CConstaterende datSittard-Geleen
Koppel je AI →
Document · PDF

2 Omgevingseffectrapport Omgevingsvisie Sittard-Geleen

Raad 27 maart 2025, gemeente Sittard-GeleenBij agendapunt: Omgevingsvisie 2025-2040 Samen stad en dorp maken (Geilen/Houtakkers) (18)46.030 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 6

De drie toekomstbeelden verkennen zo de mogelijkheden en knelpunten van de ruimtelijke inrichting van de gemeente en kunnen gezien worden als alternatieven die de mogelijke inrichting vanuit een specifiek perspectief verkennen. De toekomstbeelden hebben bijgedragen aan het goed onderbouwen van de keuzes die uiteindelijk hebben geleid tot de concept omgevingsvisie. Foto van de Leefomgeving Parallel aan de totstandkoming van de toekomstbeelden is de referentiesituatie beschreven in de Foto van de Leefomgeving. De referentiesituatie is een beschrijving van de huidige situatie en autonome ontwikkeling. De Foto van de Leefomgeving is een informatieve basis geweest voor het opstellen van de toekomstbeelden. De Foto van de Leefomgeving is door het college vastgesteld en gepubliceerd op de website van de gemeente 13. In de Foto van de Leefomgeving zijn voor elk taakveld bouwstenen opgenomen. Deze bouwstenen geven richting aan de beleidskeuzes in de omgevingsvisie en hebben geholpen met prioriteren bij het opstellen van de toekomstbeelden en keuzes in de concept omgevingsvisie. Het beoordelingskader uit de NRD is na het opstellen van de Foto van de Leefomgeving geactualiseerd om aan te sluiten op Foto van de Leefomgeving.

Van toekomstbeelden naar concept omgevingsvisie De toekomstbeelden zijn in concept gedeeld in participatiesessies gesproken met ambtelijke werkgroepen, het college en de raad, ketenpartners, maatschappelijke partners en inwoners eind 2023 en begin 2024. Hierbij is de Foto van de Leefomgeving als informatieve basis meegenomen. Hiermee is onderzocht waar eventuele conflicten tussen de toekomstbeelden optreden. Uit dit proces kwam naar voren dat de toekomstbeelden grotendeels met elkaar overeenkomen. Op een paar locaties botsen de toekomstbeelden. Met informatie uit de Foto van de Leefomgeving en op basis van participatieresultaten is voor deze balansgebieden een keuze gemaakt. Een voorbeeld is de Bufferzone Chemelot. Door de botsing tussen het toekomstbeeld economisch en sociaal heeft de gemeente gekozen om een bufferzone te maken tussen het industrieterrein en de wijk de Lindenheuvel in Geleen. Vanuit het toekomstbeeld sociaal is onderzocht dat het wenselijk is om de aandachtsgebieden externe veiligheid en milieucontouren in te perken, zodat deze niet over woongebieden liggen. Industrie aan de rand van de woonwijk geeft conflicten op het gebied van leefbaarheid, door geur- en geluidoverlast en aandachtsgebieden externe veiligheid. Op korte termijn is het echter niet mogelijk deze contouren in te perken.

Vanuit het toekomstbeeld economie is juist wenselijk de huidige standstill-gebieden te handhaven. Dit is een ruimtelijk conflict. De gemeente heeft daarom in de concept omgevingsvisie gekozen om een bufferzone te creëren in de nieuwe Circular Mile, waarin ruimte wordt gegeven aan bedrijven die geen druk leggen op de leefbaarheid van de woonwijk en die de transformatie naar een circulaire energie kunnen versterken.

12 Gemeente Sittard-Geleen (2023), Toekomstbeelden 13 Gemeente Sittard-Geleen (2023), Foto van de Leefomgeving

24

Onze referentie: WE6NCSCHCSF2-120416608-134:1.0 - Datum: 7 januari 2025 - Public

OMGEVINGSEFFECTRAPPORTAGE OMGEVINGSVISIE SITTARDGELEEN

3.1.3

Stap 2: Beoordeling concept omgevingsvisie

In de stap tussen de concept omgevingsvisie (d.d. 18 april 2024) en de definitieve omgevingsvisie heeft Arcadis in mei 2024 een beoordeling uitgevoerd. De beoordeling heeft als doel het vroegtijdig in beeld brengen van de grootste risico’s en kansen voor doelbereik en milieu en het in beeld brengen van botsingen tussen beleidskeuzes. Voor deze beoordeling is een botsproeventabel gemaakt. In deze tabel zijn de beleidskeuzes uit de omgevingsvisie en de beoordelingsaspecten uit het OER tegenover elkaar gezet. Vervolgens is beoordeeld: • Welke potentiële risico’s er zijn op aanzienlijke milieueffecten; • Waar beleidskeuzes elkaar versterken en waar beleidskeuzes met elkaar botsen; • Welke kansen er liggen voor de uitwerking van de ontwerp omgevingsvisie; • In hoeverre met de beleidskeuzes ambities gehaald worden. De resultaten van deze beoordeling zijn samenvattend beschreven in hoofdstuk 4. Naar aanleiding van deze beoordeling, zijn beleidskeuzes in de omgevingsvisie verder aangescherpt en geconcretiseerd. Dit staat beschreven in paragraaf 4.3. In deze fase is daarnaast een beoordeling uitgevoerd op de huidige situatie en de autonome ontwikkelingen, zoals beschreven in de Foto van de Leefomgeving.

3.1.4

Stap 3: Definitieve omgevingsvisie en OER

De definitieve omgevingsvisie is door Arcadis beoordeeld op milieueffecten en doelbereik. Het voorliggend OER is hiervan het resultaat. Hoe dit is beoordeeld, is toegelicht in paragraaf 3.2. De beoordeling van de ontwerp omgevingsvisie leest u in hoofdstuk 5.

25

Onze referentie: WE6NCSCHCSF2-120416608-134:1.0 - Datum: 7 januari 2025 - Public

OMGEVINGSEFFECTRAPPORTAGE OMGEVINGSVISIE SITTARDGELEEN

3.2

Methodiek

De beoordeling van de ontwerp omgevingsvisie is uitgevoerd in drie stappen. Deze stappen worden hieronder toegelicht. Stap 1: beoordeling huidige situatie en autonome ontwikkeling In de Foto van de Leefomgeving14 zijn de huidige situatie en autonome ontwikkeling beschreven. In de huidige situatie is de bestaande toestand van het milieu op het moment dat het rapport werd opgesteld. Onder autonome ontwikkeling worden autonome trends (waaronder klimaatverandering, demografische groei, et cetera) en ontwikkelingen die zijn vastgelegd in ruimtelijke plannen verstaan, zoals de verbreding van de A2 15 en de aanleg van een hoogspanningsstation bij Graetheide 16. Samen vormen de huidige situatie en autonome ontwikkeling het referentiepunt voor de beoordeling van de omgevingsvisie. De huidige situatie en autonome ontwikkeling zijn op basis van informatie uit de Foto van de Leefomgeving beoordeeld volgens het beoordelingskader aan de hand van een vijfpuntsschaal (- - tot ++). De vijfpuntsschaal geeft aan in hoeverre de staat van de leefomgeving voor ieder taakveld overeenkomt met wettelijke of adviesnormen, streefwaarden en/of ambities van de gemeente. De vijfpuntsschaal is toegelicht in Tabel 2. De beoordelingen van de huidige situatie, autonome ontwikkeling en het voorgenomen beleid in de ontwerp omgevingsvisie zijn weergegeven in het Rad van de Leefomgeving.

Het Rad is onderverdeeld in de verschillende taakvelden (hoofdthema’s), en geeft de score op elk beoordeeld aspect (indicator) binnen deze taakvelden weer. Op de spaken van het Rad staan de opgaven voor de omgevingsvisie die in het OER beoordeeld zijn. De hoogste score op deze schaal wordt weergegeven op de buitenste schijf van het Rad van de Leefomgeving, de laagste score op de binnenste schijf. Door het Rad in te vullen voor de huidige situatie, de autonome ontwikkeling en het beleid in de ontwerp omgevingsvisie, zijn de huidige knelpunten en het doelbereik van de ontwerp omgevingsvisie in één oogopslag inzichtelijk.

Figuur 9: Voorbeeld Rad van de Leefomgeving

14 Gemeente Sittard-Geleen (2023), Foto van de Leefomgeving 15 A2: wegverbreding Het Vonderen-Kerensheide (rijkswaterstaat.nl) 16 Born - Graetheide (tennet.eu)

26

Onze referentie: WE6NCSCHCSF2-120416608-134:1.0 - Datum: 7 januari 2025 - Public

OMGEVINGSEFFECTRAPPORTAGE OMGEVINGSVISIE SITTARDGELEEN

Tabel 2: Maatlatten die voor de Foto van de Leefomgeving en milieueffecten en doelbereik van de omgevingsvisie gebruikt zijn.

Huidige situatie en autonome ontwikkeling ontwerp omgevingsvisie

Milieueffecten en doelbereik ontwerp omgevingsvisie

Symbool

Symbool

Toelichting

++

De staat van de leefomgeving is overal goed. Er wordt overal voldaan aan normen / streefwaarden / ambities

+

De staat van de leefomgeving is overwegend goed. Er wordt grotendeels voldaan aan normen / streefwaarden / ambities

+/-

De staat van de leefomgeving is redelijk. Er wordt verspreid niet voldaan aan normen / streefwaarden / ambities

-

De staat van de leefomgeving is matig. Er wordt op meerdere locaties of punten niet voldaan aan normen / streefwaarden / ambities

--

De staat van de leefomgeving is slecht. Er wordt overwegend niet voldaan aan normen / streefwaarden / ambities

Toelichting

De staat van de leefomgeving verbetert naar verwachting ten opzichte van de autonome ontwikkeling.

De staat van de leefomgeving verandert naar verwachting niet significant ten opzichte van de autonome ontwikkeling

De staat van de leefomgeving verslechtert naar verwachting ten opzichte van de autonome ontwikkeling

Stap 2: beoordeling concept omgevingsvisie Voor de concept omgevingsvisie van 18 april 2024 is een beoordeling uitgevoerd, waarbij voor de belangrijkste keuzes aangeven is of het voorgenomen beleid mogelijke risico’s of kansen heeft voor één of meerdere beoordelingsaspecten in het beoordelingskader. De resultaten van deze beoordeling zijn samenvattend beschreven in hoofdstuk 4. De beoordeling is als volgt uitgevoerd: 1. Destilleren nieuwe maatregelen uit de concept omgevingsvisie voor een maatregellijst; 2. Opstellen botsproeventabel op basis van maatregellijst en beoordelingsaspecten; 3. Beoordeling per maatregel voor alle beoordelingsaspecten op basis van een verkeerslichtmodel, waarmee kansen en risico’s van maatregelen op beoordelingsaspecten inzichtelijk gemaakt zijn. Stap 3: Beoordeling ontwerp omgevingsvisie Naar aanleiding van de beoordeling op de concept omgevingsvisie, zijn beleidskeuzes in de omgevingsvisie verder aangescherpt en geconcretiseerd. Dit heeft geleid tot de ontwerp omgevingsvisie van 2 juni 2024. In hoofdstuk 5 zijn de beoordelingsaspecten uit het beoordelingskader onderverdeeld over de verschillende taakvelden van de Foto van de Leefomgeving.

Vervolgens zijn de milieueffecten ten opzichte van de referentiesituatie (huidige situatie en autonome ontwikkeling) beoordeeld en is aangegeven in hoeverre de beleidskeuzes bijdragen aan doelbereik van de ontwerp omgevingsvisie. In Tabel 3 is de beoordelingsschaal weergegeven. In hoofdstuk 6 is het doelbereik van de ontwerp omgevingsvisie per ambitie beschreven. Daarnaast zijn specifieke aanbevelingen opgenomen.

Werkwijze batenanalyse Specifiek voor dit OER zijn in de beoordeling van de ontwerp omgevingsvisie per taakveld baten van het voorgenomen beleid op hoofdlijnen kwalitatief beoordeeld. Vanwege het hoge abstractieniveau van de beleidskeuzes in de ontwerp omgevingsvisie is het niet mogelijk om de baten van de voorgenomen activiteit in euro’s uit te drukken. Per taakveld zijn in hoofdstuk 5 relevante batencategorieën ten aanzien van het voorgenomen beleid beschreven in tekstkaders. Deze batencategorieën zijn vetgedrukt. Daarbij zijn waarderingsmethoden van effecten beschreven en bronnen van kengetallen om de batenanalyse uit te voeren benoemd. Bij het uitwerken van de beleidskeuzes in concrete maatregelen is het mogelijk om op basis van deze waarderingsmethoden en kengetallen een batenanalyse uit te voeren.

27

Onze referentie: WE6NCSCHCSF2-120416608-134:1.0 - Datum: 7 januari 2025 - Public

OMGEVINGSEFFECTRAPPORTAGE OMGEVINGSVISIE SITTARDGELEEN

3.3

Beoordelingskader

De huidige kwaliteiten van de leefomgeving in de gemeente Sittard-Geleen en de effecten van het voorgenomen beleid in de ontwerp omgevingsvisie worden beoordeeld aan de hand van een beoordelingskader waarin aansluitend op de reikwijdte van de omgevingsvisie een groot aantal taakvelden in weergegeven zijn. Hiermee is het OER breder dan een gangbaar MER. Dit brede beoordelingskader is nodig om alle effecten van de omgevingsvisie in beeld te kunnen brengen. In de tweede kolom staan alle taakvelden die beoordeeld gaan worden en die een plek krijgen op het Rad van de Leefomgeving en in de Foto van de Leefomgeving. In de derde kolom staat beschreven welke beoordelingsaspecten van het betreffende taakveld beoordeeld gaan worden. In de laatste kolom zijn indicatoren beschreven waarop de beoordelingsaspecten beoordeeld zullen worden. Tabel 3: Beoordelingskader van het OER.

Veerkracht

Taakveld

Beoordelingsaspect

Indicator

Sociaal

Samenleven

Sport en beweging

Beweegvriendelijke leefomgeving Aantal verenigingen per cluster Aandeel inwoners dat de buurt aantrekkelijk vindt om in te bewegen

Cultuur

Cultureel aanbod

Diversiteit en onderscheidenheid van cultureel aanbod

Erfgoed

Archeologie

Behoud en bescherming van archeologische vindplaatsen en plekken met hoge archeologische verwachtingswaarde

Cultureel erfgoed

Bescherming van cultuur en erfgoed

Ruimtelijke kwaliteit

Ruimtelijke kwaliteit

Behoud en versterking van de ruimtelijke kwaliteit

Wonen

Woningaanbod

Aansluiten van sociale voorraad op behoefte Aansluiten van betaalbare nieuwbouw op behoefte (huur tot 1.000,-) per maand en koop tot 390.000, -). Aansluiten voorraad op behoefte (overig)

Mobiliteit

Leegstand

Percentage leegstand woningvoorraad

Duurzame woningvoorraad

Gemiddeld energielabel

Modal split

Modal split

Autobereikbaarheid

Aantal knooppunten en wegvakken met I/C verhouding boven 0,7

Openbaar vervoer

Aantal inwoners die regelmatig het OV gebruiken Aantal reizigers station Sittard Afstand tot OV

Fietsen en wandelen

Kwaliteit fietsstad Beleving fietsvoorzieningen

Verkeersveiligheid

Aantal verkeersongevallen per 100.000 inwoners

Duurzame mobiliteit

Elektrische/duurzame personenauto's per 1.000 inwoners Aantal openbare laadpalen / (Semi)publieke laadpunten per 1.000 inwoners

28

Onze referentie: WE6NCSCHCSF2-120416608-134:1.0 - Datum: 7 januari 2025 - Public

OMGEVINGSEFFECTRAPPORTAGE OMGEVINGSVISIE SITTARDGELEEN

Veerkracht

Taakveld

Beoordelingsaspect

Indicator

Deelmobiliteit

Deelauto's per 100.000 inwoners Aandeel deelmobiliteit naar vervoerstype

Maatschappelijke Onderwijsvoorzieningen Aantal PO en VO scholen voorzieningen Afstand van middelbare opleidingen en hogere opleidingen tot OV-knooppunt Zorgvoorzieningen

Aantal zorgvoorzieningen Afstand tot zorgvoorzieningen

Externe veiligheid Plaatsgebonden risico en aandachtsgebieden

Milieu en ondergrond

Woonlocaties binnen 10-6 PR-contour en aandachtsgebieden

Veiligheidsbeleving Chemelot

% omwonenden Chemelot dat aangeeft zich onveilig te voelen

Geluid

Aandeel inwoners dat ernstige geluidshinder ervaart Woonlocaties met een cumulatieve geluidsbelasting op de gevel boven de wettelijk norm Woonlocaties met een cumulatieve geluidsbelasting op de gevel boven de WHO-advieswaarde

Lucht

Woonlocaties met concentraties van NO2, PM2.5 en PM10 boven wettelijke norm Woonlocaties met concentraties van NO2, PM2.5 en PM10 boven WHO-advieswaarde

Ruimtelijke ordening

Knelpunten tussen verschillende gebruiksfuncties in ondergrond

Bodemkwaliteit

Bodemkwaliteit

Sociale veiligheid Veiligheidsbeleving

Aandeel inwoners dat zich wel eens onveilig voelt Aandeel inwoners dat bezorgt over het gezondheidsrisico in de woonomgeving Onveiligheidsgevoel in eigen buurt

Leefbaarheid

Oordeel over Leefbaarheid woonbuurt Aandeel inwoners dat overlast ervaart van fysieke verloedering Aandeel inwoners dat vindt dat de buurt voldoende ontmoetingsplekken heeft

Ecologisch

Klimaatadaptatie & water

Sociale veiligheid / criminaliteit

Ondermijningsrisico

Gevoelstemperatuur

Aantal woningen en bedrijfslocaties op industrieterreinen waar gevoelstemperatuur op warme dagen boven 41ºC ligt.

Aantal misdrijven per 1.000 inwoners per jaar op buurtniveau

Afstand van een huis tot een koele plek binnen een loopafstand van 300 m Stedelijk hitte-eiland effect Overstromingsrisico 29

Onze referentie: WE6NCSCHCSF2-120416608-134:1.0 - Datum: 7 januari 2025 - Public

OMGEVINGSEFFECTRAPPORTAGE OMGEVINGSVISIE SITTARDGELEEN

Veerkracht

Taakveld

Beoordelingsaspect

Indicator

Hoogwaterveiligheid en Omvang van gebied met >10 cm waterdiepte na T100 wateroverlast piekbui Waterkwaliteit

Aandeel meetpunten dat voldoet aan de KRW doeleinden Grondwaterkwaliteit

Droogte

Droogte stedelijk gebied Droogte buitengebied

Energie

Duurzame elektriciteit

Aandeel duurzame elektriciteit t.o.v. totaal verbruikte elektriciteit in gemeente excl. Chemelot Netcongestie

Duurzame warmte

Aandeel duurzame warmte in gebouwde omgeving (exclusief Chemelot) Aandeel gebouwen dat gasloos verwarmd wordt

Duurzame bedrijvigheid Aandeel bedrijven dat energieneutraal produceert Natuur & landschap

Landschap

Verscheidenheid en instandhouding van karakteristieke landschappen Kwaliteit natuurgebieden

Biodiversiteit buitengebied

Soortenrijkdom in natuurgebieden in vergelijking met andere Nederlandse natuurgebieden Soortenrijkdom in agrarische gebieden in vergelijking met andere Nederlandse agrarische gebieden

Stedelijk groen

Stedelijke biodiversiteit

Soortenrijkdom in stedelijk gebied in vergelijking met andere Nederlandse steden

Groen

Oppervlakte openbaar groen per meter per woning op wijkniveau Aandeel inwoners dat tevreden is met groen in de buurt

Economisch

Detailhandel & horeca

Leegstand

Percentage winkelleegstand in stadscentra

Vrijetijdseconomie

Bezoekers

Bezoekersaantallen en omzet

Circulariteit

Grondstoffen

Kilo's restafval per persoon per jaar Aandeel duurzame verwerking afval (levensduurverlenging en hoogwaardige verwerking)

30

Circulair bouwen en slopen

Aandeel circulaire nieuwbouw en circulair slopen

Duurzame voedselproductie

Aandeel regionale voedsel- en productieketens Aandeel natuurinclusieve landbouwgronden

Logistiek

Logistieke infrastructuur Kwaliteit logistieke infrastructuur

Industrie

Werkgelegenheid industrie

Werkgelegenheid Chemelot Industrial Park (via dsmfirmenich)

Onze referentie: WE6NCSCHCSF2-120416608-134:1.0 - Datum: 7 januari 2025 - Public

OMGEVINGSEFFECTRAPPORTAGE OMGEVINGSVISIE SITTARDGELEEN

Veerkracht

Taakveld

Beoordelingsaspect

Indicator Werkgelegenheid Brightlands Chemelot Campus (via BCC) Werkgelegenheid VDL Nedcar (direct en flex) Werkgelegenheid Mobility Innovation Center

Ruimte voor industrie

Uitgiftegegevens in ha en in aantal bedrijven van Industrial park Uitgiftegegevens in ha en in aantal bedrijven van BCC Uitgiftegegevens in ha en in aantal bedrijven op VDL Nedcar-locatie

Lokale bedrijvigheid

Werkgelegenheid lokale Aantal arbeidsplaatsen per 1.000 inwoners in relatie tot bedrijvigheid landelijk gemiddelde Arbeidsparticipatie in relatie tot landelijk gemiddelde Ruimte voor lokale bedrijvigheid

31

Aantal en oppervlakte bedrijventerreinen en kantoorlocaties

Onze referentie: WE6NCSCHCSF2-120416608-134:1.0 - Datum: 7 januari 2025 - Public

OMGEVINGSEFFECTRAPPORTAGE OMGEVINGSVISIE SITTARDGELEEN

4

Beoordeling concept omgevingsvisie

In dit hoofdstuk is de beoordeling van de concept omgevingsvisie beschreven. Het hoofdstuk begint met een korte inleiding. Na de inleiding worden de algemene conclusies en aanbevelingen van de beoordeling opgesomd. In de laatste paragraaf staat beschreven welke doorwerking deze beoordeling heeft gehad in de ontwerp omgevingsvisie.

4.1

Inleiding

In april en mei 2024 is een concept omgevingsvisie van 18 april 2024 beoordeeld. Dit proces is eerder in dit OER beschreven in paragraaf 3.1.3. De methodiek is beschreven in paragraaf 3.2. In dit hoofdstuk zijn algemene conclusies en aanbevelingen van deze beoordeling van de concept omgevingsvisie en de doorwerking van deze beoordeling in de ontwerp omgevingsvisie opgenomen. De beoordeling op de concept omgevingsvisie is niet de beoordeling van de ontwerp omgevingsvisie en wijkt methodisch af. Deze beoordeling van de ontwerp omgevingsvisie leest u in hoofdstuk 5.

4.2

Algemene conclusies en aanbevelingen

In de beoordeling van de concept omgevingsvisie wordt in het algemeen opgemerkt dat het voorgenomen beleid veelal gericht is op verfraaiing van de leefomgeving. Uit de concept omgevingsvisie blijken er weinig voorgenomen functiewijzigingen te zijn. Het merendeel van de maatregelen uit de concept omgevingsvisie leidt daarom niet tot een aanzienlijk risico voor de leefomgeving. Wel zijn in deze beoordeling een aantal risico’s gesignaleerd die aandacht behoeven. Deze risico’s worden in deze paragraaf verder beschreven. Dit geldt met name voor maatregelen met een ruimtelijke doorwerking. In het bijzonder brengt de uitbreiding van de Brightlands Chemelot Campus op De Lexhy, ten noorden van de Urmonderbaan, een aantal risico’s met zich mee. Deze uitbreiding vindt plaats in een gebied aangewezen als Natuurnetwerk Limburg (beschermd in de Omgevingsverordening van de provincie Limburg) en het betreft een gebied met een hoge en zeer hoge archeologische verwachtingen. Een andere maatregel in de concept omgevingsvisie die aandacht behoeft is de bouw van nieuwe woningen in het centrum van Sittard en Geleen middels inbreiding. Het aandachtspunt bij deze ambitie is het effect van een groeiende aantal inwoners binnen hetzelfde oppervlak.

Hierdoor groeit de behoefte aan openbaar groen, voorzieningen (onderwijs, zorg), infrastructurele voorzieningen, sport en bewegen, cultureel aanbod en recreatieve voorzieningen. Ook kan dit congestie van het wegennet veroorzaken, ontstaat er meer geluidhinder, en gaan nieuwe woningen ten koste van huidige gebruiksfuncties, zoals openbaar groen, waardoor de gezonde leefomgeving en klimaatadaptatie in het geding kunnen komen. Bij een goede inpassing kan woningbouw een impuls geven aan de leefomgeving, door de ruimtelijke kwaliteit en leefbaarheid van de stad te verbeteren. Detailniveau van maatregelen en doorwerking naar het OER Een deel van de maatregelen in de concept omgevingsvisie zijn van een laag detailniveau en dus nog niet concreet uitgewerkt. Veel van de maatregelen zijn nog niet concreet en/of specifiek genoeg wat betreft ruimtelijke invulling. Deze beoordeling geeft een vooruitblik op mogelijke (type) gevolgen, op basis van interpretatie of aannames. De daadwerkelijke effecten op het milieu echter zijn afhankelijk van de concrete invulling van de maatregel en of deze een werkelijke verandering in de functie van de openbare ruimte met zich meebrengt.

Pas als een maatregel een locatie heeft, kan worden getoetst op raakvlakken met onder andere openbaar groen, natuurgebieden, archeologische waarden, cultureel erfgoed, landschap, voorzieningen en risico’s op externe veiligheid. Dit is een groot aandachtspunt voor het meewegen van milieu in de besluitvorming van de ontwerp omgevingsvisie. Het advies voor de ontwerp omgevingsvisie is om de maatregelen zo specifiek en meetbaar mogelijk te maken en, indien mogelijk, te specificeren naar locatie. Het is daarbij aan te bevelen om bij de verdere uitwerking van de maatregelen telkens in te schatten of deze aanvullende risico’s met zich meebrengt.

32

Onze referentie: WE6NCSCHCSF2-120416608-134:1.0 - Datum: 7 januari 2025 - Public

OMGEVINGSEFFECTRAPPORTAGE OMGEVINGSVISIE SITTARDGELEEN

Bouwstenen uit de Foto van de Leefomgeving In de Foto van de Leefomgeving17 zijn de huidige situatie en autonome ontwikkelingen beschreven voor de gemeente Sittard-Geleen. Het resultaat van de Foto van de Leefomgeving is een beoordeling voor alle beleidsvelden in de gemeente voor zowel de situatie anno 2023 als die in 2040 als er geen omgevingsvisie opgesteld zou worden. Door huidige knelpunten in beeld te brengen en de toekomst in te kijken zijn de belangrijkste vraagstukken en opgaven voor de gemeente gedestilleerd. Dit worden bouwstenen genoemd. Omdat dit belangrijke vraagstukken en opgaven zijn, zouden deze een plaats moeten krijgen in de omgevingsvisie. Het algemene advies is daarom om de bouwstenen in de Foto van de Leefomgeving te beschouwen en te beoordelen in hoeverre deze voldoende meegenomen zijn in het nieuwe beleid. Daarnaast draagt deze beschouwing mogelijk bij aan het specificeren van maatregelen. Onderscheid autonome ontwikkeling en nieuw beleid uit de omgevingsvisie Tijdens het beoordelingsproces is geconstateerd dat in de concept omgevingsvisie zowel maatregelen uit lopende beleidstrajecten als nieuw beleid in de omgevingsvisie verwerkt is. Op basis van de teksten in de concept omgevingsvisie is niet altijd helder wat huidig beleid (autonome ontwikkelingen) zijn en wat nieuw beleid in de omgevingsvisie is.

Het is voor de lezer van de omgevingsvisie goed om kennis te nemen van lopende beleidstrajecten, die mede bij zullen dragen aan doelbereik. In de concept omgevingsvisie is het voor minder ingevoerde lezers echter niet duidelijk welk nieuw beleid voorgenomen is in de omgevingsvisie. Het advies is daarom om duidelijk aan te geven wat huidig (en autonoom) beleid is en wat nieuw beleid in de omgevingsvisie is. Door het expliciteren hiervan kan tevens in het OER scherper worden beoordeeld wat de effecten en het doelbereik zijn van de ontwerp omgevingsvisie. Handelingskader van de gemeente in grote (autonome) ontwikkelingen In de gemeente Sittard-Geleen spelen een aantal grote (autonome) ontwikkelingen, waar de gemeente formeel gezien niet of slechts deels voor aan de lat staat. Deze ontwikkelingen hebben echter wel impact op de gemeente. Dit zijn bijvoorbeeld de uitbreiding van de Brightlands Chemelot Campus op De Lexhy, de omslag van Chemelot van een lineaire, fossiele economie naar een circulaire, duurzame economie, het uitbreiden en transformeren van havens voor goederenvervoer via de binnenvaart, het zorgen voor voldoende en geschikte pijpleidingen voor stoffen- en energietransport en het verzwaren van het elektriciteitsstation Graetheide van 150 kV naar 380 kV.

Geef bij deze ontwikkelingen expliciet aan wie initiatiefnemer van de ontwikkeling is, wat de rol van de gemeente is (bijv. aanjager, facilitator, toetser, sturing geven, ondersteunen, samenwerken, verantwoordelijk voor deelaspect, etc.) en wat de gemeente zelf doet in het kader van deze ontwikkelingen 18. Beschouwing op doelbereik Voor de maatregelen in de kruistabel botsingen maatregelen en beleidsvelden is aangegeven bij welke ambitie deze maatregelen horen. Gemiddeld zijn er circa acht maatregelen per ambitie. Kwantitatief zien we de meeste maatregelen voor de ambitie ‘goed wonen voor iedereen’. Voor de ambitie ‘duurzame logistiek’ is slechts één maatregel geformuleerd. Voor de ambitie ‘meer aansluiten bij de logica van bodem en water’ slechts vier. Deze maatregelen richten zich op het buitengebied van de gemeente en zijn van een laag detailniveau of zijn voornemens om met de samenleving deze ambitie nader uit te werken. Omdat de ambities breed van aard zijn, is het aan te bevelen om meer en gespecifieerde maatregelen op te nemen in de omgevingsvisie, zie ook de paragraaf ‘Detailniveau van maatregelen en doorwerking naar het OER’ hierboven. Op basis van de aantallen kansen en risico’s is een inschatting gemaakt in hoeverre de maatregelen passend zijn bij de ambities. Dit geeft een indicatie voor doelbereik.

In de beoordeling van de ontwerp omgevingsvisie zal nader ingegaan worden op doelbereik. •

Wat betreft ambitie 1 ‘we maken ruimte voor ontmoeten’ zien we veel kansen voor sport en beweging, ruimtelijke kwaliteit, leefbaarheid, veiligheidsbeleving, en bezoekers. De maatregelen lijken hiermee passend bij de ambitie. De ruimtevraag die hierbij komt, leidt mogelijk wel tot risico’s voor doelbereik van andere doelen, met name de doelen ‘gezond bewegen voor iedereen’, ‘goed wonen voor iedereen’, ‘meer groen in de wijken en dorpen’ en ‘meer aansluiten bij de logica van bodem en water’. Indien een betere link gelegd te worden tussen het

17 Gemeente Sittard-Geleen (2023), Foto van de Leefomgeving 18 Zie als voorbeeld de uitvoeringsparagraaf van de omgevingsvisie Noordoostpolder

33

Onze referentie: WE6NCSCHCSF2-120416608-134:1.0 - Datum: 7 januari 2025 - Public

OMGEVINGSEFFECTRAPPORTAGE OMGEVINGSVISIE SITTARDGELEEN

•

• •

•

•

•

•

•

34

beweegvriendelijk maken van de omgeving/ het stimuleren van fietsen en wandelen en ruimte maken voor een groenblauwe omgeving, wordt dit risico gemitigeerd. In de aanscherping en/of uitwerking van deze maatregelen dient daarom aandacht te zijn voor het multifunctioneel inrichten van de openbare ruimte, waardoor maatregelen niet of minder strijdig zijn. Wat betreft ambitie 2 ‘gezond bewegen voor iedereen’ zien we veel kansen voor fietsen en wandelen, verkeersveiligheid, en luchtkwaliteit en geluid. Er zijn risico’s voor autobereikbaarheid, gevoelstemperatuur, stedelijk groen en stedelijke biodiversiteit. De ruimtevraag die hierbij komt, leidt mogelijk wel tot risico’s voor doelbereik van andere doelen, zie ook het risico’s bij ambitie 1. Het multifunctioneel inrichten van de openbare ruimte kan een oplossing zijn. Wat betreft ambitie 3 ‘trots op cultuur, erfgoed en beeldkwaliteit’ zien we vooral veel kansen voor ruimtelijke kwaliteit en cultureel erfgoed. De maatregelen zijn in mindere mate gericht op cultureel aanbod. Mogelijk dienen hiervoor aanvullende maatregelen geformuleerd te worden. Wat betreft ambitie 4 ‘goed wonen voor iedereen’ zien we veel maatregelen gericht op meer woningaanbod en op duurzame woningvoorraad en duurzame warmte. De maatregelen lijken daarom passend.

De ruimtevraag van nieuwe woningen is wel een risico voor het doelbereik van andere doelen, zie ook ambitie 1 en 2. Een ander aandachtspunt bij deze ambitie, is het effect van een groeiende bevolking binnen hetzelfde oppervlak. Hierdoor groeit de behoefte aan openbaar groen, voorzieningen (onderwijs, zorg), infrastructurele voorzieningen, sport en bewegen, cultureel aanbod en recreatieve voorzieningen. Meer auto’s maken gebruik van het wegennet, wat congestie kan veroorzaken (verminderde bereikbaarheid) en overlast door geluid kan veroorzaken. Goede toegang tot openbaar vervoer wordt hierdoor belangrijker. Meer inwoners betekent tevens meer mensen die last ondervinden van geluid (of mensen die zelf geluidsoverlast veroorzaken) en luchtverontreiniging. Nieuwe woningen gaan ten koste van huidige gebruiksfuncties, waaronder openbaar groen. Dit betekent een achteruitgang van de gezonde leefomgeving en kan hittestress, wateroverlast en droogte verergeren. Hierdoor wordt meer druk gelegd op de huidige biodiversiteit in de stad. Ook is aandacht voor een goede ruimtelijke ordening in de ondergrond belangrijk bij de bouw van nieuwe woningen- en infrastructurele voorzieningen. Bij een goede inpassing kan woningbouw juist een impuls geven aan de leefomgeving, door de ruimtelijke kwaliteit en leefbaarheid van de stad te verbeteren.

Wat betreft ambitie 5 ‘een sterke, gewortelde circulaire bedrijvigheid’ zien we kansen voor duurzame bedrijvigheid, grondstoffen (als beoordelingsaspect voor circulaire economie), en ruimtelijke kwaliteit. Daarmee lijken maatregelen passend bij dit doel. Wel zijn er diverse risico’s geconstateerd die mogelijke nadere aandacht behoeven. Dit zijn de uitbreiding van de Brightlands Chemelot Campus op De Lexhy, die ten koste gaat van ruimtelijke kwaliteit landschap en natuurgebieden, en het inblazen van nieuwe energie in het centrum van Geleen, door de verkeersaantrekkende werking van logistieke vervoersbeweging. Dit veroorzaakt mogelijk een verslechtering van verkeersveiligheid, toename geluidhinder en luchtverontreiniging en legt daarmee druk op de leefbaarheid van inwoners. Wat betreft ambitie 6 ‘duurzame logistiek’, de maatregel die de gemeente neemt om deze ambitie te behalen is het verbeteren van de pakketlogistiek in woonwijken. In de omgevingsvisie worden ook andere ontwikkelingen beschreven, deze zijn autonoom en liggen niet binnen het handelingskader van de gemeente. Voor bijna de hele ambitie is de gemeente verder afhankelijk van externe partijen, zoals Chemelot, TenneT en het Rijk. Dit kan een risico zijn, omdat de gemeente hierdoor beperkt invloed heeft op het behalen van deze ambitie.

Belangrijk is om in de ontwerp omgevingsvisie aan te geven wat het handelingskader van de gemeente binnen deze ontwikkelingen is en welke bevoegdheden of stappen de gemeente wel kan zetten, zie ook de paragraaf ‘Handelingskader van de gemeente in grote (autonome) ontwikkelingen’ hierboven. Wat betreft ambitie 7 ‘slimmer, gezonder en schoner’, voor deze ambitie geldt dat het handelingskader om een slimmer, gezonder en schoner Sittard – Geleen te bewerkstelligen, niet alleen bij de gemeente ligt. Desondanks benoemd de gemeente een aantal maatregelen die wel binnen hun handelingskader liggen en zij willen treffen om bijvoorbeeld de externe veiligheid te verbeteren. Deze maatregelen lijken daarmee bij te dragen aan het doel. Wat betreft ambitie 8 ‘meer groen in de wijken en dorpen’ worden verschillende maatregelen genomen. Met name de dorpsmantels dragen in grote mate bij aan meer groen in dorpen. De verwachting is dat de ambitie in de dorpen wordt gehaald. Voor de stedelijke omgeving wordt ingezet op de Agenda Groen en een structuurkaart. Dit is een risico, omdat de maatregelen in deze Agenda niet concreet worden gemaakt en daarom niet kunnen worden beschouwd in relatie tot de andere maatregelen in de omgevingsvisie.

Een tweede risico voor het behalen van deze ambitie is de maatregelen in de omgevingsvisie met een ruimtevraag, die mogelijk ten koste van groen in wijken en dorpen gaat. Wat betreft ambitie 9 ‘meer aansluiten bij de logica van bodem en water’ volgt de gedachte uit de kamerbrief ‘water en bodem sturend’. Verschillende maatregelen, zoals het niet bouwen in uiterwaarden en het multifunctioneel inzetten van de ruimte, dragen in sterke mate bij aan het behalen van deze ambitie. Een belangrijk onderdeel van

Onze referentie: WE6NCSCHCSF2-120416608-134:1.0 - Datum: 7 januari 2025 - Public

OMGEVINGSEFFECTRAPPORTAGE OMGEVINGSVISIE SITTARDGELEEN

•

de logica ‘water en bodem sturend’ is het omgaan met wateroverlast in stedelijk gebied19. De stedelijke omgeving in de gemeente is gevoelig voor wateroverlast. Maatregelen die wateroverlast voorkomen worden op dit moment niet expliciet in de concept omgevingsvisie genoemd. Dit is een risico voor het behalen van deze ambitie. Wat betreft ambitie 10 ‘heuvelland en Maasvallei verbonden’ wordt een aantal maatregelen genomen om dit gebied te versterken. En groot aantal autonome ontwikkelingen draagt hier tevens aan bij. Een aandachtspunt voor deze ambitie is de botsing tussen natuur en recreatie, die niet altijd hand in hand gaan, en het expliciet benoemen van de rol die de gemeente in deze ontwikkelingen speelt.

4.3

Doorwerking in ontwerp omgevingsvisie

Op basis van de conclusies en aanbevelingen uit de beoordeling van de concept omgevingsvisie heeft de gemeente Sittard-Geleen haar ontwerp omgevingsvisie aangepast. In het algemeen hebben de conclusies en aanbevelingen geleid tot een beter onderscheid tussen de ambities, bijbehorende acties en welke rol de gemeente in deze acties pakt. Met name het duidelijker neerzetten van de rol van de gemeente en de rol van belanghebbenden is een grote meerwaarde geweest. De conclusies hebben ten aanzien van de volgende ambities specifieke doorwerking in de ontwerp omgevingsvisie of andere beleidstrajecten van de gemeente gevonden: • • • • • •

Ambitie 3: in de ontwerp omgevingsvisie zijn achtergrondkaarten over erfgoed, archeologie en beeldkwaliteit opgenomen. Ambitie 4: de aanbevelingen worden verder uitgewerkt in de relevante programma’s die genoemd worden in de ontwerp omgevingsvisie en in de uitwerking van de ontwikkeling van het stationsgebied en de transformatiegebieden rondom de centra. Ambitie 5: in de ontwerp omgevingsvisie zijn de relatie met en kansen voor ontwikkelingen in Geleen centrum vanuit de Campus benadrukt. Ambitie 6: aandachtspunten voor parkeren worden meegenomen in nieuw parkeerbeleid. Ambitie 8: aanbevelingen met betrekking tot vergroening worden in de verdere uitwerking van de Agenda Groen opgenomen. Ambitie 9: in de ontwerp omgevingsvisie is het onderdeel klimaatadaptatie is uitvoeriger opgenomen, onder andere door het opnemen van risicogebieden op kaart, specifieke aandachtsgebieden en -projecten en ambities.

19 Zie structurerende keuzes ‘Bodem’, nr. 17 van de Kamerbrief ‘Water en Bodem Sturend’.

35

Onze referentie: WE6NCSCHCSF2-120416608-134:1.0 - Datum: 7 januari 2025 - Public

OMGEVINGSEFFECTRAPPORTAGE OMGEVINGSVISIE SITTARDGELEEN

5

Beoordeling ontwerp omgevingsvisie

In hoofdstuk 5 staat de effectbeoordeling van de ontwerp omgevingsvisie. Het hoofdstuk begint met een korte inleiding. Na de inleiding is per thema de effectbeoordeling terug te vinden. Tussendoor worden in de vorm van intermezzo’s verdiepingen gegeven op de thema’s.

5.1

Inleiding

In hoofdstuk 3 is de aanpak van de beoordeling van het voorgenomen beleid in de ontwerp omgevingsvisie van 2 juli 202420 beschreven. Om te komen tot deze beoordeling is eerst de referentiesituatie beoordeeld in de vorm van een beoordeling van de huidige situatie en autonome ontwikkeling voor ieder beoordelingsaspect. Dit is gedaan op basis van informatie uit de Foto van de Leefomgeving21. Deze beoordelingen zijn in een tabel per beoordelingsaspect opgenomen in paragraaf 5.2 t/m paragraaf 5.25. Voor deze beoordeling zijn beleidskeuzes uit de ontwerp omgevingsvisie gedestilleerd (Bijlage A). Vervolgens is beoordeeld in hoeverre beleidskeuzes bijdragen aan het bereiken van de ambities en in hoeverre de beleidskeuzes een effect hebben op de staat van de leefomgeving (milieu). Het voorgenomen beleid wordt afgezet tegen de autonome ontwikkeling (de situatie in 2040 zonder de ontwerp omgevingsvisie). Op deze manier wordt gekeken voor welke beleidsvelden ambities haalbaar zijn, en voor welke beleidsvelden er aanvullende inspanningen nodig zullen zijn. Het resultaat hiervan is weergegeven in het Rad van de Leefomgeving. Deze worden hieronder getoond, zie Figuur 10, Figuur 11 en Figuur 12Figuur 12. In de deelparagrafen daaronder wordt per beleidsveld ingegaan op de scores van de huidige situatie, autonome ontwikkeling en de beoordeling van de ontwerp omgevingsvisie.

Inleiding batenanalyse: In dit hoofdstuk is onderaan de paragrafen 5.X, per taakveld voor alle beoordelingsaspecten onder dat taakveld, in een tekstkader een kwalitatieve beoordeling van baten uitgevoerd. De werkwijze voor deze batenanalyse is beschreven in paragraaf 3.2. Relevante batencategorieën ten aanzien van het voorgenomen beleid zijn vetgedrukt. Daarnaast zijn waarderingsmethoden van effecten beschreven en bronnen van kengetallen om de batenanalyse uit te voeren benoemd.

Intermezzo’s: Als onderdeel van de beoordeling, is voor een aantal taakvelden is een verdieping uitgevoerd. Dit worden ‘intermezzo’ genoemd. Het gaat om de volgende intermezzo’s: • • • •

Voorkomen van trillinghinder van spoorwegen bij nieuwbouw (paragraaf 5.7). Veiligheid en gezondheid (paragraaf 5.11). Duurzame energie (paragraaf 5.16). Risicobeoordeling natuurgebieden (paragraaf 5.18).

20

De definitieve ontwerp omgevingsvisie later is vastgesteld door het college, maar in de definitieve versie is er inhoudelijk niets veranderd is ten opzichte van de versie van 2 juli. 21 Gemeente Sittard-Geleen (2023), Foto van de Leefomgeving

36

Onze referentie: WE6NCSCHCSF2-120416608-134:1.0 - Datum: 7 januari 2025 - Public

OMGEVINGSEFFECTRAPPORTAGE OMGEVINGSVISIE SITTARDGELEEN

Figuur 10: Het Rad van de Leefomgeving voor de huidige situatie. De vijf schijven op het rad geven de scores aan; hoe verder naar buiten een indicator geprojecteerd is, hoe hoger de score en hoe gunstiger de situatie. Het grijs gekleurde beoordelingsaspect is niet beoordeeld, omdat geen informatie voorhanden is.

37

Onze referentie: WE6NCSCHCSF2-120416608-134:1.0 - Datum: 7 januari 2025 - Public

OMGEVINGSEFFECTRAPPORTAGE OMGEVINGSVISIE SITTARDGELEEN

Figuur 11: Het Rad van de Leefomgeving voor de autonome ontwikkeling. De vijf schijven op het rad geven de scores aan; hoe verder naar buiten een indicator geprojecteerd is, hoe hoger de score en hoe gunstiger de situatie. De pijlen geven verbeteringen en verslechteringen ten opzichte van de huidige situatie aan (zwarte stippellijn). Het grijs gekleurde beoordelingsaspect is niet beoordeeld, omdat geen informatie voorhanden is.

38

Onze referentie: WE6NCSCHCSF2-120416608-134:1.0 - Datum: 7 januari 2025 - Public

OMGEVINGSEFFECTRAPPORTAGE OMGEVINGSVISIE SITTARDGELEEN

Figuur 12: Het Rad van de Leefomgeving voor het beleid in de ontwerp omgevingsvisie. De vijf schijven op het rad geven de scores aan; hoe verder naar buiten een indicator geprojecteerd is, hoe hoger de score en hoe gunstiger de situatie. De pijlen geven de verbeteringen en verslechteringen ten opzichte van de referentiesituatie aan (huidige situatie + autonome ontwikkeling). Het grijs gekleurde beoordelingsaspect is niet beoordeeld, omdat geen informatie voorhanden is.

39

Onze referentie: WE6NCSCHCSF2-120416608-134:1.0 - Datum: 7 januari 2025 - Public

OMGEVINGSEFFECTRAPPORTAGE OMGEVINGSVISIE SITTARDGELEEN

5.2

Samenleven

5.2.1

Sport en beweging

Tabel 4: Beoordelingstabel Sport en beweging.

Beoordeling Huidige situatie

Autonome ontwikkeling

Doelbereik

Onderbouwing

+/-

Sittard-Geleen scoort beter dan landelijk gemiddeld qua beweegvriendelijke leefomgeving en speelplekken. Voor de nabijheid van voorzieningen scoort de gemeente gemiddeld. Recreatie in groen en blauw scoort minder goed. De sociaaleconomisch zwakkere wijken zijn een aandachtspunt wat betreft beweeggedrag en gezondheid.

+/-

Het aantal sportvoorzieningen en de beweegvriendelijkheid blijft waarschijnlijk gelijk. Mogelijk komen verenigingen meer onder druk te staan door vergrijzing. De beleidskeuzes in de ontwerp omgevingsvisie verbeteren de beweegvriendelijkheid in Sittard-Geleen. Met name door de verbetering van fiets- en wandelinfrastructuur. Ook specifiek in de groenblauwe ruimte. Het voorgenomen beleid richt zich echter niet expliciet op de nu zwakkere wijken. De gemeente zet het bestaande beleid voor sportverenigingen, het Sportakkoord II, voort.

De beweegcijfers in Zuid-Limburg stagneren. Ongeveer 44% van de Zuid-Limburgers zegt te voldoen aan de beweegrichtlijnen. Er zijn geen cijfers specifiek voor de gemeente Sittard-Geleen bekend. De wijken met een lagere sociaaleconomische status scoren minder goed op beweeggedrag en in gezondheidscijfers. De beweegvriendelijke leefomgeving in Sittard-Geleen scoort beter dan het landelijk gemiddelde. De wijken ten zuiden en zuidoosten scoren beter dan het landelijk gemiddelde, maar de wijken ten noorden en noordwesten scoren slechter. Voor de speelplekken scoort de gemeente erg hoog vergeleken met het landelijk gemiddelde, maar voor recreatie in groen en blauw lager dan gemiddeld. De gemeente scoort gemiddeld wat betreft de nabijheid van voorzieningen22. De Sportzone en amateursportverenigingen voorzien in sportieve recreatie. Het aantal verenigingen per cluster is niet bekend. Er zijn geen plannen bekend om de omgeving beweegvriendelijker te maken of sportverenigingen op te richten. De gemeente heeft een sportakkoord (I en II) met ambities en acties ten behoeve van het bevorderen van een gezonde en actieve levensstijl van de inwoners van Sittard-Geleen23. Er is een subsidieregeling voor de uitvoering van het sportakkoord. Vanwege demografische veranderingen, vergrijzing, staat de toekomstbestendigheid van sportverenigingen mogelijk onder druk.

Over de toekomstbestendigheid van specifieke sportverenigingen is geen concrete informatie beschikbaar. Ontwerp omgevingsvisie: beleidskeuzes onder ambitie 2 ‘gezond bewegen’ in de ontwerp omgevingsvisie verbeteren naar verwachting de staat van de leefomgeving ten aanzien van sport en beweging in Sittard-Geleen ten opzichte van de autonome ontwikkeling. Met betrekking tot een beweegvriendelijke leefomgeving wil de gemeente de openbare ruimte beweegvriendelijk inrichten en inzetten op het creëren van fiets- en wandelverbindingen. Daarnaast dragen beleidskeuzes die de groene ruimte van de gemeente uitbreiden bij aan een meer beweegvriendelijke openbare ruimte. Wat betreft sportvoorzieningen wordt het beleid in het Sportakkoord II bevestigd in de ontwerp omgevingsvisie. Er worden geen nieuwe beleidskeuzes gemaakt aanvullend op dit akkoord ten aanzien van sportvoorzieningen.

22 23

Op de kaart: Beweegvriendelijke omgeving | Sport en bewegen in cijfers Sportakkoord Sittard-Geleen - Gemeente Sittard-Geleen

40

Onze referentie: WE6NCSCHCSF2-120416608-134:1.0 - Datum: 7 januari 2025 - Public

OMGEVINGSEFFECTRAPPORTAGE OMGEVINGSVISIE SITTARDGELEEN

Batenanalyse samenleven De gemeente is voornemens verschillende fiets- en wandelverbindingen aan te leggen, waaronder de oostwestverbinding via de Roode beek en het Limbrichterbos naar het Rivierpark Maasvallei en vanaf de Stadsregio Parkstad via het Geleenbeekdal naar het Graetheideplateau. Ook wil de gemeente de openbare ruimte vergroenen. Hiermee draagt de ontwerp omgevingsvisie bij aan het verbeteren van de beweegvriendelijke ruimte en recreatie in de fysieke leefomgeving. Het verbeteren van sport en bewegen heeft meerdere maatschappelijke baten en daarmee raakvlakken met andere taakvelden. Baten van deze beleidskeuzes zijn verbetering van gezondheid, door vermeden zorgkosten en het voorkomen van arbeidsverlies, stijging van vastgoedwaarde, door het verbeteren van de leefomgeving, en het verbeteren van sociale veiligheid, door toename van ontmoetingsplekken. Het vergroenen heeft ook een negatieve baat ten aanzien van sociale veiligheid: het onveiligheidsgevoel kan toenemen bij te veel en te dichte begroeiing. Dit is echter sterk afhankelijk van het soort groen. Bomenlanen en wadi’s zijn bijvoorbeeld groen en overzichtelijk. Bronnen van kengetallen om een batenanalyse voor deze batencategorieën uit te voeren zijn: TEEB Stadtool (2013)24, Veiligheid in MKBA (2012)25

5.3

Cultuur

5.3.1

Cultureel aanbod

Tabel 5: Beoordelingstabel Cultureel aanbod.

Beoordeling

Onderbouwing

Huidige situatie

+

Er is een divers cultureel aanbod in Sittard-Geleen. Sinds 2016 maakt Sittard-Geleen onderdeel uit van de Stedelijke Cultuurregio Zuid. Het is niet bekend hoe onderscheidend het aanbod is ten opzichte van andere steden in de regio. Het is niet bekend over het ontbreken van aanbod.

Autonome ontwikkeling

+

Er zijn geen ontwikkelingen bekend die het cultureel aanbod in SittardGeleen doen veranderen.

Doelbereik

Het bieden van ruimte, subsidie en kaders voor de culturele sector versterkt en vergroot de mogelijkheden voor cultureel aanbod en draagt bij aan meer diversiteit en onderscheidenheid van het aanbod. Het is niet bekend welk cultureel aanbod specifiek gestimuleerd wordt om onderscheidend te zijn ten opzichte van andere steden in de regio.

Uit de Foto van de Leefomgeving blijkt dat de gemeente een divers cultureel aanbod heeft, bestaande uit amateurkunstenverenigingen (toneelverenigingen, carnavalsverenigingen, schutterijen, heemkundeverenigingen, fanfares, harmonieën, koren, enzovoorts), bibliotheken, cultuureducatie, talentontwikkeling, gezelschappen, culturele evenementen en professionele instellingen. Sittard-Geleen ligt op relatief geringe afstand van andere culturele hubs, zoals Heerlen, Maastricht en Genk. Sinds 2016 maakt Sittard-Geleen onderdeel uit van de Stedelijke Cultuurregio Zuid. Het is niet bekend hoe de gemeente onderscheidend is ten opzichte van andere gemeenten in deze Cultuurregio. Met het oog op de toekomst kan blijvende leegstand van panden ingezet worden voor creatieve broedplaatsen. Er is geen informatie over het ontbreken van aanbod bekend. De toekomstbestendigheid van het aanbod is ook niet bekend. Ontwerp omgevingsvisie: beleidskeuzes onder ambitie 3 ‘Cultuur en erfgoed voor iedereen’ van de ontwerp omgevingsvisie verbeteren naar verwachting de staat van de leefomgeving ten aanzien van cultureel aanbod ten opzichte van de autonome ontwikkeling.

24 25

TEEB-stad - Klimaatadaptatie (klimaatadaptatienederland.nl) RWS economie - veiligheid in MKBA

41

Onze referentie: WE6NCSCHCSF2-120416608-134:1.0 - Datum: 7 januari 2025 - Public

OMGEVINGSEFFECTRAPPORTAGE OMGEVINGSVISIE SITTARDGELEEN

Ten eerste wil de gemeente creatievelingen en makers de ruimte geven in leegstaande panden in de centra. Door deze ruimte te bieden hoopt de gemeente het makersklimaat en samenwerkingen met kunstenaarscollectieven, culturele gezelschappen, kunstonderwijs, atelierbeheerders, en leegstandbeheerders te stimuleren. Ruimte bieden aan de culturele sector biedt kansen voor meer diversiteit en onderscheidenheid van cultureel aanbod. Tegelijk draagt dit bij aan de het leegstandprobleem in de centra van Sittard en Geleen zoals verder benoemd in paragraaf 5.20.1. Ten tweede ziet de gemeente de openbare ruimte als één groot cultureel podium. Anderzijds werkt de gemeente de komende jaren locatieprofielen om te bepalen welke activiteiten waar passend zijn. Dit lijkt tegenstrijdig. Met locatieprofielen en subsidieregels worden kaders gegeven aan de culturele sector. Het is aan te bevelen te kijken naar de leegstandproblematiek voor deze locatieprofielen, maar rekening te houden met eventuele (geluid)overlast en bereikbaarheid van culturele activiteiten. Het is daarnaast niet duidelijk welke subsidieregeling getroffen wordt en welk cultureel aanbod de gemeente wil stimuleren. Ten derde wil de gemeente het bestaande aanbod van gebouwen voor culturele beleving, waaronder theater, muziek, beeldende kunst, film en literatuur in goede staat behouden.

Deze beleidskeuze draagt niet direct bij aan meer diversiteit en onderscheidenheid van cultureel aanbod, maar draagt wel bij aan het in stand houden van het huidige aanbod. Het bieden van ruimte, subsidie en kaders voor de culturele sector versterkt en vergroot de mogelijkheden voor cultureel aanbod en draagt bij aan meer diversiteit en onderscheidenheid van het aanbod. Batenanalyse cultuur De gemeente is voornemens leegstaande panden te benutten voor de culturele sector en bestaande gebouwen voor cultureel gebruik te versterken. Het verbeteren van gebouwen voor de culturele sector heeft meerdere maatschappelijke baten en daarmee raakvlakken met andere taakvelden. Hiermee draagt de ontwerp omgevingsvisie bij aan het verhogen van de vastgoedwaarde van deze panden. Afname van het % leegstaande panden, verbetering van panden en het verbeteren van de leefomgeving kan leiden tot waardestijging van onroerend goed. Daarnaast kan een divers en onderscheidend cultureel aanbod bijdragen aan een toename van het aantal bezoekers van de stad en daarmee aan bestedingen van toeristen en banen in de toerismesector. Daarmee draagt het ook bij aan diversificatie van werkgelegenheid. Bronnen van kengetallen om een batenanalyse voor deze batencategorieën uit te voeren zijn: TEEB Stadtool (2013)26, CBS kerncijfers vakanties van Nederlanders (2024)27

5.4

Erfgoed

5.4.1

Archeologie

Tabel 6: Beoordelingstabel Archeologie.

Beoordeling

Onderbouwing

Huidige situatie

+

Vrijwel het gehele gemeentelijke grondgebied heeft een middelhoge tot hoge archeologische verwachtingswaarde. De gemeente heeft, door middel van archeologische verwachtingskaarten, helder gemaakt voor welke gebieden een archeologische verwachting geldt en deze gebieden beschermd.

Autonome ontwikkeling

+/-

De archeologische waarden lopen risico in de gemeente, door verschillende ruimtelijke ontwikkelingen die ruimte in de ondergrond vragen. Hiervoor heeft de gemeente beleid gemaakt, die gaat over het belang van een multifunctioneel gebruik van de ondergrond in combinatie met archeologie.

Doelbereik

26 27

Het voorgenomen beleid ten aanzien van archeologische waarden is summier en niet concreet. Het is niet duidelijk of risico’s vanwege ontwikkelingen in de ondergrond voldoende gemitigeerd worden.

TEEB-stad - Klimaatadaptatie (klimaatadaptatienederland.nl) Vakanties van Nederlanders; kerncijfers | CBS

42

Onze referentie: WE6NCSCHCSF2-120416608-134:1.0 - Datum: 7 januari 2025 - Public

OMGEVINGSEFFECTRAPPORTAGE OMGEVINGSVISIE SITTARDGELEEN

Beoordeling

Onderbouwing Specifiek de uitbreiding van de Brightlands Chemelot Campus op De Lexhy als beleidskeuze in de ontwerp omgevingsvisie is een risico.

Uit de Foto van de Leefomgeving blijkt dat vrijwel het gehele gemeentelijke grondgebied een middelhoge tot hoge archeologische verwachtingswaarde heeft. De Graetheide is aangewezen als provinciaal archeologisch aandachtsgebied. Gebieden waar onderzoek uitgewezen heeft dat er oude dorpen en boerengemeenschappen lagen (oude kernen), hebben een hoge archeologische waarde toegekend gekregen. De gemeente heeft voor archeologische waarden beleid vastgesteld, voor het behoud van aardrijkskundige waarden bestaat nog geen beleid. De archeologische waarden lopen risico in de gemeente doordat het steeds drukker wordt in de ondergrond. In de gemeente liggen veel archeologische resten direct onder het huidig maaiveld. Het uitgangspunt voor de bescherming van archeologische waarden is ‘behoud in situ’. Het plaatsen van nieuwe kabels en leidingen is noodzakelijk voor onder meer de energietransitie en digitalisering. Ook landschappelijke aanpassingen voor waterberging en klimaatadaptatie en ontwikkelingen in landbouw en landschapsbeheer staan vaak op gespannen voet met behoud in situ (in de bodem) van archeologische waarden. Archeologische waarden kunnen hierdoor risico lopen en aangetast worden. Daarbij kunnen bovengrondse ontwikkelingen ook impact hebben op archeologische waarden in de ondiepe ondergrond.

De archeologische waarden worden in het algemeen beschermd door middel van een dubbelbestemming in het omgevingsplan. In de visie Ondergrond voor ontwikkeling wordt stilgestaan bij het belang van een multifunctioneel gebruik van de ondergrond in combinatie met archeologie. Ontwerp omgevingsvisie: beleidskeuzes onder ambitie 3 ‘cultuur en erfgoed voor iedereen’ van de ontwerp omgevingsvisie dragen naar verwachting bij aan het verbeteren van de staat van de leefomgeving ten aanzien van archeologische waarden in Sittard-Geleen ten opzichte van de autonome ontwikkeling, maar het voorgenomen beleid is summier en onvoldoende concreet. Er is een themakaart archeologie opgenomen in de ontwerp omgevingsvisie. Deze kaart laat ook zien dat de archeologische verwachtingswaarde in de gemeente vrijwel overal ten minste middelhoog en op veel plekken ook zeer hoog is. De gemeente geeft aan bij ontwikkelingen rekening te houden met de aanwezige archeologische rijkdom van gebieden. Er wordt geen onderscheid gemaakt tussen de mate van archeologische waarde en tussen ontwikkelingen waar de gemeente zelf voor aan de lat staat en autonome ontwikkelingen. Op autonome ontwikkelingen heeft de gemeente namelijk minder of geen invloed. Eén beleidskeuze uit de ontwerp omgevingsvisie is zelf een groot risico voor archeologische waarden.

De gemeente wil de komende jaren ruimte bieden aan de Brightlands Chemelot Campus op De Lexhy ten noorden van de Urmonderbaan. Op het Chemelot-terrein zijn onvoldoende uitbreidingsmogelijkheden en daarom denkt de gemeente mee met Chemelot over locaties voor de uitbreiding van deze innovatieve campus. Zoals aangegeven in Figuur 13 (rode omlijning) is het zoekgebied voor deze uitbreiding aangegeven. Het hele gebied heeft archeologische verwachtingswaarde en deels zelfs zeer hoge waarden. In de ontwerp omgevingsvisie schrijft de gemeente dat ontwikkeling op De Lexhy is goed ingepast wordt, maar gaat niet in op de risico’s voor archeologie. Boven op het algemene risico voor archeologische waarden door ruimtelijke ontwikkelingen in de ondergrond, verslechtert de staat van de leefomgeving ten aanzien van archeologie naar verwachting vanwege het voorgenomen beleid in de ontwerp omgevingsvisie ten aanzien van de uitbreiding van de Brightlands Chemelot Campus op De Lexhy.

43

Onze referentie: WE6NCSCHCSF2-120416608-134:1.0 - Datum: 7 januari 2025 - Public

OMGEVINGSEFFECTRAPPORTAGE OMGEVINGSVISIE SITTARDGELEEN

Figuur 13: Kaart van Sittard-Geleen met de archeologische (verwachtings)waarde. Bron: omgevingsvisie, 2016. Het rode kader is de beoogde locatie van de ontwikkeling op De Lexhy.

5.4.2

Cultureel erfgoed

Tabel 7: Beoordelingstabel Cultureel erfgoed.

Beoordeling

Onderbouwing

Huidige situatie

++

Sittard-Geleen kent een rijke bewoningsgeschiedenis en daarmee veel en een verscheidenheid aan cultureel erfgoed. In het huidig gemeentelijk monumentenbeleid zijn waardevolle elementen in beeld gebracht en worden ze beschermd.

Autonome ontwikkeling

+

Verschillende opgaven leggen druk op het cultureel erfgoed in de gemeente. De gemeente heeft een helder beleid en regels vastgesteld en betrekt de Adviescommissie Omgevingskwaliteit (AOK) bij het toepassen van de NRK voor nieuwe bouwplannen en gebiedsontwikkelingen.

Doelbereik

44

Beleidskeuzes in de ontwerp omgevingsvisie schenken aandacht aan het beschermen van cultureel erfgoed, maar de staat van de leefomgeving ten aanzien van cultureel erfgoed verandert naar verwachting niet. De gemeente heeft al beleid gericht op de bescherming van cultureel erfgoed. Inbreiding in het centrum van Sittard is een risico voor het stadsgezicht en als gebouwen met erfgoedwaarde gesloopt of getransformeerd worden.

Onze referentie: WE6NCSCHCSF2-120416608-134:1.0 - Datum: 7 januari 2025 - Public

OMGEVINGSEFFECTRAPPORTAGE OMGEVINGSVISIE SITTARDGELEEN

Sittard-Geleen kent een bewoningsgeschiedenis van duizenden jaren die zichtbaar is in het landschap en de nog aanwezige waardevolle gebouwen en structuren. Dit zijn het (sinds 1973 Rijksbeschermde) historische centrum van Sittard, de kleine dorpen en verspreide (motte)kastelen, kerken en kloosters, maar ook het erfgoed dat herinnert aan de industriële ontwikkelingen (zowel gebouwen als gebieden, denk aan sluizen bij Born, spoorwegtunnels, industriegebouwen in Geleen, maar ook mijnwerkerskolonie Sanderbout en de Spoorkolonie). Enkele opgaven waar de gemeente de komende jaren mee te maken gaat krijgen, zijn het aanwijzen van nieuwe monumenten, zoals enkele naoorlogse gebouwen. Er zullen steeds meer kerken leeg komen te staan, waardoor er ook een grote herbestemmingsopgave ligt. De verduurzaming van de gebouwde omgeving kan in strijd zijn met aanwezige erfgoedwaarden. Het gemeentelijk monumentenbeleid richt zich op erkenning en bescherming, behoud door ontwikkeling en beleving van cultureel erfgoed. De gemeente neemt erfgoedwaarden in de fysieke leefomgeving mee bij nieuwe ontwikkelingen en wil schade aan die waarden voorkomen met regels over ruimtelijke kwaliteit, vaak vertaald naar beschermde stads- en dorpsgezichten. Deze regels staan in de nota ruimtelijke kwaliteit (NRK).

De Adviescommissie Omgevingskwaliteit (AOK) wordt betrokken bij het toepassen van de NRK voor nieuwe bouwplannen en gebiedsontwikkelingen. Hierdoor wordt de toetsing op ruimtelijke kwaliteit breder dan alleen monumenten en beschermde gezichten. De nota zorgt voor een gemeente-brede en gebiedsgerichte aanpak voor een kwalitatieve en aandachtige fysieke leefomgeving, waarbij erfgoedwaarden behouden blijven. Ook is het met de invoering van de Omgevingswet verplicht om monumentenbiotopen in de bepalingen van het omgevingsplan op te nemen. Bij vergunningen moet rekening gehouden worden met de monumentenbiotoop (de omgeving en het beeld van het monument). Deze voorwaarde geldt voor alle monumenten en dus niet alleen voor rijksmonumenten. Ontwerp omgevingsvisie: beleidskeuzes onder ambitie 3 ‘cultuur en erfgoed voor iedereen’ en ambitie 4 ‘het goede wonen’ van de ontwerp omgevingsvisie schenken aandacht aan het beschermen van cultureel erfgoed, maar de staat van de leefomgeving ten aanzien van cultureel erfgoed verandert naar verwachting niet ten opzichte van de autonome ontwikkeling. De gemeente heeft al concreet beleid ten aanzien van cultureel erfgoed. In de ontwerp omgevingsvisie schrijft de gemeente erfgoedwaarden te zien als uitgangspunt voor nieuwe ontwikkelingen. Niet enkel historisch erfgoed, maar ook jongere gebouwen.

In de ontwerp omgevingsvisie noemt de gemeente ook dat zij de verplichting uit de Omgevingswet om monumentenbiotopen aan te wijzen, in voeren. Bij transformatie van leegstaande gebouwen geeft de gemeente prioriteit aan historische gebouwen en objecten zoals religieus erfgoed. Hiermee doet de gemeente recht aan de aannemelijke leegstand van kerken zoals beschreven in de bovenstaande alinea. De oude kern van Sittard is een archeologisch monument. Met de beleidskeuzes en de woonladder in ambitie 4 ‘het goede wonen’ in de ontwerp omgevingsvisie geeft de gemeente aan dat nieuwe woningen in het centrum van Sittard gebouwd zullen worden. Met deze inbreiding is bewaken van het oude stadsgezicht bij eventuele transformatie of sloop van cultureel erfgoed een aandachtspunt. De transformatie biedt ook kansen voor het benutten van stedelijk cultureel erfgoed bij inbreiding en kwaliteitsimpuls van de centra. Batenanalyse erfgoed De gemeente is voornemens archeologische waarden te beschermen, erfgoed te prioriteren in ruimtelijke ontwikkelingen, en monumentenbiotopen aan te wijzen. Het beschermen en prioriteren van archeologische en erfgoedwaarden heeft meerdere maatschappelijke baten en daarmee raakvlakken met andere taakvelden. Hiermee draagt de ontwerp omgevingsvisie bij aan de wetenschappelijke, educatieve informatiewaarde van landschap.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=SittardGeleen&id=b74cba5c-d2dc-453f-9138-cf4013288280