05 Planregels
Tekst van het document
4.3
Nachtrust
Dassen zijn voornamelijk ’s nachts actief. Uitzondering hierop zijn de periode met korte nachten (voorjaar en vroege zomer); in deze periode verschijnen zijn ze tevens actief in de schemering. In de winter worden dassen pas actief na middernacht. Bij kou en sneeuw kunnen ze tot meerdere weken aan een stuk in de burcht verblijven.
4.4
Verbinding en dispersie
Dassen verplaatsen zich over vaste paden, wissels genoemd, welke ze generaties lang kunnen gebruiken. De wissels lopen vaak langs perceelranden of landschapselementen als sloten of bosschages. Net als de burchten zijn deze verbindingen verstoringsgevoelig. Rustige en veilige verbindingen tussen burcht en foerageergebied, en tussen verschillende populaties, zijn belangrijk voor het goed functioneren van het leefgebied.
Oppervlakte leefgebied
Voedselaanbod zorgt voornamelijk voor de omvang van het leefgebied dat een das nodig heeft. Bij een hoog voedselaanbod is een gebied van 30 tot 150 hectare voldoende, bij een suboptimaal voedselaanbod is het leefgebied meestal groter (150 tot 600 hectare). Territoriumgrenzen en het gebruik van bestaande burchten kunnen door de tijd variëren afhankelijk
7
5 Benodigde maatregelen Dassenplan Middengebied Sittard-Geleen
5
Benodigde maatregelen
In dit hoofdstuk worden op basis van de betekenis van plangebied voor das en de voorgenomen ontwikkelingen binnen het plangebied, te nemen maatregelen beschreven. De maatregelen zijn onderverdeeld in maatregelen ten behoeve van: Foerageergebied Oriëntatie en schuilplekken Versnippering en dispersie Verstoring
Binnen het plangebied is een strook van circa 2,5 hectare aanwezig. Hierbinnen zullen wadi’s en een park worden aangelegd. Door goede inrichting kan hier primair foerageergebied ontstaan. Daarnaast zal in het landschapspark ten zuiden van het plangebied ruimte zijn voor 6,5 hectare primair foerageergebied. De percelen binnen de compensatiegronden dienen gedeeltelijk te worden omgevormd tot bemest grasland. Hierbij gaat de voorkeur uit naar het inzaaien met een gras-klavermeng-
sel en beweiden door runderen of schapen. Daarnaast dienen op deze graslanden de volgende maatregelen worden genomen om de regenwormenstand te bevorderen: Beperken van het gebruik van pesticiden, stikstofmeststoffen en grondontsmettingsmiddelen Beperken van verlaging van de grondwaterstand Opbrengen van ruige stalmest Bloten van grasland. Bij voorkeur is ten alle tijden minimaal 50% van het totaal aan grasland lager dan 5 centimeter. Hoe lager het gras, hoe beter de regenwormen bereikbaar zijn.
Deze maatregelen zijn verwerkt in een inrichtingsplan. Hierbij worden gronden binnen en rond het plangebied ingezet. In dit hoofdstuk worden de maatregelen toegelicht.
5.1
Maatregelen met betrekking tot foerageergebied
Het voedselaanbod in het agrarisch gebied binnen het plangebied is wisselend, en de afgelopen jaren zijn er o.a. bieten, tarwe en gerst verbouwd op deze percelen. Grote delen van het jaar is er op de akkers weinig tot geen voedsel te vinden. Met name door het ontbreken van mais, wat een stapelvoedsel is in het najaar, zorgt voor een beperkte mate van geschiktheid van het plangebied. Op het plan rust een compensatieopgave van 6 ha ter vervanging van 12 hectare secundair foerageergebied dat verdwijnt. De compensatie kan zowel binnen het plangebied zelf als binnen het landschapspark ten zuiden van het plangebied worden uitgevoerd (Figuur 7).
Figuur 7: Nieuw primair foerageergebied voor de das
maandag 3 oktober 2022
8
5 Benodigde maatregelen Dassenplan Middengebied Sittard-Geleen
Daarnaast zijn er meerdere (fruit)boomgaarden voorzien in de toekomstige situatie (figuur 8). Het is van belang dat fruitbomen gekozen worden met soorten die zoveel mogelijk verspreid over het jaar rijpen en bij aanplant minimaal vijf jaar oud zijn. De volgende soorten genieten de voorkeur: Zoete kers (Prunus avium) Kweekpeer (Cydonia oblonga) Wilde peer (Pyrus pyraster) Gedomesticeerde appel (Malus spec.)
wordt aangeplant. De rijen dienen op ongeveer 1 meter tussenbeide te liggen. Rond de bestaande bosschages in het noorden van het plangebied ontbreekt een goed ontwikkelede mantel-zoom beplanting (Figuur 8). Door de bosranden aan te planten met vruchtdragende struiken, zoals hazelaar, wilde roos, lijsterbes, vogelkers en vlier, kan hier een grilligere bosrand gecreeerd worden. Dit bevorderd de gelaagdheid van de bosschages, en daarmee de biodiversiteit.
De totale compensatie komt met bovengenoemde maatregelen op 9 ha. Mede door de maatregelen ontstaat een jaarrond voedselaanbod en biedt deze oppervlakte daardoor minimaal primair foerageergebied omdat - in tegenstelling tot de huidige agrarische gronden- het nieuwe foerageergebied jaarrond in voedsel voorziet.
Boomgaarden die in het kader van het vergroten van voedselaanbod aangelegd worden, dienen toegankelijk gemaakt te worden gemaakt voor dassen. Niet passeerbare afrasteringen zijn niet toegestaan. Op advies worden er op meerdere plaatsen binnen het plangebied struweelhagen aangeplant (figuur 8). Dit voor zowel voedselaanbod, geleiding als tegengaan van verstoring. De struweelhagen die worden aangeplant binnen de compensatiegronden en rond de woningen worden de volgende soorten gebruikt: Lijsterbes (Sorbus aucuparia) Hazelaar (Corylus avellana) Éénstijlige Meidoorn (Crataegus monogyna) Tweestijlige Meidoorn (Crataegus laevigata) Sleedoorn (Prunus spinosa) Hondsroos (Rosa canina) Beuk (Fagus Sylvatica) Mispel (Mespilus germanica) Inlandse vogelkers (Prunus padus) De bovenstaande soorten dragen verspreid over het jaar vruchten, waardoor het voedselaanbod voor de das wordt verhoogd. Deze struweelhagen dienen 5 meter breed te zijn, waarbij in twee rijen, 1 plant per meter in driehoeksverband Figuur 8: Fruitgaarden (roze omlijnd), locaties waar struwelenhagen en aanplanten bosrand is voorzien (gele lijn)
maandag 3 oktober 2022
9
5 Benodigde maatregelen Dassenplan Middengebied Sittard-Geleen
5.2
Maatregelen met betrekking tot oriëntatie en schuilplekken
Binnen de huidige situatie zijn er geen tot weinig struwelen of taluds aanwezig binnen het plangebied. Hierdoor is de mogelijkheid voor de das om schuilplekken te creëren minimaal. Om het landschapspark te kunnen laten fungeren als stepping-stone, zijn er nieuwe mogelijkheden voor een das nodig om zich te kunnen vestigen. Maatregelen zijn hier nodig om dekking te creëren voor de das. Door een eiland van minimaal 20 bij 20 meter breed met houtige opstanden met ondergroei aan te planten op een kleine verhoging, geeft dit de das een kans tot verschuilen. Zoekgebied voor een dergelijke verblijfplaats is weergegeven op figuur 10. Naast het aanleggen van dergelijke schuilplaatsen binnen het landschapspark, wordt ook geadviseerd een schuilplaats aan te leggen in het park ten westen van het plangebied. Hierdoor wordt de verbinding me foerageergronden ten westen van het plangebied verbeterd.
Figuur 9: Voorbeeld houtwal das
In ieder geval de struwelen die worden aangeplant binnen het landschapspark worden geadviseerd als houtwal uit te voeren. Dit kan door de struwelen op een verhoging aan te planten, met greppels langs de randen. Hierdoor wordt hoogteverschil gecreëerd (figuur 9). Deze greppels zijn uitermate geschikt voor de das, zowel om door te verplaatsen als ook om pijpen in te graven (Chiatante et al., 2017).
Figuur 10: Zoekgebieden schuilplaats das (rood omlijnd)
maandag 3 oktober 2022
10
5 Benodigde maatregelen Dassenplan Middengebied Sittard-Geleen
5.3
Maatregelen met betrekking tot versnippering en dispersie
Door de aanleg van de ontsluitingsweg naar de Rijksweg Noord treed versnippering op en worden de dassen kwetsbaar voor verkeerbewegingen. De ontsluitingsweg zal worden ingericht als een 30 km/u weg, waarbij meerdere kruisingen met voet- en fietspaden aanwezig zijn. Door de aanleg van snelheidsremmende voorzieningen binnen de ontsluitingsweg wordt de kans op een aanrijding verminderd. Door de aan te planten haag tussen de bosschage in het noordwesten en landschapspark aan te laten sluiten op de snelheidsheuvels, wordt gestuurd om de das over te laten steken daar waar de snelheid het laagst is. Door de ontsluitingsweg niet verhoogd of verdiept in het landschap te leggen, zal een das deze sneller oversteken. De bijburcht in het noordoosten van het plangebied blijft bereikbaar via de bosschage in het noorden. De bosschages ten oosten van het plangebied zijn te bereiken via het spoor. Gezien de aanwezigheid van dassenpijpen in het talud bij de spoorweg, lijkt dit een belangrijke connectie te zijn. Indien er een hekwerk langs het spoor wordt geplaats hier, dienen er faunadoorgangen in het hekwerk aangebracht te worden of een ondergrondse passage. Mede hierdoor kunnen de dispersieroutes van de das binnen het plangebied en naar omliggende gebieden behouden blijven (figuur 11).
Figuur 11: Dispersieroutes van de das
Mede door het nemen van de maatregelen, zoals het aanleggen van de leidende struwelen en hagen en schuilplaatsen die dienen als stepping-stone, kan het landschapspark als een goede dispersieroute dienen tussen het Absbroekbos en gebieden ten noordwesten van de Westelijke Randweg. Deze smalle verbinding is van belang voor de das, daar dit een van de weinige groene, natuurlijke doorgangen tussen de steden Stein, Geleen en Sittard betreft.
maandag 3 oktober 2022
11
5 Benodigde maatregelen Dassenplan Middengebied Sittard-Geleen
5.4
Maatregelen met betrekking tot verstoring
De fietspaden dienen minimaal buiten een straal van 50 meter rond de huidige burchten te komen te liggen. Dit om eventuele verstoring gedurende de avonduren te voorkomen. Binnen een conceptplan lag er een fietspad in het noordwesten, welke aansluit op de Rijksweg Noord (figuur 12). Deze is op advies verplaats richting het noorden, om verstoring van de bosrand te minimaliseren. Daarnaast is op advies de bebouwing richting het zuiden verschoven, zodat de bosschage in het noordoosten in zijn geheel behouden blijft.
worden genomen om verstoring te voorkomen tijdens de uitvoer van de ruimtelijke ontwikkeling dienen opgenomen te worden in een ecologisch werkprotocol. Bij aantasting van pijpen of burchten dient een ontheffing te worden aangevraagd. Buiten de straal van 20 meter dient de aandacht vooral uit te gaan naar het bereikbaar blijven van foerageergebied door het functioneel houden van wissels.
Figuur 12: Verplaats fietspad en bebouwing in het noordwesten
Om verstoring van foerageergebieden en dispersieroutes te voorkomen en minimaliseren zullen er rond de woningen hagen en fruitboomgaarden worden aangeplant. Deze zullen worden aangeplant aan de rand van de wijk. Hierdoor zal licht en geluid uitschijnend op omliggende gronden worden geminimaliseerd. Daarnaast dient de straatverlichting zodanig ingericht te worden dat verlichting gericht en uitschijnend op het opgaand groen en toekomstig foerageergebied geminimaliseerd wordt. Het verlichtingsplan wordt opgesteld in overleg met een ter zaken kundige ecoloog. Hierdoor wordt verstoring door licht tot een minimum gehouden. De gebieden waarbinnen verlichting moet worden gemeden of tot een minimum moet worden gehouden staan aangegeven binnen figuur 13. Het Kennisdocument maakt onderscheid tussen werken binnen een straal van 20 meter en daarbuiten. Binnen een straal van 20 meter wordt bij voorkeur niet gewerkt. Als dit niet te vermijden is dienen strikte maatregelen genomen te worden om een effect op de pijp of burcht te voorkomen. Verder wordt een onderscheid gemaakt tussen activiteiten binnen een straal van 50 meter (activiteiten overdag) en binnen een straal van 200 meter (activiteiten ’s nachts). Maatregelen die Figuur 13: Gebied waarbinnen verlichting tot een minimum gehouden dient te worden (rood omlijnd).
maandag 3 oktober 2022
12
6 Conclusie Dassenplan Middengebied Sittard-Geleen
6
Conclusie
6.1
Maatregelen
Tabel 1: inrichtingsmaatregelen om de functionaliteit van het leefgebied van dassen te kunnen waarborgen Noodzaak
Maatregel
Door het nemen van maatregelen kunnen optredende negatieve effecten met betrekking tot de das gemitigeerd worden. De maatregelen in dit dassenplan bestaan enerzijds uit maatregelen die noodzakelijk zijn om de functionaliteit van het leefgebied in zijn geheel te borgen, anderzijds uit maatregelen die daar bovenop nog kunnen leiden tot een extra kwaliteitswinst. Met vaststellen van het dassenplan wordt voldaan aan wet-regelgeving.
Dassenburcht in bosje sparen
Binnen de inpassing zijn de bebouwing en fietspad verschoven zodat de bosschage met dassenburcht behouden blijft.
Compensatie secundair foerageergebied (verlies van 12 ha secundair)
Opwaarderen van 9 ha secundair foerageergebied naar primair foerageergebied.
Zorgen voor dekking
Aanleg van struwelen en hagen binnen plangebied en compensatiegebieden; creëren schuilplaatsen voor de das.
Tegengaan verkeersslachtoffers
Aanbrengen geleidend groen en snelheidsremmende maatregelen in de ontsluitingsweg.
Tegengaan verstoring dassenpijpen
Maatregelen opnemen binnen ecologisch werkprotocol.
6.2
Behouden rust rond de burchten
Verplaatsen fietspad in het noordwesten van het plangebied; verlichting mijden binnen toekomstige leefgebied; opstellen verlichtingsplan.
Ecologisch werkprotocol
Maatregelen die genomen dienen te worden tijdens de werkzaamheden (zoals fasering in tijd en ruimte en het voorkomen van verstoring van de dassenpijpen) worden opgenomen in een ecologisch werkprotocol.
maandag 3 oktober 2022
13
0 Bronnen Dassenplan Middengebied Sittard-Geleen
Bronnen Websites www.BIJ12.nl www.zoogdiervereniging.nl www.dasenboom.nl Literatuur: BIJ12 “Kennisdocument Das Meles meles” versie 1.0, juli 2017. Chiatante, G., Dondina, O., Lucchelli, M., Bani, L., & Meriggi, A. (2017). Habitat selection of European badger Meles meles in a highly fragmented forest landscape in northern Italy: the importance of hedgerows and agro-forestry systems. Hystrix, the Italian Journal of Mammalogy, 28(2), 247-252. Piza-Roca, Carme, et al. "European badger habitat requirements in the Netherlands–combining ecological niche models with neighourhood analysis." wildlife Biology 2018.1 (2018)
maandag 3 oktober 2022
14
0 Bronnen Dassenplan Middengebied Sittard-Geleen
Hoofdvestiging Boxtel Bosscheweg 107 5282 WV Boxtel T +31 (0)411 850 400 Vestiging Amsterdam Rhijnspoorplein 38 1018 TX Amsterdam T +31 (0)20 506 19 99 Vestiging Venlo Industriestraat 94 5931 PK Tegelen
www.bro.nl | info@bro.nl
maandag 3 oktober 2022
T +31 (0)77 373 06 01
15