06 Wijzigingen planregels bij de nota van wijzigingen
Tekst van het document
Regels TAM-Omgevingsplan ‘Huis aan de Markt en Steenweg 12 Sittard’ VastgesteldOntwerp
Preambule Dit TAM-omgevingsplan is gericht op het faciliteren van de gebiedsontwikkeling ‘Huis aan de Markt en Steenweg 12’ te Sittard en is als een nieuw hoofdstuk (hoofdstuk 22BX) opgenomen in het omgevingsplan van de gemeente Sittard-Geleen. Dit hoofdstuk is bekend gemaakt en digitaal beschikbaar gesteld met de landelijke voorziening, bedoeld in artikel 1.2.1, tweede lid, van het Besluit ruimtelijke ordening. Het is met de landelijke voorziening niet mogelijk dit hoofdstuk conform de juridische vormgeving van het omgevingsplan in STOP-TPOD beschikbaar te stellen. De in dit op https://omgevingswet.overheid.nl/regels-op-de-kaart uitgegeven deel van het omgevingsplan (hierna: dit deel) weergegeven hoofdstukken moeten gelezen worden als paragrafen van hoofdstuk 22XB van het omgevingsplan van de gemeente Sittard-Geleen. In de in dit deel weergegeven artikelen moet in de artikel kop na het woord 'Artikel' en de spatie '22BX' gelezen worden. In de kop van de bijlagen bij het in dit deel weergegeven hoofdstuk moet na het woord 'Bijlage', na de spatie en direct voor het nummer van de bijlage '22BX' gelezen worden.
Inhoudsopgave Hoofdstuk 1
Inleidende regels
•
Artikel 1
Toepassingsbereik
•
Artikel 2
Begripsbepalingen
•
Artikel 3
Meet- en rekenbepalingen
Hoofdstuk 2
Activiteiten en toedeling van functies
•
Artikel 4
Centrum – 1
•
Artikel 5
Centrum – Huis aan de Markt
•
Artikel 6
Verkeer - Verblijfsgebied
•
Artikel 67
Waarde – Archeologie 1
•
Artikel 78
Waarde – Cultuurhistorie
Hoofdstuk 3
Algemene regels
•
Artikel 98
Anti-dubbeltelregel
•
Artikel 109
Algemene bouwregels
•
Artikel 101
Algemene gebruiksregels
•
Artikel 112
Algemene beoordelingsregels
•
Artikel 123
Overige regels
Hoofdstuk 4 •
Artikel 143
Overgangsrecht Overgangsrecht
Hoofdstuk 1
Inleidende regels
Artikel 1 Toepassingsbereik 1.1
Tijdelijk deel omgevingsplan
De besluiten op grond van artikel 22.1, onder a, van Omgevingswet zijn niet van toepassing voor zover het gaat over regels opgenomen in een besluit als bedoeld in artikel 4.6, eerste lid, onder g, van de Invoeringswet Omgevingswet op de locatie, bedoeld in artikel 1.3. Dit plan wijzigt het 'Omgevingsplan gemeente Sittard-Geleen' in die zin dat na hoofdstuk 22 een hoofdstuk 22B "Huis aan de Markt en Steenweg 12'' wordt ingevoegd, bestaande uit de regels van dit plan.
1.2
Bruidsschat
De regels in afdeling 22.2, met uitzondering van paragraaf 22.2.7.3, en afdeling 22.3 zijn niet van toepassing voor zover die regels in strijd zijn met regels in dit hoofdstuk 22BX van het Omgevingsplan.
1.3
Geometrisch planobject
De regels in dit TAM-omgevingsplan zijn van toepassing op de locaties Markt 1, Steenweg 12, en Rijksweg Zuid 9 te Sittard, waarvan de geometrische bepaalde planobjecten zijn vervat in het GML-bestand NL.IMRO.1883.Markt1Steenweg12-VA01 zoals vastgelegd op https://omgevingswet.overheid.nl/regels-op-dekaart.De regels in dit hoofdstuk 22X van het Omgevingsplan zijn van toepassing op de locaties Markt 1, Steenweg 12 , 18/18a, 22/22b en Rijksweg Zuid 9 te Sittard van het omgevingsplan ‘TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22X Huis aan de Markt en Steenweg 12 Sittard’, waarvan de geometrische bepaalde planobjecten zijn vervat in het GML-bestand NL.IMRO.1883.Markt1Steenweg12-ON01 zoals vastgelegd op https://omgevingswet.overheid.nl/regels-op-de-kaart.
Artikel 2 Begripsbepalingen Voor de toepassing van dit TAM-omgevingsplan gelden de volgende begripsbepalingen:
2.1
TAM-omgevingsplan
het ‘TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22BX Huis aan de Markt en Steenweg 12 Sittard’ met identificatienummer NL.IMRO.1883.Markt1Steenweg12-VAON01
2.2
Omgevingsplan
Het Omgevingsplan gemeente Sittard-Geleen.;
2.3
aanduiding
een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels, regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden.
2.4
aanduidingsgrens
de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft.
2.5
archeologische verwachting
de aan een gebied toegekende verwachting in verband met de kans op het voorkomen van archeologische relicten (resten uit het verleden).
2.6
archeologische waarde
de aan een gebied toegekende waarde in verband met de kennis en de studie van de in dat gebied voorkomende overblijfselen van menselijke aanwezigheid of activiteiten uit oude tijden.
2.7
archeologisch onderzoek
onderzoek verricht door een dienst, bedrijf of instelling, beschikkend over een opgravingsvergunning ex artikel 45 van de Monumentenwet (of voor de betreffende werkzaamheden een vergunning heeft van de Minister van OCW) en werkend volgens de Kwaliteitsnorm voor de Nederlandse Archeologie (KNA).
2.92.8
atelier
werkplaats van een beeldend kunstenaar.
2.102.9
bebouwing
één of meer gebouwen en/of bouwwerken, geen gebouwen zijnde.
2.112.10
bedrijf
een inrichting of instelling gericht op het bedrijfsmatig voortbrengen, vervaardigen, bewerken, opslaan, installeren en/of herstellen van goederen dan wel het bedrijfsmatig verlenen van diensten, aan huis gebonden beroepen daaronder niet begrepen.
2.122.11
beeldkwaliteit
het optimaal op elkaar afstemmen van bebouwing met de karakteristieken van de locatie en omgeving door middel van aandacht voor stedenbouwkundige aspecten, architectuur, cultuurhistorie en landschap.
2.132.12
begane grond
de bouwlaag van een gebouw, die rechtstreeks ontsloten wordt vanaf het straatniveau, dan wel waarvan de bovenkant van de vloer maximaal 1,50 m boven peil is gelegen.
2.13
beschermd stadsgezicht
een Rijksbeschermd stadsgezicht als bedoeld in de Monumentenwet 1988 juncto artikel 4.35 van de Invoeringswet Omgevingswet.beschermd gezicht 2.15 een gemeentelijk stads- of dorpsgezicht als bedoeld in artikel 1, sub 1 onder d. van Erfgoedverordening SittardGeleen 2012.
2.162.14
bestaande situatie
a.
bebouwing: bebouwing, zoals legaal aanwezig op het tijdstip van de terinzagelegging van het ontwerp van onderhavig TAM-omgevingsplan , dan wel mag worden gebouwd krachtens een voor dat tijdstip verleendeaangevraagde omgevingsvergunning;
b.
gebruik: het gebruik van gronden en opstallen, zoals legaal aanwezig op het tijdstip waarop onderhavig TAM-omgevingsplan rechtskracht heeft verkregen.
bijbehorend bouwwerk uitbreiding van een hoofdgebouw dan wel functioneel met een zich op hetzelfde perceel bevindend hoofdgebouw verbonden, daar al dan niet tegen aangebouwd en met de aarde verbonden bouwwerk met een dak.
2.182.15
bijgebouw (inclusief aan- en uitbouw)
een al dan niet vrijstaand gebouw, dat door zijn constructie en/of afmetingen ondergeschikt is aan een op hetzelfde bouwperceel staand hoofdgebouw.
2.192.16
bouwen
het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk.
2.202.17
bouwgrens
de grens van een bouwvlak.
2.212.18
bouwhoogte
de hoogte van een bouwwerk.
2.222.19
bouwlaag
een boven het peil gelegen en doorlopend gedeelte van een gebouw, dat door op gelijke of bij benadering gelijke hoogte liggende vloeren of balklagen binnenwerks is begrensd, dat een maximale hoogte heeft van 3 m, gemeten van bovenkant vloer tot bovenkant vloer met maximaal 0,3 m afwijking (exclusief dak- / isolatie -pakketten en kappen). Op begane grondniveau mag de hoogte van een bouwlaag maximaal 5 m bedragen.
2.232.20
bouwperceel
een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten.
2.242.21
bouwperceelgrens
de grens van een bouwperceel.
2.252.22
bouwvlak
een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde zijn toegelaten.
2.262.23
bouwwerk
constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die op de plaats van bestemming hetzij direct of indirect met de grond verbonden is, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond, bedoeld om ter plaatse te functioneren.
2.272.24
bouwwerk, geen gebouw zijnde
bouwwerk of gedeelte daarvan, voor zover dat geen gebouw of onderdeel daarvan is.een bouwwerk, niet zijnde een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte.
2.282.25
consumentverzorgende (ambachtelijke) dienstverlening
een met detailhandel vergelijkbare functie voor het verrichten van diensten gericht op consumentverzorging geheel of overwegend door middel van handwerk, zoals kapper, schoonheidsinstituut, schoenmaker, goudsmid, nagelstudio, pruikenmaker, hoedenmaker, (muziek)instrumentenmaker, pottenbakker, kledingmaker en fotograaf en dergelijke. Ondergeschikte detailhandel in producten samenhangend met de ter plaatse uitgeoefende ambachtelijke bedrijvigheid dan wel in ter plaatse vervaardigde goederen is toegestaan.
2.292.26
cultuurhistorie
de beschavingsgeschiedenis: de overblijfselen van de geschiedenis van de door de mens gemaakte en beïnvloedde leefomgeving. Het betreft het onroerende deel van het cultureel erfgoed, waarin archeologie (bodemarchief), historische geografie (cultuurlandschap), historische stedenbouw, historische groen, architectuuren bouwhistorie (gebouwen en complexen) worden betrokken.
2.302.27
cultuurhistorische waarde
de aan een bouwwerk of gebied toegekende waarde, gekenmerkt door het beeld dat is ontstaan door het gebruik dat de mens in de loop van de geschiedenis van dat bouwwerk of dat gebied heeft gemaakt.
2.312.28
deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg
een door het college van burgemeester en wethouders aan te wijzen deskundige op het gebied van archeologie. Deze dient in ieder geval te voldoen aan de in de KNA gestelde kwalificaties van senior archeoloog.
2.332.29
detailhandel
het bedrijfsmatig te koop aanbieden, waaronder de uitstalling ten verkoop, verkopen en of (af)leveren van goederen aan diegenen die deze goederen kopen voor gebruik en/of verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van beroeps- of bedrijfsactiviteiten.
2.342.30
dienstverlenend bedrijf/zakelijke dienstverlening
een kantoor of een bedrijf met een publieksgerichte functie dat in hoofdzaak is gericht op het ter plaatse bedrijfsmatig verlenen van diensten aan of ten gerieve van bedrijven/personen, zoals een voorlichtings-, advies-, reis- en uitzendbureau, een makelaars- en of verzekeringskantoor of bank.
2.352.31
erfafscheiding
bouwwerk, geen gebouw zijnde of groenvoorziening bedoeld om het erf af te bakenen van een buurerf, de weg of openbaar groen.
2.362.32
functiegrens
de grens van een functievlak.
2.372.33
functievlak
een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde functie.
2.382.34
galerie
tentoonstellingsruimte voor kunst
2.392.35
gebouw
een bouwwerk dat een voor mensen toegankelijke, overdekte geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt.
2.39
gebouwde elementen
objecten of bouwwerken met cultuurhistorische waarde, zoals muren, kapellen, kruisen, straatmeubilair, kunstwerken e.d., zoals die zijn aangewezen op de verbeelding en worden beschermd via deze regels.
2.402.36
gebruiken
het doen gebruiken, laten gebruiken en in gebruik geven.
2.412.37
geluidzoneringplichtige inrichting
een inrichting, waarbij op grond van de Omgevingswet rondom het terrein van vestiging in een omgevingsplan een zone moet worden vastgesteld.
2.422.38
gemeentelijk monument
monument of archeologisch monument waaraan in het omgevingsplan de functie-aanduiding gemeentelijk monument is gegeven;onroerend monument als bedoeld in het eerste lid onder c. van de Erfgoedverordening Sittard-Geleen 2012.
2.432.39
gevel
het gedeelte van een gebouw dat, met uitzondering van het dak, van buitenaf zichtbaar isdat vanaf de (semi)openbare ruimte zichtbaar is, van plint tot kap; indien de kap vanaf de (semi-)openbare ruimte zichtbaar is en bijdraagt aan het totale historisch waardevolle gevelbeeld, valt deze ook onder het begrip gevel; als er sprake is van een zijgevel en deze aan de (semi-) openbare ruimte grenst, valt deze ook onder begrip gevel; met gevel wordt ook aangeduid een gedeelte van de gevel van een bouwvlak dat toegerekend kan worden aan de eigenaar van een gebouw.
2.442.40
gevellijn
een denkbeeldige lijn, waar de voorgevel van een hoofdgebouw op moet zijn georiënteerd.
2.452.41
geveltype
de wijze waarop de gevel van een gebouw is opgebouwd, onderverdeeld en geleed en waardoor gevels zich van elkaar onderscheiden in verschillende typen.
2.462.42
gevelwand
straatwand bestaande uit een aantal gevels van gebouwen.
2.472.43
hoofdgebouw
gebouw, of bouwkundig en functioneel te onderscheiden gedeelte daarvan, dat noodzakelijk is voor het verrichten van andere activiteiten dan bouwactiviteiten die op grond van het omgevingsplan of een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit op het perceel zijn toegestaan en, als meer gebouwen op het perceel aanwezig zijn, gelet op die toegestane activiteiten het belangrijkst is.een of meer gebouwen, of een gedeelte daarvan, dat noodzakelijk is voor de verwezenlijking van de geldende of toekomstige functie van een perceel en, indien meer gebouwen of bouwwerken op het perceel aanwezig zijn, gelet op die functie het belangrijkst is.
2.482.44
horeca
het bedrijfsmatig verstrekken van ter plaatse te nuttigen voedsel en dranken, het bedrijfsmatig exploiteren van een zaalaccommodatie en/of het bedrijfsmatig verstrekken van nachtverblijf.
2.492.45
horeca van categorie 1 (fastservicesector-winkelgebonden)
een horecabedrijf, dat qua exploitatievorm aansluit bij de openingstijden van de winkelvoorzieningen en waar, naast overwegend niet ter plaatse bereide kleinere etenswaren, in hoofdzaak alcoholvrije drank wordt verstrekt. Daaronder worden begrepen: a. broodjeszaken; b. lunchroom; c. konditorei; d. e. f. g.
ijssalon/-winkel; koffie- en/of theeschenkerij; eetwinkels; crêperie.
2.502.46
horeca van categorie 3 (restaurantsector)
een inrichting die geheel of in overwegende mate gericht is op het verstrekken van maaltijden of etenswaren die ter plaatse dienen of kunnen worden genuttigd. Daaronder worden begrepen: a. restaurant; b. bistro; c.
cafecafé-restaurant.
2.512.47
huishouden
de bewoning van een woning door:
•
een persoon;
•
meerdere personen in de vorm van een samenlevingsverband, niet zijnde kamerverhuur.
2.522.48
kamerverhuur
de bedrijfsmatige verhuur van onzelfstandige woonruimten binnen een bestaand (woon)gebouw, niet bestemd voor recreatieve bewoning.
2.532.49
kantoor
een ruimte of een complex van ruimten welke is bestemd om te worden gebruikt voor administratieve werkzaamheden, dienstverlening, al dan niet met baliefunctie en bijbehoredebijbehorende bijeenkomsten.
2.542.50
kap
een constructie van dakvlakken met een helling van meer dan 15 o en minder dan 85o. De hoogte van een kap mag niet meer dan 4 m bedragen.
maatschappelijke voorzieningen Steenweg voorzieningen op het gebied van of gerelateerd aan (para)medische zorg, educatie, kinderopvang, consultatiebureau’s, tandartspraktijken en apotheken, inclusief daarbij behorende en ondergeschikte vergaderen/of behandelruimten, kantoren en horeca.
2.562.51
maatschappelijke voorzieningen Huis aan de Markt
voorzieningen op het gebied van of gerelateerd aan overheidsinstellingen, lokale gebiedsinformatie en – marketing (VVV-kantoor), een bijeenkomstruimte, (para)medische zorg, kinderopvang en sport- en beweging, inclusief daarbij behorende en ondergeschikte vergader- en behandelruimten, kantoren en ondergeschikte horeca.
2.572.52
nevenactiviteit
activiteiten waarvoor een klein gedeelte van de vloeroppervlakte van de bedrijfsgebouwen als zodanig mag worden gebruikt en die uitgevoerd worden naast het eigenlijke beroep of de hoofdactiviteit. Deze activiteiten zijn ondergeschikt aan de primair toegekende functie.
2.53
nultredenwoning
een woning (zowel grondgebonden als appartement) waarbij ten minste de noodzakelijke leefruimtes zoals woonkamer, keuken, toilet, badkamer en één slaapkamer te bereiken zijn zonder een trap te betreden en zonder dat er drempels bij de deuren aanwezig zijn hoger dan 20 mm. Daarnaast heeft deze woning ten minste een rolstoeltoegankelijke entree tot in de woning.
2.582.54
nutsvoorziening
gebouwen, bouwwerken en overkappingen ten behoeve van de waterhuishouding, de energievoorziening en naar de aard daarmee gelijk te stellen openbare nutsvoorzieningen, niet zijnde geluidzoneringsplichtige inrichtingen, risicovolle inrichtingen en/of vuurwerkbedrijven.
2.592.55
omgevingsvergunning
een vergunning voor het uitvoeren van een activiteit die invloed heeft op de fysieke leefomgeving als bedoeld in afdeling 5.1 Omghevingswet.
2.602.56
omgevingsvergunning voor het bouwen
omgevingsvergunning voor het bouwen van een bouwwerk op grond van artikel 22.29 van het Omgevingsplan..
2.612.57
omgevingsvergunning voor het aanleggen, uitvoeren van werken, geen
bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden omgevingsvergunning voor het aanleggen en/of uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of werkzaamheden op grond van artikel 22.277 van het Omgevingsplan..
2.622.58
onderbouw
een gedeelte van een gebouw, dat wordt afgedekt door een vloer waarvan de bovenkant minder dan 1,20 m boven het peil is gelegen.
2.632.59
ondergeschikte bouwdelen
bouwdelen van beperkte afmetingen, die buiten de hoofdmassa van het hoofdgebouw uitsteken, zoals schoorstenen, antennemasten, windvanen, vlaggenmasten, wolfseinden, liftschachten, trappenhuizen en andere ondergeschikte dakopbouwen.
2.642.60
ondergeschikt (functie)
een functie die qua omvang en uitstraling ten dienste staat van een op dezelfde plaats voorkomende (hoofd)functie.
2.652.61
ondergronds
beneden het peil.
2.662.62
ondersteunende horeca
een niet zelfstandige horecafunctie die een andere, op grond van de in artikel 4 en/of 5 van deze regels, toegelaten functie ondersteunt en daarmee ten dienste staat van die andere functie. een niet zelfstandige horecafunctie die de hoofdactiviteit ondersteunt en daarmee ten dienste staat van de hoofdfunctie.
2.682.63
onzelfstandige woonruimte
woonruimte in een gebouw met één hoofdingang, één huisnummer en meerdere verhuurbare kamers, waarin bewoners wezenlijke voorzieningen zoals douche/badkamer/toilet en/of (woon)keuken delen.
2.692.64
ornament
niet-zelfstandig decoratief element, dat is aangebracht op een voorwerp of gebouw om dit te versieren.
2.702.65
overkapping
een bijbehorend bouwwerk, omsloten door maximaal één wand en voorzien van een gesloten dak, waaronder begrepen een carport.
2.712.66
peil
de gemiddelde hoogte van een aansluitend, afgewerkt terrein ter plaatse van het bouwperceel.
2.722.67
prostitutiebedrijf
een inrichting of instelling gericht op het tegen betaling doen plaatsvinden van seksuele omgang met prostituees op een naar buiten toe kenbare wijze, zoals een bordeel of escortservice.
2.732.68
ruimtelijk historisch beeld
een bepaald in de loop van de geschiedenis ontstaan beeld van verscheidenheid, samenhang en afwisseling in het ruimtegebruik in een gebied als totaliteit.
2.742.69
ruimtelijk historische belevingswaarde
de mate waarin de gebruiker het verblijf of het gebruik van een gebied als historisch kwalitatief ervaart.
2.752.70
ruimtelijke historische structuur
een bepaald in de loop van de geschiedenis ontstaan patroon van verscheidenheid, samenhang en afwisseling in het ruimtegebruik in een gebied als totaliteit.
2.762.71
seks- en/of pornobedrijf
een inrichting of instelling gericht op het doen plaatsvinden van voorstellingen en/of vertoningen van erotische en/of pornografische aard dan wel voor detailhandel in seks- en/of pornoartikelen, zoals een seksbioscoop, seksclub, seksautomaat of sekswinkel.
2.772.72
seksinrichting
een voor het publiek toegankelijke besloten ruimte waarin bedrijfsmatig, of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was, seksuele handelingen worden verricht, of vertoningen van erotisch-pornografische aard plaatsvinden. Onder een seksinrichting wordt in ieder geval verstaan, al dan niet in combinatie met elkaar: a. bordeel; b. erotische massagesalon; c. parenclub; d. (raam)prostitutiebedrijf; e. f. g. h.
seksautomatenhal; seksbioscoop; sekssauna; sekstheater.
2.782.73
straat
(semi) openbare ruimte.
sport- en spelvoorzieningen Steenweg voorzieningen op het gebied van of gerelateerd aan, sportscholen, bowlingcentra, snookercentra, dansstudio’s, sportzalen, tennishallen of daarmee naar aard, omvang en verkeersaantrekkende werking vergelijkbare sport- en spelfuncties, inclusief daarbij behorende en ondergeschikte kleed- en doucheruimten en kantoren.
2.792.74
(dak)tuin
de gronden van een bouwperceel behorende bij een woning, die feitelijk zijn ingericht ten dienste van het gebruik van de woning, inclusief een daktuin.
2.802.75
uitvoeren
het doen uitvoeren, laten uitvoeren en in uitvoering geven.
2.812.76
voorgevel
gevel aan de voorzijde van een gebouw gerelateerd aan de grens van het bouwvlak die is gericht naar de (semi-) openbare ruimte en waarop de bebouwing is georiënteerd.
2.822.77
voorgevelrooilijn
denkbeeldige lijn die strak loopt langs de voorgevel van een gebouw tot aan de perceelsgrenzen.
2.832.78
voorste bouwgrens
de naar het verkeers- of verblijfsgebied gekeerde bouwgrens.
2.842.79
winkelvloeroppervlak
dhetat deel van de vloeroppervlakte van een gebouw in vierkante meters dat dient voor de verkoop van producten aan particuliere consumenten en zodoende ook voor deze consument toegankelijk is. Het is dus de verhuurbare vloeroppervlakte van een object exclusief kantoor-, productie- en magazijnruimten en overige ruimten die niet bedrijfsmatig worden gebruikt (zoals woonruimten). oppervlak van een (winkel)unit dat voor het publiek vrij toegankelijk is, dan wel zichtbaar is, inclusief de ruimten die direct met de verkoop samenhangen. Het wvo wordt ingemeten op een hoogte van 1,50 m. Lagere ruimtes zoals onder schuine daken worden dus niet meegerekend.
2.852.80
wonen
bewonen van een woning uitsluitend bedoeld voor de huisvesting van één huishouden.
2.862.81
woning
een, tenminste als nultredenwoning gebouwd, (gedeelte van een) gebouw dat dient voor de huisvesting van één huishouden..
Artikel 3 Meet- en rekenbepalingen Bij toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten:
3.1
de afstand van een bouwwerk tot de zijdelingse grens
tussen de zijdelingse grens van een bouwperceel en een bepaald punt van het bouwwerk, waar die afstand het kortst is.
3.2
de goothoogte van een bouwwerk
vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeibord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel.
3.3
de bouwhoogte van een bouwwerk
vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwdelen, zoals schoorstenen, antennes, liftschachten, trappenhuizen en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen.
3.4
de inhoud van een bouwwerk
tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidingsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen.
3.5
de oppervlakte van een bouwwerk
tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of de harten van gemeenschappelijke scheidingsmuren en op het peil, zulks met inbegrip van erkers.
3.6
de horizontale diepte van een bouwwerk
tussen het voorste en het achterste punt van het bouwwerk, gemeten tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of de harten van gemeenschappelijke scheidingsmuren dan wel scheidingslijnen en op het peil.
3.7
de diepte van een ondergronds bouwwerk
vanaf het peil tot aan de bovenzijde van de afgewerkte vloer van het ondergrondse (deel van het) bouwwerk.
3.8
de gebruiksoppervlakte van een bouwwerk
de vloeroppervlakte, conform de NEN 2580, van een ruimte of een groep van ruimten, gemeten op vloerniveau, tussen de opgaande scheidingsconstructies, die de desbetreffende ruimte of groep van ruimte omhullen.
Hoofdstuk 2
Activiteiten en toedeling van functies
Artikel 4 Centrum - 1 4.1
Functieomschrijving
Ter plaatse van een locatie die op de verbeelding de functie ‘Centrum - 1’ heeft, zijn uitsluitend op de begane grond, de volgende functies toegestaan: a. horeca van categorie fastfoodservicesector winkelgebonden; b. ondersteunende horeca; c. ambulante detailhandel, voor zover bestaand; d. e. f. g. h. i.
consumentverzorgende (ambachtelijke) dienstverlening; een kantoor; galeries; ateliers; kantoren; wonen uitsluitend op de verdiepingen, behoudens voor zover anders aangeduid dan wel voor zover bestaand;
alsmede voor: j. k. l. m. n. o.
terrassen; erven en tuinen; nutsvoorzieningen; parkeervoorzieningen; water en voorzieningen ten behoeve van de waterhuishouding; overige bijbehorende voorzieningen;
met bijbehorende: p. q. r.
b. b. b. b.
hoofdgebouwen; bijgebouwen; bouwwerken, geen gebouwen zijnde. uitsluitend wonen op de begane grond en de verdiepingen, ter plaatse van de aanduiding ‘wonen’; uitsluitend wonen op de verdiepingen, ter plaatse van de aanduiding ‘wonen op verdieping’;consumentverzorgende (ambachtelijke) dienstverlening, al dan niet met baliefunctie, uitsluitend op de begane grond; detailhandel, niet zijnde een supermarkt, uitsluitend op de begane grond, , behoudens ter plaatse van de aanduiding ‘detailhandel uitgesloten’, waar detailhandel niet is toegestaan; galeries, waarbij detailhandel als ondergeschikte nevenactiviteit is toegestaan; ateliers, waarbij detailhandel als ondergeschikte nevenactiviteit is toegestaan; kantoren, al dan niet behorende bij en ondergeschikt aan de hoofdfunctie, uitsluitend op de begane grond; maatschappelijke voorzieningen uitsluitend op de begane grond, zoals opgenomen in artikel 2.52; sport- en spelvoorzieningen uitsluitend op de begane grond, zoals opgenomen in artikel 2.76; de totale oppervlakte van de genoemde functies tesamen onder c. en e. t/m i. niet meer mag bedragen dan 1200 m2 b.v.o.;
b. b. b.
wonen, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding ‘wonen’;
in afwijking van het bepaalde onder j., wonen op de verdiepingen;
alsmede voor, bij de bovengenoemde functies behorende,:
a.
erven en tuinen;
b. b. b. b.
nutsvoorzieningen; parkeervoorzieningen; water en voorzieningen ten behoeve van de waterhuishouding; overige bijbehorende voorzieningen;
met bijbehorende: b. hoofdgebouwen; b. bijgebouwen; b. bouwwerken, geen gebouwen zijnde.
4.2
Beoordelingsregels omgevingsplanactiviteit bouwactiviteit (in aanvulling op artikel 22.29)
4.2
4.2.1 Algemeen In aanvulling op het bepaalde in artikel 1.222.27 en 22.36 gelden de volgende beoordelingsregels: a. hoofdgebouwen mogen uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'bouwvlak' worden gebouwd. b. de goothoogte en bouwhoogte van hoofdgebouwen alsmede de gezamenlijke oppervlakte van gebouwen ter plaatse van de aanduiding 'bouwvlak' bedragen maximaal de/het op de verbeelding aangegeven goothoogte, bouwhoogte respectievelijk bebouwingspercentage.het bouwvlak mag volledig worden bebouwd; b. c. d.
e.
f.
de inhoud van de woning mag niet meer bedragen dan 650 m³. het gezamenlijk te bebouwen oppervlak van bijgebouwen mag per bouwperceel ten hoogste 50% bedragen van de gronden gelegen buiten de op de verbeelding aangegeven bouwvlakken; de goothoogte van aangebouwde bijgebouwen mag niet meer bedragen dan de eerste bouwlaag van het hoofdgebouw vermeerderd met 0,25 meter, de goothoogte van vrijstaande bijgebouwen mag niet meer bedragen dan 3 meter. De bouwhoogte mag niet meer bedragen dan 5 meter. de hoogte van bouwwerken, geen gebouw zijnde, mag ten hoogste bedragen: 1. van erfafscheidingen voor de voorste bouwgrens 1 m; 2. van erfafscheidingen in of achter de voorste bouwgrens 2 m; 3. van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde 3 m. nutsvoorzieningen mogen binnen en buiten de op de verbeelding aangegeven bouwvlakken worden gebouwd, met dien verstande dat: 1. de oppervlakte niet meer bedraagt dan 15 m²; 2. de hoogte niet meer bedraagt dan 3 m.
4.2.2 Verlenen Het bevoegd gezag verleent kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van: het afwijken van het bepaalde in lid 4.2 onder e voor de realisatie van erfafscheidingen met een bouwhoogte van meer dan 1 meter onder de volgende voorwaarden: a. b. c. d. e.
de bouwhoogte bedraagt maximaal 2,5 meter; de erfafscheiding wordt in of achter de voorste bouwgrens gesitueerd; de verkeersveiligheid mag niet in het geding komen; de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden worden niet onevenredig aangetast; er is een positief advies afgegeven door de Adviescommissie Omgevingskwaliteit van de gemeente Sittard-Geleen.
voor de voorste bouwgrens met een hoogte van maximaal 2 m; het afwijken van het bepaalde in lid 4.2 onder e voor de realisatie van erfafscheidingen in of achter de voorste bouwgrens met een hoogte van maximaal 2,5 m, mits de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden niet onevenredig worden aangetast.
c. d.
d.
d.
d. 0.
4.3
de goothoogte en bouwhoogte van hoofdgebouwen ter plaatse van de aanduiding 'bouwvlak' bedragen maximaal de op de verbeelding aangegeven goothoogte respectievelijk bouwhoogte. de gebruiksoppervlakte van een woning bedraagt minimaal 70 m2; d. het aantal woningen binnen het bouwvlak bedraagt maximaal het op de verbeelding ter plaatse van de aanduiding ‘maximum aantal toe te voegen wooneenheden’ aangegeven aantal; de goothoogte van aangebouwde bijgebouwen mag niet meer bedragen dan de eerste bouwlaag van het hoofdgebouw vermeerderd met 0,25 m, de goothoogte van vrijstaande bijgebouwen mag niet meer bedragen dan 3 m. De bouwhoogte mag niet meer bedragen dan 5 m. de hoogte van bouwwerken, geen gebouw zijnde, mag ten hoogste bedragen: 0. van erfafscheidingen voor de voorste bouwgrens 1 m; 0. van erfafscheidingen in of achter de voorste bouwgrens 2 m; 0. van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde 3 m. de oppervlakte van nutsvoorzieningen mag niet meer bedragen dan ogen binnen en buiten de op de verbeelding aangegeven bouwvlakken worden gebouwd, met dien verstande dat: de oppervlakte niet meer bedraagt dan 3015 m². De bouwhoogte mag niet meer bedragen dan; de hoogte niet meer bedraagt dan 3 m;. gebouwen mogen worden voorzien van daktuinen. 0.
Specifieke functieregels
4.3.1 Voorwaardelijke verplichting flora en faunaonderzoek Het slopen en (ver)bouwen van gebouwen en bouwwerken is uitsluitend toegestaan als uit een flora en faunaonderzoek is gebleken dat de bouw- en/of sloopactiviteiten geen onevenredig negatieve effecten hebben op beschermde diersoorten. 4.3.2 Voorwaardelijke verplichting archeologische begeleiding . Voor het slopen en (ver)bouwen van gebouwen en bouwwerken geldt de verplichting de activiteit die tot bodemverstoring leidt, archeologisch te laten begeleiden en de locatie op basis daarvan door het bevoegd gezag is vrijgegeven. . Een locatie mag niet in gebruik worden genomen voor de activiteiten zoals genoemd in artikel 4.1 alvorens archeologische begeleiding van de voorgenomen graafwerkzaamheden is uitgevoerd en de locatie op basis daarvan door het bevoegd gezag is vrijgegeven. 4.3.32 Voorwaardelijke verplichting bodemonderzoek Het gebruik van gebouwen, bouwwerken en gronden ten behoeve van de gevoelige functies is uitsluitend toegestaan als uit een bodemonderzoek is gebleken dat de bodemkwaliteit aanvaardbaar is ten aanzien van de beoogde functie.
4.3.43 Voorwaardelijke verplichting akoestisch onderzoek Het gebruik van gebouwen, bouwwerken en gronden ten behoeve van de geluidgevoelige functies zoals genoemd in artikel 4.1 is uitsluitend toegestaan indien ter plaatse van de woningen/wooneenheden voldaan wordt aan de van toepassing zijnde voorwaarden uit het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) en het gemeentelijk geluidbeleid teneinde binnen de woningen/wooneenheden een aanvaardbaar binnenniveau te realiseren. Het gebruik van gebouwen, bouwwerken en gronden ten behoeve van de geluidgevoelige functies zoals genoemd in artikel 4.1 is uitsluitend toegestaan indien, blijkens een uitgevoerd akoestisch onderzoek, ter plaatse van de woningen/wooneenheden voldaan wordt aan de van toepassing zijnde voorwaarden uit het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) en het gemeentelijk geluidbeleid, alsmede de daartoe eventueel noodzakelijk te realiseren geluidwerende voorzieningen. Een en ander teneinde binnen de woningen/wooneenheden een aanvaardbaar binnenniveau te realiseren. 4.3.1 Algemeen
Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning de achterterreinen te (laten) gebruiken voor buitenpandige horeca-activiteiten. 4.3.2 Verlenen Het bevoegd gezag verleentkan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van:
a. het bepaalde in 4.1 voor de vestiging van horecabedrijven in een andere categorie dan aangegeven, mits de horeca-activiteiten niet leiden tot een onevenredige inbreuk op het woon- en leefklimaat in de omgeving.
b. het bepaalde in lid 4.1 voor het toestaan van wonen op de begane grond, mits dit niet leidt tot een onevenredige beperking van de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden en bouwwerken.
c.
het bepaalde in lid 4.14 sub a voor het toestaan van buitenpandige horeca-activiteiten op het achterterrein, mits: 1. het horeca-activiteiten betreft die op grond van de regels reeds in de gebouwen binnen het betreffende bestemmingsvlak zijn toegelaten; 2. de horeca-activiteiten niet leiden tot een onevenredige inbreuk op het woon- en leefklimaat in de omgeving.
Artikel 5 Centrum – Huis aan de Markt 5.1
Functieomschrijving
Ter plaatse van een locatie die op de verbeelding de functie ‘Centrum – Huis aan de Markt’ heeft, zijn uitsluitend op de begane grond, de volgende functies toegestaan:: a. uitsluitend wonen op de begane grond, ter plaatse van de aanduiding ‘wonen’; b. wonen op de verdiepingen; a.c. horeca van categorie 1 (fastservicesector-winkelgebonden), uitsluitend op de begane grond; b.d. horeca van categorie 3 (restaurantsector), uitsluitend op de begane grond en uitsluitend ter plaatse van de aanduiding ‘restaurant’ met een maximale nettobruto vloeroppervlakte van 300 m2; c.e. aan de in f t/m k genoemde functies ondersteunende horeca uitsluitend op de begane grond en/of 1e verdieping; d.f. detailhandel niet zijnde een supermarkt, met een maximum oppervlakte van 5.462 m2 inclusief bijbehorende ondergeschikte functies en voorzieningen en in achtneming van het bepaalde onder l.; e.g. consumentverzorgende (ambachtelijke) dienstverlening, uitsluitend op de begane grond; f.h. galeries, waarbij detailhandel als ondergeschikte nevenactiviteit is toegestaan; g.i. ateliers, waarbij detailhandel als ondergeschikte nevenactiviteit is toegestaan; h.j. kantoren, al dan niet behorende bij en ondergeschikt aan de hoofdfunctie; i.k. maatschappelijke voorzieningen, zoals opgenomen in artikel 2.51233; j. wonen, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding ‘wonen’; k. l.
in afwijking van het bepaalde onder j., wonen op de verdiepingen; in afwijking van het bepaalde onder d., detailhandel op de 1e verdieping,
alsmede voor, bij de bovengenoemde functies behorende,,: m. terrassen, behoudens terzijde van de Plakstraat; n.l. erven en tuinen; o.m. nutsvoorzieningen; p.n. parkeervoorzieningen, met dien verstande dat ter plaatse van de aanduiding ‘parkeergarage’ een ondergrondse parkeergarage is toegestaan, waarvan de in- en uitrit gelegen dient te zijn ter plaatse van de aanduiding ‘in- en uitrit’; o. fietsenstallingen; q.p. een opstelplaats voor bevoorrading, laden en lossen, welke gelegen dient te zijn ter plaatse van de aanduiding ‘bevoorrading’; r.q. water en voorzieningen ten behoeve van de waterhuishouding; s.r. overige bijbehorende voorzieningen; met bijbehorende: t.s. hoofdgebouwen; u.t. bijgebouwen; v.u. bouwwerken, geen gebouwen zijnde.
5.2
Beoordelingsregels omgevingsplanactiviteit bouwactiviteit (in aanvulling op artikel 22.29)
In aanvulling op het bepaalde in artikel 1.222.27 en 22.36 gelden de volgende beoordelingsregels: a. hoofdgebouwen mogen uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'bouwvlak' worden gebouwd; b. het bouwvlak mag volledig worden bebouwd; c. de goothoogte en bouwhoogte van hoofdgebouwen ter plaatse van de aanduiding 'bouwvlak' bedragen d.
maximaal de op de verbeelding aangegeven goothoogte respectievelijk bouwhoogte; de gebruiksoppervlakte van een woning bedraagt minimaal 70 m2;
e.
f. g.
h. h.
i.
5.3
het aantal woningen binnen het bouwvlak bedraagt maximaal het op de verbeelding ter plaatse van de aanduiding ‘maximum aantal toe te voegen wooneenheden’ aangegeven aantal, waarvan ten hoogste 8 woningen niet uitgevoerd behoeven te worden als nultredenwoning; de goothoogte van aangebouwde bijgebouwen mag niet meer bedragen dan de eerste bouwlaag van het hoofdgebouw vermeerderd met 0,25 m. De bouwhoogte mag niet meer bedragen dan 5 m; de hoogte van bouwwerken, geen gebouw zijnde, mag ten hoogste bedragen: 1. van erfafscheidingen voor de voorste bouwgrens 1 m; 2. van erfafscheidingen in of achter de voorste bouwgrens 2 m; 3. van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde 3 m. de oppervlakte van nutsvoorzieningen mag niet meer bedragen dan 35 m². De bouwhoogte mag niet meer bedragen dan 3 m; nutsvoorzieningen mogen binnen en buiten de op de verbeelding aangegeven bouwvlakken worden gebouwd, met dien verstande dat: 0. de oppervlakte niet meer bedraagt dan 15 m²; 0. de hoogte niet meer bedraagt dan 3 m. gebouwen mogen worden voorzien van daktuinen.
Specifiekee functieregels
5.3.1 Voorwaardelijke verplichting archeologisch onderzoek . Voor het slopen en (ver)bouwen van gebouwen en bouwwerken geldt de verplichting de activiteit die tot bodemverstoring leidt, archeologisch te laten begeleiden en de locatie op basis daarvan door het bevoegd gezag is vrijgegeven. . Een locatie mag niet in gebruik worden genomen voor de activiteiten zoals genoemd in artikel 5.1 alvorens archeologische begeleiding van de voorgenomen graafwerkzaamheden is uitgevoerd en de locatie op basis daarvan door het bevoegd gezag is vrijgegeven. 5.3.21 Voorwaardelijke verplichting bodemonderzoek Het gebruik van gebouwen, bouwwerken en gronden ten behoeve van de gevoelige functies is uitsluitend toegestaan als uit een bodemonderzoek is gebleken dat de bodemkwaliteit aanvaardbaar is ten aanzien van de beoogde functie. 5.3.32 Voorwaardelijke verplichting akoestisch onderzoek Het gebruik van gebouwen, bouwwerken en gronden ten behoeve van de geluidgevoelige functies zoals genoemd in artikel 5.1 is uitsluitend toegestaan indien, blijkens een uitgevoerd akoestisch onderzoek, ter plaatse van de woningen/wooneenheden voldaan wordt aan de van toepassing zijnde voorwaarden uit het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) en het gemeentelijk geluidbeleid, alsmede de daartoe eventueel noodzakelijk te realiseren geluidwerende voorzieningen.
Een en ander teneinde binnen de woningen/wooneenheden een aanvaardbaar binnenniveau te realiseren.
Artikel 6 Verkeer – Verblijfsgebied 6.1
Functieomschrijving
Ter plaatse van een locatie die op de verbeelding de functie ‘Verkeer – Verblijfsgebied’ heeft, zijn de volgende functies toegestaan: a. wegen, voet- en fietspaden; a. pleinen; a. parkeerterreinen en andere openbare ruimten; met zowel een functie voor verblijf als voor verkeer gericht op aangrenzende en nabijgelegen gronden; alsmede voor, bij de bovengenoemde functies behorende,: c. speelvoorzieningen; c. groenvoorzieningen; c. kunstuitingen; c. nutsvoorzieningen; c. water en voorzieningen ten behoeve van de waterhuishouding; c. overige bijbehorende voorzieningen; met bijbehorende: i.
bouwwerken, geen gebouw zijnde.
6.2 Beoordelingsregels omgevingsplanactiviteit bouwactiviteit (in aanvulling op artikel 22.29) In aanvulling op het bepaalde in artikel 22.27 en 22.36 gelden de volgende beoordelingsregels: . gebouwen zijn niet toegestaan; . de hoogte van bouwwerken, geen gebouw zijnde, mag ten hoogste bedragen: 0. van verlichting 6 m; 0. van speelvoorzieningen 6 m;
.
van kunstuitingen 12 m; 0. van toegangspoorten en daarbij behorende bouwwerken 9 m; 0. van overige bouwwerken, geen gebouw zijnde 2 m. nutsvoorzieningen mogen worden gebouwd, met dien verstande dat: 0. de oppervlakte niet meer bedraagt dan 15 m²; 0. de hoogte niet meer bedraagt dan 3 m.
Artikel 67 Waarde – Archeologie 1 67.1
Functieomschrijving
Een locatie die op de verbeelding de functie ‘Waarde - Archeologie 1’ heeft, is, behalve voor de andere voorkomende functie(s), mede bedoeld voor de bescherming het beschermen van de archeologische waarden. van de aan de gronden eigen zijnde archeologische waarden.
7.2
Omgevingsplanactiviteit bouwactiviteit
7.2.1 Bouwverbod zonder omgevingsvergunning Het is verboden op of in de gronden die op de verbeelding zijn aangewezen als ‘Waarde – Archeologie 1’ zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning van het bevoegd gezag te bouwen of te laten bouwen, tenzij voldaan is aan het bepaalde in artikel 4.4.2 en/of 5.4.1 van deze regels. 7.2.2 Uitzonderingen op het bouwverbod Het in lid 7.2.1 genoemde verbod is niet van toepassing op:
76.2
Beoordelingsregels omgevingsplanactiviteit bouwactiviteit
In aanvulling op het bepaalde in artikel 1.2 gelden de volgende beoordelingsregels: 76.2.1 Bouwverbod zonder omgevingsvergunning Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning op of in de gronden die op de verbeelding zijn aangewezen als ‘Waarde – Archeologie 1’ te bouwen of te laten bouwen. 76.2.2 Uitzonderingen Een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 6.2.1 is niet vereist indien het: a. gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, betreft die voor archeologisch onderzoek noodzakelijk zijn; b. vervanging, vernieuwing of verandering van bestaande bebouwing betreft, waarbij de oppervlakte en verstoringsdiepte voor zover gelegen op of onder peil niet wordt uitgebreid; c. een bouwwerk betreft dat zonder graafwerkzaamheden dieper dan 30 cm en zonder heiwerkzaamheden kan worden geplaatst; d. een bouwwerk betreft met een oppervlakte tot ten hoogste 50 m2.
. .
ver-/nieuwbouw van bestaande gebouwen waarbij de bestaande oppervlakte van het gebouw, gelegen op minder dan 1 m boven peil, niet wordt vergroot of veranderd; de bouw van een (bij)gebouw of een uitbreiding van een bestaand gebouw van ten hoogste 50 m² en graafwerkzaamheden dieper dan 0,30 m.
76.2.3 Verlenen a. Een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 67.2.1 mag alleen worden verleend, indien: 1. op basis van archeologisch onderzoek is aangetoond dat de archeologische waarden niet onevenredig worden of kunnen worden geschaad; 2. op basis van archeologisch onderzoek is aangetoond dat archeologische waarden op de betrokken locatie niet aanwezig zijn; b. Een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 67.2.1 wordt voorts verleend, indien mede op basis van archeologisch onderzoek is aangetoond dat mogelijke schade kan worden voorkomen door aan de vergunning voorwaarden te verbinden gericht op: 1. het treffen van technische maatregelen, waardoor archeologische resten in de bodem kunnen worden behouden; 2. het doen van opgravingen of;
3.
het laten begeleiden van de bodemverstorende activiteit door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg die voldoet aan door burgemeester en wethouders bij de vergunning te stellen kwalificaties.
67.2.4 Weigeren Een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 67.2.1 wordt geweigerd indien door de genoemde werken en werkzaamheden dan wel de directe of indirecte gevolgen van deze werken en werkzaamheden kunnen leiden tot een verstoring van archeologisch materiaal.
76.3
Aanleggen, werken en werkzaamhedenactiviteit
76.3.1 Verbod Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning op de als ‘Waarde - Archeologie 1’ bedoelde gronden de volgende werken en werkzaamheden uit te voeren:
a. grondwerkzaamheden dieper dan 30 cm, waartoe worden gerekend het ophogen, afgraven, woelen, mengen, diepploegen, egaliseren en ontginnen van gronden, alsmede het vergraven, verruimen of dempen van sloten, vijvers en andere wateren en het aanleggen van drainage;
b. het verlagen van het waterpeil; c. het rooien van bomen of diepwortelende beplanting waarbij stobben worden verwijderd; d. het aanleggen van ondergrondse transport-, energie- of telecommunicatieleidingen en daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur. 76.3.2 Uitzonderingen Een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 76.3.1 is niet vereist indien: a. b. c. d. e. f. g. h.
mede op basis van archeologisch onderzoek is aangetoond dat de archeologische waarden niet onevenredig worden of kunnen worden geschaad; mede op basis van archeologisch onderzoek is aangetoond dat archeologische waarden op de betrokken locatie niet aanwezig zijn; de werken een oppervlakte hebben tot ten hoogste 50 m2 of smaller zijn dan 1,5 m; de werken of werkzaamheden kunnen worden uitgevoerd op basis van een reeds eerder verleende vergunning; de werken reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van in werking treden van het plan; de werken behoren tot het normale onderhoud en beheer van de gronden; de werken ten dienste van archeologisch onderzoek worden uitgevoerd; objectief wordt aangetoond dat de bodem al zodanig is verstoord door in het verleden uitgevoerde werkzaamheden dat geen sprake meer is van archeologische verwachtingswaarde;
. . . . .
het vergraven, afgraven en egaliseren van gronden, dieper dan 0,30 m beneden het peil; het aanbrengen van diepwortelende beplantingen; het aanleggen van ondergrondse leidingen en de daarmee verband houdende constructies, installaties en apparatuur; het aanleggen, verbreden en verharden van wegen, paden, parkeergelegenheden en andere oppervlakteverhardingen; het heien, draineren en diepwoelen.
67.3.3 Verlenen a. Een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 67.3.1 wordt verleend, indien:
1.
op basis van archeologisch onderzoek is aangetoond dat de archeologische waarden niet
2.
onevenredig worden of kunnen worden geschaad; op basis van archeologisch onderzoek is aangetoond dat archeologische waarden op de betrokken locatie niet aanwezig zijn;
b. Een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 67.3.1 wordt voorts verleend, indien mede op basis van archeologisch onderzoek is aangetoond dat mogelijke schade kan worden voorkomen door aan de vergunning voorwaarden te verbinden gericht op: 1. het treffen van technische maatregelen, waardoor archeologische resten in de bodem kunnen worden behouden; 2. 3.
het doen van opgravingen of; het laten begeleiden van de bodemverstorende activiteit door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg die voldoet aan door burgemeester en wethouders bij de vergunning te stellen kwalificaties.
76.3.42 Weigeren Een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 67.3.1 wordt mag alleen en moet worden geweigerd indien door de genoemde werken en werkzaamheden dan wel de directe of indirecte gevolgen van deze werken en werkzaamheden kunnen leiden tot een verstoring van archeologisch materiaal.
Voor zover de in artikel 7.3.1 genoemde werken en werkzaamheden dan wel de directe of indirecte gevolgen van deze werken en werkzaamheden kunnen leiden tot een verstoring van archeologisch materiaal, kan de omgevingsvergunning worden verleend, indien aan de omgevingsvergunning de volgende voorschriften worden verbonden: de verplichting tot het treffen van technische maatregelen, waardoor archeologische resten in de bodem kunnen worden behouden; de verplichting tot het doen van opgravingen, of; de verplichting de oprichting van het bouwwerk te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg die voldoet aan door het bevoegd gezag bij de omgevingsvergunning te stellen kwalificaties. De omgevingsvergunning wordt niet verleend dan nadat de aanvrager een rapport heeft overlegd, waarin de archeologische waarde van het terrein dat blijkens de aanvraag zal worden verstoord naar het oordeel van het bevoegd gezag in voldoende mate is vastgesteld. 7.3.3 Uitzonderingen Een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 7.3.2 is niet vereist indien: . mede op basis van archeologisch onderzoek is aangetoond dat de archeologische waarden niet onevenredig worden of kunnen worden geschaad; . mede op basis van archeologisch onderzoek is aangetoond dat archeologische waarden op de betrokken locatie niet aanwezig zijn; .
de werken een oppervlakte hebben tot ten hoogste 50 m² of smaller zijn dan 1,50 m; . er reeds een omgevingsvergunning of ontgrondingsvergunning is verleend; . de werken reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan; . .
de werken behoren tot het normale onderhoud en beheer van de gronden; de werken ten dienste van archeologisch onderzoek worden uitgevoerd.
6.4 Sloopactiviteit 67.4.1 Verbod Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning op of in de gronden die op de verbeelding zijn aangewezen als ‘Waarde – Archeologie 1’ te slopen, anders dan ter vervanging van onderdelen, welke uit oogpunt van onderhoud noodzakelijk is, met uitzondering van: a. vervanging, vernieuwing of verandering van bestaande bebouwing, waarbij de oppervlakte voor zover gelegen op of onder peil niet wordt uitgebreid; b. een bouwwerk dat zonder graafwerkzaamheden dieper dan 30 cm en zonder heiwerkzaamheden kan worden geplaatst; c. een bouwwerk met een oppervlakte tot ten hoogste 50 m2. 76.4.2 Uitzonderingen Een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 67.4.1 is niet vereist indien: a. b. c. d. e. f. g. h.
mede op basis van archeologisch onderzoek is aangetoond dat de archeologische waarden niet onevenredig worden of kunnen worden geschaad; mede op basis van archeologisch onderzoek is aangetoond dat archeologische waarden op de betrokken locatie niet aanwezig zijn; de werken een oppervlakte hebben tot ten hoogste 50 m2 of smaller zijn dan 1,5 m; de werken of werkzaamheden kunnen worden uitgevoerd op basis van een reeds eerder verleende vergunning; de werken reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van in werking treden van het plan; de werken behoren tot het normale onderhoud en beheer van de gronden; de werken ten dienste van archeologisch onderzoek worden uitgevoerd; objectief wordt aangetoond dat de bodem al zodanig is verstoord door in het verleden uitgevoerde werkzaamheden dat geen sprake meer is van archeologische verwachtingswaarde.
67.4.3 Verlenen a. Een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 76.4.1 mag alleen worden verleend, indien: 1. op basis van archeologisch onderzoek is aangetoond dat de archeologische waarden niet 2.
onevenredig worden of kunnen worden geschaad; op basis van archeologisch onderzoek is aangetoond dat archeologische waarden op de betrokken locatie niet aanwezig zijn.
b. Een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 6.7.4.1 wordt voorts verleend, indien mede op basis van archeologisch onderzoek is aangetoond dat mogelijke schade kan worden voorkomen door aan de vergunning voorwaarden te verbinden gericht op: 1. het treffen van technische maatregelen, waardoor archeologische resten in de bodem kunnen worden behouden; 2. 3.
het doen van opgravingen of; het laten begeleiden van de bodemverstorende activiteit door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg die voldoet aan door burgemeester en wethouders bij de vergunning te stellen kwalificaties.
67.4.4 Weigeren Een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 67.4.1 mag alleen en moet worden geweigerd indien door de genoemde werken en werkzaamheden dan wel de directe of indirecte gevolgen van deze werken en werkzaamheden kunnen leiden tot een verstoring van archeologisch materiaal.
Artikel 78 Waarde - Cultuurhistorie 87.1
Functieomschrijving
Een locatie die op de verbeelding de functie ‘Waarde - Cultuurhistorie’ heeft, is, behalve voor de andere daar voorkomende functie(s), mede bedoeld voor de bescherming van de cultuurhistorische waarden, meer in het bijzonder voor:
a.
het behoud, herstel en versterken van de aanwezige ruimtelijke historische structuur en het ruimtelijk historische beeld en ruimtelijk historische belevingswaarden van het beschermde gezicht en de hierin aanwezige bebouwing;
b.
het behoud, herstel en het versterken van de karakteristieke hoofdvormen, de geveltypen, de geleding, het materiaal, het kleurgebruik en ornamenten van gebouwen alsmede het behoud van de historisch waardevolle rooilijn, het herstel en versterken van het ruimtelijk historisch beeld en belevingswaarde van de gevelwand ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - beeldbepalend pand';
c.
het behoud van de historisch waardevolle rooilijn, het herstel en versterken van het ruimtelijk historisch beeld en belevingswaarde van de gevelwand ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke vorm van waarde – historisch waardevolle rooilijn’.
78.2
Beoordelingsregels omgevingsplanactiviteit bouwactiviteit
(in aanvulling op artikel
22.29) In aanvulling op het bepaalde in artikel 1.222.27 en 22.36 gelden de volgende beoordelingsregels: 78.2.1 Bouwverbod zonder omgevingsvergunning Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning op of in de gronden die op de verbeelding zijn aangewezen als ‘Waarde – Cultuurhistorie’ te bouwen of te laten bouwen 78.2.2 Uitzonderingen Een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 78.2.1 is niet vereist indien het: a. bouwwerken betreft welke gebouwd kunnen worden op basis van een, ten tijde van de terinzagelegging van het ontwerp TAM-omgevingsplan, reeds verleende vergunning; voor bouwwerken gelegen binnen de voor ‘Waarde – Cultuurhistorie’ aangewezen gronden, met dien verstande dat deze niet van toepassing zijn ingeval van een, ten tijde van de terinzagelegging van het ontwerp TAMomgevingsplan, reeds verleende vergunning: 78.2.3 Verlenen Een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 78.2.1 mag alleen worden verleend, indien: a.
de voorgevel van een bestaand hoofdgebouw welke is gekeerd naar de openbare weg of openbare ruimte, uitsluitend wordt ge-/verbouwd (her)(ge)bouwd in de bestaande voorgevelrooilijn; 78.2.4 Advies Een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 78.2.1 wordt niet verleend dan nadat het bevoegd gezag daarvoor een advies heeft ingewonnen bij de door het college van burgemeester en wethouders aangewezen commissie van ter zake deskundigen, zoals de Adviescommissie Ruimtelijke Kwaliteit. 78.2.5 Onderzoeksplicht en voorwaarden omgevingsvergunning a. Een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 78.2.1 wordt verleend nadat: 1. een door deskundigen opgesteld rapport overlegd wordt, waarin de archeologische en bouwhistorische waarden van de te slopen bouwwerken naar het oordeel van het bevoegd gezag in voldoende mate zijn vastgelegd;
2.
b.
naar het oordeel van het bevoegd gezag de bouwhistorische waarden van de te slopen bouwwerken
in andere beschikbare informatie afdoende is vastgelegd, in welk geval het onder 1. genoemde rapport niet nodig is; In de omgevingsvergunning kunnen nadere voorwaarden worden opgenomen in het belang van handhaving van en onderzoek en documentatie van archeologische en bouwhistorische zaken.
a. b.
nieuwbouw van gebouwen is niet toegestaan, tenzij een vergunning op basis van dit artikel is afgegeven; de voorgevel van een bestaand hoofdgebouw welke is gekeerd naar de openbare weg of openbare ruimte mag uitsluitend worden (her)(ge)bouwd in de bestaande voorgevelrooilijn;
c.
de goot- en bouwhoogte van hoofdgebouwen mag niet meer bedragen dan de goot- en bouwhoogte ten tijde van de terinzagelegging van het ontwerp van dit TAM-omgevingsplan; de kapvorm en kaprichting van hoofdgebouwen, waarvan de voorgevel is gekeerd naar de openbare weg, mogen niet afwijken van de kapvorm en kaprichting ten tijde van de terinzagelegging van het ontwerp van dit TAM-omgevingsplan dan wel de kapvorm en kaprichting zoals die krachtens een voor het moment van de inwerkingtreding van het TAM-omgevingsplan verleende omgevingsvergunning voor het bouwen mag worden gebouwd; de schuine daken (vijfde gevel) moeten in geval van vervanging van de dakbedekking worden voorzien van keramische dakpannen of, indien oorspronkelijk aanwezig, (natuursteen) leien;
d.
e. f.
de breedte en de parcellering van hoofdgebouwen, waarvan de voorgevel is gekeerd naar de openbare weg, mogen niet afwijken van de breedte en parcellering ten tijde van de terinzagelegging van het ontwerp van dit TAM-omgevingsplan dan wel zoals die krachtens een voor het moment van de inwerkingtreding van het TAM-omgevingsplan verleende omgevingsvergunning voor het bouwen mag worden gebouwd; g. het geveltype en de geleiding, het materiaal, kleurgebruik en ornamenten van hoofdgebouwen, waarvan de voorgevel is gekeerd naar de openbare weg, mogen niet afwijken van het geveltype en de geleiding, het materiaal, kleurgebruik en ornamenten ten tijde van de terinzagelegging van het ontwerp van dit TAM-omgevingsplan dan wel zoals die krachtens een voor het moment van de inwerkingtreding van het TAM-omgevingsplan verleende omgevingsvergunning voor het bouwen mogen worden gebouwd; h. balkons en erkers aan de vanaf de openbare weg zichtbare gevels zijn uitsluitend toegestaan, ingeval en voor zover deze aanwezig waren ten tijde van de inwerkingtreding van het TAMomgevingsplan dan wel zoals die krachtens een voor het moment van de inwerkingtreding van het TAMomgevingsplan verleende omgevingsvergunning voor het bouwen mag worden gebouwd; i.
voor dakterrassen welke zichtbaar zijn vanaf de openbare weg, geldt dat deze uitsluitend zijn toegestaan zoals deze aanwezig waren ten tijde van de inwerkingtreding van dit TAM-omgevingsplan
j.
Het bepaalde onder a. tot en met i. is niet van toepassing voor zover het op het moment van terinzagelegging van het ontwerp TAM-omgevingsplan bestaande bebouwing betreft. 78.2.6 Weigeren Een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 78.2.1 wordt geweigerd indien door de genoemde werken en werkzaamheden dan wel de directe of indirecte gevolgen van deze werken en werkzaamheden kunnen leiden tot
Omgevingsvergunning voor het bouwen
8.3
Een omgevingsvergunning voor bouwwerkzaamheden mag alleen en moet worden geweigerd, indien door de uitvoering van de werkzaamheden, dan wel door de daarvan hetzij direct, hetzij indirect te verwachten gevolgen een blijvende onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de karakteristieken en/of cultuurhistorische waarden, zoals aangegeven in artikel 78.1 en hieraan door het stellen van voorwaarden niet of onvoldoende tegemoet kan worden gekomen.; b.
Een omgevingsvergunning als bedoeld onder a. wordt niet verleend dan nadat het bevoegd gezag daarover een advies heeft ingewonnen bij de door het college van burgemeester en wethouders aangewezen commissie van ter zake deskundigen.
8.47.3 Maatwerkvoorschriften Burgemeester en wethouders kunnen maatwerkvoorschriften stellen aan de afmeting en de plaats van bebouwing, alsmede de opbouw en indeling van bestaande gevels ten behoeve van behoud en versterking van de cultuur- en bouwhistorische waardevolle karakteristieke verschijningsvorm van de cultuurhistorisch waardevolle bebouwing.
8.57.4 Specifieke gebruiksregels 78.54.1 Strijdig gebruik Onder strijdig gebruik wordt in elk geval verstaan een gebouw of gronden te gebruiken of te laten gebruiken op een dusdanige wijze dat dat de cultuurhistorische waarden worden ontsierd of in gevaar worden gebracht.
8.67.5 Aanleggen, werken en werkzaamhedenactiviteit 78.65.1 Verbod Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning op de als Waarde – Cultuurhistorie bedoelde gronden de volgende werken en werkzaamheden uit te voeren: a. het verven, verwijderen en wijzigen van verflagen, van gevels, ramen, deuren, luiken en/of sierdelen van hoofdgebouwen, voor zover deze werkzaamheden ingevolge het Besluit omgevingsrecht niet vergunningsvrij zijn; b. het wijzigen van gevels, ramen, deuren, luiken, sieronderdelen en/of dakbedekking van hoofdgebouwen;, voor zover daarvoor geen omgevingsvergunning voor het bouwen is vereist; c. het bepleisteren, het verwijderen en wijzigen van pleisterwerk van gevels van hoofdgebouwen; c.d. het plaatsen van schermen en daarmee vergelijkbare voorzieningen op balkons; d.e. het aanbrengen van afbeeldingen of tekens voor commerciële doeleinden; e.f. het aanleggen en/of verharden van wegen en paden; f.g. het wijzigen van weg- of straatprofielen en/of oppervlakteverhardingen; g.h. het graven en/of dempen van waterlopen of waterpartijen; h.i. het aanleggen van ondergrondse of bovengrondse energie-, transport- en/of telecommunicatieleidingen. 87.65.32 Uitzonderingen Een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel Het in artikel 87.65.1 opgenomen verbod is niet vereist indien:van a.
de werken of werkzaamheden kunnen worden uitgevoerd op basis van een reeds eerder verleende vergunning; b. de werken reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van in werking treden van het plan; c. de werken behoren tot het normale onderhoud en beheer van de gronden; d. het onderhoud en herstel van oeverbeschoeiingen; e. het onderhoud van bestaand houtgewas door snoeien en verwijderen van dood hout; f. werken en/of werkzaamheden, die strekken ter behoud of het herstel van de cultuurhistorische, landschappelijke of natuurlijke waarden. toepassing voor normale onderhoudswerkzaamheden noodzakelijk in verband met het beheer of de voltooiing van werken die op het tijdstip van terinzagelegging van het ontwerp van dit TAM-omgevingsplan reeds bestaan of in uitvoering zijn genomen, alsmede werken en/ of werkzaamheden die worden of mogen worden uitgevoerd krachtens een verleende of nog te verlenen vergunning. Hieronder wordt mede verstaan: het normale onderhoud, beheer en gebruik overeenkomstig de functie; het onderhoud en herstel van oeverbeschoeiingen; het onderhoud van bestaand houtgewas door snoeien en verwijderen van dood hout; werken en/of werkzaamheden, die strekken ter behoud of het herstel van de cultuurhistorische, landschappelijke of natuurlijke waarden.