03 toelichting
Tekst van het document
Toelichting
Toelichting
Inhoud
d
1 Inleiding 4 1.1 Aanleiding ...................................................................................................................................... 4 1.2 Situering plangebied ...................................................................................................................... 5 1.3 Juridische status ............................................................................................................................ 5 1.4 Planvorm ........................................................................................................................................ 9 1.5 Leeswijzer .................................................................................................................................... 10 2 Planologisch beleidskader 11 2.1 Rijksbeleid .................................................................................................................................... 11 2.2 Provinciaal beleid ......................................................................................................................... 16 2.3 Gemeentelijk beleid .....................................................................................................................
18 3 Gebiedsbeschrijving 21 3.1 Ligging van het plangebied .......................................................................................................... 21 3.2 Huidig gebruik van het plangebied .............................................................................................. 22 4 Planbeschrijving 24 4.1 Planologische wijziging plangebied ............................................................................................. 24 4.2 Beoogde toekomstige inrichting van het plangebied .................................................................. 25 5 Omgevingsaspecten 26 5.1 Geluid........................................................................................................................................... 26 5.2 Water .......................................................................................................................................... 27 5.3 Bodem.......................................................................................................................................... 27 5.4 Natuurwaarden, flora en fauna ................................................................................................... 28 5.5 Luchtkwaliteit ..............................................................................................................................
28 5.6 Externe veiligheid ........................................................................................................................ 29 5.7 Archeologie .................................................................................................................................. 30 5.8 Kabels en leidingen ...................................................................................................................... 31 6 Juridische planopzet 32 6.1 Algemeen ..................................................................................................................................... 32 6.2 Juridische planopzet .................................................................................................................... 32 7 Handhaving en uitvoerbaarheid 35 7.1 Handhavingsbeleid ...................................................................................................................... 35 7.2 Economische uitvoerbaarheid ..................................................................................................... 35 8 Procedure en overleg 36 8.1 Procedurestappen ....................................................................................................................... 36 8.2 Inspraak en overleg ex. artikel 3.1.1. Besluit ruimtelijke ordening .............................................
36 8.3 Zienswijzen .................................................................................................................................. 36 Bijlage 1 Nota van inspraak ............................................................................................................... 38 Bijlage 2 Nota van zienswijzen en ingekomen zienswijzen ............................................................... 39
Bestemmingsplan natuurontwikkeling Trierveld Gemeente Sittard-Geleen
- pagina 2 -
Toelichting
Separate bijlagen: d 1) Brief Consortium Grensmaas gericht aan provincie Limburg, d.d. 31 maart 2021; 2) Brief met reactie van provincie Limburg aan Consortium Grensmaas, d.d. 13 december 2021; 3) Van Mooder Maas naar Grensmaas naar Maasvallei: visie op de inrichting en natuurontwikkeling van Nattenhoven tot Visserweert.
Bestemmingsplan natuurontwikkeling Trierveld Gemeente Sittard-Geleen
- pagina 3 -
Toelichting
1 Inleiding
d
1.1 Aanleiding Sinds 2008 vinden ter plaatse van de gronden rondom de rivier de Maas graafwerkzaamheden plaats in het kader van het Grensmaasproject. Grensmaas is het grootste rivierenproject van Nederland. De werkzaamheden strekken zich uit over een traject langs de Maas, tussen de gemeente Maastricht en Roosteren (gemeente Echt-Susteren), langs de grens tussen Nederland en België. Het project dient meerdere doelen. Enerzijds is de kans op overstromingen verminderd, doordat de Maas met circa 300 hectare is verbreed en verlaagd en dijken over een traject van circa 12 kilometer zijn versterkt en verhoogd. Anderzijds creëert het Grensmaasproject een nieuw natuurgebied langs de Maas in Limburg, met een oppervlakte van meer dan 1.000 hectare. Samen met de natuurgebieden op de Vlaamse Maasoever vormt dit nieuwe natuurgebied het Rivierpark Maasvallei. De grootste deellocatie van het Grensmaasproject betreft de locatie Trierveld. Deze locatie is gesitueerd in het noordelijke gedeelte van de gemeente Sittard-Geleen, ten zuiden van Illikhoven (gemeente Echt-Susteren) en ten noorden van Schipperskerk (gemeente Sittard-Geleen). Op deze locatie wordt grind afgegraven en afgevoerd voor de verkoop. Over een aantal jaren zijn alle werkzaamheden in het kader van de herinrichting van de gronden afgerond.
Aanleiding bestemmingsplan Momenteel heeft het gehele gebied Trierveld de bestemming ‘Agrarisch met waarden - na ontgronding en opvulling’. In het kader van de grondverwerving zijn de activiteiten van een agrarisch bedrijf geconcentreerd in het onvergraven gebied van de locatie Koeweide. De voor natuur beoogde gronden die in Koeweide hun landbouwfunctie behouden, wil Natuurmonumenten compenseren in Trierveld. In voorliggend bestemmingsplan wordt de bestemming van het zuidelijk deel van Trierveld niet gewijzigd. Hier blijft de bestemming ‘Agrarisch met waarden – na ontgronding en opvulling’ op rusten. Het noordelijk deel van Trierveld wordt gedeeltelijk bestemd tot ‘Natuur’. Aan het gedeelte dat de bestemming ‘Agrarisch met waarden - na ontgronding en opvulling’ behoudt wordt een wijzigingsbevoegdheid gekoppeld.
Bestemmingsplan natuurontwikkeling Trierveld Gemeente Sittard-Geleen
- pagina 4 -
Toelichting
1.2 Situering plangebied d Het plangebied is gesitueerd in het noordelijke gedeelte van de gemeente Sittard-Geleen en heeft een oppervlakte van circa 73 hectare (730.000 m²). De plangrens ligt aan de noordzijde net onder de gemeentegrens van de gemeente Echt-Susteren en ligt ingeklemd tussen de ten westen gelegen Ruitersdijk, de ten zuiden gelegen Horrissendijk en de ten oosten gelegen Parallelweg. Verder ten oosten ligt het Julianakanaal. Op een afstand van circa 130 meter ten noordwesten van het plangebied stroomt de Maas. Op het onderstaande overzichtskaartje is het plangebied middels een rode kleur aangeduid:
1.3 Juridische status Bestemmingsplannen ‘Grensmaas winzone Trierveld/Grevenbicht’ Het plangebied is thans grotendeels planologisch-juridisch geregeld in het bestemmingsplan ‘Grensmaas winzone Trierveld/Grevenbicht’ (vastgesteld door de raad van de gemeente SittardGeleen d.d. 15.03.2012). In dit bestemmingsplan is het plangebied grotendeels bestemd tot ‘Agrarisch met waarden – na ontgronding en opvulling’. Het zuidelijke gedeelte van het plangebied is bestemd tot ‘Agrarisch met waarden’. Voorts geldt voor twee vlakken binnen het plangebied de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie’. Daarnaast zijn de dubbelbestemmingen ‘Waterstaat – Beschermingszone waterkering’, ‘Waterstaat – Waterbergend rivierbed’ en ‘Waterstaat – Waterkering’ van toepassing op het plangebied. Tevens gelden de gebiedsaanduidingen ‘geluidzoneindustrie (50 dBA)’, milieuzone-geluidgevoelige functie’ en ‘wetgevingszone-wijzigingsgebied’. In het zuidelijke gedeelte van het plangebied, ter plaatse van de enkelbestemming ‘Agrarisch met waarden’, is de functieaanduiding ‘specifieke vorm van agrarisch met waarden – tijdelijk gronddepot’ opgenomen. Wijzigingsplan ‘Grevenbicht en Trierveld’ Een klein gedeelte van het plangebied is thans juridisch-planologisch geregeld in het wijzigingsplan ‘Grevenbicht en Trierveld’ (vastgesteld door de raad van de gemeente Sittard-Geleen d.d. 14.02.2017).
Deze gronden zijn op het navolgende kaartje middels een blauwe omlijning aangeduid. Middels dit wijzigingsplan zijn de gronden, die in het voorheen voor deze gronden vigerende bestemmingsplan ‘Grensmaas winzone Trierveld/Grevenbicht’ bestemd waren tot ‘Agrarisch met waarden’, gewijzigd in de bestemming ‘Agrarisch met waarden – na ontgronding en opvulling’. Bestemmingsplan natuurontwikkeling Trierveld Gemeente Sittard-Geleen
- pagina 5 -
Toelichting
Op de onderstaande afbeelding is een uitsnede van de verbeelding behorende bij het vigerende d bestemmingsplan weergegeven. Het gedeelte van het onderhavige plangebied dat juridischplanologisch geregeld is in het bestemmingsplan ‘Grensmaas winzone Trierveld/Grevenbicht’ is op deze afbeelding middels een rode omlijning aangeduid. De gronden die juridisch-planologisch geregeld zijn in het wijzigingsplan ‘Grevenbicht en Trierveld’ zijn middels een blauwe kleur aangeduid:
Bestemmingsplan ‘Grensmaas winzone Trierveld/Grevenbicht’ Onderstaand zijn de genoemde enkel- en dubbelbestemmingen alsmede de genoemde gebiedsaanduidingen die gelden conform het bestemmingsplan ‘Grensmaas winzone Trierveld/Grevenbicht’ kort toegelicht. Enkelbestemming ‘Agrarisch met waarden – na ontgronding en opvulling’ Gronden met deze bestemming zijn bestemd voor: duurzaam agrarisch grondgebruik; de winning, verwerking en vervoer van oppervlaktedelfstoffen; tijdelijke als bedoeld in artikel 1.35; (*) het toepassen van dekgrond uit het project Grensmaas en van grond buiten het gebied in de dekgrondberging; modelvliegclub met inachtneming van het bepaalde in artikel 18.2; (**) extensief recreatief medegebruik. een en ander met bijbehorende voorzieningen en overeenkomstig de in lid 4.2 opgenomen nadere detaillering van de bestemming: Nadere detaillering van de bestemming: De in lid 1 omschreven doeleinden worden als volgt nagestreefd: a) de bestemming heeft betrekking op de POL-categorie ‘landbouw na ontgronding en opvulling’. De ingevolge deze bestemming aangegeven gronden maken deel uit van de al langere tijd aldaar plaatsvindende kleiwinning in het Trierveld. Naast verdere uitbreiding van kleiwinning ten behoeve van de keramische industrie zal ter plaatse ook grindwinning en berging plaatsvinden.
Na ontgronding en opvulling krijgt het gebied een agrarische Bestemmingsplan natuurontwikkeling Trierveld Gemeente Sittard-Geleen
- pagina 6 -
Toelichting
functie. Bij het agrarisch gebruikt wordt rekening gehouden met de landschappelijke en/of natuurlijke waarden van het gebied.d Na het beëindigen van de ontgronding, het afronden van de afwerking en nadat de gronden ten behoeve van het agrarisch gebruik in eigendom of pacht zijn verworven, zijn de bepalingen van artikel 3 (bestemming ‘Agrarisch met waarden’) onverminderd van toepassing; b) ten behoeve van de bereikbaarheid en levensvatbaarheid van functies en ten behoeve van het recreatief medegebruik na realisering van de beoogde agrarische gronden, is het mogelijk permanente voorzieningen aan te brengen in de vorm van ontsluitingswegen. De bestaande wegen zijn toegestaan binnen de bestemming. (*) artikel 1.35: Tijdelijke voorzieningen: “bouwwerken, werken en werkzaamheden met een tijdelijk karakter die noodzakelijk zijn in het kader van het project Grensmaas ten behoeve van een goede aan- en afvoer, verwerking en opslag van grondstoffen, dekgronden en van materieel ter afwerking van de ontgraven gebieden, het behoud van het woon- en leefmilieu en het in stand houden van de bereikbaarheid en ten behoeve directievoering of uitvoering.
Onder tijdelijke voorzieningen worden onder andere begrepen: tijdelijke geluidbeperkende constructies in de vorm van zeecontainers en/of grondwallen, kantoorunits, opslagdoeleinden, werkplaatsen en parkeerplaatsen, transportfaciliteiten, kabels en leidingen, ongelijkvloerse kruisingen, verwerkingsbekkens, ringdijken, tijdelijke gronddepots, havens, werkwegen, watergangen en alle andere naar aard en omvang met de hiervoor genoemde tijdelijke voorzieningen vergelijkbare voorzieningen ten behoeve van de realisatie van het Grensmaasproject”. (**) artikel 18.2: milieuzone-geluidgevoelige functie: Ter plaatse van de op de verbeelding aangegeven ‘milieuzone-geluidgevoelige functie’ is de vestiging van een modelvliegclubterrein niet toegestaan. Enkelbestemming ‘Agrarisch met waarden’ Het zuidelijke gedeelte van het plangebied is bestemd tot ‘Agrarisch met waarden’.
De gronden met deze bestemming zijn bestemd voor: a) behoud en/of herstel van de aldaar voorkomende dan wel daaraan eigen landschappelijke, bodemkundige, cultuurhistorische, natuurlijke waarden en/of ter bescherming van de waarden van het aangrenzende natuurgebied en/of ter bescherming van het aangrenzende bosgebied; b) duurzaam agrarisch grondgebruik; c) extensief recreatief medegebruik; d) tijdelijke opslag, verwerking en transport van delfstoffen noodzakelijk in het kader van het Grensmaasproject; e) tijdelijke voorzieningen in de vorm van werkwegen, ongelijkvloerse kruisingen, bruggen, parkeerplaatsen, kabels en leidingen en geluidwerende constructies in de vorm van containers; f) tijdelijke voorzieningen in de vorm van gronddepots ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke vorm van agrarisch met waarden-tijdelijke gronddepots’; g) tijdelijke voorzieningen in de vorm van een invaart van het Julianakanaal ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke vorm van agrarisch met waarden-tijdelijke invaart’; (*) h) recreatief medegebruik in de vorm van een modelvliegclub met inachtneming van het bepaalde in artikel 18.2; i) permanente voorzieningen ten behoeve van de bereikbaarheid. (*): deze aanduiding is niet van toepassing op het onderhavige plangebied.
Dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie’ De voor ‘Waarde – Archeologie’ aangewezen gronden zijn behalve voor de andere daar voorkomende bestemmingen mede bestemd voor doeleinden ter bescherming van de Bestemmingsplan natuurontwikkeling Trierveld Gemeente Sittard-Geleen
- pagina 7 -
Toelichting
archeologische waarden. Deze bestemming is primair ten opzichte van de overige aan deze gronden toegekende bestemmingen. d Ter plaatse van deze dubbelbestemming mogen uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde worden gebouwd, die voor archeologisch onderzoek noodzakelijk zijn. Het bouwen van bouwwerken die krachtens de overige aan deze gronden toegekende bestemmingen zijn toegelaten, is niet toegestaan. Wanneer bodemverstoring plaatsvindt met een diepte van 0,30 meter of meer beneden het maaiveld, is het uitvoeren van archeologisch onderzoek noodzakelijk. Dubbelbestemming ‘Waterstaat – Beschermingszone waterkering’ De voor ‘Waterstaat – Beschermingszone waterkering’ aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), primair bestemd voor de bescherming, het beheer en het onderhoud van primaire waterkeringen overeenkomstig de Keur van het Waterschap Roer en Overmaas (thans Waterschap Limburg). Dubbelbestemming ‘Waterstaat – Waterbergend rivierbed’ De voor ‘Waterstaat – Waterbergend rivierbed’ aangewezen gronden zijn, behalve voor de daar voorkomende bestemming, mede bestemd voor een waterbergende functie. Op deze gronden mag niet worden gebouwd.
Dubbelbestemming ‘Waterstaat – Waterkering’ De voor ‘Waterstaat – Waterkering’ aangegeven gronden zijn, behalve voor de andere voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor: a) directe en indirecte kering van het water; b) de bescherming, het beheer en het onderhoud van de waterkering waarbij kleischermen en kwelvoorzieningen ten behoeve van de kering van het water deel uitmaken van de waterkering; c) voorzieningen ten behoeve van de waterhuishouding; d) tijdelijke voorzieningen zoals toegelaten in de onderliggende bestemmingen; e) permanente voorzieningen ten behoeve van de bereikbaarheid, zoals toegelaten met bijbehorende voorzieningen; f) de bescherming en ontwikkeling van landschappelijke en natuurlijke waarden. Op de gronden met deze dubbelbestemming mogen uitsluitend bouwwerken ten dienste van de bedoelde waterkering worden gebouwd tot een hoogte van maximaal 3,00 meter, met uitzondering van lichtmasten en van tijdelijke voorzieningen waarvoor de maatvoering geldt zoals aangegeven in de onderliggende bestemmingen. Gebiedsaanduiding ‘geluidzone-industrie (50 dBA)’ Het oostelijke gedeelte van het plangebied is gelegen binnen de gebiedsaanduiding ‘geluidzoneindustrie’. Binnen deze gebiedsaanduiding zijn geen geluidgevoelige functies toegestaan.
Gebiedsaanduiding ‘milieuzone-geluidgevoelige functie’ Het noordelijke en zuidelijke gedeelte van het plangebied is gelegen binnen de gebiedsaanduiding ‘milieuzone-geluidgevoelige functie’. Binnen deze gebiedsaanduiding is de vestiging van een modelvliegtuigclubterrein niet toegestaan. Gebiedsaanduiding ‘wro-zone-wijzigingsgebied’ Een strook in het zuidwestelijke gedeelte van het plangebied is voorzien van de gebiedsaanduiding ‘wetgevingszone-wijzigingsgebied’. Binnen deze gebiedsaanduiding zijn de onderstaande wijzigingsbevoegdheden van toepassing: a) burgemeester en wethouders kunnen de bestemming ‘Agrarisch met waarden’ ter plaatse van de aanduiding ‘wro-zone-wijzigingsgebied’ wijzigen in de bestemming ‘Agrarisch met waarden – na ontgronding en opvulling’ met inachtneming van de regels genoemd onder artikel 18.4.2; Bestemmingsplan natuurontwikkeling Trierveld Gemeente Sittard-Geleen
- pagina 8 -
Toelichting
b) burgemeester en wethouders kunnen de bestemming ‘Verkeer’ ter plaatse van de aanduiding ‘wro-zone-wijzigingsgebied’ wijzigen in de bestemming ‘Agrarisch met d waarden’, met inachtneming van de regels genoemd onder 18.4.2; c) van de wijzigingsbevoegdheid wordt uitsluitend gebruik gemaakt indien er een volledig vergunbare en ruimtelijk inpasbare inrichting voor de locatie Grevenbicht is ontworpen die voldoet aan de eis dat deze voldoende ruimte moet bieden voor waterafvoer en in die zin een gelijkwaardig alternatief vormt voor de nevengeul; d) indien gewerkt wordt buiten de vergunde kaders is een aanvulling op de studies ten aanzien van archeologische waarden, luchtkwaliteit, externe veiligheid, geluidsoverlast en eventueel voorkomende beschermde dier- en plantsoorten noodzakelijk. Wijzigingsplan ‘Grevenbicht en Trierveld’ De gronden die gelegen zijn binnen de begrenzing van het wijzigingsplan ‘Grevenbicht en Trierveld’ zijn hierin bestemd tot ‘Agrarisch met waarden – na ontgronding en opvulling’. Ter plaatse van deze bestemming gelden dezelfde regels als ter plaatse van de gronden met deze bestemming die gelegen zijn in het bestemmingsplan ‘Grensmaas winzone Trierveld/Grevenbicht’. Deze regels zijn op pagina 6 van deze toelichting reeds beschreven.
Strijdigheid met het vigerende bestemmingsplan Het volledige plangebied is thans bestemd tot ‘Agrarisch met waarden – na ontgronding en opvulling’. De bedoeling is echter dat deze gronden (gedeeltelijk) worden ingericht tot natuurgebied. Om deze mogelijke toekomstige ontwikkeling mogelijk te maken, wordt het noordelijke gedeelte van het plangebied gedeeltelijk bestemd tot ‘Natuur’. De overige gronden worden bestemd tot ‘Agrarisch met waarden – na ontgronding en opvulling’, met een wijzigingsbevoegdheid waarmee de gronden in een later stadium alsnog tot ‘Natuur’ bestemd kunnen worden. Aan het zuidelijke gedeelte van het plangebied wordt de bestemming ‘Agrarisch met waarden – na ontgronding en opvulling toegekend, zonder wijzigingsbevoegdheid naar ‘Natuur’.
1.4 Planvorm Overeenkomstig het bepaalde in artikel 3.1 van de Wet ruimtelijke ordening (Wro) worden door middel van de op de verbeelding aangegeven bestemmingen en daarop betrekking hebbende regels de in het bestemmingsplan begrepen gronden voor bepaalde doeleinden aangewezen. Daarbij worden regels gegeven voor het bouwen van bouwwerken en voor het gebruik van bouwwerken en onbebouwde gronden. De juridische regeling is opgebouwd conform de SVBP2012, de landelijke standaard voor het vervaardigen van bestemmingsplannen, die in het Bro als verplichte opbouw is opgenomen. Het bestemmingsplan bestaat formeel uit twee juridische onderdelen: • een verbeelding: een digitaal GML- bestand met een specifiek nummer, in dit geval NL.IMRO.1883.BPTrierveld2022-ON01; • regels: deze regels zijn in de SVBP2012 zoveel mogelijk gestandaardiseerd (o.a. volgorde, indeling, benaming, begripsbepalingen, overgangsbepalingen en de slotbepaling). Op de verbeelding zijn, met bijbehorende verklaringen, de bestemmingen van de in het plan begrepen gronden aangegeven. De verklaringen leggen een verbinding tussen de op de verbeelding aangegeven bestemmingen en de regels. De verbeelding is opgebouwd volgens de landelijke richtlijn SVBP2012 en is getekend op schaal 1:5.000.
Bestemmingsplan natuurontwikkeling Trierveld Gemeente Sittard-Geleen
- pagina 9 -
Toelichting
1.5 Leeswijzer d De toelichting bij dit bestemmingsplan bestaat uit acht hoofdstukken. Na dit inleidende eerste hoofdstuk wordt in hoofdstuk 2 het relevante rijksbeleid, provinciale beleid, regionale beleid en het gemeentelijke beleid uiteengezet. In hoofdstuk 3 wordt het plangebied en de directe omgeving beschreven. Vervolgens wordt in hoofdstuk 4 het plan beschreven. In hoofdstuk 5 komen vervolgens de milieuplanologische aspecten aan de orde. Hoofdstuk 6 handelt over de opbouw van de regels van dit bestemmingsplan en voorziet onder meer in een artikelsgewijze bespreking van de bestemmingsregels. In hoofdstuk 7 wordt het handhavingsbeleid en de economische uitvoerbaarheid besproken. Tot slot komt in hoofdstuk 8 de te volgen procedure aan de orde. Tevens wordt ingegaan op de maatschappelijke uitvoerbaarheid van het plan.
Bestemmingsplan natuurontwikkeling Trierveld Gemeente Sittard-Geleen
- pagina 10 -
Toelichting
2 Planologisch beleidskaderd 2.1 Rijksbeleid Structuurvisie Infrastructuur en Milieu (SVIR) De Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) geeft een totaalbeeld van het huidige ruimtelijke en mobiliteitsbeleid op Rijksniveau. De hoofddoelstelling van de SVIR is Nederland concurrerend, bereikbaar, leefbaar en veilig te houden voor de middellange termijn (2028). Dit gebeurt aan de hand van drie deeldoelen waaraan 13 nationale belangen zijn gekoppeld: Doel
Nationaal belang
Het vergroten van de concurrentiekracht van Nederland door het versterken van de ruimtelijk- economische structuur van Nederland
1. een excellente ruimtelijk-economische structuur van Nederland door een aantrekkelijk vestigingsklimaat in en goede internationale bereikbaarheid van de stedelijke regio's met een concentratie van ruimte voor het hoofdnetwerk 2. voor (duurzame) energievoorziening en de energietransitie; 3. ruimte voor het hoofdnetwerk voor vervoer van (gevaarlijke) stoffen via buisleidingen; 4. efficiënt gebruik van de ondergrond. 5. een robuust hoofdnet van wegen, spoorwegen en vaarwegen rondom en tussen de belangrijkste stedelijke regio's inclusief de achterlandverbindingen; 6. betere benutting van de capaciteit van het bestaande Mobiliteitssysteem; 7. het in stand houden van het hoofdnet van wegen, spoorwegen en vaarwegen om het functioneren van het mobiliteitssysteem te waarborgen.
Het verbeteren en ruimtelijk zekerstellen van de bereikbaarheid waarbij de gebruiker voorop staat.
Het waarborgen van een leefbare en veilige omgeving waarin unieke en cultuurhistorische waarden behouden zijn
8. verbeteren van de milieukwaliteit (lucht, bodem, water) en bescherming tegen geluidsoverlast en externe veiligheidsrisico's; 9. ruimte voor waterveiligheid, een duurzame zoetwatervoorziening en kaders voor klimaatbestendige stedelijke (her)ontwikkeling; 10. ruimte voor behoud en versterking van (inter)nationale unieke cultuurhistorische en natuurlijke kwaliteiten; 11. ruimte voor een nationaal netwerk van natuur voor het overleven en ontwikkelen van flora- en faunasoorten 12. ruimte voor militaire terreinen en activiteiten; 13. zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke en infrastructurele besluiten.
De SVIR kent een realisatieparagraaf, waarin per nationaal belang de aanpak is uitgewerkt op basis van lopende en voorziene projecten. Voor het juridisch borgen van bovengenoemde nationale belangen uit de SVIR zijn twee besluiten voorhanden: het Besluit ruimtelijke ordening (Bro): het Bro stelt vanuit de Rijksverantwoordelijkheid voor een goed systeem van ruimtelijke ordening juridische kaders aan de processen van ruimtelijke belangenafweging en besluitvorming bij de verschillende overheden. Een belangrijk aspect daarbij is de motiveringseis in de vorm van de ‘ladder voor duurzame verstedelijking’, die in 2012 in het Bro is opgenomen. Op basis van de ‘ladder’ dient de actuele behoefte aan nieuwe stedelijke ontwikkelingen aannemelijk te worden gemaakt. Indien Bestemmingsplan natuurontwikkeling Trierveld Gemeente Sittard-Geleen
- pagina 11 -
Toelichting
deze ontwikkeling vervolgens niet in bestaand stedelijk gebied plaatsvindt dient dit goed te worden gemotiveerd en dient te worden gezocht naar d een multimodaal ontsloten locatie buiten bestaand stedelijk gebied. De ladder van duurzame verstedelijking is met name aan de orde bij nieuwe stedelijke ontwikkelingen. Het voorliggende bestemmingsplan is een consoliderend plan waarin geen nieuwe ontwikkelingen zijn voorzien, anders dan de opgenomen bestaande ontwikkelingsrechten. het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro): het Barro geeft de juridische kaders die nodig zijn om het vigerend ruimtelijk Rijksbeleid te borgen, met daarin onder meer opgenomen de mainports Rotterdam en Schiphol, militaire terreinen en objecten, de Wadden, maar ook Rijksvaarwegen, primaire waterkeringen buiten de kust, landelijke hoofd- en spoorwegen en buisleidingen van nationaal belang. Van de provincies en de gemeenten wordt gevraagd de inhoud van het Barro te laten doorwerken in de ruimtelijke besluitvorming. De hierin aangegeven juridische kaders zijn derhalve concreet normstellend bedoeld en worden geacht direct of indirect (dat wil zeggen door tussenkomst van de provincie), door te werken tot op het niveau van de lokale besluitvorming, zoals de vaststelling van bestemmingsplannen.
Onderhavig plan Van de 13 nationale belangen zijn voor dit plan twee belangen relevant: de belangen 9 (ruimte voor waterveiligheid) en 10 (ruimte voor behoud en versterking van (intern)nationale unieke cultuurhistorische en natuurlijke kwaliteiten). Het Grensmaasproject voorziet enerzijds in een rivierverbreding, waardoor een verbetering van de waterveiligheid wordt bewerkstelligd. Anderzijds wordt middels de vaststelling van het voorliggende bestemmingsplan ervoor gezorgd dat de gronden binnen het onderhavige plangebied (deellocatie ‘Trierveld’ van het Grensmaasproject) zich middels de toepassing van een wijzigingsbevoegdheid naar de bestemming ‘Natuur’, kunnen ontwikkelen tot natuurgebied. Besluit ruimtelijke ordening: Ladder voor duurzame verstedelijking Sinds oktober 2012 geldt bij ruimtebesluitvorming een voor de praktijk belangrijke nieuwe motiveringsplicht. Het betreft de in artikel 3.1.6, tweede lid Bro opgenomen plicht om indien een bestemmingsplan voorziet in een ‘nieuwe stedelijke ontwikkeling’ de aanvaardbaarheid daarvan in de toelichting van dat plan wordt onderbouwd. Voor deze onderbouwing dient de zogeheten ‘Ladder voor duurzame verstedelijking’ te worden doorlopen. Overheden dienen nieuwe stedelijke ontwikkelingen te motiveren met drie opeenvolgende stappen.
De stappen bewerkstelligen dat de wens om een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk te maken, nadrukkelijk wordt gemotiveerd en afgewogen met oog voor de ruimtevraag, de beschikbare ruimte en de ontwikkeling van de omgeving waarin dit gebied ligt. Op 12 mei 2017 is het 'Besluit van 21 april 2017 tot wijziging van het Besluit ruimtelijke ordening in verband met de aanpassing van de ladder voor duurzame verstedelijking' gepubliceerd (Stb. 2017, 182). In dit besluit is de gewijzigde tekst van de zogenaamde 'Ladder voor duurzame verstedelijking' (artikel 3.1.6 lid 2 Besluit ruimtelijke ordening, hierna: ‘Bro’) opgenomen. De wijziging is op 1 juli 2017 in werking treden. In voornoemd besluit van 21 april 2017 is een aantal leden van artikel 3.1.6 Bro gewijzigd.
De belangrijkste wijzigingen die daarbij zijn doorgevoerd zijn: - de drie zogenaamde treden van de ladder zijn losgelaten; - het begrip 'actuele regionale behoefte' is vervangen door de eenvoudiger term 'behoefte'; - het uitgangspunt wordt: voor nieuwe stedelijke ontwikkelingen, zowel binnen als buiten het bestaand stedelijk gebied, moet de behoefte worden beschreven in de toelichting van het bestemmingsplan; - indien de nieuwe stedelijke ontwikkeling voorzien wordt buiten het bestaand stedelijk gebied, dan dient gemotiveerd te worden waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in de behoefte kan worden voorzien; - de mogelijkheid is opgenomen om de toepassing van de ladder door te schuiven naar het latere uitwerkings- of wijzigingsplan. Bestemmingsplan natuurontwikkeling Trierveld Gemeente Sittard-Geleen
- pagina 12 -
Toelichting
Onderhavig plan Voorvraag: is sprake van een Nieuwe Stedelijke d Ontwikkeling (NSO)? Allereerst dient de voorvraag te worden gesteld of sprake is van een stedelijke ontwikkeling. Volgens de begripsbepalingen in artikel 1.1.1, eerste lid Bro is een NSO als volgt gedefinieerd: ‘… een ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen.‘ In het onderhavige plan wordt aan het plangebied opnieuw de bestemming ‘Agrarisch met waarden – Na ontgronding en opvulling’ toegekend. Daarnaast wordt een wijzigingsbevoegdheid opgenomen in de regels, waarmee de gronden (gedeeltelijk) kunnen worden herbestemd tot ‘Natuur’ teneinde in de toekomst eventueel natuurontwikkeling mogelijk te maken. Deze ontwikkeling kan niet worden gezien als een ‘nieuwe stedelijke ontwikkeling’ in de zin van de Ladder voor duurzame verstedelijking. De Ladder voor duurzame verstedelijking vormt geen belemmering voor de realisatie van het plan. Beleidslijn ruimte voor de rivier (2009) en Waterwet In 1996 is de Beleidslijn ruimte voor de rivier tot stand gekomen.
De doelstelling van de Beleidslijn is om de beschikbare afvoer- en bergingscapaciteit van het rivierbed te behouden en ontwikkelingen tegen te gaan die de mogelijkheid tot rivierverruiming door verbreding en verlaging nu en in de toekomst feitelijk onmogelijk maken. In 1997 is deze beleidslijn gewijzigd. Bij besluit van 4 juli 2006 is de beleidslijn opnieuw herzien en is haar naam gewijzigd in Beleidslijn grote rivieren (hierna: de Beleidslijn). Deze herziening bestond uit twee onderdelen: een beleidsbrief en de beleidsregels. De Beleidsregels grote rivieren (hierna: de Beleidsregels) bieden een kader voor de beslissing omtrent de toelaatbaarheid vanuit rivierkundig opzicht bezien die nodig is voor het verkrijgen van een vergunning op grond van de Waterwet/Waterbesluit. In de Beleidsregels is aangegeven welke uitgangspunten en randvoorwaarden gelden voor gebieden in het stroomvoerend rivierbed en in het waterbergend rivierbed.
Bestemmingsplan natuurontwikkeling Trierveld Gemeente Sittard-Geleen
- pagina 13 -
Toelichting
Onderhavig plan Op de onderstaande afbeelding is het plangebied middels een blauwe omlijning aangeduid. Het d plangebied is gesitueerd binnen het waterbergend winterbed van de Maas (groene kleur). De gronden ten westen van het plangebied maken deel uit van stroomvoerend winterbed van de Maas (blauwe kleur).
Anders omgaan met water, waterbeleid in de 21e eeuw Directe aanleiding voor het kabinetsstandpunt „Anders omgaan met water, waterbeleid in de 21e eeuw‟ (WB21)‟, is de zorg over het toenemend hoogwater in de rivieren, wateroverlast en de versnelde stijging van de zeespiegel. Het kabinet is van mening dat er een aanscherping in het denken over water dient plaats te vinden. Nadrukkelijker zal rekening moeten worden gehouden met de (ruimtelijke) eisen die het water aan de inrichting van Nederland stelt. Het kabinet heeft voor het waterbeleid in de 21e eeuw de volgende drie uitgangspunten opgesteld: - anticiperen in plaats van reageren; - niet afwentelen van waterproblemen op het volgende stroomgebied, maar handelen volgens de drietrapsstrategie van „vasthouden-bergen-afvoeren‟ en: - meer ruimtelijke maatregelen naast technische ingrepen. De watertoets vormt een waarborg voor de inbreng van water in de ruimtelijke ordening. De watertoets wordt sinds 2001 toegepast op plannen die gevolgen voor de waterhuishouding kunnen hebben. De watertoets heeft een integraal karakter: alle relevante 'wateraspecten' worden meegenomen. Er wordt gekeken naar veiligheid, wateroverlast, waterkwaliteit en verdroging. De watertoets wordt toegepast door in een vroegtijdig stadium de waterbeheerders te betrekken bij plannen die een invloed kunnen hebben op de waterhuishouding.
De wijze waarop in het onderhavige plan rekening is gehouden met het aspect water is beschreven in paragraaf 5.2 van deze toelichting. Natuurwetgeving: gebieds- en soortenbescherming Vanuit Europa is de bescherming van soorten en gebieden geregeld in de Europese Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn. De Europese Vogelrichtlijn (Richtlijn 79/409/EEG) en de Habitatrichtlijn (Richtlijn 92/33/EEG) hebben de bescherming van soorten en hun natuurlijke habitats tot doel. Elke lidstaat is verplicht speciale beschermingszones aan te wijzen, die samen één Europees netwerk van natuurgebieden vormen: ‘Natura 2000’. Bestemmingsplan natuurontwikkeling Trierveld Gemeente Sittard-Geleen
- pagina 14 -
Toelichting
Vanaf 1 januari 2017 is de Wet natuurbescherming van kracht geworden. Deze wet vervangt drie d wetten: de Natuurbeschermingswet 1998, de Boswet en de Flora- en faunawet. Conform deze wet bepalen de provincies wat wel en niet mag in de natuur in hun gebied en zorgen zij voor vergunningen en ontheffingen. De Rijksoverheid blijft verantwoordelijk voor het beleid van grote wateren. Natura2000-gebieden Het Natura2000-netwerk bevat de gebieden die zijn aangewezen onder de Vogel- en Habitatrichtlijn en zijn daarmee geselecteerd op grond van het voorkomen van soorten en habitattypen die vanuit Europees oogpunt bescherming nodig hebben. Voor die gebieden geldt dat aanwijzingsbesluiten zijn opgesteld waarin staat voor welke soorten en habitats het betreffende gebied is aangewezen en welke instandhoudingdoelstellingen er gelden voor deze soorten en habitats. Nederland heeft 162 Natura2000-gebieden (en 4 ‘mariene’ gebieden buiten de kust). Onderhavig plan Het onderhavige plangebied is gesitueerd in de deellocatie ‘Trierveld’ van het Grensmaasproject. Het plangebied is gelegen buiten de begrenzing van het Natura2000-gebied ‘Grensmaas’. Het Natura2000-gebied ‘Grensmaas’ bestaat uit het zomerbed van de Grensmaas (voor zover op Nederlands grondgebied gelegen) tussen Borgharen (gemeente Maastricht) en Maasbracht (gemeente Maasgouw).
Binnen het rivierengebied neemt de Grensmaas een bijzondere positie in, omdat deze het karakter heeft van een heuvellandrivier. Anders dan het weidse landschap met brede uiterwaarden van andere grote rivieren wordt het landschap van de Grensmaas gekenmerkt door een smalle, diep ingesneden bedding, die als het ware bekneld ligt tussen hogere gronden van oudere oorsprong. De sterk meanderende en betrekkelijk ondiepe rivierloop is mede door de aanwezigheid van zand- en grindbanken onbevaarbaar. Momenteel is alleen het water van de Grensmaas tot Natura2000-gebied aangewezen. Aanwijzing van deze gebieden vindt plaats door het Rijk op basis van doelsoorten die onder de Habitatrichtlijn vallen. Er speelt thans geen procedure tot aanwijzing of uitbreiding van dit Natura2000-gebied. Op de onderstaande luchtfoto is de ligging van het plangebied ten opzichte van de begrenzing van het Natura2000-gebied ‘Grensmaas’ weergegeven:
Natura2000-gebied ‘Grensmaas’
plangebied In het Grensmaasgebied heeft (en vindt) op grote schaal natuurontwikkeling (plaats)gevonden in het kader van het gelijknamige Grensmaasproject. Na voltooiing van de werkzaamheden ontstaat hier Bestemmingsplan natuurontwikkeling Trierveld Gemeente Sittard-Geleen
- pagina 15 -
Toelichting
een gevarieerd landschap met grindige oevers, ruigten, graslanden en rivierbossen. Het onderhavige plangebied wordt volledig bestemd tot ‘Agrarisch met waarden – Na ontgronding en opvulling’ en d voorzien van een wijzigingsbevoegdheid, waarmee het plangebied (gedeeltelijk) kan worden herbestemd tot de bestemming ‘Natuur’. Erfgoedwet Sinds 1 juni 2016 is de Erfgoedwet van kracht. Deze wet bundelt bestaande wet- en regelgeving voor het behoud en beheer van cultureel erfgoed in Nederland. Het betreft zowel het roerend als het onroerend erfgoed. Samen met de Omgevingswet, die naar verwachting in 2022 ingaat, maakt de Erfgoedwet een integrale bescherming van ons cultureel erfgoed mogelijk. Voor het onroerend cultureel erfgoed zijn deze wetten van grote betekenis. Het deel van de Monumentenwet 1988 dat direct raakt aan de fysieke leefomgeving, gaat namelijk op in de Omgevingswet. Het resterende deel van de Monumentenwet gaat op in de Erfgoedwet. De Erfgoedwet voorziet ook in overgangsrecht, zodat de artikelen uit de Monumentenwet tussen 2016 en 2021 niet zomaar komen te vervallen. De Erfgoedwet en de Omgevingswet regelen de zorg voor ons bodemarchief en zijn de vertaling van het Verdrag van Malta, dat Nederland in 1992 ondertekende. De essentie van deze wetgeving is dat waardevolle archeologische resten zoveel mogelijk in de bodem behouden blijven.
Het uitgangspunt is dat archeologisch erfgoed moet worden beschermd op de plaats waar het wordt aangetroffen. Als het niet mogelijk is de archeologische waarden te behouden en het bodemarchief verstoord raakt, moet de veroorzaker de kosten voor zijn rekening nemen die nodig zijn om de archeologische informatie die in de bodem ligt opgeslagen, veilig te stellen en de resultaten uit te werken. De wijze waarop met het aspect archeologie rekening is gehouden in relatie tot dit plan is verwoord in paragraaf 5.7 van deze toelichting.
2.2 Provinciaal beleid Provinciale Omgevingsvisie Limburg (POVI) In het kader van de toekomstige Omgevingswet hebben Gedeputeerde Staten van de provincie Limburg d.d. 01.10.2021 de Provinciale Omgevingsvisie (POVI) vastgesteld. Om goed in te kunnen spelen op de Limburgse kansen en uitdagingen in de leefomgeving is een visie nodig voor de langere termijn (2030 - 2050), waarin allerlei onderwerpen aan bod komen, zoals wonen, bodem, infrastructuur, energie, economie, landbouw, water, natuur, landschap en cultureel erfgoed, maar ook gezondheid en de gezonde leefomgeving. Zo geeft de Omgevingsvisie richting aan de manieren waarop Limburg klaargemaakt wordt voor de toekomst. De provincie zoekt naar de balans tussen het beschermen én benutten van de fysieke leefomgeving waarin we leven, wonen, werken, leren en vrije tijd besteden. Afwegingen hierbinnen geschiedt op basis van de onderstaande Limburgse principes: - streven naar een inclusieve, gezonde en veilige samenleving die uitnodigt tot ontmoeten, recreëren en maatschappelijke betrokkenheid; - de kenmerken en identiteit van gebieden staan centraal. Een gebiedsgerichte aanpak is de basis voor samenwerking met andere partijen en initiatiefnemers. Er is dus ruimte voor maatwerk. - meer stad, meer land. Stedelijke functies worden geconcentreerd in compacte steden en dorpen.
Landelijke gebieden worden als tegenhanger van de drukkere stedelijke gebieden ontwikkeld. - zorgvuldig omgaan met de ruimte en voorraden, zowel onder- als bovengronds. Ingezet wordt op een sociaal-economische ontwikkeling zonder vraagstukken af te wentelen naar de volgende generaties. In lijn met de Omgevingswet gaat de Omgevingsvisie uit van het voorzorgsbeginsel; preventief handelen, milieuaantastingen bij voorrang aan de bron bestrijden en de vervuiler betaalt. In onze afwegingen worden naast de impact op mens, economie en welvaart ook de impact op de omgeving en het milieu beschouwd. Er wordt gestreefd naar functiecombinaties en het optimaal benutten van bestaande functies. Bestemmingsplan natuurontwikkeling Trierveld Gemeente Sittard-Geleen
- pagina 16 -
Toelichting
Groenblauwe mantel d Het onderhavige plangebied is conform de kaart ‘Limburgse principes’ behorende bij de POVI gelegen binnen de ‘Groenblauwe mantel’. Op de onderstaande uitsnede van deze kaart is de situering van het plangebied middels een rode kleur weergegeven:
Uitsnede kaart ‘Limburgse principes’ POVI
Het Maasdal, de beekdalen en steilere hellingen – voorheen de Bronsgroene landschapszone en Zilvergroene natuurzone – vormen samen de circa 36.000 hectaren grote groenblauwe mantel binnen de landelijke gebieden van Limburg. De gebieden liggen als een soort mantel tussen en om het Natuurnetwerk Limburg. Het zijn gebieden waar goede combinatiemogelijkheden zijn voor duurzame vormen van (kringloop) land- en tuinbouw en andere economische functies, vooral door het gebruik van reeds aanwezige en beeldbepalende gebouwen. In de Groenblauwe mantel blijft de grondgebonden landbouw de belangrijkste functie en is de agrarische sector tevens de belangrijkste beheerder. Er worden mogelijkheden geboden voor agrarisch natuur- en landschapsbeheer dat bijdraagt aan de instandhouding en versterking van de landschappelijke kernkwaliteiten. De focus ligt hier op het versterken van het klimaatadaptieve karakter met meer ruimte voor de beken en de Maas, de biodiversiteit en kernkwaliteiten van het landschap. Op veel plekken zijn in de rivier- en beekdalen in de loop der tijd steden en dorpen tot ontwikkeling gekomen. De bebouwde gebieden maken geen deel uit van de Groenblauwe mantel, maar staan er wel mee in verband.
Onderhavig plan De uitvoering van de werkzaamheden in het kader van het Grensmaasproject binnen het onderhavige plangebied zijn vastgelegd in het vigerende bestemmingsplan ‘Grensmaas winzone Trierveld/Grevenbicht’, dat op 15 maart 2012 is vastgesteld door de raad van de gemeente SittardGeleen. Het voorliggende bestemmingsplan heeft betrekking op de hierop volgende fase en voorziet Bestemmingsplan natuurontwikkeling Trierveld Gemeente Sittard-Geleen
- pagina 17 -
Toelichting
in een juridisch-planologisch kader waarmee de deellocatie ‘Trierveld’ van het Grensmaasproject, na afloop van de ontgronding en opvulling, deels d kan worden ontwikkeld tot natuurgebied en deels als landbouwgebied. Omgevingsverordening Limburg 2014 Vanuit de Omgevingsverordening Limburg 2014 is een aantal gebiedsspecifieke waarden opgenomen dat als gebiedsaanduiding in bestemmingsplan dient te worden opgenomen. Het onderhavige plangebied is voorzien van de gebiedsaanduiding ‘milieuzone – boringsvrije zone Roerdalslenk II’. Binnen deze zone is het niet toegestaan om: - boorputten op te richten, in exploitatie te nemen of te hebben, dieper dan 30 meter beneden het maaiveld; - de grond dieper te roeren dan 30 meter beneden het maaiveld, waarbij ingrepen worden verricht of stoffen worden gebruikt die de beschermende werking van de slecht-doorlatende bodemlagen kunnen aantasten; - een bodemenergiesysteem op te richten, welke dieper reikt dan 30 m beneden het maaiveld; - boorputten op te richten wanneer de doorboorde weerstand biedende lagen en het boorgat, van 0 tot 3 m beneden het maaiveld, niet worden afgedicht met klei of bentoniet.
2.3 Gemeentelijk beleid Omgevingsvisie Sittard-Geleen 2016 De Omgevingsvisie Sittard-Geleen 2016 is op 15 december 2016 door de gemeenteraad van de gemeente Sittard-Geleen vastgesteld. Deze omgevingsvisie is de opvolger van de Structuurvisie Sittard-Geleen 2010. In de Omgevingsvisie Sittard-Geleen 2016 komen alle aspecten aan bod die te maken hebben met de toekomstige ruimtelijke ontwikkelingen van en binnen de gemeente. Van wonen en werken, tot recreatie en mobiliteit en van economische en technische ontwikkelingen tot natuur en milieu. Middels een illustratie die bij de omgevingsvisie is opgenomen wordt een beeld geschetst van de gewenste toekomstige ontwikkeling van de gemeente Sittard-Geleen en de opgaven waaraan de gemeente werkt om dat beeld te realiseren. In de uitwerking is nadrukkelijk gekozen voor de lijn “ruimte waar mogelijk, sturing waar nodig”. Deze lijn betekent een uitnodiging aan alle partners om samen met de gemeente doorlopend te ontwikkelen naar een gemeente waar het goed wonen, leven en werken is.
Bestemmingsplan natuurontwikkeling Trierveld Gemeente Sittard-Geleen
- pagina 18 -
Toelichting
De onderstaande kaart toont de illustratie behorende bij de Omgevingsvisie Sittard-Geleen 2016. Het onderhavige plangebied is op deze illustratie middels een rode omlijning aangeduid: d
Onderhavig plan Het onderhavige plangebied is gelegen binnen de zone ‘Groene hart’. In de omgevingsvisie is een paragraaf ‘groen natuur en landschap’ opgenomen. De druk op het landelijk gebied neemt af, omdat de uitbreidingsvraag verder afneemt, de economische clusters in Sittard-Geleen uitgezonderd. Voor het ‘groene hart’ van de gemeente, met haar open coulisselandschap afgewisseld met kleine dorpen en buurtschappen, geldt al jaren dat er liever geen nieuwe bebouwing wordt toegelaten. Hierdoor is de open landschappelijke kwaliteit en daarmee het aantrekkelijk woonklimaat bewaard gebleven. Dit dient ook in de toekomst behouden te blijven. In de omgevingsvisie wordt tevens vooruitgeblikt naar het einde van het Grensmaasproject, waar thans door middel grindwinning een verruiming van het zomer- en winterbed van de Maas plaatsvindt. Aanvullend hierop vinden vergelijkbare maatregelen plaats aan de Belgische zijde van de Maas. Gezamenlijk leiden deze maatregelen ertoe dat de veiligheid achter de kades langs de Grensmaas ook voor de langere termijn verglijkbaar blijft met de huidige situatie. In de gemeente Sittard-Geleen betreft dit het gebied rond Grevenbicht en Bestemmingsplan natuurontwikkeling Trierveld Gemeente Sittard-Geleen
- pagina 19 -
Toelichting
Obbicht, waarvan de kades op basis van het Deltaprogramma straks een overstromingsrisico hebben van 1:300. d Het beleidsterrein ‘groen, natuur en landschap’ omvat zowel het groen in het buitengebied (het oorspronkelijke landschap en het cultuurlandschap) als het stedelijk groen (op het niveau van de stad en de wijk). Bewoners van een verstedelijkt gebied zijn voor wat betreft hun dagelijkse behoefte aan ontspanning aangewezen op het buitengebied. Het buitengebied is de tuin van de omringende steden en dorpen. De grote landschappelijke eenheden, zoal bijvoorbeeld het Grensmaas-gebied, hebben ook een aantrekkingskracht op bezoekers van buitenaf. Het Grensmaas-gebied vormt een belangrijk ecologisch ontwikkelingsgebied in de regio. In het winterbed van de Maas vindt thans grindwinning plaats. Na afronding van de grindwinning (uiterlijk eind 2027) wordt het Grensmaasgebied ontwikkeld tot een groot natuurgebied, waardoor de ecologische hoofdstructuur wordt versterkt. Dit internationale gebied wordt aan de oostzijde ontwikkeld door de Belgen en aan de westzijde door de gemeente Sittard-Geleen. Het onderhavige plangebied maakt deel uit van het westelijke deel van het Grensmaas-gebied, dat door de gemeente Sittard-Geleen wordt ontwikkeld tot natuurgebied.
Het voorliggende bestemmingsplan biedt een juridisch-planologisch kader, waarmee de beoogde natuurontwikkeling mogelijk wordt gemaakt. Het plangebied wordt middels de vaststelling van het voorliggende bestemmingsplan volledig bestemd tot ‘Agrarische met waarden – Na ontgronding en opvulling’, zoals dit ook in de huidige situatie het geval is. Tevens wordt voor het volledige plangebied een wijzigingsbevoegdheid opgenomen, waarmee het plangebied (volledig of gedeeltelijk) kan worden herbestemd tot de bestemming ‘Natuur’, teneinde de beoogde natuurontwikkeling in de toekomst mogelijk te maken. Het onderhavige bestemmingsplan is in overeenstemming met de beleidsuitgangspunten zoals geformuleerd in de Omgevingsvisie Sittard-Geleen 2016. Nota Ruimtelijke kwaliteit Op 8 juli 2015 is de Nota Ruimtelijke Kwaliteit door de raad van de gemeente Sittard-Geleen vastgesteld. De Nota Ruimtelijke Kwaliteit is het gemeentelijk beleidsdocument voor het borgen van de kwaliteit van de bebouwde en onbebouwde omgeving. De Nota bevat ambitie, inspiratie en een toetsingskader voor zowel particuliere plannenmakers als voor de gemeentelijke organisatie zelf. De nota bevat de ruimtelijke kwaliteitscriteria waaraan elk ruimtelijk initiatief in de gemeente SittardGeleen moet voldoen.
Het is de opvolger van de gemeentelijke Welstandsnota, die uit 2004 dateerde en na ruim tien jaar toe was aan actualisatie en herziening op een aantal vlakken, zowel wat betreft de systematiek als ook de juridische aspecten. De Nota Ruimtelijke Kwaliteit is complementair en volgend aan bestaande (Structuurvisie 2010 en Groenstructuurvisie) maar ook nieuwe beleidsstukken zoals het POL2014 en de nieuw op te stellen Omgevingsvisie waarin de hoofdlijnen voor het ruimtelijke beleid voor de komende periode zijn (of worden) vastgelegd. Onderhavig plan Een initiatief wordt getoetst op een aantal vaste criteria (die betrekking hebben op de ruimtelijke inpassing en verschijningsvorm). Dit zijn de criteria die altijd gelden. Daarnaast zijn voor een aantal gebieden gebiedseigen karakteristieken beschreven waarmee aanvullend rekening dient te worden houden. Het onderhavige plangebied is gelegen binnen de zones ‘Landschap/buitengebied’. De ontwikkelingen die in het onderhavige plangebied worden gerealiseerd zijn in overeenstemming met de uitgangspunten zoals vastgelegd in de Nota Ruimtelijke Kwaliteit, daar het een verbetering van de ecologische, landschappelijke, cultuurhistorische, natuurlijke en waterhuishoudkundige situatie betreft.
Bestemmingsplan natuurontwikkeling Trierveld Gemeente Sittard-Geleen
- pagina 20 -
Toelichting
3 Gebiedsbeschrijving
d
3.1 Ligging van het plangebied Het plangebied is gesitueerd in het noordelijke gedeelte van de gemeente Sittard-Geleen en heeft een oppervlakte van circa 73 hectare (730.000 m²). De plangrens ligt aan de noordzijde net onder de gemeentegrens van de gemeente Echt-Susteren en ligt ingeklemd tussen de ten westen gelegen Ruitersdijk, de ten zuiden gelegen Horrissendijk en de ten oosten gelegen Parallelweg. Verder ten oosten ligt het Julianakanaal. Op een afstand van circa 130 meter ten noordwesten van het plangebied stroomt de Maas. Op het onderstaande overzichtskaartje is het plangebied middels een rode kleur aangeduid:
Ten noorden van het plangebied, op een afstand van circa 200 meter, ligt de tot de gemeente EchtSusteren behorende buurtschap Illikhoven. Ten oosten van het plangebied, aan de overzijde van het Julianakanaal, is het bedrijventerrein Holtum-Noord gelegen. Ten zuiden van dit bedrijventerrein liggen de tot de gemeente Sittard-Geleen behorende kernen Holtum, Buchten en Born. Verder ten oosten, op een afstand van circa 1,8 kilometer, ligt de VDL-Nedcar site. Ten noordoosten, op een afstand van circa 2,7 kilometer, ligt de kern Susteren (gemeente Echt-Susteren) en ten zuidoosten van het plangebied, op een afstand van circa 3,7 kilometer, ligt de kern Nieuwstadt, die eveneens tot de gemeente Echt-Susteren behoort. Ten zuiden van het plangebied, op een afstand van circa 200 meter, ligt de tot de gemeente SittardGeleen behorende buurtschap Schipperskerk en verder ten zuidwesten, op een afstand van circa 1,2 kilometer van het plangebied, ligt de kern Grevenbicht (gemeente Sittard-Geleen). De kern Obbicht, eveneens behorend tot de gemeente Sittard-Geleen, ligt ten zuiden van het plangebied, op een afstand van circa 2,1 kilometer. Ten westen van de projectlocatie, aan de overzijde van de Maas, ligt het Belgisch grondgebied.
Bestemmingsplan natuurontwikkeling Trierveld Gemeente Sittard-Geleen
- pagina 21 -
Toelichting
Op de onderstaande luchtfoto is het plangebied middels een rode omlijning aangeduid. De omliggende kernen, zoals hierboven beschreven, alsmede het bedrijventerrein Holtum-Noord en de d VDL-Nedcar site zijn middels een gele kleur aangeduid. De Maas en het Julianakanaal zijn middels een blauwe stippellijn weergegeven:
Maas Susteren
Illikhoven
bedrijventerrein Holtum-Noord Holtum
Schipperskerk
Grevenbicht
Buchten
VDL-Nedcar Nieuwstadt
Born Obbicht
Julianakanaal
3.2 Huidig gebruik van het plangebied Het plangebied is thans volledig in gebruik voor de grindwinning in het kader van het Grensmaasproject. De onderstaande afbeelding toont de deels afgegraven werklocatie in het plangebied:
Grindwinning Trierveld Bestemmingsplan natuurontwikkeling Trierveld Gemeente Sittard-Geleen
- pagina 22 -
Toelichting
In het zuidelijke gedeelte van het plangebied is een werkhaven gelegd, voor de afvoer van grind middels schepen. Deze werkhaven sluit aan op d het Julianakanaal. De onderstaande afbeelding toont de werkhaven in zuidelijke richting:
Een van de grootste deellocaties van het Grensmaasproject betreft de deellocatie Trierveld . Deze locatie is gesitueerd in het noordelijke gedeelte van de gemeente Sittard-Geleen, ten zuiden van het gehucht Illikhoven (gemeente Echt-Susteren) en ten noorden van het gehucht Schipperskerk (gemeente Sittard-Geleen). Op deze locatie wordt grind afgegraven en wordt tevens alle gewonnen grind uit het Grensmaasproject gesorteerd en via schepen afgevoerd voor de verkoop. Tot en met 2027 vindt hier grindwinning plaats, alvorens de gronden weer worden volgestort en afgedekt, om zich vervolgens te kunnen ontwikkelen tot natuurgebied.
Werkhaven Trierveld
Het grind dat in het kader van het Grensmaasproject wordt gewonnen, wordt binnen het onderhavige plangebied verwerkt en gesorteerd middels grote installaties. Via lopende banden wordt het grind aangevoerd in deze machine, die het grind vervolgens sorteert in verschillende groottes, waarna het grind op schepen wordt geladen die het grind via de werkhaven en het Julianakanaal afvoert richting de afnemers. Op de onderstaande afbeelding zijn de genoemde installaties weergegeven:
De grindinstallaties ter plaatse van het plangebied, met op de voorgrond de werkhaven Bestemmingsplan natuurontwikkeling Trierveld Gemeente Sittard-Geleen
- pagina 23 -
Toelichting
4 Planbeschrijving
d
4.1 Planologische wijziging plangebied ‘Agrarisch met waarden – Na ontgronding en opvulling’ Om de in hoofdstuk 4.1 genoemde ontwikkelingen mogelijk te maken is het voorliggende bestemmingsplan opgesteld. Middels dit bestemmingsplan wordt een deel van het plangebied bestemd tot ‘Agrarisch met waarden – Na ontgronding en opvulling’. Deze bestemming zorgt ervoor dat de gronden gebruikt kunnen worden voor de huidige werkzaamheden. Na de afronding van deze werkzaamheden (dus na ontgronding en opvulling) kunnen deze gronden gebruikt worden voor agrarische doeleinden. ‘Natuur’ Een deel van het plangebied wordt bestemd tot natuur. Deze is met een rechtstreekse enkelbestemming ‘Natuur’ opgenomen. De begrenzing van deze bestemming is gebaseerd op een laagte waar grondwater en hemelwater in verzameld wordt. De onderstaande afbeelding toont een uitsnede van de verbeelding behorende bij het voorliggende bestemmingsplan.
Op een deel van de bestemming ‘Agrarisch met waarden – Na ontgronding en opvulling’ is een wijzigingsgebied aangeduid op de verbeelding. Ter plaatse van dit wijzigingsgebied kan de bestemming ‘Agrarisch met waarden – Na ontgronding en opvulling’ worden gewijzigd in de bestemming ‘Natuur’.
Bestemmingsplan natuurontwikkeling Trierveld Gemeente Sittard-Geleen
- pagina 24 -
Toelichting
4.2 Beoogde toekomstige inrichting van het plangebied d Algemeen In opdracht van Consortium Grensmaas is door bureau Stroming een ontwerpbeschrijving ‘Optimalisatie Koeweide’ (versie 9 juni 2021) opgesteld. In dit document is globaal beschrijven hoe de toekomstige inrichting van het plangebied er uit kan komen te zien. Consortium Grensmaas heeft de provincie Limburg d.d. 31 maart 2021 geïnformeerd over het gewijzigde projectplan voor het onderhavige plangebied. De provincie Limburg heeft per brief d.d. 13 december 2021 aangegeven in principe en onder voorwaarden (zoals genoemd in de brief) te kunnen instemmen met de beoogde toekomstige inrichting van het plangebied. De brief van Consortium Grensmaas d.d. 31 maart 2021 is als separate bijlage 1 bij deze toelichting opgenomen. De brief van de provincie Limburg d.d. 13 december 2021 is als separate bijlage 2 bij deze toelichting opgenomen. Natuurcompensatie Het gebied in de onvergraven natuur van Koeweide dat geen natuurfunctie meer krijgt, maar dat als landbouwgrond behouden blijft, heeft een gezamenlijke oppervlakte van 21,5 hectare. Naast de 17,9 hectare die Natuurmonumenten daar inlevert behoudt de landbouwer waar de grondruil voor in gang is gezet ook nog 3,6 hectare grond die niet meer omgevormd kan worden tot natuur. Het gebied dat in Trierveld rechtstreeks bestemd wordt tot ‘Natuur’ heeft een oppervlakte van 22 hectare.
Hiermee wordt in Trierveld meer natuur gerealiseerd dan er wegvalt in Koeweide. Meer informatie over de inrichting van het gebied waarvan het onderhavige plangebied onderdeel uitmaakt is beschreven in het document ‘Van Mooder Maas naar Grensmaas naar Maasvallei: visie op de inrichting en natuurontwikkeling van Nattenhoven tot Visserweert’ is als separate bijlage 4 bij deze toelichting opgenomen.
Bestemmingsplan natuurontwikkeling Trierveld Gemeente Sittard-Geleen
- pagina 25 -
Toelichting
5 Omgevingsaspecten
d
5.1 Geluid Wet geluidhinder Bij het ontwikkelen van een ruimtelijk plan is het belangrijk rekening te houden met geluidbronnen en de mogelijke hinder of overlast daarvan voor mensen. De beoordeling van het aspect geluid vindt zijn grondslag vooral in de Wet geluidhinder maar daarnaast ook in de Wet ruimtelijke ordening wanneer het gaat om de beoordeling of er sprake is van een goed woon- en leefklimaat. Het aspect geluid kent voor een aantal bestemmingen (zoals wonen) in combinatie met een aantal typen geluidbronnen een wettelijk kader dat van belang is bij het opstellen van ruimtelijke plannen. Zo zijn in de Wet geluidhinder voor woningen en andere geluidgevoelige bestemmingen grenswaarden opgenomen voor industrielawaai, wegverkeerlawaai en spoorweglawaai. Voor andere geluidsbronnen bestaan geen wettelijke kaders. Andere geluidbronnen kunnen wel noodzaken tot een aanvullende beoordeling van het aspect geluid in het kader van een goede ‘ruimtelijke ordening’. Plangebied Wet geluidhinder In het onderhavige plan worden geen geluidgevoelige functies gerealiseerd. De grenswaarden die vanuit de Wet geluidhinder gelden voor industrielawaai, wegverkeerslawaai en spoorweglawaai zijn derhalve niet op het onderhavige plan van toepassing. Een nader onderzoek naar deze aspecten kan derhalve achterwege blijven.
Een ‘goede ruimtelijke ordening’ Bij het beoordelen van de invloedsfeer van geluidbronnen welke niet via de Wet geluidhinder zijn geregeld, vormt de VNG-publicatie ‘Bedrijven en milieuzonering’ een hulpmiddel. Deze publicatie geeft richtlijnen over de aan te houden afstanden van (bedrijfs)bestemmingen ten opzichte van geluidgevoelige bestemmingen. Er worden binnen het plangebied geen (bedrijfs)bestemmingen gerealiseerd met een geluiduitstraling naar de omgeving. De dichtstbijzijnde bedrijvigheid in de omgeving van het plangebied bevindt zich op het industrieterrein Holtum-Noord, dat ten oosten van het plangebied, aan de overzijde van het Julianakanaal is gesitueerd. Dit industrieterrein betreft een gezoneerd bedrijventerrein. Dit betekent dat rondom het industrieterrein een geluidzone is vastgesteld. De cumulatieve geluidbelasting van alle bedrijven op het industrieterrein samen moet voldoen aan de grenswaarde van 50 dB(A). Het oostelijke gedeelte van het onderhavige plangebied is gesitueerd binnen de milieuzone ‘geluidzoneindustrie’. Dit betreft de begrenzing van de geluidzone van het industrieterrein Holtum-Noord. In de regels is vastgelegd dat binnen deze zone geen geluidgevoelige functies gerealiseerd mogen worden.