2 Rapport belastingmaatregelen 2024
Tekst van het document
Het voorstel is om de vermissingsleges voor rijbewijzen in lijn hiermee ook af te schaffen. Deze bevoegdheid ligt bij de gemeente. De derving bedraagt gemiddeld op jaarbasis € 10.000, welke binnen de reguliere budgetten kan worden opgevangen. Artikel 1.13 Modaliteiten Het tarief genoemd in artikel 1.12 wordt vermeerderd als gevolg van: b. een 1e aanvraag ter verkrijging van een nieuw rijbewijs na vermissing van een eerder verstrekt rijbewijs, tenzij er sprake is van brand, diefstal door inbraak of overval van de persoon, met c. een 2e aanvraag ter verkrijging van een nieuw rijbewijs na vermissing van een eerder verstrekt rijbewijs, tenzij er sprake is van brand, diefstal door inbraak of overval van de persoon, met
vervalt vervalt
Paragraaf 4 Verstrekkingen uit de basisregistratie personen In deze paragraaf wordt de uitvoering Wet basisregistratie Personen “hoofdstuk 3 De verstrekking van gegevens uit de basisregistratie” geregeld. De tarieven worden vastgesteld door de gemeente. Deze tarieven liggen in lijn met andere gemeenten en het voorstel is om de tarieven voor 2024 te indexeren met 4,22%. Door wijziging van toegerekende kosten is de kostendekkendheid gewijzigd naar 99%. Paragraaf 5 Bestuursstukken en paragraaf 6 Vastgoedinformatie Deze paragrafen worden nauwelijks gebruikt, er zijn daarom geen opbrengsten en kosten geraamd in de begroting. Paragraaf 7 Overige publiekszaken In deze paragraaf is opgenomen de uitvoering van de Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens “afdeling 5 de Verklaringen omtrent Gedrag (VOG’s)” en daarnaast de Wet regels inzake heffing van rechten voor legalisatie van handtekeningen. Het tarief voor een Verklaring omtrent Gedrag is wettelijk bepaald, waarbij de vergoeding ten gunste van de gemeente € 7,50 per aanvraag bedraagt. De tarieven van de overige verstrekkingen worden door de gemeente vastgesteld. Deze tarieven liggen in lijn met andere gemeenten en het voorstel is om de tarieven voor 34
2024 te indexeren met 4,22%. Door wijziging van toegerekende kosten is de kostendekkendheid gewijzigd naar 89%. Paragraaf 8 Historisch archief Onder deze paragraaf vallen de diensten van het historisch archief van de gemeente. De diensten onder deze paragraaf vallen grotendeels onder de Wet hergebruik van overheidsinformatie (Who). In deze wet staat dat voor hergebruik van overheidsinformatie alleen de marginale verstrekkingskosten kunnen worden doorberekend. Dit betreft de marginale kosten van vermenigvuldiging, verstrekking en verspreiding van de informatie. De gemeente/overheid produceert informatie met een bepaald doel. Deze informatie mag opnieuw worden gebruikt. Ook voor een ander doel dan waarvoor de informatie eigenlijk bedoeld was. Dit heet hergebruik van overheidsinformatie. De Who is van toepassing op verzoeken voor hergebruik van informatie, neergelegd in documenten berustend bij een met een publieke taak belaste instelling, met uitzondering van: • informatie die niet openbaar is op grond van de wet; • informatie waarop rechten van derden rusten, bijv. auteursrechten • informatie die betrekking heeft op openbare persoonsgegevens waarvan hergebruik onverenigbaar is met de doeleinden waarvoor ze zijn verkregen.
De Who stelt dat de aanvrager op de hoogte moet zijn van de kosten die zijn aanvraag met zich meebrengt, daarom wordt conform de modelverordening van de VNG de aanvrager de mogelijkheid geboden om een prijsopgave te vragen van de kosten. Omdat een prijsopgave geven van elke kopie niet doelmatig is, is ook de prijs per kopie opgenomen in de legestabel. Gezien de minimale opbrengsten van dit hoofdstuk zijn deze opbrengsten niet apart begroot. Paragraaf 9 Overige publiekszaken Deze paragraaf in de legestabel heeft betrekking op ontheffingen, gehandicaptenparkeerkaarten en het plaatsen van borden wegsleepregeling bij of voorafgaande aan evenementen en de vergunningen voor het leggen, instandhouden en opruimen van kabels en leidingen in de gemeentegrond. De kosten voor de aanvraag van een gehandicaptenparkeerkaart bestaan uit personele kosten en de kosten van de medische advisering door de GGD. De gehandicaptenparkeerkaart is maximaal vijf jaar geldig. Alleen in gevallen waarin uit eerder onderzoek is gebleken dat de medische situatie niet zal verbeteren, is bij verlenging van de gehandicaptenparkeerkaart geen onderzoek meer nodig. Dit is landelijk geregeld in de ‘Regeling gehandicaptenparkeerkaart’. Binnen het Sociaal Domein wordt door de klant niet betaald voor de sociaal medische adviezen.
De kosten voor de sociaal medische adviezen voor de gehandicaptenparkeerkaart worden daarom niet doorberekend aan de inwoner. De personeelskosten inzake het verstrekken van de gehandicaptenparkeerkaart worden volledig gedekt uit de leges. Doordat de kosten voor sociaal medische adviezen niet worden doorberekend aan de inwoner is de kostendekkendheid van deze dienst laag. De tarieven worden door de gemeente vastgesteld en het voorstel is de tarieven voor 2024 te indexeren met 4,22%. De kostendekkendheid voor het geheel van de Bijzondere Wetten bedraagt 72%. Paragraaf 10 Diversen Op basis van artikel 1.45 van de Wet Kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen moet sinds 2010 iemand die een kindercentrum of gastouderbureau wil beginnen, daarvoor een aanvraag doen bij het college van de gemeente waar de opvang plaatsvindt. De tarieven worden door de gemeente vastgesteld en het voorstel is de tarieven voor 2024 te indexeren met 4,22%. 35
De kostendekkendheid is berekend op 35%. Naast de kinderopvang vallen onder deze paragraaf de diensten tot het verstrekken van afschriften, kopieën ed. welke informatie niet in het historisch archief is. Ook de diensten onder deze paragraaf vallen grotendeels onder Wet hergebruik van overheidsinformatie (Who), wat betekent dat de leges maximaal de marginale kosten van vermenigvuldiging, verstrekking en verspreiding van de informatie mag zijn. Gezien de minimale opbrengsten hiervan zijn deze opbrengsten niet apart begroot.
36
Hoofdstuk 2 Omgevingswet Tabel overzicht kostendekkendheid legesverordening hoofdstuk 2 omgevingswet Totale opbrengsten
Hoofdstuk 2 Omgevingswet
Taakveld
Overhead
Totale Kosten
paragraaf
1 Algemene bepalingen
€ 159.769
€0
€ 159.769
€0
0%
paragraaf
2 Voorfase
€ 465.384
€ 187.123
€ 652.507
€ 156.000
24%
paragraaf
3
Activiteiten met betrekking tot bouwwerken
€ 834.570
€ 327.770
€ 1.162.340
€ 1.452.527
125%
paragraaf
4
Activiteiten met betrekking tot cultureel erfgoed en werelderfgoed
€ 72.095
€ 27.080
€ 99.175
€ 19.560
20%
paragraaf
5 Milieubelastende activiteiten
€ 50.949
€0
€ 50.949
€ 50.949
100%
paragraaf
6 Lozingsactiviteiten
€ 540
€ 271
€ 811
€ 811
100%
paragraaf
7 Aanlegactiviteiten
€ 72.879
€ 36.558
€ 109.437
€ 89.033
81%
paragraaf
8 Overige activiteiten
€ 26.992
€ 13.540
€ 40.532
€ 35.472
88%
paragraaf
9 Maatwerkvoorschriften
€ 1.998
€0
€ 1.998
€ 1.998
100%
paragraaf 10 Gelijkwaardigheid
€0
€0
€0
€0
0%
paragraaf 11 Overige tarieven
€ 16.870
€ 8.463
€ 25.333
€ 21.250
84%
paragraaf 12 Modaliteiten
€ 122.009
€ 53.686
€ 175.695
€ 152.091
87%
paragraaf 13 Vermindering*
Kostendekking
€ -148.200*
paragraaf 14 Teruggaaf
€0
€0
€0
€0
0%
Kostendekking hoofdstuk 2
€ 1.824.055
€ 654.491
€ 2.478.546
€ 1.831.491
74%
*Paragraaf 13 Vermindering heeft een directe band met de bouwleges uit paragraaf 2 en 3. Het is in principe geen opbrengst, maar de vermindering wordt verrekend met de opbrengsten uit paragraaf 2 en 3. Zie onderstaande toelichtingen.
Onderstaand een korte toelichting per paragraaf Paragraaf 1 Definities Onder de Omgevingswet zijn veel begripsbepalingen in de wet en aanpalende regelgeving opgenomen. Er wordt dan ook voor de definities van begrippen vaak daarnaar verwezen. Wel zijn definities toegevoegd in verband met het nieuwe omgevingsoverleg. In deze definities wordt uiteengezet wat een aanvrager mag verwachten van zo’n overleg. De definitie van bouwkosten is ten opzichte van de definitie onder de Wabo aangepast. Dit is echter geen specifieke aanpassing vanwege de inwerkingtreding van de Omgevingswet en Wkb. Paragraaf 2 Voorfase Voor complexe (bouw)projecten van belang is voorafgaand aan het indienen van een aanvraag het project te bespreken in een omgevingsoverleg. Doel van die gesprekken is om mogelijke knelpunten in het project te benoemen en op te lossen, zodat de uiteindelijke aanvraag compleet en volgens wet- en regelgeving wordt ingediend en binnen de gestelde termijn kan worden afgedaan. Voor zo’n omgevingsoverleg mag de gemeente ook leges heffen en de belastbare feiten hiervoor zijn opgenomen in paragraaf 2 van de nieuwe tarieventabel. De belastbare feiten zijn in samenspraak met vertegenwoordigers van de gemeente vormgegeven. Hierbij is gekozen voor een generiek toepasbare vorm. Dat wil zeggen dat eenvoudigweg gekozen is voor vaste tarieven per overleg.
Dit is duidelijk voor de initiatiefnemers. Om ervoor te zorgen dat initiatiefnemers zoveel mogelijk gebruik maken van de voorfase, is het voorstel om slechts leges in rekening te brengen als er sprake is van een complexe aanvraag die aan de omgevingstafel dient te 37
worden besproken. Deze leges worden bovendien bij het indienen van de definitieve aanvraag in mindering gebracht op de leges voor de definitieve omgevingsvergunning (zie Paragraaf 13). De kostendekkendheid van deze paragraaf op zichzelf beschouwd is begroot op 24%. Paragraaf 3 Bouwactiviteiten Onder de Wabo, de huidige wetgeving, dient voor elke bouwactiviteit 1 vergunning te worden aangevraagd waarbij zowel de bouwtechnische aspecten als de ruimtelijke aspecten van het bouwproject worden getoetst aan wet- en regelgeving door de gemeente. Onder de Omgevingswet is de ene Wabo-vergunning vervangen door 2 vergunningen: 1 voor de bouwtechnische bouwactiviteit en 1 voor de ruimtelijke aspecten bij de bouwactiviteit. Daarnaast is in de Wkb opgenomen dat bouwwerken vallen onder een gevolgklasse. Globaal kan elke gevolgklasse als volgt worden beschreven (niet volledig): • Gevolgklasse 1: Het gaat hierbij om grondgebonden woningen, eenvoudige bedrijfsgebouwen en laag risicodragende verbouwingen (met uitzondering van monumenten) ; • Gevolgklasse 2: Het gaat hierbij om bibliotheken, gemeentehuizen, onderwijsgebouwen en woongebouwen tot 70 meter hoog; • Gevolgklasse 3: Het gaat hierbij om zeer grote projecten en vaak complexe bouwwerken zoals metrostations, voetbalstadions, ziekenhuizen en gebouwen hoger dan 70 meter.
Voor gevolgklasse 1 bouwwerken is alleen de ruimtelijke vergunning aan de orde, terwijl voor gevolgklasse 2 en 3 bouwwerken zowel een bouwtechnische vergunning als een ruimtelijke vergunning dient te worden aangevraagd. De bouwtechnische toetsing bij gevolgklasse 1 bouwwerken vindt plaats door een private kwaliteitsborger, een commerciële marktpartij. Dit heeft tot gevolg dat gemeenten aanzienlijk minder werk te verrichten hebben bij een groot deel van de bouwwerken. Waar er onder de Wabo gemiddeld voor 220 aanvragen (realisatie 2021 en 2022) zowel aan de bouwtechnische als aan de ruimtelijke eisen werd getoetst, wordt er naar verwachting onder de Omgevingswet nog slechts bij 70 aanvragen getoetst aan de bouwtechnische eisen. Dit zijn dan de gevolgklasse 2 of 3 bouwwerken in de gemeente. De ruimtelijke toets wordt wel nog voor alle gevolgklassen uitgevoerd, zodat hier het aantal van 220 is ingeschat. Zowel voor de bouwtechnische vergunning als de ruimtelijke vergunning is het voorstel een degressieve tariefstructuur te hanteren waarbij de huidige bouwkostenranges onder de Wabo worden behouden. Deze dienen als grondslag voor de berekening van het legesbedrag. Bij het bepalen van de tarieven voor de beide bouwvergunningen is gebleken dat de tarieven aanzienlijk hoger dienen te worden bepaald om dezelfde baten te behalen als de afgelopen realisatiejaren.
Vooralsnog is het voorstel om de tarieven in totaal gelijk te houden met de tarieven van 2023. Met de huidige tarieven bedraagt de kostendekkendheid van deze paragraaf 125%. Paragraaf 4 Activiteiten met betrekking tot cultureel erfgoed en werelderfgoed Deze paragraaf kan in het kort ‘de monumentenparagraaf’ worden genoemd. Het voorliggende voorstel is om de tarieven gelijk te houden aan die onder de Wabo. De kostendekkendheid bedraagt 20%. Paragraaf 5 Milieubelastende activiteiten Onder de Omgevingswet wordt het weer mogelijk om leges te heffen voor milieuvergunningen. Ten opzichte van de Wabo regelgeving gaat het nu echter niet om een vergunning per inrichting, maar om een vergunning per Milieubelastende Activiteit (MBA). Het is van belang te vermelden dat naast vergunningsplichtige MBA’s er ook nog meldingen in verband met milieu gerelateerde activiteiten blijven bestaan. Voor de behandeling van meldingen mogen geen leges worden geheven. De diversificatie in de oorspronkelijke VNG modeltarieventabel naar soorten MBA’s en naar sectoren is geheel overgenomen. De vergunningverlening wordt uitgevoerd door de RUD Zuid-Limburg. Deze heeft wel een inschatting van de kostprijs per soort vergunning aangeleverd en een inschatting gedaan van de verwachte aantallen. Echter, men kon de aantallen niet nader verdelen over de verschillende soorten MBA’s.
Vooralsnog betekent dit dat de tarieven voor de verschillende soorten MBA’s ook allemaal gelijk zijn. Mocht na het eerste
38
belastingjaar blijken dat deze opsplitsing niet nodig is, dan kan de tarieventabel in het volgende belastingjaar worden aangepast. Het voorstel in deze calculatie is om de legestarieven te bepalen op de kostprijs. Hierdoor is de te verwachten kostendekkendheid van deze paragraaf 100%. Net als alle andere uitvoeringsdiensten in Nederland heeft de RUD Zuid-Limburg onvoldoende zicht op de exacte hoeveelheid aanvragen en de exacte hoeveelheid werk die hiermee gemoeid zal zijn, doordat de systematiek onder de Omgevingswet is veranderd van één vergunning per inrichting naar één vergunning per milieubelastende activiteit. De vergunningsplichtige inrichtingen zijn bekend, maar welke milieubelastende activiteiten daar dan plaatsvinden niet, omdat dat voor de vergunningverlening op dit moment onder de Wabo geen rol speelt. Daarnaast zijn de uitvoeringsdiensten in Nederland niet zeker van de benodigde inzet op deze geheel nieuwe werkzaamheden. Uiteraard is zo goed als mogelijk een inschatting gedaan. Het is echter in het eerste uitvoeringsjaar van belang om de werkelijke aantallen en benodigde inzet goed te monitoren zodat in het volgende belastingjaar waar nodig de inschattingen kunnen worden aangepast. Paragraaf 6 Lozingsactiviteiten Het betreft een vergunning voor het lozen op oppervlaktewater in beheer bij de gemeente.
Er is een inschatting gedaan, maar ook hier geldt dat ANG adviseert om, als er aanvragen komen, goed te registreren wat de werkelijke inzet is. Vervolgens kan dan het tarief desgewenst in het volgende belastingjaar worden aangepast. Het voorstel is om de tarieven te bepalen op de kostprijs. Hierdoor is de te verwachten kostendekkendheid van deze paragraaf 100%. Paragraaf 7 Aanlegactiviteiten Deze paragraaf bevat enkele specifieke aanlegactiviteiten, zoals het aanleggen van een weg of een uitweg/uitrit en een belastbaar feit voor overige aanlegactiviteiten (restartikel), die ook onder de Wabo al als aparte belastbare feiten waren opgenomen in de tarieventabel. In de modeltarieventabel van de VNG staan ook enkele nieuwe aanlegactiviteiten, echter, die zijn slechts van toepassing als de gemeente is overgegaan naar een Omgevingsplan of als de gemeente besluit hiervoor een vergunningplicht op te nemen in de Verordening fysieke leefomgeving. Vooralsnog is het voorstel om deze nieuw belastbare feiten op “gereserveerd” te zetten. Daardoor zullen dezelfde tarieven gelden zoals onder de Wabo. De kostendekkendheid van deze paragraaf is begroot op 81%. Paragraaf 8 Overige activiteiten Onder de overige activiteiten vallen de APV-vergunningen of VFL-vergunningen voor zover hiervoor een omgevingsvergunning verplicht is.
Het gaat dan om zaken als kapactiviteiten, reclameactiviteiten, aansluiten rioolrecht, of afwijkende geluidwaarde. Hiervoor waren deels al belastbare feiten opgenomen in de tarieventabel onder de Wabo. Het voorstel is om het huidige Wabo tarief te handhaven onder de Omgevingswet. De kostendekkendheid van deze paragraaf bedraagt 88%. Paragraaf 9 Maatwerkvoorschriften Met een maatwerkvoorschrift kan de gemeente afwijken van algemene regels. Het bevoegd gezag kan met maatwerkvoorschriften bijvoorbeeld: algemene regels nader invullen of aanvullen, eisen opstellen die strenger of minder streng zijn dan de algemene regels, of afwijken van een verbod in algemene regels. Hiervoor kunnen leges in rekening worden gebracht. Van belang is om te vermelden dat als een maatwerkvoorschrift tegelijk met een omgevingsvergunning wordt aangevraagd, er dan de verplichting is om het maatwerk in een vergunningvoorschrift op te nemen. Dit maakt dat er in dat geval niet langer sprake is van een maatwerkvoorschrift, maar een vergunningvoorschrift. In dat geval kunnen er ook geen (extra) leges worden opgelegd voor een maatwerkvoorschrift. Dit is overigens ook in paragraaf 1 onder artikel 2.3, lid 5 van de nieuwe tarieventabel opgenomen. Het voorstel is om de tarieven te bepalen op de kostprijs. Hierdoor is de te verwachten kostendekkendheid van deze paragraaf 100%.
39
Paragraaf 10 Gelijkwaardigheid In algemene regels staan vaak verplichte maatregelen voor activiteiten. Een gelijkwaardige maatregel is een alternatief voor een verplichte maatregel, waarmee ten minste hetzelfde resultaat wordt bereikt als de verplichte maatregel. Het is aan een initiatiefnemer om voor een gelijkwaardige maatregel te kiezen en de initiatiefnemer dient ook aan te tonen dat de maatregel een gelijkwaardige oplossing is voor de verplichte maatregel. Voor het toetsen of dat (in voldoende mate) het geval is, kan de gemeente leges in rekening brengen. Echter, ook voor de gelijkwaardigheid geldt dat als de gelijkwaardige maatregel onderdeel is van een aanvraag om een omgevingsvergunning, er geen extra leges voor in rekening mogen worden gebracht op grond van artikel 2.3, lid 5 van de tarieventabel. Paragraaf 11 Overige tarieven In deze paragraaf staan belastbare feiten als het verlengen van een tijdelijke omgevingsvergunning bouwen, het wijzigen van een omgevingsvergunning. Daarnaast is in deze paragraaf een tarief opgenomen voor een aanvraag tot het wijzigen van het omgevingsplan en een restartikel voor overige besluiten. De kostendekkendheid van deze paragraaf bedraagt 84%. In deze paragraaf is zoals gezegd ook een belastbaar feit opgenomen voor een aanvraag om het wijzigen van het omgevingsplan.
Daarbij dient te worden opgemerkt dat dergelijke aanvragen bij voorkeur door middel van anterieure overeenkomsten (en daarmee buiten de leges om) worden afgerekend, omdat de hoeveelheid werk die dit met zich meebrengt afhankelijk is van de gewenste wijziging. Zo lang niet zeker is om welke wijziging(en) het gaat, is het niet goed mogelijk om een inschatting van de baten en lasten te maken. De mogelijkheid om op andere wijze kostenverhaal overeen te komen is daarom bij dit belastbare feit ook opgenomen. In de huidige calculatie is het voorstel om rekening te houden met twee aanvragen om een wijziging van het omgevingsplan waarvoor leges zullen worden opgelegd. Het voorstel is om het tarief te bepalen op de gemiddelde kostprijs en daarmee wordt deze paragraaf 84% kostendekkend. Paragraaf 12 Modaliteiten Modaliteiten zijn extra belastbare feiten die zich kunnen voordoen bij aanvragen op grond van de voorgaande paragrafen en die dan aanvullend in rekening worden gebracht. Hierbij valt te denken aan de achteraf ingediende aanvraag, het beoordelen van onderzoeksrapporten, advies (van gemeenteraad, welstandscommissies, of andere adviezen) en instemming (vergelijkbaar met de voormalige verklaring van geen bedenkingen). Het welstandsadvies door de commissie is gratis.
De kosten van de commissie zijn wel (vanuit de begroting) toegerekend en worden dan ook door middel van kruissubsidiëring deels terugverdiend. De kostendekkendheid van deze paragraaf bedraagt 87%. Paragraaf 13 Vermindering Deze paragraaf bevat een verminderingsregeling voor de kosten van de voorfase wanneer de definitieve aanvraag wordt ingediend. Dit was ook onder de Wabo al het geval voor schetsplannen. Zoals bij de toelichting op paragraaf 2 al is uitgelegd, is het wenselijk dat zoveel mogelijk gebruik wordt gemaakt van de voorfase wanneer er sprake is van een complex initiatief zodat dergelijke initiatieven goed voorbereid worden ingediend en de behandeling van de definitieve aanvraag binnen de wettelijk toegestane 8 weken ook werkelijk mogelijk is. Het voorstel voor de vermindering is 100% van de leges van de voorfase. De verwachting is dat van alle aanvragen om een omgevingsoverleg die aan de omgevingstafel worden behandeld 95% uiteindelijk in aanmerking zal komen voor deze verminderingsregeling. Bij deze aanvragen worden de betaalde leges uit de voorfase in mindering gebracht op de te betalen leges voor de definitieve aanvraag. Het gaat hier om een flink bedrag.
Echter, zou deze vermindering niet worden gegeven, dan betekent dat dat initiatiefnemers die hun initiatief eerst via de voorfase laten toetsen, uiteindelijk meer leges betalen dan initiatiefnemers die direct hun aanvraag indienen zonder omgevingsoverleg. Aangezien initiatieven die via de voorfase worden behandeld bovendien het risico lopen dat het gehele proces langer dan de maximale 8 weken behandeltijd van een directe aanvraag zal gaan duren (immers, die termijn geldt voor het indienen van de definitieve aanvraag en daar komt dan de benodigde tijd van een omgevingsoverleg nog bovenop), lijkt er zonder deze verminderingsregeling eigenlijk nauwelijks stimulans om gebruik te maken van de voorfase. 40
Hoewel een groot deel van de baten uit de voorfase (die op zichzelf ook al niet kostendekkend is) op deze manier dus weer terugvloeien naar de aanvragers en de totale kostendekkendheid van het hoofdstuk 2 als geheel mede hierdoor lager wordt, is het voorstel om vooralsnog de bestaande Wabo tarieven niet te verhogen vanuit de gedachte dat de initiële opbouw van de nieuwe tarieventabel op basis van bestaand beleid dient te worden gedaan. Paragraaf 14 Teruggaaf In deze paragraaf zijn tarieven opgenomen voor het teruggeven van al betaalde leges wanneer er sprake is van zaken als het buiten behandeling stellen, intrekken of weigeren van omgevingsvergunningen. Hier is aangesloten bij de artikelen uit het VNG-model. Deze paragraaf is niet doorgerekend omdat het lastig vooraf in te schatten is om welke bedragen het dan gaat. Het voorstel is om de tarieven te bepalen op een percentage van de verschuldigde leges. De verwachte totale kostendekkendheid is berekend op 74%. Er heerst onzekerheid over de realisatie aangezien dit het eerste jaar is dat de Omgevingswet en de Wet KwaliteitsBorging voor het bouwen (WKB) van toepassing is. Daarom is ervoor gekozen om de begroting voor 2024 nog niet naar beneden bij te stellen. De Wet Kwaliteitsborging voor het bouwen (WKB) wordt als niet-kwantificeerbaar risico opgenomen in de paragraaf weerstandsvermogen van de begroting 2024.
41
Hoofdstuk 3 Europese dienstenrichtlijn De hoofdstukindeling is gebaseerd op de modelverordening VNG. De hoofdstukken 4 Huisvestingswet 2014 en 5 Marktstandplaatsen worden door de gemeente niet gebruikt. Voor marktstandplaatsen is er een aparte verordening marktgelden. Tabel overzicht kostendekkendheid legesverordening hoofdstuk 3 Europese dienstenrichtlijn Totale Kostendekking opbrengsten
Hoofdstuk 3 Europese dienstenrichtlijn
Taakveld
Overhead
Totale Kosten
paragraaf
1 Horeca
€ 42.403
€ 10.818
€ 53.221
€ 38.543
72%
paragraaf
2 Seksbedrijven
€0
€0
€0
€0
0%
paragraaf
3 Winkeltijdenwet
€0
€0
€0
€0
0%
€ 36.635
€ 9.777
€ 46.412
€ 10.818
23%
€0
€0
€0
€0
0%
€0
€0
€0
€0
0%
€ 19.743
€ 2.811
€ 22.554
€ 8.962
40%
€ 98.781
€ 23.406
€ 122.187
€ 58.323
48%
paragraaf paragraaf paragraaf paragraaf
Organiseren evenementen of 4 markten Standplaatsen, niet van toepassing, 5 loopt via aparte verordening marktgelden Huisvestingswet 2014, niet van 6 toepassing 7 Overige vergunningverlening
Kostendekking hoofdstuk 3
Hoofdstuk 3 is een klein onderdeel van de legesverordening wat voor een groot deel bestaat uit horeca- en evenementenvergunningen. Vanwege de maatschappelijke betekenis ervan is dit bij de gemeente Sittard-Geleen en veel andere gemeenten niet kostendekkend. Het voorstel is om alle tarieven van titel 3 te indexeren met 4,22%.
Onderstaand een korte toelichting per paragraaf Paragraaf 1 Horeca Deze paragraaf in de legestabel heeft betrekking op het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verkrijgen van een vergunning inzake de Alcoholwet en Algemene plaatselijke verordening Sittard-Geleen “Hoofdstuk 2 Openbare orde”. De tarieven worden door de gemeente vastgesteld en zijn vergelijkbaar met andere grotere buurgemeenten. De kostendekkendheid is berekend op 72%. Voorstellen tot beleidsmatige aanpassing van de verordening J. Geen leges in rekening brengen bij een aanvraag op basis van artikel 3.2 onder a als er sprake is van gelijktijdige besluitvorming over een aanvraag op basis van artikel 3.1.1. onder a en b. Waar eerder tweemaal leges kon worden opgelegd bij een aanvraag tot exploiteren van een horecabedrijf ( art 3.1.1.a of b) en een vergunning ingevolge art 3 Alcoholwet ( art 3.2.a), is het voorstel om bij gelijktijdige aanvraag éénmaal de leges op te leggen, gezien het feit dat de beoordelingstrajecten nagenoeg identiek zijn. Eenzelfde onderbouwing geldt voor gelijktijdige besluitvorming, betrekking hebbend op de artikelen 3.2.d en 3.1.3. Financiële consequenties zullen marginaal zijn. 3.2.d
een aanvraag tot het wijzigen van het aanhangsel als bedoeld in artikel 30a, tweede lid, van de Alcoholwet
€ 196,65
3.1.3
een aanvraag tot het wijzigen van het aanhangsel als bedoeld in 2.28a.2 lid 2 Algemene Plaatselijke Verordening Sittard-Geleen (melden leidinggevende)
€ 196,65
42
Voor een wijzigingsaanvraag als bedoeld onder 3.2.d van deze tarieventabel worden geen leges in rekening gebracht als er sprake is van gelijktijdige besluitvorming op een wijzigingsaanvraag als genoemd onder 3.1.3 3.1.1 a. b. 3.2 a.
een aanvraag tot het verlenen van een vergunning tot het exploiteren van een openbare inrichting als bedoeld in [artikel 2:28 van de Algemene Plaatselijke Verordening Sittard-Geleen] (Exploitatie horecabedrijf) exclusief terras op of aan de weg inclusief terras op of aan de weg Het tarief bedraagt voor in het in behandeling nemen van: een aanvraag tot het verlenen van een vergunning ingevolge artikel 3 van de Alcoholwet
€ 813,30 € 900,50
€ 813,30
Paragraaf 2 Seksbedrijven Gezien de minimale opbrengsten van deze paragraaf zijn deze opbrengsten niet apart begroot. Paragraaf 4 Organiseren van evenementen en markten Deze paragraaf in de legestabel heeft betrekking op het in behandeling nemen van een aanvraag om een vergunning, genoemd in de Algemene plaatselijke verordening Sittard-Geleen art 2.25. De tarieven worden door de gemeente vastgesteld. Het voorstel is om de tarieven voor 2024 te indexeren met 4,22%. De kostendekkendheid is berekend op 23%. Paragraaf 3 Winkeltijdenwet Onder deze paragraaf vallen de leges voor een ontheffing van de winkeltijdenwet. Bijvoorbeeld voor een avondwinkel. Gezien de minimale opbrengsten van deze paragraaf zijn deze opbrengsten niet apart begroot. Paragraaf 7 Overige vergunningverlening Onder deze paragraaf vallen de vergunningen voor onder andere het gebruik van gemeentegrond. De kostendekkendheid is berekend op 40%. 3.7.4 Totaaloverzicht hoofdstuk 1, 2 en 3 Onderstaand een overzicht van de gehele legesverordening, waarbij alleen de onderdelen met een berekend kostendekkendheidspercentage zijn meegenomen. De kostendekkendheid van de totale legestabel is 81%. Binnen de verschillende hoofdstukken is er sprake van kruissubsidiering. Tabel berekening kostendekkendheid totale legestabel Recapitulatie hoofdstuk 1, 2 en 3
Totale Totale Kosten Opbrengsten Kostendekking
Taakveld
Overhead
Kostendekking Hoofdstuk 1
€ 1.515.146
€ 417.794
€ 1.932.940
€ 1.801.156
93%
Kostendekking Hoofdstuk 2
€ 2.478.546
€0
€ 2.478.546
€ 1.831.491
74%
Kostendekking Hoofdstuk 3
€ 98.781
€ 23.406
€ 122.187
€ 58.323
48%
€ 4.092.473
€ 441.200
€ 4.533.673
€ 3.690.970
81%
Kostendekking totale tarieventabel
43