CConstaterende datSittard-Geleen
Koppel je AI →
Document · PDF

2 Rapport belastingmaatregelen 2024

Raad 8 november 2023, gemeente Sittard-GeleenBij agendapunt: Belastingmaatregelen 202413.277 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

BELASTINGMAATREGELEN 2024 SITTARD-GELEEN

Colofon Belastingmaatregelen 2024 08-11-2023 Samenstelling Gemeente Sittard-Geleen Concerncontrol Postbus 18 6130 AA Sittard Inlichtingen Tel: 14 046

INHOUDSOPGAVE 1. BELEIDSKADER GEMEENTELIJKE BELASTINGEN ............................................................................................3 1.1 B ELEIDSKADER ......................................................................................................................................................3 1.2 G EMIDDELDE INDEXERING 2024............................................................................................................................3 2. VOORSTELLEN GEMEENTELIJKE BELASTINGEN EN TARIEVEN .......................................................................5 2.1 G EMEENTELIJKE W OONLAST ..................................................................................................................................5 2.2 V OORSTELLEN INZAKE KOSTENDEKKENDHEID ..........................................................................................................7 2.3 O VERIGE VOORSTELLEN GEMEENTELIJKE BELASTINGEN EN RECHTEN .........................................................................9 3.

OVERZICHT GEMEENTELIJKE BELASTINGEN EN RECHTEN ...........................................................................10 3.1 I NLEIDING ...........................................................................................................................................................10 3.2 A LGEMENE BELASTINGEN EN PARKEERBELASTING ..................................................................................................10 3.3 A FVALSTOFFENHEFFING EN RIOOLHEFFING ...........................................................................................................22 3.4 R ECHTEN ............................................................................................................................................................28 3.5 L EGES .................................................................................................................................................................33

2

1. BELEIDSKADER GEMEENTELIJKE BELASTINGEN 1.1 BELEIDSKADER Het beleidskader van de gemeentelijke belastingen en heffingen is vastgelegd in het raadsakkoord 2022-2026 Samen zorgvuldig, verbindend doorpakken! In het raadsakkoord wordt het bestaande beleid van de afgelopen jaren voortgezet. Sittard-Geleen scoort in vergelijking met andere gemeenten hoog als het gaat om het niveau van de lokale lasten. We hebben daarom aandacht voor de hoogte van het lastenniveau voor inwoners en ondernemers en indien mogelijk brengen we dit terug. In de programmabegroting 2024 is het kader van de gemiddelde gemeentelijke woonlast voor 2024 nader uitgewerkt. Bij de kadernota 2023 is aandacht gegeven aan het lokale lasten beleid. Uitwerking hiervan vindt plaats bij de programmabegroting 2024. Besluitvorming over aanpassingen van de verordeningen en tarieven voor 2024 vindt plaats door het voorstel belastingmaatregelen 2024 waar dit boekwerk onderdeel van uitmaakt. Voor het gemeentelijk belastingkader 2024 gelden de volgende uitgangspunten: - De tarieven worden uitsluitend geïndexeerd, tenzij sprake is van noodzakelijke investeringen op het gebied van afval en riool. Het indexpercentage wordt vastgesteld op 4,22%. - Bij de vaststelling van de kadernota 2023 is besloten om de voorgenomen verhoging van de OZB voor woningen en niet-woningen niet door te voeren.

- De algemene heffingen (honden- en toeristenbelasting) hebben het karakter van een bestemmingsheffing (maximaal 100% kostendekkend), voor zover er dekkingsmiddelen zijn. De verlaging van 50% van de tarieven van de hondenbelasting in 2023 wordt gecontinueerd in 2024. Dit komt voort uit de kadernota 2023. - Lastenverdeling naar rato van draagkracht op basis van redelijkheid en billijkheid. De gemeente doet niet aan inkomenspolitiek, dit overeenkomstig artikel 219, lid 2 van de Gemeentewet. Daarin is bepaald dat de hoogte van een gemeentelijke belasting niet afhankelijk mag worden gesteld van het inkomen, de winst of het vermogen - De afnemer/ vervuiler betaalt. - De dienstverlening is kostendekkend, alle kosten worden gedekt door de opbrengsten. Het eerder vastgesteld beleidskader dat de gemeentelijke woonlasten worden geheven op basis van het gemiddelde van de vier grote Limburgse gemeenten is op dit moment niet mogelijk. Door toepassing van de begrotingskaders om de begroting reëel en structureel sluitend te maken en om ruimte te creëren voor nieuw beleid en reparatie van bestaand beleid zijn de eerder besloten belastingverhogingen nodig geweest.

1.2 GEMIDDELDE INDEXERING 2024 Voor de indexering van de gemeentelijke belastingen en heffingen gebruiken wij vooral de in de meicirculaire 2022 van het gemeentefonds opgenomen verschillende indexeringspercentages personele en materiële kosten. Voor de gemeentelijke belastingen gebruiken wij hetzelfde gemiddelde percentage van 4,22 %. De rechten voor afval en riool indexeren wij niet, bij deze heffingen begroten wij op basis van de verwachte kosten en opbrengsten. Voor de volgende tarieven stellen wij voor om niet te indexeren: - Reclamebelasting Op verzoek van het centrummanagement Sittard en Geleen is afgesproken om de tarieven jaarlijks met 2% te verhogen voor een periode van 5 jaar vanaf 2020. In 2022 is besloten de tarieven voor 1 jaar te 3

-

-

-

-

bevriezen wegens de effecten van covid-19. Vanaf 2023 worden de tarieven volgens deze regeling verhoogd met 2% tot en met 2025. Hondenbelasting De hondenbelasting niet te indexeren om te bewaken dat de kosten en opbrengsten niet te ver uit elkaar lopen om het beoogde karakter van een bestemmingsheffing te borgen. Marktgelden: tarieven voor jaarmarkten Om de gefaseerde verhoging van € 2,00 voor de jaarmarkten voort te zetten en af te ronden, wordt het tarief in 2024 met € 1,00 verhoogd. Hierdoor is gekozen om de algemene indexering van 4,22 % niet door te voeren voor de tarieven voor jaarmarkten. Parkeertarieven De parkeertarieven voor 2024 worden niet verhoogd. De parkeertarieven hebben een relatie met meerdere factoren die van belang zijn voor goed functionerende stadsdeelcentra. Hier is een ander afwegingskader op van toepassing dan een indexering. Dit is ook het geval voor de privaatrechtelijke tarieven zoals garages. Tarieven rioolaansluitrecht De tarieven voor het rioolaansluitrecht zijn voor 2023 geïndexeerd met een percentage van 22,7% wegens een prijsindexatie van de onderliggende raamovereenkomst. Daardoor is beslist om voor 2024 de tarieven niet te indexeren.

4

2. VOORSTELLEN GEMEENTELIJKE BELASTINGEN EN TARIEVEN 2.1 GEMEENTELIJKE WOONLAST De gemiddelde gemeentelijke woonlast1 bestaat uit de gemiddelde aanslag OZB-woningen, de gemiddelde afvalstoffenheffing en de rioolheffing. Tabel Gemiddelde gemeentelijke woonlast

2023

2024

afwijking t.o.v. 2023

% afwijking t.o.v. 2023

OZB tarief woningen

0,1657%

0,1727%

0,01%

4,2%

Gemiddelde WOZ waarde

€ 255.159

€ 255.159

€0

0,0%

€ 422,80

€ 440,66

€ 17,86

4,2%

Vastrecht afvalstoffenheffing

€ 211,80

€ 219,12

€ 7,32

3,5%

Gemiddeld variabel recht (Diftar) incl. milieupark

€ 112,66

€ 116,10

€ 3,44

3,1%

Gemiddelde afvalstoffenheffing

€ 324,46

€ 335,22

€ 10,76

3,3%

Rioolheffing

€ 225,12

€ 230,25

€ 5,13

2,3%

Gemiddelde woonlast

€ 972,38

€ 1.006,13

€ 33,75

3,5%

Gemiddelde woningen

OZB

aanslag

+ stijging tarief/ - is daling tarief

Om de mutatie van de woonlasten voor de inwoners te kunnen bepalen gaan wij voor de WOZ-waarden uit van de prognose van de BsGW. De eerste prognose wordt op 15 oktober verwacht. In bovenstaande berekening staan dus nog de waardes per 1 januari 2022. Wel is bij het tarief al rekening gehouden met de algemene index van 4,22% bij de OZB-opbrengsten. De gemiddelde gemeentelijke woonlast stijgt met 3,5% ten opzichte van de berekening 2023. In hoofdstuk 3 worden de belangrijkste ontwikkelingen en genomen maatregelen in het kader van de tariefontwikkeling van de OZB-woningen (3.2.1), afvalstoffenheffing (3.3.1) en rioolheffing (3.3.2) toegelicht. Monitor gemeentelijke woonlastendruk Uitgangspunt voor Sittard-Geleen was dat de gemiddelde gemeentelijke woonlast voor een inwoner van SittardGeleen overeenkomt met de gemiddelde woonlastendruk van de grootste gemeenten uit Limburg. In het jaarlijkse overzicht van de gemeentelijke belastingen van de provincie Limburg wordt een vergelijking gemaakt van de woonlasten van de Limburgse gemeenten betreffende OZB, afvalstoffenheffing en rioolheffing. Aan de hand van deze benchmark is de gemiddelde gemeentelijke woonlast van een inwoner uit Sittard-Geleen voor 2023 vergeleken. Uit het belastingoverzicht 2023 blijkt dat onze gemeente net als in voorgaande jaren plaats 4 op de ranglijst heeft.

De gemiddelde gemeentelijke woonlast voor een woningeigenaar in Sittard-Geleen is voor 2023 € 85,34 hoger 1

vanaf nu de gemiddelde woonlast.

5

Maastricht SittardGeleen Venlo Gemiddeld G4 Gemiddeld Provincie

Rang

Rang

Rang

Rang

Tabel Woonlasten 2023 (eigenaar/gebruiker) 4 grootste gemeenten van Limburg Gemiddelde Rioolrecht Gemeentelijke OZB Afvalstoffen Gemeente waarde eigenaar/ lasten eigenaar / Eigenaar heffing woningen gebruiker gebruiker Heerlen 203.445 1 314,27 2 189,78 2 336,53 3 840,58

Rang

(2022 € 51,99) dan het gemiddelde van de 4 grootste Limburgse gemeenten. De afgelopen jaren zijn de woonlasten voor onze inwoners sterk gestegen. Dit wordt onder meer veroorzaakt door de hoger wordende kosten van de afvalstoffen- en rioolheffing. Maar ook door de stijging van de OZB. Deze stijging is de afgelopen jaren nodig geweest om de begroting in 2019 sluitend te maken en in 2021 om ruimte te creëren voor nieuw beleid en reparatie van bestaand beleid.

2

309.196

4

312,29

1

211,09

3

360,06

4

883,44

3

253.542

2

420,12

4

225,12

4

302,90

2

948,14

4

285.383

3

368,43

3

155,30

1

274,21

1

797,94

1

262.892

345,45

196,05

321,31

862,80

287.844

347,14

231,19

298,56

876,89

Bron: belastingoverzicht 2023 van de provincie Limburg * Het gemiddelde van de 4 grootste Limburgse gemeenten o.b.v. eigen berekening gemeente ** Rang 1 is de goedkoopste en rang 4 de duurste gemeente

Duidelijk is dat het op dit moment niet haalbaar is om de streefwaarde naar het gemiddelde van de vier grootste gemeenten te krijgen. Ook als we vergelijken met alle Limburgse gemeenten dan staat Sittard-Geleen hoog in de ranglijst met plaats 5. Alleen de gemeenten Meerssen, Eijsden-Margraten, Voerendaal en Gulpen-Wittem hebben hogere gemiddelde woonlasten voor een eigenaar. Een huurder van een woning betaalt in Sittard-Geleen alleen afvalstoffenheffing, hierdoor zijn we de goedkoopste gemeente van de 4 grote gemeenten in Limburg. Een gezin dat in een huurhuis woont, is ruim € 100 per jaar goedkoper uit in onze gemeente dan in het op de tweede plaats staande Maastricht.

3

336,53

54,47

2

0,00

Venlo

155,30

Gemiddeld G4

77,90

Rioolrecht gebruiker

Heerlen

101,82

Maastricht Sittard-Geleen

Gemeentelijke lasten gebruiker

Rang

Afvalstoffenheffing

Gemeente

Rang

Rang

Tabel woonlastenmonitor 2023 gebruiker (huurder)

3

438,35

4

360,06

4

414,53

2

1

302,90

2

302,90

1

4

274,21

1

429,51

3

321,31 298,56

Gemiddeld Provincie

369,39

Een vergelijking van de woonlasten voor 2024 is op dit moment nog niet te maken, omdat niet bekend is welke voorstellen de andere gemeenten nemen over de gemeentelijke woonlasten. In maart 2024 wordt het belastingoverzicht van de provincie gepubliceerd, op dat moment is bekend wat de woonlasten van de andere gemeenten gaan doen.

6

2.2 VOORSTELLEN INZAKE KOSTENDEKKENDHEID 2.2.1 Onderzoek kostendekkendheid Een onderzoek naar de kostendekkendheid, in hoeverre de opbrengsten de kosten van een bepaalde dienst dekken, voeren wij jaarlijks uit. Dit is zowel een wens van de Raad, een verplichting vanuit de Gemeentewet als een verplichting vanuit de BBV (Besluit Begroting en Verantwoording) voor een aantal rechten en heffingen. Naast het uitgebreide onderzoek in dit boekwerk geven wij conform de richtlijnen van het BBV de kostendekkendheid op hoofdlijnen weer in de paragraaf lokale heffingen van de programmabegroting 2024. In de paragraaf lokale heffingen zijn de berekeningen opgenomen op basis van de toen beschikbare gegevens. Zowel de opbrengsten als de kosten dienen op het niveau van de gehele (leges)verordening en niet per individuele dienst of groep van diensten bezien te worden. Het is aan de gemeenteraad om te bepalen welke deel van de kosten die toegerekend mogen worden daadwerkelijk verhaald worden via de tarieven. Bij de rechten en bestemmingsheffingen onder artikel 229 Gemeentewet dient er sprake te zijn van een aanwijsbare tegenprestatie door de overheid. Voor de vaststelling van de rechten zijn wij gehouden aan het vereiste dat de geraamde opbrengsten de geraamde kosten niet mogen overschrijden. Er dient dus sprake te zijn van ten hoogste kostendekkende tarieven.

2.2.2 Webapplicatie kostendekkenheid.nl Vanaf de begroting 2020 berekenen wij de kostendekkendheid met behulp van de webapplicatie kostendekkendheid.nl. Deze applicatie is een hulpmiddel om alle berekeningen centraal en uniform te verwerken en te bewaren. De webapplicatie zorgt er daarnaast voor dat meer in detail berekeningen gemaakt kunnen worden. De overzichten in het boekwerk komen rechtstreeks uit de applicatie. 2.2.3 Toerekenbare kosten Er mogen alleen kosten worden toegerekend aan de belastingen en heffingen die direct met de dienstverlening samenhangen. Tot de toe te rekenen kosten behoren onder andere: • Directe loonkosten • Overheadkosten (o.a. financiën, juridisch, ambtelijke huisvesting, ict, facilitair, etc..) • Directe materiaalkosten • Perceptiekosten (kosten heffen en invorderen) • Kosten bezwaar en beroep gericht tegen de belastingheffing of belastinginvordering • Kosten oninbaarheid • Kosten kwijtschelding • BTW-Compensatiefonds kosten • Voorlichtingskosten, voor zover niet samenhangend met beleidsvoorbereiding en beleidsvaststelling. • Kosten met betrekking tot handhaving, toezicht en controle mits het hier de eerste controle op het nakomen van vergunningverlening betreft of specifiek samenhangt met de verleende dienst zoals de milieucontrole bij afvalstoffenheffing De overhead rekenen wij extracomptabel toe aan de verschillende rechten en heffingen.

De methode van toerekening van de overhead is vastgesteld door de Raad in de financiële verordening. Het overheadtarief voor 2024 bedraagt € 45.527 per fte per jaar, uitgaand van 1.345 uur per fte.

7

2.2.4 Niet toerekenbare kosten De kosten die niet direct met de dienstverlening samenhangen, mogen niet doorberekend worden. Het gaat hierbij om onder meer: • Kosten voor algemene beleidsvoorbereiding • Kosten met betrekking tot handhaving, toezicht en controle • Kosten van inspraak- en bezwaarprocedures, met uitzondering hetgeen bij toerekenbare kosten genoemd wordt 2.2.5 100% kostendekkendheid Het is niet realistisch om voor alle gemeentelijke belastingen en rechten 100% kostendekkend te zijn. Voor bepaalde leges gelden maximale wettelijke tarieven (bijvoorbeeld identiteitsbewijzen). In sommige gevallen is sprake van minimale dienstverlening die wij als gemeente moeten en willen verstrekken. Als de kostendekkendheid van een belasting of heffing wijzigt, betekent dit niet dat er een nadeel of voordeel is voor de gemeente (algemene middelen), alleen dat de toerekening van kosten en opbrengsten is gewijzigd. Voorof nadelen voor onze gemeente ontstaan alleen wanneer er een wijziging van het budget plaatsvindt in de begroting dat gevolgen heeft op het resultaat. Kruissubsidiering Bij activiteiten waarbij meerdere tarieven in één verordening staan, kan zich de vraag voordoen op welk niveau de kostendekkendheid moet worden getoetst.

Het uitgangspunt daarbij is toetsing op verordeningenniveau, dus niet per tarief (activiteit), waarbij de geraamde kosten van alle benoemde activiteiten worden gedekt door de gezamenlijke opbrengsten uit de te heffen belastingen. Hierdoor is zogenoemde kruissubsidiëring mogelijk: een verwacht overschot bij de ene activiteit wordt gebruikt voor de dekking van een verwacht tekort bij een andere activiteit. Het is dus niet nodig om de kostendekkendheid per activiteit te bepalen.

8

2.3 OVERIGE VOORSTELLEN GEMEENTELIJKE BELASTINGEN EN RECHTEN Onderstaande voorstellen worden verder toegelicht in hoofdstuk 3 overzicht gemeentelijke belastingen en rechten. Tabel Overige voorstellen Belasting/ Leges Reclamebelasting Afvalstoffenheffing

A. B.

Verhogen van de tarieven van de reclamebelasting met 2%. Het aanpassen van de systematiek voor de medische kortingsregeling

C.

Het aanpassen van de maximaal te ontvangen korting voor de medische Afvalstoffenheffing kortingsregeling Het aanpassen van de systematiek voor de kwijtschelding op diftar Afvalstoffenheffing Kwijtscheldingsregeling Het aanpassen van de maximaal te ontvangen kwijtschelding op diftar Afvalstoffenheffing Kwijtscheldingsregeling Voortzetten van het gefaseerd verhogen van de tarieven van de jaarmarkten Marktgelden met € 1,00 per jaar.

D. E. F.

G. H. I. J.

/ /

Toevoegen van tarief voor het bijzetten van een tweede asbus (en verder) in Lijkbezorgingsrechten een particulier graf voor een tijdsduur van 10 jaren. Niet indexeren tarieven rioolaansluitrechten Rioolaansluitrechten Afschaffen vermissingsleges voor rijbewijzen Leges – Hoofdstuk 1 rijbewijzen Geen leges in rekening brengen bij een aanvraag op basis van artikel 3.2 onder Leges – Hoofdstuk 3 a als er sprake is van gelijktijdige besluitvorming over aanvraag op basis van Horeca artikel 3.1.1. onder a en b.

Voor een nadere toelichting op de voorstellen verwijzen wij naar de toelichtingen bij de betreffende verordeningen in hoofdstuk 3.

9

3. OVERZICHT GEMEENTELIJKE BELASTINGEN EN RECHTEN 3.1 INLEIDING In dit hoofdstuk behandelen wij alle gemeentelijke belastingen en rechten met de belangrijkste wijzigingen. 3.2 ALGEMENE BELASTINGEN EN PARKEERBELASTING In deze paragraaf behandelen wij alle algemene gemeentelijke belastingen en de parkeerbelasting met de belangrijkste wijzigingen. De tarieven van deze belastingen mogen meer dan kostendekkend zijn. De algemene belastingen zijn: - Onroerende zaakbelasting (OZB) - Roerende zaakbelasting - Precariobelasting - Reclamebelasting - Hondenbelasting, en - Toeristenbelasting. 3.2.1 Onroerende Zaakbelasting (OZB) Het OZB-tarief is gebaseerd op de OZB-opbrengst. De OZB-opbrengst wordt bepaald door de WOZ-waarde te vermenigvuldigen met het OZB-tarief. Ieder jaar worden de WOZ-waarden opnieuw bepaald en aangepast. Ons beleid is om de wijzigingen van de WOZ-waarde te compenseren door een aanpassing van het tarief. Hierdoor heeft een verandering in de WOZ-waarde geen invloed op de OZB-opbrengst en op de gemiddelde aanslag OZB. De WOZ-waarde is een absolute waarde die aangeleverd wordt door BsGW. Wijzigingen in de WOZ-waarden kunnen ontstaan door: • bezwaar- en beroepschriften; • leegstand bij gebruikersheffing niet-woningen; • jaarlijkse waardeontwikkelingen.

Mutaties in het areaal kunnen wel gevolgen hebben voor de OZB-opbrengsten, want deze worden in beginsel niet gecorrigeerd via het tarief. De gemeente is vrij om te bepalen hoeveel opbrengsten ze wil ophalen uit de OZB. Wij ontvangen hiervoor wel een korting op het gemeentefonds. Aanpassingen in de OZB-opbrengsten kunnen ontstaan door: • indexering; • hogere kosten van oninbaarheid; • verhoging van de opbrengsten voor het sluitend maken van de begroting of mogelijk maken van nieuw beleid. Op de volgende pagina is er ter verduidelijking een stroomschema opgenomen.

10

Berekening WOZ-waarde en OZB-opbrengst

11

12

Hogere oninbaarheid Voor de jaren 2023 en 2024 is de jaarlijkse storting in de voorziening van € 0,55 mln. Op 15 oktober komt de eerste prognose van de BsGW over de WOZ-waarden waaronder de prognose oninbaarheid. Deze kan nog een technische aanpassing van de storting voor oninbaarheid betekenen. WOZ-waarden Onderstaande cijfers betreffen een eerste prognose. BsGW geeft aan dat met name de prognose voor de nietwoningen zeker nog zal wijzigen. De wereld is volop in beweging. Het zijn onzekere tijden, die -al dan niet met enige vertraging- ook z’n weerslag hebben op de vastgoedmarkt. Een aantal actuele onzekerheden zijn: • • • •

Energiecrisis en daarmee samenhangende stagnerende productieprocessen Hoge inflatie Stikstofcrisis Transitie van kantoren naar minimaal label C per 1-1-2023

Bovenstaande zaken hebben in meer of mindere mate invloed op de prijzen van vastgoed, in het bijzonder op de niet-woningen. Alleen de energieprijzen kunnen al gigantische impact hebben op de bedrijfsvoering van ondernemers. Niet alleen bij grote fabrieken, maar ook bij de bakker op de hoek. Door deze onzekere tijden zien grote partijen zich genoodzaakt om het vooroverleg uit te stellen. Het hebben van een vooroverleg is een standaard werkwijze bij het waarderen van “grote” bedrijven. Informatie, die van invloed is op de waardering, wordt hierdoor steeds later verstrekt. Voor een aantal grote partijen wordt het daarmee heel lastig om op dit moment een goede waarde vast te stellen, terwijl deze wel van grote invloed is op de opbrengsten. 15 oktober komt er een eerste prognose van de WOZ-waarden door de BsGW. Op 15 november volgt een actualisatie van de prognose. Deze kan nog een technische aanpassing van de tarieven in december betekenen. Tabel overzicht OZB-tarief woningen 2023-2024 OZB tarief woningen 2023 eigenaren

0,1657%

2024

% wijziging

0,1727%

+ 4,22 %

+ = stijging van het tarief Het OZB-tarief voor woningen stijgt met 4,22 %. Het OZB-tarief stijgt vervolgens door de indexering van 4,22% maar additionele beleidsmatige verhogingen worden niet doorgevoerd. Tabel overzicht OZB-tarieven niet-woningen 2023-2024 OZB tarief niet-woningen 2023

2024

% wijziging

eigenaren

0,7351%

0,7662 %

+ 4,23 %

gebruikers

0,5674%

0,5914%

+ 4,23 %

Totaal indien eigenaar en gebruiker

1,3025%

1,3560%

+ 4,23 %

+ = stijging van het tarief Het OZB-tarief voor niet-woningen stijgt met 4,23 % voor de eigenaren. Het OZB-tarief voor niet-woningen stijgt door de indexering van 4,22 % maar additionele beleidsmatige verhogingen worden niet doorgevoerd. Voor de gebruiker stijgt het tarief met 4,23 %. De stijging is een direct gevolg van de indexering van 4,22 %.

13

Areaaluitbreiding Door uitbreiding van een gebied, bijvoorbeeld door de bouw van een nieuwe woonwijk of nieuwe fabriek stijgt het areaal van de gemeente. Dit betekent dat er nieuwe woningen of niet-woningen meegenomen worden in de OZB. Dit areaal zorgt voor extra opbrengsten voor de gemeente. Negatief areaal door sloop van gebouwen leidt tot minder opbrengsten voor de gemeente. Tabel Areaaluitbreiding 2024 Areaaluitbreiding 2024 Totaal Tarief 2024

woningen 0,1719%

niet-woningen (eigenaar) 0,7585%

niet-woningen (gebruiker) 0,5975%

WOZ-waarde areaaluitbreiding

n.t.b.*

n.t.b.*

n.t.b.*

OZB-opbrengst areaal

n.t.b.*

n.t.b.*

n.t.b.*

WOZ-waarde voor correctie

n.t.b.*

n.t.b.*

n.t.b.*

Tarief correctie

n.t.b.*

n.t.b.*

n.t.b.*

Correctie opbrengst GF

n.t.b.*

n.t.b.*

n.t.b.*

OZB opbrengst na correctie

n.t.b.*

n.t.b.*

n.t.b.*

Totaal

Correctie gemeentefonds

OZB opbrengst afgerond n.t.b.* n.t.b.* n.t.b.* * Omdat de belastingvoorstellen in de cyclus 1 maand naar voren zijn gehaald wordt deze tabel later gevuld en verwerkt in de begroting via een afzonderlijke wijziging. De areaaluitbreidingen zorgen ervoor dat we meer eigen opbrengsten kunnen genereren, hiervoor wordt de gemeente deels gekort op de uitkering van het gemeentefonds. Voorstellen tot beleidsmatige aanpassing van de verordening Geen voorstellen.

14

3.2.2 Precariobelasting De Verordening precariobelasting 2024 is gebaseerd op artikel 228 van de gemeentewet. Precariobelasting kan worden geheven ter zake van het hebben van voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond. Omdat het een algemene belasting betreft is een onderzoek naar de kostendekkendheid van de tarieven niet van toepassing. In Sittard-Geleen heffen wij alleen precariobelasting over de terrassen en standplaatsen die staan op gemeentegrond. De hoogte van de precariobelasting is afhankelijk van de grootte van het terras of de standplaats. De tarieven voor de terrassen en de standplaatsen indexeren wij met 4,22 %. Een standplaatshouder betreft bijvoorbeeld een loempia- of oliebollenkraam die niet op de week- of wijkmarkten staan. Tabel Wijziging tarieven precariobelasting Precariobelasting

2023

2024

Terras, per jaar per m2 € 14,20 € 14,80 Standplaats, per dag per m1 € 1,90 € 2,00 Standplaats bijzondere locaties per m1 € 7,10 € 7,40 + = stijging van het tarief * Door afronding op € 0,05 wijkt de stijging van de tarieven af van de indexering van 4,22%. De tarieven zijn historisch tot stand gekomen en worden in principe ieder jaar geïndexeerd. Voorstellen tot beleidsmatige aanpassing van de verordening Geen

15

% wijziging* 4,23 % 5,26 % 4,23 %

3.2.3 Reclamebelasting De Verordening Reclamebelasting is gebaseerd op artikel 227 van de gemeentewet. Reclamebelasting kan worden geheven ter zake van openbare aankondigingen welke zichtbaar zijn vanaf de openbare weg. In 2008 is gekozen voor de reclamebelasting als meest geschikte belasting voor de financiering van een ondernemersfonds c.q. Centrummanagement. De reclamebelasting is vrij eenvoudig te heffen met als uitgangspunt een solidariteitstarief voor iedere ondernemer met daar bovenop beperkte verhogingen/differentiatie naarmate de grootte van de reclamevoering. In 2009 is de reclamebelasting door de raad vastgesteld ter financiering van het centrummanagement. In 2015 is ervoor gekozen om de samenwerking met centrummanagement voort te zetten in een nieuwe structuur en nieuwe opzet (coöperatie vorm). Ook in deze periode wordt de reclamebelasting ingezet ter financiering van het Centrummanagement. Aangezien het een algemene belasting betreft is een onderzoek naar de kostendekkendheid van de tarieven niet van toepassing. De opbrengst van de reclamebelasting storten wij na aftrek van de uitvoeringskosten volledig door naar centrummanagement Sittard en Geleen. Een verhoging van deze belasting heeft geen effect op de begroting van de gemeente. Voorstellen tot beleidsmatige aanpassing van de verordening A.

Voortzetting verhogen van de tarieven van de reclamebelasting met 2% in 2024. Op verzoek van het centrummanagement Geleen en Sittard is afgesproken om de tarieven jaarlijks met 2% te verhogen voor een periode van 5 jaar vanaf 2020. Voor 2020 en 2021 zijn de tarieven met 2% verhoogd. In 2021 heeft de gemeente geen reclamebelasting opgelegd bij de ondernemers in beide stadscentra vanwege de coronapandemie. Op verzoek van beide besturen van centrummanagement zijn de tarieven 2022 bevroren op het niveau van 2021, dit als ‘charme’-gebaar richting de ondernemers. Na vaststelling van de tarieven 2022 heeft de gemeenteraad besloten om ook over 2022 geen reclamebelasting op te leggen. Voor 2023 hebben beide besturen van centrummanagement in onderling overleg besloten om de reclamebelasting met ingang van 2023 weer op te leggen en tevens te indexeren met 2%. Dit voor een periode van 3 jaar (2023, 2024 en 2025). Tabel Wijziging tarieven reclamebelasting Reclamebelasting

tarief 2023*

tarief 2024*

% wijziging**

€ 0,00

€ 0,00

0,0%

€ 477,00

€ 487,00

2,1 %

€ 525,00

€ 536,00

2,1 %

€ 582,00

€ 594,00

2,1 %

€ 738,00

€ 753,00

2,0 %

Het aangewezen gebied, de straten zoals genoemd in artikel 2 lid 1 van de verordening en zoals aangegeven op de bij deze verordening behorende kaart a. indien de oppervlakte van de reclameobjecten minder is dan 0,1 m2 b. indien de oppervlakte van de reclameobjecten 0,1 m2 is of meer maar minder dan 0,5 m2 c. indien de oppervlakte van de reclameobjecten 0,5 m2 is of meer maar minder dan 10 m2 d. indien de oppervlakte van de reclameobjecten 10 m2 is of meer maar minder dan 30 m2 e. indien de oppervlakte van de reclameobjecten 30 m2 is of meer

* De tarieven worden afgerond op hele euro’s. ** Door afronding op hele euro’s wijkt de stijging van de tarieven af van de indexering van 2%. 16

3.2.4 Hondenbelasting Hondenbelasting is een algemene belasting welke wordt geheven ter zake van het houden van een hond binnen de gemeente. Tabel Berekening kostendekkendheid hondenbelasting Taakveld Kosten

Bedrag

0.64

Belastingen overig

€ 17.900

1.2

Personeelskosten

€ 84.917

5.7

Openbaar groen en recreatie

€ 120.895

6.3

Kwijtschelding eerste hond

€ 17.000

7.4

Milieubeheer

€ 62.500

0.4

Overhead

€ 68.309

0.8

BTW / BCF

€ 13.125 € 384.646

Totaal Kosten Opbrengsten inclusief voorstel verlaging van de tarieven met 50%

Bedrag

1.1

1e hond

€ 332.982

1.2

2e hond

€ 47.250

1.3

3e hond e.v.

€ 8.316

1.4

Kennel

€ 3.478

Totaal Opbrengsten

€ 392.026

Totaaloverzicht

Bedrag

Totaal kosten

€ 384.646

Totaal opbrengsten

€ 392.026 102%

Kostendekkendheidspercentage

De hondenbelasting is een algemene belasting, de kosten mogen de opbrengsten overschrijden. In de programmabegroting 2022 is besloten om de tarieven voor de hondenbelasting voor de jaren 2022 en 2023 te verlagen met 50%. In de kadernota 2023 is besloten om de verlaging van de hondenbelasting met 50% voort te zetten in 2024. Voorstellen tot beleidsmatige aanpassing van de verordening Geen Voor 2024 is gekozen om de tarieven niet te indexeren. De strekking is dat de hondenbelasting het karakter van een bestemmingsheffing heeft. Dit houdt in dat de insteek is om de opbrengsten nagenoeg gelijk te houden aan de kosten. Om ervoor te zorgen dat de kosten en opbrengsten niet te ver uit elkaar lopen, worden de tarieven niet geïndexeerd en wordt het verlaagd tarief uit 2023 aangehouden. Tabel Wijziging tarieven hondenbelasting Categorie 1e hond 2e hond Iedere hond boven het aantal van 2 Kennel

2023 € 46,80

2024 € 46,80

% verschil * 0%

€ 63,00 € 79,20 € 165,60

€ 63,00 € 79,20 € 165,60

0% 0% 0%

17

Onderstaande vergelijking van de tarieven 2023 met een aantal andere gemeenten. De gemeente heeft in 2023 de laagste tarieven van de 4 gemeenten. Tabel Benchmark tarieven hondenbelasting 2023 Categorie Maastricht Venlo Heerlen Referentiekader Sittard-Geleen % afwijking

1e hond € 70,30 € 62,64 € 80,23 € 71,06 € 46,80 -34%

18

2e hond € 101,30 € 93,96 € 229,10 € 141,45 € 63,00 -55%

Iedere hond boven het aantal van 2 € 122,43 € 93,96 € 456,60 € 224,33 € 79,20 -65%

Kennel € 281,78 € 334,64 € 1.221,80 € 612,74 € 165,60 -73%

3.2.5 Toeristenbelasting Onder de naam `toeristenbelasting’ wordt een belasting geheven ter zake van het houden van verblijf binnen de gemeente door personen die niet als ingezetene met een adres in de gemeente in de basisregistratie personen zijn ingeschreven. De gemeente ontvangt namelijk van het Rijk een bedrag per inwoner, voor toeristen ontvangt de gemeente geen geld, terwijl toeristen ook profiteren van de openbare ruimte zoals het onderhoud van de wegen. Tabel Berekening kostendekkendheid toeristenbelasting Taakveld Kosten 3.4

Bedrag

Economische promotie

€ 314.000 € 314.000

Totaal Kosten Opbrengsten

Bedrag

1.1

Hotel / motels / pensions/ B&B's

€ 441.000

1.2

Logies & vakantiewoningen

€ 1.560

1.3

Camping

€ 9.000 € 451.560

Totaal Opbrengsten Totaaloverzicht

Bedrag

Totaal kosten

€ 314.000

Totaal opbrengsten

€ 451.560 144 %

Kostendekkendheidspercentage

Ook voor de toeristenbelasting is een berekening van de kostendekkendheid uitgevoerd. Omdat de toeristenbelasting een algemene belasting is, is het toegestaan om meer dan kostendekkend te zijn. Wij zijn vrij in de besteding van de opbrengst. Kosten toeristenbelasting De directe kosten voor toerisme omvatten onder andere de VVV Zuid-Limburg, het onderhoud van het fietsknooppunt en kleine losse initiatieven op het gebied van vrije tijdseconomie. Toeristen maken ook gebruik van de faciliteiten binnen de Gemeente Sittard-Geleen, zoals de infrastructuur en de evenementen die georganiseerd worden. Deze indirecte kosten zijn niet meegenomen in de berekening. Aantal overnachtingen De prognose van het aantal overnachtingen bij hotels in 2024 is gestegen met maar liefst 45.000 ten opzichte van 2023. Deze prognose is gebaseerd op het aantal overnachtingen in 2022 en het eerste half jaar 2023. Dit leidt tot extra opbrengsten van ongeveer € 126.000. Tarieven toeristenbelasting De tarieven indexeren wij voor 2024 met 4,22 %. Voorstellen tot beleidsmatige aanpassing van de verordening Geen

19

Tabel Vergelijking tarieven toeristenbelasting 2023-2024 Begroting 2023

Begroting 2024

Afwijking €

Afwijking %

Hotels

Per persoon per overnachting

€ 2,42

€ 2,52

€ 0,10

4,1%

Logies & vakantiewoningen

Per persoon per overnachting

€ 1,87

€ 1,95

€ 0,08

4,3%

Camping

Per persoon per overnachting

€ 1,15

€ 1,20

€ 0,05

4,3%

Door afronding wijkt de stijging van de tarieven af van de indexering van 4,22%. Vergelijking toeristenbelasting 2023 In onderstaand schema zijn ter vergelijking de tarieven toeristenbelasting (exclusief camping) voor enkele Limburgse gemeenten weergegeven. Voor de tarieven van hotels ligt het tarief 7% lager dan de referentiegemeenten, waarbij voor de gemeente Maastricht het tarief voor een 1 stercategorie is gebruikt. Tabel Vergelijking tarieven toeristenbelasting 2023

€ 3,04² € 2,20 € 3,12 € 2,00

Logies, vakantiewoningen & B&B1 € 2,24 € 1,82 € 1,55 € 2,00

€ 2,59 € 2,42 - 7%

€ 1,90 € 1,87 - 2%

Hotels1 Maastricht Venlo Roermond Heerlen Gemiddelde van referentiegemeenten Sittard-Geleen 1 Tarieven zijn per persoon per overnachting 2 Bij Maastricht is het tarief voor een 1 stercategorie gehanteerd.

20

3.2.6 Parkeerbelastingen De Verordening Parkeerbelastingen is gebaseerd op artikel 225 van de gemeentewet en de geldende parkeerverordening. Bij parkeerheffingen moet een onderscheid gemaakt worden tussen publiekrechtelijke en privaatrechtelijke heffingen. Op de openbare weg zijn de publiekrechtelijke heffingen van toepassing. De parkeergarages en afgesloten parkeerterreinen zijn privaatrechtelijk eigendom van de gemeente. Deze parkeertarieven vallen niet onder artikel 225 of artikel 229 van de gemeentewet en zijn dus niet publiekrechtelijk. Het onderscheid tussen publiekrechtelijke en privaatrechtelijke heffingen wordt gemaakt door: - De Gemeentewet, in artikel 156 staat dat de raad de publiekrechtelijke tarieven dient vast te stellen. Volgens artikel 160 van de Gemeentewet is het college bevoegd om de privaatrechtelijk tarieven vast te stellen. - Indien er een verordening aan een heffing ten grondslag ligt, dan kan de heffing publiekrechtelijk genoemd worden. Indien een dergelijke verordening ontbreekt, is de heffing privaatrechtelijk. - Rechten die niet vallen onder artikel 229 van de Gemeentewet zijn privaatrechtelijk. Voor 2024 stellen wij voor om uit te gaan van voortzetting van de parkeermaatregelen 2023. Dit betekent dat de publiekrechtelijke parkeertarieven voor onder meer het op straat parkeren en de parkeervergunningen niet wijzigen.

De parkeertarieven hebben een relatie met meerdere factoren die van belang zijn voor goed functionerende stadsdeelcentra. Hier is een ander afwegingskader op van toepassing dan een indexering. Voorstellen tot beleidsmatige aanpassing van de verordening Geen Fiscale parkeerboetes (naheffingsaanslag) De naheffingsaanslag (parkeerboetes) is voor het jaar 2023 vastgesteld op het maximaal toegestane tarief van € 72,90. Het nieuwe tarief voor 2024 is € 76,70. Tabel Berekening kostendekkendheid naheffingsaanslag parkeren taakveld

Kosten

Bedrag

0.64

Belastingen overig

€ 91.967

1.1

Informatieverwerkingskosten

€ 9.543

1.1

Personeelskosten

€ 121.992

0.4

Overhead

€ 44.693

0.8

BTW / BCF

€ 2.004 € 270.199

Totaal Kosten Opbrengsten 1.1

Bedrag Naheffingsaanslag

€ 230.100 € 230.100

Totaal Opbrengsten Totaaloverzicht

Bedrag

Totaal kosten

€ 270.199

Totaal opbrengsten

€ 230.100 85%

Kostendekkendheidspercentage

21

3.3 AFVALSTOFFENHEFFING EN RIOOLHEFFING 3.3.1 Afvalstoffenheffing Onder de naam ‘afvalstoffenheffing’ wordt een directe belasting geheven als bedoeld in art. 15.33 van de Wet Milieubeheer. De heffing mag niet meer dan kostendekkend zijn omdat de afvalstoffenheffing een bestemmingsheffing is. De diftartarieven (tariefdifferentiatie) voor restafval en GFT en milieupark tarieven zijn afgestemd met de gemeenten Beek en Stein uit de Westelijke Mijnstreek. De overige kosten worden verdeeld over het aantal aansluitingen (zijnde het vastrecht). Tabel Berekening kostendekkendheid afvalstoffenheffing Kosten 0.64

Belastingen overig (o.a. BsGW)

Bedrag € 303.719

2.1

Verkeer en wegen (reiniging)

€ 1.584.730

6.3

Kwijtschelding en incontinentie

€ 955.000

7.3

Afval

7.3

Onttrekking voorziening (uitvoeringsplan afval)

€ -156.000

7.3

Personeelskosten

€ 309.808

0.4

Overhead

€ 200.325

BTW / BCF

€ 1.679.024

0.8

€ 10.680.058

€ 15.596.664

Totaal Kosten Opbrengsten

Bedrag

1.1

Vast recht

€ 9.794.664

1.2

Variabel recht

€ 5.190.000

1.3

Overige bijdragen

€ 612.000 € 15.596.664

Totaal Opbrengsten Totaaloverzicht

Bedrag

Totaal kosten

€ 15.596.664

Totaal opbrengsten

€ 15.596.664 100%

Kostendekkendheidspercentage

Beleidsdoelstelling In 2021 is het Regionaal Beleidskader Van Afval Naar Grondstof 2021-2025 door de gemeenteraden van SittardGeleen, Beek en Stein vastgesteld. Vervolgens is in 2022 het Regionaal Uitvoeringsplan Van Afval Naar Grondstof 2022-2025 vastgesteld door dezelfde raden. Het beleidskader en uitvoeringplan sluiten aan op de Grondstoffenvisie 2050 en de transitie naar een circulaire samenleving. De plannen worden gekenmerkt door een langetermijnvisie op de hele keten van afvalinzameling (bij de inwoners) en concrete maatregelen voor de korte termijn. Het doel is om in 2025 maximaal 100 kg restafval per persoon per jaar te produceren en in 2030 30 kg. Het ultieme doel is 0 kg restafval in 2050. Heffingsmaatstaf De afvalstoffenheffing wordt geheven van de gebruiker van een perceel.

22

Berekening kostendekkend tarief In onderstaande tabel wordt een overzicht gegeven van de berekening van het kostendekkend tarief voor het product afval. Tabel Berekening tarief afval 2024 Bedragen x € 1.000

Begroting 2023

Begroting 2024

Afwijking

Afwijking per aanslag

Kostencomponenten Kosten afvalinzameling

€ 14.983

€ 15.755

€ 772

-€ 458

-€ 156

-€ 302

€ 14.525

€ 15.599

€ 1.074

€ 4.991

€ 5.190

-€ 199

€ 150

€ 612

-€ 462

Subtotaal Opbrengsten

€ 5.141

€ 5.802

-€ 661

-€ 14,78

Toerekenen naar vastrecht

€ 9.384

€ 9.797

€ 413

€ 9,25

Aantal huishoudens

44.300

44.700

400

-€ 1,90

Kostendekkend tarief

€ 211,83

€ 219,18

€ 7,35

-€ 0,03

-€ 0,06

-€ 0,03

Geheven Vastrecht

€ 211,80

€ 219,12

€ 7,32

Gemiddeld variabel recht (incl. milieupark)

€ 112,66

€ 116,10

€ 3,44

Gemiddelde Afvalstoffenheffing

€ 324,46

€ 335,22

€ 10,76

Onttrekking voorziening actieplan afval Netto kosten afvalinzameling & -verwerking

€ 24,03

Opbrengsten Variabel recht (incl. milieupark) Overige bijdragen

Afronding/tarief deelbaar door 12

+ stijging tarief/ - is daling tarief

Uitgaande van 100% kostendekkendheid stijgt het kostendekkend tarief van het vastrecht met afgerond € 7,32 Het gemiddeld variabel recht stijgt met € 3,44. Toelichting toerekening reiniging De reinigingstaken die verband hebben met afval, zoals het straatvegen en opruimen van zwerfafval, worden voor 50% toegerekend aan de afvalstoffenheffing. Daarom wordt 50% van de kosten toegerekend aan de afvalstoffenheffing, behalve de bladcampagne. Onderstaand de belangrijkste ontwikkelingen: BsGW Harmonisatieproject & gevolgen voor medische kortingsregeling en regeling kwijtschelding op diftar In het kader van het BsGW Harmonisatieproject heeft de gemeenteraad een nieuwe systematiek gekozen voor de medische kortingsregeling en kwijtscheldingsregeling. Met de medische kortingsregeling komt de gemeente de huishoudens tegemoet voor de kosten van restafval waar huishoudens door ziekte geen invloed op hebben. Voor de medische kortingsregeling is voor een percentage korting met een maximumbedrag gekozen. Voor de kwijtschelding op diftar is gekozen voor een vast maximumbedrag. De kwijtschelding op diftar komt huishoudens met kwijtschelding tegemoet voor de kosten van het variabele recht. De kwijtschelding op diftar wordt verruimd voor éénpersoonshuishoudens waardoor het vastrechttarief met ongeveer €1,- stijgt.

23

Medische kortingsregeling Op basis van het rekenmodel blijkt dat met dit percentage en maximumbedrag de te korting over de breedte genomen per huishouden het minste afwijkt ten opzichte van de huidige regeling. Ook totale verstrekte korting blijft met deze invulling gelijk t.o.v. 2023. Het kortingspercentage van 60% is overigens gebruikelijk en wordt door de gemeenten die deze systematiek al hanteren toegepast. De maximale korting is € 19 lager dan voorheen voor incontinentiepatiënten. Voor stomapatiënten is de maximale korting € 71 hoger. Incontinentiepatiënten die relatief veel aanbieden (meer dan 375 kilo per jaar) ontvangen zodoende iets minder korting. Echter, de overige huishoudens, met name de huishoudens die relatief weinig aanbieden ontvangen een iets hogere korting. Immers, in de nieuwe systematiek wordt de korting berekend over de totale diftarkosten zonder drempel. Omdat de maximale korting iets lager is dan voorheen (€150,- i.p.v. €169,-) ontvangen de huishoudens die relatief veel afval aanbieden iets minder korting. Echter, huishoudens die relatief minder afval aanbieden ontvangen gemiddeld een iets hogere korting, omdat voor het berekenen van de korting in de nieuwe regeling komt te vervallen. In de nieuwe systematiek wordt immers de korting berekend door een percentage van de totale diftarkosten van restafval te nemen.

Het percentage van 60% is gebruikelijk en wordt door de meeste gemeenten die deze systematiek al hanteren toegepast. De nieuwe kortingsregeling is veel eenvoudiger voor de gebruiker én voor de uitvoerder. Zodoende is zowel het onderscheid tussen stoma en incontinentie patiënten alsook het onderscheid tussen één- en meerpersoonshuishoudens niet meer van toepassing in de nieuwe systematiek. Voorstellen tot beleidsmatige aanpassing van de verordening: B. Het aanpassen van de systematiek voor de medische kortingsregeling. C. Het aanpassen van de maximaal te ontvangen korting voor de medische kortingsregeling. Kwijtschelding op diftar (Regeling kwijtschelding gemeentelijke belastingen gemeente Sittard-Geleen) De kwijtschelding op diftar wordt voor alle huishoudens een vast maximumbedrag van €88. De gemiddelde kwijtschelding per huishouden gaat daarmee omhoog. Omdat door de aanpassing van de systematiek het onderscheid tussen één- en meerpersoonshuishoudens is komen te vervallen hebben éénpersoonshuishoudens recht op maximaal €44,- meer kwijtschelding. Voor meerpersoonshuishoudens verandert in de praktijk niets. Voorstellen tot beleidsmatige aanpassing van de verordening: D. Het aanpassen van de systematiek voor de kwijtschelding op diftar. E. Het aanpassen van de maximaal te ontvangen kwijtschelding op diftar.

Opbrengsten variabel recht Door aanpassingen van de tarieven, zijn de variabele afvalopbrengsten voor 2024 gebaseerd op een inschatting van het afvalgedrag van onze inwoners. De prognose van BsGW is gebaseerd op het eerste half jaar 2023 en bijgesteld op basis van de verwachtingen uit het uitvoeringsplan. Hoe beter inwoners gaan scheiden, hoe goedkoper ze uit zijn. De totale lasten van de afvalstoffenheffing stijgen met € 1,0 mln.: - €1.536.000 hogere lasten RWM stijgen door onder andere 10% indexering (CAO). - €515.000 lagere lasten voor uitvoering van het UVP 2022-2025 (inclusief BTW compensatie en onttrekking voorziening) t.o.v. 2023. - €35.000 lagere lasten voor kwijtschelding en medische korting. - €28.000 hogere lasten door minder Inkomsten verwerking afvalstromen. Minder inkomsten voor oud papier en karton, maar meer inkomsten uit textiel en PMD. - €60.000 hogere lasten (per saldo) voor BsGW, personeel, kapitaallasten, reiniging, sociaal plan RWM. De overige bijdragen stijgen met € 462.000: - €275.000 meer bijdragen door nieuwe SUP (single use plastics) regeling (€3,02 per inwoner). 24

-

€83.000 meer bijdragen voor de gemaakte huisuitzettingskosten (loopt één op een met hogere kosten RWM). €70.000 meer bijdragen door vergoeding afvalbakken (€0,76 per inwoner). €36.000 meer bijdragen door actualisatie/indexatie overeenkomst medegebruik milieuparken Echt Susteren.

Tabel Ontwikkelingen tarief vastrecht 2024

Stijgende kosten afvalverwerking RWM 10% indexering Lagere directe kosten (UVP afval) en toerekening BTW compensatiefonds Wijziging onttrekking voorziening voor uitvoeringsplan afval Wijziging opbrengsten RWM afvalverwerking Mutatie kapitaallasten Kwijtscheldings- en incontinentiebeleid Afname kosten sociaal plan Hogere personele kosten mede door CAO verhoging Dalende kosten reiniging Mutatie kosten BsGW Totale stijging kosten Afval AF: Hogere inkomsten variabel recht (Milieuparken)

Afwijking per aanslag € 1.535.840 € 34,36 -€ 816.560 -€ 18,27 € 302.000 € 6,76 € 28.000 € 0,63 -€ 8.144 -€ 0,18 -€ 35.000 -€ 0,78 -€ 8.000 -€ 0,18 € 21.309 € 0,48 -€ 8.081 -€ 0,18 € 62.819 € 1,41 € 1.074.184 € 24,03 -€ 198.750 -€ 4,45

AF: Hogere vergoeding Echt-Susteren MP + Single Use Plastic + afvalbakken

-€ 462.000

Omschrijving

AF: Stijging aantal gebruikers met 400 AF: afronding Totale stijging vastrechttarief

-€ 10,34 -€ 1,90 -€ 0,03 € 7,32

25

3.3.2 Rioolrechten Rioolheffing is een bestemmingsbelasting die wordt geheven op basis van artikel 228a, eerste lid van de Gemeentewet. In dit artikel is vastgelegd dat onder de naam rioolheffing een belasting kan worden geheven ter bestrijding van kosten die voor de gemeente verbonden zijn aan het waterbeheer. Essentie van de kostenverhaling bij de rioolheffing is dat de gemeente drie zorgplichten heeft en de kosten daarvan mag verhalen op de gebruikers van de riolering. De zorgplichten zijn een afvalwaterzorgplicht, een hemelwaterzorgplicht en een grondwaterzorgplicht. Tabel Berekening kostendekkendheid rioolheffing Kosten

Bedrag

0.64

Belastingen overig (o.a. BsGW)

€ 222.800

2.1

Verkeer en wegen (reiniging)

€ 2.214.680

2.1.1

Onderhoud bermen en onkruidbestrijding verharding

7.2

Riolering

7.2

Personeelskosten

€ 558.161

0.4

Overhead

€ 289.097

0.8

BTW / BCF

€ 850.077

€ 360.000 € 6.847.626

Totaal Kosten

€ 11.342.441

Opbrengsten

Bedrag

1.1

Rioolrecht woningen

1.2

Rioolrecht niet-woningen

€ 10.599.788 € 742.653 € 11.342.441

Totaal Opbrengsten Totaaloverzicht

Bedrag

Totaal kosten

€ 11.342.441

Totaal opbrengsten

€ 11.342.441 100%

Kostendekkendheidspercentage

Beleidsplan Water & Klimaatadaptatie 2022-2027 Begin 2022 is het beleidsplan Water en Klimaatadapatie door de raad vastgesteld inclusief kostendekkingsplan. Als maatregel om klimaatadaptatie op particulier terrein aan te pakken is in 2022 de subsidieregeling Klimaatadaptatie vastgesteld. Deze regeling kost jaarlijks € 200.000 en wordt tot en met 2022 betaald uit de voorziening Riolering. De aanvragen beginnen mondjesmaat binnen te lopen. Het budget voor 2022 is beperkt ingezet. Dit betekent dat er voldoende saldo in de voorziening zit om de regeling ook in 2023 te financieren. Ook in 2023 wordt niet veel gebruik gemaakt van de regeling. Dit houdt in dat de jaarlijkse kosten niet vanaf 2024, maar vanaf 2025 betaald worden uit de rioolheffing. Heffingsmaatstaf De rioolheffing wordt geheven van de eigenaar van een perceel en is een vast tarief. Toelichting toerekening reiniging De reinigingskosten voor het beheer van de openbare ruimte worden voor 50% aan de afvalstoffenheffing en voor 50% aan de rioolheffing toegerekend. Het reinigen van de openbare ruimte zorgt ervoor dat minder vuil in het rioolstelsel terecht komt. Hierdoor zijn de onderhoudskosten voor het riool minder. Daarom wordt 50% van de kosten toegerekend aan de afvalstoffenheffing, behalve de bladcampagne. 26

Berekening kostendekkend tarief In onderstaande tabel wordt een overzicht gegeven van de berekening van het kostendekkende tarief van de rioolheffing Tabel Berekening kostendekkend tarief 2024 Bedragen x € 1.000

Begroting 2023 Begroting 2024 Afwijking Afwijking per aanslag

Kostencomponenten Kosten riolering Onttrekking voorziening klimaatadaptatie

€ 11.033

€ 11.542 -€ 200

€ 509 -€ 200

Totaal te dekken door aansluitingen

€ 11.033

€ 11.342

€ 309

€ 6,28

Aantal aansluitingen Kostendekkend tarief Afronding/tarief deelbaar door 12 Geheven tarief

49.000 € 225,17 -€ 0,05 € 225,12

49.255 € 230,25 € 0,03 € 230,28

255

-€ 1,20 € 5,08 € 0,08 € 5,16

Uitgaande van 100% kostendekkendheid stijgt het rioolrecht tarief met € 5,16. De totale lastenstijging van € 309.000 wordt voornamelijk veroorzaakt door de hogere kapitaallasten van de investeringen voor klimaatadaptatie uit het kostendekkingsplan 2022-2027 behorende bij het beleidsplan wateren klimaatadaptatie. Voor de overige posten zie onderstaande tabel. Tabel Ontwikkelingen tarief 2024 Afwijking per aanslag € 239.203 € 4,86 € 5.904 € 0,12 € 38.502 € 0,78 € 25.496 € 0,52 € 309.104 € 6,28 -€ 1,20 € 0,08 € 5,16

Omschrijving

Afwijking

Stijgende kapitaallasten Stijgende kosten straatreiniging en bladcampagne Hogere kosten eigen personeel door CAO Stijgende kosten BsGW en overige kosten Totale stijging kosten riolering AF: aantal meer aansluitingen met 255 AF: afronding Totale stijging tarief Voorstellen tot beleidsmatige aanpassing van de verordening Geen

27

3.4 RECHTEN 3.4.1 Marktgelden Onder de naam ‘marktgelden’ worden rechten geheven voor het gebruik of genot van de door burgermeester en wethouders als markt aangewezen openbare grond. Daarnaast worden ‘marktpromotiegelden’ geheven voor promotie van de markten. Tabel Berekening kostendekkendheid marktgelden Taakveld Kosten Belastingen overig 0.64

Bedrag € 7.385

3.3

Week- en wijkmarkten

€ 136.833

3.4

Jaarmarkten

€ 43.196

3.4

Personeelskosten

€ 126.104

0.4

Overhead

€ 79.683

0.8

BTW

€ 18.282

Totaal Kosten

€ 411.483

Opbrengsten

Bedrag

Week- en wijkmarkten

€ 267.920

Jaarmarkten

€ 73.248 € 341.168

Totaal Opbrengsten Totaaloverzicht

Bedrag

Totaal kosten

€ 411.483

Totaal opbrengsten

€ 341.168 83%

Kostendekkendheidspercentage

In de tarieventabel maken wij onderscheid tussen vaste standplaatsen, dagplaatsen en standwerkersplaatsen. Daarnaast is de oppervlakte die in gebruik genomen wordt bepalend voor het tarief. Er wordt ook tariefdifferentiatie toegepast door onderscheid te maken tussen markten in en buiten de stadscentra en de jaarmarkten. Wij verhogen de tarieven van de weekmarkt conform de vastgestelde index. De tarieven zijn historisch tot stand gekomen. Voorstellen tot beleidsmatige aanpassing van de verordening F. Voortzetten van het gefaseerd verhogen van de tarieven van de jaarmarkten met € 1,00 per jaar. In 2020 is voorgesteld de tarieven voor de jaarmarkten, in afwijking van een index gefaseerd met € 2,00 te verhogen, namelijk in 2021 met € 1,00 en in 2022 wederom met € 1,00. De verhoging van 2022 is niet doorgevoerd omdat de jaarmarkten in 2020 en 2021 geen doorgang gevonden hebben i.v.m. de gevolgen van COVID-19. Het jaar 2022 is een niet representatief jaar geweest omdat met name tijdens de St. Joepmarkt veel kooplieden afwezig waren als gevolg van COVID-19. Voorgesteld wordt om de tarieven voor de jaarmarkten in 2024 te verhogen met € 1,00. Hierdoor wordt gefaseerde verhoging van € 2,00 uit 2020 voortgezet en afgerond. De algemene indexering van 4,22 % wordt niet doorgevoerd op de tarieven voor jaarmarkten.

28

3.4.2 Lijkbezorgingsrechten Onder de naam ‘lijkbezorgingsrechten’ worden rechten geheven voor het gebruik van een begraafplaats en voor de door de gemeente verleende diensten. De Verordening op het beheer en gebruik van de algemene begraafplaatsen voor de gemeente Sittard-Geleen 2012 en de Wet op de lijkbezorging is van toepassing. Tabel Berekening kostendekkendheid lijkbezorging taakveld Kosten 7.5

Begraafplaatsen en crematoria

Bedrag € 323.996

7.5

Personeelskosten

€ 142.877

0.4

Overhead

€ 107.000

0.8

BTW/BCF

€ 29.682

Totaal Kosten

€ 603.555

Opbrengsten Rechten voor begraven van lijken, bijzettenvan asbussen of verstrooien van as alsmede het gebruik 2 van graven.

Bedrag € 261.279

4

Verlengen grafrechten

€ 217.996

6

Rechten plaatsen graftekens

7

Rechten lichten

9

Rechten reserveren grafruimte

€ 10.940 € 15.154 € 403 € 505.772

Totaal Opbrengsten

Totaaloverzicht

Bedrag

Totaal kosten

€ 603.555

Totaal opbrengsten

€ 505.772 84%

Kostendekkendheidspercentage

Voorstellen tot beleidsmatige aanpassing van de verordening G. Toevoegen van tarief voor het bijzetten van een tweede asbus (en verder) in een particulier graf voor een tijdsduur van 10 jaren. Hiermee wordt een specifiek tarief ingeregeld voor het bijzetten van een tweede asbus in een particulier graf, kindergraf, urnengraf en urnennis. Dit heeft betrekking op ondergrondse en bovengrondse graven en heeft een tijdsduur van 10 jaar. Met het toevoegen van dit specifiek tarief wordt aangesloten aan landelijke wetgeving. De prognose van de opbrengsten is gebaseerd op een gemiddelde van de realisatie van de afgelopen jaren. Voor 2024 zijn de tarieven alleen geïndexeerd met 4,22 %. Het onderhoud van de begraafplaats valt onder het onderhoud openbare ruimte. De kwaliteit van het onderhoud is vastgesteld in het IBOR-beleidsplan. Voor begraafplaatsen hanteren wij kwaliteitsniveau basis.

29

3.4.3 Scheepvaartrechten Onder de naam “haven- en kadegeld” wordt een recht geheven ter zake van het innemen van een ligplaats. Onder de naam “opslaggeld” wordt een recht geheven ter zake van opslag van zaken. Tabel Berekening kostendekkendheid scheepvaartrechten Taakveld Kosten

Bedrag

2.4

Economische havens en waterwegen

€ 64.280

2.3

Personeelskosten

€ 132.386

0.4

Overhead

€ 36.423 € 233.089

Totaal Kosten Opbrengsten

Bedrag

Haven-, kade- en opslaggeld

€ 219.449 € 219.449

Totaal Opbrengsten Totaaloverzicht

Bedrag

Totaal kosten

€ 233.089

Totaal opbrengsten

€ 219.449 94%

Kostendekkendheidspercentage

Op basis van de opgelegde havengelden in de eerste negen maanden van 2022 is de prognose voor 2023 dat de inkomsten met ca. € 3.400 hoger liggen dan eerder is begroot (incl. indexering). Wij zijn bezig met het opstellen van een nieuw onderhouds- en beheersplan voor de haven voor de komende jaren. Op basis hiervan zullen er voldoende voorzieningen gebouwd moeten worden om de haven op peil te houden. Wij stellen voor om de havengelden te indexeren met het algemene indexeringspercentage van 4,22 %. Hiermee zou het tarief van € 0,15 stijgen naar € 0,1563. Dit jaar is gekozen om naar boven af te ronden waardoor het tarief stijgt naar € 0,16. Vorig jaar is gekozen om naar beneden af te ronden en het tarief een jaar langer op € 0,15 te behouden. In het onderhoudsplan wordt opgenomen hoeveel middelen jaarlijks gereserveerd dienen te worden om in de toekomst grote onderhoudswerkzaamheden zoals baggeren, herstellen steenbestorting en kadeonderhoud uit te voeren. Om de staat van de haven te kunnen monitoren dient jaarlijks de bodem gepeild te worden en eens in de 5 jaar dienen duikinspecties uitgevoerd te worden. Voorstellen tot beleidsmatige aanpassing van de verordening Geen

30

3.4.4 Aanlegrechten uitweg Onder de naam “aanlegrechten uitweg” wordt een recht geheven wegens het door of vanwege de gemeente realiseren van een uitweg van een gebouw of particulier terrein. Tabel Berekening kostendekkendheid aanlegrechten uitweg Taakveld

Kosten

Bedrag

2.1

Aanleg uitweg

€ 15.000 € 15.000

Totaal Kosten

Opbrengsten

Bedrag

2.1

€ 15.000

Aanlegrechten uitweg

€ 15.000

Totaal Opbrengsten

Totaaloverzicht

Bedrag

Totaal kosten

€ 15.000

Totaal opbrengsten

€ 15.000 100%

Kostendekkendheidspercentage

Voorstellen tot beleidsmatige aanpassing van de verordening Geen

31

3.4.5 Rioolaansluitrechten Onder de naam “aansluitrecht riolering” wordt een recht geheven ten aanzien van het genot van door het college van burgemeester en wethouders van Sittard-Geleen verstrekte dienstverlening in verband met het tot stand brengen van een directe of indirecte aansluiting van een eigendom op het openbaar riool. Tabel Berekening kostendekkendheid rioolaansluitrechten Taakveld Kosten

Bedrag

0.8

BTW / BCF

€ 18.404

7.2

Nieuwe rioolaansluitingen

€ 87.640

Totaal Kosten

€ 106.044

Opbrengsten

Bedrag

Rioolaansluitrechten

€ 106.044 € 106.044

Totaal Opbrengsten

Totaaloverzicht

Bedrag

Totaal kosten

€ 106.044

Totaal opbrengsten

€ 106.044 100%

Kostendekkendheidspercentage

Vanaf 2015 geldt er voor een gemeentelijke rioolaansluiting een vast tarief (onder nadere voorwaarden). Daarmee wordt rechtsgelijkheid nagestreefd voor aanvragers. Met deze heffingswijze zijn de kosten niet afhankelijk van de ligging van de riolering en hiermee wordt vermeden dat de ene aanvrager slechts een klein bedrag moet betalen en zijn overbuurman een groot bedrag. Dit vanwege het feit dat de afstand tot de riolering van grote invloed is op de prijs van de aansluiting. Omdat veruit de meeste perceelgrenzen gelegen zijn binnen 10 meter van het hoofdriool is de grens van het vast bedrag op 10 meter gesteld. Voor bijzondere gevallen die meer dan 10 meter nodig hebben wordt met een vast tarief per extra strekkende meter gerekend. Voorstellen tot beleidsmatige aanpassing van de verordening H. Niet indexeren tarieven rioolaansluitrechten Vorig jaar zijn de tarieven voor rioolaansluitrechten hoger geïndexeerd (22,7%) dan de algemene index (3,12%). Dit was het gevolg van een prijsindexatie van de onderliggende raamovereenkomst. Daardoor is dit jaar besloten de tarieven niet te indexeren.

32

3.5 LEGES Onder de naam ‘leges’ worden rechten geheven voor: a. het genot van door of vanwege het gemeentebestuur verstrekte diensten; b. het verrichten van handelingen ten behoeve van een aanvraag van een Nederlandse identiteitskaart of een reisdocument; De hoofdstukindeling is gebaseerd op de nieuwe modelverordening VNG. Door ingang van de Omgevingswet per 1 januari 2024 is de volledige doornummering in paragrafen en artikelen gewijzigd ten opzichte van 2023. Hierdoor is een vergelijkend overzicht niet mogelijk. In tegenstelling tot de andere rechten en heffingen mag er binnen de drie hoofdstukken van de legesverordening sprake zijn van kruissubsidiëring. Dit betekent dat alleen op hoofdstuk en totaalniveau van de verordening de geraamde opbrengsten de kosten niet mogen overschrijden. Kruissubsidiëring Kruissubsidiëring is alleen toegestaan binnen de hoofdstukken. o Totale legesverordening max 100% kostendekkend o EDR-diensten leges max 100% kostendekkend o WABO-leges max 100% kostendekkend o Algemene diensten max 100% kostendekkend

Hoofdstuk 1 Algemene dienstverlening In hoofdstuk 1 worden bepaalde tarieven bepaald door het Rijk. Die tarieven zijn gelijk aan de maximale toegestane hoogte en worden niet geïndexeerd met 4,22 %. Deze tarieven hebben met name betrekking op reisdocumenten, identificatiebewijzen en rijbewijzen. Het voorstel is om alle overige tarieven te indexeren met 4,22 %. Deze onderdelen zijn aangeduid met een *. Tabel berekening kostendekkendheid legesverordening hoofdstuk 1 algemene dienstverlening Hoofdstuk 1 Algemene dienstverlening

Taakveld

Totale Opbrengsten

Overhead

Totale Kosten

Kostendekking

€ 59.477

€ 39.734

€ 99.211

€ 96.934*

98%

€ 910.029

€ 183.495

€ 1.093.524

€ 1.058.011

97%

€ 233.080

€ 89.226

€ 322.306

€ 323.042

100%

€ 33.440

€ 15.510

€ 48.950

€ 48.538*

99%

paragraaf

1 Burgerlijke stand*

paragraaf

2

paragraaf

3 Rijbewijzen

paragraaf

4

paragraaf

5 Bestuursstukken*

€0

€0

€0

€0

0%

paragraaf

6 Vastgoedinformatie*

€0

€0

€0

€0

0%

paragraaf

7 Overige publiekszaken*

€ 69.819

€ 12.215

€ 82.034

€ 72.835*

89%

paragraaf

8 Gemeentearchief Sittard-Geleen

€0

€0

€0

€0

0%

paragraaf

9 Bijzondere wetten*

€ 196.504

€ 75.456

€ 271.960

€ 196.568*

72%

paragraaf

10 Diversen*

€ 12.797

€ 2.158

€ 14.955

€ 5.228*

35%

Kostendekking hoofdstuk 1

€ 1.515.146

€ 417.794

€ 1.932.940

€ 1.801.156

93%

Reisdocumenten en Nederlandse identiteitskaart

Verstrekkingen uit de basisregistratie personen*

33

Onderstaand een korte toelichting per paragraaf Paragraaf 1 Burgerlijke stand In deze paragraaf wordt de uitvoering van het Burgerlijk Wetboek Boek 1 ‘titel 5 Huwelijken’ geregeld. De tarieven van de huwelijken worden door de gemeente vastgesteld. Door wijziging van toegerekende kosten is de kostendekkendheid gewijzigd naar 98%. Paragraaf 2 Reisdocumenten en paragraaf 3 rijbewijzen In deze paragrafen wordt de uitvoering van landelijk wettelijk beleid inzake de Paspoortwet en Het Reglement Rijbewijzen geregeld. Er wordt een vast bedrag per reisdocument of rijbewijs gehanteerd. De tarieven voor deze documenten zijn wettelijk gemaximeerd, de nieuwe tarieven voor 2024 zijn nog niet bekend en derhalve nog niet verwerkt in de legestabel. Het college heeft op basis van artikel 10b legesverordening de bevoegdheid om in bepaalde situaties deze leges te wijzigen na vaststelling door de gemeenteraad. In dat geval wordt de gemeenteraad ingelicht via een raadsinformatiebrief. Door wijziging van toegerekende kosten is de kostendekkendheid gewijzigd naar respectievelijk 97% en 100%. Voorstellen tot beleidsmatige aanpassing van de verordening I. Afschaffing vermissingsleges voor rijbewijzen Artikelnummers 1.13.b en 1.13.c worden afgeschaft. Het gaat hierbij om de zogenaamde vermissingsleges. Deze vermissingsleges zijn eerder al (wettelijk) afgeschaft voor reisdocumenten.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=SittardGeleen&id=e3e0bec0-8f1c-4194-927d-fd72db54b75a