08.1 Bijlage bij Nota van zienswijzen
Tekst van het document
RAAP-RAPPORT 5914
Archeologische inventarisatie Chemelot te Geleen en Stein Gemeente Sittard-Geleen en Stein Archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek
Colofon Titel: Archeologische inventarisatie Chemelot te Geleen en Stein, gemeente Sittard Geleen en Stein; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek Versie: 07-06-2023 Auteur: dr. R.A. Vaessen Projectcode: CHEBO Bestandsnaam: RAAPrap_5914_CHEBO_20230607 Autorisatie: lic. G. Hensen
ISSN: 0925-6229
RAAP Leeuwenveldseweg 5b
Telefoon: 0294-491 500
1382 LV Weesp
E-mail: raap@raap.nl
Postbus 5069
Website: www.raap.nl
1380 GB Weesp © RAAP Archeologisch Adviesbureau B.V., 2023 RAAP Archeologisch Adviesbureau B.V. aanvaardt geen aansprakelijkheid voor eventuele schade voortvloeiend uit het gebruik van de resultaten van dit onderzoek of de toepassing van de adviezen.
Archeologische inventarisatie Chemelot te Geleen en Stein, gemeente Sittard -Geleen en Stein; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek
Samenvatting Per 1 januari 2024 gaat de Omgevingswet waarschijnlijk in werking. In het kader van de transitie naar de Omgevingswet wordt op dit moment een omgevingsplandeel voor het Chemelot -terrein opgesteld. Het OPD voor het terrein van Chemelot dient inzicht te geven in de omgevingskwaliteiten en regels te stellen aan de inpassing van het erfgoed in de fysieke leefomgeving (het beleid) zodat bescherming van erfgoed is gewaarborgd. Cruciaal hierbij is dat er rekening dient te worden gehouden met een mee r gebiedsgerichte (integrale) aanpak, in plaats van de bescherming van losse objecten. Het primaire doel van onderhavig document is in de eerste plaats het uitvoeren van een inventarisatie en het presenteren van een overzicht van de bekende archeologische vindplaatsen en uitgevoerde onderzoeken op het terrein. Op basis van de verzamelde gegevens wordt vervolgens een kenschets gegeven van de geschiedenis van het Chemelot-terrein van de vroegste boeren circa 7000 jaar geleden tot en met het sluiten van de Staatsmijn Maurits en de groei van het huidige Chemelot-complex. Tevens is een gespecificeerde archeologische verwachting opgesteld.
Daarnaast is op basis van de meest recente onderzoeksresultaten specifiek voor het Chemelot-terrein de archeologische beleidskaart van de gemeente Sittard-Geleen (kaartbijlage 4B bij de Beleidsnota Archeologie en Monumenten Sittard -Geleen, 2012) aangevuld. Voor de gemeente Stein is een dergelijke aanvulling niet aan de orde aangezien de kaart in 2019 up-to-date is gebracht (Van Wijk, 2019).
RAAP-rapport 5914 / versie 07-06-2023
[3]
Archeologische inventarisatie Chemelot te Geleen en Stein, gemeente Sittard -Geleen en Stein; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek
Inhoud Samenvatting ......................................................................................................................... 3 Inhoud ................................................................................................................................... 4 1 Inleiding .............................................................................................................................. 5 1.1 Kader ....................................................................................................................................... 5 1.2 Administratieve gegevens .......................................................................................................... 7 1.3 Doel- en vraagstelling ............................................................................................................... 7
2 Aardkundige situatie ............................................................................................................ 8 2.1 Inleiding ................................................................................................................................... 8 2.2 Algemene landschappelijke ontwikkelingsgeschiedenis ............................................................... 8 2.3 Landschapsontwikkelingen op het Chemelot-terrein ................................................................... 11 2.4 Conclusie ................................................................................................................................ 13
3 Archeologische gegevens .................................................................................................. 19 3.1 Inleiding .................................................................................................................................. 19 3.2 Archeologisch onderzoek op het Chemelot-terrein: een korte geschiedenis ................................. 19 3.3 Inventarisatie archeologische onderzoeken (vanaf 2005) ........................................................... 24 3.4 Inventarisatie archeologische vindplaatsen ............................................................................... 27 3.5 Conclusie ................................................................................................................................ 29
4 Ruim 7000 bewoningsgeschiedenis op Chemelot: een overzicht .......................................... 30 4.1 Inleiding .................................................................................................................................. 30 4.2 Provinciaal aandachtsgebied Graetheide ................................................................................... 30 4.3 Kennisstand Limburgse Archeologie ......................................................................................... 31 4.4 De vroegste boeren (5100-2000 v. Chr.) ................................................................................... 32 4.5 De brons- en ijzertijd (2000-20 v. Chr.) ..................................................................................... 34 4.6 De Romeinse tijd (20 v. Chr. - 450 n. Chr.) ................................................................................ 37 4.7 De middeleeuwen en nieuwe tijd (450-1900 n. Chr.) .................................................................. 38 4.8 Staatsmijn Maurits (1926-1967) ................................................................................................ 40 4.9 De groei van het Chemelot-terrein (vanaf 1967) ........................................................................
48 4.10 Archeologische verwachting ................................................................................................... 49 4.11 Conclusie .............................................................................................................................. 51
5 Gemeentelijk archeologiebeleid .......................................................................................... 56 5.1 Inleiding .................................................................................................................................. 56 5.2 Gemeentelijk beleid gemeente Stein ......................................................................................... 56 5.3 Gemeentelijk beleid gemeente Sittard-Geleen ........................................................................... 57 5.4 Actualisatie archeologische beleidskaart gemeente Sittard -Geleen voor Chemelot ...................... 58
6 Conclusies en advies ......................................................................................................... 60 6.1 Conclusie ................................................................................................................................ 60 6.2 Advies ..................................................................................................................................... 62
Literatuur ............................................................................................................................. 64 Literatuur onderzoeksrapporten (juni 2022) ............................................................................ 68 Websites/Digitale bronnen .................................................................................................... 71 Overzicht van figuren, tabellen, bijlagen en appendices.......................................................... 72
RAAP-rapport 5914 / versie 07-06-2023
[4]
Archeologische inventarisatie Chemelot te Geleen en Stein, gemeente Sittard -Geleen en Stein; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek
1 Inleiding 1.1 Kader Per 1 januari 2024 gaat de Omgevingswet in werking. De Omgevingswet staat voor een samenhangende benadering van de fysiek leefomgeving, waarbij erfgoed (gebouwde monumenten, archeologische waarden, stads- en dorpsgezichten en cultuurlandschappen) één van de thema’s is. Het doelmatig beheren, gebruiken en ontwikkelen van de fysieke leefomgeving en de na te streven omgevingskwaliteit zijn daarbij belangrijk. Op het terrein van Chemelot zijn verwachtingswaarden voor het aantreffen van archeologie en bovengrondse monumenten aanwezig. Hoe de gemeenten de bescherm ing van het erfgoed regelen, dient in het Omgevingsplan van Chemelot te worden opgenomen. Het omgevingsplan is een gebiedsdekkend plan dat regels bevat over de hele fysieke leefomgeving. In het plan worden (algemene) regels en vergunningplichten vastgelegd. De gemeenten moeten bij het vaststellen van het omgevingsplan rekening houden met te verwachten of aantoonbare archeologische waarden en monumenten en te beschermen gemeentelijke en provinciale monumenten. Lokale regels met betrekking tot archeologisch onderzoek kunnen worden opgenomen. Met het omgevingsplan worden de huidige bestemmingsplannen vervangen. Het Chemelot-terrein ligt deels in de gemeente Sittard-Geleen en deels in de gemeente Stein. Het gehele gebied beslaat een oppervlak van in totaal ca.
800 ha en bestaat uit drie delen: de haven in Stein, het Chemelot Industrial Park (‘Site’) en de Brightlands Chemelot Campus. Voor het gehele terrein wordt op dit ogenblik een Omgevingsplandeel (OPD) Chemelot opgesteld dat als doel heeft om een één op één horizontale transitie mogelijk te maken van de huidige planologische mogelijkheden (vastgelegd in bestemmingsplannen, verordeningen, vergunningen en ontheffingen, passend bij door gemeenten bestuurlijk vastgestelde uitgangspunten) naar het omgevingsplan. H et OPD voor het terrein van Chemelot dient inzicht te geven in de omgevingskwaliteiten en regels te stellen aan de inpassing van het erfgoed in de fysieke leefomgeving zodat bescherming van erfgoed is gewaarborgd. Cruciaal hierbij is dat er rekening dient te worden gehouden met een meer gebiedsgerichte (integrale) aanpak, in plaats van de bescherming van losse objecten. Op dit moment ontbreekt echter een goed overzicht van de archeologische onderzoeken en vindplaatsen op het Chemelot-terrein om een dergelijke aanpak mogelijk te maken. Het primaire doel van onderhavig document is het uitvoeren van een inventarisatie en het presenteren van een overzicht.
Daarnaast zal op basis van de meest recente onderzoeksresultaten specifiek voor het Chemelot -terrein de archeologische beleidskaart van de gemeente Sittard-Geleen (kaartbijlage 4B bij de Beleidsnota Archeologie en Monumenten Sittard-Geleen, 2012) worden aangevuld. Voor de gemeente Stein is een dergelijke aanvulling niet aan de orde aangezien de kaart in 2019 up-to-date is gebracht (Van Wijk, 2019). Kwaliteitsborging De werkzaamheden zijn uitgevoerd onder certificaat BRL4000, conform artikel 5.4 van de Erfgoedwet. Het onderzoek is uitgevoerd volgens de normen van de archeologische beroepsgroep. De Kwaliteits norm Nederlandse Archeologie (KNA, versie 4.1), beheerd door de Stichting Infrastructuur Kwaliteitsborging Bodembeheer (SIKB; www.sikb.nl), is door de minister aangewezen als norm.
RAAP-rapport 5914 / versie 07-06-2023
[5]
Archeologische inventarisatie Chemelot te Geleen en Stein, gemeente Sittard -Geleen en Stein; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek
RAAP is gecertificeerd voor de protocollen 4001 Programma van Eisen, 4002 Bureauonderzoek, 4003 Inventariserend veldonderzoek (landbodems), onderdelen proefsleuven en overig, alsmede 4004 Opgraven (landbodems). Zie bijlage 1 voor de dateringen van de in dit rapport genoemde archeologische perioden.
Figuur 1. Aanduiding onderzoeksgebied. Inzet: ligging in Nederland (ster).
RAAP-rapport 5914 / versie 07-06-2023
[6]
Archeologische inventarisatie Chemelot te Geleen en Stein, gemeente Sittard -Geleen en Stein; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek
1.2 Administratieve gegevens Type onderzoek
Bureauonderzoek
Opdrachtgever
gemeente Sittard-Geleen
Bevoegde overheid
Gemeente Sittard-Geleen en Stein
Plaats
Geleen en Stein
Gemeente
Sittard-Geleen en Stein
Provincie
Limburg
Centrumcoördinaten (X/Y)
183016/331383
Toponiem
Chemelot
Oppervlakte onderzoeksgebied
885 ha
Afbakening onderzoeksgebied
Het onderzoeksgebied valt binnen de formele begrenzing van het Chemelot-terrein.
Onderzoeksperiode
Juni-juli 2022
Uitvoerder
RAAP Zuid
Projectleider
dr. R.A. Vaessen
Projectmedewerkers
N. Paffen, G. Hensen
RAAP-projectcode
CHEBO
ARCHIS-onderzoeksmeldingsnummer
5277842100
Beheer en plaats documentatie
RAAP regio Zuid te Weert en op termijn, ARCHIS en E-Depot.
Tabel 1. Administratieve gegevens.
1.3 Doel- en vraagstelling Het doel van het bureauonderzoek is om te komen tot een inventarisatie van de archeologische onderzoeken en vindplaatsen op Chemelot met als doel om een beter inzicht te krijgen van de menselijke bewonings- en gebruiksgeschiedenis op het terrein. Op basis hiervan kan vervolgens ook nauwkeuriger een archeologische verwachting worden opgesteld. Daarnaast zal op basis van de meest recente onderzoeksresultaten specifiek voor het Chemelot-terrein de archeologische beleidskaart van de gemeente Sittard-Geleen (kaartbijlage 4B bij de Beleidsnota Archeologie en Monumenten Sittard -Geleen, 2012) worden aangevuld. Hiertoe is een aantal onderzoeksvragen geformuleerd die als leidraad gelden tijdens het onderzoek: •
Hoe ziet de geo(morfo)logische en/of bodemkundige opbouw van het onderzoeksgebied eruit?
•
Welke gegevens met betrekking tot archeologische onderzoeken in het onderzoeksgebied zijn reeds bekend?
•
Welke gegevens met betrekking tot archeologische complexen in het onderzoeksgebied zijn reeds bekend?
•
Wat is de ontwikkelingsgeschiedenis van het onderzoeksgebied door de tijd heen?
•
Wat is de gespecificeerde verwachting ten aanzien van nog onbekende archeologische waarden in het gebied?
•
Wat is het resultaat van de onderzoeken en kunnen de verwachtingen worden bijgesteld?
RAAP-rapport 5914 / versie 07-06-2023
[7]
Archeologische inventarisatie Chemelot te Geleen en Stein, gemeente Sittard -Geleen en Stein; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek
2 Aardkundige situatie 2.1 Inleiding Een archeologische vindplaats kan niet los worden gezien van het landschap waarin hij is gelegen. Voor een correcte interpretatie is het dan ook van belang om de landschappelijke contex t inzichtelijk te maken. In dit hoofdstuk wordt daarom ingegaan op de geologische, geomorfologische en bodemkundige aspecten van het Chemelot-terrein. Hierbij zal gebruikt gemaakt worden van een combinatie van geologische, geomorfologische en bodemkundige kaarten aan de ene kant, en de resultaten van archeologische onderzoeken (zowel verkennende booronderzoeken als gravende onderzoeken) aan de andere kant. Op deze manier kan een landschappelijke ontwikkelingsgeschiedenis worden geschetst.
2.2 Algemene landschappelijke ontwikkelingsgeschiedenis Het Chemelot-terrein ligt grotendeels op het zogenaamde Graetheide-plateau. De ontwikkelingsgeschiedenis hiervan gaat een lange tijd terug. Als we tegenwoordig aan Limburg denken, komt natuurlijk als eerste het heuvelland in ons op. Toch is dit niet altijd zo geweest. Ongeveer 20 miljoen jaar geleden lagen nog grote delen van Limburg onder de zeespiegel. In deze periode – het mioceen – kregen onder andere de Himalaya en de Alpen definitief vorm en de kustlijn liep langs Antwerpen via de Nederlandse zuid- en oostgrens tot in Denemarken. In deze periode zijn dikke pakketten zanden afgezet in de kustzones. De zilverzanden die worden gewonnen rondom Heerlen zijn hiervan waarschijnlijk het meest bekende voorbeeld. Er zijn echter enkele zones in het uiterste zuiden en zuidoosten van Limburg die ook in deze vroege periode permanent boven water lagen. Deze delen maakten samen met de Ardennen deel uit van een uitgestrekte schiervlakte. Verspreid over de vlakte werden de grindrijke afzettingen van dit laagpakket door de Oer-Maas als een puinwaaier afgezet. Deze afzettingen staan ook wel bekend als het Laagpakket van Waubach (Weerts, e.a., 2006). Aan het einde van het Tertiair, rond de overgang plioceen- pleistoceen (ca. 5 miljoen jaar geleden), vond de opheffing van de Ardennen en het Rijnlands Leisteenplateau plaats.
Deze opheffing had grote invloed op het Zuid-Limburgse gebied. Het gebied ten zuiden van de Feldbissbreuk (de breuk die loopt langs de lijn Sittard-Kerkrade) werd mee opgeheven, terwijl het gebied ten noorden van deze breuk, de zogenaamde Roerdalslenk, daalde. In deze Roerdalslenk bleven de oude afzettingen voor de erosie gespaard, terwijl zij ten zuiden van de Feldbissbreuk vrijwel geheel werden geërodeerd en alleen erosieresten bewaard bleven. Deze erosieresten zijn terug te vinden in de gebieden die buiten het sedimentatiegebied van de (Oer)Maas zijn gelegen, dus op de resten van de oorspronkelijke schiervlakte. In het pleistoceen volgde vervolgens een periode van afwisselend koude ijstijden en warmere tussen ijstijden. In de koude perioden bestond de Maas uit een brede riviervlakte met grindbanken omsloten door een netwerk van zich snel verleggende, betrekkelijk ondiepe geulen. In de warme perioden sneed de rivier zich juist in haar afzettingen in. In de loop van de tijd is de Maas hierdoor geleidelijk naar het westen verschoven, waardoor uiteindelijk het terrassenlandschap in Zuid Limburg is ontstaan. Het overgrote deel van het terrein wordt gevormd door het zogenaamde Caberg 1 terras .
Richting de haven loopt het landschap geleidelijk af en komen we eerst uit op het Caberg 2 en uiteindelijk in de haven zelf het Geistingen terras (ook wel Late Dryas terras genoemd; figuur 2).
RAAP-rapport 5914 / versie 07-06-2023
[8]
Archeologische inventarisatie Chemelot te Geleen en Stein, gemeente Sittard -Geleen en Stein; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek
Figuur 2. Het Chemelot-terrein geprojecteerd op de Maasterrassenkaart van Limburg (bron: Staring Centrum/RGD, 1989a).
RAAP-rapport 5914 / versie 07-06-2023
[9]
Archeologische inventarisatie Chemelot te Geleen en Stein, gemeente Sittard -Geleen en Stein; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek
Figuur 3. Het Chemelot-terrein geprojecteerd op de geomorfologische kaart van Nederland (bron: Staring Centrum/RGD, 1989b).
RAAP-rapport 5914 / versie 07-06-2023
[10]
Archeologische inventarisatie Chemelot te Geleen en Stein, gemeente Sittard -Geleen en Stein; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek
In het kale toendralandschap van de laatste twee ijstijden (Saalien en Weichselien: resp. 238.000126.000 en 116.000-11.700 jaar geleden) werd door de wind veel bodemmateriaal verwaaid. De fijne fractie daarvan (leem) werd in de vorm van löss als een deken over Zuid -Limburg afgezet (Formatie van Boxtel, laagpakket van Schimmert). In de Zuid-Limburgse lössafzettingen is oorspronkelijk een driedeling aangebracht, aangeduid met de onderste löss, de middelste löss en de bovenste löss (Kuyl 1980; Meijs 2011 en 2012). De onderste löss dateert uit het Saalien; de middelste löss uit het vroeg en midden pleniglaciaal van het Weichselien; de bovenste löss uit het laat pleniglaciaal van het Weichselien. Met de geleidelijke opwarming van het klimaat in het laat glaciaal en het vroeg holoceen werden de lösspakketten door afspoelend water aangetast. Hierdoor ontstond een sterk versneden lössla ndschap met löss- en afbraakwanden, plateauterrassen, lössglooiingen (hoogten die geheel uit löss zijn opgebouwd), beekdalen en droge dalen. Daarnaast heeft zich in deze periode met name op de hogere landschapsdelen in de top van de bovenste löss een leembrikgrond gevormd waarbij door gevolg van kleiverplaatsing een briklaag of Bt(s)-horizont gevormd is (figuur 4). Onder de Bt- of BC-horizont kan een gebandeerde laageenheid (Banden B-horizont, Bt-banden-horizont of lamellenzone) voorkomen.
Figuur 4. Het ontstaan van een leembrikgrond (bron: Keijers & Paulussen, 2020: fig. 12).
2.3 Landschapsontwikkelingen op het Chemelot-terrein In tegenstelling tot de grote variaties binnen het Limburgse heuvellandschap, i s binnen het Chemelotterrein sprake van een redelijk eenduidig landschap (voor een samenvatting, zie tabel 2). Op de geomorfologische kaart wordt vrijwel het gehele gebied aangeduid als daluitspoelingsterras (6E21) en tussenterras (6E42) uit het vroeg-midden pleistoceen (figuur 3). Alleen op het oorspronkelijke terrein van de Mauritsmijn is net als in de haven sprake van een plateau-achtige storthoop (de oude mijnberg). Op de overgang tussen het daluitspoelingsterras en het tussenterras lopen wel nog lösswanden (12A51) die de natuurlijke reliëfsprongen tussen de twee eenheden enigs zins maskeren, waardoor vandaag de dag over het algemeen sprake is van een geleidelijk aflopend reliëf in noordelijke en westelijke richting
RAAP-rapport 5914 / versie 07-06-2023
[11]
Archeologische inventarisatie Chemelot te Geleen en Stein, gemeente Sittard -Geleen en Stein; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek
(figuur 5). Opvallend is daarnaast dat voor het overgrote deel van het Chemelot -terrein permanente (beken) of semi-permanente waterlopen (droogdalen) vrijwel volledig afwezig zijn. De dichtstbijzijnde beken zijn de Keutelbeek (minstens 1-3 km ten zuiden), de Geleenbeek (minstens 2-4 km ten oosten) en de Ur (nu Julianakanaal, circa 2,5 km ten westen, de haven niet meegereke nd).
Geologische situatie (Weerts e.a., 2006; TNO, 2021)
Laagpakket van Schimmert - löss (Chemelot),
Geomorfologische situatie (Koomen & Maas, 2004)
Daluitspoelingsterras, tussenterras, lössglooing, plateau-achtige storthoop, droogdal.
Ouderdom geomorfologische structuur
Vroeg-laat pleistoceen, laat pleistoceen, holoceen
Bodemkundige situatie
Rade- en bergbrikgronden
Verwachte diepteligging van archeologisch relevante lagen
In de top van de briklaag (Bt-horizont), vanaf 30-70 cm –mv.
Tabel 2. Overzicht van geraadpleegde geologische, geomorfologische en bodemkundige kenmerken van het onderzoeksgebied en de directe omgeving.
Ook vanuit bodemkundig oogpunt kent het overgrote deel van het Chemelot-terrein over het algemeen weinig variatie. Hoewel vrijwel het gehele terrein niet is gekarteerd op de bodemkundige kaart van Nederland (figuur 6), kan op basis van omliggende zones en de reeds uitgevoerde onderzoeken op het terrein zelf verwacht worden dat de bodem wordt gekenmerkt door rade- en bergbrikgronden. Radebrikgronden zijn bodems met klei- of leem in- en uitspoeling. De horizont waar uitspoeling plaatsvond, heet de uitspoelings- of E-horizont, die licht van kleur is. De onderliggende inspoelings - of Bt-horizont is vaak bruinrood en stug. Onder de Bt-horizont bevindt zich het onaangetaste, oorspronkelijke moedermateriaal, aangeduid als de C-horizont. Vanwege hellingerosie, maar ook door landbouwkundig gebruik, kan een deel van het lössprofiel verdwenen zijn. Waar de E -horizont verdwenen is maar er nog sprake is van een B-horizont, wordt gesproken van een bergbrikgrond. Waar ook de B horizont verdwenen is, wordt de bodem geclassificeerd als een vaaggrond. Het op basis van de bodemkaart verwachte beeld wordt bevestigd door de vele archeologische onderzoeken op het terrein (zie paragraaf 3.3).
Zeker in zones waar tot nu toe nog weinig tot geen bebouwing heeft gestaan, wordt de bodem over het algemeen gekenmerkt door een bouwvoor – al dan niet bestaande uit een opgehoogd pakket – met daaronder eventueel een uitspoelingslaag (E-horizont) en een inspoelingslaag/briklaag (Bthorizont). In het haventerrein is de situatie vaak wat ongewis, omdat archeologische boringen over het algemeen niet door de ophogingspakketten komen. Het is daarom noodzakelijk om naar een aantal andere indicatoren te kijken. Op bijvoorbeeld de Bonnebladen uit 1900 is te zien dat grote delen van het havengebied in die tijd in gebruik zijn als landbouwgrond. Het reliëf lijkt geleidelijk af te lopen, maar pas tegen het beekdal van de Ur (nu het Julianakanaal) vindt da adwerkelijk een reliëfsprong plaats (figuur 7). Als op basis van deze observaties wordt gekeken naar het huidige hoogtemodel , dan valt meteen op dat van natuurlijke reliëfverschillen niet echt meer sprake is (figuur 8). Zo ligt de zone rondom het huidige spoor (oorspronkelijk aangelegd in het kader van de bouw van de Staatsmijn Mauri ts) duidelijk lager dan de omliggende zones. Tot op zekere hoogte kan het hoogteverschil verklaard worden door de dikke ophogingspakketten. Tegelijkertijd heeft men bij de aanleg van de haven voorafgaand aan de bouw in grote delen van het gebied damwanden geslagen tot 32,50 m +NAP (figuur 9).
Op 44,00 m +NAP zijn
RAAP-rapport 5914 / versie 07-06-2023
[12]
Archeologische inventarisatie Chemelot te Geleen en Stein, gemeente Sittard -Geleen en Stein; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek
vervolgens horizontaal grondankers aangebracht. Alle lagen hierboven moeten dus later zijn aangebracht. Het is lastig te bepalen in hoeverre 44,00 m +NAP overeenstemt met de top van de natuurlijke ondergrond en, zo ja, in hoeverre de bodemopbouw nog intact is. Over het algemeen lijkt het echter aannemelijk dat de kans op het aantreffen van intacte bodems onder de ophogingspakketten klein is. Indien deze wel nog aanwezig zijn, is vanwege de meters dik ke ophogingspakketten de kans niet heel groot dat deze geraakt worden door ontwikkelingsactiviteiten op het terrein.
2.4 Conclusie Vanuit landschappelijk perspectief laat het Chemelot-terrein een redelijk eenduidig beeld zien. De landschappelijke basis voor het overgrote deel van het terrein wordt gevormd door het zogenaamde Caberg I terras. Richting de haven loopt het landschap geleidelijk af en komen we eerst uit op het Caberg II terras en uiteindelijk in de haven zelf, het Geistingen terras. Op dit terras is in de laatste twee ijstijden een pakket löss afgezet, waarvan de dikte varieert. In de top van de löss is een leembrikgrond gevormd waarbij door gevolg van kleiverplaatsing een briklaag of Bt(s) -horizont is gevormd. Tijdens archeologische boor- en gravende onderzoeken is deze briklaag vrijwel overal op het terrein aangetroffen. In veel gevallen is zelfs nog een volledig bodemprofiel aanwezig, inclusief een uitspoelingslaag (E-horizont), waardoor in delen van het Chemelot-terrein die nooit of slechts in zeer beperkte mate zijn bebouwd (geweest) nog gesproken kan worden van radebrikgronden. Het archeologisch niveau is in gebieden met een dergelijke bodem – afhankelijk van eventueel aanwezige ophogingspakketten – aanwezig vanaf direct onder de bouwvoor. Er zijn echter twee uitzonderingen op deze situatie: de haven en het gebied direct rondom de voormalige Staatsmijn Maurits. Deze zones zijn op de geomorfologische kaart aangeduid als plateau-achtige storthopen.
Vanwege de ophogingen is niet duidelijk in hoeverre hieronder nog sprake is van intacte bodemprofielen. Over het algemeen lijkt de kans hierop klein gezien de vele grootschalige werkzaamheden die in de haven hebben plaatsgevonden tijdens zowel het graven van het kanaal als de bouw van de haven zelf. Het is echter erg lastig om dit met zekerheid te bepalen, omdat het niet mogelijk is om door de puinpakketten te boren. Wel kan worden gesteld dat zeker in de haven alleen zeer diepe bodemingrepen natuurlijke bodemlagen zullen raken.
RAAP-rapport 5914 / versie 07-06-2023
[13]
Archeologische inventarisatie Chemelot te Geleen en Stein, gemeente Sittard -Geleen en Stein; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek
Figuur 5. Het Chemelot-terrein geprojecteerd op het Actueel Hoogtebestand Nederland (bron: www.ahn.nl).
RAAP-rapport 5914 / versie 07-06-2023
[14]
Archeologische inventarisatie Chemelot te Geleen en Stein, gemeente Sittard -Geleen en Stein; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek
Figuur 6. Het Chemelot-terrein geprojecteerd op de bodemkaart van Nederland (bron: Starin g Centrum, 1990).
RAAP-rapport 5914 / versie 07-06-2023
[15]
Archeologische inventarisatie Chemelot te Geleen en Stein, gemeente Sittard -Geleen en Stein; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek
Figuur 7. Het havengebied geprojecteerd op de Bonnebladen uit 1900 (bron: www.topotijdreis.nl).
RAAP-rapport 5914 / versie 07-06-2023
[16]
Archeologische inventarisatie Chemelot te Geleen en Stein, gemeente Sittard -Geleen en Stein; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek
Figuur 8. Het havengebied geprojecteerd op het Actueel Hoogtebestand Nederland (bron: www.ahn.nl).
RAAP-rapport 5914 / versie 07-06-2023
[17]
Archeologische inventarisatie Chemelot te Geleen en Stein, gemeente Sittard -Geleen en Stein; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek
Figuur 9. Bovenstaande afbeelding geeft een dwarsdoorsnede van de damwanden in het havengebied. Deze geeft aan dat de ankers van de damwand horizontaal in de bodem liggen. Hieruit blijkt dat deze ankers zijn geplaatst voordat de haven bestond. Alle bovenliggende lagen moeten dus later zijn aangebracht (bron: Royal HaskoningDHV).
RAAP-rapport 5914 / versie 07-06-2023
[18]
Archeologische inventarisatie Chemelot te Geleen en Stein, gemeente Sittard -Geleen en Stein; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek
3 Archeologische gegevens 3.1 Inleiding Archeologisch onderzoek binnen de begrenzingen van Chemelot kent een lange geschiedenis. In dit hoofdstuk wordt daarom in de eerste plaats kort ingegaan op de onderzoeksgeschiedenis op het Chemelot-terrein. Vervolgens wordt een inventarisatie gemaakt van de archeologische onderzoeken die in het kader van de AMZ-cyclus hebben plaatsgevonden op het terrein sinds 2005. Hierbij wordt vooral gekeken welke resultaten de onderzoeken hebben opgeleverd en wat dit zegt over de potentie van archeologisch onderzoek op het Chemelot-terrein. In het laatste deel van het hoofdstuk worden, tot slot, de bekende vindplaatsen op het terrein geïnventariseerd en wordt bekeken welke perioden aanwezig zijn en wat de aard is van de vindplaatsen. Deze gegevens worden vervolgens in het volgende hoofdstuk als basis gebruikt om een beeld te schetsen van de historische ontwikkeling van het Chemelot-terrein.
3.2 Archeologisch onderzoek op het Chemelot-terrein: een korte geschiedenis
Figuur 10. Overzichtstekening van de ‘Germaansche burcht’ opgegraven bij de haven (bron: Holwerda e.a., 1928: fig. 11).
RAAP-rapport 5914 / versie 07-06-2023
[19]
Archeologische inventarisatie Chemelot te Geleen en Stein, gemeente Sittard -Geleen en Stein; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek
3.2.1
De vroegste onderzoeken
Al in de eerste helft van de 20e eeuw worden verschillende onderzoeken uitgevoerd door H.J. Beckers, geneesheer te Beek op een grote verscheidenheid aan locaties in Zuid-Limburg (Beckers & Beckers, 1940). Een klein deel van de onderzoeken valt binnen de begrenzing van het huidige Chemelot -terrein. Misschien nog wel het meest opzienbarende onderzoek vormen de opgravingen uitgevoerd door Remouchamps en Beckers op het haventerrein tussen 1925 en 1927 (Archis zaakid. 2901682100; Holwerda, 1928; nr. 49 op KB2). Hierbij is een Romeinse villa of mogelijk praetorium (gasthuis) alsmede een vermeende ‘germaansche burcht’ (vanwege het aantreffen van een gracht) onderzocht (figuur 10 en figuur 11). De aandacht ging voornamelijk uit naar de Romeinse vondsten, maar er was ook bijzondere bijvangst. Op enige afstand van het Romeinse gebouw bevonden zich naast ijzertijdsporen ook enkele ‘hutkommen’ waarin overduidelijk bandkeramische resten werden aangetroffen (Van Wijk e.a., 2014: 281 294). De precieze locatie van de onderzoeken is lastig precies vast te stellen (voor een discussie, zie Van Wijk e.a., 2014: 282-285), maar duidelijk is wel dat het Romeins gebouw en de ijzertijdsporen zich bevinden in de havenuitbreiding van Stein die in de jaren 1930 -‘40 en tijdens latere uitbreidingen aangelegd is. De vindplaats moet dan ook als verloren worden beschouwd (Van Wijk e.a., 2014: 284).
De vermeende ‘germaansche burcht’ ligt verder naar het noorden op ‘het plateau’ aan de Ur (waarschijnlijk een kaap van het Terras van Caberg 2).
Figuur 11. Overzichtstekening van de Romeinse villa in de haven van Stein (bron: Holwerda e.a., 1928: fig. 4).
Naast de onderzoeken op het haventerrein heeft Beckers tijdens een sleuvenonderzoek ten noorden van hoeve Kerenshof (nabij de puinberg van de Mauritsmijn) een grafveld gevonden uit de ijzertijd (Archis zaakid. 3131170100; figuur 12; nr. 20 op KB2). Hierbij zijn drie slecht bewaarde grafheuvels en negen crematiegraven onderzocht. Graf 3 was opvallend door de relatieve rijkdom aan bijgiften. In het graf werden onder andere een gouden staafje, vier bewerkte ivoorfragmenten en bronzen en ijzeren voorwerpen (onder andere een fibula) gevonden. Behalve de graven werd ter hoogte van graf 1 op 40 cm diepte een rechthoekige “aslaag” aangetroffen met verkoold eikenhout. Uit de beschrijving blijkt dat de
RAAP-rapport 5914 / versie 07-06-2023
[20]
Archeologische inventarisatie Chemelot te Geleen en Stein, gemeente Sittard -Geleen en Stein; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek
grond door de hitte verbrand was (rood verkleurd). Beckers interpreteert dit als een gegraven kuil waarin de brandstapel gestapeld werd om de overledene te cremeren (Beckers & Beckers, 1940: 187). De beschrijving van deze ‘brandstapel’ lijkt echter eerder op zogenaamde houtskoolmeilers, welke o.a. zijn opgegraven bij Geleen-Chemelot Lanxess (Ruijters & Verhoeven, 2015; nr. O-10 op KB1) en GeleenChemelot KARMA/PE (Tichelman & Roggen, 2022; nr. O-25 op KB1).
Figuur 12. Vondsten uit de ijzertijdgraven 7 en 8 nabij hoeve Kerenshof (Beckers & Beckers, 1940: fig. 7 en 8).
In aanvulling op de onderzoeken van Beckers is door A. Janssen in 1936 een afgeplatte grafheuvel in een akker waargenomen (Archis zaakid. 312905100; nr. 26 op KB2), die op een ROB fiche als Romeins omgeschreven wordt. Daarnaast is door Beckers in 1927 ter hoogte van de mijnberg van de Staatsmijn Maurits een ronde insteek van een Romeinse waterput gedocumenteerd (Archis zaakid. 3131170100; Beckers & Beckers, 1940: 286-292; nr. 23 op KB2). Er is hierbij gegraven tot een diepte van 3,40 m –mv, waarna nog is doorgeboord tot 7,15 m. De bodem van de put is echter nooit bereikt. Ook beschoeiing is niet waargenomen. Het is niet helemaal duidelijk wat de bredere context van de waterput is. Beckers suggereert dat het om een openbare waterput gaat (Beckers & Beckers, 1940: 292). Romeinse sporen worden weliswaar in grote getalen gevonden rondom Stein en Geleen, maar ze zijn boven op het Graetheide plateau (vooralsnog) zeer sporadisch bekend. Recente onderzoeken in de buurt van hier genoemde vindplaatsen hebben ook geen duidelijke aanwijzingen voor nederzettingsresten aangetroffen (o.a. Tichelman & Roggen, 2022). Wel maakt het gebied zeker onderdeel uit van het uitgestrekte villa landschap. Het kan daarom niet worden uitgesloten dat nederzettingsresten in de buurt aanwezig zijn.
3.2.2
Onderzoek naar Bandkeramische nederzettingen vanaf de jaren ‘80
Na de vele onderzoeken van Beckers en Beckers in de jaren ’20 en ’30 is het lange tijd rustig op de Graetheide. Vanaf de jaren ’80 wordt er echter weer gezocht. Hierbij werden binnen het huidige Chemelot-terrein vooral vondsten uit het vroeg neolithicum (LBK) en ijzertijd gedocumenteerd. Zo werd in 1982 en 1983 de vindplaats Geleen-Urmonderbaan (voor locatie van de verschillende bandkeramische vindplaatsen die hier besproken worden, zie figuur 15) ontdekt toen bij wegwerkzaamheden en de aanleg van leidingsleuven bandkeramische grondsporen gedocumenteerd en vondsten geborgen zijn. De opgravingen zijn uitgevoerd door voornamelijk de amateurarcheologen W. Hendrix en H. Vromen. Tijdens een eerste fase van het onderzoek in 1982 is over een lengte van ongeveer 40 m een twintigtal grondsporen vastgesteld. Tijdens de begeleiding van een tweede fase, in 1983, zijn nog enkele scherven van ijzertijdaardewerk in het vlak aangetroffen, en vijf bandkeramische sporen waargenomen in de taluds van de leidingsleuf ten oosten van de reeds bekende sporen. In de sporen zijn resten van 220 LBK -
RAAP-rapport 5914 / versie 07-06-2023
[21]
Archeologische inventarisatie Chemelot te Geleen en Stein, gemeente Sittard -Geleen en Stein; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek
potten, 344 stukken vuursteen en 228 stenen artefacten op gegraven. Het aardewerk dateert de vindplaats strak in de jonge LBK-fase 2c. Opmerkelijk is vooral de aanwezigheid van relatief veel silokuilen met betrekkelijk grote hoeveelheden verkoold graan. Daarnaast zijn er verschillende maalstenen en een grote hoeveelheid werktuigen aangetroffen. Een interpretatie als special activity area wordt voorzichtig als interpretatie voorgesteld (Van Wijk e.a., 2014: 369). 1
Figuur 13. Overzicht van LBK-vindplaatsen op de Graetheide.
In juni 1986 wordt vervolgens de vindplaats Stein-Oude Postbaan aangetroffen toen W. Hendrix een aantal prehistorische paalkuilen waarnam in de wanden van een sleuf voor een leiding op een terrein nabij de Oude Postbaan, ter hoogte van Stein (Hendrix, 2018: 42 -43). Het was echter indertijd niet mogelijk een nadere tijdbepaling te geven wegens het ontbreken van dateerbaar vondstmateriaal. Bij een
Met ‘special activity’ wordt hier vooral geduid op een zone die mogelijk niet zozeer is gebruikt voor bewoning, maar vooral v oor andere randactivitetiten waaronder opslag, voedselproductie en andere ambachtelijke activiteiten. 1
RAAP-rapport 5914 / versie 07-06-2023
[22]
Archeologische inventarisatie Chemelot te Geleen en Stein, gemeente Sittard -Geleen en Stein; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek
volgend bezoek werd daar een bandkeramische spits gevonden. In de daarop volgende maand werd op dit terrein een tweetal waterbassins aangelegd voor het nabij gelegen DSM-industriecomplex (nu Chemelot). Tijdens de graafwerkzaamheden werden door H. Vromen en W. Hendrix diverse prehistorische sporen waargenomen. Slechts enkele grondsporen konden goed gedocumenteerd worden vanwege de rigoureuze wijze van ontgraving. Van de zeven grondsporen konden er twee in de ijzertijd worden geplaatst en drie aan de Lineaire Bandkeramiek worden toegewezen. Verondersteld wordt dat de sporen onderdeel uitmaken van de nederzetting Stein-Heidekampweg. Een derde vindplaats is aangetroffen op 20 oktober 1989 tijdens de aanleg van een wegcunet in het noordwesten van het DSM-industrieterrein (DSM-Chemicals; nu Chemelot) voor de aanleg en ontsluiting van grote opslagloodsen (Van Wijk e.a., 2014: 371-377; Hendrix, 2018: 45-46). De vindplaats staat bekend als Urmond-Centraal Laboratorium. Ter plaatse zijn een drietal grondverkleuringen door amateurarcheoloog Hendrix gemeld bij de provinciaal archeoloog drs H. Stoepker. Daarna werd in een van de funderingssleuven van de loodsen nog een spoor waargenomen. Drie sporen dateren uit de bandkeramische periode, terwijl een vierde spoor uit de ijzertijd stamt. In totaal werden restanten van 17 potten (72 scherven) aangetroffen uit de LBK-fase 2c.
Opmerkelijk is het vinden van omgevormde brokken klei in een van de sporen. Daarnaast werden nog 25 stuks vuurstenen en negen stenen artefacten ontdekt. In hoeverre de sporen toebehoren aan een normale bandkeramische nederzetting dan wel een terrein met een bijzondere gebruiksdoelstelling is moeilijk vast te stellen. Wel wordt vermeld dat de bandkeramische grondsporen en voorwerpen zijn gevonden op een afstand van ongeveer 300 m noordelijk van de vindplaats van vijf bandkeramische kuilen (‘hutkommen’) die door H.J. Beckers in 1936 zijn onderzocht. Ze lagen langs het mijnspoor en werden aangeduid met ‘dorp -Urmond’ (Beckers & Beckers, 1940). Een zesde afvalkuil, die H.J. Beckers in 1937 op perceel Hennekens onderzocht en tot het ‘dorp-Urmond’ rekende, lag ongeveer op een afstand van 700 m in zuidoostelijke richting. In het tussenliggende gebied zijn in de Jaren ’70 en ’80 bij de aanleg van een bassin aan de oostzijde van de spoorlijn vermoedelijk ook nog sporen waargenomen (Hendrix, 2018: 45 -46). Vermoedelijk vormt de vindplaats Urmond-Centraal Laboratorium onderdeel van een grotere vindplaats. Eind jaren ’90 werd in het kader van de aanleg van een aardgasleiding een noodonderzoek uitgevoerd door W. Hendrix nabij de Heidekampweg.
Daarbij werd over een lengte van een enkele honderden meters meer dan 53 grondsporen waargenomen bestaande uit 24 paalkuilen en 29 afvalkuilen (Hendrix, 1999; Van Wijk e.a., 2012: 49-50). Twee kuilen dateerden uit de ijzertijd. In het brede werkvlak konden grotere palenclusters waargenomen worden die wijzen op bandkeramische huisstructuren met bijhorende langskuilen. Op basis van de waarnemingen uit de werkstraat en leidingsleuf werd de indruk gewekt dat over de volle noord-zuid as een tot dusver niet bekende bandkeramische nederzetting was aangesneden. Meer recentelijk in het kader van de verbreding van de A2 is de vindplaats verder onderzocht (Van Wijk e.a., 2012). Hierbij zijn uiteindelijk in totaal 14 huisplaatsen uit de LBK teruggevonden. De huisplaatse n werd ruimtelijk gescheiden in twee bewoningsclusters: een noordwestelijk cluster en een zuidelijk cluster. Het zuidelijke cluster bevat minimaal 11 huisplaatsen en is daarmee het grootste cluster dat is aangetroffen tijdens dit onderzoek. Daarnaast zijn tijdens het onderzoek ook nog sporen uit de ijzertijd aangetroffen. De vroegste resten dateren uit de vroege ijzertijd en bestaan uit twee kuilen en een klein deel van het aardewerk dat verspreid over het onderzoeksterrein is gevonden. Tevens zijn er drie structuren gedocumenteerd uit de late ijzertijd die mogelijk als huisplattegrond geïnterpreteerd kunnen worden.
RAAP-rapport 5914 / versie 07-06-2023
[23]
Archeologische inventarisatie Chemelot te Geleen en Stein, gemeente Sittard -Geleen en Stein; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek
3.2.3
Archeologisch onderzoek in het kader van de Archeologische Monumentenzorg (AMZ) vanaf 2005
Gravend archeologisch onderzoek op Chemelot is een relatief recent verschijnsel. Deels komt dit doordat het voormalige DSM-terrein lange tijd niet toegankelijk was voor archeologisch onderzoek. Sinds de invoering van het Verdrag van Malta in onze Nederlandse wetgeving in 2007 is archeologie echter een vast onderdeel van het ruimtelijke ordeningsproces. Voor de gemeente Stein is de verplichting tot archeologisch onderzoek reeds in 2003 vastgelegd in het Bestemmingsplan Havens-Stein (vastgesteld op 13-11-2003). Voor de gemeente Sittard-Geleen zijn dergelijke voorschriften (nog) niet verankerd in de bestemmingsplannen ‘Bedrijventerrein DSM-Geleen’ (vastgesteld op 14-12-2000) en ‘Bedrijventerrein DSM-Geleen Herziening ex artikel 30, lid 1 van de Wet op de Ruimtelijke Ordening’ (vastgesteld op 24 -22005). De gemeente Sittard-Geleen hanteert daarom vooralsnog de vrijstellingsgrenzen van de gemeentelijke beleidskaart. Het eerste onderzoek uitgevoerd in het kader van de AMZ -cyclus is uitgevoerd in 2005 (Keijers, 2005), maar het is vanaf 2010 dat steeds meer onderzoeken worden uitgevoerd. Veel van de vroegste onderzoeken vinden vooral plaats in het kader van de ontwikkeling van de Brightlands Chemelot Campus. Zo zijn er tussen 2011 en 2014 onderzoeken uitgevoerd in het kader van de bouw van het Centre Court en de Lanxess en AHEAD Research Campussen (zie verder paragraaf 3.3).
In de laatste jaren vinden echter ook steeds meer onderzoeken plaats op het industriecomplex (Chemelot -Site) en in mindere mate de haven. De onderzoeken zullen verder worden besproken in de volgende paragraaf. Conform de AMZ-cyclus begint archeologisch onderzoek over het algemeen met een bureauonderzoek, eventueel aangevuld met een verkennend booronderzoek. Indien uit deze onderzoeken blijkt dat vervolgonderzoek noodzakelijk is, wordt afhankelijk van de specifieke situatie de volgende stap gevormd door een proefsleuvenonderzoek en eventueel een opgraving, of een archeologische begeleiding. Veel van de onderzoeken zijn – op een aantal uitzonderingen na – echter gericht op relatief kleine plots. Het gevolg is dat met de vele onderzoeken die de afgelopen jaren hebben plaatsgevonden het beeld een beetje versplinterd is geraakt. Het doel van onderhavig onderzoek is dan ook om te komen tot een beter algemeen beeld van de onderzoeken die hebben plaatsgevonden en de vindplaatsen die bekend zijn.
3.3 Inventarisatie archeologische onderzoeken (vanaf 2005) Tot juni 2022 zijn in totaal 55 archeologische onderzoeken uitgevoerd (tabel 3, bijlage 3 en kaartbijlage 1). Voor een volledig literatuuroverzicht wordt verwezen naar het einde van dit rapport. Het overgrote deel van deze onderzoeken heeft plaatsgevonden in het kader van de AMZ-cyclus. In vijf gevallen betreft het een onderzoek buiten deze cyclus. Met betrekking tot de AMZ -cyclus onderzoeken die op Chemelot uitgevoerd zijn, wordt het overgrote deel gevormd door bureau- en verkennende booronderzoeken (n=23). Hierop volgend komen de bureauonderzoeken (n=11). Daarnaast zijn er proefsleuvenonderzoeken (n=5), combinatie proefsleuvenonderzoek met opgraving (n=3), opgravingen (n=1), booronderzoeken (n=1) en archeologische begeleidingen (n=6) uitgevoerd. Tot slot, zijn er nog enkele adviesdocumenten geschreven (n=5), Naar aanleiding van de vooronderzoeken is in 25 gevallen een gravend vervolgonderzoek geadviseerd. In 15 gevallen heeft daadwerkelijk een vervolgonderzoek plaatsgevonden, in de vorm van een proefsleuvenonderzoek, proefsleuven/opgraving, opgraving of begeleiding. In een geval was het advies om geen vervolgonderzoek uit te voeren, maar is dit wel gebeurd. In de overige gevallen zijn de ontwikkelingen niet doorgegaan of zo aangepast dat vervolgonderzoek niet noodzakelijk was.
Daarnaast is in een enkel geval door de bevoegde overheid besloten dat vervolgonderzoek niet noodzakelijk was.
RAAP-rapport 5914 / versie 07-06-2023
[24]
Archeologische inventarisatie Chemelot te Geleen en Stein, gemeente Sittard -Geleen en Stein; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek
Type onderzoek
Aantal
Bureauonderzoek
11
Bureau- en verkennend booronderzoek
23
Verkennend booronderzoek
1
Proefsleuvenonderzoek
5
Proefsleuvenonderzoek & opgraving
3
Opgraving
1
Begeleiding
6
Overig (adviesdocument)
5
Tabel 3. Overzicht aantal uitgevoerde onderzoeken per type op Chemelot .
Wanneer nader gekeken wordt naar de specifieke verwachtingen opgesteld in de vooronderzoeken dan valt een aantal zaken op. Op de archeologische verwachtingskaart van de gemeente Sittard -Geleen is te zien dat een groot deel van het Chemelot-terrein een onbekende verwachting heeft, terwijl op de archeologische verwachtingskaart van de gemeente Stein een groot deel van het terrein geen verwachting (verstoord) heeft (figuur 14). De reden hiervoor is dat de verwachting gekoppeld is aan de bodemkaart. Aangezien grote delen van het terrein niet gekarteerd zijn op deze kaart, is er ook geen verwachting gegeven op de gemeentelijke verwachtingskaart. Een van de doelstellingen van de bureauonderzoeken is daarom om voor de specifieke plangebieden tot een meer gespecificeerde archeologische verwachting te komen voor specifieke plangebieden. Dit is vaak een brede algemene verwachting. Zo wordt in de meeste gevallen een (middel)hoge verwachtingen uitgesproken voor het neolithicum, de ijzertijd, de Romeinse en de middeleeuwen. De belangrijkste reden voor deze brede algemene verwachtingen is dat tot op heden het overzicht o ntbreekt voor het grotere geheel. Een van de doelstellingen van onderhavig document is om de brede algemene verwachtingen beter/meer in perspectief te zetten. Volgend op de bureauonderzoeken volgt over het algemeen een (verkennend) booronderzoek.
Het doel van dergelijke onderzoeken is om inzicht te verkrijgen in de bodemgesteldheid, de mate van bodemverstoring en de diepteligging van het verwachte archeologische niveau in het plangebied. Daarmee wordt de gespecificeerde archeologische verwachting getoetst en waar nodig aangepast en kunnen uitspraken worden gedaan over de gaafheid van archeologisch relevante niveaus. Wanneer nu specifiek gekeken wordt naar de resultaten van de onderzoeken kan er grofweg een onderscheid gemaakt worden tussen de haven en de overige delen van het Chemelot-terrein. Onderzoeken in de haven laten vooral grootschalige verstoringen van het bodemprofiel zien. Op de overige delen van het Chemelot-terrein tonen booronderzoeken voornamelijk intacte (rade)brikgronden, zeker in zones die t ot nu toe niet of nauwelijks bebouwd zijn geweest. Uitzondering hierop vormt het uiterste zuiden van het Chemelot-terrein (Beekerveld). Bij eerdere onderzoeken (Prangsma & Warmerdam, 2012; Louwe & Klerks, 2014; Van der Kuijl & Woolschot, 2019; onderzoeken O-14, 47 en 55 op KB1) is gebleken dat in ieder geval delen van het terrein verstoord zijn.
RAAP-rapport 5914 / versie 07-06-2023
[25]
Archeologische inventarisatie Chemelot te Geleen en Stein, gemeente Sittard -Geleen en Stein; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek
Figuur 14. Archeologische verwachtingskaart van de gemeenten Stein en Sittard -Geleen.
RAAP-rapport 5914 / versie 07-06-2023
[26]
Archeologische inventarisatie Chemelot te Geleen en Stein, gemeente Sittard -Geleen en Stein; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek
Met betrekking tot de resultaten van gravende onderzoeken, hebben tot nu toe twee grootschalige onderzoeken plaatsgevonden. Een hiervan is uitgevoerd langs de A2/Heidekampweg, waarbij tijdens een proefsleuvenonderzoek en een opgraving nederzettingsresten uit het vroeg neolithicum (LBK) en de ijzertijd zijn opgegraven (Van Wijk e.a., 2012; O-48 op KB1). Een tweede terrein dat intensief is onderzocht tijdens een aantal recente onderzoeken is het gebied binnen en rondom de plots KARMA en PE (Tichelman & Roggen, 2022; Donders & Vaessen, 2022; O -25 en 27 op KB1). De plots KARMA en PE zijn volledig opgegraven (Tichelman & Roggen, 2022; O -25 op KB1). Tijdens deze onderzoeken zijn vooral sporen uit de overgang van de vroege naar de midden ijzertijd tot de overgang van de late ijzertijd naar het begin van de Romeinse tijd gedocumenteerd die in verband kunnen worden gebracht met de tijdelijke opslag van zaaigoed en noodreserves in silo’s en spiekers op of aan de rand van een akkerareaal. Daarnaast zijn er houtskoolmeilers uit het laat neolithicum, midden tot late bron stijd en late ijzertijd tot Romeinse tijd opgegraven. Recentelijk zijn tijdens een begeleiding in het kader van de aanleg van een kanaalwaterleiding ten noorden van de plots KARMA en PE een silo uit de midden bronstijd en een zogenaamde Schlitzgrube uit het vroeg neolithicum gedocumenteerd (Vaessen, 2023; O-35 op KB1).
Verder gravend onderzoek in de vorm van proefsleuven en/of opgraving heeft plaatsgevonden in het kader van de bouw van het Centre Court (Ruijters, 2014; O -5 op KB1), de Lanxess Campus (Ruijters & Verhoeven, 2015; O-15 op KB1) en de AHEAD Campus (Ruijters, 2013; O-4 op KB1). Op het Centre Court is slechts één archeologisch grondspoor aangetroffen. Het betreft een greppel met een onbekende datering, die mogelijk verband houdt met verkaveling van het gebied. De greppel was nog slechts zeer ondiep bewaard gebleven. Ook tijdens het onderzoek op de AHEAD Campus waren de resultaten beperkt. Wel zijn er enkele sporen en vondsten uit de ijzertijd aangetroffen die zijn geïnterpreteerd als off-site fenomenen die mogelijk gerelateerd zijn aan akkerbouw. De belangrijkste resultaten komen van de Lanxess Campus. Hier zijn tijdens een proefsleuvenonderzoek en daarop volgende opgraving sporen uit de steentijd (met name het midden neolithicum), de vroege -midden ijzertijd, de vroeg-midden Romeinse tijd en de vroege en late middeleeuwen aangetroffen. Niet steeds echter met dezelfde functie en intensiteit. De enkele vuursteenvondsten zijn als losse, wellicht verloren vondsten te beschouwen. De activiteiten in de Romeinse tijd en middeleeuwen waren extensief en kleinschalig, gezien de afwezigheid van vondsten uit deze periode.
De aardewerkscherven en structuren uit de ijzertijd, daarentegen, duiden op - weliswaar kleinschalige - nederzettingsactiviteiten in de vroege en/of midden ijzertijd. De laatste jaren hebben er naast de traditioneel gravende onderzoeken ook verschillende archeologische begeleidingen plaatsgevonden. Over het algemeen vonden dergelijke onderzoeken plaats in het kader van de aanleg van leidingtracés – waaronder de reeds genoemde begeleiding van de kanaalwaterleiding (O-35 op KB1) – maar ook in het kader van de recente verplaatsing van Gate 1 heeft een archeologische begeleiding plaatsgevonden (Vaessen, 2022; O-28 op KB1). Hierbij zijn twee losse kuilen uit (vermoedelijk) het vroeg neolithicum (LBK) aangetroffen. Opvallend is dat in beide sporen geen vondsten aanwezig waren. Dit duidt er naar alle waarschijnlijkheid op dat sprake is van off -site sporen.
3.4 Inventarisatie archeologische vindplaatsen 3.4.1
Archeologische vindplaatsen
Binnen het Chemelot-terrein zijn op basis van ARCHIS en in overige geraadpleegde bronnen, waaronder niet definitieve onderzoeksrapporten en de recente inventarisatiekaart van de gemeente Sittard-Geleen (Verhoeven & Van Wijk, 2021), in totaal 50 vindplaatsen bekend (zie tabel 4, kaartbijlage 2 en bijlage 4). Het gaat hierbij voornamelijk om vindplaatsen, waarbij tijdens veldonderzoek grondsporen en vondsten
RAAP-rapport 5914 / versie 07-06-2023
[27]
Archeologische inventarisatie Chemelot te Geleen en Stein, gemeente Sittard -Geleen en Stein; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek
zijn aangetroffen. In 15 gevallen gaat het om meldingen van losse vondsten die niet gekoppeld zijn aan grondsporen of vondsten/sporen waarvan de locatie verondersteld is. In bijlage 4 is daarom aangegeven welke vindplaatsen daadwerkelijk zijn vastgesteld op basis van gravend onderzoek – proefsleuven, opgraving, archeologische begeleiding en niet-archeologisch graafwerk – en welke zijn verondersteld op basis van de aanwezigheid van losse vondsten aan het maaiveld of in boringen. Daarnaast is van met name de onderzoeken uit het begin van de 20e eeuw de precieze locatie niet altijd duidelijk te herleiden (zie ook paragraaf 3.2). Er wordt in deze gevallen vooralsnog uitgegaan van de locatie zoals aangegeven in ARCHIS. Periode
Type
Aantal
Opmerking
Paleolithicum-neolithicum
Onbekend
1
Los vuursteen
Vroeg Neolithicum (LBK)
Bewoning
12
Onbekend
4
Neolithicum-ijzertijd
Onbekend
1
Late bronstijd – vroege ijzertijd
Bewoning
1
IJzertijd
Bewoning
8
Economie
2
Begraving
1
Onbekend
3
IJzertijd-Romeins
Onbekend
1
Romeinse tijd
Infrastructuur
1
Onbekend
3
Bewoning
2
Economie (oven)
1
Infrastructuur
2
Onbekend
3
Onbekend
3
Late middeleeuwennieuwe tijd
Onbekend Totaal
Los vuursteen
50
Tabel 4. Overzicht type vindplaatsen per periode.
Als gekeken wordt naar de datering van de vindplaatsen, valt op dat het voornamelijk gaat om vindplaatsen daterend uit het neolithicum (n=16), waarbij het in het bijzonder gaat om LBK -vindplaatsen. Van die 16 vindplaatsen betreft het 12 vindplaatsen met een bewoningskarakter. De overige vier vindplaatsen zijn van onbekende aard. Hierop volgend zijn de vindplaatsen daterend uit de ijzertijd (n=14) het meest voorkomend. Deze vindplaatsen kennen ook een gro te diversiteit, waarbij het in acht gevallen gaat om een vindplaats met een bewoningskarakter, twee vindplaatsen die behoren tot de groep economie, in bijzonder gaat het hier om (houtskool)meilers, een begraving en drie van onbekende aard. Daarnaast zijn er vindplaatsen bekend daterend uit de Romeinse tijd (n=4), waarvan slechts een geclassificeerd is tot een type (namelijk infrastructuur). De overige zijn van onbekende aard. Tot slot zijn er nog vindplaatsen daterend uit de middeleeuwen-nieuwe tijd (n=8), waarvan twee met een bewoningskarakter, een economie (oven), twee infrastructuur en drie van onbekende aard. Tot slot is er nog een vindplaats daterend uit de late bronstijd met een bewoningskarakter, vier vindplaatsen met onbekende interpretatie en datering en drie vindplaatsen met onduidelijke datering.
RAAP-rapport 5914 / versie 07-06-2023
[28]
Archeologische inventarisatie Chemelot te Geleen en Stein, gemeente Sittard -Geleen en Stein; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek
Wanneer specifieker gekeken wordt naar de spreiding van de vindplaatsen op kaartbijlage 2 dan valt op dat bewoningsterreinen uit het vroeg neolithicum, de ijzertijd en ook de Romeinse tijd zich vooral aan de westzijde van het Chemelot-terrein bevinden langs de A2 en in het havengebied. Meer in het ce ntrum van het terrein, op de hoogst gelegen delen van de Graetheide, is daarentegen vooral sprake van off -site fenomenen/economie (landbouw) en een reeks graven uit de ijzertijd en enkele Romeinse vondsten, waaronder een waterput en een mogelijk graf die geïdentificeerd zijn aan het begin van de 20e eeuw. Voor het vroeg neolithicum zijn er eveneens enkele vindplaatsen bekend, vooral langs de noordrand van het Chemelot-terrein, maar de interpretatie is niet altijd even duidelijk (zie ook paragraaf 3.2). De omvang van de vindplaatsen, tot slot, is vaak lastig te bepalen, omdat vindplaatsen slechts zelden volledig zijn opgegraven. Uitzondering hierop vormen de vindplaatsen rondom de A2. Wel kan de omvang van vindplaatsen bij benadering worden bepaald (zie kaart bijlage 2). Hierbij is hoofdzakelijk gebruikt gemaakt van gegevens van een recentelijk door RAAP en Archol opgestelde archeologische inventarisatiekaart voor het gehele grondgebied van de gemeente Sittard -Geleen (Verhoeven & Van Wijk, 2021).
Tegelijkertijd zijn op kaartbijlage 2 enkele aanvullingen gemaakt ten opzicht e van deze gegevens op basis van de meest recente onderzoeksgegevens.
3.5 Conclusie Onderzoek op wat vandaag de dag Chemelot is, kent drie hoofdfasen. De eerste twee fasen bestaan uit amateuropgravingen in de jaren ’20 en ’80 van de vorige eeuw. Pas de laatste 10 -15 jaar wordt in het kader van het toepassen van de AMZ-cyclus bij nieuwe ontwikkelingen onderzoek uitgevoerd. Wel moet hierbij opgemerkt worden dat slechts zelden grotere zones worden onderzocht. Over het algemeen zijn de onderzoeken beperkt tot ontwikkelingen op individuele plots. Tijdens zowel de oude als nieuwere onderzoeken is een verscheidenheid aan archeologische vindplaatsen uit meerdere perioden vastgesteld. In totaal zijn er in juni 2022 50 vindplaatsen bekend. Doordat veel onderzoeken gefocust zijn op individuele plots binnen het Chemelot-terrein is de bredere context van eventueel aangetroffen archeologische resten niet altijd goed duidelijk. Uit de inventarisatie blijkt dat de hoofdmoot van de vindplaatsen die zijn aangetroffen tijdens de vele onderzoeken voornamelijk uit bandkeramische en ijzertijdvindplaatsen bestaat. In mindere mate zijn ook vindplaatsen uit de Romeinse tijd bekend. Deze liggen echter vooral in het havengebied. Veel van deze vindplaatsen zijn ook voornamelijk opgegraven tijdens oude onderzoeken, waardoor de locatie en interpretatie niet altijd duidelijk is.
Desalniettemin is er op dit moment voldoende informatie voorhanden om globale pa tronen in de geschiedenis van het huidige Chemelot-terrein waar te nemen. Het doel van het volgende hoofdstuk is dan ook om een kenschets te geven van deze geschiedenis en om op basis van de verzamelde gegevens en inzichten een eerste aanzet te geven tot een gespecificeerde verwachting voor het gebied.
RAAP-rapport 5914 / versie 07-06-2023
[29]
Archeologische inventarisatie Chemelot te Geleen en Stein, gemeente Sittard -Geleen en Stein; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek
4 Ruim 7000 bewoningsgeschiedenis op Chemelot: een overzicht 4.1 Inleiding Uit voorgaand hoofdstuk blijkt dat binnen het huidige Chemelot-terrein vindplaatsen bekend zijn vanaf de vroegste boeren (LBK). In recente rapporten is regelmatig gepoogd om tot een zekere mate van synthese te komen voor specifieke perioden van de geschiedenis van het Chemelot -terrein (zie Tichelman & Roggen, 2022). Ook wordt in de verschillende vooronderzoeken (vaak summier) ingegaan op de historische ontwikkelingen in het Graetheidegebied en de weerslag hiervan op de bewoningsgeschiedenis, maar een breder overzicht van de bewoningsgeschiedenis tot en met de huidige situatie ontbreekt vooralsnog grotendeels. Het doel van dit hoofdstuk is daa rom om op basis van de op dit moment aanwezige archeologische en historische gegevens, in combinatie met historische kaarten, te komen tot een algemene geschiedenis van het Chemelot-terrein met als doel om een beter beeld te krijgen van de algehele ontwikkelingsgeschiedenis van het terrein. Wel moet worden benadrukt dat een dergelijke geschiedenis onderhevig is aan verandering.