CConstaterende datSittard-Geleen
Koppel je AI →
Document · PDF

Begroting 2024 op Hoofdlijnen

Raad 8 november 2023, gemeente Sittard-GeleenBij agendapunt: Programmabegroting 202410.880 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

BEGROTING 2024 OP HOOFDLIJNEN Sittard-Geleen

Iedereen doet mee in Sittard-Geleen

1

INHOUDSOPGAVE INHOUDSOPGAVE ....................................................................................................................................................2 INLEIDING ..................................................................................................................................................................3 1.

BESTUURLIJKE SAMENVATTING...........................................................................................................................5

2.

PORTEFEUILLEVERDELING OP HOOFDLIJNEN.......................................................................................................12

3.

HET FINANCIEEL PERSPECTIEF............................................................................................................................13

4.

DE BEGROTING IN ÉÉN OOGOPSLAG...................................................................................................................26

BIJLAGE 1 UITVOERINGSAGENDA BESTUURSPERIODE 2024 -2026 ..................................................................................28 BIJLAGE 2 FINANCIËLE VOORTGANG INVESTERINGSPROGRAMMA 2023-2026 ...............................................................30

2

INLEIDING Beste lezer, Vorig jaar hebben wij een ‘beleidsarme’ begroting 2023 gepresenteerd. Dit was mede ingegeven door veel onzekerheid. De oorlog in Oekraïne, hoge energieprijzen, hoge inflatie en stijgende bouw- en grondstofprijzen vroegen veel van inwoners, ondernemers, verenigingen en maatschappelijke organisaties. Maar ook veel van de gemeente. Het Rijk confronteert ons daarnaast met weinig toekomstperspectief; vanaf 2026 krijgen gemeenten flink minder Rijksmiddelen, waardoor het aangaan van structurele verplichtingen niet mogelijk is. In 2023 is veel steun geboden aan die groepen voor wie de bestaanszekerheid in gevaar kwam. Tegelijkertijd heeft het college met de raads- en burgerleden van de gemeente Sittard-Geleen samengewerkt aan de kadernota 2023 - 2026. Een kadernota waarin, ondanks de aanhoudende onzekerheid, samen keuzes zijn gemaakt voor de toekomst. Gezamenlijk zijn uitvoeringsprincipes vastgesteld en speerpunten benoemd. Naast inhoudelijke input zijn uit de sessies met de raad drie thema’s naar voren gekomen die bepalen hoe het college de strategische lijn uit de kadernota vorm moet geven: -

Een betrouwbare overheid. Trots op onze gemeente. De aandacht dichtbij.

In deze begroting wordt uitvoering gegeven aan de afspraken die in de kadernota zijn vastgelegd. De uitvoeringsprincipes worden toegepast en er wordt invulling gegeven aan de speerpunten binnen de ruimte die daarvoor beschikbaar is. Ook is toegezegd in de begroting 2024 zoveel mogelijk financiële ruimte te creëren. Zo kan invulling worden gegeven aan het coalitieakkoord ‘Samen zorgvuldig, verbindend doorpakken!’ en de daarbij horende uitvoeringsafspraken. Het college heeft in deze begroting ruimte gecreëerd om een tijdelijke impuls te geven aan het volledige coalitieakkoord en de uitvoeringsafspraken. Op die manier wordt invulling gegeven aan onze gezamenlijke ambities en wordt een stap vooruit gezet in lijn van de Toekomstvisie 2030; een visie die samen met de samenleving is vormgegeven. Een impuls, omdat door het onzekere rijksbeleid er nog steeds beperkingen zijn in het aangaan van structurele verplichtingen. Uitgangspunt van de gemeente is en moet ook zijn een structureel en langdurige gezonde financiële situatie. Het actuele begrotingsbeeld voor de begrotingsjaren 2024 en 2025 ziet er goed uit. Dit is alleen maar mogelijk doordat de financiën duurzaam op orde zijn. Mede door het zorgvuldig naleven van de afgesproken begrotingskaders.

In het jaar 2026 worden alle Nederlandse gemeenten door de huidige kabinetsplannen geconfronteerd met een, vooralsnog, veel lagere Rijksbijdrage. Dat resulteert in een negatief structureel begrotingsevenwicht in 2026 en 2027. Op advies van de Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG), en in afstemming met de provinciaal toezichthouder, is ervoor gekozen om de gevolgen van de kabinetskeuzes voor de gemeentelijke begroting transparant te maken. Zonder extra structurele financiële middelen van het Rijk krijgen wij onze begroting vanaf 2026 niet meer vanzelfsprekend sluitend. Wel kiest het college ervoor om structureel middelen te reserveren om de wendbaarheid en weerbaarheid in onze begroting te garanderen. Zo blijft Sittard-Geleen voorbereid op onverwachte situaties, kunnen we reageren op kansen en zorgen we ervoor dat we niet met acute problemen worden geconfronteerd.

3

In dit licht presenteert het college een begroting die in 2024 en 2025 structureel sluitend is en daarna het advies van de VNG volgt. Een begroting waarin, door inzet van tijdelijke middelen, een flinke impuls gegeven wordt aan onze stad. Met deze impuls zetten we een volgende stap in het realiseren van de Toekomstvisie 2030 en onze gezamenlijke ambities. Sittard-Geleen, 28 september 2023

Burgemeester en wethouders van Sittard-Geleen,

mr. J.Th.C.M. Verheijen burgemeester

J.A.M. Heesen gemeentesecretaris/ algemeen directeur

4

1.

BESTUURLIJKE SAMENVATTING

Deze bestuursperiode wordt gekenmerkt door samen werken, samen meedenken en samen doen. Het coalitieakkoord ‘Samen zorgvuldig, verbindend doorpakken!’ is tot stand gekomen door actief in gesprek te gaan met inwoners, ondernemers, verenigingen en maatschappelijke organisaties. Door de Toekomstvisie 2030, een visie die met de samenleving is bekrachtigd, als basis te laten dienen. En door met alle fracties in de raad actief samen te werken en samen na te denken over Sittard-Geleen. Ook in 2023 is dit proces herhaald. Samen met raads- en burgerleden is het gesprek gestart over de plannen en doelen van de gemeenteraad voor de komende periode, en de opdracht die het college van Burgemeester en Wethouders meekrijgt. De kadernota is deze bestuursperiode de uitvoeringsagenda voor het College. In deze kadernota zijn de volgende uitvoeringsprincipes vastgesteld: 1. 2.

Waar we geen invloed op hebben, staat al vast in de begroting. Hier kunnen we geen keuzes maken. Deze werkzaamheden voeren we zonder meer uit. Dit zijn de vaststaande ontwikkelingen. Daar waar keuzes gemaakt kunnen worden doen we dit. Daarbij wordt achtereenvolgens zorgvuldig gekeken naar: i. lopende ontwikkelingen die nog bij te sturen zijn (omkeerbare ontwikkelingen); ii. hoe we aangenomen raadsmoties en amendementen kunnen uitvoeren binnen de financiële mogelijkheden; iii. speerpunten op basis van het coalitieakkoord, de uitvoeringsafspraken en punten die in interactieve sessie door de raad als belangrijk zijn aangemerkt.

Ook zijn naast inhoudelijke input drie thema’s naar voren gekomen die bepalen hoe de strategische lijn uit de kadernota vorm gegeven moet worden: •

•

•

Een betrouwbare overheid Het zijn van een betrouwbare overheid betekent dat we onze afspraken nakomen en afmaken wat we in gang gezet hebben. Ook toegankelijkheid en laagdrempeligheid in ons contact met de inwoners maakt ons tot een betrouwbare overheid. Daarom hebben we in onze speerpunten aandacht voor onze dienstverlening, met name onze dienstverlening aan de inwoners die ons het hardst nodig hebben. Trots op onze gemeente In de sessie met de raads- en burgerleden kwam er trots naar voren, trots op onze ondernemers, trots op onze centra, trots op onze verenigingen, trots op ons cultureel en immaterieel erfgoed. Deze trots deelt het college, en dit laten we dan ook terugzien in de speerpunten van ons uitvoeringsprogramma. De aandacht dichtbij De aandacht dichtbij betekent het hebben van een directe impact op het leefklimaat van onze inwoners. Een prettige, groene en vooral veilige leefomgeving waarin onze inwoners wonen, werken maar ook opgroeien. Daarom hebben we in onze speerpunten aandacht voor veiligheid en groen, maar ook voor onderwijshuisvesting en verkeersveiligheid rondom scholen, wandelgebieden en oversteekplekken.

In deze begroting wordt uitvoering gegeven aan de afspraken die in de kadernota zijn vastgelegd. We passen de uitvoeringsprincipes toe en geven invulling aan de speerpunten binnen de ruimte die daarvoor beschikbaar is. Daarbij worden de speerpunten getoetst aan de drie thema’s die zijn meegegeven. Thema’s die naast de veerkrachten uit de Toekomstvisie 2030 bepalen hoe de komende bestuursperiode én deze begroting zijn vormgeven. In het traject van de kadernota maakten we keuzes. Keuzes die tot bovenstaande uitvoeringsprincipes en thema’s hebben geleid. In deze begroting wordt invulling gegeven aan deze keuzes. Het college heeft in deze begroting

5

de incidentele ruimte gevonden om met tijdelijke inzet van middelen een impuls te geven aan het volledige coalitieakkoord en de uitvoeringsafspraken. Op die manier wordt invulling gegeven aan onze gezamenlijke ambities. Ambities die hun oorsprong vinden in de Toekomstvisie 2030. Een visie die met de samenleving is vormgegeven. Een impuls, omdat door het onzekere Rijksbeleid het aangaan van structurele verplichtingen niet mogelijk is. DE BEGROTING IN CONTEXT In de afgelopen jaren zijn we met diverse crises geconfronteerd. De impact van de corona crisis zijn we langzaam te boven. Daardoor kunnen we de resterende coronamiddelen in deze begroting een andere bestemming geven. Maar wereldwijd leidt een oorlog in Oekraïne tot hoge inflatie en energieprijzen, en stijgen de bouw- en grondstofprijzen. Dit leidt ertoe dat we onze inflatiemiddelen nodig hebben. Ondanks deze ontwikkeling is het afgelopen jaar een flink voordelig jaarrekeningresultaat gepresenteerd en is er veel incidentele ruimte. Gemeenten zijn voor een groot deel afhankelijk van bekostiging van het Rijk. Vanaf 2026 wordt de Rijksbijdrage flink verminderd. Niet alleen het gemeentefonds, maar ook de specifieke regelingen. Zo worden bijvoorbeeld de jeugdzorg, WMO en ook de bedrijfsvoering geconfronteerd met kosten die harder stijgen dan de inflatie.

Deze landelijke trend wordt niet gecompenseerd door een hogere Rijksbijdrage. Dit leidt tot een zogenoemd ‘ravijnjaar’ in 2026; vanaf dan krijgen gemeenten structureel minder middelen. Dat betekent dat, ondanks veel incidentele middelen, er weinig ruimte is voor het aangaan van structurele verplichtingen. Met de val van het Kabinet Rutte IV verwachten we op korte termijn geen sluitend toekomstperspectief van het Rijk te krijgen. Uitgangspunt van onze gemeente is en blijft een structureel en langdurige gezonde financiële situatie. Het actuele begrotingsbeeld voor de begrotingsjaren 2024 en 2025 ziet er goed uit. Dit is alleen maar mogelijk doordat de financiën duurzaam op orde zijn. Mede door het zorgvuldig naleven van de afgesproken begrotingskaders. In het jaar 2026 worden alle Nederlandse gemeenten door de huidige kabinetsplannen geconfronteerd met een, vooralsnog, veel lagere Rijksbijdrage. Dat resulteert voor Sittard-Geleen in een negatief begrotingsbeeld in 2026 en 2027. Op advies van de Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG), en in afstemming met de provinciaal toezichthouder, kiezen we ervoor om de gevolgen van de kabinetskeuzes voor onze gemeentelijke begroting transparant te maken. Zonder extra structurele financiële middelen van het Rijk is de begroting vanaf 2026 niet meer vanzelfsprekend sluitend.

Voor de provinciaal toezichthouder is het van belang dat het begrotingsjaar 2024 een structureel begrotingsevenwicht laat zien. Dat is het geval. Dat betekent dat we ook komend jaar in aanmerking komen voor repressief toezicht. EEN VEERKRACHTIG SITTARD-GELEEN Samen met de inwoners en toekomstambassadeurs is de Toekomstvisie 2030 voor Sittard-Geleen opgesteld. Een visie die leidend is in de keuzes die worden gemaakt. Deze visie vormt de basis voor het coalitieakkoord ‘Samen zorgvuldig, verbindend doorpakken!’ en de uitvoeringsafspraken. En daarmee vormt ze ook de basis voor de kadernota 2023 - 2026. Een kadernota die het uitvoeringsprogramma voor deze bestuursperiode vormt. De kadernota bouwt verder aan een veerkrachtige stad. Een stad waarin we graag wonen, werken, leren en ontspannen. Dit doen we door te bouwen aan sociale, economische, ecologische en institutionele veerkracht. Daarbinnen is oog voor de ontwikkelingen die op ons afkomen. Met het opstellen van duidelijke uitvoeringsprincipes, en door wendbaarheid en weerbaarheid in de begroting te bouwen, wordt rekening

6

gehouden met deze ontwikkelingen en verrassingen. Én op kansen en vernieuwingen. Zo wordt de veerkracht van de stad versterkt. In deze begroting zijn de keuzes en uitvoeringsprincipes uit de kadernota verder vorm gegeven. We hebben alle autonome ontwikkelingen verwerkt en de beleidsmatige verhoging van de lokale lasten is ook dit jaar niet doorgevoerd. In de kadernota zijn keuzes gemaakt. Er was geen ruimte om structurele verplichtingen aan te gaan. Toch zien we mogelijkheden. De positieve begrotingssaldi van ruim € 37 mln. worden ingezet om de veerkracht in de stad te vergroten. Door met deze middelen een tijdelijke impuls te geven aan de ambities uit het coalitieakkoord, de uitvoeringsafspraken en de kadernota, wordt een grote stap richting 2030 gezet. In onderstaande paragrafen worden per veerkracht de belangrijkste thema’s uit de begroting toegelicht. SOCIALE VEERKRACHT Met de Toekomstvisie willen we de veerkracht van Sittard-Geleen versterken. Veerkracht is het vermogen om goed te reageren op veranderende omstandigheden. Bij sociale veerkracht wordt uitgegaan van de positieve gezondheid van onze inwoners. Inwoners die op eigen benen kunnen staan, maar tegelijkertijd ook terug kunnen vallen op hun buren, hun familie en hun omgeving. Inwoners die meedoen.

Dat gaat in verbinding met elkaar én met betrokken verenigingen die zorgen voor sociale cohesie en maatschappelijke instellingen die midden in de samenleving staan. Allemaal zijn ze onmisbaar voor Sittard-Geleen. Positieve gezondheid gaat uit van de kracht van mensen. In deze begroting zetten we in op gelijke kansen voor iedereen. Dat doen we door te investeren in zorg én preventie. Het Integraal Zorg Akkoord en het Gezond en Actief Leven Akkoord leveren hierin een belangrijke bijdrage. Met deze investeringen verlagen we de druk op de voorzieningen in het sociaal domein, en werken we aan de gezondheid van onze inwoners en van de samenleving. We zetten in op gelijke kansen voor al onze inwoners, en we bieden perspectief aan jongeren en aan mensen die het moeilijk hebben. We ontwikkelen de talenten die we in onze gemeenten zien. Op alle niveaus. Het bieden van gelijke kansen betekent ook inzetten op een plek voor iedereen. Een plek waar mensen zich thuis voelen en zich kunnen ontwikkelen. We bouwen woningen voor bestaande en nieuwe inwoners in onze gemeente en zorgen voor de juiste faciliteiten om talenten te laten bloeien. Met het Strategisch Huisvestingsplan Onderwijs- en Kindfuncties hebben we samen met onze maatschappelijke partners een plan opgesteld om een goede plek voor de kinderen in onze gemeente te garanderen de komende jaren.

De ontwikkeling van Glanerbrook zorgt voor een sport- en recreatievoorziening voor jong en oud. Waar talent ontwikkeling en ontspanning elkaar ontmoet en versterkt. We faciliteren dit soort plekken; locaties waar mensen samen kunnen sporten, theater of muziek maken, en elkaar kunnen vinden. Zo wordt de sociale veerkracht in onze stad verder vergroot. Een sociaal veerkrachtige stad is een stad waarin mensen zich thuis voelen. Kunst en cultuur is een essentiële basis voor een gezonde samenleving. Daarom versterken we het culturele landschap zowel inhoudelijk als zichtbaar in de stad. Er wordt actief verbinding gezocht met onze culturele partners. We koesteren onze stad en dragen dit door middel van een herkenbaar profiel van Sittard-Geleen uit. De ontwikkeling van dit profiel vindt de komende periode plaats. Als iemand toch buiten de boot valt, dan zorgen we ervoor dat we er zijn. Dat doen we niet vanuit de regels, maar vanuit de menselijke maat. We zijn een betrouwbare overheid, en een overheid die uit gaat van vertrouwen in haar inwoners. Dat komt terug in ons beleid, en in de uitvoering van dat beleid. We zorgen ervoor dat mensen

7

zich veilig voelen. Veilig om bij de gemeente aan te kloppen, en veilig om zelf de regie terug te pakken met hulp van de gemeente. Ook zetten we in op veiligheid in de stad. De veiligheidsbeleving is de laatste jaren verbeterd. In vergelijking met andere grote gemeenten in Nederland voelen onze inwoners zich op dit moment echter nog minder veilig. Daarom spannen we ons in om de veiligheidsbeleving in onze gemeente nog verder te verbeteren. Dit doen we door de komende drie jaar een extra impuls te geven aan veiligheidsinitiatieven. Initiatieven die uiteindelijk bijdragen aan de positieve gezondheid van iedereen in Sittard-Geleen. ECONOMISCHE VEERKRACHT We hebben respect voor de ondernemers en bedrijven in onze gemeente. Iedere dag werken zij, van grote partijen op Chemelot en de Brightlands Chemelot Campus tot de mkb-ondernemer ‘om de hoek’, mee aan het SittardGeleen van morgen. Vernieuwing, verduurzaming, digitalisering en, zeker in deze onzekere tijd, gewoonweg overleven is voor hen dagelijkse kost. Dat staat aan de basis van economische veerkracht. Het MKB is in onze gemeente sterk vertegenwoordigd. We werken aan dienstverlening en concrete ondersteuning voor het mkb, onder andere met het programma MKB Green Deal. De MKB Green Deal is de opstap naar een structurele mkb-infrastructuur met een duurzaam verdienmodel en een hechte mkbgemeenschap die daar gebruik van maakt.

Ondernemersondersteuning is van essentieel belang binnen alle economische thema’s. In 2024 zetten we hier wederom sterk op in. Ondersteuning die we in overleg met de ondernemers vormgeven. Sittard-Geleen heeft daarnaast een sterk economisch profiel met Chemelot, de Brightlands Chemelot Campus, logistieke bedrijvigheid op Holtum Noord, diverse gemengde bedrijventerreinen en de zorgsector. We werken al geruime tijd samen met ondernemers en bedrijven om dit profiel te blijven versterken. Dat doen we onder andere door het vestigingsklimaat in onze stad te vergroten. Voor een goed vestigingsklimaat voor bedrijven moet de basis op orde zijn op de bedrijventerreinen. Dat doen we door in te zetten op parkmanagement. Via parkmanagement streven we naar kwalitatief goede bedrijventerreinen. Die schoon, heel en veilig zijn en daarnaast bijdragen aan de maatschappelijke opgaven die wij met zijn allen hebben. In ons economisch profiel speelt duurzaamheid, circulariteit en toekomstbestendigheid een belangrijke rol. Voor de gemeente, maar ook voor Nederland en de euregio is Chemelot een belangrijke schakel in het bereiken van een duurzame, circulaire en toekomstbestendige economie. Eén van de ambities van Chemelot is om door te ontwikkelen naar de meest duurzame, competitieve en meest veilige chemiesite van Europa.

De gemeente maakt deel uit van de Stuurgroep Chemelot waarbinnen diverse processen met Chemelot, DSM, Campus en samen met Gemeente Stein en Provincie Limburg met elkaar worden afgestemd. De gemeente maakt ook werk van de Chemelot Circular Hub. Deze Chemelot Circular Hub positioneert zich als proeftuin voor de transitie naar een circulaire economie en samenleving. We faciliteren (publiekrechtelijk) de ruimtevraag voor de duurzaamheidstransitie. Gemeente en Provincie Limburg hebben een belangrijke verbindende, faciliterende en aanjagende rol in de transformatie naar het nieuwe non-fossiele, circulaire verdienmodel. In alles wat wij doen zetten wij circulariteit centraal. Wij dagen op continue basis inwoners, ondernemers, onderzoekers, industrie, scholieren, winkeliers en anderen uit om maatschappelijke innovaties mee te ontwikkelen waardoor het gebruik van fossiele brandstoffen afneemt, we onze spullen langer gebruiken en restafval de grondstof is voor nieuwe producten. Deze visie laten we nadrukkelijk terug komen in het

8

ontwikkelpad Geleen Centrum. Hier geven we het GL1 gedachtegoed1 verder vorm door accent te leggen op circulariteit, innovatie en duurzaamheid voor wonen, werken, winkelen en ontmoeten voor jong en oud. De herijking van de detailhandelsstructuur Westelijke Mijnstreek betekent dat de kernwinkelgebieden in beide stadscentra opnieuw compacter worden. De omliggende straten in het aanloopgebied krijgen veel meer een mengvorm, waarbij winkels worden gecombineerd met wonen, werken en cultuur. Hierdoor wordt zowel de aantrekkelijkheid van de stadscentra als de aanloopgebieden vergroot. Wij realiseren ons overigens dat detailhandel meer is dan de stadscentra. De toekomstbestendigheid van buurt- en wijkvoorzieningen heeft ook voortdurend onze aandacht. ECOLOGISCHE VEERKRACHT Duurzaamheid is een paraplu voor heel wat onderliggende belangrijke waarden als biodiversiteit (soortenrijkdom), ruimtelijke kwaliteit, klimaatbestendigheid, schone lucht, water en bodem, stilte (als positieve tegenhanger van hinder) en esthetiek. Dat raakt de kern van ecologische veerkracht. De veerkracht van ons natuurlijk systeem, maar ook van onze leefomgeving. De balans die we daarin zoeken. Als gemeente streven we naar een veerkrachtige ecologie waarbinnen circulariteit centraal staat en natuurlijke kringlopen hersteld of versterkt worden.

Onze ambities rondom ecologische veerkracht, zeker op het vlak van gezondheid, klimaat en biodiversiteit, zijn de laatste jaren gegroeid. Zo streven we naar bijvoorbeeld vergroening van de stad en meer biodiversiteit in de stad. Met de agenda groen gaan we hier proactief, stapsgewijs invulling aan geven. Deze groenagenda werken we uit in lijn met de nieuwe Omgevingsvisie. De input die daarin geleverd wordt vanuit de samenleving vormt, samen met de aanbevelingen uit het rekenkameronderzoek naar het onderhoud van de groenvoorzieningen (2023), het vertrekpunt voor de op te stellen groenagenda. We geven de komende jaren een tijdelijke impuls op de groenagenda. De thema’s klimaatadaptatie en biodiversiteit krijgen hierin een belangrijke plek. In de Omgevingsvisie concretiseren we onze doelen en ambities uit de Toekomstvisie 2030 en het NOVEX-gebied Zuid-Limburg. We maken een ruimtelijke vertaling en gebiedsgerichte afweging van de ambitieniveaus, en verwerken dit in heldere afwegingskaders voor de fysieke leefomgeving. Hiermee geeft de omgevingsvisie sturing aan een goede ruimtelijke ontwikkeling in de gemeente, waarbij kwaliteit van de leefomgeving en het menselijk gebruik optimaal tot hun recht komen. Bij het uitwerken van dit programma worden onze inwoners, ondernemers en instellingen betrokken. Dat doen we in samenhang met het participatieproces rond de Omgevingsvisie.

Duurzaamheid is een belangrijk thema binnen alles wat we doen. Duurzaamheid is nauw verbonden met ecologische veerkracht, maar kan niet los worden gezien van alle andere veerkrachten. Alle initiatieven die we ontplooien zijn duurzaam. Dat betekent dat ze voldoen aan eisen rondom klimaat, maar ook dat ze toekomstbestendig zijn in relatie tot de andere veerkrachten. Zo realiseren we accommodaties die duurzaam en toekomstbestendig zijn, en die passen binnen het profiel van onze stad. Het beheer en onderhoud van de openbare ruimte is voortdurend in beweging. We werken volgens de afspraken in het Beheerplan Afvalwater Westelijke Mijnstreek en Beleidsplan Water en Klimaatadaptatie en houden vast aan onze strategie. Tegelijkertijd zijn we niet blind voor ontwikkelingen. We sluiten aan bij veranderende omstandigheden en nieuwe inzichten. 1 GL1 is de aanpak om deze transformatie van Geleen Centrum te realiseren en een Stads DNA te ontwikkelen dat gebaseerd is op innovatie,

circulariteit, delen, verspreiden, gezondheid en inclusiviteit.

9

In 2024 worden een aantal projecten rondom onze beken zichtbaar zoals de ontkluizing van de Keutelbeek en de werkzaamheden in de Parklaan. Andere projecten zijn in voorbereiding en zijn omvangrijk. Zo onderzoeken we in 2024 bijvoorbeeld hoe we samen de infiltratievoorzieningen en buffers kunnen beheren, brengen we de beheerdata van onze huis- en kolkaansluitingen in beeld, en geven we invulling aan de subsidieregeling Deltaplan Ruimtelijke Adaptatie. We zetten ons actief in om de klimaatdoelstellingen te halen. De energietransitie is hierin een belangrijk onderdeel. Onder de naam Warmtenet Zuid Limburg (WZL) is in 2023 het traject gestart om te komen tot een grootschalig warmtenet in Zuid-Limburg met als bron de restwarmte van Chemelot. Eind 2024 wordt de nieuwe Wet Collectieve Warmtevoorziening (Wcw) van kracht. Deze wet gaat uit van een publieke taak in de ontwikkeling van warmtenetten. Op basis hiervan is voor de uitwerking van het WZL gekozen voor consortium van publieke partners. Met deze partners en de betrokken gemeenten wordt in 2024 WZL verder ontwikkeld en de feitelijke aanleg van het warmtenet voorbereid. De landelijke klimaatdoelstellingen op het gebied van de energietransitie vragen om een steeds bredere visie en aanpak op alternatieve energiebronnen (zoals waterstof, kernenergie) en mogelijkheden om energie op te slaan (bv batterijparken).

Ook wij hebben een belangrijke rol in het oplossen van de netcongestie en effectieve inzet van het energienet. Dit alles, samen met een aanpak op wind- en zonne-energie vragen om een brede strategische kijk op de energietransitie, die in 2024 wordt opgeleverd. In 2024 wordt het ‘Duurzaamheidshuis’ verder ontwikkeld. Dit is een fysieke plek in Sittard-Geleen en een elektrische bus om omliggende dorpskernen en eventueel deelnemende gemeenten Beek en Stein te bereiken. Het Duurzaamheidshuis is een sfeervolle, uitnodigende plek wordt waar inwoners, ondernemers, onderwijsinstellingen en vve’s laagdrempelig terechtkunnen voor inspiratie en onafhankelijke, betrouwbare informatie met betrekking tot duurzaamheid, energietransitie en circulaire economie. Een plek als aanjager om te verduurzamen in brede zin. Hier kun je interactief ontdekken welke mogelijkheden er zijn en hoe je zelf in actie kunt komen ten behoeve van verduurzaming. INSTITUTIONELE VEERKRACHT De gemeente Sittard-Geleen bestaat uit veel inwoners, ondernemers, verenigingen en maatschappelijke organisaties die allemaal met elkaar samenwerken. Samenwerken stopt niet bij de gemeentegrenzen. We werken iedere dag samen met mensen uit andere gemeenten, doen zaken met bedrijven uit de regio en zijn binnen de kortste keren met de fiets in België of Duitsland.

Institutionele veerkracht gaat over samenwerking in buurten, wijken, kernen, de gemeente, de regio en de Euregio. Met inwoners, organisaties, bedrijven en overheden. De basis van een veerkrachtige stad is een betrouwbare overheid. Een overheid die er is voor haar inwoners, ondernemers, verenigingen en maatschappelijke organisaties. Ook de komende periode geven we weer een extra impuls aan het ‘van buiten naar binnen’ werken. We werken niet vanuit procedures en regels, maar zetten het maatschappelijke vraagstuk centraal. Door in gesprek te gaan met onze partners krijgen we inzicht in de onderliggende vraag. We brengen mensen bij elkaar, we buigen samen over de oplossing en maken waar mogelijk ruimte voor maatwerk. Een goed voorbeeld hiervan is de samenwerking met JONGK! De jongeren adviesraad JONGK! geeft gevraagd en ongevraagd advies over thema’s die spelen bij jongeren in Sittard-Geleen. Zo peilen ze op dit moment de mening van jongeren over onder andere wonen, werken, school, veiligheid en vrije tijd en starten ze een onderzoek naar mentaal welzijn onder jeugdigen. Met deze uitkomsten gaan we samen aan de slag.

10

Naast het van ‘buiten naar binnen werken’ geven wij ook een impuls aan onze lobby en (eu)regionale samenwerking. We doen dit door onze rol in diverse landelijke netwerken, zoals G40 en VNG verder op te pakken. Door deze deelname vergroten we onze zichtbaarheid in Den Haag met het doel extra aandacht te geven aan lobby en fondsenwerving. Daarnaast hebben de crises van de afgelopen jaren aangetoond dat grensoverschrijdende samenwerking belangrijker is dan ooit. We zijn ons bewust van het belang van doelgerichte en pragmatische grensoverschrijdende samenwerking. Daarom zetten we in op verdere versterking van ons (eu)regionale netwerk. Dit doen we door het onderhouden van reeds actieve contacten en ons netwerk aan weerszijden van de grens uit te breiden. We moeten onze keuzes goed kunnen onderbouwen. Dat doen we door goed te luisteren, én door goed gebruik te maken van de technologieën die er zijn. Zo zetten we digitalisering en technologisering steeds meer in als middel. Het meetbaar en inzichtelijk maken van data, datasturing en slimme oplossingen helpen met stedelijke en maatschappelijke opgaven en om te innoveren op (beheers)taken van de gemeente. Ook kunnen we aan de hand van data-gedreven werken beter uitleggen aan de inwoner welke keuzes we maken en waarom we deze maken op het gebied van inrichting, beheer en het beleid van de openbare ruimte.

Het thema Smart City, met de proeftuin Zeeheldenbuurt, is hiervan een goed voorbeeld. Met deelname aan twee city deals van de agenda Stad wordt de Smart City visie vertaald naar concrete acties en plannen voor komende jaren in onze gezamenlijke openbare ruimte onder het gedachtegoed van de Tuinman- ‘Tuin van morgen’. Een betrouwbare overheid gaat ook over hoe we onze inwoners benaderen als zij naar ons toekomen voor hulp. We werken vanuit vertrouwen en verbinding. We passen de menselijke maat toe in onze dienstverlening en we werken niet vanuit de regels, maar vanuit het doel van beleid. Op die manier helpen we onze inwoners zonder onnodige bureaucratie. We zorgen dat we voor iedereen bereikbaar zijn, fysiek en digitaal. Dat betekent dat we communiceren in begrijpelijke taal en dat we de gelijke informatiepositie van inwoners, ondernemers, verenigingen en maatschappelijke partners bewaken. We maken geen onderscheid. Op dit moment zijn de ambtenaren fysiek gehuisvest in meerdere gebouwen verdeeld over de stad. De huidige bestuurlijk-ambtelijke huisvesting is sterk verouderd, vertoont achterstallig onderhoud en voldoet niet meer aan de huidige eisen op het gebied van duurzaamheid en een gezonde werkomgeving. Er is een mismatch met wie we willen zijn, hoe we willen werken (hybride) en de manier waarop we willen samenwerken met onze inwoners, ondernemers en partners (ontmoeten).

In 2024 zetten we de volgende stappen in het realiseren van de nieuwe bestuurlijke- en ambtelijke huisvesting, het Huis aan de Markt, de locatie Vidar en de locatie Wijkbeheer. Het gebouw voor Wijkbeheer aan het Mauritspark wordt naar verwachting in de eerste helft van 2025 opgeleverd. Wij merken hierbij op dat de uitvoeringskracht van onzen begroting en projectenportefeuille mede afhankelijk is van de mate waarin wij in staat zijn op de krappe arbeidsmarkt nieuwe medewerkers te werven of externe ondersteuning in te zetten. De gemeente Sittard-Geleen streeft naar een samenleving waarin iedereen kan meedoen. Ongeacht gender, seksuele voorkeur, beperking, et cetera. Wij gaan uit van de diversiteit van mensen. Dat wil zeggen dat onze samenleving een zodanig open en veilige omgeving is dat diversiteit alle ruimte krijgt. Niemand wordt meer om welke reden dan ook buitengesloten. En iedereen kan zijn wie die wil zijn en kan meedoen waar die aan mee wil doen. We werken toe naar een stad waarin doelgroepenbeleid niet meer apart beleid vormt, en naar een gemeente die inclusie omarmt.

11

2.

PORTEFEUILLEVERDELING OP HOOFDLIJNEN

De portefeuilleverdeling van het college van B&W van Sittard-Geleen zie er als volgt uit: Burgemeester Hans Verheijen Openbare orde en veiligheid, samenwerking in de (Eu)regio en externe betrekkingen. Wethouder Leon Geilen Stedelijke ontwikkeling, omgevingsbeleid, mobiliteit en leefomgeving. Wethouder Judith Bühler Middelen, participatie en bestaanszekerheid. Wethouder Yvonne Salvino-Meijer Economie, onderwijs, arbeidsmarkt, communicatie en dienstverlening. Wethouder Andries Houtakkers Stadsmarketing, sport, cultuur en evenementen. Wethouder Ivo Tillie Duurzaamheid, klimaat, landschapsontwikkeling, jongeren en gezondheid. Gemeentesecretaris/algemeen directeur John Heesen Eerste adviseur van het college van B&W en hoofd van de ambtelijke organisatie.

Burgemeester H. Verheijen

Wethouder L. Geilen

Wethouder J. Bühler

Wethouder A. Houtakkers

Wethouder I. Tille

Gemeentesecretaris J. Heesen

12

Wethouder Y. Salvino-Meijer

3.

HET FINANCIEEL PERSPECTIEF

FINANCIËLE VEERKRACHT In ons financieel beleid streven wij naar een duurzame en solide financiële positie met voldoende veerkracht. Deze financiële veerkracht heeft betrekking op wendbaarheid en weerbaarheid. Met andere woorden: hebben wij voldoende middelen om uitvoering te geven aan ambities en beschikken wij over middelen om tegenvallers op te kunnen vangen? In onze P&C-cyclus hebben wij regelmatig melding gemaakt van de veranderende omgeving en de onzekere tijd waarin we leven. Zoals in de inleiding aangegeven, betreft het bijvoorbeeld de recente crises op het gebied van corona, de oorlog in Oekraïne, energie, hoge inflatie en de dynamiek in de ontwikkeling van de gemeentefinanciën door Rijksbeleid. Deze ontwikkelingen hebben impact op onze financiële positie en maakt het voeren van een stabiele financiële strategie tot een lastige opgave. We volgen de actuele ontwikkelingen aan de hand van onze P&C-cyclus en vertalen de financiële gevolgen in onze begroting. Op basis van de besluiten over de 1ste rapportage 2023/ kadernota 2023-2026 hebben wij onze begroting voor het laatst bijgesteld. Dit resulteerde in een begrotingsbeeld met incidentele begrotingsruimte in de jaarschijven 2023-2025 van ruim € 37 mln., waarna er vanaf 2026 sprake is van een tekort van jaarlijks € 0,4 mln.

Voor de financiële uitwerking van de kadernota 2023-2026 richting deze begroting betekent dit dat we: - Streven naar borging van het structureel begrotingsevenwicht, inclusief de afdekking van het geactualiseerde risicoprofiel; -

De incidenteel beschikbare begrotingsruime koppelen aan het tijdelijk aanjagen, geven van impulsen en intensiveren van activiteiten in de vorm van speerpunten.

ONTWIKKELINGEN Landelijk Kijkend naar de landelijke ontwikkelingen met betrekking tot gemeentefinanciën kunnen we constateren dat de onzekerheid over Rijksbeleid/ Rijkscompensatie onverminderd groot blijft. Door de val van het kabinet en de aanstaande verkiezingen is het onzeker wanneer er duidelijkheid wordt gegeven over de ontwikkeling van de gemeentefinanciën. Bovendien blijkt uit de media dat het Rijk fors moet gaan bezuinigen. Zonder uitputtend te zijn, vatten we onderstaand de landelijke ontwikkelingen samen: - Voor de bekostiging van taken zijn gemeenten voor een belangrijk deel afhankelijk van het Rijk. In het gemeentefonds is de beweging met de omvang van de Rijksbegroting losgelaten (‘Trap op, trap af’). Vanaf 2026 groeit het gemeentefonds niet meer mee met de Rijksbegroting en vindt er alleen een bijstelling voor loon- en prijsontwikkeling plaats; - Gemeenten beschikken op basis van het huidige Rijksbeleid over veel incidentele middelen (tot en met 2025). Door systeemaanpassingen in het gemeentefonds en een daling in de Rijksmiddelen voor jeugdzorg is er vanaf 2026 veelal sprake van tekorten; - Door de onzekerheid over Rijkscompensatie dreigen er vanaf 2026 structurele tekorten. Van belang is te kiezen voor een heldere koers en op basis van een eigen risico-inschatting naar alternatieven te kijken; - De financiële rek is er bij gemeenten uit.

Dit maakt dat gemeenten voor de langere termijn op zoek moeten naar een nieuwe balans tussen beleid, middelen en organisatie (uitvoeringskracht).

13

Begrotingsadvies VNG Op basis van bovenstaande landelijke ontwikkelingen heeft de VNG voor de begrotingsvoorbereiding een advies uitgebracht. Passend binnen de voorschriften uit de gemeentewet luidt dit advies als volgt: - Presenteer voor de jaarschijven 2024 en 2025 een (structureel) sluitende begroting; - Presenteer reële lasten voor 2026 en 2027, rekening houdend met: • Het huidige takenpakket; • Noodzakelijke investeringen; • Effecten inflatie/ prijsstijgingen; • Ambities uit het coalitieakkoord; • Overige mee- en tegenvallers. Uit tussentijdse afstemming met onze provinciale toezichthouder blijkt dat de lijn van het begrotingsadvies wordt onderschreven. Structureel begrotingsevenwicht minimaal in 2024 is toereikend om voor repressief begrotingstoezicht in aanmerking te komen. Begroting Sittard-Geleen Wij hebben de begroting voorbereid rekening houdend met het begrotingsadvies van de VNG. In de actualisatie van het begrotingsbeeld zijn alle bekende autonome ontwikkelingen verwerkt en zijn de ambities uit het coalitieakkoord ‘Samen zorgvuldig, verbindend doorpakken!’ en de Uitvoeringsafspraken 2022-2026 (financieel) vertaald. In de uitwerking van de begroting hebben wij ook rekening gehouden met onzekerheid over Rijksbeleid/ Rijkscompensatie, structurele tekorten vanaf 2026, het werken met risico-inschattingen en het zorgen voor alternatieven om tegenvallers op te vangen.

Bij de uitwerking van onze financiële positie gaan we hier verder op in. Zoals in de inleiding aangegeven bereiden wij de begroting , inclusief de vertaling uit de kadernota voor op basis van onderstaande uitvoeringsprincipes uit de kadernota: 1.

2.

Vaststaande ontwikkelingen waar we geen invloed op hebben verwerken we in de begroting: - Autonome ontwikkelingen - Onomkeerbare ontwikkelingen Daar waar we keuzes kunnen maken, doen we dat: - Omkeerbare ontwikkelingen - Raadsmoties ‘gefaseerd afschaffen van de hondenbelasting’ en ‘Heroverwegen verhoging lokale lasten’ - Doelen uit het coalitieakkoord en de uitvoeringsafspraken

In het onderdeel ‘Actualisatie financieel perspectief’ gaan we in op de uitwerking van uitvoeringsprincipe 1. In het onderdeel ‘Uitvoeringsagenda bestuursperiode 2024-2026’ staat de uitwerking van uitvoeringsprincipe 2 centraal.

14

ACTUALISATIE FINANCIEEL PERSPECTIEF We actualiseren het financieel perspectief op basis van de eerder genoemde uitvoeringsprincipes. We verwerken autonome ontwikkelingen wanneer ze zich voordoen. Het betreft immers vaststaande ontwikkelingen die onontkoombaar zijn. Na verwerking van deze ontwikkelingen hebben we zicht op de begrotingsruimte die we kunnen inzetten om keuzes te maken. Bij het actualiseren van het begrotingsbeeld hanteren we het uitgangspunt om onze begroting en meerjarenraming (structureel) sluitend te houden. Begrotingsbeeld: Voordat we naar de ontwikkeling van ons begrotingsbeeld kijken, geven we inzicht in het totaal van onze begroting. In onderstaande grafieken staat waar het geld vandaan komt (baten per programma) en waar het geld naar toe gaat (lasten per programma). Uit onderstaande tabel blijkt dat de omvang van onze begroting ruim € 420 mln. bedraagt. Hierin is per programma de omvang van zowel de baten als lasten weergegeven. De middelen in de begroting zetten wij in om uitvoering te geven aan onze wettelijke taken en basistaken (‘80%’), en lokale keuzes (‘20%’). In de negen programma’s is zowel sprake van wettelijke/basistaken als lokale keuzes. Uit onderstaand overzicht blijkt dat de we in 2024 een voordelig begrotingssaldo hebben van € 2,8 mln. BEGROTING 2024 bedragen x€ 1 mln. BATEN

LASTEN

WAAR KOMT HET GELD VANDAAN?

€ 423,0

WAAR GAAT HET GELD NAAR TOE?

€ 420,2

Bestuur en ondersteuning

€ 300,8

Bestuur en ondersteuning

€ 76,4

Veiligheid

€

1,4

Veiligheid

€ 16,0

Verkeer, vervoer en waterstaat

€

4,4

Verkeer, vervoer en waterstaat

€ 30,6

Economie

€

4,2

Economie

€ 10,4

Onderwijs

€

4,0

Onderwijs

€ 13,0

Sport, cultuur en recreatie

€

8,8

Sport, cultuur en recreatie

€ 40,8

Sociaal domein

€ 65,6

Sociaal domein

€ 189,4

Volksgezondheid en milieu Volkshuisvesting, ruimtelijke ordening en stedelijke vernieuwing

€ 31,5 € 2,3

Volksgezondheid en milieu Volkshuisvesting, ruimtelijke ordening en stedelijke vernieuwing

€ 29,5 € 14,2

RESULTAAT

€

2,8

In onderstaande grafieken geven we inzicht in het aandeel van de programma’s in zowel de baten als lasten. De baten binnen onze begroting zijn voornamelijk afkomstig uit het programma Bestuur en ondersteuning (71%). Binnen dit programma verantwoorden wij de uitkeringen van het Rijk via het gemeentefonds en de inkomsten uit de gemeentelijke belastingen. Daarnaast worden binnen het programma Sociaal domein (16%) de ontvangen gelden voor de gebundelde uitkering (BUIG) voor het bekostigen van de uitkeringen en beschermd wonen verantwoord. De baten die wij ontvangen, zetten wij in om onze 9 programma’s uit te kunnen voeren. Waarbij het aandeel van het programma Sociaal domein in de totale uitgaven (45%), bestaande uit Wmo, Jeugdzorg en Participatie, het hoogst is. Een andere grote uitgavenpost zijn de uitgaven voor de gemeentelijke bestuursorganen en de bedrijfsvoering die binnen programma Bestuur en ondersteuning worden verantwoord (18%).

15

Waar komt het geld vandaan?

Verdeling baten begroting 2024 7%

1%

0 BESTUUR EN ONDERSTEUNING 1 VEILIGHEID 2 VERKEER, VERVOER EN WATERSTAAT

16%

3 ECONOMIE 4 ONDERWIJS 2% 5 SPORT, CULTUUR EN RECREATIE

1% 1% 1% 0%

6 SOCIAAL DOMEIN 71%

7 VOLKSGEZONDHEID EN MILIEU 8 VOLKSHUISV., RUIMT.ORDENING EN STED.VERNIEUWING

Waar gaat het geld naartoe?

Verdeling lasten begroting 2024 7%

3%

0 BESTUUR EN ONDERSTEUNING 1 VEILIGHEID

18% 2 VERKEER, VERVOER EN WATERSTAAT 4%

3 ECONOMIE 4 ONDERWIJS

7% 2% 3%

45%

5 SPORT, CULTUUR EN RECREATIE 6 SOCIAAL DOMEIN 7 VOLKSGEZONDHEID EN MILIEU

10% 8 VOLKSHUISV., RUIMT.ORDENING EN STED.VERNIEUWING

Investeringsvolume Naast het begrotingstotaal van ruim € 420 mln geven we uitvoering aan onze projectenportefeuille. Ons investeringsvolume over de periode 2026-2027 bedraagt ruim € 270 mln. In bijlage 2 is dit gespecificeerd naar individuele onderdelen. Op hoofdlijnen is hier de volgende onderverdeling in te maken: - Ibor- vervangingsinvesteringen - Geoormerkte investeringsvoorstellen uit het investeringsprogramma 2021-2024

16

-

Afzonderlijke raadsbesluiten over investeringen, waaronder de onderdelen uit de Regeling grote projecten (huisvestingsdossiers, Glanerbrook en Unilocatie Grevenbicht-Obbicht).

Bijstelling begrotingsbeeld Met de begrotingssaldi tot en met de 1ste rapportage 2023/ kadernota 2023-2026 als vertrekpunt, hebben wij het begrotingsbeeld geactualiseerd. Passend binnen de uitvoeringsprincipes in de kadernota 2023-2026 hebben we het begrotingsbeeld bijgesteld voor nieuwe autonome ontwikkelingen. De belangrijkste bijstellingen hebben betrekking op het gemeentefonds (meicirculaire 2023), sociaal domein (Beschermd wonen en Jeugdzorg) en bijstelling van de kapitaallasten (rente en afschrijving). Daarnaast hebben wij een structurele post van jaarlijks € 2 mln. opgenomen om de flexibiliteit in onze begroting te vergroten. Bij het onderdeel ‘financiële positie’ lichten wij deze post verder toe. Na verwerking van de autonome ontwikkelingen ontstaat het volgende begrotingsbeeld: Tabel - actualisatie begrotingssaldi bedragen x € 1.000 Ontwikkeling begrotingsbeeld

2023

2024

Begrotingssaldo na 1ste rapportage / kadernota

4.800

Inzet jaarrekening resultaat na bestemming

10.000

Inzet reservering coronamiddelen

5.100

Beschikbaar kader na 1ste rapportage / kadernota Actualisatie autonome ontwikkelingen

Saldi begrotingsruimte

2025

2026

2027

2.100

10.500

-400

-400

19.885

2.100

10.500

-400

-400

4.662

723

-558

-1.488

-2.414

24.562

2.823

9.942

-1.888

-2.814

Uitgaand van de vertreksituatie hebben we in bovenstaande tabel het effect van de bijstellingen door autonome ontwikkelingen verwerkt. Na verwerking van deze bijstellingen blijven de begrotingssaldi tot en met 2025 voordelig. De incidentele begrotingsruimte over de periode 2023-2025 is toegenomen tot en bedrag van € 37,3 mln. Na actualisatie bedragen de tekorten in de jaarschijven 2026 en 2027 € 1,9 mln. respectievelijk € 2,8 mln. Dit begrotingsbeeld past in de lijn van de ontwikkelingen rondom de gemeentelijke financiën zoals in paragraaf 1 van dit hoofdstuk is geschetst. En komt overeen met het begrotingsadvies van de VNG. De voordelige, incidentele begrotingsruimte vormt het budgettair kader voor uitwerking van het tweede uitvoeringsprincipe. Bij de uitwerking van het onderdeel financiële positie gaan we onder andere in op de ontwikkeling van het structureel begrotingsevenwicht en de weerstandscapaciteit.

17

UITVOERINGSAGENDA BESTUURSPERIODE 2024-2026 Kadernota 2023-2026 In de kadernota 2023-2026 is een voorstel voor een uitvoeringsagenda voor deze bestuursperiode uitgewerkt, bestaande uit de inhoudelijke speerpunten en de bijbehorende financiële kaders. De begroting 2024 is nu het eerste moment om de speerpunten inhoudelijk en financieel te verwerken, passend binnen de beschikbare financiële ruimte. Wij betrekken in deze uitwerking de speerpunten die in de kadernota zijn benoemd en onderzoeken hoe we invulling kunnen geven aan de overige ambities uit het coalitieakkoord ‘Samen zorgvuldig, verbindend doorpakken!’ en de uitvoeringsafspraken. Budgettair kader In het onderdeel Actualisatie financieel perspectief hebben wij inzicht gegeven in het actueel begrotingsbeeld na verwerking van de autonome ontwikkelingen. Hieruit blijkt dat er in de jaarschijven 2023 tot en met 2025 incidentele begrotingsruimte beschikbaar is om in te zetten voor de dekking van de het uitvoeringsagenda. Deze incidentele begrotingsruimte omvat de volgende onderdelen: - De voordelige begrotingssaldi in de jaarschijven 2023 tot en met 2025; - Het voordelig jaarrekeningresultaat 2022 na bestemming; - Het restant van de reservering coronamiddelen. In onderstaande tabel maken wij de begrotingsruimte inzichtelijk. Tabel begrotingsruimte bedragen x € 1.000 Beschikbare begrotingsruimte

2023

2024

Begrotingssaldi na autonome ontwikkelingen

9.462

Inzet jaarrekening resultaat na bestemming

10.000

Inzet reservering coronamiddelen

5.100

Saldo begrotingsruimte

24.562

2025

2026

2027

2.823

9.942

-1.888

-2.814

2.823

9.942

-1.888

-2.814

Uit de tabel blijkt dat de incidenteel beschikbare begrotingsruimte in de jaarschijven 2023-2025 per saldo € 37,3 mln. bedraagt. Hierbij is rekening gehouden met de bijstelling van het begrotingsbeeld op basis van actuele autonome ontwikkelingen. Passend binnen de besluitvorming over de jaarstukken 2022 voegen wij hier het voordelig resultaat na bestemming van € 10 mln. aan toe. Daarnaast stellen wij in de 2de rapportage 2023 voor het restant van de geoormerkte coronamiddelen ad € 5,1 mln. toe te voegen aan de incidentele begrotingsruimte. Het bedrag van € 37,3 mln. is het budgettair kader waarbinnen de speerpunten uit de Kadernota en overige ambities uit het coalitieakkoord en uitvoeringsafspraken in deze begroting financieel en inhoudelijk vertaald kunnen worden. Inhoudelijke en financiële vertaling De inrichting, invulling en dekking van het uitvoeringsagenda is gebaseerd op het uitvoeringsprincipe uit de Kadernota 2023-2026 ‘Daar waar keuzes gemaakt kunnen worden doen we dat’. Concreet betekent dit dat: - De Toekomstvisie 2023, het coalitieakkoord ‘Samen zorgvuldig, verbindend doorpakken!’ en de Uitvoeringsafspraken leidend zijn voor de inhoud van het uitvoeringsagenda; - De invulling van de uitvoeringsagenda plaatsvindt binnen de beschikbare incidentele begrotingsruimte. Dit betekent dat de speerpunten die we in de agenda opnemen met name gebaseerd zijn op de exploitatie.

Uitzondering betreft een beperkt aantal investeringen die op onderdelen gekoppeld zijn aan wettelijke taken;

18

-

-

We tijdelijk middelen beschikbaar stellen om specifieke activiteiten aan te jagen, te intensiveren dan wel van een impuls te voorzien. Deze tijdelijkheid betekent dat de uitvoering van de meeste speerpunten uit de uitvoeringsagenda eindigt in 2026. Enkele speerpunten lopen nog een jaar door en eindigen in 2027. Mede voortbordurend op de input van raads- en burgerleden in de sessie van 18 april jl. zijn drie thema’s leidend voor de inhoud van de uitvoeringsagenda en de uitvoering van onze werkzaamheden: • Een betrouwbare overheid • Trots op onze gemeente • De aandacht dichtbij

Voorstellen inhoud uitvoeringsagenda Passend binnen de bovenstaande uitwerking van het uitvoeringsprincipe uit de kadernota 2023-2026 stellen wij een uitvoeringsagenda voor, waarbij we onderscheid maken in exploitatie- en investeringsvoorstellen. Wij benadrukken dat het aantal investeringsvoorstellen beperkt is vanwege het ontbreken van structurele financiële ruimte. In bijlage 1 hebben we de individuele exploitatie- en investeringsvoorstellen op een rij gezet. Voor de inhoudelijke toelichting op deze voorstellen verwijzen wij naar de kadernota 2023-2026 en het programmaplan uit de programmabegroting 2024. Dekking uitvoeringsagenda Op basis van het actueel begrotingsbeeld blijkt dat de financiële vertaling van de uitvoeringsagenda moet passen binnen de beschikbare, incidentele begrotingsruimte van € 37,3 mln. In onderstaande tabel leggen we de relatie tussen de benodigde middelen voor de uitvoering van de uitvoeringsagenda en de beschikbare financiële ruimte. bedragen x € 1.000 Dekking uitvoeringsagenda Saldo begrotingsruimte na bijstelling

2023

2024

24.562

Benodigd speerpunten investeringen Benodigd speerpunten exploitatie

2025

2027

2.823

9.942

-1.888

-2.814

-26

-273

-926

-1.439

-10.013

-8.640

-7.215

-1.202

1.029

-10.029

-5.455

10.029

5.455

0

0

Saldo na verwerking speerpunten

24.562

-7.216

Inzet incidentele begrotingsruimte 2023

-22.700

7.216

1.862

0

Saldo begrotingsruimte

2026

1.029

Uit de tabel blijkt dat we de tijdelijke uitvoering van de speerpunten uit de uitvoeringsagenda, zoals opgenomen in bijlage 1, kunnen dekken uit de beschikbare incidentele begrotingsruimte. Met de inzet van de incidentele ruimte zijn alle jaarschijven in de begroting 2024 en meerjarenraming 2025-2027 sluitend. We stellen voor de resterende saldi van € 1,9 mln. in 2023 en € 1,0 mln. in 2025 aan te houden als achtervang voor autonome ontwikkelingen en het risicoprofiel in de begroting.

19

FINANCIËLE POSITIE Algemeen Aansluitend op de Toekomstvisie 2030, het coalitieakkoord “Samen zorgvuldig, verbindend doorpakken!’ en de uitvoeringsafspraken hebben wij in de bestuurssamenvatting de belangrijkste thema’s uit de programmabegroting 2024 ingedeeld naar de vier veerkrachten. Naast economische, ecologische, sociale en institutionele veerkracht, speelt ook financiële veerkracht een belangrijke rol in de uitvoering van onze begroting. Een veerkrachtige financiële positie betekent dat we wendbaar zijn om invulling te geven aan nieuwe ontwikkelingen en maatschappelijke opgaven en weerbaar zijn om onverwachte tegenvallers of risico’s op te kunnen vangen. Om inzicht te geven in de veerkracht van onze financiële positie kijken wij naar een aantal elementen. Schematisch ziet dat er als volgt uit:

Structureel en reëel sluitende begroting Voor de beoordeling van de veerkracht van onze financiële positie ligt het accent op het realiseren van structureel begrotingsevenwicht in onze begroting en meerjarenraming. Dit betekent dat de structurele baten voldoende moeten zijn om onze structurele lasten te dekken. Onderstaand brengen we op basis van de actuele begrotingssaldi de ontwikkeling van de structurele begrotingssaldi in beeld. Om het structureel saldo te berekenen worden de incidentele posten uit het begrotingssaldo geëlimineerd. Dit betekent dat we de incidentele baten negatief respectievelijk de incidentele lasten positief op het begrotingssaldo corrigeren. Deze correctie maken we zowel voor de incidentele post met betrekking tot autonome ontwikkelingen als de incidentele lasten en dekking van de ‘Uitvoeringsagenda bestuursperiode 2024-2026’. Tabel structureel begrotingsevenwicht bedragen x € 1.000

Ontwikkeling structureel begrotingsevenwicht

2024

Saldo baten en lasten exclusief mutaties in reserves Uitvoeringsagenda (kapitaallasten speerpunten investeringen) Mutaties in reserves Begrotingssaldo voor bestemming

20

2025

2026

2027

2.522

11.400

-268

-1.471

-26

-273

-926

-1.439

301

-1.458

-1.620

-1.343

2.797

9.669

-2.814

-4.253

bedragen x € 1.000

Ontwikkeling structureel begrotingsevenwicht

2024

2025

2026

2027

Correctie incidentele posten autonome ontwikkelingen: - incidentele baten

-8.489

-4.765

-3.408

-3.635

- incidentele lasten

6.189

4.177

2.721

2.671

Correctie incidentele posten uitvoeringsagenda: - incidentele lasten speerpunten

10.013

8.640

7.215

1.202

- incidentele baten (voordelige begrotingsruimte)

-10.013

-8.640

-7.215

-1.202

497

9.081

-3.501

-5.217

Structurele begrotingssaldi

Uit de tabel blijkt dat onze structurele begrotingssaldi in 2024 en 2025 positief zijn; vanaf 2026 is er sprake van een nadelige structurele saldi. Zoals eerder in deze paragraaf is toegelicht, ligt dit in lijn met het begrotingsadvies van de VNG. Uit voorafstemming met onze provinciale toezichthouder is gebleken dat structureel begrotingsevenwicht (alleen) in 2024 voldoende is om in 2024 voor repressief begrotingstoezicht in aanmerking te komen. Ondanks dat nadelige (structurele) begrotingssaldi in 2026 en 2027 geen invloed hebben op de toezichtsvorm is dit uit het oogpunt van een solide financieel beleid wel een aandachtspunt. Wij kunnen de tekorten in de jaarschijven 2026 en 2027 wel afdekken uit de resterende incidentele begrotingsruimte. Het realiseren van structureel voordelige saldi zal afhangen van de mate waarin het Rijk met extra middelen over de brug komt. Voor zover dat niet aan de orde is, moeten we zelf maatregelen treffen om structureel sluitende jaarschijven te realiseren. De inzet van de incidentele middelen heeft geen effect op het structureel begrotingsevenwicht. Weerbaar/ voldoende weerstandscapaciteit Voor een goed inzicht in onze financiële positie kijken we onder andere naar onze financiële weerbaarheid. Hierbij gaat het over de mate waarin wij in staat zijn om financiële risico’s op te vangen. Dit komt tot uitdrukking in ons weerstandsvermogen.

Dit weerstandsvermogen geeft aan over hoeveel incidentele middelen we beschikken om risico’s en/of onvoorziene tegenvallers eenmalig op te kunnen vangen, zonder dat de uitvoering van de begroting in het gedrang komt. In de kadernota weerstandsvermogen en risicobeheersing hebben wij de kaders voor de minimale omvang van ons weerstandsvermogen vastgelegd. Het gaat dan over de algemene reserve en de algemene reserve risicobeheersing. In onderstaande tabel hebben we de toepassing van deze kaders voor beide reserves inzichtelijk gemaakt. Algemene reserve risicobeheersing In de algemene reserve risicobeheersing dekken wij ons risicoprofiel af. Dit doen we op basis van onderstaande spelregels uit de kadernota weerstandsvermogen en risicobeheersing. - De dekkingsgraad weerstandsvermogen bedraagt 100% (1,0); - In deze reserve vindt 100% risicoafdekking plaats. Het risicoprofiel is gebaseerd op het totaal van de gekwantificeerde risico’s en het restrisico. Het restrisico wordt gebaseerd op 1% van het begrotingstotaal; - Overschotten/ tekorten in deze reserve verrekenen we met de algemene reserve. Tabel - opbouw algemene reserve risicobeheersing Bedragen x € 1.000

2023

2024

2025

2026

2027

Opbouw algemene reserve risicobeheersing Kwantificeerbare risico's Genormeerd risicoprofiel begrotingstotaal

-

restrisico

1%

van

het

6.820

8.080

9.280

9.280

9.280

4.000

4.000

4.000

4.000

4.000

21

Bedragen x € 1.000

2023

2024

2025

2026

2027

-100

-100

-100

-100

-100

Benodigd in algemene reserve risicobeheersing

10.720

11.980

13.180

13.180

13.180

Algemene reserve risicobeheersing (begroting 2024)

12.870

10.710

11.910

11.910

11.910

Verrekening met de algemene reserve (surplus)

-2.150

1.270

1.270

1.270

1.270

Weerstandscapaciteit na verrekening

100%

100%

100%

100%

100%

Dekking post onvoorzien

In bovenstaande tabel zijn de financiële gevolgen van de actualisatie van ons risicoprofiel voor de algemene reserve risicobeheersing in beeld gebracht. Op basis van dit profiel en een 100% dekkingsgraad blijkt dat we in 2023 een overschot hebben in de algemene reserve risicobeheersing van € 2,15 mln. Vanaf 2024 is er jaarlijks sprake van een tekort van € 1,27 mln. Via de besluitvorming over deze begroting stellen wij voor deze mutaties te verrekenen met het surplus in de algemene reserve, zodat er uiteindelijk sprake is van 100% dekking van ons risicoprofiel. Voor een gedetailleerde toelichting op bovenstaande tabel verwijzen wij naar paragraaf 5.2 Weerstandsvermogen en risicobeheersing van de programmabegroting 2024. Algemene reserve In de kadernota weerstandsvermogen en risicobeheersing is de ondergrens van de algemene reserve bepaald op 2% van het begrotingstotaal. In onderstaande grafiek geven wij inzicht in het verloop van de algemene reserve. Hierbij is nog geen rekening gehouden met de besluitvorming over de begroting 2024/ 2de rapportage 2023. Grafiek – opbouw algemene reserve

Uit bovenstaande grafiek blijkt dat het saldo van de algemene reserve in 2023 € 28,4 mln. bedraagt en met ingang van 2024 daalt naar € 19,7 mln. in 2027. Aanvullend worden middelen gereserveerd voor een aantal specifieke bestemmingen Na inzet voor een aantal specifieke bestemmingen en rekening houdend met de ondergrens van 2% resulteert het surplus in de algemene reserve. Dit surplus bedraagt € 12,6 mln. in 2023 en daalt dan naar € 5,2 mln. in 2027. Wij benadrukken dat het surplus een incidenteel karakter heeft. De toename van de algemene reserve en het surplus in het bijzonder draagt bij aan het versterken van onze financiële positie respectievelijk aan de ontwikkeling van onze financiële kengetallen. In de opbouw van de algemene reserve (surplus 2023) is de storting van het jaarrekeningresultaat na bestemming van € 10 mln. meegenomen. Daarnaast maakt het restant van de gereserveerde coronamiddelen van € 5,1 mln. onderdeel uit van de specifieke bestemmingen. In de 2de rapportage 2023 wordt voorgesteld het ‘label’ corona 22

los te laten. Zoals eerder in deze paragraaf beschreven, betrekken we beide posten in de incidentele begrotingsruimte om onze ‘Uitvoeringsagenda bestuursperiode 2024-2026’ te dekken. Wendbare begroting Hierbij gaat het om de mate waarin wij over middelen beschikken om tijdig in te kunnen spelen op nieuwe landelijke ontwikkelingen en lokale ambities. In onderstaande tabel blijkt welke ruimte binnen de begroting en meerjarenraming beschikbaar is nadat wij de autonome ontwikkelingen in het begrotingsbeeld hebben verwerkt. bedragen x € 1.000 Ontwikkeling begrotingsbeeld Saldo begrotingsruimte

2023

2024

2025

2026

2027

24.562

2.823

9.942

-1.888

-2.814

Beschikbare incidentele ruimte € 37,3 mln

De incidenteel in te zetten begrotingsruimte over de jaarschijven 2023 tot en met 2025 bedraagt in totaal € 37,3 mln. In de kadernota 2023-2026 is aangegeven dat de inhoudelijke en financiële vertaling van de speerpunten plaatsvindt in deze begroting. Een en ander voor zover passend binnen de beschikbare ruimte. Bij de toelichting op de ‘Uitvoeringsagenda bestuursperiode 2023-2026’ zijn wij hier verder op ingegaan. Robuuste begroting Hiervoor zijn wij ingegaan op de weerbaarheid en wendbaarheid van onze financiële positie. Om de flexibiliteit in onze begroting op deze onderdelen verder te vergroten hebben wij een structurele post van jaarlijks € 2 mln. opgenomen. We sluiten hiermee aan op de landelijke ontwikkelingen rondom gemeentefinanciën, waaronder onzekerheid over Rijksbeleid/ Rijkscompensatie, structurele tekorten vanaf 2026, het werken met risicoinschattingen en het zorgen voor alternatieven om tegenvallers op te vangen. Door onze begroting ‘robuuster’ te maken, zijn we beter in staat om te anticiperen op onzekerheden en autonome ontwikkelingen (weerbaarheid). Dit geeft ruimte om in te kunnen spelen op (landelijke) opgaven, al dan niet in de vorm van cofinanciering. Naast bovenstaande post hebben we in onze begroting exploitatiemiddelen gereserveerd om de effecten van inflatie/ prijsstijgingen op onze begroting op te kunnen vangen.

We reserveren de specifieke middelen die het Rijk via het gemeentefonds hiervoor beschikbaar stelt. Daarnaast stellen we voor de opbrengst uit de indexering van onze lokale lasten ad € 2,4 mln. hieraan toe te voegen. Dit verruimt het budgettair kader om inflatiegevolgen op onze begroting op te kunnen vangen. Bovendien past dit in de lijn die wij in het verleden toepasten om de indexeringsopbrengst uit onze belastingopbrengsten te reserveren om de inflatiegevolgen op onze eigen begroting op te kunnen vangen. In onderstaande tabel is de inzet van de ‘stelpost inflatie’ inzichtelijk gemaakt. Tabel-stelpost inflatie Begroting 2024

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=SittardGeleen&id=b75fb4f1-0364-4afb-933e-bbe228087651