03 Was-wordt Financiële Verordening Gemeente Sittard-Geleen 2023
Tekst van het document
Artikel 22. Financiering De paragraaf financiering bevat informatie over de ontwikkelingen en resultaten met betrekking tot de treasury functie. Dit houdt in het optimaal verkrijgen, inzetten en beheersen van financieringsmiddelen. In deze paragraaf in de begroting en de jaarstukken neemt het college in ieder geval op: a. de beleidsvoornemens ten aanzien van het risicobeheer van de financieringsportefeuille; b. inzicht in de rentelasten, het renteresultaat en de wijze waarop rente aan investeringen, grondexploitaties en taakvelden wordt toegerekend en de financieringsbehoefte, op grond van artikel 13 van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten.
Artikel 19. Weerstandsvermogen & risicobeheersing
Artikel 23. Weerstandsvermogen & risicobeheersing 1. De paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing bevat informatie over hoe de gemeente Sittard-Geleen de schadelijke gevolgen voor het bestaande beleid door (financiële) risico’s wil beheersen. Weerstandsvermogen is een maatstaf om te beoordelen hoe risico’s kunnen worden opgevangen zonder dat de continuïteit in gevaar komt. De kaders hiervoor worden vastgelegd in de nota weerstandsvermogen en risicobeheersing. In deze nota worden ook de financiële kengetallen genormeerd en toegelicht. Deze kadernota wordt iedere 4 jaar herzien en vastgesteld door de raad.
1. In de paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing bij de begroting en de jaarstukken neemt het college op grond van artikel 11 van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten in ieder geval op: a. b. c. d.
een inventarisatie van de weerstandscapaciteit; een inventarisatie van de risico's; het beleid omtrent de weerstandscapaciteit en de risico's; een kengetal voor de: ▪ netto schuldquote; ▪ netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen; ▪ solvabiliteitsratio; ▪ grondexploitatie; ▪ structurele exploitatieruimte; en ▪ belastingcapaciteit
e. een beoordeling van de onderlinge verhouding tussen de kengetallen in relatie tot de financiële positie. 2. Het college biedt de raad tenminste eens in de 4 jaar een geactualiseerde kadernota weerstandsvermogen en risicobeheersing aan. Deze nota heeft tot doel vorm te geven aan het beleidskader en
2. In de paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing bij de begroting en de jaarstukken neemt het college, op grond van artikel 11 van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten, in ieder geval op: f. a. b. c.
een inventarisatie van de weerstandscapaciteit; een inventarisatie van de risico's; het beleid omtrent de weerstandscapaciteit en de risico's; een kengetal voor de: ▪ netto schuldquote; ▪ netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen; ▪ solvabiliteitsratio; ▪ grondexploitatie; ▪ dekkingsgraad van het risicoprofiel; ▪ structurele exploitatieruimte; en ▪ belastingcapaciteit
d. een beoordeling van de onderlinge verhouding tussen de kengetallen in relatie tot de financiële positie.
geeft uitgangspunten voor: a. het (verder) invullen van het (wettelijk) kader rond het weerstandsvermogen en daarmee het verkrijgen van kaderstelling; b. de methodiek en uitgangspunten ten aanzien van de weerstandscapaciteit, het weerstandsvermogen en normering hiervan; c. de opbouw en informatie met betrekking tot de paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing binnen de begroting en jaarrekening.
Artikel 20. Onderhoud kapitaalgoederen 1. Bij de begroting en de jaarstukken neemt het college in de paragraaf onderhoud kapitaalgoederen naast de verplichte onderdelen op grond van artikel 12 van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten in ieder geval op: a. de voortgang van het geplande onderhoud; b. de omvang van het achterstallig onderhoud en hoe dit in te lopen. c. Bij de begroting wordt elk beheersplan geactualiseerd middels een (jaarlijkse) evaluatie.
2. Het college biedt de raad tenminste eens in de 4 jaar een geactualiseerd onderhoudsplan openbare ruimte aan. Het plan geeft het kader weer voor het beoogde onderhoudsniveau, de planning van het onderhoud en de kosten van het onderhoud voor het openbaar groen, water, wegen, kunstwerken en straatmeubilair. De raad stelt het integraal onderhoudsplan vast. 3. Het college biedt de raad tenminste eens in 6 jaar een beleidsplan Stedelijk Watermanagement/Gemeentelijk Rioleringsplan aan. In het plan is de gezamenlijke visie op het afvalwaterbeheer in de regio opgenomen. Uitgangspunt is dat voldaan wordt aan de wettelijke planverplichting uit de Wet Milieubeheer. De raad stelt het plan vast. 4. Het college biedt de raad tenminste eens in de 4 jaar een onderhoudsplan gebouwen aan. Het plan bevat voorstellen voor het te plegen onderhoud en de bijbehorende kosten aan de gemeentelijke gebouwen. De raad stelt het plan vast.
Artikel 21. Bedrijfsvoering In de paragraaf bedrijfsvoering bij de begroting en de jaarstukken neemt het college de verplichte onderdelen op grond van artikel 14 van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten op. Dit wordt aangevuld met een passage over de klantgerichtheid van de bedrijfsvoering. Ten behoeve van de rechtmatigheidsverantwoording van het college (m.i.v. boekjaar 2021) zal, passend binnen de wet en regelgeving van de accountantscontrole, in de paragraaf bedrijfsvoering een toelichting worden gegeven op de ontwikkelingen binnen het “interne risico- en beheersingssysteem”.
Artikel 24. Onderhoud kapitaalgoederen 1. De paragraaf onderhoud kapitaalgoederen geeft toelichting aan het beheer en onderhoud van openbare ruimte, gebouwen, havens en interne bedrijfsmiddelen. In deze paragraaf in de begroting en de jaarstukken neemt het college, naast de verplichte onderdelen op grond van artikel 12 van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten, in ieder geval op: a. de voortgang van het geplande onderhoud; b. de omvang van het achterstallig onderhoud en hoe dit in te lopen. c. Bij de begroting wordt elk beheersplan geactualiseerd middels een (jaarlijkse) evaluatie.
2. Het college biedt de raad tenminste eens in de 4 jaar een geactualiseerd onderhoudsplan openbare ruimte aan. Het plan geeft het kader weer voor het beoogde onderhoudsniveau, de planning van het onderhoud en de kosten van het onderhoud voor het openbaar groen, water, wegen, kunstwerken en straatmeubilair. De raad stelt het integraal onderhoudsplan vast. 3. Het college biedt de raad tenminste eens in 6 jaar een beleidsplan Stedelijk Watermanagement/Gemeentelijk Rioleringsplan aan. In het plan is de gezamenlijke visie op het afvalwaterbeheer in de regio opgenomen. Uitgangspunt is dat voldaan wordt aan de wettelijke planverplichting uit de Wet Milieubeheer. De raad stelt het plan vast. 4. Het college biedt de raad tenminste eens in de 4 jaar een onderhoudsplan gebouwen aan. Het plan bevat voorstellen voor het te plegen onderhoud en de bijbehorende kosten aan de gemeentelijke gebouwen. De raad stelt het plan vast.
Artikel 25. Bedrijfsvoering
1. De paragraaf bedrijfsvoering geeft toelichting over de belangrijkste bedrijfsvoering processen binnen de gemeente. De bedrijfsvoering van de gemeente draagt zorg dat alle medewerkers goed in positie zijn om mee te werken aan de realisatie van de opgaven uit de begroting en de dienstverlening naar de inwoners en ondernemers.
2. In de paragraaf bedrijfsvoering bij de begroting en de jaarstukken neemt het college, naast de verplichte onderdelen op grond van artikel 14 van het Besluit begroting en verantwoording provincies en
Artikel 25 (nieuw): de paragraaf bedrijfsvoering is dermate belangrijk dat een uitgebreidere toelichting aan de orde is. Daarnaast heeft de invoering van de rechtmatigheidsverantwoording een effect op deze paragraaf: - alle rechtmatigheidsverantwoording boven de rapportagegrens maar onder de verantwoordingsgrens worden hierin vermeld. - over elke gerapporteerde rechtmatigheidsafwijking (paragraaf rechtmatigheidsverantwoording en bedrijfsvoering) wordt hier een toelichting gegeven over: 1. wat de rechtmatigheidsafwijking inhoudt, en; 2. hoe de rechtmatigheidsafwijking is ontstaan, en;
gemeenten, in ieder geval op: a. de omvang, opbouw en ontwikkeling van het personeelsbestand en de loonkosten; b. de kosten van inhuur derden; c. de huisvestingskosten; d. de automatiseringskosten; e. de budgetten voor de raad, de griffie, de rekenkamer en de accountant; f. toelichting op alle rechtmatigheidsafwijkingen beschreven in de rechtmatigheidsverantwoording alsmede de rechtmatigheidsafwijkingen die de rapportagegrens (artikel 10 lid 3) te boven gaan. Er wordt een toelichting gegeven over welke maatregelen worden genomen om deze afwijkingen in de toekomst te voorkomen; g. een overzicht van en toelichting op niet-financiële onrechtmatigheden in verband met het niet naleven van bepalingen in de Wet financiering decentrale overheden en de bijbehorende ministeriële regelingen, als deze voorkomen; h. geconstateerde fraude door eigen medewerkers, als dit voorkomt, op basis van een tweejaarlijkse rapportage frauderisicoanalyse.
Artikel 22. Verbonden partijen
Artikel 26. Verbonden partijen 1. De paragraaf verbonden partijen geeft toelichting over de privaatrechtelijke of publiekrechtelijke organisaties waarin de gemeente een bestuurlijk- en financieel belang heeft. De kaders hiervoor worden vastgelegd in de kadernota verbonden partijen. Deze nota wordt iedere 4 jaar herzien en vastgesteld door de raad.
Bij de begroting en de jaarstukken neemt het college in de paragraaf verbonden partijen naast de verplichte onderdelen op grond van artikel 15 van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten in ieder geval van elk van de verbonden partij op: a. de naam en vestigingsplaats; b. het openbaar belang dat wordt gediend; c. mutaties in het belang van de gemeente; d. het eigen- en vreemd vermogen per 1 januari en 31 december; e. het resultaat. Daarnaast wordt via de rapportages in de reguliere P&C-cyclus gerapporteerd over de verbonden partijen waarbij de diepgang van informatieverstrekking afhankelijk is van het financieel en/of bestuurlijk belang.
Artikel 23. Grondbeleid
2. In deze paragraaf in de begroting en de jaarstukken neemt het college, naast de verplichte onderdelen op grond van artikel 15 van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten, in ieder geval van elk van de verbonden partij op: a. de naam en vestigingsplaats; b. het openbaar belang dat wordt gediend; c. mutaties in het belang van de gemeente; d. het eigen- en vreemd vermogen per 1 januari en 31 december; e. het resultaat. Daarnaast wordt via de rapportages in de reguliere P&C-cyclus gerapporteerd over de verbonden partijen waarbij de diepgang van informatieverstrekking afhankelijk is van het financieel en/of bestuurlijk belang.
Artikel 27. Grondbeleid 1. De paragraaf grondbeleid geeft toelichting over het beschikbaar
3. welke maatregelen het college onderneemt om de rechtmatigheidsafwijkingen in de toekomst te voorkomen.
krijgen van grond voor het realiseren van ruimtelijke doelstellingen om daarmee gewenste maatschappelijke rendementen te behalen of om te helpen die rendementen mogelijk te maken. De kaders hiervoor worden vastgelegd in de kadernota grondbeleid. Deze kadernota wordt iedere 4 jaar herzien en vastgesteld door de raad. 1. In de paragraaf grondbeleid bij de begroting en de jaarstukken neemt het college naast de verplichte onderdelen op grond van artikel van 16 van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten in ieder geval op: o het verloop van de grondvoorraad; o de te ontwikkelen en in ontwikkeling genomen projecten; o de belangrijkste financiële ontwikkelingen zoals verlies- / winstverwachtingen; o de relaties van het grondbeleid met de programma's. Voor zover de grondexploitatie een groot project betreft of gedienstig is aan een groot project, is de Regeling grote projecten gemeente Sittard-Geleen van toepassing. 2. Het college biedt de raad ten minste eens in de 4 jaar een nota grondbeleid aan. De raad stelt de nota vast. In de nota wordt aandacht besteed aan: a. de strategische visie van het toekomstig grondbeleid van de gemeente; b. te ontwikkelen en in ontwikkeling genomen projecten; c.
het verloop van de grondvoorraad;
2. In deze paragraaf in de begroting en de jaarstukken neemt het college, naast de verplichte onderdelen op grond van artikel van 16 van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten, in ieder geval op: o het verloop van de grondvoorraad; o de te ontwikkelen en in ontwikkeling genomen projecten; o de belangrijkste financiële ontwikkelingen zoals verlies- / winstverwachtingen; o de relaties van het grondbeleid met de programma's. Voor zover de grondexploitatie een groot project betreft of gedienstig is aan een groot project, is de Regeling grote projecten gemeente Sittard-Geleen van toepassing. 3. De grondprijzenbrief bevat de vastgestelde uitgifteprijzen voor zowel maatschappelijke grond als intern door te leveren grond. Het college stelt jaarlijks de grondprijzenbrief vast, in het geval dat er significante wijzigingen hebben plaatsgevonden. Deze wijzigingen hebben betrekking op veranderingen in wetgeving, stijging of daling van de grondprijzen, schaarsheid van aanwezige gronden en de sociale kavelprijzen.
d. de uitgangspunten voor de verkoopprijzen van gronden; e. de uitgifte van gronden in erfpacht en de bijstelling van erfpachtvergoedingen; f.
het financieel perspectief;
g. het risicoprofiel. Artikel 24 (oud): artikel komen te vervallen aangezien gemeente SittardGeleen geen kadernota subsidiebeleid kent.
Artikel 24. Verstrekking subsidies 1. Het college biedt de raad tenminste eens in de 4 jaar een kadernota subsidiebeleid aan. De raad stelt deze nota vast. 2. In de nota worden uitgangspunten geformuleerd voor: a. het subsidiebeleid; b. de juridische, financiële en procesmatige randvoorwaarden; c. de feitelijke toepassing van subsidies, subsidievormen, subsidie-grondslagen, subsidievoorwaarden en het subsidieproces. 3. In de paragraaf subsidies bij de begroting en de jaarstukken geeft het college een overzicht van de beschikbare subsidiebedragen per programma op totaalniveau. In het openbaar subsidieregister op de website worden de verstrekte subsidies aan instellingen en ondernemingen gepubliceerd.
Artikel 28. Openbaarheid 1. De paragraaf openbaarheid besteedt aandacht aan de beleidsvoornemens inzake de uitvoering van de Wet Open Overheid en doet in de jaarlijkse verantwoording verslag van de uitvoering
Artikel 28 (nieuw): in de meest recente wijziging BBV en Bado wordt een nieuwe verplichte paragraaf geïntroduceerd: de paragraaf openbaarheid. Deze paragraaf betreft de rapportering inzake de wet open overheid in de begroting en de jaarstukken.
ervan, mede in relatie tot de beleidsvoornemens.
Hoofdstuk 6
2. In deze paragraaf in de begroting en de jaarstukken neemt het college, volgens artikel 3.5 Wet open overheid, ten minste op: a. De informatie die op grond van de artikelen 3.1, 3.3 en hoofdstuk 4 van de Wet open overheid openbaar is gemaakt; b. De informatiehuishouding; c. Het aanwijzen en in dienst hebben van een contactpersoon als bedoeld in artikel 4.7 van de Wet open overheid; d. De besteding van subsidie voor de uitvoering van de wet open overheid; e. De eventuele andere activiteiten benodigd uitvoering van de Wet open overheid. 3. Op grond van artikel 3.3, eerste en tweede lid, van de Wet open overheid openbaar gemaakte informatie bevat per categorie van informatie ten minste: a. Op grond van welk artikel van de Wet open overheid de informatie openbaar is gemaakt; b. Het jaar waarin de openbaarmaking van de informatie naar verwachting verplicht is; c. Een omschrijving van de versterkte informatie; d. Het aantal documenten dat openbaar is gemaakt; e. Het platform waarop de documenten openbaar zijn gemaakt. Hoofdstuk 6. Financiële organisatie en financieel beheer
Artikel 25. Administratie
Artikel 29. Administratie
1. De administratie is zodanig van opzet en werking, dat zij in ieder geval dienstbaar is voor: a. het sturen en het beheersen van activiteiten en processen in de gemeente als geheel en in de clusters; b. het verstrekken van informatie over ontwikkelingen in de omvang van de vaste activa, voorraden, vorderingen, verplichtingen, schulden, contracten, enz. c. het verschaffen van informatie over uitputting van de toegekende budgetten en investeringskredieten en voor het maken van kostencalculaties; d. het verschaffen van informatie over indicatoren met betrekking tot de doelen en resultaten van het gemeentelijke beleid; e. het afleggen van verantwoording over de rechtmatigheid, de doelmatigheid en de doeltreffendheid van het gevoerde bestuur in relatie tot de gestelde beleidsdoelen, de begroting en relevante wet- en regelgeving; en f. de controle van de registratie van gegevens als zodanig en van de daaraan ontleende informatie, alsmede voor de controle op de rechtmatigheid, de doelmatigheid en de doeltreffendheid van het gevoerde bestuur in relatie tot de gestelde beleidsdoelen, de begroting en relevante wet- en regelgeving.
2. De administratie is zodanig van opzet en werking, dat zij in ieder geval dienstbaar is voor: a. het sturen en het beheersen van activiteiten en processen in de gemeente als geheel en in de teams; b. het verstrekken van informatie over ontwikkelingen in de omvang van de vaste activa, voorraden, vorderingen, verplichtingen, schulden, contracten; c. het verschaffen van informatie over uitputting van de toegekende budgetten en investeringskredieten en voor het maken van kostencalculaties; d. het verschaffen van informatie over indicatoren met betrekking tot de gemeentelijke productie van goederen en diensten en de maatschappelijke effecten van het gemeentelijke beleid; e. het afleggen van verantwoording door het college over de rechtmatigheid, de doelmatigheid en de doeltreffendheid van het gevoerde bestuur in relatie tot de gestelde beleidsdoelen, de begroting en relevante wet- en regelgeving; en f. de controle van de registratie van gegevens als zodanig en van de daaraan ontleende informatie. Daarnaast de controle op de rechtmatigheid, de doelmatigheid en de doeltreffendheid van het gevoerde bestuur in relatie tot de gestelde beleidsdoelen, de begroting en relevante wet- en regelgeving.
Artikel 26. Financiële organisatie
Artikel 30. Financiële organisatie
Het college draagt zorgt voor: a. een eenduidige indeling van de gemeentelijke organisatie en een eenduidige toewijzing van de gemeentelijke taken
Het college draagt zorgt voor: a. een eenduidige indeling van de gemeentelijke organisatie en een eenduidige toewijzing van de gemeentelijke taken
aan de teams; b. een adequate scheiding van taken, functies, bevoegdheden, verantwoordelijkheden; c. de verlening van mandaten en volmachten voor het aangaan van verplichtingen ten laste van de toegekende budgetten en investeringskredieten conform de budgetregeling; d. de interne regels voor taken en bevoegdheden, de verantwoordingsrelaties en de bijbehorende informatievoorziening van de financieringsfunctie; e. de te maken afspraken met de teams over de te leveren prestaties, de daarvoor beschikbare middelen en de wijze en frequentie van rapportage over de voortgang van de activiteiten en uitputting van middelen; f. de kostenverdeelsleutels voor het eenduidig toewijzen van baten en lasten aan de taakvelden; g. het beleid en de interne regels voor de inkoop en de aanbesteding van goederen, werken en diensten; h. het beleid en de interne regels voor de steunverlening en de toekenning van subsidies aan ondernemingen en instellingen; i. het beleid en de interne regels voor het voorkomen van misbruik en oneigenlijk gebruik van gemeentelijke regelingen en eigendommen opdat aan de eisen van de rechtmatigheid, controle en verantwoording wordt voldaan en
aan de teams; b. een adequate scheiding van taken, functies, bevoegdheden, verantwoordelijkheden; c. de verlening van mandaten en volmachten voor het aangaan van verplichtingen ten laste van de toegekende budgetten en investeringskredieten conform de budgetregeling; d. de interne regels voor taken en bevoegdheden, de verantwoordingsrelaties en de bijbehorende informatievoorziening van de financieringsfunctie; e. de te maken afspraken met de teams over de te leveren prestaties, de daarvoor beschikbare middelen en de wijze en frequentie van rapportage over de voortgang van de activiteiten en uitputting van middelen; f. de kostenverdeelsleutels voor het eenduidig toewijzen van baten en lasten aan de taakvelden; g. het beleid en de interne regels voor de inkoop en de aanbesteding van goederen, werken en diensten; h. het beleid en de interne regels voor de steunverlening en de toekenning van subsidies aan ondernemingen en instellingen; i. het beleid en de interne regels voor het voorkomen van fraude van gemeentelijke regelingen en eigendommen, opdat aan de eisen van rechtmatigheid, controle en verantwoording wordt voldaan; j.
j.
het beleid en de interne regels voor de naleving van de relevante fiscale wet- en regelgeving door middel van een fiscaal statuut.
k.
het verzamelen en vastleggen van gegevens over de geleverde prestaties en de maatschappelijke effecten zodat de doelmatigheid en doeltreffendheid van het beleid, zoals vastgesteld door de raad, kunnen worden getoetst; het beleid en de interne regels voor de naleving van de relevante fiscale wet- en regelgeving door middel van een fiscaal statuut.
Artikel 27. Begrotingsrechtmatigheid 1. In de jaarstukken wordt in de paragraaf begrotingsrechtmatigheid per programma inzicht gegeven in de verschillen tussen de raming na wijziging en de realisatie, e.e.a. voor zover de kostenoverschrijdingen op programmaniveau groter zijn dan 1% van de begrote lasten en tenminste € 50.000 bedragen. Voor overschrijding van kredieten geldt een ondergrens van € 100.000. 2. Begrotingsoverschrijdingen worden als onrechtmatig gemarkeerd en worden nader gerubriceerd naar de overschrijdingscategorieën zoals die zijn opgenomen in het protocol voor de accountantscontrole. 3. In geval begrotingsafwijkingen worden veroorzaakt doordat activiteiten, waarvoor de gemeenteraad geld beschikbaar heeft gesteld, nog niet (geheel) zijn uitgevoerd leidt dat tot een voordelig resultaat in het begrotingsjaar. Deze activiteiten worden in het volgende begrotingsjaar verder uitgevoerd. De bijbehorende lasten van deze ‘overgehevelde’ activiteiten worden in het nieuwe begrotingsjaar verantwoord. Bij de vaststelling van de jaarrekening van het oude jaar en de daarin opgenomen resultaatsbestemming stemt de gemeenteraad op grond van een geactualiseerde uitvoeringsplanning vervolgens in met het overhevelen van de niet aangewende middelen als gevolg van nog niet uitgevoerde activiteiten naar het nieuwe begrotingsjaar. 4.
Compensatie van hogere lasten met direct gerelateerde hogere
Artikel 27 (oud): komt te vervallen omdat de alle zaken omtrent rechtmatigheid in hoofdstuk 3 nieuwe verordening wordt beschreven.
baten is toegestaan mits het saldo van het product ongewijzigd blijft, de mutaties onderling direct gerelateerd zijn en in de jaarrekening herkenbaar zijn toegelicht. Artikel 28. Interne controle 1. Het college zorgt ten behoeve van het getrouwe beeld van de jaarrekening, bedoeld in artikel 213, derde lid, onder a van de Gemeentewet, en de rechtmatigheid van de baten en lasten en de balansmutaties, bedoeld in artikel 213, derde lid, onder b van de Gemeentewet, voor de jaarlijkse interne toetsing van de getrouwheid van de informatieverstrekking en de rechtmatigheid van de beheershandelingen. Bij afwijkingen neemt het college maatregelen tot herstel. 2. Het college zorgt voor de systematische controle van de registratie en de ontwikkeling van de bezittingen en het vermogen van de gemeente met dien verstande dat de waardepapieren, de voorraden, de uitstaande leningen, de debiteurenvorderingen, de liquiditeiten, de opgenomen leningen, de kortlopende schulden en de vorderingen van crediteuren jaarlijks worden gecontroleerd en registergoederen en bedrijfsmiddelen tenminste eenmaal in de 4 jaar. Bij afwijkingen in de registratie neemt het college maatregelen voor herstel van de tekortkomingen. 3. De uitvoering van de interne controle geschiedt op basis van het Interne Controle Kader.
In dit kader geeft het college inzicht in de reikwijdte, de ontwikkelrichting en de formele randvoorwaarden voor interne controle als onderdeel van het managementcontrolframework van Sittard-Geleen. 4. Een frauderisicoanalyse maakt onderdeel uit van de reguliere P&C cyclus. In deze analyse wordt periodiek de inschatting gemaakt van het risico dat financiële overzichten afwijkingen van materieel belang zouden kunnen bevatten die het gevolg zijn van fraude. Het college stelt deze frauderisicoanalyse ter beschikking aan de commissie Begroting & Verantwoording.
Artikel 31. Interne controle 1. Het college draagt zorg voor de jaarlijkse interne toetsing van de getrouwheid van de informatieverstrekking en het rechtmatig totstandkoming van financiële beheershandelingen. Bij afwijkingen rapporteert het college daarover in de paragraaf rechtmatigheidsverantwoording of paragraaf bedrijfsvoering. Bij afwijkingen neemt het college maatregelen tot herstel van de tekortkomingen. 2. Het college zorgt voor de systematische controle van de registratie en de ontwikkeling van de bezittingen en het vermogen van de gemeente met dien verstande dat de waardepapieren, de voorraden, de uitstaande leningen, de debiteurenvorderingen, de liquiditeiten, de opgenomen leningen, de kortlopende schulden en de vorderingen van crediteuren jaarlijks worden gecontroleerd en registergoederen en bedrijfsmiddelen tenminste eenmaal in de 4 jaar. Bij afwijkingen in de registratie neemt het college maatregelen voor herstel van de tekortkomingen. 3. De uitvoering van de interne controle geschiedt op basis van het Interne Beheersing Kader. In dit kader geeft het college inzicht in de reikwijdte, de ontwikkelrichting en de formele randvoorwaarden voor interne controle als onderdeel van het managementcontrolframework van Sittard-Geleen. 4. Een frauderisicoanalyse wordt 2 keer per jaar uitgevoerd.
In deze analyse wordt periodiek de inschatting gemaakt van het risico dat financiële overzichten afwijkingen van materieel belang zouden kunnen bevatten die het gevolg zijn van fraude. Het college stelt deze frauderisicoanalyse, onder geheimhouding, ter beschikking aan de commissie Begroting & Verantwoording.
Hoofdstuk 6. Slotbepalingen
Hoofdstuk 7. Slotbepalingen
Artikel 29. Intrekken oude verordening en overgangsrecht
Artikel 32. Intrekken oude verordening en overgangsrecht
1. De Financiële verordening gemeente Sittard-Geleen wordt ingetrokken, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de jaarrekening en het jaarverslag en bijbehorende stukken van het begrotingsjaar voorafgaand aan het jaar waarin deze verordening in werking treedt (2019).
1. Deze verordening treedt, na vaststelling, in werking vanaf 6 oktober 2023. De bepalingen in deze verordening zijn met terugwerkende kracht van toepassing op het gehele verslagjaar 2023 en verder. 2. De verordening “Financiële verordening gemeente SittardGeleen”, vastgesteld door de raad op 13 november 2019, wordt ingetrokken.
Artikel 30. Inwerkingtreding en citeertitel
Artikel 33. Inwerkingtreding en citeertitel
1. Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2020. 2. Deze verordening wordt aangehaald als: Financiële verordening gemeente Sittard-Geleen. Ondertekening
3. Deze verordening treedt in werking op 6 oktober 2023. 4. Deze verordening wordt aangehaald als: Financiële verordening gemeente Sittard-Geleen, 5 oktober 2023. Ondertekening
Aldus vastgesteld in de vergadering van de raad van 13 november 2019.
Aldus vastgesteld in de vergadering van de raad van 5 oktober 2023.