Beantwoording technische vragen 2e rapportage 2025 - begroting 2026 - belastingmaatregelen 2026
Tekst van het document
81
p. 125
De zin in de laatste alinea op deze pagina “Alle tarieven…”
Antwoord Het betreft een functie van 24 uur per week vooralsnog voor de duur van 2 jaar. ZoWonen draagt niet bij aan deze kosten. De lessen en ervaringen op het gebied van innovatie, die we in de Proeftuin Zeeheldenbuurt hebben opgedaan, passen we toe door de hele stad en niet specifiek in een nieuwe Proeftuin in een andere wijk. Zo worden bijvoorbeeld ontwerpen voor nieuwe inrichtingsprojecten steeds vaker aan inwoners getoond met een VR bril en wordt er met sensoren steeds meer data verworven die helpen bij het maken van ontwerpkeuzes. Bij leegstand wordt rekeningen gehouden met de restboekwaarde conform BBVrichtlijnen. Boekwaardes mogen enkel worden afgewaardeerd bij een bestemmingswijziging. De keuze voor verkoop volgt na een interne afweging op basis van strategisch belang, onderhoudsdruk en marktsituatie. Verkoop vindt plaats tegen marktwaarde en conform Didam-beleid. Limburg breed wordt gezamenlijk gecommuniceerd over afkoppelen onder de noemer ‘Waterklaar’. Dit is een campagne gericht op bewustwording rondom Klimaatverandering (wateroverlast). Inwoners worden gestimuleerd om de website van Waterklaar te bezoeken. Op deze website heeft de gemeente Sittard-Geleen een persoonlijke pagina waarin de subsidieregelingen uitgelegd wordt en verwezen wordt naar de gemeentewebsite waar subsidieformulieren staan. Deze campagne wordt o.a.
via filmpjes gevoerd op Facebook, Instagram, LinkedIn en Pinterest in de vorm van organische content en betaalde campagnes. Binnen de gemeente zetten wij onze gemeentelijke communicatiekanalen (Stadskrant, Facebook, Instagram) structureel in om de afkoppelsubsidie zichtbaarheid te geven en delen wij ook de content van de Waterklaar campagne. Daarnaast worden onze subsidies bij alle fysieke activiteiten zoals bijv. het NKtegelwippen gepromoot. Bij bewonersavonden worden middelen zoals een maquette en folders gebruikt om inwoners extra informatie te bieden over onze afkoppelsubsidies. Bij interesse kunnen inwoners vrijblijvend een afspraak maken met de ‘Afkoppelcoach’ die op locatie komt kijken naar de mogelijkheden. Deze zin kan komen te vervallen. Er had moeten staan: Alle tarieven in hoofdstuk 3
26
Nr
Bron
Vraag is niet af?
82
p. 127
In de tabel staan bedragen genoemd bij “impact” en vervolgens percentages. Ondanks een hoog bedrag bij “impact” kan het percentage toch laag zijn. Hoe kan dat? Op p. 156 staat Mijn Streekwarmte BV op rood, terwijl het percentage op p. 128 op 35% staat?
83
p. 129 en p. 140
Zijn er landelijke (veiligheids-) regels m.b.t. het overhevelen van data naar de cloud?
84
p. 131
85
p. 144
86
p. 152
87
p. 156
88
p. 175
Ondanks genoemde risico’s onder het kopje “ontwikkellocaties” stelt het college voor het risico af te bouwen van 4 mln. naar 2 mln. Waarom wordt er gekozen om af te bouwen? Een toename van het financieringstekort: is dit een structurele toename (met mogelijke gevolgen voor de ruimte in de begroting op termijn) of kun je het beschouwen als een incidentele toename gezien de oorzaak? Is inzichtelijk welke kosten zijn gemoeid met het uitvoeren van de Woo? Eerste zin op die pagina: ondanks dat er nauwelijks of geen directe invloed is op de relatie kunnen er wel financiële risico’s zijn? De jaarrekening 2024 is nog niet beschikbaar. Gezien het
Antwoord van de legesverordening zijn geïndexeerd met het algemene indexeringspercentage van 2,22%. Impact is financiële waardering van het gevolg van het risico. De kans is de percentuele waardering van de waarschijnlijkheid dat het risico zich voordoet. Daardoor sluit het een het ander niet uit. Voor MSW heeft de kleur niet alleen met het financieel belang te maken maar met name met het bestuurlijk belang. In het weerstandsvermogen betreft het risico enkel de fluctuaties in de waardering van het aandelenkapitaal. Ja, overheidsorganisaties moeten volgens de BIO* en Cyberbeveiligingswet vooraf risicoanalyses uitvoeren, gecertificeerde cloud aanbieders gebruiken, waarbij incidenten gemeld en leveranciers gecontroleerd worden. (*De BIO staat voor Baseline Informatiebeveiliging Overheid en is het verplichte normenkader voor informatiebeveiliging binnen alle Nederlandse overheidslagen (Rijk, gemeenten, provincies en waterschappen)). Er is voor gekozen om een deel van deze middelen gefaseerd in te zetten voor actief verwervingsbeleid. Feitelijk is dit een risico mitigant voor de ontwikkellocaties.
Met de kapitaallasten (rente en afschrijvingen) is in de begroting al rekening gehouden. Het financieringstekort zegt iets over de hoeveelheid te lenen geld. Op pagina 144 is aangegeven waaruit het financieringstekort is opgebouwd en waarom dit is toegenomen. De toename is op basis van de huidige inzichten structureel. De kosten bestaan uit personeels- en ICT kosten (exploitatie- en ontwikkelkosten). Dat betreft met name daar waar de gemeente aandelen heeft zoals bij de BNG, WML of Enexis. De zeggenschap is nagenoeg nihil terwijl de aandelen wel waarde of dividend vertegenwoordigen. Betreft “Mijn Streekwarmte”
27
Nr
Bron
89
p. 180
90
p. 189
Vraag hoge risico als 100% aandeelhouder: in hoeverre kan verzocht worden de jaarrekening eerder beschikbaar te krijgen? Eerste alinea: verbetering regionale samenwerking op het gebied van leefomgeving. In hoeverre vindt euregionale samenwerking plaats, bijv. windmolens in grensgebieden.
Onderdeel “Tijdelijke uitbreiding team vastgoed” is zowel opgenomen als baten en als lasten? (ook bij “verplichtingen reserve financiën” en op meer plekken zoals op p. 193). Graag een toelichting. Belastingmaatregelen 2026 91 RV p. 4 Voor sommige diensten in de legestabel geldt een wettelijk maximum. De gemeente mag geen hoger tarief vragen dan dit maximum. Uit de tarieventabel behorende bij de legesverordening is niet opgenomen wat het wettelijk maximum tarief. M.a.w. in hoeverre kiest de gemeente bij de legestarieven voor het toegestane wettelijk maximum?
Antwoord Inmiddels is de jaarrekening 2024 beschikbaar en besproken in de Ava van Mijnstreekwarmte van 29 september jl. Bij de regionale samenwerking op het gebied van de leefomgeving ligt de focus op de samenwerking in Zuid-Limburg en met de medeoverheden (Rijk, Provincie, Waterschap). In specifieke gevallen (bijvoorbeeld grensoverschrijdende vervoersverbindingen) is deze samenwerking ook Euregionaal. De lasten en baten zijn beide opgenomen omdat de uitbreiding van het team Vastgoed wordt gedekt uit de reserve Inzake Verplichtingen Vastgoed. Zowel de lasten als de hierbij behorende bate uit deze reserve worden geboekt binnen het team Vastgoed, waardoor het budgettair neutraal is. Dat doen we steeds. De gemeente zal altijd het wettelijke maximum verwerken in de leges. Indien de gemeente minder dan dit maximum in de leges opneemt, moet de gemeente het verschil afdragen aan het Rijk.
28
Fractie GroenLinks - PvdA Nr.
Bron
Vraag
Antwoord
2de Rapportage 2025 92
-
93
-
Kunt u een overzicht verstrekken in meerjarig perspectief (2022 t/m 2024 op basis van realisatie en prognose 2025) van de diverse voorzieningen voor armoedebestrijding tbv huishoudens met een inkomensniveau tot 110% van de bijstandsnorm, met vermelding van de daarbij van toepassing zijnde volumes en samenhangende kosten van de te onderscheiden voorzieningen? Kunt u daarnaast een raming maken van de volumes en samenhangende kosten, indien het inkomensniveau wordt verhoogd naar 120% respectievelijk 130% van de bijstandsnorm?
Dat is mogelijk, zie daarvoor de bijlage 2.
Een raming is omgeven met onzekerheden: - De volumes zijn afgeleid van CBS-data die minstens twee jaar oud is SittardGeleen in Cijfers - Gemeente Sittard-Geleen - Hoogte van het inkomen is één indicator naast bv vermogen en lasten en zegt weinig over de behoefte aan ondersteuning. - De omvang van de groep geeft weinig zicht op het gebruik en daarmee over kosten die daarmee samenhangen - De inwoners/huishoudens in deze inkomensgroepen zijn merendeels niet bekend en kunnen we beperkt actief bereiken. Als zij zich uit eigen beweging wel tot de gemeente wenden dan kunnen we, ondanks de huidige inkomensgrenzen, ondersteunen (met uitzondering van de IIT). Maatwerk is mogelijk ook voor huishoudens met een inkomen boven 110% en bij kindregelingen 120%. Het aanbieden van inkomensondersteuning aan een grotere groep dan we nu al doen maakt dat we nog verder in de richting van inkomenspolitiek opschuiven, per definitie het terrein van de rijksoverheid. Over de (on)wenselijkheid daarvan is in de raad in het verleden al eerder gesproken.
29
Nr.
Bron
Vraag
Antwoord
Er wordt gewerkt aan een gemeentelijke lobbyvisie. In de visie worden twee categorieën onderscheiden: lobbyactiviteiten die gezamenlijk met andere overheden, zoals de Provincie, worden uitgevoerd, en lobbyactiviteiten die de gemeente zelfstandig onderneemt. Doel van de lobby is om de positie van de gemeente te versterken in Den Haag en Brussel. Door zichtbaarder te zijn bij ministeries, de Tweede Kamer en andere relevante besluitvormers, wil de gemeente meer ruimte creëren om lokaal beleid uit te voeren en waar mogelijk (betere) cofinanciering realiseren voor gemeentelijke en regionale opgaven. Het verschil in jaarschijven heeft te maken met al aanwezig dekking. Voor 2026 en 2027 is er dekking voor 300k, voor 2028 en 2029 dient nog dekking gevonden worden voor het volledige bedrag. Het huidige theatergebouw is “op” en zal geen 10 jaar meer meegaan. Er zal dus op korte termijn gestart moeten worden met de haalbaarheidsonderzoeken waarvoor in 2026 250.000,-is gereserveerd. Het voorbereidingskrediet is nodig om de voorbereidingen voor de realisering van een nieuw theater te kunnen treffen zoals, architect en advieskosten, plannen ontwikkelen voor de installaties, etc. Dit is in de regel vaak tussen de 7 a 8% van de totale investering. In 2028 is dan de start van de uitvoering geprognosticeerd.
De 4 miljoen valt binnen de totale investering die nodig is voor de realisatie van het Toon Hermans Theater. In de jaren erna volgen de resterende investeringsgelden. Met deze middelen werken we aan toekomstbestendige en duurzame bedrijventerreinen die ruimte geven aan MKB en bedrijvigheid en het vestigingsklimaat in onze gemeente versterken. We gaan de aanpak vormgeven in een programma waarbij we de opgaven (uit de omgevingsvisie) vertalen naar strategische doelen en concrete projecten, beleidsmaatregelen en activiteiten. Doelen zijn voldoende en passende ruimte om te ondernemen en te werken, optimaliseren van bestaande bedrijventerreinen en optimaal benutten van ruimte door intensiever en meervoudig ruimtegebruik en het juiste bedrijf op de juiste
Begroting 2026 94
p. 22
Lobby en public affairs aanpak 2026-2030: er staat dat er wordt gewerkt aan een gezamenlijke lobbyvisie- en strategie. Met wie wordt deze opgesteld en welke doelen zijn er? Vanwaar het verschil in de jaarschijven? (150k in 2026 en 2027, 450k in 2028 en 2029).
95
p. 23
Voorbereidingskrediet (her)ontwikkeling THT, € 4 mln in 2028: waar is dit bedrag op gebaseerd?
96
p. 32
Middelen voor speerpunten, voor Ruimte voor MKB wordt eenmalig 742k gereserveerd: waar zijn deze middelen voor bedoeld? Wat zijn de doelen, wat wordt ermee beoogd?
30
Nr.
Bron
Vraag
Antwoord plek. Werken aan de transitie naar vitale werklocaties door het: stimuleren van circulaire economie, vergroening en klimaatadaptatie, energietransitie, goede bereikbaarheid, aandacht voor milieu en externe veiligheid en versterken van organisatiegraad. Dit programma zal naar verwachting begin 2026 gereed zijn. Op dit moment lopen er al diverse projecten op bedrijventerreinen waaronder parkmanagement, ontwikkeling van circulair bedrijventerrein Circular Mile, project gericht op het tot stand brengen van energiehubs en projecten gericht op verduurzaming en vergroening van bedrijventerreinen.
97
p. 51
Nummer 36, Borging uitvoeringskracht: waar zijn de gereserveerde middelen voor bedoeld? (De uitleg op pagina 53 bij deze post volstaat niet, dit geeft onvoldoende beeld waar deze middelen aan besteed gaan worden).
98
p. 72
Verduurzaming bedrijventerreinen. Welke initiatieven of plannen zijn er om netsharing op bedrijventerreinen in Sittard-Geleen mogelijk te maken en hoe verhoudt zich dat tot LUPEH?
De toelichting op financiële bijstelling nr. 36 staat vermeld op pagina 54. Om invulling te kunnen geven aan de opgaven, projecten, opdrachten, prestaties en planningen die voortvloeien uit lopende en in voorbereiding zijnde dossiers is extra uitvoeringskracht op een aantal onderdelen/ beleidsterreinen benodigd. Hierbij gaat het bijvoorbeeld over het uitvoering geven aan gebiedsontwikkelingen/ ontwikkellocaties. Daarnaast vraagt het uitvoering geven aan de lopende projectenportefeuille voor aanvullende capaciteit op het gebied van planeconomie en vastgoed. Zie ook antwoord op vraag 27. In 2024 is een onderzoek uitgevoerd (heatmap analyse) om in beeld te brengen welke energievraag er is op de bedrijventerreinen en waar potentiële problemen zijn of kunnen gaan ontstaan. In navolging op het onderzoek is in 2025 een kwartiermakerstraject gestart om te komen tot beter inzicht in mogelijke samenwerking tussen bedrijven op het gebied van energieoplossingen, waaronder energiehubs. Hiervoor is bij een 20-tal bedrijven een netcongestiescan uitgevoerd en er zijn op 3 bedrijventerreinen potentiële energiehubs geïdentificeerd. Voor alle 3 de projecten is een LUPEH subsidie aangevraagd bij de provincie om daarmee de verdere verkenning van de technische mogelijkheden en de samenwerking te verkennen en uit te werken (fase 1 LUPEH).
Deze verkenning zal naar verwachting doorlopen tot in 2026 om daarna met de uitvoering te starten (fase 2 LUPEH) en ook
31
Nr.
Bron
Vraag
Antwoord hiervoor een LUPEH subsidie aan te vragen.
99
p. 71
VDL Nedcar. Welke concrete economische initiatieven lopen er op het VDL Nedcar terrein tussen VDL en ministerie van Defensie en wat zou de rol van de gemeente Sittard-Geleen hierin zijn?
100
p. 83
101
p. 76
Stedelijk groen/ Meten: ‘we gaan meten’ Komt er in 2026 een nulmeting op locaties die niet voldoen aan 3- 30-300 of BKN of anderszins instrumenten die als uitvoeringsprogramma vanuit de Omgevingsvisie zijn gekoppeld aan de Groenagenda? Is er voldoende budget om de ‘informatietools’ in te richten en groenontwikkeling te monitoren? Zo nee, wat is het tekort? Wat wordt bedoeld met ‘Lagerhuis Rosa’ en met ‘155, Red een bedrijf?’
102
p. 74
Graag een duidelijke specificatie van de post ‘speerpunten detailhandelsbeleid', waar in 2026 € 1,8 miljoen beschikbaar voor wordt gesteld. Welke
VDL Nedcar heeft onlangs bekend gemaakt dat zij huur-, en leveringsovereenkomsten (intentieovereenkomsten) heeft gesloten met defensie en met producerende partijen. De rol van de gemeente zal verschillend zijn al naar gelang de betreffende activiteiten. Zo kan de gemeente adviseur of bevoegd gezag zijn t.a.v. de vergunningen of de planologische regeling. Ja, dit is voorzien in de concept Agenda Groen 2026 – 2029, in de prioriteiten voor het jaar 2026, voor zowel de 3-30-300 regel, als de Basiskwaliteit Natuur. We brengen de nul situatie gemeente breed in beeld en daaruit volgt ook het inzicht in gebieden die hier nog niet aan voldoen. Voor het jaar 2026 is hiervoor voldoende budget beschikbaar. De concept Agenda Groen wordt op 27 november besproken in de Ronde.
Lagerhuis Rosa een jaarlijks ondernemersevent dat de ondernemersverenigingen en gemeente gezamenlijk organiseren in aanloop naar het St Rosa festival. Het event is gericht op een ondernemersdebat over actuele thema's met sprekers uit het ondernemersveld en prikkelende stellingen. Dit jaar was het thema digitalisering en AI en waren er bijna 200 ondernemers die deel hebben genomen aan het ondernemersdebat. Stichting 155 biedt zelfstandig ondernemers in Sittard-Geleen die in de knel zitten snelle en laagdrempelige hulp. Via het landelijke platform www.155.nl kunnen ondernemers kosteloos, vertrouwelijk en desgewenst anoniem terecht voor ondersteuning bij financiële problemen, bedrijfsvoering en mentale druk. De stichting werkt samen met onder meer het IMK (Instituut voor het Middenen Kleinbedrijf). Bijvoorbeeld levensvatbaarheidsscan, ondersteuning bij herstart, bedrijfsbeëindiging of overstap naar loondienst, hulp bij mentale druk en stress, doorverwijzing naar gemeentelijke regelingen of ondersteuning. Hiervoor verwijzen wij naar de RIB inzake uitvoeringsprogramma detailhandel 20242026 van 10 juli 2025. Onderstaand zijn de maatregelen uit deze RIB nogmaals opgesomd, inclusief de benodigde middelen. Dit zijn geen nieuwe middelen, maar
32
Nr.
Bron
Vraag specifieke maatregelen worden daaronder begrepen?
Antwoord middelen die al eerder zijn vastgesteld en zijn in de 2e tranche van het Uitvoeringsprogramma Detailhandel nader omschreven. 1. Verhogen bezoekersaantallen - Sittardse Kerststraatjes 2026 (€175.000) - Gratis parkeren decemberzondagen Sittard centrum (€ 50.000) 2. Aantrekkelijkheid winkelgebieden (Uitstraling en verblijfskwaliteit openbare ruimte verbeteren) - Uitlichten Petruskerk en Mariapark (cofinanciering) (€ 419.000)
103
p. 99
Welke middelen heeft de gemeente in 2026 ter beschikking bij vth taken voor de geleidelijke beperking van de milieubelasting en wat wordt daarvan overgedragen aan de Omgevingsdienst Zuid-Limburg
- Verlichting Markt Sittard (cofinanciering) (€ 240.000) - Centrumaanpak Geleen (cofinanciering) (€ 240.000) 3. Terugdringen leegstand - Innovatiesubsidie (€ 100.000) - Visie bijdrage uitvoeringsstrategie centrum Sittard (cofinanciering) (€ 25.000) - Herijking horecabeleid (€ 50.000) - Werkatelier Sittard centrum (€ 25.000) 4. Basisfaciliteiten op orde - Schone en veilige wijkwinkelcentra (€ 75.000) - Aanpak Odaparking (cofinanciering) (€ 306.000) - Extra toezicht en handhaving (cofinanciering) (€ 100.000) 5. Proceskosten - Koopstromenonderzoek (€ 10.000) - Professionalisering centrummanagement en onderzoeken wenselijkheid ondernemersfonds of BIZ vastgoed (Sittard-Geleen-Born) (€ 50.000) In de begroting staat; ‘Het al dan niet overdragen van extra taken aan de Omgevingsdienst Zuid-Limburg heeft mogelijk financiële consequenties. Deze brengen we in 2026 in kaart.’ In 2026 zullen mogelijke zaken in kaart worden gebracht. Extra taken ook wel plus taken genoemd zijn taken die buiten de reguliere VTH taken die aan de RUD zijn overgedragen. Hierbij kan bijvoorbeeld gedacht
33
Nr.
Bron
Vraag
104
p. 101
Is er al een aannemer die in opdracht van de gemeente tegels en grond verwijdert bij het tegelwippen? Zo nee, waarom niet? Welke acties worden in 2026 ingezet om provinciale, rijks en europese subsidies aan te jagen voor de routekaart Energietransitie conform het aangenomen amendement in de raad van 27 maart?
105
p. 101
106
p. 102
Is inmiddels bekend welke twee wijken in 2026 in aanmerking komen voor warmte- uitvoeringsplannen? Hoeveel geld is nog beschikbaar voor afronding van de proeftuin Limbrichterveld Noord? Zo ja, wat gaan inwoners van Limbrichterveld Noord daarvan merken?
107
p. 107
Wordt met het vaststellen van de begroting een besluit genomen over de pilot communicatie woonwagenbewoners, zo ja, wanneer start de pilot en welke concrete doelen zijn er in deze pilot?
Antwoord worden aan beoordelingen akoestische onderzoeken. Er zijn geen directe middelen beschikbaar om ‘geleidelijke milieubelasting te beperken’ in 2026 en er zullen ook geen zaken overgedragen worden en zullen er dus ook geen financiële middelen worden overgedragen. Het gemeente onderzoekt wel natuurlijk hoe via beleid milieubelasting kan worden teruggedrongen. Nee, dat is vanuit financieel perspectief niet aantrekkelijk. Daarnaast faciliteren we de inwoner zoveel mogelijk, maar zonder het werk over te nemen. Actuele en toekomstige duurzaamheidssubsidies worden door een uitvoerend bureau periodiek in beeld gebracht. Deze worden vervolgens tijdens de voortgangsgesprekken met de eigenaren van de activiteiten in het Uitvoeringsprogramma van de Routekaart Energietransitie onder de aandacht gebracht. Daarnaast worden (duurzaamheids-)subsidieregelingen (zoals verduurzamen gebouwen) periodiek organisatiebreed gedeeld via Intranet. In 2026 combineren we de warmte-uitvoeringsplannen met de ontwikkeling van het warmtenet, dus voor het gehele gebied Zuid-Geleen wordt een warmteuitvoeringsplan opgeleverd. Verder aanpak van de warmtetransitie wordt uitgewerkt in het Warmteprogramma dat eind 2026 wordt opgeleverd. Voor de proeftuin is een aanvullend uitvoeringsplan in voorbereiding.
Hiervoor wordt vanuit de nog beschikbare middelen, zijnde € 2.4 mln., een breed subsidietraject voor verduurzaming en isolatie opgezet. Inwoners van de wijk kunnen op basis van dit plan aanspraak maken op deze subsidie. Er zijn in de begroting middelen gevraagd voor een woonwagencoordinator die de communicatie met de inwoners van de woonwagenlocaties verzorgt. Om te beginnen is er geld gevraagd voor een tijdelijke functie van 2 jaar. De vacature staat inmiddels al uit. Het doel is dat de communicatie van en naar de doelgroep beter gebeurt. Dat (hulp)vragen kunnen worden beantwoord en beleid richting de doelgroep kan beter worden verwoord. Er is behoefte aan één aanspreek- en coördinatiepunt voor alle 24 woonwagenlocaties namens de gemeente, mede met het oog op de
34
Nr.
Bron
Vraag
108
p. 107
Is inmiddels bekend welke wijken in Sittard en Geleen in aanmerking komen voor herstructurering conform VHFtranche 4?
109
p. 107
Welke acties worden in 2026 concreet ingezet met betrekking tot extra aandacht voor de huisvesting van arbeidsmigranten en het erfgoed?
110
p. 108
111
p. 108
Welke andere wijken en projecten zullen in het kader van Smart City in 2026 als proeftuin gaan dienen naast de Zeeheldenbuurt Welke acties worden in 2026 ingezet om kostenverhaal te regelen voor een parkeerfonds en landschapsfonds conform de vastgestelde Omgevingsvisie?
Antwoord problematiek van inbreidings-/ uitbreidingslocaties. Het ophalen van zaken die invloed kunnen hebben op het beleid en het toelichting geven op het beleid kan zo ook meer structureel en afgestemd plaatsvinden waardoor verwachtingen op dit gebied gemanaged worden. Op 28 augustus jongsleden heeft het college het Volkshuisvestingsprogramma vastgesteld, op basis hiervan, voorkeursrecht gevestigd op 39 woningen in de Philipsbuurt in Sittard. Hier worden de middelen uit het VHF besteed. Daarnaast wordt het VHF ook ingezet in Geleen centrum voor de aankoop van ‘Pand Theelen’ (Annastraat 29). In 2026 zal een integrale werkgroep arbeidsmigranten een plan van aanpak opstellen om uitvoering te kunnen geven aan het vastgestelde beleid. Doel is om projectmatig bestaande huisvesting van arbeidsmigranten te legaliseren, dan wel handhavend op te treden. Met betrekking tot erfgoed heeft in 2025 een monumentenschouw plaatsgevonden. Aan de hand van de uitkomsten hiervan zullen eigenaren van (rijks)monumenten worden geholpen bij hun instandhoudingsplicht middels advisering of verwijzing naar subsidiemogelijkheden. Ze antwoord vraag 78.
In 2026 werken het programma kostenverhaal nader uit. Hierbij wordt een relatie gelegd naar inhoudelijke programma’s zoals het parkeerbeleid en de groenagenda.
35
Nr. 112
Bron p. 109
Vraag
Antwoord
Welke concrete acties vinden in 2026 plaats in het kader van Circular Mile?
Op dit moment is het project uitgewerkt in een stedenbouwkundig plan met diverse deelprojecten en wordt er voor eind 2025 een projectfasering opgeleverd. Op dat moment kunnen we de raad concreet informeren wanneer welke acties in 2026 en verder worden uitgevoerd. Onderdeel van het proces is ook de participatie met de omgeving waarvoor recent een participatieplan is opgesteld. Dit zal in het eerste kwartaal van 2026 worden uitgevoerd.
Belastingmaatregelen 2026
36
Fractie PIT Nr.
Bron
Vraag
Antwoord
Uit de rapportage blijkt dat er na de 2e programmarapportage een voordeling saldo is van € 1,1 mln. waarvan wordt voorgesteld dit mee te nemen in de voorbereiding van de 3e programmarapportage.
Het bedrag betreft een voorlopige inschatting van het eindresultaat met een bepaalde mate van onzekerheid. Dit komt bijvoorbeeld doordat de septembercirculaire 2025 en het definitief budget middelencomplex BUIG nog niet bekend was bij het opstellen van de 2e rapportage. Vanuit het voorzichtigheidsprincipe wordt daarom voorgesteld dit mee te nemen naar de 3e rapportage. In principe is een positief begrotingssaldo vrij besteedbaar.
2de Rapportage 2025 113
Raadsbesluit, beslispunt 2
114
2e pro rap, blz 4
115
2e pro rap, blz. 7
116
2e pro rap, blz. 8
117
2e pro rap, blz. 10
In hoeverre is dit bedrag vrij te besteden? Op pagina 4 wordt gesproken over de actualisatie van het financieel perspectief. Kunt u toelichten welke specifieke financiële bijstellingen zijn doorgevoerd en hoe deze de begrotingsbalans beïnvloeden? In hoeverre klopt de aanduiding I/S in tabel 2; begrotingsaanpassingen? Zo worden bijvoorbeeld de gevolgen van de Meicirculaire 2025 aangeduid als S (structureel) terwijl in de toelichting staat dat het een incidenteel nadeel betreft. Op pagina 8 wordt gesproken over de actualisatie van kapitaallasten. Kunt u toelichten welke projecten zijn beïnvloed door de aanpassing van deze kapitaallasten?
Bij 17. Sittard-Geleen 25 jaar staat: “In 2026 viert Sittard-Geleen haar 25-jarig bestaan. Met dit jubileum haken we in op bestaande evenementen, festivals en tradities die al betekenis geven aan
De financiële bijstellingen die van invloed zijn op de begrotingsruimte zijn opgesomd en toegelicht in tabel 2 ‘begrotingsaanpassingen’ (pag 7). Hieruit blijkt dat de begrotingsruimte in de 2de rapportage 2025 met € 2,6 mln. voordelig wordt bijgesteld. In de 2de rapportage 2025 verwerken we alleen financiële bijstellingen met betrekking tot de jaarschijf 2025. Voor zover bijstellingen een structureel karakter hebben, zoals de meicirculaire 2025, zijn de bijstellingen voor de jaarschijven 2026 en verder in de begroting 2026 verwerkt. Zie tevens vraag 152. Op basis van de jaarrekening 2024 is de voortgang van de in voorbereiding zijnde projecten geactualiseerd. De start van de afschrijvingen over deze projecten wordt bijgesteld op basis van de geactualiseerde prognoses over de afronding van de projecten. Deze bijstelling heeft betrekking op een groot aantal projecten, zonder dat hier sprake is van enkele financiële uitschieters. Voor evenement en festival activiteiten ook in het kader van 25 jaar stad positioneren zijn extra middelen beschikbaar. De verdeelsleutel wordt nog opgesteld. Zie tevens vraag 2.
37
Nr.
Bron
118
2e pro rap. Blz 13
119
2e pro rap, blz. 14
120
2e pro rap, blz. 15 en verder
Vraag onze leefomgeving.” Wat wordt concreet bedoeld met het inhaken op bestaande evenementen en festivals? Betekent dit extra middelen voor bestaande evenementen en festivals? Om welke evenementen en festivals gaat dit concreet? Hebben we het dan over het voorgestelde bedrag van € 500.000,- in de tabel op pagina 17? Wat gaan we hier concreet voor doen? Op pagina 13 wordt gesproken over specifieke uitkeringen voor de digitale overheid. Kunt u uitleggen hoe deze middelen precies zullen worden ingezet en wat de verwachte resultaten zijn? Op pagina 14 wordt de ontwikkeling van het begrotingssaldo besproken. Wat zijn de belangrijkste factoren die hebben bijgedragen aan de wijziging van het begrotingssaldo in deze rapportage? In diverse programma’s staan in de tabellen met bijstellingen posten met als onderwerp “Diverse kleine verschillen” en als toelichting “Diverse kleine verschillen”. Dat zijn weliswaar afzonderlijk steeds relatief kleine bedragen, maar gelet op het aantal posten loopt dat in totaal toch behoorlijk op.
Antwoord
Wij verstrekken deze middelen aan De Domijnen ter bekostiging van het informatiepunt digitale overheid. Dit informatiepunt is ingericht in de bibliotheek.
De 1ste rapportage 2025 resulteerde in een nadelig begrotingssaldo van € 1,5 mln. De bijstellingen in de 2de rapportage 2025 bedroegen per saldo € 2,6 mln. voordelig, resulterend in een voordelig begrotingssaldo van € 1,1 mln. De financiële bijstellingen ad € 2,6 mln. zijn gespecificeerd en toegelicht in tabel 2 ‘begrotingsaanpassingen’ (pag. 7). Zie tevens vraag 114 Conform de richtlijnen in de financiële verordening worden in de financiële samenvatting alle bijstellingen groter dan € 0,2 mln. afzonderlijk gepresenteerd en toegelicht. Voor het inzicht in en toelichting op de bijstellingen onder dit bedrag verwijzen wij naar de financiële tabellen, inclusief toelichtingen op de (sub)programmabladen. Zie tevens vraag 153
Graag ontvangen wij een nadere uitsplitsing / toelichting van deze posten.
38
Nr.
Bron
121
2e pro rap, blz. 35
122
2e pro rap, blz. 60
Vraag
Antwoord
Gesproken wordt over een extra budget van € 100.000,- om mogelijke financiële knelpunten op te vangen van de topsportverenigingen vooruitlopend op de nog op te stellen topsoortvisie. Graag ontvangen wij per vereniging een onderbouwing van het benodigde bedrag met daarbij een overzicht concreet wat voor dit bedrag gedaan wordt. Motie inzake subsidiabel maken van denksporten: Vanuit beleid wordt er de komende periode kritisch gekeken naar de huidige structurele subsidieregeling om te bepalen of deze nog actueel is en binnen het beleid past.
Een concreet bedrag per vereniging is niet te noemen. De incidentele aanvulling dient ertoe om de topsportverenigingen die het in 2026 financieel lastig hebben of gaan krijgen incidenteel te kunnen ondersteunen.
De actualiteit van de structurele subsidieregeling vrijwilligersorganisaties wordt breder onderzocht dan alleen de portefeuille Sport. Er wordt vanaf november 2025 een proces in gang gezet dit moet leiden tot een subsidieregeling die passend is bij de huidige maatschappij. De raad zal in dit proces worden meegenomen.
Welke concrete stappen worden hierin nog gezet en op welk moment? Op welke wijze wordt de raad hierover geïnformeerd? Begroting 2026 123
124
Raadsvoorstel, beslispunt 3
Raadsvoorstel, beslispunt 3
Bij dit beslispunt staat onder a: “Voor exploitatievoorstellen € 0,5 ml.n in 2026 oplopend tot € 2,0 mln. in 2029.” Wij gaan ervan uit dat hiermee wordt bedoeld startend met € 0,5 mln. in 2026 en jaarlijks oplopend met € 0,5 mln. tot € 2,0 mln. in 2029. Klopt dat? Voor investeringen wordt in de periode 2026 – 2029 jaarlijks € 10 mln. investeringskrediet
Correct, dat wordt hiermee bedoeld. Zie tevens vraag 159.
In onderstaande tabel is aangegeven welke kapitaallasten gemoeid zijn met het jaarlijkse investeringsbedrag van € 10 mln.
39
Nr.
Bron
Vraag
Antwoord
gevraagd. Welke kapitaallasten zijn hiermee gemoeid en op welke wijze worden deze gedekt?
125
Raadsvoorstel, beslispunt 3
126
Raadsvoorstel, beslispunt 4
Er wordt gesproken over investeringen voor de periode 2026 – 2029. In hoeverre gaat het hierbij, ook gezien beslispunt 8, om reeds geplande ontwikkelingen op basis van het coalitieakkoord en de uitvoeringsagenda t/m 2026 en in hoeverre gaat het daarbij om “nieuwe” ontwikkelingen? Graag een specificatie. Bij a: Er wordt € 0,15 mln. gevraagd voor het versterken van lobby en public affairs 2026 – 2030. Waar is dit bedrag op gebaseerd en wat gaan we hier concreet voor (laten) doen? Ligt hier al een concreet plan aan ten grondslag? Bij b: Procesmiddelen voor het ontwikkelen van een visie op het culturele landschap ad € 0,15 mln. Waar is dit bedrag op gebaseerd en wat gaan we hier concreet voor (laten) doen?
Het saldo van de kapitaallasten en de jaarlijkse bedragen voor de exploitatievoorstellen (roze regel) is opgenomen in de tabel Actualisatie begrotingssaldi (pag. 13). Dit betekent dat deze bedragen worden gedekt binnen de beschikbare begrotingsruimte. Deze ruimte ontstaat voornamelijk door de financiële keuzes, zoals opgenomen in de tabel (Beleids)keuzes (pag. 19). Zoals opgenomen in beslispunt 8 van het raadsvoorstel stellen we voor de resterende investeringsruimte (2026-2029) ad € 34,2 mln. te oormerken voor een aantal specifiek benoemde onderwerpen. Het betreft ontwikkelingen op basis van bestaand beleid. Gerelateerd aan het coalitieakkoord , de uitvoeringsafspraken en/of eerdere raadsbesluiten.
Ad a. Op dit moment is er 1 fte public affairs (PA), fondsenwerving en internationale zaken. Om PA en lobby structureel in te zetten, en zichtbaarder te zijn bij zowel de provincie als het Rijk, is uitbreiding noodzakelijk. Als Sittard-Geleen hebben we grote opgaven maar ook (deel-)oplossingen voor landelijke problematiek. Er wordt gewerkt aan een inhoudelijk plan dat begin Q2 2026 wordt opgeleverd. We willen vooral op ministerieel niveau meepraten over wat wij kunnen bieden. Daarvoor is uitbreiding van formatie noodzakelijk. Een groot deel van de meerkosten zijn bedoeld voor uitbreiding van de formatie met een lobbyist die vooral zal werken in Den Haag. Daarnaast zal een deel van het geld gebruikt worden om activiteiten te organiseren.
40
Nr.
127
Bron
Raadsvoorstel, beslispunt 5 t/m 8
Vraag
Antwoord
Bij c: Tijdelijke huisvesting (onderdeel ambtelijke huisvesting) ad € 0, 20 mln. Waarom zit dit bedrag niet in de betreffende businesscase? Zijn dit onvoorziene kosten? Waarvoor?
Ad b. Het doel van de verkenning is om te onderzoeken welke kansen er met de markt zijn voor de doorontwikkeling van het gebied van Ligne tot aan Kloosterplein als cultureel kwartier, waar reeds verschillende culturele instellingen gehuisvest zijn en in het licht van een nieuw theater in dit gebied. Voorts hoe dit samen met de markt financieel haalbaar kan worden.
Bij beslispunt 3b vraagt u in totaal € 40 mln. aan investeringskrediet voor de periode 2026 – 2029. Bij beslispunt 5 t/m 7 geeft u hier invulling aan voor een bedrag van € 5,8 miljoen. Bij beslispunt 8 vraagt u om het resterende bedrag van € 34,2 mln. te oormerken voor ontwikkelingen zoals genoemd onder 8 a t/m f. Zijn hier specifieke bedragen per project aan te koppelen of gaat alles op de grote hoop? Eerder in deze raadsperiode hebben we namelijk een kwestie gehad met een post van € 5,2 mln. voor meerdere grote projecten, waaronder Glanerbrook en de Unilocatie. Toen is door het
Ad c. Het bedrag van € 0,20 mln. voor tijdelijke ambtelijke huisvesting is niet opgenomen in het collegevoorstel voor de nieuwe huisvesting (december 2021), omdat er destijds nog geen concrete invulling was voor deze fase van het project. Gezien de geplande sloop van het Stadhuis in juli 2026 is tijdelijke huisvesting noodzakelijk, en het genoemde bedrag is een voorlopige inschatting die nog kan wijzigen afhankelijk van de uiteindelijke invulling. Het resterend investeringsbedrag van € 34,2 mln. is geoormerkt voor een aantal specifiek benoemde onderwerpen, zonder dat hier nu concrete bedragen aan gekoppeld kunnen worden. Op basis van nadere uitwerking van de voorgestelde voorbereidingskredieten respectievelijk uit te werken business cases zal duidelijk worden welke investeringsbedragen daadwerkelijk nodig zijn. Alle genoemde projecten bevinden zich nagenoeg in de in de initiatieffase, dat maakt dat we eventuele investeringsbedragen en structurele kosten niet concreet kunnen maken op dit moment. Wij streven ernaar de keuzes op basis van een integrale afweging aan u voor te leggen. Tegelijkertijd zal de voorbereiding en uitwerking van de diverse investeringsvoorstellen niet gelijktijdig plaatsvinden. Wij brengen u als raad via afzonderlijke voorstellen in positie om besluiten te nemen over toe te kennen investeringsmiddelen.
41
Nr.
Bron
Vraag
Antwoord
college ontraden om hier per project een splitsing aan te brengen, ondanks onze waarschuwing dat dit zou betekenen dat het geld zou gaan naar het project wat het verst was in de planning (Glanerbrook). Uiteindelijk heeft onze fractie hier (helaas) – zonder glazen bol overigens – gelijk in gekregen.
128
129
130
Raadsvoorstel, beslispunt 8
Raadsvoorstel, beslispunt 8
Raadsvoorstel,
Gaat een dergelijk scenario zich ook hier voltrekken? Zo nee, waar baseert u dat op? Er staat “De inzet van de resterende beschikbare investeringsmiddelen ad € 34,2 mln (periode 2026 tot en met 2029) en jaarlijks € 10 mln. in 2027 tot en met 2029, in afwachting van afzonderlijke raadsvoorstellen, te oormerken voor de ontwikkelingen…” Betekent dit dan dat we, naast het investeringskrediet van € 40 mln. nog 3 x € 10 mln. extra aan investeringskrediet verstrekken? Graag een toelichting? Naar aanleiding van de gevraagde investeringskredieten en de voorgestelde beslispunten; Welke (investerings)ruimte is er beschikbaar voor de jaarschijven 2027 t/m 2029 in de volgende raadsperiode voor de plannen van de nieuwe raad, coalitie, college, etc.? Bij b staat “middelen die uit toekomstige circulaires
Nee, dat is niet correct. Voor investeringsvoorstellen wordt voorgesteld in deze begroting (2026 t/m 2029) jaarlijks € 10 mln. investeringsruimte beschikbaar te stellen. In totaal € 40 mln. Via voorstel 5 uit het raadsvoorstel wordt voorgesteld € 5,8 mln. beschikbaar te stellen voor een aantal (voorbereidings)kredieten, waarna nog € 34,2 mln. beschikbaar is.
Er resteert een bedrag van € 34,2 mln. aan investeringsruimte. In lijn met voorstel 6 uit het raadsvoorstel is deze ruimte geoormerkt voor een aantal onderwerpen.
Zie antwoord op vraag 14.
42
Nr.
Bron beslispunt 13
131
132
Programmabegroting, blz. 10
Programmabegroting, blz. 10
Vraag Gemeentefonds worden ontvangen hiervoor in te zetten.” Welke middelen betreft dit? Welk bedrag? Gaat het hier om specifiek voor dit doel door het Rijk geoormerkte middelen? Bij de technische uitgangspunten wordt aangegeven dat voor langlopende financieringsmiddelen voor 2026 een rentepercentage van 1,8% wordt gehanteerd. In hoeverre is dit een vaststaand / gegarandeerd percentage? Of is dit een verwacht percentage? Door de provincie is als aandachtspunt gegeven het beschikken over actuele beheerplannen IPOR en Vastgoed, inclusief financiële vertaling. Wat is hiervan de status?
133
Programmabegroting blz. 10
Antwoord
Op pagina 12 wordt de inzet van de stelpost inflatie behandeld. Hoeveel middelen zijn er beschikbaar in deze stelpost en hoe worden deze
Dit is het z.g. renteomslagpercentage. Bij de jaarrekening wordt het definitieve rente-omslagpercentage berekend. Wanneer dit percentage afwijkt van de begroting kan dit definitieve omslagpercentage worden gebruikt om de rentekosten toe te rekenen aan de programma’s. Deze nacalculatie is vanuit de BBV verplicht voor afwijkingen van meer dan 25% op de rentelasten of wanneer deze afwijking materieel is. Antwoord vastgoed: De actualisatie is in afronding. Vaststelling is voorzien begin 2026, inclusief verwerking in MJOP’s en P&C. Dit is conform eerdere afstemming met de provincie. Antwoord IPOR: In afstemming met en instemming van de provincie is besloten de beheerplannen openbare ruimte beleidsarm te verlengen voor de jaren 2026 en 2027 (Collegebesluit d.d. 9 september 2025). Dit is nodig omdat de nieuwe omgevingsvisie pas recent is vastgesteld en er tijd nodig is om de visie uit te werken in een nieuw beleidsplan openbare ruimte. De kosten voor beheer zijn geactualiseerd vanwege inflatie en autonome ontwikkelingen en verwerkt in de begroting 2026. De voorgestelde tijdelijke verlenging van de beheerplannen en de bijbehorende werkwijze is afgestemd en geaccordeerd met de Provincie Limburg als financieel toezichthouder. Voor dit inzicht verwijzen wij naar: - Tabel verloop stelpost inflatie (pag. 30) - Tabel inzet stelpost inflatie (pag. 30)
43
Nr.
Bron
Vraag middelen ingezet om de gevolgen van kostenstijgingen te dekken?
134
135
136
Programmabegroting, blz. 15
Programmabegroting, blz. 15
Programmabegroting, blz. 16
Bij actualisatie kapitaallasten wordt aangegeven: “In de jaren 2026 t/m 2029 wordt de begroting van de rente-uitgaven voordelig bijgesteld omdat de realisatie van de investeringen achterblijft op de planning van de investeringen. Dit heeft tot gevolg dat er minder gefinancierd zal worden dan eerder verwacht en dat er minder rentekosten geraamd hoeven te worden.” Gesteld wordt dat er minder gefinancierd hoeft te worden, maar is hier geen sprake van later financieren / het naar achter schuiven van financieringen? Actualisatie kapitaallasten: c) Betreft het volledig ramen van de kapitaallasten van de Ibor-vervangingsinvesteringen uit de jaarschijf 2028. Wat wordt hiermee bedoeld? Graag een toelichting. De vloercoating van diverse parkeergarages dient vernieuwd te worden.
Antwoord Hieruit blijkt hoeveel middelen wij beschikbaar hebben om effecten van loon- en prijsontwikkeling op onze begroting op te kunnen vangen. Tevens is gespecificeerd en toegelicht welke beslag in deze begroting op de beschikbare middelen wordt gelegd. Dat is correct. Als de investeringen later gerealiseerd worden betekent dit dat de rentekosten ook later in de exploitatie gerealiseerd worden.
In het eerste jaar van een nieuwe tranche vervangingsinvesteringen nemen we alleen de rentelasten. In het jaar erna, ervan uitgaande dat de investeringen dan zijn uitgevoerd, ramen we de volledige kapitaallasten (rente en afschrijvingen). Kortom voor de Ibor- vervangingsinvesteringen 2028 geldt: - In jaarschijf 2028: raming rentelasten; In jaarschijf 2029: raming volledige kapitaallasten. Zie antwoord bij vraag 19.
In hoeverre zijn dit werkzaamheden die naar voren komen in de MJOP? Waren deze werkzaamheden te voorzien / verwacht?
44
Nr.
Bron
Vraag
Antwoord
137
Programmabegroting, blz. 18
Vooruitlopend op de renovaties bij het Graaf Huyn College (2026) en de Trevianum scholengroep (2027) zijn de kapitaallasten van de benodigde investeringsbedragen geprognosticeerd. Deze prognose is gebaseerd op de beoogde startdatum en doorlooptijd van de renovaties respectievelijk de beoogde ingebruikname van de gerenoveerde schoolcomplexen. Aangegeven wordt dat de businesscases nog moeten worden opgesteld.
De geraamde kapitaallasten voor de renovaties van Graaf Huyn College en Trevianum zijn gebaseerd op de aanvragen van de schoolbesturen en onderbouwende onderzoeken die hiervoor zijn uitgevoerd. De geraamde investeringsbedragen zijn ook in lijn met het Strategisch Huisvestingsplan Onderwijs- en Kindfuncties. Op basis hiervan kan binnen een zekere bandbreedte een indicatie worden gegeven van de verwachte investeringsbedragen. De uiteindelijke kosten zullen moeten blijken uit verdere planuitwerking en besluitvorming.
138
Programmabegroting, blz. 19
139
Programmabegroting, blz. 19 / 20
Daaruit concludeer ik dat nog niet exact bekend is wat er dient te gebeuren qua renovatie. Hoe kunt u dan al een betrouwbare prognose van benodigde investeringsbedragen opstellen? Beleidskeuzes: In de tabel staat bij het onderdeel (motie) kleine kampjes voor 2026 en 2027 een bedrag van respectievelijk € 250.000,- en € 750.000,-. Betreft dit het totaalbedrag van € 1 mln. wat bovenop het eerder beschikbaar gestelde bedrag van € 250.000,- komt zoals aangegeven op bladzijde 21? Met betrekking tot weerbaarheid en wendbaarheid stelt u, nu het ravijnjaar (deels) afgewend lijkt, een alternatieve invulling voor de inzet van weerbaarheid en wendbaarheid voor. Als u dat voorstelt, waar dienen dan de bedragen van 1,2 a 1,3 mln. voor zoals die bij het kopje “Post robuuste begroting” in de tabel op bladzijde 19 staan?
Deze bedragen komen bovenop het eerder beschikbaar gestelde bedrag van € 250.000,- uit 2024.
Het resterend saldo van de post robuuste begroting is als volgt ingezet: - Het met ingang van 2026 verhogen van de post onvoorzien met jaarlijks € 0,4 mln., gericht op het borgen van de weerbaarheid van de begroting; - Het resterend bedrag van € 1,2 mln. in 2026 tot en met 2028 respectievelijk € 1,3 mln. in 2029 valt vrij ten gunste van de begrotingsruimte Met deze financiële keuze hebben we ruimte gecreëerd voor de stelposten exploitatie- en investeringsvoorstellen. Hetgeen bijdraagt aan de wendbaarheid van
45
Nr.
140
Bron
Programmabegroting, blz. 21
141
Programmabegroting, blz. 28
142
Programmabegroting, blz. 29
Vraag
Borging uitvoeringskracht lopende / in voorbereiding zijnde dossiers; Dit lijkt een verzameling te zijn voor meerdere dossiers. Graag ontvangen wij een overzicht waarin wordt aangegeven welke dossiers dit concreet betreft, per dossier of deze lopend of in voorbereiding zijn en het bedrag per dossier. Opbouw algemene reserve; De ondergrens op basis van 2% van het begrotingstotaal wordt gezet op € 9 mln. Moet dit geen € 9,6 mln. zijn gezien de totaalbedragen zoals genoemd in het overzicht op bladzijde 12? Graag een toelichting. Er worden drie kredietvoteringen gevraagd. Kunt u per krediet aangeven wat a) de kapitaallasten zijn en b) waarom deze niet worden gedekt binnen het betreffende programma?
Antwoord onze begroting. Zie tevens vraag 4 en 62 Een specificatie kunnen wij niet verstrekken, omdat het meerdere opgaven, projecten, opdrachten en prestaties betreft, waarbij onze capaciteit op meerdere dossiers wordt ingezet. Zoals ook in het antwoord op vraag 97 aangegeven, gaat het bijvoorbeeld over het uitvoering geven aan gebiedsontwikkelingen/ ontwikkellocaties. Daarnaast vraagt het uitvoering geven aan de lopende projectenportefeuille voor aanvullende capaciteit op het gebied van planeconomie en vastgoed. Er is afgerond op € 9 miljoen. Bij de begroting van 2027 wordt opnieuw naar het begrotingstotaal en het restrisico gekeken.
In onderstaande tabel zijn de kapitaallasten van de drie kredietvoteringen inzichtelijk gemaakt.
Conform de richtlijnen in de financiële verordening worden autonome ontwikkelingen opgelost op het niveau van de totale begroting. Voor de Ontsluiting Absbroek en Vloercoating parkeergarages wordt dit zo toegepast. De kapitaallasten
46
Nr.
Bron
143
Programmabegroting blz 39
144
Programmabegroting, blz. 106
Vraag
Op pagina 39 wordt de samenwerking met partnerorganisaties genoemd. Kunt u toelichten welke partijen hierbij betrokken zijn en wat de doelstellingen van deze samenwerking zijn in de programmabegroting? In de ronde van 19 juni jl. inzake de jaarstukken staat het volgende in de notulen: “De heer Talpe (PIT) vraagt of hij het goed begrijpt dat de wethouder bij de begroting van 2026 met een voorstel komt over middelen voor woningbouw en betaalbare woningbouw. Wethouder Geilen antwoordt dat, als er op basis van het volkshuisvestingsprogramma een noodzaak is, de begroting het eerste moment is om daar samen over te praten. Hij geeft aan dat hij verwacht dat die noodzaak er inderdaad is.”
Antwoord van de Proeftuin Zeeheldenbuurt worden gedekt uit de middelen die hiervoor in de begroting zijn opgenomen. Deze investering maakt onderdeel uit van het investeringsprogramma 2021-2024. Onder andere partijen zoals huisartsen, Zuyderland, MIK & PIW, onderwijs, Werkplaats Financiën en ZoWonen. Deze samenwerking levert een bijdrage aan de integrale dienstverlening. Vanuit preventief oogpunt wordt de inzet van maatwerkvoorzieningen voorkomen. Zie tevens vraag 166. Op dit moment zit geen directe post in de begroting om specifiek betaalbare woningen te realiseren. Wel is door het beschikbaar maken van budget voor strategische verwerving het mogelijk om een deel van de ‘straatje erbij’ locaties in de dorpsranden te verwerven. Hier staat een primair betaalbaar product gepland in het volkshuisvestingsprogramma. Het daadwerkelijk betaalbaar bouwen op deze locaties (alsmede vrijkomende gemeentelijke ontwikkellocaties) leidt, zonder toevoeging van voldoende duurdere producten, tot een verlieslatende business case. Op dit moment wordt onderzocht hoe deze locatie ingevuld kunnen worden, wat een realistische marktwaarde voor de grond is en hoe de ontwikkeling tot stand kan komen. De snelheid van een eventuele ontwikkeling is ook afhankelijk van de bereidheid van de grondeigenaren om over te gaan tot verkoop.
De vraag is; op welke wijze vinden wij dat terug in de begroting? Welke middelen zijn opgenomen?
47
Nr.
Bron
Vraag
Antwoord
145
Programmabegroting, blz. 106
Op diverse momenten is eerder gesproken over tekort aan personeel als het gaat om vergunningverlening en ruimtelijke ordening, waardoor diverse plannen vertraging hebben opgelopen. Daarbij is ook gesproken over de doorlooptijd van toekomstige ontwikkelingen op basis van het volkshuisvestingsprogramma. In hoeverre zijn er middelen opgenomen in deze begroting om hier iets (bijvoorbeeld werving extern, scholing intern, etc.) aan te doen?
In de begroting is voor 2 jaar extra uitvoeringskracht opgenomen om ontwikkelingen op te pakken. Binnen vergunningverlening wordt de relatie naar trend in de leges en benodigde capaciteit onderzocht. Personeelstekort is niet alleen een kwestie van middelen, ook een gevolg van de krapte op de arbeidsmarkt. Door het grote aanbod is het personeelsverloop groot.
146
Programmabegroting blz. 113
SPUK’s Op pagina 113 worden specifieke uitkeringen genoemd. Kunt u uitleggen welke specifieke uitkeringen zijn opgenomen en wat de doelstellingen zijn van deze middelen?
147
Algemeen
Eerder zijn diverse berichten voorbij gekomen over diverse gelden welke de gemeente ontvangen heeft in het kader van volkshuisvesting / woningbouw. Graag ontvangen wij een overzicht van de middelen welke ontvangen danwel toegezegd zijn, inclusief eventuele gestelde voorwaarden m.b.t. besteding hiervan.
Via een SPUK verstrekt het Rijk middelen die aan een specifiek doel moeten worden besteed. In de begroting wordt hier geen integraal overzicht van opgenomen. In de jaarstukken treft u wel een volledig overzicht aan van de verstrekte SPUKS, Zie hiervoor de jaarlijkse SISA-bijlage in de jaarstukken. Deze bijlage wordt afzonderlijk door de accountant gecontroleerd. De grootste subsidies op het gebied van Bouwen en wonen op dit moment zijn: SpUk Flexcity regio € 9,6 miljoen Stimuleringsregeling Flex- en transformatiewoningen 2025 – Ambachtschool € 0,9 miljoen SpUk WOKT – Absroek € 1,375 miljoen Volkshuisvestingsfonds tranche 4 € 10,1 miljoen Startbouwimpuls BLG-pand en Einighausen € 0,7 miljoen De looptijden van deze regelingen variëren van 1 jaar tot 10 jaar (VHF) tot 35 jaar (Flexcity).
Belastingmaatregelen 2026 148
Tariefswijzigingen 2026 t.o.v. 2025, blz. 1
Aangegeven wordt dat OZB-tarieven algemeen worden geïndexeerd. Wat wordt hiermee bedoeld? Wat betekent dit
Voor de indexering van de gemeentelijke belastingen en heffingen gebruiken wij vooral de in de meicirculaire 2025 van het gemeentefonds opgenomen verschillende indexeringspercentages personele en materiële kosten. Voor de
48
Nr.
Bron
Vraag voor het bedrag wat onze inwoners dienen te betalen voor 2026 t.o.v. het bedrag voor 2025?
Antwoord gemeentelijke belastingen gebruiken wij een gemiddeld percentage van 2,22 %. Het OZB-tarief is gebaseerd op de OZB-opbrengst. De OZB-opbrengst wordt bepaald door de WOZ-waarde te vermenigvuldigen met het OZB-tarief. Ieder jaar worden de WOZ-waarden opnieuw bepaald en aangepast. Ons beleid is om de wijzigingen van de WOZ-waarde te compenseren door een aanpassing van het tarief. Hierdoor heeft een verandering in de WOZ-waarde geen invloed op de OZB-opbrengst en op de gemiddelde aanslag OZB. Op pagina 10 en 11 van het rapport belastingmaatregelen 2026 wordt de systematiek schematisch uitgelegd. Voor 2026 is afwijkend omdat wordt voorgesteld om het in de jaarrekening 2024 gereserveerde bedrag van € 1,539 miljoen in te zetten om de OZB-tarieven niet te laten stijgen. Dit bedrag is voldoende om de algemene indexering op te vangen waardoor de OZB-opbrengst niet zal stijgen ten opzichte van 2025. Hierdoor stijgen de tarieven ook niet ten opzichte van 2025. Kantekening is dat de WOZ-prognose 2026 van de BsGW nog een technische aanpassing van de tarieven in december zal leiden. 15 oktober komt er een eerste prognose van de WOZ-waarden door de BsGW. Op 15 november volgt een actualisatie van de prognose. De OZB-tarieven zullen op basis van deze nieuwe prognose wijzigen. Daardoor zal de gemeenteraad de gewijzigde tarieven opnieuw vaststellen in december.
Deze werkwijze past de gemeente al jaren toe en zorgt ervoor dat de meest actuele tarieven worden vastgesteld voor 2026.
149
Tariefswijzigingen 2026 t.o.v. 2025, blz. 1
Bij de verordening onroerende zaakbelastingen en de verordening belasting op roerende woon- en bedrijfsruimten blijven de tarieven gelijk voor 2025
Zie antwoord op vraag 148
49
Nr.
Bron
Vraag
Antwoord
en 2026 en wordt aangegeven dat de tarieven wijzigen n.a.v. de definitieve prognose WOZwaarden 2026 van de BsGW.
150
151
Tariefswijzigingen 2026 t.o.v. 2025, blz. 1
Wat wordt er dan concreet gewijzigd en op welke wijze? Er wordt gesproken over een bedrag van € 1,539 miljoen uit de jaarrekening 2024 welke wordt ingezet voor verlichting OZB.
Tariefswijzigingen 2026 t.o.v. 2025, blz. 2
In hoeverre is dit bedrag voldoende en waar baseert u dat op? Aangegeven wordt dat de tarieven afvalstoffenheffing niet worden geïndexeerd aan de algemene index van 2,22 %. Waarom niet? Graag een toelichting.
Zie antwoord op vraag 148
Afvalstoffen- en rioolheffing zijn bestemmingsheffingen. De opbrengsten moeten volledig worden ingezet voor de dekking van de kosten. Hierdoor zijn deze heffingen altijd 100% kostendekkend en volgen deze heffingen niet de algemene indexering. Voor de afvalstoffen- en rioolheffing worden de kosten voor het komende jaar begroot. Vervolgens worden deze kosten verdeeld over alle huishoudens in de gemeente. Dit staat uitgewerkt in het rapport belastingmaatregelen 2026 op pagina 21 (afvalstoffenheffing) en pagina 24 (rioolheffing).
50
Fractie VVD Nr.
Bron
Vraag
Antwoord
2de Rapportage 2025 152
Pag 7
Op pagina 7 wordt in de tabel bij de meicirculaire aangegeven dat het om een structureel bedrag gaat, maar in de toelichting wordt gesproken over een incidenteel nadeel. Welke aanduiding is correct?
In de 2de rapportage 2025 verwerken we alleen financiële bijstellingen met betrekking tot de jaarschijf 2025. Voor zover bijstellingen een structureel karakter hebben, zoals de meicirculaire 2025, zijn de bijstellingen voor de jaarschijven 2026 en verder in de begroting 2026 verwerkt.
153
Pag 7
Op pagina 7 in tabel 2 en de leeswijzer van tabel 2 wordt gesproken over de ‘kleine verschillen’, de posten met bijstellingen onder het bedrag van 50.000 euro. Verder wordt niet toegelicht wat voor een soort posten hieronder vallen. Om welke posten gaat het hier?
Zie tevens vraag 115. Conform de richtlijnen in de geactualiseerde financiële verordening (raadsbesluit 5 juni 2025)¹ worden in de financiële samenvatting alle bijstellingen groter dan € 0,2 mln. afzonderlijk gepresenteerd en toegelicht. Voor het inzicht in en toelichting op de bijstellingen onder dit bedrag verwijzen wij naar de financiële tabellen, inclusief toelichtingen op de (sub)programmabladen.
154
Pag 10
155
Pag 11
156
Pag 13
Op pagina 10 wordt bij punt 17 gesteld dat er wordt ingehaakt op bestaande evenementen, festivals en tradities die al betekenis geven aan onze leefomgeving. Betekent dit dat het bedrag dat hiervoor begroot is ten voordele komt voor de organisaties van huidige evenementen, festivals en tradities? Hoe wordt bepaald wie hier beroep op mag doen? Op pagina 11 in tabel 4 worden voorstellen gedaan voor de inzet stelpost inflatie 2de rapportage 2025. Zijn er naast deze voorstellen nog resterende verplichtingen die ten laste van de stelpost inflatie kunnen komen? Op pagina 13 wordt gesteld dat het ravijnjaar nu (deels) afgewend lijkt, waaruit blijkt dat? En als het afgewend lijkt te zijn, waarom dan alsnog de post onvoorzien jaarlijks verhogen?
¹in de oude verordening was het grensbedrag € 50.000 Zie tevens vraag 120 We werken aan een regeling, waarbij we een beroep doen op de bestaande evenementen, festivals, verenigingen en ondernemers om samen met ons 25 jaar Sittard-Geleen uit te dragen. De regeling stelt hiertoe kleine bedragen beschikbaar. Zo bieden we eenieder de mogelijkheid om mee te vieren en wordt 25 jaar SittardGeleen op zoveel mogelijk plekken zichtbaar.
Via de P&C-cyclus monitoren we de invloed van loon- en prijsontwikkeling op onze begroting. De 3de rapportage 2025 is een volgend moment om te beoordelen of deze ontwikkelingen zich (na de 2de rapportage 2025) hebben voorgedaan. Indien dit aan de orde is, worden hiervoor voorstellen tot bijstelling gedaan. Uit de ontwikkeling van de begrotingsruimte en het structureel begrotingsevenwicht blijkt dat wij in alle jaarschijven (2025 tot en met 2029) voordelige (structurele) begrotingssaldi hebben. Wel is te zien dat de omvang van deze voordelige begrotingssaldi in de meerjarenraming afnemen. Dit duidt erop dat het ravijnjaar is
51
Nr.
Bron
Vraag
Antwoord opgeschoven.
157
Pag 31
158
Pag 59
Op pagina 31 in de toelichting wordt gesteld dat er nog geen locatie is waar de woonwagens in de toekomst gestald kunnen worden en dat hiervoor ook nog inrichtingskosten en structurele kosten van aansluitingen moeten worden gemaakt. Is er al een planning of kostenraming voor het vinden van een nieuwe locatie? Of is dit bedrag al meegenomen in de bijstelling in de tabel op pagina 30. Op pagina 59 wordt bij de motie inzake stimuleren van innovatieve laadoplossingen en veilig opladen van elektrische voertuigen verwezen naar de financiële bijstelling (nr. 1) op programmablad Verkeer, vervoer en waterstaat. Nr. 1 is hier de bommenregeling. Hoe verhoudt dit zich tot elkaar?
De post robuuste begroting was bestemd om onder andere de weerbaarheid van onze begroting te borgen. Dit heeft betrekking op de mate waarin we in staat zijn risico’s en/of onvoorziene gebeurtenissen op te kunnen vangen. Voorgesteld wordt de post robuuste begroting af te ramen en tegelijkertijd de post onvoorzien met ingang van 2026 op te hogen van € 0,1 mln. naar jaarlijks € 0,5 mln. Dit achten wij noodzakelijk om over een buffer te beschikken om onvoorziene gebeurtenissen op te kunnen vangen. De bijstelling in de tabel heeft betrekking op kosten voor de tijdelijke locatie in 2025. Er wordt de komende periode een scan gedaan op mogelijke locaties en de (financiële) haalbaarheid daarvan. In 2026 verwachten we dit af te ronden, tot die tijd blijft een tijdelijke locatie en tijdelijke extra financiële middelen noodzakelijk.
De door u bedoelde verwijzing naar de financiële bijstelling nr. 1 staat in de kolom ‘stand van zaken 1ste rapportage’. Bedoeld is dus de bijstelling op pagina 25 van de 1ste rapportage, de bijstelling bommenregeling staat in de 2de rapportage.
Begroting 2026 159
Raadsvoorstel
In het raadsvoorstel wordt bij punt 3 gesteld dat voor exploitatievoorstellen financiële ruimte beschikbaar wordt gesteld: 0.5 mln. euro in 2026 oplopend tot 2,0 mln. euro in 2029. Hoe dient dit geïnterpreteerd te worden? Is dit jaarlijks oplopend? Hoe wordt dit over de jaren verdeeld en is dit een maximum?
Dit is inderdaad jaarlijks oplopend. - 2026: € 0,5 mln. - 2027: € 1,0 mln. - 2028: € 1,5 mln. - 2029: € 2,0 mln. Het bedrag van € 2,0 mln. moet als een maximum worden gezien. De inzet ten laste van deze post kan meerdere jaren doorlopen. Doordat er jaarlijks € 0,5 mln.
52
Nr.
Bron
160
Raadsvoorstel
161
Raadsvoorstel
162
Pag 10
163
Pag 16
164
Pag 18
Vraag
In het raadsvoorstel wordt bij punt 3 gesteld dat er voor investeringsvoorstellen in de periode 2026-2029 jaarlijks 10 mln. investeringskrediet beschikbaar gesteld wordt. Uit welk potje wordt dit gedekt? Wat is het actueel risicoprofiel zoals bedoeld in punt 10 van het raadsvoorstel?
Hoe zijn de op pagina 10 van de programmabegroting genoemde rentepercentages (1.8% voor langlopende financieringsmiddelen etc.) bepaald? Op pagina 16 van de programmabegroting wordt gesteld dat enkele parkeergarages een vernieuwde vloercoating dienen te krijgen. Was dit van te voren te verwachten dat dit regelmatig nodig zou zijn? Kunnen we dit dus ook nog bij andere parkeergarages in onze gemeente verwachten? Is er een manier om dit te voorkomen bij de aanleg van nieuwe parkeergarages? Op pagina 18 van de programmabegroting wordt gesteld dat de renovaties van het Graaf Huyn College en de Trevianum Scholengroep zijn gebaseerd op prognoses. Hoe betrouwbaar zijn deze prognoses en hoe groot is de kans dat de benodigde renovatiekosten nog aangescherpt dienen te worden? Hoe groot is het aandeel van de gemeente en de schoolbesturen in deze kosten?
Antwoord bijkomt, is er in iedere jaarschijf ruimte voor nieuwe voorstellen. Zie tevens vraag 123. De kapitaallasten (rente en afschrijving) van deze investeringsruimte wordt binnen de begrotingsruimte gedekt. Deze begrotingsruimte is mede het gevolg van de financiële keuzes die zijn gemaakt. Zie hiervoor tabel (Beleids)keuzes (Pag. 19). In de verplichte paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing is het risicoprofiel geactualiseerd conform de richtlijnen uit de nota weerstandsvermogen en risicobeheersing. Dit betekent dat risico, voor zover kwantificeerbaar, financieel worden vertaald inclusief een restrisico van 1% van het begrotingstotaal. Het totaalbedrag van deze risico’s wordt volledig afgedekt in de algemene reserve risicobeheersing. Via de voorgeschreven methodiek van het BBV voor het berekenen van het renteomslagpercentage. Zie antwoord vraag 19. De coating wordt vernieuwd bij alle parkeergarages die in eigendom zijn van de gemeente, m.u.v. parkeergarage Groenstraat. Deze is buiten beschouwing gelaten i.v.m. de sloopbestemming. Bij de aanleg van nieuwe parkeergarages zal goed gekeken moeten worden welke coating systeem passend is, echter zal de vloercoating ook dan op den duur vervangen dienen te worden als gevolg van slijtage.