2 Omgevingseffectrapport Omgevingsvisie Sittard-Geleen
Tekst van het document
Omgevingseffectrapportage Omgevingsvisie SittardGeleen Gemeente Sittard-Geleen 7 januari 2025 - Public
OMGEVINGSEFFECTRAPPORTAGE OMGEVINGSVISIE SITTARDGELEEN
Contactpersoon ARCADIS NEDERLAND
Arcadis Nederland B.V. Postbus 220 3800 AE Amersfoort Nederland
2
Onze referentie: WE6NCSCHCSF2-120416608-134:1.0 - Datum: 7 januari 2025 - Public
OMGEVINGSEFFECTRAPPORTAGE OMGEVINGSVISIE SITTARDGELEEN
Inhoudsopgave Samenvatting
7
1
Inleiding
16
1.1
Aanleiding
16
1.2
Het OER
17
1.2.1
Doel van het OER
17
1.2.2
Toelichting mer-procedure
17
1.2.3
MER-plicht en Commissie mer
18
1.3
Opbouw van dit OER
19
2
Ontwerp omgevingsvisie Sittard-Geleen
20
3
Proces en methodiek
23
3.1
Proces
23
3.1.1
Voorfase: Toekomstvisie, doelen en NRD
23
3.1.2
Stap 1: Toekomstbeelden en Foto van de Leefomgeving
23
3.1.3
Stap 2: Beoordeling concept omgevingsvisie
25
3.1.4
Stap 3: Definitieve omgevingsvisie en OER
25
3.2
Methodiek
26
3.3
Beoordelingskader
28
4
5
3
Beoordeling concept omgevingsvisie
32
4.1
Inleiding
32
4.2
Algemene conclusies en aanbevelingen
32
4.3
Doorwerking in ontwerp omgevingsvisie
35
Beoordeling ontwerp omgevingsvisie
36
5.1
Inleiding
36
5.2
Samenleven
40
5.2.1
Sport en beweging
40
5.3
Cultuur
41
5.3.1
Cultureel aanbod
41
5.4
Erfgoed
42
5.4.1
Archeologie
42
5.4.2
Cultureel erfgoed
44
Onze referentie: WE6NCSCHCSF2-120416608-134:1.0 - Datum: 7 januari 2025 - Public
OMGEVINGSEFFECTRAPPORTAGE OMGEVINGSVISIE SITTARDGELEEN
4
5.5
Ruimtelijke kwaliteit
46
5.5.1
Ruimtelijke kwaliteit
46
5.6
Wonen
47
5.6.1
Woningaanbod
47
5.6.2
Leegstand woningen
49
5.6.3
Duurzame woningvoorraad
50
5.7
Intermezzo: voorkomen van trillinghinder van spoorwegen bij nieuwbouw
51
5.8
Mobiliteit
53
5.8.1
Modal split
53
5.8.2
Autobereikbaarheid
53
5.8.3
Openbaar vervoer
54
5.8.4
Fietsen en wandelen
55
5.8.5
Verkeersveiligheid
56
5.8.6
Duurzame mobiliteit
57
5.8.7
Deelmobiliteit
58
5.9
Maatschappelijke voorzieningen
60
5.9.1
Onderwijsvoorzieningen
60
5.9.2
Zorgvoorzieningen
60
5.10
Externe veiligheid
61
5.10.1
Plaatsgebonden risico en aandachtsgebieden
61
5.10.2
Veiligheidsbeleving Chemelot
63
5.11
Intermezzo: veiligheid en gezondheid
64
5.12
Milieu en ondergrond
67
5.12.1
Geluid
67
5.12.2
Lucht
68
5.12.3
Ruimtelijke ordening
69
5.12.4
Bodemkwaliteit
70
5.13
Sociale veiligheid
71
5.13.1
Veiligheidsbeleving
71
5.13.2
Leefbaarheid
72
5.13.3
Criminaliteit
73
5.14
Klimaatadaptatie & water
74
5.14.1
Gevoelstemperatuur
74
5.14.2
Wateroverlast & hoogwaterveiligheid
75
5.14.3
Waterkwaliteit
76
5.14.4
Droogte
77
5.15
Energie
78
Onze referentie: WE6NCSCHCSF2-120416608-134:1.0 - Datum: 7 januari 2025 - Public
OMGEVINGSEFFECTRAPPORTAGE OMGEVINGSVISIE SITTARDGELEEN
6
5
5.15.1
Duurzame elektriciteit
78
5.15.2
Duurzame warmte
79
5.15.3
Duurzame bedrijvigheid
80
5.16
Intermezzo: duurzame energie
81
5.17
Natuur & landschap
82
5.17.1
Biodiversiteit buitengebieden
82
5.17.2
Landschap
84
5.18
Intermezzo: risicobeoordeling natuurgebieden
85
5.18.1
Natura 2000-gebieden
85
5.18.2
Natuurnetwerk Limburg en overige gebieden
89
5.19
Stedelijk groen
92
5.19.1
Stedelijke biodiversiteit
92
5.19.2
Groen
93
5.20
Detailhandel & horeca
94
5.20.1
Leegstand stadscentra
94
5.21
Vrijetijdseconomie
96
5.21.1
Bezoekers
96
5.22
Circulariteit
97
5.22.1
Grondstoffen
97
5.22.2
Circulair bouwen en slopen
98
5.22.3
Duurzame voedselproductie
98
5.23
Logistiek
100
5.23.1
Logistieke infrastructuur
100
5.24
Industrie
101
5.24.1
Werkgelegenheid industrie
101
5.24.2
Ruimte voor industrie
102
5.25
Intermezzo: locatieafweging Brightlands Campus
104
5.26
Lokale bedrijvigheid
104
5.26.1
Werkgelegenheid lokale bedrijvigheid
104
5.26.2
Ruimte voor lokale bedrijvigheid
105
Conclusies en aanbevelingen
108
6.1
Wat is het effect van de ontwerp omgevingsvisie op de leefomgeving?
108
6.1.1
De staat van de leefomgeving verbetert
109
6.1.2
De staat van de leefomgeving blijft gelijk
111
6.1.3
De staat van de leefomgeving verslechtert
112
6.1.4
Inzicht en botsingen en kansen
112
Onze referentie: WE6NCSCHCSF2-120416608-134:1.0 - Datum: 7 januari 2025 - Public
OMGEVINGSEFFECTRAPPORTAGE OMGEVINGSVISIE SITTARDGELEEN
7
6.2
Worden met de beleidskeuzes uit de ontwerp omgevingsvisie de ambities gehaald?
114
6.3
Aanbevelingen
120
Monitoring
122
7.1
Monitoring van de omgevingsvisie
122
7.2
Aandachtspunten voor monitoring in de gemeente Sittard-Geleen
122
Colofon
6
Onze referentie: WE6NCSCHCSF2-120416608-134:1.0 - Datum: 7 januari 2025 - Public
128
OMGEVINGSEFFECTRAPPORTAGE OMGEVINGSVISIE SITTARDGELEEN
Samenvatting Voor u ligt het omgevingseffectrapport (OER) voor de ontwerp omgevingsvisie van de gemeente Sittard-Geleen. U leest nu de samenvatting bij deze OER. In deze samenvatting zijn dezelfde onderdelen opgenomen als in het OER zelf. De volgende vragen komen aan bod: • • • • • • • •
Wat zijn de aanleiding en het doel om dit OER op te stellen? Hoe ziet de ontwerp omgevingsvisie van de gemeente er uit? Welk proces is gevolgd om te komen tot de ontwerp omgevingsvisie en het OER? Welke beoordelingsmethodieken zijn gebruikt? Wat waren de belangrijkste conclusies van de beoordeling van de concept omgevingsvisie? Wat zijn de belangrijkste conclusies van de beoordeling van de ontwerp omgevingsvisie? Welke aanbevelingen worden gedaan op basis van deze conclusies? Hoe gaat de gemeente haar voortgang monitoren?
Na deze samenvatting volgt het OER waarin deze vragen uitgebreider beantwoord zijn. Hoofdstuk 1: Aanleiding en doel De gemeente Sittard-Geleen stelt een omgevingsvisie op, om haar ambities en beleidsdoelen voor de lange termijn vast te leggen. Iedere gemeente is onder de nieuwe Omgevingswet, die op 1 januari 2024 is ingegaan, verplicht een omgevingsvisie op te stellen, waarin de gemeente een integrale doorkijk geeft naar toekomstige, lange-termijn opgaven in haar beleid. Deze omgevingsvisie vervangt meerdere oude beleidsstukken zoals de structuurvisie, woonbeleid, en ander thematisch ruimtelijk beleid. In de omgevingsvisie legt de gemeente vast welke opgaven zij voor zichzelf ziet, welke ambities hieraan gekoppeld worden en hoe de vastgestelde beleidsdoelen gehaald gaan worden. De omgevingsvisie van de gemeente Sittard-Geleen heeft als zichtjaar 2040. Ondersteunend aan het opstellen van de ontwerp omgevingsvisie wordt een procedure voor de milieueffectrapportage doorlopen (mer-procedure). Een milieueffectrapport (MER) brengt in beeld welke milieugevolgen een plan of project gaat hebben voordat er een besluit over wordt genomen. Voor een omgevingsvisie wordt dit veelal een omgevingseffectrapport (OER) genoemd.
Een omgevingseffectrapport heeft een bredere insteek en beschrijft, naast de gevolgen voor de leefomgeving, ook het doelbereik van maatregelen voor opgaven die van oudsher geen onderdeel zijn van de m.e.r.-procedure zoals energie, de woonopgave en klimaatadaptatie. Een OER brengt in beeld in hoeverre de ambities van de gemeente in samenhang realiseerbaar zijn en wat de effecten van het beleid in de omgevingsvisie op de fysieke leefomgeving zijn. Er wordt gekeken welke ambities, in verschillende beleidsvelden, in strijd zijn met elkaar of elkaar juist versterken. Ook beoordeelt het OER of de beleidsvoornemens genoeg bijdragen om de ambities te kunnen vervullen. Zodoende is het OER een ondersteunend instrument voor de besluitvorming rondom de omgevingsvisie. Het OER wordt samen met de ontwerp omgevingsvisie ter inzage gelegd en voor een onafhankelijk toetsingsadvies aangeboden aan de Commissie mer. Na ontvangen en beantwoorden van zienswijzen en het toetsingsadvies wordt de omgevingsvisie vastgesteld door de gemeenteraad van Sittard-Geleen. Met de bekendmaking van het besluit is de omgevingsvisie definitief. Hoofdstuk 2: Ontwerp omgevingsvisie Sittard-Geleen Het OER is gekoppeld aan de ontwerp omgevingsvisie van de gemeente met de titel “Samen stad en dorp maken!”.
In de omgevingsvisie zijn de vier veerkrachten uit de eerder vastgestelde Toekomstvisie 2030 uitgewerkt met onderliggend tien ambities. • •
• 7
Samen stad en dorp gaan maken (institutionele veerkracht) Zorgen voor een leefomgeving die mensen verbindt (sociale veerkracht) 1. We maken ruimte voor ontmoeten 2. Gezond bewegen voor iedereen 3. Trots op cultuur, erfgoed en beeldkwaliteit 4. Goed wonen voor iedereen Ruimte maken voor circulaire bedrijvigheid (economische veerkracht) Onze referentie: WE6NCSCHCSF2-120416608-134:1.0 - Datum: 7 januari 2025 - Public
OMGEVINGSEFFECTRAPPORTAGE OMGEVINGSVISIE SITTARDGELEEN
•
5. Een sterke, gewortelde circulaire bedrijvigheid 6. Duurzame logistiek 7. Slimmer, gezonder en schoner Groen worden, van Heuvelland tot Maasdal (ecologische veerkracht) 8. Meer groen in de wijken dorpen 9. Meer aansluiten bij de logica van bodem en water 10. Heuvelland en Maasvallei verbonden
De tien ambities zijn nader uitgewerkt in een aanpak om van nu te komen tot de gewenste situatie in 2040. In deze aanpak zijn zowel huidig beleid, autonome ontwikkelingen en nieuwe maatregelen opgenomen. De sociale, economische en ecologische veerkrachten fungeren hierbij als kapstok. Hoofdstuk 3: Proces en methodiek Proces In Figuur 1 en onderaan het figuur staat het doorlopen proces beschreven.
Figuur 1: De samenhang tussen het omgevingsvisie- en het OER-spoor.
•
•
•
•
8
Voorfase: Toekomstvisie, doelen en NRD – De gemeente is gestart met het opstellen van de toekomstvisie van de gemeente en de notitie reikwijdte en detailniveau (NRD) waarin de aanpak voor het OER beschreven is. Op basis van de toekomstvisie en gesprekken met de samenleving zijn de richtinggevende ‘doelen voor de fysieke leefomgeving’ vastgesteld. Stap 1: Toekomstbeelden en Foto van de Leefomgeving – Op basis van de ‘doelen voor de fysieke leefomgeving’ zijn drie toekomstbeelden ontwikkeld, aan de hand van de veerkrachten sociaal, economisch en ecologisch. Met behulp van de toekomstbeelden heeft de gemeente verkend hoe de omgeving eruit komt te zien als maximaal wordt ingezet op sociale, economische of ecologische doelen. Parallel aan de totstandkoming van de toekomstbeelden is van start gegaan met het beschrijven van de referentiesituatie in de Foto van de Leefomgeving. De referentiesituatie is een beschrijving van de huidige situatie en autonome ontwikkeling. Stap 2: Beoordeling concept omgevingsvisie – In de stap tussen de concept omgevingsvisie (d.d. 18 april 2024) en de definitieve omgevingsvisie heeft Arcadis in mei 2024 een beoordeling uitgevoerd. De beoordeling heeft als doel het vroegtijdig in beeld brengen van de grootste risico’s en kansen voor doelbereik en milieu en het in beeld brengen van botsingen tussen beleidskeuzes.
Stap 3: Definitieve omgevingsvisie en OER – De definitieve omgevingsvisie is door Arcadis beoordeeld op milieueffecten en doelbereik. Het voorliggend OER is hiervan het resultaat.
Onze referentie: WE6NCSCHCSF2-120416608-134:1.0 - Datum: 7 januari 2025 - Public
OMGEVINGSEFFECTRAPPORTAGE OMGEVINGSVISIE SITTARDGELEEN
Methodiek De beoordelingen van de huidige situatie, autonome ontwikkeling en het voorgenomen beleid in de ontwerp omgevingsvisie zijn weergegeven in het Rad van de Leefomgeving. Het Rad is onderverdeeld in de verschillende taakvelden (beleidsthema’s), en geeft de score op elk beoordelingsaspect binnen deze taakvelden weer. Op de spaken van het Rad staan de opgaven voor de omgevingsvisie die in het OER beoordeeld zijn. Zoals weergeven in Tabel 1 is een vijfpuntsschaal (- - tot ++) gehanteerd. De hoogste score op deze schaal is weergegeven op de buitenste schijf van het Rad van de Leefomgeving, de laagste score op de binnenste schijf. Door het Rad in te vullen voor de huidige situatie, de autonome ontwikkeling en het beleid in de ontwerp omgevingsvisie, zijn de huidige knelpunten en het doelbereik van de ontwerp omgevingsvisie in één oogopslag inzichtelijk. Tussentijds is een beoordeling uitgevoerd op de concept omgevingsvisie, waarbij voor de belangrijkste keuzes aangegeven is of het voorgenomen beleid mogelijke risico’s of kansen heeft voor één of meerdere beoordelingsaspecten in het beoordelingskader Figuur 2: Voorbeeld Rad van de Leefomgeving. Tabel 1: Kwalitatieve vijfpuntsschaal die gebruikt is voor de beoordeling.
Huidige situatie en autonome ontwikkeling ontwerp omgevingsvisie
Milieueffecten en doelbereik ontwerp omgevingsvisie
Symbool
Symbool
Toelichting
++
De staat van de leefomgeving is overal goed. Er wordt overal voldaan aan normen / streefwaarden / ambities
+
De staat van de leefomgeving is overwegend goed. Er wordt grotendeels voldaan aan normen / streefwaarden / ambities
+/-
De staat van de leefomgeving is redelijk. Er wordt verspreid niet voldaan aan normen / streefwaarden / ambities
-
De staat van de leefomgeving is matig. Er wordt op meerdere locaties of punten niet voldaan aan normen / streefwaarden / ambities
--
De staat van de leefomgeving is slecht. Er wordt overwegend niet voldaan aan normen / streefwaarden / ambities
Toelichting
De staat van de leefomgeving verbetert naar verwachting ten opzichte van de autonome ontwikkeling.
De staat van de leefomgeving verandert naar verwachting niet significant ten opzichte van de autonome ontwikkeling
De staat van de leefomgeving verslechtert naar verwachting ten opzichte van de autonome ontwikkeling
Hoofdstuk 4: Conclusies beoordeling concept omgevingsvisie Tussentijds is een beoordeling op de concept omgevingsvisie uitgevoerd. In deze beoordeling wordt in het algemeen opgemerkt dat het voorgenomen beleid veelal gericht is op verfraaiing van de leefomgeving. Uit de concept omgevingsvisie blijken er weinig voorgenomen functiewijzigingen te zijn. Het merendeel van de maatregelen uit de concept omgevingsvisie leidt daarom niet tot een aanzienlijk risico voor de leefomgeving. Er is een aantal risico’s gesignaleerd. De uitbreiding van de Brightlands Chemelot Campus op De Lexhy tast mogelijk Natuurnetwerk Limburg en archeologische waarden aan. Bij de bouw van nieuwe woningen in Sittard en Geleen neemt het inwoneraantal en behoefte aan groen en voorzieningen toe, terwijl ruimte voor potentieel openbaar groen en voorzieningen afneemt. Verder worden in de beoordeling verschillende aanbevelingen gegeven voor de uitwerking van de ontwerp omgevingsvisie.
9
Onze referentie: WE6NCSCHCSF2-120416608-134:1.0 - Datum: 7 januari 2025 - Public
OMGEVINGSEFFECTRAPPORTAGE OMGEVINGSVISIE SITTARDGELEEN
Op basis van de conclusies en aanbevelingen uit de beoordeling van de concept omgevingsvisie heeft de gemeente Sittard-Geleen haar ontwerp omgevingsvisie aangepast. In het algemeen hebben de conclusies en aanbevelingen geleid tot een beter onderscheid tussen de ambities, bijbehorende acties en welke rol de gemeente in deze acties pakt. Hoofdstuk 5: Beoordeling ontwerp omgevingsvisie In hoofdstuk 5 is eerst de referentiesituatie beoordeeld. De referentiesituatie is beoordeeld voor ieder beoordelingsaspect en bestaat uit een beschrijving van de huidige situatie en van relevante autonome ontwikkelingen. Vervolgens is beoordeeld in hoeverre beleidskeuzes in de ontwerp omgevingsvisie bijdragen aan het bereiken van de ambities en in hoeverre de beleidskeuzes een effect hebben op de staat van de leefomgeving. Het voorgenomen beleid is afgezet tegen de autonome ontwikkeling. Dat is namelijk de situatie in 2040 zonder de beleidskeuzes uit de ontwerp omgevingsvisie. Het resultaat van de beoordeling van de ontwerp omgevingsvisie is weergegeven in het Rad van de Leefomgeving, zie Figuur 3. Met groene en rode pijlen is aangegeven of de ontwerp omgevingsvisie de staat van de leefomgeving verbetert (groen) of verslechtert (rood). Als er geen pijl staat op een spaak van het Rad, dan blijft de staat van de leefomgeving gelijk voor dat beoordelingsaspect.
Figuur 3: Het Rad van de Leefomgeving voor het beleid in de ontwerp omgevingsvisie. De vijf schijven op het rad geven de scores aan; hoe verder naar buiten een indicator geprojecteerd is, hoe hoger de score en hoe gunstiger de situatie. De pijlen geven de verbeteringen en verslechteringen ten opzichte van de referentiesituatie aan (huidige situatie + autonome ontwikkeling). Het grijs gekleurde beoordelingsaspect is niet beoordeeld, omdat geen informatie voorhanden is.
10
Onze referentie: WE6NCSCHCSF2-120416608-134:1.0 - Datum: 7 januari 2025 - Public
OMGEVINGSEFFECTRAPPORTAGE OMGEVINGSVISIE SITTARDGELEEN
Hoofdstuk 6: Conclusies en aanbevelingen De staat van de leefomgeving verbetert Per veerkracht is uiteengezet op welke manier het voorgenomen beleid in de ontwerp omgevingsvisie de staat van de leefomgeving verbetert. Sociale veerkracht De ontwerp omgevingsvisie verbetert de staat van de leefomgeving ten aanzien van de beoordelingsaspecten onder de sociale veerkracht op verschillende manieren door…: •
• • • •
Samen met woningcorporaties en private ontwikkelaars de woningvoorraad beter te laten aansluiten op de vraag en woningen te verduurzamen. De woonladder is een nuttig instrument om de juiste locaties voor nieuwe woningen te bepalen. De gemeente zet in op 500 nieuwe woningen, boven op de Woondeal Limburg. Het volkshuisvestingsprogramma dient hieraan nog nadere invulling te geven. het STOMP-principe toe te passen bij (her)inrichting van straten en buurten en nieuwe fiets- en wandelverbindingen aan te leggen. Dit draagt bij aan een betere balans in de modal split en zorgt dat meer inwoners gebruik gaan maken van het openbaar vervoer of fietsen en wandelen. Mobiliteitshubs, met deelmobiliteitsopties, op centrale plekken te realiseren om voor- en natransport te verbeteren. Het station Sittard wordt gezien als een centrale plek; andere locaties moeten nog bepaald worden. Met subsidies en kaders een impuls aan haar culturele sector te geven en door creatievelingen en makers ruimte te geven in leegstaande panden. Op verschillende manieren de veiligheid rondom Chemelot te verbeteren.
Ecologische veerkracht De ontwerp omgevingsvisie verbetert de kwaliteit van de leefomgeving ten aanzien van de beoordelingsaspecten onder de ecologische veerkracht op verschillende manieren door…: •
• • • •
•
• •
Openbaar groen toe te voegen in en aan de randen van de stad door het 3-30-300 principe toe te passen, in te zetten op het verminderen van verharding, de landschappelijke overgang van dorpen naar het buitengebied te vergroenen, en stadslandbouw te stimuleren en ondersteunen. Deze keuzes dragen ook bij aan stedelijke biodiversiteit. Openbaar groen heeft ook diverse gezondheidsbaten. Een meer beweegvriendelijke leefomgeving faciliteert gezond gedrag van inwoners van de gemeente. Vergroening heeft ook baten ten aanzien van de luchtkwaliteit, geluidoverlast, water- en bodemkwaliteit en wateroverlast, en daarmee voor gezondheid van mens en natuur. Door de randen van de centra en de dorpen te vergroenen wordt ook een impuls gegeven aan de ruimtelijke kwaliteit, die juist aan de randen tekort schoot. Door ruimte te maken voor waterberging en op basis van klimaatstresstestkaarten problemen aan te pakken worden de centra en woonwijken naar verwachting koeler. Door agrariërs bij te staan in de transitie naar een toekomstbestendige en natuurinclusieve landbouw verbetert ook het buitengebied en de biodiversiteit van de buitengebieden. Ook door nieuwe landschapselementen, zoals heggen, bosschages, de aanplant van bomen en de aanleg van greppels en poelen, met als doel de realisatie van 10% groenblauwe dooradering in het buitengebied.
Door voor bedreigingen voor het landschap en biodiversiteit in het buitengebied mitigerende- en compenserende maatregelen voor te stellen, voorkomt de gemeente een te grote afbraak vanwege grote (maatschappelijke) ontwikkelingen, zoals de aanleg van energie-infrastructuur en buisleidingen en de uitbreiding van de Brightlands Chemelot Campus op De Lexhy die gepaard dienen te gaan met landschappelijke- en natuurcompensatie. Om recreatieve druk in de natuurgebieden te mitigeren, alleen binnen het draagvermogen van de natuurgebieden recreatief medegebruik mogelijk te maken. Bij de transformatie van woningen en werklocaties ook kansen aan te grijpen voor de transitie naar duurzame warmte en duurzame elektriciteit. De Routekaart Energietransitie moet hieraan nog meer invulling geven.
Economische veerkracht De ontwerp omgevingsvisie verbetert de kwaliteit van de leefomgeving ten aanzien van de beoordelingsaspecten onder de economische veerkracht op verschillende manieren door…: •
11
Door ruimte te bieden aan lokale (circulaire) bedrijvigheid met het uitbreiden van de Brightlands Chemelot Campus en het realiseren van de Circular Mile. Dit brengt ook nieuwe kansen voor werkgelegenheid. Onze referentie: WE6NCSCHCSF2-120416608-134:1.0 - Datum: 7 januari 2025 - Public
OMGEVINGSEFFECTRAPPORTAGE OMGEVINGSVISIE SITTARDGELEEN
• • •
In samenwerking met medeoverheden en bedrijven de logistieke infrastructuur van en naar, en binnen de gemeente te verbeteren. De gemeente is een voorstander van de Delta Rhine Corridor en draagt bij aan het versterken van de route tussen Chemelot en de Haven van Stein. Voor kleinschalige logistiek in de centra en wijken in te zetten op lokale distributiehubs, met duurzaam transport. De stadscentra de komende jaren te transformeren naar een dynamischer woon-werkgebied (Sittard) en proeftuin voor circulaire economie (Geleen), onder andere door ruimte op bestaande bedrijventerreinen beter te benutten en leegstaande kantoren te transformeren. Dit verbetert de aantrekkelijkheid van de centra en dorpen en daarmee de leefbaarheid in de gemeente. Concentratie van detailhandel en vergroening in de centra draagt hieraan ook bij en brengt ook voordelen ten behoeve van sociale veiligheid.
De staat van de leefomgeving blijft gelijk Per veerkracht uiteengezet voor welke opgaven zoals geïdentificeerd in de beoordeling van de referentiesituatie de staat van de leefomgeving gelijk blijft en het voorgenomen beleid in de ontwerp omgevingsvisie dus niet toereikend is. Sociale veerkracht De staat van de leefomgeving ten aanzien van een aantal beoordelingsaspecten onder de sociale veerkracht blijft gelijk omdat…: • • •
•
• • • •
Er risico’s vanwege inbreiding in het centrum van Sittard zijn voor cultureel erfgoed, specifiek ten aanzien van het stadsgezicht en de mogelijke sloop of transformatie van gebouwen met erfgoedwaarde. Er concrete risicolocaties in beeld zijn voor verkeersveiligheid. (Her)inrichting van straten en buurten is een kans ter verbetering van verkeersveiligheid, maar deze wordt niet benoemd in de ontwerp omgevingsvisie. Door een toename van verkeersbewegingen van en naar Chemelot neemt het risico op verkeersongevallen mogelijk toe. Niet bekend is of met de beleidskeuzes ten aanzien van zorgvoorzieningen en een gevarieerd woon-zorgaanbod voldaan wordt aan de vraag naar zorg. Het voorgenomen beleid is niet concreet genoeg om een inschatting te kunnen maken of het aantal zorgvoorzieningen en de afstand tot deze voorzieningen verandert. Dit blijft vanwege de vergrijzing in de gemeente een risico. Het niet duidelijk is waar woningtransformaties plaatsvinden. In dorpen en wijken is vergrijzing het grootst. Het is onduidelijk hoe de gemeente hier omgaat met de vraag naar levensloopbestendige woningen en zorg. Inbreiding vindt met name plaats in het centrum van Sittard. Woningbouwontwikkelingen en transformaties sluiten mogelijk niet aan bij deze behoefte. Betaalbaarheid van nieuwe woningen is ook een aandachtspunt.
Het onduidelijk is of de hoeveelheid en het type onderwijsinstellingen bij de behoefte in de gemeente past, met name in relatie tot de grote verduurzamingsopgave in de toekomst. Hierover worden geen beleidskeuzes gemaakt. Hoewel de gemeente zich actief in zet om de externe veiligheid in de gemeente te verbeteren, nieuwe ontwikkelingen er voor zorgen dat risicobronnen toenemen. Ook worden meer woningen langs het spoor voorzien, waardoor er meer woningen binnen veiligheidscontouren zullen komen te liggen. Het aantal inwoners dat ernstige geluidhinder ervaart waarschijnlijk gelijk blijft en mogelijk toeneemt bij woningbouw langs het spoor. Gezondheidsschade door geluidhinder is een groot aandachtspunt in de gemeente. Hoewel gelegenheidscriminaliteit naar verwachting afneemt door de kwaliteitsimpuls van de centra, heeft het sociaal veiliger inrichten van de leefomgeving echter geen of minder invloed op de andere vormen van criminaliteit, zoals drugscriminaliteit, witwassen van misdaadgeld en mensenhandel.
Ecologische veerkracht De staat van de leefomgeving ten aanzien van een aantal beoordelingsaspecten onder de ecologische veerkracht blijft gelijk omdat…: • •
•
12
Op bedrijventerreinen en industrieterreinen de gevoelstemperatuur naar verwachting nog verder zal oplopen. De gemeente ziet graag dat bedrijventerreinen vergroenen en verduurzamen, maar dit ligt grotendeels buiten het handelingskader van de gemeente en er worden geen concrete beleidskeuzes genoemd. De vraag voor (duurzame) elektriciteit flink hoger ligt dan het huidige aanbod duurzame elektriciteit. Er worden beleidskeuzes gemaakt in de juiste richting. Deze keuzes reiken echter niet ver genoeg (wind) en liggen voor een deel buiten de bevoegdheid van de gemeente (zon op dak bij bestaande woningen en bedrijventerreinen). Dat maakt dat de stip op de horizon van de gemeente ‘’Sittard-Geleen is in 2040 een gezonde, ondernemende, innovatieve en duurzame gemeente’’, met betrekking tot duurzame gemeente – duurzame opwek niet haalbaar is. Er geen beleidskeuzes gemaakt worden voor het natuurlijker inrichten van het watersysteem, de waterkwaliteit blijft daarom naar verwachting gelijk.
Onze referentie: WE6NCSCHCSF2-120416608-134:1.0 - Datum: 7 januari 2025 - Public
OMGEVINGSEFFECTRAPPORTAGE OMGEVINGSVISIE SITTARDGELEEN
•
•
Het voorgenomen beleid ten aanzien van de bodem enkel gericht is op landbouwbodems. Daar wil de gemeente samen met agrariërs de landbouw toekomstbestendiger maken. Mogelijk draagt dit bij aan het verbeteren van de kwaliteit van landbouwbodems. Het is niet duidelijk op welk type landbouw de gemeente inzet. Andere bedreigingen voor de bodem zijn onderbelicht. Voor een aantal taakvelden geen beleidskeuzes worden gemaakt in de ontwerp omgevingsvisie. Dit zijn het aandeel duurzame personenauto’s en laadpalen/-punten en grondstoffen (kilo's restafval per persoon per jaar en aandeel duurzame verwerking afval).
Weinig beleidskeuzes vormen een risico op Natura 2000-gebieden, mits de uitwerking van de plannen en projecten niet in of in de nabijheid van een Natura 2000-gebied gebeuren. Stikstofdepositie is wel een risico. Vooral in de aanlegfase, maar ook als gevolg van een verandering van verkeersstromen. Er liggen echter ook kansen om deze depositie in de uitwerking van plannen en projecten te verminderen. De gemeente legt met het Waterschap Limburg bufferzones aan die de waterkwaliteit verbeteren. Economische veerkracht De staat van de leefomgeving ten aanzien van een aantal beoordelingsaspecten onder de economische veerkracht blijft gelijk omdat…: • •
Er weinig gemeentelijk beleid is ten aanzien van haar eigen circulaire transitie, ten aanzien van grondstoffengebruik, restafval, en circulair bouwen en slopen. De gemeente ziet circulariteit als een economische ontwikkeling van haar industrie die zij ruimtelijk kan faciliteren. De gemeente ten aanzien van duurzame voedselproductie voornamelijk leunt op de inzet van haar eigen agrariërs en inwoners. De landbouwtransitie, inclusief effecten voor water, bodem en milieu is een onderbelicht onderwerp in de gemeente.
De staat van de leefomgeving verslechtert In een aantal gevallen leiden beleidskeuzes in de ontwerp omgevingsvisie indirect tot achteruitgang voor andere beoordelingsaspecten. De gemeente dient aandacht te hebben voor deze verslechteringen en dient waar nodig, vanwege achteruitgang van de leefomgeving of disproportionele schade aan inwoners, compenserende en/of mitigerende maatregelen te treffen. Deze verslechteringen zijn de volgende: •
• •
De beleidskeuzes in de ontwerp omgevingsvisie gaan in beperkte mate over archeologische waarden, waardoor niet duidelijk is of risico’s vanwege ontwikkelingen in de ondergrond voldoende gemitigeerd worden. De uitbreiding van de Brightlands Chemelot Campus op De Lexhy is een groot risico op aantasting van de archeologische waarden in de ondergrond. Knelpunten tussen verschillende gebruiksfuncties in de ondergrond nemen ook in andere delen van de gemeente toe, door het toevoegen van bomen (en diens wortels) en buisleidingen. Met de toepassing van het STOMP-principe bij (her)inrichting neemt de autobereikbaarheid mogelijk af. Tegelijkertijd leidt de groei van Chemelot mogelijk tot meer congestie. Dit krijgt geen aandacht in de ontwerp omgevingsvisie. De gemeente is hierin grotendeels afhankelijk van het Rijk en de Provincie als wegbeheerders. Het grootste risico voor Natuurnetwerk Limburg is de uitbreiding van de Brightlands campus ten noorden van Chemelot. Het bos ten noorden van het huidige Chemelot is aangewezen als natuurnetwerk Limburg. In dit bos zitten met name veel vogelsoorten, waaronder Rode Lijstsoorten en voormalige Rode Lijstsoorten als de grote lijster, groene specht, middelste bonte specht en grauwe vliegenvanger 1.
In de conclusies van het OER is ook beschouwd in hoeverre het voorgenomen beleid in de ontwerp omgevingsvisie leidt tot het behalen van de ambities in de ontwerp omgevingsvisie. Hoewel de beleidskeuzes nadere uitwerking behoeven, is de verwachting dat de volgende ambities behaald worden op de volgende punten: • •
Ambitie 1 ‘we maken ruimte voor ontmoeten’: de verwachting is dat het voorgenomen beleid in de ontwerp omgevingsvisie leidt tot het behalen van deze ambitie. Ambitie 3 ‘trots op cultuur, erfgoed en beeldkwaliteit’: de verwachting is dat het voorgenomen beleid in de ontwerp omgevingsvisie leidt tot het behalen van de ambities ten aanzien van cultureel aanbod, cultureel erfgoed
1 Provincie Limburg, Natuurgegevens Provincie Limburg. Geraadpleegd in juli 2024.
13
Onze referentie: WE6NCSCHCSF2-120416608-134:1.0 - Datum: 7 januari 2025 - Public
OMGEVINGSEFFECTRAPPORTAGE OMGEVINGSVISIE SITTARDGELEEN
• •
• •
•
en ruimtelijke kwaliteit. Dit draagt ook bij aan het behalen van de ambities ten aanzien van het aantrekken van bezoekers. Ambitie 5 ‘een sterke, gewortelde circulaire bedrijvigheid’: de verwachting is dat het voorgenomen beleid in de ontwerp omgevingsvisie leidt tot het behalen van ambities ten aanzien van de industrie op Chemelot, maar neutraal is ten aanzien van het automotive cluster. Ambitie 6 ‘duurzame logistiek’: de gemeente geeft met name aan samen te werken met andere partijen en een faciliterende rol te spelen. Daarmee draagt de gemeente binnen haar mogelijkheden bij aan het behalen van de ambities ten aanzien van (verduurzaming van) logistiek. Bij uitvoering van huidige plannen zal de logistieke infrastructuur verbeteren. Het kleinschalige pakketvervoer wordt waarschijnlijk ook efficiënter met minder overlast van vrachtverkeer in de wijken. Ambitie 7 ‘slimmer, gezonder en schoner’: de totale milieubelasting neemt af richting 2040 vanwege een verbetering van luchtkwaliteit en externe veiligheidsrisico’s. Ambitie 8 ‘meer groen in de wijken en dorpen’: de beleidskeuzes in de ontwerp omgevingsvisie leiden waarschijnlijk tot het behalen van de ambities ten aanzien van meer groen in de wijken en dorpen en dragen bij aan ambities 1, 2 en 9. Daarbij moet wel goed bezien worden hoe vergroening samen gaat met andere ruimtevragers in stedelijk gebied, zoals woningbouw.
Groen leent zich bij uitstek voor multifunctioneel ruimtegebruik. Ambitie 10 ‘Heuvelland en Maasvallei verbonden’: de beleidskeuzes in de ontwerp omgevingsvisie leiden waarschijnlijk tot het behalen van de ambities. Wel zijn er aan aantal autonome ontwikkelingen die goed ingepast dienen te worden om de ambitie te behalen: de uitbreiding van de Brightlands Chemelot Campus, een nieuw hoogspanningsstation op de Graetheide en de aanleg van buisleidingen. Daarnaast is recreatieve druk voor de natuurgebieden een aandachtspunt. En voor de transitie naar meer natuurinclusieve landbouw, neemt de gemeente weinig concrete maatregelen en is de gemeente afhankelijk van de motivatie van agrariërs.
Voor de volgende ambities draagt het voorgenomen beleid bij aan het behalen van de ambitie, maar is een aanvullende inzet nodig om de ambitie naar verwachting te behalen: •
• • •
Ambitie 2 ‘gezond bewegen voor iedereen’: de verwachting is dat het voorgenomen beleid in de ontwerp omgevingsvisie bijdraagt aan het behalen van de ambities ten aanzien van sport en bewegen en mobiliteit. Voor sport en bewegen dient meer aandacht te zijn voor de sociaaleconomisch zwakkere wijken. Voor mobiliteit is de gemeente sterk afhankelijk is van individueel gedrag en autonome ontwikkelingen. Ambitie 4 ‘goed wonen voor iedereen’: de verwachting is dat het voorgenomen beleid in de ontwerp omgevingsvisie bijdraagt aan het behalen van ambities ten aanzien van wonen, maar dat er belangrijke risico’s zijn waar in de uitwerking van het voorgenomen beleid aandacht voor vereist is. Ambitie 5 ‘een sterke, gewortelde circulaire bedrijvigheid’: lokale bedrijvigheid heeft voldoende ruimte, maar kampt met personeelstekorten. De ontwerp omgevingsvisie dient meer aandacht te hebben voor lokale bedrijvigheid. De negatieve effecten van meer ruimte voor economische groei behoeven meer aandacht. Ambitie 9 ‘meer aansluiten bij de logica van bodem en water’: de beleidskeuzes in de ontwerp omgevingsvisie dragen slechts gedeeltelijk bij aan het bereiken van de ambities ten aanzien van bodem en water. De lage grondwaterstand is in toenemende mate een probleem in de gemeente.
Daarnaast zijn er onvoldoende beleidskeuzes geformuleerd ten aanzien van nieuwe en bestaande risico’s voor bodemkwaliteit en botsingen in de ondergrond. Het mitigeren van wateroverlast is afhankelijk van vrijkomen van kavels.
Twee ambities worden met zekerheid niet volledig gehaald met het voorgenomen beleid: • •
Ambitie 3 ‘trots op cultuur, erfgoed en beeldkwaliteit’: wat betreft archeologie draagt het voorgenomen beleid worden ambities niet behaald. Archeologische waarden in de gemeente staan in toenemende mate onder druk. Ambitie 7 ‘slimmer, gezonder en schoner’: geluidhinder blijft een belangrijk gezondheidsrisico en ambities met betrekking tot geluid worden niet behaald.
Op basis van de beoordelingen in het OER is een aantal specifieke aanbevelingen voor de uitwerking van de omgevingsvisie gedaan.
14
Onze referentie: WE6NCSCHCSF2-120416608-134:1.0 - Datum: 7 januari 2025 - Public
OMGEVINGSEFFECTRAPPORTAGE OMGEVINGSVISIE SITTARDGELEEN
Hoofdstuk 7: Monitoring Na vaststelling van de omgevingsvisie wordt de omgevingsvisie verder uitgewerkt. Dit gebeurt met een aantal instrumenten in een doorlopend proces. Dat betekent dat de instrumenten niet los van elkaar staan en zich altijd ontwikkelen. Beleidsontwikkeling, beleidsdoorwerking, uitvoering en terugkoppeling volgen elkaar op, waarna het proces opnieuw begint. De gemeente monitort daarmee continu hun instrumenten: omgevingsvisie, omgevingsplan, programma’s en vergunningen. Voor een succesvolle monitoring zijn de volgende aandachtspunten geïdentificeerd: •
•
•
15
Leemte in kennis voor huidige situatie en autonome ontwikkeling: Voor een drietal aspecten (duurzame mobiliteit, duurzame bedrijvigheid, en circulair bouwen en slopen) was het niet mogelijk een score te geven. Voor deze aspecten en indicatoren is Figuur 4: De beleidscyclus waar de geen informatie beschikbaar. Als de gemeente op deze aspecten wil omgevingsvisie onderdeel van is. Bron: monitoren, dienen deze aspecten nader te worden onderzocht om https://iplo.nl/regelgeving/instrumenten/omgevi een referentiesituatie te bepalen. Dit onderzoek dient regelmatig ngsvisie/omgevingsvisie/. plaats te vinden, om de aspecten te kunnen blijven monitoren Leemte in kennis voor monitoring: Voor verschillende indicatoren ontbreekt informatie die momenteel niet te achterhalen is via het monitoringsbeleid van de gemeente of openbare bronnen. De gemeente streeft ernaar deze aspecten objectief te monitoren aan de hand van deze indicatoren. Het is daarom essentieel om zowel kwantitatieve als kwalitatieve gegevens te verzamelen. In de volgende samenvatting worden deze leemtes in kennis benoemd en wordt beschreven hoe deze informatie kan worden verkregen. Uitwerking in andere plannen en programma’s: In de ontwerp omgevingsvisie wordt verwezen naar een aantal andere visies en programma’s waarin beleid uitgewerkt zal worden.
De gemeente geeft in de ontwerp omgevingsvisie aan: “we vertalen de visie naar programma’s en gebiedsgericht werken”. Er is onvoldoende kennis over deze plannen en programma’s om deze mee te nemen in de beoordeling. In de monitoring van de omgevingsvisie zullen daarom ook de overige genoemde plannen en programma’s zodra deze zijn vastgesteld, betrokken moeten worden. Deze plannen en programma’s zijn nog niet opgesteld en maken nog geen onderdeel uit van de autonome ontwikkeling.
Onze referentie: WE6NCSCHCSF2-120416608-134:1.0 - Datum: 7 januari 2025 - Public
OMGEVINGSEFFECTRAPPORTAGE OMGEVINGSVISIE SITTARDGELEEN
1
Inleiding
In hoofdstuk 1 staat de aanleiding beschreven van het voorliggend omgevingseffectrapport (OER), alsook algemene informatie over het OER, zoals het doel, een toelichting op de mer-procedure en de MER-plicht van dit OER. In de laatste paragraaf staat een leeswijzer, waarin de opbouw van het OER toegelicht is.
1.1
Aanleiding
Gemeente Sittard-Geleen is een gemeente in de provincie Limburg en telt ongeveer 92.600 inwoners. Het is daarmee de derde gemeente van Limburg, na Venlo en Maastricht. De gemeente ligt strategisch in het smalste deel van Nederland en vormt daarom een belangrijke schakel tussen Zuid-Limburg met Maastricht en Heerlen en Noord en Midden-Limburg en de rest van Nederland. Daarnaast ligt SittardGeleen ook tussen Duitsland met onder andere steden als Aken en Mönchengladbach in de nabijheid en België met steden als Luik en Hasselt. De Maas vormt de grens tussen België en Nederland. Figuur 5 toont de gemeentegrenzen2. De gemeente kent twee stedelijke kernen: Sittard en Geleen en een aantal dorpen, namelijk Born, Munstergeleen, Limbricht, Grevenbicht, Buchten, Obbicht, Einighausen, Guttecoven, Holtum en Papenhoven. De gemeente Sittard-Geleen stelt, om haar ambities en beleidsdoelen voor de lange termijn vast te leggen, een omgevingsvisie op. Iedere gemeente is onder de nieuwe Omgevingswet, die op 1 januari 2024 is ingegaan, verplicht een omgevingsvisie op te stellen, waarin de gemeente een integrale doorkijk geeft naar toekomstige, lange-termijn opgaven in haar beleid.3
Figuur 5: Gemeentegrenzen Sittard-Geleen.
De omgevingsvisie vervangt onder andere de huidige structuurvisies, verkeers- en vervoersplannen, milieubeleidsplannen en (delen van) de natuurvisie en richt zich op de gehele fysieke leefomgeving van de gemeente. Er wordt dus één omgevingsvisie voor het hele grondgebied van de gemeente Sittard-Geleen opgesteld. In de omgevingsvisie legt de gemeente vast welke opgaven zij voor zichzelf ziet, welke ambities hieraan gekoppeld worden, en hoe de vastgestelde beleidsdoelen gehaald gaan worden. De omgevingsvisie van de gemeente Sittard-Geleen heeft als zichtjaar 2040. Bij een omgevingsvisie waarin beleid vastgelegd wordt waarvan op voorhand niet uitgesloten kan worden dat ze vanwege negatieve effecten op het milieu mer- of mer-beoordelingsplichtig is, is het verplicht een (plan)mer-procedure te doorlopen. De gemeente Sittard-Geleen heeft er vanwege de aard van de beleidsvoornemens, die naar verwachting in de omgevingsvisie vastgelegd zouden gaan worden, voor gekozen om een (plan)mer-procedure te doorlopen en een planMER op te laten stellen voor de omgevingsvisie. Zij heeft Posad Maxwan gevraagd de gemeente te ondersteunen met het opstellen van de omgevingsvisie en Arcadis om de gemeente te ondersteunen met het mertraject en het opstellen van het planMER. KuiperCompagnons heeft vervolgens de gemeente ondersteund in de stap van het concept naar de definitieve omgevingsvisie.
Een milieueffectrapport voor een omgevingsvisie wordt een omgevingseffectrapport (OER) genoemd.
2 Kaart gemeentegrenzen Sittard-Geleen 3 omgevingsvisie | Informatiepunt Leefomgeving (iplo.nl)
16
Onze referentie: WE6NCSCHCSF2-120416608-134:1.0 - Datum: 7 januari 2025 - Public
OMGEVINGSEFFECTRAPPORTAGE OMGEVINGSVISIE SITTARDGELEEN
mer MER planMER OER
= Milieueffectrapportage (procedure) = Milieueffectrapport (rapport) = Milieueffectrapport voor een plan = Omgevingseffectrapport
1.2
Het OER
1.2.1
Doel van het OER
De mer-procedure is een wettelijk instrument dat al decennialang gebruikt wordt bij de (her)inrichting van de fysieke leefomgeving. Een milieueffectrapport (MER) brengt in beeld welke milieugevolgen een plan of project gaat hebben voordat er een besluit over genomen is om op die wijze het milieubelang volwaardig mee te laten wegen in de besluitvorming. Als dit besluit over een plan gaat, zoals een omgevingsvisie, wordt dit een planMER genoemd. Voor een omgevingsvisie wordt een planMER vervolgens veelal een omgevingseffectrapport (OER) genoemd. Een omgevingseffectrapport heeft een bredere insteek en beschrijft, naast de gevolgen voor de leefomgeving, ook het doelbereik van maatregelen voor opgaven die van oudsher geen onderdeel zijn van de m.e.r.-procedure zoals energie, de woonopgave en klimaatadaptatie. Voorliggend OER voor de omgevingsvisie heeft een bredere insteek en beschrijft naast de gevolgen voor de leefomgeving ook het doelbereik van maatregelen voor opgaven die van oudsher geen onderdeel zijn van de merprocedure zoals energie, de woonopgave en omgang met de gevolgen van klimaatverandering. Het OER geeft tijdens het besluitvormingstraject van de omgevingsvisie inzicht in de mate waarin ambities in verschillende taakvelden (beleidsthema’s) strijdig met elkaar zijn of elkaar juist versterken.
Ook beoordeelt het OER of de beleidsvoornemens in voldoende mate bijdragen aan het vervullen van de ambities. Het doel van de beoordelingen in een OER is om de omgevingsvisie, indien nodig, bij te kunnen sturen. Daarom is de beoordeling in dit OER in twee delen uitgevoerd. De eerste beoordeling is een beoordeling van kansen en risico’s, met betrekking tot alle beoordelingsaspecten, van het voorgenomen beleid in een conceptversie van de omgevingsvisie van 18 april 2024 (hierna: concept omgevingsvisie). Vervolgens is de ontwerp omgevingsvisie van 2 juli 20244 beoordeeld voor alle beoordelingsaspecten. Er is zowel gekeken naar milieueffecten als naar doelbereik.
1.2.2
Toelichting mer-procedure
Dit OER bouwt ten eerste voort op de Notitie Reikwijdte en Detailniveau (NRD). De NRD beschrijft het voornemen om een OER uit te voeren en de aanpak van de effectbeoordeling. Ook zijn de ambities, waaraan in voorliggend OER getoetst is, samengevat en beschrijft de NRD de beoordelingsmethodiek en de vervolgprocedure. Deze NRD is bestuurlijk vastgesteld door de gemeenteraad en heeft ter inzage gelegen van 20 mei t/m 30 juni 2022. Er zijn vier formele reacties ontvangen, die door de gemeente zijn beantwoord in een nota van zienswijzen van 4 oktober 2022 5. De Commissie voor het milieueffectrapport (Commissie mer) heeft ook getoetst en een advies op de reikwijdte en het detailniveau uitgebracht op 12 juli 2022 6.
4 De definitieve ontwerp omgevingsvisie later is vastgesteld door het college, deze definitieve versie wijkt inhoudelijk niet af ten opzichte van de
versie van 2 juli. 5 Nota van zienswijzen NRD OER omgevingsvisie Sittard-Geleen 6 Adviezen - Commissiemer.nl
17
Onze referentie: WE6NCSCHCSF2-120416608-134:1.0 - Datum: 7 januari 2025 - Public
OMGEVINGSEFFECTRAPPORTAGE OMGEVINGSVISIE SITTARDGELEEN
Zienswijzen NRD en advies Commissie mer in voorliggend OER In dit tekstkader staat beknopt beschreven in hoeverre de zienswijzen op de NRD en het advies van de Commissie mer zijn meegenomen in het voorliggend OER. De ingebrachte zienswijzen op de NRD zijn onderdeel geworden van de omgevingsvisie en het OER: • Cultureel erfgoed en archeologie zijn onderzocht in de Foto van de Leefomgeving1 en er is een effectbeoordeling uitgevoerd op deze thema’s. • De brede historische thema’s hebben een plek gekregen in de omgevingsvisie. • De interviews met beleidsmedewerkers zijn uitgebreid met een bureauonderzoek (zie Foto van de Leefomgeving). Het advies van de Commissie mer is op verschillende meegenomen in de omgevingsvisie en het OER: • In de Foto van de Leefomgeving is de staat van de leefomgeving in beeld gebracht. Hierbij is duidelijk onderscheid gemaakt tussen huidige situatie, autonome ontwikkelingen en beleid uit de ontwerp omgevingsvisie. • Bestaand beleid is onderdeel van de autonome ontwikkeling. In hoofdstuk 5 is de ontwerp omgevingsvisie ten opzichte van dit bestaand beleid beoordeeld (referentiesituatie). In hoofdstuk 7 is een doorkijk gegeven naar de uitwerking van andere plannen en programma’s, parallel aan de omgevingsvisie.
• Botsingen van ambities zijn in twee fases in beeld gebracht: bij de beoordeling van de concept omgevingsvisie en bij de beoordeling van de ontwerp omgevingsvisie. • De Toekomstbeelden zijn opgesteld op basis van drie uiteenlopende veerkrachten (sociaal, economisch en ecologisch). De Foto van de Leefomgeving is een informatieve basis geweest voor het opstellen van de toekomstbeelden. In deze stap zijn alternatieven verkend en ruimtelijke knelpunten in beeld gebracht. • In de omgevingsvisie en in hoofdstuk 7 van het voorliggend OER is een voorstel gedaan voor de monitoring. Vanuit het OER worden leemte in kennis en aandachtspunten meegegeven voor de monitoring. De aanpak en het beoordelingskader, zoals beschreven in de NRD, is veranderd in de loop van het traject. Het proces, de werkwijze en het beoordelingskader zijn toegelicht in hoofdstuk 3.
De gemeente Sittard-Geleen heeft in 2022 en 2023 een Foto van de Leefomgeving7 opgesteld. Tegelijkertijd heeft de gemeente gewerkt aan haar omgevingsvisie. In paragraaf 3.1 is een uitgebreide beschrijving van het proces opgenomen om te komen tot de ontwerp omgevingsvisie en het OER, en hoe milieueffecten meegenomen zijn in het komen tot het voorgenomen beleid van de ontwerp omgevingsvisie. De Foto van de Leefomgeving geeft voor een twintigtal ruimtelijke beleidsvelden (‘taakvelden’ genoemd) een feitelijke beschrijving van de referentiesituatie. Deze bestaat uit de huidige situatie en autonome ontwikkelingen. De taakvelden zijn onderverdeeld over drie veerkrachten. Voor verdere duiding zie paragraaf 3.1. Het OER wordt samen met de ontwerp omgevingsvisie ter inzage gelegd en voor een toetsingsadvies aangeboden aan de Commissie mer. Dit is een onafhankelijk orgaan en bestaat uit deskundigen op het gebied van milieu, duurzaamheid, natuur en leefomgeving en beoordeelt de volledigheid, objectiviteit en accuraatheid van voorliggend OER. Na de inspraakperiode op het OER en de ontwerp omgevingsvisie brengt zij haar toetsingsadvies uit. Na ontvangen en verwerken van zienswijzen en het toetsingsadvies wordt de omgevingsvisie vastgesteld door de gemeenteraad van Sittard-Geleen. Met de bekendmaking van het besluit is de omgevingsvisie definitief.
1.2.3
MER-plicht en Commissie mer
De omgevingsvisie is planmer-plichtig omdat op voorhand niet uitgesloten kan worden dat ruimtelijke ontwikkelingen die voortkomen uit de omgevingsvisie niet mer-(beoordelings)plichtig zijn. Met deze planmer-plicht hangt een verplichting samen om de Commissie mer een toetsingsadvies over het OER uit te laten brengen. De gemeente is hierin als bevoegd gezag opdrachtgever van en primair contactpersoon voor de Commissie. De Commissie brengt een advies uit dat ofwel positief is (het OER bevat voldoende informatie voor de bestuurlijke afwegingen), ofwel waarin geconstateerd wordt dat er essentiële tekortkomingen zijn waardoor de belangen vanuit milieu en leefomgeving niet
7 Gemeente Sittard-Geleen (2023), Foto van de Leefomgeving
18
Onze referentie: WE6NCSCHCSF2-120416608-134:1.0 - Datum: 7 januari 2025 - Public
OMGEVINGSEFFECTRAPPORTAGE OMGEVINGSVISIE SITTARDGELEEN
volwaardig meegewogen konden worden in de besluitvorming. De Commissie mer plaatst het toetsingsadvies op haar website en brengt daarnaast een persbericht naar buiten. De gemeente kan besluiten om naar aanleiding van het toetsingsadvies een aanvulling op het OER uit te laten voeren; deze aanvulling kan desgewenst nogmaals door de Commissie MER van een aanvullend advies voorzien worden. Zowel het OER als het toetsingsadvies van de Commissie mer leiden niet tot verdere verplichtingen voor de gemeente. Een OER kan tekortkomingen in het beleid constateren en kan aanbevelingen voor aanvulling, aanscherping of wijziging doen voor de doelen van een gemeente en het voorgenomen beleid. Deze aanbevelingen hoeven door een gemeente echter niet verplicht opgevolgd te worden. Het OER kan er dus niet toe leiden dat ontwikkelingen ‘op slot’ gezet worden. Dit blijft altijd een politieke keuze, die uiteraard wel geagendeerd en van feitelijke beslisinformatie voorzien kan worden vanuit de mer-procedure. Hetzelfde geldt voor het toetsingsadvies van de Commissie mer. Gemeenten hebben wel een verantwoordingsplicht. Dat betekent dat het verplicht is om in de ontwerp omgevingsvisie aan te geven wat de gemeente heeft gedaan of van plan is te gaan doen met de adviezen vanuit het OER. Voor veel gemeentelijke omgevingsvisies geldt dat niet alle aanbevelingen uit het OER verwerkt kunnen worden.
Sommige adviezen kan of wil een gemeente überhaupt niet opvolgen, voor andere adviezen geldt dat de benodigde beleidsmaatregelen niet tijdig voor vaststelling van de ontwerp omgevingsvisie vastgesteld kunnen worden. Hier kan in de uitwerking van de omgevingsvisie een vervolg aan worden gegeven.
1.3
Opbouw van dit OER
Dit OER bestaat uit een beknopte, zelfstandig leesbare samenvatting en een uitgebreid hoofdrapport. Het hoofdrapport bestaat uit een aantal hoofdstukken: Hoofdstuk 1 – Inleiding In de inleiding wordt de context van het OER en de omgevingsvisie geschetst. Hoofdstuk 2 – Ontwerp omgevingsvisie Sittard-Geleen Dit hoofdstuk beschrijft de voorgenomen activiteit uit de ontwerp omgevingsvisie. Hoofdstuk 3 – Proces en werkwijze Dit hoofdstuk beschrijft het gevolgde proces in de totstandkoming van de omgevingsvisie en het OER. Het beoordelingskader dat gebruikt is voor de beoordeling en het gebruik van het Rad van de Leefomgeving wordt toegelicht. Ook wordt beschreven hoe de beoordeling van dit OER is opgebouwd. Hoofdstuk 4 – Beoordeling concept omgevingsvisie Dit hoofdstuk bevat de belangrijkste conclusies van de beoordeling van de concept omgevingsvisie en de doorwerking van deze conclusies in de ontwerp omgevingsvisie. Hoofdstuk 5 – Beoordeling ontwerp omgevingsvisie Dit hoofdstuk bevat de beoordeling op doelbereik en milieueffecten voor alle beoordelingsaspecten, een batenanalyse per taakveld, en een aantal intermezzo’s waarin belangrijke onderwerpen buiten het beoordelingskader zijn uitgelicht.
Hoofdstuk 6 – Conclusies en aanbevelingen Dit hoofdstuk bevat conclusies met betrekking tot de effecten van de ontwerp omgevingsvisie op de leefomgeving en in hoeverre ambities uit de ontwerp omgevingsvisie bereikt worden met de beleidskeuzes. Ook bevat dit hoofdstuk aanbevelingen voor de uitwerking van het voorgenomen beleid in de ontwerp omgevingsvisie. Hoofdstuk 7 – Monitoring Dit hoofdstuk bevat de monitoring van de omgevingsvisie en aandachtspunten voor monitoring in Sittard-Geleen. Dit rapport bevat daarnaast één bijlage: • In Bijlage A is de voorgenomen activiteit (ambities en beleidskeuzes) van de ontwerp omgevingsvisie opgenomen.
19
Onze referentie: WE6NCSCHCSF2-120416608-134:1.0 - Datum: 7 januari 2025 - Public
OMGEVINGSEFFECTRAPPORTAGE OMGEVINGSVISIE SITTARDGELEEN
2
Ontwerp omgevingsvisie Sittard-Geleen
Dit OER is opgesteld ten behoeve van de ontwerp omgevingsvisie van de gemeente Sittard-Geleen van 2 juli 20248. Dit heeft de gemeente de afgelopen jaren met een uitgebreid participatieproces opgesteld. Dit hoofdstuk beschrijft de opbouw van de ontwerp omgevingsvisie. Er wordt hier niet specifiek ingegaan op de inhoud. Hiervoor verwijzen we naar de ontwerp omgevingsvisie zelf. De ontwerp omgevingsvisie heeft als zichtjaar 2040 en is getiteld: ‘Samen stad en dorp maken!’: Stip op de horizon (hoofdstuk 3 in de ontwerp omgevingsvisie) Sittard-Geleen is in 2040 een gezonde, ondernemende, innovatieve en duurzame gemeente. Daar hebben het bedrijfsleven, onze inwoners, allerlei organisaties en de gemeente samen voor gezorgd. Door de diversiteit aan groene en energieneutrale wijken en dorpen en het goede vestigingsklimaat is Sittard-Geleen een heel fijne plek. Voor mensen die er soms al generaties lang wonen en werken. En net zo vaak voor mensen die bewust voor Sittard-Geleen kiezen. Vanwege de gemeenschap, de voorzieningen, de groene woonomgeving of hun carrière. Onze leefomgeving draagt sterk bij aan gezonde inwoners in sterke gemeenschappen waarin iedereen meedoet. Onze rijke historie vol van innovaties en veerkracht vormt de basis van een circulaire toekomst: Sittard-Geleen als dé circulaire productiestad* van Nederland.
Uniek vanwege de transformatie van een van de vijf grootste Nederlandse industrieclusters naar een volledig circulaire industrie. Deze blijft daardoor de motor van de brede welvaart in Zuid-Limburg. In Sittard-Geleen vinden veel gevestigde én nieuwe bedrijven elkaar in circulair maken en innoveren. Sittard-Geleen is ook uniek als circulaire productiestad omdat de lokale samenleving circulair leven in de praktijk te brengt. De gemeente heeft eerder een Toekomstvisie 2030 opgesteld met haar inwoners. De doelen uit deze visie zijn vertaald in de ontwerp omgevingsvisie. De gemeente heeft voor de ontwerp omgevingsvisie de vier veerkrachten uit de Toekomstvisie gebruikt: • Samen stad en dorp gaan maken (institutionele veerkracht); • Zorgen voor een leefomgeving die mensen verbindt (sociale veerkracht); • Ruimte maken voor circulaire bedrijvigheid (economische veerkracht); • Groen worden, van Heuvelland tot Maasdal (ecologische veerkracht). Onder deze veerkrachten zijn tien ambities geformuleerd: • Samen stad en dorp gaan maken • Zorgen voor een leefomgeving die mensen verbindt 1. We maken ruimte voor ontmoeten 2. Gezond bewegen 3. Cultuur en erfgoed voor iedereen 4. Het goede wonen • Ruimte maken voor circulaire bedrijvigheid 5. Een sterke, gewortelde circulaire bedrijvigheid 6. Duurzame logistiek 7. Slimmer, gezonder en schoner • Groen worden, van Heuvelland tot Maasdal 1.
Groene wijken en dorpen 2. Water en bodem sturend 3. Heuvelland en Maasvallei verbonden De tien ambities zijn nader uitgewerkt in een aanpak om van nu te komen tot de gewenste situatie van 2040. In deze aanpak zijn zowel huidig beleid, autonome ontwikkelingen en nieuwe maatregelen opgenomen. In Bijlage A zijn nieuwe maatregelen opgesomd. Deze worden als voorgenomen activiteit voor dit OER gezien. In Figuur 6 zijn de beleidskeuzes onder deze ambities in de ontwerp omgevingsvisie op kaart afgebeeld.
8
De definitieve ontwerp omgevingsvisie later is vastgesteld door het college, maar in de definitieve versie is er inhoudelijk niets veranderd is ten opzichte van de versie van 2 juli.
20
Onze referentie: WE6NCSCHCSF2-120416608-134:1.0 - Datum: 7 januari 2025 - Public
OMGEVINGSEFFECTRAPPORTAGE OMGEVINGSVISIE SITTARDGELEEN
Figuur 6: Kaart ontwerp omgevingsvisie Sittard-Geleen.
21
Onze referentie: WE6NCSCHCSF2-120416608-134:1.0 - Datum: 7 januari 2025 - Public
OMGEVINGSEFFECTRAPPORTAGE OMGEVINGSVISIE SITTARDGELEEN
Figuur 7: Legenda bij kaart ontwerp omgevingsvisie Sittard-Geleen
22
Onze referentie: WE6NCSCHCSF2-120416608-134:1.0 - Datum: 7 januari 2025 - Public
OMGEVINGSEFFECTRAPPORTAGE OMGEVINGSVISIE SITTARDGELEEN
3
Proces en methodiek
In dit hoofdstuk wordt het proces en de methodiek van het voorliggend OER toegelicht. In paragraaf 3.1 wordt het proces toegelicht van de totstandkoming van het OER en de ontwerp omgevingsvisie. Hierbij gaat het specifiek over de interactie tussen het OER en de ontwerp omgevingsvisie. In paragraaf 3.2 wordt de methodiek beschreven van de effectbeoordeling in het OER. In paragraaf 3.3 staat het gehanteerd beoordelingskader.
3.1
Proces
In deze paragraaf wordt het proces toegelicht van de totstandkoming van het OER en de ontwerp omgevingsvisie. Hierbij gaat het specifiek over de interactie tussen het OER en de ontwerp omgevingsvisie. Hoe de ontwerp omgevingsvisie tot stand is gekomen, staat uitgebreid toegelicht in de ontwerp omgevingsvisie. Het proces is schematisch weergegeven in Figuur 8. Het figuur laat zien dat de omgevingsvisie en het OER verschillende stappen doorlopen hebben. De documenten zijn in samenhang opgesteld en er heeft op verschillende momenten interactie plaatsgevonden tussen de documenten. Deze interactie wordt beschreven in de opvolgende paragrafen.
Figuur 8: De samenhang tussen het omgevingsvisie- en het OER-spoor.
3.1.1
Voorfase: Toekomstvisie, doelen en NRD
In 2020 heeft de gemeente Sittard-Geleen in een participatieproces een toekomstvisie9 voor het jaar 2030 opgesteld. Deze toekomstvisie is in 2021 door de gemeenteraad vastgesteld. Op basis van de Toekomstvisie 2030 en gesprekken met de samenleving zijn de richtinggevende ‘doelen voor de fysieke leefomgeving’ door de gemeenteraad vastgesteld in december 2022. In totaal zijn er 19 doelen, die verdeeld zijn in de vier belangrijke veerkrachten in de gemeente: economisch, ecologisch, sociaal en institutioneel. De doelen bepalen de keuzes die de gemeente maakt voor de verbetering van de leefomgeving. De doelen hebben ter inzage gelegen en zijn in verschillende bijeenkomsten besproken met inwoners, bedrijven, maatschappelijke instellingen, overheden en raadsleden. In dezelfde periode (tweede helft van 2021) is een NRD opgesteld. In de NRD staat het proces, de voorgenomen planning en de onderzoeksaanpak van de beoordeling in het OER. De NRD heeft ter inzage gelegen en is getoetst door de Commissie MER10.
3.1.2
Stap 1: Toekomstbeelden en Foto van de Leefomgeving
Totstandkoming van de toekomstbeelden Op basis van de Toekomstvisie 2030 en de ‘doelen voor de fysieke leefomgeving’ heeft de gemeente Sittard-Geleen drie toekomstbeelden11 opgesteld, aan de hand van de veerkrachten economisch, ecologisch en sociaal. Per toekomstbeeld zijn maatregelen en ruimtelijke ingrepen uitgewerkt om een zo maximaal mogelijke invulling te geven aan de veerkracht. In alle toekomstbeelden zijn autonome ontwikkelingen of door de gemeenteraad goedgekeurde plannen opgenomen. De toekomstbeelden zijn op deze onderdelen niet onderscheidend. Het gaat bijvoorbeeld om de ontkluizing van de Keutelbeek, de nieuwe inrichting van de ESCS-locatie en de aanleg van de
9 Gemeente Sittard-Geleen (2021), Toekomstvisie 2030 10 Commissie mer (2022), Advies reikwijdte en detailniveau omgevingsvisie gemeente Sittard-Geleen 11 Gemeente Sittard-Geleen (2023), Toekomstbeelden
23
Onze referentie: WE6NCSCHCSF2-120416608-134:1.0 - Datum: 7 januari 2025 - Public
OMGEVINGSEFFECTRAPPORTAGE OMGEVINGSVISIE SITTARDGELEEN
Delta Rhine Corridor. Aan de hand van de toekomstbeelden heeft de gemeente daarmee verkend hoe de omgeving eruit komt te zien als maximaal wordt ingezet op sociale, economische of ecologische veerkrachten: •
Sociale veerkracht: Bij sociale veerkracht staan de verschillende ruimtelijke keuzes in dienst om mensen een goed en gezond leven te geven. Dat betekent bijvoorbeeld dat natuur nabij wordt gebracht, er meer gesport kan worden in de openbare ruimte en veiligheid van bewoond gebied voorop staat. Mensen worden serieus genomen en betrokken bij allerlei vormen van participatie. Dat betekent dat er een beroep wordt gedaan op elkaar om samen te werken aan een redzame samenleving. • Economische veerkracht: In een economisch perspectief geven we ruimte aan werkgelegenheid. Door de kwaliteit in de gemeente te versterken wordt ingezet op een goed vestigingsklimaat, goede bereikbaarheid en meer aantrekkingskracht voor toerisme. • Ecologische veerkracht: In een ecologisch Sittard-Geleen wordt de focus gelegd op een gezond natuurlijk gebied en een toekomstbestendige gemeente voor mens en dier. Er wordt, ook in het stedelijk gebied, ruimte gemaakt voor klimaatadaptatie en voor het versterken van de biodiversiteit. De landbouw extensiveert. Voor verdere stedelijke uitbreiding wordt geen ruimte gemaakt. De toekomstbeelden zijn een tussenproduct op weg naar de nieuwe omgevingsvisie. Door de beelden uit te schrijven en op kaart uit te werken12 wordt de samenhang tussen de toekomstbeelden zichtbaar, alsook op welke onderdelen conflicten ontstaan en keuzes moeten worden gemaakt.