CConstaterende datSittard-Geleen
Koppel je AI →
Document · PDF

03 toelichting

Raad 30 mei 2024, gemeente Sittard-GeleenBij agendapunt: Bestemmingsplan Natuurontwikkeling Trierveld (Tillie)12.690 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Op de verbeelding is op twee plekken – in het noordelijke gedeelte van het plangebied en in het zuidelijke gedeelte van het plangebied – de gebiedsaanduiding ‘milieuzone-geluidgevoelige functie’ opgenomen. Ter plaatse van deze twee aanduidingsgebieden is het vestigen van een modelvliegtuigclub niet toegestaan. In het overige gedeelte van het plangebied is dit wel toegestaan. Dit is vastgelegd conform het ter plaatse vigerende bestemmingsplan, om de aanwezigheid van een bestaande modelvliegtuigclub mogelijk te maken. Het aspect geluid vormt geen belemmering voor de realisatie van het plan.

Bestemmingsplan natuurontwikkeling Trierveld Gemeente Sittard-Geleen

- pagina 26 -

Toelichting

5.2 Water d Waterbeheerplan Waterschap Limburg 2016-2021 De gemeente Sittard-Geleen valt in de zin van wateraangelegenheden binnen de Keur van het Waterschap Limburg. Het Waterschap is de waterkwantiteit- en waterkwaliteitsbeheerder en de beheerder van de primaire en secundaire waterkeringen. Het waterbeheerplan 2016-2021 is een gezamenlijk plan van beide waterschappen. Met dit Waterbeheerplan zet het waterschap de koers uit voor een toekomstbestendig waterbeheer in Limburg en geeft het aan hoe het invulling wil geven aan de taak om te zorgen voor veilige dijken, droge voeten en voldoende en schoon water. In het plan is vastgelegd hoe men het watersysteem en waterkeringen op orde wil brengen en houden. Ook staat hierin welke bijdrage het waterschap levert aan de Europese Kaderrichtlijn Water. Voorbeelden van maatregelen zijn: het aanleggen en verbeteren van dijken tegen overstromingen, het aanpakken van knelpunten van wateroverlast, herstellen van beken en het verbeteren van de effluentkwaliteit van de rioolwaterzuiveringsinstallaties. Legger en Keur Waterschap Limburg Het waterschap kent naast zijn beleid de Keur als regelgeving (en de bijbehorende legger als kaart). Om zijn taak uit te kunnen oefenen, maakt het waterschap gebruik van deze Keur. De Keur is een door het waterschapsbestuur vastgestelde verordening waar gedoogplichten, geboden en verboden in staan.

Deze regels gelden voor toestanden en handelingen op en vlakbij waterkeringen, watergangen en kunstwerken zoals duikers. De Keur bevat de ligging en maatvoering van waterstaatkundige werken en waterpartijen, alsmede de onderhoud- en beschermingszones. Het waterschap levert deze gegevens aan de gemeente, teneinde de hoofdwatergangen en waterkeringen, inclusief de onderhoud- en beschermingszone in het bestemmingsplan te regelen. Plangebied Het onderhavige plangebied maakt deel uit van het Grensmaasproject. Het Grensmaasproject staat in het teken van het nemen van maatregelen die een positief effect hebben de waterhuishouding langs de Maas, op het Nederlandse grondgebied. Grensmaas is het grootste rivierenproject van Nederland. De werkzaamheden strekken zich uit over een traject van circa 43 kilometer langs de Maas, tussen de gemeente Maastricht en Roosteren (gemeente Echt-Susteren), langs de grens tussen Nederland en België. Middels de uitvoering van het Grensmaasproject wordt de Maas met circa 300 hectare verbreed. Tevens worden oevers verlaagd en dijken verhoogd en versterkt. Hiermee wordt de kans op overstromingen in de toekomst sterk verkleind. De uitvoering van het Grensmaasproject heeft een positief effect op de waterhuishouding ter plaatse van het plangebied en de omgeving.

5.3 Bodem In het kader van de Wet ruimtelijke ordening dient voor ontwikkelingen te worden aangegeven of de bodemkwaliteit geschikt is voor de beoogde bestemming (om aan te tonen dat er sprake is van een goede ruimtelijke ordening). Plangebied Na de afronding van het Grensmaas-project zal de bodemkwaliteit binnen het plangebied in voldoende mate geschikt zijn voor de toekomstige landbouw- en/of natuurfunctie.

Bestemmingsplan natuurontwikkeling Trierveld Gemeente Sittard-Geleen

- pagina 27 -

Toelichting

5.4 Natuurwaarden, flora en fauna d Vanuit Europa is de bescherming van soorten en gebieden geregeld in de Europese Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn. De Europese Vogelrichtlijn (Richtlijn 79/409/EEG) en de Habitatrichtlijn (Richtlijn 92/33/EEG) hebben de bescherming van soorten en hun natuurlijke habitats tot doel. Elke lidstaat is verplicht speciale beschermingszones aan te wijzen, die samen één Europees netwerk van natuurgebieden vormen: ‘Natura 2000’. Vanaf 1 januari 2017 is de nieuwe Wet natuurbescherming van kracht geworden. Deze wet vervangt drie wetten: de Natuurbeschermingswet 1998, de Boswet en de Flora- en faunawet. Conform deze wet bepalen de provincies wat wel en niet mag in de natuur in hun gebied en zorgen zij voor vergunningen en ontheffingen. De Rijksoverheid blijft verantwoordelijk voor het beleid van grote wateren. Plangebied Door de uitvoering van het Grensmaas-project zal er geen sprake zijn van aanwezigheid van beschermde plant- en diersoorten. Door de inrichting van het plangebied als natuur- en/of landbouwgebied zal de ecologische situatie ter plaatse in de toekomst in positieve zin veranderen. Ter plaatse zal natuur ontwikkeld worden die aansluit bij natuurgebied Grensmaas. De wijze waarop deze natuurontwikkeling tot stand zal komen is globaal beschreven in de ‘Ontwerpbeschrijving ‘Optimalisatie Koeweide’ (versie 9 juni 2021).

5.5 Luchtkwaliteit In hoofdstuk 5 van de Wet milieubeheer is titel 2 luchtkwaliteitseisen (ook ‘Wet luchtkwaliteit’ genoemd) opgenomen. Gelijktijdig gelden de volgende besluiten en regelingen: -

Besluit ‘Niet in betekenende mate’ (NIBM) Regeling ‘Niet in betekenende mate’ (NIBM) Regeling ‘Beoordeling luchtkwaliteit 2007 Regeling ‘Projectsaldering luchtkwaliteit 2007’

Deze wet- en regelgeving omvat maatregelen om zowel de uitstoot van schadelijke stoffen te beperken en te voorkomen dat mensen langdurig worden blootgesteld aan verontreiniging. Besluit gevoelige bestemmingen Conform artikel 5.16a van de ‘Wet luchtkwaliteit’ kunnen bij Algemene Maatregel van Bestuur nog nadere regels worden gesteld om te voorkomen dat bij een (dreigende) overschrijding van één of meerdere grenswaarde(n) projecten doorgang vinden die er toe leiden dat het aantal blootgestelden met een verhoogde gevoeligheid toeneemt. Dit Besluit gevoelige bestemmingen (luchtkwaliteitseisen) beperkt de mogelijkheden om ruimtelijke ontwikkelingen uit te voeren in overschrijdingssituaties voor zogenaamde ‘gevoelige bestemmingen’. Tot die gevoelige bestemmingen worden scholen, kinderopvang en bejaarden-, verpleeg of verzorgingshuizen gerekend. In het Besluit is aangegeven dat moet worden onderzocht of op een locatie sprake is van een daadwerkelijke of een dreigende overschrijding van de grenswaarden indien de locatie: - is gelegen binnen 300 meter vanaf Rijkswegen (wegen in beheer van het Rijk); - is gelegen binnen 50 meter vanaf de rand van een provinciale weg (wegen in beheer bij de provincie). Het plangebied is niet gelegen binnen 300 meter van een Rijksweg of binnen 50 meter afstand van een provinciale weg.

Bovendien worden in het voorliggende bestemmingsplan geen gevoelige functies mogelijk gemaakt. Een verder onderzoek naar de luchtkwaliteit ter plaatse kan derhalve achterwege blijven.

Bestemmingsplan natuurontwikkeling Trierveld Gemeente Sittard-Geleen

- pagina 28 -

Toelichting

Niet in betekenende mate (NIBM) In de algemene maatregel van bestuur ‘Niet d in betekenende mate’ (Besluit NIBM) en de ministeriële regeling NIBM (Regeling NIBM) zijn de uitvoeringsregels vastgelegd die betrekking hebben op het begrip NIBM. Het begrip ‘niet in betekenende mate’ is gedefinieerd als 3% van de grenswaarde voor NO2 en PM10. In de Regeling NIBM is een lijst met categorieën van gevallen (inrichtingen, kantooren woningbouwlocaties) opgenomen die niet in betekenende mate bijdragen aan de luchtverontreiniging. Deze gevallen kunnen zonder toetsing aan de grenswaarden voor het aspect luchtkwaliteit uitgevoerd worden. Plangebied In de hierboven genoemde lijst zijn geen ontwikkelingen opgenomen die vergelijkbaar zijn met het onderhavige plan. Wanneer het onderhavige plan echter wordt afgezet tegen de ontwikkelingen die in de lijst zijn opgenomen, kan worden gesteld dat de vaststelling van het voorliggende bestemmingsplan niet in betekende mate zal bijdragen aan de luchtverontreiniging. Er worden in het voorliggende bestemmingsplan immers geen functies mogelijk gemaakt die een negatief effect hebben op de luchtkwaliteit. Geconcludeerd kan worden dat het aspect luchtkwaliteit geen belemmering vormt voor de realisatie van onderhavig plan.

5.6 Externe veiligheid Externe veiligheid gaat over het beheersen van de risico's voor de omgeving als gevolg van gebruik en opslag van gevaarlijke stoffen bij bedrijven, het vervoer van gevaarlijke stoffen over de weg, het water, het spoor en door buisleidingen. De risicobenadering externe veiligheid kent twee begrippen om het risiconiveau van transport en aanwezigheid van gevaarlijke stoffen in relatie tot de omgeving aan te geven. Deze begrippen zijn het plaatsgebonden risico (PR) en het groepsrisico (GR). Het PR is de kans per jaar dat een persoon, die zich continu en onbeschermd op een bepaalde plaats in de omgeving van een transportroute of inrichting bevindt, overlijdt door een ongeval met het transport van gevaarlijke stoffen op die route of binnen die inrichting. Plaatsen met een gelijk risico kunnen door zogenaamde risicocontouren op een kaart worden weergegeven. Voor kwetsbare objecten (bijvoorbeeld woningen) is de grenswaarde voor het PR gesteld op een niveau van 10 -6/jaar. Voor beperkt kwetsbare objecten (bijvoorbeeld bedrijven) is dit een richtwaarde. Het groepsrisico beschrijft de kans dat een groep van 10 of meer personen gelijktijdig komt te overlijden ten gevolge van een ongeval met gevaarlijke stoffen. Het groepsrisico geeft een indicatie van de maatschappelijke ontwrichting in geval van een ramp.

Het groepsrisico wordt uitgedrukt in een grafiek, waarin de kans op overlijden van een bepaalde groep (bijvoorbeeld 10, 100 of 1.000 personen) wordt afgezet tegen de kans daarop. Voor het groepsrisico geldt de oriëntatiewaarde als ijkpunt in de verantwoording (geen norm). Bevoegd gezag dient de hoogte van het groepsrisico alsmede elke verandering van het groepsrisico te verantwoorden. Samen met de hoogte van het groepsrisico moeten andere kwalitatieve aspecten worden meegewogen in de beoordeling van het groepsrisico. Onder deze aspecten vallen zelfredzaamheid en bestrijdbaarheid. Onderdeel van deze verantwoording is overleg met (en advies vragen aan) de Veiligheidsregio.

Bestemmingsplan natuurontwikkeling Trierveld Gemeente Sittard-Geleen

- pagina 29 -

Toelichting

Externe veiligheid risicovolle bedrijven Bij de beoordeling van de risico's voor de externe veiligheid worden de normen voor het PR en GR d gehanteerd, zoals vastgelegd in het Besluit externe veiligheid voor inrichtingen (Bevi) en de bijbehorende Regeling externe veiligheid voor inrichtingen (Revi). Bij de besluitvorming dient het bevoegd gezag het GR te verantwoorden. Het gebied waarbinnen de verantwoordingsplicht van toepassing is voor categoriale inrichtingen (zoals LPG-tankstations) is wettelijk vastgelegd in het Revi. Externe veiligheid buisleidingen In het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) en de bijbehorende Regeling externe veiligheid buisleidingen (Revb), in lijn met het Bevi, zijn normen gesteld aan het PR voor buisleidingen en als gevolg hiervan dient het GR van buisleidingen te worden verantwoord. Transport van gevaarlijke stoffen Voor het transport van gevaarlijke stoffen over de weg, het spoor en het binnenwater is op 1 april 2015 de Wijzigingswet Wet vervoer gevaarlijke stoffen, enz. (Wet basisnet) in werking getreden. Deze bestaat uit drie onderdelen: spoor, weg en water. Het doel van het Basisnet is een duurzaam evenwicht tussen de belangen van het vervoer van gevaarlijke stoffen, het gebruik van de ruimte langs het Basisnet en een maatschappelijk aanvaardbaar veiligheidsniveau in de nabijheid van het Basisnet.

Daarnaast is de Regeling basisnet van kracht geworden, waarin risicoplafonds voor het vervoer van gevaarlijke stoffen zijn opgenomen. Ruimtelijke ontwikkelingen moeten nu voldoen aan het Besluit externe veiligheid transport (Bevt). Tevens zijn bouwkundige voorschriften ingevoerd voor nieuwbouw in zogeheten PlasbrandAandachtsgebieden (PAG). Plangebied Middels de vaststelling van het voorliggende bestemmingsplan wordt geen (beperkt) kwetsbaar object of een risicovolle inrichting mogelijk gemaakt, waardoor het aspect externe veiligheid geen belemmering vormt voor de realisatie van het plan. Een uiteenzetting van de aanwezige risicobronnen in de omgeving van plangebied in het kader van het plaatsgebonden risico is derhalve niet aan de orde. Voor wat betreft het groepsrisico kan worden gesteld dat de realisatie van het onderhavige plan niet zal leiden tot een toename van het aantal aanwezige personen. Tijdens de huidige werkzaamheden in het kader van het Grensmaasproject zijn op doordeweekse dagen maximaal 200 personen aanwezig binnen het plangebied. Zodra de grindwinning en opvulling van het gebied is afgerond, zullen deze bedrijfsmatige activiteiten worden beëindigd. Hiermee neemt het aantal aanwezige personen juist af, waardoor een nadere verantwoording van het groepsrisico niet aan de orde is.

Het aspect externe veiligheid vormt geen belemmering voor de vaststelling van het voorliggende bestemmingsplan.

5.7 Archeologie Sinds 1 juni 2016 is de Erfgoedwet van kracht. Deze wet bundelt bestaande wet- en regelgeving voor het behoud en beheer van cultureel erfgoed in Nederland. Het betreft zowel het roerend als het onroerend erfgoed. Samen met de Omgevingswet, die naar verwachting in 2021 ingaat, maakt de Erfgoedwet een integrale bescherming van ons cultureel erfgoed mogelijk. Voor het onroerend cultureel erfgoed zijn deze wetten van grote betekenis. Het deel van de Monumentenwet 1988 dat direct raakt aan de fysieke leefomgeving, gaat namelijk op in de Omgevingswet. Het resterende deel van de Monumentenwet gaat op in de Erfgoedwet. De Erfgoedwet voorziet ook in overgangsrecht, zodat de artikelen uit de Monumentenwet tussen 2016 en 2021 niet zomaar komen te vervallen. De Erfgoedwet en de Omgevingswet regelen de zorg voor ons bodemarchief en zijn de vertaling van het Verdrag van Malta, dat Nederland in 1992 ondertekende. De essentie van deze wetgeving is dat waardevolle archeologische resten zoveel mogelijk in de bodem behouden blijven. Bestemmingsplan natuurontwikkeling Trierveld Gemeente Sittard-Geleen

- pagina 30 -

Toelichting

Plangebied Nagenoeg het volledige plangebied is verstoord door de afgravingen in het kader van het d Grensmaasproject, waardoor hier geen archeologische resten te verwachten zijn die bescherming behoeven. In het vigerende bestemmingsplan ‘Grensmaas winzone Trierveld /Grevenbicht’ zijn twee vlakken voorzien van de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie’. Deze vlakken hebben een oppervlakte van 22.173 m² (oostelijk gelegen vlak) en 11.056 m² (westelijk gelegen vlak). In het verleden zijn binnen het bestemmingsplangebied reeds veel archeologische onderzoeken uitgevoerd. De twee gebieden die in het vigerende bestemmingsplan nog met een dubbelbestemming staan aangegeven, zijn door ARCHOL d.m.v. een proefsleuvenonderzoek en een opgraving in 2014 onderzocht. Bij het proefsleuvenonderzoek is geadviseerd om het plangebied vrij te geven, vanwege het ontbreken van een behoudenswaardige vindplaats. Dus van deze gebieden kan de dubbelbestemming verwijderd worden in het bestemmingsplan. Het plangebied is ook al grotendeels ontgrond. Geconcludeerd kan worden dat het aspect archeologie geen belemmering vormt voor de vaststelling van het bestemmingsplan.

5.8 Kabels en leidingen Uit het vigerende bestemmingsplan volgt dat zich in het oostelijke gedeelte van het plangebied een rioolleiding bevindt. Deze leiding wordt in het voorliggende bestemmingsplan beschermd middels de dubbelbestemming ‘Leiding – Riool’. In het centrale gedeelte van het plangebied bevindt zich een hoogspanningsverbinding. Deze hoogspanningsverbinding wordt in het voorliggende bestemmingsplan beschermd middels de dubbelbestemming ‘Leiding – Hoogspanningsverbinding’.

Bestemmingsplan natuurontwikkeling Trierveld Gemeente Sittard-Geleen

- pagina 31 -

Toelichting

6 Juridische planopzet

d

6.1 Algemeen In de voorgaande hoofdstukken van deze toelichting zijn de aan dit bestemmingsplan ten grondslag liggende beleidsuitgangspunten, de ruimtelijke structuur en verschillende omgevings- en milieuaspecten weergegeven. Een en ander is vertaald in de regels van dit plan. Dit hoofdstuk bevat een toelichting op deze regels.

6.2 Juridische planopzet 6.2.1 Planvorm Overeenkomstig het bepaalde in artikel 3.1 van de Wet ruimtelijke ordening (Wro) worden door middel van de op de verbeelding aangegeven bestemmingen en daarop betrekking hebbende planregels de in het plan begrepen gronden voor bepaalde doeleinden aangewezen. Daarbij worden regels gegeven voor het bouwen van bouwwerken en voor het gebruik van de bouwwerken en onbebouwde gronden. De juridische regeling is opgebouwd conform de SVBP2012, de landelijke standaard voor het vervaardigen van bestemmingsplannen, die bij de invoering van het nieuwe Bro als verplichte opbouw is opgenomen. Het bestemmingsplan bestaat formeel uit een verbeelding en regels. Deze gaan vergezeld van een toelichting waarin het plan en de daaraan ten grondslag liggende beleidsmatige afwegingen zijn verwoord. De indeling van de regels is hierna beknopt en artikelsgewijs aangegeven. De planvorm betreft een bestemmingsplan zoals bedoeld in artikel 3.1 van de Wet ruimtelijke ordening. Het planIDN is NL.IMRO.1883.BPTrierveld2022-ON01. 6.2.2 Verbeelding De verbeelding is getekend op een gecombineerde digitale kadastrale ondergrond en een BGTondergrond, schaal 1:5.000. Voor de benaming, kleur en vorm van de bestemmingen en aanduidingen zijn de richtlijnen voor digitalisering en standaardisering van bestemmingsplannen overgenomen (SVBP2012).

6.2.3 Regels De juridische regeling bestaat uit 17 artikelen. Onderstaand is de hoofdopzet van deze juridische regeling aangegeven. Hoofdstuk 1 Inleidende regels (art. 1 en 2) Dit hoofdstuk bevat twee artikelen. Artikel 1 bevat de definities van begrippen die van belang zijn voor toepassing van het plan. het tweede artikel betreft de wijze van meten waarin wordt aangegeven hoe bij toepassing van de planregels wordt gemeten. In beide artikelen is, conform de SVBP2012, een aantal standaardbegrippen en een aantal standaard meetwijzen opgenomen. Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels (art. 3 t/m 9) In dit hoofdstuk worden regels gegeven voor de binnen het plangebied beoogde bestemmingen en functies. Per regel zijn de doeleinden c.q. de toegelaten gebruiksvormen van de gronden aangegeven. In beginsel is iedere vorm van bebouwing die past binnen de desbetreffende bestemming tot een bepaalde omvang rechtstreeks (dus zonder voorafgaande afwijking of wijziging) toegestaan. Indien wordt voldaan aan de voorgeschreven maatvoering (bebouwingspercentage, Bestemmingsplan natuurontwikkeling Trierveld Gemeente Sittard-Geleen

- pagina 32 -

Toelichting

bouwhoogte en dergelijke) en wordt gebouwd binnen het eventueel aangegeven bouwvlak, kan hiervoor vanuit bestemmingsplantechnisch oogpunt een bouwvergunning worden verleend. d Hoofdstuk 3 Algemene regels (art. 10 t/m 15) Dit hoofdstuk bevat de volgende algemene regels (deels ingegeven door de verplichting vanuit paragraaf 3.2 van het Bro deze bepalingen op te nemen in ieder bestemmingsplan): een anti-dubbeltelregel (art. 10): deze regel zorgt er voor dat gronden niet dubbel worden meegerekend bij het toestaan van bouwplannen; algemene gebruiksregels (art. 11): hierin worden alle vormen van gebruik, die in strijd zijn met de aan de grond gegeven bestemming, verboden; algemene aanduidingsregels (art. 12): gebiedsaanduidingen die opgenomen zijn in de aanduidingsregels betreffen hoofdzakelijk zoneringen die vanuit bepaalde wet- of regelgeving op de verbeelding moeten worden opgenomen. algemene afwijkingsregels (art. 13): hierin wordt bepaald waarvoor burgemeester en wethouders kunnen afwijken van het bestemmingsplan, voor zover deze niet in de afzonderlijke bestemmingen zijn opgenomen; het betreft bepalingen die voor het gehele plangebied gelden; algemene wijzigingsregels (art.

14): hierin wordt bepaald dat burgemeester en wethouders het bestemmingsplan kunnen wijzigen ten behoeve van het verschuiven van de bestemmingsgrenzen tot maximaal 5,00 meter, indien dit noodzakelijk is in verband met afwijkingen of onnauwkeurigheden op de kaart ten opzichte van de feitelijke situatie; overige regels (art.15): hierin is de rangorde van dubbelbestemmingen vastgelegd en is een verwijzing opgenomen naar andere wettelijke en gemeentelijke regelingen. Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels (art. 16 en 17) In het overgangsrecht is bepaald dat bouwwerken, die op het moment van de tervisielegging van het plan aanwezig zijn, mogen blijven bestaan, ook al is er strijd met de bouwregels. Het gebruik van grond en opstallen, dat afwijkt van de regels op het moment waarop het plan rechtskracht verkrijgt, mag worden gehandhaafd. Dit overgangsrecht komt voort uit artikel 3.2.1 van het Bro en is een verplicht onderdeel van de planregels. In de slotregel wordt aangegeven onder welke naam de regels kunnen worden aangehaald. 6.2.4 Beschrijving van de bestemmingen In het navolgende worden de in hoofdstuk 2 van de planregels opgenomen bestemmingsregels kort toegelicht. Artikel 3: Enkelbestemming ‘Agrarisch met waarden – Na ontgronding en opvulling’ Een deel van het plangebied is bestemd tot ‘Agrarisch met waarden – Na ontgronding en opvulling’.

De gronden met deze bestemming zijn bestemd voor duurzaam agrarisch grondgebruik, instandhouding en verbetering van de aanwezige natuurlijke, cultuurhistorische en/of landschappelijke waarden, de winning, verwerking en vervoer van oppervlaktedelfstoffen, tijdelijke voorzieningen in het kader van het Grensmaasproject, het toepassen van dekgrond uit het Grensmaasproject en van grond van buiten het gebied in de dekgrondberging, extensief, recreatief medegebruik, groenvoorzieningen, water en waterhuishoudkundige voorzieningen, nutsvoorzieningen en overige bijbehorende voorzieningen. Binnen deze bestemming mogen uitsluitend gebouwen worden gebouwd ten behoeve van tijdelijke voorzieningen in het kader van het Grensmaasproject. De bouwhoogte van deze gebouwen mag niet meer bedragen dan 7,00 meter en de oppervlakte mag niet meer bedragen dan 500 m². Daarnaast is het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, toegestaan. Bouwwerken, geen gebouwen zijnde, in de vorm van tijdelijke voorzieningen in het kader van het Grensmaasproject mogen maximaal 30,00 meter hoog zijn. Overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mogen niet hoger zijn dan 2,00 meter. Voor een gedeelte van de gronden is in het bestemmingsplan een wijzigingsbevoegdheid opgenomen om de functie te wijzigen van landbouw naar natuur (artikel 3.6 van de regels).

Van deze Bestemmingsplan natuurontwikkeling Trierveld Gemeente Sittard-Geleen

- pagina 33 -

Toelichting

wijzigingsbevoegdheid zal in ieder geval gebruik gemaakt worden indien er elders binnen het Grensmaasgebied onvoldoende gronden verworven kunnen worden om de te realiseren oppervlakte d natuur te kunnen realiseren. Indien er elders wel voldoende natuurgronden verworven kunnen worden biedt de wijzigingsbevoegdheid de flexibiliteit om, na afronding van het project, invulling te geven aan de dan meest gewenste oplossing; dat kan landbouw zijn indien er dan voldoende interesse is vanuit de landbouwsector of natuur (waaronder natuurgerichte landbouw) indien daar de voorkeur naar uitgaat. Artikel 4: Enkelbestemming ‘Natuur’ Een deel van het plangebied is voorzien van de bestemming ‘Natuur’. De gronden met deze bestemming zijn bestemd voor natuurontwikkeling, bescherming tegen wateroverlast door realisering van waterstandsverlagingen in de rivier de Maas in het kader van het Grensmaasproject, duurzaam agrarisch grondgebruik ten behoeve van het beheer en onderhoud van de aanwezige natuurlijke waarden, water en waterhuishoudkundige voorzieningen, extensief recreatief medegebruik en de aanleg van de daarvoor benodigde wegen, paden en verhardingen, bestaande wegen, (half)verharde paden, perceelontsluitingen, verkeersvoorzieningen en nutsvoorzieningen.

Artikel 5: Dubbelbestemming ‘Leiding - Hoogspanningsverbinding’ Deze dubbelbestemming regelt de beschermingszone voor de in het plangebied aanwezige hoogspanningsverbinding. Binnen deze zone mag niet worden gebouwd en mogen geen werkzaamheden worden uitgevoerd anders dan normaal onderhoud, zonder voorafgaande toestemming van de leidingbeheerder. Artikel 6: Dubbelbestemming ‘Leiding – Riool’ Deze dubbelbestemming regelt de beschermingszone voor de voorkomende rioolwatertransportleiding. Binnen deze zone mag niet worden gebouwd en mogen geen werkzaamheden worden uitgevoerd anders dan normaal onderhoud, zonder voorafgaande toestemming van de leidingbeheerder. Artikel 7: Dubbelbestemming ‘Waterstaat – Beschermingszone waterkering’ Deze dubbelbestemming dient mede voor de bescherming, het beheer en het onderhoud van de primaire waterkering en is aan weerszijden van de waterkering gesitueerd. Er mag slechts rechtstreeks op deze gronden worden gebouwd indien dit noodzakelijk is voor de waterstaat en/of waterkering. Voor toestemming voor het uitvoeren van andere (bouw)werken dient de leidingbeheerder te worden gehoord. Artikel 8: Dubbelbestemming ‘Waterstaat – Waterbergend rivierbed’ Deze dubbelbestemming heeft betrekking op de gronden die volgens de Beleidslijn grote rivieren zijn gelegen binnen het waterbergend rivierbed.

Als zodanig bestemde gronden zijn mede bestemd voor de bescherming en het behoud van de bergingscapaciteit van het rivierbed. Artikel 9: Dubbelbestemming ‘Waterstaat – Waterkering’ Deze dubbelbestemming dient voor de bescherming, het beheer en het onderhoud van de primaire waterkering zelf. Er mag slechts rechtstreeks op deze gronden worden gebouwd indien dit noodzakelijk is voor de waterstaat en/of waterkering. Voor toestemming voor het uitvoeren van andere (bouw)werken dient de leidingbeheerder te worden gehoord.

Bestemmingsplan natuurontwikkeling Trierveld Gemeente Sittard-Geleen

- pagina 34 -

Toelichting

7 Handhaving en uitvoerbaarheid d 7.1 Handhavingsbeleid Een bestemmingsplan is voor de gemeente een belangrijk instrument om haar ruimtelijk beleid vorm te geven. Door middel van een combinatie van positieve bestemmingen en het uitsluiten van bepaalde activiteiten en functies kan sturing plaatsvinden van gewenste en ongewenste ontwikkelingen. Een belangrijk aspect hierbij is de handhaving en het toezicht op de naleving van het bestemmingsplan. Deze handhaving is van cruciaal belang om de in het plan opgenomen ruimtelijke kwaliteiten ook op langere termijn daadwerkelijk te kunnen vasthouden. Daarnaast is de handhaving van belang uit een oogpunt van rechtszekerheid: alle bewoners en gebruikers dienen door de gemeente op eenzelfde wijze daadwerkelijk aan het plan worden gehouden. In dit bestemmingsplan is daarom allereerst gestreefd naar een zo groot mogelijke eenvoud van in het bijzonder de regels. Hoe groter de eenvoud (en daarmee de toegankelijkheid en leesbaarheid), hoe groter in de praktijk de mogelijkheden om toe te zien op de naleving van het plan. Hoe minder knellend de regels zijn, hoe kleiner de kans dat het met de regels wat minder nauw wordt genomen. In de praktijk worden op de lange duur immers ook alleen die regels gerespecteerd waarvan door de betrokkenen de noodzaak en de redelijkheid wordt ingezien.

In de bouwregels zijn maten opgenomen die van toepassing zijn op gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde. Te realiseren gebouwen en andere bouwwerken moeten voldoen aan deze maatvoering, zo niet, dan kan het college van burgemeester en wethouders geen omgevingsvergunning verlenen. Gebruiksregels worden opgenomen om gewenste ontwikkelingen mogelijk te maken en ongewenste ontwikkelingen uit te sluiten. Toetsing aan de gebruiksregels is aan de orde bij functiewisseling of nieuwvestiging. De doelstellingen van het ruimtelijke beleid kunnen slechts verwezenlijkt worden indien de regels van het bestemmingsplan worden nageleefd. De gemeente dient op de eerste plaats zelf haar regels na te leven en vervolgens dient de gemeente er zorg voor te dragen dat anderen deze regels naleven.

7.2 Economische uitvoerbaarheid In het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is in artikel 6.2.1 een opsomming gegeven van de bouwplannen die worden beschouwd als bouwplan in de zin van 6.12 Wro waarvoor een exploitatieplan dient te worden vastgesteld indien het kostenverhaal niet anderszins is geregeld (dat wil zeggen indien men geen anterieure privaatrechtelijke overeenkomst heeft kunnen sluiten met de ontwikkelende partij). Conform deze lijst wordt het voorliggende plan niet gezien als een bouwplan omdat het niet voorziet in de bouw van nieuwe woning of ander hoofdgebouw, dan wel inpandige verbouwing van minimaal 1.500 m². Hieruit kan worden geconcludeerd dat voor dit plan geen exploitatieovereenkomst of exploitatieplan hoeft te worden opgesteld. Wel zal door de gemeente met de initiatiefnemer een planschadeverhaalsovereenkomst worden gesloten om eventuele planschade af te kunnen wikkelen op de initiatiefnemer. Voor de gemeente verloopt de planontwikkeling derhalve budgettair neutraal.

Bestemmingsplan natuurontwikkeling Trierveld Gemeente Sittard-Geleen

- pagina 35 -

Toelichting

8 Procedure en overleg

d

8.1 Procedurestappen Voorontwerp Het voorontwerpbestemmingsplan wordt, mits noodzakelijk, in verband met het vooroverleg naar diverse instanties gestuurd. Bij voorliggend plan zijn echter geen belangen van andere instanties betrokken, waardoor vooroverleg niet noodzakelijk is. Wel is het voorontwerpstadium van dit bestemmingsplan gebruikt voor het voeren van een inspraakprocedure (zie paragraaf 8.2 van deze toelichting). Ontwerp Het ontwerpbestemmingsplan wordt voorafgaand aan de procedure behandeld in de vergadering van het college van burgemeester en wethouders en dient vervolgens te worden vrijgegeven voor de bestemmingsplanprocedure. Het ontwerpbestemmingsplan wordt vervolgens gepubliceerd en gedurende zes weken ter inzage gelegd met de mogelijkheid voor eenieder tot het indienen van zienswijzen bij de gemeenteraad. Vaststelling De gemeenteraad stelt het bestemmingsplan vast. De ingediende zienswijzen kunnen leiden tot een gewijzigde vaststelling ten opzichte van het ontwerp. Het college van burgemeester en wethouders stelt vervolgens de raad voor het bestemmingsplan vast te stellen. Beroep Nadat de raad het bestemmingsplan heeft vastgesteld, wordt het besluit tot vaststelling bekend gemaakt. Daarna bestaat, uitsluitend voor belanghebbenden, de mogelijkheid tot het indienen van een beroepschrift bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

8.2 Inspraak en overleg ex. artikel 3.1.1. Besluit ruimtelijke ordening Het voorontwerp van het bestemmingsplan is voor een reactie toegestuurd aan belanghebbende instanties. Daarnaast is het voorontwerpbestemmingsplan overeenkomstig de ‘inspraakverordening Sittard-Geleen’ gedurende zes weken, van 15 september 2022 tot en met 27 oktober 2022, voor inspraak ter inzage gelegd. Gedurende deze termijn is eenieder in de gelegenheid gesteld om een inspraakreactie omtrent het voorontwerpbestemmingsplan in te dienen. Voor de inhoud van de vooroverleg- en inspraakreacties en de gemeentelijke beantwoording ten aanzien daarvan wordt verwezen naar de als bijlage 1 bij deze toelichting opgenomen ‘nota van inspraak’.

8.3 Zienswijzen De procedure van het bestemmingsplan is vastgelegd in artikel 3.8 van de Wet ruimtelijke ordening. Gedurende deze periode kan eenieder binnen de termijn van terinzagelegging van het ontwerp van het bestemmingsplan naar keuze schriftelijk of mondeling een zienswijze over het bestemmingsplan indienen. Het ontwerp van dit bestemmingsplan heeft van 7 april 2023 tot en met 19 mei 2023 ter inzage gelegen in het gemeentehuis van Sittard-Geleen. Gedurende deze periode zijn twee zienswijzen ingediend waarvan één zienswijze buiten de termijn. De beantwoording van de tijdig ingediende

Bestemmingsplan natuurontwikkeling Trierveld Gemeente Sittard-Geleen

- pagina 36 -

Toelichting

zienswijze heeft niet geleid tot aanpassing van het bestemmingsplan. De ingekomen zienswijzen en de beantwoording daarvan zijn opgenomen d in bijlage 2 bij deze toelichting. Tijdens de raadsvergadering van XX XX 2014 is het bestemmingsplan ongewijzigd vastgesteld door de gemeenteraad van Sittard-Geleen.

Bestemmingsplan natuurontwikkeling Trierveld Gemeente Sittard-Geleen

- pagina 37 -

Toelichting

Bijlage 1 Nota van inspraak d

Bestemmingsplan natuurontwikkeling Trierveld Gemeente Sittard-Geleen

- pagina 38 -

Toelichting

Bijlage 2 Nota van zienswijzen en ingekomen zienswijzen d

Bestemmingsplan natuurontwikkeling Trierveld Gemeente Sittard-Geleen

- pagina 39 -

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=SittardGeleen&id=c976a998-049e-4459-aa37-bc9cd4e712f6