CConstaterende datSittard-Geleen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 03.2 - Archeologisch vooronderzoek

Raad 15 december 2021, gemeente Sittard-GeleenBij agendapunt: Bestemmingsplan Klooster Sint Agnetenberg (Meekels) (105)12.162 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

RAAP-RAPPORT 4353

Plangebied Herontwikkeling Klooster Sint Agnetenberg te Sittard Gemeente Sittard-Geleen Archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek

Plangebied Herontwikkeling Klooster Sint Agnetenberg te Sittard, gemeente Sittard -Geleen; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek

Colofon Titel: Plangebied Herontwikkeling Klooster Sint Agnetenberg te Sittard, gemeente SittardGeleen; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek Versie: 03-07-2020 Auteur: M.T.C. Hendriksen Projectcode: SITAG Bestandsnaam: RAAPrap_4353_SITAG_20200703 Autorisatie: G. Hensen

ISSN: 0925-6229

RAAP Leeuwenveldseweg 5b

Telefoon: 0294-491 500

1382 LV Weesp

E-mail: raap@raap.nl

Postbus 5069

Website: www.raap.nl

1380 GB Weesp © RAAP Archeologisch Adviesbureau B.V., 2020 RAAP Archeologisch Adviesbureau B.V. aanvaardt geen aansprakelijkheid voor eventuele schade voortvloeiend uit het gebruik van de resultaten van dit onderzoek of de toepassing van de adviezen.

RAAP-rapport 4353 / versie 03-07-2020

[2]

Plangebied Herontwikkeling Klooster Sint Agnetenberg te Sittard, gemeente Sittard -Geleen; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek

Samenvatting In opdracht van Kragten heeft RAAP in januari 2020 een archeologisch vooronderzoek in de vorm van een bureauonderzoek uitgevoerd voor het plangebied Herontwikkeling Klooster Sint Agnetenberg te Sittard in de gemeente Sittard-Geleen. Het onderzoek vond plaats in het kader van een nieuw bestemmingsplan. Het plangebied is gelegen binnen de historische kern van Sittard, op het terrein van het klooster Sint Agnetenberg. Binnen het plangebied worden een deel van de huidige bebouwing gesloopt en zal er nieuwbouw geplaatst worden. Daarnaast zal het omliggende terr ein heringericht worden voor parkeergelegenheden en een stadstuin. Het plangebied ligt op een daluitspoelingswaaier van de Geleenbeek en is gesitueerd op de overgang van het beekdal van de Geleenbeek naar een hoog plateau: de Kollenberg. Vanwege deze liggi ng tussen nat en droog zal het gebied al in de steentijd, vermoedelijk vanaf het vroeg mesolithicum, een interessante plek voor bewoning geweest zijn. Ook tijdens de periode van de eerste landbouwers (neolithicum t/m de ijzertijd) heeft het gebied een uits tekende ligging gehad. Een aantal vondsten binnen de stad Sittard wijst op de aanwezigheid van een Romeinse nederzetting of nederzettingen in de omgeving. Het is niet bekend of op de locatie van Sittard zelf ook een nederzetting heeft gelegen.

Resten van een nederzetting in de vroege middeleeuwen, in de vorm van een zaalkerkje, zijn aangetoond. Vervolgens breidde de nederzetting zich in de 12e eeuw uit. Na het verkrijgen van stadsrechten in 1243 groeide de stad explosief en kwam het plangebied binnen de gr enzen van de stad te liggen. In de late middeleeuwen heeft binnen het plangebied vermoedelijk bebouwing gestaan, aangezien de zusters Dominicanessen vanaf de 17e eeuw hun intrek in twee middeleeuwse gebouwen namen. Vervolgens werden deze gebouwen vervangen of uitgebreid tot een klooster met kloosterkerk en gedurende de 18e tot in de 20e eeuw werden meerdere bijgebouwen op het terrein rondom het klooster geplaatst. In de periode van de late middeleeuwen en de nieuwe tijd is Sittard meerdere keren belegerd waardoor resten van gevechtshandelingen en verdedigingswerken binnen het plangebied verwacht kunnen worden. Omdat exacte bodemingrepen nog niet bekend zijn, dienen de archeologische waarden in het nieuwe bestemmingsplan beschermd te worden middels een dubbelbestemming Waarde-Archeologie. Op de beleidskaart van de gemeente Sittard-Geleen ligt het plangebied in beleidscategorie 2. Dat wil zeggen 2

dat bodemingrepen niet groter mogen zijn dan 50 m en niet dieper mogen gaan dan 30 cm – mv. In de onderbouwing van het bestemmingsplan (de toelichting, regels en de verbeelding), dienen voorwaarden omtrent archeologie opgenomen te worden. Op basis van de resultaten van het onderzoek blijkt dat in het plangebied (mogelijk) archeologische resten bedreigd worden door de voorgenomen bodemingrepen. Daarom wordt geadviseerd om de plannen zodanig aan te passen dat verstoring wordt voorkomen. Indien planaanpassing niet mogelijk is, wordt aanbevolen in het kader van de bestaande planvorming de onderstaande vervolgstap uit het proces van de Archeologische Monumentenzorg (AMZ) te nemen. Om de gespecificeerde verwachting aan te vullen en te verfijnen wordt een vervolgonderzoek geadviseerd in de vorm van een inventariserend veldonderzoek door middel van een verkennend booronderzoek.

RAAP-rapport 4353 / versie 03-07-2020

[3]

Plangebied Herontwikkeling Klooster Sint Agnetenberg te Sittard, gemeente Sittard -Geleen; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek

Inhoud Samenvatting ...................................................................................................................................... 3 Inhoud................................................................................................................................................. 4 1 Inleiding ........................................................................................................................................... 5 1.1 Kader .................................................................................................................................................. 5 1.2 Administratieve gegevens ..................................................................................................................... 7 1.3 Doel- en vraagstelling .......................................................................................................................... 7

2 Bureauonderzoek ............................................................................................................................. 9 2.1 Methode .............................................................................................................................................. 9 2.2 Aardkundige situatie ............................................................................................................................ 9 2.3 Historische situatie .............................................................................................................................16 2.4 Archeologische gegevens ....................................................................................................................22 2.5 Huidige situatie ...................................................................................................................................30 2.6 Toekomstige situatie ...........................................................................................................................32 2.7 Gespecificeerde archeologische verwachting .......................................................................................33

3 Conclusies en advies ...................................................................................................................... 38 3.1 Conclusie ...........................................................................................................................................38 3.2 Beleidsadvies .....................................................................................................................................38 3.3 Advies vervolgonderzoek .....................................................................................................................38 3.4 Tot slot ...............................................................................................................................................39

Literatuur .......................................................................................................................................... 40 Overzicht van figuren, tabellen en bijlagen ......................................................................................... 42

RAAP-rapport 4353 / versie 03-07-2020

[4]

Plangebied Herontwikkeling Klooster Sint Agnetenberg te Sittard, gemeente Sittard -Geleen; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek

1 Inleiding 1.1 Kader Aanleiding In opdracht van Kragten heeft RAAP in januari 2020 een archeologisch vooronderzoek in de vorm van een bureauonderzoek uitgevoerd voor het plangebied Herontwikkeling Klooster Sint Agnetenberg te Sittard in de gemeente Sittard-Geleen. Het onderzoek vond plaats in het kader van een nieuw bestemmingsplan. Het plangebied is gelegen binnen de historische stadskern van Sittard (figuur 1). Binnen het plangebied wordt een deel van de huidige bebouwing gesloopt en zal er nieuwbouw geplaatst worden. Daarnaast zal het omliggende terrein heringericht worden voor parkeergelegenheden en een stadstuin. Juridisch en beleidskader Het uitgangspunt voor dit onderzoek wordt gevormd door het wettelijk en beleidsmatig kader voor de ruimtelijke ordening en monumentenzorg. De gemeente is de bevoegde overheid die een besluit zal nemen over hoe om te gaan met de eventueel aanwezige a rcheologische waarden. Omdat voor het plangebied een nieuw bestemmingsplan wordt opgesteld, is het beleid van de gemeente richtinggevend. Op de archeologische beleidskaart van de gemeente Sittard ligt het plangebied in een zone met categorie 2 (terrein van hoge archeologische waarde). Het beleid voor 2

deze categorie schrijft voor dat er bij bodemingrepen groter dan 50 m en dieper dan 30 cm -mv een archeologisch onderzoek dient te worden uitgevoerd. De exacte omvang van de bodemingrepen is momenteel nog onbekend, maar aangenomen wordt dat deze groter zijn dan de vrijstellingsgrens. Een archeologische onderbouwing met betrekking tot de eventuele aanwezigheid van archeologische waarden is daarom verplicht conform het vigerend beleid. Kwaliteitsborging De werkzaamheden zijn uitgevoerd onder certificaat BRL4000, conform artikel 5.4 van de Erfgoedwet. Het onderzoek is uitgevoerd volgens de normen van de archeologische beroepsgroep. De Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA, versie 4.1), beheerd door de Stichting Infrastructuur Kwaliteitsborging Bodembeheer (SIKB; www.sikb.nl), is door de minister aangewezen als norm. RAAP is gecertificeerd voor de protocollen 4001 Programma van Eisen, 4002 Bureauonderzoek, 4003 Inventariserend veldonderzoek (landbodems), onderdelen proefsleuven en overig, 4004 Opgraven (landbodems) en 4006 Specialistisch onderzoek. Zie bijlage 1 voor de dateringen van de in dit rapport genoemde archeologische perioden.

RAAP-rapport 4353 / versie 03-07-2020

[5]

Plangebied Herontwikkeling Klooster Sint Agnetenberg te Sittard, gemeente Sittard -Geleen; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek

Figuur 1. Aanduiding plangebied. Inzet: ligging in Nederland (ster).

RAAP-rapport 4353 / versie 03-07-2020

[6]

Plangebied Herontwikkeling Klooster Sint Agnetenberg te Sittard, gemeente Sittard -Geleen; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek

1.2 Administratieve gegevens Type onderzoek

Bureauonderzoek

Opdrachtgever

Kragten

Bevoegde overheid

Gemeente Sittard-Geleen

Plaats

Sittard

Gemeente

Sittard-Geleen

Provincie

Limburg

Centrumcoördinaten (X/Y)

188944/334227

Kadastrale gegevens

G 1149, F 2474, F 2475, F 2502, F 2709, F 2716, F 2717

Oppervlakte plangebied

5958 m²

Afbakening onderzoeksgebied

Tijdens onderhavig onderzoek is het plangebied inclusief een zone van 250 m rondom het plangebied onderzocht.

Onderzoeksperiode

januari en februari 2020

Uitvoerder

RAAP Oost

Projectleider

M.T.C. Hendriksen

RAAP-projectcode

SITAG

ARCHIS-onderzoeksmeldingsnummer

4772734100

Beheer en plaats documentatie

RAAP regio Oost te Zutphen

Tabel 1. Administratieve gegevens.

1.3 Doel- en vraagstelling De doelstelling van het archeologisch vooronderzoek is het vaststellen van de archeologische waarde van het terrein, dan wel de archeologische vindplaats. Daartoe wordt informatie ve rzameld over bekende en verwachte archeologische resten teneinde een gespecificeerde archeologische verwachting op te stellen. Hiertoe is een aantal onderzoeksvragen geformuleerd: 

Hoe ziet de geo(morfo)logische en/of bodemkundige opbouw van het plangebied eruit?

Welke gegevens met betrekking tot archeologische complexen in en rond het plangebied zijn reeds bekend?

Wat was het historisch landgebruik van het plangebied en wat is het landgebruik nu en wat is de invloed daarvan op de (verwachte) archeologie en (bodem)gaafheid?

Wat is de gespecificeerde verwachting ten aanzien van nog onbekende archeologische waarden in het gebied? En wat zijn hiervan de prospectiekenmerken?

Dient op basis van de resultaten van het veldonderzoek de gespecificeerde archeologische verwachting te worden bijgesteld?

Waar en op welke diepte bevinden zich de archeologisch interessante lagen?

Is de bodemopbouw in het plangebied zodanig (intact) dat archeologisch vervolgonderzoek zinvol is?

RAAP-rapport 4353 / versie 03-07-2020

[7]

Plangebied Herontwikkeling Klooster Sint Agnetenberg te Sittard, gemeente Sittard -Geleen; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek

Zijn er aanwijzingen voor (grotere) archeologische nederzettingen?

Kan het archeologisch relevante niveau gewaardeerd worden? Zo ja, wat is de waardering en zo nee, welke informatie is nodig om tot een waardering te komen?

Algemeen 

Wat is de invloed van de toekomstige inrichting op eventuele archeologische resten?

Op welke wijze kan bij de planvorming met archeologische resten worden omgegaan?

Met de inzet van welke zoekmethoden kunnen de verwachte archeologische resten systematisch opgespoord worden (zoeksleuven, booronderzoek, veld kartering, geofysisch etc.)?

RAAP-rapport 4353 / versie 03-07-2020

[8]

Plangebied Herontwikkeling Klooster Sint Agnetenberg te Sittard, gemeente Sittard -Geleen; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek

2 Bureauonderzoek 2.1 Methode Het bureauonderzoek dient ervoor om - op basis van verschillende bronnen - inzicht te krijgen in de genese van het landschap, de bodemopbouw en de sporen die het menselijk gebruik in de loop van de tijd heeft achtergelaten. Met behulp van deze gegevens wordt een gespecificeerde archeologische verwachting opgesteld. Naast de conform de KNA verplichte bronnen is door de gebiedsexperts van RAAP een beredeneerde keuze gemaakt uit betrouwbare bronnen die voor de archeologische verwachting relevante informatie bevatten (zie bijlage 2 voor een inventarisatie). Daarvoor is gebruik gemaakt van de landelijk en voor RAAP digitaal beschikbare archieven. Voor de beschrijving van de historische situatie is gebruik gemaakt van hiervoor relevante informatiedragers. Voor de actuele metadata van de verzamelde gegevens (gemeente, plaats, etc.) wordt verwezen naar het van toepassing zijnde data -archief.

2.2 Aardkundige situatie Geologie en geomorfologie Het plangebied is gelegen in een gebied dat deel uitmaakt van het Limburgs Massief, dat bestaat uit een stelsel van noordwest-zuidoost georiënteerde breuklijnen (figuur 2). De breuklijnen zorgen voor zowel dalingsgebieden (slenken) als opheffingsgebieden (horsten) die een belangri jke rol hebben gespeeld in de late sedimentatie- en erosiegeschiedenis van het gebied. Eén van deze breuklijnen, de Feldbissbreuk, doorsnijdt Sittard. Deze breuk scheidt het omhoog komende heuvelland in het zuiden van de dalende Roerdalslenk in het noorden (De Mulder e.a., 2003). In de slenk zijn oude afzettingen diep weggezakt en afgedekt met dikke pakketten sediment van de Maas, terwijl in het heuvelland oudere afzettingen zijn opgeheven en daardoor aan of nabij het oppervlak voorkomen. De vorm van het landschap in de gemeente Sittard-Geleen is daardoor in sterke mate afhankelijk van de ligging ten opzichte van de Feldbissbreuk. Zuid-Limburg was in eerste instantie een dalingsgebied maar kwam door invloed van de Roerdalslenk in een opheffingsgebied t e liggen. Gedurende het Pleistoceen sneed de Maas herhaaldelijk door de verhoogde gebieden en verplaatste zich langzaam naar het westen, waardoor er terrassen van oudere afzettingen ontstonden. De stad Sittard is gelegen op het terras van Caberg 1 (Berendsen, 1998).

Tijdens de laatste twee ijstijden in het Pleistoceen heersten er in Nederland periglaciale omstandigheden, waardoor de bodem door permafrost grotendeels bevroren was. In de perioden dat de temperatuur omhoog liep, zoals de overgangen van de glacialen naar interglacialen en de zomerperioden, kwamen grote hoeveelheden smeltwater vrij die door de permafrost voornamelijk oppervlakkig afwaterden. Hierdoor verspoelden grote delen van de ontdooide bovenlaag en ontstonden diepe erosiedalen (De Mulder e.a., 2003; figuur 4). De Geleenbeek, die ten westen van de historische kern van Sittard stroomt en gedeeltelijk gekanaliseerd is, stroomt nog altijd door een restant van een erosiedal, in een laaggelegen beekdalbodem (Ten Cate & Maarleveld, 1977; geomorfologische code 32R42L; figuur 3). Aan weerszijden van dit dal zijn uitgestrekte daluitspoelingswaaiers aanwezig, waar het onderhavige plangebied op ligt (Ten Cate & Maarleveld, 1977; geomorfologische code 5G21ydl).

RAAP-rapport 4353 / versie 03-07-2020

[9]

Plangebied Herontwikkeling Klooster Sint Agnetenberg te Sittard, gemeente Sittard -Geleen; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek

Als gevolg van het toendra-achtige landschap, met weinig vegetatie, en permafrost in de bodem kreeg de wind vrij spel op de ondergrond waardoor grote hoeveelheden materiaal verplaatst en afgezet werden. In het zuiden van Nederland komt dit met name voor als lössafzettingen (Formatie van Boxtel; Laagpakket van Schimmert). Deze afzettingen bedekten de Maasterrassen, waardoor de reliëfverschillen enigszins genivelleerd werden (De Mulder e.a., 2003). In het Holoceen nam de gemiddelde temperatuur toe waardoor de vegetatie veranderde van een toendra-landschap naar een gesloten berkenbos en daaropvolgend door meer warmteminnende soorten. Door de aanwezigheid van meer vegetatie vond erosie en sedimentatie voornamelijk plaats binnen de grenzen van actieve rivieren en beken. Vanaf het moment dat de mens zich ging bezighouden met landbouw en daarbij meer plaatsgebonden werd, nam de ontbossing toe ten behoeve van die landbouw. Door de ontbossing en ontginning van het landschap, met pieken in de Romeinse tijd en de late middeleeuwen, ontstonden weer gebieden die gevoelig waren voor erosie waarbij met name de lösshellingen van Zuid-Limburg sterk geërodeerd werden. Dit materiaal werd onder meer door de Geleenbeek afgevoerd en in dikke pakketten gesedimenteerd.

Als gevolg daarvan worden binnen het plangebied beekzand en –leemafzettingen verwacht (De Mulder e.a., 2003; Formatie van Boxtel; Laagpakket van Sinkgraven).

Bodem Op de bodemkaarten is de bodem van Sittard niet gekarteerd door de bebouwing die er staat (figuur 5). Echter, op basis van de bodemkundige eenheden die buiten de bebouwde kom van Sittard zijn waargenomen en archeologische onderzoeken in de omgeving van het plangebied kan een beeld geschetst worden van wat er in Sittard, en specifiek het onderhavige plangebied, ve rwacht kan worden (Robberechts, 2004; Verhoeven & Ellenkamp, 2010). Een groot deel van de bodem in en rondom Sittard bestaat uit verschillende soorten brikgronden, namelijk radebrikgronden (code: Bld6) en bergbrikgronden (code: Blb6) van siltige leem (Staring Centrum, 1990). Brikgronden ontstaan in kalkrijke löss die ontkalkt raakt door inspoeling van water. Vervolgens vindt er uitspoeling en inspoeling van klei plaats, waardoor respectievelijk een uitspoelingshorizont (E-horizont) en een inspoelingshorizont (Bt-horizont) ontstaat. De Bt-horizont is een accumulatie van klei en wordt ook wel de brikgrond genoemd. Bij radebrikgronden is de E-horizont nog intact en deze liggen vaak op vlakke terreindelen, terwijl bij bergbrikgronden de E-horizont geërodeerd is en de Bt-horizont aan het oppervlak ligt. Bergbrikgronden worden voornamelijk op hellingen aangetroffen (Verhoeven & Ellenkamp, 2010).

Daarnaast zijn er in de omgeving van Sittard vaaggronden aanwezig in de vorm van ooivaaggronden en poldervaaggronden (Staring Centrum, 1990). Bij vaaggronden is er geen duidelijke bodemopbouw aanwezig en gaat de A-horizont bij gebrek aan bodemvorming vaak direct over in de C -horizont (Verhoeven & Ellenkamp, 2010). Dit is met name het geval in geërodeerde gebieden waar (nog) geen bodemvorming heeft plaatsgevonden, zoals op hellingen (code Ld6) en in droog- en beekdalen waar colluvium is afgezet (code Ldd6). Daarnaast is in het dal van de Geleenbeek klei afgezet waarin de bodemvorming vrij traag verloopt. Dit type bodem wordt als poldervaaggrond aangeduid (code Rn15C) . In gebieden met steile hellingen komt het voor dat het lösspakket volledig verdwenen is en er oudere sedimenten aan het oppervlak liggen (Verhoeven & Ellenkamp, 2010). Dit type bodem wordt als

RAAP-rapport 4353 / versie 03-07-2020

[10]

Plangebied Herontwikkeling Klooster Sint Agnetenberg te Sittard, gemeente Sittard -Geleen; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek

hellinggrond aangeduid (code AH). Hierdoor is er vaak een zwakke bodemvorming aanwezig. Met name aan de randen van het dal van de Geleenbeek komen Maasafzettingen (AHI) en tertiaire zanden (AHz) aan het oppervlak voor.

Figuur 2. Plangebied geprojecteerd op de geologische kaart van Nederland (De Mulder e.a., 2003).

RAAP-rapport 4353 / versie 03-07-2020

[11]

Plangebied Herontwikkeling Klooster Sint Agnetenberg te Sittard, gemeente Sittard -Geleen; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek

Hoogte Uit de AHN3 analyse blijkt dat Sittard in het dal van de Geleenbeek ligt , tegen de noordwestelijke flank van de Kollenberg (figuur 3). De Geleenbeek zelf loopt in noordelijke richting ten westen van de oude stadskern. Zowel in zuidelijke, westelijke en oostelijke richting loopt het terrein omhoog, met de Kollenberg in het zuidoosten als hoogste punt in de omgeving. In noordelijke richting loopt het terrein af en zijn de restanten van de daluitspoelingswaaier herkenbaar. Verder ingezoomd op het plangebied zijn er weinig kenmerkende hoogteverschillen te zien, met uitzondering van de stadswal die in het zuidoosten en zuidwesten aan het plangebied grenst. Binnen het plangebied zijn enkele verhogingen zichtbaar die samenhangen met de huidige beplanting. Ten zuiden van het gebouw Dobbelsteynporte ligt de bodem hoger, mogelijk als gevolg van ophoging. De hoogteligging van het maaiveld binnen het plangebied varieert van 44,6 m +NAP in het oosten tot 45,6 m +NAP in het westen van het plangebied.

Figuur 3. Plangebied geprojecteerd op het Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN3; br on: www.ahn.nl).

RAAP-rapport 4353 / versie 03-07-2020

[12]

Plangebied Herontwikkeling Klooster Sint Agnetenberg te Sittard, gemeente Sittard -Geleen; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek

Grondwater Omdat het plangebied in de bebouwde kom ligt is de grondwaterstand niet gekarteerd. In de omgeving van het plangebied is de grondwaterstand voornamelijk afhankelijk van de geologische en geomorfologische omstandigheden. Ter plaatse van het beekdal van de Geleenbeek geldt de relatief hoge grondwaterstand VI (GHG = 40-80 cm -mv; GLG >120 cm –mv). Gezien de verwachte bodem in het plangebied, wordt aangenomen dat in het plangebied goed ontwaterde gronden liggen.

Diepte vondstlagen Direct ten zuiden van het plangebied is door de Werkgroep Archeologie Sittard een archeologische begeleiding uitgevoerd bij de grondwerkzaamheden voor de bouw van het Dobbelsteinporte in 2002 (Van Doorn, 2004, figuur 13). Tijdens het onderzoek zijn enkele profielen gemaakt. De bouwput is tot ca. 2 m diep uitgegraven, tot een diepte van ca. 43,50 m +NAP (gemeten vanaf de ingang van de Rosmolenstraat, die op ca. 45,50 m +NAP ligt). Uit de genomen profielen blijkt dat de natuurlijke ondergrond tussen de 1,5 en 1,6 m onder het maaiveld aangetroffen is. In een enkel geval is boven de natuurlijke laag een zwart kolenlaagje geregistreerd. Het profiel bestaat vervolgens tot aan de recente bouwvoor, die een dikte van 20 tot 30 cm heeft, uit ophogingslagen van leem en löss met daarin baksteen, steenkool, mergel en lei. Er is helaas geen informatie bekend over dateerbare vondsten uit de ophogingslagen, waardoor de lagen niet te dateren zijn. In het proefsleuvenonderzoek ten oosten van het plangebied zijn drie sporenniveaus herken d (Witte, 2011; zie bijlage 3: archis zaakidentificatienr.: 2309223100). Onder een verstoorde laag van 50 cm dik is een begraven A-horizont aangetroffen met materiaal en sporen uit de late middeleeuwen tot nieuwe tijd. Daaronder ligt een ca.

50 cm dikke ophogingslaag met bovenin materiaal uit de 14e en onderin materiaal uit de late 12e en 13e eeuw. Vermoedelijk is het pakket opgebracht ten tijde van de uitbreiding van de stad in de 13e eeuw. Deze ophogingslaag ligt op een begraven radebrikgrond, waarin op circa 1,75 m onder het maaiveld een mogelijk derde begraven A -horizont is herkend. Elders in Sittard is eenzelfde laag herkend, die op basis van vondstmateriaal uit een waterkuil onder de laag gedateerd wordt in het neolithicum (Van der Mark, 2012). Daarmee zijn ten oosten van het plangebied op een hoogte tussen 43,60 en 42,35 m +NAP archeologische resten a angetoond. Op basis van bovenstaande informatie kan geconcludeerd worden dat binnen het plangebied een bouwvoor van 20 tot 30 cm dikte aanwezig is, waaronder ophogingslagen liggen die vermoedelijk e

dateren uit de 13 eeuw tot en met de nieuwe tijd. Het is daarnaast ook mogelijk dat in de natuurlijke bodem, onder de ophogingslagen, een begraven A-horizont uit het neolithicum aanwezig is.

RAAP-rapport 4353 / versie 03-07-2020

[13]

Plangebied Herontwikkeling Klooster Sint Agnetenberg te Sittard, gemeente Sittard -Geleen; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek

Figuur 4. Plangebied geprojecteerd op de geomorfologische kaart van Nederland (Ten Cate & Maarleveld, 1977).

RAAP-rapport 4353 / versie 03-07-2020

[14]

Plangebied Herontwikkeling Klooster Sint Agnetenberg te Sittard, gemeente Sittard -Geleen; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek

Figuur 5. Plangebied geprojecteerd op de bodemkaart van Nederland (Staring Centrum, 1990).

RAAP-rapport 4353 / versie 03-07-2020

[15]

Plangebied Herontwikkeling Klooster Sint Agnetenberg te Sittard, gemeente Sittard -Geleen; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek

2.3 Historische situatie Op basis van historische bronnen en kaarten kan inzicht worden verkregen in het historisch gebrui k van een gebied van de middeleeuwen tot begin 20e eeuw. In die periode was men veel meer dan nu gebonden aan de (on)mogelijkheden die het natuurlijke landschap bood voor bewoning en andere vormen van landgebruik. Het historisch gebruik zegt daarmee iets over d e archeologische potentie van het gebied. Daarnaast kan het informatie leveren over eventuele bodemverstoringen die in het verleden hebben plaats gevonden. Op basis van rapportages van Robberechts (2004), Verhoeven & Ellenkamp (2010) en Vaessen & Tichelman (2019) is een overzicht van de historie van Sittard gecreëerd dat hieronder geschetst wordt. Ontstaan Sittard Een aantal vondsten binnen Sittard wijst mogelijk op de aanwezigheid van een Romeinse nederzetting of nederzettingen in de omgeving. Het is niet bekend of deze nederzetting op de locatie van het oude Sittard heeft gelegen. De stad ligt langs de oost-westverbinding tussen Keulen en Vlaanderen, op de plaats waar deze belangrijke handelsweg de Geleenbeek kruiste. Een eerste vermelding van 'Sit(t)er' dateert uit 1157 en zou zoveel betekenen als 'terrein tegen de helling'. De oudste kern van het middeleeuwse Sittard bevindt zich aan de Kloosterstraat en de Oude Markt (figuur 6).

In de 11e eeuw en mogelijk reeds eerder bevond zich op deze plaats een motte -kasteel met voorburcht: het latere 'Huis op de Berg'. Rondom de motte en de voorburcht lag een gracht die bij archeologisch onderzoek in het verleden gedeeltelijk in kaart kon worden gebracht. Op het huidige Kerkplein stond waarschijnlijk vanaf de 11e eeuw een kerk met een kleine nederzetting daar omheen. Door de bevolkingsgroei in de 12e eeuw werd de nederzetting uitgebreid en van een ovale omwalling voorzien die zowel de nederzetting, de kerk als het kasteel omsloot. De beek zal op dat moment direct ten westen van deze omwalling hebben gelopen. In 1243 kreeg Sittard stadsrechten, wat de groei van de stad verder bevorderd zal hebben. In de loop van de 13e eeuw werd de oppervlakte van de stad dan ook flink uitgebreid (meer dan verdubbeld) in oostelijke richting. Buiten de grenzen van de stad werd een nieuwe (dubbele) gracht en een aarden wal aangelegd. De wal werd aanvankelijk voorzien van een houten palissade die echter al snel werd vervangen door een stenen muur. Deze wal, met de restanten van de stenen mu ur, grenst direct ten zuidoosten en zuidwesten aan het huidige plangebied.

RAAP-rapport 4353 / versie 03-07-2020

[16]

Plangebied Herontwikkeling Klooster Sint Agnetenberg te Sittard, gemeente Sittard -Geleen; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek

Figuur 6. Plangebied geprojecteerd op een kaart van de ontwikkeling van de stad Sittard ( bron: Keysers & Jonkergouw, 1998). Legenda: fase 1 bestaat uit het mottekasteel uit de 11e eeuw (1), de voorburcht (2) en de kerk (3). Fase 2 dateert in de 12e eeuw en bestaat uit een ovaalvormige omwalling. Fase 3 dateert uit de 13e eeuw en betreft de planmatige uitbouw van de stad richting het zuidoosten met landpoorten (4) en een waterpoort (5).

RAAP-rapport 4353 / versie 03-07-2020

[17]

Plangebied Herontwikkeling Klooster Sint Agnetenberg te Sittard, gemeente Sittard -Geleen; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek

Figuur 7. Sittard omstreeks 1538. Op de schets zijn de aanwezige vestingwerken en grachten zichtbaar. De ligging van het plangebied is globaal aangegeven met de rode ovaal (bron: Keysers & Jonkergouw, 1998: 102).

Binnen de (nieuwe) omwalling werden drie landpoorten opgericht: de Limbrichterpoort in het westen, de Putpoort in het oosten en de Broekpoort, ook wel Lewenberger poort genoemd, in het noorden. Aan de zuidzijde van de stad bevond zich geen landpoort maar wel een waterpoort: Het Steinen Muurke, waar de Molenbeek de stad binnen kwam (figuur 6 en figuur 7). In de loop van de 15e eeuw veranderde het aanzicht van de vestingstad. Omdat het geschut steeds effectiever werd, was men genoodzaakt de verdedigingswerken aan te passen. Zo werden muurtorens verlaagd en ingericht als platforms waarop kanonnen konden worden geplaatst. De poorten werden eveneens verlaagd en voorzien van voorwerken opdat ze minder kwetsbaar zouden zijn voor inslagen van vijandelijk geschut. Als gevolg van de vele gevechtshandelingen in de stad en de strategie en technologie van oorlogvoering en belegering die voortdurend evolueerde, werden in de 15e en 16e eeuw de verdedigingswerken verder gemoderniseerd. Uit historisch onderzoek blijkt dat de stad in de 16 e en 17e eeuw betrokken was bij verschillende oorlogen, zoals de Gelderse Successieoorlog (1538-1543), de Tachtigjarige Oorlog (1568-1648) en de Dertigjarige Oorlog (1618-1648). Uiteindelijk werd de oorlog van 1672 tot 1678, tussen Frankrijk en de Republiek, de stad fataal.

In 1677 zijn grote delen van de stad in brand gestoken, onder andere de bebouwing aan de Markt en de Putstraat gingen daarbij verloren. Tegelijkertijd werden de vestingwerken dermate verwoest dat zij niet meer herbouwd werden. Eind 1678 was Sittard dan ook geen vestingstad meer. Na verloop van tijd werden de nog bestaande vestingwerken geheel of gedeeltelijk gesloopt (poorten, bastions en wallen) en/of gedempt (grachten). Toch is nog tot op de dag van vandaag een groot deel van de wal behouden gebleven evenals een deel van de zicht- en schootsvelden van de voormalige vesting aan de noord - en oostzijde van de stad.

RAAP-rapport 4353 / versie 03-07-2020

[18]

Plangebied Herontwikkeling Klooster Sint Agnetenberg te Sittard, gemeente Sittard -Geleen; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek

De laatste jaren is relatief veel onderzoek uitgevoerd naar de verdedigingswerken en stadsontwikkeling van Sittard. Hierbij is vooral aandacht besteed aan zowel bestaande, bovengrondse relicten als ook archeologische resten in de ondergrond en historische bronnen en archieven. Een volledig inzicht in de verschillende ontwikkelingen door de tijd ontbreekt echter nog grotendeels, maar met het onderzoek uit de laatste jaren is wel een steeds beter beeld ontstaan. Uit historisch onderzoek uitgevoerd door dhr. Peter Schulpen blijkt dat reeds in de 13e eeuw een gracht, een wal en een palissade zijn gebouwd in het kader van de stadsrechten (Vaessen &Tichelman, 2019). In deze tijd had de stad een veel kleinere kern die in het noordwesten van de huidige oude stadskern lag. In de 14e eeuw werd vervolgens een stadsmuur opgericht, maar het was pas in de 16e eeuw dat de grootste veranderingen plaatsvonden. In het kader van de derde Gelderse oorlog (1538-1542) werd Sittard versterkt door Willem de Rijke, hertog van Gulik. In 1542 wordt de stad ingenomen door de Habsburger Karel V, die Sittard degradeerde tot een dorp en de vestingwerken liet slechten. Als de hertog van Gulik de stad in 1543 weer in bezit heeft, wordt de stad weer door een hoge wal versterkt, maar binnen een jaar worden alle vestingwerken weer geslecht als Karel V de oorlog wint.

Een kleine 30 jaar later (1572-1582) worden opnieuw alle vestingwerken hersteld om uiteindelijk in 1677 weer volledig verwoest te worden door de Fransen. In hetzelfde jaar wordt er nog een keer geprobeerd om opnieuw vestingwerken aan te leggen, maar uit angst voor de Fransen worden deze in 1678 weer geslecht om vervolgens niet meer opnieuw te worden opgebouwd. Agnetenklooster Op basis van het bouwhistorisch onderzoek is de geschiedenis van het klooster Agn etenberg, in het zuidoosten van het plangebied gelegen, hier nader beschreven ( Dukers & Van den Borgh, 2020). Vrijwel direct na de Dertigjarige Oorlog, in 1648, werden vanuit het klooster Engelendael in Brugge drie zusters Dominicanessen naar Sittard gestuurd met de opdracht een klooster te stichten, teneinde het protestantisme te bestrijden. Zij vestigden zich in twee gebouwen die uit de middeleeuwen stamden: de Voogdij en de Dobbelsteynporte. Het klooster werd ‘St. -Agnetenberg’ genoemd, vermoedelijk naar de Heilige Agnes de Montepulciano. Rond de pandhof werd het klooster in carré -vorm gebouwd, waarbij de bouw vermoedelijk in 1662 werd afgerond, getuige de muurankers met aangebracht jaartal op een van de zijden van het gebouw. De kloosterkerk werd tussen 1699 en 1700 aan de zuidoostzijde gebouwd.

In 1677, tussen de bouw van het klooster en de kerk, werd Sittard belegerd door de Fransen, waarbij het klooster geplunderd en grotendeels verwoest werd en de stad in brand werd gestoken. Daarnaast kreeg de kloostergemeenschap te maken met een overstroming in april 1677 en een dysenterie-uitbraak (Dukers & Van der Borgh, 2020). In de 18e eeuw vonden meerdere bouwactiviteiten plaats. Zo werd in 1728 ten noordwesten en los van het klooster een gebouw met zadeldak gebouwd. Tegen de achtervleugel van het klooster werd in 1749 een gebouw gerealiseerd dat hoger was dan het klooster. Daarnaast is in de 18e of begin 19e eeuw een boerderij ten westen van het klooster gebouwd. Deze vrijstaande bijgebouwen zijn zichtbaar op de kadastrale minuut van 1811-1832 (figuur 8). Beide gebouwen zijn eind jaren 60 gesloopt. Op de kaart van 1897 is daarnaast te zien dat ten zuiden van het klooster een gebouw tegen de wal is gebouwd en een gebouw tegen de noordwestelijke grens van het plan gebied staat, parallel aan een weg. In 1801 werd het klooster gesloten omdat de zusters Dominicanessen weigerden de eed op de Franse grondwet af te leggen. Het klooster werd in 1803 door het Armbestuur gekocht om plaats te hebben

RAAP-rapport 4353 / versie 03-07-2020

[19]

Plangebied Herontwikkeling Klooster Sint Agnetenberg te Sittard, gemeente Sittard -Geleen; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek

voor behoeftigen. Vervolgens werden in 1831 de stadsschool en een onderwijzersgezin in het pand ondergebracht. Het gebruik als school duurde voort toen in 1859 de zusters van het ‘Kostbaar Bloed’ er een zondagsschool hielden. Deze zusters hebben het klooster tot het begin van de 21e eeuw bewoond. Op de kaart van 1897 is te zien dat naast het gebouw ten zuidwesten van het klooster een tweede gebouw is neergezet (figuur 8). Het gebouw ten westen van het plangebied lijkt nu in plaats van parallel aan de weg, haaks op de weg te staan. Mogelijk dat hier een her- of verbouwing heeft plaatsgevonden. Dit gebouw was waarschijnlijk in gebruik als bakkerij en wasserij (Mullers Vastgoed, presentatie 2019). Uit de kaart van 1926 blijkt dat ten westen van het klooster een nieuw gebouw is geplaats t, namelijk de bewaarschool. Daarnaast zijn zowel het gebouw tegen de wal als het bijgebouw ten zuidwesten van het klooster uitgebreid. Het bijgebouw ten zuidwesten van het klooster betreft nu een boerderij. Tussen de jaren 20 en 60 van de 20e eeuw hebben enkele grote veranderingen plaatsgevonden op het terrein. De boerderij ten westen van het klooster en de bakkerij en wasserij werden gesloopt en maakten in 1949 plaats voor huize Caritas, een lang gerekt, Y-vormig pand.

In 1964 werd het klooster aan de rechterzijde uitgebreid met een nieuwe gevel en een nieuw trappenhuis in een verbindende vleugel, haaks op de straat. Vervolgens werden in 1968 de gebouwen ten noordwesten van het klooster, aan de zijde van de Plakstraat, gesloopt en werd een lange ges loten vleugel gebouwd. Rond 1975 werd huize Caritas verbonden met het kloosterpand en werd een sacristie aan de Plakstraat toegevoegd. Uiteindelijk is huize Caritas in de jaren 90 gesloopt en heeft het in 2002 plaatsgemaakt voor het ‘Dobbelsteinporte’. Bouwhistorische waarden

Nummer

Aard

Omvang

Diepteligging

Rijksmonumenten

33715

Klooster

nvt

maaiveld

Tabel 2. Overzicht van de in het plangebied aanwezige bouwhistorische waarden.

RAAP-rapport 4353 / versie 03-07-2020

[20]

Plangebied Herontwikkeling Klooster Sint Agnetenberg te Sittard, gemeente Sittard -Geleen; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek

Figuur 8. Plangebied geprojecteerd op relevant historisch kaartmateriaal (www.topotijdreis.nl).

RAAP-rapport 4353 / versie 03-07-2020

[21]

Plangebied Herontwikkeling Klooster Sint Agnetenberg te Sittard, gemeente Sittard -Geleen; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek

2.4 Archeologische gegevens Gemeentelijk archeologiebeleid Bestemmingsplan

Bestemmingsplan Centrum Sittard (NL.IMRO.1883.BPCentrumSittard VA01) Voor het plangebied geldt de dubbelbestemming ‘waarde-archeologie 1’. Hierbij geldt een vrijstellingsoppervlakte van 50 m 2 en een vrijstellingsdiepte van 30 cm –mv

Gemeentelijke archeologische verwachtingskaart (figuren 11 en 12)

Op de archeologische verwachtingskaart van de gemeente SittardGeleen uit 2010 ligt het plangebied in een zone met een hoge verwachting op archeologische resten

Gemeentelijke archeologische beleidskaart (figuren 9 en 10)

Op de archeologische beleidskaart van de gemeente Sittard -Geleen uit 2012 ligt het plangebied in een zone met categorie 2 (terrein van hoge archeologische waarde)

Tabel 3. Overzicht van het geldende archeologiebeleid en achterliggende verwachtingskaart.

Figuur 9. Plangebied geprojecteerd op de archeologische beleidskaart van de gemeente Sittard -Geleen (bron: gemeente Sittard-Geleen, Beleidsnota archeologie en monumenten, 2012).

RAAP-rapport 4353 / versie 03-07-2020

[22]

Plangebied Herontwikkeling Klooster Sint Agnetenberg te Sittard, gemeente Sittard -Geleen; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek

Bekende archeologische gegevens Rondom het plangebied zijn verscheidene vindplaatsen bekend (zie tabel 4 en bijlage 3). Wanneer deze vindplaatsen en hun landschappelijke inbedding bekeken worden in vergelijking met de situering van het plangebied, dan blijkt dat in het dal van de Geleenbeek vondsten vanaf het paleolithicum tot en met de nieuwe tijd te verwachten zijn. In hoeverre de vondsten uit het paleolithicum tot en met het neolithicum in situ vondsten betreffen of juist door erosie en sedimentatie van de Geleenbeek op deze locatie terecht zijn gekomen is onduidelijk. Uit de Romeinse tijd zijn enkele vondsten bekend die kunnen duiden op de aanwezigheid van een Romeinse nederzetting in de omgeving van Sittard. Uit de vroege middeleeuwen zijn de funderingen van een zaalkerkje bekend, die wijzen op de aanwezigheid van bewoning in Sittard. Mogelijk had het kerkje, dat omstreeks 1000 gedateerd wordt, een houten voorganger. In de middeleeuwen breidde de stad zich als gevolg van bevolkingsgroei uit, waarbij het onderhavige plangebied vanaf de 13e eeuw binnen de grenzen van de stad kwam te liggen (Robberechts, 2004). Uit de late middeleeuwen en nieuwe tijd zijn veel resten van bewoning en religieuze gebouwen bekend, waaronder het Dominicanessenklooster binnen het huidige plangebied (zie ook paragraaf 2.3). Figuur 10. Legenda gemeentelijke archeologische beleidskaart.

Figuur 11. Legenda gemeentelijke archeologische verwachtings - en beleidsadvieskaart.

RAAP-rapport 4353 / versie 03-07-2020

[23]

Plangebied Herontwikkeling Klooster Sint Agnetenberg te Sittard, gemeente Sittard -Geleen; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek

Figuur 12. Plangebied geprojecteerd op de gemeentelijke archeologische verwachtings - en beleidsadvieskaart (bron: Verhoeven & Ellenkamp, 2010).

In de onderstaande tabel 4 worden de vindplaatsen in een straal v an circa 250 m rondom het plangebied weergegeven. Daarbij wordt vermeld wat de ligging van de vindplaats ten opzichte van het onderhavige plangebied is, waaruit de vindplaats bestaat en op welke manier de vindplaats is waargenomen of geregistreerd.

RAAP-rapport 4353 / versie 03-07-2020

[24]

Plangebied Herontwikkeling Klooster Sint Agnetenberg te Sittard, gemeente Sittard -Geleen; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek

Monument

Ligging

Complex

Datering

Materiaal

Diepte

Waarde

33715

in het zuidoosten van het plangebied

klooster

vanaf 17e eeuw

Steenbouw

maaiveld

Rijksmonument

Zaakidentificatie nr.

Ligging

Complex

Datering

Materiaal

Diepte

Verzamel wijze

2884762100

170 m ten noorden

dominicanen klooster

late middeleeuwen B t/m nieuwe tijd

keramiek, leer en dierlijk bot

n.b.

opgraving

3235515100

130 m ten oosten

kasteel

late middeleeuwen A

keramiek

n.b.

archief

3235564100

170 m ten noordoosten

kasteel

nieuwe tijd A

bronzen munt

n.b.

vondstmelding

3235815100

180 m ten noorden

klooster

middeleeuwen t/m nieuwe tijd

keramiek

n.b.

vondstmelding

3235961100

210 m ten noordwesten

bewoning

neolithicum, Romeinse tijd en middeleeuwen t/m nieuwe tijd

keramiek, glas, menselijk bot, hout, schelp, kalksteen en vuursteen

n.b.

vondstmelding

3236017100

5 m ten oosten

bewoning

Romeinse tijd en late middeleeuwen t/m nieuwe tijd

keramiek, ijzer, leer, hout en glas

n.b.

vondstmelding

3236025100

170 m ten noordoosten

bewoning

Romeinse tijd en late middeleeuwen t/m nieuwe tijd

keramiek, dierlijk bot, leer en ijzer

n.b.

niet archeologisch graafwerk

3236033100

140 m ten noorden

bewoning

late middeleeuwen B t/m nieuwe tijd

keramiek, glas, leisteen en ijzer

n.b.

vondstmelding

3236099100

145 m ten noorden

bewoning

late middeleeuwen A t/m nieuwe tijd

keramiek en steen

n.b.

vondstmelding

3236139100

130 m ten noordoosten

bewoning en weg

late middeleeuwen A t/m nieuwe tijd

keramiek

n.b.

vondstmelding

3236147100

110 m ten westen

bewoning

late middeleeuwen B

keramiek

n.b.

vondstmelding

3236163100

50 m ten noorden

bewoning

late middeleeuwen t/m nieuwe tijd

keramiek, ijzer en dierlijk bot

n.b.

vondstmelding

3236171100

40 m ten zuidoosten

bewoning

nieuwe tijd B

bronzen munt

n.b.

vondstmelding

3236188100

33 m ten westen

bewoning

nieuwe tijd B

keramiek, glas, steen, brons, ijzer

n.b.

vondstmelding

RAAP-rapport 4353 / versie 03-07-2020

[25]

Plangebied Herontwikkeling Klooster Sint Agnetenberg te Sittard, gemeente Sittard -Geleen; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek

en dierlijk bot 3236196100

125 m ten noorden

bewoning

paleolithicum t/m neolithicum, vroeg neolithicum A, late middeleeuwen B t/m nieuwe tijd

keramiek, vuursteen en steen

n.b.

vondstmelding

3236414100

30 m ten zuidwesten

n.b.

middeleeuwen t/m nieuwe tijd

steen: fundering

n.b.

vondstmelding

3236877100

150 m ten noordwesten

nederzetting: gracht

middeleeuwen

-

n.b.

vondstmelding

3249294100

150 m ten noorden

bewoning

vroeg neolithicum A en late middeleeuwen t/m nieuwe tijd

keramiek en vuursteen

n.b.

vondstmelding

3259192100

90 m ten noordoosten

weg

late middeleeuwen t/m nieuwe tijd

-

n.b.

vondstmelding

3259208100

135 m ten noorden

infrastructuur onbepaald

nieuwe tijd

steen

n.b.

vondstmelding

4633802100

20 m ten noorden

n.b.

nieuwe tijd

keramiek, dierlijk bot en natuurstee n

n.b.

niet archeologische graafwerkzaamh eden

4654588100

12 m ten oosten

muurrestant

middeleeuwen

steen

n.b.

vondstmelding

Tabel 4. Overzicht van de bekende archeologische monumenten en archeologische vondstlocaties in en rond het plangebied (bron: ARCHIS3).

Eerder in de omgeving uitgevoerd onderzoek volgens ARCHIS3

RAAP-rapport 4353 / versie 03-07-2020

[26]

Plangebied Herontwikkeling Klooster Sint Agnetenberg te Sittard, gemeente Sittard -Geleen; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek

Zaakidentificatienummer

Resultaat/advies

2170098100

bureauonderzoek. Advies: proefsleuvenonderzoek

2309223100

proefsleuvenonderzoek: drie sporenniveaus met sporen uit de late middeleeuwen A en B. Advies: opgraven

3990906100

archeologische begeleiding

Geen rapport beschikbaar in Archis

2326996100

booronderzoek: In oostelijk deel plangebied resten uit de vroege middeleeuwen B en C en late middeleeuwen A. Daarnaast verdedigingswerken uit late middeleeuwen B. Advies: handmatige boringen in en buiten plangebied.

Geen rapport beschikbaar in Archis

2378658100

archeologische begeleiding

Geen rapport beschikbaar in Archis

2085931100

bureau- en inventariserend booronderzoek: verstoorde bodems. Advies: geen vervolgonderzoek

4726848100

archeologische begeleiding

onderzoek nog niet afgemeld

4700246100

opgraving

onderzoek nog niet afgemeld

2248303100

proefsleuvenonderzoek: bewoningssporen uit de 11e tot 13e een en mogelijk ouder, afgedekt door ophogingslagen vanaf de 13e eeuw tot begin 20e eeuw. Advies: vervolgonderzoek

4576196100

verkennend booronderzoek: tot minimaal 7,3 m –mv ophogingslagen uit late middeleeuwen en nieuwe tijd en mogelijk een middeleeuwse stadsmuur. Advies: vervolgonderzoek met profiel over mogelijke stadsmuur

4018348100

proefsleuvenonderzoek: restanten van verdedigingswerken aangetroffen bestaande uit een rondeel uit de 14e of 15e eeuw die in de 16e eeuw deels is afgebroken en deels is hergebruikt bij de bouw van Fort Sanderbout. Aan de oostzijde van het rondeel is een dubbele stadsgracht uit de late middeleeuwen t/m nieuwe tijd B aangesneden. Daarnaast zijn resten van een aarden verdedigingswerk (bastion) uit de nieuwe tijd A tot B gevonden.

alleen eerste bevindingen beschikbaar

4726280100

proefsleuvenonderzoek

alleen eerste bevindingen beschikbaar, geen complexen opgegeven

4585665100

Inventariserend booronderzoek en archeologische begeleiding: dubbele gracht en derde, buitenste gracht zijn aangetoond. Daarnaast is een vierde,

RAAP-rapport 4353 / versie 03-07-2020

Opmerking

[27]

Plangebied Herontwikkeling Klooster Sint Agnetenberg te Sittard, gemeente Sittard -Geleen; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek

nog onbekende gracht aangetroffen. Alle grachten lijken rekening te houden met het Fort Sanderbout Tabel 5. Overzicht van eerder archeologisch onderzoek in en rond het plangebied.

Het overgrote deel van de archeologische onderzoeken die de afgelopen jaren in Sitta rd zijn uitgevoerd concentreren zich voornamelijk op de verdedigingswerken en de omgeving buiten de oude kern. Binnen de grenzen van de oude kern zijn enkele bureau- en booronderzoeken en archeologische begeleidingen uitgevoerd. Direct ten noorden en oosten van het plangebied hebben een archeologische begeleiding en een proefsleuvenonderzoek plaatsgevonden (figuur 9 en bijlage 3). De onderzoeken met betrekking tot de verdedigingswerken zijn onder meer uitgevoerd door de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (Renaud, 1961), Archeodienst (Prangsma, 2013), Hamaland Advies en SOB Research (Mientjes & Van der Kuijl, 2018). Daarnaast zijn de verdedigingswerken onderzocht tijdens onderzoeken in 2010 (Van de Mark, 2011 & 2012) , Heiting & Prangsma 2014 en 2005-2010 (Weiß-König, 2012). Ondanks al deze onderzoeken is onder andere de loop van de 13e eeuwse stadsmuur nog grotendeels onbekend. Bij onderzoeken in 1961, 2005, 2010 en 2018 zijn aanwijzingen gevonden voor de oude stenen stadsmuur van Sittard (Renaud, 1961; Weiß-König, 2012; Mientjes & Van der Kuijl, 2018). De resten zijn aangetroffen als een mergelmuur in de stadswal en in boringen op 3,15 tot 3,75 m eter diepte. De muur zou destijds nog ongeveer 1,60 meter hoog geweest zijn. De binnenste gracht is in 2010 aangetroffen (Prangsma, 2013).

De gracht blijkt gedeeltelijk onder de nieuwe stadswal (vermoedelijk ten tijde van de oorlog met de Fransen tussen 1676 en 1678) te liggen en moet meer dan twaalf meter breed zijn geweest (Weiß-Kӧnig, 2012; Prangsma, 2013). De vlakke bodem van de gracht ligt op ongeveer 2,30 meter onder het huidige maaiveld. In de onderste vullingen van de gracht is aardewerk gevonden uit de Nieuwe Tijd A, terwijl in hogere vullingen aardewerk uit de nieuwe tijd B en C gevonden is. Parallel aan de binnenste gracht, op acht meter afstand, ligt een tweede gracht (WeißKönig, 2012; Prangsma, 2013; Mientjes & Van der Kuijl, 2018). Uit de onderste vullingen van de gracht is materiaal uit de late middeleeuwen afkomstig (Prangsma , 2013). Alhoewel dit altijd opspit kan betreffen, kan een oorspronkelijke datering in de 14e eeuw niet worden uitgesloten. Recent proefsleuvenonderzoek heeft aangetoond dat de tweede gracht ongeveer 16,5 meter breed is geweest (Vaessen & Tichelman, 2019). Uit proefsleuvenonderzoeken ten noordoosten van het plangebied is gebleken dat de grachten rond fort Sanderbout verlegd zijn in verband met de aanleg van het fort omstreeks 1500. E r wordt daarom verwacht dat grachtresten van het oudere verloop onder fort Sanderbout liggen (Vaessen & Tichelman, 2019).

De grachten zijn waarschijnlijk tegen het einde van de 17e eeuw grotendeels gedicht, aangezien er enkele scherven aardewerk uit deze periode zijn aangetroffen in de vullingen van de grachten (Prangsma, 2013). Mogelijk bestaat er hierbij een relatie met de verwoesting van Sittard in 1677 en de oprichting van nieuwe vestingwerken in datzelfde jaar. Hierbij is de nieuwe stadswal, die langs het onderhavige plangebied loopt, opgericht en gedeeltelijk over de binnenste gracht komen te liggen. Ter 1

vervanging van de twee gedichte grachten zijn mogelijk een aantal ravelijnen aangelegd buiten de buitenste gracht, waarvan aan de westzijde van de stad de omringende grachten aangetroffen zijn

1

Een ravelijn is het buitenwerk van een vesting. Het betreft veelal een driehoekig of redanvormig (schier -)eiland dat in de vestinggracht is aangelegd ter dekking van de toegangspoort en de naastgelegen bastions (Mohr, 1999)

RAAP-rapport 4353 / versie 03-07-2020

[28]

Plangebied Herontwikkeling Klooster Sint Agnetenberg te Sittard, gemeente Sittard -Geleen; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek

tijdens het onderzoek aan de Odaparking en het Ursulinencomplex (Weiß-König, 2012; Mientjes & Van der Kuijl, 2018). Uit het proefsleuvenonderzoek direct ten oosten van het plangebied is gebleken dat er in de ontwikkelde radebrikgrond meerdere sporenniveaus aanwezig zijn (Witte, 2011). De archeologische sporen dateren uit de fases 12e t/m begin 13e eeuw en tweede helft 13e t/m eerste helft 14e eeuw en bestaan uit ophogingslagen, kuilen, paalkuilen en greppels. Daarnaast zijn sporen aanwezig die mogelijk dateren in de prehistorie t/m de late middeleeuwen A. Aangenomen wordt dat het oude niveau door verspoeld materiaal is afgedekt. Er zijn geen aanwijzingen voor afgraving van de bodem. Direct ten noordwesten van het plangebied is een archeologische begeleiding (zie bijlage 3; Archeodienst; archis zaakidentificatienr.: 3990906100) uitgevoerd. Van deze werkzaamheden is slechts een kort verslag beschikbaar (info verkregen van Willem Simon van de Graaf) . Tijdens de begeleiding zijn resten van fundering en kelders aangetroffen op een hoogte tu ssen 42,2 en 43,2 m +NAP. De datering van de resten wordt niet nader gespecificeerd. Op het achterterrein is een afvalkuil aangetroffen met daarin (mogelijk) Pingsdorfaardewerk .

Bekende archeologische gegevens uit andere bronnen Op 24 januari is een verzoek gedaan aan de Werkgroep Archeologie Sittard (WAS; in de persoon van Ries van Doorn) voor aanvullende gegevens. De werkgroep heeft in 2001 voorafgaand aan de bouw van de nieuwbouw ‘Dobbelsteinporte’ een onderzoek uitgevoerd in de uitgegraven delen van het terrein (figuur 13; Van Doorn, 2004). Tijdens het onderzoek is een veldbrandoven gedocumenteerd die gedateerd wordt tussen 1649 en 1660 en mogelijk is gebruikt voor het bakken van stenen voor de kloostermuur. De steenoven is ten zuiden van het onderhavige plangebied aangetroffen. In het zuidelijke deel van het onderzochte terrein is een oud wallichaam herken d dat tegen de huidige Agnetenwal aan ligt. Het oude wallichaam heeft op de top een breedte van circa drie meter en een hoogte van twee meter. Uit het wallichaam zijn fragmenten aardewerk afkomstig die dateren in de 12e en het begin van de 16e eeuw. Het is onduidelijk of de wal een op zichzelf staande wal is geweest of dat het een aanaarding van de bestaande wal is geweest. Parallel aan de Agnetenwal, aan de binnenzijde van de oude omwalling, is over een lengte van 55 meter een gracht herkend. De met bouwpuin gedempte gracht heeft een resterende diepte van 60 cm en bevat vondstmateriaal dat dateert voor 1600.

Vermoed wordt dat de gracht water vanaf de Molenbeek, die ten noordwesten van het plangebied dwars door Sittard stroomt, vervoerde naar het oude pand De Dobbelsteynporte. Dit pand zou mogelijk omgeven zijn door een gracht. Ten noordwesten van de bouwput, aan de achterzijde van de huidige bebouwing die aan de Rosmolenstraat grenst, zijn de restanten van een oude muur herken d. Vermoedelijk betreft het een deel van de ommuring van het kloosterterrein. Een deel van deze ommuring ligt binnen het onderhavige plangebied.

RAAP-rapport 4353 / versie 03-07-2020

[29]

Plangebied Herontwikkeling Klooster Sint Agnetenberg te Sittard, gemeente Sittard -Geleen; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek

Figuur 13. Kaart met resultaten archeologische begeleiding door Werkgroep Archeologie Sittard geprojecteerd op de huidige topografie en het plangebied (bron: Van Doorn, 2004).

2.5 Huidige situatie Aan de hand van actuele gegevens van recente luchtfoto’s, Google Street View en navraag bij de opdrachtgever zijn de onderstaande zaken over de huidige situatie te melden (figuur 14). Binnen het plangebied zijn het klooster en de kloosterkerk nog altijd aanwezig. Hierbij geldt da t van het geheel alleen de kerk en de gebouwen rond de cour (de binnenplaats) als rijksmonument zijn geklasseerd (monumentnummer 33715). De gebouwen ten noordwesten hiervan, die grotendeels uit 1968 dateren, betreffen geen rijksmonument en staan momenteel op de nominatie om afgebroken te worden. De overige delen binnen het plangebied zijn in gebruik als parkeerterrein en tuin. De hoogteligging van het maaiveld varieert van 44,6 m +NAP in het oosten tot 45,6 m +NAP in het westen van het plangebied. De huidige stand van het grondwater binnen het plangebied is onbekend.

RAAP-rapport 4353 / versie 03-07-2020

[30]

Plangebied Herontwikkeling Klooster Sint Agnetenberg te Sittard, gemeente Sittard -Geleen; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek

Uit bestudering van historisch en recent kaartmateriaal en bouwhistorisch onderzoek blijkt dat binnen het gebied funderingen van gebouwen vanaf de 17e eeuw aanwezig kunnen zijn. Op basis van kaartmateriaal is de locatie van vroegere bebouwing bepaald (figuur 16). De verwachting is dat ook oudere funderingen binnen het plangebied aangetroffen kunnen worden, echter is de exacte locatie hiervan onbekend. De bebouwing die gesloopt zal gaan worden is onderkelderd. Onder de gehele bebouwing langs de Plakstraat is een kelder aanwezig tot 2,645 m onder peil, wat neerkomt op een hoogte van 42,81 m +NAP. De bebouwing haaks op de Plakstraat is onderkelderd tot een diepte van 1,915 m onder peil, wat neerkomt op een hoogte van 43,54 m +NAP. De milieukundige condities en locatie en diepte van kabels/leidingen binnen het plangebied zijn niet bekend.

Figuur 14. Luchtfoto van het plangebied (bron: Google Earth) .

RAAP-rapport 4353 / versie 03-07-2020

[31]

Plangebied Herontwikkeling Klooster Sint Agnetenberg te Sittard, gemeente Sittard -Geleen; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek

2.6 Toekomstige situatie Uit navraag bij de opdrachtgever is het volgende gebleken over de toekomstige situatie (figuur 15): Binnen het plangebied wordt een deel van de bebouwing langs de Plakstraat, ten noordwesten van de bebouwing dat als rijksmonument is aangemerkt, gesloopt en vervangen door zes tot zeven nieuwbouw appartementen en een atelierwoning. In de nieuw te vormen gevel wordt de kloosterpoort verwerkt en komt een tweede poort naar het binnenhof. Aan de achterzijde van de nieuwb ouw langs de Plakstraat wordt op het binnenhof een pand gerealiseerd met ruimte voor zes appartementen. De overige delen van het plangebied worden ingericht als parkeerplaats en stadstuin, waarbij op meerdere plekken mogelijk bomen geplant gaan worden. De omvang en diepte van de werkzaamheden die gepaard gaan met de realisatie van de nieuwbouw en de overige inrichting van het plangebied zijn nog niet bekend.

Figuur 15. Inrichtingsplan voor het plangebied (bron opdrachtgever).

RAAP-rapport 4353 / versie 03-07-2020

[32]

Plangebied Herontwikkeling Klooster Sint Agnetenberg te Sittard, gemeente Sittard -Geleen; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek

2.7 Gespecificeerde archeologische verwachting Op basis van de tijdens het bureauonderzoek verzamelde gegevens is een gespecificeerde archeologische verwachting opgesteld. Deze geeft inzicht in de aard en de ouderdom (inclusief omvang en uiterlijke kenmerken), (diepte)ligging, en gaafheid van eventueel aanwezige archeologische resten. Aard en ouderdom Het verspreidingspatroon van archeologische vindplaatsen is voor een groot deel gerelateerd aan de fysieke eisen die de mens stelde aan de leef- en woonomgeving. Het meest markant zijn de verschillen tussen jager-verzamelaars enerzijds en landbouwers anderzijds. Jager-verzamelaars (paleolithicum t/m neolithicum) In de steentijd (paleolithicum t/m neolithicum) leefden de mensen voornamelijk van de jacht, visvangst en het verzamelen van eetbare planten en vruchten. Deze zogenaamde jager -verzamelaars trokken door het landschap en verbleven alleen tijdelijk op een plek. Uit een ruimtelijke analyse blijkt dat hun kampementen in vrijwel alle gevallen waren gesitueerd op de overgang van nat naar droog. Nabij dergelijke gradiëntzones waren namelijk de meeste voedselbronnen voorhanden en was (drink)water bereikbaar.

Uit het archeologische onderzoek ten oosten van het plangebied is geblek en dat onder de ophogingslagen uit de middeleeuwen en nieuwe tijd een natuurlijke bodem ligt met daarin een Ahorizont die mogelijk dateert in het neolithicum. Aangezien de ophogingslagen het oorspronkelijke reliëf van het beekdal en de daluitspoelingswaaier afdekken kunnen er geen uitspraken over de ligging van het plangebied in een zone met reliëf gedaan worden. Het is echter aannemelijk dat de locatie vanaf het begin van het Holoceen (het vroege mesolithicum) een aantrekkelijke plaats voor jagerverzamelaars was vanwege de ligging tussen de Geleenbeek en de Kollenberg . Zodoende worden vindplaatsen van jager-verzamelaars uit het mesolithicum en neolithicum verwacht. Het kan hierbij gaan om resten van jacht- en extractiekampementen uit het mesolithicum en neolithicum. Deze vindplaatsen kenmerken zich door een (oppervlakkige) spreiding van vuurstenen werktuigen en afval. Landbouwers/pre-stedelijke bewoning (neolithicum t/m vroege middeleeuwen) Met de introductie van de landbouw (vanaf het neolithicum) werd de mate waarin gronden geschikt waren om te beakkeren een steeds belangrijker factor in de locatiekeuze van de mens en.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=SittardGeleen&id=19682610-204c-480d-98a2-6d945e0fd45b