Bijlage 01 Beleidsplan Armoede en Schuldhulpverlening 2022-2026
Tekst van het document
Beleidsplan armoede en schulden 2022-2026 Samen werken aan kansen!
Inhoud
2
Voorwoord
3
Inleiding
5
1. Armoede en schulden a. Wat is armoede? b. Wat zijn problematische schulden? c. Armoede en schulden een ingewikkeld probleem d. Opgroeien in armoede e. Armoedeval f. Financiële stress g. Laaggeletterdheid h. Kader
6 6 7 7 7 8 8 9 9
2. Sittard-Geleen in beeld
11
3. Visie
12
4. Zo doen we dat
13
5. Hier gaan we voor Doel 1: Voorkomen Doel 2: Perspectief bieden op een betere toekomst Doel 3: Meedoen zonder belemmeringen Doel 4: Samenwerking versterken
15 15 18 19 20
6. Dit gaan we doen
22
7. Wet gemeentelijke schuldhulpverlening
23
8. Meten en beleven
25
BIJLAGE 1: Wettelijk kader BIJLAGE 2: Lokale regelingen BIJLAGE 3: Activiteitenoverzicht BIJLAGE 4: Literatuurlijst
26 28 29 40
Voorwoord Beste lezer, Dit is het beleidsplan armoede en schulden 2022-2026 van de gemeente Sittard-Geleen. Een plan dat stevig inzet op het voorkomen van armoede en schulden, het bieden van uitzicht op een betere toekomst en het creëren van gelijke kansen om mee te doen. Een plan waarin we versterken wat goed is en de verbinding verstevigen tussen partners en initiatieven die er al zijn. Ik ben er trots op dat dit document in cocreatie tot stand is gekomen met maatschappelijke partners, inwoners, adviesraden en de gemeenteraad en dat deze samenwerking ook na de vaststelling van het beleidsplan wordt voortgezet. Samen komen we verder!
Hoe word je arm of raak je in de schulden? Dat kan vele oorzaken hebben. Soms storten zorgvuldig opgebouwde levens door onverwachte tegenwind als kaartenhuisjes in elkaar. Het kan iedereen treffen. Jong en oud, een alleenstaande of een gezin of een ondernemer. En vervolgens stapelen de problemen zich op. Het niet kunnen betalen van rekeningen als huur, energie en zorgverzekering kan de hele bestaanszekerheid op losse schroeven zetten. En vaak blijft het niet alleen bij geldproblemen. Armoede en schulden hebben impact op de totale leefwereld van het individu. Gezondheidsproblemen, slechte levensstijl, problemen met de opvoeding van de kinderen, gevoeligheid voor criminaliteit, het is een neerwaartse spiraal. Het grijpt me aan dat mensen die in armoede leven of schulden hebben zich vaak schamen, zich minderwaardig en afhankelijk voelen en het moeilijk vinden om over hun zorgen te praten of hulp te vragen.
3
Dat moeten we ons als (lokale) overheid aantrekken. Meer dan ooit moeten onze inwoners op ons kunnen vertrouwen. Niet iedereen heeft een vangnet in zijn of haar omgeving om op terug te kunnen vallen. In sommige gezinnen speelt armoede al generaties lang. Dat móet veranderen. Dat kán veranderen. Met dit plan willen we het vangnet bieden om naast iemand te gaan staan en samen een plan uit te stippelen naar een betere toekomst, waarin de cirkel wordt doorbroken en iedereen gelijke kansen heeft op meedoen, zonder belemmeringen. Natuurlijk zijn er ook zorgen. De coronapandemie, stijgende prijzen voor energie, voedsel en onderdak maken het voor steeds meer mensen lastig de eindjes aan elkaar te knopen. Regelingen die steun gaven tijdens de lock downs zijn inmiddels gestopt. Incasso’s van uitgestelde rekeningen weer hervat. Ook de complexiteit van onze samenleving en de redzaamheid die dat vraagt van onze kwetsbare burgers baart me zorgen. Onze taak is om onze inwoners in armoede of met schulden te helpen, ze weer een vooruitzicht te geven. Maar nog meer om te voorkomen dat ze in armoede terecht komen of problemen krijgen door schulden. Hier zet ik me graag met alle professionals en vrijwilligers voor in.
Kim Schmitz Bevlogen wethouder armoedebestrijding
4
Inleiding Eind 2020 heeft een rekenkameronderzoek plaatsgevonden om te bepalen hoe het armoede- en schuldenbeleid binnen de gemeente Sittard-Geleen werkt. In april 2021 zijn de resultaten en aanbevelingen van het onderzoeksrapport met de raad besproken. Tijdens die raadsronde is de afspraak gemaakt om samen met de raad een beleidsplan armoede en schulden te maken. In dit beleidsplan nemen we u mee in de keuzes die de gemeente Sittard-Geleen voor de komende vier jaar maakt op het gebied van armoede en schulden. We nemen u mee in onze visie en doelen. Daarnaast schetsen we hoe we deze doelen willen bereiken en hoe we het beleidskader beoordelen en bewaken. Dit beleidskader stelden we op na een terugblik op onze activiteiten van de afgelopen jaren, onderzoek en analyse van landelijke en lokale ontwikkelingen en in samenwerking met:
Partners en inwoners
We hebben met inwoners, maatschappelijke partners en gemeentelijke professionals gesproken over de thema’s armoede en schulden. Informatie is gedeeld en opgehaald. Zo is steun en behoefte ontstaan voor een gezamenlijke aanpak, zowel in de voorbereiding van het beleidsplan als in de uitvoering ervan.
De gemeenteraad
Tijdens een opiniërende raadsronde hebben raadsleden actief hun bijdrage geleverd aan de inhoud van het beleidskader. Samen met maatschappelijke partners hebben zij meegedacht over uitgangspunten, doelen en bewaking van de doelen. De rode draad hiervan is terug te vinden in dit beleidsplan.
Adviesraden
We hebben inwoners actief uitgenodigd Verkennen Ontwerpen om hun ideeën te delen. Ook de adviesraden Sociaal Overleg, WMOraad en Jongeren adviesraad Westelijke Mijnstreek zijn actief betrokken bij het maken van het beleidsplan. Samen met hen is op Besluiten Evalueren een interactieve manier gekeken welke zaken zij belangrijk vinden in de aanpak armoede en schulden. De rode draad hiervan is ook terug te vinden in Uitvoeren het beleidsplan. In de uitvoering van ons beleidsplan zoeken we de samenwerking op. We betrekken de adviesraden bij de (door) ontwikkeling van onze doelen en activiteiten, maar ook bij de evaluatie, bijstelling en uitvoering.
SAMEN
Samen volgen we de doorlopende cyclus van verkennen, ontwerpen, besluiten, uitvoeren, evalueren. Samen kunnen we het beter!
5
1. Armoede en schulden a. Wat is armoede? Wat armoede is en hoe armoede wordt ervaren is niet heel eenvoudig vast te stellen. Je zou zeggen dat iedereen in principe een dak boven zijn hoofd heeft, dat niemand honger hoeft te lijden en dat iedereen in Nederland toegang heeft tot zorg. Hoe wordt armoede in Nederland vastgesteld? Armoede moet altijd worden gezien in relatie tot het algemene welvaartsniveau van een samenleving. Armoede in Nederland anno 2021 is dan ook heel anders dan armoede in een ontwikkelingsland of armoede in Nederland in de jaren vijftig. Er zijn meerdere betekenissen van armoede:
DEFINITIE ARMOEDE SOCIAAL CULTUREEL PLANBUREAU (CPB) Er is sprake van armoede wanneer iemand gedurende langere tijd niet de middelen heeft om te kunnen beschikken over de goederen en voorzieningen die in zijn samenleving als minimaal noodzakelijk gelden, zoals voedsel en een goede woning. Het Nibud publiceert op basis van wetenschappelijk onderzoek en meningen van deskundigen ieder jaar een lijst met minimaal noodzakelijke voorzieningen en goederen, en de prijs hiervan. Op basis van deze lijst wordt de armoedegrens bepaald.
DEFINITIE ARMOEDE CENTRAAL BUREAU STATISTIEK (CBS) Er is sprake van armoede wanneer een huishouden een inkomen heeft dat gelijk is aan/lager is dan het sociaal minimum.
Een laag inkomen kan een uitkering zijn, maar ook bij werkenden en zelfstandigen kan sprake zijn van een laag inkomen. Veel gemeenten, waaronder ook Sittard-Geleen, gebruiken voor de uitvoering van hun gemeentelijk armoedebeleid een hogere grens dan bovenstaande definities. In SittardGeleen is deze grens vastgesteld op 120% van het wettelijk sociaal minimum. Deze grens ligt tegen de grenzen van CBS en SCP aan. Inwoners met een inkomen onder 120% van het sociaal minimum kunnen daarmee extra financiële middelen krijgen. Hoewel de betekenis van armoede vaak gebaseerd is op een inkomensgrens, kan armoede ook veroorzaakt worden door schulden en door hoge lasten. Dan zijn inkomsten en uitgaven niet in evenwicht. Naast het financiële onderdeel heeft armoede ook een sterk sociaal onderdeel (“doe ik mee? heb ik dezelfde kansen?”) en een gevoelsmatig onderdeel (“voel ik me arm?, hoe beleef ik mijn financiële situatie?”). Definities van armoede zeggen daarmee niets over hoe armoede ervaren wordt.
6
b. Wat zijn problematische schulden? We spreken over problematische schulden wanneer het iemand niet lukt (voor langere periode) aan zijn/haar afbetalingsverplichting te voldoen. Het bedrag dat in drie jaar kan worden afgelost, is dan lager dan de totale schuldenlast. In die gevallen hebben mensen structureel te weinig geld om aan de terugkomende betalingsverplichting te voldoen. Schulden lopen dan gemakkelijk verder op. In Nederland hebben naar schatting 1 op de 5 huishoudens te maken met risicovolle of problematische schulden. Schulden ontstaan bijna nooit als gevolg van één oorzaak. De oorzaak is vaak een combinatie van omgevingsfactoren, bewust en onbewust gedrag, onverwachte gebeurtenissen en/of persoonsgebonden zaken. Armoede en schuldenproblematiek zijn vaak met elkaar verbonden. Door lange en problematische schulden, kan iemand uiteindelijk in armoede terecht komen. Andersom geldt ook dat wanneer mensen langdurig in armoede leven, zij een grotere kans hebben op problematische schulden.
c. Armoede en schulden een ingewikkeld probleem Met een groot deel van onze inwoners gaat het helaas minder goed. Zij profiteren nauwelijks van economische voorspoed en lijden onder de stress die het leven met weinig geld met zich meebrengt. Dat leidt vaak tot een opeenstapeling en versterking van problemen zoals werkeloosheid, slechte gezondheid en sociaal isolement. Armoede en schulden vormen dus een lastig geheel met zaken die elkaar beïnvloeden. Het probleem is ingewikkeld, bestaat uit veel onderdelen en is hardnekkig. Kant-en-klare oplossingen zijn er niet en (deel)oplossingen komen vanuit veel verschillende kanten. Het is onmogelijk om het vraagstuk met één beleidsmaatregel of één partij in één keer op te lossen. Armoedebeleid is een schakel in de keten.
d. Opgroeien in armoede 14% van de kinderen in Sittard-Geleen groeit op in armoede. En dat betekent veel meer dan dat hun ouders simpelweg weinig geld hebben. Het zorgt ervoor dat zij zich op allerlei gebieden onvoldoende kunnen ontwikkelen. Kinderen die opgroeien in armoede: lopen meer risico te worden benadeeld bij de toegang tot onderwijs (lager schooladvies, minder ondersteuningsmogelijkheden, minder stimulans/ondersteuning door ouders); hebben een hoger risico om vroegtijdig school te verlaten zonder startkwalificatie1; hebben meer moeite met het vinden van een betaalde baan boven de armoedegrens; missen vaak de competenties en vaardigheden om om te gaan met de uitdagingen in hun leven en om te ontsnappen aan de armoedecirkel.
⋅ ⋅ ⋅ ⋅
Het gevolg van het bovenstaande kan zijn dat de kinderen die in armoede opgroeien, arm blijven. Zij krijgen vervolgens zelf kinderen en de armoedecirkel herhaalt zich.
De kwalificatieplicht is bedoeld om schooluitval tegen te gaan en de kansen op een baan te vergroten. De kwalificatieplicht houdt in dat leerlingen van 16 tot 18 jaar verplicht zijn onderwijs te volgen als zij geen diploma havo, vwo, mbo niveau 2 of hoger hebben. 1
7
Het opgroeien in langdurige armoede heeft effect op een goede hechting tussen ouder en kind. Daarnaast heeft langdurige armoede een negatief effect op de hersenontwikkeling (gedrag, leervermogen) van een kind. Dit negatieve effect is nog groter als armoede samengaat met een lage opleiding van ouders en er meerdere problemen zijn in een gezin. Het langdurig ervaren van stress bij zowel ouders als kind heeft grote negatieve gevolgen voor de psychische en lichamelijke gezondheid gedurende het hele leven. Langdurige armoede blijkt een belangrijke risicofactor voor kindermishandeling. Vaak in combinatie met overbelasting door ervaren stress of andere risicofactoren (slechte huisvesting, werkloosheid e.d.). Bovendien zijn jongeren (vooral jongens) die opgroeien in armoede makkelijker vatbaar voor criminele activiteiten. Daarnaast zijn ze het vaakst verdacht van een misdrijf. Er is een duidelijk verband tussen armoede en druk die er ligt op de huidige jeugdhulp. Het is een grote uitdaging om deze doorlopende cirkel van armoede, schulden en kansenongelijkheid te doorbreken.
e. Armoedeval Armoedeval betekent dat mensen met een uitkering die weer aan het werk gaan, er financieel op achteruit gaan. Het gaat om mensen met een inkomen net boven de hoogte van de uitkering. Als zij werken, is er een kans dat zij toeslagen en andere vormen van inkomensondersteuning kwijtraken. Dit houdt hen als het ware gevangen in de ‘val’ van de voorzieningen Het dreigende verlies aan rechten en inkomsten, kan ‘werkende armen’ ( inwoners met een laag inkomen uit werk) weerhouden om meer uren te werken. Ook is er een kans dat de niet-werkende partner van een bijstandsgerechtigde met een minimumuitkering minder gemotiveerd is werk te zoeken. De stimulans om (meer uren) te werken is er namelijk niet. De armoedeval houdt mensen tegen om te gaan werken. Dit is een ongewenste situatie. Omdat de armoedeval een gevolg is van voorzieningen die het leven van mensen met de laagste inkomens juist moet verbeteren. Uit onderzoek blijkt dat het risico op de armoedeval het grootst is bij (alleenstaande) ouders met kinderen die naar school gaan.
f. Financiële stress Armoede heeft in vele opzichten invloed op onze inwoner. Het is meer dan alleen het hebben van een laag inkomen. Uit onderzoek blijkt dat lang leven in armoede samen met de stress daarvan, gevolgen kan hebben op het denkvermogen van mensen. Hierbij daalt het IQ. Sommigen zijn niet meer in staat om naar de lange termijn te kijken. Ze richten zich met name op het oplossen van problemen op korte termijn. Dit kan op korte termijn leiden tot steeds onverstandigere beslissingen, die grote gevolgen kunnen hebben op meerdere leefgebieden.
8
Opgroeien met stress kan grote en langdurige gevolgen hebben voor kinderen, met (nadelige) gevolgen voor de rest van hun leven. Armoede heeft duidelijk negatieve gevolgen voor mensen en de samenleving als geheel. Het leidt tot gevoelens van minderwaardigheid, sociale uitsluiting en minder meedoen. Cruciaal is hierbij de schaamte die vaak met armoede samen gaat. Veel mensen vinden het moeilijk om over hun armoede of geldzorgen te praten. Dit kan grote negatieve gevolgen hebben, omdat er geen of te laat hulp wordt gevraagd. Hierdoor lopen relatief lage achterstanden in snel tempo op tot problematische schulden en ontstaat er een vicieuze cirkel.
g. Laaggeletterdheid Basisvaardigheden zoals lezen, schrijven, rekenen en digitale vaardigheden bieden onze inwoners de mogelijkheid om (succesvol) deel te nemen aan onze maatschappij. Inwoners die deze vaardigheden in mindere mate bezitten, kunnen niet zo actief meedoen als inwoners die ze wel hebben. Uit onderzoek blijkt dat 37% van alle laaggeletterden behoort tot de laagste inkomensgroep en dat zij in verhouding vaak arm zijn. Ongeveer 12% van de inwoners van Sittard-Geleen heeft veel moeite met lezen, schrijven en/of rekenen. Vaak hebben ze ook moeite om met de computer om te gaan. Inwoners die moeite hebben met lezen, schrijven en/of rekenen zijn veel vaker langdurig arm, dan niet-laaggeletterden. Armoede en laaggeletterdheid gaan samen: laaggeletterdheid is vaak een hindernis om (zelf)redzaam te zijn. En armoede vergroot de kans op laaggeletterdheid. Schulden ontstaan vaak doordat de overheid te hoge verwachting heeft van de financiële redzaamheid. Inwoners die moeite hebben met lezen of rekenen weten vaak niet de weg te vinden naar (schuld)hulpverlening en regelingen. Onder de schuldenaren zijn heel veel laaggeletterden.
h. Kader Wettelijke kader
In de Participatiewet, de wet gemeentelijke schuldhulpverlening (Wgs) en het besluit bijstandverlening zelfstandigen (Bbz) zijn de wettelijke gemeentelijke taken en het kader vastgelegd. Bij de aanpak van armoede hebben een groot aantal andere wetten ook invloed, zowel binnen als buiten het sociale domein (zie bijlage 1). Gemeenten hebben een wettelijke taak met betrekking tot (bijzondere) bijstand (inkomensondersteuning) en met betrekking tot schuldhulpverlening. Bijzondere bijstand is bedoeld om in bepaalde persoonlijke gevallen de gevolgen van armoede te verzachten. Schuldhulpverlening heeft tot doel mensen met (dreigende) problematische schulden te ondersteunen, liefst naar een toekomst zonder schulden. Sittard-Geleen doet, net als de meeste andere gemeenten, meer. Er zijn lokale minimaregelingen om de gevolgen van armoede te verzachten en invloed uit te oefenen op de oorzaken van armoede. Daarnaast bieden we diverse meedoen-regelingen gericht op het kunnen deelnemen aan sport of cultuuractiviteiten. Zowel voor kinderen als volwassenen. De lokale minimaregelingen staan in bijlage 2. Inkomensbeleid is een taak van het Rijk. De gemeente mag hier niets mee doen.
9
Lokaal kader
Binnen onze gemeente zijn meerdere visiedocumenten die van invloed zijn op het armoedeen schuldenbeleid, namelijk: Toekomstvisie 2030 De toekomstvisie 2030 laat zien hoe we in Sittard-Geleen in 2030 wonen, werken, leren en ontspannen. Het beleidsplan armoede en schulden sluit aan bij dit visiedocument en omarmt de beschreven kernwaarden. Sociale veerkracht is een van de vier kernwaarden die de basis vormen van onze gemeentelijke Toekomstvisie 2030. Sociale veerkracht gaat over hoe snel mensen herstellen, fysiek en mentaal. We gaan op de eerste plaats voor de positieve gezondheid van onze inwoners. Daarnaast vinden we ook belangrijk: het versterken van de zelf- en samenredzaamheid, dat iedereen erbij hoort, sociale verbinding, veiligheid, het lerend vermogen, de betrokkenheid en het meedoen van onze inwoners. NOVI Zuid-Limburg In het plan van aanpak Nationale Omgevingsvisie (NOVI) voor Zuid-Limburg staan drie belangrijke opdrachten. Waaronder het sterker en gezonder maken van onze steden en het creëren van brede welvaart voor onze inwoners. Daarnaast is het inlopen van de sociale- en gezondheidsachterstanden ten opzichte van het gemiddelde in Nederland een doel. Kaderbrief en begroting De speerpunten uit de Toekomstvisie 2030 en de NOVI- aanpak Zuid-Limburg zijn leidend voor de doelen die in de kadernota 2021 en de programmabegroting 2022 zijn opgenomen.
Vanuit de programma’s Sociaal Domein, Volksgezondheid, Onderwijs en Veiligheid werken we samen, aan de doelen van de speerpunten. Door een totale/complete aanpak van armoede werken we aan de doelen van positieve gezondheid(sbeleving) en een leven lang leren. De aanpak richt zich op het voorkomen (vergroten kansengelijkheid), doorbreken (door middel van werk) en het verzachten van armoede-effecten.
Budgettair kader
De gemeentelijke middelen en mogelijkheden zijn zowel kwalitatief als kwantitatief beperkt. Het armoedebudget is nodig om onze wettelijke taken van bijzondere bijstand en schuldhulpverlening te vervullen en zetten we daarnaast in op gemeentelijke minimaregelingen.
10
2. Sittard-Geleen in beeld
In 2019 leefden
10.300
1 op de 11 huishoudens binnen de gemeente Sittard-Geleen heeft te maken met geregistreerde problematische schulden. Het
120%
inwoners ten minste 1 jaar van een inkomen tot 120% van het sociaal minimum.
1
gaat om
€€€€€
4.120 huishoudens.
1.850 personen lopen daarnaast een risico op een problematische schuld.
10
In 2019 groeide op de kinderen in Nederland op in een huishouden met een inkomen tot 120% van het sociaal minimum.
1
7
In Sittard-Geleen is dat op de kinderen. Dit zijn ruim 1.800 kinderen, waarvan 900 kinderen 4 jaar of langer opgroeien in een gezin met een inkomen tot 120% van het sociaal minimum. Hiervan groeien ongeveer 500 kinderen op in een huishouden tot 100 % van het sociaal minimum.
Belangrijkste inkomstenbron van huishoudens met problematische schulden: 38,5% werk uit inkomen 20,9% bijstandsuitkering
⋅ ⋅ ⋅ 9,6% inkomen pensioen ⋅ 8% inkomen als zelfstandige ⋅ 11,2% overig inkomen ⋅ 12,8% WAO of ZW-uitkering
12% van de inwoners
11,2%
8,0%
38,5%
van Sittard-Geleen is laaggeletterd.
9,6%
12,8%
20,9%
Vroegsignalering van schulden Jaarlijks verwachten we 6.700 signalen van betaalachterstanden bij woningcorporaties, energiebedrijven, waterbedrijven en zorgverzekeraars voor de gemeente Sittard-Geleen. Door de coronacrisis en de stijgende energieprijzen kan dit aantal verdubbelen.
Bronnen: CBS Statline 2019 en www.geletterdheidinzicht.nl
11
3. Visie Het college staat voor een sociale gemeente waarin mensen gezond en veilig wonen. Centraal staan het uitzicht geven op een betere toekomst en het welbevinden van onze inwoners. Hierbij sluiten we aan bij het belang van “brede welvaart” voor onze inwoners. Brede welvaart is breder dan alleen de economische groei. Bij brede welvaart gaat het ook om het belang van kansengelijkheid, gezondheid, onderwijs en een goede kwaliteit van de leefomgeving. Gelijke kansen voor iedereen en mee kunnen doen horen daarbij. Armoede en schulden staan dit in de weg. Als de bestaanszekerheid onder druk staat, heeft dat vaak gevolgen voor andere leefgebieden. Daarom is bestaanszekerheid de basis van een aanpak in het hele sociale domein. Om de cirkel van armoede en kansenongelijkheid succesvol te doorbreken, is het noodzakelijk om kansengelijkheid te verbinden aan doelen van andere beleidsterreinen in het sociaal domein zoals gezondheid, onderwijs en veiligheid. Maar ook op het gebied van wonen, economie en duurzaamheid en de energietransitie. Het college streeft naar een samenhangende aanpak. De lokale inclusie-agenda draagt bijvoorbeeld hieraan bij. Alle inwoners (moeten) kunnen meedoen, ook de inwoner met een laag inkomen. De ontwikkelpaden in de toekomstvisie 2030 gaan we vanuit deze samenhang in.
Zo ontwikkelen we samen, met inwoners en partners, een programma in Geleen-Zuid en Sittard-West. We zijn ervan overtuigd dat gezondheid, veiligheid, wonen, omgeving, inkomen, kansengelijkheid en meedoen elkaar beïnvloeden. We hebben in de afgelopen jaren al veel gedaan op het gebied van armoede- en schuldenaanpak. De uitdaging blijft om de samenhang en de samenwerking te vergroten. Het versterken van ons bestaande aanbod en het ontwikkelen van nieuwe vormen van ondersteuning. De behoefte van inwoners en samenwerkingspartners zijn heel belangrijk. We kijken ook naar landelijke voorbeelden die werken en naar nieuwe inzichten door onderzoek. We moeten wel eerlijk zijn over wat haalbaar is. De gemeente kan niet alle belemmeringen in het leven van onze inwoners wegnemen. Vanuit ‘positieve gezondheid’ richten we de aandacht op wat belangrijk is voor onze inwoners, dat het goed gaat met onze inwoners en hoe snel zij herstellen. Als gemeente kunnen we het lage inkomen dat een deel van onze inwoners heeft niet verhogen. Het inkomensbeleid is een taak van het Rijk. Daarnaast kan een deel van onze inwoners met een bijstandsuitkering, een arbeidsongeschiktheidsuitkering (WIA of Wajong) of een nabestaandenuitkering, om persoonlijke redenen geen hoger inkomen krijgen. En zelfs voor de werkende met een minimuminkomen is dat niet altijd mogelijk.
We stellen alles in het werk om inwoners met een bijstandsuitkering te ondersteunen op weg naar betaald werk. Om hen zo een beter financieel en sociaal uitzicht te bieden.
12
4. Zo doen we dat Vanuit bovenstaande visie zijn zes pijlers de basis van onze armoede- en schuldenaanpak:
Pijler 1: Samenhangende aanpak
Het college ziet de aanpak van armoede als een gezamenlijke opgave. Alleen een domeinoverstijgende aanpak, waarbij de verschillende beleidsterreinen, expertises, instrumenten en kansen slim en samenhangend worden gecombineerd, leidt tot succes. De ingewikkelde en veelkoppige armoedeproblematiek raakt bijna alle terreinen waar we als gemeente verantwoordelijk voor zijn: zorg en gezondheid, onderwijs en cultuur, jeugd, financiën, werk en economie, wonen en wijken, veiligheid, samenleven en integratie en duurzaamheid. Zowel het bestuur als de uitvoering moeten goed samenwerken.
Pijler 2: Samen met de gemeenschap
Armoede is een probleem dat de hele gemeente en gemeenschap aangaat. Door de hardnekkigheid en de moeilijkheid is iedereen nodig: inwoners, ervaringsdeskundigen, vrijwilligers, de wetenschap, bedrijven, scholen en maatschappelijke instellingen. We zijn samen verantwoordelijk. De gemeente heeft een verbindende rol. Er zijn nu al vele goede en waardevolle initiatieven in de stad om armoede aan te pakken en/of de gevolgen van armoede te verzachten. De verbinding, samenwerking en afstemming tussen al deze partners is een belangrijke sleutel tot succes. Dit wordt opgepakt in het nieuwe beleid in een steeds doorlopende cyclus.
Pijler 3: Bestaanszekerheid als vertrekpunt
Uit onderzoek blijkt dat armoede en schulden uitzicht op een beter bestaan in de weg staan. Ze werken verlammend en remmen de persoonlijke groei. Voor onze inwoner met schulden, is een stabiele en gezonde (financiële) situatie het belangrijkste. Vervolgens kan een taalcursus of hulp bij opvoeding aangeboden worden. Met andere woorden: bestaanszekerheid staat aan de basis van een aanpak die werkt binnen het hele sociaal domein! Vanuit dit startpunt ondersteunen we inwoners met armoede en schulden om stappen te zetten naar een betere toekomst. Het aanbieden van gelijke kansen en het bieden van uitzicht staan voorop. Om onze inwoners uitzicht te bieden op een beter perspectief ondersteunen we onze inwoners, waar mogelijk naar werk middels de dienstverlening van Vidar.
Pijler 4: Vroeg, laagdrempelig en outreachend
Het is belangrijk om zo vroeg mogelijk te signaleren als mensen niet weten hoe ze rekeningen moeten betalen of hoe de administratie werkt. Zo voorkomen we dat ze grote schulden opbouwen. Als mensen zijn vastgelopen en (problematische) schulden hebben, is het lastig om hier uit te komen. Vaak ontbreekt het zogenaamde “doenvermogen” bij mensen die (financiële) stress ervaren. Mensen zijn dan niet meer in staat om zelf actie te ondernemen en hulp te vragen, terwijl dit wel nodig is. Daarom is een outreachende benadering soms nodig om mensen te helpen. Dat wil zeggen dat de gemeente of andere maatschappelijke partners de eerste stap zetten naar de inwoner met financiële problemen.
13
Armoede en schuldhulpverlening- en alles wat hierbij hoort- heeft te maken met beeldvorming, stigmatisering en imago. Veel mensen ervaren een drempel om hulp te vragen. Of schamen zich om op tijd zaken te bespreken. Het vraagt veel moed om hierover te praten. Het betekent voor ieder mens om voorbij je eigen schaamte te komen. Het overbruggen van dit schaamtegevoel is de reden waarom een goede behandeling bij het (allereerste) contact heel erg belangrijk is. Een respectvolle benadering, vertrouwen en erkenning, positieve ondersteuning zonder oordelen, focus op eigen veerkracht en regie zijn daarbij noodzakelijk.
Pijler 5: Bevorderen kansengelijkheid
We moedigen kansengelijkheid aan en bieden hulp aan wie dat nodig heeft. Iedere inwoner verdient de kans zich maximaal te ontwikkelen. Wanneer het ontbreken van geld een hindernis vormt bij deze ontwikkeling, zetten we ons volledig in om deze hindernissen weg te nemen. Inwoners die moeite hebben zichzelf te redden, helpen we met armoedevoorzieningen. We zetten nieuwe manieren in om mensen aan werk te helpen. Ook bieden we zorg aan de inwoners die dit nodig hebben. Ieder kind verdient de beste start van zijn of haar leven en een zo goed mogelijke kans op een goede toekomst. Met een uitgebreid lokaal en regionaal programma werken we aan het verkleinen van gezondheidsverschillen en aan het verbeteren van de sociaaleconomische situatie.
Pijler 6: Benutten van wetenschappelijke en ervaren inzichten
De wetenschap biedt bruikbare kennis over factoren die bijdragen tot (langdurige) armoede. En kennis over de vele gevolgen ervan op gezondheid, emotioneel welzijn, samenleven en kansen. Dit geldt in het bijzonder voor de invloed die het opgroeien in armoede heeft op kinderen, jongeren en latere volwassenen. Wetenschappelijk onderzoek heeft nog geen oplossing voor armoede opgeleverd, maar wel handige instrumenten om bepaalde oorzaken en gevolgen aan te pakken. Met behulp van deze kennis proberen we de oorzaken van armoede beter aan te pakken. Ook proberen we te voorkomen dat mensen in armoede leven en dat armoede van generatie op generatie gaat. Al deze kennis en instrumenten kunnen we gebruiken als ze verder ontwikkeld en samengevoegd moeten worden. We moeten investeren in het steeds verbinden van nieuwe (wetenschappelijke) inzichten met de praktijk. En met ervaringskennis,– al lerend, – te komen tot een steeds weer vernieuwende, aanpak die werkt. Dit doen we samen met landelijke platforms en kenniscentra. En lokaal met andere gemeenten en Lectoraat Sociale Integratie van Hogeschool Zuyd.
14
5. Hier gaan we voor Onze aanpak armoede en schulden begint niet bij nul. In de afgelopen jaren hebben we al veel gedaan om inwoners in armoede en schulden te helpen, zowel vanuit preventie maar ook als oplossing bij bestaande problemen. De aanpak samen met onze inwoners en maatschappelijke partners gaan we verder versterken, verbinden en vergroten. Om dat wat we doen nog beter te maken! We stellen vier doelen vast waar onze aanpak aan bijdraagt:
Doel 1: Voorkomen
“Niet iedereen leert thuis om verstandig met geld om te gaan. Daarom dragen we graag bij om jong en oud op weg te helpen bij het maken van verstandige keuzes. De ene keer in het klaslokaal of de mensen thuis. De andere keer help ik mensen die onder bewind staan op weg om hun financiën weer zelf te doen”. “Als woningcorporatie krijgen we met regelmaat te maken met huurders die het niet lukt om hun huur te voldoen. Als financieel coach kijk ik graag met mensen naar een oplossing. Als dat niet lukt, dan werken we in het kader van vroegsignalering samen met de gemeente en onze partners. Als we met deze samenwerking weer iemand op weg kunnen helpen, dan geeft dat veel voldoening”. Angelica Eussen (Zo Wonen), Roy Spiertz (Kredietbank Limburg) en Nieki Mevissen (Partners in Welzijn).
15
Preventie kent veel vormen en begint al bij onze jongste inwoners. Om tot een trendbreuk te komen op het gebied van gezondheid en meedoen in onze samenleving investeren we hierin. Onze jongsten kansrijk geboren laten worden en gelukkig en gezond laten opgroeien is een investering in hun leven en in dat van hun kinderen. Zij zijn de ouders van de toekomst en wensen een fijn leven, zonder geldzorgen. Het voorkomen van financiële problemen, het uit de hand lopen van schulden (vroegsignalering) of herhaling (recidive), draagt daar aan bij. Met preventie willen we de financiële zelfredzaamheid van inwoners vergroten en gezond financieel gedrag aanmoedigen. Het vroeg signaleren van betalingsachterstanden en beginnende schulden voorkomt dat problemen verergeren. De aanpak van beginnende schulden is in een vroege fase nog relatief eenvoudig en het effect hoog. Het doorbreken van de “cirkel van armoede” is een grote uitdaging bij de ontwikkeling van preventieactiviteiten. Wie eenmaal in deze “cirkel” belandt, komt daar moeilijk uit. Uit onderzoek van het Sociaal Cultureel Planbureau blijkt dat de kans om in het 1e jaar uit de
Achterstand in ontwikkeling Achterstand in onderwijs
Hoge woonlasten door onvoldoende betaalbare en energiezuinige woningen
CIRKEL VAN ARMOEDE Minder goed en slechte gezondheid Geen of onbetaald werk
Onvoldoende inkomen
16
Weinig of geen mogelijkheden voor cultuur en sport
armoede te stromen ongeveer 60% is. Na dit eerste jaar daalt dit tot ongeveer 20%. Het is dan ook belangrijk dat we onze aandacht richten op preventie om te voorkomen dat onze inwoners in armoede terecht komen. En als dat toch gebeurt, onze inwoners ondersteunen om er zo snel mogelijk uit te komen. Het hebben of krijgen van betaald werk is belangrijk bij het doorbreken van deze cirkel. Reken- en taalvaardigheden en digitale kennis, maar ook persoonlijke kenmerken en de sociale omgeving zijn van invloed op de financiële redzaamheid. De complexiteit en het meer digitaal worden van onze maatschappij stelt eisen aan de basisvaardigheden (lezen, schrijven, rekenen en digitale vaardigheden) en de financiële (zelf)redzaamheid van mensen. Niet iedereen kan hieraan voldoen. Mensen die laaggeletterd zijn, een taalachterstand, een psychische of (licht)verstandelijke beperking hebben, hebben vaak moeite met het regelen van hun geldzaken. Niet iedereen kan dit leren. In dat geval is de gemeente verantwoordelijk voor het bieden van de juiste hulp. Communicatie is belangrijk bij het onderwerp armoede en schulden. Ons doel is het besef, de openheid, vindbaarheid en het imago over armoede en schulden te verbeteren. De boodschap en communiecatiemiddelen sluiten aan bij de verschillende doelgroepen. We geven makkelijke en eenvoudige informatie over armoede en schulden.
We houden in onze communicatie rekening met laaggeletterdheid. Om schaamte weg te halen en geldzorgen bespreekbaar te maken zetten we ervaringsverhalen (verhalen van mensen die te maken hebben met armoede en schulden) in. De gemeente heeft mogelijkheden om mensen met weinig geld te helpen. We zetten ons in om deze regelingen en het gebruik van deze regelingen zo makkelijk mogelijk te maken. We zorgen dat meer werkende armen en ondernemers met een laag inkomen onze regelingen kennen.
17
Doel 2: Perspectief bieden op een betere toekomst
Als je in de schulden zit lijkt de situatie uitzichtloos. Door naast iemand te gaan staan en samen kleine haalbare toekomstdoelen te stellen, lukt het om stapje voor stapje weer vertrouwen te krijgen in de toekomst. Vaak is dit geen makkelijke weg. We beiden samen perspectief op een beter bestaan!” Theo Stassen (Het Goed) en Joyce Cuppens (Jongerenloket).
Wij willen kansengelijkheid vergroten en inwoners met een laag inkomen uitzicht geven op een beter bestaan. De aanpak verschilt per persoon. Voor de een is het werk, voor de ander een opleiding en voor een derde zijn of haar weg vinden in de moeilijke samenleving door het aanleren van (basis)vaardigheden. Of een combinatie daarvan. Hier werken we samen met onze inwoners en maatschappelijke partners aan. Bij het Jongerenloket worden jongeren ondersteund waar nodig, om ze op die manier de meest optimale kansen te kunnen bieden. Dit betekent jongeren stimuleren en ondersteunen om onderwijs te volgen en te voorkomen dat ze uitvallen. Waar onderwijs niet passend is, zetten we in op ondersteuning richting de arbeidsmarkt. Hierbij wordt samengewerkt met Vidar, om werk te vinden of vaardigheden te ontwikkelen. We kijken vanuit de verschillende (leef)gebieden wat een huishouden nodig heeft om verder te komen. Uitgangspunt hierbij is om te kijken naar de talenten en de krachten van onze inwoner. We stimuleren de inwoner om zijn of haar talenten en krachten te ontdekken en te vergroten. Professionals en vrijwilligers kunnen een grote rol spelen in het bevorderen van de eigen regie van onze inwoners, het aanspreken van kwaliteiten, het ontwikkelen van vaardigheden en het vergroten van eigenwaarde en zelfvertrouwen.
Het vergroten van deze eigenschappen draagt bij om stress en spanningen te verminderen, problemen op te lossen of stabiel te houden.
18
Doel 3: Meedoen zonder belemmeringen
“Iedereen verdient de kans om mee te doen aan de normale dingen in het leven. Het niet hebben van geld mag dat niet in de weg staan. Ik geniet ervan als een jongetje van 11 eindelijk zijn droom kan vervullen door keyboard te spelen. Of als een alleenstaande moeder eindelijk even aan de dagelijkse stress kan ontsnappen door te gaan sporten. Daar doen we het voor! Snezana Sesum (Stichting Leergeld), Pauline Schaafstra (Samen voor alle Kinderen), Chantal Mentink (Volwassenenfonds) en Susanne Suykerbuyk (Kindcentrum Sittard).
De hele leefsituatie zegt iets over hoe goed het gaat met onze inwoners. Over hun welbevinden. Financiële beperkingen in combinatie met minder gunstige leefomstandigheden kunnen tot armoede, minder meedoen aan de maatschappij en sociale uitsluiting leiden. Bij sociale uitsluiting raken mensen afgezonderd en vervreemd van de samenleving. Dat komt omdat ze minder mogelijkheden hebben om deel te nemen aan maatschappelijke activiteiten en om sociale contacten te onderhouden. Kinderen die opgroeien in armoede kunnen minder vaak meedoen aan sociale en culturele activiteiten. Kinderen kunnen zich hierdoor uitgesloten voelen. Volgens experts beperkt een kleine wereld met weinig rolmodellen en aanmoediging of hulp kinderen in hun ontwikkeling. Iedere inwoner moet echt mee kunnen doen, los van zijn of haar financiële situatie. Iedereen verdient de kans om zich te ontwikkelen tot wie hij of zij kan of wil zijn. Waar mogelijk zetten we ons in om te voorkomen dat mensen in armoede leven. Mensen die in armoede leven geven we uitzicht door bijvoorbeeld werk aan te bieden. Zodat zij zo kort mogelijk in armoede leven. Maar voor sommige inwoners is dat niet haalbaar. Zij hebben een laag inkomen als gevolg van een ziekte of ouderdom. Wij vinden het belangrijk dat iedereen, los van de financiële situatie, mee kan doen aan sport, cultuur of andere sociale activiteiten.
19
Doel 4: Samenwerking versterken
Als we elkaar goed weten te vinden en de inwoner als mens kunnen ontmoeten, vasthouden en niet meer loslaten, dan gebeuren er mooie dingen. Samen komen we verder. 1+1=3! Avaina Jordan ( Stichting Mee), Dick Haster (Werkplaats Financien), Yasmin Mohamed (Vluchtelingenwerk) en Maret de Raad (Sociaal Overleg).
Een belangrijk uitgangspunt van onze aanpak armoede en schulden, is dat we naar het hele plaatje kijken van onze inwoner. Dit vergroot ook de kans dat de aanpak werkt. Er moet niet alleen aandacht zijn voor bijvoorbeeld het oplossen van schulden of het verzachten van de armoede. Ook de omstandigheden of oorzaken die samenhangen met armoede of schulden zijn belangrijk. Denk aan gezondheid, de gezinssituatie, problemen rondom de woonsituatie, verslaving of psychosociale problemen. Om de situatie van de inwoner volledig te bekijken, is samenwerking nodig. Het is belangrijk dat iedereen die onze inwoner helpt, elkaar weet te vinden en de juiste kennis inzet. Het karakter, de grootte en de verschillen van de problemen vraagt om samenwerking en gezamenlijke verantwoordelijkheid. En gelukkig werken we op veel verschillende manieren al met elkaar samen. Zo hebben Kredietbank Limburg, Partners in Welzijn, Werkplaats Financien en Humanitas de samenwerking versterkt en verstevigd om inwoners met hun administratie of hun (beginnende) schulden te ondersteunen. Waar mogelijk laagdrempelig met de inzet van vrijwilligers, als dit nodig is vanuit professionele ondersteuning. De bestaande Gebiedsgerichte aanpak is een voorbeeld van een werkwijze waarbij verschillende maatschappelijke partners samenwerken, voor onze inwoners met meerdere
20
problemen. Vaak is er sprake van armoede en schulden in samenhang met bijvoorbeeld psychosociale problemen of met de woon/leefsituatie. Er worden tussen de verschillende maatschappelijke partners afspraken gemaakt over de rol van de verschillende hulpverleners en hun verantwoordelijkheid. Er wordt gewerkt met 1 gezin, 1 plan, 1 regisseur . Ook zijn er veel goede initiatieven van vrijwilligers, fondsen en instanties in SittardGeleen. De gemeente wil graag meer samenwerken met maatschappelijke organisaties en adviesraden, waaronder ook de Kinderwijkraad en besturen van kerk of moskee. Deze partners weten wat er speelt in onze wijken en welke problemen mensen met armoede en/ of schulden hebben. Ervaringsdeskundigen weten als geen ander welke gevolgen armoede, schulden of laaggeletterdheid hebben op je leven. We gaan in gesprek met onze netwerkpartners hoe we de inzet en betrokkenheid van ervaringsdeskundigen kunnen vergroten. De verbinding, samenwerking en afstemming tussen al deze partners is een belangrijke sleutel tot succes.
Met wie zijn wij al in gesprek? Buurtgezinnen
Kinderwijkraad
Stichting Leergeld
Doors2open
Klantenpanel KBL
Stichting Mee
Engele van Zitterd-Gelaen
Knooppunt Informele Zorg
Stichting Platform Allochtonen Breed
Gemeente Sittard-Geleen
Kom’mit
Stichting Vluchtelingenwerk
Graaf Huyn College
Kredietbank Limburg
Voedselbank
Humanitas
Moskee Al Wasatia
Werkgroep STA
Jeugdfonds Sport en Cultuur
Moskee El-Mohsinine
Werkplaats Financien
Jongk
Moveoo
WMO Adviesraad
Stuurgroep Diaconie, Parochie Vrangendael & Stadbroek
Partners in Welzijn
Woningcorporaties
Kindcentrum Sittard
21
Sociaal Overleg
6. Dit gaan we doen We zetten activiteiten in om bovenstaande doelen te halen. In onderstaande afbeelding staat een overzicht van de activiteiten per doel. We maken een verschil tussen bestaande activiteiten waar we mee door gaan, bestaande activiteiten die we versterken en nieuwe activiteiten. In bijlage 3 staat meer informatie over de activiteiten.
Perspectief
⋅ ⋅ ⋅ ⋅ ⋅ ⋅ ⋅ ⋅ ⋅ ⋅
Inzet Vidar; participatie naar vermogen Ontdek- en ontwikkelplaatsen voor jongeren Schuldhulpverlening Sluitende aanpak Jongerenloket Budget coaching Samenhangende aanpak op alle leefgebieden Stress-sensitieve dienstverlening / omgekeerde toets Pilot Jongerenperspectief fonds Pilot WerkloonT Pilot ‘aan de slag’ Geleen-Zuid /Sittard-west
Voorkomen
⋅ ⋅ ⋅ ⋅ ⋅ ⋅ ⋅ ⋅ ⋅ ⋅ ⋅
Voorlichting op scholen Kansrijke start / Gelijke Kansen Alliantie / Trendbreuk Vroegsignalering schulden Nazorg schuldhulpverlening Vergroten basisvaardigheden Vergroten financiële redzaamheid Doorbreken taboe / schaamte Gebruik maken van regelingen, toeslagen en kwijtschelding vergroten Aansluiten Geldfit Aandacht voor life-events Werkgevers-aanpak financiële problemen werknemers
VOORTZETTEN VERSTERKEN VERNIEUWEN
Meedoen
⋅ ⋅ ⋅ ⋅ ⋅ ⋅ 22
Sociale pleinen Pro-actief verstrekken van regelingen Aanpak eenzaamheid Inkomensbeheer Samen voor alle Kinderen Pilot Volwassenenfonds
Samenwerken
⋅ ⋅ ⋅ ⋅ ⋅
Samenwerking / verbinding maatschappelijke partners Inzet ervaringsdeskundigheid Sociaal Café Manifest Aansluiten Alliantie Kinderarmoede
7. Wet gemeentelijke schuldhulpverlening De Wet gemeentelijke schuldhulpverlening (Wgs) verplicht gemeenten een plan op te stellen dat richting geeft aan integrale schuldhulpverlening aan haar inwoners. In artikel 2 Wgs wordt beschreven welke onderwerpen in ieder geval aan bod moeten komen, namelijk:
Het plan moet richting geven aan de integrale schuldhulpverlening aan inwoners
Integrale schuldhulpverlening wordt niet gedefinieerd in de wet. Wij gebruiken een dubbele betekenis van het begrip. Enerzijds betekent integraal dat wordt uitgegaan van alle stappen van preventie (voorkomen) tot nazorg. Anderzijds betekent integraal een brede benadering van de aanpak. Niet alleen de aanpak van schulden, maar ook van de bredere problematiek zijn belangrijk. Het plan bevat de hoofdzaken van het beleid van de gemeente. Het doel is voorkomen dat inwoners schulden aangaan die ze niet kunnen betalen. De manier waarop we invulling geven aan deze betekenis van integrale schuldhulpverlening loopt als rode draad door het hele beleidsplan (o.a. visie, doelen en activiteiten).
Het plan wordt voor maximaal 4 jaar vastgesteld
Dit plan is geschreven voor de periode 2022 tot 2026. Hiermee voldoen we aan de voorwaarde. Het plan kan tussentijds gewijzigd worden.
Te behalen resultaten
Het resultaat van onze aanpak is dat zo min mogelijk mensen in de schulden komen. En als ze toch in de schulden komen, dit zo kort mogelijk is. We willen dat mensen zo min mogelijk last hebben van schulden. Wat we willen bereiken is verder uitgewerkt in hoofdstuk 4 “Hier gaan we voor”. Het meten van resultaten wordt beschreven in hoofdstuk 7 “Meten en beleven”.
Borging kwaliteit uitvoering schuldhulpverlening
De kwaliteit van onze hulp is belangrijk. Daarom werken we met afgesproken werkwijzen zoals de afhandeling van klachten en de bezwaarprocedure. De Kredietbank Limburg voert de taken en bevoegdheden vanuit de Wgs uit. Kredietbank Limburg is aangesloten bij de NVVK en werkt volgens deze gedragsregels. Binnen Kredietbank Limburg vindt een modernisering plaats. Zowel van de redenen waarom activiteiten ingezet worden alsook van resultaten. Het bestuur van Kredietbank Limburg bewaakt en stuurt hierin.
Vormgeven samenwerking schuldeisers
Sinds april 2021 is gemeente Sittard-Geleen aangesloten bij het Landelijk Convenant Vroegsignalering. Er zijn afspraken vastgelegd over het sociale incassotraject bij de schuldeiser, het moment van melden van een betaalachterstand, opschorten incasso-activiteiten en het opvolgen van de achterstandsmeldingen. Bijna alle vaste lasten schuldeisers zijn aangesloten bij dit convenant. Met lokale partijen, zoals woningcorporaties, zijn lokale overeenkomsten afgesloten. Met deze woningcorporaties hebben we regelmatig overleg om de voortgang van de vroegsignalering te bespreken en de aanpak eventueel bij te stellen.
23
Termijn tot eerste gesprek waarin hulpvraag wordt vastgelegd
Wanneer een inwoner een schuldhulpvraag stelt en/of wanneer de gemeente een signaal ontvangt in het kader van vroegsignalering, vindt uiterlijk binnen vier weken een eerste gesprek plaats. We hanteren de stelregel: hoe korter, hoe beter. Bij een dreigende situatie vindt het eerste gesprek binnen 3 dagen plaats. Een dreigende situatie is: gedwongen woningontruiming, beëindiging van de levering van gas, elektriciteit, stadsverwarming of water of opzegging dan wel ontbinding van de zorgverzekering.
Vormgeven schuldhulpverlening gezinnen met minderjarige kinderen
Gezien het gevolg dat opgroeien in armoede/schulden heeft op kinderen, krijgen gezinnen met minderjarige kinderen voorrang binnen de Wgs. In Sittard-Geleen is bij de aanpak vroegsignalering gekozen om deze doelgroep voorrang te geven. Deze signalen worden opgevolgd met een huisbezoek. Ook binnen de preventieve activiteiten (activiteiten gericht op het voorkomen van schulden) is deze doelgroep belangrijk, zodat de cirkel van armoede/schulden kan worden doorbroken. Daarnaast geven we via onze ketenpartners (partijen waar we mee samenwerken) extra aandacht aan deze gezinnen. Denk bijvoorbeeld aan Partners in Welzijn, Veiligheidshuis, Integrale Gebiedsgerichte Teams, Kindcentrum, e.d. Zo sluiten we aan op integrale (keten) samenwerking, waardoor (financiële) problemen bij ouders en hun kinderen snel opgepakt kunnen worden.
Uitsluitingsgronden
Iedere inwoner van de gemeente Sittard-Geleen heeft toegang tot schuldhulpverlening. Behalve personen die niet rechtmatig in Nederland verblijven in de zin van artikel 8, onder a tot en met e en l, van de Vreemdelingenwet 2000. Het college mag mensen de toegang tot schuldhulp weigeren. Bijvoorbeeld omdat iemand zich niet houdt aan afspraken, zich ernstig misdraagt tegenover hulpverleners of wanneer sprake is van een verzoek tot een hernieuwd schuldhulpverleningstraject. Het college kan in beleidsregels beëindigingsgronden van schuldhulpverleningstrajecten vastleggen.
24
8. Meten en beleven We zien dat armoede/schulden een breed en ingewikkeld probleem is, dat niet op zichzelf kan worden gezien. Armoede is meer dan alleen financiële armoede. Het is een optelsom van achterstanden op het gebied van inkomen, wonen, kennis, gezondheid en toegang tot overheidsvoorzieningen. Ook is niet alles maakbaar, er zijn wettelijke en budgettaire grenzen. Het effect van het armoede- en schuldenbeleid is niet makkelijk in meetbare, kwantitatieve doelen uit te drukken. Het is een verschijnsel dat niet met een getal of streefcijfer is uit te drukken. Armoedebeleid is een optelsom en dat betekent dat het zinvoller en haalbaarder is om juist het effect van de deeltjes (=activiteiten) te meten. Dragen zij bij aan de grotere gestelde doelen (voorkomen, perspectief bieden, meedoen en samenwerken)? Zo kunnen we bepalen of activiteiten de investering waard zijn.
Eerst meer onderzoek, dan meetbare doelen stellen!
We kiezen er, op basis van bovenstaand gegeven, bewust voor om in dit beleidsplan (nog) geen meetbare beleidsdoelen op te nemen. Hier is namelijk meer onderzoek voor nodig. Over het algemeen staat in Nederland het bewaken van effecten van armoede- en schuldenbeleid nog in de kinderschoenen. Het aanleveren van kengetallen, zoals doorlooptijden, aantal inwoners dat gebruik maakt van ondersteuning en het al dan niet succesvol beëindigen van een ondersteuningsvorm is niet zo moeilijk. Maar wat zeggen die kengetallen over hoe succesvol het beleid is of in hoeverre het bijdraagt aan het welbevinden van onze inwoner? Er zijn een aantal landelijke en lokale monitors zoals de Divosa Benchmark Armoede en Schulden, de Landelijke Monitor Vroegsignalering en het dashboard schuldhulpverlening van Kredietbank Limburg. Deze monitors helpen onze gemeente aan kengetallen, deze vergelijken we met de kengetallen van andere gemeenten. Ook voor effectmeting en klantbelevingsonderzoek zijn enkele methodieken en onderzoeksbureaus beschikbaar. Bijvoorbeeld het Kwaliteitskompas en de Effectencalculator van Movisie en de effectenmonitor van Purpose. Daarnaast maakt de Kredietbank Limburg gebruik van Mesis. Dit is een betrouwbaar screeningsinstrument om inzicht te krijgen in (taal)vaardigheden, leerbaarheid en de mate van (zelf)redzaamheid.
Ook kan de ontwikkeling door inzet van ondersteuning gemeten worden. Tot slot zoeken we de samenwerking op met bijvoorbeeld Hogeschool Zuyd (Leeratelier Impact Beleid). Kortom: er zijn veel meetinstrumenten, landelijk en lokaal. Het is belangrijk de juiste meetinstrumenten te kiezen, op activiteitenniveau, combinaties van activiteiten en over het totaal. Het onderzoek naar de passende meetindicatoren en meetinstrumenten vindt in 2022 plaats en de resultaten worden aan de raad gepresenteerd. In 2023 gaan we aan de slag met een nulmeting om vervolgens vooruitgang te meten in de volgende jaren. Naast de beleving van onze inwoners, is ook de beleving en ervaring van onze maatschappelijke partners belangrijk.
25
BIJLAGE 1: Wettelijk kader Hoofdwetten
Toelichting
Participatiewet en IOAW
Gemeentelijke taak om bijstand te verlenen en om mensen te ondersteunen bij arbeidsparticipatie. bijzondere bijstand: Inwoners met een laag inkomen die noodzakelijke kosten hebben vanwege bijzondere omstandigheden kunnen hier een vergoeding voor krijgen. individuele inkomenstoeslag: Als de inwoner 5 jaar of langer een bijstandsuitkering, of een inkomen op bijstandsniveau heeft, kan de inwoner 1 x per jaar extra geld aanvragen. individuele studietoeslag: Studenten die door hun medische beperking structureel niet in staat zijn om naast hun studie bij te verdienen of slecht marginaal, kunnen deze aanvullende toeslag aanvragen.
⋅ ⋅ ⋅
26
Besluit bijstandsverlening zelfstandigen (Bbz) en IOAZ
Is er op gericht om inwoners te ondersteunen bij het starten van een eigen onderneming vanuit een bijstandssituatie. Daarnaast kunnen bestaande ondernemers die in financiële problemen komen een beroep doen op een aanvullend inkomen vanuit de Bbz, onder bepaalde voorwaarden.
Wet gemeentelijke schuldhulpverlening (Wgs)
Sinds de inwerkingtreding van de Wgs is schuldhulpverlening een taak van gemeenten. De wet geeft een ruim kader waarbinnen de gemeente de schuldhulpverlening dient vorm te geven, van preventie tot en met nazorg.
Aanverwante wetten SOC
Toelichting
Wet Maatschappelijke Ondersteuning (WMO)
Gemeenten zijn verantwoordelijk voor de ondersteuning van mensen die niet op eigen kracht zelfredzaam zijn.
Jeugdwet
Gemeenten zijn verantwoordelijkheid voor preventie, ondersteuning, hulp en zorg aan jeugdigen en ouders bij opgroei- en opvoedingsproblemen, psychische problemen en stoornissen.
Wet op het Primair Onderwijs
Op basis van deze wet dient de gemeente in samenspraak met de kinderopvang en het primair onderwijs vast te leggen welke kinderen voor voorschoolse educatie in aanmerking komen en hoe gezorgd wordt dat zij daadwerkelijk kunnen starten. Tevens dient de gemeente te zorgen dat er voldoende voorzieningen zijn voor voorschoolse educatie.
Wet Educatie en Beroepsonderwijs (WEB)
Deze wet streeft naar een verbetering van taal- en rekenvaardigheid van volwassenen die deze vaardigheden onvoldoende beheersen. Wie Nederlands kan spreken en schrijven, kan zich beter redden in werk, op school en in sociale contacten. Het doel van de WEB is mede het vergroten van de zelfredzaamheid en participatie van laaggeletterde en anderstalige inwoners.
BIJLAGE 1: Wettelijk kader
27
Aanverwante wetten SOC
Toelichting
Wet Inburgering
Gemeenten voeren per 1 januari 2022 regie op de inburgering. Hierbij word nwoners die inburgeringsplichtig zijn, ondersteund bij het leren van de Nederlandse taal en het meedoen in de maatschappij. Gemeenten krijgen met de komst van deze wet tevens de opdracht om statushouders tijdelijk financieel te ontzorgen en hen financieel redzaam te maken.
Besluit basisvoorwaarden kwaliteit voorschoolse educatie
De gemeente zorgt ervoor dat kinderen vanaf 2,5 jaar met (een risico op) een onderwijsachterstand tenminste 960 uur voorschoolse educatie kunnen ontvangen.
Aanverwante wetten overig
Toelichting
Faillissementswet
Wanneer een onderneming of een persoon failliet gaat, dan regelt het faillissementsrecht onder andere zaken als het verdelen van het vermogen van de schuldenaar ten behoeve van de gezamenlijke schuldeisers.
Wet Schuldsanering Natuurlijke Personen
Er kan alleen gebruik gemaakt worden van de WSNP als er eerst een serieuze poging gedaan is om een minnelijke schuldregeling tot stand te brengen.
Wet wijziging curatele, beschermingsbewind en mentorschap
Wanneer mensen tijdelijk of blijvend door hun lichamelijke of geestelijke toestand niet in staat zijn hun financiële belangen te behartigen, kan een beschermingsmaatregel zoals beschermingsbewind worden aangevraagd bij de kantonrechter. Op 1 januari 2014 is de wet wijziging curatele, beschermingsbewind en mentorschap in werking getreden, en vanaf dat moment zijn ook problematische schulden een grond voor toewijzing van beschermingsbewind.
Wet vereenvoudiging beslagvrije voet (Wvbvv)
De beslagvrije voet is het deel van het inkomen waar geen beslag op mag worden gelegd door schuldeisers. Dit zorgt ervoor dat mensen met schulden die te maken krijgen met beslaglegging op hun inkomen altijd een minimum bedrag overhouden om van te leven. De nieuwe wet maakt de berekening van de beslagvrije voet betrouwbaarder. Het proces van beslaglegging wordt zo ingericht dat beslagleggende partijen beter op de hoogte zijn van elkaars beslagen.
BIJLAGE 2: Lokale regelingen
28
Extra
Toelichting
Benefitspas
Met de Benefitspas krijgt de inwoner korting bij meer dan 200 lokale bedrijven.
Zorgverzekeringspakket
Voor inwoners met een laag inkomen (tot 150% van het sociaal minimum) heeft de gemeente samen met VGZ twee zorgverzekeringen samengesteld.
Tegemoetkoming Zorgkosten
De gemeente betaalt een deel van uw zorgkosten als u chronisch ziek of gehandicapt bent en uw verzekering niet alles vergoedt.
Wet Kinderopvang
De gemeente vergoedt een deel van de eigen bijdrage kinderopvang die inwoners met een laag inkomen moeten betalen.
Subsidieregeling peuteropvang en voorschoolse educatie 2020
Kinderen hebben de mogelijkheid om op basis van deze regeling met 2 jaar te starten met voorschoolse educatie.
Meedoen
Toelichting
Samen voor alle Kinderen
Inwoners met een laag inkomen kunnen een vergoeding aanvragen voor hun kinderen ten behoeve van bijvoorbeeld zwemlessen, sport, cultuur of een uitje.
Volwassenenfonds
Inwoners met een laag inkomen kunnen via het Volwassenenfonds deelnemen aan sport of culturele activiteiten.
BIJLAGE 3: Activiteitenoverzicht Tabel 1: Activiteitenoverzicht Voorkomen VERGROTEN Activiteit
Toelichting
Voorlichting op scholen
37% van de Mbo’ers die 18 jaar is of ouder heeft minimaal 1 schuld. 1 op de 4 heeft betalingsachterstanden. Om jongeren voor te bereiden op de financiële uitdagingen die zij tegen gaan komen, is het belangrijk dat zij leren omgaan met geld. Het bijbrengen van financiële vaardigheden, net als de invloed van reclame en verleidingen is belangrijk. Goed leren omgaan met geld gaat niet vanzelf. Door kinderen van jongs af aan financiële vaardigheden aan te leren zoals sparen, plannen en omgaan met verleidingen, bereid je hen voor op een toekomst waarin zij verstandige financiële keuzes kunnen maken. We zetten in op een aanpak vanaf 6 jaar – 18 jaar. Dit doen wij a.d.h.v. projecten zoals “My cash my future” en “Smart met geld”.
Kansrijke start/ Gelijke Kansen Alliantie/ Trendbreuk
Kansrijke start: een investering in de eerste 1000 dagen van ( vanaf de bevruchting) een kind bij kwetsbare ouders. Gelijke Kansen Alliantie: Hierbij zijn afspraken gemaakt over interventies, onderzoek en kennisdelingsactiviteiten gericht op het bevorderen van kansengelijkheid binnen het onderwijs. Kinderen moeten de kans krijgen om hun talenten optimaal te ontwikkelen en actief mee kunnen doen in de samenleving. Binnen onze gemeente geven we dit vorm middels: Gezonde basisschool van de Toekomst; basisscholen waarbij structureel aandacht is voor voeding, een gezonde lunch tijdens school en beweging voor kinderen, waardoor kinderen vitaler en gezonder worden. Daarnaast is er intensief aandacht voor sport, cultuur en ontspanning. ‘Petje af’ helpt kinderen tussen de 10 en 14 jaar ontdekken wat hun talenten en mogelijkheden zijn. Vooral door de kinderen te helpen hun zelfvertrouwen te vergroten. Vanuit het programma Trendbreuk zetten we verder in op het tegengaan van overgewicht bij kinderen door bijvoorbeeld de aanpak Jongeren Op Gezond Gewicht (JOGG).
⋅ ⋅ ⋅
29
Betrokkenen
⋅ ⋅ ⋅ ⋅ ⋅ ⋅
Scholen Jongeren Kredietbank Limburg Humanitas Stichting MEE Ervaringsdeskundigen
⋅ ⋅ ⋅ ⋅ ⋅ ⋅ ⋅
Trendbreuk Zuid-Limburg GGD Zuid Limburg Kindante Petje Af Lokale Verenigingen en Stichtingen Ministerie VWS/Provincie Gemeente
Tabel 1: Activiteitenoverzicht Voorkomen VERGROTEN Activiteit
Toelichting
Vroegsignalering schulden
Om te voorkomen dat betalingsachterstanden oplopen tot een problematische schuld, is het belangrijk om zo vroeg mogelijk te signaleren wanneer mensen vastlopen met hun administratie en het betalen van rekeningen. Hiervoor ontvangen we signalen van vaste lasten schuldeisers, zoals woningcorporaties, zorgverzekeraars, energie- en waterbedrijven, zodat betaalachterstanden in een vroeg stadium pro-actief, outreachend worden opgevolgd. Onder andere door het verrichten van huisbezoeken. Samen met de inwoner wordt gezocht naar een passende oplossing en wordt het betaalritme van de vaste lasten hersteld. De aanpak vroegsignalering is beschreven in het “Aanvalsplan vroegsignalering schulden”.
Nazorg schudhpverlening
Om te voorkomen dat inwoners gedurende of na een schuldhulpverleningstraject uitvallen of terugvallen, is nazorg van groot belang. Inwoners worden op maat ondersteund door professionals en/of vrijwilligers. Hierbij wordt uiteraard rekening gehouden met het stimuleren en ontwikkelen van eigen regie en zelfredzaamheid. De pilot “duurzame schuldhulpverlening” wordt opgenomen in de reguliere dienstverlening.
Vergroten basivaardigheden
Voldoende kunnen lezen, schrijven, rekenen en beschikken over digitale vaardigheden is nodig om een stabiele financiële situatie te krijgen en te houden. Laaggeletterden en laaggecijferden zijn oververtegenwoordigd onder de mensen die zich aanmelden bij schuldhulpverlening. Dit is bijna de helft. De aanpak basisvaardigheden bestaat uit: Dienstverlening beter laten aansluiten bij de mogelijke doelgroep Maken van een begrijpelijk en toegankelijke omgeving (brieven, websites, communicatie) Ondersteunen van inwoners om hun basisvaardigheden te vergroten
⋅ ⋅ ⋅
30
Betrokkenen
⋅ ⋅ ⋅ ⋅ ⋅ ⋅
Vidar Kredietbank Limburg Partners in Welzijn Signaalpartners Werkplaats Financiën Humanitas
⋅ ⋅ ⋅ ⋅ ⋅
Kredietbank Limburg Werkplaats Financien Humanitas Vrijwilligers PIW Ervaringsdeskundigen
⋅ ⋅ ⋅ ⋅ ⋅ ⋅
PIW Vidar Stichting Lezen en Schrijven Vista-college Cubiss De Domijnen
Tabel 1: Activiteitenoverzicht Voorkomen VERGROTEN Activiteit
Toelichting
Vergroten financiële redzaamheid
Gezond financieel gedrag is gedrag dat voorkomt dat er achterstanden in betalingen ontstaan. Om dit gedrag te vertonen is het noodzakelijk dat de uitgaven in lijn zijn met inkomsten en dat er goed financieel beheer plaats vindt. Dit houdt in dat mensen vooruitplannen, zich bewust zijn van financiële risico’s en maatregelen treffen. De ondersteuning kan zijn: Interventies gericht op voorlichting, lespakketten op school, budgetcoaching en -training, allen gericht op gedragsverandering. Interventies gericht om (tijdelijk) de verantwoordelijkheid over te nemen van de inwoner, om de geldzaken weer op orde te krijgen en minder gericht zijn op de gedragsverandering; doorbetalen van vaste lasten, budgetbeheer, beschermingsbewind.