragen aan begrotingsstabiliteit bij gemeenten. Lobby G40 De G40 voert over de financiële positie van gemeenten een lobby richting Tweede Kamer. De beleidsvoornemens van het nieuwe kabinet hebben negatieve gevolgen voor de financiële positie en daarmee ook voor het leveren van een bijdrage aan het oplossen van maatschappelijke problemen (woningbouw, energietransitie, klimaatopgave etc.). Als gevolg van de beleidsvoornemens moeten de gemeenten in de meerjarenbegroting rekening houden met een scherpe daling van de inkomsten vanaf 2026. Dit betekent dat er in komende coalitieperiode slechts geld is voor incidentele uitgaven, omdat de dekking vanaf 2026 ontbreekt. Risico’s Prijsstijgingen Momenteel staat de uitvoering van de gemeentelijke begroting binnen de beschikbaar gestelde budgetten onder druk. Op diverse gebieden worden we geconfronteerd met prijsstijgingen en/ of stijgingen van tarieven. Dit varieert van rentestijgingen, prijsstijgingen in de bouw, tot stijging van de energieprijzen. Daarnaast is er sprake van krapte op de arbeidsmarkt, waardoor werving van personeel en inhuur steeds lastiger en duurder wordt.

Deze krapte op de arbeidsmarkt en de stijging van de tarieven heeft een nadelige invloed op de uitvoeringskracht van gemeenten. Het ontbreekt vaak aan eigen capaciteit en/of inhuur om de opgaven waar de gemeente voor aan de lat staat, tijdig te kunnen uitvoeren. Door deze ontwikkelingen lopen we enorme risico’s om onze projecten en investeringen niet binnen de beschikbaar gestelde kredieten uit te kunnen voeren. Bij projecten die we financieren met vreemd vermogen worden we geconfronteerd met stijgende rentetarieven. Met de huidige grote onzekerheden als hoge inflatie, oorlog in Oekraïne en oplopende rentetarieven op de kapitaalmarkt zal vreemd vermogen in de toekomst naar verwachting alleen maar duurder worden. De rentevisies en rentescenario’s van gezaghebbende instanties gaan allemaal uit van een stijgende rente op de kapitaalmarkt. Wij hebben hierop geanticipeerd door het renterisico voor toekomstige grote investeringsuitgaven nu al af dekken door meerdere langlopende leningen met uitgestelde storting af te sluiten waarbij de stortingsmomenten aansluiten bij de huidige verwachtingen van de inkomende en uitgaande geldstromen van die grote projecten Het effect van bovenstaande ontwikkelingen op onze begroting is nu nog niet financieel te kwantificeren. Wel worden diverse onderdelen van onze begroting hierdoor geraakt.

We maakten al melding van de betekenis voor onze investeringen/ projecten, zowel nieuw beleid als vervangingsinvesteringen. Daarnaast is deze ontwikkeling ook van invloed op de uitvoering van onze beheerplannen, de aanschaf van materialen, inhuur van advies en deskundigheid etc. In de 2de rapportage 2022 komen we hierop terug. Hierbij leggen we een relatie met de middelen die in de meicirculaire beschikbaar worden gesteld voor compensatie van loon- en prijsontwikkeling. Overigens verwachten wij dat de effecten van genoemde prijsstijgingen ook uit de p&c-producten van de gemeenschappelijke regelingen zal blijken.

13

Aanvullende koopkrachtmaatregelen Recentelijk heeft het kabinet de Tweede Kamer geïnformeerd over aanvullende koopkrachtmaatregelen voor 2022. Hiermee wordt beoogd compensatie te bieden voor de gestegen energietarieven en prijzen voor benzine en diesel. - Verhogen energietoeslag met 600 euro extra Gemeenten ontvangen € 480 mln. extra in het gemeentefonds om de laagste inkomens te compenseren voor de gestegen energieprijzen. Dit komt bovenop de € 200 mln. die eind 2021 via het gemeentefonds voor ‘energiearmoede’ beschikbaar zijn gesteld . Dit betekent dat huishoudens in de doelgroep minimabeleid (tot 120% van het sociaal minimum) via de categoriale bijzondere bijstand een eenmalige energietoeslag van € 800 ontvangen. - Eerder inzetten middelen voor energiebesparende maatregelen kwetsbare huishoudens Dit jaar wordt € 150 miljoen eerder ingezet via gemeenten voor de verdere ondersteuning van kwetsbare huishoudens bij het nemen van energiebesparende maatregelen en verdergaande isolatie. Dit komt bovenop de middelen die op 15 oktober 2021 beschikbaar zijn gesteld. Hiermee kunnen energielasten worden verlaagd, kan de verduurzaming in de gebouwde omgeving worden versneld en wordt de weerbaarheid van huishoudens tegen toekomstige prijsfluctuaties vergroot.

- Daarnaast wordt de btw op energie per 1 juli verlaagd van 21% naar 9% en is de accijns op benzine en diesel per 1 april verlaagd met 21% Conclusies financiële conditie Kijkend naar de cijfers uit de verschillende onderdelen van onze financiële conditie kunnen we constateren dat: - op basis van de 4de rapportage 2021 de meerjarenbegroting 2022-2025 sluitend is; - in 2023 en 2024 jaarlijks € 0,5 mln. beschikbaar is voor exploitatieruimte nieuw beleid; - ruim € 27 mln. investeringsruimte voor nieuw beleid beschikbaar is, waarvan ruim € 8 mln. voor het IP 2021-2024 en € 14 mln. voor de Toekomstvisie (ontwikkelpaden); - het saldo van de algemene reserve toereikend is; - het gekwantificeerd risicoprofiel is afgedekt in de algemene reserve risicobeheersing en we aanvullend een achtervang van € 4 mln. (2022) hebben voor niet te kwantificeren restrisico’s; - in de reservering coronamiddelen € 3,3 mln. beschikbaar is om nadelige coronaeffecten op onze begroting op te kunnen vangen; - de inhoudelijk nog te realiseren ombuigingsopgave oploopt van € 2,0 mln in 2022 naar € 3,8 mln.

in 2025; - ons lokale lastenniveau het hoogste van de 4 grootste Limburgse gemeenten is, boven het provinciale gemiddelde ligt (woonlastenmonitor) en het OZB-tarief niet-woningen het hoogste van Nederland is (Coelo), zie tabel raming materiele beleidsterreinen; - de ontwikkeling van de financiële positie hoogst onzeker is, door de effecten van het regeerakkoord (accres en herverdeling gemeentefonds, Wmo, Jeugdzorg en opschalingskorting) en de betekenis van de prijsstijgingen voor de uitvoerbaarheid van onze begroting en projectenportefeuille. Bovenstaande posten geven invulling aan de wendbaarheid en weerbaarheid van onze begroting. Aanvullend hebben we bij de toelichting op de autonome ontwikkelingen en risico’s veel onzekerheden geconstateerd die van invloed zijn op onze financiële positie. Onzekerheden op basis van het Regeerakkoord, onzekerheden op basis van de nieuwe bestuursperiode en onzekerheden door een aantal autonome ontwikkelingen. We betrekken deze onzekerheden en ontwikkelingen in de voorbereiding van de 2de rapportage 2022 en begroting 2023. Voor zover kwantificeerbaar nemen

14

we deze onderdelen mee in de bijstelling van onze begroting en/ of de actualisatie van het risicoprofiel. Passend binnen ons financieel beleid streven wij naar het realiseren van een structureel en reëel sluitende meerjarenbegroting. Dit betekent dat, ook om voor repressief begrotingstoezicht in aanmerking te blijven komen, wij sturen op structurele begrotingsoverschotten. Waarbij we aandacht hebben voor een weerbare begroting waarin ons risicoprofiel is afgedekt en een wendbare begroting met ruimte voor het realiseren van ambities in de nieuwe bestuursperiode. Voor zover het financieel perspectief daar aanleiding toe geeft, kan dit leiden tot heroverweging/ fasering van nieuw beleid en/ of het invulling geven aan het principe ‘oud voor nieuw’. Vervolg Keuzes maken In de voorbereiding van de kadernota 2022-2026 en begroting 2023 maken we een doorkijk van de ontwikkeling van de financiële positie voor de middellange termijn (2030). Deze ontwikkelingen maken we inzichtelijk aan de hand van een aantal scenario’s (positief, neutraal, negatief). Om de balans te vinden tussen een weerbare en wendbare financiële positie is het maken van keuzes onvermijdelijk. Deze keuzes moeten: - robuust zijn (geldigheid voor meerdere jaren); - transparant zijn (inzichtelijk en helder); - uitlegbaar zijn (aan inwoners, bedrijven en instellingen); - kostengeoriënteerd zijn.

Vooruitlopend op verdere verdieping van te maken keuzes geven we onderstaand alvast een paar voorbeelden: investeringsprogramma - blijven we doorgaan met investeringen die steeds duurder worden; - In een markt die steeds minder kan leveren; - of maken we een pas op de plaats totdat betere en meer betaalbare tijden komen? oud voor nieuw (kaasmes in plaats van kaasschaaf) - of het nieuwe beleid in plaats van het oude beleid kan (substituut); of - het oude beleid nog wel relevant is door nieuwe wet- en regelgeving (verouderd); of - kan het oude beleid op een andere manier (effectiever, efficiënter en/of minder) worden uitgevoerd. betaalbare gemeente. - hoge lokale lasten verminderen; - ombuigingen, afbouw van voorzieningen; - handhaven hoge investeringen. Proces In de 2de rapportage 2022 stellen we het begrotingsbeeld bij. Voor de doorwerking van het rijksbeleid op onze begroting maken we met name gebruik van de meicirculaire 2022. Daarnaast maken we een financiële vertaling van de autonome ontwikkelingen. Vervolgens gaan we van start met de begrotingsvoorbereiding. Voor de doorwerking van het rijksbeleid, gaan we ervan uit ons te kunnen baseren op de door de minister van BZK aangekondigde contourennota. Verder werken we de begroting 2023 uit op basis van bestaand beleid.

De lokale prioriteiten, vastgelegd in het coalitieakkoord, werken we gelijktijdig met de begrotingsvoorbereiding uit in de kadernota.

15

2. Ontwikkelingen per programma Uitgaande van het principe van een uitzonderingsrapportage geven wij in dit hoofdstuk per programma inzicht in de ontwikkelingen en risico’s. Zoals in de inleiding aangegeven heeft deze rapportage een inhoudelijke focus. Dit betekent dat op programmabladen geen financiële tabellen zijn opgenomen met voorstellen om de exploitatiebudgetten bij te stellen respectievelijk kredieten te voteren.

16

Programma 0: Bestuur en ondersteuning Effecten / Risico’s Corona Niet van toepassing. Ontwikkelingen Aanschaf en overname machines wijkbeheer In 2021 zijn wij gestart met een kwaliteitsimpuls in de openbare ruimte op de onderdelen reiniging, groen en bebording. In 2022 wordt hier verder op ingezet. Dit resulteert in een intensievere inzet van onze machines. Om ook in 2022 integraal, efficiënt en flexibel te kunnen werken en de kwaliteitsverhoging te kunnen borgen is, naast de reeds geleasede machines, aanschaf van één extra machine nodig. Er wordt voorgesteld een krediet te voteren van € 215.000 voor de aanschaf en overname van deze machines. De jaarlijkse kapitaallasten van circa € 25.000,-. die gemoeid zijn met overname van de geleasede machines en de aanschaf van één nieuwe machine passen binnen de begroting. In de begroting zijn nu middelen opgenomen voor de leasekosten. Deze post kan worden benut voor de afdekking van de kapitaallasten. De financiële doorwerking wordt in de 2de rapportage 2022 verwerkt. Risico’s Niet van toepassing.

17

Programma 1: Veiligheid Effecten / Risico’s Corona Boa’s De coronapandemie heeft veel impact gehad op de inzet van boa’s. Sinds halverwege maart 2020 tot eind februari 2022 hebben de boa’s de taak gehad zorg te dragen voor toezicht op en handhaving van de coronaregels. Deze taak had de hoogste prioriteit. Extra inhuur was noodzakelijk om hier uitvoering aan te geven. Het imago van de boa’s heeft landelijk gezien, vanwege de coronamaatregelen, een extra deuk opgelopen. Dit brengt mogelijk extra weerstand met zich mee bij het uitvoeren van de dagdagelijkse werkzaamheden. Door het onvoorspelbare karakter van het coronavirus moeten we voor de toekomst rekening houden met een scenario waarbij er weer beperkende maatregelen en dus extra boa-inzet nodig is. De krapte op de arbeidsmarkt leidt er nu toe dat het vinden van geschikte kandidaten lastig is én blijft. Desondanks hebben wij enkele jonge, minder ervaren boa’s kunnen aantrekken. Het intern begeleiden en doorontwikkelen van deze medewerkers vergt naast tijd, de juiste facilitering, coaching en (bij-)scholing. Controle en naleving coronatoegangsbewijs: Regeling specifieke uitkering controle naleving coronatoegangsbewijzen 2022 Het ministerie van Justitie en Veiligheid stelt een specifieke uitkering van € 66,7 mln. ter beschikking. Ze verstrekt op aanvraag aan gemeenten eenmalig een specifieke uitkering als bijdrage in de kosten.

Kosten die gemaakt zijn om ondersteuning te bieden bij of nabij voorzieningen of activiteiten die op grond van die tijdelijke regeling maatregelen covid-19 verplicht waren om de coronatoegangsbewijzen te controleren en, onder omstandigheden, de toegang te ontzeggen en deze controle te bevorderen. De aanvraag ziet op de kosten die gemaakt zijn in de periode van 1 januari 2022 tot en met 22 maart 2022. Voor de gemeente Sittard-Geleen is het maximale bedrag vastgesteld op € 0,35 mln. Gezien de versoepeling van de coronamaatregelen, zal er nagenoeg geen aanspraak op deze specifieke regeling worden gemaakt. Ontwikkelingen Gemeentelijk cameratoezicht Gemeentelijk cameratoezicht is niet meer weg te denken in de veiligheidsaanpak van onze gemeente en wordt daarom gecontinueerd. Het huidige cameratoezichtsysteem is echter verouderd. De levensduur van het systeem is verstreken. Daarom is er in 2021 een nieuw cameratoezichtsysteem aanbesteed. Ten behoeve van de eenmalige investering is middels de 4e programmarapportage 2021 en krediet ad € 0,7 mln. gevraagd, dat via de inzet van bestaande exploitatiebudgetten wordt afgelost. Extra financiële inzet is dan ook niet van de gemeenteraad gevraagd. De gegunde partij heeft echter ingeschreven met een hoger bedrag dan het gevraagde krediet. In de 3e programmarapportage 2022 komen we hierop terug.

Wél kan reeds gemeld worden dat een eventueel extra beslag op de algemene middelen niet aan de orde zal zijn. Technische Veiligheidscommissie (Veiligheidsvisie Chemelot e.o.) Wij hebben u per brief (24 februari 2022) geïnformeerd over de vertraging van de aanbevelingen van de Technische Veiligheidscommissie. Dit in verband met de zorgvuldigheid om de consequenties goed in beeld te brengen. Wij verwachten dat medio dit jaar de inhoudelijke verdieping is afgerond. Risico’s Niet van toepassing.

18

Programma 2: Verkeer, vervoer en waterstaat Effecten / Risico’s Corona Niet van toepassing. Ontwikkelingen Niet van toepassing. Risico’s Glasvezelnetwerk De aanleg van een glasvezelnetwerk in Sittard-Geleen heeft geleid tot een rechtszaak met een andere potentiële aanbieder van glasvezel. Dit resulteert in onvoorziene kosten voor juridische ondersteuning. Of de beoordeling van de rechtbank bijkomende gevolgen heeft voor de aanleg van het glasvezelnetwerk is vooralsnog onduidelijk. Asbest in de voegenkit Bij de aanleg van riolering tussen 1945 en 1993 is op sommige plaatsen voegenkit gebruikt. In deze voegenkit kan asbest zitten. Voordat projecten uitgevoerd worden, wordt via riool inspectie bekeken of voegenkit aanwezig is. Vervolgens wordt een monster van de kit uit het riool gehaald en door een laboratorium geanalyseerd. Afhankelijk van de concentratie asbest valt de voegenkit in risicoklasse 2 of 1. Risicoklasse 2 is een stuk strenger dan risicoklasse 1. Hoe dan ook, voor het verwijderen van de asbesthoudende voegenkit door de aannemer dienen, aanvullende werkzaamheden uitgevoerd te worden. Deze werkzaamheden zijn niet begroot bij de raming van projecten. Er is dan ook een risico op overschrijding van de budgetten.

Inflatie en gespannen arbeidsmarkt Door de hoge inflatie en de hogere prijs van grondstoffen zijn de levertijden en kosten van materialen die worden gebruikt bij civieltechnische projecten de afgelopen tijd flink gestegen. Aanbestedingen vallen duurder uit dan begroot en ook doorlooptijd van projecten loopt uit. Bovenstaande zorgt voor een risico voor overschrijding van projectkosten. Als gevolg van capaciteitsproblemen kunnen niet alle projecten voorbereid en begeleid worden conform de vooraf bepaalde planning. Daarnaast is het problematisch om openstaande vacatures in te vullen door de enorme, en steeds nijpender wordende krapte op de arbeidsmarkt. Dit geldt ook voor het invullen van de ontstane vacatures die nodig zijn voor het beheer en onderhoud van onze leefomgeving.

19

Programma 3: Economie Effecten / Risico’s Corona Evenementen Ondanks het beëindigen van de beperkende coronamaatregelen voor evenementen wordt ook in 2022 het effect van corona naar verwachting nog gevoeld. Veel externe evenementenorganisatoren starten weer op na twee jaar geen evenement te hebben georganiseerd. In vergunningsaanvragen zien wij een piek in de periode van april tot en met september, omdat diverse evenementen in deze periode zijn gepland. Er zijn verscherpte veiligheidseisen. Ook is het niet in alle gevallen zeker of leveranciers en artiesten nog actief zijn. Deze factoren hebben invloed op zowel externe evenementen die door de gemeente geadviseerd en gefaciliteerd worden als ook op de door de gemeente georganiseerde evenementen. Als onderdeel van het brede pakket ter ondersteuning van ondernemers in Sittard-Geleen zijn in 2022 extra middelen beschikbaar ter ondersteuning en facilitering van deze partijen bij de organisatie van evenementen. Ontwikkelingen Sterke ruimtelijk economische structuur Het in voorbereiding zijnde detailhandelsbeleid voor de Westelijke Mijnstreek vraagt meer tijd dan ingeschat, mede omdat dit een proces van drie gemeenten is. Het beleid wordt niet in het voorjaar 2022 maar in september/oktober 2022 ter besluitvorming voorgelegd.

De evaluatie van de Structuurvisie Ruimtelijke Economie Zuid-Limburg (SVREZL) is in 2021 afgerond door een extern bureau. In de loop van 2022 worden de gedane aanbevelingen uitgewerkt en ter standpuntbepaling voorgelegd aan het Bestuurlijk Overleg Ruimtelijke Economie Zuid-Limburg (BORE). Het BORE zal begin 2023 een integraal advies voorleggen aan de gemeenten. De gemeenteraad is over de stand van zaken geïnformeerd per brief van 23 februari 2022. Tussentijdse informatie over de voortgang volgt in de loop van 2022. Risico’s Niet van toepassing.

20

Programma 4: Onderwijs Effecten / Risico’s Corona Niet van toepassing. Ontwikkelingen Onderwijshuisvesting In opdracht van de gemeente, schoolbesturen en kindpartners heeft ICS Adviseurs een concept Strategisch huisvestingsplan voorbereid. Tijdens het bestuurlijk overleg is afgesproken dat de hieruit voortvloeiende huisvestingsscenario’s voor de komende jaren op haalbaarheid, integraliteit en toekomstbestendigheid moeten worden getoetst, alvorens hierover in 2022 besluitvorming kan plaatsvinden. Dan zal ook blijken of de hiervoor in de begrotingsruimte nieuw beleid (Kaderbrief 2021) toereikend is. Op basis van het Strategisch Huisvestingsplan kan ook een besluit worden genomen over de aanvragen om huisvestingsvoorzieningen die door schoolbesturen zijn ingediend voor het Programma voorzieningen huisvesting onderwijs 2023. Evenals voorgaande jaren zal hiervoor, gezien het beschikbare investeringsvolume, prioriteit worden gegeven aan voorzieningen gericht op capaciteitsuitbreiding. Risico’s Niet van toepassing.

21

Programma 5: Sport, Cultuur en Recreatie Effecten / Risico’s Corona Niet van toepassing. Ontwikkelingen De Domijnen In 2020 is de evaluatie van De Domijnen uitgevoerd, in 2021 gevolgd door het transitieplan voor de komende jaren. Onderdeel van het transitieplan is het afronden van een aantal open dossiers, waaronder de positionering van het archief. In de loop van 2022 volgt een voorstel. Plaatsen en inrichten bezoekerscentrum Glanerbrook De vernieuwbouw van Sportpark Glanerbrook is een omvangrijke klus die meerdere jaren gaat duren. Voor het omgevingsmanagement van het project is het belangrijk om van begin af aan een vaste plek te hebben. Van waaruit we met de buurt en verenigingen in gesprek kunnen en waar mensen laagdrempelig terecht kunnen met vragen. Vanaf de voorlopig ontwerpfase (2022) t/m de opleveringsfase (2025) wordt daarom een tijdelijk informatiecentrum ingericht op de parkeerplaats van Glanerbrook. Hierin wordt tevens een tijdelijke expositie georganiseerd voor het 90-jarig bestaan van het Burgemeester Damenpark in 2022. De investering wordt in 3 jaar afgeschreven. De kosten van het bezoekerscentrum Glanerbrook waren niet voorzien, maar de kapitaallasten worden gedekt uit het rentevoordeel in de jaarschijven 2023-2024-2025. De financiële doorwerking wordt in de 2de 2022 rapportage verwerkt.

Volwassenenfonds Sport en Cultuur De gemeente Sittard-Geleen stimuleert alle mogelijke manieren om de kansen en mogelijkheden van onze inwoners te vergroten. We streven hierbij naar een inclusieve samenleving waarin eenieder de mogelijkheid heeft om mee te kunnen doen, ook onze inwoners met een laag inkomen. Sinds 1 september 2021 is de gemeente Sittard-Geleen aangesloten bij het Volwassenenfonds Sport en Cultuur. Middels cofinanciering van de Provincie Limburg is er jaarlijks gezamenlijk ongeveer € 15.200 beschikbaar gesteld voor onze inwoners met een laag inkomen om te sporten of deel te nemen aan culturele activiteiten. Financiering en afstemming vindt plaats vanuit de beleidsterreinen Sport, Cultuur en Armoede. Het Volwassenenfonds faciliteert en staat in verbinding tussen de gemeente, onze inwoners, de intermediairs en aanbieders van sport en cultuur. Deze pilot loopt tot 31-12-2023.Het fonds is positief ontvangen, hetgeen tot gevolg heeft dat de middelen inmiddels volledig zijn aangewend. Naar aanleiding van het verzoek van de raad in november 2021 wordt de mogelijkheid bezien van een aanvulling voor het fonds vanuit de algemene middelen. Risico’s Niet van toepassing.

22

Programma 6: Sociaal Domein Effecten / Risico’s Corona Niet van toepassing. Ontwikkelingen Energietoeslag voor lagere inkomens Naar aanleiding van de stijgende energieprijzen heeft het kabinet op 10 december 2021 besloten tot de mogelijkheid van het uitkeren van een eenmalige energietoeslag aan huishoudens met een laag inkomen. Inmiddels is gebleken dat de energieprijzen nog verder stijgen. Het kabinet heeft daardoor op 11 maart jl. besloten deze eenmalige toeslag te verhogen van € 200 naar € 800 per huishouden. Het budget zal in de meicirculaire 2022 aan gemeenten worden uitgekeerd. Met het ingediende wetsvoorstel op 15 maart jl., krijgen gemeenten de bevoegdheid om in het kalenderjaar 2022 de eenmalige energietoeslag toe te kennen aan huishoudens met een laag inkomen (tot 120% van het sociaal minimum). Huisvesting Vidar Millenerweg Vanwege de stijgende energieprijzen nemen de kosten van het energieverbruik in de panden aan de Millenerweg toe. Vidar start een energiebewustzijn-campagne om alle medewerkers bewust te maken zuinig met onze energie om te gaan. In de zomerperiode heerst er in de productie/leerwerklijnomgeving (gebouw 2) een slecht intern klimaat. De temperaturen stijgen dermate dat er een ongezonde en onwerkbare situatie ontstaat. In mei worden er mobiele koelunits geplaatst.

Deze koelunits zorgen ervoor dat de werkomstandigheden tijdens warm zomerweer acceptabel zijn. De huuronderhandeling met de eigenaar over de huurverlenging wordt in het tweede kwartaal afgerond. Vidar houdt rekening met een forse huurverhoging die vanaf 2023 zal gelden. Momenteel huurt Vidar tegen een gunstige huurprijs die bedongen was bij de verkoop. Leerwerklijnen Vidar biedt uitkeringsgerechtigden die de aansluiting op de arbeidsmarkt -nog- missen een ontwikkelroute die bij hen past. Onder meer door de inzet van leerwerklijnen binnen de eigen productmarktcombinaties. Maar ook dichtbij in de wijk en bij partners. De ontwikkelroutes moeten aansluiten bij de behoefte van de groep uitkeringsgerechtigden en gericht zijn op de kansen die de markt nu biedt. De samenstelling en behoefte van deze groep verandert mee met de actuele situatie op de arbeidsmarkt. We zien dat de groep met de grootste afstand tot het werk en de meer complexe begeleidingsvraag nu overblijft. De ontwikkeling van de twee factoren - de vraag op de arbeidsmarkt en de behoefte van werkzoekenden - vormt in combinatie met de transitie binnen Vidar een dynamisch proces. Vidar zet zich in om de leerwerklijnen zo vorm te geven dat deze blijven aansluiten bij de behoefte en de verwachte bezetting hiervan. Het resultaat van dit proces blijven we monitoren en waar nodig sturen we bij.

Praktijkdiagnose voor jongeren In 2021 zagen zowel Vidar als het Jongerenloket de problemen en kwetsbaarheden van jongeren toenemen. Het betreft een doelgroep die voorheen veelvuldig instroomde bij het UWV voor een Wajong-uitkering. Echter met de inwerkingtreding van de Participatiewet is de Wajong alleen nog toegankelijk voor jonggehandicapten die duurzaam geen arbeidsvermogen hebben. Door de strenge instroomvereisten is er een sterke daling in de instroom van de Wajong waar te nemen. De groep jongeren met een duurzame arbeidsbeperking die wél nog arbeidsvermogen hebben, hetzij minimaal,

23

melden zich bij de gemeenten. Problematieken in het gedrag, zware persoonlijkheidsissues en cognitieve beperkingen zien wij veelvuldig terug bij deze specifieke doelgroep. De bestaande dienstverlening in het ondersteunen naar werk of weer terug school blijkt voor deze doelgroep onvoldoende te zijn. Het betreft namelijk jongeren waar het ontwikkelperspectief nog onduidelijk is en waar geen actuele diagnose meer voorhanden is. Er is behoefte aan een toets op leerbaarheid, belastbaarheid en ambitie voor jongeren die al een tijdje weg van school zijn. Om in een passende werkomgeving, aansluitend bij de leefwereld van de jeugdigen, te ervaren wat ze kunnen en willen. Aanvullend op de reeds bestaande werkplaats aan Millenerweg is een passend en divers praktijkdiagnose-aanbod voor jongeren nodig. Experimenten met praktijkdiagnose-plekken voor jongeren in samenwerking met Stichting Out of the Box, Fortuna Sittard en Het Goed tonen aan dat deze plekken van toegevoegde waarde zijn. Beschermd Wonen (Wmo) • Transformatie Gemeenten staan aan de vooravond van een grote transformatie op het gebied van beschermd wonen. Gemeenten moeten hun beschermd wonen landschap doorontwikkelen, meer verbindingen met de overige voorzieningen leggen en cliënten vaker in staat stellen in hun vertrouwde omgeving beschermd te kunnen wonen.

Daarvoor zullen individuele gemeenten in de toekomst middelen ontvangen voor de trajecten beschermd wonen van nieuwe cliënten. De centrumgemeenten ontvangen nog middelen voor de cliënten die al beschermd wonen en gedurende de komende jaren uitstromen. • Ontvlechting Vooruitlopend op deze decentralisatie, en na jarenlang overleg, vormen de drie gemeenten van de Westelijke Mijnstreek per 1 januari 2022 in de praktijk al een aparte regio voor Beschermd Wonen. Om te kunnen voorzien in de kosten voor de cliënten waarvoor de Westelijke Mijnstreek verantwoordelijk is, moet het budget dat centrumgemeente Maastricht ontvangt, over beide subregio’s verdeeld worden. Hierover zijn afspraken met de gemeente Maastricht gemaakt. Ook heeft de nieuwe taak invloed op de kosten van de uitvoering van de Wmo. • Financiële tegemoetkoming Met de gemeente Maastricht zijn afspraken gemaakt over de omgang met historische resultaten. De regio heeft in de eerste jaren na de decentralisatie een tekort op deze middelen gekend. Er is toen niet voor gekozen om dit tekort met alle regiogemeenten samen te dragen. In de tussentijd is het tekort omgebogen naar een overschot. Het is de verwachting dat dit de komende jaren een overschot blijft. Desondanks resteert er over de afgelopen jaren een gesaldeerd tekort voor de hele regio.

Om tot werkelijke ontvlechting te komen, neemt de Westelijke Mijnstreek alsnog ‘haar’ deel van dit historische tekort voor haar rekening als tegemoetkoming. Dit is te verbinden aan de cliënten van de subregio via een vastgestelde verdeelsleutel. Deze tegemoetkoming van Sittard-Geleen aan Maastricht wordt omwille van de omvang over een periode van drie jaren betaald (2023, 2024 en 2025). De verwachting is dat dit opgevangen kan worden binnen het totale budget Beschermd Wonen. Omnibuzz Naar aanleiding van de monitoring van Omnibuzz over de eerste maanden van 2022 en de verwachte prijsaanpassing in verband met de hogere brandstofkosten van de vervoerders stellen we voor om de verwachte vervoerslasten te verhogen met 5%, hiermee wordt de “besparing” die naar aanleiding van de COVID-19 epidemie is ingeboekt in de begroting van Omnibuzz en de gemeente gedeeltelijk

24

ongedaan gemaakt. Deze toename aan de lastenkant wordt gedeeltelijk gecompenseerd door een toename aan de opbrengstenkant zodat een nettobedrag van € 50.000 als aanvulling in de 2de rapportage 2022 wordt opgenomen. Hiermee beperken we het risico op budgetoverschrijdingen. . Risico’s Bezwaarschrift Moveoo Moveoo houdt in haar Activiteitenplan Maatschappelijke Opvang Westelijke Mijnstreek 2022 rekening met een indexatie van 3,27% voor de exploitatiekosten. Dit percentage dat ook gepubliceerd is door de Nederlandse Zorg Autoriteit gaat uit van een reële kostprijsdekkende vergoeding voor 2022. Wij gaan op basis van de door de Raad geaccordeerde begroting 2022 uit van een index (gecombineerde index voor loon en overige exploitatielasten) van 1,5%. Moveoo heeft hierover bij de Bezwarencommissie een bezwaar ingediend. Een uitspraak in het voordeel van Moveoo zal impact hebben (precedentwerking) op de indexering voor alle (professionele) partijen waarmee de gemeente een (subsidie)relatie heeft en daarmee voor de hoogte en bijstelling van de budgetten zoals die momenteel in de meerjarenbegroting zitten. De uitspraak van de Bezwarencommissie wordt in het tweede kwartaal verwacht. Wmo voorzieningen Het van rijkswege ingezette beleid om mensen langer thuis te laten wonen veroorzaakt een verhoogd gebruik van de Wmo voorzieningen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=SittardGeleen&id=d596d949-f92a-4043-934f-9559f57556e4