03 Toelichting wijzigingsplan
Tekst van het document
Toelichting TAM-IMRO Molenbeekhof vastgesteld 24
14 januari 2025
Molenbeekhof
Figuur 6. Uitsnede risicokaart (plangebied bij blauwe ballon) (bron: www.risicokaart.nl)
Risicovolle inrichtingen In de omgeving van het plangebied zijn geen risicovolle inrichtingen gesitueerd. Risicovol wegtransport en transport via spoor- en waterwegen Ten westen van het plangebied is een spoorlijn gelegen (Roermond – Maastricht) waarover gevaarlijke stoffen worden vervoerd. De planlocatie ligt echter ruim 800 meter buiten de aandachtsgebieden van deze spoorlijn. Deze spoorlijn vormt derhalve geen risico voor de voorgenomen ontwikkeling. Risicovolle (buis)leidingen Ten westen van de spoorlijn ligt ook een aardgastransportleiding van Gasunie. Het plangebied ligt op meer dan 1 kilometer afstand. Daarmee vormt deze aardgastransportleiding geen risico voor de voorgenomen ontwikkeling. 4.10.3 Conclusie Duidelijk is dat er in de omgeving van het plangebied geen objecten of transportroutes zijn gelegen die in het kader van omgevingsveiligheid dienen te worden beschouwd. Het plangebied ligt niet binnen een aandachtsgebied voor externe veiligheid. Het aspect ‘omgevingsveiligheid’ vormt geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling. 4.11 Gezonde fysieke leefomgeving 4.11.1 Beoordelingskader De fysieke leefomgeving kan gevolgen hebben voor de gezondheid van mensen, in positieve of negatieve zin. Zo kan een groene en beweegvriendelijke omgeving goed zijn voor de gezondheid.
Aan de andere kant kunnen bijvoorbeeld een matige luchtkwaliteit of een lawaaiige omgeving ongezond zijn. In artikel 1.3 van de Omgevingswet staan de maatschappelijke doelen van de wet. Een van die doelen is een gezonde fysieke leefomgeving. Een gezonde leefomgeving ervaren bewoners als prettig, nodigt uit tot gezond gedrag en biedt bescherming tegen negatieve omgevingsinvloeden. In de brede belangenafweging weegt het bevoegd gezag het belang van de gezondheidsbescherming samen met andere belangen af. Het bevoegd gezag moet motiveren hoe het de verschillende belangen heeft gewogen en wat dit betekent in het omgevingsplan. Toelichting TAM-IMRO Molenbeekhof vastgesteld 25
14 januari 2025
Molenbeekhof
4.11.2 Toetsing gezonde fysieke leefomgeving Met het voorgenomen plan worden de bestaande opstallen binnen het plangebied van dit wijzigingsbesluit gesloopt. Het betreffen een oude woning een zwembad en enkele bijgebouwen. In voorgaande paragrafen is onderzocht welke effecten het planvoornemen ondervindt van aspecten met betrekking tot een gezonde leefomgeving, zoals geluid, geur en luchtkwaliteit. Uit de afweging voor deze aspecten blijkt dat geen van deze thema’s zorgt voor een verslechtering van de fysieke leefomgeving. 4.11.3 Conclusie Het aspect ‘gezonde fysieke leefomgeving’ vormt geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling.
Toelichting TAM-IMRO Molenbeekhof vastgesteld 26
14 januari 2025
Molenbeekhof
Hoofdstuk 5
Milieueffectrapportage
5.1 Beoordelingskader De milieueffectrapportage (m.e.r.) is een hulpmiddel om bij diverse procedures het milieubelang een volwaardige plaats in de besluitvorming te geven. Een m.e.r. is verplicht bij de voorbereiding van plannen en besluiten van de overheid over initiatieven en activiteiten van publieke en private partijen die aanzienlijke milieueffecten kunnen hebben. De wettelijke basis voor de m.e.r. ligt in Europa: • De MER-richtlijn regelt de milieueffectrapportage voor projecten; • De SMB-richtlijn regelt de milieueffectrapportage voor plannen en programma’s. Daarnaast geldt het verdrag van Espoo, inclusief het SEA-protocol, als er grensoverschrijdende milieueffecten kunnen zijn. De eisen van de bovengenoemde richtlijnen en het verdrag zijn nationaal omgezet in afdeling 16.4 van de Omgevingswet en hoofdstuk 11 van het Omgevingsbesluit. De Commissie m.e.r. is geregeld in artikel 17.5 van de Omgevingswet en hoofdstuk 12 van het Omgevingsbesluit. Voor het bepalen of een plan eventueel mer-plichtig is, is artikel 16.36, lid 3 en 4 van de Omgevingswet van toepassing. Er zijn bij de zogenaamde plan-mer-beoordeling twee mogelijke resultaten: 1. 2.
Aanzienlijke milieueffecten zijn niet uitgesloten: er volgt een plan-mer en er moet een milieueffectrapport (MER) worden gemaakt. Aanzienlijke milieueffecten zijn uitgesloten: er is geen plan-mer nodig en er wordt geen MER gemaakt.
Er zijn twee situaties waarin een plan-mer-beoordeling aan de orde kan komen: 3.
Het plan is kaderstellend voor projecten die milieueffecten kunnen hebben, maar het betreft geen project dat in bijlage 5 bij het Omgevingsbesluit staat. Het plan is derhalve niet direct plan-mer-plichtig. In dit geval dient een plan-mer-beoordeling te worden uitgevoerd. 4. Het plan is kaderstellend voor projecten uit bijlage 5 Omgevingsbesluit, maar komt niet boven de drempelwaarden van kolom 2 uit bijlage 5 van het Omgevingsbesluit. Een plan-mer-beoordeling is aan orde indien: a. Het plan een kleine wijziging van een plan of programma betreft; b. Het plan gaat over een klein gebied op lokaal niveau én als voor dat plan of programma een bestuursorgaan van een gemeente het bevoegd gezag is. 5.2 Toetsing Uit toetsing aan artikel 16.36, lid 3 en 4 Omgevingswet volgt dat het besluit tot wijziging van het omgevingsplan voor onderhavig project valt onder mogelijkheid 2 zoals hierboven beschreven. Het besluit bevat namelijk wél een activiteit uit kolom 3 van bijlage 4 van het Omgevingsbesluit [J11] de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject, maar er wordt niet voldaan aan de drempelwaarden die zijn vastgelegd in kolom 2 (gevallen waarin de mer-plicht geldt). Er kan derhalve worden volstaan met een plan-mer-beoordeling indien voldaan wordt aan de onderdelen a en b van lid 2 zoals hierboven beschreven.
Toelichting TAM-IMRO Molenbeekhof vastgesteld 27
14 januari 2025
Molenbeekhof
De wijziging van het omgevingsplan heeft echter betrekking op een klein gebied in verhouding met het totale grondgebied van de gemeente en het betreft een kleine wijziging van de regels van het ‘gemeentebrede’ omgevingsplan. In dit geval wordt er dan ook eerst een plan-mer-beoordeling uitgevoerd. Bij deze beoordeling dient rekening te worden gehouden met de criteria van bijlage II bij de SMB-richtlijn. De regels over het uitvoeren van een plan-mer-beoordeling staan in artikel 16.36, lid 5 Omgevingswet en artikel 11.1 Omgevingsbesluit. 5.3 Kenmerken van het plan De ontwikkeling ziet toe op de realisatie van 11 extra woningen aan de Tudderenderweg te Sittard. De bestaande ‘binnentuin’ wordt getransformeerd naar een woongebied met 10 levensloopbestendige woningen. Binnen het bestaande bestemmingsvlak voor wonen worden 3 woningen gerealiseerd. 5.3.1 Cumulatie met andere projecten Het project staat op zichzelf. Er hoeven geen andere projecten uitgevoerd te worden om het project mogelijk te maken. Ten zuiden van het perceel is in 2023 een bestemmingsplan vastgesteld om de bestaande bedrijfslocatie te transformeren naar woningen. Voorliggende ontwikkeling staat hier echter planologisch/beleidsmatig los van. Ook is de financiering van het project niet afhankelijk van andere projecten. Bouwkundige samenhang is voorts niet aan de orde.
Er wordt dan ook geen cumulatie verwacht met andere ontwikkelingen in de directe nabijheid. 5.3.2 Gebruik van natuurlijke hulpbronnen Onder natuurlijke hulpbronnen worden onder andere niet vernieuwbare bronnen, zoals fossiele brandstoffen verstaan, maar ook hernieuwbare bronnen, zoals hout, zon, rubber, drinkwater en zuurstof. Ten behoeve van realisatie en onderhoud van de gebouwde omgeving worden reguliere materialen en hulpbronnen gebruikt. Het gebruik van natuurlijk hulpbronnen vormt naar aard en omvang derhalve geen aanleiding voor het opstellen van een milieueffectrapportage. 5.3.3 Productie van afvalstoffen De productie van afvalstoffen is tijdens de realisatie van onderhavig plan beperkt tot de bouwafvalstoffen. Voor de nieuwe bewoners gelden de gemeentelijke regels rondom het verwijderen van huisvuil. De productie van afvalstoffen vormen naar aard en omvang geen aanleiding voor het opstellen van een milieueffectrapportage. 5.3.4 Effecten op gebieden De effecten die optreden zijn lokaal en beperkt van aard. De ontwikkeling heeft geen significant negatieve invloed op de natuurlijke kenmerken en kwetsbaarheid van het gebied of omliggend gebieden. Het plan ligt in de bebouwde kom van Sittard. Zogenaamde gevoelige gebieden, zoals gedefinieerd in bijlage III van de EU-Richtlijn, komen niet voor in de directe nabijheid van het plangebied.
Gelet op de aard en omvang van het plan zijn er daarnaast geen bijzondere effecten te verwachten wat betreft het risico op zware ongevallen en/of rampen (waaronder rampen door klimaatverandering) of risico’s voor de menselijke gezondheid. 5.4 Kenmerken van de effecten Voor de beoogde ontwikkeling zijn in het kader van de in voorbereiding planologische procedure reeds meerdere omgevingsaspecten beoordeeld en/of onderzocht. In Hoofdstuk 4 is ingegaan op de verschillende milieuaspecten en overige haalbaarheidsaspecten die van belang zijn. Hieronder worden de belangrijkste resultaten samengevat.
Toelichting TAM-IMRO Molenbeekhof vastgesteld 28
14 januari 2025
Molenbeekhof
Bodem De bodem is geschikt voor woningbouw. Er zijn geen nadelige effecten te verwachten. Geluid Als gevolg van de ontwikkeling zijn geen nadelige effecten op het gebied van geluid te verwachten. De te realiseren woningen voldoen aan het gemeentelijk beleid inzake de geluidsbelasting. Voor enkele woningen wordt in de beoordelingsregels een hogere waarde toegestaan. Geur De realisatie van woningen leidt niet tot extra geurbelasting. Externe veiligheid Risicovolle activiteiten (bijlage VII Bkl) In het plangebied worden geen risicovolle activiteiten mogelijk gemaakt. De te realiseren woningen liggen ook niet binnen aanwezige aandachtsgebieden. Luchtkwaliteit Het project draagt Niet in Betekende Mate bij aan de luchtkwaliteit. Archeologie Het plangebied is onderzocht en niet is uit te sluiten dat er archeologische waarden in de bodem aanwezig zijn. Door middel van de archeologische bescherming op te nemen in het deel omgevingsplan is het behoud geborgd. Op dit onderdeel zal nader onderzoek worden uitgevoerd. Natuur en ecologie Uit onderzoek blijkt dat er geen negatieve effecten te verwachten zijn op soorten en gebieden. Voor vogels moet wel rekening gehouden worden met het broedseizoen. 5.5 Conclusie Bovenstaande effecten zijn weloverwogen beoordeeld. Het voornemen om de woningen te realiseren leidt niet of in zeer beperkte mate tot effecten voor het milieu en de omgeving.
Waar mogelijk worden maatregelen genomen om deze effecten te beperken. Er kan worden geconcludeerd dat er geen sprake is van bijzondere omstandigheden ten aanzien van de kenmerken en locatie van de ontwikkeling die zouden kunnen leiden tot belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu. Voor de beoordeelde milieuaspecten geldt dat er geen negatieve effecten verwacht hoeven te worden. Er kan worden geconstateerd dat de nadelige effecten te reguleren zijn en dat een uitgebreide m.e.r.-beoordeling of het opstellen van een MER in deze niet zinvol en/of noodzakelijk is.
Toelichting TAM-IMRO Molenbeekhof vastgesteld 29
14 januari 2025
Molenbeekhof
Hoofdstuk 6
Toelichting op de regels
6.1 Inleiding In de voorgaande hoofdstukken is ingegaan op de bestaande situatie, het relevante beleid en de relevante milieu- en omgevingsaspecten. De informatie uit deze hoofdstukken is gebruikt om keuzes te maken bij het opstellen van dit TAM-IMRO Omgevingsplan, bestaande uit een plankaart (verbeelding) en regels. In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de opzet van dit TAM-IMRO omgevingsplan. Daarnaast worden de gemaakte keuzes op de verbeelding en in de regels verantwoord. Dat betekent dat er wordt aangegeven waarom bepaalde functies zijn aangewezen en waarom bepaalde bebouwing acceptabel is. Met het TAM-IMRO omgevingsplan ‘Tudderenderweg 25f’ wordt de realisatie van 13 woningen mogelijk gemaakt. Deze wijziging op het tijdelijk deel van het omgevingsplan van de gemeente Sittard-Geleen is technisch opgesteld conform het Informatiemodel Ruimtelijke Ordening (IMRO), maar is inhoudelijk uitgewerkt op basis van de vereisten volgens de Omgevingswet. 6.2 Opzet regels Op 1 januari 2024 is het omgevingsplan van rechtswege ontstaan. Dit omgevingsplan bestaat uit alle ruimtelijke plannen, waaronder bestemmingsplannen en wijzigingsplannen, en uit de Bruidsschat die de gemeente van het Rijk heeft ontvangen. In deze Bruidsschat zitten onder meer regels voor milieubelastende activiteiten en bouwactiviteiten.
Gemeenten krijgen tot 1 januari 2032 de tijd om het omgevingsplan van rechtswege en andere regels over de fysieke leefomgeving om te zetten naar een nieuw omgevingsplan. Op grond van artikel 2.4 en 22.6 van de Omgevingswet kan de gemeenteraad het omgevingsplan van rechtswege (laten) wijzigen. Toepassing TAM-IMRO De Omgevingswet integreert wetgeving en regels voor ruimte, wonen, infrastructuur, milieu, natuur en water. Het DSO ondersteunt bij de uitvoering van de wet bestaat uit lokale systemen van overheden en de landelijke voorziening (DSO-LV), zoals Regels op de kaart en het Omgevingsloket. Er zijn tijdelijke alternatieve maatregelen (TAMs) ontwikkeld voor organisaties die nog geen gebruik kunnen maken van lokale of landelijke onderdelen van het DSO. Een van deze TAMs is TAM-IMRO. Bij TAM-IMRO wordt het omgevingsplan gewijzigd via de – onder de Wet ruimtelijke ordening gebruikte – IMRO-standaard en de voorziening ruimtelijkeplannen.nl. Het gebruik van TAM-IMRO is toegestaan tot en met 31 december 2024. Als het ontwerp van een TAM-IMRO omgevingsplan uiterlijk 31 december 2024 ter inzage is gelegd, mag het ook na 1 januari 2025 worden afgemaakt met TAM-IMRO.
Werkingsgebied De regels in dit TAM-IMRO omgevingsplan zijn van toepassing op de locatie Tudderenderweg 25, waarvan de geometrisch bepaalde planobjecten zijn vervat in het GML-bestand, NL.IMRO.1883.TAMTudweg25f-ON01 zoals vastgelegd op https://www.ruimtelijkeplannen.nl. In hoofdstuk 1 van deze ruimtelijke motivering is een overzichtskaart van het werkingsgebied c.q. plangebied opgenomen. 6.2.1 Preambule In de preambule is opgenomen dat het TAM-IMRO omgevingsplan gelezen moet worden als hoofdstuk in het gemeentelijk omgevingsplan en de artikelen als paragrafen van dat hoofdstuk. Dit om onduidelijkheden met het omgevingsplan van rechtswege te voorkomen. Toelichting TAM-IMRO Molenbeekhof vastgesteld 30
14 januari 2025
Molenbeekhof
6.2.2 Inleidende bepalingen Hoofdstuk 1 bevat bepalingen die gelden voor het gehele plangebied en bestaat uit: • Artikel 1.1 Begripsbepalingen: In dit artikel zijn definities van de in de regels gebruikte begrippen opgenomen, voor een eenduidige interpretatie van deze begrippen. • Artikel 1.2 Toepassingsbereik: Dit artikel geeft aan voor welk werkingsgebied de regels van toepassing zijn. Tevens wordt aangegeven dat specifieke artikelen uit de Omgevingswet en het Omgevingsplan van rechtswege niet van toepassing zijn indien strijdigheid bestaat met de regels uit het TAM-IMRO omgevingsplan. • Artikel 1.3 Meet- en rekenbepalingen: Dit artikel geeft onder meer bepalingen waar mag worden gebouwd en hoe voorkomende eisen betreffende de maatvoering begrepen moeten worden. • Artikel 1.4 Aanvraagvereisten: In dit artikel is aangegeven dat de aanvraagvereisten uit artikel 22.5.2 van het omgevingsplan van rechtswege ook van toepassing zijn verklaard op omgevingsvergunningaanvragen vereist op basis van het TAM-IMRO omgevingsplan. • Artikel 1.5 Algemeen gebruiksverbod: Dit artikel geeft aan dat gebruik zoals niet omschreven in de regels van dit hoofdstuk, als strijdig wordt aangemerkt. 6.2.3 Functies en activiteiten In hoofdstuk 2 is opgenomen welke functies binnen het plangebied zijn toegestaan.
Per toegestane functie is aangegeven waar en hoe bouwen ten behoeve van de functie is toegestaan. In paragraaf 6.3 worden de verschillende functies en gebiedsaanduidingen toegelicht en wordt ook per functie aangegeven waarom voor bepaalde gronden voor deze toedeling is gekozen. 6.2.4 Algemene bepalingen Hoofdstuk 3 bevat de algemene bepalingen. Deze bepalingen gelden voor het gehele plangebied. Dit hoofdstuk is opgebouwd uit: • Artikel 5 Algemene bouwbepalingen: dit artikel bevat regels ten aanzien van het bouwen van ondergrondse bouwwerken, en de voorwaarde tot het voorzien in voldoende parkeergelegenheid in het kader van een omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen. • Artikel 9 Algemene gebruiksbepalingen: in dit artikel worden de algemene gebruiksregels beschreven. Deze regels gaan uit van het principe dat gebruik uitsluitend is toegestaan in overeenstemming de ter plekke toegestane functies. Dit artikel bevat algemeen geldende bepalingen ten aanzien van strijdig en toegestaan gebruik volgens de in het omgevingsplan toegekende functies. • Artikel 7 Beschermen van waarden: Dit artikel bevat bepalingen voor het beschermen van specifieke waarden die binnen het werkingsgebied van het omgevingsplan voorkomen. • Artikel 8 Algemene aanduidingsbepalingen: In dit artikel worden gebieden aangeduid waarvoor specifieke, sectorale regels gelden.
Dit betreffen onder meer voorwaardelijke verplichtingen voor beeldkwaliteit, aanvullend bodemonderzoek en onderzoek gevelwering. • Artikel 9 Algemene afwijkingsbepalingen: Dit artikel bevat bepalingen ten aanzien van beperkte afwijkingen ten opzichte van de in hoofdstuk 2 toegestane functies en bouwmogelijkheden. Voor deze afwijkingen geldt een omgevingsvergunningplicht.
Toelichting TAM-IMRO Molenbeekhof vastgesteld 31
14 januari 2025
Molenbeekhof
6.2.5 Overgangs- en slotbepalingen In hoofdstuk 4 staan de overgangs- en slotbepalingen. In artikel 10 is het overgangsrecht beschreven. Hierin wordt aangegeven wat de juridische consequenties zijn van bestaande situaties die in strijd zijn met het omgevingsplan. 6.3 Nadere toelichting op de regels Kenmerk van de Nederlandse regelgeving op het gebied van de fysieke leefomgeving is dat er sprake is van een ‘ja, mits’-principe. Het omgevingsplan geeft voor veel functies aan onder welke voorwaarden ze voorstelbaar/inpasbaar zijn binnen het werkingsgebied of specifieke deelgebieden binnen het werkingsgebied. Het omgevingsplan vormt het juridische toetsingskader dat bindend is voor de burger en overheid en geeft aan welke functies op welke locaties binnen het werkingsgebied voorstelbaar worden geacht (en onder welke voorwaarden). Binnen de gebieden ‘Groen’ in het plangebied worden onder meer de groenvoorzieningen, waterhuishoudkundige voorzieningen, speelplaatsen en voetpaden gerealiseerd. De parkeervoorzieningen, in- en uitritten van het plangebied en de verhardingen van het hofje zijn gelegen in het gebied ‘Verkeer’. Tot slot is het gebied ‘Wonen’ toegekend voor het uitgeefbaar gebied ten behoeve van de beoogde woningen (inclusief de tuinen en erven, wegen en paden en waterhuishoudkundige voorzieningen die hierbij horen).
Gebiedsaanduidingen Binnen STOP-TPOD (de technische werkwijze voor omgevingsplannen) wordt aan regels uit het omgevingsplan zoveel mogelijk een werkingsgebied toegekend. In dit TAM-IMRO omgevingsplan is dit uitgangspunt waar mogelijk aangehouden. Dit betekent dat voor sectorale regelgeving gebruik is gemaakt van gebiedsaanduidingen om een werkingsgebied toe te kennen met een directe relatie met de bijbehorende regeling.
Ook vanuit uitgevoerd archeologisch onderzoek volgt dat nader onderzoek noodzakelijk is. De uitvoering hiervan is middels een gebiedsaanduiding met bijbehorende regeling vastgelegd. Binnen het plangebied is een voorwaardelijke verplichting opgenomen om te borgen dat de waterberging wordt gerealiseerd. Tot slot is ook het doelgroepenbeleid van de gemeente Sittard-Geleen vertaald naar een gebiedsaanduiding met regeling, welke het bouwen voor de benodigde doelgroepen voorwaardelijk vastlegt.
Toelichting TAM-IMRO Molenbeekhof vastgesteld 32
14 januari 2025
Molenbeekhof
Hoofdstuk 7
Financieel-economische uitvoerbaarheid
7.1 Inleiding In dit hoofdstuk worden de exploitatie van het plan en de eventueel daaruit voortvloeiende nadeelcompensatie besproken. 7.2 Economische uitvoerbaarheid In deze motivering is onderbouwd dat met het voorliggende besluit tot wijziging van het omgevingsplan een evenwichtige toedeling van functies aan locaties wordt bereikt en dat de toegekende functies binnen een redelijke termijn kunnen worden gerealiseerd. Gelet hierop kan aangenomen worden dat de realisatie economisch uitvoerbaar is. Op voorhand is er geen reden om aan te nemen dat de toegekende functies om financiële redenen niet binnen een redelijke termijn kunnen worden gerealiseerd. 7.3 Kostenverhaal Op grond van artikel 13.11 Omgevingswet is de gemeente verplicht tot kostenverhaal, indien sprake is van één of meerdere aangewezen bouwactiviteiten. Het gaat om zogenaamde kostenverhaalsplichtige activiteiten zoals genoemd in artikel 8.13 Omgevingsbesluit (hierna: ‘een aangewezen bouwactiviteit’). Dit houdt in dat de gemeenteraad kostenverhaalsregels dient vast te stellen in het omgevingsplan, tenzij middels onder andere een anterieure overeenkomst de kosten die het vanwege artikel 8.15 Omgevingsbesluit maakt, anderszins verzekerd zijn dan wel vrijstelling wordt verleend voor de kosten in de gevallen genoemd in artikel 8.14 Omgevingsbesluit.
De gemeente heeft een anterieure overeenkomst met de initiatiefnemer gesloten. De ontwikkeling heeft voor de gemeente geen negatieve financiële gevolgen. Het kostenverhaal is hiermee gedekt. 7.4 Maatschappelijke uitvoerbaarheid 7.4.1 Inleiding De procedure voor vaststelling van een wijzigingsbesluit op het Omgevingsplan is geregeld in de Omgevingswet, het Omgevingsbesluit en de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Voor het wijzigen van een omgevingsplan geldt de uniforme openbare voorbereidingsprocedure van afdeling 3.4 van de Awb. 7.4.2 Participatietraject Ten behoeve van de planvorming is al diverse keren (22-10-2022, 24-11-2022 en 28-02-2024) een informatieavond voor de omwonenden en belanghebbenden georganiseerd. Uit deze bijeenkomsten zijn ideeën naar voren gekomen die in overleg met de omwonenden zijn verwerkt. Een onderdeel daarvan is dat de bewoners aan de Jan van Stevenswweertstraat een strook grond aan hun tuin krijgen toegevoegd. Het plan kan nu rekenen op steun van de omwonenden. 7.4.3 Zienswijzen Het ontwerp van dit wijzigingsbesluit heeft van 31 oktober 2024 t/m 11 december 2024 voor een ieder ter inzage gelegen. Het plan is tevens elektronisch beschikbaar gesteld via de landelijke website (LVBB). Voorafgaand hiervan is mededeling gedaan in het Gemeenteblad.
Gedurende de zienswijzeperiode zijn geen zienswijzen over het ontwerpbesluit naar voren gebracht bij de gemeenteraad..
Toelichting TAM-IMRO Molenbeekhof vastgesteld 33
14 januari 2025
Molenbeekhof
Hoofdstuk 8
Bijlage 1. Bijlage 2. Bijlage 3. Bijlage 4. Bijlage 5. Bijlage 6.
Bijlagen
Akoestisch onderzoek Quick scan Soortenonderzoek Aerius berekeningen Bodem onderzoek Archeologisch onderzoek Woningbehoefteonderzoek
Toelichting TAM-IMRO Molenbeekhof vastgesteld 34
14 januari 2025