CConstaterende datSittard-Geleen
Koppel je AI →
Document · PDF

08 Woningbehoefteonderzoek Provincie Limburg

Raad 30 maart 2023, gemeente Sittard-GeleenBij agendapunt: Bestemmingsplan Rijstraat 3 en 5 te Guttecoven (Geilen) (13)12.989 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

We houden daarom rekening met de gemiddelde huishoudensgrootte van startende huishoudens op 1,3, in lijn met de gemiddelde huishoudensgrootte van jonge huishoudens in Limburg. • Huishoudensontwikkeling: de vraag vanuit starters is ook afhankelijk van de verwachte huishoudensontwikkeling van deze doelgroep. We nemen aan dat de omvang van de groep starters zich hetzelfde ontwikkelt als de categorie huishoudens ‘alleenstaanden en stellen tot 35 jaar’ tot en met 2030. Deze doelgroep neemt in Limburg naar verwachting met circa 7% af. Een zelfde ontwikkeling passen we toe op de potentiële vraag vanuit starters. • Verhuisgeneigd naar andere provincie: een groot deel van de thuiswonende kinderen zal niet op zoek zijn naar een woning in de eigen gemeente of regio. Mogelijk studeren of werken zij in een andere plaats. We gebruiken de verhuisgegevens van jongeren in Limburg om hiervan een inschatting te kunnen maken. We zien dat er in de afgelopen 5 jaar (2017-2021) iets meer jongeren uit Limburg vertrokken dan dat er zich vestigden. Rekening houdend met starters uit andere provincies rekenen we met een aandeel starters dat in Limburg een woning zoekt van 90%.

Rekening houdend met de genoemde uitgangspunten gaan we ervan uit dat er in de provincie Limburg een maximale potentiële vraag vanuit starters/thuiswonende kinderen naar circa 3.315 tijdelijke woningen bestaat in de periode tot en met 2030. Veel is echter afhankelijk van de ruimte op de reguliere woningmarkt. Starters zouden immers vaak het liefst een reguliere woning betrekken. Wanneer ontspanning op de reguliere woningmarkt optreedt, zal de behoefte vanuit deze doelgroep naar waarschijnlijkheid ook lager uitvallen. Potentieel vraag naar 1.975 tijdelijke woningen vanuit woonurgenten zonder voorrang Ter bepaling van de potentiële vraag naar tijdelijke woningen vanuit woonurgenten maken we gebruik van de ontwikkeling van het aantal studenten en echtscheidingen in de provincie Limburg. Volgens de Apollo-prognose uit de Landelijke Monitor Studentenhuisvesting (LMS, 2021) komen er naar verwachting 3.610 extra studenten te wonen in de studentensteden (Heerlen, Maastricht, Sittard-Geleen en Venlo) in de provincie Limburg tot collegejaar 2028-2029. Tot 2031 zal dit aantal naar verwachting nog verder oplopen. Een deel hiervan kan onderdak vinden in reguliere (on)zelfstandige studentenkamers. Zo liggen er volgens de LMS 2021 in Maastricht al plannen voor circa 1.800 studentenwoningen tot 2025.

Gezien de huidige tekorten en verdere ontwikkeling van de behoefte, verwachten we echter dat een deel van de studenten niet op korte termijn in structurele studentenwoningen terecht kunnen. Tijdelijke woningen kunnen voor hen uitkomst bieden. We verwachten dat studenten niet lang in een tijdelijke woning (willen) wonen. Daarom gaan we uit van een woontijd op circa 2 jaar. In dat geval verwachten we een potentiele vraag naar circa 400 woningen vanuit deze doelgroep, voornamelijk in Maastricht. Uit cijfers van het CBS (2021) blijkt dat in de periode 2016-2020 jaarlijks zo’n 1.965 huishoudens scheiden in Limburg. We gaan ervan uit dat elke echtscheiding één herstarter met zich meebrengt. Verder houden we

Woningbehoefteonderzoek provincie Limburg 22.175

25

er rekening mee dat circa 60% van de herstarters binnen het eigen netwerk tot een oplossing komt. Zo’n 785 herstarters zullen daarom jaarlijks op zoek zijn naar een tijdelijke woning. We nemen aan dat deze herstarters gemiddeld gezien twee jaar in een tijdelijke woning wonen voor ze kunnen doorstromen naar de reguliere woningmarkt. Dit zorgt voor een potentiële behoefte aan circa 1.575 woningen vanuit deze doelgroep. In totaal is er daarmee vanuit woonurgenten zonder voorrang een potentiële vraag naar 1.975 woningen. Potentieel vraag naar minimaal 1.590 tijdelijke woningen vanuit woonurgenten met voorrang Op grond van de Huisvestingswet zijn gemeenten verantwoordelijk voor de huisvesting van vergunninghouders. Dit dient met het oog op integratie in principe in reguliere woningen te gebeuren. Door de huidige woningnood kunnen zij nu vaak echter niet direct in een woning terecht. Om die reden is vanuit het Rijk de oproep gekomen om ook voor deze doelgroep aan de slag te gaan met tijdelijke woningen. Hierdoor wordt namelijk ook de druk op de asielzoekerscentra (waar vergunninghouders nu vaak nog verblijven) verlicht. In totaal gaat het op de korte termijn om minimaal 7.500 tijdelijke woningen in heel Nederland. Dit aantal zal de komende jaren nog verder verhoogd moeten worden.

Op basis van gegevens van de taakstelling vergunninghouders blijkt dat in de periode 2020-2022 gemiddeld 1.285 vergunninghouders per jaar zijn toegewezen aan gemeenten in de provincie Limburg. De taakstelling voor de eerste helft van 2023 komt voor Limburgse gemeenten neer op 1.350 te huisvesten personen. Om snel woningen beschikbaar te maken voor deze urgente doelgroep en de druk op de sociale huurmarkt voor de korte termijn te verlichten adviseren wij om een deel van deze doelgroep in eerste instantie via tijdelijke woningen op te vangen. Wel is het vanuit het oogpunt van integratie van belang dat vergunninghouders samen met andere autochtone doelgroepen gehuisvest worden. Dat geldt ook voor tijdelijke bewoning, waarbij in het geval van vergunninghouders een maximale verblijfstermijn zou moet worden gehanteerd van maximaal twee jaar voordat mensen een reguliere woning betrekken. Dat geldt zeker voor gezinnen met kinderen, waarbij voor deze subgroep tijdelijke woningen over het algemeen minder geschikt zijn dan reguliere woningen. Het Rijk heeft reeds gesteld dat van de tijdelijke woningen die de komende jaren gerealiseerd worden, 1/3 beschikbaar moet zijn voor vergunninghouders. We zien daarom een grote potentiële vraag vanuit deze doelgroep, die met name de komende jaren zeer urgent is.

Het Rijk heeft dit jaar nog geen prognose gegeven voor de taakstelling voor de tweede helft van 2023. De taakstelling in de periode 2022-2022 viel mede door beperkte instroom als gevolg van corona laag uit. Wij zien geen redenen om aan te nemen dat de taakstelling in de komende jaren lager zal uitvallen. Om die reden houden wij voor de doorrekening vast aan de cijfers van de eerste helft van 2023. Ervan uitgaande dat een deel wel in de reguliere woningvoorraad kan landen, zien we een potentiele vraag naar 1.590 tijdelijke woningen voor vergunninghouders. Door de hoge druk op korte termijn adviseren we prioriteit te geven aan het waarmaken van deze behoefte. Aansluitend op het advies van het Rijk komt dit er op neer dat bij de ontwikkeling van tijdelijke woningen in de komende paar jaar 1/3de bestemd wordt voor vergunninghouders. Gezien de grote conjunctuurschommelingen betreffende deze doelgroep is het echter van groot belang dit goed te monitoren. Er bestaan naast vergunninghouders nog andere woonurgenten met voorrang op een sociale huurwoning die niet binnen deze doelgroep vallen. Denk met name aan mantelzorg- of sociaal-medische urgenten. Harde cijfers hierover ontbreken, maar het totale aantal woonurgenten met voorrang ligt dus in elk geval hoger.

Potentieel vraag naar 13.480 tijdelijke woningen vanuit internationale werknemers Om de behoefte aan tijdelijke woningen vanuit internationale werknemers te bepalen maken we gebruik van enkele uitgangspunten: • Uit onderzoek van Decisio (2022) blijkt dat er in 2020 20.120 internationale werknemers in de provincie Limburg geregistreerd woonden. Dit is ruim meer dan in 2010. Toen woonden er nog slechts 9.400

26

Woningbehoefteonderzoek provincie Limburg 22.175

•

•

•

• • •

internationale werknemers in de provincie. Dit betekent dat het aantal internationale werknemers met 1.070 werknemers per jaar is toegenomen in de periode 2010-2020. Daarnaast schat Decisio dat een groot deel van de internationale werknemers niet geregistreerd zijn. In totaal zijn dit er 29.450 in 2020. Rekening houdend met de groei van het aantal werkenden en geregistreerd wonenden in Limburg is deze doelgroep niet of nauwelijks gegroeid de afgelopen tien jaar. Rekening houdend met conjunctuurschommelingen houden we in de behoeftebepaling vast aan de huidige standcijfers. Hiervoor rekenen we de cijfers van 2020 door met de jaarlijkse absolute groei in de periode 2010-2020. In 2022 komen we dan in totaal op 49.570 internationale werknemers die in de provincie Limburg wonen. Een deel van hen is op zoek naar een permanente woning. Dit zijn internationale werknemers die voor langere tijd economisch actief zijn in Nederland. In totaal is circa 32% van de internationale werknemers nog actief na 2 jaar. Voor deze quick-scan gaan we ervanuit dat driekwart van hen dan op zoek is naar permanente bewoning. Circa 3.965 internationale werknemers die langer dan 2 jaar in Nederland wonen willen dan alsnog in een tijdelijke woning wonen. 68% is dus korter in Nederland en rekenen we daarom onder de zoekenden naar een tijdelijke woning. Dit zijn circa 33.705 internationale werknemers.

Ten slotte zien we dat internationale werknemers relatief vaak met meerderen een woning bewonen. We houden in deze quick-scan rekening met gemiddeld 2,5 werknemers in een woning. Een deel van de internationale werknemers is (veel) korter dan 2 jaar actief in Nederland. We nemen in deze quick-scan aan dat deze groep gemiddeld elk jaar kan ‘doorwisselen’.

Aan de hand van deze uitgangspunten komen we tot een potentiële behoefte aan 13.480 tijdelijke woningen vanuit deze doelgroep. Of deze behoefte ook door reguliere tijdelijke woningen kan worden ingevuld is afhankelijk van een aantal factoren waar wij nog onvoldoende inzicht in hebben. De dynamische woonwensen van de internationale werknemer zelf spelen hierin een belangrijke rol. Maar ook in hoeverre er wordt gehandhaafd op ongewenste woonsituaties op bijvoorbeeld vakantieparken. Daarnaast spelen ook ruimtelijke (on)mogelijkheden een rol. Om tot een gegronde schatting te komen zal verdiepend onderzoek nodig zijn. Vraag naar tijdelijke woningen het grootst in Zuid-Limburg De behoefte aan tijdelijke woningen per COROP-regio hebben we op een zelfde manier uitgewerkt als we hierboven voor de gehele provincie Limburg deden. Dit doen we door gebruik te maken van gegevens op COROP-niveau. Dit betekent dat we rekening houden met regionale verschillen. Hieronder geven we de vraag per doelgroep voor de drie regio’s weer. Zie onderstaande cijfers als indicatief. De precieze behoefte per jaar is onzeker en afhankelijk van veel factoren. Wel geeft het een inzicht op hoofdlijn en inzicht in de verhoudingen tussen de drie regio’s.

Tabel B1: Vraag naar tijdelijke woningen per COROP-regio Doelgroep Starters Woonurgenten zonder voorrang Woonurgenten met voorrang* Internationale werknemers** Totaal

Noord-Limburg

Midden-Limburg 975 395 405 5.370 7.145

Zuid-Limburg 805 335 340 2.830 4.310

1.535 1.245 845 5.280 8.905

Bron: BZK (2022). CBS (2022). Decisio (2020). LMW (31 december 2020). Progneff (2021). Bewerking Stec Groep (2022). Afgerond op vijftallen. *Behoefte naar waarschijnlijkheid nog hoger door potentiele vraag vanuit overige woonurgenten met voorrang. **Een deel van deze doelgroep zal uiteindelijk landen in een reguliere woning of in een ongewenste woonsituatie blijven wonen.

Woningbehoefteonderzoek provincie Limburg 22.175

27

Bijlage C: Indicatieve behoefte aan woonzorgconcepten Uit het woningbehoefteonderzoek blijkt dat er in alle drie de COROP-regio’s sprake is van een sterke mate van vergrijzing en een grote behoefte aan appartementen en nultredenwoningen. Deze behoefte leeft met name bij de groter wordende oudere doelgroep. Een deel van deze doelgroep heeft eventueel behoefte aan specifieke woonzorgconcepten. In deze bijlage brengen we de ontwikkeling van de zorgbehoevende doelgroep (Wlz en Wmo) in beeld 6. Daarnaast geven we aan welk deel van hen verhuisgeneigd is en eventueel interesse heeft in een woonzorgconcept. Deze behoefte werken we eerst uit voor de provincie Limburg. We passen een zelfde methodiek toe voor de drie COROP-regio’s. Hiervan benoemen we bondig de ontwikkeling van het aantal zorgbehoevenden en de hieruit voortvloeiende vraag naar woon-zorgeenheden.

BEHOEFTE AAN WOONZORGCONCEPTEN VORMT INVULLING REGULIERE WONINGBEHOEFTE De behoefte aan woonzorgconcepten maakt onderdeel uit van de reguliere woningbehoefte, het betreft immers zelfstandige huishoudens in zelfstandige woningen. De behoefte dient dus als mogelijke kwalitatieve invulling van deze woningbehoefte gezien te worden, niet als een extra opgave. Dit geldt zowel voor de mensen met een Wlz-indicatie die extramuraal zorg ontvangen als de mensen die zorg vanuit de Wmo2015 ontvangen. Naar verwachting toename van circa 2.110 intramurale Wlz-cliënten We geven eerst een inzicht in de ontwikkeling van het aantal intramurale zorgbehoevenden in de provincie Limburg tot en met 2030. Dit doen we op basis van het huidige zorggebruik (Zorgkantoor, CBS) en de (ontwikkeling van de) intramurale bevolking in de provincie (Primos 2021). In deze ontwikkeling wordt rekening gehouden met maatschappelijke ontwikkelingen zoals extramuralisering en de uitstroom van maatschappelijke opvang. Een kanttekening die we hierbij moeten plaatsen is dat deze prognose vorig jaar is opgesteld. Nieuw beleid ten aanzien van de huisvesting van de zorgbehoevende doelgroep is dus nog niet meegenomen. We zien dat met name het aantal ouderen met een intramurale zorgvraag tot en met 2030 toeneemt. Hierdoor neemt ook met name de behoefte aan psychogeriatrische- en somatische zorg toe.

In totaal verwachten we een toename van +2.110 intramurale Wlz-cliënten. Voor deze cliënten dient in bepaalde mate voorzien te worden in een woonzorgconcept. Bij een zeer intensieve zorgvraag zal dit intramuraal plaatsvinden. Daarnaast verwachten we door de toenemende personeelstekorten bij instellingen een verdere extramuralisering van de zorg. Hier wordt ook door rijksbeleid op gestuurd (WOZO, 2022). Een deel van de toenemende groep ‘intramurale’ Wlz-cliënten zou dan mogelijk in een woonzorgconcept kunnen wonen waar extramuraal via de Wlz zorg ontvangen wordt. Een beperkte afstand tot medische voorzieningen is dan wel cruciaal. De behoefte vanuit Wlz-cliënten schatten we in dat geval op 50% van de totale ontwikkeling, oftewel circa 1.005 woon-zorgeenheden.

We zijn ons ervan bewust dat ook buiten de doelgroepen die via de Wlz of Wmo2015 zorg ontvangen een mogelijke behoefte naar woonzorgconcepten is. Deze doelgroep zien we echter niet als de primaire doelgroep en is het afhankelijk van welke eisen gesteld worden aan potentiële bewoners van deze woningen. Daarnaast is deze doelgroep op het moment lastig te kwantificeren, daar zal verdiepend onderzoek voor uitgevoerd moeten worden.

6

28

Woningbehoefteonderzoek provincie Limburg 22.175

Tabel C1. Ontwikkeling intramurale Wlz-cliënten, 2022 t/m 2030 Type zorg

Somatisch Psychogeriatrisch Psychiatrisch Verstandelijk gehandicapt Zintuiglijk gehandicapt Lichamelijk gehandicapt Totaal

Aantal 2022 3.430 6.050 390 1.845 7.240 200 19.160

Aantal ultimo 2030 4.330 7.780 370 1.945 6.645 200 21.270

Ontw. ‘22 t/m’30 +900 +1.730 -20 +105 -600 -5 +2.110

Leeftijd

0-25 jaar 25-45 jaar 45-65 jaar 65-75 jaar 75-85 jaar 85+ Totaal

Aantal 2022 1.850 3.120 3.330 1.890 3.535 5.435 19.160

Aantal ultimo 2030 1.760 3.255 2.460 1.735 4.990 7.075 21.270

Ontw. ‘22 t/m’30 -90 +135 -875 -155 +1.455 +1.640 +2.110

Bron: Primos2021, CBS (2021, cijfers 2020). Bewerking Stec Groep (2022). Afronding op vijftallen.

Naar verwachting toename van circa 12.605 Wmo-huishoudens Ook extramuraal ontwikkelt de zorgvraag in de provincie Limburg zich sterk. Via de Wmo2015 wordt de hulp en ondersteuning die hiervoor nodig is voorzien. In 2022 zijn er circa 85.210 huishoudens waar tenminste één persoon via de Wmo2015 extramurale zorg kan ontvangen. Door de verdere vergrijzing van de provincie Limburg in de komende jaren zal dit aantal naar verwachting fors oplopen. Op basis van de huishoudensontwikkeling in Limburg verwachten we een toename van 12.605 huishoudens die via de Wmo2015 zorg ontvangt. Hierdoor zou in ultimo 2030 18% van de huishoudens via de Wmo2015 zorg ontvangen. Tabel C2. Ontwikkeling extramurale Wmo-huishoudens, 2022 t/m 2030 Leeftijdsklasse huishoudens

Aantal 2022

Aantal Ontw. ultimo 2022 t/m 2030 2030 15-24 jaar 1.770 1.450 -320 25-34 jaar 5.380 5.325 -50 35-44 jaar 5.800 6.440 +635 45-54 jaar 8.325 7.090 -1.235 55-64 jaar 10.315 8.620 -1.695 65-74 jaar 9.275 10.070 +795 75-84 jaar 24.875 31.785 +6.910 85 jaar en ouder 19.470 27.040 +7.570 Totaal 85.210 97.815 +12.605 Bron: Progneff (2021). Bewerking Stec Groep (2022). Afronding op vijftallen.

Behoefte aan 6.595 woon-zorgeenheden voor Wmo-huishoudens Niet voor al deze huishoudens geldt dat zij voor hun zorgvraag graag willen verhuizen naar een woonzorgconcept. Een groot deel hoopt dit op te kunnen lossen in hun huidige woning. De mate waarin aanpassingen aan de bestaande voorraad gefaciliteerd worden (zie bijlage A) is dus van grote invloed op de uiteindelijke behoefte aan woon-zorgeenheden. De behoefte aan deze concepten is daardoor omgeven met enige onzekerheid. Om die reden werken we in deze analyse met enkele uitgangspunten om een indicatie te kunnen geven: • We berekenen de behoefte enkel voor de doelgroep ouderen (alleenstaanden en stellen vanaf 65 jaar). We verwachten dat jongere doelgroepen vaker in een zelfstandige woning blijven wonen. Ouderen sorteren daarnaast vaak voor op een toenemende mate van zorg in de toekomst. Bij jongere doelgroepen zijn de onderlinge verschillen groter. We houden er rekening mee dat echter ook voor een deel van deze doelgroep een woonzorgconcept een uitkomst kan bieden. Deze laten we voor nu echter buiten beschouwing in onze doorrekening. • We verwachten dat de recente verhuisgeneigdheid zich tot en met 2030 op vergelijkbare wijze doorzet. We gebruiken hiervoor het gemiddelde van WoOn2015, WoOn2018 en WoOn2021 als bron. Stedelijk wonende ouderen (2,9% per jaar) verhuizen bijvoorbeeld relatief sneller dan landelijk wonende

29

Woningbehoefteonderzoek provincie Limburg 22.175

• •

ouderen (1,7% per jaar). In onze berekening maken we onderscheid naar verschillende doelgroepen op basis van het inkomen en woonmilieu van ouderen. We nemen enkel huishoudens die vanuit de Wmo2015 zorg ontvangen mee in onze berekening. We gaan ervan uit dat dit in zekere mate een vereiste is om een woonzorgconcept te mogen bewonen. We schatten dat niet alle Wmo-huishoudens, indien zij verhuizen, interesse hebben in een woonzorgconcept. Een deel zal kiezen voor een verhuizing naar een reguliere grondgebonden- of nultredenwoning. We schatten het aandeel dat een woonzorgconcept in overweging neemt op 50%. Of dit aandeel ook gerealiseerd wordt is afhankelijk van de kwaliteit van het aanbod, de aansluiting op de woonwensen en de alternatieven op de reguliere woningmarkt.

Op basis van de verhuisgeneigdheid en indeling naar doelgroepen komen we tot en met 2030 uit op gemiddeld 1.380 verhuisbewegingen van oudere Wmo-huishoudens per jaar. Dit betekent een totaal van 12.420 verhuisbewegingen tot en met 2030. We verwachten dat maximaal bij ongeveer de helft van deze verhuisbewegingen sprake zal zijn van een verhuizing naar een woonzorgconcept. We schatten dat voor een klein deel sprake is van een verhuizing van het ene woonzorgconcept naar het andere (10%). Daarmee komen we op een behoefte aan 5.590 woon-zorgeenheden. In totaal komen we vanuit cliënten op basis van Wlz en Wmo2015 dan uit op een behoefte aan 6.595 woonzorgeenheden tot en met 2030. Door grote verschillen in de zorgvraag dient het aanbod zeer divers te zijn. Behoefte aan woon-zorgeenheden het grootst in Zuid-Limburg We hebben een zelfde berekening toegepast om de vraag naar woon-zorgeenheden in de drie COROPregio’s te bepalen. Hierin houden we rekening met regionale verschillen, zoals een sterkere mate van vergrijzing of verschil in aanwezige doelgroepen (inkomen en woonmilieu). De overige uitgangspunten zijn gelijk. Tabel C3. Vraag naar woon-zorgeenheden per COROP-regio Doelgroep Noord-Limburg Midden-Limburg Intramurale Wlz-cliënten 355 190 Extramurale Wmo-huishoudens 1.160 1.120 Totaal 1.515 1.310 Bron: Primos2021, Progneff (2021), CBS (2021, cijfers 2020).

Bewerking Stec Groep (2022).

Zuid-Limburg 460 3.310 3.770

Stel bouwopgave woonzorgconcepten gelijk aan behoefte door verdergaande vergrijzing ook na 2031 De behoefte aan woon-zorgeenheden, zoals we deze in onze indicatieve doorrekening hebben bepaald, is gebaseerd op de verwachte vergrijzing tot en met 2030. Ook na deze periode zal de vergrijzing in Limburg doorzetten. Dit maakt dat de behoefte aan woonzorgconcepten voor langere tijd zal blijven bestaan. Om die reden adviseren we de bouwopgave voor woonzorgconcepten gelijk te stellen aan de behoefte. We zien deze woningen als zogeheten ‘no-regret’-woningen die ook in het geval van veranderende woningmarktdruk of economische situatie noodzakelijk blijven. Besteed wel de nodige aandacht aan het efficiënt inrichten van de ruimte om personele tekorten in de zorg te voorkomen.

Woningbehoefteonderzoek provincie Limburg 22.175

Bijlage D: Begrippenlijst Definitie Basisscenario Doorstroommodel

Extramurale zorg Grondgebonden woning Intramurale zorg Migratiescenario Nultredenwoning

Tijdelijke woning

Woonzorgconcept

Omschrijving Het basisscenario is een directe vertaling van de huishoudensprognose Progneff 2021. Het doorstroommodel van Stec Groep is een methode om de opgave in de woningmarkt te benaderen. Het is een dynamisch en vraaggestuurd model dat jaarlijks de vraag en het aanbod van woningen tegen elkaar afzet. Alle zorg aan personen die niet in een instelling verblijven. Het is zorg die men op afspraak bij de zorgaanbieder krijgt, of die de zorgaanbieder thuis levert. Een woning die rechtstreeks toegankelijk is vanaf het straatniveau. Alle zorg die geleverd wordt aan personen die aaneengesloten verblijven (langer dan 24 uur) binnen een instelling. Dit kan bijvoorbeeld in een verpleeghuis. Een extra scenario dat op basis van de meest recente migratiegegevens door Stec Groep is ontwikkeld. Nultredenwoningen kunnen zowel appartement als grondgebonden zijn. Onder grondgebonden nultredenwoningen verstaan we levensloopbestendige grondgebonden woningen zoals patio-/bungalowwoningen. Onder nultredenappartementen verstaan we appartementen met een lift of benedenwoningen.

Woningen die voor een bepaalde tijd (veelal maximaal 10 jaar) op een tijdelijke locatie (ontheffing bestemmingsplan) mogen worden gebouwd of die getoetst zijn aan tijdelijke woningen zoals gedefinieerd in het bouwbesluit Concepten gericht op mensen die extra zorg nodig hebben/ willen hebben en niet in aanmerking komen om in een zorginstelling te mogen wonen of hier (nog) niet willen wonen. Zij wonen dus extramuraal.

30

Colofon Provincie Limburg | 2210 1455 Limburglaan 10 Maastricht | Postbus 5700 6202 MA Maastricht +31 (0)43 389 99 99 | postbus@prvlimburg.nl | www.limburg.nl

www.limburg.nl

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=SittardGeleen&id=aa440cec-d7ee-49f6-a77a-cb9896267337