CConstaterende datSittard-Geleen
Koppel je AI →
Document · PDF

05 Planregels

Raad 5 oktober 2023, gemeente Sittard-GeleenBij agendapunt: Bestemmingsplan Middengebied Noord en beeldkwaliteitplan (Geilen) (58)11.228 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Inhoudsopgave

Regels

3

Hoofdstuk 1

Inleidende regels

4

Artikel 1 Artikel 2

Begrippen Wijze van meten

4 11

Hoofdstuk 2

Bestemmingsregels

12

Artikel 3 Artikel 4 Artikel 5 Artikel 6

Groen Verkeer Woongebied Waarde - Archeologie

12 13 14 19

Hoofdstuk 3

Algemene regels

21

Artikel 7 Artikel 8 Artikel 9 Artikel 10 Artikel 11 Artikel 12

Anti-dubbeltelregel Algemene bouwregels Algemene gebruiksregels Algemene aanduidingsregels Algemene afwijkingsregels Overige regels

21 22 23 24 27 28

Hoofdstuk 4

Overgangs- en slotregels

29

Artikel 13 Artikel 14

Overgangsrecht Slotregel

29 30

2

Bestemmingsplan "Herziening Middengebied Noord" (ontwerp)

Regels

Bestemmingsplan "Herziening Middengebied Noord" (ontwerp)

3

Hoofdstuk 1 Artikel 1 1.1

Inleidende regels

Begrippen

Plan

het bestemmingsplan 'Herziening Middengebied-Noord' met identificatienummer NL.IMRO.1883.BPMiddengebiedNrd-ON01 van de gemeente Sittard-Geleen. 1.2

Aanduiding

een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden. 1.3

Aanduidingsgrens

grens van een aanduiding indien het een vlak betreft. 1.4

Aaneengebouwde woning

een woning die onderdeel uitmaakt van een rij van meer dan twee aaneengebouwde woningen, niet zijnde een gestapelde woning. 1.5

Aan huis gebonden bedrijf

een bedrijf, gericht op het beroepsmatig verlenen van diensten en zorg of het uitoefenen van (ambachtelijke) bedrijvigheid door middel van handwerk, dat door de bewoner(s) van een woning in of vanuit die woning of een bijbehorend bijgebouw, waarbij de woning in hoofdzaak de woonfunctie behoudt. 1.6

Aan huis gebonden beroep

een beroep of het beroepsmatig verlenen van diensten op administratief, zakelijk, maatschappelijk, juridisch, (para)medisch, therapeutisch, lichaamsverzorgend, ontwerptechnisch of kunstzinnig of hiermee gelijk te stellen gebied, dat door de bewoner(s) van een woning in of vanuit die woning of een bijbehorend bijgebouw, waarbij de woning in hoofdzaak de woonfunctie behoudt, een kapsalon hieronder begrepen. 1.7

Achtergevel

een van de weg afgekeerde gevel van een hoofdgebouw, die parallel of nagenoeg parallel loopt aan de voorgevel. 1.8

Bebouwing

één of meer gebouwen en/of bouwwerken geen gebouwen zijnde. 1.9

Bebouwingspercentage

een aangegeven percentage, dat de grootte aangeeft van het deel van een bouwperceel, dat ten hoogste mag worden bebouwd.

4

Bestemmingsplan "Herziening Middengebied Noord" (ontwerp)

1.10

Begane grond

een bouwlaag geen verdieping zijnde. 1.11

Bestemmingsgrens

de grens van een bestemmingsvlak. 1.12

Bestemmingsplan

de geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels en de daarbij behorende bijlage. 1.13

Bestemmingsvlak

een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming. 1.14

Blinde gevel

een gevel waarin geen kozijnopeningen zijn aangebracht. 1.15

Bouwen

het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk. 1.16

Bouwlaag

een gedeelte van een gebouw, dat door op gelijke of nagenoeg gelijke hoogte liggende vloeren of balklagen is begrensd, zulks met uitsluiting van onderbouw en zolder en met een maximale hoogte van 3,25 m, behoudens binnen de bestemming bijzondere doeleinden waarbinnen een maximale hoogte van 3,75 m is toegestaan. 1.17

Bouwperceel

een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten. 1.18

Bouwperceelgrens

de grens van een bouwperceel. 1.19

Bouwvlak

een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde zijn toegestaan. 1.20

Bouwwerk

een bouwkundige constructie van enige omvang die direct en duurzaam met de aarde is verbonden.

Bestemmingsplan "Herziening Middengebied Noord" (ontwerp)

5

1.21

Bijgebouw

een al dan niet aangebouwd, doch in ieder geval van de woning in visueel opzicht te onderscheiden gebouw, dat in bouwkundig en ruimtelijk opzicht ondergeschikt is aan de woning en dat ten dienste staat van het wonen in brede zin, zoals een berging, verblijf van dieren, garage, kas, werk- en hobbyruimte. 1.22

Carport

een bouwwerk, vrijstaand of aangebouwd aan een gebouw, ter vergroting van het woongenot, ondersteund door palen of kolommen, dat maximaal aan twee zijden gesloten is. Indien de carport wordt gebouwd tegen een gebouw op het aangrenzend perceel zijn er maximaal drie gesloten zijden toegestaan. 1.23

Detailhandel

het bedrijfsmatig te koop of te huur aanbieden, waaronder begrepen de uitstalling ter verkoop, ter verhuur, het verkopen, het verhuren en/of leveren van goederen aan personen die die goederen kopen resp. huren voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit. 1.24

Erf

Al dan niet bebouwd perceel of een gedeelte daarvan dat direct is gelegen bij een hoofdgebouw en dat in feitelijk opzicht is ingericht ten dienste van het gebruik van dat gebouw en het bestemmingsplan deze die inrichting niet verbiedt 1.25

Erfgrens

de grens van een erf. 1.26

Erfafscheiding

Afscheiding van het erf. 1.27

Erker

hoekige of ronde uitbouw aan de gevel. 1.28

Eerste bouwlaag

de bouwlaag op de begane grond. 1.29

Gebouw

elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt.

6

Bestemmingsplan "Herziening Middengebied Noord" (ontwerp)

1.30

Geluidwerende voorzieningen

maatregelen waarmee de maximale ontheffingswaarde uit de Wet geluidhinder voor de gevelgeluidbelasting kan worden bereikt. 1.31

Geschakelde woning

een woning, waarvan het hoofdgebouw door middel van een bijgebouw verbonden is aan een ander (hoofd)gebouw van een andere woning. 1.32

Gestapelde woning

een woning in een gebouw dat twee of meer geheel of gedeeltelijk boven elkaar gelegen woningen bevat. 1.33

Gevellijn

de op de verbeelding aangegeven lijn waar de voorgevel van een hoofdgebouw naar toe is gekeerd. 1.34

Grondgebonden woning

een woning die rechtstreeks toegankelijk is op het straatniveau. 1.35

Hogere grenswaarde

nieuwe, op basis van de Wet geluidhinder, door het bevoegd gezag vastgestelde grenswaarde voor de gevelgeluidbelasting indien de voorkeursgrenswaarde wordt overschreden. 1.36

Hoofdgebouw

een of meer panden, of een gedeelte daarvan, dat noodzakelijk is voor de verwezenlijking van de geldende of toekomstige bestemming van een perceel en, indien meer panden of bouwwerken op het perceel aanwezig zijn, gelet op die bestemming het belangrijkst is. 1.37

Huishouden

De bewoning van een woning door: een persoon; meerdere personen in de vorm van een samenlevingsverband, niet zijnde kamerverhuur. 1.38

Infiltratievoorziening

een voorziening waardoor regenwater kan infiltreren in de bodem. 1.39

Kamerverhuur

de bedrijfsmatige verhuur van onzelfstandige woonruimten binnen een bestaand (woon)gebouw niet bestemd voor recreatieve bewoning.

Bestemmingsplan "Herziening Middengebied Noord" (ontwerp)

7

1.40

Onderbouw

een gedeelte van een gebouw dat maximaal 1,50 m boven peil is gelegen en dat niet als bouwlaag wordt aangemerkt. 1.41

Ontsluitingswegen

Wegen die het gebied toegankelijk voor verkeer maken. 1.42

Overkapping

bouwwerk of bijgebouw in de vorm van een overdekte ruimte, al dan niet omsloten door maximaal drie wanden. 1.43

Pand

de kleinste bij de totstandkoming functioneel en bouwkundig-constructief zelfstandige eenheid die direct en duurzaam met de aarde is verbonden en betreedbaar en afsluitbaar is. 1.44

Peil

a. voor gebouwen, waarvan de hoofdtoegang onmiddellijk aan een weg grenst: de hoogte van die weg ter plaatse van de hoofdtoegang b. in andere gevallen: de gemiddelde hoogte van het aansluitende afgewerkte maaiveld. 1.45

Prostitutiebedrijf

een inrichting of instelling gericht op het tegen betaling doen plaatsvinden van seksuele omgang met prostituees op een naar buiten toe kenbare wijze, zoals een bordeel of escortservice. 1.46

Ruimtelijke kwaliteit

de aspecten die zorgdragen voor de leefbaarheid van de fysieke leefomgeving in de breedste zin van het woord o.a. cultureel erfgoed, architectuur, stedenbouw, landschap, natuur, beleving en identiteit. 1.47

Seks- en/of pornobedrijf

een inrichting of instelling gericht op het doen plaatsvinden van voorstellingen en/of vertoningen vanf erotische en/of pornografische aard dan wel voor detailhandel in seks en/of pornoartikelen, zoals een seksbioscoop, seksclub, seksautomaat of sekswinkel. 1.48

Stedenbouwkundig

van een vakgebied binnen de bouwkunde dat onderzoek doet naar wenselijke en mogelijke ontwikkelingen voor bestaande en nieuw in te richten gebouwde gebieden, inclusief de openbare ruimte. 1.49

Stedenbouwkundige kwaliteit

het door de omvang, de vorm en de situering van de bouwmassa's ter plaatse bepaald beeld in samenhang met de ter plaatse aanwezige beelden gevormd door de infrastructuur, de begroeiing en andere door de mens aangebrachte (kunstmatige) elementen.

8

Bestemmingsplan "Herziening Middengebied Noord" (ontwerp)

1.50

Straatmeubilair

de op of bij een weg behorende bouwwerken, zoals verkeerstekens, wegafbakeningen, bewegwijzeringen, verlichting, halteaanduidingen, parkeerregulerende constructies, (ondergrondse) afvalcontainers, brandkranen, informatie- en reclameconstructies, rijwielstandaarden, papier- en plantenbakken, zitbanken, communicatievoorzieningen, gedenktekens, speelvoorzieningen, abri's en andere, hiermee gelijk te stellen bouwwerken. 1.51

Twee-aaneen woning

Een woning die onderdeel uitmaakt van een blok van twee aaneengebouwde woningen, waarbij het hoofdgebouw aan een zijde op de zijdelingse perceelsgrens gebouwd mag worden. 1.52

Verdieping

een etage, niet zijnde de begane grondlaag. 1.53

Verharding

Verharding als gevolg waarvan neerslag niet of zeer beperkt in de bodem kan infiltreren. 1.54

Vloeroppervlakte

de oppervlakte van een ruimte of een groep van ruimten, gemeten op vloerniveau tussen de opgaande scheidingsconstructies die de betreffende ruimte(n) omhullen. 1.55

Voorgevel

de naar de weg gekeerde gevel van een gebouw of, indien het een gebouw betreft met meer dan één naar de weg gekeerde gevels, de gevel die kennelijk als zodanig moet worden aangemerkt. 1.56

(Voor)gevelrooilijn

De voorgevelrooilijn is de lijn waarop doorgaans de voorgevel van de woning is geplaatst. Ter plaatse van de aanduiding 'gevellijn' geldt deze lijn als voorgevelrooilijn. 1.57

Voorste bouwperceelsgrens

naar de openbare weg gekeerde bouwperceelsgrens. 1.58

Voorzieningen van openbaar nut

laadpalen, voorzieningen, zoals straatvoorzieningen voor afvalstoffen, transformatorhuisjes, schakelkasten, telefooncellen en wachthuisjes. 1.59

Vrijstaande woning

een woning waarvan het hoofdgebouw vrijstaat van andere hoofdgebouwen.

Bestemmingsplan "Herziening Middengebied Noord" (ontwerp)

9

1.60

Weg

een voor het openbaar rij- of ander verkeer bestemde weg of pad, daaronder begrepen de daarin gelegen bruggen en duikers, de tot de weg of pad behorende bermen en zijkanten, alsmede openbare parkeerplaatsen. 1.61

Wonen

bewonen van een woning uitsluitend bedoeld voor de huisvesting van één huishouden. 1.62

Woning

een (gedeelte van een) gebouw dat dient voor de huisvesting van één huishouden. 1.63

Woonmilieu

omstandigheden waarin wordt gewoond (ook wel woon- en leefklimaat). 1.64

Zijdelingse perceelsgrens

de grens tussen twee percelen, die voor- en achterzijde van een perceel verbindt. 1.65

Zolder

ruimte(n) in een gebouw die geheel is (zijn) afgedekt met schuine daken en die in functioneel opzicht deel uitmaakt (uitmaken) van de daaronder gelegen bouwlaag of bouwlagen. 1.66

Zorgwoning

Een geclusterde (zelfstandige of onzelfstandige) wooneenheid die minimaal voldoet aan de bouwtechnische eisen van een zorggeschikte woning zoals vermeld in Bijlage 1 Programma van Eisen BAT(checklist BAT) onder BAT3 (waaronder rolstoel toe- en doorgankelijk) en die wordt bewoond door één huishouden. Van dit huishouden ontvangt minimaal één persoon zorg vanuit de Zorgverzekeringswet, Wet Langdurige zorg, Wet maatschappelijke ondersteuning, Jeugdwet op het gebied van wonen met zorg. Zorg is 24/7 aanwezig of ten minste gegarandeerd. Gegarandeerd betekent in dit geval beschikbaar en bereikbaar.

10

Bestemmingsplan "Herziening Middengebied Noord" (ontwerp)

Artikel 2

Wijze van meten

Bij de toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten: 2.1

De goothoogte van een bouwwerk

Vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeiboord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel. 2.2

De inhoud van een bouwwerk

Tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidingsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen. 2.3

De bouwhoogte van een bouwwerk

Vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een overig bouwwerk met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes, en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen. 2.4

De lengte, breedte en diepte van een gebouw

Horizontaal tussen (de lijnen, getrokken door) de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van gemeenschappelijke scheidingsmuren). 2.5

De oppervlakte van een bouwwerk

Horizontaal tussen (de buitenste verticale projecties van) de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van gemeenschappelijke scheidingsmuren).

Bestemmingsplan "Herziening Middengebied Noord" (ontwerp)

11

Hoofdstuk 2 Artikel 3 3.1

Bestemmingsregels

Groen

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Groen' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. b. c. d.

groenvoorzieningen; verkeersdoeleinden in de vorm van fiets- en voetpaden en parkeervoorzieningen; ter plaatse van de aanduiding 'pad' het behoud van de landbouwweg; voorzieningen van openbaar nut waaronder begrepen (ondergrondse afvalcontainers) en informatiezuilen; e. infiltratievoorzieningen; f. speelvoorzieningen; g. straatmeubilair; h. water en voorzieningen ten behoeve van de waterhuishouding. 3.2

Bouwregels

Op en in deze gronden mag geen bebouwing worden opgericht, behoudens die bouwwerken welke qua aard en afmetingen bij deze bestemming passen. Voor gebouwen en overkappingen geldt dat de hoogte maximaal 3 meter mag bedragen en de oppervlakte maximaal 25 m2. Voor bouwwerken geen gebouwen zijnde mag de hoogte maximaal 8 m bedragen. 3.3

Nadere eisen

Burgemeester en Wethouders zijn bevoegd om nadere eisen te stellen: a. ten aanzien van de situering en afmetingen van andere bouwwerken, indien dit noodzakelijk is ter voorkoming van een onevenredige aantasting van de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden; b. ten behoeve van de ruimtelijke kwaliteit ter plaatse.

12

Bestemmingsplan "Herziening Middengebied Noord" (ontwerp)

Artikel 4 4.1

Verkeer

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Verkeer' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. verkeersdoeleinden en parkeervoorzieningen; b. groenvoorzieningen; c. voorzieningen van openbaar nut, waaronder begrepen (ondergrondse afvalcontainers) en informatiezuilen; d. kunstuitingen; e. water en voorzieningen te behoeve van de waterhuishouding; f. overige bijbehorende voorzieningen. 4.2

Bouwregels

Op deze gronden mogen uitsluitend bouwwerken worden gebouwd die wat betreft aard en afmetingen bij de bestemming passen met een maximum oppervlakte van 25 m2 en een maximum bouwhoogte: a. b. c. d. e.

van verlichting 9,00 m; van voorzieningen voor de verkeersgeleiding 10,00 m; van kunstuitingen 12,00 m; van overige bouwwerken, geen gebouw zijnde 2,00 m. van voorzieningen van openbaar nut 3,00 m.

Bestemmingsplan "Herziening Middengebied Noord" (ontwerp)

13

Artikel 5 5.1

Woongebied

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Woongebied' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. wonen, met dien verstande dat indien de aanduidingen 'minimum aantal wooneenheden' en 'maximum aantal wooneenheden' is opgenomen het aantal nieuwe woningen niet minder of meer mag bedragen dan het aangegeven aantal op de verbeelding. Binnen het plangebied mogen in totaal maximaal 235 woningen en maximaal 50 zorgwoningen worden gebouwd; met daaraan ondergeschikt: b. c. d. e. f. g. h. i.

erven; aan huis gebonden beroepen; parkeervoorzieningen; voorzieningen van openbaar nut; groenvoorzieningen, waaronder langzaam verkeersroutes en speelvoorzieningen; boven- en/of ondergrondse waterhuishoudkundige voorzieningen; ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - ontsluiting' tevens ontsluitingswegen. ter plaatse van de aanduiding 'veiligheidszone - calamiteitenweg' tevens een ontsluiting ten behoeve van een calamiteitenweg.

5.2

Bouwregels

5.2.1

Hoofdgebouwen

Voor het bouwen van hoofdgebouwen gelden de volgende regels: a. de volgende woningtypen mogen worden gebouwd: 1. vrijstaande grondgebonden woningen; 2. twee-aaneen gebouwde grondgebonden woningen; 3. aaneengebouwde grondgebonden woningen; 4. geschakelde grondgebonden woningen; 5. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van wonen - zorgwoningen' uitsluitend zorgwoningen. b. ter plaatse van de aanduiding 'wonen - 1' zijn uitsluitend aaneengebouwde grondgebonden woningen toegestaan. c. In afwijking van het bepaalde onder 5.2.1 onder b zijn andere woningtypen met een maximum van 30 % ten opzichte van het totaal aantal woningen binnen de aanduiding 'wonen - 1' toegestaan; d. ter plaatse van de aanduiding 'wonen - 2' zijn aaneengebouwde, geschakelde, vrijstaande en twee-aaneen gebouwde grondgebonden woningen toegestaan; e. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van wonen - zorgwoningen' zijn uitsluitend zorgwoningen toegestaan. f. De voorgevel van het hoofdgebouw dient, ter plaatse van de aanduiding 'wonen-1', te worden opgericht ter plaatse van de aanduiding 'gevellijn' of maximaal 3 meter achter die gevellijn en ter plaatse van de aanduiding 'wonen-2' minimaal 0 en maximaal 6 meter achter de voorste bouwperceelsgrens. g. de diepte van het hoofdgebouw bedraagt in de categorie: 1. vrijstaand: maximaal 15 meter; 2. twee-aaneen: maximaal 13 meter; 3.

aaneengebouwd: maximaal 13 meter; 4. geschakeld: maximaal 13 meter; met dien verstande dat de afstand van de achtergevel tot de achterste bouwperceelsgrens minimaal 5 m bedraagt.

14

Bestemmingsplan "Herziening Middengebied Noord" (ontwerp)

h. de afstand tot de zijdelingse bouwperceelsgrens: 1. bij vrijstaande woningen minimaal 3 meter aan beide zijden; 2. bij twee-aaneen gebouwde woningen minimaal 3 meter aan een zijde; i. de goot- en bouwhoogte van hoofdgebouwen bedraagt in de categorie: 1. woningen met een plat dak maximaal 11 meter bouwhoogte; 2. woningen met een kap met een maximale dakhelling van 15 graden maximaal 9 meter goothoogte en maximaal 12 meter bouwhoogte. 3. woningen met een kap maximaal 7 meter goothoogte en maximaal 12 meter bouwhoogte. j. 'specifieke vorm van wonen- zorgwoningen' dienen binnen het bouwvlak te worden gebouwd en moeten voldoen aan de volgende bepalingen: 1. De maximale bouwhoogte bedraagt 19,5 meter; 2. Het aantal 'specifieke vorm van wonen - zorgwoningen' bedraagt maximaal 50; 3. Ter plaatse van de aanduiding 'blinde gevel' de woningen worden voorzien van een blinde gevel. 5.2.2

Aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen

Aan- en uit- en bijgebouwen en overkappingen mogen worden gebouwd met inachtneming van de volgende bepalingen: a. goothoogte maximaal 3 m, met dien verstande dat bij het uitbouwen van/ aanbouwen aan een hoofdgebouw de goothoogte in elk geval ook net zo hoog mag zijn als de hoogte van de eerste bouwlaag + 25 cm; b. bouwhoogte maximaal 6 m, met dien verstande dat: 1. tot 1 m uit de bouwperceelsgrens de maximale bouwhoogte maximaal 4 m bedraagt, en: 2. tot 2 m uit de bouwperceelsgrens de maximale bouwhoogte maximaal 5 m bedraagt. c. minimaal 1 m achter (het verlengde) van de voorgevel van het hoofdgebouw, met dien verstande dat: 1. aanbouwen (zoals erkers) tot (het verlengde van) de voorgevel van het hoofdgebouw mogen worden gebouwd, mits: de bouwhoogte maximaal 3,2 m bedraagt; en de horizontale diepte maximaal 1,5 m bedraagt; 2. indien de erker voor de voorgevel wordt gebouwd geldt dat: de ligging voor de voorgevel maximaal 1,5 m bedraagt; en de ligging uit de voorste bouwperceelsgrens minimaal 2 m bedraagt; en de breedte niet groter is dan 2/3 van de breedte van de gevel van het hoofdgebouw; en de bouwhoogte maximaal 3,2 m bedraagt. d. gebouwd op het zij- en achtererf waarbij het zij- en achtererf voor niet meer dan 50% mag worden bebouwd en waarbij geldt dat het te bebouwen oppervlak van het zij- en achtererf : 1. dat kleiner of gelijk is dan 300 m2 maximaal 90 m2 mag zijn; 2.

dat groter is dan 300 m2 maximaal 90 m² plus 10% van het deel van het bouwperceel dat groter is dan 300 m², tot een maximum van 150 m². 5.2.3

Bouwwerken, geen gebouwen zijnde

a. de bouwhoogte van bouwwerken geen gebouwen zijnde bedraagt: 1. bij erfafscheidingen achter (het verlengde van) de voorgevelrooilijn van het hoofdgebouw maximaal 2 m en voor (het verlengde van) de voorgevelrooilijn van het hoofdgebouw maximaal 1 m. 2. bij overige bouwwerken geen gebouwen zijnde maximaal 3 m; b. het maximum te bebouwen oppervlakte van bouwwerken geen gebouwen zijnde bedraagt niet meer bedraagt dan 25 m²; c. reclame-uitingen bij een beroep aan huis en een bedrijf aan huis mogen uitsluitend aan de gevel worden geplaatst tot een oppervlakte van 0,5 m2 waarbij de hoogte maximaal 1,2 m bedraagt gemeten vanaf het maaiveld ter plaatse van de voorgevel. d. Nutsvoorzieningen mogen worden gebouwd, met dien verstande dat: 1. de oppervlakte niet meer bedraagt dan 25 m²;

Bestemmingsplan "Herziening Middengebied Noord" (ontwerp)

15

2. de bouwhoogte niet meer bedraagt dan 3 m. 5.2.4

Aanbrengen van verhardingen op het bouwperceel

Maximaal 50% van het onbebouwde gedeelte van het bouwperceel mag worden voorzien van verharding. 5.3

Nadere eisen

Burgemeester en wethouders kunnen nadere eisen stellen aan de afmeting en plaats van de bebouwing en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van wonen zorgwoningen': a. ter waarborging van de stedenbouwkundige kwaliteit en beeldkwaliteit van de naaste omgeving; b. ter waarborging van de veiligheid en rampenbestrijding; 5.4

Afwijken van de bouwregels

5.4.1

Afwijking aanbrenging verharding bouwperceel

Het bevoegd gezag kan middels een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in artikel 5.2.4 indien een voorziening is getroffen die het hemelwater op het bouwperceel opvangt en in de bodem infiltreert.

5.4.2

Afwijking aantal 'specifieke vorm van wonen- zorgwoningen'

Het bevoegd gezag kan middels een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in artikel 5.2.1 en het maximum aantal 'specifieke vorm van wonen - zorgwoningen' binnen de aanduiding 'specifieke vorm van wonen - zorgwoningen' verhogen tot 72 mits: a. b. c. d.

de behoefte aan de extra 'specifieke vorm van wonen - zorgwoningen' is aangetoond; de extra woningen vanuit ruimtelijk en stedenbouwkundig kwaliteitsoogpunt aanvaardbaar zijn; de extra woningen vanuit een milieukundig oogpunt aanvaardbaar zijn; de extra woningen geen onevenredige afbreuk veroorzaken op de verkeersafwikkeling en de parkeerbalans.

5.4.3

Afwijking blinde gevel

Het bevoegd gezag kan middels een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in artikel 5.2.1 onder j sub 3 indien er vanuit het oogpunt van externe veiligheid sprake is van een vergelijkbare maatregel als een blinde gevel.

5.4.4

Afwijking afstand tot bouwperceelsgrens

Het bevoegd gezag kan middels een omgevingsvergunning afwijken van de gevellijn en de minimale afstanden tot de erfgrenzen en bouwperceelgrenzen in artikel 5.2.1 onder sub f, g en h mits dit vanuit een ruimtelijk en stedenbouwkundige kwaliteitsoogpunt aanvaardbaar is.

5.4.5

Afwijking overkappingen tot verlengde van voorgevel

Het bevoegd gezag kan middels een omgevingsvergunning g afwijken van de minimale afstand van een overkapping van 1 meter tot de voorgevel uit artikel 5.2.2 onder c mits dit vanuit een ruimtelijk en stedenbouwkundige kwaliteitsoogpunt aanvaardbaar is.

16

Bestemmingsplan "Herziening Middengebied Noord" (ontwerp)

5.4.6

Afwijken bouwen buiten bouwvlak

Het bevoegd gezag kan middels een omgevingsvergunning afwijken van artikel 5.2.1 onder sub j en bouwen buiten het bouwvlak toestaan, mits dit vanuit een ruimtelijk en stedenbouwkundige kwaliteitsoogpunt aanvaardbaar is. 5.5

Specifieke gebruiksregels

5.5.1

Strijdig gebruik

Onder verboden gebruik wordt in ieder geval verstaan: a. het gebruik van bebouwing voor de uitoefening van een aan huis gebonden beroep of een aan huis gebonden bedrijf, anders dan toegestaan krachtens de regels van dit bestemmingsplan; b. het gebruik van (vrijstaande) bijgebouwen als zelfstandige woning en/of als afhankelijke woonruimte; c. kamerverhuur; d. parkeren op het bouwperceel voor de voorgevel van een woning voor zover er niet geparkeerd wordt voor de carport of de garage behorende bij een woning; e. het gebruik van zorgwoningen anders dan bepaald in artikel 1.66 5.6

Afwijken van de gebruiksregels

5.6.1

Afwijken zorgindicatie

Het bevoegd gezag kan middels een omgevingsvergunning afwijken van de zorgindicatie van de bewoners van de zorgwoningen zoals bedoeld in artikel 5.5.1 sub e ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van wonen - zorgwoningen' mits: a. regionale afstemming heeft plaatsgevonden. 5.6.2

Aan huis gebonden beroep

a. Het bevoegd gezag kan middels een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 5.5.1 onder a, voor de uitoefening van een aan huis gebonden beroep, mits: 1. de uitoefening van het aan huis gebonden beroep plaatsvindt: in een eengezinswoning of een tot deze woning behorend bijgebouw. 2. het ten behoeve van het aan huis gebonden beroep in gebruik te nemen bedrijfsvloeroppervlak niet meer bedraagt dan 30 m², met dien verstande dat de woonfunctie primair en in ruimtelijke zin gehandhaafd blijft; 3. het gebruik geen onevenredige afbreuk veroorzaakt op de verkeersafwikkeling en de parkeerbalans; 4. geen horeca en geen detailhandel plaatsvindt, uitgezonderd een beperkte verkoop ondergeschikt van de uitoefening van het aan huis gebonden beroep; 5. de aard en de activiteiten van het bedrijf niet leiden tot een onevenredige hinder voor het woonmilieu en een onevenredige afbreuk van het woon- en leefklimaat in de omgeving. 5.6.3

Aan huis gebonden bedrijf

a. Het bevoegd gezag kan middels een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 5.5.1 onder a, voor de uitoefening van een aan huis gebonden bedrijf, mits: 1. de uitoefening van het aan huis gebonden bedrijf plaatsvindt: in een eengezinswoning of een tot deze woning behorend bijgebouw. 2. het ten behoeve van het aan huis gebonden bedrijf in gebruik te nemen bedrijfsvloeroppervlak niet meer bedraagt dan 30 m², met dien verstande dat de woonfunctie primair en in ruimtelijke zin gehandhaafd blijft; 3. het aan huis gebonden bedrijf voorkomt in milieucategorie 1 of 2 in de 'Staat van bedrijfsactiviteiten aan huis gebonden bedrijven' of, voor wat betreft de aard en omvang van de

Bestemmingsplan "Herziening Middengebied Noord" (ontwerp)

17

milieuhinder die het veroorzaakt, gelijk gesteld kan worden aan een bedrijf behorende tot één van die milieucategorieën; 4. het gebruik geen onevenredige afbreuk veroorzaakt op de verkeersafwikkeling en de parkeerbalans; 5. geen horeca en geen detailhandel plaatsvindt, uitgezonderd een beperkte verkoop ondergeschikt aan de uitoefening van het aan huis gebonden bedrijf; 6. de aard en de activiteiten van het bedrijf niet leiden tot een onevenredige hinder voor het woonmilieu en een onevenredige afbreuk van het woon- en leefklimaat in de omgeving. 5.6.4

Parkeren vóór de voorgevel

Burgemeester en wethouders kunnen door middel van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 5.5.1 onder d mits: 1. het parkeren voor de voorgevel van de woning uit oogpunt van stedenbouwkundige kwaliteit aanvaardbaar is; 2. het parkeren niet anderszins gerealiseerd kan worden.

18

Bestemmingsplan "Herziening Middengebied Noord" (ontwerp)

Artikel 6 6.1

Waarde - Archeologie

Bestemmingsomschrijving

a. De gronden die op de verbeelding zijn aangewezen als 'Waarde - Archeologie' zijn tevens bestemd voor doeleinden ter bescherming van de archeologische waarden. b. Deze bestemming is primair ten opzichte van de overige aan deze gronden toegekende bestemmingen. 6.2

Bouwregels

a. Binnen deze bestemming mogen uitsluitend gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden gebouwd die voor archeologisch onderzoek noodzakelijk zijn. b. Op de in lid 6.1 genoemde gronden mogen geen bouwwerken worden gebouwd, met uitzondering van: 1. een bouwwerk dat zonder graafwerkzaamheden dieper dan 30 cm en zonder heiwerkzaamheden kan worden geplaatst; 2. een bouwwerk met een oppervlakte tot ten hoogste 500 m2, met dien verstande dat, indien graafwerkzaamheden plaatsvinden dieper dan 30 cm, burgemeester en wethouders de volgende voorwaarde kunnen verbinden aan de omgevingsvergunning: Het laten begeleiden van de bodemverstorende activiteit door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg die voldoet aan door het bevoegd gezag bij de omgevingsvergunning te stellen kwalificaties. 6.3

Afwijken van de bouwregels

a. Het bevoegd gezag kan door middel van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 6.2, sub a met in acht neming van de voor deze gronden geldende overige bouwregels. b. Afwijking als bedoeld in lid 6.3, sub a wordt verleend, indien: 1. op basis van archeologisch onderzoek is aangetoond dat de archeologische waarden niet onevenredig worden of kunnen worden geschaad; 2. op basis van archeologisch onderzoek is aangetoond dat archeologische waarden op de betrokken locatie niet aanwezig zijn; c. Afwijking als bedoeld in lid 6.3, sub a wordt voorts verleend, indien mede op basis van archeologisch onderzoek is aangetoond dat mogelijke schade kan worden voorkomen door aan de ontheffing voorwaarden te verbinden gericht op: 1. het treffen van technische maatregelen, waardoor archeologische resten in de bodem kunnen worden behouden; 2. het doen van opgravingen of; 3. het laten begeleiden van de bodemverstorende activiteit door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg die voldoet aan door burgemeester en wethouders bij de vergunning te stellen kwalificaties. 6.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden a.

Het is verboden op of in de gronden met de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie' zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren: 1. grondwerkzaamheden dieper dan 30 cm, waartoe worden gerekend het ophogen, afgraven, woelen, mengen, diepploegen, egaliseren en ontginnen van gronden, alsmede het vergraven, verruimen of dempen van sloten, vijvers en andere wateren en het aanleggen van drainage; 2. het verlagen van het waterpeil;

Bestemmingsplan "Herziening Middengebied Noord" (ontwerp)

19

3. het rooien van bos of boomgaard waarbij stobben worden verwijderd; 4. het aanleggen van ondergrondse transport-, energie- of telecommunicatieleidingen en daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur. b. Het verbod, als bedoeld in lid 6.4, sub a, is niet van toepassing indien: 1. mede op basis van archeologisch onderzoek is aangetoond dat de archeologische waarden niet onevenredig worden of kunnen worden geschaad; 2. mede op basis van archeologisch onderzoek is aangetoond dat archeologische waarden op de betrokken locatie niet aanwezig zijn; 3. de werken een oppervlakte hebben tot ten hoogte 500 m2 of smaller zijn dan 1 m1; 4. er reeds een verleende aanlegvergunning, ontgrondingvergunning of omgevingsvergunning is verleend; 5. de werken reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van in werking treden van het plan; 6. de werken behoren tot het normale onderhoud en beheer van de gronden; 7. de werken ten dienste van archeologisch onderzoek worden uitgevoerd. c. Voor zover mede op basis van archeologisch onderzoek bepaald is dat de in lid 6.4, sub a genoemde werken en werkzaamheden dan wel de directe of indirecte gevolgen van deze werken en werkzaamheden kunnen leiden tot een verstoring van archeologisch materiaal, kunnen aan de vergunning de volgende voorwaarden worden verbonden: 1.

de verplichting tot het treffen van technische maatregelen, waardoor archeologische resten in de bodem kunnen worden behouden; 2. de verplichting tot het doen van opgravingen of; 3. de verplichting de uitvoering van de bodemverstorende activiteit te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg die voldoet aan door burgemeester en wethouders bij de vergunning te stellen kwalificatie.

20

Bestemmingsplan "Herziening Middengebied Noord" (ontwerp)

Hoofdstuk 3 Artikel 7

Algemene regels

Anti-dubbeltelregel

Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.

Bestemmingsplan "Herziening Middengebied Noord" (ontwerp)

21

Artikel 8 8.1

Algemene bouwregels

Ondergeschikte bouwdelen

De in deze regels gegeven bepalingen omtrent plaatsing, afstanden en maten zijn niet van toepassing op gevel- en kroonlijsten, pilasters, plinten, stoeptreden, kozijnen, dorpels, dakgoten en overstekende daken, ventilatiekanalen, schoorstenen en soortgelijke bouwdelen.

22

Bestemmingsplan "Herziening Middengebied Noord" (ontwerp)

Artikel 9 9.1

Algemene gebruiksregels

Strijdig gebruik

Tot een gebruik in strijd met alle bestemmingen wordt in ieder geval begrepen: a. een gebruik van gronden als stort- en/of opslagplaats van grond en/of afval, met uitzondering van een zodanig gebruik voor het normale op de bestemming gerichte gebruik en onderhoud; b. een gebruik van gronden als stallings- en/of opslagplaats van één of meer aan het gebruik onttrokken machines, voer-, vaar- of vliegtuigen, met uitzondering van een zodanig gebruik voor het normale op de bestemming gerichte gebruik en onderhoud; c. een gebruik van gronden en bouwwerken voor een seksinrichting dan wel ten behoeve van prostitutie of een prostitutiebedrijf. 9.2

Voorwaardelijke verplichting gevelweringonderzoek

Van de bestemming 'Woongebied' kan uitsluitend gebruik worden gemaakt indien bij de omgevingsvergunning ten behoeve van de bouw van de woningen middels een gevelweringonderzoek is aangetoond dat de binnenwaarde voor de geluidgevoelige ruimten binnen de woningen niet meer dan 33 dB bedraagt. 9.3

Voorwaardelijke verplichting dassen

De werkzaamheden (bouw- en aanleg) binnen het plangebied kunnen uitsluitend plaatsvinden indien er voldaan wordt aan de voorwaarden genoemd in hoofdstuk 5 in het Dassenplan.

Bestemmingsplan "Herziening Middengebied Noord" (ontwerp)

23

Artikel 10 10.1

Algemene aanduidingsregels

Vrijwaringszone-spoor

10.1.1 Aanduidingsomschrijving Ter plaatse van de aanduiding 'vrijwaringszone-spoor' zijn de gronden, behalve voor de daar voorkomende bestemmingen, primair bestemd voor de bescherming van de veiligheid van het spoorwegverkeer. 10.1.2 Bouwregels In afwijking van het bepaalde bij de andere bestemmingen mogen, conform het bepaalde in artikelen 19 tot en met 23 van de Spoorwegwet, geen nieuwe bouwwerken worden gebouwd en mogen geen werken of werkzaamheden worden uitgevoerd in strijd met de Spoorwegwet, zonder ontheffing door of vanwege de Minister van Verkeer en Waterstaat. 10.1.3 Afwijken van de bouwregels a. Het bevoegd gezag kan middels een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 10.1.2 voor het bouwen overeenkomstig de andere bestemmingen, mits advies is verkregen van de beheerder van de spoorweg. b. Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 10.1.2 voor wat betreft het oprichten van: 1. bouwwerken toegestaan op de als zodanig weergegeven bouwpercelen; 2. bouwwerken, geen gebouw zijnde met een maximale bouwhoogte van 2 meter; 3. bebouwing ten behoeve van het beheer en onderhoud van het railverkeer binnen een afstand van 11 meter uit de buitenste spoorstaaf, mits dit vanuit het oogpunt van veiligheid verantwoord wordt geacht; 4.

het oprichten van bouwwerken, geen gebouw zijnde, waaronder lichtmasten, verwijsborden en seinpalen ten behoeve van het railverkeersbelang, met een maximale bouwhoogte van 10 meter; 5. een en ander indien het uitzicht in verband met het railverkeersbelang hierdoor niet wordt belemmerd en mits advies is verkregen van de beheerder van de spoorweg. 10.1.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden a. Vergunningplichtige werken en/of werkzaamheden Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning van het bevoegd gezag de volgende werken en/of werkzaamheden uit te voeren: 1. het ophogen van gronden; 2. het aanleggen van ondergrondse of bovengrondse transport-, energie- en/of communicatieleidingen en daarmee verband houdende constructies, installaties en apparatuur; 3. het aanbrengen of verwijderen van diepwortelende beplantingen, het bebossen en aanplanten van gronden. b. Uitzondering Het verbod als bedoeld onder a geldt niet voor het uitvoeren van: 1. andere werken die het normale onderhoud en beheer betreffen; 2. andere werken die in uitvoering zijn op het tijdstip van het van kracht worden van dit plan of uitgevoerd kunnen worden op grond van een voor dat tijdstip aangevraagde of verleende vergunning. c. Toelaatbaarheid De werken en/of werkzaamheden als bedoeld onder a zijn slechts toelaatbaar indien:

24

Bestemmingsplan "Herziening Middengebied Noord" (ontwerp)

1. door het uitvoeren van de werken en/of werkzaamheden dan wel door de daarvan direct of indirect te verwachten gevolgen geen blijvend onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de veiligheid van het spoorwegverkeer, danwel indien hieraan door het stellen van voorwaarden voldoende kan worden tegemoet gekomen; 2. vooraf advies is verkregen van de beheerder van de spoorweg. 10.2

Veiligheidszone - calamiteitenweg

10.2.1 Aanduidingsomschrijving De gronden ter plaatse van de aanduiding 'veiligheidszone - calamiteitenweg' zijn, behalve voor de daar voorkomende bestemmingen, primair bestemd voor een ontsluitingsweg voor calamiteiten. In afwijking van het bepaalde bij de andere bestemmingen zijn op de in dit lid bedoelde gronden geen nieuwe kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten toegestaan. 10.2.2 Bouwregels In afwijking van het bepaalde bij de andere bestemmingen mag op deze gronden geen nieuwe bebouwing worden gerealiseerd.

10.2.3 Voorwaardelijke verplichting calamiteitenweg Het gebruik van de in dit bestemmingsplan opgenomen bestemmingen is alleen toegestaan op voorwaarde dat de calamiteitenweg moet zijn verwezenlijkt voor bewoning van de eerste woning binnen de 100 meter van het spoor. 10.3

Overige zone - ontsluiting

10.3.1 Aanduidingsomschrijving De gronden ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - ontsluiting' zijn, behalve voor de daar voorkomende bestemmingen, mede bestemd voor ontsluitingswegen ten behoeve van de bestemming 'Woongebied'.

10.3.2 Nadere eisen Burgemeester en wethouders kunnen bij een omgevingsvergunning nadere eisen stellen in het kader van de verkeersveiligheid en de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden. 10.4

Overige zone - hoofdgroenstructuur

10.4.1 Aanduidingsomschrijving De gronden ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - hoofdgroenstructuur' zijn, behalve voor de daar voorkomende bestemmingen, mede bestemd voor de realisatie en instandhouding van groen en straatmeubilair. 10.5

Overige zone - leefgebied voor de das

10.5.1 Aanduidingsomschrijving De gronden ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - leefgebied voor de das' zijn, behalve voor de daar voorkomende bestemmingen, primair bestemd voor de bescherming van de das.

Bestemmingsplan "Herziening Middengebied Noord" (ontwerp)

25

10.5.2 Bouwregels In afwijking van het bepaalde bij de andere bestemmingen mag op deze gronden geen nieuwe bebouwing worden gerealiseerd.

10.5.3 Voorwaardelijke verplichting Het gebruik van de in dit bestemmingsplan opgenomen bestemmingen is alleen toegestaan op voorwaarde dat de leefgebied voor de das in stand wordt gelaten.

26

Bestemmingsplan "Herziening Middengebied Noord" (ontwerp)

Artikel 11 11.1

Algemene afwijkingsregels

Algemene afwijkingen

Het bevoegd gezag kan door middel van een omgevingsvergunning afwijken van: a. in het plan genoemde goothoogten, bouwhoogten, oppervlakte- en inhoudsmaten, percentages en afstandseisen, waarbij een overschrijding is toegestaan tot maximaal 10% van de goothoogten, bouwhoogten, oppervlakte- en inhoudsmaten, percentages en afstandseisen; b. de regels en toestaan dat bouwperceelsgrenzen worden overschreden, voorzover de afwijking van geringe aard is en ten aanzien van andere ondergeschikte punten wanneer dit met het oog op de praktische uitvoering gerechtvaardigd is, respectievelijk indien de aanpassing aan de terreingesteldheid dit noodzakelijk maakt. 11.2

Voorwaarden

Afwijking door middel van een omgevingsvergunning als bedoeld in 11.1 kan slechts worden verleend, mits: a. de belangen van de eigenaren en/of gebruikers van betrokken en nabijgelegen gronden niet onevenredig worden geschaad; b. het straat- en bebouwingsbeeld en de verkeersveiligheidsbelangen niet onevenredig worden geschaad.

Bestemmingsplan "Herziening Middengebied Noord" (ontwerp)

27

Artikel 12 12.1

Overige regels

Andere wettelijke bepalingen

Voor zover in deze regels wordt verwezen naar andere wettelijke regelingen, dienen deze regelingen te worden gelezen zoals deze luidden op het tijdstip van de ter inzage legging van het ontwerp-plan. 12.2

Parkeerregels

12.2.1 Parkeerregel bij bouwen en gebruikswijzigingen De in het plangebied aanwezige gronden mogen slechts worden bebouwd en/of in gebruik worden genomen en/of het gebruik van deze gronden mag enkel worden gewijzigd onder de voorwaarde dat voldoende parkeergelegenheid wordt gerealiseerd en/of in stand gehouden.

12.2.2 Voldoende parkeergelegenheid Er is sprake van voldoende parkeergelegenheid indien voldaan wordt aan het parkeer(normen)beleid van de Raad, getiteld 'Nota Parkeernormen Sittard-Geleen Parkeernormensystematiek', zoals vastgesteld op 15 maart 2012 en in werking getreden d.d. 9 mei 2012, met inbegrip van de daarin opgenomen ontheffingsmogelijkheden. Indien het parkeer(normen)beleid gedurende de planperiode wordt gewijzigd, is sprake van voldoende parkeergelegenheid wanneer aan dit gewijzigde beleid wordt voldaan. 12.3

Ondergronds bouwen

Het bepaalde in deze regels en op de verbeelding omtrent de situering, de horizontale diepte en de oppervlakte van bouwwerken, alsmede het bebouwingspercentage, is op overeenkomstige wijze van toepassing op ondergronds bouwen, met dien verstande dat de verticale diepte van ondergrondse bouwwerken niet meer dan 5 m. mag bedragen en onder de voorwaarde dat er vanuit de op de betreffende gronden van toepassing zijnde dubbelbestemming(en) geen belemmeringen zijn.

28

Bestemmingsplan "Herziening Middengebied Noord" (ontwerp)

Hoofdstuk 4 Artikel 13 13.1

Overgangs- en slotregels

Overgangsrecht

Overgangsrecht bouwwerken

1. Een bouwwerk, dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, danwel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot: a. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd; b. na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning voor het bouwen wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan. 2. Het bevoegd gezag kan eenmalig in afwijking van het bepaalde in het eerste lid een omgevingsvergunning verlenen voor het vergroten van de inhoud van het bouwwerk als bedoeld in het eerste lid met maximaal 10%. 3. Het bepaalde in het eerste lid is niet van toepassing op bouwwerken, die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan. 13.2

Overgangsrecht gebruik

1. Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet. 2. Het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, bedoeld in het bepaalde in eerste lid te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind. 3. Indien het gebruik, bedoeld in het bepaalde onder a, na het tijdstip van inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten. 4. Het bepaalde in het eerste lid is niet van toepassing op het gebruik, dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan. 13.3

Hardheidsclausule

Voor zover toepassing van het overgangsrecht gebruik leidt tot een onbillijkheid van overwegende aard voor een of meer natuurlijke personen, die op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan grond en opstallen gebruiken in strijd met het voordien geldende bestemmingsplan kan het college van burgemeester en wethouders ten behoeve van die persoon of personen van dat overgangsrecht afwijken.

Bestemmingsplan "Herziening Middengebied Noord" (ontwerp)

29

Artikel 14

Slotregel

Deze regels worden aangehaald als: Regels van het bestemmingsplan 'Herziening Middengebied Noord'.

30

Bestemmingsplan "Herziening Middengebied Noord" (ontwerp)

Bijlagen bij Regels

Bestemmingsplan "Herziening Middengebied Noord" (ontwerp)

3

Bijlage 1 Programma van Eisen BAT

4

Bestemmingsplan "Herziening Middengebied Noord" (ontwerp)

Bijlage 2 Staat van Bedrijfsactiviteiten

12

Bestemmingsplan "Herziening Middengebied Noord" (ontwerp)

Staat van bedrijfsactiviteiten

GROOTSTE AFSTAND

CATEGORIE

74 75 75 75 91 91 9111 92 92 921, 922 9251, 9252 93 93 9305

63, 69tm71, 73, 74, 77, 78, 80tm82 84 84 84 94 94 941, 942 59 59 591, 592, 601, 602 9101, 9102 93 96 9609

GEVAAR

74

63, 69tm71, 73, 74, 77, 78, 80tm82

GELUID

74

16 162902 17 58 581 1814 1814 182 52 52 5222 791 5229 64 53 531, 532 61 64, 65, 66 64, 65, 66 64, 65, 66 41, 68 41, 68 41, 68 62 62 62 72 72 722 63, 69tm71, 73, 74, 77, 78, 80tm82

STOF

14 141

-

AFSTANDEN IN METERS

GEUR

18 182 20 20 205 21 22 221 2223 2225 223 63 63 6322, 6323 633 634 64 64 641 642 65, 66, 67 65, 66, 67 65, 66, 67 70 70 70 72 72 72 73 73 732

OMSCHRIJVING

SBI-2008

VERVAARDIGING VAN KLEDING; BEREIDEN EN VERVEN VAN BONT Vervaardiging van kleding en -toebehoren (excl. van leer)

10

10

30

10

30

2

HOUTINDUSTRIE EN VERVAARDIGING ARTIKELEN VAN HOUT, RIET, KURK E.D. Kurkwaren-, riet- en vlechtwerkfabrieken

10

10

30

0

30

2

0 0 30 0

0 0 0 0

10 10 30 10

0 0 10 0

10 10 30 D 10

1 1 2 1

0 0 0

0 0 0

10 10 10

0 0 0

10 10 10 D

1 1 1

0 0

0 0

30 C 10 C

0 0

30 10

2 1

0

0

10 C

0

10

1

0

0

10

0

10

1

0

0

10

0

10

1

0

0

10

0

10

1

nummer

SBI-1993

-

UITGEVERIJEN, DRUKKERIJEN EN REPRODUKTIE VAN OPGENOMEN MEDIA Uitgeverijen (kantoren) Grafische afwerking A Overige grafische aktiviteiten Reproduktiebedrijven opgenomen media - DIENSTVERLENING T.B.V. HET VERVOER Overige dienstverlening t.b.v. vervoer (kantoren) Reisorganisaties Expediteurs, cargadoors (kantoren) - POST EN TELECOMMUNICATIE Post- en koeriersdiensten A Telecommunicatiebedrijven - FINANCIELE INSTELLINGEN EN VERZEKERINGSWEZEN A Banken, verzekeringsbedrijven, beurzen - VERHUUR VAN EN HANDEL IN ONROEREND GOED A Verhuur van en handel in onroerend goed - COMPUTERSERVICE- EN INFORMATIETECHNOLOGIE A Computerservice- en informatietechnologie-bureau's e.d. - SPEUR- EN ONTWIKKELINGSWERK Maatschappij- en geesteswetenschappelijk onderzoek -

OVERIGE ZAKELIJKE DIENSTVERLENING

A A -

Overige zakelijke dienstverlening: kantoren

0

0

10

0

10 D

1

OPENBAAR BESTUUR, OVERHEIDSDIENSTEN, SOCIALE VERZEKERINGEN Openbaar bestuur (kantoren e.d.)

0

0

10

0

10

1

DIVERSE ORGANISATIES Bedrijfs- en werknemersorganisaties (kantoren)

0

0

10

0

10

1

CULTUUR, SPORT EN RECREATIE Studio's (film, TV, radio, geluid) Bibliotheken, musea, ateliers, e.d.

0 0

0 0

30 C 10

10 0

30 10

2 1

0

0

10 C

0

10 D

1

-

- OVERIGE DIENSTVERLENING B Persoonlijke dienstverlening n.e.g.

Bijlage 3 Dassenplan

14

Bestemmingsplan "Herziening Middengebied Noord" (ontwerp)

Dassenplan Middengebied Sittard-Geleen

colofon

titel rapport Dassenplan Middengebied Sittard-Geleen datum 3 oktober 2022 projectnummer P01650 opdrachtgever Gemeente Sittard-Geleen BRO projectleider RO opgesteld door RdM, MvdS bron Kaft RdM

BRO Bosscheweg 107 5282 WV Boxtel T +31 (0)411 850 400 E info@bro.nl www.bro.nl

Inhoudsopgave 1

Inleiding

3

2

Planbeschrijving 2.1 Huidige situatie 2.2 Voorgenomen ontwikkeling

3 3 3

3

Waarde plangebied 3.1 Functies das 3.2 Effectenbeoordeling

5 5 5

4

Leefwijze das 4.1 Voedsel 4.2 Oppervlakte leefgebied 4.3 Nachtrust 4.4 Verbinding en dispersie

7 7 7 7 7

5

Benodigde maatregelen 5.1 Maatregelen met betrekking tot foerageergebied 5.2 Maatregelen met betrekking tot oriëntatie en schuilplekken 5.3 Maatregelen met betrekking tot versnippering en dispersie 5.4 Maatregelen met betrekking tot verstoring

8 8 10 11 12

6

Conclusie 6.1 Maatregelen 6.2 Ecologisch werkprotocol

13 13 13

Bronnen

maandag 3 oktober 2022

14

2

1 Inleiding Dassenplan Middengebied Sittard-Geleen

1

Inleiding

2

Planbeschrijving

In het gebied tussen Sittard en Geleen wordt een nieuwe woonwijk ontwikkeld, onder de naam ‘Middengebied Deelplan-C ’. Ten behoeve van de bestemmingsplanwijziging zijn er in 2021 meerdere veldbezoek uitgevoerd door BRO om het gebruik van het plangebied door de das in kaart te brengen. Uit deze bezoeken is gebleken dat de das gebruikt maakt van het plangebied en zijn er binnen en in de directe omgeving van het plangebied meerdere sporen van de das aangetroffen. Hieruit kan worden opgemaakt dat het plangebied functionaliteit biedt voor de das. Met de voorgenomen ontwikkelingen zal het plangebied deze functionaliteit deels verliezen. Om dit verlies te compenseren zullen er gronden binnen en in de directe omgeving van plangebied worden ingericht om dit verlies aan functionaliteit te compenseren. De maatregelen die worden genomen om functionaliteit binnen de toekomstige situatie te garanderen zijn vastgelegd binnen dit dassenplan.

Het ‘Middengebied’ is, zoals de naam suggereert, gelegen te midden van de kernen Geleen en Sittard. De planlocatie is gelegen aan de Middenweg (N276) en Rijksweg Noord in Geleen, in de gemeente Sittard-Geleen.

Binnen dit dassenplan worden volgende punten nader uitgewerkt: Hoe wordt foerageergebied behouden en gecompenseerd? Hoe wordt rust behouden (zonering van activiteiten)? Hoe wordt versnippering van het leefgebied voorkomen? Hoe worden dispersieroutes behouden?

Binnen het plangebied wordt middels onderhavig bestemmingsplan de realisatie van 230 reguliere woningen en 50 zorgwoningen mogelijk gemaakt. De 230 reguliere woningen hebben verschillende typologieën. Daarnaast zal aan de oostzijde van het plangebied 50 zorgwoningen worden gerealiseerd.

2.1

Huidige situatie

In de huidige situatie bestaat het plangebied voornamelijk uit agrarische velden, welke gemengd gebruikt worden, en enkele bosschages. Tevens zijn er enkele wandelpaden te vinden binnen het plangebied. Op de noordgrens van het plangebied ligt een talud, welke afloopt naar de lagergelegen N276. Het oosten van het plangebied ligt tegen het spoortraject Sittard – Geleen oost, welke teven lager in het landschap ligt. Ten zuiden van het plangebied ligt een nog in te richt landschapspark en wijk Oud-Geleen.

2.2

Voorgenomen ontwikkeling

Ingegeven door de lay-out van het plan zijn twee onderscheidende woonmilieus gedefinieerd, ‘Wonen aan het lint’ en ‘Wonen achter het lint’. Het ‘Wonen aan het lint’ kan worden gekarakteriseerd als een organisch gegroeide, ‘stenige’ dorpsstraat met een aaneenschakeling van individueel herkenbare panden hier en daar afgewisseld met een representant van een poort- of hofboerderij, die binnen het woonmilieu als een onderscheidend milieu wordt gedefinieerd. Om dit

maandag 3 oktober 2022

Figuur 1: Locatie van het plangebied (rood omlijnd)

woonmilieu overtuigend neer te zetten is een concentratie van geschakelde woningen langs het lint onontkoombaar. Het ‘Wonen achter het lint’ kan worden gekarakteriseerd als een naoorlogse uitbreidingswijk met een divers bebouwingsbeeld en een grote samenhang tussen de openbare ruimte, het groen van de tuinen en de bebouwing. Een aantal specifieke en geografische aspecten van de lay-out van het plan zijn aanleiding om binnen dit woonmilieu aanvullend een tweetal onderscheidende milieus te definiëren, te weten: ‘Wonen aan de Graft’ en ‘Wonen aan het Park’.

3

2 Planbeschrijving Dassenplan Middengebied Sittard-Geleen

Het plan omvat maximaal 230 woningen, de zorgwoningen niet meegerekend. Qua type onderverdeeld in: rijwoningen, 2/1-kapwoningen en vrijstaande woningen, waarvan een nog nader te bepalen gedeelte projectmatig zal worden ontwikkeld en het resterende deel als bouwkavel zal worden vrijgegeven aan de individuele vrije sector. Alle vrijstaande woningen, 2/1-kapwoningen en hoekwoningen kunnen levensloopbestendig - dat wil zeggen met het volledige programma op de begane grond - uitgevoerd worden. Voor de tussenwoningen, ook smallere beukmaten, geldt dat deze voldoen aan de eisen die gesteld worden aan semi-levensloopbestendig.

In de zone parallel aan de Rijksweg Noord voorziet het vigerend bestemmingsplan in de ontwikkeling van 50 zorgwoningen. Omdat de programmatische invulling hiervan in dit stadium van de planvorming nog niet is vastgelegd, worden over de uitwerking hiervan in het kader van de stedenbouwkundige opzet op hoofdlijnen geen uitspraken gedaan.

Om de belevingswaarde van het nieuwe dorp nog verder te differentiëren zijn verschillende plekken aangemerkt waar bijzondere aandacht wordt gevraagd voor de uitwerking van de architectuur van de gebouwen. Deze plekken zijn een onderdeel van het totale ensemble en benadrukken de hiërarchie in het dorp. De betreffende gebouwen staan in een zichtlijn of op markante hoeken van straten en zijn daarmee bepalend voor de beleving van de openbare ruimte. Om die reden moet deze bouwsels nadrukkelijk worden uitgewerkt, als blikvanger, markering of accent, bijvoorbeeld door aan de bebouwing bijzondere architectonische elementen toegevoegd. Te denken valt aan een markante kapvorm, afwijkend materiaalgebruik, overhoekse elementen als een erker of een bijzonder opvallende schoorsteen. Er is een geleidelijke overgang van het dorp met het omliggend landschap gecreëerd. Voor de differentiatie van het programma brengt dit met zich mee dat de relatief kleinere woningtypen (rijwoningen) zijn geconcentreerd in het hart van het dorp en relatief grotere woningen (twee-onder-een kap, en vrijstaande woningen) in de randen van het dorp.

Figuur 2: Toekomstige inpassing plangebied

maandag 3 oktober 2022

4

3 Waarde plangebied Dassenplan Middengebied Sittard-Geleen

3

Waarde plangebied

3.1

Functies das

Binnen en in de directe omgeving van het plangebied zijn meerdere sporen aangetroffen die duiden op de aanwezigheid van das (figuur 3, 4 en 5). Zowel in het westen van het plangebied als in het noordoosten zijn bijburchten met actieve pijpen aangetroffen. Tevens zijn er graafsporen, latrines en wissels aangetroffen. De NDFF geef daarnaast meerdere waarnemingen van de das binnen het Absbroekbos, direct ten oosten van het spoor, en binnen het Watersley complex. Hoewel niet vastgesteld, kan redelijkerwijs worde aangenomen dat binnen deze gebied een hoofdburcht aanwezig is.

Figuur 3: Bijburcht binnen bosschage in het westen van het plangebied

Figuur 4: Uitwerpselen van das nabij de bijburcht in het noordoosten van het plangebied.

Het plangebied zelf betreft secundair foerageergebied. De gronden zijn door de jaren heen in gemengd gebruik geweest. Hierdoor is het uitgesloten dat de percelen een grote regenwormenstand hebben kunnen opbouwen, waardoor ze niet als zeer geschikt habitat kunnen worden aangemerkt. In 2021 zijn o.a. bieten, tarwe en gerst verbouwd op de percelen.

3.2

Effectenbeoordeling

De burchten welke binnen en rond het plangebied aanwezig zijn blijven allen behouden. Ook worden er binnen 20 meter van de burchten geen werkzaamheden uitgevoerd. Door werkzaamheden binnen 200 meter aangepast uit te voeren kunnen negatieve effecten op voorhand worden voorkomen. Deze maatregelen dienen in een ecologisch werkprotocol te worden verwerkt.

Figuur 5: Sporen das ten opzichte van plangebied

maandag 3 oktober 2022

5

3 Waarde plangebied Dassenplan Middengebied Sittard-Geleen

Met de voorgenomen ontwikkelingen gaat er foerageergebied van de das verloren. Het gaat hierbij om agrarische percelen van wisselend gebruik en dus secundair foerageergebied. In totaal gaat er met de voorgenomen ontwikkelingen 12 ha aan secundair foerageergebied verloren (figuur 6). Op grond van het Kennisdocument Das kan secundair foerageergebied gecompenseerd worden door 50% van het verloren oppervlakte te compenseren als primair foerageergebied. Bij deze ontwikkeling ligt hier een compensatieopgave van 6 ha. De dassen maken momenteel gebruik van delen van het plangebied om te migreren. Door de aanleg van de weg en woonwijk kunnen deelgebieden versnipperen. Middels een goede inrichting kunnen de dassen veilig tussen de verschillende delen van hun leefgebied migreren en is een overtreding niet aan de orde.

Figuur 6: Situatie van foerageergebied van de das binnen het plangebied

maandag 3 oktober 2022

6

4 Leefwijze das Dassenplan Middengebied Sittard-Geleen

4

Leefwijze das

Dassen zijn territoriale dieren en leven in clans. Deze clans verschillen in grootte, van twee tot twaalf (of meer) dieren. Het aantal dieren is sterk afhankelijk van het voedselaanbod binnen het territorium. Niet alle delen van het leefgebied zijn even essentieel voor de das. De functionele leefomgeving van een burcht moet het volgende bieden: Voldoende rust en dekking op de burcht, Jaarrond een voldoende en een gevarieerd voedselaanbod op bereikbare afstand van de burcht, Oriëntatiemogelijkheden en schuilplekken, bijvoorbeeld in de vorm van houtsingels en hagen, Geen verstoring of versnippering van het territorium door wegen, kanalen en dergelijke, Geen verstoring door honden of recreatie (bijvoorbeeld mountainbikes of crossmotoren), Uitwisselingsmogelijkheden met nabijgelegen dassenpopulaties. Dassen leven in gebieden met verschillende biotooptypen, die veelal in dichte nabijheid van elkaar liggen. De voorkeur gaat hierbij uit naar kleinschalige akker- en weidelandschappen met voldoende bosjes, houtsingels, singels en heggen die voor beschutting, dekking en vestingsmogelijkheden zorgen. Voor vestiging van burchten en bijburchten is het daarnaast van belang dat de bodem goed vergraafbaar is (Kennisdocument Das, BIJ12).

4.1

Voedsel

Regenwormen vormen in een groot deel van hun verspreidingsgebied het voornaamste voedsel van de das. De hoogste dichtheid aan regenwormen in de grond zijn aanwezig in bemest grasland. Bemest grasland is met name geschikt voor de das bij intensief begraasde weilanden met kort gras

maandag 3 oktober 2022

(idealiter maximaal 5 cm). Er wordt bemest met ruige stalmest, en er worden geen pesticiden toegepast. Met name bij oude graslanden is de hoeveelheid regenwormen hoog. Dergelijk foerageergebied wordt als primair foerageergebied geclassificeerd. Daarnaast eten dassen wat voorhanden is. Bosvruchten, valfruit, noten, eikels, granen (mais en tarwe), paddenstoelen, jonge zoogdieren (muizen, egels, mollen, ratten, hazen, konijnen en eekhoorns) slakken, larven en insecten behoren tot voedselbronnen (BIJ12 Kennisdocument Das). Met name mais kan een belangrijke aanvulling zijn in het dieet van dassen. Maiskolven zijn in de maanden augustus en september beschikbaar. Dit mais zorgt voor een eenvoudige manier om vetreserves voor de winterperiode aan te leggen. Dergelijk foerageergebied waar voedsel in lagere dichtheden te vinden is, of maar in bepaalde delen van het jaar, wordt geclassificeerd als secundair foerageergebied. Hieronder vallen o.a. akkers en ruigten. Variatie in de leefomgeving is van groot belang omdat niet alle delen het hele jaar geschikt zijn om voedsel in te zoeken; percelen met maisteelt en boomgaarden zijn met name in het najaar van belang. Bos en variatie in terrein zijn de elementen met het meest positieve effect op de das (Piza-Roca et al., 2018)

4.2

van het voedselaanbod. Het foerageergebied ligt tot ongeveer 1,5 tot 12 kilometer van de burcht. Dassen zijn territoriaal en blijven het gehele jaar binnen hun territorium.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=SittardGeleen&id=843ebeae-c0d2-43e0-bc60-6efe777931da