06 Wijzigingen planregels bij de nota van wijzigingen
Tekst van het document
78.5.3 Verlenen Een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 7.5.1 wordt verleend, indien:
a. b. c. d.
geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de karakteristiek, archeologische, bouw- of cultuurhistorische waarden; de karakteristieke hoofdvorm niet langer aanwezig is en niet zonder ingrijpende wijzigingen aan het bouwwerk kan worden hersteld; de karakteristieke hoofdvorm in redelijkheid niet te handhaven is; het delen van een bouwwerk betreft, die op zichzelf niet als karakteristiek vallen aan te merken en er geen onevenredige aantasting van de karakteristieke hoofdvorm plaatsvindt;
7.5.4 Advies Een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 7.5.1 wordt niet verleend dan nadat het bevoegd gezag daarvoor een advies heeft ingewonnen bij de door het college van burgemeester en wethouders aangewezen commissie van ter zake deskundigen, zoals de Adviescommissie Omgevingskwaliteit. 7.5.5 a.
Onderzoeksplicht en voorwaarden omgevingsvergunning Een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 7.5.1 wordt verleend nadat: 1. een door deskundigen opgesteld rapport overlegd wordt, waarin de archeologische en bouwhistorische waarden van de bestaande bebouwing naar het oordeel van het bevoegd gezag in voldoende mate zijn vastgelegd; 2. naar het oordeel van het bevoegd gezag de bouwhistorische waarden van de bestaande bebouwing
in andere beschikbare informatie afdoende is vastgelegd, in welk geval het onder 1. genoemde rapport niet nodig is; b. In de omgevingsvergunning kunnen nadere voorwaarden worden opgenomen in het belang van handhaving van en onderzoek en documentatie van archeologische en bouwhistorische zaken. 7777.5.5 7 87.65.62 Weigeren a. Een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 78.5.1 wordt geweigerd indien door de genoemde werken en werkzaamheden dan wel de directe of indirecte gevolgen van deze werken en werkzaamheden kunnen leiden tot een blijvende onevenredige afbreuk aan de karakteristieken en/of cultuurhistorische waarden,
a.
zoals aangegeven in artikel 78.1 en hieraan door het stellen van voorwaarden niet of onvoldoende tegemoet kan worden gekomen.Een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 8.6.1 mag alleen en moet worden geweigerd, indien door de uitvoering van deze werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden, dan wel door de daarvan hetzij direct hetzij indirect te verwachten gevolgen blijvend onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de karakteristieke en/of cultuurhistorische waarden, zoals aangegeven in artikel 8.1 en hieraan door het stellen van voorwaarden niet of onvoldoende tegemoet kan worden gekomen; Een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 8.6.1 wordt niet verleend dan nadat het bevoegd gezag daarover een advies heeft ingewonnen bij de door het college van burgemeester en wethouders aangewezen commissie van ter zake deskundigen.
b.
8.6.3 Uitzonderingen Het in artikel 8.6.1 opgenomen verbod is niet van toepassing voor normale onderhoudswerkzaamheden noodzakelijk in verband met het beheer of de voltooiing van werken die op het tijdstip van terinzagelegging van het ontwerp van dit TAM-omgevingsplan reeds bestaan of in uitvoering zijn genomen, alsmede werken en/ of werkzaamheden die worden of mogen worden uitgevoerd krachtens een verleende of nog te verlenen vergunning. Hieronder wordt mede verstaan: .a. het normale onderhoud, beheer en gebruik overeenkomstig de functie; .a. het onderhoud en herstel van oeverbeschoeiingen; .a. het onderhoud van bestaand houtgewas door snoeien en verwijderen van dood hout; .a. werken en/of werkzaamheden, die strekken ter behoud of het herstel van de cultuurhistorische, landschappelijke of natuurlijke waarden.
8.7
S78.6 Sloopactiviteit
78.67.1 Verbod Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning van burgemeester en wethouders de in artikel 87.1 bedoelde bouwwerken geheel of gedeeltelijk te slopen. Als het , anders dan ter vervanging van onderdelen betreft, welke uit oogpunt van onderhoud noodzakelijk is, is het slopen niet verboden. 78.76.2 Verlenen Een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 78.67.1 wordtmag alleen worden verleend, indien: a. geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de karakteristiek, archeologische, bouw- of cultuurhistorische waarden; b. c. d. e.
de karakteristieke hoofdvorm niet langer aanwezig is en niet zonder ingrijpende wijzigingen aan het bouwwerk kan worden hersteld; de karakteristieke hoofdvorm in redelijkheid niet te handhaven is; het delen van een bouwwerk betreft, die op zichzelf niet als karakteristiek vallen aan te merken en er door de sloop daarvan geen onevenredige aantasting van de karakteristieke hoofdvorm plaatsvindt; er een omgevingsvergunning voor vervangende nieuwbouw of herinrichting van de vrijkomende gronden kan worden verleend en voldoende is aangetoond dat de vergunde werkzaamheden binnen een termijn van vijf jaar na verlening van de sloopvergunning gerealiseerd zullen zijn.
78.76.3 Advies Een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 78.67.1 wordt niet verleend dan nadat het bevoegd gezag daarvoor een advies heeft ingewonnen bij de door het college van burgemeester en wethouders aangewezen commissie van ter zake deskundigen, zoals de Adviescommissie Omgevingskwaliteit..
78.76.4 Onderzoeksplicht en voorwaarden omgevingsvergunning a. Een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 78.76.1 wordtkan slechts worden verleend nadat: 1. een door deskundigen opgesteld rapport overlegd wordt, waarin de archeologische en bouwhistorische waarden van de te slopen bouwwerken naar het oordeel van het bevoegd gezag in voldoende mate zijn vastgelegd; 2. naar het oordeel van het bevoegd gezag de bouwhistorische waarden van de te slopen bouwwerken in andere beschikbare informatie afdoende is vastgelegd, in welk geval het onder 1. genoemde rapport b.
niet nodig is; In de omgevingsvergunning kunnen nadere voorwaarden worden opgenomen in het belang van handhaving van en onderzoek en documentatie van archeologische en bouwhistorische zaken.
8.7.5 Uitzonderingen Het in artikel 8.7.1 opgenomen verbod is niet van toepassing voor werken en werkzaamheden die: . het normale onderhoud betreffen; . reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van het van kracht worden van het TAM-omgevingsplan of die konden worden uitgevoerd krachtens een voor dat tijdstip geldende dan wel aangevraagde omgevingsvergunning.
78.6.5 Weigeren Een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 78.6.1 wordt geweigerd indien door de genoemde werken en werkzaamheden dan wel de directe of indirecte gevolgen van deze werken en werkzaamheden kunnen leiden tot een blijvende onevenredige afbreuk aan de karakteristieken en/of cultuurhistorische waarden, zoals aangegeven in artikel 7.1 en hieraan door het stellen van voorwaarden niet of onvoldoende tegemoet kan worden gekomen.
Hoofdstuk 3
Algemene regels
Artikel 89 Anti-dubbeltelregel Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.
Artikel 910 Algemene bouwregels 910.1
Bestaande maten, afstanden en percentages
910.1.1 Algemeen In die gevallen waarin de goothoogte, bouwhoogte, oppervlakte, inhoud, horizontale dan wel verticale diepte en/of de afstand tot enige op de verbeelding aangegeven lijn van bouwwerken, die in overeenstemming met het bepaalde in de Woningwet tot stand zijn gekomen, op het tijdstip van terinzagelegging van het ontwerp van het TAMomgevingsplan minder dan wel meer bedraagt dan in de bouwregels in hoofdstuk 2 van deze regels is voorgeschreven respectievelijk toegestaan, geldt die goothoogte, bouwhoogte, oppervlakte, inhoud en/of afstand in afwijking daarvan als minimaal respectievelijk maximaal toegestaan. 10.29.2 Ondergronds bouwen 910.2.1 Algemeen Het bepaalde in deze regels en op de verbeelding omtrent de situering, de horizontale diepte en de oppervlakte van bouwwerken, is op overeenkomstige wijze van toepassing op ondergronds bouwen, met dien verstande dat de verticale diepte van nieuwe ondergrondse bouwwerken niet meer dan 5 m mag bedragen.
9.3 Ondergeschikte bouwdelen 910.3.1 Algemeen Bij de toepassing van het bepaalde ten aanzien van het bouwen worden ondergeschikte bouwdelen als plinten, pilasters, kozijnen, gevelversieringen, ventilatiekanalen, liftschachten, trappenhuizen, technische ruimten, gevelen kroonlijsten, luifels, uitbouwen, bvalkons en overstekende daken buiten beschouwing gelaten.
10.39.4 Parkeerregelsnormen 910.43.1 Parkeerregel bij bouwen en gebruikswijzigingenAlgemeen De in het plangebied aanwezige gronden mogen slechts worden bebouwd en/of in gebruik worden genomen en/of het gebruik van deze gronden mag enkel worden gewijzigd onder de voorwaarde dat voldoende parkeergelegenheid wordt gerealiseerd en/of in stand gehouden. 910.4.2 Voldoende parkeergelegenheid Er is sprake van voldoende parkeergelegenheid indien wordt voldaan aan het parkeer(normen)beleid van de gemeenteraad, getiteldVoor nieuwe ontwikkelingen geldt dat voldoende parkeerplaatsen aanwezig dienen te zijn (en te blijven) conform de ‘Nota Parkeernormen Sittard-Geleen Parkeernormensystematiek’, zoals vastgesteld op 15 maart 2012 en in werking getreden d.d. 9 mei 2012, met inbegrip van de daarin opgenomen ontheffingsmogelijkheden. Indien het parkeer(normen)beleid wordt gewijzigd, is sprake van voldoende parkeergelegenheid wanneer aan dit gewijzigde beleid wordt voldaan. Indien de nota gedurende de planperiode wordt gewijzigd, wordt rekening gehouden met die wijziging. Uitgangspunt is dat parkeervoorzieningen in de directe omgeving van de planlocatie gerealiseerd dienen te worden.
Artikel 101 Algemene gebruiksregels 11.110.1
Strijdig gebruik
Onder verboden gebruik wordt in elk geval verstaan: a. een gebruik van gronden en bouwwerken als stort- en/of opslagplaats van grond en/of afval, met uitzondering van een zodanig gebruik voor het normale op de functie gerichte gebruik en onderhoud; b. een gebruik van gronden en bouwwerken als stallings- en/of opslagplaats van één of meer aan het gebruik onttrokken machines, voer-, vaar- of vliegtuigen, met uitzondering van een zodanig gebruik voor het normale op de functie gerichte gebruik en onderhoud; c. een gebruik van gronden en bouwwerken voor geluidzoneringplichtige inrichtingen; d.
een gebruik van gronden en bouwwerken voor (detail)handel, met uitzondering van een zodanig gebruik dat uitdrukkelijk is toegestaan in of krachtens deze regels; d.e. een gebruik van gronden en bouwwerken voor detailhandel ter plaatse van de aanduiding ‘detailhandel uitgesloten’; e.f. een gebruik van gronden en bouwwerken voor straatprostitutie, een seks- of pornobedrijf dan wel een prostitutiebedrijf, met uitzondering van een zodanig gebruik dat uitdrukkelijk is toegestaan in of krachtens deze regels.
Artikel 121 Algemene beoordelingsregels 121.1
Beoordelingsregels omgevingsplanactiviteit bouwactiviteit
In aanvulling op het bepaalde in artikel 1.2 gelden de volgende beoordelingsregels:
Aanwijzing vergunningsplichtige gevallen 112.1.1 Verbod Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning: Het is verboden om zonder omgevingsvergunning: b.a. de, in de planregels en/of verbeelding, voorgeschreven goothoogte, bouwhoogte, (gebruiks)oppervlakte, inhoud en afstand van bouwwerken op de verbeelding aangegeven maten ten aanzien van goot- en/of bouwhoogten te overschrijden; c.b. de, in de verbeelding, voorgeschreven functiegrenzen, bouwgrenzen en overige aanduidingen in het horizontale vlak op de verbeelding aangegeven bouwgrenzen te overschrijden.
12.2
Beoordelingsregel omgevingsvergunning omgevingsplanactiviteit met betrekking tot
bouwwerken De omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 12.1 wordt slechts verleend indien en voor zover: 112.1.2 Verlenen a. Een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 112.1.1 wordt verleend, indien:de voorgeschreven goothoogte, bouwhoogte, oppervlakte, inhoud en afstand van bouwwerken, eventueel met een overschrijding van de bouwgrenzen, met ten hoogste 10% worden overschreden, mits dit in verband met het realiseren van de functie noodzakelijk is of indien door de afwijking een betere bouwkundige en/of stedenbouwkundige aansluiting ontstaat met direct aangrenzende percelen en/of bouwwerken: deze afwijking mag niet cumulatief worden gebruikt ten opzichte van eerder met een omgevingsvergunning mogelijk gemaakte afwijkingen: uitgangspunt voor de afwijking is de normstelling zoals opgenomen in de bouwregels van dit hoofdstuk; a. functiegrenzen, bouwgrenzen en overige aanduidingen in het horizontale vlak op de verbeelding, met niet meer dan 2,5 m worden overschreden en dit noodzakelijk is in verband met de uitmeting van het terrein en er geen dringende redenen zijn die zich hiertegen verzetten;
a.
bouwgrenzen en overige aanduidingen in het horizontale vlak op de verbeelding, niet zijnde
functiegrenzen, met niet meer dan 2,5 m worden overschreden en dit noodzakelijk is vanuit een oogpunt van doelmatig gebruik van de grond; bouwgrenzen, niet zijnde functiegrenzen, worden overschreden voor: tot gebouwen behorende stoepen, stoeptreden, trappen(huizen), galerijen, hellingbanen, funderingen, balkons, erkers, entreeportalen, veranda's, afdaken en andere daarmee gelijk te stellen ondergeschikte delen van gebouwen, mits:
a. de, in de planregels en/of verbeelding, voorgeschreven goothoogte, bouwhoogte, (gebruiks)oppervlakte, inhoud en afstand van bouwwerken, eventueel met een overschrijding van de bouwgrenzen, met ten hoogste 10% worden over- of onderschreden;
b. de voorgeschreven (gebruiks)oppervlakte van woningen, eventueel met een overschrijding van de bouwgrenzen, wordt verlaagd tot ten minste 45 m2;
c.
functiegrenzen, bouwgrenzen en overige aanduidingen in het horizontale vlak op de verbeelding, met niet meer dan 2,5 m worden overschreden;
d. functiegrenzen, bouwgrenzen en overige aanduidingen in het horizontale vlak op de verbeelding, met niet meer dan 2,5 m worden overschreden. 112.1.3 Weigeren In afwijking van artikel 11.1.2 wordt een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 112.1.1 geweigerd indien er door de genoemde overschrijding geen sprake is van: a. b. c. d.
een functionele noodzaak daartoe en/of; een betere (steden)bouwkundige aansluiting met direct aangrenzende percelen en/of bouwwerken en/of; dit niet noodzakelijk is in verband met de uitmeting van het terrein en/of; dit niet noodzakelijk is in verband met het doelmatig gebruik van de grond.. a. de overschrijding niet meer bedraagt dan 1,5 m; a. de bouwhoogte van erkers, entreeportalen en veranda's niet meer bedraagt dan de hoogte van de eerste bouwlaag van het betreffende gebouw + 0,25 m; a. de breedte van erkers, entreeportalen en veranda's niet meer bedraagt dan 60% van de breedte van de betreffende gevel van het gebouw; 1.
andere ondergeschikte onderdelen van gebouwen, mits de overschrijding niet meer bedraagt dan 1 m.
Artikel 123 Overige regels 13.112.1 a. b.
12.2
Prioriteit van de voor waarden aangewezen gronden
op voor waarden aangewezen gronden geldt primair het bepaalde ten aanzien van de waarden; waar waarden samenvallen gelden: 1. in de eerste plaats de regels voor Waarde - Archeologie 1; 2. in de tweede plaats de regels voor Waarde – Cultuurhistorie.
Voorwaardelijke verplichting realisatietermijn woningen
12.2.1 Realisatietermijn woningen Voor de gronden en gebouwen waarop dit TAM-Omgevingsplan betrekking heeft, geldt dat, indien binnen 5 jaar na inwerkingtreding van het vaststellingsbesluit van dit TAM-omgevingsplan geen dan wel slechts deels gebruik is gemaakt van de mogelijkheid voor het realiseren van het maximaal aantal woningen zoals opgenomen op de verbeelding van in artikel 4 en 5 van dit TAM-omgevingsplan, vervalt de mogelijkheid tot het realiseren van het nietgerealiseerde deel van het maximaal aantal toegestane woningen vervalt. 123.2.2 Verbod
Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning: a. de in artikel 123.2.1 gestelde realisatietermijn te overschrijden. 132.2.3 Verlenen Een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 123.2.2 wordt verleend, indien: a. de realisatietermijn met maximaal 3 jaar wordt overschreden, onder de voorwaarde dat Gedeputeerde Staten van Limburg met de overschrijding van de realisatietermijn hebben kunnen instemmen. 123.2.4 Weigeren Een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 123.2.2 wordt geweigerd indien er door Afwijking realisatietermijn In afwijking van artikel 13.2.1 kan van de realisatietermijn van 5 jaar worden afgeweken, onder voorwaarde dat: de realisatietermijn met maximaal drie jaar kan worden verlengd; er instemming is van Gedeputeerde Staten niet wordt ingestemd met een overschrijding van voor het verlengen van de realisatietermijn.. 2.
Hoofdstuk 4
Overgangsrecht
Artikel 134 Overgangsrecht 143.1
Overgangsrecht bestaande bouwwerken
Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van hoofdstuk 2 van dit TAM-omgevingsplan legaal aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot, a. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd; b. na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de
c.
143.2 a.
aanvraag van de omgevingsvergunning wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk teniet is gegaan; het bepaalde onder a en b is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan.
Overgangsrecht gebruik Het gebruik van grond en bouwwerken dat legaal bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van dit TAMomgevingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet met dien verstande dat:
1. het gebruik ten behoeve van detailhandel op de locatie aan de Steenweg 12 , 18/18a, 22/22b en Rijksweg Zuid 9 uiterlijk op 1 januari 2029988 dient te zijn beëindigd, dan wel eerder voor zover de locatie aan de Markt 1 in gebruik is genomen ten behoeve van detailhandel.; 1.2. In aanvulling op het bepaalde onder sub 1 van dit lid, mag er sprake zijn voor een gelijktijdig gebruik van beide locaties voor detailhandel, voor een aaneengesloten periode van maximaal 6 maanden; c.b. Het is verboden het met het TAM-omgevingsplan strijdige gebruik, bedoeld in lid a., te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind. d.c. Indien het gebruik, bedoeld in het bepaalde onder a, na het tijdstip van inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten. e.d. Het bepaalde onder a is niet van toepassing op het gebruik, dat reeds in strijd was met het voorheen geldende planologisch-juridisch regime, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.