Beantwoording technische vragen P&C cyclus 10-11 november 2021 (1)
Tekst van het document
71
72
Pag. 59: IBOR Beheerplannen. In hoeverre worden experimenten als ‘ Heerlens Heitje ‘ ook in SittardGeleen overwogen? Wat is de status van project De Tuinman hierin ? Pag. 60: Het fietsbeleidsplan dateert van 2008. Is dat mede onder invloed van het fors gestegen gebruik van de ebike - niet hoog nodig toe aan een actualisatie? Welke concrete doelen worden nagestreefd, voorzien die in voldoende mate aan de maatschappelijke behoefte (aanpak fietsdiefstallen, beveiligde stallingen, elektrische oplaadpunten, veilige fietsroutes, stimulering fietsgebruik) en in welke mate
Op de onderwerpen duurzaamheid, inclusie, klimaatbestendigheid, circulariteit, groene energie, burgerparticipatie, communicatie en gezondheid is sterk ingezet. Zo worden onder andere 28 abri’s geplaatst met groene sedumdaken. Worden een 20-tal abri’s voorzien van zonnepanelen en worden een drietal abri’s met AED’s uitgerust. In Sittard-Geleen kennen we de Tuinmandeals. Bij initiatieven uit de buurt sluiten we een deal met de initiatiefnemers, die kan bestaan uit advies, hulp, gereedschap, regelruimte of een kleine financiële tegemoetkoming. Zoals we u in de raadsinformatiebrief van 21 juli jl. hebben meegedeeld zal er eind dit jaar/ begin volgend jaar een integraal plan Mobiliteit voor de gemeente Sittard-Geleen worden gepresenteerd waarin alle regionale initiatieven waarin we nu participeren (Gebiedsverkenning Westelijke Mijnstreek, het Strategisch Plan Verkeersveiligheid 2030, Mobiliteitsvisie Zuid-Limburg, Fietsnetwerk Zuid-Limburg, Nationaal Toekomstbeeld Fiets, Toekomstbeeld OV, Smart-mobility) vertaald worden naar een overzichtelijke, integrale en samenhangende visie op Mobiliteit voor onze gemeente, die vervolgens kan dienen als basis voor een uitvoeringsprogramma voor de komende jaren. Aangezien we er steeds meer van doordrongen zijn dat Mobiliteit niet ophoudt bij de stadsgrenzen, er een grote samenhang bestaat tussen de verschillende modaliteiten en
20
Nr.
bron
Vraag worden die gehaald? Zo veel mogelijk onderbouwen met cijfers.
73
Pag. 64: Weet de gemeente wat de moderne ondernemer echt nodig heeft, ook met betrekking tot de vele zzp-ers die hun brood verdienen in de zorg, horeca en dienstverlening. Maak inzichtelijk wie tot het mkb hoort en wie is de zzp-er en wat beiden nodig hebben om hun bedrijf vorm te geven!
74
Pag. 64: Welke mogelijkheden worden gezien, om het mkb te kunnen faciliteren vanuit de middelen uit de Coronapot (ruim interpreteren)?
Antwoord alleen door samenwerking in regionaal en provinciaal verband slagen gemaakt kunnen worden in de noodzakelijke mobiliteitstransitie, worden er steeds minder separate beleidsplannen voor afzonderlijke modaliteiten vastgesteld, maar meer regionale, integrale plannen en visies, die vervolgens naar de lokale situatie vertaald kunnen worden. Er zal dus geen nieuw Fietsbeleidsplan worden opgesteld, maar de door u gevraagde actualisatie zal plaatsvinden in het kader van de doorvertaling naar de Sittard-Geleense situatie in het integraal plan Mobiliteit van hetgeen in alle bovengenoemde regionale visies, verkenningen en uitvoeringsagenda’s is opgenomen ten aanzien van de modaliteit Fiets. Om inzicht te krijgen wat de (moderne) ondernemer nodig heeft, ook in deze tijd van economisch herstel n.a.v. corona, worden inzichten verkregen op basis van landelijk studie (VNG/Platform 31), regionaal niveau (ESZL) en lokaal niveau (winkeliers- en ondernemersverenigingen).
Vanuit ESZL is 100.000 euro beschikbaar gesteld voor vouchers voor mkb ondernemers om een strategische heroverweging te maken over de bedrijfskoers. Verder heeft ESZL 2 x 100.000 euro beschikbaar gesteld voor een Kickstartfonds. Samenwerkende MKB-ondernemers konden een bijdrage van max 10.000 krijgen om hun innovatie net dat duwtje in de rug te geven om toch van start te kunnen gaan ondanks corona of voor innovatieve concepten gerelateerd aan de corona. De 16 ZL-gemeenten hebben medio 2021 samen nog een keer 100.000 euro opgebracht voor een derde trance voor het Kickstartfonds. Daarnaast is er een regionaal steunpunt ingericht voor (digitale) ondersteuningssessies voor ondernemers met ‘warme’ doorverwijzing naar specialistische adviesorganisaties, zoals MKB Advies, Starterscentrum Limburg of ‘115 Red een bedrijf’. Deze regionale ondersteuningsstructuur willen we vasthouden en wordt als voorstel opgenomen in het regionale herstel- en vitalitietsplan ‘V’, waarbij nadrukkelijk de samenwerking wordt gezocht met het regionale mobiliteitscentrum, dat vanwege corona in de regio is opgezet t.b.v. de personeelsvoorziening van bedrijven. De EU heeft voor haar lidstaten geld ter beschikking gesteld voor coronaherstel (ERF fonds). Het Rijk heeft dit echter officieel nog niet aangevraagd. De verwachting is dat dit ná de formatie zal worden gedaan.
ZuidLimburgse overheden en andere stakeholders inventariseren op dit moment waar dit geld aan kan worden uitgegeven, leefbaarheid en weerbaarheid van Limburgse (stads)kernen wordt hier uitdrukkelijk genoemd.
75
Pag. 65: Evenementen. Hoe wordt bij evenement organisatoren bewerkstelligd dat evenementen duurzamer en meer toegankelijker worden?
Dit voorjaar heeft het college een nieuwe regeling voor het subsidiëren van evenementen vastgesteld die met ingang van 2022 in werking treedt. De regeling maakt onderscheid in (boven)regionale en lokale of wijk- en dorpsevenementen. Voor de (boven-)regionale evenementen geldt dat de organisatoren in de subsidieaanvraag
21
Nr.
76
bron
Vraag
Pag. 65/66: Er wordt gehint op mogelijke subsidiemiddelen vanuit EZK. Welke subsidiemogelijkheden zijn er nog te benutten vanuit Brussel. Op welke wijze laten wij ons bijstaan, om maximaal gebruik te kunnen maken van (Europese) subsidies? Hierbij zou ook nadrukkelijk aandacht moeten worden gegeven aan het benutten van subsidiemogelijkheden in Euregionaal verband.
Antwoord moet toelichten hoe zij rekening houden c.q. hebben gehouden met duurzaamheid (het milieu zo min mogelijk belasten door rekening te houden met aspecten zoals afval, energie en mobiliteit) en inclusie (iedereen moet mee kunnen doen; evenementen moeten daarom toegankelijk en veilig zijn voor inwoners met een beperking). In de subsidiebeschikkingen kunnen specifieke verplichtingen ten aanzien van duurzaamheid en inclusie worden opgelegd. Gelet op de geringe bijdragen aan lokale en wijk- of dorpsevenementen is ervoor gekozen in deze categorie geen verplichtingen ten aanzien van duurzaamheid en inclusie op te leggen. Wel informeren wij organisatoren actief over manieren om evenementen op een duurzame en inclusieve manier te organiseren, om hen op deze wijze te inspireren. Voor subsidies in euregionaal verband kan worden gebruik gemaakt van onze directe contacten met EGTS Euregio Maas-Rijn. Via het burgemeestersnetwerk MAHHL+ hebben we een directe verbinding met EGTS Euregio Maas-Rijn dat tevens uitvoerder is van INTERREG. Onze aansluiting bij Euregio Rhein-Maas-Nord brengt ons ook beter in positie om aan te sluiten bij samenwerkingsprojecten in het INTERREG-gebied ten Noordoosten van ons. Belangrijke opmerking die hierbij moet worden gemaakt is dat het nieuwe INTERREGprogramma verlaat in werking zal treden, naar verwachting eind 2022.
Bij grote gemeenteoverstijgende subsidieaanvragen kan de gemeente altijd een beroep doen op de Limburgse public affairs medewerkers in Düsseldorf en Brussel. Op dit moment is er een tweewekelijks overleg tussen dit public affairs team en de grote Limburgse steden. Tevens is er een Europees Coronaherstelfonds. De NOVI gemeenten werken op dit moment aan een opzet voor het plan
77
Pag. 66: Expat region Maastricht. Wat willen we met Expats bereiken: wat is de toegevoegde waarde voor de regio en voor onze gemeente en wat mag dat dan kosten?
In het Voorjaar van 2021 zijn gesprekken gevoerd met een groot aantal werkgevers. Hieruit blijkt dat het Expat Centre Maastricht Region (ECMR) een noodzakelijk instrument is voor het aantrekken en behouden van internationale werknemers. Werkgevers vragen additioneel ook steun van het expatcentre én de regio in hun recruitmentproces, op het moment dat men de potentiële werknemer nog moet overtuigen te kiezen voor bedrijf en regio. Beschikbaarheid van competente werknemers blijkt een steeds belangrijkere vestigingsplaatsfactor voor bedrijven om zich te vestigen en te ontwikkelen. Dat geldt breed voor kennisinstituten, van grootbedrijf tot start up, en op alle niveau’ s van opleiding. Ook HBO en WO. Landelijk is afstemming gezocht met het Ministerie van EZ. In de ‘Talent Coalition’ ontwikkelt het Ministerie instrumenten gericht op het makkelijker aantrekken en houden van potentiële (jonge) internationale werknemers voor de BV Nederland en hun werkgevers. Dat doet zij samen met werkgevers en (concurrerende) regio’s in Nederland. Limburg blijkt hierin een blinde vlek. Hieruit volgt de noodzaak van een regionale aanpak voor de internationale arbeidsmarkt. Specifiek is gevraagd het borgen van het ECMR het versterken van het recruitmentproces voor hoger opgeleiden. Het ECMR is basisinfrastructuur voor de internationale arbeidsmarkt. Geen (regionaal) ECMR betekent op 2-0 achter t.o.v.
de
22
Nr.
bron
Vraag
Antwoord concurrerende regio’s en een witte vlek in het landelijk netwerk van expatcentra en Rijk. De prioriteit van de internationale arbeidsmarkt. Werkgevers geven aan als kerntaak van het ECMR te borgen: 1. Een snelle afhandeling van de formaliteiten (verblijfsvergunning IND en BSN). 2. Het beantwoorden van dringende vragen over wonen, werken en leven in de regio, als onderdeel van de ‘one stop shop’ met de formaliteiten. 3. Het aanbieden van kennissessies over vraagstukken die breed leven onder internationale werknemers, zoals over belastingen en wonen. We zitten momenteel midden in de afstemming om als centrumgemeenten (Maastricht, Heerlen, Sittard-Geleen) de kerntaken van het ECMR voor Zuid-Limburg structureel te dekken. De omvang van de verwachte (naar rato) kosten zijn afhankelijk van welk scenario de bestuurlijke goedkeuring krijgt. We kunnen berekenen op basis van waar de expat woont of waar de expat werkt.
78
Pag. 67: Wat is de actuele status van de projecten die aansluiten op Specifiek Centrum Sittard?
De planning voor herontwikkeling V&D pand is dat eind 2021 wordt gegund en dat aansluitend gestart wordt met de sloop en realisatie Huis aan de Markt. In november start het circulair slopen met Vidar. Definitieve gunning is ingepland voor 15 december. Voor de ontwikkellocatie 23 Kwadrant 3 is het ambitiedocument door het College goedgekeurd en momenteel wordt de definitiefase doorlopen. Tot 1 april studeren we op de haalbaarheid voor de herontwikkeling van de hoek Walramstraat – Rijksweg. Kwadrant 4, waar het Walramkantoor in ligt, wacht op besluitvorming rond de huisvesting. Voor ontwikkellocatie 09 Petrusschool wordt momenteel het ambitiedocument opgesteld. Daarnaast werken we komend jaar verder aan een aantal overige projecten, zoals de versterking van het gebied Kennedysingel, Broeksittarderweg en het Agnetenklooster gebied
79
Pag. 74: Het totale budget voor onderwijs bedraagt 8,5 mln voor 2022. De rijksbijdrage compenseert dit voor 50%. Hoe dragen we op termijn zorg voor continuïteit en kwaliteit van de onderwijsvoorzieningen?
80
Programma 5: Wat is de stand van zaken m.b.t. uitvoering van de motie om het straattheater in SittardGeleen te doen herleven? Wordt aansluiting gezocht bij het Limburg Festival. Welke middelen zijn hiervoor
In bedoeld overzicht zijn de voor onderwijshuisvesting bestemde middelen uit de Algemene Uitkering van het Gemeentefonds niet opgenomen, deze worden afzonderlijk verantwoord. De continuïteit en kwaliteit van onderwijsvoorzieningen worden gewaarborgd door toekenning van aanvragen die schoolbesturen kunnen indienen in het kader van de Verordening voorzieningen huisvesting onderwijs. Om een en ander planmatig te laten verlopen, wordt momenteel in overleg met schoolbesturen en kindpartners een Strategisch Huisvestingsplan Onderwijs- en Kindfuncties voorbereid. In het kader van de motie straattheater wordt momenteel onderzoek uitgevoerd naar de (financiële) haalbaarheid van een straattheaterfestival. Hierbij worden gesprekken gevoerd met diverse lokale culturele instellingen en organisaties. Er is ook gesproken met het Limburg Festival. Ook wordt onderzocht in hoeverre het initiatief kan aansluiten bij de uitvoering van de Toekomstvisie 2030. Over de uitkomsten van het onderzoek en de financiële
23
Nr. 81
82
83
bron
Vraag gereserveerd? Pag. 76: Welke ontwikkelingen zijn er rondom vernieuwing van Het Anker in Born? Pag. 76 T.a.v. de zwem- en topsportlocatie Glanerbrook rijst de vraag, dat de bouwfase gaat beginnen maar gezien de huidige ontwikkelingen, die overigens onbenoemd blijven in de begroting, is dat nog niet zeker. Wat betekent een eventuele vertraging op dit vlak financieel en praktisch voor de planning? Wanneer de ESCS locatie verkocht bijvoorbeeld wordt terwijl er aan de locatie te Glanerbrook wordt gebouwd kan er zich een situatie voordoen waarin twee zwemlocaties in één klap wegvallen. Hoe wordt dit dan ondervangen? Pag. 77: Wat zijn de financiele haken en ogen bij de eventuele herbestemming van de ESCS-locatie, en in welke mate dient dit in samenhang te worden gezien met de sluiting van De Nieuwe Hateboer?
84
Pag. 77: Wat is de financiële positie en levensvatbaarheid van de Schouwburg?
85
Pag. 78: Het bomenplan is overvraagd en zou moeten worden afgeslankt. Wat wordt daarmee exact bedoeld? Betekent dit dat 1 miljoen bomen in zijn geheel niet gehaald zullen worden? Of dat wij als gemeente geen volwaardige bijdrage kunnen leveren? Ligt het probleem bij het teveel aanvragen aan de
Antwoord vertaling wordt u in het eerste kwartaal van 2022 geïnformeerd. Met Het Anker worden op dit moment gesprekken gevoerd over hun plannen voor vernieuwing/renovatie van Het Anker. Uitgangspunt bij de beoordeling van plannen voor vernieuwing van Het Anker is het voorgenomen Raadsbesluit uit 2017 om te komen tot één zwemvoorziening op de locatie Glanerbrook, aangevuld met het coalitieakkoord. Het stopzetten van de aanbesteding van het bouwteam heeft vooralsnog geen gevolgen voor de planning van realisatie. De ontwerpfase loopt nog volgens de huidige planning door. Bij een eventuele vertraging kunnen financieel bijvoorbeeld BTW-risico’s gaan spelen na 2025. Op het moment dat De Nieuwe Hateboer eerder zou moeten sluiten dan het 2x25 meter bad op Glanerbrook gereed is, dan gaan we – in overleg met de verenigingen – zoeken naar tijdelijke alternatieve zwemlocaties binnen de gemeente en in de omgeving. Allereerst zal dan ook gesproken worden over de mogelijkheden bij de zwemvoorziening op Het Anker. Bij de nadere invulling wordt ook duidelijk wat dit financieel betekent. Dit is ook de reden dat het nieuwe 2x25 meter bad in de planning als eerste zal worden gerealiseerd. Vanuit de natuur- en landschapsvisie die momenteel wordt afgerond worden 2 denkrichtingen gepresenteerd.
Beide denkrichtingen hebben een andere financiële businesscase waarbij de ontwikkeling van natuur geen financiële drager kent. Hier zal een investering vanuit de gemeente noodzakelijk zijn om het gebied opnieuw in te richten. Een economische ontwikkeling heeft vaak wel een kostendrager die kan zorgen voor de ontwikkeling van het gebied en kan ook bijdragen aan het behoud van een zwemvoorziening in Sittard. De begroting van De Domijnen is in de huidige situatie opgebouwd per onderdeel (Podium, Exposities, Educatie, Collectie & informatie) en niet per onderdeel (Schouwburg, Poppodium Volt, Bibliotheek etc.). Als onderdeel van de transitie die na de evaluatie van De Domijnen is ingezet heeft De Domijnen de opdracht de financiële positie per onderdeel in kaart te brengen, maar deze informatie is op dit moment nog niet beschikbaar. De levensvatbaarheid van de Schouwburg (vanaf 17-12: Toon Hermans Theater) staat op dit moment niet ter discussie, wel wordt mede in navolging van het rapport van BMC het gesprek gevoerd over de verdere verdieping van regionale samenwerking. Er zijn bij de Provincie Limburg meer aanvragen ingediend dan waar financiële ruimte voor opgenomen is. Dit heeft ertoe geleid dat wij -recent- het bericht ontvangen hebben dat niet alle ingediende aanvragen van de Gemeente Sittard-Geleen gehonoreerd kunnen worden.
Daarnaast zijn de provinciale subsidievoorwaarden van dien aard dat niet alle ingediende voorstellen in aanmerking komen voor een provinciale bijdrage. Wij beraden ons op de wijze waarop wij op een zo laagdrempelig mogelijk wijze de door ons gereserveerde middelen voor het 1 miljoen bomenplan, zo optimaal mogelijk in kunnen zetten.
24
Nr.
86
87
88
89
90
bron
Vraag voorkant of de organisatie aan de achterkant?
Antwoord
Pag. 79: Proeftuin Zeeheldenbuurt. De proeftuin is in 2021 opgestart en wordt in 2022 vervolgd. Waarom wordt er pas in 2023 1 miljoen hiervoor gereserveerd en niet eerder? Pag. 81: Hoe wordt er gestuurd op een betere bezettingsgraad van de bestaande multi functionele accommodaties in het kader van duurzaam accommodatiebeleid , gelet op de toekomstplannen van beheerders en gebruikers? Pag. 85: Onder het kopje ‘preventie en voorliggend veld’ staan een aantal zinnen die niet eenduidig te lezen zijn. ”We willen deze beweging ombuigen aan de voorkant. Ook willen wij de inzet op normaliseren en demedicaliseren intensiveren. Waar begint hulp en waar eindigt deze? Deze abstractie graag concreet maken. Pag. 87: Onderwijs. Hier ligt een kans om het milieubeleid en duurzaamheid in uitdrukkelijke samenwerking met scholen op te pakken. Hoe denkt men hieraan vorm te geven?
Alvorens er investeringen gedaan kunnen worden, dient een project te worden voorbereid, als ook bewonersparticipatie plaats te vinden. Vandaar dat er pas voor is gekozen om in 2023 1 miljoen te reserveren.
Pag. 89: Wat is nodig om de bijzondere bijstand terug te brengen naar het niveau van de voormalige 120% van de bijstandsnorm? Wat is aanvullend nodig, om deze norm consequent te hanteren als uniform beoordelingscriterium voor financiële steun aan de lagere inkomens? (Overzicht van de regelingen met criteria)
In het kader van de toekomstbestendige accommodatieplannen van beheerders en gebruikers gaan wij samen met hen na in hoeverre zij in die plannen invulling geven aan de inloopfunctie voor wijkbewoners, het behoud van bestaand gebruik en de mogelijke uitbreiding met nieuw(e) gebruik(ers). Daardoor ontstaat zicht op de mate van (multifunctioneel) gebruik van de accommodaties. We constateren een groei van het beroep op gespecialiseerde zorg. Door problemen vroegtijdig te constateren, kunnen deze in een aantal gevallen door het voorliggend worden opgepakt en is gespecialiseerde zorg niet nodig. Ook zien we dat professionele hulp wordt gevraagd én geboden voor uitdagingen die bij het “gewone” leven horen en waarbij de vraag gerechtvaardigd is of professionele hulp wel aangewezen is. Dat is wat we bedoelen met “normaliseren” en “demedicaliseren”. Een absolute grens hierin is moeilijk te trekken en blijft afhankelijk van de individuele vraag. Maatwerk blijft dus geboden. De primaire verantwoordelijkheid voor verduurzaming ligt bij de schoolbesturen, als juridisch eigenaar van schoolgebouwen. De gemeente informeert schoolbesturen actief over ontwikkelingen en subsidiemogelijkheden.
Indien verruiming van de wettelijke verantwoordelijkheid van de gemeente voor onderwijshuisvesting hiertoe aanleiding geeft - bijvoorbeeld door het aanmerken van levensduurverlengende renovatie als voorziening in de huisvesting voor rekening van de gemeente – kan dit aanleiding zijn om ook een financiële bijdrage te leveren aan verduurzaming van schoolgebouwen. Bijzondere bijstand heeft als inkomensgrens 110% van de bijstandsnorm. Indien het inkomen hoger is dan wordt 25% daarvan als draagkracht aangemerkt. Bij het bepalen van de hoogte van het inkomen houden we rekening met aflossingen van schuldenregelingen. Een verhoging van de inkomensgrens naar 120% leidt – op basis van eerdere berekeningen- tot extra kosten tussen 200.000 en 300.000 euro. Het verhogen van de inkomensgrens Individuele inkomenstoeslag tot 110% kan tot een verhoging van € 770.000 leiden. De berekening tot 120% is nog niet uitgevoerd. Het consequent hanteren van deze norm (ophogen en verlagen) zou aan de kant van de regeling tegemoetkoming zorgkosten een groep uitsluiten. Wat dat betekent voor de algehele kosten is nog niet berekend.
25
Nr.
bron
Vraag
Antwoord Om dit antwoord volledig te kunnen geven is extra tijd nodig. Overzicht Bijzondere bijstand: 110% (25% draagkracht meerdere inkomen), rekening houden met schuldenaflossing Individuele inkomenstoeslag: 102% Individuele studietoeslag: betreft scholieren/studenten zonder inkomen (inkomensgrens is niet relevant) Kansen voor kinderen: 120% Volwassenenfonds: 120% Collectieve zorgverzekering: 150% Regeling tegemoetkoming zorgkosten: 130%
91
Pag. 89/95: Welke maatregelen zijn er getroffen of in ontwikkeling om laaggeletterdheid te bestrijden? Welke concrete doelstellingen worden daarbij nagestreefd? Mede te bezien in relatie tot de Wet inburgering.
In Zuid-Limburg hebben gemeenten, bibliotheken, maatschappelijke organisaties en bedrijven zich verenigd en is een plan van aanpak basisvaardigheden volwassenen Zuid-Limburg geschreven. Daarnaast zijn er per subregio samenwerkingsverbanden opgericht. Voor de Westelijke Mijnstreek is dit de Coalitie Laaggeletterdheid Westelijke Mijnstreek. De leden van de coalitie zijn de gemeenten, PIW, De Domijnen, Stichting Lezen en schrijven, Cubiss, Vista College en Vidar. Het plan van aanpak basisvaardigheden is gebaseerd op een 5-tal beleidspijlers waar per beleidspijlers concrete acties zijn benoemd: 1. Voorkomen van taal/rekenachterstand bij kinderen 2. Zorgen dat zoveel mogelijk mensen kunnen meedoen 3. Opsporen van beperkte basisvaardigheden 4. Meer mensen met Nederlands als moedertaal bereiken voor onderwijs in de basisvaardigheden 5. Verhelpen van beperkte basisvaardigheden bij volwassenen met scholing Concrete acties zien we onder andere terug in: Ad 1. Het intensiveren van vroeg- en voorschoolse educatie, voorleesproject aan ouders. Ad 2. Inspanningen vanuit de inclusie aanpak gericht op een toegankelijke en begrijpelijke omgeving en informatie Ad 3,4,5 Training aan professionals in het brede sociaal domein gericht op herkennen van laaggeletterdheid waardoor mensen op weg geholpen worden naar onderwijs.
Bij de toegang van Vidar wordt de leerbaarheid gemeten en is er aandacht voor eventuele laaggeletterdheid. De ondersteuning- en ontwikkelmogelijkheden zijn in kaart gebracht zodat na het signaleren gericht kan worden doorverwezen. Het Taalhuis bij de Domijnen ontwikkelt tot een spilfunctie op dit vlak. Inburgeraars (de NT2 groep) worden binnen het inburgeringsonderwijs geschoold in het Nederlands. De nieuwe Wet inburgering stelt B1 als streefniveau, met dat niveau kunnen mensen zich in Nederland redden. In de praktijk zien we dat de NT2 groep gemakkelijker een beroep doet op ondersteuning, tijdens of na het inburgeringstraject.
26
Nr.
92
93
bron
Vraag
Antwoord De NT1 groep kampt meer met schaamte. Des te belangrijker is hiervoor de inzet binnen pijler 3: opsporen en eigenlijk het bereiken van de doelgroep.
Pag. 94: Bij de verloning mogelijkheid cao aan de slag wordt de ambitie gemist om te voldoen aan taakstelling die er ligt om mensen binnen ‘nieuw beschut’ aan te nemen en in te zetten op de taakstelling: ultimo 2021 52 fte mensen betaald aan de slag binnen de nieuw beschut regeling. Graag toelichten. Pag. 95: Inkomensondersteuning. Wat zijn de resultaten van de experimenten met bijverdienen in de bijstand? Ziet we ruimte om daarin verdere stappen te zetten, bijv. in de vorm van een project voor een groep die al langer dan 10 jaar in een bijstandsuitkering zit?
Ondanks Corona is het aantal mensen dat met een beschut werk indicatie aan de slag is fors gestegen. T/m het 3e kwartaal 2021 begeleidt Vidar 37 mensen met een indicatie beschut naar een passende werkplek. Ten aanzien van beschut nieuw is maatwerk steeds het uitgangspunt geweest: de inzet van Vidar is om mensen duurzaam op een passende arbeidsplek te plaatsen en de daarbij benodigde ondersteuning aan te bieden. Het al dan niet hebben van een indicatie beschut doet daar niets aan af. De experimenten die in het land in enkele gemeenten zijn uitgevoerd hebben in het algemeen geen significante resultaten opgeleverd. Een dergelijke experimentele benadering of project ligt dan ook niet voor de hand om te herhalen. In juli 2019 is het college gestart met de uitvoering van de pilot ‘Werken aan de basis’. Een aanpak die tot stand is gekomen na een verkenning met de raad rondom het onderwerp ‘bijverdienen in de bijstand’. De eindevaluatie van deze pilot wordt op korte termijn aan de raad aangeboden. Wat uit onze en de landelijke aanpakken blijkt, is dat aandacht en maatwerk nodig is om mensen te laten zien waar hun kansen en kwaliteiten liggen. Het dienstverleningspalet van Vidar is daarop gebouwd. Dat bieden we aan de gehele doelgroep aan.
94
Pag. 101: Kunnen de beleidsindicatoren ook in tijdsperspectief worden geplaatst, zodat daaruit een trend kan worden herkend?
Conform Besluit Begroting en Verantwoording nemen de gemeenten een vaste set aan indicatoren op in hun begroting en jaarverslag. Deze indicatoren komen op ieder programmablad terug en beslaan het spectrum van veiligheid, economie, tot sociaal domein. Deze beleidsindicatoren worden ook gepubliceerd via Waar staat je gemeente. Door op de site op de gewenste indicator te klikken wordt de historie zichtbaar en dus de ontwikkeling van de desbetreffende indicator in de tijd. Zie: Dashboard - Besluit Begroting en Verantwoording - Sittard-Geleen (waarstaatjegemeente.nl)
95
Pag. 101: Het percentage jongeren met jeugdhulp (17,3%) is in onze gemeente aanzienlijk groter dan in de rest van Nederland (11,9%). Hoe moeten we deze exorbitante verschillen duiden? Hoe pakken we dit aan?
In de begroting geven wij de cijfers aan die in “Waarstaatjegemeente” zijn gepubliceerd. Deze komen uit de CBS -gegevens, die gevuld zijn vanuit de cijfers van zorgaanbieders. Wij baseren ons op de feitelijke gegevens uit ons betalingssysteem en de BRP- gegevens die een stuk accurater zijn. Daaruit blijkt dat het percentage jeugdigen in jeugdzorg per 1-10-2021 13,5% bedroeg. Dit is nog steeds hoger dan het landelijke gemiddelde. Door onze 10puntenaanpak en de nieuwe inkoop 2023 proberen wij het gebruik terug te dringen (onder andere praktijkondersteuners jeugd, inzet op preventie en normailiseren en demedicaliseren).
27
Nr. 96
97
bron
Vraag Pag. 104: De TVW (Transitievisie Warmte) schetst per wijk het tijdspad van aardgasvrije wijken. Wat is de status?
Antwoord De TVW komt 16 december 2021 ter vaststelling in de raad. De TVW is een verkennend document over de gewenste warmte-transitie dat in 2022 uitgewerkt wordt in wijkuitvoeringsplannen.
Pag. 104: Hoe wordt de opgave duurzaamheid door het college - mede ism de raadswerkgroep duurzaamheid - vorm gegeven in het teken van stijgende ‘energiearmoede’ onder huishoudens ?
In Wikipedia staat: Energiearmoede beschrijft het verband tussen armoede en de kosten van energie. Aan de ene kant beschrijft het de stijgende energiekosten als een risico op armoede en aan de andere kant de moeilijkheden van de armen in de geïndustrialiseerde landen om de stijgende energiekosten te kunnen betalen. De gemeente heeft geen invloed op de energiekosten wat betreft de tarieven waaronder gasprijs. En kan ook niet inwoners compenseren voor hoge energiekosten. Dat gebeurt indien nodig op rijksniveau. Wel heeft de gemeente invloed op de hoeveelheid energie die gebruikt wordt en daarmee de energiekosten. Als die lager wordt, wordt ook het percentage energiekosten van het besteedbaar inkomen lager.
98
Pag. 105: In welke mate zijn we er tot dusverre in geslaagd, om de hoeveelheid restafval terug te dringen naar 30 kg in 2025? Liggen we op schema, of moet er een tandje worden bijgezet? Wat is daar dan voor nodig?
99
Pag. 106: Is de gemeente resp. de RUD voldoende toegerust, om de taken op grond van de Wet bodembescherming adequaat uit te voeren? Hoe voorkomen we, dat we achter de feiten aanlopen? Pag. 109: Gerelateerde beleidsnota’s: wanneer kunnen we de actualisatie tegemoet zien van de diverse beleidsnota’s?
100
De opgave/programma Duurzaamheid gaat onder meer in op de Energietransitie, waaronder duurzame opwek, de warmtetransitie en mobiliteit. Het thema energiearmoede krijgt met name aandacht in de Transitievisie Warmte (TVW) dat 16 december op de agenda van de gemeenteraad staat. O.a. door aan te geven dat isoleren geld kost én aardgas elk jaar duurder wordt. En dat het daarom nodig is om inwoners met een laag inkomen hierin te ondersteunen. Dit gebeurt nu al met vouchers, gratis warmte- en energiescans, en met het in 2022-2025 verduurzamen van woningen in de wijken Geleen-zuid/Kluis met een laag inkomen. In het ‘Regionaal beleidskader 2021-2025 van afval naar grondstof’, vastgesteld in februari 2021, zijn de nieuwe doelen vastgesteld voor de afvalinzameling. Dit betekent voor 2025 nog 100 kg huishoudelijk restafval per persoon, en in 2030 30 kg huishoudelijk restafval per persoon. In het beleidskader is opgenomen dat door het ongewijzigd laten van de service op restafval de eerdere doelen (100 kg in 2020) nog niet zijn behaald. In het nog vast te stellen Uitvoeringsplan van afval naar grondstof wordt onder meer ingezet op maatregelen gericht op het anders inrichten (verminderen) van de service op het restafval. De RUD voert deze taken nu uit in opdracht van de Provincie. Voor hen verandert enkel de opdrachtgever.
De RUD heeft de juiste expertise en de financiële consequentie van ons opdrachtgeverschap moet nog in kaart worden gebracht. De volgende beleidsnota’s zijn reeds, of worden nog geactualiseerd: ▪ Bodembeheersplan 2016-2020: het bodembeheersplan is vervangen door de Nota Bodembeheer 2021, Sittard-Geleen (status vastgesteld). Deze nota bevat ook de geactualiseerde bodemkwaliteitskaart, en heeft een reguliere looptijd van 5 jaar. ▪ Beleidsplan Afvalwater Westelijke Mijnstreek 2015-2020: het beleidsplan wordt vervangen door het Beleidsplan Afvalwater Westelijke Mijnstreek 2022-2026 (status: vaststelling 4e kwartaal 2021). ▪ Regionaal Afvalplan Westelijke Mijnstreek 2016-2019: dit afvalplan is vervangen door het Regionaal beleidskader 2021-2025 van afval naar grondstof (status vastgesteld).
28
Nr.
bron
Vraag
101
Pag. 111: Welke knelpunten moeten nog worden opgelost met het oog op de naderende invoeringsdatum van de Omgevingswet? Aangenomen mag worden, dat de raadswerkgroep Omgevingswet voldoende is ingevoerd. Wanneer is voorzien in een verdere kennisverbreding naar de overige raadsleden? Idem, de voorlichting en communicatie naar inwoners en overige betrokken partijen.
102
Pag. 113: De versterking van groen en landschap voor Corio Glana Sittard en omgeving en de geformuleerde opgaven suggereert dat een grootschalige “rode” invulling van het buitengebied (Schwienswei) van de baan is. Hoe moet dit worden beoordeeld, en wanneer kan hier expliciete duidelijkheid over worden gegeven? Pag. 115: Wat is de status van het project Waterklaar in het kader van de regionale adaptatiestrategie. De GL fractie had in november vorig jaar een motie ingediend over de campagne waterklaar . Welke acties zijn ondernomen, wat zit er nog in die pot en hoe wordt er nu op geacteerd ?
103
Antwoord ▪ Actieplan afval Sittard-Geleen 2018-2021: dit actieplan wordt vervangen door het Uitvoeringsplan van afval naar grondstof (status: vaststelling medio 2022). De overige beleidsnota’s zijn nog actueel. Dit betreft: ▪ De tuinman van Sittard-Geleen ▪ Gemeentelijke grondstoffenvisie 2050 ▪ Van afval naar grondstof 2021-2025 De voortgang van het plan van aanpak implementatie Omgevingswet (2019) ligt op schema. Zoals het nu uit ziet zijn alle acties en projecten tijdig uitgevoerd. Mogelijk dat landelijk de uitrol van het digitaal stelsel een knelpunt gaat worden. Hiervoor worden landelijk oplossingen voorbereid. De raadswerkgroep Omgevingswet is inmiddels 8 keer themagewijs meegenomen in het implementatietraject. In november volgt nog een raadswerkgroep over de Omgevingsvisie. Op 30 september jl is de raad in een themasessie op de hoogte gebracht van de voortgang van de implementatie van de Omgevingswet. In 2022 zal in de raad als onderdeel van de implementatie van de Omgevingswet de volgende onderwerpen worden voorgelegd; bindend adviesrecht, participatie, wijziging legesverordening, nadeelcompensatie (planschade), beleid externe veiligheid, adviescommissie Ruimtelijke Kwaliteit en de Omgevingsvisie. Deze punten worden eerst ter voorbereiding in de Raadswerkgroep gedeeld en besproken, waarna het in de bedoeling ligt een themasessie voor de gehele raad te houden.
Voor de voorlichting en communicatie aan inwoners en overige betrokken partijen wordt een communicatieplan opgesteld. Deze communicatie start begin 2022 De groen, water en landschapsopgaven voor het gebied rond de Schwienswei worden in samenhang onderzocht binnen het lopende traject voor het opstellen van een natuur- en landschapsvisie voor dit gebied. Door de ontwikkeling van het gebied van de voormalige sport- en zwemlocatie ontstaan er koppelkansen met het project Corio Glana. Deze kansen kunnen worden benut in de beide denkrichtingen uit de natuur- en landschapsvisie dus ook bij een “rode” invulling. De natuur-en landschapsvisie bevindt zich in afrondende fase en wordt ter besluitvorming geagendeerd voor de raadsvergadering van 16 december 2021. Over de voortgang van het project Waterklaar is uw Raad geïnformeerd per memo van 3 juni 2021 en dagbericht d.d. 17 juni 2021. Naar aanleiding van de motie Waterklaar zijn er diverse acties uitgevoerd. Zo is er extra aandacht geweest voor communicatie: Er zijn artikelen geplaatst in de stadskrant en diverse berichten op de Facebook-pagina van de Tuinman. Elke maandag staat er een strip van Waterklaar in de krant. Daarnaast is ook een aantal inwoners aan het woord geweest met hun ervaringen op het gebied van afkoppelen. Tevens zijn er campagnes geweest van Waterklaar.
Eén in het voorjaar en er staat er nog een gepland voor het najaar. Ook voor afgelopen zomer stond een campagne gepland, hiervan is echter besloten om deze vanwege de wateroverlast van afgelopen juli geen doorgang te laten vinden. Aangezien het niet gepast leek, om ten tijde van een calamiteit inwoners met deze campagne te bereiken.
29
Nr.
104
105
106
bron
Vraag
Pag. 129: Lasten monitor. Is er een analyse gemaakt van de verschillen in lastendruk tussen de diverse gemeenten. Welke lessen zijn daaruit te trekken? Pag. 137: Hoe wordt voorkomen, dat de kostenontwikkeling een schoksgewijs effect heeft op de te hanteren tarieven. Kan dit, voor zover onvoorzienbaar, worden opgevangen via een egalisatierekening? Pag. 145: Met de werkregio WM wordt gewerkt aan een klimaatmonitor. Wat moeten we ons daarbij voorstellen? Er is sprake van een ernstige klimaatcrisis, die een grootscheeps actieplan vraagt, dat verder gaat dan een extra veegbeurt om de modder op te ruimen.
Antwoord Alle extra aandacht heeft geleid tot ca. 25 % extra aanvragen. Dat lijkt veel, maar in absolute aantallen is het nog steeds niet veel. Daarnaast zijn er tientallen verzoeken tot meer informatie geweest en afgehandeld. Door de coronamaatregelen zijn nog niet alle voorgenomen acties, zoals bijvoorbeeld een stand in de Hornbach, uitgevoerd. Met de verlenging van de regeling naar volgend jaar en het jaar daarop, willen wij hier wel een nieuwe impuls aan geven. In 2018 is voor deze regeling een budget van € 355.000,-- geoormerkt. Tot heden zijn 130 aanvragen ingediend, waarvan 121 gehonoreerd en ruim 100 uitgevoerd. Daarnaast zijn er bij de aanleg van een gescheiden rioolstelsel, 114 adressen deels afgekoppeld en aangesloten op het schoonwaterriool. Het totaal hiertoe besteed ’subsidiebudget’ bedraagt ca. € 120.000,--. Het restantbudget biedt derhalve nog voldoende financiële ruimte om de regeling voort te zetten. Het belastingoverzicht 2021 geeft de woonlastendruk voor 2021 aan. Een vergelijking met de 3 andere grote gemeenten laat zien dat dat woonlastendruk in onze gemeente het hoogste van de vier is. Deze woonlastenmonitor is begin juni 2021 ter informatie naar de gemeenteraad gestuurd. De gemeente heeft geen egalisatierekening om schokken in de tarieven te kunnen opvangen.
Met de voorzieningen afval en riolering kunnen incidenteel stijgingen in deze tarieven worden opgevangen. Er is op dit moment echter geen ruimte binnen deze voorzieningen.
Klimaatverandering leidt tot allerlei effecten, zoals we ook hebben bepaald met onze stresstesten. De resultaten daarvan zijn getoond tijdens de raadswerkgroep duurzaamheid in april jongstleden. Deze effecten komen door allerlei weersextremen, zoals wolkbreuken, overstromingen, droogte en hittegolven. Dit leidt potentieel tot schade. Als voorbeeld is genoemd modderoverlast na een wolkbreuk, omdat dit concreet tot extra veegbeurten leidt bij de gemeente. Maar dat is natuurlijk niet alle schade. Inwoners kunnen ook schade hebben, omdat zij het water in de woonkamer hebben staan. Dit zijn voor veel locaties echter nog theoretische effecten. We hebben wel diverse momenten gehad van schade, maar tot op heden wordt niet systematisch bijgehouden wanneer er sprake is van extreem weer en welke schade daarbij optreedt. Zo kan er dus ook geen beeld gekregen worden van trends of er bijvoorbeeld vaker en ook grotere schaal sprake is van overlast als gevolg van hevige regenbuien. Kortom er kan niet goed bepaald worden hoe het klimaat zich ontwikkelt. Bij klimaatverandering is er nog veel onzekerheid. Daarom werkt het KNMI ook met verschillende scenario’s. Daarnaast willen we wel heel veel maatregelen gaan nemen om de effecten van klimaatverandering te bestrijden.
Maar hoe weten we nu of deze effect hebben gehad en ook of het de juiste maatregelen zijn geweest? De visie Smart City geeft aan dat we data-gedreven moeten worden om onder andere beter beleid te kunnen maken. Dat is het doel van de klimaatmonitor. Er wordt bijvoorbeeld bijgehouden welke extreme buien in de stad zijn gevallen en ook welke schade is opgetreden (niet alleen modder, maar ook het aantal getroffen woningen). Je houdt ook bij welke maatregelen je hebt genomen in de loop der tijd en of deze effectief genoeg zijn geweest. Zo krijg je dus een cyclus van plan-do-check-act. Het doel van de klimaatmonitor is dus om beter te weten wat er gebeurt, ook naar de toekomst toe. Daardoor zijn we in staat betere maatregelen te nemen in de bestrijding van de klimaateffecten.
30
Nr. 107
108
109
110
111
bron
Vraag
Antwoord Monitoring is dus een goede strategische maatregel.
Pag. 148: Welke overeenkomst ligt ten grondslag een het vermarkten van de ESCS-locatie? De initiatiefnemer heeft tot eind 2021 een optie. Welke verplichtingen heeft de gemeente, indien er niet tot verlenging wordt besloten. Welke oplossingsrichtingen zijn bedacht, om de ombuiging van 1,2 mln te realiseren? Pag. 168: Bij de vaststelling van het inkoop- en aanbestedingsbeleid zijn onder andere aspecten als Social return, lokale/regionale inkoop en MVO (duurzaamheid) in de inkoop- en aanbestedingsprocedure opgenomen. Hierbij is ook aandacht gevraagd voor de introductie van wegingsfactoren (een puntensysteem o.i.d.). Wat is daarvan de stand van zaken? Pag. 177: Hoe denkt het college de raad beter in positie te brengen, ten einde betekenisvolle invloed te kunnen uitoefenen op de kostenontwikkeling van de gemeenschappelijke regelingen. Pag. 197: de paragraaf ‘ actuele prognose van de resultaten ‘ betreft verduidelijking op de invloed van het grondbeleid op de financiële positie van de gemeente. De tabel over het totaalresultaat van de ‘ Bouwgrond in exploitatie’ gaat over de status van projecten per 1/1/2021.
Wat is de huidige, actuele status van deze projecten (boekwaarde per 1 juli, gerealiseerde en nog te maken kosten, gerealiseerde en nog te behalen opbrengst en geactualiseerd resultaat per 1/1/2022? Pag, 197: Is het extra tekort op de grondexploitatie Mauritspark Herontwikkeling (lagere grondopbrengsten als gevolg van asbest, kabels en leidingen) en kantoren-park Station (verwerving door Mulleners van de DSM torens ) afgedekt of een onvoorzien tekort?
Momenteel is er geen overeenkomst gesloten met ontwikkelende partijen. De gemeente heeft geen verplichtingen wanneer de optie die loopt tot eind 2021 niet wordt verlengd. De oplossing voor de ombuiging van 1,2 mln hangt samen met het afstoten dan wel sluiten van het zwembad.
Dit zogenaamde “Afwegingskader inkoop” is door het college van B&W op 17-09-2021 conform toezegging (raadsronde 14-1-2021) ter kennisname toegestuurd aan de gemeenteraad via een separate raadsbrief. Deze raadsbrief incl. bijlage is bijgaand toegevoegd.
De gemeenteraad kan bij de begroting van de gemeenschappelijke regelingen zienswijzen afgeven. Daarnaast zal in 2022 een nieuwe kadernota verbonden partijen worden opgesteld, bij de gemeenteraad zal input worden opgehaald voor deze kadernota. U kunt daarin uw wensen kenbaar maken. Actuele grondexploitaties worden jaarlijks in het jaarrekeningtraject opgesteld, tenzij er substantiële afwijkingen plaatsvindenb, die eerdere melding nopen. Dit jaar is dat niet het geval vandaar dat de exploitaties vooralsnog niet zijn bijgesteld.
De hogere tekorten zijn opgenomen in de voorziening tekorten bouwgrond in exploitatie en derhalve afgedekt.
31
Nr. 112
bron
Vraag Pag. 197: Welke acties worden ingezet om grotere grondexploitaties als die van Businesspark Geleen, kantoren park Fortuna en kantoren park Station en herontwikkeling Mauritspark sluitend te krijgen?
Antwoord Wat betreft businesspark Geleen is het tekort onvermijdelijk vanwege de jarenlange vertraging in de uitgifte,die overigens vanaf 2020 fors is toegenomen. Naar verwachting valt het tekort lager uit dan thans geprognosticeerd. Ter zake de vraaguitval voor nieuwbouw kantorenkavels is medio 2021 een onderzoek uitgezet bij Ecorys om te onderzoeken of de katorenlocaties kunnen worden getransformeerd naar andersoortige bedrijvigheid. De uitkomsten van dat onderzoek worden binnenkort verwacht.
32
D66 Nr. bron Vraag Begroting 2022 113 Continuering proeftuin centrum Geleen: Wanneer verwacht het college de proeftuin centrum Geleen voor wat betreft de parkeermaatregelen te beëindigen en deze tarieven structureel te kunnen laten vaststellen door de raad? 114 Areaaluitbreiding Chemelot: Potentiële meeropbrengst OZB ad €1,7m over een periode van 10 jaar. Is dit een reële veronderstelling? Dit gezien het feit dat recent (tijdens een informatiesessie van BsGW) is gebleken dat de OZBopbrengst van de fabrieken en installaties op Chemelot beperkt is.
Antwoord
115
De geoormerkte middelen BAk en Toekomstvisie betreffen exploitatie- en investeringsmiddelen. Met betrekking tot de exploitatiemiddelen streven we erna om in de 4e programmarapportage met een voorstel te komen gericht op Stadslab, de integrale wijkontwikkeling Geleen Zuid, Geleen centrum en proceskosten overige ontwikkelpaden. Wat betreft de investeringsbudgetten, dit volgt later. Dit hangt nauw samen met de verdere uitwerking van de 4 gebiedsgerichte ontwikkelpaden en de vervolgafspraken met de provincie Limburg.
116
Investeringsprogramma: Kan al meer inzicht worden gegeven in de invulling van de geoormerkte middelen voor projecten inzake het Bak? Is er al duidelijkheid over de verhouding van inzet van middelen door provincie en gemeente? Wanneer kan de raad concrete voorstellen verwachten? Toekomstvisie 2030: “We blijven experimenteren met eigentijdse vormen van inspraak en participatie”. Wat is de stand van zaken m.b.t. de uitvoering van de door D66 op 9 juli 2015 ingediende (en aangenomen) motie “Right to Challenge”?
De Proeftuin is inmiddels beëindigd en de eindrapportage is deze week aan de raad toegestuurd. Voor 2022 is het voorstel aan de raad om de parkeertarieven van 2021 te continueren.
Ja, dit bedrag is geraamd op basis van door BsgW aangeleverde kentallen OZB-inkomsten op de overige Chemelot-gronden. Deze gronden zijn immers ook een mengeling van installaties en bebouwingen. De gegevens, aannames en uitkomsten zijn met Chemelot afgestemd. Chemelot geeft voor zover mogelijk informatie over potentiële nieuwe bedrijven. Indien een nieuwe lead (nieuwe bedrijven) concreet wordt, kunnen we de verdere voortgang ook zien bij de bij de RUD/Provincie aangevraagde en verleende vergunningen. Met een bouwtijd van gemiddeld 1 jaar hebben we van begin van gesprekken en onderhandelingen tot aan gerealiseerde nieuwe bebouwing 2 a 3 jaar de tijd om de in de begroting opgenomen raming desgewenst dienovereenkomstig bij te stellen.
Ook n.a.v. de begroting 2019 is hierover een technische vraag gesteld en deze is toen beantwoord met enkele voorbeelden, zoals de Tuinman met tuinmandeals, en de constatering dat we de gedachtelijn van right to challenge onderdeel hebben gemaakt van onze aanpak van (burger)participatie. Dat is nog steeds het geval. Daarmee is het geen doel op zichzelf maar kan het uitkomst zijn van samenwerking met inwoners, maatschappelijke organisaties en ondernemers. In 2020 is in een participatief proces de Toekomstvisie 2030 opgesteld door de samenleving; inwoners, organisaties, bedrijven en gemeente. In een maatschappelijk contact is afgesproken dat bij de uitwerking van deze visie ‘deelneming van de samenleving het uitgangspunt is’. De uitwerking van de visie vindt daarom sámen plaats in vijf ontwikkelpaden; hier worden de mogelijke initiatieven en projecten voorbereid. De basishouding daarbij is ‘gelijkwaardig samenwerken met inwoners, organisaties, bedrijven en gemeente’. Het geheel is een leertraject om de principes voor participatie (en
33
Nr.
bron
Vraag
Antwoord daarbinnen het uitdaagrecht) verder vorm te geven. Van rijkswege is een wetsvoorstel in voorbereiding om de inspraak uit te breiden naar ‘participatie’ (en eventueel ook ‘uitdaagrecht’). Het gaat hier om het ontwerpwetsvoorstel “Wet versterking participatie op decentraal niveau’. De opbrengsten uit ons leertraject van Toekomstvisie en Ontwikkelpaden levert opbrengsten om deze aankomende verordening maatgericht voor onze gemeente te vormen. Overigens is in de kadernota 2021 onder andere besloten om binnen de exploitatieruimte voor nieuw beleid middelen te reserveren voor uitvoering van experimenten en initiatieven die door de samenleving worden aangedragen en opgepakt. Mede op basis van deze experimenten gaan we onderzoeken hoe we verder vorm en inhoud kunnen geven aan financiële informatie op wijk- of stadsdeelniveau.
117
118
119
120
Lobby: In deze paragraaf wordt vermeld dat er extra aandacht wordt besteed aan lobbyactiviteiten en fondsen. D66 is benieuwd naar de resultaten de lobbyinspanningen tot nu toe hebben opgeleverd. Kan een overzicht verstrekt worden van de externe fondsen die in 2021 zijn geworven?
Euregio/ internationalisering: Wordt de gemeenteraad ook betrokken bij de versterking van de Euregionale samenwerking? Zo ja, op welke manier? Gebiedsverkenning Mobiliteit Westelijke Mijnstreek: Graag meer inzicht in het actieplan 2021-2025 voor wat betreft de Westelijke Mijnstreek en de gebiedsgerichte uitwerking Chemelot en N276. Is de OGK Heerlenerweg/N276 onderdeel daarvan? Welke middelen zijn wanneer beschikbaar om te kunnen starten met de uitvoering van deze punten uit het actieplan? Welke “discussiepunten” staan nog open tussen gemeente en provincie? Gebiedsverkenning Mobiliteit Westelijke Mijnstreek:
Het totaaloverzicht van de externe fondsen die in 2021 zijn verworven wordt nog gemaakt. Lobby is echter meer dan alleen fondsenwerving en is niet altijd meetbaar. Denk maar aan relatiemanagement, de netwerkpositie van de gemeente en beleidsbeïnvloeding. Dankzij de positie als pijlervoorzitter van Economie en Werk G40 zit Wethouder Meekels met het Rijk om tafel, om daar de agenda mede te bepalen en invloed uit te oefenen op beleid. Op dit moment starten we ambtelijk enkele trajecten om fondsenwerving vorm te geven door middel van een “visie” specifiek op lobby voor 2022-2026. Positionering van nieuwe wethouder(s) binnen bestaande netwerken als de G40, en OPZuid hebben prioriteit. Onderzocht wordt hoe fondsenwerving specifiek op de ontwikkelpaden kan worden toegepast (EZK subsidie toekomstbestendige binnensteden is een voorbeeld). Hier trekken we samen op met gemeenten in de (EU)regio en de Provincie Limburg. We willen de raad actief 2-jaarlijks informeren over de stand van zaken van de versterking van de Euregionale samenwerking. We kunnen ons voorstellen dat deze momenten ook gelegenheid zijn om de betrokkenheid van de raad in de versterking van de euregionale netwerken te bespreken. Als er ontwikkelingen zijn te melden dan zullen we u uiteraard tussentijds informeren via raadsinformatiebrieven of de collegebrieven.
De gebiedsverkenning Westelijke Mijnstreek zal naar verwachting in november worden vastgesteld door de colleges van B&W van de betrokken gemeenten en Gedeputeerde Staten. Vervolgens zullen de verschillende raden en Provinciale Staten worden geïnformeerd. De gebiedsverkenning is onderdeel van het integraal plan mobiliteit van de gemeente Sittard-Geleen welke eind dit jaar / begin volgend jaar wordt gepresenteerd. Zie antwoord vraag 72.
Het fietspad tussen Limbricht en Born wordt niet specifiek benoemd in de gebiedsverkenning Westelijke
34
Nr.
121
122
123
bron
Vraag Maakt een vrijliggend fietspad tussen Limbricht en Born ook deel uit van Programmalijn 2 (fiets) van de gebiedsverkenning? Cultureel programma op maat: “Bij de uitwerking van het cultureel programma richten wij ons specifiek op de kansen in de gemeente, de regio, Zuid-Limburg en de Euregio”. Wat wordt bedoeld met de opmerking in de tekst: “Aandachtspunt: afhankelijk van ontwikkelingen PLT toevoegen”? Samenwerking in het culturele veld: Wat wordt bedoeld met de opmerking in de tekst: “Aandachtspunt: afhankelijk van ontwikkeling Karroessel toevoegen”? Strategisch huisvestingsplan Onderwijs- en Kindfuncties: Worden de komende jaren – naast middelen die prioritair worden ingezet voor huisvesting wegens ruimtegebrek – door de gemeente ook middelen gereserveerd voor verbetering van het binnenklimaat van schoolgebouwen en verduurzaming van het onderwijsvastgoed? Of is dit de verantwoordelijkheid van de schoolbesturen? Welke rol kan/moet de gemeente hierbij spelen als besturen onvoldoende middelen hebben voor verduurzaming van de schoolgebouwen?
Antwoord Mijnstreek. Wel is aangegeven dat de reeds ingezette aanpak wordt voorgezet. Hiermee wordt gedoeld op het opwaarderen en het realiseren van snelfietsroutes, welke zijn opgenomen in het Fietsnetwerk Zuid-Limburg. Het fietspad tussen Limbricht en Born is opgenomen in het Fietsnetwerk Zuid-Limburg en als aan te pakken route in de risicoanalyse van het SPV2030. Deze zinsnede was onderdeel van de (ambtelijke) concepttekst en is per abuis in de definitieve tekst blijven staan. De mogelijke samenwerking tussen De Domijnen en Parkstad Limburg Theaters (PLT) komt aan bod tijdens de bespreking van het transitieplan De Domijnen dat in november aan de raad wordt aangeboden.
Deze zinsnede was onderdeel van de (ambtelijke) concepttekst en is per abuis in de definitieve tekst blijven staan. Over de ontwikkeling van Theater Karroessel wordt u op een ander moment geïnformeerd. Op grond van de geldende wet- en regelgeving komen investeringen in het binnenklimaat van bestaande schoolgebouwen voor rekening van schoolbesturen. De beschikbare financiële ruimte voor investeringen in huisvesting van onderwijs- en kindvoorzieningen voorziet niet in de mogelijkheid tot een bijdrage in de kosten van verbetering van het binnenklimaat van schoolgebouwen. De gemeente adviseert schoolbesturen, en voorziet schoolbesturen van informatie inzake subsidiemogelijkheden.
35
Nr. 124
bron
Vraag Bestuurlijke samenvatting: De D66-fractie mist de bestuurlijke samenvatting in de programmabegroting. Die is wel opgenomen in het boekwerk “Begroting 2022 op hoofdlijnen”. In die bestuurlijke samenvatting wordt expliciet verwezen naar de Global Goals. In het uitgebreide boekwerk “Programmabegroting 2022” ontbreekt de bestuurlijke samenvatting waardoor de belangrijke verwijzing naar het belang van de Global Goals, m.n. voor leefomgeving en klimaat, is weggevallen. In de tekst van de Programmabegroting zie we alleen een korte verwijzing naar de Global Goals in paragraaf 5.5 (Bedrijfsvoering) in relatie tot het inkoop- en aanbestedingsbeleid (p. 168) en in relatie tot concerncontrol op p. 176. D66 mist de consistentie in beide documenten. Klopt het dat de bestuurlijke samenvatting abusievelijk niet is meegenomen in de uitgebreide Programmabegroting? De titel van hoofdstuk 1 luidt nl. “Inleiding en samenvatting”. Kan die samenvatting voor 10/11 november alsnog worden toegevoegd aan de Programmabegroting 2022 (na de inleiding)?
Antwoord De programmabegroting is opgebouwd volgens de indeling zoals die in het Besluit Begroting en Verantwoording is voorgeschreven. Een bestuurssamenvatting maakt hier geen onderdeel van uit, In de programmabegroting is in hoofdstuk 4 per programma aan de hand van de ‘7W-vragen’ onder andere inzicht gegeven in de te behalen inhoudelijke resultaten, de daarvoor benodigde middelen en de risico’s die daarbij aan de orde kunnen zijn. De begroting op hoofdlijnen is vervolgens uitgewerkt aan de hand van de inhoud uit de programmabegroting. Op basis van de inhoud van het programmaplan heeft het college in de bestuurssamenvatting de bestuurlijke accenten opgenomen. In het financieel perspectief zijn de belangrijkste financiële ontwikkelingen samengevat. Conform voorgaande jaren kunnen beide documenten in samenhang in de raadsbehandeling worden betrokken. De expliciete besluitvorming door de raad is gefocust op de programmabegroting.
36
GOB Nr. bron Vraag 3de rapportage 2021 125 Pg 11 Commissie bezwaarschriften (pag.11): De nadelige incidentele bijstelling bedraagt 58K. De stijging van het aantal bezwaarschriften wordt gedeeltelijk veroorzaakt door de advisering aan de colleges van gemeente Beek en Stein. Wat wordt hier precies mee bedoeld? Advisering waarover? Wat is het bedrag dat wij extra krijgen als centrumgemeente en is dat dan niet voldoende? 126 Pg 12 Coronamiddelen (pag.12): In de meicirculaire 2021 is opgenomen dat gemeenten vanaf 1-1-2021 ondersteuning kunnen bieden aan zelfstandige ondernemers die zich willen heroriënteren. Hiervoor is een bedrag beschikbaar gesteld van 25K. Hoeveel ondernemers hebben zich hier al voor gemeld? Hebben mensen het roer volledig omgedraaid? En hoe hebben wij dan als gemeente hieraan bijgedragen? 127 Pg 13 Afvalverwerking RWM (pag.13): RWM is genoodzaakt om extra huisvuilwagens in te zetten. Er wordt voorgesteld om deze ten laste te brengen van de coronamiddelen. gob heeft art.43vragen ingediend over de slechte dienstverlening van RWM tijdens corona. Ze hebben taken niet uitgevoerd. Naast de meer-kosten zijn er op bepaalde vlakken ook minder kosten gemaakt. Zijn die ook meegenomen in deze berekeningen? 128 Pg 19 Coronamiddelen (pag.19): Na verwerking hebben wij nog 4,12 mln aan coronamiddelen beschikbaar. Iedereen ondervindt nog steeds nadelige gevolgen nav de corona.
Hoe kunnen we dit geld nu al (gedeeltelijk) inzetten?
Antwoord De sociale diensten van gemeente Sittard-Geleen, gemeente Beek en gemeente Stein zijn samengevoegd in Vidar. Sinds 2018 adviseert de commissie bezwaarschriften Sittard-Geleen (verder: de commissie) daarom het college van gemeente Beek over bezwaren tegen besluiten die door Vidar genomen zijn. Sinds 2021 adviseert de commissie ook het college van de gemeente Stein in dit kader. Het financiële aandeel van de bijstelling inzake de advisering aan de colleges van Beek en Stein bedraagt afgerond € 13.000 (zie programma 6). Wij krijgen voor deze centrumregeling totaal vanuit Beek en Stein samen € 0,55 mln. als bijdrage voor de gehele bedrijfsvoering waar dit dus slechts een klein onderdeel van uitmaakt. Zie beantwoording vraag 3
De minder kosten zijn ook opgenomen in deze berekeningen.
Van de € 4,12 mln. is € 1,86 mln. bestemd voor risico’s op de (middel)lange termijn waarbij de te verwachten impact nog altijd lastig te voorspellen is. Het risicoprofiel is gebaseerd op oninbaarheid belastingopbrengsten OZB, het niet doorgaan van evenementen (Oktoberfeest) en een toename van het bijstandsvolume. De insteek bij de inzet van de resterende coronamiddelen van € 2,26 mln is dat we doen wat nodig is voor het herstel uit de coronacrisis. De voorstellen omtrent de inzet van coronamiddelen worden via de reguliere P&Ccyclus gerapporteerd.
37
Nr. 129
bron Pg 31
130
Pg 36
Vraag Mobiliteitsvraagstukken (pag. 31): Er wordt gewerkt aan een lokale visie op Mobiliteit incl een geprioriteerde uitvoeringsagenda voor de komende jaren. In de raad is al een uitvoeringsagenda vastgesteld. Hoe staat het daarmee? Artamuse (pag.36): Door onvolledige en onjuiste informatie heeft de gemeente een te hoge subsidie toegekend. Om welk bedrag gaat het hierbij?
Begroting 2022 131 Hondenbelasting (pag.22): We bouwen de hondenbelasting af. In 2022 en 2023 heffen we deze op het niveau van kostendekkendheid. Wordt daarbij een verschil gemaakt tussen één of meerdere honden of gaan alle tarieven met 50% naar beneden? 132 Wijkboa’s (pag.47): Er worden extra wijkboa’s ingezet om het veiligheidsgevoel en de leefbaarheid te verbeteren. Om hoeveel wijkboa’s gaat het dan? Zijn deze wijkboa’s specifiek aan één wijk verbonden of aan meerdere? 133 Chemelot circulair (pag.62): In het hergebruik van afval zal Chemelot een rol gaan spelen. Welke mogelijkheden zijn er voor Chemelot in deze afvalketen?
134
VDL Nedcar (pag.63): VDL Nedcar heeft een plan van aanpak ontwikkeld voor een hypermoderne, flexibele autofabriek, de zogeheten New Generation Automotive Plant (NGAP). Wanneer krijgen we meer duidelijkheid wat dit betekent voor de werkgelegenheid in onze regio?
Antwoord Zie beantwoording vraag 72,
Over de subsidie 2019 (beschikt op € 1.180.245) is een bedrag van €100.000 teruggevorderd. Over de subsidie 2020 (beschikt op € 932.091) is een bedrag van €217.755 teruggevorderd. Gezien het faillissement en de info over de boedel wordt de kans klein geacht dat we deze gelden terug ontvangen. Nee, alle tarieven van de hondenbelasting zijn met 50% verlaagd.
Bij de begroting 2021 e.v. is besloten om de wijkboa’s per 1-1-2021 uit te breiden met 2 FTE en aanvullend daarop het aantal wijkboa’s per 1-1-2022 uit te breiden met 4 FTE. In totaal een uitbreiding van 6 FTE. Iedere wijkboa is verbonden aan één specifieke wijk. Verschillende afvalstromen zoals huisvuil, biomassa, rubbers of plastics dienen eerst (op andere locaties dan Chemelot) voorbewerkt te worden voordat deze door Chemelot gebruikt kunnen worden als vervangende grondstof of als vervangende brandstof. Op Chemelot wordt geen afval verwerkt, maar Chemelot kan de uit afval herwonnen secundaire grondstoffen wel inzetten in verschillende processen. Hierdoor is er minder niet hernieuwbare grondstof nodig om nieuwe materialen te produceren. Vrijwel alle afvalstromen kunnen na genoemde voorbewerking op de een of andere manier dienen als grondstof en/of als brandstofvervanging. Actuele voorbeelden zijn nieuwe initiatieven die gericht zijn op de productie van pyrolyse-olie uit plastics of waterstof uit huisvuil die grotendeels in de andere processen van Chemelot gebruikt kunnen worden. Door verduurzaming van de grondstof, verduurzaamt de gehele productieketen. De verwachting is dat deze ontwikkeling nog enige tijd op zich laat wachten omdat inmiddels bekend is geworden dat dit project niet is geselecteerd voor subsidie uit het Nationaal Groeifonds.
Zodra deze ontwikkeling weer actueel wordt zal dit door ons worden opgepakt.
38
Bijlagen: Bijlage 1:
vraag 108 - Brief aan de raad inzake afwegingskader inkoop – aanbesteden
Bijlage 2:
vraag 108 - Afwegingskader prioriteiten bij keuzedilemma
Bijlage 3:
vraag 36 - Masterplan openbare ruimte beschermd dorpsgezicht Oud-Geleen
39