03 Motivering vergunningaanvraag BOPA
Tekst van het document
26
TON240065/RBR
motiveringsplicht. In dit kader is een memo opgesteld (zie bijlage 3). Met deze memo d. d. 3 september 2024 (met kenmerk: 2024/046) wordt gemotiveerd dat als gevolg van onderhavig planvoornemen ter plaatse van het projectgebied geen negatieve effecten ontstaan ten aanzien van de kernkwaliteiten van de groenblauwe mantel. Ook in de nabije omgeving van het projectgebied zijn als gevolg van onderhavig planvoornemen geen negatieve effecten te verwachten ten aanzien van de kernkwaliteiten van de groenblauwe mantel. De beoogde werkzaamheden (grindwinning en toepassing grond) zijn immers tijdelijk van aard en de beoogde (her)inrichting van het gebied Trierveld – waaronder onderhavig projectgebied – als landbouw- en natuurgebied met watervoorzieningen (zie figuur 6) levert juist een versterking op van de kernkwaliteiten van de groenblauwe mantel. Zo wordt het groene karakter aanzienlijk versterkt zowel binnen het projectgebied als in de nabije omgeving daarvan. Ook ontstaat een (meer) open gebied met voldoende ruimte voor water en waterberging. Per saldo is dan ook geen sprake van een kwaliteitsverlies maar van een kwaliteitsverbetering zowel voor het projectgebied als in de nabije omgeving daarvan. ,
,
,
,
Gelet op het voorgaande wordt voldaan aan de motiveringsplicht uit de omgevingsverordening. Na-ijlende effecten steenkoolwinning Volgens artikel 12. 12 van de omgevingsverordening moet bij het bouwen van een nieuw bouwwerk binnen onder andere het ambtsgebied van de gemeente Sittard-Geleen worden gemotiveerd op welke wijze rekening is gehouden met na-ijlende effecten van de voormalige steenkoolwinning. Vooropgesteld moet worden dat met onderhavig planvoornemen niet wordt voorzien in het bouwen van een nieuw bouwwerk waardoor de instructieregel van artikel 12. 12 van de omgevingsverordening niet van toepassing is. Ten overvloede wordt opgemerkt dat onderhavig projectgebied (ruim) buiten de concessiegrenzen van de voormalige mijn 'Maurits' is gelegen waardoor geen rekening hoeft te worden gehouden met na-ijlende effecten van de voormalige steenkoolwinning. ,
,
3. 3
Gemeentelijk beleid
3. 3. 1 Omgevingsvisie Sittard-Geleen 2016 De ‘Omgevingsvisie Sittard-Geleen 2016’ is op 15 december 2016 door de gemeenteraad van de gemeente Sittard-Geleen vastgesteld. Deze omgevingsvisie is de opvolger van de ‘Structuurvisie
Sittard-Geleen 2010’. In de ‘Omgevingsvisie Sittard-Geleen 2016’ komen alle aspecten aan bod die te maken hebben met de toekomstige ruimtelijke ontwikkelingen van en binnen de gemeente. Van wonen en werken tot recreatie en mobiliteit en van economische en technische ontwikkelingen tot natuur en milieu. Middels een illustratie die bij de omgevingsvisie is opgenomen wordt een beeld geschetst van de gewenste toekomstige ontwikkeling van de gemeente Sittard-Geleen en de opgaven waaraan de gemeente werkt om dat beeld te realiseren.
Motivering BOPA Uitbreiding grindwinning Trierveld Tonnaer Adviseurs in Omgevingsrecht B. V.
27
TON240065/RBR
In de uitwerking is nadrukkelijk gekozen voor de lijn " ruimte waar mogelijk sturing waar nodig." Deze lijn betekent een uitnodiging aan alle partners om samen met de gemeente doorlopend te ontwikkelen naar een gemeente waar het goed wonen leven en werken is. ,
,
Onderstaande figuur toont de illustratie behorende bij de ‘Omgevingsvisie Sittard-Geleen 2016’. Onderhavig projectgebied is met rode contouren weergegeven.
figuur 8: uitsnede kaart ‘Omgevingsvisie Sittard-Geleen 2016’ met aanduiding projectgebied (rode contouren)
Toepassing en conclusie Het projectgebied is grotendeels gelegen binnen het gebied het ‘Groene Hart’. Volgens de omgevingsvisie geldt voor dit gebied dat daar in principe geen nieuwe bebouwing wordt toegelaten. De open landschappelijke kwaliteit (open coulisselandschap) afgewisseld met kleine dorpen en buurtschappen en daarmee het aantrekkelijke woonklimaat moet behouden blijven. ,
,
Motivering BOPA Uitbreiding grindwinning Trierveld Tonnaer Adviseurs in Omgevingsrecht B. V.
28
TON240065/RBR
Het beleidsterrein 'groen natuur
en landschap' omvat zowel het groen in het buitengebied (het oorspronkelijke landschap en het cultuurlandschap) als het stedelijk groen (op het niveau van de stad en de wijk). Bewoners van een verstedelijkt gebied zijn voor wat betreft hun dagelijkse behoefte aan ontspanning aangewezen op het buitengebied. Het buitengebied is de tuin van de omringende steden en dorpen. De grote landschappelijke eenheden zoals bijvoorbeeld het Grensmaas-gebied hebben ook een aantrekkingskracht op bezoekers van buitenaf. Het Grensmaas-gebied vormt een belangrijk ecologisch ontwikkelingsgebied in de regio. ,
,
,
Na afronding van de grindwinning (uiterlijk eind 2026) wordt het gebied Trierveld (inclusief onderhavig projectgebied) ontwikkeld tot een landbouw- en natuurgebied met watervoorzieningen waardoor de ecologische hoofdstructuur (nu het Natuurnetwerk Nederland) wordt versterkt. ,
Met onderhavig planvoornemen wordt ter plaatse van het projectgebied – binnen het gebied Trierveld – voorzien in een uitbreiding van de grindwinning. De einddatum van het Grensmaasproject wordt hiermee niet verlengd. De uitbreiding van de grindwinning (ter plaatse van de aanwezige geluidwallen) wordt ingezet om de groene inrichting van het gebied Trierveld nog verder te versterken. Het planvoornemen past dus binnen de ‘Omgevingsvisie Sittard-Geleen 2016’.
3. 3. 2 Nota Ruimtelijke kwaliteit Op 8 juli 2015 is de ‘Nota Ruimtelijke Kwaliteit’ door de gemeenteraad van de gemeente SittardGeleen vastgesteld. Dit beleidsdocument borgt de kwaliteit van de bebouwde en onbebouwde omgeving. De nota bevat de ruimtelijke kwaliteitscriteria waaraan elk ruimtelijk initiatief in de gemeente Sittard- Geleen moet voldoen. De ‘Nota Ruimtelijke Kwaliteit’ is complementair en volgend aan beleidsstukken zoals de ‘Omgevingsvisie Sittard-Geleen 2016’. ,
Toepassing en conclusie Een initiatief wordt getoetst op een aantal vaste criteria (die betrekking hebben op de ruimtelijke inpassing en verschijningsvorm). Dit zijn de criteria die altijd gelden. Daarnaast zijn voor een aantal gebieden gebiedseigen karakteristieken beschreven waarmee aanvullend rekening dient te worden gehouden. Onderhavig projectgebied is gelegen binnen de zone 'Landschap/buitengebied'. Met onderhavig planvoornemen wordt een bestaande locatie waar grind wordt gewonnen relatief beperkt uitgebreid. Beoogd wordt om ter plaatse van de aanwezige geluidwallen tijdelijk ook grind te winnen. Vervolgens wordt het projectgebied (her)ingericht als landbouw- en natuurgebied met watervoorzieningen. Dit is in overeenstemming met de uitgangspunten zoals vastgelegd in de ‘Nota Ruimtelijke Kwaliteit’ omdat – na de afronding van de grindwinning – een verbetering van de ecologische landschappelijke cultuurhistorische natuurlijke en waterhuishoudkundige situatie ontstaat. ,
,
,
,
De ‘Nota Ruimtelijke Kwaliteit’ levert dus geen belemmeringen op voor onderhavig planvoornemen.
Motivering BOPA Uitbreiding grindwinning Trierveld Tonnaer Adviseurs in Omgevingsrecht B. V.
29
TON240065/RBR
4
Omgevingsaspecten In het kader van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties is het van belang de gevolgen van de beoogde ontwikkeling voor de fysieke leefomgeving te beoordelen. Daarbij zijn de gevolgen van het planvoornemen voor de omgeving relevant maar ook de invloed van die omgeving op (de locatie van) de beoogde ontwikkeling. Die aspecten komen hierna aan de orde. ,
Voor een belangrijk deel van deze aspecten geldt dat instructieregels vanuit het Rijk en/of de provincie aan de orde zijn aan de hand waarvan die beoordeling dient plaats te vinden. Deze instructieregels zijn reeds beschreven in hoofdstuk 3 van deze motivering hierna vindt de inhoudelijk toetsing plaats. Ook wordt ingegaan op andere aspecten waarvoor geen instructieregels zijn gesteld door het Rijk of de provincie maar die wel van belang zijn voor de beoordeling of de beoogde ontwikkeling voorziet in een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. ,
,
4. 1
Omgevingsveiligheid Volgens de (algemene) instructieregel uit artikel 5. 2 van het Bkl moet rekening worden gehouden met het belang van het voorkomen en beperken van risico's van branden rampen en crises (verder: incidenten) het bestrijden van de gevolgen van dergelijke incidenten en de mogelijkheden van personen om zich in veiligheid te brengen wanneer zich een incident voordoet. Hierna wordt beschreven op welke wijze daarmee rekening is gehouden. ,
,
Op onderstaande figuur zijn de nabijgelegen risicobronnen weergegeven.
Motivering BOPA Uitbreiding grindwinning Trierveld Tonnaer Adviseurs in Omgevingsrecht B. V.
30
TON240065/RBR
figuur 9: uitsnede kaart Atlas Leefomgeving met globale aanduiding projectgebied (rode contouren)
Het noordelijke deelgebied van onderhavig projectgebied is gedeeltelijk gelegen binnen het explosieen gifwolkaandachtsgebied van het Julianakanaal (basisnet route). Het zuidelijke deelgebied van het
projectgebied ligt volledig daarbuiten. Dwars door beide deelgebieden van onderhavig projectgebied loopt een hoogspanningsverbinding. Het betreft de bovengrondse hoogspanningsverbinding ‘Maasbracht – Graetheide’ (FE307) met een spanning van 150 kV. De hoogspanningsverbinding is in beheer bij TenneT. Met onderhavig planvoornemen wordt de grindwinning binnen het gebied Trierveld (beperkt) uitgebreid. Dit levert geen nieuwe risicobron op en heeft ook geen gevolgen voor een bestaande Motivering BOPA Uitbreiding grindwinning Trierveld Tonnaer Adviseurs in Omgevingsrecht B. V.
31
TON240065/RBR
risicobron in of nabij het projectgebied. Voorts wordt met het planvoornemen binnen onderhavig projectgebied geen (nieuwe) kwetsbare functie toegelaten. De beoogde uitbreiding van de grindwinning leidt ook niet tot een toename van het aantal verblijvende personen ter plaatse. Tijdens de uitvoering van het Grensmaasproject zijn binnen het gebied Trierveld op doordeweekse dagen maximaal 200 personen aanwezig. Dit (maximum) aantal personen blijft met onderhavig planvoornemen ongewijzigd.
Gelet op het voorgaande is geen sprake van een toename onderhavig planvoornemen.
het veiligheidsrisico als gevolg
van
van
het kader van de beoogde ontwikkeling nabij en direct onder de bovengrondse hoogspanningsverbinding heeft afstemming plaatsgevonden met TenneT. Door de leidingbeheerder (TenneT) is op 22 maart 2023 onder voorwaarden toestemming gegeven voor het uitvoeren van de beoogde werkzaamheden (zie bijlage 4). Bovendien is onderhavig projectgebied op geruime afstand van de hoogspanningsmasten gelegen: het noordelijke deelgebied op een afstand van circa 95 meter en het zuidelijke deelgebied op een afstand van circa 70 meter. Gelet op die afstanden kunnen de beoogde werkzaamheden niet leiden tot instabiliteit of andere risico’s voor die masten. In
Tot slot bevindt zich in het noordelijke deelgebied van onderhavig projectgebied (aan de oostzijde) een ondergrondse persrioolleiding van Waterschapsbedrijf Limburg. Deze rioolleiding is niet weergegeven op figuur 9. Zie voor de exacte situering van de persrioolleiding de memo die als bijlage 5 is opgenomen. Uit deze memo d. d. 25 juli 2024 (met kenmerk: 2023/029) volgt dat om negatieve gevolgen voor de persrioolleiding te voorkomen bij het uitvoeren van de werkzaamheden een minimale afstand van 7 meter tot de ondergrondse rioolleiding (gemeten vanaf de insteek van de ontgraving) en een minimale helling van 1:2 moet worden aangehouden. Door de leidingbeheer (Waterschapsbedrijf Limburg) is op 19 augustus 2024 toestemming gegeven voor het uitvoeren van de beoogde werkzaamheden (zie bijlage 16). ,
,
Conclusie Gelet op het voorgaande zijn er vanuit het oogpunt van omgevingsveiligheid geen belemmeringen voor de beoogde ontwikkeling.
4. 2
Water Beleidskaders Provinciaal Waterprogramma Limburg 2022-2027 Het waterbeleid in het Provinciaal Waterprogramma 2022-2027 vastgesteld op 17 december 2021 omvat de strategische hoofdlijnen voor het provinciale waterhuishoudkundig beleid. Hierin geeft de provincie uitwerking aan de in de Omgevingsvisie Limburg opgenomen provinciale belangen op het gebied van water: Een integrale en realistische benadering van hoogwaterbescherming wateroverlast watertekort verdroging en de verbetering van de waterkwaliteit in het stroomgebied van de ,
,
,
,
,
-
Maas; Het in samenhang bezien en aanpakken
van
de zoetwatervoorziening (voor drinkwater
Motivering BOPA Uitbreiding grindwinning Trierveld Tonnaer Adviseurs in Omgevingsrecht B. V.
en 32
TON240065/RBR
andere functies) natuurherstel watersysteemherstel waterveiligheid landbouw landschap en de stikstofproblematiek; Een ecologisch gezond veerkrachtig en adaptief watersysteem om weersextremen zoveel mogelijk op een natuurlijke wijze op te vangen. ,
-
,
,
,
,
,
De provincie stelt in de Omgevingsvisie Limburg en in het Provinciaal Waterprogramma 2022-2027 de beleidskaders vast voor het regionale watersysteem.
Waterschap Limburg Waterbeheerprogramma 2022-2027 Elke zes jaar leggen waterschappen vast welke aanpak en welke maatregelen op hoofdlijnen nodig zijn om het watersysteem en de waterkeringen op orde te brengen en te houden. Op 8 december 2021 heeft het Waterschap Limburg het Waterbeheerprogramma 2022-2027 vastgesteld. Kort samengevat zijn de belangrijkste speerpunten in het programma: Hoogwaterbescherming Maasvallei: bescherming tegen overstromingen vanuit de Maas; Klimaatadaptatie: balans tussen water afvoeren én water vasthouden; Waterkwaliteit en ecologie: het water is schoon en wateren zijn natuurlijk ingericht; Zuiveren en waterketen: zuiveren rioolwater en grondstoffen terugwinnen en gebruiken. Deze indeling is niet scherp want water kent geen grenzen en is verbonden met andere thema's. Duurzamer grondgebruik in het stroomgebied van de Maas en de beken moet zorgen voor een gelijkmatigere afvoerdynamiek. Regenwater infiltreren in stedelijk gebied helpt daar ook bij voorkomt dat riolen overstorten en ontlast de zuiveringen. Een constantere aanvoer in de zomer verlaagt de kans op waterkwaliteitsproblemen door droogte en hitte. Kortom: alle uitdagingen moeten in samenhang met elkaar worden bekeken. Dit vereist een integrale aanpak. ,
,
Toepassing en conclusie Doordat onderhavig planvoornemen onderdeel uitmaakt van het Grensmaasproject en met het project enerzijds meer ruimte wordt geboden aan de Maas (t. b. v. het verminderen van de kans op overstromingen) en anderzijds natuurgebieden langs de Maas worden (her)ontwikkeld wordt in algemene zin goed aangesloten op voornoemde beleidsdoelen van de provincie Limburg en het Waterschap Limburg. Bovendien is de beoogde grindwinning slechts tijdelijk van aard (tot eind 2026) en wordt het projectgebied daarna permanent ingericht als landbouw- en natuurgebied met watervoorzieningen. ,
,
Geconcludeerd wordt dat het waterbeleid van de provincie en het waterschap geen belemmeringen oplevert voor onderhavig planvoornemen. Instructieregels Bkl Uit paragraaf 3. 1. 2 van voorliggende motivering is al gebleken dat de instructieregels uit paragraaf 5. 1. 3 van het Bkl relevant zijn voor onderhavig planvoornemen. Dit heeft onder andere te maken met de ligging van het projectgebied nabij de primaire waterkering ter plaatse van de Ruitersdijk (dijktraject 83-1) en binnen de beschermingszone van deze primaire waterkering en (volledig) binnen (het bergend deel van het) rivierbed van de Maas. ,
Op grond
van
de (algemene) instructieregel uit artikel 5. 37
van
het Bkl moet rekening worden
Motivering BOPA Uitbreiding grindwinning Trierveld
33
Tonnaer Adviseurs in Omgevingsrecht B. V.
TON240065/RBR
gehouden met de gevolgen van onderhavig planvoornemen voor het beheer van watersystemen. Daarbij moeten de opvattingen van de beheerder van het watersysteem worden betrokken. In deze paragraaf wordt ingegaan op de gevolgen van onderhavig planvoornemen voor het watersysteem. Verder wordt ten behoeve van onderhavig planvoornemen bij de beheerder van het watersysteem – het Waterschap Limburg – separaat een omgevingsvergunning voor een beperkingengebiedactiviteit met betrekking tot een waterstaatswerk (als bedoeld in artikel 5.1 tweede lid sub f onder 2 van de Omgevingswet) aangevraagd. ,
,
,
Volgens artikel 5. 38 van het Bkl moet worden gewaarborgd dat de beoogde ontwikkeling geen belemmeringen oplevert voor de instandhouding het onderhoud en de versterking van de primaire waterkering ter plaatse van de Ruitersdijk (dijktraject 83-1). ,
Met
onderhavig planvoornemen worden de binnen het projectgebied aanwezige geluidwallen (gelegen boven het maaiveld) verwijderd en wordt grind gewonnen. Bij het winnen van het grind wordt een talud aangehouden zo blijkt uit de tekeningen behorende bij de aanvraag om een omgevingsvergunning voor een BOPA. Na de grindwinning wordt het projectgebied aangevuld met grond overeenkomstig het beoogde eindbeeld (zie figuur 6). ,
,
Uit de memo d. d. 1 juli 2024 (met kenmerk 2023/025) bijgevoegd als bijlage 6 bij deze motivering blijkt dat voor de insteek van de ontgraving (ten behoeve van de grindwinning) een afstand van 4 meter uit de primaire waterkering (de Ruitersdijk) al voldoende is. Met onderhavig planvoornemen wordt echter een ruimere marge aangehouden namelijk een afstand van 10 meter hetgeen aansluit bij de eerder verleende omgevingsvergunning d. d. 26 november 2015 voor de grindwinning in Trierveld d. d. 26 november 2015 (zaaknummer: 2015/89473). De vijver – die is opgenomen in het beoogde eindbeeld (zie figuur 6) – komt op een afstand van minimaal 30 meter van de primaire waterkering (de Ruitersdijk) te liggen hetgeen volgens de memo voldoende is. Gelet op het voorgaande is de stabiliteit van de primaire waterkering voldoende verzekerd. ,
,
,
,
Overigens is ook ten aanzien van de Bekkendijk (geen primaire waterkering) in de memo berekend dat als een afstand van minimaal 3 meter wordt aangehouden met de insteek van de ontgraving (ten behoeve van de grindwinning) de stabiliteit van de Bekkendijk kan worden gegarandeerd. ,
Gezien het voorgaande ontstaan naar verwachting geen negatieve effecten (als gevolg van onderhavig planvoornemen) op de primaire waterkering ter plaatse van de Ruitersdijk (dijktraject 83-1). Op grond van artikel 5. 43 van het Bkl moet tevens worden gewaarborgd dat: a. sprake is van een veilig en doelmatig gebruik van de Maas; b. feitelijke belemmeringen voor de vergroting van de afvoercapaciteit c.
voorkomen; en een waterstandverhoging of afname van het bergend voorkomen of zoveel mogelijk wordt beperkt.
vermogen
van
de Maas worden
van
de Maas wordt
Onderhavig planvoornemen maakt onderdeel uit van het project Grensmaas. Met dit project wordt meer ruimte geboden aan de Maas (t. b. v. het verminderen van de kans op overstromingen). Hiermee is een veilig en doelmatig gebruik van de Maas voldoende gewaarborgd en wordt de afvoercapaciteit ,
Motivering BOPA Uitbreiding grindwinning Trierveld Tonnaer Adviseurs in Omgevingsrecht B. V.
34
,
TON240065/RBR
van
de Maas juist vergroot en een verhoging van de waterstand van de Maas voorkomen.
Met onderhavig planvoornemen neemt – na de grindwinning – het volume van de dekgrondberging (het gebied dat na ontgraving wordt aangevuld met grond) toe. De effecten hiervan voor de grondwaterhuishouding zijn in kaart gebracht in de memo d. d. 11 september 2024 (met kenmerk: 2023/023). De memo is bijgevoegd als bijlage 7 bij voorliggende motivering. Uit de memo blijkt dat aan de oostzijde van onderhavig projectgebied (de bovenstroomse zijde) voor zowel het noordelijke deelgebied als het zuidelijke deelgebied de grondwaterstand met circa 10 tot 15 centimeter zal toenemen. Deze verhoging van het grondwater treedt binnen een zeer beperkt gebied op vlak naast de beoogde uitbreiding van de dekgrondberging. Overigens neemt aan de westzijde van onderhavig projectgebied (de benedenstroomse zijde) de grondwaterstand af. ,
,
,
De conclusie in de memo luidt dat vanuit geohydrologisch oogpunt geen negatieve effecten zijn te verwachten op omliggende woningen de primaire waterkering ter plaatse van de Ruitersdijk (dijktraject 83-1) en de Kingbeek. ,
Daarnaast is in de memo d. d. 1 juli 2024 (met kenmerk: 2023/024) bijlage 8 van deze motivering geconstateerd dat de toename van het volume van de dekgrondberging voldoet aan de eis die daaraan wordt gesteld met het nog steeds relevante ‘Beleidsstandpunt verwijdering baggerspecie’ (Kamerstukken II 1993/94 23.450 nr. 1) namelijk dat het beïnvloedde gebied (het gebied gelegen tussen de Maas en de dekgrondberging) niet groter mag zijn dan de dekgrondberging. Ook volgt uit de stroombaanberekeningen uit deze memo dat de gevolgen van de uitbreiding van de dekgrondberging voor de grondwaterstroming zeer beperkt zijn. De stroombanen schuiven als het ware wat op maar veranderen niet wezenlijk van vorm of richting. ,
,
,
,
,
,
Geconcludeerd wordt dat vanuit geohydrologisch oogpunt geen belemmeringen ontstaan uitvoerbaarheid van onderhavig planvoornemen.
voor
de
Omgevingsverordening Limburg In paragraaf 3. 2. 2 van voorliggende motivering wordt ingegaan op de relevante instructieregels uit de provinciale omgevingsverordening. Daaruit volgt dat de Omgevingsverordening Limburg geen
belemmeringen oplevert voor onderhavig planvoornemen. Waterschapsverordening Waterschap Limburg Sinds 1 januari 2024 heeft het Waterschap Limburg een waterschapsverordening. Deze verordening vervangt de Keur. In de waterschapsverordening staan regels voor eigenaren en gebruikers van gronden die daar bepaalde activiteiten verrichten. Het gaat dan om: • • •
In
de
activiteiten in bij langs op over onder of boven een oppervlaktewater; activiteiten op in of bij waterkeringen; en het onttrekken van grondwater het in de bodem brengen van water en het terug in de bodem brengen van onttrokken grondwater. ,
,
,
,
,
,
waterschapsverordening vergunningplichten opgenomen.
,
staan
onder
andere
algemene
Motivering BOPA Uitbreiding grindwinning Trierveld Tonnaer Adviseurs in Omgevingsrecht B. V.
regels
,
zorgplichten
en
35
TON240065/RBR
Doordat de beoogde grindwinning plaatsvindt nabij een waterkering namelijk de waterkering ter plaatse van de Ruitersdijk gelden op grond van de waterschapsverordening (zie afdeling 3. 1) een aantal zorgplichten en een vergunningplicht voor een beperkingengebiedactiviteit met betrekking tot een waterstaatswerk (als bedoeld in artikel 5.1 tweede lid sub f onder 2 van de Omgevingswet). Hiervoor wordt de benodigde omgevingsvergunning aangevraagd. ,
,
,
,
,
Eerder in deze paragraaf is reeds toegelicht dat met onderhavig planvoornemen de stabiliteit en het functioneren van de waterkering voldoende is verzekerd. Hiermee wordt ook voldaan aan de zorgplichten uit de waterschapsverordening.
Conclusie Gelet op het voorgaande zijn er vanuit het oogpunt van water voor onderhavig planvoornemen.
4. 3
geen
belemmeringen te verwachten
Luchtkwaliteit Het planvoornemen kan van invloed zijn op de luchtkwaliteit ter plekke en op de gezondheid van de mens. Het gaat dan om de in de buitenlucht voorkomende stikstofdioxide (NO2) en fijnstof (PM10). Daarom dienen de gevolgen van onderhavig planvoornemen ten aanzien van dit punt in kaart worden gebracht. Ten behoeve van de beoogde ontwikkeling zijn de relevante gevolgen ten aanzien van luchtkwaliteit geïnventariseerd en is de aanvaardbaarheid hiervan beoordeeld. Uit paragraaf 3. 1. 2 van voorliggende motivering is al gebleken dat de instructieregels uit paragraaf 5. 1. 4. 1 van het Bkl niet van toepassing zijn op onderhavig planvoornemen. Wel dient in het kader van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties (ETFAL) de gevolgen van het planvoornemen voor de kwaliteit van de buitenlucht te worden beschouwd. Een (planologische) ontwikkeling is aanvaardbaar als aan één van de volgende voorwaarden wordt
voldaan: • • •
Er is geen sprake van een overschrijding van de grenswaarden (omgevingswaarden); De ontwikkeling leidt per saldo niet tot een verslechtering van de luchtkwaliteit; De ontwikkeling draagt niet in betekende mate bij aan de luchtverontreiniging.
Door Cauberg Huygen B. V. is een onderzoek verricht naar de gevolgen van onderhavig planvoornemen voor de luchtkwaliteit. Het onderzoeksrapport is als bijlage 9 bijgevoegd. Uit het onderzoeksrapport blijkt dat de grenswaarden (omgevingswaarden opgenomen in artikel 2.4 eerste lid onder b en artikel 2.5 eerste lid van het Bkl) voor de concentraties stikstofdioxide (NO2) en fijnstof (PM10) van 40 µg/m3 (jaargemiddelde) niet worden overschreden. ,
,
,
Conclusie De concentraties voor stikstofdioxide (NO2) en fijnstof (PM10) liggen – volgens de resultaten van het uitgevoerde onderzoek – ruimschoots beneden de grenswaarden (omgevingswaarden) waardoor de gevolgen van onderhavig planvoornemen voor de luchtkwaliteit aanvaardbaar zijn. Het aspect luchtkwaliteit levert dus geen belemmeringen op voor de beoogde ontwikkeling. ,
Motivering BOPA Uitbreiding grindwinning Trierveld Tonnaer Adviseurs in Omgevingsrecht B. V.
36
TON240065/RBR
4. 4
Geluid Aangezien de beoogde ontwikkeling
het winnen van grind en het toepassen van grond binnen onderhavig projectgebied – geluid kan veroorzaken op nabijgelegen geluidgevoelige gebouwen dient volgens de instructieregels van het Bkl rekening te worden gehouden met dat geluid op geluidgevoelige gebouwen en moet erin worden voorzien dat het geluid van die activiteiten aanvaardbaar is. Daarvan is in ieder geval sprake wanneer wordt voldaan aan de standaardwaarden uit artikel 5. 65 van het Bkl. –
,
In dit verband is het van belang om op te merken dat op 26 oktober 2015 reeds een omgevingsvergunning is verleend voor de inrichting van de haven binnen het gebied Trierveld waarin grenswaarden zijn opgenomen voor het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau en het maximale geluidsniveau. Hiermee dient tevens rekening te worden gehouden. ,
De dichtstbij gelegen geluidgevoelige gebouwen betreffen de woningen in de kernen Illikhoven en Schipperskerk. Tevens zijn ten zuiden van Schipperskerk (in de Berghaven) enkele woonboten gelegen. Op onderstaande kaartuitsnede (figuur 10) is de afstand van onderhavig projectgebied tot deze
geluidgevoelige gebouwen
weergegeven.
Motivering BOPA Uitbreiding grindwinning Trierveld Tonnaer Adviseurs in Omgevingsrecht B. V.
37
TON240065/RBR
figuur 10: kaartuitsnede met globale aanduiding projectgebied (rode contouren) en de afstanden tot nabijgelegen geluidgevoelige gebouwen (kernen Illikhoven en Schipperskerk en woonboten)
Door Cauberg Huygen B. V. is een akoestisch onderzoek verricht naar de (akoestische) gevolgen van onderhavig planvoornemen voor nabijgelegen geluidgevoelige gebouwen. Het onderzoeksrapport d. d. 3 juli 2024 (met kenmerk: 00494-57222-06v2) is als bijlage 10 bijgevoegd. De onderzoeksresultaten zijn hieronder kort samengevat. instantie is steeds beschouwd of de geluidsbelasting als gevolg van onderhavig planvoornemen voldoet aan de (op 26 oktober 2015) reeds vergunde grenswaarden voor wat betreft het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau en het maximale geluidniveau. Voor zover niet kan worden voldaan aan de vergunde grenswaarden wordt – ook voor wat betreft het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau en het maximale geluidniveau – getoetst aan de standaardwaarden uit artikel 5. 65 van het Bkl. In eerste
,
Motivering BOPA Uitbreiding grindwinning Trierveld Tonnaer Adviseurs in Omgevingsrecht B. V.
38
TON240065/RBR
Voor wat betreft het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau wordt met onderhavig planvoornemen ten aanzien van het noordelijke deelgebied (nabij Illikhoven) voldaan aan de vergunde grenswaarden en wordt ter plaatse van één immissiepunt (punt 6) ten aanzien van het zuidelijke deelgebied (nabij Schipperskerk) een vergunde grenswaarde overschreden. Voor wat betreft het maximale geluidniveau geldt ook dat ter plaatse van één immissiepunt (punt 6 Schipperskerk) een vergunde grenswaarde wordt overschreden. Voor het overige vindt geen overschrijding van de vergunde grenswaarden plaats. Wanneer echter aan de zuidzijde van het zuidelijke deelgebied van onderhavig projectgebied (langs de Horissenweg) een maatregel wordt getroffen namelijk de aanleg van een aarden geluidswal van 15 meter hoog met een (met de werkzaamheden schuivend) containerscherm van één container hoog zijnde een geluidswerende voorziening van in totaal 41 meter hoog wordt de vergunde grenswaarde voor het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau van 47 dB(A) ter plaatse van punt 6 nog maar met maximaal 1 dB overschreden. ,
,
,
,
,
Doordat de werkzaamheden als gevolg van onderhavig planvoornemen uitsluitend worden verricht gedurende de dagperiode (tussen 07. 00 uur en 19. 00 uur) wordt ter plaatse van punt 6 de standaardwaarde van het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau van 50 dB(A) (als opgenomen in artikel 5. 65 van het Bkl) in ieder geval niet overschreden. Door voornoemde maatregel te treffen wordt voor wat betreft het maximale geluidniveau ook ter plaatse van punt 6 aan de vergunde grenswaarde voldaan.
Conclusie Gelet op het voorgaande zijn er vanuit het oogpunt uitvoerbaarheid van de beoogde ontwikkeling.
4. 5
van
geluid
geen
belemmeringen
voor
de
Bodem Het aspect bodem(kwaliteit) maakt integraal onderdeel uit van de fysieke leefomgeving. Steeds dient te worden gezocht naar de juiste balans tussen enerzijds het beschermen van de gezondheid en het milieu en anderzijds het benutten van de bodem ten behoeve van maatschappelijke activiteiten. Bij een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA) dient te worden aangetoond dat sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.
Als uitgangspunt geldt dat onaanvaardbare risico's voor de gezondheid van de mens vanwege het gebruik van de bodem dienen te worden voorkomen (artikel 2. 28 van de Omgevingswet). In dit kader is het van belang om na te gaan wat de kwaliteit van de bodem binnen het projectgebied is en of dit nog aanvaardbaar c. q. toelaatbaar wordt geacht voor de beoogde ontwikkeling. Met onderhavig planvoornemen wordt binnen het projectgebied geen bodemgevoelig gebouw gerealiseerd waardoor de instructieregels uit paragraaf 5. 1. 4. 5 van het Bkl niet relevant zijn. Zie in dit verband ook paragraaf 3. 1. 2 van voorliggende motivering. ,
Motivering BOPA Uitbreiding grindwinning Trierveld Tonnaer Adviseurs in Omgevingsrecht B. V.
39
TON240065/RBR
Desalniettemin is de kwaliteit van de bodem binnen onderhavig projectgebied onderzocht. Het onderzoek is verricht door Milieutechnisch Adviesbureau Heel B. V. en betreft een historisch bodemonderzoek (conform de NEN 5725). Het onderzoeksrapport d. d. 7 juni 2024 (met kenmerk: 140. 23. 0115/R1) is als bijlage 11 toegevoegd aan deze motivering. Het onderzoek is binnen onderhavig projectgebied verricht naar de grond waaruit de aanwezige geluidwallen bestaan en de onderliggende bodem. De resultaten van het onderzoek geven geen aanleiding om aan te nemen dat de kwaliteit van de bodem ter plekke afwijkt van de kwaliteit van de boven- en ondergrond zoals die voor onderhavig projectgebied is weergegeven op de bodemkwaliteits- en bodemfunctieklassenkaart gemeente Sittard-Geleen 2021-2025. Ook zijn volgens het onderzoek ter plaatse geen bodemverontreinigingen te verwachten. Dus kan redelijkerwijs worden aangenomen dat de bodemkwaliteit binnen onderhavig projectgebied overeenkomt met de bodemkwaliteitsklasse ‘landbouw/natuur’ (voor metalen PAK PCB minerale olie en PFAS). Ook de toe te passen grond zal ten minste beschikken over deze kwaliteit ,
,
,
(bodemkwaliteitsklasse ‘landbouw/natuur’). Door Deltares is een onderzoek verricht naar de toe te passen grond binnen onderhavig projectgebied en de gevolgen daarvan voor de emissie van PFAS (PFOS en PFOA) op het Maaswater en het gebruik daarvan voor drinkwaterwinning. Uit het onderzoeksrapport volgt dat de gevolgen als ‘niet significant’ kunnen worden aangemerkt en de impact van de emissie van PFAS beneden de drinkwaternorm ligt. Het onderzoeksrapport d. d. 23 september 2024 is als bijlage 12 bijgevoegd bij voorliggende motivering.
Conclusie Gelet op het voorgaande levert het aspect bodem(kwaliteit) geen belemmeringen op voor de beoogde uitbreiding van de grindwinning en het nadien toepassen van grond.
4. 6
Archeologie De gemeente moet bij een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA) rekening houden met het belang van het behoud van cultureel erfgoed. Hieronder vallen ook bekende of aantoonbaar te verwachten archeologische monumenten. Dit volgt uit artikel 5. 130 van
het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl). Het projectgebied beschikt volgens het geldende bestemmingsplan ‘Grensmaas winzone Trierveld / Grevenbicht’ onderdeel uitmakende van het tijdelijke deel van het Omgevingsplan gemeente SittardGeleen niet over een archeologische dubbelbestemming ter bescherming van archeologische ,
,
(verwachtings)waarden. Echter volgens de archeologische beleidskaart van de gemeente Sittard-Geleen (zie de kaartuitsnede hieronder) geldt voor het projectgebied een (zeer) hoge archeologische verwachtingswaarde (grotendeels categorie 4 (groen) en voor een kleiner gedeelte categorie 2 (rood)). ,
,
Motivering BOPA Uitbreiding grindwinning Trierveld Tonnaer Adviseurs in Omgevingsrecht B. V.
40
TON240065/RBR
figuur 10a: kaartuitsnede archeologische beleidskaart (bijlage 4b bij de Beleidsnota archeologie en monumenten Gemeente Sittard-Geleen) met aanduiding projectgebied (rode contouren) Ter voorbereiding op de beoogde uitbreiding van de grindwinning is door archeologisch adviesbureau RAAP een adviesmemo opgesteld. De adviesmemo d. d. 14 april 2023 is als bijlage 13 bijgevoegd bij voorliggende motivering. Vanwege de aanwezige geluidwallen binnen onderhavig projectgebied is een regulier booronderzoek momenteel niet mogelijk.
Echter gebleken is dat het projectgebied in het verleden reeds grotendeels ontgrond is waardoor daar (ondanks de archeologische verwachtingswaarde volgens de beleidskaart) geen archeologische waarden zijn te verwachten. Geadviseerd wordt om dit gedeelte van het projectgebied vrij te geven. Zie voor de gebieden waarvoor is geadviseerd ze vrij te geven onderstaande figuren. ,
,
Motivering BOPA Uitbreiding grindwinning Trierveld Tonnaer Adviseurs in Omgevingsrecht B. V.
41
TON240065/RBR
Motivering BOPA Uitbreiding grindwinning Trierveld Tonnaer Adviseurs in Omgevingsrecht B. V.
42
TON240065/RBR
Voor wat betreft het gedeelte van het projectgebied dat mogelijk nog niet is ontgrond wordt geadviseerd om na het verwijderen van de geluidwallen – binnen de insteek van de grindwinning – een onderzoek door middel van proefsleuven te verrichten. In het noordelijke deelgebied van onderhavig projectgebied gaat het om een oppervlakte van circa 3. 000 m2 en in het zuidelijke deelgebied om een oppervlakte van in totaal circa 12. 710 m2 (verdeeld over drie gebieden). Daarnaast wordt geadviseerd om – onder begeleiding van een archeoloog – de aanwezige geluidwallen te verwijderen tot aan de onderkant van de betreffende geluidwal (tot aan de laatste meter van de geluidwal) om te voorkomen dat dieper wordt gegraven dan de oorspronkelijke ondergrond (en eventuele schade ontstaat aan mogelijk aanwezige archeologische monumenten). ,
,
,
Conclusie Gelet op het voorgaande levert het aspect archeologie belemmeringen op voor de beoogde ontwikkeling.
4. 7
verwachting redelijkerwijs
naar
geen
Natuur Gebiedsbescherming Hoewel de bevoegdheid ten aanzien van Natura 2000-activiteiten niet bij de gemeente ligt maar bij de provincie en in het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) is voorzien in zowel een specifieke zorgplicht als een vergunningplicht voor Natura 2000-activiteiten is het aspect gebiedsbescherming ook van belang in het kader van de afweging die moet worden gemaakt of sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties (ETFAL). ,
,
Motivering BOPA Uitbreiding grindwinning Trierveld Tonnaer Adviseurs in Omgevingsrecht B. V.
43
TON240065/RBR
figuur 11: kaartuitsnede met Natura 2000-gebied ‘Grensmaas’ (lichtgroen) (donkergroen) ten opzichte van het projectgebied (rode contouren)
en
het Natuurnetwerk Nederland
Het meest nabijgelegen Natura 2000-gebied betreft het Natura 2000-gebied 'Grensmaas’. De kortste afstand van onderhavig projectgebied (het noordelijke deelgebied) tot het Natura 2000-gebied bedraagt circa 320 meter. Het zuidelijke deelgebied van het projectgebied is op een grotere afstand (namelijk ca. 830 meter) tot het Natura 2000-gebied gelegen. Gelet op de afstand tot het Natura 2000gebied 'Grensmaas’ kunnen externe effecten zoals geluid- en lichthinder hierop redelijkerwijs worden uitgesloten. Andere Natura 2000-gebieden (zoals ‘Uiterwaarden langs de Limburgse Maas en Vijverbroek’ (BE) ‘Geleenbeekdal’ en ‘Bunder- en Elslooërbos) zijn op een ruimere afstand tot het ,
,
,
projectgebied gelegen. Voor wat betreft een eventuele stikstofdepositie als gevolg van onderhavig planvoornemen op omliggende Natura 2000-gebieden geldt het volgende. Het Natura 2000-gebied 'Grensmaas’ is niet overbelast en in beperkte mate gevoelig voor stikstof. Voor wat betreft de stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden tijdens de beoogde grindwinning en het toepassen van grond (en het nadien inrichten Motivering BOPA Uitbreiding grindwinning Trierveld Tonnaer Adviseurs in Omgevingsrecht B. V.
44
TON240065/RBR
het gebied als landbouw- en natuurgebied) geldt dat de werkzaamheden plaatsvinden binnen de kaders van de op 26 oktober 2015 verleende omgevingsvergunning. Het gebruik van het projectgebied als landbouw- en natuurgebied levert geen toename op van stikstofdepositie op nabijgelegen Natura 2000-gebieden. van
Onderhavig projectgebied bevindt zich niet binnen het Natuurnetwerk Nederland maar op een afstand van circa 25 meter (voor wat betreft het noordelijke deelgebied). Daartussen bevindt zich ter plaatse van de Ruitersdijk een primaire waterkering (dijktraject 83-1). Hierdoor is het projectgebied als het ware afgeschermd van het Natuurnetwerk Nederland. Het zuidelijke deelgebied van het projectgebied is op een grotere afstand (namelijk ca. 325 meter) tot het Natuurnetwerk Nederland gelegen. Gelet op het voorgaande is met onderhavig planvoornemen naar verwachting geen sprake van een vernietiging verstoring en/of versnippering van de wezenlijke waarden en kenmerken van het Natuurnetwerk Nederland. Bovendien levert de beoogde (her)inrichting van het gebied Trierveld – waaronder onderhavig projectgebied – als landbouw- en natuurgebied met watervoorzieningen (zie figuur 6) juist een versterking op van het Natuurnetwerk Nederland. ,
,
,
,
Soortenbescherming Ook de bevoegdheid ten aanzien van flora- en fauna-activiteiten ligt niet bij de gemeente maar bij de provincie. Ook op dit punt is in het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) voorzien in zowel een specifieke zorgplicht als diverse vergunningplichten voor flora- en fauna-activiteiten. Desondanks is het van belang om in het kader van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties (ETFAL) een afweging te maken ten aanzien van het aspect soortenbescherming. ,
Bezien moet worden of de beoogde ontwikkeling (mogelijk) gevolgen heeft voor beschermde soorten en hun nesten foerageerplaatsen voortplantingsplaatsen en rustplaatsen: ,
•
,
zijn er aanwijzingen voor de aanwezigheid van dier(- en/of planten)soorten op de locatie waar de activiteit wordt verricht of in de directe nabijheid daarvan die zijn genoemd in: o bijlage I van de Vogelrichtlijn en niet in de bijlage genoemde geregeld in Nederland voorkomende trekvogelsoorten als bedoeld in artikel 4 lid 2 van de richtlijn; o bijlage II IV en V van de Habitatrichtlijn; o bijlage IX van het Bal of de rode lijsten als bedoeld in de Omgevingswet; deze als aanwijzingen er zijn: kan er worden vastgesteld of op voorhand op grond van objectieve gegevens nadelige gevolgen kunnen worden uitgesloten voor dieren van die soorten hun nesten hun foerageerplaatsen hun voortplantingsplaatsen hun rustplaatsen en hun eieren of voor planten van die soorten; als die gevolgen niet kunnen worden uitgesloten: ga na welke gevolgen de activiteit kan hebben voor dieren van die soorten hun nesten hun foerageerplaatsen hun voortplantingsplaatsen hun rustplaatsen en hun eieren of voor planten van die soorten; tref passende preventieve maatregelen om die nadelige gevolgen te voorkomen; ga tijdens en na het verrichten van de activiteit na of de getroffen maatregelen de beoogde ,
,
,
,
•
,
,
,
,
,
•
,
,
• • •
,
,
,
effecten hebben; en staak het verrichten van de activiteit als de nadelige gevolgen toch niet worden voorkomen of als staken van de activiteit redelijkerwijs niet meer mogelijk is passende herstelmaatregelen worden getroffen. ,
,
,
Motivering BOPA Uitbreiding grindwinning Trierveld Tonnaer Adviseurs in Omgevingsrecht B. V.
45
TON240065/RBR
Voornoemde komt overeen met de specifieke zorgplicht als opgenomen in artikel 11. 27 van het Bal. In dit verband is door Bureau Sprink een zogenaamde ‘quickscan flora en fauna’ uitgevoerd. Onderzocht is of het planvoornemen negatieve effecten kan hebben op (potentieel) aanwezige beschermde soorten en hun nesten foerageerplaatsen voortplantingsplaatsen en rustplaatsen. Ook is nagegaan of onderhavig planvoornemen negatieve effecten kan hebben op beschermde (natuur)gebieden en/of houtopstanden. De quickscan flora en fauna d. d. 27 juni 2024 is als bijlage 14 bijgevoegd bij voorliggende motivering. ,
,
Nabij en in het noordelijke deelgebied van onderhavig projectgebied is grenzend aan de aanwezige geluidwal een oeverhol van de bever waargenomen. De gang van de bever loopt mogelijk door tot onder de geluidwal. Met de beoogde werkzaamheden wordt het oeverhol van de bever vernietigd en worden mogelijk bevers gedood. Hierdoor is een omgevingsvergunning voor een flora- en faunaactiviteit noodzakelijk (op grond van artikel 11. 46 van het Bal en artikel 5.1 tweede lid onder g van de Omgevingswet). Echter de provincie heeft op grond van de (toenmalige) Wet natuurbescherming reeds een ontheffing verleend met betrekking tot de bever (ontheffing 2021-030130). Onderhavig projectgebied maakt integraal onderdeel uit van het gebied waarvoor toen een ontheffing is verleend. De ontheffing is geldig tot en met 2027. Op basis van deze ontheffing mogen oeverholen van bevers worden vernietigd mits de (eventueel) aanwezige bevers eerst worden ontmoedigd. Nadat de aanwezige bevers door de ontmoediging het hol hebben verlaten mag het hol worden ontmanteld. ,
,
,
,
,
Daarnaast zijn diverse broedvogels (struweel- en grondbroeders) waargenomen. Daarvan zijn tijdens het broedseizoen op de geluidwallen binnen onderhavig projectgebied nesten te verwachten. Doordat de start van de werkzaamheden (de grindwinning) is gepland ruim buiten het broedseizoen zullen – als eenmaal de werkzaamheden in volle gang zijn – op de geluidwallen geen broedvogels zich vestigen. Hierom kunnen negatieve effecten op broedvogels worden uitgesloten. ,
Voor het overige zijn redelijkerwijs geen negatieve effecten te verwachten op (potentieel) aanwezige beschermde soorten en hun nesten foerageerplaatsen voortplantingsplaatsen en rustplaatsen. Een aanvullend ecologisch onderzoek wordt niet noodzakelijk geacht. ,
,
Conclusie Gelet op het voorgaande leveren de aspecten gebiedsbescherming belemmeringen op voor de beoogde ontwikkeling.
4. 8
en
soortenbescherming
geen
Overige milieuaspecten Trillingshinder Uit paragraaf 3. 1. 2 van deze motivering is gebleken dat volgens de instructieregels uit paragraaf 5. 1. 4. 4 van het Bkl rekening moet worden gehouden met trillingen door activiteiten – anders dan door wonen – in trillinggevoelige ruimten van trillinggevoelige gebouwen en dient er in te worden voorzien dat die trillingen in de genoemde ruimten van de genoemde gebouwen aanvaardbaar zijn. De dichtstbij gelegen trillinggevoelige gebouwen betreffen de woningen in de kernen Illikhoven en Schipperskerk op een afstand van circa 200 meter respectievelijk 190 meter van onderhavig ,
Motivering BOPA Uitbreiding grindwinning Trierveld Tonnaer Adviseurs in Omgevingsrecht B. V.
46
TON240065/RBR
projectgebied (zie ook figuur 10). Ten behoeve van de grindwinning in het gebied Trierveld (waarvan onderhavig projectgebied deel uitmaakt) is op 26 oktober 2015 reeds een omgevingsvergunning verleend. In deze omgevingsvergunning zijn voorschriften opgenomen ten aanzien van trillingshinder. De grenswaarden voor trillingen in trillinggevoelige ruimten gedurende de dagperiode (tussen 07. 00 uur en 19. 00 uur) die in de vergunningsvoorschriften zijn opgenomen zijn gelijk aan de grenswaarden die daarvoor zijn opgenomen in artikel 22. 88 van het Omgevingsplan gemeente Sittard-Geleen. De werkzaamheden waarin onderhavig planvoornemen voorziet worden uitsluitend gedurende de dagperiode (tussen 07. 00 uur en 19. 00 uur) uitgevoerd. Uit de trillingsmetingen die in het kader van de reeds verleende omgevingsvergunning zijn verricht nabij de kranen en dumpers valt het volgende op te maken: -
-
Het trillingsniveau als gevolg van de werkzaamheden door de kraan CAT 345 ligt op een afstand van 25 meter al ruimschoots beneden de streefwaarden uit de SBR-richtlijn “Hinder voor personen in gebouwen” (deel B). Hetzelfde geldt voor de dumperpassages op een afstand van 7 meter respectievelijk 17 meter. Ook aan de streefwaarden uit de SBR-richtlijn “Schade aan gebouwen” (deel A) die hoger liggen dan de in het vorige punt genoemde streefwaarden kan worden voldaan. ,
,
Gelet op de grote afstand van onderhavig projectgebied – waarbinnen de werkzaamheden worden verricht – en de dichtstbij gelegen trillinggevoelige gebouwen (ca. 200 meter resp. 190 meter) en de hiervoor genoemde afstanden waarbinnen als gevolg van de werkzaamheden trillingshinder mogelijk is wordt geconcludeerd dat de beoogde ontwikkeling niet zal leiden tot onaanvaardbare trillingshinder in trillinggevoelige ruimten van trillinggevoelige gebouwen. ,
,
Lichthinder Het planvoornemen voorziet niet in een lichthindergevoelige functie. Ook wordt vanuit de projectlocatie met onderhavig planvoornemen geen lichthinder naar de omgeving veroorzaakt. Dus vormt lichthinder geen belemmering voor het planvoornemen. Geur Met onderhavig
planvoornemen wordt binnen de projectlocatie geen geurgevoelig gebouw gerealiseerd. Ook worden met het planvoornemen geen activiteiten toegelaten die geur (kunnen) veroorzaken op nabijgelegen geurgevoelige gebouwen waardoor als gevolg van onderhavig planvoornemen geen onaanvaardbare geurhinder is te verwachten. ,
Conclusie Gelet op het voorgaande leveren de aspecten trillingshinder lichthinder en geur geen belemmeringen op voor de beoogde ontwikkeling. ,
4. 9
Milieueffectrapportage Overeenkomstig paragraaf 16. 4. 2 van de Omgevingswet
en
afdeling 11. 2 van het Omgevingsbesluit
Motivering BOPA Uitbreiding grindwinning Trierveld Tonnaer Adviseurs in Omgevingsrecht B. V.
47
TON240065/RBR
dient te worden bepaald of een ontwikkeling mer-beoordelingsplichtig is. Dit volgt uit bijlage V bij het Omgevingsbesluit in samenhang met de artikelen 11. 6 en 11. 8 van het Omgevingsbesluit. ,
Een milieueffectrapportage (mer) brengt de milieueffecten van een plan of project in beeld. Het doel van een mer is om het milieubelang een volwaardige plaats te geven in de besluitvoering over plannen en projecten die mogelijk duidelijke milieueffecten hebben. De verwachtte effecten op het milieu en alternatieve oplossingen worden beschreven in een milieueffectrapportage (mer). Op deze manier vormt de mer een hulpmiddel voor de besluitvorming. Met onderhavig planvoornemen wordt de grindwinning binnen het gebied Trierveld uitgebreid. Het projectgebied beschikt over een oppervlakte van 88. 896 m 2 (minder dan 25 hectare). Dit betekent dat volgens categorie B1 van Bijlage V van het Omgevingsbesluit een mer-beoordelingsplicht geldt. Het mer-beoordelingsplichtige besluit is de omgevingsvergunning voor een ontgrondingsactiviteit.
Voorliggende motivering is opgesteld ten behoeve van een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA) dus niet ten behoeve van een omgevingsvergunning ,
voor een
ontgrondingsactiviteit.
Voor een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een ontgrondingsactiviteit geldt – anders dan bij een omgevingsvergunning voor een BOPA – dat de Gedeputeerde Staten van de provincie het bevoegd gezag zijn. Op 10 juli 2024 is bij de provincie Limburg reeds een omgevingsvergunning voor een ontgrondingsactiviteit aangevraagd. Bij de omgevingsvergunningaanvraag is een aanmeldnotitie ten behoeve van de mer-beoordelingsplicht gevoegd. Op de aanvraag om een omgevingsvergunning voor een ontgrondingsactiviteit is nog niet besloten. De bij de omgevingsvergunningaanvraag d. d. 10 juli 2024 behorende aanmeldnotitie d. d. 4 juli 2024 (met kenmerk: DOC-NGKV-PLA-0121-1) is als bijlage 15 bij voorliggende motivering gevoegd.
Conclusie Gelet op het voorgaande zijn op dit punt geen belemmeringen te verwachten voor de uitvoerbaarheid van onderhavig planvoornemen.
4. 10 Gezondheid Gelet op de tijdelijke aard van de beoogde ontwikkeling (de grindwinning) ter plaatse van onderhavig projectgebied de conclusies van de voorgaande paragrafen en de afstand tot de meest nabijgelegen woningen en andere milieugevoelige functies zijn redelijkerwijs geen onaanvaardbare gevolgen voor de gezondheid van de mens te verwachten. ,
Vanuit het oogpunt van een positieve gezondheid kan nog worden opgemerkt dat onderhavig projectbied na de grindwinning wordt (her)ingericht als landbouw- en natuurgebied met watervoorzieningen conform het beoogde eindbeeld (zie figuur 6) hetgeen bijdraagt aan de gezondheid van omwonenden en diegenen die daarvan gebruik zullen maken. Het gebied nodigt immers uit tot wandelen fietsen en recreëren. ,
,
,
Motivering BOPA Uitbreiding grindwinning Trierveld Tonnaer Adviseurs in Omgevingsrecht B. V.
48
TON240065/RBR
5
Uitvoerbaarheid
5. 1
Financiële uitvoerbaarheid In tegenstelling tot de Wet (en het Besluit) ruimtelijke ordening geldt onder de Omgevingswet dat de gemeente bij het toekennen van functies aan locaties niet meer aannemelijk hoeft te maken dat een beoogde ontwikkeling (financieel) uitvoerbaar is. Enkel behoeft te worden gemotiveerd dat een ontwikkeling in beginsel mogelijk is ('niet evident onuitvoerbaar'). Hiervoor is reeds duidelijk geworden dat onderhavig planvoornemen niet evident onuitvoerbaar is. Voor wat betreft de financiële component geldt dat met de gemeente Sittard-Geleen een anterieure overeenkomst (inclusief verhaal nadeelcompensatie) zal worden gesloten. Hiermee wordt eventuele nadeelcompensatie afgewenteld op initiatiefnemer. Voor de gemeente verloopt de beoogde ontwikkeling dus budgettair neutraal. Daarnaast wordt nog opgemerkt dat het Grensmaasproject (waaronder de (her)ontwikkeling van natuurgebieden) volledig wordt gefinancierd met de opbrengsten van het grind dat – ook als gevolg van onderhavig planvoornemen – wordt gewonnen. Daarnaast is door initiatiefnemer als onderdeel van het Grensmaasproject het Meldpunt Schade opgezet. Bij dit meldpunt zijn onafhankelijke deskundigen werkzaam die schadeclaims in relatie tot het project Grensmaas beoordelen.
Gezien de samenhang van onderhavig planvoornemen met het Grensmaasproject kunnen omwonenden bij schade aan hun woning als gevolg van de beoogde uitbreiding van de grindwinning een schadeclaim indienen bij het Meldpunt Schade. Dit is in ieder geval mogelijk tot 2037. ,
,
,
5. 2
Participatie en omgevingsdialoog Vooraf wordt – meer in algemene zin – opgemerkt dat het project Grensmaas een groot maatschappelijk belang heeft doordat met het project enerzijds meer ruimte wordt geboden aan de Maas (t. b. v. het verminderen van de kans op overstromingen) en anderzijds natuurgebieden langs de Maas worden (her)ontwikkeld. Bovendien wordt het Grensmaasproject volledig gefinancierd met de opbrengsten van het grind dat wordt gewonnen en dus niet vanuit de overheid. ,
,
Onder de Omgevingswet heeft participatie een prominente(re) rol gekregen. De wetgever heeft het belang van participatie erkend en participatie vormt één van de belangrijke pijlers van de Omgevingswet. De Omgevingswet zorgt ervoor dat het bevoegd gezag of initiatiefnemers burgers belanghebbenden of omwonenden in een vroeg stadium worden betrokken. ,
,
In de Omgevingswet wordt onder participatie verstaan: “Het in een vroegtijdig stadium betrekken van belanghebbenden (burgers bedrijven maatschappelijke organisaties en andere overheden) bij het proces van de besluitvorming over een project of activiteit”. ,
,
Motivering BOPA Uitbreiding grindwinning Trierveld Tonnaer Adviseurs in Omgevingsrecht B. V.
49
TON240065/RBR
Participatie kent verschillende verschijningsvormen. Niet alle vormen van participatie zijn altijd even passend. In de Omgevingswet het Omgevingsbesluit en de Omgevingsregeling zijn regels opgenomen over participatie. ,
Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA) geldt als aanvraagvereiste op grond van artikel 7. 4 van de Omgevingsregeling dat wordt aangegeven of burgers bedrijven maatschappelijke organisaties en bestuursorganen bij de voorbereiding van de aanvraag zijn betrokken en zo ja wat de resultaten daarvan zijn. ,
,
,
,
Sittard-Geleen heeft een positieve grondhouding aangenomen ten aanzien van onderhavig planvoornemen en aangegeven dat het planvoornemen een maatschappelijke meerwaarde oplevert (zie bijlage 1). Ook de maatschappelijke organisaties ‘Werkgroep Kingbeek’ en Natuurmonumenten kijken positief naar de beoogde ontwikkeling. Eveneens is het planvoornemen toegelicht aan de klankbordgroep Trierveld en Koeweide. De gemeente
Daarnaast hebben voor bewoners twee informatiebijeenkomsten plaatsgevonden. De meest recente informatieavond vond plaats op 26 maart 2024. Tijdens die avond waren kritische geluiden te horen ten aanzien van het planvoornemen. Op basis daarvan zijn nadere afspraken gemaakt met de gemeente Sittard-Geleen met name over de beoogde (her)inrichting van het gebied Trierveld als landbouw- en natuurgebied met watervoorzieningen (zie bijlage 1). ,
Ook na de verlening van de omgevingsvergunning zal intensief worden samengewerkt met de bewoners organisaties en de gemeente Sittard-Geleen omtrent de nadere uitwerking van de (her)inrichting van het gebied Trierveld als landbouw- en natuurgebied. ,
Motivering BOPA Uitbreiding grindwinning Trierveld Tonnaer Adviseurs in Omgevingsrecht B. V.
50
TON240065/RBR
Bijlagen 1.
Brief van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Sittard-Geleen d. d. 1 mei 2024 (met zaaknummer: Z/24/535798) met een positieve grondhouding;
2.
Toetsing
aan
3.
Memo
d. d. 3
de beleidseisen uit de Omgevingsvisie Limburg van bouwgrondstoffen waaronder zand of grind;
voor
september 2024 (met kenmerk: 2024/046) de groenblauwe mantel; kernkwaliteiten
ontgronding met winning
inzake de toets
aan
de
van
4.
Toestemming van TenneT d. d. 22 maart 2023 (met kenmerk: TOE0013461 JOS/NBO);
5.
Memo d. d. 25 juli 2024 (met kenmerk: 2023/029) inzake de ondergrondse persrioolleiding van
Waterschapsbedrijf Limburg;
6.
Memo
d. d. 1 juli 2024 (met kenmerk 2023/025) inzake de stabiliteit waterkering de Ruitersdijk;
7.
Memo d. d. 11 september 2024 (met kenmerk: 2023/023) inzake de grondwaterstand;
8.
Memo d. d. 1 juli 2024 (met kenmerk: 2023/024) inzake de toename van de dekgrondberging in relatie tot het Beleidsstandpunt verwijdering baggerspecie;
9.
Onderzoeksrapport luchtkwaliteit van Cauberg Huygen B. V. ;
10. Akoestisch onderzoeksrapport
van
van
de primaire
Cauberg Huygen B. V. d. d. 3 juli 2024 (met kenmerk:
00494-57222-06v2); 11. Rapport historisch bodemonderzoek (NEN 5725) van Milieutechnisch Adviesbureau Heel B. V. d. d. 7 juni 2024 (met kenmerk: 140. 23. 0115/R1); 12. Onderzoeksrapport emissie PFAS 13. Adviesmemo
van
van Deltares
d. d. 23 september 2024;
archeologisch adviesbureau RAAP d. d. 14 april 2023;
14. Quickscan flora en fauna van Bureau Sprink d. d. 27 juni 2024; 15. Bij de omgevingsvergunningaanvraag d. d. 10 juli 2024 bijbehorende aanmeldnotitie d. d. 4 juli 2024 (met kenmerk: DOC-NGKV-PLA-0121-1); 16. Instemming van Waterschapsbedrijf Limburg d. d. 19 augustus 2024.
Motivering BOPA Uitbreiding grindwinning Trierveld Tonnaer Adviseurs in Omgevingsrecht B. V.
51
TON240065/RBR
Motivering BOPA Uitbreiding grindwinning Trierveld Tonnaer Adviseurs in Omgevingsrecht B. V.
52