1e rapportage 2023 - versie raad
Tekst van het document
1ste programmarapportage 2023
Datum:
11-05-2023
Colofon: Gemeente Sittard-Geleen Team Financiën Postbus 18 6130 AA Sittard Inlichtingen: tel 14 046
1
Inhoudsopgave INLEIDING.........................................................................................................................................3 1.
ACTUALISATIE FINANCIEEL PERSPECTIEF...................................................................................4
1.1
AANDACHTSPUNTEN ............................................................................................................4
1.2
ACTUALISATIE BEGROTINGSBEELD .......................................................................................6
2.
ONTWIKKELINGEN PER PROGRAMMA ....................................................................................18
PROGRAMMA 0: BESTUUR EN ONDERSTEUNING ...........................................................................................19 PROGRAMMA 1: VEILIGHEID ....................................................................................................................26 PROGRAMMA 2: VERKEER, VERVOER EN WATERSTAAT ...................................................................................30 PROGRAMMA 3: ECONOMIE ....................................................................................................................34 PROGRAMMA 4: ONDERWIJS ...................................................................................................................40 PROGRAMMA 5: SPORT, CULTUUR EN RECREATIE .........................................................................................43 PROGRAMMA 6: SOCIAAL DOMEIN ...........................................................................................................48 PROGRAMMA 7: VOLKSGEZONDHEID EN MILIEU ...........................................................................................53 PROGRAMMA 8: VOLKSHUISVESTING, RUIMTELIJKE ORDENING EN STEDELIJKE VERNIEUWING ................................55 3.
VOORTGANG GROTE DOSSIERS ..............................................................................................59
4.
BESLISPUNTEN........................................................................................................................72
5.
BIJLAGEN ................................................................................................................................74
BIJLAGE 1 - VOORTGANGSRAPPORTAGE REGELING GROTE PROJECTEN...........................................74 A. SPORTPARK GLANERBROOK ..................................................................................................................74 B. HUISVESTING - BESTUURLIJKE EN AMBTELIJKE HUISVESTING .........................................................................77 C. HUISVESTING: VIDAR (UNILOCATIE) ......................................................................................................79 D. HUISVESTING: WIJKBEHEER EN IPOR .....................................................................................................81 E. HUISVESTING: HUIS AAN DE MARKT .......................................................................................................84 F. HET GROENE NET ...............................................................................................................................85 G. UNILOCATIE ONDERWIJS EN SPORTVOORZIENINGEN GREVENBICHT-OBBICHT ...................................................88
2
Inleiding
In het raadsbesluit P&C-cyclus 2023, van 26 januari 202 zijn aanpak, inrichting en planning van onze P&C-producten op hoofdlijnen uitgewerkt. Voor 2023 hebben wij de rapportagefrequentie teruggebracht van 4 naar 3. Deze 3 tussentijdse rapportages hebben een integraal karakter. Dat wil zeggen dat we zowel inhoudelijk als financieel op basis van het uitzonderingsprincipe rapporteren. Nu ligt de 1ste rapportage 2023 voor. Voor deze rapportage is in eerder genoemd raadsbesluit de volgende focus uitgewerkt. Focus tussentijdse rapportages
Rapportage 1ste rapportage
Focus -
1ste actualisatie van de budgetten uit de begroting 2023 louter op basis van autonome ontwikkelingen financiële bijstellingen Geen ontwikkelingen of beleidskeuzes Inhoudelijke ontwikkelingen en risico’s op programmabladen Voortgangsrapportage grote dossiers
Net als in voorgaande jaren hanteren wij in onze rapportages het uitzonderingsprincipe. Dit betekent dat we afwijkingen van de begroting 2023 en/ of nieuwe ontwikkelingen en risico’s melden. Voor zover de begrotingsuitvoering volgens planning verloopt, wordt hierover in deze rapportage niets opgenomen. Wij hebben alle ontwikkelingen meegenomen die op het moment van samenstelling van deze rapportage (begin april 2023) bekend waren. Daarnaast geven wij in deze rapportage inzicht in de voortgang op de uitvoering van de grote dossiers. In deze rapportage gaan wij achtereenvolgens in op de volgende onderdelen: 1. Actualisatie financieel perspectief; 2. Ontwikkelingen per programma; 3. Voortgang grote dossiers. 4. Beslispunten Wij starten deze rapportage met de actualisatie van het financieel perspectief. Wij geven u inzicht in de ontwikkeling van het resultaat en saldo in het huidig begrotingsjaar 2023 en ook de resultaten en saldo in de meerjarenraming 2024-2026. Wij lichten dit begrotingsresultaat op hoofdlijnen toe. In hoofdstuk 2 geven wij per programma, voor zover van toepassing, een opsomming van relevante ontwikkelingen, risico’s en voorstellen tot aanpassing van de budgetten. Tevens geven wij per programma een overzicht van de ontwikkeling van de budgetten die voor de uitvoering van het betreffende programma beschikbaar zijn.
In hoofdstuk 3 rapporteren wij over de voortgang op de grote dossiers. Hierbij sluiten we aan op het raadsbesluit P&C-cyclus 2023, waarin is aangegeven dat wij in de 1ste en 2de rapportage rapporteren over de voortgang op een aantal limitatief benoemde dossiers. Tot slot leggen wij in hoofdstuk 4 op basis van het geactualiseerd financieel perspectief en de financiële ontwikkelingen op de programmabladen een aantal beslispunten aan u voor.
3
1. Actualisatie financieel perspectief 1.1 Aandachtspunten Scope 1ste rapportage 2023 De basis voor onze P&C-producten is vastgelegd in het raadsbesluit ‘P&C-cyclus 2023’. In de inleiding hebben wij aangegeven welke focus in deze rapportage wordt gelegd. Daarnaast zijn voor de uitwerking van deze rapportage een aantal algemene en specifieke aandachtspunten van toepassing. Algemeen - Uitzonderingsrapportage We rapporteren alleen inhoudelijke en/ of financiële ontwikkelingen die afwijken van de begroting 2023, of niet in de begroting zijn opgenomen -
Kaderstelling voor financiële bijstellingen In algemene zin geldt voor voorstellen tot begrotingsaanpassing een aantal kaders: • Toepassing van onze begrotingskaders; we doen voorstellen voor verwerking van autonome ontwikkelingen die niet binnen het product of programma opgevangen kunnen worden. • We doen voorstellen voor zover de bijstelling groter is dan 1% van het budget op programmaniveau met een minimumbedrag van € 50.000. Bijstellingen onder deze grens presenteren wij onder de noemer ‘kleine verschillen’.
-
Begrotingskaders Passend binnen een duurzaam financieel beleid hanteren wij voor de voorstellen tot begrotingsaanpassing een aantal kaders: • toepassing begrotingskaders, waarbij we nadelen achtereenvolgens opvangen binnen taakveld, programma of de totale begroting. Voordelen voegen we toe aan de algemene reserve; • we ramen reëel, waarbij we streven naar een betaalbare begroting met aandacht voor niveau van de lokale lasten; • we ramen autonome ontwikkelingen wanneer ze zich voordoen; • we hebben inzicht in kansen en bedreigingen (risico’s) en vertalen dit financieel in ons weerstandsvermogen; • we maken duidelijke afspraken over de aan te houden buffers in onze algemene reserve en algemene reserve weerstandsvermogen; • de integrale afweging over de inzet van de ruimte voor nieuw beleid vindt jaarlijks plaats in de kadernota/ kaderbrief en wordt financieel vertaald in de begrotingsvoorbereiding; • voor zover de ruimte voor nieuw beleid niet toereikend is, passen we het principe ‘oud voor nieuw’ toe; • de beheerplannen voor onderhoud kapitaalgoederen en onderhoud vastgoed zijn vertaald naar onze begroting. Wij hebben het doel door toepassing van deze kaders onze financiële positie op orde te houden, resulterend in een blijvend structureel en reëel sluitende begroting. Duidelijk, realistisch en gericht op het zoveel mogelijk voorkomen van verrassingen.
In deze rapportage wordt het begrotingsbeeld bijgesteld. Bijstelling van de begroting vindt zoveel mogelijk plaats via de P&C-cyclus. De 1e rapportage 2023 is het eerste moment.
4
Daarnaast kan de begroting bijgesteld worden op basis van een afzonderlijk raadsvoorstel met bijbehorende begrotingswijziging. Dit geldt bijvoorbeeld voor urgente onderwerpen, waarbij: • besluitvorming, inclusief toewijzing van budgetten door de raad, gelet op noodzakelijke uitvoering, niet kan wachten tot het eerstvolgende rapportagemoment, bijvoorbeeld het uitvoeren van onomkeerbare besluiten; • het onderwerp een afzonderlijke behandeling rechtvaardigt, gezien de politieke relevantie en/ of de impact op de begroting. Specifiek - Alleen autonome ontwikkelingen Gelijktijdig met de voorbereiding van de 1ste rapportage, vindt ook de voorbereiding van de kadernota 2023 plaats. In deze kadernota’s vindt de integrale afweging over beleidskeuzes plaats. Dit betekent dat we het begrotingsbeeld in deze rapportage alleen bijstellen voor autonome ontwikkelingen. -
Verwerking prijsstijgingen Bij de uitwerking van de begroting 2023 hebben wij middelen gereserveerd om de gevolgen van prijsstijgingen op onze begroting op te vangen. Wij hebben deze middelen centraal gereserveerd op de stelpost inflatie. Daarnaast hebben wij voor een aantal specifieke posten de begroting 2023 bijgesteld voor het effect van prijsstijgingen. Het gaan dan over Ibor beheerbudgetten, contracten Jeugdzorg en Wmo en Microsoft contracten. In de voorbereiding van de 1ste rapportage 2023 hebben wij de effecten van de loon- en prijsstijgingen op de verschillende posten, voor zover nu kwantificeerbaar, in beeld gebracht. In deze rapportage brengen wij de resultaten van de geïnventariseerde claims in beeld. Vervolgens legggen we een relatie met de beschikbare middelen om deze claims op te vangen.
-
Verbetering leesbaarheid financiële tabellen In het raadsbesluit P&C-cyclus 2023 is de verbetering van de financiële tabellen als ontwikkelpunt benoemd. Wij hebben de tabel ‘overzicht gevraagde bijstellingen exploitatiebudgetten’ die in hoofdstuk 2 per programma is opgenomen, aangepast. In deze tabel staat het onderwerp van de bijstelling centraal en wordt de omvang van de financiële bijstelling inclusief inhoudelijke toelichting op een plek gepresenteerd.
-
Diversen Op basis van de actualiteit/ eerdere besluitvorming nemen we in de uitwerking van deze rapportage onderstaande onderwerpen mee: • Verwerking van de structurele financiële gevolgen uit de decembercirculaire 2022; • Evaluatie van de voucherregeling: het restant budget uit 2022 ad € 0,4 mln. is overgeheveld naar 2023, met de opdracht te onderzoeken om de regeling in 2023 te continueren of het bedrag anderszins inzetten op het gebied van (incidentele) lastenverlichting. (raadsbesluit 4de rapportage 2022 15 december 2022) • Verwerking financiële consequenties uit het raadsvoorstel bijgestelde begroting 2023 GR Vidar Wsw (raadsbesluit 26 januari 2023)
5
1.2 Actualisatie begrotingsbeeld In hoofdstuk 2 ‘Ontwikkelingen per programma’ geven wij per programma de voorstellen tot aanpassing van de begroting 2023 en meerjarenraming 2024-2026 aan. Kijkend naar de toepassing van onze begrotingskaders betreft het aanpassingen die wij niet binnen het product of betreffende programma kunnen oplossen. Met andere woorden, de oplossing van met name de nadelige aanpassingen vindt plaats via de totale begroting. De begrotingssaldi tot en met de 4de rapportage 2022 fungeren als vertrekpunt voor deze actualisatie. Voor een zo goed mogelijk inzicht in de ontwikkeling van onze financiële positie hebben wij de volgende onderdelen in de actualisatie betrokken: 1. Samenvatting begrotingsaanpassingen 1ste rapportage 2023 2. Financiële ontwikkelingen 3. Ontwikkeling begrotingssaldi tot en met de 1ste rapportage 2023 1. Samenvatting begrotingsaanpassingen In hoofdstuk 2 ‘Ontwikkelingen per programma’ geven wij per programma inzicht in de ontwikkeling van de budgetten en de voorstellen tot bijstelling van deze budgetten. In onderstaande tabel hebben wij de saldi van de budgetten per programma samengevat. Tabel 1: Samenvatting programmasaldi Totaal bedragen x € 1.000
Begroting voor Goedgekeurde Begroting incl. bijstelling bijstellingen goedgekeurd 2023 2023 2023
Bijstelling 1e Prorap 2023
Begroting na bijstelling 2023
Bijstelling
Bijstelling
Bijstelling
2024
2025
2026
(d)
(f)
(f)
509
(e=c+d) 213.361
0 BESTUUR EN ONDERSTEUNING
(a) 208.062
(b) 4.790
(c=a+b) 212.852
1 VEILIGHEID
-13.021
-296
-13.317
-120
2 VERKEER, VERVOER EN WATERSTAAT
-24.591
-53
-24.644
3 ECONOMIE
-5.904
-520
4 ONDERWIJS
-8.395
-181
5 SPORT, CULTUUR EN RECREATIE
-29.712
6 SOCIAAL DOMEIN
-121.924
7 VOLKSGEZONDHEID EN MILIEU 8 VOLKSHUISV., RUIMT.ORDENING EN STED.VERNIEUWING Totaal
(f)
17
16
-13.437
-
-
28 -
-14
-24.658
-23
-23
-41
-6.424
-327
-6.751
-99
-99
-99
-8.575
-
-8.575
19
18
18
-136
-29.848
-3
-29.852
-3
-3
-3
1.841
-120.083
-63
-120.146
113
114
115
802
-21
781
-
781
-
-
-
-5.348
-641
-5.989
51
-5.938
-10
-10
-10
-31
4.783
4.752
32
4.785
13
13
8
Leeswijzer tabel 1: De actuele begroting (kolom c) fungeert als vertrekpunt voor de actualisatie van de budgetten. De actuele begroting wordt bepaald door de primitieve begroting (kolom a) - raadsbesluit 10 november 2022 – en de begrotingswijzigingen die sindsdien zijn verwerkt (kolom b). Deze begrotingswijzigingen hebben betrekking op administratieve, budgettair neutrale wijzigingen en de aanpassingen op basis van de 4de rapportage 2022. De voorstellen tot bijstellingen van de budgetten in deze rapportage zijn zowel voor 2023 (kolom d) als de jaren 2024-2026 (kolom f) weergegeven. Kolom e geeft inzicht in de actuele begroting 2023, incl. de bijstellingen uit de 1ste rapportage 2023. De bedragen in de kolommen (a), (c) en (e) zijn saldobedragen; het verschil tussen de totale baten en lasten van het programma. Voor programma 0 betreft dit een positief saldo - de baten zijn hoger dan de lasten -, omdat hier de inkomsten uit het gemeentefonds en de belastingen worden verantwoord. De overige programma’s hebben een negatief saldo - de lasten zijn hoger dan de baten -. Op deze programma’s worden naast specifieke inkomsten de lasten verantwoord om het programma uit te kunnen voeren. De bedragen in de kolommen (d) en (f) hebben betrekking op het totaal van de bijstellingen op het programma.
Een positief bedrag heeft een voordelig effect op het begrotingssaldo; een negatief bedrag heeft een nadelig effect op het begrotingssaldo.
6
Toelichting tabel 1: Uit de tabel blijkt dat wij de actualisatie van ons begrotingsbeeld - op basis van de actuele begroting starten met een voordelig begrotingssaldo in 2023 van € 4,8 mln. Het totaal aan bijstellingen in deze rapportage met invloed op het begrotingssaldo is beperkt en bedraagt in 2023 € 32.000 voordelig. De structurele doorwerking van de bijstellingen in deze rapportage is voordelig en bedraagt in 2024 en 2025 jaarlijks € 13.000. en loopt in 2026 af tot € 8.000. In de volgende tabel geven wij een toelichting op de belangrijkste voorstellen tot begrotingsaanpassing. Tabel 2: Begrotingsaanpassingen Begrotingsaanpassingen bedragen x € 1.000
Actuele Begroting 2023
Begroting 2024
Begroting 2025
Begroting 2026
Resultaat 1ste rapportage 2023 AUTONOME ONTWIKKELINGEN Decembercirculaire
84
Calamiteit bulktrailers
-120
Saldo autonome ontwikkelingen
-36
-
-
-
CORONA Subsidieregeling Corona noodfonds
-61
Subsidieregeling evenementen 2022
-37
Verrekening met reservering coronamiddelen
98
Saldo corona
-
-
KLEINE VERSCHILLEN
68
13
13
8
Totaal begrotingsaanpassingen
32
13
13
8
Leeswijzer tabel 2: In bovenstaande tabel hebben wij de voorstellen tot begrotingsaanpassing opgenomen die van invloed zijn op het begrotingssaldo. Positieve bedragen hebben een voordelig effect op het begrotingssaldo; negatieve bedragen hebben een nadelig effect op het begrotingssaldo. Wij hebben de aard van de aanpassingen onderverdeeld in autonome ontwikkelingen en corona-effecten. Voor een volledig inzicht in de voorgestelde bijstellingen per programma - inclusief inhoudelijke toelichting - verwijzen wij u naar hoofdstuk 2 van deze rapportage. Hier zijn ook de voorstellen tot aanpassing opgenomen die geen invloed hebben op het begrotingssaldo - budgettair neutrale aanpassingen. Toelichting tabel 2: Uit de tabel blijkt dat het totaal aan begrotingsaanpassingen in 2023 € 32.000 voordelig is. De voordelige structurele doorwerking van de bijstellingen bedraagt in 2024 en 2025 jaarlijks € 13.000 en loopt af tot € 8.000 in 2026. Voordat wij onderstaand de individuele posten kort toelichten geven wij eerst een analyse op hoofdlijnen. Op hoofdlijnen Het aantal voorstellen tot begrotingsaanpassing is nog beperkt in deze 1ste rapportage. Dat geldt zowel voor de aanpassingen met invloed op het begrotingssaldo als de budgettair neutrale aanpassingen.
Dit komt enerzijds door de peildatum voor deze rapportage (begin april) als het uitgangspunt de rapportage alleen bij te stellen voor autonome ontwikkelingen. De beleidskeuzes
7
maken immers deel uit van de integrale afweging in de kadernota 2023, die gelijktijdig met de 1ste rapportage 2023 wordt behandeld. Per voorstel tot aanpassing Op basis van de uitgangspunten lichten wij in de samenvatting alleen bijstellingen toe die tenminste € 50.000 bedragen. De bijstellingen onder het grensbedrag van € 50.000 zijn samengevat onder de kleine verschillen. Ook deze bijstellingen zijn beperkt in aantal. Voor een verdere toelichting hierop verwijzen wij naar de financiële bijstellingen op de programmabladen. Decembercirculaire Naast een technische bijstelling van de algemene uitkering voor 2023 en verder zit in de decembercirculaire 2022 ook structureel een compensatie voor 2023 en verder voor de Wet Goed Verhuurderschap en de Wet kwaliteitsborging bouw (WKB). Calamiteit bulktrailers Een fysiek incident (calamiteit) begin januari 2023 heeft geleid tot een kostenpost van circa € 0,12 mln. Deze kosten kunnen niet worden opgevangen via het calamiteitenbudget binnen programma Veiligheid. In deze 1e programmarapportage 2023 wordt derhalve incidenteel € 0,12 mln. bijgeraamd op dit calamiteitenbudget.
Subsidieregeling Corona Noodfonds Zoals in de raadsinformatiebrief ‘Verlengen noodfonds voor ondernemers’ van 14 september 2022 is aangegeven, is door aanhoudende problemen bij ondernemers in de nasleep van corona besloten de subsidieregeling ‘corona noodfonds ondernemers gemeente Sittard-Geleen 2022’ opnieuw open te stellen c.q. te verlengen. Het subsidieplafond bedraagt € 0,5 mln. Bij de beoordeling en afhandeling van de subsidieaanvragen blijkt dat er een budgetoverschrijding is van € 61.000,- bij de toekenning van noodsteun aan 4 ondernemers. Wij stellen voor om incidenteel € 61.000,- extra budget voor noodsteun beschikbaar te stellen en middels toepassen van de hardheidsclausule (artikel 17) noodsteun te verlenen aan de betreffende ondernemers. Het bedrag kan worden gedekt uit de reservering coronamiddelen. Subsidieregeling evenementen 2022 Zoals in de raadsinformatiebrief ‘nota evenementensubsidies 2023’ van 14 april 2023 is aangegeven, hebben evenementen sinds 2020 meerdere klappen gekregen. Eerst door de coronacrisis, later door de hoge prijsstijgingen of vanwege de tendens dat de verantwoordelijkheid van veiligheidsaspecten meer bij de organisatie zelf komt te liggen. De subsidie verder verlagen betekent dat organisatoren onder nog meer financiële druk komen te staan en evenementen mogelijk niet meer georganiseerd worden (nu en in de toekomst).
Om evenementenstad te blijven, verlenen we de evenementen een subsidie ter hoogte van een derde van de begroting die ze hebben ingediend en passend binnen de plafonds van de diverse categorieën. Hieraan is een extra bedrag gekoppeld van € 37.000 dat we dekken uit de reservering coronamiddelen. Verrekening reservering coronamiddelen De coronabijstellingen in deze rapportage: subsidieregeling Corona Noodfonds en het tekort subsidieregeling evenementen 2022 van in totaal € 98.000 verrekenen we met de reservering coronamiddelen (‘coronapot’). Hierdoor heeft corona per saldo geen invloed op de ontwikkeling van ons begrotingssaldo.
8
Het restant van de reservering coronamiddelen bedraagt ruim € 5 mln. Met het laten vervallen van de laatste adviezen en maatregelen door het Rijk, verwachten wij dat nieuwe claims ten laste van de gereserveerde middelen beperkt in aantal en omvang zullen zijn. Wij volgen dit via onze P&C-cyclus. Afhankelijk van het beeld bij de voorbereiding van de 2de rapportage 2023/ begroting 2024 kan ‘het label’ corona van de reservering worden gehaald. Passend binnen de begrotingskaders voegen we de resterende middelen dan toe aan de algemene reserve. Voor de inzet van middelen kunnen voorstellen worden gedaan in het kader van de financiële vertaling van de kadernota 2023 in de begroting 2024. 2. Financiële ontwikkelingen Bij dit onderdeel gaan we in op: a) Invloed van prijsstijgingen op onze begroting. b) Investeringskredieten c) Inzet middelen uit reservering samenleving versterkende maatregelen a) Invloed van prijsstijgingen op onze begroting Uitgangspunten begroting 2023 In de begroting 2023 is voor de verwerking van prijsstijgingen een aantal kaderstellende uitgangspunten opgenomen.
Vanwege de onzekerheid over de verdere ontwikkeling van prijsstijgingen en onzekerheid over de toereikendheid van de gereserveerde middelen hanteren we onderstaande prioritering: • Personele lasten • Tarieven zorgverleners Wmo en Jeugdzorg • Energiekosten • GR’en • Subsidies professionele instellingen • Overige materiële kosten. Beschikbare middelen In de begroting 2023 hebben we middelen gereserveerd om de effecten van loon- en prijsstijgingen op onze begroting op te vangen. In onderstaand tabel hebben we de beschikbare middelen inzichtelijk gemaakt. Tabel 3 – stelpost inflatie bedragen x €1.000
Begroting Begroting Begroting Begroting Begroting 2022 2023 2024 2025 2026 Middelen voor dekking prijsstijgingen
Stelpost inflatie: Reservering prijspeil 2023 (o.b.v. meicirculaire 2022) Reservering o.b.v. verwachte prijsontwikkeling 2024 t/m 2026 Totaal stelpost inflatie
2,8
2,8
15,7
15,7
15,7
15,7
15,7
6,7
13,0
15,7
22,4
28,7
31,4
De saldi op de stelpost inflatie hebben wij centraal binnen onze begroting gereserveerd om effecten van prijsstijgingen op te vangen. Deze reserveringen zijn gebaseerd op de accresontwikkeling uit de
9
meicirculaire 2022. In de septembercirculaire 2022 heeft het Rijk aanvullende middelen1 beschikbaar gesteld om de effecten van loon- en prijsstijgingen op te kunnen vangen. Om ons structureel en reëel begrotingsevenwicht te kunnen borgen, hebben wij deze middelen niet toegevoegd aan de stelpost inflatie, maar hebben deze middelen geresulteerd in voordelige begrotingssaldi in de jaarschijven 2023 tot en met 2025. (Zie hiervoor ook de toelichting bij onderdeel 3. Ontwikkeling begrotingssaldi tot en met de 1ste rapportage 2023.) In de decembercirculaire 2022 heeft het Rijk nogmaals een extra bedrag aan prijscompensatie 2023 genoemd van circa € 300 - 400 mln. In de meicirculaire 2023 wordt het extra bedrag aan prijscompensatie duidelijk. Nb. voor het opvangen van prijsstijgingen op de uitvoering van onze lopende projectenportefeuille hebben we binnen de begroting circa € 10 mln. extra kredietruimte opgenomen. Actualiteit Concept jaarrekening 2022 In 2022 hebben we de begroting tussentijds alleen bijgesteld voor stijging van de energietarieven. Uit de eerste analyses van de jaarrekening 2022 blijkt dat het effect van prijsstijgingen op het jaarrekeningresultaat verder beperkt is. De salarissen bleven met uitzondering van de incidentele uitkering in december 2022 ongewijzigd conform lopende Cao-afspraken.
Subsidies aan professionele instellingen en vrijwilligersorganisaties waren al beschikt. Het effect op materiële budgetten was beperkt vanwege lopende contractafspraken. Van de beschikbare middelen ad € 3,8 mln. op de stelpost inflatie 2022 is een bedrag van € 2,8 mln. niet ingezet. Afwikkeling van deze post maakt onderdeel uit van het voorstel tot resultaatbestemming. Begroting 2023 Nu, in 2023, zijn de effecten op onze begroting wel merkbaar. De Cao is inmiddels vastgesteld. De eerste GR’en hebben hun P&C-stukken ingediend. Hieruit blijkt dat prijsstijgingen van invloed zijn op de door gemeenten verschuldigde bijdrage. Voor gas en elektra heeft een nieuwe aanbesteding plaatsgevonden. Ook bij andere materiële kostensoorten is bij het afsluiten van nieuwe contracten en/ of nieuwe prijsafspraken het effect van prijsstijgingen merkbaar. Onderstaand geven aansluitend op eerdergenoemde prioriteitsvolgorde inzicht in de financiële effecten van loon- en prijsontwikkeling. Personele lasten Op 5 april jl. is over de Cao gemeenten een definitief akkoord bereikt. Het effect van dit akkoord is op hoofdlijnen benaderd en komt uit op een bedrag van € 7,5 mln. Wij gaan op basis van het akkoord de nieuwe normbudgetten berekenen. Tarieven zorgverleners Wmo en Jeugdzorg In de begroting 2023 is het effect van de indexering van de contracten Jeugdzorg en Wmo verwerkt.
Energiekosten Op basis van de ontvangen facturen en de daarin opgenomen tarieven voor gas en elektra zijn prognoses voor de energiekosten bijgesteld. Hierin zijn de volgende onderdelen meegenomen: ambtelijke panden (€ 0,7 mln.), parkeergarages (€ 0,4 mln.), openbare verlichting (€ 2,0 mln.), vastgoed (€ 0,3 mln.) en Glanerbrook (€ 0,5 mln.) Ten aanzien van Glanerbrook merken wij op dat we
1 Bedragen septembercirculaire 2022: 2023: € 2,0 mln; 2024: 1,8 mln: 2025: € 1,7 mln en 2026: € 7,1 mln.
10
voor 2023 in aanmerking kunnen komen voor compensatie in de gestegen energiekosten. De hoogte van deze compensatie is momenteel nog niet bekend. In 2024 worden de tarieven opnieuw vastgesteld, waarbij we nu zien dat de tarieven aan het dalen zijn. Daarom stellen we voor de budgetten nu alleen voor 2023 bij te stellen. In 2024 maken we een nieuwe prognose op basis van de dan geldende tarieven en het geactualiseerd verbruik. De effecten hiervan verwerken we in de 1ste rapportage 2024. GR’en In de raad van juni 2023 worden de p&c-producten2 van de gemeenschappelijke regelingen (GR’en) behandeld. Op basis hiervan hebben we inzicht in het effect van prijsstijgingen op de door ons verschuldigde bijdragen in de GR’en. Wij verwerken de effecten van de raadsbesluiten in de 2de rapportage 2023 (prijsstijging 2023) respectievelijk de begroting 2024 (prijsstijging 2024). Subsidies professionele instellingen De subsidiebedragen 2023 aan professionele instellingen zijn conform raadsbesluit geindexeerd met 3,12%, Het financiële effect hiervan bedraagt circ € 0,9 mln. Daarnaast is er sprake van een hogere bijdrage aan de Sportstichting voor een bedrag van circa € 1,3 mln. Dit komt door hogere energieprijzen, hogere kosten salarissen en inhuur en hogere kosten onderhoud en huur. In 2023 kan Sportstichting in aanmerking komen voor een compensatie in de gestegen energiekosten.
De hoogte van deze bijdrage is momenteel nog niet bekend. Voor de De Domijnen wordt het exact effect nog nader gekwantificeerd. Overige materiële kosten In de voorbereiding van de rapportage is er niet voor gekozen de begrotingsposten generiek bij te stellen met het indexpercentage van 3,12%. Op basis van het uitgangspunt ‘reëel ramen’ en de toepassing van onze begrotingskaders brengen we de werkelijke effecten van prijsstijgingen in beeld die niet binnen de reguliere budgetten opgevangen kunnen worden. In het overzicht zijn de volgende onderdelen meegenomen: planmatig onderhoud vastgoed (€ 0,2 mln.), verzekeringen (€ 0,1 mln.), schoonmaak/ post (€ 0,2 mln), HR-budgetten (€ 0,2 mln.), contracten IM-ICT (€ 0,1 mln.) en onderhoudscontracten openbaar groen (€ 0,5 mln.) Samenvattend In de onderstaande tabel zijn de financiële claims ten laste van de stelpost inflatie inzichtelijk gemaakt. Claims prijsstijgingen Begrotingspost Personele lasten Tarieven zorgverleners Wmo en Jeugdzorg Energiekosten GR'en
bedrag x € 1 mln 7,5
incidenteel/ structureel S
0
S
3,9
S/I
n.t.b.
S
Subsidies professionele instellingen
2,2
S/I
Overige materiële lasten
1,3
S/I
Totale claim
14,9
2 Jaarrekeningen 2022, bijgestelde begrotingen 2023 en begrotingen 2024
11
Bij dit overzicht plaatsen we een aantal kanttekeningen: • Op basis van bovenstaande inventarisatie blijkt dat de voor 2023 beschikbare middelen van € 15,7 mln. nagenoeg volledig worden geclaimd; • De claims zijn becijferd op basis van actuele inzichten met betrekking tot prijspeil 2023. Uiteraard kunnen verdere fluctuaties in de inflatie (2023) van invloed zijn op de omvang van de claim; • In de voorbereiding van de begroting 2024 kijken we naar het effect van de ontwikkeling van het prijspeil 2024 op onze begroting. • Het overzicht is nog niet volledig. Het effect van de prijsstijgingen bij GR’en op onze gemeentelijke bijdragen wordt aan de hand van de raadsbesluiten verwerkt in de 2de rapportage 2023 respectievelijk begroting 2024. Hetzelfde geldt voor de verwerking van de categorieën ‘subsidies professionele instellingen’ en ‘overige materiële lasten subsidies’; • Het effect van prijsstijgingen op onze lopende projectenportefeuille maakt onderdeel uit van de voorbereiding van de kadernota. Voor het opvangen van deze prijsstijgingen zijn afzonderlijke middelen binnen onze begroting gereserveerd. Het betreft circa € 10 mln. (extra) kredietruimte. Resumerend Het volledig inzichtelijk maken van de effecten van prijsstijgingen op onze begroting is een complex en onzeker proces. Temeer omdat de ontwikkeling van de prijsstijgingen met de nodige dynamiek gepaard gaat.
Het is zoeken naar een balans tussen het omgaan met onzekerheden en het zo reëel mogelijk ramen van onze begrotingsposten. Dit betekent dat we de posten die we nu met een redelijke mate van zekerheid kunnen inschatten, worden bijgeraamd. Wij stellen voor in deze 1ste rapportage de claims prijsstijgingen op personele lasten, subsidies professionele instellingen (generieke indexering 3,12%) structureel en energie, incidenteel te verwerken en te dekken uit de stelpost inflatie. We blijven de ontwikkeling van inflatie op onze begroting monitoren. In de 2de rapportage 2023 verwerken we de effecten van de categorieën GR’en, specifieke effecten professionele instellingen en overige materiële lasten. Daarnaast stellen we, voor zover de energietarieven daar aanleiding toe geven, de energiebudgetten verder bij. Op basis van de huidige berekeningen van de financiële claims en de beschikbare middelen ontstaat het volgende beeld: Tabel 4 - inzet stelpost inflatie bedragen x €1.000
Begroting Begroting Begroting Begroting 2023 2024 2025 2026 Inzet stelpost inflatie
Stelpost inflatie: Reservering prijspeil 2023 (o.b.v. meicirculaire 2022)
15,7
15,7
15,7
6,7
13,0
15,7
15,7
22,4
28,7
31,4
effect Cao-akkoord op personele lasten
7,5
7,5
7,5
7,5
Effect indexering subsidies professionele instellingen
0,9
0,9
0,9
0,9
Reservering o.b.v. verwachte prijsontwikkeling 2024 t/m 2026 Totaal stelpost inflatie
15,7
Te verwerken claims prijsstijgingen
effect prijsstijging op energiebudgetten
3,9
Totaal te verwerken claims prijsstijgingen
12,3
8,4
8,4
8,4
Saldo stelpost inflatie
3,4
14,0
20,3
23,0
12
De saldi op de stelpost inflatie worden ingezet voor de claims die in 2023 nog nader te kwantificeren zijn respectievelijk verdere prijsontwikkelingen op het gebied van energie. Voor 2024 en verder zijn de beschikbare middelen ook bestemd om de effecten van de prijsstijgingen in die jaren op te kunnen vangen. De stelpost inflatie wordt verder aangevuld op basis van de ontwikkeling van het (nominale) accres in volgende circulaires. Daarnaast stellen we in de jaarrekening 2022 voor de niet ingezette middelen van de stelpost inflatie 2022 over te hevelen naar 2023. Immers het resterende bedrag van € 3,4 mln. is naar verwachting niet toereikend om de resterende posten te dekken. b) Investeringskredieten In deze rapportage wordt voorgesteld de volgende kredieten beschikbaar te stellen: Tabel 5 – investeringskredieten bedrag Investering
programma
Dekking kapitaallasten
bedragen x € 1.000
Investeringskredieten Proeftuin Zeeheldenbuurt
2. Verkeer, vervoer en waterstaat
IP 2021-2024
Herhuisvesting Oekraïense ontheemden
8. Volkshuisvesting, SV en RO
Rijksbijdragen/ bestemming jaarrekening 20022
Totaal investeringskredieten
450 6.100
6.550
In deze rapportage stellen we voor een tweetal investeringskredieten beschikbaar te stellen voor een totaalbedrag van afgerond € 6,6 mln. Proeftuin Zeeheldenbuurt In het investeringsprogramma 2021-2024 (begroting 2021) is een investeringsbedrag van € 1 mln. geoormerkt voor de proeftuin Zeeheldenbuurt. Op basis van eveneens in de begroting 2021 toegekende exploitatiemiddelen hebben wij in 2022 een visie en strategie voor de proeftuin opgesteld. Wij hebben u hierover geïnformeerd met het verzoek om voor de uitvoering van de strategie een investeringskrediet van € 0,45 mln. in deze rapportage beschikbaar te stellen. De kapitaallasten van dit krediet zijn binnen de begroting gedekt. Zoals in genoemd investeringsprogramma 2021 is aangegeven, zetten we de gevraagde middelen ad € 0,45 mln in om de volgende thema’s realiseren in het regulier beheer en onderhoud van onze openbare ruimte: - Smart city: invoeren van informatietechnologie die de inrichting, het beheer en de leefbaarheid van de openbare ruimte kan verbeteren; -
Klimaatadaptatie: invoeren van een werkwijze om klimaatadaptief te handelen in de stad. Klimaatadaptief inrichten van de buurt.
-
Arbeidsparticipatie: participatie van jongeren in de openbare ruimte, met extra stimulans door gebruik van informatietechnologie. Voor het resterende bedrag uit het IP 2021-2024 ad € 0,55 mln. worden later dit jaar voorstellen gedaan. Zie ook de toelichting in hoofdstuk 3 bij onderdeel 6 Investeringsprogramma 2021-2024. Herhuisvesting Oekraïense ontheemden Zoals in de raadsinformatiebrief aangekondigd, onderzoeken we momenteel vier locaties die mogelijk geschikt zijn voor de herhuisvesting van Oekraïense ontheemden binnen onze gemeente. Deze ontheemden verblijven op dit moment in hotels en sloopappartementen. Hier zijn ze bij wijze van noodoplossing ondergebracht. Aangezien de appartementen in 2024 leeg moeten zijn in verband met
13
sloop en lange huisvesting in hotels onwenselijk is, onderzoeken we nu meer duurzame alternatieven. De initiatieffase van dit onderzoek is afgerond en opgeleverd met een huisvestingsstudie. Als vervolg daarop is voor de volgende fase, de definitiefase, opdracht gegeven om een projectplan en programma van eisen op te stellen. Omwonenden worden in deze fase geïnformeerd en betrokken bij de opgave waar we als gemeente voor staan. Uit de huisvestingsstudie is gebleken dat de 4 locaties met een investeringskrediet van € 6,1 mln. kunnen worden gerealiseerd. Het betreft de verbouwkosten van 2 bestaande panden en het bouwen woonrijp maken van 2 terreinen. locatie
type
investering (eenmalig)
Kleine Steeg 11
gebouw
€
945.868
Walramstraat 9
gebouw
€
4.134.382
Heinseweg
terrein
€
416.250
Graaf van Loonstraat 39
terrein
€
592.250
€
6.088.750
Gezien het tempo van de ontwikkelingen, wordt dit krediet op voorhand aangevraagd. Bij een afschrijving van 5 jaar voor deze werkzaamheden worden de exploitatiekosten € 9,4 mln. Deze exploitatiekosten worden gedekt uit rijksbijdragen. Uit de rijksbijdrage opvang Oekraïense ontheemden van 2022 is een restbedrag overgebleven van € 2,4 mln. In de jaarrekening 2022 wordt voorgesteld dit bedrag dat bestemd was voor opvang voor Oekraïense ontheemden dit jaar in te zetten voor de herhuisvesting en daarmee een deel van de kosten te dekken. Ook de overige dekking komt uit rijksgelden. Hierover zijn we nu in gesprek met het Rijk. Per locatie wordt een business case uitgewerkt en wordt met het rijk gesproken over de juiste invulling van deze regelingen. Gezien de tijdelijkheid van de rijksbijdragen is snelheid geboden. Daarom is een besluit over het investeringskrediet op voorhand nodig. Mocht de rijksbijdrage onverhoopt niet dekkend zijn of blijken dat de investering anderszins niet rendabel blijkt te zijn, komen we vóór de daadwerkelijke aanwending van het krediet terug bij de raad. c)
Inzet middelen uit reservering samenleving versterkende maatregelen
Door de sterk gestegen energieprijzen en de verwachting dat deze de komende jaren hoog blijven, stellen wij voor om LED-verlichting te laten installeren bij buitensportaccommodaties. Op die manier dragen wij bij aan: 1) het verduurzamen van de accommodaties 2) het verlagen van de energiekosten voor de accommodaties De verlichting van buitensportaccommodaties is in veel gevallen de grootste energieverbruiker voor de betreffende verenigingen. Door het vervangen van niet-energiezuinige verlichting door energiezuinige LED-verlichting worden de energiekosten van buitensportaccommodaties met ongeveer 50% verlaagd. Daarnaast is er ook nog sprake van een kwalitatieve verbetering, mogelijk lagere onderhoudskosten en een mogelijk lagere aansluitwaarde (van de hoofdaansluiting in de meterkast) met hieraan gekoppeld lager tarief. Deze maatregel levert een directe besparing op en is eenvoudig uit te voeren omdat de huidige lichtmasten ook geschikt zijn voor LED-verlichting.
14
Om op korte termijn deze maatregelen te implementeren, starten wij met de voorbereidingshandelingen en stellen wij voor de middelen voor deze vervanging ad € 0,42 mln. beschikbaar te stellen ten laste van het budget voor samenleving-versterkende maatregelen (geoormerkt via de 4e rapportage 2022).
15
3. Ontwikkeling begrotingssaldi tot en met de 1ste rapportage 2023 Bij onderdeel 1 ‘samenvatting begrotingsaanpassingen’ hebben wij de bijstellingen uit de 1ste rapportage in beeld gebracht die van invloed zijn op het begrotingssaldo. Onderstaand zijn deze aanpassingen, getotaliseerd per categorie, weergegeven. De coronagerelateerde bijstellingen voor een totaalbedrag van € 98.000 dekken we uit de reservering coronamiddelen, waardoor dit geen effect heeft op het begrotingssaldo. Het saldo van genoemde reservering bedraagt circa € 3,8 mln.3 Tabel 6 – samenvatting rapportageresultaat Actuele Begroting 2023
bedragen x €1.000
Begroting 2024
Begroting 2025
Begroting 2026
Resultaat 1ste rapportage 2023 autonome ontwikkelingen
-36
-
-
-
coronagevolgen
-
-
-
-
kleine verschillen
68
13
13
8
Resultaat 1ste rapportage 2023
32
13
13
8
In onderstaande tabel hebben wij, rekening houdend met deze begrotingsaanpassingen, de ontwikkeling van de begrotingssaldi in de begroting 2023 en de meerjarenraming 2024-2026 op een rij gezet. Tabel 7 - ontwikkeling begrotingssaldi bedragen x €1.000
Actuele Begroting 2023
Begroting 2024
Begroting 2025
Begroting 2026
Begrotingssaldi tot en met 1ste rapportage 2023 resultaat tot en met 4de rapportage 2022 resultaat 1ste rapportage 2023 Begrotingssaldi tot en met 1ste rapportage 2023
4.752
8.899
12.024
930
32
13
13
8
4.784
8.912
12.037
938
In de 4de rapportage 2022 hebben we de begroting (meerjarig) voor het laatst bijgesteld. De begrotingssaldi uit deze 4de rapportage 2022 zijn het vertrekpunt voor de actualisatie van het begrotingsbeeld in de 1ste rapportage 2023. De voordelige begrotingssaldi op basis van de 4de rapportage 2022 waren met name veroorzaakt door de effecten uit de septembercirculaire 2022 en de structurele voordelige bijstellingen in de 4de rapportage 2022 op de Wmo en de Buig-middelen. De middelen uit de septembercirculaire 2022 waren overigens beschikbaar gesteld om de effecten voor loon- prijscompensatie te dekken. Aan de hand van de verdere inflatieontwikkeling in 2023 kunnen we beoordelen in hoeverre het nodig is de reeds in de begroting 2023 opgenomen reservering voor compensatie inflatie verder aan te vullen. Daarnaast heeft het Rijk in de septembercirculaire incidenteel € 1 mld. beschikbaar gesteld om het jaar 2026 te overbruggen. In de voorjaarsnota 2023 die het kabinet onlangs naar de Tweede Kamer heeft gestuurd, is aangegeven dat deze middelen vanaf 2027 een structureel karakter krijgen. Wij wachten de behandeling van en de besluitvorming over de voorjaarsnota 2023 in de Tweede Kamer4 en de verwerking hiervan in de circulaires af.
3 Bron: 4de rapportage 2022
4 Exacte datum nog niet bekend; naar verwachting eind mei/ begin juni.
16
Na verwerking van de begrotingsaanpassingen uit deze 1ste rapportage 2023 blijven de voordelige begrotingssaldi in iedere jaarschijf nagenoeg ongewijzigd. In het oorspronkelijke ravijnjaar 2026 is sprake van een voordelig begrotingssaldo van € 0,9 mln. Dit laagste saldo in de meerjarenraming is het bedrag waarvoor structurele (nieuwe) verplichtingen kunnen worden aangegaan. Het aangaan van nieuwe structurele verplichtingen is mede afhankelijk van de uitkomst van het Rijksbeleid ten aanzien van een stabielere financieringssystematiek voor gemeentefinanciën wordt. En met ingang van welk begrotingsjaar dit wordt uitgevoerd. In afwachting hiervan kunnen de voordelige saldi in de jaarschijven 2023 tot en met 2026 worden betrokken voor incidentele voorstellen in de integrale afweging van de kadernota 2023. Daarnaast stellen wij voor de ontwikkeling van de prijsstijgingen en het effect hiervan op de begroting verder te volgen. Afhankelijk van deze ontwikkeling zijn mogelijk extra middelen nodig om gevolgen van prijsstijgingen op onze begroting op te vangen. In de voorbereiding van de 2de rapportage 2023/ begroting 2024 komen we hierop terug.
17
2. Ontwikkelingen per programma Uitgaande van het principe van een uitzonderingsrapportage geven wij in dit hoofdstuk per programma inzicht in de ontwikkelingen en risico’s en een prognose van budgetten en kredieten.
Aanpassing financiële tabellen Zoals in paragraaf 1.1. aangegeven hebben we de tabel ‘Overzicht gevraagde bijstelling exploitatie budgetten’. Per programma geven we in deze tabel inzicht in de financiële bijstellingen. We doen dit per onderwerp van bijstelling, waarbij zowel de gevolgen voor de begroting (baten, lasten, mutatie reserves) als de inhoudelijke toelichting op één plek wordt gepresenteerd. Wij zijn van mening hiermee de leesbaarheid van deze tabel, en de bijbehorende toelichting, te verbeteren.
18
Programma 0: Bestuur en ondersteuning Ontwikkelingen Wet versterking decentrale rekenkamers Met ingang van 1 januari 2023 is voor gemeenten en provincies de wet versterking decentrale rekenkamers in werking getreden. Deze wet heeft tot doel het creëren van een sluitend, wettelijk stelsel voor gedegen, onafhankelijk rekenkameronderzoek, ter ondersteuning van de controlerende rol van gemeenteraden. Het is volgens de wetgever van groot belang dat bij alle decentrale overheden gedegen, onafhankelijk rekenkameronderzoek plaatsvindt naar de doelmatigheid, doeltreffendheid en rechtmatigheid van het gevoerde beleid. Daartoe worden ook de bevoegdheden van rekenkamers uitgebreid. In de Gemeentewet wordt de wettekst gewijzigd van onderzoek naar ‘het gevoerde bestuur’ naar ‘het gevoerde beleid’. Met deze wijziging wordt verduidelijkt dat de onderzoeksbevoegdheid van decentrale rekenkamers ruim moet worden opgevat: beleidsvoorbereiding, - vorming, -vaststelling, -uitvoering en -effecten vallen hieronder, maar ook het functioneren van de ambtelijke organisatie, die het bestuur bij zijn taakvervulling ten dienste staat, en de politieke organisatie (algemeen en dagelijks bestuur) van de gemeente. De huidige verordening op de Rekenkamercommissie behoudt nog tot 1 januari 2024 haar rechtskracht.
Per 1 januari 2024 moet iedere gemeente dus een onafhankelijke rekenkamer ingesteld hebben en tevens dienen de leden dan opnieuw benoemd te zijn en deze keer voor zes jaar. In het tweede kwartaal van dit jaar biedt de Rekenkamercommissie de concept-verordening ter bespreking aan de griffier aan. Na akkoord zal de verordening worden besproken in de commissie B&V. De Rekenkamercommissie heeft op dit moment een budget van € 80.000; dat is € 0,85 per inwoner. Dat is ver beneden de uit 2004 stammende norm van € 1,00 per inwoner die, o.b.v. een onderzoeksrapport in november 2020 zou uitkomen op circa € 1,30 per inwoner. Om de werkzaamheden van de Rekenkamer en de sterke en onafhankelijke positie, als gevolg van bovengenoemde autonome ontwikkeling, op een goede wijze te kunnen (waar)borgen is de noodzaak aanwezig om het budget bij te stellen. Via de P&C-cyclus wordt op de bijstelling van het budget teruggekomen. Regeling rechtpositie decentrale ambtsdragers Met ingang van 1 januari 2023 is er een wijziging van de regeling rechtspositieregeling decentrale ambtsdragers, die op 3 januari 2023 is gepubliceerd en met terugwerkende kracht tot 10 juli 2021 geldt. Raadsleden hebben recht op vergoeding voor reiskosten die ze maken in het kader van hun raadslidmaatschap voor reizen binnen en buiten de gemeente.
Daarnaast hebben raadsleden en commissieleden ook recht op vergoeding voor parkeerkosten, voor het bijwonen van raads- en commissievergaderingen. Deze wijziging betekent een verruiming van de vergoedingsmogelijkheden voor commissie- en raadsleden in onze gemeente. Om het recht op vergoeding voor parkeerkosten voor het bijwonen van vergaderingen van de gemeenteraad en commissies te regelen, kunnen raadsleden en burgerleden een zogenaamde raadsledenparkeerkaart aanvragen bij de griffie.
19
Door deze autonome ontwikkeling ontstaan hier voor het budget van de gemeenteraad structureel meerkosten ad € 5.000 omdat in de huidige bepalingen alleen reiskosten werden vergoed en nu ook de parkeerkosten vergoed gaan worden. Verordening ambtelijke bijstand en fractieondersteuning gemeente Sittard-Geleen 2023 In de Gemeentewet (artikel 33) is bepaald dat de raad en raadsleden recht hebben op ambtelijke bijstand en dat de fracties recht hebben op ondersteuning. De raad heeft hier uitvoering aan gegeven met de Verordening ambtelijke bijstand en fractieondersteuning gemeente Sittard-Geleen 2023. Voor 2023 zijn de vaste en variabele fractievergoedingen bijgesteld. Het basisbedrag van de fractievergoeding is € 2.500 met daarnaast een variabel bedrag van € 1.026 per raadszetel. Na afloop van deze raadsperiode mag een fractie 30% reserve overnemen, als zij na de verkiezingen terugkomt. Het budget van de fractievergoedingen wordt structureel met € 8.000 bijgesteld. Appa-dienstverlening APG Per 1 januari 2024 stopt APG met het uitvoeren van de Algemene Pensioen- en Uitkeringswet Politieke Ambtsdragers (Appa) regeling en de bovenwettelijke en aanvullende regelingen. APG legt de focus op het vernieuwde pensioenstelsel, waardoor er geen ruimte meer is voor het uitvoeren van de Appa-regeling.
Hieronder valt de administratieve verwerking en uitbetaling van de pensioenen en wachtgelden van voormalig wethouders. Zodoende dienen we dit in 2023 opnieuw aan te besteden. Risico’s Planmatig onderhoud vastgoed De vastgoedportefeuille van Sittard-Geleen bestaat grotendeels uit oudere accommodaties. De gevolgen van het extreme weer, de wettelijke wijzigingen met betrekking tot duurzaamheid samen met de gestegen indexaties kunnen tot een overschrijding van de geraamde onderhoudskosten leiden. Via de P&C-cyclus komen we hierop terug. Prognose exploitatie budgetten bedragen x € 1.000
Begroting voor bijstelling
Goedgekeurde bijstellingen
Begroting incl. goedgekeurd
Bijstelling Prorap
Begroting na bijstelling
Bijstelling
Bijstelling
Bijstelling
2023
2023
2023
2023
2023
2024
2025
2026
Baten
282.905
2.171
285.076
-337
284.739
-490
-491
-497
Lasten
-75.244
-320
-75.564
450
474
674
522
Onttrekkingen
4.728
2.939
7.667
395
75.114 8.062
32
-167
3
Toevoegingen
-4.326
-
-4.326
-
-4.326
-
-
-
208.062
4.790
212.852
509
213.361
17
16
28
0 BESTUUR EN ONDERSTEUNING
20
Overzicht gevraagde bijstelling exploitatie budgetten Bedragen x € 1.000 2023 Programma 0 Bestuur en ondersteuning
Mutatie Reserve
2024
2025
2026
Afwijking Begroting
Afwijking Begroting
Afwijking Begroting
Afwijking Begroting
Bijstelling Lasten
Bijstelling Baten
‘Oproep bijdrage Giro555 Turkije en Syrië’ Een donatie van € 1 per inwoner ad € 92.000 te dekken uit de post onvoorzien.
-
-
-
-
-
-
-
Pilot proeftuin Zeeheldenbuurt Vanuit het Investeringsprogramma 2021-2024 is voor 2023 een bedrag van € 1 mln. gereserveerd. In 2022 is een visie en strategie voor de proeftuin opgesteld. De Raad is hierover geïnformeerd middels een collegebrief en pleinpresentatie. Voorgesteld wordt om het bedrag van € 1 mln. gefaseerd te voteren. In deze rapportage € 450.000 voor een innovatieve herinrichting, bijvoorbeeld groene bestrating en verlichting, van het plangebied. Het voteren is budget neutraal, zie ook programma 2.
-
-
-
-
9
9
27
Actualisering meerjarenonderhoudsplannen De meerjarenonderhoudsplannen (mjop) ambtelijke panden zijn in 2022 volledig geactualiseerd. Met bijgaande budgettair neutrale bijstelling (incidenteel) zijn de bedragen in de begroting weer up-to-date. Na oplevering van andere panden (bijvoorbeeld Wijkbeheer/ Mauritspark) wordt in de tweede helft van 2023 een nieuw mjop opgesteld, die dan leidend wordt voor het onderhoud.
-242
-
242
-
-
-
-
Griffie Als gevolg van autonome ontwikkelingen wordt binnen de Griffie het budget bijgesteld. Het betreft de volgende ontwikkelingen, die op het programmablad programma 0 verder zijn toegelicht: - Regeling rechtpositie decentrale ambtsdragers; - Verordening ambtelijke bijstand en fractieondersteuning gemeente Sittard-Geleen 2023.
-13
-
-
-13
-13
-13
-13
22
Bedragen x € 1.000 2023 Programma 0 Bestuur en ondersteuning
2025
2026
Afwijking Begroting
Afwijking Begroting
Afwijking Begroting
Afwijking Begroting
Bijstelling Lasten
Bijstelling Baten
Gemeentefonds - Decembercirculaire 2022 Naast een technische bijstelling van de algemene uitkering voor 2023 en verder zit in de decembercirculaire 2022 ook structureel een compensatie voor 2023 en verder voor de Wet Goed Verhuurderschap en de Wet kwaliteitsborging bouw (WKB).
586
-479
-
107
-8
-9
-15
Taakstelling evenementenbureau De taakstelling evenementenbureau wordt structureel ingevuld ten laste van kostenplaats MO. Zie hiervoor ook programma 3
-
104
-
104
104
104
104
-43
-
-
-43
-57
-57
-57
-
-
-
-
-19
-18
-18
Bijgestelde begroting GR Vidar Wsw Vooral door de prijsontwikkeling van de lonen van de Wsw'ers valt het resultaat van de GR Vidar Wsw met 423.000 nadelig uit. Het aandeel van de gemeente Sittard-Geleen in dit resultaat bedraagt € 291.000. Voor de bijstelling van de lasten wordt verwezen naar programma 6. Dit aandeel in het resultaat wordt cf. het raadsbesluit van 26 januari 2023 gedekt door de stelpost inflatie.
291
-
-
291
-
-
-
Huis aan de Markt Vanuit het integraal huisvestingsplan 2019 is er nog een reserve beschikbaar van € 55.000. Deze willen we graag onttrekken en inzetten voor Huis aan de Markt. Hier worden de onderzoekskosten mee gedekt welke gemaakt worden om te onderzoeken op welke wijze een ontwikkeling op de plek van de oude V&D in Sittard mogelijk gemaakt kan worden. Bijstelling dividend BNG Op basis van het jaarrekeningresultaat van BNG wordt het dividend incidenteel voordelig bijgesteld met € 38.000.
-55
-
55
-
-
-
-
-
38
-
38
-
-
-
Compensatie krediet Odasingel Zie programma 6 voor de toelichting Kapitaallasten Programma Onderwijshuisvesting 2023 Zie programma 4 voor de toelichting
Mutatie Reserve
2024
23
Bedragen x € 1.000 2023 Programma 0 Bestuur en ondersteuning
Mutatie Reserve
2024
2025
2026
Afwijking Begroting
Afwijking Begroting
Afwijking Begroting
Afwijking Begroting
Bijstelling Lasten
Bijstelling Baten
Herhuisvesting Oekraïense ontheemden Betreft kapitaallasten inzake de herhuisvesting van Oekraïense vluchtelingen. Zie programma 8 voor een uitgebreide toelichting
-61
-
-
-61
-
-
-
Verrekening reservering coronamiddelen De coronabijstellingen in deze rapportage: subsidieregeling corona noodfonds (Prgr. 3) en tekort subsidieregeling evenementen Sittard-Geleen 2022 (Prgr. 5) worden verrekend met de reservering coronamiddelen.
-
-
98
98
-
-
-
Diverse kleine verschillen
-13
-
-
-13
-
-
-
Saldo Programma 0 Bestuur en ondersteuning
450
-337
395
508
16
16
28
Prognose investeringskredieten Niet van toepassing.
24
Programma 1: Veiligheid Ontwikkelingen Doorontwikkeling Zorg- en Veiligheidshuis Westelijke Mijnstreek Het Zorg- en Veiligheidshuis Westelijke Mijnstreek is dé plek waar gemeenten, justitiële partners en zorgpartners samenwerken om complexe persoonsgerichte zorg- en veiligheidsproblemen aan te pakken. Het Zorg- en Veiligheidshuis Westelijke Mijnstreek is ondergebracht binnen het team Openbare Orde en Veiligheid van de gemeente Sittard-Geleen en dient ook de gemeenten Beek en Stein. De aangescherpte landelijke richtlijnen voor de Zorg- en Veiligheidshuizen, waaronder het modelconvenant, vragen om (her)inrichting van de governance structuur van het Zorg- en Veiligheidshuis Westelijke Mijnstreek. Daarnaast groeit het aantal taken. Regionaal worden ontwikkelingen regelmatig ter uitvoering belegd bij het Zorg- en Veiligheidshuis Westelijke Mijnstreek. Denk aan de coördinatie op de nazorg van exgedetineerden en de zorgcoördinatie op het thema mensenhandel. Op Zuid-Limburgs niveau hebben de drie Zorg- en Veiligheidshuizen (Maastricht-Heuvelland, Parkstad en Westelijke Mijnstreek) de handen in elkaar geslagen om uniformer en intensiever samen te werken. De ontwikkelingen binnen het werkveld zijn autonoom. In de omgang daarmee kan nog richting worden bepaald. Dat is waar het traject doorontwikkeling Zorg- en Veiligheidshuis Westelijke Mijnstreek onder andere op is gericht.
Uit de autonome ontwikkelingen en het bijbehorende traject komen de financiële implicaties. Deze zijn afhankelijk van de richting die bepaald wordt en daarmee pas concreet te verwerken in de begroting 2024. Buitengewoon opsporingsambtenaren (BOA’s) Het is nog steeds geen eenvoudige opgave om goed gekwalificeerde BOA’s te vinden en te behouden door krapte op de arbeidsmarkt. Deze trend heeft ook zijn weerslag op het personeelsverloop binnen team Toezicht en Handhaving. Onlangs heeft een aantal BOA’s aangegeven de overstap naar de politieorganisatie te gaan maken. Om de bestaande dienstverlening op peil te houden is ervoor gekozen om deze vrijkomende formatieplaatsen tijdelijk in te vullen middels inhuur. De komende periode zal dan ook in het teken staan van het “boeien en binden” van (aanstaande) medewerkers. Daarnaast zal door het management blijvend gestuurd worden op het definitief werven van goed gekwalificeerde BOA’s welke vervolgens in (vaste) dienst kunnen komen bij de gemeente Sittard-Geleen. Mede hiervoor is op Zuid-Limburgse schaal samengewerkt aan het creëren van een, door het ministerie, erkende Beroepsbegeleidende Leerweg-opleiding HTV (Handhaving, toezicht en Veiligheid) om zij-instromers de kans te bieden zich om te laten scholen naar het BOA-beroep.
Om dit alles te bewerkstelligen heeft het intern begeleiden en (door)ontwikkelen van medewerkers nog steeds hoge prioriteit. Dit vergt naast tijd, de juiste facilitering, coaching en (bij-)scholing. De komende periode zal dan ook in het teken staan van verdere professionalisering van de BOA’s binnen de huidige formatie. Risico’s Evenementenveiligheid Bij evenementen met grote groepen mensen op een bepaalde plek, zoals de Markt in Sittard, wordt ervoor gekozen om tijdelijke inrijbeperkende maatregelen te nemen (grote voertuigen en/of andere type roadblocks).
26
Daarbij wordt risicogericht gewerkt. Dit betekent dat de inzet van de maatregel onder meer afhankelijk is van de kwetsbaarheid van een evenementenlocatie. Voor de materiële kosten verbonden aan de maatregelen is binnen programma 1 Veiligheid momenteel een structureel budget van € 15.000 beschikbaar. Dit budget staat onder druk. Dit komt enerzijds door prijsstijgingen. Anderzijds is de advieskracht rondom veilige evenementen verstevigd en wordt meer noodzaak gezien voor inrijbeperkende maatregelen bij grote publieksevenementen. Wij monitoren deze autonome ontwikkeling in het vervolg van de P&C-cyclus. Calamiteiten veiligheid In de 3e programmarapportage 2022 is als risico benoemd dat een toename wordt gezien in de materiële kosten verbonden aan niet-beoogde of onverwachte gebeurtenissen op het gebied van veiligheid (calamiteiten). Voor de materiële kosten verbonden aan dergelijke gebeurtenissen is binnen programma 1 Veiligheid een structureel calamiteitenbudget van € 50.000 beschikbaar. In de Jaarrekening 2022 is benoemd dat dit budget in 2022 is overschreden en daarmee niet toereikend was om de kosten te kunnen opvangen. Ook in 2023 zien we dit risico (reeds) ontstaan. Dit als gevolg van een fysiek incident begin januari 2023, waarvan de afhandeling momenteel nog loopt.
Verwachting is dat hierdoor het calamiteitenbudget binnen programma Veiligheid voor 2023 al in het eerste half jaar wordt overschreden. We monitoren hoe deze (incidentele) kosten zich verder ontwikkelen. Indien nodig komen we hier in de 2de rapportage 2023 en het verdere vervolg van de P&^C-cyclus op terug. Prognose exploitatie budgetten bedragen x € 1.000
Begroting voor bijstelling
Goedgekeurde bijstellingen
Begroting incl. goedgekeurd
Bijstelling Prorap
Begroting na bijstelling
Bijstelling
Bijstelling
Bijstelling
2023
2023
2023
2023
2023
2024
2025
2026
Baten
1.178
-
1.178
349
1.527
154
121
121
Lasten
-14.211
-329
-14.540
-469
15.009 45
-154
-121
-121
-
-
-
13.437
-
-
-
Onttrekkingen
12
33
45
-
1 VEILIGHEID
-13.021
-296
-13.317
-120
27
Overzicht gevraagde bijstelling exploitatie budgetten Bedragen x € 1.000 2023 Programma 1 Veiligheid
2026
Afwijking Begroting
Afwijking Begroting
Afwijking Begroting
Bijstelling Baten
Jaarplan 2023 Zorg- en Veiligheidshuis Westelijke Mijnstreek Structurele raming conform jaarplan 2023 ZVH-WM op de onderdelen Zorg- en Veiligheidshuis, Via borging en de Wet verplichte GGZ.
-311
311
-
-
-
-
-
Middelen Preventie Radicalisering In 2023 en 2024 ontvangt de gemeente ook rijksmiddelen voor de preventie van radicalisering. Deze worden resultaatneutraal beschikbaar gesteld aan PIW t.b.v. activiteiten in dit kader.
-38
38
-
-
-
-
-
Calamiteit bulktrailers Een fysiek incident (calamiteit) begin januari 2023 heeft geleid tot een kostenpost van circa € 0,12 mln. Deze kosten kunnen niet worden opgevangen via het calamiteitenbudget binnen programma Veiligheid. In deze 1e programmarapportage 2023 wordt derhalve incidenteel € 0,12 mln. bijgeraamd op dit calamiteitenbudget.
-120
-
-
-120
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
Saldo Programma 1 Veiligheid
-469
349
Afwijking Begroting
2025
Bijstelling Lasten
Diverse kleine verschillen
Mutatie Reserve
2024
-
-120
-
-
-
Prognose investeringskredieten Niet van toepassing.
29
Programma 2: Verkeer, vervoer en waterstaat Ontwikkelingen Zuid Limburg Bereikbaar De regionale financiering aan Zuid-Limburg Bereikbaar heeft aanvullende middelen vanuit het Rijk opgeleverd. De 16 gemeenten en provincie hebben bestuurlijk afgesproken dat iedere partij jaarlijks een bijdrage levert (gemeenten leveren 1 euro per inwoner). In 2023 hebben alle Zuid-Limburgse gemeenten gezamenlijk € 637.000 toegezegd. Door de financiële inzet van de regio is voor 2023 de bijdrage geïntensiveerd door Provincie, Rijk en gemeente Maastricht (gezamenlijk € 2.975.218). Er is dus een behoorlijk vliegwieleffect opgetreden. Hierdoor kunnen we naast de oorspronkelijk beoogde maatregelen (werkgeversaanpak, fietsstimulering en communicatie) als regio in 2023 ook een aantal andere maatregelen uitvoeren. Dit zijn: de logistieke aanpak, het opstellen van een regionale aanpak voor deelmobiliteit en hubs, inzet van procesbegeleiding om gemeenten te ondersteunen bij het op orde brengen van de mobiliteitsdata (Data Top 15), een onderwijsaanpak en een participatieproces Zero Emissie Stadslogistiek in Maastricht. Pilot reiniging In 2021 en 2022 hebben de teams IPOR en Wijkbeheer, samen met RWM een pilot reiniging in Geleen uitgevoerd. Met de pilot werd onder andere beoogd de regie op het integraal onderhoud (bladcampagne en straatreiniging) in de wijk te krijgen. Deze pilot is begin 2023 afgerond.
In de verdere uitrol van de beheerplannen en de ontwikkeling van de beheerorganisatie wordt dit verder opgepakt. Risico’s Niet van toepassing. Prognose exploitatie budgetten bedragen x € 1.000
Begroting voor bijstelling