03 Was-wordt Financiële Verordening Gemeente Sittard-Geleen 2023
Tekst van het document
Financiële verordening ex artikel 212 Gemeentewet, gemeente Sittard-Geleen (vergelijking OUD-NIEUW) Advies: Was/wordt lijst lezen vanuit de middelste kolom en vervolgens nagaan hoe het in de oude verordening was beschreven en of er additionele toelichtingen zijn. Financiële Verordening gem. S-G 2019 (bestaande keuzes die in de nieuwe verordening niet zijn overgenomen zijn rood gemarkeerd) Artikel 1. Begripsbepaling
Voorgestelde financiële verordening gem. S-G 2023 (Rood gewijzigd en Groen nieuw t.o.v. 2016. Blauw inhoudelijk gelijk of vergelijkbaar maar tekstueel aangepast t.o.v. 2016, Zwart is onveranderd) Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen
Toelichting wijzigingen 2019 -> 2023 Niet elke wijziging is toegelicht, enkel belangrijke veranderingen. Tekstuele wijzigingen zonder inhoudelijk herziening worden niet toegelicht
In deze verordening wordt verstaan onder:
Artikel 1. Begripsbepaling
Algemeen toevoegingen aan lid 1 (nieuw): Aantal belangrijke termen voor de financiële verordening toegevoegd en toegelicht
In deze verordening wordt verstaan onder: •
administratie: het systematisch verzamelen, vastleggen, verwerken en verstrekken van informatie ten behoeve van besturen, functioneren en beheersen van de gemeentelijke organisatie en de verantwoording die daarover moet worden afgelegd;
•
administratie: het systematisch verzamelen, vastleggen, verwerken en verstrekken van informatie ten behoeve van besturen, functioneren en beheersen van de gemeentelijke organisatie en de verantwoording die daarover moet worden afgelegd;
•
cluster: iedere organisatorische eenheid binnen de gemeentelijke organisatie met een eigen rechtstreekse verantwoordelijkheid aan het college;
•
team: iedere organisatie-eenheid die op grond van het organisatiebesluit een eigen resultaatverantwoordelijkheid heeft;
•
•
netto schuld: bruto schuld minus de omvang van de geldelijke bezittingen die niet zijn ingezet voor de publieke taak. Onder bruto schuld wordt verstaan het totaal van langlopende leningen, kortlopende schulden, crediteuren en overlopende passiva. Onder geldelijke bezittingen die niet zijn ingezet voor de publieke taak wordt verstaan het totaal van langlopende uitzettingen, vorderingen, liquide middelen en overlopende activa;
netto schuld: bruto schuld minus de omvang van de geldelijke bezittingen die niet zijn ingezet voor de publieke taak. Onder bruto schuld wordt verstaan het totaal van langlopende leningen, kortlopende schulden, crediteuren en overlopende passiva. Onder geldelijke bezittingen die niet zijn ingezet voor de publieke taak wordt verstaan het totaal van langlopende uitzettingen, vorderingen, liquide middelen en overlopende activa;
•
overheidsbedrijf: onderneming met privaatrechtelijke rechtspersoonlijkheid, niet zijnde een personenvennootschap met rechtspersoonlijkheid, waarin een publiekrechtelijke rechtspersoon, al dan niet tezamen met een of meer andere publiekrechtelijke rechtspersonen, in staat is het beleid te bepalen of een onderneming in de vorm van een personenvennootschap, waarin een publiekrechtelijke rechtspersoon deelneemt;
•
programma: de programma’s zijn onderdeel van het programmaplan. Een programma is in BBV gedefinieerd als “een samenhangend geheel van activiteiten”' en moet in deze verordening gelezen worden als een verzameling van taakvelden. De programma’s komen overeen met de gemeentelijke beleidsvelden en zijn gebaseerd op de indeling van de taakvelden;
•
programma: de programma’s zijn onderdeel van het programmaplan. Een programma is in BBV gedefinieerd als “een samenhangend geheel van activiteiten”' en moet in deze verordening gelezen worden als een verzameling van taakvelden.
•
grote projecten: door de gemeenteraad aangewezen belangrijke projecten die van zodanige importantie zijn dat hiervoor een aparte rapportagestructuur is opgezet naast de reguliere p&c-cyclus;
•
grote projecten: een door de gemeenteraad (hierna: de raad) aangewezen project waarop de Regeling Grote Projecten van toepassing is verklaard. Grote projecten zijn doorgaans complexe projecten die zich kenmerken door een meerjarige looptijd en meervoudige risico’s. Doorslaggevend in de aanwijzing van een groot project is niet zozeer het financieel belang of de betrokkenheid;
•
opgave: een doel bestaande uit maatschappelijke effecten respectievelijk resultaten waarvan de realisatie vanuit samenhang en integraliteit bij meerdere interne en externe partijen ligt. Opgaven worden gestuurd vanuit de beleidscyclus;
•
opgave: een doel bestaande uit maatschappelijke effecten respectievelijk resultaten waarvan de realisatie vanuit samenhang en integraliteit bij meerdere interne en externe partijen ligt. Opgaven worden gestuurd vanuit de beleidscyclus;
•
prestatie: een opgeleverd product of project dat moet bijdragen aan een doel. Prestaties worden gestuurd vanuit de p&c cyclus;
•
prestatie: een opgeleverd product, dienst of project dat moet bijdragen aan een doel. Prestaties worden gestuurd vanuit de p&c cyclus;
•
product: een als zodanig in de programmabegroting omschreven verbijzondering van activiteiten en prestaties;
•
product: een als zodanig in de programmabegroting omschreven verbijzondering van activiteiten en prestaties;
•
budgetregeling: regeling op welke wijze, passend bij de gemeente Sittard-Geleen, omgegaan wordt met de budgetten en waarin
•
budgetregeling: de budgetregeling spitst zich toe op de uitvoering van de begroting en de uitvoering van eerder vastgesteld beleid en geeft regels ten behoeve van de relatie tussen college van burgemeester
verwijzingen zijn opgenomen naar de mandaatregeling;
en wethouders (hierna: het college) en ambtelijke organisatie. De regeling beoogt het budgethouderschap mede in relatie tot de mandatering duidelijk te regelen;
•
taakvelden: een uniforme indeling van de toerekening van baten en lasten naar wettelijk gemeentelijke taken. Deze indeling is voorgeschreven vanuit het BBV om tot betrouwbare informatie voor interne sturing en externe vergelijkbaarheid te komen;
•
taakvelden: een uniforme indeling van de toerekening van baten en lasten naar wettelijk gemeentelijke taken. Deze indeling is voorgeschreven vanuit het BBV om tot betrouwbare informatie voor interne sturing en externe vergelijkbaarheid te komen;
•
rechtmatigheid: het in overeenstemming zijn met geldende wet- en regelgeving, waaronder gemeentelijke verordeningen en, raadsbesluiten;
•
rechtmatigheid: de in de rekening verantwoorde lasten, baten en balansmutaties rechtmatig tot stand zijn gekomen, dat wil zeggen “in overeenstemming zijn met de begroting en met de van toepassing zijnde wettelijke regelingen, waaronder de gemeentelijke verordeningen;
•
doelmatigheid: het realiseren van bepaalde prestaties met een zo beperkt mogelijke inzet van middelen;
•
doelmatigheid: het realiseren van bepaalde prestaties met een zo beperkt mogelijke inzet van middelen;
•
doeltreffendheid: de mate waarin de beoogde opgaven/doelen van het beleid ook daadwerkelijk worden behaald.
•
doeltreffendheid: de mate waarin de beoogde opgaven/doelen van het beleid ook daadwerkelijk worden behaald;
•
rechtmatigheidsverantwoording: de toelichting in de jaarrekening waarin het college aangeeft in hoeverre de in de jaarrekening verantwoorde baten en lasten, alsmede de balansmutaties, rechtmatig tot stand zijn gekomen;
•
bedrijfsvoering: de eigen bedrijfsprocessen nodig voor de realisatie, beheersing en aansturing van beleidsdoelstellingen uit de eigen programma’s. Het betreft beleidsmatige processen (primair) en ondersteunende processen (secundair) en de sturing en beheersing ervan;
•
Planning & Control-cyclus (P&C-cyclus): de cyclus voor het sturen, beheersen en verantwoorden van het geplande en uitgevoerde beleid.
Hoofdstuk 2. Begroting en verantwoording
Hoofdstuk 2. Begroting en verantwoording
Artikel 2. Indeling van de begroting
Artikel 2. Indeling van de begroting
1. De raad stelt bij aanvang van iedere raadsperiode met het vaststellen 1. De raad stelt met het vaststellen van de begroting voor die van de begroting een programma-indeling voor die raadsperiode raadsperiode vast: vast. o Een programma-indeling; o Over welke onderwerpen de raad kaders wil stellen en geïnformeerd wil worden door extra paragrafen. 2. De raad stelt bij aanvang van iedere raadsperiode op voorstel van 2. De raad stelt op voorstel van het college per programma vast: het college de taakvelden per programma vast inclusief eventuele o De taakvelden inclusief eventuele onderverdelingen, en onderverdelingen. o De beleidsindicatoren en kengetallen voor het meten en het afleggen van verantwoording over de doelen en resultaten van het gemeentelijke beleid 3. De raad stelt, op voorstel van het college met het vaststellen van de 3. Het voorstel van het college bevat ten minste: begroting per programma, de beleidsindicatoren en kengetallen vast a. de verplichte beleidsindicatoren, bedoeld in artikel 25, tweede voor het meten en het afleggen van verantwoording over de doelen lid, onder a, van het Besluit begroting en verantwoording en resultaten van het gemeentelijk beleid. provincies en gemeenten; Het voorstel van het college bevat ten minste: b. de kengetallen welke de inzichtelijkheid van de financiële positie van de gemeente bevorderen; a.
de verplichte beleidsindicatoren, bedoeld in artikel 25, tweede c. een adequate toelichting op de prognose in de tijd en op de lid, onder a, van het Besluit begroting en verantwoording onderlinge samenhang van de kengetallen in relatie tot de
4.
5.
6.
7.
provincies en gemeenten; b. de kengetallen welke de inzichtelijkheid van de financiële positie van de gemeente bevorderen; c. een adequate toelichting op de prognose in de tijd en op de onderlinge samenhang van de kengetallen in relatie tot de financiële positie over een periode van zes jaar (zijnde het voorgaande jaar, het lopende jaar en de vier komende jaren); d. de streefwaarden van de kengetallen (zie bijlage 1). De raad stelt met het vaststellen van de begroting bij aanvang van iedere raadsperiode vast over welke onderwerpen hij in extra paragrafen naast de verplichte paragrafen van de begroting en de jaarstukken kaders wil stellen en wil worden geïnformeerd. Per taakveld wordt met een ondergrens van € 50.000 de opbouw van het budget inzichtelijk gemaakt tussen incidentele en structurele karakter. Hierbij geldt dat de aard van de activiteit leidend is. In geval de activiteit een eindigheid kent wordt deze per definitie als incidenteel bestempeld. Voor de mutaties in de reserves geldt eveneens dat met een ondergrens van € 20.000 per reserve inzicht wordt gegeven en onderscheid wordt gemaakt tussen de incidentele en structurele mutaties. Hierbij geldt dat de aard van de activiteit leidend is. Voor door de raad aangewezen grote projecten en nieuwe investeringen geldt dat de Regeling grote projecten gemeente Sittard-Geleen wordt gevolgd waarin o.a.
is opgenomen hoe de sturing, monitoring, verantwoording en interactie tussen College en Raad plaatsvindt.
Artikel 3. Planning- en controlcyclus 1. De planning- en controlcyclus bestaat uit een jaarlijkse en een vierjaarlijkse beleidscyclus. 2. Voor aanvang van een begrotingsjaar stelt de raad, op voorstel van het college, een overzicht vast m.b.t. de jaarlijkse P&C-cyclus (spoorboekje). Hierin zijn in elk geval opgenomen de data voor het aanbieden door het college en het vaststellen door de raad van de jaarstukken, de kadernota (begin raadsperiode) en kaderbrief (jaarlijks), de tussentijdse rapportages en de begroting met de meerjarenraming. 3. In de P&C-cyclus worden de wettelijke termijnen en de gewenste voorbereidingstijd van vijf weken voor de raad in acht genomen. Hierop gelden twee uitzonderingen: • •
Voor de begroting geldt een voorbereidingstijd van 6 weken; Voor de 4e rapportage geldt een voorbereidingstijd van twee weken (teneinde alle noodzakelijke rechtmatigheidsbeoordelingen aan de raad voor te kunnen leggen).
financiële positie over een periode van zes jaar (zijnde het voorgaande jaar, het lopende jaar en de vier komende jaren); d. de financiële kengetallen conform kadernota weerstandsvermogen en risicobeheer
Lid 3, onderdeel d (nieuw): er wordt een nota opgesteld over de financiële kengetallen. Deze nota beschrijft wat de kengetallen inhouden, hoe de kengetallen moeten worden geïnterpreteerd, hoe de kengetallen in het grote plaatje passen, de onderlinge verbanden tussen de kengetallen en mogelijke streefwaarde.
4. Voor door de raad aangewezen grote projecten en nieuwe investeringen geldt dat de Regeling grote projecten gemeente Sittard-Geleen wordt gevolgd waarin o.a. is opgenomen hoe de sturing, monitoring, verantwoording en interactie tussen het college en de raad plaatsvindt.
Artikel 3. Planning- en controlcyclus 1. Voor aanvang van een begrotingsjaar stelt de raad, op voorstel van het college, een overzicht vast m.b.t. de jaarlijkse P&C-cyclus (spoorboekje). Hierin zijn de data opgenomen voor het aanbieden door het college en het vaststellen door de raad van de jaarstukken, de kadernota (begin raadsperiode), kaderbrief (jaarlijks), de tussentijdse programmarapportages en de begroting met de meerjarenraming. 2. In de P&C-cyclus worden de wettelijke termijnen en de gewenste voorbereidingstijd van vijf weken voor de raad in acht genomen. Hierop gelden twee uitzonderingen: • •
Voor de begroting geldt een voorbereidingstijd van 6 weken; Voor de laatste programmarapportage in de cyclus geldt een voorbereidingstijd van twee weken. De verkorte voorbereidingstijd is van belang zodat de laatste begrotingswijzigingen kort tegen jaareind worden opgesteld om de begrotingsrechtmatigheid te borgen.
3. Uitgangspunten van de P&C-cyclus zijn: o de eerste programmarapportage en de kadernota of 4. Uitgangspunten zijn een gelijktijdige behandeling van de kaderbrief, de kaderbrief; jaarrekening en de tweede programmarapportage en verder een o de jaarrekening; gelijktijdige behandeling van de begroting, de derde programmarapportage en de belastingvoorstellen. In onvoorzienbare o de tweede programmarapportage, de begroting en de omstandigheden kan van deze uitgangspunten worden afgeweken.
Lid 3 (nieuw): uitwerking van lid 4 (oud) om duidelijker aan te geven wat de grote of belangrijke documenten zijn in de jaarlijkse P&C cyclus, de volgorde van deze documenten en dat het jaarlijkse wordt vastgesteld in het spoorboekje P&C Cyclus.
belastingmaatregelen; o de derde programmarapportage. De data worden toegelicht en vastgesteld in het spoorboekje P&C cyclus maar in onvoorzienbare omstandigheden kan van deze uitgangspunten worden afgeweken.
5. De sturing en beheersing voor grote projecten is uitgewerkt in de Regeling grote projecten Sittard-Geleen. Verantwoording en rapportering over een groot project geschiedt via de reguliere p&ccyclus tenzij specifieke omstandigheden een afzonderlijke rapportage vereisen. 6. De vierjaarlijkse cyclus volgt de zittingsperiodes van de raad. Hierin komen aan de orde: coalitieprogramma en verantwoording van coalitieprogramma in de vorm van een overdrachtsdossier.
4. Voor door de raad aangewezen grote projecten verloopt conform de Regeling grote projecten gemeente Sittard-Geleen.
Artikel 4. Inrichting begroting en jaarstukken
Artikel 4. Inrichting begroting en jaarstukken
1. Bij de begroting en de jaarstukken worden onder elk van de programma’s onder het overzicht van algemene dekkingsmiddelen en onder het overzicht van de overhead, de baten en lasten per taakveld weergegeven. 2. Bij de uiteenzetting van de financiële positie in de begroting wordt van de nieuwe investeringen per investering het benodigde investeringskrediet weergegeven en wordt van de lopende investeringen het geautoriseerde investeringskrediet en de raming van de uitputting van het investeringskrediet in het lopende boekjaar weergegeven. 3. Bij de uiteenzetting van de financiële positie in de begroting wordt in aanvulling op het bepaalde in artikel 20 en artikel 21 van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten inzicht gegeven in de ontwikkeling van de schuldpositie als gevolg van de begroting, de meerjarenraming, de investeringen en de grondexploitatie.
1. Bij de begroting en de jaarstukken worden per programma de baten en lasten per taakveld weergegeven onder het overzicht van algemene dekkingsmiddelen en van de overhead. 2. Bij de uiteenzetting van de financiële positie in de begroting wordt: o van nieuwe investeringen het benodigde investeringskrediet per investering weergegeven; o voor lopende investeringen wordt het goedgekeurde investeringskrediet en de raming van de uitputting van het investeringskrediet in het lopende boekjaar weergegeven; o inzicht gegeven in de ontwikkeling van de schuldpositie als gevolg van de begroting, de meerjarenraming, de investeringen en de grondexploitatie, in aanvulling op het bepaalde in artikel 20 en artikel 21 van het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten.
4. In de jaarrekening wordt van de investeringen de uitputting van de geautoriseerde investeringskredieten en de actuele raming van de totale baten en lasten weergegeven.
3. In de jaarrekening wordt de uitputting van de goedgekeurde investeringskredieten en de actuele raming van de totale baten en lasten per investering weergegeven.
5. De begroting en de jaarstukken bevatten een paragraaf “subsidies” met daarin een overzicht van de beschikbare subsidies per soort en op totaalniveau. In het openbaar subsidieregister op de website worden de verstrekte subsidies aan instellingen en ondernemingen gepubliceerd. 6. De jaarstukken bevatten een paragraaf “begrotingsrechtmatigheid” waarin per programma inzicht wordt gegeven in de verschillen tussen de raming na wijziging en de realisatie.
Structurele (meerjarige) lasten worden gedekt door structurele baten. Om de raad in staat te stellen een beeld te vormen van de mate waarin sprake is van een structureel en reëel evenwicht, wordt het overzicht “incidentele baten en lasten” opgesteld. Dit overzicht bevat alle afwijkingen (op boekingsniveau) van € 50.000 of meer afzonderlijk gespecificeerd. Hierin wordt aangegeven of het budget een incidenteel of structureel karakter heeft waarbij de hoofdregel is dat alle baten en lasten structureel zijn. Bij uitzondering kan een baat of last incidenteel zijn waarbij de volgende zaken in volgorde leidend zijn: 1. De aard: de soort of eigenschap van een begrotingspost binnen een taakveld in eerste instantie bepalend of de post incidenteel of structureel is; 2. De looptijd: enkel incidenteel wanneer bij besluitvorming een duidelijke en onvoorwaardelijke einddatum bekend is. Bij onduidelijkheid treedt de hoofdregel in werking;
In de nieuwe verordening wordt nadrukkelijk uitgelegd wanneer een baat of last structureel of incidenteel is. Hierbij spelen 3 voorwaarden, in volgorde, een rol. Deze voorwaarde zijn de aard, looptijd en materiële beïnvloeding. Een baat of last is pas incidenteel als aan alle drie de voorwaarden is voldaan. Deze uitleg is gebaseerd op de handreiking van de provincie inzake structureel vs. Incidenteel.
3. De materiële beïnvloeding: ondergrens waarboven posten incidenteel kunnen zijn. De grens hiervoor is € 50.000. Een post komt in aanmerking om als incidenteel te worden beschouwd indien deze voldoet aan alle drie de bovenstaande voorwaarden. Alle stortingen en onttrekkingen aan de reserves zijn in principe van incidentele aard.
Artikel 5. Kaders begroting Artikel 5. Kaders begroting
1. Het college biedt conform de termijnen in de jaarlijkse planning en control cyclus de raad een kaderbrief aan met een voorstel voor het beleid en de financiële kaders van de begroting voor het volgende begrotingsjaar en de meerjarenraming. De raad stelt deze kaderbrief vast. 2. In de begroting wordt in het onderdeel Algemene dekkingsmiddelen een post onvoorzien opgenomen voor de begroting als geheel.
1. Het college biedt de raad een kadernota aan met een voorstel voor het beleid en de financiële kaders van de begroting voor het volgende begrotingsjaar en de meerjarenraming. De kadernota wordt in het jaar na de verkiezingen aangeboden en de raad stelt deze kadernota vast. 2. Het college biedt de raad een kaderbrief aan, in de jaren dat er geen kadernota wordt opgesteld. De kaderbrief is een voorstel voor het actualiseren van het beleid en de financiële kaders uit de kadernota als gevolg van autonome ontwikkelingen, genomen besluiten en voortgang van uitvoering. De raad stelt deze kaderbrief vast. 3. In de begroting wordt in het onderdeel Algemene dekkingsmiddelen een post onvoorzien opgenomen voor de begroting als geheel.
Lid 1 en 2 (nieuw): toelichting over wat de kadernota en kaderbrief inhouden en wat voor rol deze speelt voor de begroting en meerjarenraming.
Tekst onder lid 2 (oud): toelichting en uitleg structureel vs. Incidenteel staat in artikel 4 (nieuw)
Om de raad in staat te stellen een beeld te vormen van de mate waarin sprake is van een structureel en reëel evenwicht (waarbij de structurele (meerjarige) lasten worden gedekt door structurele baten) wordt in het overzicht “incidentele baten en lasten” alle afwijkingen (op boekingsniveau) van € 20.000 of meer afzonderlijk gespecificeerd en toegelicht. Tevens wordt hierbij aangegeven of het budget een incidenteel of structureel karakter heeft met dien verstande dat toevoegingen en onttrekkingen aan reserves per definitie als incidenteel beschouwd worden. Hierbij geldt dat de aard van de activiteit leidend is. Artikel 6. Autorisatie begroting en investeringskredieten Artikel 6. Autorisatie begroting en investeringskredieten 1. De raad autoriseert met het vaststellen van de begroting de baten en de lasten per programma. 2. Bij de begrotingsbehandeling geeft de raad aan welke grote projecten en welke nieuwe investeringen conform de Regeling Grote Projecten Gemeente Sittard-Geleen als ‘groot project’ benoemd worden en als zodanig behandeld worden. De overige nieuwe investeringen worden bij de begrotingsbehandeling met het vaststellen van de financiële positie geautoriseerd.
3. Het college informeert de raad als ze verwacht, dat de lasten van een programma de geautoriseerde lasten dreigen te overschrijden, de investeringsuitgaven van een investeringskrediet het geautoriseerde
1. De raad keurt met het vaststellen van de begroting de baten en de lasten per programma goed. 2. Bij de begrotingsbehandeling geeft de raad aan welke nieuwe projecten en investeringen onder de “Regeling grote projecten gemeente Sittard-Geleen” vallen en volgens die regeling worden behandeld. De overige nieuwe investeringen worden bij de begrotingsbehandeling met het vaststellen van de financiële positie goedgekeurd.
3. Het college informeert de raad als verwacht wordt dat: •
De lasten van een programma de begrote lasten zullen overschrijden;
Artikel 6 lid 3 (nieuw): belangrijke wijziging in verband met de actieve en passieve informatieplicht. Van het college wordt verwacht dat bij een significante:
investeringskrediet dreigen te overschrijden, of de baten van een programma de geautoriseerde baten dreigen te onderschrijden. De raad geeft aan of hij een voorstel wil voor het wijzigen van de geautoriseerde lasten van het programma, voor het wijzigen van het geautoriseerde investeringskrediet, of voor het bijstellen van het beleid. Overschrijdingen kleiner dan 1% van het budget op programmaniveau maar groter dan € 50.000 meldt het college in de eerstvolgende programmarapportage. Overschrijdingen groter dan 1% van het budget op programmaniveau én groter dan € 50.000 zijn niet toegestaan zonder een afzonderlijke door de raad vastgestelde begrotingswijziging. Voor overschrijding van kredieten geldt hiervoor een ondergrens van € 100.000. Uitgangspunt is echter dat alles via de reguliere P&C-cyclus loopt tenzij er een dusdanige urgentie is dat deze een separate rapportage aan de raad billijken.
•
De investeringsuitgaven van een investeringskrediet het vastgestelde investeringskrediet zal overschrijden;
•
De baten van een programma de verwachtte baten zullen onderschrijden. Bovenstaand betreft enkel significante afwijkingen. Een afwijking is significant als het verschil groter is dan 3% met een minimum van € 100.000. In het geval dat een afwijking zich met zekerheid gaat voordoen, is er sprake van actieve informatieplicht. In dat geval is een afzonderlijk raadsvoorstel vereist met een begrotingswijziging om de afwijking op te vangen. In het geval dat een afwijking een prognose en daarmee een signaal betreft, is er sprake van passieve informatieplicht. In dat geval wordt gerapporteerd middels de tussentijdse programmarapportage volgens de reguliere P&C-cyclus.
- overschrijding van de begrote lasten - overschrijding van de investeringsuitgave - onderschrijving van de begrote baten de raad wordt ingelicht (actieve informatieplicht). Een significante afwijking is enkel in de gevallen wanneer het groter is dan 3% met een minimum van € 100.000. Hiermee wordt meer duidelijkheid gegeven over de actieve informatieplicht maar ook te voorkomen dat bij iedere afwijking de gemeenteraad moet worden ingelicht. Het verschil tussen actieve en passieve informatieplicht zit in het feit of de significante afwijkingen met zekerheid gaat plaatsvinden. Indien de afwijking gegarandeerd zal voorkomen en er dus een begrotingswijzigingen vereist is, is actieve informatieplicht aan de orde middels een afzonderlijke raadsvoorstel. Indien de afwijking een prognose of verwachting betreft, er in wezen nog bijgestuurd kan worden om de afwijking te voorkomen, is passieve informatieplicht aan de orde. Hiermee is het rapporteren middels de reguliere, tussentijdse programmarapportage voldoende. Daarmee wordt de gemeenteraad ingelicht over de gewijzigde verwachtingen en/of prognoses zodat er geen verrassingen zullen voorkomen. Dit in navolging van het RKC-onderzoek over kaderstelling door en informatievoorziening voor de gemeenteraad bij grote projecten
4. Bij de behandeling van de tussentijdse rapportages in de raad bedoeld 4. Bij de behandeling van de tussentijdse programmarapportages in de raad (zie: artikel 3 lid 2 jo. artikel 7, lid 1) doet het college voorstellen in artikel 7, lid 1, doet het college voorstellen voor het wijzigen van de voor: geautoriseerde baten en lasten, het wijzigen van de geautoriseerde investeringskredieten, het bijstellen van het beleid, de vorming van • het wijzigen van de begrote baten en lasten; reserves en voorzieningen en de mutaties in reserves en • het wijzigen van vastgestelde investeringskredieten; voorzieningen. Voor het oplossen van tegenvallers binnen bestaande • het bijstellen van het beleid; budgetten wordt onderstaande volgorde gehanteerd: • de vorming van reserves en voorzieningen; 1. oplossing binnen het product; • (indien nodig) het wijzigen van het vastgestelde investeringskrediet voor meerjarige investeringen op grond 2. oplossing binnen het programma; van actuele ramingen. 3. oplossing binnen de totale begroting; 4. oplossing door middel van een ombuigingsopdracht/ Voor het oplossen van tegenvallers, voor zover deze geen autonoom taakstelling. karakter hebben, binnen bestaande budgetten wordt onderstaande volgorde gehanteerd: 1. oplossing binnen het taakveld; 2. oplossing binnen het programma; 3. oplossing binnen de totale begroting; 4.
oplossing door middel van een ombuigingsopdracht/ taakstelling. Het oplossen van tegenvallers door autonome ontwikkelingen gebeurt op het niveau van de totale begroting. 5. In geval van een investering lopende over meerdere jaren is een 5. In geval van investeringen met een meerjarig karakter doet het college overschrijding van het budget over één jaarschijf toegestaan zolang indien nodig ook bij iedere begroting op grond van geactualiseerde het aannemelijk is dat het totale, meerjarige investeringskrediet niet ramingen voorstellen voor het wijzigen van de geautoriseerde wordt overschreden. investeringskredieten. 6. Voor een investering waarvan het investeringskrediet niet met het vaststellen van de begroting is geautoriseerd, legt het college vooraf aan het aangaan van verplichtingen een investeringsvoorstel met een
lid 4 (nieuw) : toelichting hoe tegenvallers worden opgevangen, waarbij een onderscheid wordt gemaakt tussen tegenvallers door niet-autonome ontwikkelingen en autonome ontwikkelingen.
voorstel voor het vaststellen van een investeringskrediet inclusief dekking aan de raad voor. 6. “Niet bestede middelen”, “meevallers” en “onderuitputting op 7. “Niet bestede middelen”, “meevallers” en “onderuitputting op uitgevoerde zaken”, worden voor zover ze betrekking hebben op taakvelden, projecten en programma’s, “restbudgetten” genoemd. Op uitgevoerde zaken”, worden voor zover ze betrekking hebben op producten, projecten en programma’s, ook wel “restbudgetten” restbudgetten drukken geen verdere verplichtingen meer voor de taak waarvoor ze beschikbaar zijn gesteld. Restbudgetten worden eerst genoemd, en vallen vrij ten gunste van de algemene reserve. ingezet voor het opvangen van tegenvallers volgens bovenstaande 8. Wijzigingen in het kader van bedrijfsvoering, welke op concernniveau opsomming (zie: artikel 6 lid 4). Vervolgens vallen restbudgetten vrij budgettair neutraal verlopen, worden ambtelijk geautoriseerd en ten gunste van de algemene reserve. verwerkt en hoeven niet meer specifiek in de rapportage meegenomen 7. Wijzigingen in het kader van bedrijfsvoering, welke op concernniveau te worden. Denk hierbij bijvoorbeeld aan aanpassing van de budgettair neutraal verlopen, worden ambtelijk goedgekeurd, verwerkt, salariskosten als gevolg van cao ontwikkelingen. en hoeven niet meer specifiek in tussentijdse rapportage meegenomen te worden.
Denk hierbij bijvoorbeeld aan aanpassing van de salariskosten als gevolg van cao-ontwikkelingen.
Artikel 7. Tussentijdse rapportage Het college informeert de raad door middel van tussentijdse rapportages over de realisatie van de begroting van de gemeente over de eerste 3 resp. 5, 8 en 10 maanden van het lopende boekjaar (inclusief een jaarprognose) waarbij de rapportage tot en met het 4e kwartaal in feite een voorlopige prognose van het jaarresultaat én de laatste mogelijkheid tot het bijstellen van de begroting is. 1. De tussentijdse rapportages, ook wel afwijkingenrapportages genoemd, bevatten een uiteenzetting over de uitvoering en het bijstellen van het beleid en een overzicht met de bijgestelde raming van: a. de baten en de lasten per programma uitgesplitst naar de programma’s, algemene dekkingsmiddelen, overhead, onvoorzien en vennootschapsbelasting; b. het totale saldo van de baten en lasten volgende uit onderdeel a; c. de (beoogde) toevoegingen en onttrekkingen aan reserves per programma; d. het resultaat volgende uit de onderdelen b en c; en e. de realisatie en raming van de uitputting van de investeringskredieten.
2. In de tussentijdse rapportages worden afwijkingen op de oorspronkelijke ramingen van de baten en lasten van programma’s in de begroting kleiner dan 1% toegelicht (met een minimum bedrag van € 50.000). Voor overschrijding van kredieten geldt hiervoor een ondergrens van € 100.000. 3. De tussentijdse rapportages, die de indeling van de begroting volgt, bevat een begrotingswijziging.
Artikel 8. Informatieplicht
Artikel 7. Tussentijdse programmarapportage Het college informeert de raad door middel van tussentijdse programmarapportages. Deze rapportages zijn inhoudelijk en financieel en gaan over de realisatie van de begroting van de gemeente over het lopende boekjaar. Deze rapportages volgen de indeling van de begroting en zijn in feite een voorlopige prognose van het jaarresultaat en bieden een mogelijkheid tot het bijstellen van de begroting. 1. De tussentijdse rapportages bevatten een uiteenzetting over de uitvoering en het bijstellen van het beleid en een overzicht met de bijgestelde raming van: f.
de baten en lasten per programma uitgesplitst naar de programma’s; a. het totale saldo van de baten en lasten volgende uit onderdeel a; b. de (beoogde) toevoegingen en onttrekkingen aan reserves per programma; c. het resultaat volgende uit de onderdelen b en c; en d. voorstellen voor nieuwe en/of aanvullende investeringskredieten.
2. In de tussentijdse rapportages worden afwijkingen op de originele ramingen van de baten en lasten van programma’s in de begroting toegelicht. In de financiële samenvatting van de rapportage worden alle bijstellingen groter dan € 50.000 afzonderlijk gepresenteerd en toegelicht.
Artikel 8. Wensen en bedenkingen over grote onderwerpen Het college besluit niet over:
Lid 6 (nieuw): verdere verduidelijking gegeven aan wat een restbudget inhoudt. Vervolgens uitleg over wat met een restbudget gebeurt voordat het restbudget vrijvalt ten gunste van de algemene reserve.
Het college besluit niet over: a. de aan- en verkoop van goederen, werken en diensten groter dan € 5 mln.; b. het verstrekken van leningen, waarborgen en garanties groter dan € 0,5 mln.; c. het verstrekken van kapitaal aan instellingen en ondernemingen, dan nadat de raad is geïnformeerd over het voornemen en in de gelegenheid is gesteld zijn wensen en bedenkingen ter kennis van het college te brengen. Bij het aangaan van leningen, waarborgen en garanties kleiner dan € 0,5 mln. wordt volstaan met het raadplegen van de raadsronde met aandachtgebied Middelen in haar portefeuille.
a. de aan- en verkoop van goederen, werken en diensten groter dan € 5 mln. voor zover de raad hier niet eerder via expliciete besluitvorming toestemming voor heeft gegeven; b. het verstrekken van investeringsbijdrage, leningen, waarborgen en garanties groter dan € 0,5 mln. Bij het aangaan van investeringsbijdrage, leningen, waarborgen en garanties kleiner dan € 0,5 mln. is het voldoende de raad te informeren tijdens een raadsronde;
Artikel 9. EMU-saldo Artikel 9. EMU-saldo Wanneer het Rijk de gemeente bericht dat alle gemeenten samen het collectieve aandeel van gemeenten in het EMU-tekort, bedoeld in artikel 3, zesde lid, van de Wet houdbare overheidsfinanciën, hebben overschreden, informeert het college de raad of een aanpassing van de begroting nodig is. Als het college een aanpassing nodig acht, doet het college een voorstel voor het wijzigen van de begroting.
Het college moet de raad informeren over een aanpassing van de begroting wanneer het Rijk bericht dat het collectieve aandeel van de gemeenten in het EMU-tekort hebben overschreden (artikel 3, lid 6 Wet houdbare overheidsfinanciën). Het college stelt een begrotingswijziging voor wanneer het een aanpassing nodig acht.
Hoofdstuk 3. Rechtmatigheidsverantwoording Artikel 10. Verantwoordings- en rapportagegrens rechtmatigheidsverantwoording. 1. De raad stelt vast op welke wijze hij door middel van de paragraaf bedrijfsvoering van de begroting en de jaarstukken wil worden geïnformeerd over rechtmatigheid, naast de verplichte onderdelen van deze paragraaf. 2. In de rechtmatigheidsverantwoording bij de jaarrekening rapporteert het college aan de raad over afwijkingen met een verantwoordingsgrens van een percentage tussen 0 en 3% van de totale lasten van de gemeente, inclusief de dotaties aan de reserves. 3. In de paragraaf bedrijfsvoering worden de geconstateerde afwijkingen (fouten of onduidelijkheden) groter dan de rapportagegrens nader toegelicht. 4. De raad stelt de verantwoordings- en rapportagegrens vast tijdens de vaststelling van het controleprotocol voor de jaarrekeningcontrole.
Hoofdstuk 3 (nieuw): wordt volledig gewijd aan de veranderingen door de invoering van de rechtmatigheidsverantwoording. Dit hoofdstuk van de financiële verordening beschrijft wat de belangrijke elementen inhouden. Hoe er met rechtmatigheidsafwijkingen (fouten of onduidelijkheden) wordt omgegaan, wordt beschreven in artikel 25 paragraaf bedrijfsvoering (zie artikel 10 lid 3) Hierin wordt toelichting gegeven over: - hoe rechtmatigheidsafwijkingen worden gerapporteerd in de jaarstukken - de verantwoordingsgrens - de rapportagegrens Beide grenzen worden beschreven in de financiële verordeningen. De verwachting is dat deze grenzen de komende jaren vaker zullen wijzigen waardoor vastlegging in de financiële verordening niet handig is. Beide grenzen worden jaarlijks vastgesteld via het controleprotocol. - voorwaardencriterium - begrotingscriterium - misbruik & oneigenlijk gebruik criterium Toelichting werking verantwoordings- en rapportagegrens ten opzichte van rechtmatigheidsafwijkingen (fouten of onduidelijkheden) Een rechtmatigheidsafwijking (fout of onduidelijkheid) die de
Artikel 11. Voorwaardencriterium
rapportagegrens passeert, wordt gerapporteerd in de jaarstukken.
1. Het voorwaardencriterium is het criterium van rechtmatigheid, dat betrekking heeft op de eisen die worden gesteld bij de uitvoering van de financiële beheershandelingen. De eisen/voorwaarden zijn afkomstig uit diverse wet- en regelgeving en hebben betrekking op aspecten als doelgroep, termijn, grondslag, administratieve bepalingen, normbedragen, bevoegdheden, bewijsstukken, recht, hoogte en duur.
Als deze rechtmatigheidsafwijking (fout of onduidelijkheid) ook de verantwoordingsgrens passeert, moet de afwijking worden gerapporteerd in de paragraaf rechtmatigheidsverantwoording. Indien dat niet het geval is, wordt deze gerapporteerd in de paragraaf bedrijfsvoering.
2. Het college biedt de raad jaarlijks ter vaststelling een normenkader rechtmatigheid aan tijdens de behandeling van het controleprotocol voor de jaarrekeningcontrole. Dit kader bestaat uit alle relevante (interne) wet- en regelgeving waaruit financiële beheershandelingen kunnen voortvloeien. Hierin worden ook mogelijke uitsluitingen van interne regels toegelicht. Artikel 12. Begrotingscriterium 1. Het begrotingscriterium is een criterium van rechtmatigheid dat betrekking heeft op de grenzen van de baten en lasten in de door de raad geautoriseerde begroting van de exploitatie en investeringskredieten en de hiermee samenhangende programma’s, waarbinnen de financiële beheershandelingen tot stand moeten zijn gekomen. 2. De begrotingsrechtmatigheid wordt beoordeeld op het niveau waarop de begroting door de raad is geautoriseerd. 3. Bij investeringsprojecten wordt de begrotingsrechtmatigheid beoordeeld op het niveau van het totaal gevoteerde kredietbedrag. Een overschrijding van het jaarbudget, passend binnen het totaalbedrag van het krediet, wordt daarmee als rechtmatig beschouwd. 4. Uitgangspunt is dat iedere afwijking van de begroting als onrechtmatig wordt beschouwd. Afwijkingen worden als acceptabel aangemerkt in de volgende situaties: a. Er is sprake van een overschrijding waarbij direct gerelateerde inkomsten de overschrijding compenseren; b.
Er is sprake van een overschrijding op een open-einde regeling; c. De overschrijding is geautoriseerd door middel van de vaststelling van een tussentijdse rapportage. 5. Begrotingsonrechtmatigheden die passen binnen het bestaande beleid van de raad, worden opgenomen in de rechtmatigheidsverantwoording (voor zover de verantwoordingsgrens voor afzonderlijke fouten of onduidelijkheden is overschreden), maar worden niet nader toegelicht in de paragraaf bedrijfsvoering. Artikel 13. Misbruik en oneigenlijk gebruik-criterium 1. Het misbruik en oneigenlijk gebruik-criterium is het criterium van rechtmatigheid, dat betrekking heeft op het voorkomen, detecteren en corrigeren van misbruik en oneigenlijk gebruik van overheidsgelden en gemeentelijke eigendommen bij financiële beheershandelingen. 2. Het college zorgt voor en legt de regels vast voor het voorkomen van misbruik en oneigenlijk gebruik van gemeentelijke regelingen en
Voor zover bekend is, worden de rechtmatigheidsfouten bij elkaar opgesteld en als het totaal de verantwoordingsgrens passeert, worden de fouten gerapporteerd in de paragraaf rechtmatigheidsverantwoording. Hetzelfde geldt voor rechtmatigheidsonduidelijkheden. Fouten en onduidelijkheden worden niet bij elkaar opgesteld.
eigendommen.
Hoofdstuk 3. Financieel beleid
Hoofdstuk 4. Financieel beleid
Artikel 10. Waardering en afschrijving vaste activa
Artikel 14. Waardering en afschrijving vaste activa
1. Het college biedt de raad minstens eenmaal per 4 jaar een nota waardering en afschrijving vaste activa aan. De raad stelt deze nota vast.
1. Het college biedt de raad minstens eenmaal per 4 jaar een kadernota waardering en afschrijving vaste activa aan. De raad stelt deze kadernota vast. In deze kadernota zijn de spelregels voor de bedrijfsvoering van de vaste activa weergegeven. Deze spelregels houden ten minste in de activerings- en waarderingsgrondslagen, afschrijvingstermijnen en afschrijvingsmethodieken en rentelasten.
2. De nota bevat een onderverdeling in: a. categorieën; b. afschrijvingstermijnen en afschrijvingssystematiek per categorie; c. waarderingsgrondslagen en activeringsgrondslagen. Tevens wordt aangegeven op welke wijze de financiële gevolgen (inclusief eventuele kosten van daarmee samenhangende financieringen) van activering worden toegerekend aan kostendragers. Ten aanzien van de afschrijvingspercentages behorend bij de categorie “bijdragen in activa in eigendom van derden” (onder de “immateriële vaste activa”) wordt volledigheidshalve verwezen naar de kadernota waardering en afschrijving vaste activa waar is opgenomen dat de afschrijvingsduur maximaal gelijk is aan die activa waarvoor de bijdrage aan derden wordt verstrekt.
Artikel 11. Voorziening voor oninbare vorderingen
Artikel 15. Voorziening voor oninbare vorderingen
1. Voor de vorderingen op verbonden partijen en derden wordt een voorziening wegens oninbaarheid gevormd op basis van een individuele beoordeling op inbaarheid van de openstaande vorderingen.
1. Voor de vorderingen op verbonden partijen en derden wordt een voorziening wegens oninbaarheid gevormd op basis van een individuele beoordeling op inbaarheid van de openstaande vorderingen. Dit betreft private en publieke vorderingen.
2. Voor openstaande vorderingen betreffende:
2. Voor de openstaande vorderingen wordt een voorziening wegens oninbaarheid gevormd. De beoordeling van de toereikendheid van de voorziening bij jaarrekening is leidend voor de werkelijke omvang van de voorziening. Openstaande vorderingen hebben betrekking op: a. onroerende zaakbelasting; b. precariobelasting; c. hondenbelasting; d. toeristenbelasting; e. reclamebelasting; f. parkeerbelasting; g. rioolheffing; h. afvalstoffenheffing.
a. b. c. d. e. f. g. h.
onroerende zaakbelasting; precariobelasting; hondenbelasting; toeristenbelasting; reclamebelasting; parkeerbelasting; rioolheffing; afvalstoffenheffing. wordt een voorziening wegens oninbaarheid gevormd met als richtlijn 0,5% van het totale geprognosticeerde heffingsbedrag. De beoordeling van de toereikendheid van de voorziening bij begroting en jaarrekening is leidend voor de werkelijke omvang van de voorziening.
Artikel 16. Reserves en voorzieningen
In de hoofdstukken 4 en 5 (nieuw) is bewust gekozen om enkel een beschrijving te geven over de kadernota en niet dieper in te gaan op wat deze kadernota inhoudt. Dat staat goed beschreven in de kadernota zelf. Deze werkwijze is voor iedere verwijzing naar een kadernota toegepast in de nieuwe financiële verordening (hoofdstuk 4 en 5). Hierdoor zullen de artikelen uit de oude financiële verordening meer tekst bevatten. Deze informatie staat ook in de kadernota zelf waardoor er niets verloren gaat door de artikelen in de korte.
Artikel 12. Reserves en voorzieningen 1. In de beleidsbegroting, de financiële begroting, het jaarverslag en de jaarrekening vindt geen toerekening van rente over de reserves en voorzieningen aan de taakvelden plaats. 2. Het college biedt de raad eens in de 4 jaar een nota reserves en voorzieningen aan. Deze nota wordt door de raad vastgesteld en behandeld.
3. Bij een voorstel voor de instelling van een bestemmingsreserve voor een investeringsvoornemen wordt minimaal aangegeven: a. b. c. d.
het specifieke doel van de reserve; de voeding van de reserve; de maximale hoogte van reserve; de maximale looptijd.
4. Indien een bestemmingsreserve voor een investeringsvoornemen binnen de aangegeven maximale looptijd niet heeft geleid tot een investering, valt de bestemmingsreserve vrij en wordt deze aan de algemene reserve toegevoegd.
1. Het college biedt de raad eens in de 4 jaar een kadernota reserves en voorzieningen aan. Deze kadernota wordt door de raad behandeld en vastgesteld. Het doel van deze kadernota is het bepalen van de uitgangspunten hoe gemeente Sittard-Geleen omgaat met reserves en voorzieningen en daarmee goed inzicht te geven in de financiële positie van de gemeente.
Lid 2 (oud) is herschreven en verandert naar lid 1 (nieuw). Lid 1 (oud) is onveranderd verplaatst naar lid 2 (nieuw)
2. In de beleidsbegroting, de financiële begroting, het jaarverslag en de jaarrekening vindt geen toerekening van rente over de reserves en voorzieningen aan de taakvelden plaats. 3. Bij een voorstel voor de instelling van een reserve wordt minimaal aangegeven: e. het specifieke doel van de reserve; a. de voeding van de reserve; b. de maximale hoogte van reserve; c. de maximale looptijd.
4. Als een bestemmingsreserve voor een investeringsvoornemen binnen de aangegeven maximale looptijd niet heeft geleid tot een investering, valt de bestemmingsreserve vrij en wordt deze aan de algemene reserve toegevoegd.
Artikel 17. Kostprijsberekening Artikel 13. Kostprijsberekening 1. Voor het bepalen van de geraamde kostprijs van rechten en heffingen waarmee kosten in rekening worden gebracht, en van goederen, werken en diensten die worden geleverd aan overheidsbedrijven en derden, wordt een extracomptabel stelsel van kostentoerekening gehanteerd. Bij deze kostentoerekening worden naast de directe kosten, de overheadkosten en de rente van de inzet van vreemd vermogen, voor de financiering van de in gebruik zijnde activa betrokken. Dit geldt ook voor activiteiten welke geheel of deels worden bekostigd met een specifieke uitkering of subsidie. 2. Bij de directe kosten worden betrokken de bijdragen aan en onttrekkingen van voorzieningen voor de noodzakelijke vervanging van de betrokken activa en de afschrijvingskosten van de in gebruik zijnde activa. Voor de rechten en heffingen waarmee kosten in rekening worden gebracht, worden daarbij ook de compensabele belasting over de toegevoegde waarde (BTW) en de gederfde baten van het kwijtscheldingsbeleid betrokken.
1. Voor het bepalen van de geraamde kostprijs van goederen, werken en diensten wordt een systeem van kostentoerekening gehanteerd. De kostprijs houdt verband met: • de prijzen die de gemeente bij overheidsbedrijven en derden in rekening brengt; • de tarieven van rechten en heffingen waarmee kosten in rekening worden gebracht. Bij de kostentoerekening worden naast de directe kosten de indirecte kosten betrokken die rechtstreeks samenhangen met de door de gemeente verleende diensten. 2. In de kostprijs zitten onder andere: • Directe kosten; • Overheadkosten. De berekening van de overhead wordt toegelicht in de kadernota overhead; • Rente van inzet vreemd vermogen, reserves en voorzieningen voor financiering betrokken activa. De berekening van de rente wordt toegelicht in de kadernota vaste activa;
3. Voor de toerekening van de overheadkosten aan de kostprijs van rechten en heffingen waarmee kosten in rekening worden gebracht, en 3. De raad stelt de kaders en regels over overhead vast in de kadernota overhead. Deze kadernota wordt iedere 4 jaar herzien en vastgesteld van goederen, werken, diensten die worden geleverd aan door de raad. overheidsbedrijven en derden wordt uitgegaan van een vast bedrag per fte. 4. Het percentage van de omslagrente voor de toerekening van rente voor de financiering van de in gebruik zijn de activa, bedoeld in het eerste lid, wordt jaarlijks met de begroting vastgesteld. Het percentage
Artikel 17 (nieuw): er is bewust voor gekozen om dit artikel in te korten. De uitleg uit de oude verordening en de modelverordening VNG is dermate onduidelijk opgeschreven, dat ervoor is gekozen de tekst te versimpelen. De inhoud blijft hetzelfde maar wordt wel begrijpelijk. Daarnaast zal voor de methodiek kortprijsberekening een aparte kadernota (genaamd: kadernota overhead) worden opgesteld. Hierdoor wordt de methodiek voor de overige artikelen uit hoofdstuk 4 en 5 (zie eerste note) gevolgd.
van deze omslagrente wordt bepaald uit het gewogen gemiddelde van het bij de begroting geraamde rentepercentage van de rentekosten op de opgenomen langlopende leningen, kortlopende leningen en kredieten. De uitkomst van dit percentage van de omslagrente wordt zodanig afgerond dat de rentekosten zo goed mogelijk verdeeld worden waarbij afgerond mag worden binnen een marge van 0,5%. 5. In afwijking van het vierde lid wordt bij een verstrekte lening voor de bepaling van de rentekosten van de inzet van vreemd vermogen in de kostprijs uitgegaan van de rente van de lening die voor de financiering van de verstrekte lening is aangetrokken. Deze rente wordt verhoogd met een opslag voor het kredietwaardigheid van de debiteuren en de eventuele te stellen zekerheden. 6. In afwijking van het eerste lid worden bij vennootschapsbelastingplichtige activiteiten en grondexploitaties alleen de rentekosten voor de inzet van vreemd vermogen aan de kostprijs toegerekend. Bij projectfinanciering worden dan de werkelijke rentekosten toegerekend. In andere gevallen wordt uitgegaan van het gewogen gemiddelde rentepercentage van de portefeuille leningen.
Artikel 18. Prijzen economische activiteiten Artikel 14. Prijzen economische activiteiten 1. Voor de levering van goederen, diensten of werken door de gemeente aan overheidsbedrijven en derden waarbij de gemeente in concurrentie met marktpartijen treedt, wordt ten minste de geraamde integrale kostprijs in rekening gebracht. Bij afwijking vanwege een publiek belang doet het college vooraf voor elk van deze activiteiten afzonderlijk een voorstel voor een raadsbesluit, waarin het publiek belang van de levering van de desbetreffende goederen, diensten of werken wordt gemotiveerd. 2. Bij het verstrekken van leningen of garanties door de gemeente aan overheidsbedrijven en derden worden ten minste de geraamde integrale kosten in rekening gebracht. Bij afwijking vanwege een publiek belang doet het college vooraf een voorstel voor een raadsbesluit, waarin het publiek belang van de lening of de garantie wordt gemotiveerd. 3. Bij het verstrekken van kapitaal door de gemeente aan overheidsbedrijven en derden gaat het college uit van een vergoeding van ten minste de geraamde integrale kosten van de verstrekte middelen. Bij afwijking vanwege een publiek belang doet het college vooraf een voorstel voor een raadsbesluit, waarin het publiek belang van de kapitaalverstrekking wordt gemotiveerd.
4. Raadsbesluiten met de motivering van het publiek belang als bedoeld
1. Er wordt ten minste de geraamde integrale kostprijs in rekening gebracht voor de levering van goederen, diensten of werken door de gemeente aan overheidsbedrijven en derden waarbij de gemeente in concurrentie met marktpartijen treedt. Dit is ten alle tijden passend binnen de wet- en regelgeving zoals de regels over staatssteun en de Wet Markt en Overheid.
2. Bij het verstrekken van leningen of garanties door de gemeente aan overheidsbedrijven en derden worden ten minste de geraamde integrale kosten in rekening gebracht.
3. Bij het verstrekken van kapitaal door de gemeente aan overheidsbedrijven en derden gaat het college uit van een vergoeding van ten minste de geraamde integrale kosten van de verstrekte middelen. 4. Bij afwijking van het eerste, tweede of derde lid vanwege een publiek belang doet het college vooraf voor elk van deze activiteiten een voorstel voor een raadsbesluit. In dit besluit wordt het publiek belang van deze activiteiten wordt gemotiveerd. In dit besluit wordt ook een onderbouwing van het risicoprofiel gegeven en, indien nodig, het treffen van een aansluitende reservering.
Lid 4 (nieuw): dit lid is toegevoegd waarbij koppeling wordt gelegd leden 1, 2 en 3. Hierdoor wordt de toelichting over de afwijking niet 3x herhaald.
in de vorige leden zijn niet nodig als minder dan de integrale kostprijs in rekening wordt gebracht en sprake is van:
Lid 4 (oud): komen te vervallen omdat er altijd een motivering nodig is, niet enkel in specifieke gevallen. Hiermee wordt de transparantie verbeterd.
a. leveringen van goederen, diensten of werken en het verstrekken van leningen, garanties en kapitaal aan andere overheden voor zover deze leveringen en verstrekkingen zijn bedoeld voor de uitoefening van de publieke taak door die andere overheid; b. een bevoordeling van activiteiten in het kader van een bij wet opgedragen publiekrechtelijke taak; c. een bevoordeling van activiteiten in het kader van een toegekend bijzonder of uitsluitend recht waarvoor prijsvoorschriften gelden; d. een bevoordeling van sociale werkvoorzieningen; e. een bevoordeling van onderwijsinstellingen; f. een bevoordeling van publieke media-instellingen; en g. een bevoordeling die valt onder de reikwijdte van de staatssteunregels van het Werkingsverdrag van de Europese Unie en daarmee verenigbaar is.
Artikel 15. Vaststelling hoogte belastingen, rechten, heffingen en prijzen
Artikel 19. Vaststelling hoogte belastingen, rechten, heffingen en prijzen
1. Het college doet de raad jaarlijks een voorstel voor de hoogte van de publiekrechtelijke gemeentelijke tarieven voor belastingen, rechten, heffingen en leges.
1. Het college doet de raad jaarlijks een voorstel voor de hoogte van de publiekrechtelijke gemeentelijke tarieven voor belastingen, rechten, heffingen en leges.
2. Het college biedt de raad, middels een toelichting bij de betreffende uitgangspunten in de programmabegroting, de kaders aan voor de prijzen voor de levering van gemeentelijke goederen, werken en diensten aan overheidsbedrijven en derden en voor de huren en de erfpachten. De raad stelt met de vaststelling van de programmabegroting deze kaders vast.
2. Het college biedt de raad aan de kaders voor de prijzen voor de levering van gemeentelijke goederen, werken en diensten aan overheidsbedrijven en derden, de huren, en de erfpachten via een toelichting bij de betreffende uitgangspunten in de programmabegroting. De raad stelt deze kaders vast via een separate memo.
3. Het college legt bij een tussentijdse wijziging van prijzen, huren en erfpachten ten opzichte van de kaders uit de nota vooraf een besluit voor aan de raad.
3. Het college legt een tussentijdse wijziging van prijzen, huren en erfpachten ten opzichte van de kaders voor aan de raad via een memo. Vervolgens kan de raad de wijziging vastleggen via een raadsbesluit.
Artikel 16. Financieringsfunctie
Artikel 20. Financieringsfunctie
1. Het college neemt bij het uitzetten en het aantrekken van middelen de volgende kaders in acht:
1. Het college neemt bij het uitzetten en het aantrekken van middelen de volgende kaders in acht: a. voor het aantrekken van financieringen met een looptijd langer dan één jaar worden minimaal twee en maximaal vier prijsopgaven bij verschillende financiële instellingen gevraagd; b. het uitzetten van overtollige middelen buiten de schatkist gebeurt uitsluitend bij financiële instellingen die minimaal voldoen aan de voorwaarden die zijn benoemd in de ministeriële Regeling uitzettingen en derivaten decentrale overheden (Ruddo); c. er wordt geen gebruik gemaakt van financiële derivaten als bedoeld in artikel 1, onder c, van de Wet financiering decentrale overheden; d. de financieringsfunctie heeft bij de gemeente als primair doel het financiële risicobeheer.
a. voor het aantrekken van financieringen met een looptijd langer dan één jaar worden vier prijsopgaven bij verschillende financiële instellingen gevraagd; b. het uitzetten van overtollige middelen buiten de schatkist gebeurt uitsluitend bij financiële instellingen die minimaal voldoen aan de voorwaarden die zijn benoemd in de ministeriële Regeling uitzettingen en derivaten decentrale overheden (Ruddo); c. er wordt geen gebruik gemaakt van financiële derivaten als bedoeld in artikel 1, onder c, van de Wet financiering decentrale overheden; d. de financieringsfunctie heeft bij de gemeente als primair doel
het financiële risicobeheer. 2. Het verstrekken van leningen, het verstrekken van garanties en het 2. Het college draagt zorg om bij het verstrekken van leningen, garanties verstrekken van risicodragend kapitaal worden uitsluitend gedaan uit en risicodragend kapitaal zo veel mogelijk zekerheden te bedingen om hoofde van de publieke taak. Bij het verstrekken van leningen, het het financiële risico zo veel mogelijk te verminderen. Dit is zeker als verstrekken van garanties en het verstrekken van risicodragend het om grote bedragen gaat, iets om op te letten. Het verstrekken van kapitaal uit hoofde van de publieke taak bedingt het college indien leningen, garanties, en risicodragend kapitaal worden uitsluitend mogelijk zekerheden. Het college motiveert in zijn besluit het openbaar gedaan uit hoofde van de publieke taak. Bij het verstrekken van belang van dergelijke verstrekkingen van leningen, verstrekkingen van leningen, garanties, en risicodragend kapitaal uit hoofde van de garanties en verstrekking van risicodragend kapitaal. publieke taak bedingt het college zekerheden, indien mogelijk. Het college motiveert in zijn besluit het openbaar belang van de leningen, garanties, en risicodragend kapitaal. 3. Bij het verstrekken van een garantie wordt een voorziening ten laste van de begroting gevormd ter grote van het risico dat de gemeente met de garantie loopt.
Als in de begroting niet is voorzien in budget voor deze voorziening dan doet het college vooraf aan de garantieverlening een voorstel aan de raad voor een begrotingswijziging.
3. Bij het verstrekken van een garantie wordt een voorziening ten laste van de begroting gevormd ter grootte van het risico dat de gemeente met de garantie loopt. Als er geen voorziening is gevormd in de begroting, doet het college vooraf aan de garantieverlening een voorstel aan de raad voor een begrotingswijziging.
4. Het college mag achtervangovereenkomsten met het Waarborgfonds Sociale Woningbouw aangaan voor leningen opgenomen door in de gemeente werkzame woningcorporaties.
4. Het college mag achtervangovereenkomsten afsluiten met het Waarborgfonds Sociale Woningbouw. Dit houdt in dat de gemeente garant staat voor leningen aangegaan door woningcorporaties met het Waarborgfonds Sociale Woningbouw zolang: - de woningbouwcorporatie werkzaam is in gemeente Sittard-Geleen, en; - de lening wordt aangegaan voor een project dat wordt uitgevoerd in gemeente Sittard-Geleen.
Hoofdstuk 4. Paragrafen
Hoofdstuk 5. Paragrafen
Artikel 17. Lokale heffingen
Artikel 21. Lokale heffingen
Bij de begroting neemt het college in de paragraaf lokale heffingen naast de verplichte onderdelen op grond van artikel 10 van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten in ieder geval op:
De paragraaf lokale heffingen bevat informatie over diverse gemeentelijke belastingen en heffingen en gaat het in op de consequenties van de gemeentelijke woonlasten druk voor de inwoners van de gemeenten. In deze paragraaf in de begroting neemt het college, naast de verplichte onderdelen op grond van artikel 10 van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten, in ieder geval op:
a. de kostendekkendheid van de heffingen (inclusief eventuele kruissubsidiëring); b. het volume en bedrag aan kwijtscheldingen; c. de (ontwikkeling van de) lastendruk voor woningen en niet woningen.
Bij de jaarstukken neemt het college in de paragraaf lokale heffingen naast de verplichte onderdelen op grond van artikel 10 van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten het bedrag aan kwijtscheldingen op.
a. de kostendekkendheid van de heffingen (inclusief eventuele kruissubsidiëring); b. het volume en bedrag aan kwijtscheldingen; c. de (ontwikkeling van de) lastendruk voor woningen en niet woningen.
Artikel 18. Financiering In de paragraaf financiering bij de begroting en de jaarstukken neemt het college op grond van artikel 13 van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten in ieder geval op de beleidsvoornemens ten aanzien van het risicobeheer van de financieringsportefeuille en geeft inzicht in de rentelasten, het renteresultaat, de wijze waarop rente aan investeringen, grondexploitaties en taakvelden wordt toegerekend en de financieringsbehoefte.